Bijlage Aanbiedingsbrief en Eerste herziene begroting 2023
Tekst van het document
van de werkgeversadviseurs en er met name in goede samenwerking met gemeenten en UWV een beter en completer inzicht verkregen moet worden in kandidaten die bemiddeld kunnen
worden naar werk (op korte termijn of na een ontwikkeltraject). Om hierop in te spelen zijn er in 2021 bij het WSP twee matchers aangesteld. Zij hebben al een belangrijke bijdrage geleverd in het succes van aantal plaatsingen. Bij de gemeenten zijn er veel wisselingen geweest bij de klantmanagers en is er veel noodzakelijke capaciteit ingezet voor de opvang van Oekraïners (ook door het WSP), hetgeen
de matchingsprocedure enigszins heeft vertraagd. In de samenwerking probeert het WSP
meer kandidaten inzichtelijk te krijgen om te begeleiden naar werk. De tijdspanne van bemiddeling naar werk wordt groter en verschuift meer naar jobhunting en functiecreatie dan naar het eenvoudig matching op een vacature. In 2022 zijn er kleinschalige evenementen georganiseerd en is er voor gekozen om geen banenbeurs te organiseren vanwege het
ontbreken van voldoende massa aan kandidaten. In 2023 zal het creëren van externe leerwerkplekken verder worden ontwikkeld en wordt ook
gekeken naar verdere samenwerkingsverbanden op dat gebied. Dit om meer veelzijdig werk
te kunnen bieden. Werkgevers staan hier nog niet altijd voor open en begeleiding is hierbij een cruciale factor. De voorkeur gaat bij externe leerwerkplekken uit naar het matchen op de behoefte van de kandidaat en dit dient dan ook het vertrekpunt te zijn.
In 2022 is het MVO platform genaamd MetWerk verder ontwikkeld en thans heeft WestBrabant naast de 12 founders (w.o. MidZuid) nu een niveau van ongeveer 55 partners aan
zich weten te binden. Er worden met medewerking van het WSP diverse evenementen gehouden die helpen bij het commitment van werkgevers en het benutten van kansen voor de mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 30 van 50
4.1.2.
Ontwikkelingen omtrent Technohub West-Brobont
Naar aanleiding van het project MondzorgPlus heeft het WSP Dongemond een strategie uitgezet voor technische inclusie. Aan de hand van een implementatieplan is regionaal in de
arbeidsmarkt West-Brabant akkoord gegeven voor het oprichten van een Technohub voor heel West-Brabant, die fysiek bij MidZuid zal worden ingericht. De Technohub kan met een
samenwerking van de Triple Helix (ondernemers, overheid en onderwijs) innovatie versterken en is een soort field-lab fysieke locatie waar vele innovatieve mogelijkheden worden
geëtaleerd, een proeftuin en landingsplatform voor nieuwe pilots en projecten binnen WestBrabant. Dit is een bijdrage aan de innovatie waarbij in West-Brabant getoond kan worden
welke mogelijkheden en technische hulpmiddelen een bijdrage kunnen leveren aan een inclusieve(re) arbeidsmarkt. Dit sluit naadloos aan bij het "actieplan Dichterbij dan je denkt". Met behulp van regionale subsidies kan in 2023 een start worden gemaakt voor dit platform,
dat financieel zelfdragend moet zijn en wordt een consortium georganiseerd van betrokken
partijen als CTI, KIT, Avans, werkgevers, onderwijs, overheid en andere professionele partijen, die na 2023 de doorstart kunnen financieren. WSP Dongemond is initiatiefnemer en zorgt
voor het uitdragen hiervan naar de andere sub regio's binnen West-Brabant.
4.1.3.
Doelstelling 2023
De doelstelling voor 2023 wordt in december pas definitief bepaald in samenspraak met het gehele team van WSP. Hierbij wordt rekening gehouden met enerzijds een mindere instroom
aan kandidaten en anderzijds een groot aantal beschikbare vacatures bij werkgevers. Voorlopig is rekening gehouden met een doelstelling van 242 duurzame plaatsingen (gelijk
aan de doelstelling voor 2022), ondanks de mindere instroom aan kandidaten en het langere
tijdsbestek in het matchingsproces. De winst valt te halen in de inzet van matchers, die gemeenten actief blijven benaderen en helpen bij het in beeld brengen van kandidaten. Naast deze totale doelstelling stuurt het WSP regionaal en sub-regionaal ook gericht op het
duurzaam plaatsen van mensen uit hoofde van de Wet Banenafspraak.
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 1 5 dec 2022
Pagina 31 van 50
Aantal plaatsingen gespecificeerd per gemeente in 2023
Doelstelling 2023
Doelstelling 2022
Altena
80
75
Drimmelen
25
29
Geertruidenberg
35
36
Oosterhout
100
102
Totaal
240
242
4.1.4.
Werkgeversdienstverlening en regionale aanpak
Vanuit de arbeidsmarktregio West-Brabant verzorgen de managers van de subregio's een
uitvoeringsplan, waarbij de ambities zijn verdeeld in 5 aandachtsgebieden: 1. 2.500 mensen aan het werk;
2. 350 kandidaten banenafspraak duurzaam aan het werk bij werkgevers; 3. Werkgeverstevredenheid > 7;
4. Samenwerking tussen de subregio's in 4 sectorteams die leiden tot 200 banen bij
werkgevers; 5. Positioneren als één WSP richting de werkgevers.
Sub regionale activiteiten en evenementen in 2023:
Deze worden met het WSP team in december vastgesteld. In ieder geval maken de volgende activiteiten/evenementen onderdeel uit van de jaaragenda: -
Dóórontwikkeling van de regionale Tech-hub binnen de muren van MidZuid voor de gehele arbeidsmarktregio West Brabant
-
Deelname en organiseren van het wekelijkse matchingsoverleg tussen WSP
(werkgeversadviseurs en matchers) en gemeenten (klantmanagers en consulenten). -
Vertegenwoordiging in de netwerken in de vier Dongemond gemeenten.
-
Te plannen evenementen in 2023: o
Deskundigheidsdag met gemeenten en UWV
o
Evenement voor statushouders en Oekraïners (kleinschalig)
o
Informatiemarkt 'Naar de werkvloer' voor mensen uit het doelgroepregister
o
Banenbeurs regio West-Brabant
o
Technohub Event voor heel West-Brabant
o
Diverse bijeenkomsten MetWerk
Extra aandacht/activiteiten met betrekking tot statushouders en Oekraïners voor alle gemeenten.
Monitoring in kwartaalrapportages van de resultaten zoals afgesproken in de DVO.
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 32 van 50
Regionale activiteiten
Het organiseren van een bijeenkomst (2x per jaar) met de werkgeversadviseurs vanuit de arbeidsregio West-Brabant ter bevordering en borging van de samenwerking
(thema's en werkafspraken). Het organiseren van 3 tot 4 events voor MetWerk in de regio West-Brabant Sectorteams organiseren diverse activiteiten
Extra aandacht voor plaatsing van mensen uit het doelgroepregister.
Maandelijks overleg tussen de managers van de subregio's waarin de voortgang wordt
bewaakt en onderling de ervaringen worden gedeeld. Het uitvoeringsplan en het te vormen dashboard is hierbij leidend.
4.2.
Begroting 2022 WSP
Bedragen * € 1
Begroting 2023
Begroting 2022
KOSTEN Personele kosten voor aansturing, accountmanagement, nazorg en administratieve ondersteuning
718.000
640.000
Inhuur jobcoaching bij MidZuid 211 personen * 60% * 3 uur p/p
38.000
33.929
Organisatie evenementen
15.000
15.000
P.M.
P.M.
Uitvoeringskosten: Gebruik kantoorruimten Kosten ICT en telefonie Auto- en reiskosten Diversen (kopieerkosten, kantoorbenodigdheden e.d. Kosten overhead
18.000 47.000 48.000 18.000 41.000
16.880 45.450 48.000 17.500 38.875
Totaal begrote kosten
943.000
855.634
Opbrengsten uit externe financieringsbronnen Opbrengsten uren projecten en inzet extern Opbrengst subsidies
30.000 143.000 40.000
15.000
Gemeentelijke bijdrage
730.000
655.678
Totaal begrote opbrengsten
943.000
670.678
Bijdrage in regionale kosten (participatie-event e.d.)
OPBRENGSTEN
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 33 van 50
externe financieringsbonnen onder meer als kostendekking voor georganiseerde evenementen. De opbrengsten uit projecturen en rechtstreekse inzet bestaan uit gesubsidieerde uren voor innovatie en de rechtstreekste inzet van medewerkers van het WSP
voor de arbeidsmarktregio. De opbrengstsubsidies zijn de overige subsidies die worden ontvangen onder meer voor de dekking van huisvesting voor projecten. Gemeentelijke bijdrage
De kosten van het WSP worden gedekt via een aparte gemeentelijke bijdrage. Vanwege de tijdsbesteding aan diverse regionale projecten zijn er regionaal meer opbrengsten behaald die voor kostendekking zorgen, waardoor de totale gemeentelijke bijdrage in de pas blijft lopen qua indexering met MidZuid. Voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de
deelnemende gemeenten is in de dienstverlenings-overeenkomst een verdeelsleutel opgenomen die is gebaseerd: -
voor 2/3 op het aantal bijstandsgerechtigden (bijstand, I0AW, IOAZ)
-
voor 1/3 op het aantal inwoners.
De peildatum voor deze aantallen is 30 juni van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar. De basisgegevens voor de verdeling 2023 zijn als volgt:
Gemeente
aantal inwoners
aantal uitkerings dossiers
Altena Drimmelen
57.009 27.899
488 182
Geertruidenberg
22.031
290
Oosterhout
56.925 163.864
831
1.791
Volgens de hiervoor vermelde wegingsfactoren voor inwoners en uitkeringsdossiers wordt
het aandeel van de gemeenten in de gemeentelijke bijdrage en taakstelling: Altena Drimmelen Geertruidenberg
Oosterhout
29,8% 1 2,4% 1 5,3% 42,5% 1 00,0%
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 1 5 dec 2022
Pagina 35 van 50
Op basis van deze uitgangspunten wordt de gemeentelijke bijdrage voor WSP in 2023:
begroting
begroting
2023
2022
Altena
217.260
Drimmelen
90.884
203.143 79.627
Geertruidenberg Oosterhout
111.517
97.671
310.339 730.000
275.236 655.678
Bedragen * € 7
Overige dekking kosten 2023 Voor 2023 zijn de kosten weer door de gemeentelijke bijdrage gedekt. In 2022 was dit niet,
maar daarbij was ook aangegeven dat het tijdelijke kosten betrof. Inmiddels wordt de rechtstreekse uren inzet van het WSP Dongemond voor de Arbeidsmarktregio West-Brabant
vanuit deze regiogelden gefinancierd. Door de af te sluiten SWO tussen MidZuid en Altena komt er ook voldoende dekking beschikbaar voor de matcher binnen het WSP, die dan
specifiek voor Altena gaat worden ingezet en met de binnen gehaalde subsidie voor de
techhub van de arbeidsregio West-Brabant zijn ook de kosten van de daarmee samenhangende uren gedekt. In 2023 zal met de gemeenten het gesprek worden aangegaan over een eventuele structurele uitbreiding van de formatie van het WSP. Hierop kan dan tijdig
de gemeentelijke bijdragen worden aangepast. Tot die tijd zullen verdere uitbreiding van
bestaande dienstverbanden tot een minimum worden beperkt en zullen geen meerjarige
verplichtingen worden aangegaan.
Plaatsingsdoelstellingen per gemeente De doelstelling voor het aantal plaatsingen wordt afgeleid van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen. Volgens het jaarplan 2023 bedraagt het aantal plaatsingen in 2023
240. Op grond van de verdeelsleutel gemeentelijke bijdrage 2021 wordt de verdeling van deze
plaatsingsdoelstellingen over de gemeenten als volgt: Gemeente
Doelstelling 2023 duurzame plaatsingen
Doelstelling 2022 duurzame plaatsingen
Altena
80
75
Drimmelen
25
29
Geertruidenberg
35
36
Oosterhout
100
102
TOTAAL
240
242
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 36 van 50
4.3.
Toelichting op begroting WSP en verdeling gemeentelijke bijdrage
Algemene toelichting op de begroting van WSP In de begroting 2023 zijn bedragen ten opzichte van de begroting 2022 als volgt geïndexeerd:
De bedragen worden geïndexeerd met 4,2% conform het pbbp 2022 uit de septembercirculaire, van waaruit doorverwezen wordt voor de actuele waarde naar de CPB raming, en voor loongerelateerde zaken is 5% aangehouden conform het bod van
de VNG in de onderhandelingen voor de cao gemeenten aangehouden met een
individuele loondoorrekening per medewerker. Toelichting op kosten Personele kosten
De personele kosten hebben betrekking op reguliere medewerkers (totaal 7,75 fte; leiding 0,4 fte, werkgeversadviseursadviseurs 5,95 fte en matchers 1,4 fte) en enkele doelgroepmedewerkers voor administratieve ondersteuning. In 2022 hebben geen
uitbreidingen plaatsgevonden van de fte's Voor 2023 wordt uitgebreid met 1
werkgeversadviseur die een bestaande werkgeversadviseur vervangt. Dit komt omdat 1 werkgeversadviseur volledig wordt ingezet om voor de arbeidsregio West-Brabant (regio W-B) de Technohub op te gaan zetten en diens kosten worden vergoed door de regio W-B. Zo blijft de dienstverlening richting de gemeenten gewaarborgd.
Nazorg en jobcoaching bij plaatsing
De doelstelling voor 2023 betreft 240 duurzame plaatsingen van inwoners uit de deelnemende gemeenten. Dit betreft zowel mensen met een gemeentelijke uitkering op
grond van de Participatiewet (60% van het totaal), als mensen met een WW- of
Wajonguitkering en vanuit de WSW. De nazorg geldt voor alle geplaatsten; de kosten van
jobcoaching alleen voor mensen met een gemeentelijke uitkering. Voor de jobcoaching worden consulenten van MidZuid ingehuurd. De nazorg wordt uitgevoerd door de matchers,
zodat de kosten daarvan onderdeel uitmaken van de personele kosten. Behoudens indexering zijn deze kosten gelijk gehouden aan 2022. Bijdrage in regionale kosten
Deze post is 'PM' opgenomen, aangezien deze kosten nu nog kunnen worden gedekt uit (tijdelijke) middelen die in de regio West-Brabant beschikbaar zijn. Er moet rekening mee
worden gehouden dat indien in de (nabije) toekomst deze middelen uitgeput raken deze
kosten ten laste van de regio Dongemond kunnen gaan komen, echter is hier op dit moment nog geen sprake van.
Toelichting op opbrengsten In de begroting is, in lijn met de realisatie in 2022, rekening gehouden met de opbrengst uit
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 34 van 50
5.
Overige paragrafen
5.1.
Bedrijfsvoering
De toelichtingen in deze alinea zijn gebaseerd op de bedrijfsvoering van de GR WAVA en MidZuid B.V. gezamenlijk, aangezien de bedrijfsvoering in belangrijke mate plaatsvindt binnen MidZuid B.V.
5.1.1.
Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering
Door het vaststellen van de notitie ' Mensenwerk is de basis' heeft het bedrijf de ruimte
gekregen om, naast de uitvoering van de Wsw en nieuw beschut werk, activiteiten te ontwikkelen, mits deze een relatie hebben met de uitvoering van de Participatiewet. Daarmee is duidelijk richting gegeven aan de toekomst van het bedrijf. Het jaar 2017 was het eerste jaar
waarin volgens deze koers is gewerkt. Dit wordt in de komende jaren doorgezet. Dit komt in de begroting onder meer tot uitdrukking in de samenstelling en ontwikkeling van het personeelsbestand (waaronder P-banen) en in het behoud en verdere uitbouw van
participatieactiviteiten.
5.1.2.
Ontwikkelingen in samenstelling personeel
Hierna wordt ingegaan op de verwachte ontwikkelingen in de samenstelling van het personeel: de doelgroep medewerkers en de reguliere medewerkers.
Doelgroep medewerkers
Doordat geen instroom vanuit de Wsw plaatsvindt zal het aantal SW-medewerkers de
komende jaren dalen. In aantallen komen hiervoor medewerkers met een arbeidsbeperking
terug vanuit de doelgroepen: nieuw beschut werk en P-wetters. Echter vallen deze onder een andere wetgeving, waardoor deze binnenkomen met een lagere financiële dekking. Per saldo
zal het aantal doelgroep medewerkers in de komende jaren naar verwachting licht gaan dalen. In paragraaf 3.3.3. is een overzicht gegeven van het verwachte verloop. Mogelijke
ontwikkelingen die hierop van invloed zijn, waaronder het project Altena, zijn hierin nog niet meegenomen.
Reguliere medewerkers In de afgelopen jaren is een forse bezuinigingsslag doorgevoerd. Vooral door het invoeren van andere manieren van werken en het hanteren van een 'vacaturestop, tenzij'. Bovendien is er intern een beweging op gang gebracht om binnen het reguliere personeel meer
medewerkers te verplaatsen van een overheadfunctie naar een functie in de directe
aansturing of begeleiding van medewerkers. In de herziene begroting 2023 is de formatie van reguliere werknemers iets lager dan in het bedrijfsplan van 2022.
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 37 van 50
Enkele uitgangspunten bij de te bereiken doelen
In het voorgaande zijn al enkele cijfers genoemd met betrekking tot aantallen medewerkers
e.d. Voor 2023 gelden de volgende te bereiken aantallen voor de doelgroepen: -
nieuw beschut werk, te realiseren aantal ultimo 2023 (o.b.v. budgetontwikkeling; gebaseerd op een gemiddelde werkweek van 28,73 uur per week): 101
-
P-wetters, te realiseren aantal ultimo 2023 (o.b.v. budgetontwikkeling; gebaseerd op
een gemiddelde werkweek van 29,22 uur per week): 72 Voor wat betreft het bereiken van de hiervoor genoemde aantallen medewerkers voor nieuw beschut werk en P-wetters spelen overigens de deelnemende gemeenten een grote rol, aangezien deze mensen (deels) door hen worden voorgedragen. Het aantal SW-medewerkers
zal dalen, maar deze daling is voor het bedrijf niet beïnvloedbaar. Om die reden wordt het
aantal hier niet als afzonderlijk doel genoemd. De verwachte aantallen op basis van de landelijke uitstroomcijfers zijn vermeld in paragraaf 2.4. Mensontwikkeling is een belangrijk uitgangspunt voor MidZuid. Doordat de instroom vanuit
de Wsw is beëindigd, zijn ook de mogelijkheden tot groeien op de werkladder voor deze doelgroep beperkter. Het uitgangspunt voor de komende jaren blijft om het aantal stijgers en
dalers op de werkladder ten minste in evenwicht te houden en liefst per saldo een stijging te
realiseren. Om dat te kunnen bereiken is voldoende instroom van mensen uit de nieuwe doelgroepen noodzakelijk. Er wordt naar gestreefd om medewerkers een werkplek zo dicht mogelijk bij de eigen
woonomgeving te bieden. Bij dit uitgangspunt moet wel de kanttekening worden gemaakt dat
werk gezocht moet worden dat past bij de talenten van de betrokken werknemer.
5.2.
Weerstandscapaciteit en risicobeheersing
Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit worden de middelen en mogelijkheden bedoeld die de
organisatie heeft om niet begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat voornamelijk uit de algemene reserve. Eind 2021 bedraagt de algemene reserve € 1.852.000
vóór de resultaatbestemming over 2021. Naast de algemene reserve is in de begroting € 100.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. De algemene reserve dient om
onvoorziene risico's die samenhangen met de uitvoering af te dekken. In december 2013 heeft het bestuur het volgende beleid vastgesteld: 1. WAVA brengt jaarlijks alle risico's die verbonden zijn aan haar activiteiten en de bedrijfsvoering in beeld.
2. WAVA splitst deze risico's enerzijds in vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds in
overhead en exploitatieresultaat.
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 38 van 50
3. De berekening voor de weerstandscapaciteit voor WAVA wordt gebaseerd op 3 % van de absolute bedragen van de aan WAVA toe te rekenen opbrengsten en kosten in de
onderdelen overhead en exploitatieresultaat.
4. Een minimumomvang van de weerstandscapaciteit vast te stellen omdat WAVA niet gewoon is gedurende het boekjaar begrotingswijzigingen door te voeren. 5. De minimumomvang van de weerstandscapaciteit vast te stellen op 1 maal het
berekende jaarrisico, het maximum op tweemaal dit risico. 6. De berekening van de weerstandscapaciteit is niet maatgevend voor een berekening
van de bestemming bij het rekeningresultaat. Dat laatste vindt elk jaar apart plaats, waarbij wel het minimumniveau van de weerstandscapaciteit in acht wordt genomen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de algemene reserve beleidsmatig niet gerelateerd is en ook
niet bedoeld is voor het opvangen van risico's en fluctuaties in de subsidie-systematiek. Bij het vaststellen van de resultaatbestemming over 2014 is door het bestuur overwogen om hiervoor eventueel een aparte risico- en egalisatiereserve te vormen. Begin 2015 is echter
besloten tot het alternatief dat de individuele gemeenten hiervoor een eigen risicoreserve aanhouden. Bij het vaststellen van de jaarrekening 2021 is op grond van de genoemde
uitgangspunten de bandbreedte van de algemene reserve als volgt berekend: ondergrens
€ 696.000; bovengrens € 1.392.000. Echter door de negatieve begroting voor 2022 en onduidelijkheid over de lange termijn effecten van corona is het bovenmatige deel van de reserve aangehouden. Waardoor na resultaatbestemming 2021 de algemene reserve op
1.657.000 staat. De stand van de algemene reserve na vaststelling van het resultaat 2021 bevindt zich dus op het maximum. Ter afdekking van de hierna geïnventariseerde risico's is
een weerstandscapaciteit beschikbaar van € 1.657.000 (algemene reserve) + € 100.000 (onvoorzien) = € 1.757.000.
Risico-inventarisatie (financieel) In deze risico-inventarisatie worden de risico's onderscheiden in enerzijds de risico's die
samenhangen met de vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds de risico's met betrekking tot overhead en exploitatieresultaat. De gekwantificeerde risico's kunnen
vervolgens worden gerelateerd aan de omvang van de weerstandscapaciteit. Risico's in samenhang met vaste lasten en subsidieresultaat: -
Het macrobudget voor de SW is gefixeerd op een vast bedrag, dat alleen voor loon- en prijsontwikkelingen wordt aangepast. Het macrobudget bestaat uit een
prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). De gevolgde methodiek is dat het macrobudget gelijk blijft en dat mutaties in de Q leiden tot aanpassingen in de P. Als
landelijk het volume achterblijft dan zal de prijscomponent per fte stijgen en andersom. Dit brengt risico's met zich mee die moeilijk zijn in te schatten. In de
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec2022
Pagina 39 van 50
begroting is rekening gehouden met de laatst bekende cijfers (september-circulaire 2022).
In opdracht van het ministerie heeft Berenschot de 2e thermometer Wsw uitgevoerd (over de jaren 2015-2016), waaruit blijkt dat als gevolg van rijks bezuinigingen ook in de
komende jaren sprake is van een forse financiële problematiek rond de SWfinanciering. Dit kan volgens Berenschot niet worden opgevangen met verbeteringen in het operationele resultaat. Dit betekent dat aanvullende middelen nodig zijn.
Volgens de staatssecretaris zijn deze middelen via het IBP (interbestuurlijk programma) beschikbaar, maar deze mening wordt niet gedeeld door Cedris en de
VNG. Vorenstaande risico's dragen in sterke mate een politiek karakter en kunnen niet goed
worden gekwantificeerd.
De bijdrage per arbeidsjaar waarmee in de begroting is gerekend, is gebaseerd op de
septembercirculaire 2022 en bedraagt voor het jaar 2023 € 30.744. Indien de situatie zich voordoet dat landelijk de uitstroom in 2022 lager blijkt te zijn dan waarmee rekening is gehouden zou het budget verder kunnen dalen. Voor 2023 kan dit risico maximaal € 206.000 bedragen. De kans hierop wordt ingeschat op 50%. Het risico bestaat dat de uitstroom van de Wsw-medewerkers bij WAVA ten opzichte van de in het budget berekende blijfkans achterblijft. Door de systematiek van T-1 betekent dit dat WAVA in die omstandigheid voor het verschil van de medewerkers de
salarislasten voor één jaar moet voorfinancieren. Het risico voor 2023 wordt ingeschat op maximaal 9 arbeidsjaren (loonkosten € 287.000). De kans dat dit risico zich
voordoet wordt ingeschat op 25%. In de cao SW is afgesproken dat de loonkostenstijging wordt gekoppeld aan de loonen prijsontwikkeling (LPO) van het budget, waardoor dit in principe niet tot een extra
risico leidt. Het loon van een groep SW-medewerkers ligt echter op het niveau van het
wettelijk minimumloon (WML), zodat die ontwikkeling in ieder geval wel gevolgd moet worden, ongeacht of er sprake is van de LPO-ontwikkeling in het budget. Een WML-
stijging van 7% die niet tot compensatie zou leiden heeft een effect van € 261.000; de kans hierop wordt ingeschat op 50%. De huidige cao voor het SW-personeel loopt tot
en met 31 december 2025. Met ingang van 2017 is het LIV (lage inkomens voordeel) ingevoerd. Het LIV is van toepassing op medewerkers die tussen de 100% en 125% van het wettelijk
minimumloon (WML) verdienen. Voor deze groep kan, mits aan voorwaarden van het
aantal gewerkte uren e.d. wordt voldaan, een vergoeding in het kader van het LIV worden ontvangen, die overigens pas een jaar later wordt uitbetaald. Inmiddels is er
twee jaar ervaring opgedaan met het LIV. De omvang van het bedrag aan LIV kan
vanuit de salarisadministratie redelijk worden benaderd. Een onzekerheid blijft echter het landelijke plafond in de middelen die voor het LIV beschikbaar zijn. In de begroting
is rekening gehouden met LIV-opbrengsten voor de doelgroepen Wsw, nieuw beschut Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 40 van 50
werk en P-wetters, totaal € 319.000. Deze opbrengsten zijn met enige voorzichtigheid ingeschat, maar door de hiervoor geschetste onzekerheden bestaat het risico dat de
begrote opbrengsten niet worden gehaald. Dit risico wordt ingeschat op 50%
Risico's met betrekking tot de overhead en het exploitatieresultaat: Het niet geheel realiseren van de begrote netto-opbrengst. De omzet wordt deels
gerealiseerd bij de deelnemende gemeenten en deels op de vrije markt. De mogelijkheden om de begrote omzet te realiseren zijn dan ook afhankelijk van de takenpakketten van onze deelnemende gemeenten en van de economische- en
marktsituatie. De begrote omzetten zijn zo goed als mogelijk ingeschat, maar door veranderende omstandigheden bestaat het risico dat deze niet worden gehaald. De
omvang van het risico is € 594.000 en de kans van optreden is normaliter minder dan 50%.
Voor het realiseren van omzet is het nodig om voldoende mensen te hebben die bij de diverse PMC's kunnen worden ingezet. De terugloop van het aantal SW-medewerkers heeft hierop een negatief effect. In de begroting is ermee rekening gehouden dat deze terugloop voor een belangrijk deel kan worden gecompenseerd door medewerkers die
via nieuw beschut werk of P-banen instromen, alsmede door de begeleidingsvergoeding die zij meebrengen. Als deze verwachtingen niet uitkomen kan het gaan voorkomen dat opdrachten niet kunnen worden geaccepteerd of
teruggegeven moeten worden. Het financieel risico hiervan wordt ingeschat op
€ 480.000 en de kans daarop wordt geschat op 50%. Als alle hier genoemde risico's (exclusief de risico's die betrekking hebben op de subsidiesystematiek) zich tegelijk zouden voordoen maal de kans, dan zou dat een bedrag
omvatten van € 724.000. Hiertegenover staat een weerstandscapaciteit na resultaat
bestemming 2021 van € 1.757.000, welke naar verwachting terugloopt naar € 1.605.000 begin 2023. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de kans dat alle hiervoor genoemde risico's zich tegelijk zullen voordoen zeer klein is. Door in 2023 en 2024 in totaal een bedrag van € 773.000
als gevolg van een negatieve exploitatie ten laste van de reserves te brengen ontstaat geen
bijzonder extra risico voor de continuïteit van de bedrijfsvoering van MidZuid. Hierna is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de reserves.
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 41 van 50
Overzicht verloop reserves
Bedragen ★€ 7.000
Begrotingsjaar 2023
Saldo 1-1
Bij
Meerjarenraming (saldi 31-12)
Af
Saldo 31-12
2024
2025
2026
Algemene reserve Resultaat lopend jaar
1.506
491
1.015
733
733
733
Totaal reserves
1.506
491
1.015
733
733
733
Voorzieningen Bij het beoordelen van de financiële positie is het ook van belang of de voorzieningen op peil zijn. WAVA beschikt ultimo 2022 over een voorziening voor groot onderhoud. Deze is nader
toegelicht, inclusief een overzicht van het verloop, in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Op grond van de al aanwezige kennis kan worden geconcludeerd dat de
omvang van de voorzieningen toereikend is.
Financiële positie en kengetallen
Door middel van onderstaande kengetallen wordt inzicht gegeven in de financiële positie van GR WAVA. De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen schulden minus
vorderingen en overige opbrengsten. Een netto schuldquote tussen 0% en 90% wordt als normaal beschouwd. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Dit kengetal geeft het percentage eigen vermogen
weer ten opzichte van het totale vermogen. De minimumnorm voor deze ratio wordt gesteld op 30%. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen
welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Herziene begroting 2023
Kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Verloop van de kengetallen
Jaarrek. Begroting: 2021 2022
2023
2024
2025
2026
26,1%
23,9%
26,8%
26,2%
25,9%
24,6%
26,1% 17,3% ■5,2%
23,9% 15,4% -0,9%
26,8% 14,5% -2,8%
26,2% 14,7% -1,6%
25,9% 14,9% 0,0%
24,6% 14,6% 0,0%
De netto schuldquote stijgt in 2021 als gevolg van het interen op de coronareserve uit 2020. De daalt in 2022, doordat het groot onderhoud is doorgeschoven. In de jaren daarna neemt deze toe als gevolg van de uit te voeren onderhoudskosten en investeringen in
bedrijfsmiddelen. De solvabiliteitsratio voldoet nog niet aan de hiervoor genoemde minimumnorm, hetgeen te maken heeft met in het verleden aangetrokken leningen. Het is bij WAVA niet de bedoeling om structureel (positieve) resultaten te boeken, maar om een
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 42 van 50
sluitende exploitatie te hebben, hetgeen ook tot uitdrukking komt in het kengetal structurele
exploitatieruimte.
5.3.
Onderhoud kapitaalgoederen
De activiteiten van WAVA zijn erop gericht de kapitaalgoederen, bestaande uit materiële vaste activa, voorraden en vorderingen goed te beheren. Het daartoe noodzakelijke onderhoud zal
worden uitgevoerd. Algemeen WAVA heeft de gebouwen aan de Esdoornlaan/Wilhelminakanaal Noord te Oosterhout in eigendom. Eind 2019 is op basis van een integrale inspectie de onderhoudstoestand opnieuw
in beeld gebracht en is de onderhoudsplanning geactualiseerd. Bij het opstellen van de
herziene begroting 2022 is de uitvoeringsplanning van het groot onderhoud geactualiseerd en
zijn de opgenomen prijzen geïndexeerd. Het plan heeft ook als leidraad gediend voor het begrote bedrag aan uit te voeren onderhoud en als onderbouwing voor het verloop van de
voorziening onderhoud. Overigens wordt gestreefd naar optimalisatie van de verhouding
tussen kosten en de hinder door werkzaamheden. Dit vindt onder meer plaats door onderdelen te bundelen en zodoende kostentechnische- en planning-technische voordelen te
behalen. Hierdoor kunnen onderdelen tussen de verschillende jaren doorschuiven. Voorop staat de instandhouding van de activa op het overeengekomen niveau.
Financiële consequenties Alle kosten van doorlopend onderhoud aan gebouwen en installaties e.d. worden in de
resultatenrekening opgenomen. In het kader van het groot onderhoud is een voorziening voor het groot onderhoud beschikbaar. Zoals vermeld is eind 2019 een inventarisatie van de
onderhoudstoestand uitgevoerd, met daaraan gekoppeld een actualisatie van de onderhoudsprognose. Op basis daarvan is de voorziening geactualiseerd; ook zijn de dotaties
en onttrekkingen in de begrote cijfers hierop gebaseerd. Onderstaand is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de voorziening onderhoud. Overzicht verloop onderhoudsvoorziening
Begrotingsjaar 2023
Bedragen * € 7.000
Voorziening onderhoud
5.4.
Saldo 1-1
Bij
1.528
217
Meerjarenraming (saldi 31-12) 2024 2025
2026
2027
675
814
Af Saldo 31-12 1.074
671
602
533
Investeringen
Voor 2023 zijn er wederom vervangingsinvesteringen gepland voor het wagenpark. Al naargelang zullen deze auto vervangen worden door brandstof eenheden of bij beschikbaarheid elektrische eenheden. De investering bedraagt tussen de € 586.000 en de Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 43 van 50
€ 1.080.000. Voor deze investeringen zal eventueel een aparte financiering moeten worden
afgesloten, wanneer de gegenereerde liquiditeit door de afschrijving van oude voertuigen niet voldoende blijkt. Dit zal pas noodzakelijk zijn op het moment dat de voertuigen afgeleverd
worden. Gezien de gemiddelde levertijden van 14 maanden zal de uitlevering pas in 2024
plaatsvinden.
5.5.
Financiering
WAVA is in de afgelopen jaren sterk afhankelijk gebleken van externe financiering. Dit wordt
veroorzaakt door het ontbreken van voldoende eigen vermogen. Van het verloop van de
langlopende leningen in het begrotingsjaar 2023 kan het volgende overzicht worden gegeven: 1
2
3
4
5
6
7
1.000.000
1.600.000
1.000.000
1.000.000
begroot 1.000.000
begroot 2.000.000
begroot 1.600.000
Looptijd tot
29-dec-2017 29-dec-2022
28-dec-2018 28-dec-2023
27-dec-2019 30-dec-2024
12-jun-2020 31-dec-2025
29-dec-2021 29-dec-2026
29-dec-2022 29-dec-2027
29-dec-2023 29-dec-2028
Aflossing
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
op einddatum
0,335%
0,47%
0,12%
0,17%
0,15%
1,00%
1,00%
Restant bedrag 31 dec. 2022
1.600.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
Aflossing in 2023 Nieuwe lening 2023
-1.600.000
Oorspronkelijk bedrag
Ingangsdatum
Rentepercentage
Restantbedrag 31 dec. 2023
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
Totaal
5.600.000
2.600.000
-1.600.000 2.600.000
2.600.000
6.600.000
Oorspronkelijk was sprake van leningen van totaal € 11 miljoen, waarvan € 5 miljoen ter
financiering voor de aankoop van het pand en € 6 miljoen voor verliesfinanciering. De laatste lening is in 2014 overgesloten voor een bedrag van € 5 miljoen. Door de aflossingen is de
totale schuld eind 2021 teruggelopen tot € 5.600.000. De overige leningen betreffen herfinanciering van de aflossingen op de lening inzake verliesfinanciering, met een uitbreiding van € 600.000 voor de financiering van een investering in het wagenpark, begin 2019
(bestuursbesluit 22 november 2018). De verwachting is dat de aflossingen in de toekomst geherfinancierd zullen worden. Dit komt doordat de reserves op maximaal staan en de bedragen daarboven normaliter aan de
deelnemende gemeenten worden terugbetaald. Vanwege het geplande onderhoud is de verwachting dat de schuldpositie in 2023 eenmalig toe neemt. Het geld dat voor dit
onderhoud nodig is, is in het verleden aangewend om de schulden verder af te lossen. Bij de
BNG is een kredietfaciliteit beschikbaar van € 1 miljoen (met een intradaglimiet van € 1,5
miljoen). Het betalingsverkeer is volledig geautomatiseerd en verloopt middels een systeem van
elektronisch bankieren. In lijn met de bepalingen van de wet FIDO is een treasurystatuut beschikbaar dat is geactualiseerd begin 2019. WAVA voldoet aan alle verplichtingen inzake het Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 44 van 50
Schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo beoordeeld en indien nodig afgestort ten
gunste van de centrale overheid.
Gelet op de gemaakte afspraken met de deelnemende gemeenten, waarbij de begrote gemeentelijke bijdrage op kwartaalbasis vooraf wordt vergoed, wordt verwacht dat voorlopig geen beroep hoeft te worden gedaan op de kredietfaciliteit bij de BNG. In dit kader moet nog
wel worden opgemerkt dat in de begroting rekening is gehouden met opbrengsten in het kader van het LIV en de bonus nieuw beschut werk. Deze opbrengsten moeten worden voorgefinancierd, aangezien de betaling ervan pas plaatsvindt in het jaar volgend op het
begrotingsjaar.
5.6.
Verbonden partijen
Overzicht verbonden partijen
De deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling WAVA zijn: Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout. Daarnaast zijn binnen de gemeenschappelijke regeling de volgende rechtspersonen
aanwezig: MidZuid B.V., ten behoeve van het aangaan van samenwerkingsverbanden met
derden, gericht op de verbetering van de mogelijkheden voor de uitvoering van de doelstelling van WAVA.
MidZuid B.V. is voor 100% eigendom van WAVA. Het resultaat van MidZuid B.V. wordt volledig verrekend met WAVA.
-
MidZuid A.I.D. B.V.; dit is een 100% deelneming van MidZuid B.V. MidZuid A.I.D. B.V. is de entiteit waarin onder meer de werknemers vanuit andere contracten dan de WSW, ambtenaren en het regulier personeel worden verloond. De activiteiten van MidZuid A.I.D. B.V. worden volledig verrekend met MidZuid B.V.
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 45 van 50
6.
Bijlagen
6.1.
Bijlage k Inzicht in gemeentelijke bijdrage
Algemeen
In deze bijlage is de berekening van de gemeentelijke bijdrage aan WAVA opgenomen.
De gemeentelijke bijdrage aan WAVA bestaat uit een bijdrage in de vaste lasten en een bijdrage in het subsidieresultaat c.q. om te komen tot een sluitende begroting.
Gemeentelijke bijdrage 2023 De bijdrage in de vaste lasten wordt over de gemeenten verdeeld op basis van een eerder vastgesteld omslagpercentage. Dit leidt tot de volgende verdelin b’ Verdeling vaste lasten:
Bedragen * € 7
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Omslagfactor
Begroting 2023
Bedrijfsplan 2023
26,83% 12,17% 15,61% 45,39%
10.196 4.626 5.931 17.247
47.225 21.424 27.471 79.880
100,00%
38.000
176.000
Voor de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo is het aantal
plaatsingen bepalend. Daarvoor is als basis genomen het definitieve aantal plaatsingen in 2020 van SW-medewerkers vanuit de deelnemende gemeenten bij WAVA. Het hierna
opgenomen bedrag per gemeente betreft een voorschotbedrag; bij de jaarrekening vindt een
verrekening plaats op basis van het werkelijk aantal plaatsingen. Verdeling subsidieresultaat / begrotingssaldo
Bedragen * € 7
Aantal plaat singen 2020
Begroting 2023
Bedrijfsplan 2023
Altena Drimmelen Geertruidenberg
131 57 80
561.683 265.019 324.352
493.706 214.819 301.500
Oosterhout
212 480
893.946 2.045.000
798.975 1.809.000
Vorenstaande cijfers zijn getotaliseerd weergegeven in de volgende tabel: Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 46 van 50
Totale bijdrage per gemeente Bedragen * € 1
Begroting 2023
Bedrijfsplan 2023
Altena Drimmelen Geertruidenberg
571.879 269.645 330.283
540.931 236.243 328.971
911.193 2.083.000
878.855 1.985.000
Oosterhout
Meerjarencijfers Op basis van de in deze herziene begroting opgenomen meerjarencijfers ontwikkelt de
gemeentelijke bijdrage zich volgens onderstaande cijfers: Totale gemeentelijke bijdrage, meerjarig
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
6.2.
Bedrijfsplan 2023
2024
540.931 236.243 328.971 878.855 1.985.000
540.931 236.243 328.971 878.855 1.985.000
Begroting 2025
552.881 240.323 338.018 893.777 2.025.000
2026
2027
549.352 238.767 335.894 887.987 2.012.000
553.746 240.649 338.624 894.981 2.028.000
Bylage 2: (Financiële) uitgangspunten
Hierna wordt op hoofdlijnen een overzicht gegeven van de bij het opstellen van het bedrijfsplan gehanteerde (financiële) uitgangspunten:
De herziene begroting is opgemaakt op basis van de meest recente gegevens en inzichten.
De kosten en opbrengsten worden zo zuiver mogelijk toegerekend aan de diverse
posten in de herziene begroting. De laatste begrotingscijfers van het macrobudget voor de subsidie van het rijk voor de
uitvoering van de Wsw worden als uitgangspunt genomen voor het te verwachten subsidiebedrag. Dit betekent dat de cijfers van de septembercirculaire 2022 zijn Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 47 van 50
aangehouden voor wat betreft de rijkssubsidie SW voor 2023 en volgende jaren. De
macrocijfers kunnen aangepast worden aan eventuele ontwikkelingen betreffende de
hoogte van het wettelijk minimumloon (WML) en de lonen in de gesubsidieerde sector. Dit wordt meestal pas bekend in de loop van het begrotingsjaar. Hiermee is, conform bestendige gedragslijn, geen rekening gehouden. Binnen het macrobudget is sprake van een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). Afwijkingen in het volume kunnen effect hebben op de prijs.
Dit kan financiële risico's met zich meebrengen.
Voor de SW is rekening gehouden met een teruglopend personeelsbestand. Deze terugloop is gebaseerd op de 'blijfkans' volgens het rijksbudget met betrekking tot de
deelnemende gemeenten en de daaruit voortvloeiende volumecomponent (Q). Het aldus bepaalde aantal is bepalend geweest voor zowel de begrote rijkssubsidie als
voor de berekening van de formatie/salariskosten SW-medewerkers.
Voor 2023 is er in de herziene begroting vanuit gegaan dat de verhoging van het minimumloon voor de Wsw-groep volledig wordt gecompenseerd in de meicirculaire.
Dit is een extra risico in de herziene begroting.
Voor nieuw beschut werk is uitgegaan van opbrengsten in de vorm van loonkostensubsidie en een begeleidingsvergoeding (€ 8.100 per medewerker). Voor wat betreft de loonkostensubsidie is uitgegaan van de gemiddelde loonwaarde van de
medewerkers nieuw beschut werk die bij het opstellen van dit bedrijfsplan in dienst waren. Het subsidieresultaat (verschil tussen loonkosten en loonkostensubsidie) is
afzonderlijk zichtbaar gemaakt in het bedrijfsplan. Het aantal medewerkers nieuw beschut werk is gebaseerd op de in december 2022 door het ministerie per gemeente gepubliceerde taakstelling ultimo 2022 teruggerekend naar gemiddelden over het jaar.
Voor de jaren 2023 en volgende is het aantal gebaseerd op het in juli 2019 gepubliceerde aangepaste ingroeipad van de banenafspraak, waarbij voor 2026 en 2027 uit is gegaan van een verdere stijging in lijn met de voorliggende jaren.
Voor 2022 is uitgegaan van gemiddeld 72 medewerkers die werkzaam zijn via een participatiebaan. Voor de jaren erna is dit aantal jaarlijks met 5 verhoogd. Voor wat betreft de loonkostensubsidie is uitgegaan van de gemiddelde loonwaarde van de
medewerkers P-banen die bij het opstellen van dit bedrijfsplan in dienst waren. Voor deze doelgroep is rekening gehouden met een begeleidingsvergoeding van € 4.585 per persoon. Het verschil tussen de loonkosten en loonkostensubsidie van deze
medewerkers is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in het bedrijfsplan. De loonkosten van de SW-medewerkers zijn gebaseerd op de cao SW. Op grond van
deze cao volgt de loonontwikkeling de prijsontwikkeling van het rijksbudget (LPO) resp. het wettelijk minimumloon. De nieuwe cao SW loopt van 2021 - 2025, waarin de
systematiek uit de vorige cao voor wat betreft het berekenen van de algemene
loonstijgingen is voortgezet. Verder is rekening gehouden met het vervallen van het lage inkomensvoordeel (LIV) voor jongeren vanaf 2025. Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 48 van 50
De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de cao gemeenten en de daarin gemaakte afspraken voor loonontwikkeling. In het bedrijfsplan is uitgegaan van een loonontwikkeling van 5% conform het laatst bekende bod van de VNG in de
onderhandelingen voor een nieuwe cao gemeenten.
De loonkosten van de overige medewerkers (nieuw beschut, participatiebanen) zijn gebaseerd op de Cao "Aan de slag".
Voor de ontwikkeling van de prijzen is voor 2023 afgeweken van de prijsontwikkeling
BBP volgens de septembercirculaire 2022 van 3,4%, omdat deze niet representatief is voor de prijsontwikkeling in 2023. De minimale indexering is gesteld op 5% en waar
sprake is van specifieke indexcijfers voor een begrotingspost (bijvoorbeeld voor de omzet, zie hierna) is de indexering hoger gesteld. Voor de jaren erna is het prijspeil
2023 aangehouden; dit geldt zowel voor de kosten als opbrengsten.
De omzet wordt voornamelijk gerealiseerd binnen MidZuid B.V. en maakt daarmee onderdeel uit van het operationeel resultaat in het bedrijfsplan. Voor de diverse te factureren opbrengsten (omzet, verhuur) is in het najaar de indexatie voor 2022 vastgesteld, welke ontwikkeling is gevolgd in de begrotingscijfers.
De indexering varieert, al naar gelang de werksoort en/of de geldende afspraken, maar is hoog gesteld vanwege de enorme kostenstijgingen die voor 2023 worden verwacht.
Grofweg zijn de indexeringen 8,9% en 12% met een enkele uitschieter die nog hoger
ligt. Voor de jaren na 2023 is, zoals hiervoor vermeld, het prijspeil 2023 aangehouden.
Onder de vaste lasten wordt verstaan de kosten van het gebouw en de rentekosten van een lening uit het verleden waar geen activa tegenover staan. De vaste lasten
worden volgens een vastgesteld percentage verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie hiertoe bijlage 1).
De term overhead is bij de laatste wijziging van het BBV nader gedefinieerd. De onder
overhead WAVA in het bedrijfsplan opgenomen kosten betreffen de ambtelijke
medewerkers die werkzaam zijn in functies die binnen de nieuwe definitie van overhead vallen. In de geconsolideerde cijfers is ook een post overhead opgenomen. Aangezien
MidZuid B.V. niet hoeft te voldoen aan de verslaggevings-eisen van het BBV, wordt het begrip overhead in de geconsolideerde cijfers ruimer geïnterpreteerd. Deze overhead
bestaat uit de algemene bedrijfskosten en de kosten van indirect personeel. Deze
posten worden begroot op basis van een realistische inschatting van de ontwikkelingen op gebied van volume, loon en prijs. De kosten van overhead worden
geheel verrekend met de PMC's.
Voor het bepalen van de hoogte van de post onvoorzien is uitgegaan van 2% van de
loonkosten van het reguliere personeel van WAVA en MidZuid B.V. (afgerond naar beneden). De verwachting is namelijk dat de grootste kans op onvoorziene uitgaven in de personele sfeer ligt (vervanging bij langdurige ziekte e.d.)
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 49 van 50
Oorspronkelijk was de afspraak dat de gemeentelijke bijdrage beperkt blijft tot het subsidieresultaat en de vaste lasten. Doelstelling is dat de bedrijfsvoering over alle
werksoorten samen neutraal verloopt. In de vergadering van het bestuur van 24 november 2016 is de afspraak gemaakt dat de begroting (en meerjarenbegroting)
sluitend moet zijn. Dit heeft effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen: de vaste lasten zijn geheel opgenomen in de gemeentelijke bijdrage; in de gemeentelijke
bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo worden, naast het subsidieresultaat SW ook de saldi van de doelgroepen nieuw beschut en participatiebanen, het
operationeel resultaat en de post onvoorzien betrokken.
Vennootschapsbelasting. In het bedrijfsplan is geen rekening gehouden met eventuele
lasten in het kader van de vennootschapsbelasting. Begin 2016 heeft de belastingdienst bericht dat, gelet op de activiteiten van WAVA en de wijze waarop eventuele resultaten worden verrekend, er geen sprake is van winstoogmerk en dat
daarom ook geen sprake is van vennootschapsbelastingplicht.
-Deze eerste begrotingswijziging 2023 is een begrotingswijziging en hoeft daarmee niet, zoals voor de begroting geldt, op alle punten te voldoen aan het BBV. Om die reden is een aantal kengetallen, een geprognosticeerde balans en de begroting naar taakvelden niet opgenomen in dit bedrijfsplan.
Eerste herziene begroting MidZuid 2023 na DB 15 dec 2022
Pagina 50 van 50