CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage c. RV Vaststelling bestemmingsplan Kern Sleeuwijk Eikenlaan ong - Toelichting

Raadsvergadering 8 maart 2022, gemeente AltenaBij agendapunt: Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk Eikenlaan 7 Sleeuwijk19.063 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TOELICHTING VAN HET ONTWERP BESTEMMINGSPLAN

KERN SLEEUWIJK: EIKENLAAN (ONG.) GEMEENTE ALTENA

Opdrachtnummer

: 84.27

IDnr.

: NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01

Datum

: september 2021

Versie

:3

Auteurs

: mRO b.v.

Vastgesteld d.d.

:

mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl

INHOUD VAN DE TOELICHTING 1

INLEIDING ...................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4

2

Aanleiding en doel ..................................................................... 3 Ligging en begrenzing plangebied ................................................ 3 Vigerend bestemmingsplan ......................................................... 5 Opzet van de toelichting ............................................................. 6 BESTAANDE SITUATIE .................................................................... 7

2.1 2.2 2.3 2.4 3

Inleiding ................................................................................... 7 Historie kern Sleeuwijk ............................................................... 7 Ruimtelijke en functionele structuur op hoofdlijnen ........................ 8 Het plangebied en directe omgeving ............................................. 9 BELEIDSKADER ............................................................................. 11

3.1 3.2 3.3 3.4 4

Inleiding .................................................................................. 11 Rijksbeleid ............................................................................... 11 Provinciaal beleid ...................................................................... 13 Gemeentelijk beleid .................................................................. 17 NIEUWE SITUATIE ........................................................................ 21

4.1 4.2 4.3 5

Het initiatief ............................................................................. 21 Randvoorwoorwaarden .............................................................. 21 Vertaling bestemmingsplan ........................................................ 22 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .............................................. 24

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 6

Inleiding .................................................................................. 24 Geluid ..................................................................................... 24 Bodem..................................................................................... 26 Bedrijven en milieuzonering ....................................................... 28 Water ...................................................................................... 29 Luchtkwaliteit ........................................................................... 33 Externe veiligheid ..................................................................... 34 Brandveiligheid ......................................................................... 37 Ecologie ................................................................................... 39 Archeologie .............................................................................. 42 Cultuurhistorie .......................................................................... 44 Verkeer en parkeren ................................................................. 45 Kabels en leidingen ................................................................... 46 Toetsing aan m.e.r.-wetgeving ................................................... 46 JURIDISCHE ASPECTEN ................................................................ 48

6.1 6.2

Algemeen ................................................................................ 48 Opbouw regels en verbeelding .................................................... 49

7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................. 53

8

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ..................................... 54 8.1 8.2 8.3

Inspraak .................................................................................. 54 Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro ..................................................... 54 Ontwerpbestemmingsplan .......................................................... 54

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

1

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Eikenlaan ong. te Sleeuwijk Quickscan Flora en Fauna Notitie stikstofdepositieberekening Eikenlaan ong. Sleeuwijk Brief waterschap watercompensatie Notitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling Eikenlaan ong. Sleeuwijk

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

2

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOEL

Aan de Eikenlaan in Sleeuwijk, tussen nummer 5 en 11, ligt een perceel dat in eigendom is van de gemeente Altena. Dit perceel is gedeeltelijk in gebruik is geweest als weide en stalruimte voor een paarden- en ponyclub en werd ook gedeeltelijk gehuurd door een zorgaanbieder (SOVAK) als aanvulling op de dagbestedingsactiviteiten voor cliënten van SOVAK die op het noordelijk gelegen perceel Eikenlaan 9-11 plaatsvinden. De paarden- en ponyclub is een tijd geleden verplaatst naar een andere locatie in Sleeuwijk. De zorgaanbieder had aanvankelijk plannen om het totale perceel van de gemeente te kopen om hier zorgwoningen voor mensen met een verstandelijke beperking te realiseren. Hiervoor is 2017 is een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd. Tegen dit plan zijn destijds zienswijzen ingediend. Naar aanleiding daarvan heeft overleg plaatsgevonden tussen de gemeente, SOVAK en de omgeving. Dit resulteerde in een andere inrichting: de zorgwoningen zouden gerealiseerd worden op de gronden waar nu de moes- en siertuin van de Tuinderij Rietveld aanwezig zijn en de moes- en siertuin zou worden verplaatst naar de gronden ten zuiden van Eikenlaan 9-11. Uit geotechnisch onderzoek is echter gebleken dat de bouw van de zorgwoningen op de locatie van de huidige moes- en siertuin niet haalbaar is. Vervolgens heeft opnieuw overleg plaatsgevonden tussen de gemeente, SOVAK en de omgeving.

Dit heeft geresulteerd in een nieuw plan. De zorgwoningen worden nu deels gerealiseerd op de locatie waar thans de huidige groepswoning op Eikenlaan 11 aanwezig is en deels op gronden die in gebruik zijn als moes- en siertuin. Verplaatsing van de moes- en siertuin is niet meer aan de orde. Voor deze ontwikkeling is momenteel een bestemmingsplan in voorbereiding. Nu de verplaatsing van de moestuin op het perceel aan de Eikenlaan tussen nummer 5 en 11 van de baan is, bestaat het voornemen om een deel van dit perceel uit te geven als woonkavel waarop één vrijstaande woning gebouwd kan worden, in lijn met de bestaande woningen in dit deel van de Eikenlaan. De bouw van een woning past echter niet binnen de gebruiks- en bouwregels van de huidige agrarische bestemming van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om de nieuwe woning met bijbehorend erf en tuin planologisch-juridisch mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. Het voorliggende bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.)’ voorziet hierin. 1.2

LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED

Het plangebied omvat het oostelijk deel van het perceel dat is gelegen tussen Eikenlaan 5 en 11 te Sleeuwijk. Dit perceel is gelegen in de bebouwde kom van de kern Sleeuwijk en is kadastraal bekend onder ‘Werkendam, sectie S, nummer 3556’. Aan de noord- en oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Eikenlaan. Aan de noordzijde betreft dit een doodlopende zijtak van de Eikenlaan die in het verlengde ligt van het Egelantierpad en die dient voor de ontsluiting van Eikenlaan 9-11 en het volkstuinencomplex.

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

3

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

De westgrens wordt gevormd door een dierenweide die als ook dagbestedingsactiviteiten voor cliënten van SOVAK wordt gebruikt. De zuidgrens wordt bepaald door het woonperceel Eikenlaan 5.

Figuur 1 – Ligging van het plangebied op een topografische kaart (bron: Kadaster))

Figuur 2 – Ligging en begrenzing plangebied op een luchtfoto, in combinatie met de kadastrale kaart (bron: PDOK viewer)

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

4

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

Daarbij wordt opgemerkt dat een smalle strook grond behorend bij dit woonperceel (perceelnr. 3272 en deels nr. 360) op basis van het geldende bestemmingsplan een agrarische bestemming heeft. Dit is ongewenst. Om deze gronden qua bestemming aan te laten sluiten bij de aangrenzende bestemmingen (tuin en wonen) worden deze gronden in het voorliggende plan meegenomen. De ligging en begrenzing van het plangebied is in figuur 1 en 2 weergegeven. 1.3

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN

Het plangebied maakt momenteel deel uit van het vigerende bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk’ dat op 22 mei 2012 door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Werkendam1 is vastgesteld. De gronden in het plangebied hebben in dit bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch’ als bedoeld in artikel 3 van de bijbehorende regels. Zie in dit kader ook figuur 3.

Figuur 3 - Uitsnede verbeelding behorend bij het vigerende bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk’, in relatie tot het plangebied dat in rood is omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1

Vanaf 1 januari 2019 is de gemeente Werkendam samen met de gemeenten Aalburg en Woudrichem opgegaan in de nieuwe gemeente Altena

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

5

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

Gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn onder meer bestemd voor agrarisch grondgebruik. Ter plaatse is geen bouwvlak aanwezig. Hierdoor mogen er alleen kleinschalige gebouwen worden gebouwd met een oppervlakte van 25 m² en bouwhoogte van 3,5 meter. Daarnaast zijn er bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 3 meter. Verder geldt er een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’, ter bescherming van gronden met een archeologische (verwachtings)waarde. Volgens deze dubbelbestemming is het zonder omgevingsvergunning verboden om bouw- of grondwerkzaamheden te verrichten. Wel geldt er een zogenaamde ‘ondergrens’ voor de vergunningplicht. De herontwikkeling van het terrein ten behoeve van een vrijstaande woning met bijbehorend erf en tuin, betreft geen agrarisch grondgebruik. Derhalve past de bouw van de woning niet binnen het geldende bestemmingsplan. Het voorgaande betekent dat het bestemmingsplan moet worden herzien om de bouw van een vrijstaande woning planologisch-juridisch mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan dient hiertoe.

1.4

OPZET VAN DE TOELICHTING

De toelichting is verder als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie van het plangebied. Het van toepassing zijnde beleid op zowel rijks-, provinciaal-, en gemeentelijk niveau wordt in hoofdstuk 3 verwoord. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 een beschrijving van het plan opgenomen, waarna in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op een aantal relevante milieu- en omgevingsaspecten, ook wel de randvoorwaarden van het plan genoemd. In hoofdstuk 6 ‘Juridische aspecten’ wordt een toelichting op de verbeelding en de planregels gegeven, waarna in hoofdstuk 7 de economische uitvoerbaarheid van het plan volgt. Hoofdstuk 7 omvat de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tot slot beschrijft hoofdstuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan (resultaten van de inspraak en het wettelijke vooroverleg over het plan).

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

6

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

2

BESTAANDE SITUATIE

2.1

INLEIDING

In deze paragraaf wordt een beschrijving van de bestaande situatie gegeven. Alvorens wordt ingezoomd op het plangebied, wordt eerst kort ingegaan op de historische ontwikkeling van de kern Sleeuwijk, alsmede de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het omliggende gebied. Vervolgens wordt ingezoomd op de planlocatie zelf. 2.2

HISTORIE KERN SLEEUWIJK

Sleeuwijk is ontstaan als kleine nederzetting op een hoger gelegen oeverwal van de Merwede, en bestond uit enkele boerderijen rondom de kerk nabij de veerverbinding met Gorinchem. Sinds de late Middeleeuwen zorgt een gesloten systeem van bandijken voor de veiligheid van het dorp tegen overstromingen van de rivier. Hierdoor is het karakter van Sleeuwijk veranderd van een dorp op een oeverwal naar een dijkdorp. Het binnendijks gebied is door de bedijking steeds verder in ontwikkeling gebracht. Het contrast met het buitendijksgebied waar de rivier vrij spel heeft, is sterk. De Rijksweg, die dwars door het Land van Altena loopt, boog in de 19 e eeuw vanaf de kruising met de Werkensedijk af richting Sleeuwijk. De afbuiging van de Rijksweg naar Sleeuwijk heet tegenwoordig Rijksstraatweg. In Sleeuwijk werd de rivier overgestoken om aan de overzijde zijn weg te vervolgen. Uitbreidingen concentreerden zich tot de jaren '60 in betrekkelijk kleine aantallen rond de oude dorpskern, en dan met name in het bebouwingslint langs het Hoekeinde en de Rijksstraatweg. Doordat na de Tweede Wereldoorlog de waterhuishouding in de voorheen natte en open komgronden sterk verbeterde, werd het mogelijk om omvangrijkere uitbreidingen in het open gebied tussen Hoekeinde en de Rijksstraatweg te realiseren.

Vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw is het dorp zich ten noordwesten van het lint stapsgewijs gaan uitbreiden. Vanaf de jaren 90 is dat ook aan de oostzijde gebeurd. Meer recent heeft dat plaatsgevonden in het zuiden van de kern Sleeuwijk, in combinatie met het winkelcentrum de Nieuwe Es, in het noordelijk deel van de Eikenlaan. Aan de overzijde van de Rijksstraatweg is de woonwijk De Nieuwe Banne ontstaan en die momenteel ook nog in ontwikkeling is.

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

7

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

Figuur 4 – Luchtfoto zuidelijk deel van de kern Sleeuwijk, inclusief globale ligging plangebied

2.3

RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN

Het plangebied is gelegen in het zuidelijk deel van de bebouwde kom van Sleeuwijk, tussen het bebouwingslint van de Rijksstraatweg en de watergang de Bijtelskil. De bebouwing in het bebouwingslint van de Rijksstraatweg heeft een kleinschalig karakter en ligt op diepe smalle kavels. Direct achter deze lintbebouwing, in het gebied tussen de lintbebouwing en de Bijtelskil, zijn overwegend woningen gesitueerd in een stedenbouwkundige structuur die is vormgegeven aan de hand van de loop van de Bijtelskil en het patroon van de lintbebouwing. Hierdoor kent dit gebied een veel minder strakke verkaveling dan de naoorlogse bebouwing die in de omgeving, bijvoorbeeld aan de overzijde van de Bijtelskil, te vinden is. De woningen in dit gebied bestaan overwegend uit vrijstaande woningen, uit één of twee bouwlagen met een kap. Het gebied tussen het bebouwingslint van de Rijksstraatweg en de Bijtelskil kent een groene uitstraling. Dit komt omdat de Bijtelskil met daaromheen een groene zone is geïntegreerd in de stedenbouwkundige structuur. Daarnaast kent een aantal straten een breed profiel, waardoor er aan weerszijden van de straat ruimte is voor plantsoenen. Voorts zijn veel woningen op relatief ruime kavels gesitueerd, waardoor het privé groen in de tuinen ook een belangrijke bijdrage levert aan de groene uitstraling.

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

8

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

2.4

HET PLANGEBIED EN DIRECTE OMGEVING

Het plangebied bevindt zich aan de westzijde van de Eikenlaan. Achter de bebouwing aan de westzijde van de Eikenlaan is een volkstuinencomplex gesitueerd. Daarachter liggen open agrarische gronden. Ten noorden van het plangebied is een groene zone gelegen met daarin de Bijtelskil en een kleine plas. Direct ten zuiden en oosten van het plangebied bevinden zich woonpercelen met vrijstaande woningen. Ten noordoosten van het plangebied is een groene zone gelegen met daarin de Bijtelskil. Direct ten noorden van het perceel is een groepswoning voor mensen met een beperking van zorgaanbieder SOVAK gesitueerd alsmede Tuinderij Rietveld. De Tuinderij biedt dagbesteding voor mensen met een beperking en wordt ook geëxploiteerd door SOVAK.

Figuur 5 – Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Het plangebied was voorheen in gebruik als weide en stalruimte voor de paardenen ponyclub. Deze is enige tijd gelegen verplaatst naar een locatie aan De Nieuwe Roef. Sindsdien wordt dit deel van het perceel niet meer gebruikt en kent het een groene inrichting met gras en beplanting. Het vormt zo een onderdeel van het stedelijk groen, waarbij vooral de bomenrij parallel aan de Eikenlaan duidelijk aanwezig is en voor een groene uitstraling zorgt. De gronden direct ten westen van het plangebied worden nog gehuurd door zorgaanbieder SOVAK ten behoeve van de activiteiten van de Tuinderij. Deze bestaan onder andere uit een kleine dierenweide met daaromheen jonge knotwilgen. De ontsluiting van het plangebied geschiedt rechtstreeks vanaf de Eikenlaan. Dit kan zowel vanaf de Eikenlaan zelf, als vanaf de doodlopende zijtak van de Eikenlaan (in het verlengde van het Egelantierpad) die direct ten noorden van het

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

9

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

plangebied loopt. Deze zijtak dient ook voor de ontsluiting van de Tuinderij als van het volkstuinencomplex achter het plangebied. De Eikenlaan, alsook de wegen in de directe omgeving, zijn daarbij ingericht als woonstraat (met klinkers) en kennen een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. Bijgaande figuren en foto’s geven een impressie van de huidige situatie van het plangebied en haar directe omgeving.

Figuur 6 – Huidige situatie plangebied bezien vanuit het noordoosten, kruising Eikenlaan – Egelantierpad (bron: Google Streetview)

Figuur 7 – Huidige situatie Eikenlaan, ter hoogte van nr. 5, met het plangebied aan de linkerzijde (bron: Google Streetview)

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

10

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

3

BELEIDSKADER

3.1

INLEIDING

Op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau is veel beleid geformuleerd dat voor het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen van belang is. De meest relevante beleidsaspecten die betrekking hebben op het plangebied worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Onderscheid is aangebracht in rijksbeleid (paragraaf 3.2), provinciaal beleid (paragraaf 3.3) en gemeentelijk beleid (paragraaf 3.4). 3.2

RIJKSBELEID

Nationale Omgevingsvisie De kaders van het rijksbeleid op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en is vanaf 12 februari 2021 bindend voor het Rijk als geldende visie onder Wet ruimtelijke ordening. De NOVI vervangt daarmee de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actiever Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat.

In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  een duurzaam en economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken worden 21 nationale belangen benoemt in de NOVI waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Deze 21 nationale belangen hebben ook een relatie met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie ook paragraaf 3.1.2. Relatie met het plangebied In de NOVI worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het plangebied. Wel is in het algemeen ‘het realiseren van een goede

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

11

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

omgevingskwaliteit’ van belang. Ter onderbouwing hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van deze plantoelichting. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ten behoeve van de bescherming en de verwezenlijking van de nationale belangen, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. Hoewel in het Barro de kaderstellende uitspraken uit de voorheen geldende SVIR werden bevestigd, blijven deze ook onder de NOVI gelden. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: • Rijksvaarwegen; • Grote rivieren; • Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; • Elektriciteitsvoorziening; • Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; • Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstructuur); • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Relatie met het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een van de bovengenoemde gebieden. Daarmee is het plan niet strijdig met het nationaal ruimtelijk belang, zoals neergelegd in het Barro. Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn regels opgenomen die eisen stellen aan de inhoud van een toelichting op een bestemmingsplan.

Een toelichting dient een verantwoording van de in het plan gemaakte keuzen te bevatten, net als een waterparagraaf, de uitkomsten van het vooroverleg, resultaten van verrichte onderzoeken, inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan, etc. Deze toelichting voldoet daaraan. Verder dient een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe stedelijke ontwikkelingen een verantwoording te bevatten aan de hand van de zogenoemde 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: de Ladder), die is vastgelegd in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro. Dit afwegingskader verplicht overheden tot het maken van een zorgvuldige ruimtelijke afweging bij het mogelijk maken van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in een bestemmingsplan. Het doel is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik. De Ladder ziet erop toe dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting vervolgens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Alvorens te toetsen aan de Ladder dient te worden vastgesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

Dit begrip is in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als een "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". In dit kader wordt het volgende overwogen. Met de herontwikkeling van het perceel aan de Eikenlaan, tussen nummer 5 en 11, in het bestaand stedelijk gebied van de kern Sleeuwijk, wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

12

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

Raad van State blijkt dat een dergelijke kleinschalige ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing. Waterbeleid Een ander belangrijk onderwerp in het rijksbeleid is duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water, die sinds 2000 van kracht is, speelt hierbij een belangrijke rol. De richtlijn moet er immers voor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2015 op orde is. Dit betekent dat de rijksoverheid streeft naar een watersysteem dat zoveel mogelijk de natuurlijke situatie (zonder ingrepen van de mens) benadert. Het streven is onder andere gericht op het behouden en vergroten van de ruimte voor water, waar mogelijk vasthouden van water en verbetering van de waterkwaliteit. De waterbeheerders spelen hierbij een belangrijke rol. In de ruimtelijke plannen, waaronder het bestemmingsplan, moet een Waterparagraaf worden opgenomen. In paragraaf 5.5 van deze plantoelichting wordt hier nader op ingegaan. 3.3

PROVINCIAAL BELEID

Omgevingsvisie Kwaliteit van Brabant Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant – Visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De provincie streeft ernaar dat deze visie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Brabant samenbindt. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie: hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitzien? En daarbij stelt zij mobiliserende tussendoelen: wat willen we in 2030 voor elkaar hebben om die ambitie te verwezenlijken? Eén basisopgave en vier hoofdopgaven De Omgevingswet heeft als doel een balans te vinden tussen beschermen (veilig, gezond met waarborg voor omgevingskwaliteit inclusief natuur) en benutten (optimaal gebruik en ontwikkelen van de leefomgeving om maatschappelijke behoeften te vervullen). Met de Omgevingsvisie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van de leefomgeving van de inwoners van Brabant.

De focus ligt daarbij op de vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: • Werken aan de Brabantse energietransitie; • Werken aan een klimaatproof Brabant; • Werken aan de slimme netwerkstad; • Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Het gaat om grote maatschappelijke opgaven die niet los van elkaar te zien zijn, maar die -vanuit de basis- met elkaar zijn verbonden. Het zijn urgente opgaven die raken aan de essentie van de omgevingsvisie: de visie als inspirerend eindbeeld en mobiliserende strategie.

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

13

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Extra focus op deze hoofdopgaven is nodig om een goede basis met een goede omgevingskwaliteit te behouden. De provincie heeft daarom de volgende basisopgave in de Omgevingsvisie benoemd: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Voor de feitelijke realisering spelen gemeenten en initiatiefnemers de hoofdrol. De omgevingsvisie is samen met de (interim) omgevingsverordening (zie paragraaf 3.3.2) een middel om de provinciale ruimtelijke visie op Brabant te realiseren en een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke initiatieven. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de Interim omgevingsverordening vastgesteld, welke op 5 november 2019 in werking is getreden. De Interim omgevingsverordening (IOV) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De IOV is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De IOV is beleidsneutraal van karakter.

Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de omgevingsvisie. In principe zijn de huidige regels gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt. De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit. Net als de voorgaande Verordening Ruimte 2014 is de IOV een juridisch bindend instrument. Niet alle onderwerpen lenen zich voor opname in de verordening, daarom heeft de provincie op basis van de provinciale belangen een selectie gemaakt van geschikte onderwerpen. In het algemeen zijn dit onderwerpen met heldere criteria en een zwaarwegend provinciaal belang. In relatie tot het plangebied is vooral het onderwerp ‘stedelijke ontwikkeling’ van belang, aangezien het plangebied in de verordening is aangeduid als bestaand stedelijk gebied. In de Interim omgevingsverordening zijn hiervoor vooral de regels uit artikel 3.42 van belang.

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

14

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

Figuur 8 – Uitsnede kaart behorend bij de instructieregels ‘stedelijke ontwikkeling en erfgoed’, met ligging plangebied (in rood) (bron: Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, geconsolideerde versie 1 maart 2020)

Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het plangebied ligt binnen (bestaand) stedelijk gebied en is aangeduid als ‘landelijke kern’ (zie ook figuur 8).

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

15

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

Verder geldt dat de gemeente een regionale woonvisie heeft opgesteld. In dit kader wordt verwezen de ‘Regionale Woonvisie – Land van Heusden en Altena’ (zie 3.2.3) en de ‘Regionale Agenda Wonen 2017’ (RAW, zie 3.2.4). In de woonvisie is een vergelijk gemaakt tussen de (kwalitatieve) vraag naar woningen en de beschikbare plancapaciteit, terwijl in de RAW de kwantitatieve vraag naar woningen voor de periode 2016 tot en met 2025 is aangegeven. Uit deze stukken blijkt dat voor de voormalige gemeente Werkendam een woningbouwopgave is opgenomen van 1.295 woningen voor de periode 2016 t/m 2025. Onderhavig bestemmingsplan maakt de bouw mogelijk van maximaal één vrijstaande woning en past binnen de woningbouwopgave. Aan artikel 3.42, lid 1 wordt daarmee voldaan. Verder wordt ook aan de overige (sub)leden van dit artikel voldaan, aangezien de nieuwe woningbouwontwikkeling zich qua schaal en omvang goed voegt in de omgeving. Er wordt immers uitsluitend voorzien in een vrijstaande woning (bestaande uit maximaal één bouwlaag met een kap), gelijk aan de bestaande woningen in de (directe) omgeving, vooral in het zuidelijk deel van de Eikenlaan. Ook wordt de lineaire groenstructuur van bomen aan de Eikenlaan gerespecteerd, waarvoor in het voorliggende bestemmingsplan de bestemming ‘Groen’ wordt opgenomen. Hierdoor draagt het plan bij aan het behoud van de ruimtelijke kwaliteit.

In dit kader wordt ook verwezen naar hoofdstuk 4 van deze plantoelichting. Concluderend betekent het voorgaande dat er geen belemmeringen zijn vanuit de Verordening voor de beoogde herverkaveling in het plangebied. Regionale woonvisie Land van Heusden en Altena Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Werkendam de regionale woonvisie Land van Heusden en Altena vastgesteld. Deze regionale woonvisie is een gezamenlijk product van de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem en de corporaties Stichting Woonlinie, Woonservice Meander en Woonstichting Land van Altena. De woonvisie heeft betrekking op de periode 2016-2019. De woonvisie beschrijft de bouwstenen voor het wonen van het Land van Heusden en Altena. De belangrijkste bouwsteen zijn de bewoners van dit gebied. De eigenschappen van de bewoners bieden ingrediënten voor gemeenschapsvorming, die goed kan aansluiten op het proces van toenemende individuele verantwoordelijkheid in het domein van wonen, leven en zorg. In het Land van Heusden en Altena is sprake van een hoogwaardige woon- en leefomgeving in de buurt van werkgelegenheidsconcentraties. De woningvoorraad sluit niet meer op alle punten aan bij de behoeften van de wijzigende bevolking. Er komen veel meer 1- en 2-persoonshuishoudens en veel meer ouderen.

Dit zal leiden tot een vraag op de woningmarkt naar andere woonvormen en ook goedkopere woningen. Meer en betere communicatie tussen partijen en vooral met de bevolking zal eraan bijdragen dat behoeften scherper in beeld worden gebracht en investeringen op elkaar worden afgestemd, waardoor meer bereikt kan worden. In de woonvisie zijn 10 principes benoemd die als richtinggevend worden beschouwd voor het beleid en de uitvoering. Deze principes sluiten goed aan op de lokale cultuur en de vraagstukken voor de komende jaren. Er wordt ingezet op een andere manier van sturing. De gemeenten willen minder zelf bepalen wat waar precies moet komen, maar ontwikkelingen aan de burgers en

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

16

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

markt overlaten. Deze ontwikkelingen zullen de gemeenten toetsen aan de principes en vervolgens die ontwikkelingen toelaten, dan wel stimuleren, die daaraan het beste tegemoetkomen. Dat vereist een grotere duidelijkheid naar de burgers en externe partijen toe, die de gemeenten nadrukkelijk zullen uitnodigen om met ideeën en voorstellen te komen. Regionale Agenda Wonen 2017 Op 1 december 2016 hebben provincie Noord-Brabant en de Regio West-Brabant en de daarin gelegen gemeenten de Regionale Agenda Wonen (RAW) voor de regio West-Brabant opgesteld. Deze regionale Agenda Wonen omvat navolgende hoofdonderwerpen: ✓ de actuele woningmarkt ontwikkelingen; ✓ de regionale woningbouwafspraken 2016; ✓ en de actuele woonagenda subregio's 2017. Het plangebied is gelegen in de subregio Land van Heusden en Altena. Voor de woningbehoefte is uitgegaan van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose die periodiek (in de regel eenmaal per drie jaar) wordt geactualiseerd. Hierin is bepaald dat binnen de kernen van de voormalige gemeente Werkendam (waaronder Sleeuwijk) behoefte is aan 1.295 extra woningen (2016 t/m 2025). 3.4

GEMEENTELIJK BELEID

Structuurvisie Land van Heusden en Altena De voormalige gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem hebben gezamenlijk de Structuurvisie Land van Heusden en Altena opgesteld. Deze is op 25 juni 2013 door de toenmalige gemeenteraad van Werkendam vastgesteld. Met deze structuurvisie zijn de hoofdlijnen vastgelegd van het gewenste ruimtelijke beleid richting 2025. Een belangrijk uitgangspunt voor de opzet van de structuurvisie vormt de sturingsfilosofie die de gemeenten voor de planperiode in de ruimtelijke ordening willen hanteren. Het is om deze reden dat de gemeenten voor alle vijf beleidsvelden die in hun onderlinge samenhang in deze structuurvisie langskomen - wonen, voorzieningen, economie, omgeving en eigenheid, verkeer en mobiliteit - steeds vier vormen van gemeentelijke regie onderscheiden. Het gaat dan om ruimtelijke ontwikkelingen die de gemeenten tot hun basisverantwoordelijkheid rekenen (moeten), ontwikkelingen die hun ambities betreffen (willen), ontwikkelingen die veelal van derden afkomstig zijn maar waarbij de gemeenten zo goed mogelijk kansen willen benutten (kunnen) en tenslotte ontwikkelingen die de gemeenten willen voorkomen omdat ze kwaliteiten en waarden aantasten (voorkomen). Voor het plangebied is met name het beleidsveld ‘wonen’ van belang. Wonen Het moet voor iedereen fijn wonen zijn in het Land van Heusden en Altena.

Een leefbare en fijne woonomgeving betekent een goede balans tussen vraag en aanbod voor wat betreft de woningvoorraad. Naast de kwantiteit is ook de kwaliteit van de woning, de directe woonomgeving en de dorpen van groot belang. De gemeenten in het Land van Heusden en Altena zullen in de toekomst de kwaliteit van de woningvoorraad een belangrijkere rol geven ten opzichte van de kwantiteit. Woningen moeten voorzien in de kwalitatieve behoefte gedurende de

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

17

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

hele levensduur van de woning. De juiste woningen van de juiste kwaliteit bepalen de woon- en leefkwaliteit van de wijken, dorpen en regio. Voldoende passende woonruimte Elke inwoner van het Land van Heusden en Altena moet in beginsel in staat zijn in zijn of haar gemeente een passende woning te vinden. Passend ten aanzien van de aard van de woning, de bereikbaarheid van de noodzakelijke voorzieningen, maar ook ten aanzien van de betaalbaarheid. Het gaat hierbij zowel om passende woningen voor de eigen aanwas binnen de gemeente als om het faciliteren van de veranderende vraag als gevolg van demografische ontwikkelingen. Inbreidingen en uitleglocaties De afgelopen jaren is een behoorlijk deel van het woningbouwprogramma gerealiseerd in inbreidingslocaties. De gemeente streeft nog steeds naar het optimaal benutten van het bestaand stedelijk gebied. Ze staat echter ook op het standpunt dat dit niet ten koste mag gaan van de leefbaarheid en van de gebiedseigen ruimtelijke kwaliteiten van de kernen en van het cultureel erfgoed. Naar verwachting zal daarom een groter aandeel van de woningbouw de komende periode in uitleglocaties moeten worden gerealiseerd. Relatie met het plangebied Met de beoogde woningbouwontwikkeling binnen het plangebied wordt voldaan aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, aangezien het een binnenstedelijke locatie betreft.

Het betreft een locatie waar voorheen een paarden- en ponyclub was gevestigd en waaraan nu een nieuwe (woon)functie wordt toegekend. De herontwikkeling van deze (inbreidings)locatie past binnen de beleidsuitgangspunten van de structuurvisie. Groenstructuurplan In het Groenstructuurplan (GSP) is het ruimtelijk beleid voor het openbaar groen vastgelegd. Het GSP geeft inzicht in de kwaliteit van het openbaar groen en geeft aan waar verbeteringen nodig zijn. Het GSP is een beleidsplan voor een periode van 10 jaar en is in 2009 vastgesteld. Het beleidskader voor het GSP is afgeleid van het GSP uit 1998. Op hoofdlijnen is dit beleid voortgezet en in onderliggend GSP overgenomen. Per kern is aangegeven wat de kwaliteit binnen het betreffende gebied is en waar eventuele verbeteringen liggen.

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

18

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

Figuur 9 – Hoofdstructuur groen in relatie tot het plangebied en omgeving (bron: Groenstructuurplan, 2009)

Voor het plangebied en omgeving is de groenstructuur in figuur 9 afgebeeld. Deze bestaat ter hoogte van het plangebied uit de laanbomenstructuur langs de Eikenlaan en natuurlijke oevers langs de Bijtelskil. De laanbomenstructuur alsmede de natuurlijke oevers worden door het bouwplan voor de beoogde vrijstaande woning binnen het plangebied niet aangetast. Beleidsvisie riolering en water Vooruitlopend op de fusie van de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem (die per 1 januari 2019 tot stand is gekomen) hebben deze voormalige gemeenten in 2017 een gezamenlijke ‘Beleidsvisie riolering en water’ opgesteld. De visie vormt de basis voor het nog op te stellen rioleringsprogramma. Tezamen vervangen zij het traditionele en wettelijke planinstrument Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP). In de waterparagraaf (paragraaf 5.5) is dit onderdeel nader uitgewerkt. Beleidsvisie externe veiligheid Voor de gemeente Altena geldt een Beleidsvisie externe veiligheid, die op 19 december 2017 door de toenmalige raad van de gemeente Werkendam is vastgesteld. In deze visie is beschreven hoe wordt omgegaan met de ruimtelijke scheiding tussen risicobronnen en kwetsbare objecten. De kern van het externe veiligheidsbeleid is om zo verstandig mogelijk om te gaan met risico’s.

Zo worden er geen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen) toegestaan in de directe nabijheid van reeds aanwezige risicobronnen en is vestiging van nieuwe risicobronnen alleen toegestaan op locaties waar dat veilig kan. In de Beleidsvisie zijn kaders aangegeven, waardoor bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en vergunningverlening op een verantwoorde manier wordt omgegaan met externe veiligheid.

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

19

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

Voor het plangebied is dit onderdeel uitgewerkt in paragraaf 5.7. Welstandsnota Op 29 maart 2011 is voor het grondgebied van de voormalige gemeente Werkendam een Welstandsnota vastgesteld. De welstandsnota beschrijft het welstandsbeleid. Deze nota geeft de burgerinformatie en inzicht over de wijze waarop de welstandscommissie over bouwplannen zal adviseren. De criteria die bij deze advisering een rol spelen worden met de nota geobjectiveerd en gemotiveerd. De uitslag van de beoordeling van een bouwplan door de welstandscommissie wordt daardoor beter voorzienbaar. De gemeente hanteert in de Welstandsnota voor de verschillende gebieden binnen de gemeente eigen beoordelingskaders. De ruimtelijke kwaliteiten die een gebied kenmerken worden zo meegenomen in de welstandsbeoordeling. Het bouwwerk moet zowel op zichzelf als ook in zijn omgeving worden beoordeeld, waarbij ook verwachte veranderingen van die omgeving een rol kunnen spelen. Voor grote delen van de kern van Sleeuwijk geldt een welstandsvrij regime. Zo ook voor het plangebied. In welstandsvrije gebieden worden bouwwerken niet getoetst aan redelijke eisen van welstand. Wel geldt hier de excessenregeling.

Archeologie en cultuurhistorie Sinds de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) op 1 september 2007, nu de Erfgoedwet en later ook de Omgevingswet, ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van de archeologische erfgoedzorg grotendeels bij de gemeentelijke overheden. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de “Nota Archeologie. Tot op de Bodem. Update 2018” en de “Erfgoedverordening Altena 2019”. In de paragrafen 5.10 en 5.11 worden deze onderdelen nader toegelicht. Parkeerbeleid en Nota Parkeernormen Altena Het parkeerbeleid in de gemeente Altena is verwoord in de beleidsnota ‘Parkeerbeleid gemeente Altena’ dat op 15 december 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. In deze nota wordt aan de hand van een beschrijving van de huidige situatie alsook trends en ontwikkelingen op het gebied van parkeren, een visie gegeven op verschillende parkeerbeleidsthema’s. Een van de thema’s die een belangrijke rol speelt zijn de parkeernormen. Als onderdeel van het parkeerbeleid heeft de gemeente in dit kader ook de ‘Nota Parkeernormen Altena’ vastgesteld (eveneens 15 december 2020). De Nota parkeernormen geeft duidelijkheid bij het bepalen van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen. Hoewel de Nota Parkeernormen Altena als bijlage bij het parkeerbeleid is opgenomen, heeft deze nota wel een zelfstandige status.

In de Nota Parkeernormen Altena is voor de functie / hoofdgroep ‘wonen’ aangegeven welke parkeernorm geldt en hoe op basis van deze norm de gemeentelijke parkeereis bij nieuwe ontwikkelingen moet worden berekend. In paragraaf 5.12 wordt de parkeersituatie in het plangebied in relatie tot de parkeernormen verwoord.

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

20

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

4

NIEUWE SITUATIE

4.1

HET INITIATIEF

Zoals in hoofdstuk 1 van deze plantoelichting is aangegeven, heeft het voorliggende bestemmingsplan betrekking op de functiewijzing van het oostelijk deel van een perceel dat aan de Eikenlaan ligt, tussen nummers 5 en 11, welke kadastraal bekend staat als ‘Werkendam, sectie S, nummer 3556’. De gronden zijn in eigendom van de gemeente Altena. Het is de bedoeling dat een woonperceel van ruim 1.300 m2 groot wordt verkocht en de nieuwe eigenaren hierop één vrijstaande woning kunnen bouwen. De overige gronden binnen het plangebied, een brede strook parallel aan de Eikenlaan waarbinnen ook bomen aanwezig zijn, alsmede een strook van 2,5 meter breed in het noorden, blijven in eigendom van de gemeente. 4.2

RANDVOORWOORWAARDEN

Er is nog geen architectonische uitwerking, c.q. bouwplan, bekend voor de bouw van de nieuwe woning. Dit is aan de nieuwe eigenaren. Wel zijn de stedenbouwkundige kaders geformuleerd, waarbinnen deze uitwerking plaats moet vinden. De bouwmassa van de nieuwe woning mag maximaal bestaan uit één bouwlaag met een kap. Daarmee wordt qua hoogte aangesloten op de (vrijstaande) woningen in de omgeving. De voorgevel van de beoogde nieuwe woning dient parallel aan de weg (Eikenlaan) gesitueerd te worden. De rooilijn maakt daarmee een lichte knik op de perceelsgrens van het direct aangrenzende perceel in het zuiden waarop de belendende woning Eikenlaan 5 is gesitueerd. Ook dient het noordelijk deel van het nieuwe woonperceel vrij te blijven van bebouwing, waarbij de rooilijn wordt afgestemd op de tegenoverliggende woning Eikenlaan 6a. Daarmee worden zichtlijnen over de Eikenlaan niet doorbroken of belemmerd. In bijgaande figuur 10 is dit in beeld gebracht. Tevens zorgt deze situering ervoor dat de bebouwing op ruime afstand (minimaal 14 meter) van de Eikenlaan komt te liggen. Hierdoor is er sprake van een ruime afstand van de bebouwing tot de laan en voegt het zich goed in de stedenbouwkundige structuur van het gebied. Op eigen terrein dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarbij dient uitgegaan te worden van 2 parkeerplaatsen.

Gezien de omvang van het nieuwe woonperceel is daar voldoende ruimte voor.

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

21

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

Figuur 10 – Uitganspunten nieuwe bouwmassa met rooilijnen in relatie tot de bebouwing in de omgeving

4.3

VERTALING BESTEMMINGSPLAN

De nieuw te bouwen vrijstaande woning wordt middels de bestemming ‘Wonen’, gecombineerd met bouwvlakken en diverse bouwaanduidingen op de verbeelding mogelijk gemaakt. Omwille van flexibiliteit richting de toekomstige bewoners is een relatief ruim bouwvlak opgenomen waarbinnen de nieuw te bouwen woning gebouwd dient te worden. Deze is 20 meter breed (parallel aan de weg) en 12 meter lang (gelijk aan de nabijgelegen bouwvlakken in het geldende bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk’. Dit bouwvlak mag ten behoeve van het hoofdgebouw echter voor maximaal 60% worden bebouwd, wat betekent dat de oppervlakte van de woning maximaal 144 m2 groot mag zijn. De bestemming ‘Tuin’ heeft daarbij vooral betrekking op de voortuin van de woning die eigendom wordt van de toekomstige bewoners, alsook de strook in het noordelijk deel van het perceel die in verband met de rooilijn in relatie tot de bestaande woning Eikenlaan 6a onbebouwd moet blijven. Voor het resterende gebied tussen de Eikenlaan en de tuinbestemming is de bestemming ‘Groen’ opgenomen, welke aansluit op de groenbestemming uit het geldende bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk’. In- en uitritten zijn daarin toegestaan. In figuur 11 is de verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan weergegeven.

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

22

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

Figuur 11 – Uitsnede verbeelding bestemmingsplan

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

23

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

5.1

INLEIDING

In dit hoofdstuk wordt een aantal milieu- en omgevingsaspecten toegelicht die bij een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, in beschouwing moeten worden genomen. Na een algemene beschrijving, gebaseerd op beleid en regelgeving, wordt voor elk onderdeel ingegaan op de relatie met het plangebied. 5.2

GELUID

Beleid en regelgeving Voor het aspect geluid is binnen het plangebied de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh kent voor weg- en railverkeer alsmede voor gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden op nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals bijvoorbeeld woningen. De Wgh gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied waar, voor bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, een akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden. In het kader van dit bestemmingsplan is alleen wegverkeerslawaai van belang. Er liggen in het bestemmingsplan of in de directe omgeving geen spoorlijnen of gezoneerde bedrijventerreinen. Wegverkeerslawaai In de Wgh is bepaald dat elke weg van rechtswege een geluidszone heeft (art. 74 lid 1). Een uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen in een 30 km/uur-zone of in een woonerf. De breedte van de geluidszones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van een weg. Zie de onderstaande tabel. Aantal rijstroken

Zonebreedte

Stedelijk gebied

Buitenstedelijk gebied

1 of 2 3 of meer

-

200 meter 350 meter

-

1 of 2

250 meter

-

3 of 4 5 of meer

400 meter 600 meter

Tabel 1: Breedte van geluidszones langs wegen

Grenswaarden Geluidsgevoelige objecten die worden gerealiseerd binnen de geluidszones dienen te worden getoetst aan grenswaarden van de geluidsbelasting die zijn aangegeven in de Wgh. Hierbij geldt een voorkeursgrenswaarde voor nieuwe situaties. Deze bedraagt in vrijwel alle gevallen 48 dB. Indien deze waarde wordt overschreden, kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor een hogere waarde. De maximale ontheffingswaarde is afhankelijk van het soort geluidsgevoelig object en de geluidsbron. Bij de ontheffing dient het college te motiveren waarom bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn en waarom het plan gewenst is. Ook dient het in de Wgh vastgelegd binnenniveau

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

24

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

gewaarborgd te worden. Geluidsniveaus bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die hoger zijn dan de wettelijke maximale ontheffingswaarden zijn niet toegestaan. Geluid in relatie tot het plan Op grond van de Wgh ligt er nabij het plangebied één gezoneerde weg. Dit betreft (een deel van) de Rijksstraatweg. De aangrenzende Eikenlaan is een weg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Deze weg heeft dus formeel geen geluidszone. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de geluidsbelasting van een dergelijke weg wel inzichtelijk te worden gemaakt. De Rijksstraatweg heeft ter hoogte van het plangebied 2 rijstroken en kent daardoor hier een geluidzone van 250 meter. De bouw van de nieuwe vrijstaande woning binnen het plangebied vindt plaats in de geluidzone van deze weg. Woningen zijn ingevolge de Wgh geluidsgevoelig. Derhalve dient de bouw van de woning akoestisch getoetst te worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Adviesbureau Alcedo B.V2 heeft akoestisch onderzoek verricht naar de geluidsbelasting van het wegverkeer op de gezoneerde weg de Rijksstraatweg. Tevens is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van de 30 km/uur weg Eikenlaan. Het onderzoeksrapport is opgenomen als bijlage bij de toelichting.

Hoewel dit onderzoek een aantal jaar oud is, en gebaseerd op een eerder bouwplan voor zorgwoningen binnen het plangebied (zie ook hoofdstuk van deze plantoelichting), wordt de beoogde vrijstaande woning niet dichter naar de wegen geprojecteerd. Daarmee worden er ook geen wezenlijke verschillen in geluidbelasting verwacht ten opzichte van de eerdere onderzoeksresultaten en bijbehorende conclusies voor deze locatie. Uit het onderzoek blijkt namelijk het volgende. De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer van de Rijksstraatweg op de gevel bedraagt maximaal 41 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het vaststellen van hogere waarden is derhalve niet noodzakelijk. De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer van de Eikenlaan op de gevel van de woningen bedraagt maximaal 51 dB. De voorkeursgrenswaarde wordt dus overschreden. Omdat de Eikenlaan een 30 km/uur weg betreft, is het niet nodig om hiervoor hogere waarden vast te stellen. Ondanks de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde zal er wel sprake zijn van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Dit omdat het Bouwbesluit bij de verlening van de omgevingsvergunning voor bouwen waarborgt dat de geluidwering van de gevels minimaal 20 dB dient te zijn. Hiermee bedraagt het binnenniveau maximaal 31 dB. Dit is lager dan 33 dB; de eis die geldt als er formeel een hogere waarde is vastgesteld.

Derhalve is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Concluderend kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn voor het plan vanuit het aspect geluid op grond van de Wgh.

2 Alcedo B.V. ‘Woningbouw Eikenlaan te Sleeuwijk – Akoestisch onderzoek

wegverkeerslawaai’, 16 januari 2013

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

25

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

5.3

BODEM

Beleid en regelgeving In het kader van een ruimtelijk plan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek (conform NEN 5740) kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. Als blijkt dat de bodem niet geschikt is, dan zal voor aanvang van de werkzaamheden een sanering moeten worden uitgevoerd. Bodemkwaliteit in relatie tot het plangebied Om vast te stellen of de gronden binnen het plangebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik is door bureau AGEL Adviseurs een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd3. De rapportage van het onderzoek is opgenomen als bijlage 2 van deze plantoelichting. De conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek zijn hierna weergegeven. Resultaten verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek De planlocatie is niet zondermeer geschikt voor het voorgenomen gebruik als wonen. De bovengrond op het zuidoostelijke deel van de locatie is sterk verontreinigd met koper en/of zink (zie figuur 12).

Figuur 12 – Situatie tekening met monsternemingspunten en globale omtrek verontreinigingscontour (bron: Verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Eikenlaan ong. te Sleeuwijk)

3

AGEL Adviseurs bv, ‘Verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Eikenlaan ong. te Sleeuwijk’, 14 mei 2020

Gemeente Altena BP Kern Sleeuwijk: Eikenlaan (ong.) mRO b.v. / TOE / 84.27 – v3 / september 2021

26

NL.IMRO.1959.SleBP055KSeiklnong-ON01 Ontwerp

De verontreiniging met koper en zink in de bovengrond is horizontaal en verticaal voldoende afgeperkt en in beeld gebracht. Uit het onderzoek blijkt dat meer dan 25 m3 (namelijk circa 225 m3, gebaseerd op 450 m2 bij 0,5 m dikte) grond sterk verontreinigd is met koper en zink. Het is niet exact bekend wanneer de verontreiniging is ontstaan. Tijdens het bodemonderzoek in 2013 is een boring (nr. 4) binnen de contour van de verontreiniging geplaatst. Destijds zijn in de kleiige bovengrond tot 0,5 m-mv geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Mogelijk dat in de periode daarna een laag grond is aangebracht op de locatie. En mogelijk dat voormalig verontreinigd fundatiemateriaal is verspreid en vermengd met de bovengrond. Bodemverontreinigingen die op of na 1 januari 1987 zijn ontstaan vallen onder de zorgplicht. Verder wordt aangegeven dat indien bij de voorgenomen bouwactiviteiten grond van de locatie vrijkomt, er rekening gehouden dient te worden met beperkingen ten aanzien van hergebruik en afzet van de grond. Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond een partijkeuring noodzakelijk zijn. Binnen de onderzoekslocatie is een watergang aanwezig welke gedempt zal worden. Hiertoe is een verkennend waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 uitgevoerd.

Het verkennend waterbodemonderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de actuele gemiddelde milieuhygiënische kwaliteit van de sliblaag. De resultaten van het uitgevoerde verkennend waterbodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van aanvullend onderzoek. De kwaliteit van de sliblaag komt overeen met de kwaliteit van de grond binnen de onderzoekslocatie. Om civieltechnische eisen kan het noodzakelijk de slappe baggerspecie te verwijderen. Het slib is verspreidbaar op het aangrenzende perceel. Bodemsanering Op basis van de bevindingen van het uitgevoerde bodemonderzoek is geconstateerd dat binnen het plangebied sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals omschreven in de Wet bodembescherming (Wbb). Hiervoor is een melding conform het Besluit Uniforme Saneringen (BUS-melding) ingediend bij het bevoegd gezag Wbb. Vervolgens heeft een bodemsanering plaatsgevonden waarbij de verontreiniging in het zuidoostelijke deel van het plangebied is gesaneerd. Uit het evaluatieverslag blijkt dat de verontreiniging voldoende is gesaneerd. Hierover heeft Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant op 26 november 2020 een beschikking4 afgegeven waaruit blijkt dat voldoende gesaneerd is voor de bodemfunctieklasse Wonen.

Conclusie Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek, het evaluatieverslag van de bodemsanering en de beschikking van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant zijn er geen redenen die een beletsel of beperking vormen voor het beoogde gebruik. Het aspect bodem staat de beoogde woningbouwontwikkeling niet in de weg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11072706/1