Bijlage bij Raadsvoorstel Vaststelling gewijzigde gemeenschappelijke regelingen (bundeling)
Tekst van het document
Antwoord GGD We nemen deze zienswijze niet over. Wij volgen graag hierin de kaders vanuit de Nota Verbonden Partijen. Het positieve resultaat vloeit terug naar alle deelnemende gemeenten, tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Deze zienswijze nemen we niet over. Binnen het algemeen bestuur is besloten om aan het eind van de bestuursperiode een overdrachtsdocument voor het nieuwe bestuur te maken. De basis hiervoor is een evaluatie bij voorkeur in het derde bestuursjaar. De raden worden bij de evaluatie betrokken. Hiermee evalueren we dus vierjaarlijks. Daarnaast staat het het bestuur vrij om tussentijds om een extra evaluatie te verzoeken, ondanks dat dit niet in de GR staat. We nemen deze zienswijze niet over, maar streven ernaar om de termijnen, genoemd in onze GR zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met die van de Nota Verbonden Partijen. Dit is reeds voor de beleidsbegroting aangepast naar 1 april in de GR.
1
Geertruidenberg Roosendaal
Roosendaal
Een zienswijze in te dienen tegen alle gewijzigde gemeenschappelijke regelingen om alsnog een vorm van participatie op te nemen in de gewijzigde regeling. Actuele informatieplicht In artikel 10, lid 3: ‘ieder lid van het algemeen bestuur’, vervangen door ‘het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter’.
Nieuw artikel 12 Burgerparticipatie Uit artikel 12 van de ontwerpregeling blijkt niet of en bij welke onderwerpen ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden betrokken in het kader van participatie. Voorts merkt de raad op dat artikel 11 en 12 niet in overeenstemming zijn met elkaar. ln artikel 11 staat nl. dat het dagelijks bestuur een klachtenpanel kan instellen. ln artíkel 12 staat dat in alle gevaIIen inwoners kunnen participeren in klachtenpaneIs.
Roosendaal
Evaluatie van de regeling De raad stelt voor om artikel 19 als volgt te wijzigen: ‘Het algemeen bestuur evalueert de werkwijze en het functioneren van de GGD vierjaarlijks. Op voorstel van het algemeen bestuur kan tussentijds tot een evaluatie worden overgegaan’.
In artikel 12 van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling zijn bepalingen opgenomen in het kader van de inwonerparticipatie. Dit is ons inziens onjuist. Het algemeen bestuur (en daarmee dus de 16 wethouders van de gemeenten) heeft een informatieplicht richting de raden/colleges. Het dagelijks bestuur voorziet het algemeen bestuur van alle benodigde informatie, zie art. 10, lid.2 Er is sprake van een trapsgewijze gelaagdheid. Er is een bewust keuze gemaakt om geen limitatieve lijst op te stellen. Burgerparticipatie kan op allerlei onderwerpen van toepassing zijn, zeker op de langere termijn. Dit staat ook opgenomen in onze ambities in het beleidsplan 2023-2026. Ons inziens is de formulering van artikel 12 juist en in overeenstemming met artikel 11. We spreken niet over ‘in alle gevallen’. We bedoelen in artikel 12 dat inwoners kunnen participeren in de klantenpanels die door het dagelijks bestuur zijn ingesteld, cf. artikel 11. We gaan er hierbij vanuit dat met de in de zienswijze genoemde klachtenpanels klantenpanels worden bedoeld. Deze zienswijze nemen we niet over. Binnen het algemeen bestuur is besloten om aan het eind van de bestuursperiode een overdrachtsdocument voor het nieuwe bestuur te maken. De basis hiervoor is een evaluatie bij voorkeur in het derde bestuursjaar. Hiermee evalueren we dus vierjaarlijks.
Daarnaast staat het het bestuur vrij om tussentijds om een extra evaluatie te verzoeken, ondanks dat dit niet in de GR staat.
2
Roosendaal
Drimmelen
Drimmelen
Breda
Oosterhout
P&C-cyclus De raad merkt op dat het advies in de Nota Verbonden Partijen is dat het beter is om alleen te verwijzen naar de termijnen, maar deze niet op te nemen in de gemeenschappelijke regeling. ex artikel 10 lid 5 en 6 van de Wgr gevraagd om in de regeling een bepaling op te nemen waarin de raden een zienswijze naar voren kunnen brengen over bestuursbesluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige bestuursbesluiten en bestuursbesluiten over meerjarenbeleidsplannen en tussentijdse wijzigingen hiervan; ex artikel 35 van de Wgr gevraagd om in de regeling een bepaling op te nemen dat het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten toe stuurt.
We nemen deze zienswijze niet over, maar streven ernaar om de termijnen, genoemd in onze GR zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met die van de Nota Verbonden Partijen. We nemen deze zienswijze niet over omdat we menen dat de taken en verantwoordelijkheden, inclusief de actieve informatieplicht, voldoende is geborgd in de Nota Verbonden Partijen, de Wgr en onze organisatieverordening. We voldoen reeds aan deze richtlijn. Door de datum van 1 april voor de ontwerpbegroting te hanteren in de GR voldoen we aan de Wgr omdat onze algemeen bestuursvergadering waarin de begroting wordt vastgesteld minimaal 12 weken later, in juli plaatsvindt. We betreuren het dat de uitkomsten van de herijking nota verbonden partijen bij ons nog steeds niet bekend zijn. We hebben zoveel als mogelijk geprobeerd aan te sluiten hierop, voor zover ons de inhoud bekend was. Echter lopen de trajecten van de vaststelling nota Verbonden Partijen en vaststelling het wijzigingsbesluit van de GR door vertraging op besluitvorming nota VP niet meer parallel. Later in het jaar komen wij graag in het algemeen bestuur terug met een reactie op de herijkte nota verbonden partijen.
Algemeen aandachtspunt: Voorgesteld wordt om de Nota Verbonden Partijen die binnenkort wordt aangenomen in de aangesloten gemeenten goed te verankeren in de Gemeenschappelijke Regeling en (i) de relevante bepalingen van Gemeenschappelijke Regeling die afwijken van de bepalingen van de Nota Verbonden Partijen daarmee in overeenstemming te brengen of niet op te nemen, zoals in het geval van termijnen, of anderszins deugdelijk, en voor derden kenbaar, vast te leggen dat bij afwijkende bepalingen de Nota Verbonden Partijen prevaleert alsmede (ii) de aanvullende regelingen uit de Nota Verbonden Partijen over te nemen dan wel anderszins de aanvullende werking van de Nota Verbonden Partijen deugdelijk en voor derden kenbaar te verankeren. Uittrederegeling, artikel 20 In de regeling is in artikel 20 onder lid 3 de toevoeging Toets of de toevoeging aan de uittrederegeling wenselijk en duidelijk vermeld dat het algemeen bestuur nadere voorwaarden is. kan verbinden aan de uittreding.
3
Oosterhout
Zundert Geen zienswijze ingediend, maar een kanttekening meegegeven
Woensdrecht Geen zienswijze ingediend, maar een kanttekening meegegeven Altena Bergen op Zoom Halderberge Alphen-Chaam Baarle-Nassau
Nieuw artikel 12 Burgerparticipatie Te bevorderen dat het initiatiefrecht van de raden t.a.v. zienswijzen en dat de participatie/inspraak in eerste instantie via gemeenten wordt georganiseerd onderdeel kan worden van de definitieve wijzigingsvoorstellen. Wij stellen voor om artikel 16, lid 8 van de ontwerpwijziging waarin wordt aangegeven dat geen zienswijze voor een wijziging in de begroting van de GGD wordt gevraagd aan gemeenteraden wanneer gemeenten worden gecompenseerd vanuit Rijksmiddelen voor het laten uitvoeren van taken door de GGD, te laten vervallen. Toelichting: Wanneer compensatiegelden vanuit het Rijk worden toegekend via de algemene uitkering, zijn deze beleids- en bestedingsvrij. Met de wijze waarop genoemd artikel in de ontwerpwijziging is opgenomen, worden de compensatiegelden met betrekking tot openbare gezondheidszorg echter al verbonden aan de GGD. Dat betekent dat de bestedingsvrijheid van deze middelen niet meer aan de orde is. Ook kan de raad geen invloed meer uitoefenen op de besteding van deze middelen door de GGD omdat dit niet voor een zienswijze wordt voorgelegd. Wij verzoeken u ook de uittredingsvoorwaarden in overeenstemming te brengen met artikel 9, lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Het artikel 20 Uittreding bevat nu weliswaar bepalingen over de uittreding, maar beschrijft nog niet de nadere voorwaarden die daaraan verbonden zijn; Instemmingsreactie ontvangen, geen zienswijze ingediend.
In artikel 12, lid 1 staat vermeld dat inspraakmogelijkheden voor inwoners via de raden van de gemeenten wordt ingevuld. Daarmee komen we ons inziens tegemoet aan deze zienswijze. We nemen deze kanttekening niet over, omdat het algemeen bestuur (als afvaardiging van de gemeenten) in juli 2022 in hun vergadering heeft besloten hiervoor geen zienswijze te vragen aan de gemeenten. De gemeenten hebben daarmee invloed op hoe de gelden binnen de GGD ingezet worden.
Onze dienstverlening is niet altijd homogeen, bijvoorbeeld in de plusproducten en de uitvoeringstaken JGZ, wat bij uittreding ook kan betekenen dat aan uittreding van een deelnemer per vraagstuk andere voorwaarden worden verbonden.
4
Technische en juridische kanttekeningen (Halderberge en Woensdrecht) 1. Onder kopje Intitulé: Alphen-Chaam ontbreekt bij de eerste opsomming van gemeenten; Reactie: Dit is aangepast in de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling. 2. Onder kopje Overwegende dat: bij het 3de streepje opnemen dat de gemeenten daartoe een openbaar lichaam hebben ingesteld; Reactie: Dit is aangepast in de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling. 3. Liever spreken over het vaststellen van een gewijzigde gemeenschappelijke regeling i.p.v. het intrekken van een oudere regeling en een nieuwe in te laten gaan – GGD bestaat al en bestaande activiteiten en afspraken moeten door kunnen gaan; Reactie: Dit is aangepast in de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling. 4. Als ingangsdatum noemen: 1 juli 2024; Reactie: Dit is aangepast in de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling. 5. Artikel 4.1.b en 4.1.c: de vraag aan de GGD waarom deze wetten zijn opgenomen. Deze taken vallen onder plustaken. Verder is de benaming onjuist: West maatschappelijke opvang moet Wet maatschappelijke ondersteuning zijn; Reactie: Dit laatste deel is aangepast in de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling. Technische en juridische kanttekeningen (Woensdrecht) 6. Wij verzoeken u ook om toe te lichten waarom u ervoor kiest om in artikel 4.1.c wel Toezichtstaken in de Wet maatschappelijke opvang (moet zijn ondersteuning) op te nemen.
Dit wordt als plustaak door de gemeenten afgenomen en waarom andere plustaken niet worden vermeld; Dit vermelden we omdat we willen aangeven dat we vanuit de vijf in de GR genoemde wetten werken, maar het klopt dat dit een plustaak betreft. Dit verandert ook niet met de bepaling, die hierin nu is opgenomen.
5
Aan de Colleges en Raden van de gemeenten die deelnemen in de GR Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Brabant Midden-West-Noord
Kenmerk:
RAVUIT030424wijzgr2
Datum:
3 april 2024
Behandeld door:
Gezie Pelkmans
E-mail:
directiesecretaris@ravbrabantmwn.nl
Onderwerp:
Definitief wijzigingsvoorstel GR RAV Brabant MWN
Geacht College, geachte Raad,
Namens het Algemeen Bestuur bieden wij u aan het definitieve wijzigingsvoorstel inzake de Gemeenschappelijke Regeling (GR) RAV Brabant Midden-West-Noord (versie 8, 1 juli 2024). De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) maakt aanpassing van de GR RAV Brabant MWN noodzakelijk. Op 28 september 2023 zonden wij u het wijzigingsvoorstel met het verzoek om vóór 1 januari 2024 uw zienswijze kenbaar te maken. De ontvangen zienswijzen en adviezen zijn verwerkt in dit 2e wijzigingsvoorstel. Na ontvangst van akkoord van 2/3 van de deelnemende gemeenten (die 2/3 van het aantal inwoners vertegenwoordigen) kan de GR RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8 worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur in haar vergadering van 27 juni 2024. Hiermee kan de GR RAV versie 8 per 1 juli 2024 van kracht zijn, waarmee wordt voldaan aan de wettelijk bepaalde ingangsdatum. Graag vernemen wij uw akkoord inzake het definitieve wijzigingsvoorstel, uiterlijk 26 juni 2024.
RAV Brabant Midden-West-Noord Postbus 3024 5003 DA Tilburg 085 044 22 00
www.ravbrabantmwn.nl info@ravbrabantmwn.nl
Indien u vragen heeft over het bovenstaande, kunt u contact met ons opnemen via bovenstaand e-mailadres.
Hopend u hiermede voldoende te hebben ingelicht,
Met vriendelijke groet,
Jan de Waard, algemeen directeur en secretaris van het bestuur RAV Brabant Midden-West-Noord
Bijlagen:
- bijlage 1: Definitief wijzigingsvoorstel GR RAV Brabant MWN (versie 7 naar versie 8) - bijlage 2: Overzicht ontvangen reacties wijzigingsvoorstel - bijlage 3: Overzicht verwerkte zienswijzen en adviezen
2
Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord
De raden en de colleges van de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Bernheze, Boekel, Boxtel, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Hilvarenbeek, Land van Cuijk, Loon op Zand, Maashorst, Meierijstad, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Oss, Roosendaal, Rucphen, SintMichielsgestel, Steenbergen, Tilburg, Vught, Waalwijk, Woensdrecht en Zundert;
overwegende dat het voor een goede ambulancezorg van belang is samen te werken; -
dat deze samenwerking zich richt op ambulancezorg waarbij de patiënt centraal staat;
-
dat de ambulancezorg een onderdeel is van de keten van gezondheidszorg in Nederland;
-
dat de ambulancezorg daarnaast een belangrijke pijler is onder de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en het wenselijk is om het werkgebied te laten samenvallen met dat van de veiligheidsregio’s Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord; dat zij daarvoor een gemeenschappelijke regeling willen aangaan op de schaal van Middenen West-Brabant en Brabant-Noord en daarbij een openbaar lichaam willen instellen;
gelet op: de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Wet ambulancezorgvoorzieningen, Wet kwaliteit, geschillen en klachten zorg, de Wet toelating zorginstellingen, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Wet veiligheidsregio’s; besluiten de gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-WestNoord te wijzigen en conform de volgende tekst vast te stellen.
Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8
1
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Begripsbepalingen
Begrippen
1. Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: a.
wet: Wet gemeenschappelijke regelingen;
b. regeling: deze gemeenschappelijke regeling; c.
gemeente: aan de regeling deelnemende gemeente;
d. college: college van burgemeester en wethouders van een gemeente; e.
raad: de raad van een gemeente;
f.
werkgebied: het gezamenlijke grondgebied van de gemeenten in enerzijds het gebied Midden- en West-Brabant en anderzijds de gemeenten in het gebied Brabant-Noord; -
Midden- en West-Brabant: de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Woensdrecht en Zundert;
-
Brabant-Noord: de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxtel, Heusden, ’s-Hertogenbosch, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel en Vught;
g. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant; h. ambulancezorg: zorg, erop gericht een zieke of gewonde ter zake van zijn aandoening of letsel hulp te verlenen en/of per ambulance te vervoeren; i.
Regionale Ambulancevoorziening (RAV): rechtspersoon waaraan vergunning is verleend tot het verlenen van ambulancezorg;
j.
meldkamer (ambulancezorg): meldkamer als bedoeld in artikel 35, eerste Lid Wet veiligheidsregio’s;
k.
directeur RAV: directeur die bevoegd en verantwoordelijk is voor de operationele directievoering van het openbaar lichaam;
l.
directeur publieke gezondheid: functionaris als bedoeld in artikel 14, tweede lid van de Wet publieke gezondheid en artikel 32, tweede lid van de Wet veiligheidsregio’s.
2. Waar de regeling een mannelijk voornaamwoord of een mannelijk functionarisbegrip gebruikt, bedoelt zij zowel mannelijke als vrouwelijke personen.
Hoofdstuk 2 Artikel 2
Algemene bepalingen
Het openbaar lichaam
1. Er is een openbaar lichaam, dat heet: Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-WestNoord. Het is gevestigd te Tilburg. 2. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8
2
Hoofdstuk 3 Artikel 3
Doel, taken en bevoegdheden
Doel
1. Het openbaar lichaam heeft tot doel het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg. 2. Het openbaar lichaam probeert dit doel te bereiken met alle wettelijk toegestane middelen die daaraan naar zijn mening kunnen bijdragen. Artikel 4
Taken
1. Het openbaar lichaam heeft tot taak: -
het in stand houden van een Regionale Ambulancevoorziening voor Midden- en WestBrabant;
-
het in stand houden van een Regionale Ambulancevoorziening voor Brabant-Noord;
-
het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg voor Midden- en West-Brabant;
-
het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg voor Brabant-Noord;
-
het vaststellen en (doen) uitvoeren van regionale ambulanceplannen voor Midden- en West-Brabant en voor Brabant-Noord;
-
het (doen) leveren van een bijdrage aan de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen voor de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de Veiligheidsregio BrabantNoord;
-
alle andere taken die naar de mening van het dagelijks bestuur kunnen bijdragen aan het bereiken van het in artikel 3, lid 1 genoemde doel en de hierboven genoemde taken.
Artikel 5
Bevoegdheden
1. Het openbaar lichaam heeft alle bevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken. 2. Het openbaar lichaam is, voor de Regionale Ambulancevoorziening Midden- en West Brabant en de Regionale Ambulancevoorziening Brabant-Noord, zorgaanbieder zoals bedoeld in artikel 1, aanhef onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg.
Hoofdstuk 4 Artikel 6
Het algemeen bestuur
Samenstelling
1. Het algemeen bestuur bestaat uit zoveel leden als het aantal deelnemende gemeenten. 2. De raden wijzen bij voorkeur als lid aan het collegelid met de portefeuille gezondheidszorg of het collegelid dat lid is van het algemeen bestuur van de GGD West-Brabant of de GGD Hart voor Brabant. Artikel 7
Zittingsduur
1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur wordt bepaald door de inhoud van artikel 13 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. De raad kan een door hem aangewezen lid ontslaan als dit zijn vertrouwen niet meer heeft, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan van toepassing. 3. Het college meldt elke wijziging in het lidmaatschap zo snel mogelijk aan de voorzitter. Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8
3
Artikel 8
Vergaderingen
1. Het algemeen bestuur vergadert overeenkomstig het bepaalde in de wet en in het Reglement van Orde van het algemeen bestuur. 2. Elk lid heeft in de vergadering één stem. 3. Elk lid kan maximaal één ander lid vertegenwoordigen in de vergadering. Een lid dat een ander lid in de vergadering vertegenwoordigt, overlegt een schriftelijke volmacht daartoe afkomstig van het lid dat de volmacht heeft verleend. 4. Voor het vaststellen van de begroting is daarnaast een meerderheid nodig van de leden die in totaal tenminste de helft vertegenwoordigen van het aantal inwoners van de gemeenten waarvan de leden een stem uitbrengen. 5. Voor het vaststellen van de inwoneraantallen van de gemeenten gelden de aantallen op 1 januari van het jaar vóór het begrotingsjaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Hoofdstuk 5 Artikel 9
Het dagelijks bestuur
Samenstelling
1. Het dagelijks bestuur bestaat tenminste uit de voorzitter en 5 andere leden, die allen ook lid zijn van het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur wijst deze leden aan, waarbij hij: -
drie leden aanwijst uit de leden van het dagelijks bestuur van de GGD West-Brabant;
-
drie leden aanwijst uit de leden van het dagelijks bestuur van de GGD Hart voor Brabant.
3. Het algemeen bestuur kan daarnaast ook leden van het dagelijks bestuur aanwijzen die geen lid zijn van het algemeen bestuur. 4. Het algemeen bestuur kan leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen. Artikel 10
Zittingsduur
1. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt of wanneer het lid van het dagelijks bestuur als zodanig ontslag neemt of krijgt verleend. 2. Het lid van het dagelijks bestuur dat ontslag neemt of krijgt verleend, blijft in functie totdat zijn opvolger de functie heeft aanvaard. Artikel 11
Vergaderingen
De artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen van het dagelijks bestuur.
Hoofdstuk 6 Artikel 12
De voorzitter
Aanwijzing en vervanging
1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan. 2. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.
Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8
4
3. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wijst het dagelijks bestuur uit zijn midden een plaatsvervanger aan. 4. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen.
Hoofdstuk 7 Artikel 13
Bevoegdheden
Bevoegdheden van de bestuursorganen
1. Aan de bestuursorganen komen de bevoegdheden toe als bepaald in artikel 33 tot en met 33d van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij daarvan in deze regeling wordt afgeweken. Artikel 14
Overdracht bevoegdheden van algemeen bestuur aan dagelijks bestuur
1. Het algemeen bestuur draagt aan het dagelijks bestuur alle bevoegdheden over behalve de bevoegdheid tot: -
het vaststellen van de jaarstukken en het vaststellen en/of wijzigen van de begroting;
-
het besluiten tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen;
-
alle andere bevoegdheden die in wettelijke regelingen zijn opgenomen en niet overdraagbaar zijn of in deze regeling expliciet aan het algemeen bestuur zijn voorbehouden.
2. Het dagelijks bestuur draagt de uitoefening van zijn bevoegdheden in mandaat over aan de directeur RAV. Hiertoe wordt een mandaatregeling vastgesteld.
Hoofdstuk 8 Artikel 15
Informatie en verantwoording
Informatie en verantwoording
1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 2. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Het algemeen bestuur is verplicht de raden en/of de colleges desgevraagd, en in ieder geval binnen zes weken, te informeren en inlichtingen te verschaffen over alle zaken over deze regeling. 4. Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer raden en/of colleges advies te geven of voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig vindt. 5. Het algemeen bestuur is verplicht de door een of meer leden van de raad of het college van een gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Zij verstrekken deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat daarom is gevraagd. 6. Elk lid van het algemeen bestuur is daarnaast verplicht de door een of meer leden van de raad of het college van zijn gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Hij verstrekt deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat hem daarom is gevraagd.
Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8
5
7. Het dagelijks bestuur informeert de raden en de colleges na de vergadering van het algemeen bestuur over de besluiten die hij daarin nam. Daarnaast informeert het dagelijks bestuur de raden over ontwikkelingen in het beleid of de organisatie die hij van belang acht. 8. Elk lid van het algemeen bestuur is aan de raad en het college van de gemeente waarvan de raad hem als lid heeft aangewezen verantwoording schuldig voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af nadat de raad of het college hem daarom heeft gevraagd. 9. Er is een clientenraad als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden via de cliëntenraad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling betrokken. 10. Deze regeling voorziet niet in het, op andere wijze dan bovenstaand vermeld, betrekken van ingezetenen van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de RAV.
Hoofdstuk 9 Artikel 16
De organisatie
De directie
1. De directeur RAV is voorzitter van de directie en belast met de operationele directievoering. 2. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur RAV. 3. Het dagelijks bestuur kan naast de directeur RAV ook als leden van de directie aanwijzen: de directeur publieke gezondheid van de GGD Hart voor Brabant en de directeur publieke gezondheid van de GGD West-Brabant. 4. Bij een directie die uit meerdere personen bestaat, verdeelt zij onderling de taken en legt deze taakverdeling ter goedkeuring voor aan het dagelijks bestuur. 5. De directeur RAV is secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De artikelen 102 tot en met 106 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 17
Het archief
1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden, en stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 2. De directeur/secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voorzover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente ’s-Hertogenbosch. 4. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voorzover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente ’sHertogenbosch. 5. De archivaris van de gemeente ’s-Hertogenbosch brengt jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8
6
6. Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer.
Hoofdstuk 10 Artikel 18
Financiën
Algemeen
1. Op dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing Titel IV van de Gemeentewet voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet is afgeweken. 2. Het algemeen bestuur stelt verordeningen vast overeenkomstig de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet. 3.
De gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
Artikel 19
De begroting
1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast conform het bepaalde in artikel 34 en 35 van de wet. De begroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2. De begroting en de meerjarenraming zijn gebaseerd op het door het algemeen bestuur vastgesteld regionaal ambulanceplan. 3. Het dagelijks bestuur doet de raden van de deelnemende gemeenten voor 5 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar het verzoek om hun zienswijze op de ontwerpbegroting naar voren te brengen. 4.
Het algemeen bestuur kan besluiten om ook bij andere onderwerpen de raden en de colleges de gelegenheid te geven om hun zienswijze te geven.
Artikel 20
De jaarstukken
1. Het dagelijks bestuur legt verantwoording af aan het algemeen bestuur van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam in elk dienstjaar, onder overlegging van de jaarstukken met daarbij behorende bescheiden. Hij voegt daarbij een verslag van bevindingen van de accountant overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet. 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast conform het bepaalde in artikel 34 van de wet. Het dagelijks bestuur deelt dit mee aan de raden en aan gedeputeerde staten. 3. Het dagelijks bestuur stuurt de jaarstukken naar de raden voor 15 april van het jaar na het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben. 4. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden ontlast de vaststelling van de jaarstukken de leden van het dagelijks bestuur van het daarin verantwoorde financieel beheer.
Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8
7
Hoofdstuk 11 Artikel 21
Toetreden, uittreden, wijzigen en opheffen
Toetreden
Een gemeente kan toetreden tot deze regeling na instemming van twee derde van het aantal leden van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding. Artikel 22
Evaluatie
Het algemeen bestuur evalueert elke vier jaar het functioneren van de regeling en betrekt de raden bij die evaluatie. Op voorstel van het algemeen bestuur kan tussentijdse evaluatie plaatsvinden. Artikel 23 1.
Uittreden
Elke gemeente kan bij besluit van de raad en het college de deelname aan deze regeling opzeggen met ingang van twee kalenderjaren na het jaar waarin zij dit besluit nemen. De gemeente brengt dit besluit direct ter kennis van het dagelijks bestuur.
2.
Het algemeen bestuur regelt de financiële verplichtingen en de andere gevolgen van de uittreding.
3.
Als het algemeen bestuur bij meerderheid van tenminste twee derde van het aantal leden die samen ook tenminste twee derde van het aantal inwoners vertegenwoordigen daartoe besluit, kan hij een kortere termijn toestaan dan de in lid 1 genoemde termijn.
4.
Het algemeen bestuur brengt elk besluit tot uittreding direct ter kennis van de gemeenten.
Artikel 24
Wijzigen
1. Deze regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de raden en de colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten die samen tenminste twee derde van het aantal inwoners vertegenwoordigen. 2. Als een wijziging niet bepaalt wanneer deze in werking treedt, gaat de wijziging in op de eerste dag na die van de bekendmaking in de Staatscourant door het gemeentebestuur van Tilburg. Artikel 25
Opheffen
1. Deze regeling kan worden opgeheven bij eensluidende besluiten van de raden en colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten die samen tenminste twee derde van het aantal inwoners vertegenwoordigen. 2. Bij opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt, nadat hij de raden en colleges van de gemeenten heeft gehoord, een liquidatieplan op, dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Daarbij kan hij van deze regeling afwijken. 3. Het algemeen bestuur stelt het definitieve afwikkelingsvoorstel voor de liquidatie en de vereffening vast. 4. De organen van het openbaar lichaam blijven na de opheffing in functie totdat de liquidatie volledig is voltooid.
Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8
8
Hoofdstuk 12
Slot
Artikel 25 1. De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. De regeling heeft een toelichting. 3. Deze regeling heet Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord. 4. Het gemeentebestuur van Tilburg zorgt voor bekendmaking van het besluit tot vaststelling van de regeling, van de besluiten tot wijziging en opheffing van de regeling en van de besluiten tot toetreding en uittreding in de Staatscourant en stuurt deze besluiten naar gedeputeerde staten
Aldus als 7e wijziging GR RAV (versie 8) vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de RAV Brabant Midden-West-Noord in haar vergadering van 27 juni 2024,
………………………………….. de voorzitter,
………………………………….. de secretaris,
M. Witte
J. de Waard
Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8
9
Toelichting op de Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Met deze regeling stellen de deelnemers de Regionale Ambulancevoorziening Brabant MiddenWest-Noord (hierna: RAV) in. De regeling omvat het werkgebied van twee veiligheidsregio’s, wat schaalvoordelen oplevert. De regeling is gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen. Hieronder volgt, waar nodig, een toelichting per artikel. Artikel 4
Taken
Een RAV sluit voor zover nodig een samenwerkingsverband met alle ambulancediensten in het werkgebied en met de meldkamer ambulancezorg (MKA). De RAV is verantwoordelijk voor het kwaliteitsbeleid, de beschikbaarheid en de doelmatigheid van de ambulancezorg, zoals die worden gesteld op grond van de Wet kwaliteit, geschillen en klachten zorg. Meldkamer ambulancezorg (MKA) valt zorginhoudelijk onder de RAV, zoals het politiedeel onder de politie en het brandweerdeel onder de brandweer valt. De kwaliteitseisen voor verantwoorde ambulancezorg gelden dus voor de meldkamer ambulancezorg in verband met het belang van indicatiestelling, zorgtoewijzing en zorgcoördinatie. Artikel 8
Vergaderingen (algemeen bestuur)
De besluitvorming in het algemeen bestuur gaat volgens de regel one man, one vote. Hierbij mag een AB-lid maximaal één ander AB-lid bij volmacht vertegenwoordigen. Bij een aantal in de regeling genoemde onderwerpen, zoals het vaststellen van de begroting, is er een gewogen stemverhouding op basis van het aantal inwoners van de gemeenten. Artikel 13
Bevoegdheden dagelijks bestuur
De bevoegdheden van het dagelijks bestuur zijn beschreven op basis van de artikelen 33a en 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In de mandaatregeling regelt het dagelijks bestuur de (gemandateerde) bevoegdheden van de directie en de wijze waarop zij daarover verantwoording aflegt. Artikel 19/20
De begroting/de jaarstukken
Nadat het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting naar de raden stuurt, kunnen zij daarop hun zienswijze geven. Hierbij worden de wettelijke termijnen aangehouden, boven de voorwaarden die zijn opgenomen in de Nota Verbonden Partijen. Dit omdat de Nota Verbonden Partijen slechts de gemeenten van de regio West-Brabant betreft, en niet de gemeenten van Midden-Brabant en Brabant-Noord. Het dagelijks bestuur voegt de zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. De zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor voldoende beschikbaarheid van ambulancezorg. Zij onderhandelen over de prijs van die zorg en over de kosten van de bedrijfsvoering en dragen daardoor zorg voor een goede organisatie van de hele spoedeisende zorgketen.
Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8
10
Zienswijzen gemeenteraden op 1e wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling RAV Brabant Midden-West-Noord Stand van zaken per 11 maart 2024: van de 35 gemeenten hebben er 26 gereageerd, waarvan 20 gemeenten akkoord zijn zonder zienswijze (zie excelbestand). De ontvangen zienswijzen en adviezen zijn hieronder zoveel mogelijk gebundeld per onderwerp. De nieuwe Nota Verbonden Partijen van de gemeenten regio West-Brabant is ontvangen. Hierin zijn, behalve de opmerkingen hieronder gemarkeerd met een *, geen zaken opgenomen die van effect zijn op de GR RAV. Bijgevoegd is het 2e wijzigingsvoorstel GR RAV versie 8. De aanpassingen die zijn doorgevoerd naar aanleiding van de zienswijzen/adviezen zijn hierin ROOD gemarkeerd. Om verwarring te voorkomen zijn de aanpassingen van het 1e wijzigingsvoorstel die zonder opmerkingen zijn geaccepteerd BLAUW weergeven.
ZIENSWIJZE Tekstuele correcties In artikel 15 l¡d 9 wordt verwezen naar wet medezeggenschap cliëntenraden in de zorg. Dit moet echter zijn de wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018). Daarnaast wordt in dit artikel gesproken over cliënten en burgers. In de Wet gemeenschappelijke regelingen worden de termen ‘ingezetenen’ en ‘belanghebbenden’ gebruikt.
Door
V
Voorstel actie RAV
Zundert Etten-Leur Halderberge Rucphen Roosendaal
V
Artikel 15 lid 9 is als volgt aangepast (conform voorstel Halderberge): ‘Er is een clientenraad als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet medezeggenschap clienten zorginstellingen 2018. Patienten van de RAV, ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden via de clientenraad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling betrokken’.
Wet Kwaliteitszorg Zorginstellingen is per 1 juli 2023 ingetrokken en vervangen door de Wet kwaliteit, geschillen en klachten zorg.
Halderberge
V
Tekstuele aanpassing doorgevoerd op pagina 1.
Artikel 1, lid 2 verwijst naar ‘de raad’. Artikel 1, lid 1 bevat wel een definitie van ‘college’ maar niet van ‘raad’.
Halderberge Rucphen
V
Definitie van ‘raad’ is als volgt toegevoegd aan artikel 1, lid 1: d. raad: de raad van een gemeente
Planning & control Artikel 19 lid 3: Toevoegen: als in de Nota Verbonden Partijen* eerdere termijnen dan de wettelijke termijnen zijn opgenomen, zijn deze van toepassing.
Zundert Etten-Leur Geertruidenberg
X
Deze voorgestelde aanpassing is niet doorgevoerd, aangezien de Nota Verbonden Partijen slechts de gemeenten van de regio West-Brabant betreft. In de toelichting op de GR RAV is opgenomen dat de wettelijke termijnen worden aangehouden boven de voorwaarden in de Nota Verbonden Partijen, omdat de Nota Verbonden Partijen slechts de gemeenten van de regio West-Brabant betreft, en niet de gemeenten van Midden-Brabant en Brabant-Noord.
Artikel 19 lid 3 Voor aanlevering van de ontwerpbegroting wordt 5 april genoemd. Liever geen datum noemen maar verwijzen naar de Nota Verbonden Partijen*.
Roosendaal
X
Idem
Artikel 19 lid 3 Oude tekst: Het dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting ter formulering van een zienswijze naar de raden uiterlijk op 5 april in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Tekstvoorstel Halderberge: Het dagelijks bestuur doet de raden van de deelnemende gemeenten voor 5 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar het verzoek om hun zienswijze op de ontwerpbegroting naar voren te brengen.
Halderberge Rucphen
V
Artikel 19 lid 3 is aangepast conform tekstvoorstel.
Artikel 19 lid 4 Het algemeen bestuur kan besluiten om ook bij andere onderwerpen de raden (toevoegen: en de colleges) de gelegenheid te geven om hun zienswijze te geven.
Halderberge
V
Artikel 19 lid 4 is aangepast conform tekstvoorstel.
Rucphen stemt in met het voorstel van het DB om geen zienswijze van de raden te vragen voor de kadernota, omdat
Rucphen
n.v.t. Geen actie nodig.
daartoe de tijd ontbreekt en geen financiële bijdrage van de gemeenten wordt gevraagd. Actieve informering Helderder omschrijven artikel 15 lid 7: Tekstvoorstel: Het dagelijks bestuur informeert de raden (toevoegen: en de colleges) na de vergadering van het algemeen bestuur over de besluiten die hij daarin nam. Daarnaast informeert het dagelijks bestuur de raden en de colleges over ontwikkelingen in het beleid of de organsatie die hij van belang acht.
Zundert Halderberge Rucphen Roosendaal
Adviescommissie gemeenteraden De raad van de gemeente Oosterhout vraagt aan alle GR’en Oosterhout om te bevorderen dat het initiatiefrecht van de raden t.a.v. zienswijzen en de participatie/inspraak in eerste instantie via gemeenten wordt georganiseerd, en vraagt of dit onderdeel kan worden van de definitieve wijzigingsvoorstellen.
V
Artikel 15 lid 7 is aangepast conform tekstvoorstel.
V
Het Dagelijks Bestuur van de RAV heeft in haar vergadering van 3 april besloten om dit advies niet over te nemen, gezien de taak en de wijze van financiering van de GR RAV, waarbij zeggenschap over beleid en financiering is belegd bij respectievelijk de minister van VWS en de zorgverzekeraars.
Wij zien graag dat de GR RAV Brabant Midden-West-Noord gebruik maakt van de mogelijkheid om een adviescommissie vanuit de gemeenteraden in te stellen.
Boxtel
V
Idem
Alsnog een vorm van participatie opnemen in de gewijzigde regeling.
Geertruidenberg
V
Idem
Gelet op de taak en wijze van financiering van de GR RAV wordt ingestemd met het NIET instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie. Zeggenschap over beleid en financiering is belegd bij respectievelijk de minister van VWS en de zorgverzekeraars.
Rucphen
nvt
Geen actie vereist.
Archief en informatiebeheer
Artikel 17 Archief Halderberge verwijst naar een model archiefparagraaf voor een GR met een openbaar lichaam zoals de RAV in de Handreiking Inrichting informatie en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden (LOPAI, KIA,KVAN; Den Haag, november 2021). Deze voldoet aan de laatste inzichten op het gebied van informatie en archiefbeheer. Geadviseerd wordt de bepaling uit die paragraaf over te nemen. Evaluatie Artikel 22 Geadviseerd wordt de bepaling over de evaluatie te verplaatsen naar hoofdstuk 8 Informatie en verantwoording als artikel 16 (nieuw). Roosendaal adviseert de werkwijze en functioneren vierjaarlijks te evalueren, en tussentijds op voorstel van het AB. Artikelen 23 en 25 Wgr artikel 9, lid 1, bepaalt dat de GR bepalingen bevat over: - De voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden - De gevolgen voor het vermogen van het samenwerkingsverband - De gevolgen voor het vermogen van de deelnemende gemeenten. De artikelen 23 en 25 bevatten weliswaar bepalingen over uittreding en opheffing, maar regelen niet inhoudelijk de daaraan verbonden voorwaarden en gevolgen. Daarmee wordt niet voldaan aan de Wgr. Geadviseerd wordt hoofdstuk 11 van de GR RAV op dat onderdeel in overeenstemming te brengen met de Wgr.
Halderberge Rucphen Roosendaal
V
Artikel 17 is uitgebreid met de relevante bepalingen uit de hiernaast genoemde archiefparagraaf in de Handreiking.
Halderberge Roosendaal
V
Artikel 22 wordt aangepast met de toevoeging om de werkwijze en functioneren vierjaarlijks te evaleren, en tussentijds op voorstel van het Algemeen Bestuur. Het artikel wordt niet verplaatst naar hoofdstuk 8.
Halderberge Rucphen Roosendaal
X
Artikelen 23 en 25 zijn vooralsnog niet aangepast. De genoemde bepalingen rondom vermogen van het samenwerkingsverband en de deelnemende gemeenten zijn weinig relevant vanwege de taak en de wijze van financiering van de GR RAV, waarbij zeggenschap over beleid en financiering is belegd bij respectievelijk de minister van VWS en de zorgverzekeraars. Daarnaast vanwege het feit dat de GR RAV geheel binnen het eigen budget opereert en geen financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten krijgt.
ZIENSWIJZEN COLLEGES EN RADEN inzake WIJZIGINGSVOORSTEL GR RAV versie 8 deadline: 1 januari 2024
GEMEENTE Alphen-Chaam Altena Baarle Nassau Bergen op Zoom Bernheze Boekel Boxtel Breda Dongen Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Gilze en Rijen Goirle Halderberge s-Hertogenbosch Heusden Hilvarenbeek Land van Cuijk Loon op Zand Maashorst Meierijstad Moerdijk Oisterwijk Oosterhout Oss Roosendaal Rucphen St. Michielsgestel Steenbergen Tilburg Vught
aantal inwoners per 01/01/2024 10.492 58.293 7.077 69.663 32.521 11.302 33.934 188.217 27.096 28.193 45.232 22.061 27.359 24.328 31.183 160.740 46.037 15.966 91.725 23.854 59.209 84.293 38.091 32.964 57.925 94.643 77.566 23.924 30.091 24.498 229.797 32.348
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Benodigd aantal gemeenten: 24 Benodigd aantal inwoners: 1223795
datum ontvangst college raad toelichting 7-3-2024 geen zienswijze geen zienswijze 22-12-2023 akkoord akkoord 7-3-2024 geen zienswijze geen zienswijze 25-1-2024 geen zienswijze geen zienswijze
ja ja ja ja ja
18-12-2023 geen zienswijze geen zienswijze 12-12-2023 zienswijze zienswijze zie toelichting
ja
30-11-2023
akkoord
ja
zienswijze zie toelichting zienswijze zie toelichting geen zienswijze akkoord akkoord enkele kanttekeningen akkoord akkoord akkoord akkoord
ja ja ja ja ja ja ja
akkoord
18-12-2023 zienswijze 3-1-2024 zienswijze 7-3-2024 geen zienswijze 12-12-2023 akkoord 21-12-2023 akkoord 13-12-2023 akkoord 19-12-2023 akkoord 8-2-2024 akkoord 8-2-2024 akkoord
15-12-2023 geen zienswijze geen zienswijze 21-11-2023 geen zienswijze 21-12-2023 geen zienswijze geen zienswijze
ja ja ja
21-12-2023
zienswijze
zienswijze
zie toelichting
27-12-2023 20-12-2023
zienswijze zienswijze
zienswijze zienswijze
zie toelichting zie toelichting
19-12-2023 22-12-2023
akkoord akkoord
akkoord akkoord
ja ja
telling gemeenten 1 1 1 1 0 1 0 0 1 0 0 0 1 1 1 1 1 1 1 0 1 1 1 0 0 0 0 0 0 0 1 1
telling inwoners 10492 58293 7077 69663 0 11302 0 0 27096 0 0 0 27359 24328 31183 160740 46037 15966 91725 0 59209 84293 38091 0 0 0 0 0 0 0 229797 32348
Waalwijk Woensdrecht Zundert TOTAAL
50.310 22.215 22.545 1.835.692
1 1 1 35
21-12-2023 akkoord akkoord 13-12-2023 geen zienswijze geen zienswijze 18-12-2023 zienswijze zienswijze zie toelichting
ja ja
1 1 0 20
50310 22215 0 1.097.524
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029
OVERZICHT ZIENSWIJZEN GEMEENTEN OP VOORSTEL TOT 4E WIJZIGING GR RWB VAN SEPTEMBER 2023 EN REACTIE VAN HET ALGEMEEN BESTUUR
Per thema Voorstel RWB t.b.v. zienswijzeprocedure najaar 2023. 1.
Strekking zienswijzen gemeenten Algemeen. • De nieuwe Nota Verbonden Partijen (NVP) goed verankeren in de Gemeenschappelijke Regeling (GR) en 1. de relevante bepalingen van GR die afwijken van de bepalingen van de NVP daarmee in overeenstemming te brengen of niet op te nemen, en voor derden kenbaar, vast te leggen dat bij afwijkende bepalingen de NVP prevaleert 2. aanvullende regelingen uit de NVP over te nemen dan wel anderszins de aanvullende werking van de NVP deugdelijk en voor derden kenbaar te verankeren. (Breda)
Voorstel beantwoording zienswijzen
We onderschrijven de wenselijkheid van duidelijkheid over de verhouding tussen de bepalingen in de Nota Verbonden Partijen en de GR RWB. We volgen graag de afspraken die gemeenten samen maken, zoals in de NVP, maar willen deze uiteraard wel toetsen aan wet- en regelgeving en op uitvoerbaarheid. We zijn en blijven dan ook graag in een vroeg stadium betrokken. We willen voorkomen dat bij verandering van de NVP of bij aanvullende regelingen meteen een wijzigingsprocedure van de GR ingezet moet worden. Juridisch is het niet houdbaar om vast te leggen dat de bepalingen in de NVP prevaleren boven die van de GR. Daarom stellen we nu een aantal wijzigingen voor ten opzichte van het concept van de 4e wijziging van de GR RWB dat we in september aan de gemeenten voorlegden. Wijzigingen die meer flexibiliteit bieden om in te spelen op ontwikkelingen. Zo schrappen we nu de data en termijnen voor de P&C-cyclus. We verwijzen daarvoor naar de wettelijke bepalingen en afspraken met gemeenten, zoals vastgelegd in de NVP. Ook op andere plaatsen formuleren we bepalingen minder rigide. Verder zullen we nagaan in hoeverre de onlangs gewijzigde Financiële verordening nog aanpassing behoeft vanwege de NVP.
1
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Voorstel RWB t.b.v. zienswijzeprocedure najaar 2023.
Strekking zienswijzen gemeenten
Voorstel beantwoording zienswijzen
2. Actieve informatieplicht GR RWB: art. 19, lid 3 “Het strategisch beraad informeert de Toevoegen aan artikel 19, lid 3 GR RWB: 'en raden actief over de agenda voor de overige relevante informatie'. (Roosendaal, vergaderingen van het algemeen be- Rucphen) stuur en over de genomen besluiten.”
3. Participatie GR RWB: art. 17a “Deze regeling voorziet niet in het betrekken van inwoners van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van het openbaar lichaam.”
4. Zienswijzen Wgr: art. 10 lid 5 en 6
Dit voegen we toe.
•
Artikel 17a in overeenstemming brengen De minister heeft ons in de correspondentie over de gewijzigde met Wgr (artikel 10 lid 7, incl. amendeWgr op een verkeerd been gezet: later is duidelijk geworden ment Bromet). (Breda, Drimmelen, Geerdat het door het amendement Bromet niet meer volstaat als in truidenberg, Steenbergen, Woensdrecht, de GR staat dat zij geen (burger-)participatie organiseert. Zundert) • Voorstel: Ingezetenen van de gemeenten In lijn met wat een aantal andere regelingen opneemt stellen en belanghebbenden kunnen via reguliere we voor: procedures bij de colleges en de raden van 1. Inwoners van de deelnemers en belanghebbenden kunnen de gemeenten betrokken worden bij de via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitbeleid. (Etten-Leur, Oosterhout, Roosenvoering en evaluatie van beleid. daal) 2. In afwijking van het eerste lid kan het strategisch beraad besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen.
Zienswijzen meerjarenbeleidsplan • Invulling geven aan dit artikel: een bepaling opnemen waarin de raden een zienswijze naar voren kunnen brengen over bestuursbesluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige bestuursbesluiten en bestuursbesluiten over meerjarenbeleidsplannen en tussentijdse wijziginGemeente Drimmelen haalt de bepaling aan waaraan in de GR gen hiervan. (Drimmelen) concreet invulling moet worden geven. 2
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Voorstel RWB t.b.v. zienswijzeprocedure najaar 2023.
5. P&C-cyclus GR RWB: art. 28 en 31 In deze artikelen staan de diverse termijnen voor de aanbieding van de kadernota, de ontwerpbegroting en de jaarrekening.
6. Begrotingswijziging GR RWB: art. 29, lid 2 “Voor noodzakelijke wijzigingen van de begroting als gevolg van onverwachte autonome ontwikkelingen, zijnde loon- en prijsontwikkelingen, die geen afwijking inhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, is artikel 28 niet van toepassing.”
7. Jaarrekening GR RWB: art. 31 lid 2 “Het resultaat van de jaarrekening vloeit terug naar de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur
Strekking zienswijzen gemeenten
Voorstel beantwoording zienswijzen
• een bepaling aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen die regelt dat besluiten van het algemeen bestuur tot het vaststellen van meerjarenbeleidsplannen vooraf voor een zienswijze aan de raden voorgelegd worden. (Etten-Leur, Halderberge, Roosendaal, Rucphen) • Als in de Nota Verbonden Partijen eerdere termijnen dan de wettelijke termijnen zijn opgenomen, zijn deze van toepassing. (Roosendaal, Rucphen)
We volgen het voorstel van Etten-Leur, Halderberge, Roosendaal, Rucphen). Aan artikel 28 van de GR RWB wordt een nieuw lid 2 toegevoegd met deze strekking.
•
Nu uit het definitieve concept van de NVP blijkt dat GR-en de mogelijkheid krijgen om een beperkte algemene reserve in te stellen, laten we dit lid vervallen.
• •
•
Lid verwijderen (Baarle-Nassau, EttenLeur, Geertruidenberg, Roosendaal, Rucphen) Bezie mogelijkheid instellen beperkte algemene reserve. (Breda) Een grens hanteren van 3% afwijking van de begrootte lasten voor KCV en 1% afwijking voor de overige begrootte lasten voor autonome kosten. Voor autonome kosten die boven deze norm zitten moet de raad een zienswijze in kunnen dienen conform artikel 28 lid 8 van de gewijzigde GR. Voor bedragen onder dit bedrag beslist het bestuur van de RWB. (Steenbergen) artikel 31, lid 2 van de GR te wijzigen in die zin dat besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van
We schrappen de concrete data en termijnen en verwijzen naar de wettelijke bepalingen en de afspraken met de deelnemers hierover. (zie bovenaan bij de algemene opmerking).
Het voorstel van Steenbergen vinden we moeilijker uitvoerbaar en ook niet meer nodig gelet op het bovenstaande.
Het strategisch beraad zal de vorming en spelregels rondom een algemene (en andere) reserves opnemen in een nota reserves en voorzieningen, die ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. Mutaties in reserves en voorzieningen 3
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Voorstel RWB t.b.v. zienswijzeprocedure najaar 2023.
Strekking zienswijzen gemeenten
kan van dit standpunt afwijken. Dit dient dan expliciet via een voorstel tot resultaatbestemming aan het algemeen bestuur te worden voorgelegd.
8. Uittreding GR RWB: art. 42, lid 2 “Een uittredende gemeente betaalt in de jaren na het moment van uittreding een afnemend percentage van de algemene bijdrage per inwoner die in de meerjarenbegroting van het openbaar lichaam is voorzien. De afbouw gebeurt als volgt: • In jaar 1 na uittreding: 100% • In jaar 2 na uittreding: 80% • In jaar 3 na uittreding: 60% • In jaar 4 na uittreding: 40% • In jaar 5 na uittreding: 20%
GR RWB: art. 42, lid 3 “Een uittredende gemeente is volledig gehouden aan de verplichtingen die het openbaar lichaam op basis van een expliciet besluit van (onder andere) deze gemeente is aangegaan. De uittredende gemeente betaalt de organisatiekosten die met deze verplichting gemoeid zijn tot het moment van afloop van de verplichting.”
de jaarrekening aan de algemene reserve vooraf voor een zienswijze aan de raden voorgelegd worden. (Etten-Leur, Halderberge, Roosendaal, Rucphen) •
•
•
Lid 2 aanpassen, want de hierin opgenomen uittredingsvoorwaarden zijn te zwaar en passen niet bij de regeling of de geest van de wet. (Alphen-Chaam en BaarleNassau) Lid 2 in lijn te brengen met de uittredingsbijdrage van de GR GGD West-Brabant zodat de uittredingsbijdrage gelijk is aan tweemaal een jaarbijdrage (i.p.v. voorgestelde driemaal). (Breda) relateer de uittredevergoeding aan de reele kosten van de uittreding (Oosterhout)
Laten vervallen, want verondersteld wordt dat deze al in lid 2 inbegrepen zijn. (Breda)
Voorstel beantwoording zienswijzen worden gemeld in de bestuursrapportages en vastgelegd in begrotingswijzigingen. De raden worden hierover geïnformeerd. Het algemeen bestuur besluit jaarlijks over de resultaatbestemming aan de hand van voorstellen van het strategisch beraad, waarover de raden eveneens geïnformeerd worden. Voorgesteld wordt om het voorstel over te nemen van de gemeente Breda, die verwijst naar de regeling van de GGD WestBrabant: • In jaar 1 na uittreding: 100% • In jaar 2 na uittreding: 66% • In jaar 3 na uittreding: 33%
De uittreedvergoeding relateren aan de werkelijke kosten is praktisch niet uitvoerbaar, zeker niet op voorhand. En leidt tot relatieve verschillen tussen uittredende gemeenten.
Het betreft hier nakoming van de verplichting die het openbaar lichaam is aangegaan t.b.v. of i.o.v. (o.a.) de betreffende gemeente. En waarvan de daadwerkelijke kosten niet op voorhand in te schatten en die ook niet te vermijden zijn. Voorbeeld is het contract Deeltaxivervoer West-Brabant. De gemeente heeft opdracht gegeven tot aanbesteding en contractering voor een bepaalde periode. Zij moet ook bij uittreding haar verplichtingen nakomen gedurende de hele looptijd, tenzij daar met de contractpartner en de overige gemeenten andere afspraken over gemaakt kunnen worden. Gedurende die looptijd betaalt de betreffende gemeente voor de organisatiekosten die hiermee gemoeid zijn. 4
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Voorstel RWB t.b.v. zienswijzeprocedure najaar 2023.
Strekking zienswijzen gemeenten
Voorstel beantwoording zienswijzen
9. Evaluatie GR RWB: art. 47 1. “Per 4 jaar wordt ten behoeve van de opstelling van een nieuw meerjarenbeleidsplan, de actualiteit van de doelen van de samenwerking geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken of de doelen die in de voorgaande bestuursperiode zijn gesteld, gerealiseerd zijn tegen de daarvoor uitgetrokken middelen. 2. Als het algemeen bestuur hiertoe besluit zal er een evaluatie • plaatsvinden ten aanzien van de werkwijzen en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant ten opzichte van de gemeenten. Het algemeen bestuur besluit hier in ie• der geval toe als een meerderheid van gemeenten, die gezamenlijk tenminste de helft van het aantal inwoners vertegenwoordigen, daar gezamenlijk en schriftelijk om verzoekt.”
10. Artikel 24/24a Wgr Instelling commissies
Voorstel wijziging lid 2: eenmaal per vier jaar de werkwijzen en het functioneren van de RWB te evalueren, tenzij een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten besluit af te zien van een evaluatie. (Etten-Leur) Voorstel: wijziging lid 2 structureel eenmaal per vier jaar de werkwijzen en het functioneren van de RWB te evalueren. Indien er tussentijds behoefte is aan een evaluatie kan de voorgestelde bepaling worden gevolgd. (Roosendaal, Rucphen)
• de raad kiest niet voor een adviescommissie bij de RWB (Oosterhout)
De reacties van gemeenten lopen uiteen: altijd per 4 jaar een evaluatie naar werkwijze en functioneren en naar behoefte vaker tot in principe 1 x per 4 jaar tenzij raden er van af willen zien. Wij passen ons voorstel zo aan dat het algemeen bestuur, gehoord hebbend de raden, 1 x per 4 jaar besluit bij normale meerderheid van stemmen over het (al dan niet) evalueren van de werkwijze en het functioneren van de GR RWB. De bepaling dat het algemeen bestuur (daarnaast) tot een evaluatie beslist als een meerderheid van gemeenten daarom verzoekt, laten we staan. Hiermee wordt vastgelegd dat het onderwerp ”evaluatie functioneren en werkwijze”, in ieder geval 1 x per 4 jaar op de agenda van het AB komt. Uit de zienswijzen is niet naar voren gekomen dat raden daar nu behoefte aan hebben. We nemen nu wel een kan-bepaling op om een dergelijke commissie zowel op grond van artikel 24 als 24a van de Wgr in te kunnen stellen.
5
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Onderwerp/artikel Algemeen-Directeur GR RWB: art. 26
Ambtshalve voorgestelde wijzigingen Advies beantwoording zienswijzen Artikel is al vervallen en kan dus niet meer aangepast akkoord worden
“Dit artikel is komt tevervallen.”
Begrotingswijzigingen GR RWB: art. 29 lid 3: “Voor overige wijzigingen van de begroting, die door hun karakter niet leiden tot een wijziging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten, alsmede geen afwijking inhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid is artikel 28 niet van toepassing.”
Toetreding en Uittreding GR RWB: art. 41, lid 2 en 42, lid 1
Als artikel 29 lid 2 vervalt moet in lid 3 het woordje “overige” komen te vervallen.
overnemen
Publicatie moet plaatsvinden in het gemeenteblad van de gemeente Etten-Leur.
overnemen
“….De toetreding gaat in op de eerste dag na publicatie in het blad Gemeenschappelijke regeling op Overheid.nl.” “De uittreding vindt,…..besluit tot uittreding in het blad gemeenschappelijke regeling op Overheid.nl is bekend gemaakt
6
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029
Per gemeente (de cijfers verwijzen naar het bovenstaande overzicht) Gemeente
Inhoud zienswijze
Alphen-Chaam
De gemeenteraad van Alphen-Chaam verzoekt de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant Artikel 42 lid 2 aan te passen. De hierin opgenomen uittredingsvoorwaarden zijn te zwaar en passen niet bij de regeling of de geest van de wet. Altena Geen zienswijze. Baarle-Nassau De gemeenteraad van Baarle-Nassau verzoekt het AB artikel 29 lid 2 te verwijderen uit de ontwerpregeling. Wanneer een begrotingswijziging als gevolg van autonome loon- en prijsontwikkelingen leidt tot verhoging van de inwonersbijdrage wil de raad hier een zienswijze op kunnen geven. De gemeenteraad van Baarle-Nassau verzoekt de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant Artikel 42 lid 2 aan te passen. De hierin opgenomen uittredingsvoorwaarden zijn te zwaar en passen niet bij de regeling of de geest van de wet. Bergen op Zoom Geen zienswijze. Breda 1.
Algemeen aandachtspunt: Voorgesteld wordt om de Nota Verbonden Partijen die binnenkort wordt aangenomen in de aangesloten gemeenten goed te verankeren in de Gemeenschappelijke Regeling en (i) de relevante bepalingen van Gemeenschappelijke Regeling die afwijken van de bepalingen van de Nota Verbonden Partijen daarmee in overeenstemming te brengen of niet op te nemen, zoals in het geval van termijnen, of anderszins deugdelijk, en voor derden kenbaar, vast te leggen dat bij afwijkende bepalingen de Nota Verbonden Partijen prevaleert alsmede (ii) de aanvullende regelingen uit de Nota Verbonden Partijen over te nemen dan wel anderszins de aanvullende werking van de Nota Verbonden Partijen deugdelijk en voor derden kenbaar te verankeren. 2. Artikel 17a (burgerparticipatie) luidt: Aan paragraaf 3.4 wordt een artikel 17a toegevoegd luidend: Deze regeling voorziet niet in het betrekken van inwoners van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van het openbaar lichaam.
Zie reactie bij thema nr. 8.