CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Actualisatie IHP Altena 2024-2029 bij RV Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2029

Raadsvergadering 18 juni 2024, gemeente AltenaBij agendapunt: Actualisatie IHP Onderwijs16.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 29 van 49

4.4.10 Eethen en Genderen

Opgaven

Scholenlandschap

In de kernen Eethen en Genderen bevinden zich 2 scholen primair onderwijs. De volgende opgaven zijn geformuleerd: Opgave reeds gestart vanuit vorig IHP • Voor Het Fundament wordt op dit moment nieuwbouw gerealiseerd. Oplevering is naar verwachting in 2025. Termijn na 2046 • In 2014 is Prins Willem Alexanderschool gerealiseerd. Rond 2057 komt de school in aanmerking voor renovatie.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 30 van 49

4.4.11 Veen, Wijk en Aalburg Scholenlandschap12

12 De m²’s bvo zoals opgenomen in het landschap bij het Willem van Oranje College zijn inclusief de

772 m² bvo die volledig in gebruik zijn door de bibliotheek en ROC Da Vinci.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 31 van 49

Opgaven In de kernen Veen en Wijk en Aalburg bevinden zich 3 scholen primair onderwijs en 1 school voortgezet onderwijs. De volgende opgaven zijn geformuleerd: Opgave reeds gestart vanuit vorig IHP • Voor Henri Dunant wordt op dit moment nieuwbouw gerealiseerd. Oplevering is naar verwachting in 2025. • Voor Oranje Nassau School wordt op dit moment nieuwbouw gerealiseerd. Oplevering is naar verwachting in 2025. Termijn 2024-2034 • Bij De Hoeksteen wordt in de toekomst een ruimtetekort verwacht. De manier waarop dit tekort wordt opgevangen dient in een businesscase volgend op het IHP nader uitgewerkt te worden. In de financiële doorrekening wordt vooralsnog uitgegaan van uitbreiding. De exacte omvang van de uitbreiding dient ook te worden onderzocht in de businesscase. Het gebouw is in 2004 gerealiseerd. In lijn met de bouwstenen heeft het gebouw rond 2047 recht op renovatie. Termijn 2035-2045 • Geen scenario’s binnen deze termijn Termijn na 2046 • Zie toelichting De Hoeksteen bij de termijn 2024-2034. • Het Willem van Oranje College is in 2005 gerealiseerd. In lijn met de bouwstenen heeft de school rond 2048 recht op renovatie. Het Willem van Oranje College heeft een grote overmaat. Een deel van het ruimteoverschot wordt ingezet voor de bibliotheek en ROC Da Vinci. Een verdere structurele invulling van de overmaat dient nog gevonden te worden.

In het IHP wordt nog uitgegaan van een solitaire opgave totdat de scenariostudie naar de toekomstige huisvesting van het Voortgezet Onderwijs in Altena verder uitsluitsel geeft.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 32 van 49

5. Opgaven gymzalen Altena Bewegingsonderwijs is een belangrijk onderdeel van het onderwijs aan kinderen. Ook binnen de gemeente Altena wordt actief ingezet op bewegend leren en het faciliteren van bewegingsonderwijs. Ten behoeve van het IHP is een capaciteitsanalyse uitgewerkt en zijn de opgaven in beeld gebracht voor wat betreft het voortgezet onderwijs. Voor het PO worden de gymvoorzieningen nader in kaart gebracht in het accommodatieplan van de gemeente Altena.

5.1. Bewegingsonderwijs in het voortgezet onderwijs (VO)

Op basis van de zorgplicht heeft het Altena College recht op 2,2 zalen. Uitgangspunt voor de opgaven binnen 0-10 jaar is vervanging van 2 zalen. Het tekort aan 0,2 zaal kan in dat geval elders binnen de kern opgevangen worden. Echter, de capaciteitsbehoefteberekening is een theoretische benadering. In het VO biedt het Altena College aanvullende lessen voor bewegingsonderwijs aan. Dit wordt niet meegenomen in de behoefteberekening. In de berekening wordt ook geen rekening gehouden met parttimers waardoor er minder efficiënt geroosterd kan worden. Dit vraagt om aandacht bij de herijking van het IHP over 5 jaar, zodra de vervanging van de gymzalen van het Altena College dichterbij komt.

Bij een VO-school wordt de capaciteitsbehoefte bepaald aan de hand van het aantal leerlingen. Als basis voor de berekeningen van de capaciteitsbehoefte wordt van verschillende kengetallen voor de verschillende onderwijssoorten in het VO uitgegaan, op basis van de zorgplicht. Gymzalen mogen in het VO voor 40 klokuren (= 40 lesuren à 60 minuten) per week ingeroosterd worden. Op basis van de leerlingenprognose is een vertaling gemaakt naar de gymbehoefte binnen de gemeente in de vorm van aantal klokuren conform de zorgplicht en in de vorm van benodigd aantal gymzalen:

Zowel het Willem van Oranje College als Schans maken gebruik van nabijgelegen sporthallen. Deze sporthallen vallen tevens onder de uitwerking van het accommodatiebeleid. Opgave termijn 0-10 jaar Het Altena College maakt momenteel gebruik van 3 gymzalen (1 zaal, De Scheldezaal, dateert uit 1970 en 2 zalen, De Rijnzaal en Maaszaal, dateren uit 1975). Op basis van de leeftijd van de gymzalen komen alle 3 de gymzalen in aanmerking voor nieuwbouw in de periode van 0-10 jaar.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 33 van 49

6. Financiële vertaling In dit hoofdstuk worden de visie/ambities op onderwijshuisvesting en de opgaven samengebracht en voorzien van een financiële vertaling. Eerst zijn de kwaliteitsuitgangspunten vertaald in een kwaliteitsambitie, op basis waarvan kengetallen voor investeringskosten zijn berekend. Ook wordt toegelicht hoe de investeringskosten uit dit IHP in deze fase moeten worden geïnterpreteerd. Tot slot worden de opgaven omgezet in een financiële vertaling, in de vorm van een investeringskostenoverzicht.

6.1. Kwaliteitsambitie Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO (door PO-raad en VO-raad erkende instrumenten ter bepaling van de investeringskosten) zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald. Daarbij is aangesloten bij de visie. De gewenste kwaliteit is in dit IHP bepaald op (zie bijlage 3 voor een uitgebreidere toelichting op energieprestaties en kwaliteitsniveau): • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, voorheen Bouwbesluit 2021). • Hoge mate van flexibiliteit en toekomstbestendigheid wordt in de kostenconfigurator vertaald naar ‘toekomstbestendig bouwen’: flexibiliteit door nietdragende wanden zodat er bijvoorbeeld functiewijziging plaats kan vinden (tussentijds of bij einde gebruik door school). • Energieneutraal voor nieuwbouw (gebouwgebonden), met een minimum bijna energieneutraal (BENG) voor renovatie/vernieuwbouw (zie bijlage 3 voor een toelichting op de verschillende definities van energieprestaties van gebouwen). • Frisse Scholen: kwaliteitskader HEVO (zie bijlage 2) • Exploitatiegericht bouwen: toepassen van onderhoudsarme vloer- en wandafwerking en aluminium kozijnen om hoge exploitatiekosten te voorkomen. • Duurzaam en circulair bouwen: het betreft keuzes waardoor het gebouw een stap verder gaat dan ENG. Deze keuzes worden nu gemaakt omdat dit gedurende de levensduur van het gebouw lastig is om aan te passen.

Voor circulair bouwen is het ambitieniveau laag aangehouden in de bepaling van het investeringsbedrag. Hierdoor kan bijvoorbeeld de toepassing van groen beton gewaarborgd worden. • Esthetische onderwijskundige kwaliteit: zoals (iets) meer gevelopeningen, een betere Frisse Scholen ventilatie-klasse in gangzones of op leerpleinen als open onderwijslandschap zodat deze ook voor onderwijs gebruikt kunnen worden en (beperkt) betere afwerkingsniveaus.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Deze kwaliteitsambities gaan verder dan het wettelijk verplichte kwaliteitsniveau, immers om ook voor toekomstbestendige, langdurig bruikbare onderwijsgebouwen te zorgen zijn deze uitgangspunten essentieel. De argumentatie daarvoor is als volgt: • BENG is onvoldoende om (voor onderwijshuisvesting) de klimaatdoelstelling van 95% CO2-reductie te halen in 2050. De huidige gebouwen zullen naar alle waarschijnlijkheid voor 2050 ENG moeten zijn. Om investeringen in de toekomst te voorkomen is de keuze gemaakt om direct ENG te realiseren. • In aansluiting op de visie en ambities van gemeente en schoolbesturen is het uitgangspunt slimme mix Frisse Scholen toegevoegd. Gezonde huisvesting voor leerlingen en leraren is een randvoorwaarde voor een goed schoolgebouw. Het concept van Frisse Scholen omvat de onderwerpen energie, lucht, tempartuur, licht en geluid. Met name het belang van een goede luchtkwaliteit en voldoende ventilatiemogelijkheden is gedurende de coronapandemie duidelijk geworden. Ook de andere aspecten zoals tempartuur, licht en geluid zijn belangrijk voor een gezond binnenklimaat en daarmee voor een prettige en gezonde omgeving waar leerlingen en leraren veel uren op een (school)dag doorbrengen.

• De omschreven kwaliteitsambities komen eveneens ten goede aan de geformuleerde visie en de integrale definitie van duurzaamheid: gezonde, circulaire, exploitabele en toekomstbestendige schoolgebouwen. Schoolgebouwen waarin verschillende onderwijsvisies een plek kunnen krijgen, die in de toekomst aanpasbaar zijn en waar een comfortabele ontwikkelomgeving verzekerd is. In het financieel overzicht (paragraaf 6.4) zijn de kosten voor de volgende drie ambities per onderdeel uitgewerkt: • Van BENG naar ENG. • Frisse Scholen: Kwaliteitskader HEVO. • Circulair bouwen. Naast deze kwaliteitsuitgangspunten voor het gebouw is door de schoolbesturen en de gemeente Altena ook de duidelijke ambitie uitgesproken om groenblauwe buitenruimten te realiseren (zie bouwsteen 4: duurzaamheid en kwaliteit). Deze ambitie is nog niet financieel vertaald, aangezien de kosten hiervoor sterk afhankelijk zijn van de gekozen uitwerking en de omvang van de buitenruimten. Er wordt aanbevolen de uitgangspunten hiervoor in gezamenlijkheid met schoolbesturen en gemeente af te stemmen.

Pagina 34 van 49

6.2. Investeringskostenkengetallen 6.2.1 Nieuwbouw De bepaling van de kwaliteitsambitie leidt tot indicatieve investeringsbedragen per m² brutovloeroppervlakte (bvo). Met behulp van de kostenconfigurator van HEVO zijn de te ramen investeringsniveaus per vierkante meter bepaald. Deze investeringsniveaus sluiten aan bij de eerder omschreven kwaliteit (zie bouwsteen 4). De investeringsniveaus zijn weergegeven in onderstaande tabellen. Er ontstaan schaalvoordelen bij het bouwen van een school met een grotere omvang.

Voorafgaand aan de start van een project zal een uitgebreid onderzoek moeten plaatsvinden naar de technische haalbaarheid van vernieuwbouw van schoolgebouwen en naar de daadwerkelijk benodigde financiële middelen hiervoor. In sommige gevallen is vernieuwbouw goedkoper dan nieuwbouw omdat veel delen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Het komt echter ook regelmatig voor dat de investeringskosten nagenoeg gelijk zijn of zelfs hoger in het geval van vernieuwbouw. Veiligheidshalve wordt daarom in de investeringsplannen voor alle projecten (nieuwbouw en vernieuwbouw) uitgegaan van de kostenkengetallen voor nieuwbouw.

6.2.3 Renovatie Tabel: kostenkengetallen nieuwbouw PO en SBO

Kostenconfigurator HEVO PO 1-1-2023. Stichtingskosten incl. btw/m2 bvo Onderdeel Primair Onderwijs Aantal leerlingen 100 200 300 Uitgangspunten bouwlagen 1 1 2 Norm bvo 703 1206 1709 Kosten per vierkante meter Totale kosten € 3.898 € 3.719 € 3.402 €

400 2 2212 3.345

Tabel: kostenkengetallen nieuwbouw VO Kostenconfigurator HEVO VO 1-1-2023. Stichtingskosten incl. btw/m2 bvo Onderdeel Voortgezet Onderwijs vmbo/havo/ Voortgezet Onderwijs vmbo havo/vwo vwo Uitgangspunten bouwlagen 2 3 3 Norm bvo 5000 8000 13000 Kosten per vierkante meter Totale kosten € 3.192 € 2.978 € 2.937

6.2.2 Vernieuwbouw Het streven is om bij vernieuwbouw de gewenste nieuwbouwkwaliteit zoveel als mogelijk te realiseren (volwaardig alternatief voor nieuwbouw). Er wordt daarom ook wel gesproken over ‘vernieuwbouw’. Het kwaliteitsniveau van vernieuwbouw is gelijk aan het kwaliteitsniveau van nieuwbouw (voor zover (bouw)technisch haalbaar).

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Het streven is om ook bij renovatie (met levensduurverlening van minimaal 20 jaar bij een gebouwleeftijd van 40 jaar) de nieuwbouwkwaliteit zoveel als mogelijk te realiseren en daarmee te beschouwen als een alternatief naast nieuwbouw of vernieuwbouw. Bij renovatie is het investeringsbedrag per m² 75% van het investeringsbedrag voor nieuwbouw. De exacte bedragen in geval van renovatie dienen in afzonderlijke businesscases nader te worden uitgewerkt. Het is immers projectafhankelijk in hoeverre gestelde ambities binnen de bestaande huisvesting gerealiseerd kunnen worden en van toepassing zijn. Grofweg vallen de volgende werkzaamheden onder renovatie: (1) vervangen installaties, (2) verduurzamingsmaatregelen, (3) functionele aanpassingen. In het investeringskostenoverzicht zijn renovatieopgaven opgenomen voor gebouwen die meer dan 40 jaar oud zijn. De gebruikelijke renovatie na 20 jaar levensduur van een gebouw is voor kosten van het onderwijs en dus niet opgenomen in het investeringskostenoverzicht.

6.2.4 Kinderopvang Voorfinanciering van ruimten voor kinderopvang door de gemeente behoort tot de mogelijkheden bij nieuwbouw. Deze investering wordt middels een kostendekkend huurtarief aan kinderopvangorganisaties terugverdiend. Voorfinanciering legt uiteraard wel beslag op de financieringscapaciteit van de gemeente. Het kengetal voor kinderopvang ligt gemiddeld hoger dan voor het onderwijs in verband met hogere eisen die aan de huisvesting worden gesteld.

Pagina 35 van 49

6.3. Uitgangspunten financiële vertaling onderwijs Het overzicht in de volgende paragraaf toont de investeringskosten. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: 1. Bij elke opgave is gerekend met een gemiddeld leerlingenaantal over de periode 2024 tot en met 2034. Dit geeft met name zicht op de ontwikkeling voor de opgaven in de eerste termijn (0-10 jaar). In een businesscase voortkomend uit een opgave wordt het exacte leerlingenaantal bepaald aan de hand van de meest actuele prognoses. 2.

In geval van renovatie (na ± 40 jaar levensduur) wordt uitgegaan van renovatie van het gehele gebouw c.q. het totaal van de bestaande vierkante meters van de huisvesting: dus ook de renovatie van eventuele aanwezige overschotten in ruimtegebruik.

3.

De kostenconfigurator uit 2023 is gehanteerd en is inclusief btw, prijspeil 1 januari 2023. Periodieke indexatie als basis voor de financiële vertaling van dit IHP is noodzakelijk. De projecten zijn van 2023 naar 2024 geïndexeerd met een percentage van 4,4% op basis van de CPI-index. In dit IHP is rekening gehouden met een vast percentage indexatie per jaar (3%) om zo ook de doorrekening te maken voor projecten die verder weg in de tijd liggen. Let op: dit percentage is een aanname op basis van de CPI-index over de afgelopen jaren.

4.

Het prijsniveau is gebaseerd op de regio Altena. Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio Altena. De kostenconfigurator gaat uit van normale marktomstandigheden voor wat betreft beschikbaarheid van materialen en inschrijvingen van aannemers bij projecten.

5.

In de investeringskosten zijn ook bijkomende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria (voor ontwerpteamleden: architect, installatieadviseur, constructeur, bouwfysicus en projectmanager), aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, beperkte risicoverrekening en onvoorzien. De bijkomende kosten zijn gebaseerd op een eenvoudig gebouw met een compacte gebouwvorm en een daarbij passende voorbereidings- en uitvoeringsplanning.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

6.

Aanvullende kosten die locatiegebonden zijn, of anderszins niet vallen onder de bouwkosten en bijkomende kosten voor de realisatie van een schoolgebouw, zijn in de vorm van een opslagpercentage opgenomen in de financiële vertaling. De kosten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder andere kosten voor tijdelijke huisvesting, grondkosten, locatiegebonden kosten, kosten voor bouwrijp maken, sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur, bijvoorbeeld voor adviezen of projectbegeleiding, kosten voor organisatorische ondersteuning, inrichtingskosten (losse inrichting) en verhuiskosten. Deze kosten kunnen hoog oplopen, zeker als tijdelijke huisvesting benodigd is. Gemiddeld gezien betreft het op een totale opgave van een gemeente (dus over alle schoolgebouwen berekend) 20-25% van de investeringskosten uit het IHP. Voor deze kosten is een opslagpercentage van 25% over de investeringskosten gerekend. Dit is opgenomen in het financieel overzicht in de volgende paragraaf. Het kan echter zijn dat voor het ene schoolgebouw slechts 10% nodig is en dat een ander schoolgebouw 50% aan extra kosten met zich meebrengt. Dit is met name afhankelijk van de noodzaak tot tijdelijke huisvesting. Per opgave worden de exacte aanvullende kosten nader gespecificeerd en onderbouwd in de businesscase. 7.

In het IHP is bij de financiële doorrekening voor de rentecomponent binnen de kapitaallasten een renteomslagpercentage gehanteerd van 0,75%. Dit is het omslagpercentage zoals dat is opgenomen in de meerjarenbegroting 2024-2027 van de gemeente. 8. Binnen de financiële vertaling zijn de verwachte indicatieve investeringskosten per termijn. Voor een aantal projecten kan nu al voorzien worden dat businesscases nodig zijn. Voor het uitvoeren van deze businesscases is geen budget opgenomen. 9. Vooralsnog is voor de investeringskosten voor iedere vervangings- en uitbreidingsopgave uitgegaan van nieuwbouw. In de businesscases zal de afweging tussen renovatie, vernieuwbouw en nieuwbouw plaatsvinden en worden de daadwerkelijke kosten in beeld gebracht. 10. Het streven is om projecten te realiseren in de termijn waarin ze zijn genoemd. Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in een of meerdere projecten, blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken.

Pagina 36 van 49

6.4. Overzicht investeringskosten DISCLAIMER De investeringskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen en zijn indicatief. Het doel van het investeringskostenoverzicht is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgaven en hen te helpen bij de voorbereiding van deze opgaven. De genoemde bedragen zijn daarmee richtinggevend. Op moment dat een project gestart wordt, worden de investeringsbedragen geactualiseerd.

School data

Schoolnaam

Opgaven

Scenario

Aantallen

Jaar van oplevering

m2 BVO onderwijs [1]

Leerling aantal

m2 BVO opvang [2]

Kengetal [3] (onderwijs)

Kengetal [4] (opvang)

Totaal (incl. btw, prijspeil 1 januari 2023)

Opmerkingen [5]

Stichtingskosten onderwijs

Stichtingskosten opvang

Waarvan meerkosten Waarvan meerkosten Indexering naar jaar Indexering naar 2024 ENG t.o.v. BENG circulair bouwen van oplevering

Investeringskosten totaal

Investeringskosten totaal

(niv. laag)

Investeringskosten totaal

Periode 0-10 jaar (2024-2034) 1 2 3 4 5 6 7 9

MFA Almkerk Uitbreiding Het Baken Het Fundament Henri Dunant Oranje Nassauschool De Halm De Morgenster De Hoeksteen

Lopend project Lopend project Lopend project Lopend project Lopend project Lopend project Uitbreiding Uitbreiding

2025 2027

11

Eben-Haëzer

Nieuwbouw

2027

12

De Zaaier Den Biekurf Schans (excl. gym)

Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw

2030 2033 2034

10 13

Subtotaal termijn 0-10 jaar Opslag van 25% over stichtingskosten onderwijs [5] (vernieuwbouw en uitbreidingsprojecten) TOTAAL

Referentie: 1659911-0033.2.0.

--------132 225 43 261

0 0 0 0 0 0 150 144 862 1.334 416 1.962

0 0 0 0 0 0 0 € 288 € 0 € 135 € 26 € 0 €

------3.898 3.898 € 4.026 3.898 3.719 3.898 3.192

Binnen het IHP is hier nog geen rekening gehouden voor KOV

€ 4.026 € 4.026

€ €

------584.700 560.327

€ € € € € € € €

€

3.360.586

€

€ € € €

4.961.281 1.622.698 6.264.138 17.353.731

€ € € €

1.160.615 544.608 103.871 1.809.094

€ € € € € € €

584.700 1.720.942

€ €

19.200 18.400

€ €

6.000 5.750

€ €

18.000.000 3.427.000 7.732.000 7.567.000 11.896.000 fase b.c. 610.427 1.796.664

€ € € € € € €

18.000.000 3.427.000 7.732.000 7.567.000 11.896.000 fase b.c. 628.740 1.963.263

€

3.360.586

€

110.353

€

34.485

€

3.508.452

€

3.833.780

€ € € €

5.505.889 1.726.569 6.264.138 19.162.825

€ € €

169.423 53.285 190.358

€ € €

48.025 16.652 43.174

€ € € €

5.748.148 1.802.538 6.539.760 68.627.990

€ € € €

6.863.590 2.351.904 8.788.891 73.052.167

€

4.338.433

€

4.529.324

€

5.571.434

€

23.501.258

€

73.157.313

€

78.623.601

Pagina 37 van 49

School data

Schoolnaam

Opgaven

Scenario

Aantallen

Jaar van oplevering

m2 BVO onderwijs [1]

Leerling aantal

m2 BVO opvang [2]

Kengetal [3] (onderwijs)

Kengetal [4] (opvang)

Totaal (incl. btw, prijspeil 1 januari 2023)

Opmerkingen [5]

Stichtingskosten onderwijs

Stichtingskosten opvang

Waarvan meerkosten Waarvan meerkosten Indexering naar jaar Indexering naar 2024 ENG t.o.v. BENG circulair bouwen van oplevering

Investeringskosten totaal

Investeringskosten totaal

(niv. laag)

Investeringskosten totaal

Periode 10-20 jaar (2035-2045) 19

ds. Gisb. Voetiusschool

Nieuwbouw

2035

14

Altena College (dubbele gymzaal: Rijn/Maaszaal)

Nieuwbouw

2038

15

Altena College (achterbouw)

Nieuwbouw

2038

17

SBO De Akker

Nieuwbouw

2041

20

Oudendijk

Renovatie

2041

16

De Verrekijker De Ark Ds. John. Groenewegenschool

Nieuwbouw Nieuwbouw Renovatie

2043 2044 2045

18 21

233 --

1.371 910

140 €

3.719

€ 4.026

0 € 3.027.872

-57

3.744 669

0 € 30 €

2.978 3.898

-58 50 --

799 489 453 3.015

0 30 30 0

2.924 3.898 3.898 1.673

€ € € €

€

5.097.329

€

563.640

€

5.660.969

Betreft normatieve m2s voor 2 nieuwe gymzalen incl. kleedruimten en berging. Kengetal betreft kosten voor 2 gymzalen

€

3.027.872

€

-

€

3.027.872

Betreft m2 conform de norm minus huidige m2s Altena College excl. achterbouw. Ofwel bij vernieuwbouw wordt alleen nieuw gebouwd conform de norm

€

11.149.361

€

-

€

11.149.361

€

€

2.607.567

€

120.780

€

2.728.347

€

€

2.335.877

€

-

€

2.335.877

€ € € €

1.907.890 1.765.294 5.042.588 27.836.449

€ € € €

€ € € €

2.028.670 1.886.733 5.042.588 28.199.448

€

€ 4.026 m2 bvo conform bestaand excl. huidige uitbreiding

€ 4.026 € 4.026

Subtotaal termijn 10-20 jaar Opslag van 25% over stichtingskosten onderwijs [5] (vernieuwbouw en uitbreidingsprojecten)

120.780 121.439 5.477.495

TOTAAL

€

175.439

€

340.696

€

85.626

€

54.825

€

5.910.052

€

8.180.894

€

3.161.098

€

4.781.445

67.390

€

11.639.933

€

17.606.443

26.758

€

2.848.394

€

4.707.962

aandeel ntb

€

2.438.655

€

4.030.725

19.578 18.115 aandeel ntb

€ € € €

2.117.932 1.969.749 5.264.461 29.440.223

€ € € €

3.713.806 3.557.587 9.793.449 48.191.417

5.698.465

€

5.949.198

€

5.596.972

€

33.897.913

€

35.389.421

€

53.788.389

12.783.158

aandeel ntb € €

62.650 57.968 aandeel ntb

€ €

Periode na 20 jaar (na 2046) 22

De Hoeksteen

Renovatie

2047

23

t Ravelijn Willem van Oranje College

Renovatie Renovatie

2048 2048

26

De Bolderik De Wilgenhoek

Renovatie Renovatie

2049 2049

27

Het Baken

Renovatie

2049

28

Prins Willem Alexanderschool

Renovatie

2057

29

De Morgenster

Renovatie

2060

30

36

Burg. Verschoorschool De Parel De Sprankel De Peppel t Kompas Burg. Sigmond De Regenboog

Renovatie Renovatie Renovatie Renovatie Renovatie Renovatie Renovatie

37

Altena College

Nieuwbouw

24 25

31 32 33 34 35

Subtotaal periode 20-60 jaar Opslag van 25% over stichtingskosten onderwijs [5] (vernieuwbouw en uitbreidingsprojecten) TOTAAL

Referentie: 1659911-0033.2.0.

---

2.473 912

0 € 0 €

2.509 2.924

----

8.191 1.396 688

0 € 0 € 0 €

2.394 2.789 2.924

---

1.825 1.016

0 € 0 €

2.552 2.924

2060 2060 2060 2060 2061 2061 2065

---------

2.209 587 1.537 436 1.075 1.524 882 1.525

0 0 0 0 0 0 0 0

€ € € € € € € €

2.552 2.924 2.789 2.924 2.924 2.789 2.924 2.789

ntb

--

3.887

0 €

2.978

m2 bvo conform bestaand excl. uitbreiding periode 0-10jr m2 bvo conform bestaand minus m2 bvo ROC en bieb

m2 bvo conform bestaand excl. huidige uitbreiding m2 bvo conform bestaand incl. 80m eigen investering

m2 bvo conform de norm, exclusief gedeelte achterbouw

€

6.204.139

€

-

€

6.204.139

aandeel ntb

aandeel ntb

€

6.477.121

€

€

2.666.232

€

-

€

2.666.232

aandeel ntb

aandeel ntb

€

2.783.546

€

5.658.376

€

19.609.254

€

-

€

19.609.254

aandeel ntb

aandeel ntb

€

20.472.061

€

41.615.485

€ €

3.893.793 2.011.368

€ €

-

€ €

3.893.793 2.011.368

aandeel ntb aandeel ntb

aandeel ntb aandeel ntb

€ €

4.065.120 2.099.868

€ €

8.511.458 4.396.658

€

4.656.488

€

-

€

4.656.488

aandeel ntb

aandeel ntb

€

4.861.373

€

10.178.635

€

2.970.276

€

-

€

2.970.276

aandeel ntb

aandeel ntb

€

3.100.968

€

8.224.807

€

5.636.264

€

-

€

5.636.264

aandeel ntb

aandeel ntb

€

5.884.259

€

17.054.221

€ € € € € € €

1.716.095 4.287.077 1.274.646 3.142.763 4.250.817 2.578.527 4.253.606

€ € € € € € €

-

€ € € € € € €

1.716.095 4.287.077 1.274.646 3.142.763 4.250.817 2.578.527 4.253.606

aandeel ntb aandeel ntb aandeel ntb aandeel ntb aandeel ntb aandeel ntb aandeel ntb

aandeel ntb aandeel ntb aandeel ntb aandeel ntb aandeel ntb aandeel ntb aandeel ntb

€ € € € € € €

1.791.603 4.475.709 1.330.730 3.281.044 4.437.853 2.691.982 4.440.765

€ € € € € € €

5.192.563 12.971.849 3.856.827 9.509.379 13.247.997 8.036.177 14.920.521

€

11.575.757

€

-

€

11.575.757

69.968

€

12.085.090

€

80.727.100

€

-

€

80.727.100

€

84.279.092

€

2.893.939

€

3.021.273

€

83.621.039

€

87.300.365

€

353.725

€

ntb

Pagina 38 van 49

6.5. De interpretatie van investeringskosten uit dit IHP De investeringskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen en zijn indicatief. Het doel van het investeringskostenoverzicht is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgaven en hen te helpen bij de voorbereiding van deze opgaven. Na afronding van het IHP worden voor de individuele projecten, op het moment dat deze actueel worden, businesscases opgesteld. In deze businesscases worden de investeringskosten opnieuw berekend, op basis van projectspecifieke kengetallen. In deze fase wordt immers duidelijk voor hoeveel leerlingen daadwerkelijk gebouwd wordt, het aantal vierkante meters, op welke locatie, in hoeveel bouwlagen etc. Na het uitvoeren van de businesscase zijn, naast de kwaliteitsuitgangspunten die voortkomen uit het onderzoek, de berekende investeringskosten taakstellend. Op basis hiervan wordt, indien nodig, een aangepast krediet aangevraagd bij de gemeenteraad. Vervolgens kan het project daadwerkelijk starten met de definitiefase en daarna de ontwerpfase. Op basis van een Programma van Eisen of een Voorontwerp kan een eerste investeringskostenraming op elementniveau worden gemaakt. Het kan voorkomen dat op basis van deze investeringskostenraming het taakstellend budget ontoereikend blijkt te zijn.

In dit geval is het mogelijk om het benodigd budget te herijken en terug te gaan naar de gemeenteraad. Dit kan alleen wanneer duidelijk onderbouwd kan worden dat het taakstellend budget uit de businesscase ontoereikend is om de taakstellende kwaliteitsuitgangspunten te realiseren.

6.6. Total Cost of Ownership Indien de schoolbesturen wensen om te investeren in extra kwaliteit boven de gestelde kwaliteit in dit IHP, dan staat het de schoolbesturen vrij om dat te doen. De mogelijkheden kunnen per project in de businesscases verder uitgewerkt te worden.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 39 van 49

7. CO2-reductie Deze analyse13 brengt de CO2-reductie van het IHP in beeld. De analyse is erop gericht om te toetsen of de klimaatdoelstellingen (55% CO2-reductie in 2030 en 95% reductie in 2050 ten opzichte van het jaar 1990) worden behaald en om bij te sturen indien nodig. HEVO heeft de kennis die zij heeft opgedaan bij de ondersteuning bij het opstellen van de landelijke routekaarten PO, VO en mbo/HO hiervoor ingezet. Echter, om de reductie voor de gemeente Altena te toetsen aan de klimaatdoelstellingen, hebben we ook de gas- en elektragegevens van de schoolgebouwen uit 1990 nodig. Deze gegevens zijn niet bekend. Voor de gemeente Altena brengt de tool daarom de reductie van CO2-emissie in beeld ten opzichte van het jaar 2023. Vanuit het rijk zijn de volgende doelen gesteld: • In 2030 is de streefwaarde 55% reductie van CO2-uitstoot ten opzichte van de uitstoot in 1990. In Altena wordt deze doelstelling gehaald gezien het jonge gebouwenbestand van de gemeente en de voorgestelde opgaven. • In 2030 is de streefwaarde 95% reductie van CO2-uitstoot ten opzichte van de uitstoot in 1990. Deze doelstelling zal op basis van de maatregelen ook haalbaar zijn. Op basis van de reductie die de voorliggende opgaven teweegbrengen in combinatie met het jonge gebouwenbestand van de gemeente, kan gesteld worden dat deze doelstellingen vanuit de overheid behaald zullen zijn in 2030 en 2050.

Figuur: verwachte CO2-reductie op basis van opgaven ten opzichte van het jaar 2023 13 Voor deze analyse zijn de huidige gas- en elektraverbruiksgegevens van de scholen ingevoerd. Van

een aantal scholen waren de verbruiksgegevens (gas en elektra) niet tijdig beschikbaar: Burg. Sigmond, MFA Het Vlechtwerk, Brede School De Dussenaar, De Parel, De Akker en De Regenboog. Voor deze scholen zijn waarden ingevoerd op basis van landelijke referenties.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 40 van 49

8. Vervolg IHP Als het IHP is vastgesteld, kan gestart worden met de uitvoering. Elk nieuwbouw-, renovatie- of uitbreidingsproject start met het opstellen van een businesscase. Met de businesscase voor een nieuwbouw- of renovatieproject dient ca. 3 jaar voor het voorgestelde opleverjaar gestart te worden.

8.1. Opstellen businesscases In een businesscase wordt een project geconcretiseerd en geactualiseerd. De businesscases hebben als doel om: • Definitieve leerlingenaantallen per project te bepalen. • Een definitieve keuze te maken tussen (ver-)nieuwbouw of renovatie. • Inzicht te krijgen in de bekende investeringskosten en geïnventariseerde risico’s inclusief een raming van locatiegebonden en projectspecifieke kosten. • De TCO-benadering te concretiseren. • Participatie en inspraak te organiseren voor doelgroepen als kinderopvang, maatschappelijke partners, leerlingen, leraren, ouders, bedrijven en omwonenden. • Invulling inclusief onderwijs te bepalen. Welke doelgroep wordt er verwacht op de locatie, dienen er aanvullende meters gerealiseerd te worden om de doelgroep te huisvesten. • Aandacht te besteden aan gebiedsontwikkeling en vergroening van de buitenruimten. • Mogelijkheden verkennen voor het opvangen en hergebruik van regenwater. • De verantwoordelijkheid voor het bouwheerschap te bepalen. • Een goed uitgangspunt te bieden om een Programma van Eisen op te stellen.

8.2. Voorbehoud Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Besluit bouwwerken leefomgeving, bouwkosten, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.

Na vaststelling van de businesscase door het college kan het project opgestart worden.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 41 van 49

Bijlage 1: huidig stelsel In deze bijlage wordt ingegaan op de huidige juridische kaders bij onderwijshuisvesting. Zorgplicht onderwijshuisvesting Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO), voor zover dat van toepassing is in de gemeente. De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en eerste inrichting. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen zijn de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen.

een ideëel doel (onder andere culturele, maatschappelijke instellingen) of verhuren (commerciële instellingen). In alle gevallen dient de gemeente daar toestemming voor te geven. Verantwoordelijkheden en bekostiging onderwijs In het huidige stelsel is de gemeente verantwoordelijk voor de voorzieningen betreffende onder andere nieuwbouw, uitbreiding en constructiefouten en ontvangt zij hiervoor een (ongeoormerkte) vergoeding in het gemeentefonds. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de exploitatie (onder andere onderhoud en energie) en ontvangen hiervoor een lumpsum of materiële instandhouding (hierna MI)-vergoeding. Dit stelsel vertoont een aantal tekortkomingen (lees: hiaten in regelgeving, zie figuur 0-1). Daarnaast zijn er beperkingen in het stelsel als het gaat om investeringen, tenzij deze van belang zijn in het verlagen van de exploitatiekosten.

Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het primair onderwijs (artikel 102), de Wet op de expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen. De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. Eigendom Schoolbesturen hebben het juridisch eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw, valt het gebouw in juridisch eigendom terug aan de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Figuur 0-1 Huidig stelsel financiering onderwijshuisvesting

Kinderopvang De rijksoverheid stelt dat de ontwikkeling van het kind in de kinderopvang bijdraagt aan een goede start in het basisonderwijs en de samenleving. Sinds 1 januari 2018 is de

Pagina 42 van 49

Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en een deel van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (Wet IKK) in werking. •

startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. Het investeringsverbod voor het PO en SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het voortgezet onderwijs. PO- en SO-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. De concretisering van het huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.

Binnen de kinderopvang worden de volgende vormen onderscheiden: • 0-4-jarigen, inclusief slaapvertrekken. • 2-4-jarigen, eventueel in combinatie met VVE; voor- en vroegschoolse educatie. • Buitenschoolse opvang, volgtijdelijk op het onderwijs.

•

Per 1 augustus 2020 zijn gemeenten verplicht om per week ten minste 16 uur VVE aan te bieden aan kinderen van 2 tot 6 jaar die risico lopen op een onderwijsachterstand. Kinderen vanaf 2 jaar met (een risico op) een onderwijsachterstand door omgevingskenmerken kunnen voorschoolse educatie volgen in de gemeente Altena. Peuters zijn dan spelenderwijs bezig met taal, voorbereidend rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Door voorschoolse educatie op de kinderopvang kunnen deze kinderen een betere start maken op de basisschool. Hiervoor hebben de gemeenten extra budget van de rijksoverheid gekregen, de OAB-middelen.

Vooruitlopend op dit wetsvoorstel wordt hier door gemeente en schoolbesturen al op ingespeeld en zijn er mogelijkheden om het investeringsverbod te rechtvaardigen. Een schoolbestuur kan bijvoorbeeld investeren in exploitatieverlagende maatregelen met een redelijke terugverdientijd.

Ontwikkelingen in het stelsel Net als andere wet- en regelgeving is ook het onderwijshuisvestingsstelsel onderhevig aan wijzigingen. Daarnaast zijn er ook nationale ontwikkelingen gaande die invloed hebben op onderwijshuisvesting. Hieronder worden deze nader toegelicht. Wetvoorstel stelselwijziging Reeds in december 2016 hebben PO-raad, VO-raad en VNG een voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het onderwijshuisvestingsstelsel op te lossen. Belangrijke oplossingen uit het voorstel zijn: • De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 5 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 20e jaar. • De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Wijzigingen besluit bouwwerken leefomgeving in relatie tot normbedragen VNG Per 1 januari 2021 is de wijziging met betrekking tot bijna energieneutrale gebouwen (BENG) uit het Bbl in werking getreden. De verplichting van BENG heeft gevolgen voor de kosten van onderwijshuisvesting. Hierdoor heeft de VNG de normbedragen in de Modelverordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs in november 2020 aangepast. In de opvolgende jaren zijn de normbedragen geïndexeerd. Ondanks deze indexering blijven de normbedragen achter op de marktprijzen (circa 10 tot 15% ten opzichte van het kengetal dat in dit IHP wordt gehanteerd). Daarnaast heeft de verhoging van de normbedragen (nog) geen invloed gehad op de beschikbare middelen voor onderwijshuisvesting in het gemeentefonds. De rijksoverheid is een Interdepartementaal Beleidsonderzoek gestart waarbij wordt onderzocht welke opgaven er liggen op het gebied van onderwijshuisvesting (BENG, veroudering, verduurzamingsopgave etc.) en hoe hieraan voldaan kan worden.

Pagina 43 van 49

Landelijke ontwikkelingen kinderopvang Het kabinet verkent de mogelijkheden om kinderopvang gratis te maken. Vanaf januari 2027 wil het kabinet 96% betalen van de zogeheten maximum huurprijs in de kinderopvang. Daarmee wordt de opvang voor veel ouders bijna gratis. Dit zorgt ervoor dat meer ouders gebruik kunnen gaan maken van de kinderopvang en het aantal kinderen dus kan toenemen. De haalbaarheid wordt op dit moment nog onderzocht, denk hierbij aan ruimten, personeel en kwaliteit voor de VVE-kinderen.

wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen.

Energie en klimaatakkoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. HEVO heeft deze doorrekening -in opdracht van PO-raad en de VO-raad- uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2-productie. Anderzijds richt de doorrekening zich op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990. Eind 2020 heeft de Europese commissie ingestemd met het verhogen van de doelstelling voor 2030 naar 55% reductie ten opzichte van 1990. Deze verhoging in de reductie van de CO2-emissie zal ook voor Nederland van toepassing worden. In het in december 2021 gepresenteerde coalitieakkoord van het kabinet is beschreven dat ook Nederland minimaal 55% reductie in de CO2-emissie in 2030 gaat verankeren in de Klimaatwet.

Daarmee komt de hierboven beschreven doelstelling van 49% reductie op termijn te vervallen, het advies is dan ook om voor te sorteren op de verhoogde doelstelling van minimaal 55%. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden (PO-raad en VO-raad) daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 44 van 49

Bijlage 2: Frisse Scholen Kwaliteitskader HEVO

Frisse Scholen - versie mei 2021

Keuze klasse

verklaring keuze

Energie Energieprestatie

Klasse B met ENG vanuit klimaatdoelstelling / CO2

Lucht Luchtverversing

Klasse B

Spuiventilatie

Klasse C

Ruimtevolume

Klasse B

Kwaliteit van de toevoerlucht

Klasse B

Fijnstof

Klasse B

Emissies van materialen

Klasse B=A

Emissies van apparatuur

Klasse A

indien er sprake is van schadelijke uitstoot van de apparatuur

Schoonmaakbaarheid

Klasse C=B=A

zie ook rapport 'Naar een schone school' van VSR&OSB

Tabaksrook

Klasse C=B=A

Toiletten

Klasse C

Legionella

Klasse C=B=A

let op bij locatiekeuze nieuwbouw

bij PO is aandacht bij de jongste kinderen wenselijk ivm ongelukjes (spuimogelijkheid en vloerafwerking)

Temperatuur Operatieve temperatuur winter

Klasse B

Operatieve temperatuur zomer

Klasse B

Individuele beïnvloeding

Klasse C=B

Ventilatieve koeling

Bouwbesluit

Tocht

Klasse C

Lokaal thermisch discomfort

Klasse C

Licht Kunstlicht

Klasse B + 400 lux schakeling obv aanwezigheid & daglichtregeling

Daglicht

Klasse C

Helderheidswering

Klasse B

Individuele beïnvloeding

Klasse C

Geluid Bij locatie grenzend aan spoor of hoofdontsluitingsweg, Klasse A. In PO speciale aandacht voor ligging speelterrein onderbouw en kinderopvang tov midden en bovenbouw, om overlast te voorkomen. Bij gelijktijdig gebruik speelplaats en leslokalen klasse A toepassen.

Geluidswering van de gevel

Klasse C=B

Installatiegeluid

Klasse C

Ruimteakoestiek

Klasse C met 0,8s

0,8s voor een niet ingericht lokaal

Luchtgeluidisolatie

Klasse C=B

bij lokalen onderling geldt eis Klasse A

Contactgeluidisolatie

Klasse C=B

Kwaliteitsborging

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Energie

Klasse C

Lucht

Klasse C=B

Temperatuur

Klasse C=B

Licht

Klasse C=B=A

Geluid

Klasse C=B=A

Pagina 45 van 49

Bijlage 3: energieprestaties Hieronder zijn de verschillende definities van energieprestaties van gebouwen opgenomen: BENG (bijna energieneutraal gebouw) Bij een BENG-gebouw worden gebouwgebonden energieverbruik en energieopwekking met elkaar vergeleken. Een BENG-gebouw kent een hoger energieverbruik in verhouding tot de energieopwekking. Door de toepassing van de norm NTA8800 wordt getoetst of het gebouw voldoet aan wetgeving voor BENG, die vanaf 1 januari 2021 wettelijk verplicht is. ENG (energieneutraal gebouw) Het gebouw heeft volgens NEN 7120 een EPC van nul. Alleen het gebouwgebonden energieverbruik op jaarbasis telt mee en is nul.14 NOM (nul op de meter) Om een NOM-gebouw te realiseren moet er naast de energie die benodigd is voor de gebouwgebonden installaties, ook gekeken worden naar het algemeen energieverbruik door de gebruikers. Bij een NOM-gebouw zijn totale energieverbruik en energieopwekking in balans. Door verschillen in de kosten voor inkoop van energie en vergoeding voor teruglevering aan het net kent een NOM-gebouw alsnog kosten voor energie. Klimaatneutraal Klimaatneutraal wil zeggen dat bepaalde activiteiten (al dan niet binnen een bepaald gebied of op een bepaalde plek) geen positief of negatief effect hebben op het klimaat.

Het begrip ‘klimaatneutraal’ wordt vooral gebruikt om aan te geven dat bepaalde activiteiten geen negatief effect hebben op het klimaat, waarmee men wil zeggen: geen emissie van CO2 en andere broeikasgassen.15

14 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/algemene-

begrippen 15 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/algemenebegrippen

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 46 van 49

Bijlage 4: toegepaste methodieken Capaciteitsanalyse

onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen. Dit zijn thema’s voor strategisch vastgoedbeleid.

Voor alle gebouwen is de beschikbare capaciteit voor het onderwijs geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt een normatief ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van het onderwijs wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de verordening). Er is uitgegaan van de ruimtebehoefte zoals opgegeven in de leerlingenprognose van 2023 (met teldatum oktober 2023 (conform de verordening)). Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal vierkante meters dat beschikbaar is: de brutovloeroppervlakte (bvo). In een aantal gevallen zijn in eigen beheer m²’s ontwikkeld; dit wordt als zodanig benoemd. Figuur: elementen van quickscan-beoordelingsmethodiek

Opmerking: de capaciteitsanalyse is een genormeerde ruimtebehoefteberekening. In de praktijk zijn er efficiënte en minder efficiënte gebouwen. Wanneer een school bijvoorbeeld veel gangen heeft, of een grote aula, kan er een genormeerd ruimteoverschot zijn, terwijl dit niet zo wordt ervaren. Er is relatief immers minder effectieve onderwijsruimte. Ook wordt in de praktijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot medegebruik of verhuur van ruimten.

Op basis van de door HEVO ontwikkelde quickscan zijn alle gebouwen op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score, die inzicht geeft in de vervangingstermijn. De quickscans zijn in 2019 opgesteld ten tijde van het vorige IHP. De resultaten van de scans zijn herijkt naar het jaar 2024.

Naast het inzichtelijk maken van eventuele ruimtetekorten is de capaciteitsanalyse van belang omdat een eventueel ruimteoverschot de schoolbesturen geld kost voor exploitatie en onderhoud. Schoolbesturen ontvangen een vergoeding voor materiële instandhouding op basis van het aantal leerlingen en niet op basis van het aantal m² in een school. Bovendien vormen ruimteoverschotten een risico voor de gemeente. Wanneer een gebouw geheel leeg komt te staan, kan een schoolbestuur besluiten dit gebouw(deel) over te dragen aan de gemeente. Daarnaast dient de gemeente (op basis van de verordening) te voorzien in oplossingen voor ruimtetekorten.

De quickscan leidt tot een advies voor de vervangingstermijn, ofwel het ‘natuurlijke vervangingsmoment’ van een schoolgebouw. Het natuurlijke vervangingsmoment van schoolgebouwen is cruciaal omdat het van belang is dat bij ingrepen ((ver)nieuwbouw of renovatie) alle thema’s integraal aangepakt kunnen worden. Immers, bijvoorbeeld een energieneutraal gebouw dat onderwijskundig niet geschikt is, is een ongeschikt schoolgebouw. Naast de visie/ambities en de capaciteitsanalyse, zijn de quickscanscores input voor de bepaling van de opgaven. Partijen kunnen ook besluiten om op elementniveau (bijvoorbeeld binnenmilieu) los van het natuurlijke vervangingsmoment te investeren.

Quickscans Op basis van de verordening is alleen de bouwkundige staat een formeel toetsingscriterium. Voor het IHP is het echter niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom naast de bouwkundige staat ook gekeken naar

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Resultaat Het overzicht op de volgende pagina toont het eindresultaat van deze herijking: dit eindresultaat geeft de periode weer waarin de school in aanmerking komt voor (ver-) nieuwbouw op basis van de elementen van de quickscan-beoordelingsmethodiek.

Pagina 47 van 49

SCHOOL

PO/VO/ SO

PO

> 20

PO

> 20

PO

> 20

Prins Willem Alexanderschool

PO

> 20

CBS De Parel

PO

> 20

De Verrekijker

PO

> 20

Chr. Bassisschool SCHOOL De Regenboog

PO/VO/ PO SO

10-20

De Zaaier SBO De Akker Den Biekurf De Schans Eben Haëzer Willem van Oranje College De Wilgenhoek

PO SO PO VO PO VO PO

5-10 > 20 5-10 5-10 5-10 > 20 10-20

10-20 10-20

Altena Ds. Gis.College Voetiusschool

VO PO

> 20 10-20

Het Baken ROC de Prinsentuin De Hoeksteen

PO ROC PO

10-20

CBS De Ark IN ONTWIKKELING: Oudendijk Het Fundament De Bolderik De Halm t Ravelijn Oranje Nassauschool Ds. Joh. Groenewegenschool t Kompas (MFA Het Vlechtwerk) J.H. Dunant Burg. Sigmunschool (MFA Het Vlechtwerk) De Almgaard (Brede school Almkerk) Burg. Verschoorschool (Brede school De D'Uylenborch (Brede school Almkerk) Esdoorn) De Morgenster (Brede School De Esdoorn) Chr. Basisschool De Sprankel (Brede school De Dussenaar) RK Basisschool De Peppel (Brede school De Dussenaar)

PO PO PO PO PO PO PO PO PO PO PO PO PO

10-20 10-20 > 20 >20 > 20 > 20 > 20 > 20 > 20 20 > > 20 > 20 > 20

PO

> 20

PO

> 20

PO

> 20

Prins Willem Alexanderschool

PO

> 20

CBS De Parel

PO

> 20

De Verrekijker

PO

> 20

Chr. Bassisschool De Regenboog

PO

> 20

SBO De Akker

SO

> 20

De Schans Willem van Oranje College

VO VO

5-10 > 20

Altena College

VO

> 20

ROC de Prinsentuin

ROC

PERIODE (JAREN)

De Zaaier Den Biekurf Eben Haëzer

PO PO PO

5-10 5-10 5-10

De Wilgenhoek

PO

10-20

Ds. Gis. Voetiusschool

PO

10-20

Het Baken

PO

10-20

De Hoeksteen

PO

CBS De Ark Oudendijk

PO PO

De Bolderik

PO

>20

t Ravelijn

PO

> 20

Ds. Joh. Groenewegenschool t Kompas (MFA Het Vlechtwerk) Burg. Sigmunschool (MFA Het Vlechtwerk) Burg. Verschoorschool (Brede school De Esdoorn) De Morgenster (Brede School De Esdoorn) Chr. Basisschool De Sprankel (Brede school De Dussenaar) RK Basisschool De Peppel (Brede school De Dussenaar)

PO PO PO

> 20 > 20 > 20

PO

> 20

PO

> 20

PO

> 20

PO

> 20

Prins Willem Alexanderschool

PO

> 20

CBS De Parel

PO

> 20

De Verrekijker

PO

> 20

Chr. Bassisschool De Regenboog

PO

> 20

SBO De Akker

SO

> 20

De Schans Willem van Oranje College

VO VO

5-10 > 20

Altena College

VO

> 20

ROC de Prinsentuin

ROC

IN ONTWIKKELING: Het Fundament

PO

> 20

De Halm

PO

> 20

Oranje Nassauschool

PO

> 20

J.H. Dunant

PO

> 20

De Almgaard (Brede school Almkerk) D'Uylenborch (Brede school Almkerk)

PO PO

> 20 > 20

Referentie: 1659911-0033.2.0.

De Morgenster (Brede School De Esdoorn) Chr. Basisschool De Sprankel (Brede school De Dussenaar) RK Basisschool De Peppel (Brede school De Dussenaar)

PERIODE > 20(JAREN)

10-20

Pagina 48 van 49

Bronvermelding afbeeldingen: Alle afbeeldingen, figuren en tabellen zijn opgemaakt door HEVO, tenzij anders vermeld.

Colofon Uitgave: Datum: Auteur(s):

HEVO B.V. 17 mei 2024 Kim Vermeulen - HEVO B.V. Mieke Kools - HEVO B.V.

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch

Burg. Roelenweg 40 8021 EW Zwolle

T 073 - 6 409 409 info@hevo.nl

T 038 - 4 258 101

www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 49 van 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14182162/1