CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Actualisatie IHP Altena 2024-2029 bij RV Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2029

Raadsvergadering 18 juni 2024, gemeente AltenaBij agendapunt: Actualisatie IHP Onderwijs16.875 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Actualisatie IHP Altena 2024-2029

Opdrachtgever Gemeente Altena

Datum 17 mei 2024

Referentie 1659911-0033.2.0

Auteur(s) Kim Vermeulen - HEVO B.V. Mieke Kools - HEVO B.V.

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

5223 LA 's-Hertogenbosch

T 073 - 6 409 409

info@hevo.nl

KvK Brabant 16029774

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Burg. Roelenweg 40

8021 EW Zwolle

T 038 - 4 258 101

ISO 9001-gecertificeerd

BTW 0011.60.461.B01

Voorwoord In opdracht van de gemeente Altena zijn HEVO, de gemeente en de schoolbesturen van het primair onderwijs (PO), het speciaal basisonderwijs (SBO) en het voortgezet onderwijs (VO) gekomen tot een actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Het IHP omschrijft op basis van een gezamenlijk bepaalde visie, gerichte analyse, huisvestingsopgaven en financiële vertaling de kaders voor investeringen in onderwijshuisvesting. Een strategisch IHP stelt gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken. Het IHP geeft voor de eerste 10 jaar (2024-2034) concreet aan wat de opgave is en geeft een doorkijk voor de langere termijn. Het IHP bestaat uit vier fasen, ofwel vier deelproducten, die in onderliggend document zijn samengebracht: 1. Visie: de bouwstenen. 2. Inventarisatie van het gebouwenbestand. 3. Opgaven gemeente Altena. 4. Financiële vertaling.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 2 van 49

Inhoudsopgave

6.5. 6.6.

De interpretatie van investeringskosten uit dit IHP Total Cost of Ownership

39 39

1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Inleiding Aanleiding en urgentie Doelstelling Aanpak Leeswijzer

4 4 5 5 5

7.

CO2-reductie

40

8. 8.1. 8.2.

Vervolg IHP Opstellen businesscases Voorbehoud

41 41 41

2. 2.1. 2.2. 2.3.

Onderwijslandschap Primair onderwijs Speciaal basisonderwijs Voortgezet onderwijs

6 6 6 6

Bijlage 1: huidig stelsel

42

Bijlage 2: Frisse Scholen Kwaliteitskader HEVO

45

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.

Visie en beleidsambities (de bouwstenen) Bouwsteen 1: regie en verantwoordelijkheden Bouwsteen 2: samenwerking Bouwsteen 3: vraag en aanbod Bouwsteen 4: duurzaamheid en kwaliteit Bouwsteen 5: vervangende nieuwbouw en renovatie Bouwsteen 6: medegebruik/verhuurbeleid door kinderopvang

7 7 9 10 11 13 14

Bijlage 3: energieprestaties

46

Bijlage 4: toegepaste methodieken Capaciteitsanalyse Quickscans

47 47 47

4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4.

Opgaven schoolgebouwen Altena Toelichting analyse en opgaven onderwijshuisvesting Toelichting analyse en opgaven kinderopvang Totaaloverzicht van de opgaven De opgaven per kern

16 16 16 17 18

5. 5.1.

Opgaven gymzalen Altena Bewegingsonderwijs in het voortgezet onderwijs (VO)

33 33

6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.4.

Financiële vertaling Kwaliteitsambitie Investeringskostenkengetallen Uitgangspunten financiële vertaling onderwijs Overzicht investeringskosten

34 34 35 36 37

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 3 van 49

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en urgentie Op het gebied van onderwijshuisvesting wordt nu en in de toekomst door gemeente en schoolbesturen intensief samengewerkt. Deze samenwerking is hard nodig. De noodzaak tot samenwerking komt primair voort uit de gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting: de gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting (onder andere nieuwbouw en uitbreiding) en schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud, exploitatie en het invulling geven aan het onderwijsconcept. Het afstemmen van deze verantwoordelijkheden bij het tegemoet treden van nieuwe opgaven wordt steeds urgenter. Op landelijk niveau krijgt onderwijshuisvesting steeds meer aandacht. In het rapport van de Rijksbouwmeester uit 20091 werd reeds geconstateerd dat de gebouwenvoorraad in het funderend onderwijs sterk verouderd is, vaak een slecht binnenklimaat heeft en niet duurzaam is. In 2011 concludeerde ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat het binnenmilieu in de scholen vaak onder de maat is: uit verschillende onderzoeken kwam naar voren dat de CO2-concentraties in Nederlandse scholen vaak te hoog zijn. In 2016 concludeerde de Algemene Rekenkamer2 daarnaast dat het tempo waarin schoolgebouwen worden vervangen te laag is: schoolgebouwen staan gemiddeld 69 jaar voordat ze vervangen worden.

In het onderzoek van de Algemene Rekenkamer is ook de tevredenheid van leraren over hun schoolgebouwen onderzocht. Leraren bleken ontevreden te zijn over een aantal aspecten van de huisvesting: zij vonden vooral de temperatuur en de luchtkwaliteit onvoldoende. Ook gaf een meerderheid van de ondervraagde leraren aan dat het schoolgebouw opgeknapt moet worden. Ook in het onderzoek uit 2020 door McKinsey3 naar de algemene staat van het onderwijs in Nederland wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de onderwijshuisvesting; gemeenten gaven in 2020 ondanks hogere eisen en gestegen bouwkosten een vergelijkbaar bedrag uit aan onderwijshuisvesting als in 2009. 1 Rapport ‘Gezond en goed. Scholenbouw in topconditie’, Rijksbouwmeester, Den Haag, 2009

Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs: de praktijk gecheckt, Algemene Rekenkamer (2016) 3 Een verstevigd fundament voor iedereen, McKinsey (2020) 2

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Tegelijkertijd stellen de sectorale routekaarten voor het klimaatakkoord hoge eisen aan de duurzaamheid en het tempo van de uitvoering van de vervangingsopgave4: de uitgaven moeten verdubbelen van circa € 21 miljard bij ongewijzigd beleid naar circa € 42 miljard. De vernieuwingsopgave van de onderwijshuisvesting geldt deels ook voor de gemeente Altena, alhoewel uit de bouwjaren c.q. grote renovatiejaren in de grafieken hieronder is af te lezen dat de gemeente ten opzichte van het landelijk beeld een zeer jong gebouwenbestand heeft5:

De context waarin dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) is opgesteld laat uitdagingen zien voor de onderwijshuisvesting in Altena. De belangrijkste uitdagingen daarbij zijn: • Invulling geven aan de verduurzamingsopgave. • De wens om ‘Frisse Scholen’ te realiseren. • Samenwerking tussen kinderopvang en basisscholen in hetzelfde gebouw. • Het grote aantal vervangings-, renovatie- en uitbreidingsopgaven in de eerste periode.

Sectorale routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs, PO-raad, VO-raad en VNG 5 Bij een schoolgebouw dat uit meerdere bouwdelen bestaat is de leeftijd van het grootste bouwdeel aangehouden. 4

Pagina 4 van 49

Alleen met vereende krachten en optimale samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen kunnen deze uitdagingen in de komende jaren worden opgepakt en kunnen met de beschikbare middelen de beste keuzes worden gemaakt. Daarbij staan bij het opstellen van dit IHP steeds de kinderen van de gemeente Altena centraal; zij hebben recht op goed onderwijs in goede schoolgebouwen.

• • •

1.2. Doelstelling

Na dit eerste inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 het onderwijslandschap van de gemeente Altena. In hoofdstuk 3 worden de visie en beleidsambities beschreven. Hoofdstukken 4 en 5 zoomen in op de opgaven die zijn gedefinieerd voor de onderwijshuisvesting en de gymzalen. Hoofdstuk 6 voorziet de opgaven uit hoofdstukken 4 en 5 van financiële uitgangspunten en een financiële vertaling. In hoofdstuk 7 is doorgerekend wat de CO2-reductie is die de opgaven bewerkstelligen. In hoofdstuk 8 zijn een aantal processtappen en uitgangspunten vermeld waar rekening mee dient te worden gehouden bij de uitvoering van het IHP.

Een strategisch IHP geeft inzicht aan gemeente en schoolbesturen om op de korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken. In aanvulling op de werkwijze op basis van de verordening, voegt het IHP een proactief onderwijshuisvestingsbeleid toe. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen (zie bijlage 1 voor extra informatie over de beleidskaders op het gebied van onderwijshuisvesting).

Stap 3: op basis van de ambities en analyses zijn opgaven geformuleerd. Stap 4: op basis van de opgaven is een financiële vertaling gemaakt. Stap 5: de vier deelproducten zijn samengebracht in dit Integraal Huisvestingsplan 2024-2028.

1.4. Leeswijzer

Het IHP biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings-)beleid van de schoolbesturen kan worden afgestemd. Het IHP vormt tevens het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid. Het IHP wordt elke 5 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de wet- en regelgeving en behoeften van dat moment. De eerste termijn van het IHP omvat een periode van 10 jaar.

1.3. Aanpak In opdracht van de gemeente Altena heeft HEVO de gemeente en de schoolbesturen begeleid om te komen tot een actualisatie van het IHP. Het IHP is samen met gemeente en schoolbesturen ontwikkeld. Daarbij zijn gezamenlijk de volgende stappen doorlopen: • Stap 1: om te komen tot een gezamenlijke visie zijn in diverse bijeenkomsten met de schoolbesturen en gemeente ambities gedefinieerd en wensen geïnventariseerd. • Stap 2: het actuele gebouwenbestand van de onderwijshuisvesting in de gemeente Altena is door middel van een herijking van de in 2019 uitgevoerde quickscans in beeld gebracht. Er zijn capaciteitsanalyses en kwaliteitsanalyses uitgevoerd. Verder zijn de gymvoorzieningen voor het voortgezet onderwijs in de gemeente kwantitatief geïnventariseerd.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 5 van 49

2.2. Speciaal basisonderwijs

2. Onderwijslandschap Dit hoofdstuk geeft een beknopte weergave van de onderwijssituatie in de gemeente Altena.

Het speciaal basisonderwijs in de gemeente Altena wordt aangeboden door één schoolbestuur. Dit schoolbestuur biedt onderwijs aan leerlingen van binnen en buiten de gemeente. Het gaat om basisschoolleerlingen (4-12 jaar).

2.1. Primair onderwijs De PO-scholen in de gemeente Altena verschillen onderling qua denominatie, omvang en onderwijsconcept.

Schoolbestuur

# # leerlingen scholen 1-10-2023

%

# scholen

# leerlingen 1-10-2023

Stichting tot het verstrekken van speciaal onderwijs op reformatorische grondslag in de regio Zuid-Holland zuid

1

57

100%

1

57

100%

Schoolbestuur

%

Ds. Joh. Groenewegenschool

1

468

10

Totaal

SOOLvA

8

788

16

2.3. Voortgezet onderwijs

Stichting Uniek

2

364

7

LEV-WN (De Halm)

1

97

2

Het voortgezet onderwijs in de gemeente Altena wordt aangeboden door vier schoolbesturen. Het voortgezet onderwijs in Altena voorziet in een vmbo, havo en vwo.

11

1873

De Stroming Vereniging voor PC basisonderwijs te Sleeuwijk Vereniging tot Oprichting en Instandhouding van een Neutraal Bijzondere School Oudendijk te Woudrichem Vereniging tot vestiging en instandhouding van scholen met de Bijbel op gereformeerde grondslag te Wijk en Aalburg Vereniging tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel te Veen Vereniging tot het verstrekken van Christelijk Onderwijs op Gereformeerde Grondslag Totaal

Referentie: 1659911-0033.2.0.

1 1

1

396 102

441

37 8 2

9

Schoolbestuur CVO-AV/ Scholengroep Willem van Oranje Vereniging voor Protestants Christelijk Voortgezet Onderwijs te Sleeuwijk

# scholen

# leerlingen 1-10-2023

%

1

778

30

1

1.199

46

Curio Prinsentuin Andel

1

627

24

4

2.604

100

1

266

5

Totaal

1

206

4

5.001

100%

Voor de gemeente Altena geldt, in tegenstelling tot veel (vooral landelijke) gemeenten, dat de leerlingenaantallen relatief stabiel blijven (conform meest recente prognose o.b.v. oktobertelling 2023).

Pagina 6 van 49

3. Visie en beleidsambities (de bouwstenen) De gemeente Altena en de schoolbesturen streven gezamenlijk naar een toekomstbestendig onderwijslandschap. Dat betekent dat er gezamenlijk haalbare ambities en uitgangspunten bepaald worden en dat deze ook in gezamenlijkheid gerealiseerd worden. Het doel is om kinderen in de gemeente Altena de best mogelijke kansen te bieden in hun ontwikkeling en hen voor te bereiden op hun toekomst. Daarbij is het van belang dat het onderwijsaanbod toegankelijk, divers en goed gespreid is en aansluit op de vraag van de maatschappij. De gemeente Altena en de schoolbesturen willen dit faciliteren door toekomstbestendige onderwijshuisvesting te realiseren middels het IHP. Toekomstbestendige, flexibele onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor goed onderwijs. Daarbij gaat het niet alleen over schoolgebouwen, maar ook over andere plaatsen waar kinderen leren en zich ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan kinderopvang, schoolpleinen en de omgeving.

2. 3. 4. 5. 6.

Het zijn beleidsuitgangspunten op verschillende thema’s. De bouwstenen vormen een belangrijke basis voor het IHP. De wettelijke taken en relevante ontwikkelingen zijn uitgebreid omschreven in bijlage 1. Het IHP is erop gericht om, binnen de randvoorwaarden van de gemeente (financieel, ruimtelijk en organisatorisch) en schoolbesturen (onderwijsinhoudelijk, financieel, organisatorisch), deze uitgangspunten zoveel als mogelijk te realiseren. De bouwstenen geven richting aan het IHP en daarmee kan er worden gestuurd op een toekomstbestendig onderwijslandschap.

3.1. Bouwsteen 1: regie en verantwoordelijkheden 1.

De gemeente en de schoolbesturen voeren samen de regie op schoolgebouwen. Vanuit wet- en regelgeving is bepaald dat de gemeente o.a. verantwoordelijk is voor nieuwbouw, renovatie en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn daarentegen verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van schoolgebouwen, passend bij de eigendomsverhouding bij schoolgebouwen. Er is daarmee een gezamenlijk belang bij het realiseren van kwalitatieve schoolgebouwen. De schoolbesturen zijn daarnaast nog verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod, diversiteit en kwaliteit daarvan. In het OOGO6 (hierna Bestuurlijk Overleg) vindt de afstemming van deze regie plaats door middel van gezamenlijk overleg.

2.

Het IHP is in lijn met het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. In de geest van de nieuwe wet (zie bijlage 1) wordt het IHP vastgesteld als lange termijnplan waar gemeente en schoolbesturen zich aan committeren. Juridisch gezien wordt het geen vaststellingsovereenkomst, om een mate van flexibiliteit te behouden. Wel spreken schoolbesturen en gemeente zich uit enkel af te wijken van het IHP als daar een zwaarwegende

De visie op onderwijs van de gemeente en de schoolbesturen stelt eisen aan de onderwijshuisvesting. Door veranderingen in onderwijsvisies, -concepten en samenwerking wordt er steeds meer flexibiliteit gevraagd van onderwijsgebouwen. Bovendien leidt de maatschappelijke noodzaak om te verduurzamen tot hogere prestatie-eisen. Daarbij gaat duurzaamheid voor de gemeente en de schoolbesturen zeker niet alleen over energie en CO2-besparing, maar ook over een integrale visie op duurzaamheid waarbij gezondheid en functionaliteit een rol spelen. Daarnaast ligt er een behoorlijke financiële en organisatorische uitdaging bij de realisatie van de plannen uit het IHP. Het traject om te komen van initiatieffase tot realisatie van onderwijshuisvesting is kostbaar en complex en vraagt veel van de gemeente en de schoolbesturen. Samenwerking is het sleutelwoord. De gemeente en de schoolbesturen hebben deze algemene visie verder geconcretiseerd in zes thema’s die zijn verankerd in bouwstenen voor beleid:

1.

Regie en verantwoordelijkheden.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Samenwerking. Vraag en aanbod. Duurzaamheid en kwaliteit . Vervangende nieuwbouw en renovatie. Medegebruik/verhuurbeleid door kinderopvang.

6 Op Overeenstemming Gericht Overleg

Pagina 7 van 49

motivatie onder ligt. Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de verordening onderwijshuisvesting. Voor het onderwijshuisvestingsbeleid wordt daarom in eerste instantie voor alle betrokken partijen het IHP leidend, voordat er wordt teruggevallen op de verordening. 3.

Het IHP prevaleert voor het aanvragen van voorzieningen boven de verordening en vervangt de aanvraagprocedure voor nieuwbouw-/renovatieprojecten en vastgestelde permanente uitbreidingen. Aanvragen voortkomend uit het IHP worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de verordening. Dit wordt ook op deze wijze in de verordening vastgelegd. Uitzonderingen zijn de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair of spoedaanvragen door onvoorziene omstandigheden. Op dergelijke onvoorziene omstandigheden na, is de afspraak dat er geen gebruik wordt gemaakt van de route via de verordening.

4.

Vaststellen van het IHP. Het IHP komt tot stand in een apart project met de schoolbesturen. Het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad stellen het IHP vast.

5.

Het IHP is een kader voor onderwijshuisvesting dat de investeringsopgave voor de komende jaren duidt. De projecten in het IHP zijn geprioriteerd. In de gemeentelijke begroting dient rekening gehouden te worden met het financieren van alle genoemde projecten.

6.

Het IHP wordt om de 5 jaar geactualiseerd.

7.

Na vaststelling van het IHP worden businesscases opgesteld voor de opgaven binnen de termijn van vijf jaar. In de businesscases worden afspraken gemaakt over de samenwerking op projectniveau en worden de projecten nader geconcretiseerd. Na vaststelling van de businesscase door het college zal het betreffende project daadwerkelijk worden opgestart.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

8.

Uitvoering van de opgaven: • Opgaven worden op het moment van uitvoering/beschikking opnieuw geanalyseerd en getoetst aan de dan geldende prognoses vanwege veranderende omstandigheden in het onderwijsveld, vooral op het gebied van leerlingenaantallen, of andere omstandigheden. • Tevens wordt breed onderzocht welke (maatschappelijke) voorzieningen in het gebouw gerealiseerd kunnen worden, of met welke partijen samengewerkt kan worden en wat dit betekent voor de bruto vloeroppervlakte van het gebouw. • Vervolgens worden de randvoorwaarden uit het IHP indien nodig geactualiseerd en wordt het definitieve krediet door de raad bepaald.

9.

Actuele prognoses leerlingenaantallen. Uitgangspunt voor het IHP zijn de meest actuele leerlingenprognoses voor het primair, voortgezet en speciaal basis onderwijs. Bij het opstellen van de leerlingenprognoses wordt onder andere rekening gehouden met de geplande woningbouwontwikkelingen in de gemeente. Naast het monitoren van de leerlingentellingen in relatie tot de prognoses dienen de prognoses (minimaal) tweejaarlijks herijkt te worden. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om de prognoses op te laten stellen. De resultaten van de prognoses worden met de schoolbesturen besproken en vastgesteld. Nieuwbouw- en uitbreidingsprojecten worden op basis van de meest actuele prognose uitgevoerd.

10. Het bouwheerschap binnen het primair en speciaal onderwijs ligt bij de gemeente, tenzij anders wordt overeengekomen met het schoolbestuur. Het bouwheerschap binnen het voortgezet onderwijs ligt bij de schoolbesturen, tenzij anders wordt overeengekomen met het schoolbestuur. 11. In principe is de gemeente economisch eigenaar en het schoolbestuur juridisch eigenaar van een schoolgebouw. Een uitzondering geldt voor MFA’s waar meerdere gebruikers (waaronder een school) onder één dak gehuisvest zijn. In dat geval is de gemeente juridisch eigenaar van het gebouw.

Pagina 8 van 49

3.2. Bouwsteen 2: samenwerking Samenwerking tussen PO en onderwijspartners (in brede school of kindcentrum) De gemeente Altena kent verschillende brede scholen. Een brede school is een gebouw met een school en kinderopvang. Mogelijk aangevuld met een gymzaal of bijvoorbeeld een bibliotheekpunt.. De gemeente Altena kent ook een aantal MFA’s. Een MFA is een gebouw met veel gebruikers, waaronder twee scholen, kinderopvang, bibliotheek en bijvoorbeeld een dorpshuis en gymzaal. Een brede school of MFA is nog steeds geen integraal kindcentrum (hierna: IKC). Een IKC is een voorziening voor kinderen van 0 tot 12 jaar (of mogelijk 18 jaar), waar zij gedurende de dag zijn om te leren, spelen, ontwikkelen en ontmoeten. Scholen, kinderopvang-, zorg- en/of welzijnsorganisaties zijn hiervoor in hetzelfde gebouw ondergebracht en vallen alle onder dezelfde overkoepelende organisatie. Zij werken vanuit dezelfde visie en methodiek. In Altena zijn enkele IKC’s, namelijk De Halm en Het Baken wordt momenteel ontwikkeld tot een IKC. De gemeente is voorstander van deze organisatievorm en zal dit stimuleren, maar het is aan participanten binnen een gebouw om op deze manier met elkaar te gaan samenwerken.

De huisvesting kan verschillende organisatievormen, zoals een brede school of IKC, faciliteren zodat in de toekomst de doorgroei van brede school naar IKC kan worden gemaakt daar waar de participanten hiervoor kiezen. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat er een brede school met een multifunctioneel maatschappelijk karakter wordt gerealiseerd. Afhankelijk van de mogelijkheden en inpasbaarheid worden de maatschappelijke partners bepaald. Denk hierbij aan kinderopvang, welzijn, bibliotheek, maar ook andere partners die bijdragen aan het welzijn en welbevinden van kinderen. De doorgaande leerlijn staat centraal in de samenwerking met de kinderopvang ondanks eventuele verschillen in identiteit/denominatie. Dit is een ambitie; per project zal in een businesscase worden onderzocht wat haalbaar en wenselijk is. Randvoorwaarde voor de bouw van een brede school is dat een beheercommissie wordt samengesteld uit participanten van de brede school voor het beheer van het

Referentie: 1659911-0033.2.0.

gebouw. De gemeente levert, naast de schoolbesturen en andere participanten, ook een bijdrage aan de beheeractiviteiten in die delen van een brede school die van de gemeente zijn (bijvoorbeeld een gymzaal of een dorpshuis). Samenwerking PO en VO De overgang van primair naar voortgezet onderwijs wordt als belangrijk moment beschouwd. De doorlopende leerlijn loopt hier idealiter zo soepel mogelijk over, waarbij het ontstaan van een ‘knip’ in de leerlijn zoveel als mogelijk voorkomen wordt. Een actieve samenwerking tussen PO en VO draagt bij aan een soepel verloop. Door de huidige geografische afstand tussen sommige PO- en VO-scholen is het lastig om de samenwerking te waarborgen. Initiatieven om de samenwerking tussen PO en VO te bevorderen (denk aan praktijkgerichte vakken) krijgen idealiter vorm binnen bestaande huisvesting. Bij nieuwe ontwikkelingen rondom huisvesting kan gekeken worden hoe dergelijke initiatieven gepositioneerd gaan worden. De samenwerking tussen de VO-scholen binnen de gemeente Altena wordt momenteel verkend in een ander onderzoek. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen de genoemde scenario’s in dit IHP mogelijk beïnvloeden. Indien dit het geval is, zal in afwijking op de vijfjaarlijkse herijking van het IHP, hier een afzonderlijk besluitvormingstraject voor plaatsvinden.

In dit IHP wordt nog uitgegaan van solitaire opgaven voor de nieuwbouw of renovatie binnen het VO. Samenwerking VO, mbo en andere partners De gemeente Altena kenmerkt zich als een echte makers-gemeente. Er is veel ondernemerschap aanwezig bij de inwoners van Altena. De relatie tussen het VO en met name mbo-instellingen is van belang in het blijven voorzien van de makers van de toekomst. In het huidige scholenlandschap is er een ROC gehuisvest bij het Willem van Oranje College. Binnen het VO is er ook een groep kwetsbare leerlingen aanwezig. Voor deze leerlingen, voornamelijk vanuit het vmbo, is het lastig de stap te maken naar het mbo omdat de afstand tot deze instellingen lastig te overbruggen is. Het behoud en wellicht uitbreiden van de mbo-opleidingen in de gemeente zorgt ervoor dat deze

Pagina 9 van 49

leerlingen/studenten zich kunnen ontwikkelen tot de toekomstige makers van de gemeente Altena. Naast een relatie met het vervolgonderwijs heeft een VO-school ook baat bij een relatie met het bedrijfsleven. Dit geldt zowel voor vmbo, havo als vwo. Toekomstige werkgevers kunnen bijvoorbeeld stages aanbieden en/of werkruimten openstellen. Net als bij het PO is jeugdzorg een belangrijke maatschappelijke partner in het VO. Een fysieke verbinding met dergelijke partners zorgt ervoor dat leerlingen niet onnodig uitstromen of uitvallen.

3.3. Bouwsteen 3: vraag en aanbod Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente en schoolbesturen nastreven. Het gewenste aanbod van onderwijs is bepalend voor de huisvestingsoplossingen. Primair onderwijs en voortgezet onderwijs 1. Het streven is een optimale afstemming tussen vraag en aanbod. Het kan echter voorkomen dat een school te maken krijgt met leegstand in het schoolgebouw door een teruglopend aantal leerlingen. Schoolbesturen ontvangen geen middelen voor de vierkante meters die niet gebruikt worden. Als men geen oplossing voor de leegstand vindt, kan dit behoorlijk op de exploitatie van een school gaan drukken. Gemeente en schoolbesturen gaan in dat geval in overleg met elkaar op zoek naar een invulling van de leegstand (denk aan verhuur aan partners of inzet voor taalklassen). 2.

Onderwijs voor nieuwkomers (statushouders): door wereldwijde ontwikkelingen is er in de afgelopen jaren steeds meer behoefte aan onderwijs(huisvesting) voor nieuwkomers. De omvang hiervan is echter moeilijk te duiden. Voor de aanvraag van huisvesting wordt verwezen naar de procedure zoals gesteld in de verordening. Deze ontwikkeling en de impact hiervan op de huisvesting wordt in het Bestuurlijk Overleg besproken. Het betreft enkel het onderwijs voor nieuwkomers binnen het primair onderwijs. Er zijn Internationale Schakelklassen (ISK) aanwezig in Gorinchem en Waalwijk, waar de leerlingen van 12 t/m 18 jaar naar toe gaan. De gemeente Altena verkent in gezamenlijkheid met

de schoolbesturen of er een ISK voorziening binnen de grenzen van de eigen gemeente gerealiseerd moet worden. Primair onderwijs 3. Inclusief onderwijs krijgt steeds meer aandacht en vorm. In november 2020 hebben de wethouders binnen de regio richting gegeven aan het meer inclusief maken van het onderwijs. In de verkenningen wordt zowel gesproken over doelstellingen over 2 jaar als 15 jaar. Concreet wordt er gestreefd naar meer leerlingen in het reguliere onderwijs en minder leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs. Regulier waar het kan, speciaal waar het niet anders kan. Voor een nadere toelichting op de specifieke doelstellingen wordt verwezen naar het document ‘Op weg naar méér inclusief onderwijs’.7 In de businesscase voor een nieuwbouwproject dient nader verkend te worden hoe inclusief onderwijs vormgegeven kan worden en/of dit nog vraagt om een andere ruimtebehoefte. 4.

Altena is een gemeente met veel kleine kernen. Dit betekent ook relatief veel kleinere scholen. 8 van de 28 basisscholen hebben minder dan 100 leerlingen. Dit biedt heel veel voordelen voor de manier van lesgeven binnen een school maar is ook een risico voor de exploitatie. Leegstand kost het schoolbestuur immers geld. Prognoses over de krimp of groei van een school zijn daarom belangrijk bij iedere afweging om wel of niet te investeren in een school. Het feit dat een school vaak een bindende factor is in een dorp moet ook zwaarwegend zijn in die afweging. Vooral in die dorpen waar het voorzieningenniveau laag is, zorgt een school voor sociale cohesie en leefbaarheid van de dorpen. Het behoud van alle scholen, en juist die in de kleine kernen, is voor een gemeente als Altena van groot belang.

5.

Er zijn verschillende vormen en denominaties voor het primair onderwijs in de gemeente Altena. Dit wordt als kracht van de gemeente gezien. Ouders hebben de keuze om hun kind naar een school te brengen die past bij hun opvoedingskeuze. Het kan echter voorkomen dat kinderen het basisonderwijs in een ander dorp volgen dan hun woonplaats. In geval van meerdere scholen of andere samenwerkingspartners onder één dak wordt rekening gehouden met

7 Dit document is opgesteld door de REA van de regio, bestaande uit de gemeenten Altena,

Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden, Vijfheerenlanden & West Betuwe.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 10 van 49

denominaties, zodat scholen wel hun eigen duidelijke/specifieke identiteit kunnen behouden. Wanneer van toepassing, dan gaan de betreffende schoolbesturen en de gemeente hierover met elkaar in overleg. 6.

Kinderopvangorganisaties zorgen samen met de schoolbesturen voor een kinderopvangaanbod passend bij de vraag. De omvang van de vraag naar kinderopvang heeft te maken met de sociaal-demografische eigenschappen van een kern of wijk.

Voortgezet onderwijs 7. De gemeente Altena heeft een divers aanbod aan onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs, namelijk vmbo, havo en vwo. Binnen het vmbo worden verschillende profielen aangeboden. Doelstelling is om het huidige aanbod te behouden in de gemeente. Voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs 8. Het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs werken hard aan de ontwikkeling van inclusieve lesplaatsen. Dit zijn onderwijsplekken binnen het regulier onderwijs voor leerlingen die meer begeleiding nodig hebben dan scholen vanuit de basisondersteuning en extra ondersteuning kunnen bieden8. Binnen deze inclusieve lesplaatsen is er extra tijd en aandacht voor de begeleiding van de leerlingen. Speciaal basisonderwijs 9. In de gemeente Altena is momenteel een SBO school aanwezig, namelijk SBO De Akker. De Akker huisvest naast SBO leerlingen ook leerlingen die eigenlijk een SO-verklaring zouden moeten krijgen, maar deze vanwege hun kunnen niet hebben. In het samenwerkingsverband is afgesproken om deze leerlingen zo dicht mogelijk bij huis onderwijs te laten hebben. Indien het aantal SO-leerlingen stijgt, gaan gemeente en schoolbestuur in gesprek met elkaar over de mogelijke ruimtelijke consequenties.

3.4. Bouwsteen 4: duurzaamheid en kwaliteit Deze bouwsteen geeft aan welke duurzaamheids- en kwaliteitsambitie de gemeente en schoolbesturen nastreven op het gebied van onderwijshuisvesting. De gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Scholen moeten gehuisvest zijn in kwalitatief goede gebouwen die voldoen aan de hedendaagse eisen. Op dit moment is dat in ieder geval het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (voorheen, Bouwbesluit). Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Gemeente en schoolbesturen willen duurzaamheid dan ook breder definiëren dan alleen energiebesparing en CO2-reductie.

1.

De energieprestatie van schoolgebouwen sluit aan op de doelstellingen die zijn geformuleerd in het landelijke klimaatakkoord en de sectorale routekaart: 55% CO2-reductie in 2030 en 95% CO2-reductie in 2050. Middels het IHP wil de gemeente invulling geven aan de verduurzamingsopgave voor onderwijshuisvesting. De ambitie is om energieneutrale onderwijsgebouwen (ENG) te realiseren. Bij renovatie van bestaande schoolgebouwen wordt beoogd deze gasloos te maken en de energieprestatie zo goed mogelijk te krijgen; dit dient per situatie bekeken te worden op basis van een kosten-batenanalyse van de voorgenomen maatregelen.

2.

Voor gezondheid wordt rekening gehouden met de Frisse Scholen-thema’s. Naast energie spelen lucht, temperatuur, licht en geluid een belangrijke rol voor een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers. Voor de Frisse Scholen thema’s is gekozen voor het kwaliteitskader HEVO (zie bijlage 2 voor de specifieke Klasse per thema). In het Kwaliteitskader is een slimme mix van eisen per subonderdeel, waarbij geldt dat er over alle thema’s een gemiddelde Klasse B wordt gehaald.

8 Kamerbrief contouren werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 11 van 49

In het geval van renovatie wordt uitgegaan van maatwerk. Daarbij zijn keuzes afhankelijk van diverse factoren zoals staat van het gebouw, levensduur, reeds aanwezige voorzieningen, kosten-baten etc. 3.

Duurzaamheidsprincipes worden toegepast bij nieuwbouw/renovatie van schoolgebouwen. Daarbij bieden de principes van Trias Energetica/Materialica houvast: a. Voorkomen van onnodig energieverbruik (bijvoorbeeld isolatie). b. Gebruik van duurzame energiebronnen (bijvoorbeeld zonnepanelen). c. Bespaar in eerste instantie materialen. d. Gebruik van duurzame materialen (hernieuwbare en herbruikbare). e. Pas materialen toe met een lange levensduur en lage exploitatiekosten. f. Indien nodig, efficiënt gebruik van materialen en fossiele brandstoffen (bijvoorbeeld gas). De maatregelen zijn bij voorkeur zichtbaar in het interieur en exterieur van de schoolgebouwen. De scholen en schoolgebouwen hebben een voorbeeldfunctie naar leerlingen en in de wijk. Duurzame schoolgebouwen zorgen ervoor dat kinderen en hun ouders kennismaken met duurzaamheid.

4.

Het is van belang dat de duurzaamheid op projectniveau intensief wordt afgestemd op de mogelijkheden in de wijk en omgeving. Dit is onderdeel van een businesscase in de volgende fase. Denk daarbij aan geothermie, restgebruik van warmte of het toevoegen van extra zonnepanelen voor het leveren van energie aan omliggende woningen. Risico’s van deze duurzaamheidsaspecten zijn voor het schoolbestuur en dienen tijdens de businesscase in kaart te worden gebracht.

5.

Op het gebied van circulariteit wordt ernaar gestreefd bewust om te gaan met de toegepaste materialen en waar mogelijk gebruik te maken van natuurlijke, ecologisch vriendelijke en/of herbruikbare materialen. In het geval van nieuwbouw wordt gelet op de basisprincipes van circulariteit, zoals de toekomstige losmaakbaarheid van de gebouwelementen. Hierbij dient goed te worden gekeken naar de invloed van circulair materiaalgebruik op de investeringsen exploitatiekosten. Circulariteit kan ook gaan over de wijze waarop de school omgaat met het gebruik van materialen na ingebruikname, bijvoorbeeld op het gebied van afvalreductie. Als een schoolgebouw gesloopt wordt, worden de

Referentie: 1659911-0033.2.0.

materialen van het gebouw in kaart worden gebracht en deze kunnen vervolgens (mogelijk) ingezet worden bij de nieuwbouw of vervanging van andere (school-) gebouwen. 6.

Het IHP geeft schoolbesturen inzicht in de te verwachten vervangingstermijn van hun gebouwen. Schoolbesturen zijn middels het IHP in staat om onderhoud en duurzaamheidsmaatregelen af te stemmen op het moment van nieuwbouw of renovatie en te koppelen aan terugverdientijden. Dit voorkomt kapitaalvernietiging.

7.

Duurzaamheid wordt ook gezocht in flexibiliteit en toekomstbestendigheid. Een onderwijsorganisatie verandert voortdurend, het gebouw dient hierin mee te kunnen bewegen. Flexibiliteit heeft verschillende verschijningsvormen, van schuifwanden om in het dagelijks gebruik aanpassingen te kunnen doen tot een vrij indeelbare kolommenstructuur om in de toekomst andere functies te kunnen herbergen. Flexibele functionaliteit is van invloed op het constructief en installatietechnisch concept. Verwachte toekomstige groei of krimp van een schoolorganisatie is ook van invloed op het gebouwontwerp. De mogelijkheid om een deel van een schoolgebouw af te stoten als het aantal leerlingen sterk vermindert beperkt het leegstandsrisico. Denk daarbij ook aan een eventuele extra entree. Het IHP kent de volgende vormen van flexibiliteit, met het oog op het realiseren van een toekomstbestendig scholenlandschap: a. Interne flexibiliteit: flexibiliteit die leidt tot de aanpasbaarheid binnen het bestaande gebouwvolume met technisch en financieel kleine gevolgen. Deze flexibiliteit richt zich op die zones in het gebouw met de basis-onderwijsfuncties. Deze flexibiliteit kan bereikt worden door de toepassing van een open draagstructuur op basis van een normatief grid en de toepassing van een modulaire opzet van de installaties. b.

Externe flexibiliteit: flexibiliteit die leidt tot het eenvoudig vergroten of verkleinen van de capaciteit van het gebouw, met behoud van de logistieke hoofdopzet van het gebouw. Deze flexibiliteit kan bereikt worden door goede positionering van bouwvolumes op de locatie, het uitbreidbaar of afstootbaar maken van delen van gebouwvolumes door constructieve voorbereiding en het slim plaatsen van stabiliteitsvoorzieningen en stijgpunten. Bij nieuwbouw moeten scholen in de toekomst uitgebreid kunnen worden met 2 lokalen op een logische positie

Pagina 12 van 49

c.

8.

9.

Doelflexibiliteit: hoofdopzet van een gebouw die kan leiden tot het inzetten van het gebouw voor andere doeleinden. Eerste alternatieve aanwending is daarbij de inzet voor een andere school of schooltype. Tweede alternatieve aanwending kan zijn het (gedeeltelijk) inzetten van gebouwen voor andere bestemmingen, bij voorkeur maatschappelijk georiënteerd, of bijvoorbeeld voor woningen.

De buitenruimten worden duurzaam, biodivers en klimaatadaptief ingericht en nodigen uit tot bewegen. Denk hierbij aan groenblauwe schoolpleinen; dit zijn schoolpleinen waar veel groen is geïntegreerd en waar extra aandacht wordt besteed aan (regen)waterinfiltratie. Scholen bevinden zich bij voorkeur in een groene omgeving, dus nabij publiek groen. De gemeente heeft de voorkeur om schoolpleinen openbaar te stellen zodat deze na schooltijd ook gebruikt kunnen worden door de wijk en de schoolpleinen multifunctioneel ingezet worden voor bewegen en ontmoeten. Vooral door jongeren en ouderen. Daarbij dient goed te worden gekeken naar de situatie en behoefte in de betreffende kern De gemeente kan het openbaar stellen van de schoolpleinen niet verplichten, maar wil dit wel stimuleren. In de businesscases in de fase na het IHP dient per project in goed overleg onderzocht te worden wat de mogelijkheden zijn.

10. Inclusiviteit en toegankelijkheid: dit gaat in eerste instantie over het includeren van mensen met een beperking in de samenleving door ontmoeting. Dit heeft ook een weerslag op de huisvesting. Een toegankelijke omgeving is een omgeving waar kinderen en volwassenen zich zelfstandig door het gebouw kunnen bewegen, zonder hulp van derden (denk aan gebouwen die ruim van opzet zijn en beschikken over een lift en een mindervalidentoilet). Inclusiever onderwijs vraagt iets van de functionaliteit, spreiding en toegankelijkheid van gebouwen. Inclusiever onderwijs betekent ook dat meerdere partners onder één dak samenwerken rondom het kind. Bij inclusiever onderwijs hoort immers een andere ondersteuningsbehoefte. Dit betekent dat het gebouw geschikt is voor diverse gebruikersgroepen. Voor de kwaliteit van de

Referentie: 1659911-0033.2.0.

schoolgebouwen leidt dit tot de aanwezigheid van multifunctionele ruimten die door diverse gebruikers voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet. 11. Er worden in principe geen gymzalen bij de scholen gebouwd. Scholen (PO, VO en SBO) maken gebruik van bestaande sportaccommodaties. De gemeente Altena beschikt over een dekkend voorzieningenniveau. Bij binnensportaccommodaties die verder weg gelegen zijn worden de vervoerskosten voor scholen door de gemeente vergoed. Op basis van de gestelde normeringen uit de verordening worden passende keuzes gemaakt.

3.5. Bouwsteen 5: vervangende nieuwbouw en renovatie Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met vervangende nieuwbouw en renovatie.

1.

De levensduur van nieuwbouw en vervangende nieuwbouw is 60 jaar en wordt afgeschreven in 60 jaar conform de verordening van de gemeente. In het IHP wordt gekeken naar de status van de huisvesting en of een ander scenario dan nieuwbouw (bijvoorbeeld uitbreidingen of renovaties) mogelijk is bij een locatie.

2.

Gemiddeld is renovatie na 35-40 jaar noodzakelijk om een levensduur van 60 jaar van een gebouw te borgen. Bij renovatie wordt in basis uitgegaan van een levensduurverlenging van ten minste 20 jaar. Per locatie wordt middels de scenario’s in het IHP vastgesteld welke locatie in aanmerking komt voor nieuwbouw dan wel renovatie en in welke periode.

3.

Bij vervangende nieuwbouw wordt tijdelijke huisvesting waar mogelijk vermeden.

4.

Een bewuste afweging tussen renovatie en nieuwbouw. Voor een schoolgebouw dat aan het einde van de levensduur is, wordt een bewuste keuze gemaakt tussen een levensduurverlengende renovatie en nieuwbouw. Hierin gaat het om een continue afweging tussen financiële haalbaarheid, te bepalen kwaliteit en functionaliteit. Het scenario renovatie is aantrekkelijk wanneer het schoolgebouw na renovatie weer voldoet aan de huidige kwaliteitsnormen (Bbl, inclusief

Pagina 13 van 49

de ambities/eisen als opgenomen in het IHP) zonder dat dit tot buitensporig hoge exploitatie- en investeringskosten leidt. Indien het niet of nauwelijks mogelijk is om een gebouw te renoveren tot het overeengekomen kwaliteitsniveau, dan is het scenario nieuwbouw passender (tenzij het bijvoorbeeld beeldbepalende/ monumentale gebouwen betreft). Op basis van de businesscase in de fase na het IHP, wordt de definitieve keuze gemaakt. De keuze voor een voorkeursscenario wordt gemaakt op basis van de uitkomsten van het onderzoek naar onderstaande aspecten: a. De financiële consequenties van beide scenario’s (investering en exploitatie). b. De mate in hoeverre het schoolgebouw in beide scenario’s aansluit bij het onderwijsconcept (geschiktheid van het gebouw) passend bij het aantal leerlingen. c. De toekomstbestendigheid van het schoolgebouw in beide scenario’s. d. De kwaliteit, functionaliteit, veiligheid en uitstraling van het schoolgebouw in beide scenario’s.

3.6. Bouwsteen 6: medegebruik/verhuurbeleid door kinderopvang Deze bouwsteen omschrijft de beleidskeuzes bij medegebruik/verhuur van kinderopvang voor zowel bestaande als nieuwe situaties. Deze uitgangspunten kunnen tevens richtinggevend zijn bij medegebruik en verhuur door andere partijen in schoolgebouwen: zoals medegebruik in het VO. Er wordt een onderscheid gemaakt in vier thema’s en in bestaande en nieuwe situaties. 1.

Capaciteit: de wijze waarop wordt omgegaan met huurbescherming voor kinderopvangorganisaties en het onderscheid tussen medegebruik en verhuur. a.

Bestaande situaties Bij exclusief gebruik door kov en/of bso kan capaciteit worden onttrokken aan de onderwijsbestemming en komt dit te vallen onder een huurcontract met een kostendekkend tarief indien de lokalen op termijn (5 jaar) niet nodig zijn voor het onderwijs van de eigen school (conform de meest actuele prognose) en er geen nieuwbouw/renovatie plaatsvindt binnen 5 jaar. In aansluiting op de Wet op het primair onderwijs (WPO) is de minimale duur van het huurcontract 3 jaar. De gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties

Referentie: 1659911-0033.2.0.

hebben gezamenlijk de intentie om de huur voor langere tijd te laten voortbestaan. Indien er toch een capaciteitsvraagstuk ontstaat voor het onderwijs gaan partijen, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid, gezamenlijk in gesprek en op zoek naar een passende oplossing. Bij volgtijdelijk gebruik door bso gaat men uit van medegebruik in plaats van verhuur. De gemeente wordt jaarlijks geïnformeerd over het volgtijdelijk gebruik. Ook kunnen de gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvang in gesprek gaan over de mogelijkheid om een beroep te kunnen doen op ruimten voor bso die in eigendom zijn van kinderopvang en waar overdag ruimte is voor onderwijs indien er een capaciteitsvraagstuk ontstaat. b.

Nieuwe situaties Bij exclusief gebruik door kov en/of bso kan extra capaciteit worden gerealiseerd en valt dit onder een huurcontract met een kostendekkend tarief. Er wordt uitgegaan van langjarige huurcontracten van minimaal 10 jaar. De gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties hebben gezamenlijk de intentie om de huur voor langere tijd te laten voortbestaan. Indien er toch een capaciteitsvraagstuk ontstaat voor het onderwijs gaan partijen, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid, gezamenlijk in gesprek en op zoek naar een passende oplossing. Bij volgtijdelijk gebruik door bso gaat men uit van medegebruik in plaats van verhuur. De gemeente wordt jaarlijks geïnformeerd over het volgtijdelijk gebruik. Ook kunnen de gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvang in gesprek gaan over de mogelijkheid om een beroep te kunnen doen op ruimten voor bso die in eigendom zijn van kinderopvang en waar overdag ruimte is voor onderwijs indien er een capaciteitsvraagstuk ontstaat. Daarnaast onderschrijven gemeente, schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties het belang van de bso in het kader van een aanbod voor de gehele dag. De bso maakt vaak gebruik van gemeenschappelijke ruimten, die bij groei van het onderwijs gevorderd of ingezet kunnen worden. Dit houdt in dat de bso-functie niet langer kan worden ingevuld.

Gemeenten, schoolbesturen en kinderopvang streven daarom naar oplossingen voor capaciteitsgebrek waarbij de bso-functie niet hoeft te wijken.

Pagina 14 van 49

2.

Eigendom: de wijze waarop de eigendomssituatie wordt bepaald. a. Bestaande en nieuwe situaties: bij exclusief gebruik door kov en/of bso wordt er lokaal maatwerk geleverd of wordt een heroverweging gedaan ten aanzien van de gewenste eigendomsverhouding voor het gedeelte van de kinderopvang: gemeente eigenaar, schoolbestuur/schoolbesturen eigenaar of een vereniging van eigenaren, daarbij de voor- en nadelen bij elke situatie in acht nemend.

3.

Tariefstelling: er wordt gewerkt met (minimaal) een kostendekkende huur voor kinderopvang en andere commerciële partners.

4.

Financiering: de wijze waarop de ruimten worden gefinancierd. a. Nieuwe situaties: voorfinanciering door de gemeente alsmede financiering door kinderopvangorganisaties blijven beide mogelijk. Gezien de onderstaande voorwaarden ligt voorfinanciering door de gemeente voor de hand.

o

o

de kinderopvangruimten. Deze afspraken worden contractueel vastgelegd. De organisatie voor kinderopvang participeert risicodragend in het totale proces van ontwerp en realisatie (aanbestedingsrisico, meer-/minderwerk e.d.). De organisatie voor kinderopvang wordt eigenaar van hetgeen zij financiert. Dit resulteert in het oprichten van een VVE.

In het geval dat de gemeente financiert, wordt gesproken over voorfinanciering, omdat het doel is dat de kapitaallasten volledig door huuropbrengsten worden terugverdiend. De volgende voorwaarden zijn van toepassing: o Het gaat om exclusief gebruik van ruimten door een aanbieder van kinderopvang. o De kapitaallast wordt binnen een redelijke termijn terugverdiend uit de huurinkomsten. o Het beoogde gebruik is beargumenteerd aan de hand van een behoefteonderzoek. o Voordat wordt overgegaan tot voorfinanciering wordt een risicoanalyse door de gemeente uitgevoerd. b.

In het geval dat de kinderopvang financiert zijn de volgende richtlijnen van toepassing, die per project nader uitgewerkt en projectspecifiek worden gemaakt: o De organisatie voor kinderopvang maakt met de bouwheer afspraken over de betrokkenheid van de ondernemer bij het ontwerp en de realisatie van

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 15 van 49

4. Opgaven schoolgebouwen Altena In dit hoofdstuk worden de scenario’s per kern en per school benoemd.

4.1. Toelichting analyse en opgaven onderwijshuisvesting De opgaven worden onderbouwd aan de hand van de quickscanscores (zie bijlage 4), de capaciteitsanalyse en strategische overwegingen. De opgaven en de prioritering zijn tot stand gekomen in samenspraak met de schoolbesturen.

De exacte behoefte aan kinderopvang per school en per opgave is geen onderdeel van dit IHP. In de businesscases die volgen op dit IHP worden de kinderopvangorganisaties betrokken, zodat ook hun exacte ruimtebehoefte aan een scenario kan worden toegevoegd. In het IHP wordt rekening gehouden met de volgende stelregel ter bepaling van de ruimtebehoefte voor de kinderopvang: per 200 leerlingen (op de basisschool) wordt 120 m² bvo kinderopvang gerealiseerd ten behoeve van circa 16 kindplaatsen.

Ten aanzien van de opgaven in dit hoofdstuk zijn er de volgende aandachtspunten: • Voor elke school wordt een scenario nieuwbouw of renovatie benoemd. Binnen een businesscase dient de definitieve afweging nog gemaakt te worden. In de financiële paragraaf worden de scenario’s voorzien van een kengetal. Bij de kengetallen wordt onderscheid gemaakt tussen renovatie en nieuwbouw. • In de verordening onderwijshuisvesting van de gemeente Altena is het volgende opgenomen: er is sprake van een aanvullende voorziening, ofwel uitbreiding, bij een tekort groter dan 55 m² bvo en indien er geen mogelijkheden zijn om dit tekort op te vangen binnen/nabij het gebouw. Deze uitbreiding is alleen van toepassing als de opgestelde prognose aantoont dat het tekort, groter dan 55 m² bvo, gedurende minstens vijftien jaar kan worden verwacht. De prognoses die beschikbaar zijn voor dit IHP gaan niet verder dan 2038. Er wordt om die reden uitgegaan van een opgave uitbreiding indien er sprake is van een gemiddeld tekort groter dan 55 m² over de periode 2024-2038. Daadwerkelijke uitbreiding vindt echter pas plaats op het moment dat het tekort ook reeds aanwezig is; er wordt dus niet uitgebreid op basis van de prognoses.

4.2. Toelichting analyse en opgaven kinderopvang De opgaven zijn opgesteld in overleg met de gemeente en de schoolbesturen. De volgende uitgangspunten zijn gesteld ter bepaling van de opgaven kinderopvang: • Bij nieuwbouwopgaven wordt rekening gehouden met eigen ruimte voor de kinderopvang. • Bij uitbreidingsopgaven wordt per opgave onderzocht of kinderopvang gewenst is.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 16 van 49

4.3. Totaaloverzicht van de opgaven Onderstaand overzicht toont de opgaven per termijn. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende termijnen: • Termijn 2024-2034. • Termijn 2035-2045. • Termijn na 2046. In elke termijn wordt het onderscheid aangegeven tussen uitbreiding (alleen eerste termijn), renovatie (20 jaar levensduurverlenging) en nieuwbouw. In geval van renovatie of nieuwbouw is het jaartal zoals opgenomen in het overzicht het verwachte jaar van oplevering. Bij elk project dient rekening gehouden te worden met een opstart termijn van ca. 3 jaar. Als voorbeeld bij De Zaaier dient in 2027 opgestart te worden met de planvorming om in 2030 op te kunnen leveren.

DISCLAIMER Het jaartal van renovatie of nieuwbouw voor de scholen die niet in de eerste termijn vallen, is rekenkundig benaderd op basis van het principe dat een gebouw na 40 jaar in aanmerking komt voor renovatie (levensduurverlenging van ten minste 20 jaar) en na 60 jaar voor nieuwbouw. Dit betreffen indicatieve jaren waarop nog afgeweken kan worden. Het kan namelijk voorkomen dat sommige scholen nog niet afgeschreven zijn of de kwaliteit nog voldoende is. Bij de actualisatie van het IHP, en het opstellen van nieuwe quickscans als onderdeel van de actualisatie over 5 jaar, dienen de betreffende periodes herijkt te worden.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 17 van 49

4.4. De opgaven per kern Per kern wordt aangegeven wat de status van de schoollocaties is en welke opgaven voorzien zijn. De status per schoollocatie is op basis van een aantal gegevens samengevat in een kaart per kern.

4.4.1 Toelichting kaarten De kaarten maken per kern de opgaven inzichtelijk die in samenspraak met de schoolbesturen tot stand zijn gekomen. Hieronder volgt een toelichting over hoe de kaarten en labels gelezen moeten worden: • De labels bij de kaarten geven een toelichting op het betreffende schoolgebouw. • Het cijfer voor de naam van de school correspondeert met het cijfer op de kaart. • Onder de schoolnaam staat de vervangingstermijn weergegeven voortkomend uit de quickscanscore. Indien een gebouw uit meerdere bouwdelen bestaat is de opgenomen termijn gebaseerd op het grootste bouwdeel. • Het label geeft de leerlingenprognose voor 2024, 2028 en 2038 weer. De prognoses worden gebaseerd op de meest recente oktobertelling (2023). In de prognoses is de impact van geaccordeerde woningbouwplannen meegenomen. Ten tijde van een businesscase worden de meest actuele prognoses gebruikt en wordt het exacte leerlingenaantal voor een project vastgesteld. De leerlingenaantallen in het IHP zijn vooralsnog een indicatie ter bepaling van de omvang van een opgave. • Het label geeft de bijbehorende ruimtebehoefte, bestaande m² bvo en ruimtetekorten/-overschotten weer. Overschotten worden hierbij in het groen weergegeven en tekorten in het rood. Ook dit is een indicatie op basis van de meest actuele leerlingenprognoses.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 18 van 49

4.4.2 Werkendam Scholenlandschap

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 19 van 49

Opgaven In de kern Werkendam bevinden zich 4 scholen primair onderwijs en 1 school speciaal basisonderwijs. De volgende opgaven zijn geformuleerd: Opgave reeds gestart vanuit vorig IHP • Uitbreiding Het Baken: start bouw in maart 2025. Termijn 2035-2045 • In 2018 is SBO De Akker gerenoveerd. In lijn met de bouwstenen heeft de school rond 2041 recht op nieuwbouw. • De Ds. Joh. Groenewegenschool komt rond 2045 in aanmerking voor renovatie. Termijn na 2046 • Bij Het Baken wordt op dit moment de uitbreiding al gerealiseerd. Rond 2049 komt de school in aanmerking voor renovatie. • MFA Het Vlechtwerk is nog een relatief jong gebouw. Renovatie wordt rond 2061 uitgevoerd. De leerlingenprognose laat zien dat er in de toekomst een ruimtetekort is bij ‘t Kompas. Het tekort kan opgevangen worden bij de Burg. Sigmondschool.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 20 van 49

4.4.3 Sleeuwijk Scholenlandschap9

9 De Morgenster heeft 80 m² bvo geïnvesteerd uit eigen middelen en het Altena College 631 m² bvo.

De m²’s bvo zoals opgenomen in het scholenlandschap zijn exclusief de zelf geïnvesteerde m²’s.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 21 van 49

Opgaven In de kern Sleeuwijk bevinden zich 2 scholen primair onderwijs en 2 scholen voortgezet onderwijs. De volgende opgaven zijn geformuleerd: Termijn 2024-2034 • In 2017 is Brede School De Esdoorn gerealiseerd. Er is echter reeds een ruimtetekort bij De Morgenster, wat vraagt om uitbreiding. Bij de Burg. Verschoorschool kan dit niet opgevangen worden. Er wordt bij De Morgenster uitgegaan van uitbreiding van 2 lokalen op het dak. Ten tijde van de businesscase wordt de exacte ruimtebehoefte nader bepaald, op basis van de meest recente prognoses. • Binnen 10 jaar komt het gehele gebouw van Schans in aanmerking voor nieuwbouw. In het IHP wordt nog uitgegaan van een solitaire opgave totdat de scenariostudie naar de toekomstige huisvesting van het Voortgezet Onderwijs in Altena verder uitsluitsel geeft.

lossen. In het IHP wordt nog uitgegaan van een solitaire opgave totdat de scenariostudie naar de toekomstige huisvesting van het Voortgezet Onderwijs in Altena verder uitsluitsel geeft. Termijn na 2046 • In 2017 is Brede School De Esdoorn gerealiseerd. Rond 2060 komt de school in aanmerking voor renovatie.

Termijn 2035-2045 Het Altena College bestaat uit meerdere bouwdelen. In totaal beschikt het Altena College over 1.090 m² aan semipermanente lokalen. De levensduur van semipermanente lokalen bedraagt normaal gesproken 15-25 jaar. Echter, omdat de semipermanente lokalen van hoogwaardige kwaliteit zijn, verkeren deze nog in goede staat. Zonder de semipermanente lokalen beschikt het Altena College over 7.859 m² bvo. Dat werpt een ander licht op het normatieve overschot in 2028 zoals vermeld in de tabel; het overschot bedraagt dan namelijk niet 1.302 m² maar 212 m². Het bouwdeel uit 1975 (de achterbouw) komt rond 2038 in aanmerking voor nieuwbouw. Ook de semipermanente lokalen komen rond 2038 in aanmerking voor vervanging. Zonder gebruik van de semipermanente lokalen is echter nog steeds een normatief overschot aanwezig waardoor de gemeente deze semipermanente lokalen niet zal vervangen of renoveren. Het Altena College ervaart echter geen functioneel ruimteoverschot. De school kent vele bouwdelen. Dit is dan ook de enige school die vooralsnog opgaven over meerdere termijnen kent. De uitwerking van de opgaven vraagt om een grondige businesscase en tevens om het reeds aanwezige ruimteoverschot op te

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 22 van 49

4.4.4 Oudendijk en Woudrichem Scholenlandschap

Opgaven In de kernen Oudendijk en Woudrichem bevinden zich 3 scholen primair onderwijs. De volgende opgaven zijn geformuleerd: Termijn 2024-2034 • In 2027 komt het gehele gebouw van Eben-Haëzer in aanmerking voor nieuwbouw. De eerste gesprekken zullen in 2024 plaats te vinden.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Termijn 2035-2045 • In 2018 is Oudendijk reeds gerenoveerd. In lijn met de bouwstenen heeft de school rond 2041 recht op nieuwbouw. • In 2005 is ‘t Ravelijn gerealiseerd. Rond 2048 komt de school in aanmerking voor renovatie.

Pagina 23 van 49

4.4.5 Nieuwendijk en Almkerk Scholenlandschap

Opgaven In de kernen Nieuwendijk en Almkerk bevinden zich 4 scholen primair onderwijs. De volgende opgaven zijn geformuleerd: Opgave reeds gestart vanuit vorig IHP • MFA Almkerk: de bouw start in september 2024. • Voor De Halm is de uitwerking van de businesscase gestart. Zowel nieuwbouw als renovatie worden als scenario onderzocht. Naar verwachting wordt in 2025/2026 gestart met de bouw/ renovatie.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Termijn 2024-2034 • Geen scenario’s binnen dit termijn Termijn na 2046 • In 2022 is De Regenboog gerealiseerd. Rond 2062 komt de school in aanmerking voor renovatie.

Pagina 24 van 49

4.4.6 Waardhuizen, Rijswijk en Andel Scholenlandschap10

10 De ds. Gisb. Voetiusschool heeft 38 m² bvo geïnvesteerd uit eigen middelen (bovenschools

ruimtegebruik). De m²’s bvo zoals opgenomen in het scholenlandschap zijn exclusief de zelf geïnvesteerde m²’s.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 25 van 49

Opgaven In de kernen Waardhuizen, Rijswijk en Andel bevinden zich 4 scholen primair onderwijs en 1 school voortgezet onderwijs, namelijk Curio Prinsentuin Andel. Curio valt buiten de scope van het IHP. De volgende opgaven zijn geformuleerd: Termijn 2024-2034 • Rond 2030 komt het gehele gebouw van De Zaaier in aanmerking voor nieuwbouw. • Bij ds. Gisb. Voetiusschool11 wordt een ruimtetekort verwacht. Het tekort kan tijdelijk opgevangen worden bij De Zaaier. Echter vindt op deze locatie ook binnen 10 jaar nieuwbouw plaats, waardoor het tekort hier niet permanent opgevangen kan worden. In de termijn 2035-2045 kan in combinatie met de nieuwbouw het tekort structureel opgelost worden. Termijn 2035-2045 • Op basis van de gebouwanalyse komt ds. Gisb. Voetiusschool rond 2035 in aanmerking voor nieuwbouw. Op dit moment kan ook een permanente uitbreiding gerealiseerd worden. • In 2018 is De Verrekijker gerenoveerd. Rond 2041 vindt nieuwbouw plaats. Termijn na 2046 • In 2017 is De Parel gerealiseerd. In lijn met de bouwstenen wordt de school rond 2060 gerenoveerd.

11 Er is al een fundering gelegd voor de uitbreiding van 2 lokalen; scenario’s binnen deze opgave

dienen in een businesscase nader uitgewerkt te worden.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 26 van 49

4.4.7 Hank Scholenlandschap

Opgaven In de kern Hank bevinden zich 2 scholen primair onderwijs. De volgende opgaven zijn geformuleerd: Termijn na 2046 • In 2006 is het gebouw waar De Bolderik en De Wilgenhoek in gehuisvest zijn gerealiseerd. Rond 2049 wordt het gebouw gerenoveerd, in lijn met de bouwstenen. In de prognose wordt een groei van het aantal leerlingen verwacht. De scholen verwachten dit echter niet. Het monitoren van de leerlingenaantallen blijft van belang. Tekorten kunnen eventueel onderling opgevangen worden.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 27 van 49

4.4.8 Dussen Scholenlandschap

Opgaven In de kern Dussen bevinden zich 2 scholen primair onderwijs. De volgende opgaven zijn geformuleerd: Termijn 2024-2034 • Al enkele jaren gebruikt De Sprankel de hal als leerplein, maar gezien de langetermijnprognose van de leerlingenaantallen en het ruimtetekort heeft deze school behoefte aan uitbreiding. Binnen de brede school zijn nog normatieve vierkante meters beschikbaar. In het kader van de huidige en toekomstige leerlingenaantallen in de kern Dussen gaan de schoolbesturen samen met de gemeente in gesprek over de verdeling van de lokalen binnen de MFA. Termijn na 2046 • In 2017 is het gebouw waar De Sprankel en De Peppel in gehuisvest zijn gerealiseerd. Rond 2060 wordt de school gerenoveerd.

Referentie: 1659911-0033.2.0.

Pagina 28 van 49

4.4.9 Meeuwen en Babyloniënbroek Scholenlandschap

Opgaven In de kernen Meeuwen en Babyloniënbroek bevinden zich 2 scholen primair onderwijs. De volgende opgaven zijn geformuleerd: Termijn 2024-2034 • Rond 2033 komt Den Biekurf in aanmerking voor nieuwbouw. Termijn 2035-2045 • Bij De Ark zijn in de loop van de jaren verschillende aanpassingen uitgevoerd. Ongeveer de helft van het gebouw is in 1974 gebouwd, de andere helft in 1984. Een kleine aanbouw is toegevoegd in 2004. Qua leeftijd betekent dit dat het gebouw gerenoveerd zou moeten worden. Het gebouw heeft echter levensduurverlengende renovatie ondergaan. In de jaren 2016 en 2017 zijn plafonds, kozijnen, zonwering, het hangsluitwerk binnen, buitenvoegwerk, toiletten, en CV-ketel vervangen. Op basis van de gebouwanalyse komt het gebouw in de periode 10-20 jaar aan de beurt. Dan is het gebouw voor een groot deel ouder dan 60 jaar en is nieuwbouw een beter scenario.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14182162/1