Bijlage 6 Eindverslag straatgesprekken bij RV Vaststelling RPE-WBEB
Tekst van het document
RES West-Brabant straatgesprekken
Straatgesprekken in 16 gemeenten. Over een rechtvaardig, betaalbaar en solidair energiesysteem. Concept eindverslag RES – West-Brabant Johan de Beer 25 november 2024
Inhoudsopgave Introductie Methode: op pad met de tosti-caravan Uitkomsten: de rode draad Stedelijke gebieden Samenvatting stedelijk gebied Landelijke gebieden Samenvatting landelijk gebied Industriële gebieden Samenvatting industrieel gebied
RES – West-Brabant
3 4 6 8 9 27 28 40 41
25 november 2024
P2
Introductie In 2024 wordt er getekend en gerekend aan het energiesysteem van morgen in West-Brabant. Tegelijkertijd is het belangrijk om er ook als samenleving klaar voor te zijn. De regio wil daar graag samen met inwoners mee aan de slag. Want we hebben te maken met en een overvol stroomnet en we moeten ons energiesysteem duurzamer maken. Warmtenetten, windmolens, zonnepanelen en het gebruik van waterstof en groen gas vraagt om een nieuwe balans in ons energiesysteem. Dit systeem is er niet morgen, maar moeten we opnieuw vormgeven. De afgelopen maanden voerden we met inwoners van West-Brabant het gesprek over hoe we samen concreet overstappen op een ander energiesysteem. We verzamelden inzichten op de vraag: Wat vinden inwoners rechtvaardige, betaalbare en solidaire keuzes in het overstappen op een ander energiesysteem? We gingen de straat op in 16 gemeenten en spraken ruim 360 inwoners. De uitkomsten hiervan staan in dit verslag en dragen bij aan een krachtige en gedragen RES 2.0. De gesprekken benadrukken dat de overstap naar een nieuw energiesysteem niet alleen een technische maar ook een sociale uitdaging is, waarbij betaalbaarheid, eerlijkheid en bewustwording centraal staan.
RES – West-Brabant
25 november 2024
P3
Methode: op pad met de tosti-caravan Waarom straatgesprekken? Straatgesprekken zijn een participatiemiddel om op een laagdrempelige manier bij een diverse groep een diverse inbreng op te halen. Door middel van korte gesprekken worden inwoners bevraagd op een thema. Straatgesprekken bieden de mogelijkheid een diverse doelgroep te spreken. Zo spraken we ook inwoners die normaal gesproken moeilijker te bereiken zijn. Belangrijk: straatgesprekken geven een indruk van wat een afspiegeling van inwoners denkt, maar zijn niet representatief voor álle inwoners van West-Brabant. Wat? In de periode half oktober tot half november gingen we 9 dagen op pad in de 16 gemeenten in West-Brabant. In ruil voor een tosti vroegen we mensen om een paar minuten in gesprek te gaan over de energietransitie. Dit deden we aan de hand van een semi-gestructureerde topic-lijst. Op deze manier waren we zichtbaar op straat en spraken we veel inwoners. Oók inwoners die normaal gesproken niet geneigd zijn om deel te nemen aan participatieprocessen. Jong, oud, bekend of minder bekend met het thema. Waar? Telkens stonden we op een plek waar voldoende mensen voorbijliepen. Bij voorkeur op plaatsen waar mensen ook wat tijd hebben om in gesprek te gaan. Denk aan een parkeerterrein bij een supermarkt, een weekmarkt of een winkelcentrum.
Eenmaal stonden we met de tosti-caravan op de kermis: een uitdagende locatie, maar gesprekken gegarandeerd. Rondom de tosti-caravan gingen we met mensen in
RES – West-Brabant
gesprek: het waren gesprekken van 5 tot 15 minuten. Van ieder gesprek schreven de interviewers mee met de uitkomsten. Na afloop maakten we een analyse op basis van deze dataset. Wie? Collega’s van EMMA werkten samen met collega’s van de RES West-Brabant en 12 student-interviewers van Avans Hogeschool in Breda. We waren een halve dag in iedere een gemeente aanwezig, met 2 tot 6 interviewers. We hebben een tosticaravan ingezet om zichtbaar aanwezig te zijn. Wanneer? In de maanden oktober en november voerden we 365 straatgesprekken in WestBrabant. In de bijlage staat een overzicht van op welke dagen, we waar te vinden waren. Iedere gemeente is voorzien van een communicatie-toolkit met flyers om op sociale media te plaatsen, zodat voor inwoners bekend was wanneer en waar ze mee konden praten. Met welke vragen? De topiclijst is opgenomen als bijlage van dit verslag. Doel van de straatgesprekken was: het ophalen van sentimenten en argumenten met betrekking tot de overgang van het energiesysteem van de toekomst. Wat vinden inwoners van de verschillende gebieden (rechtvaardig, hoe kijken zij aan tegen de betaalbaarheid en op welke manier willen ze solidair zijn richting andere gebieden? Hierbij maken we een driedeling tussen gemeenten in stedelijk, landelijk en industrieel gebied.
25 november 2024
P4
De cijfers Stedelijk gebied
Landelijk gebied
Industrieel gebied
Locatie
Gesprekken
< 30
30-60
>60
Locatie
Gesprekken
< 30
30-60
>60
Locatie
Breda
43
10
20
13
Altena
18
0
5
13
Etten-Leur
20
0
10
10
Alphen-Chaam
19
6
5
Halderberge
22
1
11
10
Baarle-Nassau
21
3
6
Oosterhout
15
0
8
7
Rucphen
22
3
11
8
Roosendaal
20
2
6
12
Zundert
30
2
10
18
Bergen op Zoom
23
1
8
14
Steenbergen
19
0
8
11
Woensdrecht
25
5
8
12
Totaal
187
19
79
89
Totaal
110
14
37
59
RES – West-Brabant
Gesprekken
< 30
30-60
>60
Drimmelen
22
0
14
8
8
Geertruidenberg
17
1
7
9
12
Moerdijk
29
8
8
13
Totaal
68
9
29
30
25 november 2024
P5
Uitkomsten: de rode draad Rechtvaardigheid De belangrijkste thema's zijn omgevingsimpact, nabijheid, lokaal maatwerk en de regierol van de overheid. •
•
•
•
Omgevingsimpact Veel deelnemers vinden dat er bij duurzame energieopwekking rekening gehouden moet worden met de visuele en ecologische impact. Er is weerstand tegen energie-installaties in woongebieden, vanwege geluidsoverlast en belemmering van het uitzicht. Voorkeurslocaties zijn industriële gebieden of op zee. Behoud van natuur en biodiversiteit speelt een grote rol. Ook komt in de gesprekken meermaals de vraag terug naar oplossingen zoals kernenergie. In de meer landelijke gebieden wordt daaraan toegevoegd dat het behoud van het landschap heel belangrijk. Een rechtvaardig energiesysteem houdt rekening met natuur, landschap en leefomgeving. Veel deelnemers benadrukken dat energieinstallaties de natuur en het uitzicht zo min mogelijk mogen schaden. Behoud van dorpskarakter en historische panden wordt als belangrijk gezien. Nabijheid en toegankelijkheid Inwoners vinden nabijheid een belangrijke voorwaarde voor een rechtvaardig energiesysteem: lokaal energie opwekken moet ook lokaal profijt opleveren. Er wordt gepleit voor maatregelen die duurzame energie toegankelijk maken voor iedereen, zoals lagere energietarieven voor omwonenden van energieprojecten. Lokaal maatwerk Deelnemers benadrukken de noodzaak van lokaal maatwerk, zoals specifieke energieoplossingen die passen bij de omgeving. Ook samenwerking tussen gemeenten en met het bedrijfsleven wordt als essentieel gezien.
Sommigen zien liever dat professionals en experts een grotere rol spelen bij beslissingen. Rol van de overheid De overheid (gemeente) wordt gezien als de centrale partij in de energietransitie. Veel deelnemers vinden inspraak wel belangrijk, vooral bij beslissingen die direct effect hebben op hun leefomgeving. Sommigen willen dat de gemeente autonoom besluiten neemt om snelheid te garanderen, terwijl anderen balans
RES – West-Brabant
benadrukken tussen gemeentelijke regie en betrokkenheid van inwoners. Maar hoewel veel inwoners openstaan voor gemeentelijk leiderschap, benadrukken ze ook de noodzaak van samenwerking met experts en het betrekken van lokale gemeenschappen. En er is kritiek op wispelturige regelgeving en inefficiënt en inconsistent beleid, wat het vertrouwen in de overheid schaadt. Transparantie over keuzes, dilemma’s en kostenverdeling is essentieel om vertrouwen terug te winnen. Betaalbaarheid Als we kijken naar de betaalbaarheid en kostenverdeling van een nieuw energiesysteem zijn inwoners relatief eensgezind. Belangrijke thema’s zijn gezamenlijkheid, lokaal profijt en kostenverdeling naar verbruik en vermogen. •
•
Iedereen moet mee kunnen doen De meeste deelnemers benadrukken dat mensen met lage inkomens extra steun nodig hebben, zoals subsidies, prijsplafonds, of andere maatregelen om hen niet buitenspel te zetten in de energietransitie. Subsidies zouden gericht moeten zijn op structurele verduurzamingsmaatregelen, en het aanvragen ervan moet laagdrempelig zijn. Er moeten geen wisselende signalen worden gegeven vanuit de landelijke politiek. Ook is er brede steun voor financiële compensatie voor omwonenden van energieprojecten. Kostenverdeling naar verbruik en vermogen Het principe “meer verbruik is meer betalen” wordt als eerlijk ervaren. De meeste deelnemers noemen "betalen naar verbruik" als eerlijke verdeling, met progressieve tarieven voor grootverbruikers en hogere inkomens. Een minderheid vindt dat iedereen naar eigen verbruik moet betalen, ongeacht inkomen. Tegelijkertijd benadrukken sommige deelnemers dat gelijkheid belangrijk is, met een eenvoudige verdeling gebaseerd op verbruik, ongeacht inkomen. En dat de tarieven voor bedrijven niet als neveneffect moeten hebben, dat zij naar het buitenland vertrekken.
25 november 2024
P6
•
Lokaal profijt Er is brede steun voor lokaal profijt van duurzame energie, zoals financiële voordelen voor bewoners in de nabijheid van energie-installaties. Ook de financiële voordelen voor zelfopwekkers, zoals kortingen voor zonnepanelenbezitters, worden vaak genoemd. Het kan niet zo zijn dat bewoners met goede wil gestraft worden voor hun inzet.
Solidariteit De belangrijkste rode draden die we terug zien komen: men is zeker bereid om gedrag aan te passen, zeker wanneer dat financieel voordeel oplevert. De meerderheid van de gesproken inwoners vindt dat het platteland de stad en industrie zal moeten ondersteunen. Over clusteren of spreiden zijn de meningen verdeeld: een kleine meerderheid spreekt de wens uit om te clusteren. •
Bereidheid om gedrag aan te passen Veruit de meeste deelnemers zijn bereid hun energieverbruik aan te passen, en zijn hier al mee bezig. Vaak via kleine maatregelen zoals korter douchen, verlichting uitzetten, en energiezuinige technologieën gebruiken. Ook investeren velen in zonnepanelen, isolatie, of warmtepompen. Mensen in huurwoniningen noemen vaak financiële beperkingen of technische belemmeringen als obstakels om méér te doen aan verduurzaming. Een kleine groep toont weinig interesse in verduurzaming, vaak om financiële of praktische redenen.
RES – West-Brabant
•
•
•
Solidariteit tussen stad, industrie en platteland Een meerderheid vindt dat het platteland de steden en industrie kan ondersteunen vanwege de beschikbare ruimte. Wel benoemt vrijwel iedereen dat dit moet samengaan met inspanningen van stedelijke en industriële gebieden, zoals meer zonnepanelen op (bedrijfs)daken. Sommigen benadrukken dat het platteland niet onevenredig mag worden belast en dat compensatie en voordelen voor het platteland een randvoorwaarde zijn. Denk aan extra inkomsten of andere vormen van compensatie. Een minderheid is van mening dat elke regio zelfvoorzienend moet zijn en benadrukt de bescherming van natuur en open landschap. Clusteren versus spreiden van elementen van het energiesysteem Clustering van elementen van het energiesysteem in het landschap wordt vaak genoemd. Men pleit hiervoor om de visuele impact op het landschap te beperken. Men benoemt vaak plaatsing op industrieterreinen, langs snelwegen of op zee. De meningen zijn wel verdeeld: óók een grote groep van de respondenten pleit voor spreiding om een eerlijkere verdeling van lasten te garanderen en de koppeling tussen opwekking en verbruik te versterken. Zonnepanelen op daken hebben brede steun als voorkeursoptie. Landschappelijke inpassing Inwoners hechten veel waarde aan behoud van natuur en landschap.
Installaties mogen geen grote visuele of auditieve overlast veroorzaken, en locaties zoals weilanden, snelwegen, en industrieterreinen worden als geschikter gezien dan nabij woonwijken. Deelnemers benoemen vaak hun bezorgdheid over schade aan biodiversiteit en landbouwgrond.
25 november 2024
P7
Stedelijke gebieden “Ze mogen alles overal neerzetten, maar niet in mijn achtertuin, zeggen ze hier. Het móet wel in de weilanden en polders. Het is niet anders.”
RES – West-Brabant
25 november 2024
P8
Samenvatting stedelijk gebied De gemeenten die in stedelijk gebied liggen zijn: • • • • • • • •
Bergen op Zoom Woensdrecht – Hoogerheide Roosendaal Steenbergen Breda Etten-Leur Halderberge (Hoeven) Oosterhout
Het is belangrijk om te benadrukken dat de beleving van inwoners in bijvoorbeeld Hoeven, niet het gevoel hebben dat zij in stedelijk gebied wonen. Om deze reden is het lastig om stevige uitspraken te doen over verschillen tussen stedelijk en landelijk gebied. Rechtvaardigheid De belangrijkste thema's zijn omgevingsimpact, nabijheid en regie. 1.
Omgevingsimpact Veel deelnemers vinden dat duurzame energieopwekking rekening moet houden met de visuele en ecologische impact. Er is weerstand tegen energieinstallaties in woongebieden, vanwege geluidsoverlast en belemmering van het uitzicht. Voorkeurslocaties zijn industriële gebieden of op zee. Behoud van natuur en biodiversiteit speelt een grote rol, evenals de vraag naar efficiënte oplossingen zoals kernenergie.
2. Nabijheid en toegankelijkheid Inwoners vinden nabijheid een belangrijke voorwaarde voor een rechtvaardig energiesysteem. Er wordt gepleit voor maatregelen die duurzame energie
RES – West-Brabant
toegankelijk maken voor iedereen, zoals lagere energietarieven voor omwonenden van energieprojecten. 3.
Rol en regie De overheid (gemeente) wordt gezien als de centrale partij in de energietransitie. Veel deelnemers vinden inspraak wel belangrijk, vooral bij beslissingen die direct effect hebben op hun leefomgeving. Sommigen willen dat de gemeente autonoom besluiten neemt om snelheid te garanderen, terwijl anderen een balans willen tussen gemeentelijke regie en betrokkenheid van inwoners.
Betaalbaarheid Als we kijken naar de betaalbaarheid en kostenverdeling van een nieuw energiesysteem zijn inwoners relatief eensgezind. Belangrijke thema’s zijn gezamenlijkheid en kostenverdeling naar verbruik en vermogen. 1.
Iedereen moet mee kunnen doen De meeste deelnemers benadrukken dat mensen met lage inkomens extra steun nodig hebben, zoals subsidies, prijsplafonds, of andere maatregelen om hen niet buitenspel te zetten in de energietransitie. Subsidies zouden gericht moeten zijn op structurele verduurzamingsmaatregelen, en het aanvragen ervan moet laagdrempelig zijn. Er moeten geen wisselende signalen worden gegeven vanuit de landelijke politiek. Ook is er brede steun voor financiële compensatie voor omwonenden van energieprojecten.
2. Kostenverdeling naar verbruik en vermogen Veel deelnemers pleiten voor een rechtvaardige kostenverdeling waarbij grootverbruikers en grootverdieners meer betalen. Dit kan door een progressief systeem (hogere tarieven voor hogere inkomens of energieverbruik). Het principe “wie meer gebruikt, betaalt meer” wordt als eerlijk ervaren. Sommigen vinden dat bedrijven meer moeten betalen, terwijl anderen waarschuwen dat dit bedrijven naar het buitenland kan verdrijven.
25 november 2024
P9
Solidariteit De belangrijkste rode draden die we terug zien komen: men is zeker bereid om gedrag aan te passen, zeker wanneer dat financieel voordeel oplevert. De meerderheid van de gesproken inwoners in stedelijk gebied vindt dat het platteland de stad en industrie zal moeten ondersteunen. Over clusteren of spreiden zijn de meningen verdeeld: een kleine meerderheid spreekt de wens uit om te clusteren. 1.
Bereidheid om gedrag aan te passen Veruit de meeste deelnemers zijn bereid hun energieverbruik aan te passen, en zijn hier al mee bezig. Vaak via kleine maatregelen zoals korter douchen, verlichting uitzetten, en energiezuinige technologieën gebruiken. Ook investeren velen in zonnepanelen, isolatie, of warmtepompen. Financiële beperkingen of technische belemmeringen, worden door bewoners van huurwoningen echter vaak als obstakels genoemd. Een kleine groep toont weinig interesse in verduurzaming, vaak om financiële of praktische redenen.
2. Solidariteit tussen stad, industrie en platteland Een meerderheid vindt dat het platteland de steden en industrie kan ondersteunen vanwege de beschikbare ruimte. Wel noemt vrijwel iedereen dat dit moet samengaan met inspanningen van stedelijke en industriële gebieden, zoals meer zonnepanelen op bedrijfsdaken. Sommigen benadrukken dat het platteland niet onevenredig mag worden belast en dat compensatie noodzakelijk is. Een minderheid is van mening dat elke regio zelfvoorzienend moet zijn en benadrukt de bescherming van natuur en open landschap. 3.
Clusteren versus spreiden Clustering van elementen van het energiesysteem in het landschap wordt vaak genoemd om de visuele impact te beperken. Men noemt vaak plaatsing op industrieterreinen, langs snelwegen of op zee. De meningen zijn wel verdeeld: óók een grote groep van de deelnemers pleit voor spreiding om een eerlijkere verdeling van lasten te garanderen en de koppeling tussen opwekking en verbruik te versterken.
RES – West-Brabant
25 november 2024
P 10
Bergen op Zoom Op vrijdag 25 oktober zijn straatgesprekken gevoerd met inwoners van gemeente Bergen op Zoom, bij winkelcentrum ‘t Kompas. In totaal hebben 23 personen deelgenomen aan deze gesprekken over hun ideeën over een rechtvaardig, betaalbaar en solidair energiesysteem.
“Gemeenten mogen best dwingender worden. Nu worden plannen niet gerealiseerd door tegenspraak van inwoners” “Mensen die weinig te besteden hebben kun je niet dwingen” Onder de deelnemers zijn er wisselende opvattingen over de rol van de gemeente en de mate van autonomie die zij moeten hebben. Aan de ene kant benoemen meerdere deelnemers dat de gemeente best zelf beslissingen mag maken, als dit de snelheid van het proces ten goede komt, ook ten koste van inspraak van inwoners. Aan de andere kant wordt juist de betrokkenheid van inwoners als belangrijk ervaren en moet de gemeente juist meer samenwerken met regionale en landelijke beleidsmakers om de energietransitie vorm te geven. Betaalbaarheid Om een toekomstig en duurzaam energiesysteem betaalbaar te houden, stellen meerdere deelnemers voor om in te zetten op subsidies. Subsidies die bijvoorbeeld zijn gekoppeld aan de energieprestaties van woningen, zoals het energielabel. Daarnaast vinden ook veel deelnemers dat er financiële compensatie zou moeten zijn voor omwonenden van energieopwekking (zoals windmolens) en dat duurzaam energieverbruik meer gestimuleerd moet worden, bijvoorbeeld door bewustwordingscampagnes.
Rechtvaardigheid Volgens de meeste deelnemers aan de straatgesprekken moet er bij duurzame energieopwekking in een rechtvaardig energiesysteem rekening gehouden worden met locatie en esthetiek, investeringen in het energienetwerk, een gefaseerde overgang en de kosten van de energietransitie. Zo lijkt er veel steun te zijn voor het plaatsen van zonnepanelen en andere technologieën, maar moet er bij de plaatsing ervan wel gelet worden op de visuele impact die het op de omgeving heeft. Een deelnemer noemt daarbij specifiek lichtvervuiling in steden. Stadsgezichten en natuurlijke landschappen moeten zo min mogelijk worden verstoord. Ook moet er nagedacht worden over efficiëntie, om onder andere dubbele kosten voor iedereen te voorkomen. Zo moet eerst het energienetwerk worden vergroot en de infrastructuur klaar gemaakt worden voor de energietransitie en moet er niet meer geïnvesteerd worden in nieuwe gasleidingen, als er toch wordt gewerkt naar een gasloze toekomst.
RES – West-Brabant
“Hogere inkomens betalen meer” Er zijn verschillende opvattingen over hoe de kosten van energieopwekking verdeeld zouden moeten worden. Maar de meeste deelnemers pleiten voor een verdeling op basis van verbruik, bijvoorbeeld, met een progressief betalingssysteem. Hierbij kun je denken aan hogere tarieven voor grootverbruikers of veelverdieners. Sommige deelnemers stellen voor dat grote bedrijven meer zouden moeten betalen omdat zij meer vervuilen, maar anderen waarschuwen dan voor een verschuiving van het probleem naar het buitenland. Enkele deelnemers benadrukken dat het oneerlijk is
25 november 2024
P 11
dat teruglevering van energie nu zo veel kost, terwijl zelf energie opwekken juist beloond zou moeten worden.
“Ik vind het niet eerlijk dat consumenten moeten betalen voor de teruglevering van energie, maar beheerders van wind en zonneparken niet.” Solidariteit Het overgrote deel van de deelnemers was bewust bezig met energiebesparing en nam zelf maatregelen, zoals korter douchen, gebruik van zonnepanelen, bewuste keuzes rond verwarming, zoals thermostaat laag zetten en dragen van warme kleding. Minder gebruiken van elektrische apparaten zoals wasdrogers, of deze gebruiken op specifieke tijdstippen werd vaak genoemd. Aanpassingen maken in energieverbruik was echter niet voor iedereen aan de orde; sommigen hadden er de financiële middelen niet voor of noemden hun leeftijd als reden dat het moeilijker is om aanpassingen te maken. Ook het wonen in een appartement kan soms technische of organisatorische belemmeringen betekenen, zoals bij het realiseren van een laadpaal voor de deur.
“Zonnepanelen, die vallen het minst op. En dan het lieft verspreid over de daken.” Er is ook verdeeldheid over wie er precies verantwoordelijk is voor de energieopwekking en of de landelijke gebieden de stad en industrie zou moeten helpen met energieopwekking. Voorstanders van dat idee benoemen dat landelijke gebieden meer ruimte hebben en daarmee beter kunnen bijdragen. Zo werd door een enkeling ook genoemd dat boeren een verantwoordelijkheid hebben om bij te dragen, omdat zij ook subsidies ontvangen van de overheid. Tegenstanders benoemen juist dat het noodzakelijk is om de natuurgebieden te beschermen. Hun voorkeur gaat dan uit naar energieopwekking op plekken waar het al grotendeels bebouwd is, zoals in of rondom een stad.
“’s Nachts laad ik mijn apparaten op. Nooit overdag. En in het weekend is het tarief een stuk lager. Dan ga ik bijvoorbeeld ook wassen.” “Niet mee bezig. Kost geld en heb je tegenwoordig nog iets aan de oplevering?” Ook waren er uiteenlopende meningen over de locaties voor windmolens en zonnevelden. Toch kwamen een aantal voorkeuren duidelijk vaker terug: clustering van windmolens of zonnevelden op plekken waar ze weinig opvallen, zonnepanelen op daken in plaats van zonnevelden en windmolens op zee of in onopvallende gebieden, zoals langs sluizen of snelwegen. Ook de voorkeur voor spreiding kwam een aantal keer voor, daarbij wordt deze vaak bestempeld als eerlijker dan clustering.
RES – West-Brabant
25 november 2024
P 12
Woensdrecht - Hoogerheide Op vrijdag 25 oktober zijn er straatgesprekken gevoerd op het St. Lucasplein in Hoogerheide, in de gemeente Woensdrecht. Op deze dag was er kermis op het plein en waren veel mensen op de been. Een mooi moment om het over de toekomst van duurzame energie te hebben. In totaal zijn er 25 gesprekken gevoerd over een rechtvaardig, betaalbaar en solidair energiesysteem.
het natuurlijke of landelijke karakter. Daarnaast vinden de meeste deelnemers dat duurzame energie betaalbaar moet blijven of worden voor iedereen en dat de gemeente de bewoners goed moeten voorbereiden op een overstap naar duurzame energie, bijvoorbeeld door laagdrempelige communicatie.
“Windmolens niet te dicht bij het dorp” En wie gaat er eigenlijk over de overstap naar duurzame energie? Onder de deelnemers is er een verdeeldheid over de rol van de gemeente, maar met een duidelijke roep om gezamenlijke besluitvorming en duidelijke communicatie. Een deel van de deelnemers vind dat de de overstap naar duurzame energie vooral moet gaan via gezamenlijke besluitvorming waarin inwoners ook duidelijke zeggenschap hebben. Een ander deel van de deelnemers vinden dat de gemeente uiteindelijk de beslissingen moet nemen, omdat zij nu eenmaal die verantwoordelijkheid hebben. Een tussenvorm kwam ook een aantal keer voor: de gemeente mag wel de grote beslissingen nemen, maar zijn daarbij verplicht om hun inwoners goed te informeren en hen te faciliteren (bijvoorbeeld via subsidies) om de overstap te kunnen maken.
“Beslissingen moeten gezamenlijk genomen worden. Bewoners moeten daarin goed meegenomen worden door de gemeente en de onderbouwing van plannen vanuit de gemeente naar bewoners toe is heel belangrijk” “Gemeente mag beslissingen nemen als ze dan ook [de energietransitie] faciliteren voor de inwoners”
Rechtvaardigheid Waarmee moet er rekening gehouden worden in een rechtvaardig energiesysteem? Volgens de meeste deelnemers zijn de belangrijkste aandachtspunten overlast, impact op de omgeving, betaalbaarheid en communicatie vanuit de gemeente. Veel deelnemers geven aan dat er rekening gehouden moet worden met overlast door geluid en belemmering van uitzicht. De plaatsing van windmolens of zonnevelden moet dus goed in het landschap passen en er moet rekening gehouden worden met
RES – West-Brabant
Betaalbaarheid De meeste deelnemers zijn het eens dat subsidies essentieel zijn om duurzame energie voor iedereen betaalbaar te maken. Zo noemen veel deelnemers dat de overheid vooral subsidies zou moeten verstrekken aan mensen met een kleiner budget en dat het aanvragen van deze subsidies laagdrempeliger moet zijn. Daarnaast wordt ook een andere mogelijkheid vaker genoemd: vermogende huishoudens zouden beter gestimuleerd moeten worden om te investeren in groene stroom, waar vervolgens ook minder vermogenden van kunnen profiteren. Het mee profiteren van eigen duurzame energieopwekking wordt daarnaast ook vaak
25 november 2024
P 13
genoemd. Een enkele deelnemer benoemd dat niet het individu, maar collectieve projecten ondersteund moet worden door de overheid door middel van het verlagen van het aantal regels en de kosten voor coörperaties.
“Grootverbruikers moeten meer betalen. Huishoudens doen al heel veel.” “Mensen die meer geld te besteden hebben, moeten investeren in groene stroom, zodat de mensen met minder geld hier uiteindelijk ook profijt van hebben.” Solidariteit De meeste deelnemers gevan aan bewust bezig te zijn met het verduurzamen en verminderen van hun energiegebruik. Vaak doen zij dit door kleine of grotere aanpassingen in hun huishouden en dagelijkste gewoonten. Het uitzetten van verlichting, korter douchen, wassen en koken op energiezuinige momenten worden vaak genoemd. Ook het gebruik van duurzame technologieën komt vaak voor. Meestal is dit in de vorm van het installeren van zonnepanelen of warmtepompen, of het rijden in elektrische auto’s. Maar, niet voor iedereen is verduurzaming mogelijk of aantrekkelijk. Zo wordt benoemd dat warmtepompen veel ruimte innemen en dat dit lang niet in elke woningen mogelijk is om te plaatsen. Een deelnemer zegt bijvoorbeeld dat veel verduurzamingsmaatregelen te veel werk kost en te lastig te realiseren zijn.
Moet landelijk gebied de stad en industrie helpen met het opwekken van duurzame energie? Een meerderheid van de deelnemers is positief over dit idee. Zo benoemen veel deelnemers dat het logisch en eerlijk zou zijn als het platteland bijdraagt aan de energiebehoeften van stedelijke en industriële gebieden, omdat het nu eenmaal een gezamenlijke transitie betreft. Maar de industrie heeft zelf ook een belangrijke verplichting om bij te dragen; zij zijn immers grootverbruikers van energie en zouden ook alles moeten doen om zo duurzaam mogelijk te werk te gaan en anderen daar niet te veel mee te belasten. De meeste deelnemers zijn het erover eens dat de lasten van duurzame energieopwekking zo eerlijk mogelijk verdeeld moeten worden. Een paar deelnemers vinden dat elke regio zelfvoorzienend zou moeten zijn en dus niet afhankelijk zijn van het landelijke gebied voor energie.
“De steden zijn overvol. En je moet toch solidair zijn. En de industrie brengt geld in het laatje. Dus het platteland moet helpen.”
“Geen behoefte aan warmtepomp, want het neemt te veel ruimte in” Over de plaatsing van windmolens en zonneparken bestaan uiteenlopende voorkeuren onder de deelnemers. Veel deelnemers zijn het er wel over eens dat windmolens en zonneparken op ruime afstanden van woongebieden geplaatst moeten worden, bijvoorbeeld op afgelegen locaties als industriegebieden of zelfs in de Noordzee. Maar of die plaatsing geclusterd of juist gespreid moet zijn, daar gaan de meningen gelijk over op. Het pleidooi voor clustering is om de visuele impact te beperken, terwijl anderen juist spreiding aandragen als voorkeur voor een eerlijkere verdeling. Meedere deelnemers benoemen hun zorg om de mogelijke overlast voor dieren en de negatieve impact op het landschap. Enkele deelnemers pleiten voor kernenergie in plaats van zonneparken of windmolens, waardoor energie veel centraler opgewekt zou kunnen worden.
RES – West-Brabant
25 november 2024
P 14
Roosendaal Op woensdag 30 oktober zijn er straatgesprekken gevoerd in gemeente Roosendaal, bij winkelcentrum Rembrandtgalerij. Bezoekers aan het winkelcentrum, vaak lokale bewoners, zijn bevraagd over hun ideeën over een rechtvaardig, betaalbaar en solidair energiesysteem. In totaal zijn 20 gesprekken gevoerd.
houden met het behoud van groen en dieren in de omgeving. Voor sommigen moet het landschap zelfs prioriteit hebben, terwijl anderen juist vinden dat het opwekken van duurzame energie voorrang heeft als dat noodzakelijk is. Lokale opwekking van stroom zou volgens enkele deelnemers de betrokkenheid van inwoners vergroten en hen bewuster maken van energieverbruik, waardoor het draagvlak vergroot. De energietransitie wordt door meerdere deelnemers gezien als een individuele verantwoordelijkheid, maar vinden ook dat een collectieve aanpak belangrijk is als individuen niet in staat zijn om zelf aanpassingen te maken of energie op te wekken, zodat iedereen mee kan komen. Over de balans tussen prijs en duurzaamheid zijn de meningen verschillend; waar sommigen de prijs belangrijker vinden dan duurzaamheid, stellen andere juist de milieuvoordelen voorop. Daarbij worden kerncentrales genoemd als schone en stabiele energiebron.
“Duurzaamheid is belangrijker dan de prijs” Maar wie gaat er eigenlijk over de transitie naar een duurzaam energiesysteem? Veel deelnemers vinden dat er een balans moet zijn tussen gemeentelijke beslissingen en inspraak van bewoners. Daarin wordt een voorkeur geuit aan een proces waarin inwoners meedenken en de gemeente uiteindelijk knopen doorhakt. De gemeente maakt dan de grote beslissingen, omdat zij veel expertise in huis hebben en dit bijdraagt aan de efficiëntie. Maar, er is ook een duidelijke behoefte aan een andere balans, waarbij de gemeente juist meer de expertise van inwoners ondersteund. Inwoners betalen immers belasting en dat geeft hen ook het recht om grote beslissingen te maken.
“Overheid en gemeente moeten beslissen. De meerderheid van de bevolking die erover meepraat heeft er geen verstand van dus dat heeft geen zin” Rechtvaardigheid
“De energie moet lokaal opgewekt worden” Voor een rechtvaardig energiesysteem, moeten er met een aantal zaken rekening gehouden worden. Zoals, landschap en milieu, lokale energieopwekking, individuele en collectieve verantwoordelijkheid, en prijs en duurzaamheid. Zo benoemen veel deelnemers dat het belangrijk is om bij duurzame energieopwekking rekening te
RES – West-Brabant
“Overheid heeft een facilitaire rol, zoals energiehubs stimuleren voor uitwisseling” Betaalbaarheid Het is wenselijk dat een duurzaam energiesysteem ook betaalbaar wordt en blijft. De meeste deelnemers denken dat dit via subsidies het meest haalbaar is. De subsidies zouden vooral gericht moeten zijn op duurzame maatregelen in plaats van tijdelijke
25 november 2024
P 15
oplossingen. Daarnaast geven ook meerdere deelnemers aan dat het weer aantrekkelijk gemaakt zou moeten worden om energie terug te leveren aan het net. Enkele deelnemers benadrukken dat vooral mensen met lage inkomens een financieel steuntje in de rug verdienen, om hen te helpen mee te komen in de transitie naar duurzame energie. Het zouden niet alleen mensen met hoge inkomens moeten zijn die kunnen verduurzamen. Op de vraag hoe de kosten voor energieopwekking verdeeld moeten worden, hebben veel deelnemers hetzelfde antwoord: “de grootste verbruikers betalen het meeste”. Veel deelnemers vinden dat mensen en bedrijven die het meeste energie verbruiken, ook meer zouden moeten betalen. Dat wordt gezien als een eerlijke verdeling. Daarnaast suggereert een aantal deelnemers dat de kostenverdeling niet (alleen) afhankelijk gemaakt moet worden van verbruik, maar van financieel vermogen. Dit valt onder “de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten”. Maar enkele deelnemers pleiten ervoor dat iedereen betaalt naar verbruik, met prijzen die los staan van inkomen.
“Mensen met meer geld mogen ook wel wat meer geld inleggen” Solidariteit En doen alle deelnemers al mee in de transitie naar duurzame energie? Veel deelnemers noemen kleine aanpassingen zoals verlichting uitzetten, letten op schakelaars, en de verwarming laag houden. Anderen hebben grotere maatregelen genomen zoals zonnepanelen, warmtepompen, en isolatie (waaronder dubbel of driedubbel glas). Er is ook een groep die aangeeft weinig tot niets te doen, soms vanwege beperkte budgetten of omdat het simpelweg geen prioriteit heeft. Sommigen zeggen dat ze verduurzamingsopties overwegen, zoals de aanschaf van zonnepanelen of een warmtepomp. Een opvallende groep is zich wel bewust van energiebesparing maar doet dit vooral om kosten te besparen, in plaats van om milieuredenen.
“Ik wil uiteindelijk richting een warmtepomp gaan en ik wil iets vaker de fiets pakken”
RES – West-Brabant
“Ik heb vrijwel alles in mijn huis verduurzaamd” En waar moet de duurzame energieopwekking eigenlijk plaatsvinden? En hoe moet dit worden verdeeld over de beschikbare ruimte? Waar moet rekening mee gehouden worden? Veel deelnemers geven de voorkeur aan windmolens in clusters, bij voorkeur op plekken waar ze minder zichtbaar zijn, zoals in de polder, langs snelwegen of buiten stedelijke gebieden. Meerdere mensen vinden dat windmolens ver van woongebieden moeten staan om overlast te beperken. Het idee van gespreide plaatsing wordt ook genoemd, zodat de opwekking en het verbruik meer in balans zijn. Een paar deelnemers hebben geen bezwaar tegen windmolens in de buurt, zolang de overlast minimaal is. Opvallend is dat enkele mensen vinden dat grotere landen zoals China meer verantwoordelijkheid moeten nemen, in plaats van dat Nederland hier grote veranderingen doorvoert. Ook is er een kleine groep die vindt dat er helemaal geen windmolens in de buurt zouden moeten zijn.
“Windmolens in de buurt is goed, maar ik vind ook dat grote landen zoals China meer moeten doen” “Je moet windmolens gespreid neerzetten, het is logischer om verbruik en opwekking met elkaar te koppelen” Moet het landelijk gebied stad en industrie helpen met opwekking van energie? De meerderheid van de deelnemers vindt dat het landelijke gebied de steden en industrie moet ondersteunen bij energieopwekking. Er wordt vaak solidariteit genoemd, met de gedachte dat het landelijk gebied de ruimte heeft en iedereen zijn deel moet bijdragen. Sommigen wijzen erop dat hulp niet ten koste mag gaan van de natuur of het groene karakter van het platteland. Er is ook een aantal deelnemers die vindt dat dit niet de verantwoordelijkheid van het platteland is en dat stedelijke gebieden zelf meer oplossingen moeten zoeken.
“Er moet wel iets van hulp zijn vanuit het platteland, maar ik vind dat het niet ten koste moet gaan van het groen in het landelijk gebied”
25 november 2024
P 16
Steenbergen Op 30 oktober zijn straatgesprekken gevoerd met inwoners van gemeente Steenbergen. Op de weekmarkt op Westdam werden lokale bewoners bevraagd over hun ideeën bij een rechtvaardig, betaalbaar en solidair energiesysteem. Er werd onder andere gevraagd wat zij zelf al doen, of wat zij wenselijk vinden voor de toekomst omtrent duurzamere energie. In totaal zijn 19 personen gesproken. Rechtvaardigheid Onder de deelnemers is een sterke consensus dat er voldoende rekening gehouden moet worden met inwoners en dat windmolens en andere energie-installaties niet te dicht bij woongebieden geplaatst moeten worden om overlast te voorkomen. Locaties op zee of in industriële gebieden worden als voorkeursopties genoemd. Ook moeten bewoners voldoende betrokken worden in de besluitvorming rondom de plaatsing van windmolens. Daarnaast is rekening houden met groen en natuur een veelgehoord thema. Veel deelnemers hechten waarde aan het behoud van natuur, met de nadruk op het minimaliseren van het verlies van bomen en groen voor de installaties van windmolens of zonneparken. Nastreven van duurzame energie zonder natuurbehoud zou bijvoorbeeld niet effectief zijn. Een enkele deelnemer benoemt kernenergie als alternatief voor alle windmolens en een ander zegt minder betrokken te zijn in het onderwerp omdat milieu hen niet interesseert.
“De natuur moet niet ten koste gaan van het verduurzamen van onze samenleving. Ik geloof niet dat verduurzamen zin heeft, als we hiervoor bomen gaan kappen.” Wie er over de duurzame energietransitie gaat, is volgens de meeste deelnemers de gemeente. Echter, alleen als de gemeente goed luistert naar de wensen en zorgen van inwoners en als er ruimte is voor overleg. Sommige deelnemers geven aan zich niet voldoende gehoord te voelen door de gemeente en wijzen op een gebrek aan open communicatie. Een andere kleinere groep deelnemers vindt dat er meer zeggenschap zou moeten liggen bij inwoners zelf. De gemeente zou dan een meer ondersteunende en adviserende rol kunnen hebben. Een aantal deelnemers vindt dat de landelijke overheid de regie zou moeten nemen, omdat gemeentes bevooroordeeld zouden kunnen zijn.
“De burgers hebben zeggenschap. De gemeente moet luisteren!”
RES – West-Brabant
Betaalbaarheid Een duurzaam energiesysteem moet betaalbaar zijn. Veel deelnemers stellen voor dat de overheid meer subsidies zou moeten bieden om het systeem betaalbaar te houden voor zo veel mogelijk mensen en met name voor inwoners met lage inkomens. Daarentegen benoemt een deelnemer dat subsidies juist niet efficiënt zijn en alleen energiebedrijven verrijken, in plaats van bewoners. Een aantal deelnemers pleiten voor prijsregulatie, zoals een prijsplafond, zodat prijzen niet boven een bepaald punt kunnen stijgen en inwoners nog verder worden benadeeld. Ook zijn er een aantal deelnemers heel duidelijk voor een vergoeding voor het zelf opwekken van energie. Wel wordt door sommigen daar een kanttekening bij geplaatst; op de terugbetaling voor energie zou wel een limiet moeten zitten, zodat het voor mensen geen
25 november 2024
P 17
verdienmodel wordt. Een deelnemer benadrukt dat vooral ‘zelfbewust gebruik’ van belang is, dit betekent dat mensen zuiniger met energie moeten omgaan en op die manier ook kosten kunnen drukken.
“Ik vind dat er een [prijs]plafond moet komen. Op die manier hoeft men zich geen zorgen te maken dat de prijzen nog veel zullen stijgen”. Veel deelnemers benoemen ook dat de zwaarte van de kostenverdeling van energieopwekking vooral bij de grootverbruikers en grootverdieners zou moeten liggen. Mensen en bedrijven die veel verdienen en veel energie verbruiken, zouden meer kunnen bijdragen. Ook hogere belastingen voor deze groepen wordt meerdere keren als rechtvaardig bestempeld. Andere deelnemers pleiten juist voor een eerlijke verdeling van kosten door te betalen naar verbruik, ongeacht inkomen. Dit zou iedereen stimuleren om minder energie te verbruiken. Een enkele deelnemer vindt dat mensen die weinig te besteden hebben wel extra gesteund zouden moeten worden vanuit de overheid, maar dat grootverbruikers van energie niet verder gestraft hoeven te worden.
“Iedereen betaalt wat hij gebruikt. Rijken leveren al genoeg in via belasting”. “Iedereen moet evenveel betalen, want iedereen heeft er even hard voor gewerkt”. Solidariteit Enkele deelnemers geven aan niet geïnteresseerd te zijn in het milieu of de overstap naar een duurzamer energiesysteem. Voor de een heeft dit met hun leeftijd te maken, voor de ander zijn maatregelen te veel werk omdat ze van plan zijn binnenkort te verhuizen. Daarentegen lijkt de meerderheid van de deelnemers wel stappen te nemen om hun energieverbruik te verminderen en duurzame energie te gebruiken of op te wekken. Veel deelnemers geven namelijk aan zonnepanelen te hebben, of hebben plannen deze aan te schaffen, en een aantal gebruikt een warmtepomp. Sommigen hebben extra isolatie toegevoegd aan hun woning of zijn volledig van het gas af. Daarnaast worden maatregelen als korter douchen, verlichting en verwarming in beperkte ruimtes, en verwarming lager zetten genoemd.
De plaatsing van energie-installaties zoals windmolens moeten volgens veel deelnemers in clusters worden geplaatst en vooral op locaties waar mensen er weinig last van hebben, zoals op zee. Vooral het sentiment “niet in mijn achtertuin” komt vaak voor. Aan de andere kant zijn er ook deelnemers die vinden dat juist spreiding het eerlijkst is, zodat de overlast ook eerlijk verdeeld wordt. Een aantal deelnemers zeggen helemaal geen windmolens te willen vanwege zichtvervuiling, schade aan de natuur en de vervuiling van leefruimte voor dieren. Een paar van hen heeft daarom de voorkeur voor kernenergie, wat volgens hen veel duurzamer is dan windmolens.
“Ik vind de windmolens niet mooi, maar het is wel van belang. Het liefst wil ik ze in clusters in zee”. “Ik heb het liefst dat als ze windmolens willen plaatsen dat ze dit dan verspreid doen over een gebied. Dan heeft iedereen er evenveel last van”.
De meerderheid van de deelnemers vindt dat energieopwekking een gedeelde verantwoordelijkheid is en dat de problematiek rondom energie en duurzaamheid gezamenlijk opgelost moet worden. Daarom vinden velen ook dat het landelijk gebied de stad en industrie kan helpen met energieopwekking. Een gemeenschappelijk probleem moet je immers gemeenschappelijk proberen op te losssen. Enkele deelnemers pleiten ervoor om het landelijk gebied hierin te sparen en vooral in te zetten op duurzame energieopwekking op zee, zodat er geen landelijk groen verloren gaat.
“Het landelijk gebied heeft nu eenmaal meer ruimte, dus zij kunnen ook meer ruimte inleveren”.
“Wij hebben thuis een warmtepomp staan en hebben 14 zonnepanelen, daarnaast is ook alles goed geïsoleerd en hebben we dubbel glas”
RES – West-Brabant
25 november 2024
P 18
Breda Op 13 november 2024 werden straatgesprekken gevoerd in Breda op de klimaatmarkt in Moerwijk. Er zijn 43 lokale inwoners geïnterviewd. Zij hebben hun ideeën en opvattingen over een rechtvaardig, betaalbaar en solidair energiesysteem gedeeld.
"De gemeente moet rekening houden met de armen. Zij kunnen het zich helemaal niet permitteren." De meningen over de rol van de gemeente bij de overstap naar duurzame energie zijn verdeeld. Een deel van de deelnemers vindt dat de overheid de beslissingen moet nemen en actief moet optreden, aangezien zij daarvoor gekozen zijn. Er zijn echter ook deelnemers die vinden dat de inwoners meer inspraak moeten krijgen en meer betrokken moeten worden bij beslissingen. Sommigen stellen voor dat de gemeente adviseert en voorstellen doet, maar de uiteindelijke keuze voor verduurzaming bij inwoners laat.
“De gemeente moet mensen meer adviseren [over duurzame energie en energie besparen] maar de keuze moet bij de inwoner blijven”
Rechtvaardigheid In meerdere gesprekken over rechtvaardigheid kwam naar boven dat deelnemers behoefte hebben aan meer informatieavonden om beter geïnformeerd te worden over duurzame energie. Deelnemers geven ook aan meer transparantie en toelichting van de gemeente te willen over de voordelen en mogelijkheden van verduurzaming. Daarnaast wordt er vaak genoemd dat de gemeente rekening moet houden met inwoners die krap bij kas zitten en het zich niet kunnen permitteren om te investeren in duurzame energie. Duurzame energie moet voor iedereen mogelijk zijn en daarin ligt een taak voor de gemeente.
"Ik heb wel behoefte aan meer informatieavonden over duurzame energie."
RES – West-Brabant
Betaalbaarheid Deelnemers vinden dat duurzame energie betaalbaar moet blijven door middel van subsidies van de overheid. Subsidies worden gezien als een manier om de investering voor huishoudens aantrekkelijker te maken, vooral voor mensen met lagere inkomens die het moeilijker vinden om in duurzame oplossingen te investeren. Er wordt herhaaldelijk opgemerkt dat de kosten van de investering vaak niet snel genoeg terugverdiend worden, en dat de overheid meer financiële ondersteuning moet bieden. Sommige deelnemers denken dat subsidies specifiek gericht moeten worden op mensen met een kleine beurs, zodat zij niet buitengesloten worden van verduurzaming. Enkele deelnemers vinden juist dat de overheid geen extra subsidies zou moeten geven en dat mensen zelf financieel verantwoordelijke zijn voor hun verbruik.
"Mensen met weinig te besteden moeten worden gecompenseerd, voor hen is het lastig om duurzaam te leven." "De investering moet inzichtelijker worden gemaakt. De overheid moet helpen met actief plaatsen en kortingen geven."
25 november 2024
P 19
“Ik ben voor het clusteren want uitzicht vind ik belangrijk” De meningen verschillen over hoe de kosten voor energieopwekking verdeeld moeten worden. Meerdere deelnemers vinden dat iedereen gewoon moet betalen voor wat hij/zij verbruikt. Een andere veel voorkomende opvatting is dat rijkere mensen en bedrijven meer zouden moeten bijdragen aan de kosten van (duurzame) energie, Zodat mensen met een kleine beurs wat ontlast kunnen worden.
“Ik wil de windmolens verspreid over het hele land, vooral bij industriegebieden” Er is steun voor een samenwerking tussen platteland en stad, waarbij het landelijk gebied de steden ondersteunt, maar de steden ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor verduurzaming.
“Mensen met een grotere portemonnee moeten meer betalen zodat mensen met minder ook mee kunnen doen” Solidariteit Veel van de deelnemers zijn bewust bezig met hun energieverbruik, bijvoorbeeld door zonnepanelen, isolatie en ledlampen te gebruiken, de verwarming lager in te stellen, korter te douchen of apparaten uit te zetten wanneer deze niet in gebruik zijn. Er waren ook deelnemers die het moeilijk vinden om mee te doen aan verduurzaming, vaak vanwege financiële overwegingen (zoals de investering in zonnepanelen die ze niet terugverdienen of het beperkte financiële middelen). Een aantal mensen geeft aan weinig invloed te hebben op hun energieverbruik of het verduurzamen van de woning omdat ze in een (sociale) huurwoning zitten.
"Ik ben er bewust mee bezig, ik zet de lampen uit en maak geen gebruik van een droger." "Ik sta er niet persé voor open om me aan te passen, omdat het financieel niet aantrekkelijk is." De meningen verschillen over de inpassing van nieuwe energie-infrastructuur in de regio. Een deel van de deelnemers geeft de voorkeur aan verspreide plaatsing, bij voorkeur in het buitengebied, zodat er zo min mogelijk overlast is voor mensen. Anderen zijn voorstander van clustering, het liefst bij industrieterreinen om de impact op het landschap te minimaliseren. Sommige deelnemers zijn sterk tegen windmolens in hun directe omgeving en pleiten ervoor dat ze op industriële gebieden of zee geplaatst worden. Er is echter ook een groep die zich geen zorgen maakt over de plaatsing, zolang het maar ver van huizen geplaatst wordt.
RES – West-Brabant
25 november 2024
P 20
Etten Leur Op 6 november 2024 zijn er straatgesprekken gevoerd in Etten Leur op de markt op het Raadhuisplein. Er is gesproken met 20 inwoners van de gemeente. Zij hebben hun ideeën en opvattingen over een rechtvaardig, betaalbaar en solidair energiesysteem gedeeld.
“Ik vind dat de gemeente niet kan zeggen dat we van het gas af moeten. Dat staat nergens vast en is niet realistisch.” Verder vinden deelnemers dat eventuele overlast van nieuwe energie-installaties zoveel mogelijk beperkt moet worden. Het behoud van het uitzicht en de bescherming van dieren en natuur worden vaak genoemd als belangrijke overwegingen. Enkele deelnemers zijn bezorgd over de milieueffecten van zonnepanelen, vooral bij brand of de recycling ervan.
“Er moet goed onderzoek gedaan worden naar het recyclen van oude zonnepanelen en windmolens.”
Rechtvaardigheid Deelnemers vinden het belangrijk dat de gemeente goed communiceert met inwoners en hen betrekt bij beslissingen, maar de meeste vinden dat de gemeente uiteindelijk wel de regie moet nemen. Deelnemers willen invloed hebben op beslissingen die hen direct aangaan, zoals de locatie van energieinstallaties en de financiële haalbaarheid van verduurzaming.
“Ik zou willen dat de gemeente veel meer inspraak laat doen door bewoners. Het is nooit genoeg.” “De gemeente zal de knoop moeten doorhaken maar wel met inbreng van de inwoners.” Deelnemers zien een rol voor de gemeente om bewoners te stimuleren om over te stappen op duurzame energiebronnen. Hierbij vinden deelnemers het belangrijk dat de uiteindelijke beslissing om thuis over te stappen bij henzelf blijft liggen. Zoals of zij van het gas af gaan of niet.
RES – West-Brabant
Betaalbaarheid Als het gaat over de kosten van duurzame energie zijn de meeste deelnemers van mening dat iedereen zijn steentje bij moet dragen door wat meer belasting te betalen. Daar staat tegenover dat er wel extra steun moet zijn voor mensen met een lager inkomen. Bijvoorbeeld in de vorm van subsidies of prijsplafonds, zodat zij minder hoeven te betalen. Subsidies worden gezien als een manier om de lasten eerlijker te verdelen. Daarom vinden deelnemers dat er meer en beter geïnformeerd moet worden over subsidies zodat mensen daadwerkelijk profiteren van de beschikbare steun.
“Ik moest alle kosten voor de aanpassingen zelf ophoesten en dat is wel vrij prijzig. Er moeten subsidies beschikbaar komen voor deze aanpassingen en vanuit de overheid moet er beter geïnformeerd worden over de mogelijkheden voor subsidies.” Wat betreft de verdeling van de kosten van duurzame energie vinden deelnemers dat grote bedrijven en andere grootverbruikers meer moeten bijdragen. Deelnemers vinden het oneerlijk als deze groepen minder betalen dan huishoudens. Grote bedrijven moet hun verantwoordelijkheid nemen omdat zij meestal ook grootverbruikers zijn. Wel realiseren deelnemers zich dat het extra belasten van
25 november 2024
P 21
bedrijven kan leiden tot verplaatsing naar het buitenland, wat negatieve gevolgen voor Nederland zou kunnen hebben.
“Bedrijven en mensen met een groot vermogen zullen meer moeten betalen.” “Moeilijke vraag, als je de bedrijven meer belast gaan deze wellicht naar het buitenland en dit is slecht voor Nederland, maar ik vind het ook niet rechtvaardig dat zij voordelen krijgen.'' Kortom, de meeste mensen zijn voor een solidariteitsprincipe, waarbij grootverbruikers meer betalen, en de huishoudens met minder te besteden ondersteund worden door subsidies en hulpmaatregelen. Solidariteit De meeste deelnemers geven aan bereid te zijn om hun eigen energie gebruik aan te passen om bij te dragen aan de energietransitie. Meerdere deelnemers geven aan dat ze hun huishouden verduurzamen door zonnepanelen te installeren, LED-lampen te gebruiken, het huis extra te isoleren en de verwarming lager te zetten. Een aantal deelnemers gaven aan het moeilijk te vinden om te verduurzamen omdat ze in een huurhuis wonen.
“Thuis hebben we zonnepanelen op het dak, een elektrische auto, koken we op inductie en zetten we de verwarming wat lager.” “Het is lastig om grote maatregelen te treffen want we wonen in een huurhuis. Ik heb de spaarlampen vervangen voor LED-lampen en we proberen er op te letten om elektriciteit te besparen.”
“Ik ben er [grootschalige energie opwek] absoluut geen voorstander van, maar mijn voorkeur gaat uit naar het platteland.” “Ik zou het liefst een cluster plaatsen langs de rijksweg in West-Brabant maar de ideale situatie zou clusters op zee zijn.” Ten aanzien van de vraag of het landelijk gebied de stad en industrie moet helpen met energieopwekking, zijn de meningen verdeeld. De meerderheid is van mening dat iedereen gezamenlijk moet bijdragen aan de oplossing voor het energievraagstuk. Sommigen vinden dat het landelijk gebied kan bijdragen omdat hier meer ruimte is voor de plaatsing van windmolens en zonnepanelen, maar dat de industrie en steden ook verantwoordelijkheid moeten nemen voor energieopwekking. De steden en industriële gebieden moeten namelijk niet te afhankelijk worden van het landelijke gebied vinden deelnemers.
“Het platteland zal hier en daar wel moeten bijdragen omdat we het met zijn alle moeten doen.” “Landelijke gebieden moeten landelijk blijven. Bedrijven mogen meer doen.”
Wat betreft de plaatsing van windmolens en andere vormen van duurzame energie opwek, geven veel mensen aan dat ze liever windmolens op zee zien, of in onbewoonde gebieden zoals de polder. Ook industriegebieden en langs snelwegen worden vaak genoemd als geschikte locaties. De meeste hebben een voorkeur voor energieclusters in plaats van spreiding over de regio. Deelnemers vinden het belangrijk dat deze energie-infrastructuur niet in de buurt van woongebieden geplaatst wordt en dat het landelijk gebied ook zo veel mogelijk vermeden wordt.
RES – West-Brabant
25 november 2024
P 22
Halderberge – Hoeven Op 14 november stonden we in de ochtend naast de viskraam in Hoeven. In totaal hebben 22 personen deelgenomen aan deze gesprekken over hun ideeën en opvattingen over een rechtvaardig, betaalbaar en solidair energiesysteem. Rechtvaardigheid Ook in Hoeven geven veel mensen aan bezig te zijn met verduurzamen: mensen koppelen hun energiebesparend gedrag aan ontvangen subsidies. Inwoners geven aan vooral te verduurzamen in lijn met wat het financieel oplevert. Het onderwerp ‘regie’ komt vaak terug in de gesprekken in Hoeven. Een deel van de deelnemers vindt dat de overheid de regie moet behouden en beslissingen moet nemen zonder te veel inspraak, omdat dit de voortgang kan vertragen. Een ander deel benoemt juist het belang van inspraak: met name jongeren worden specifiek genoemd als een groep die meer betrokken moet worden, omdat zij de toekomst zijn. Wantrouwen in het systeem en de overheid die beslissingen neemt, komen meerdere keren ter sprake. Sommige deelnemers vinden dat duurzame oplossingen, zoals windmolens, niet efficiënt genoeg zijn om verder op in te zetten. Anderen benoemen
de oneerlijkheid van wat er in Nederland versus andere landen gebeurt, of juist het kabinet wat we in Nederland hebben.
“Leuk die windmolens het is een verdien model van de overheid, als duurzaamheid zo belangrijk was zouden ze niet al het afval verbranden in Bangladesh.” “Eerst moet de houding veranderen: een aantal landen trekt zich er niks van aan, die breken af wat we hier opbouwen.” Betaalbaarheid Als het gaat om samen toewerken naar een betaalbaar energiesysteem is men eensgezind: mensen die het financieel moeilijker hebben moeten geholpen worden, maar dan niet wanneer subsidies en andere voordelen later teruggevorderd worden. Veel deelnemers in Hoeven vonden dat verduurzaming structureel goedkoper moet worden, omdat het anders niet haalbaar is voor de meeste mensen.
“Grootgebruikers moeten wel iets meer betalen dan simpele bewoners. Echter moet het ook niet heel veel meer zijn, want anders zullen de bedrijven naar het buitenland trekken waar het goedkoper is, of we gaan het terugzien in de kosten van de producten die we aanschaffen.” “De gemeente doet het goed zoals ze nu doen. Zo krijgen mensen met windmolens in de buurt van hun huis bepaalde toeslagen. Dit is nou een goede oplossing. Het geld stroomt daar binnen zeggen we altijd.” Kernenergie wordt door meerdere mensen genoemd als goedkoper en minder belastend voor het milieu dan windmolens of andere bronnen. Als het gaat om kostenverdeling, is er brede consensus dat de kosten eerlijk verdeeld moeten worden, waarbij specifieke groepen zoals grootgebruikers of bedrijven wel meer mogen betalen, maar zonder dat dit bedrijven wegjaagt. Ook "meer verbruik is
RES – West-Brabant
25 november 2024
P 23
meer betalen" is een veelgenoemd principe. Dit wordt als eerlijk beschouwd omdat het aansluit bij de hoeveelheid energie die men daadwerkelijk gebruikt. Solidariteit Op de stelling dat gebieden in de regio solidair met elkaar moeten zijn om gezamenlijk toe te werken naar een nieuw energiesysteem, reageren de meeste inwoners gelaten: “ja, dat is niet anders”. De deelnemers aan de straatgesprekken zijn van mening dat het landelijk gebied kan bijdragen omdat hier meer ruimte beschikbaar is, onder voorwaarde dat stedelijke en industriële gebieden hun deel moeten bijdragen. Bijvoorbeeld door meer zonnepanelen op daken van bedrijven. Er is dus begrip voor het idee dat landelijke gebieden bij moeten dragen, maar men benadrukt dat dit samen moet gaan met inspanningen van de steden en industrie.
“Het gaat mis bij de manier van opslaan. Zolang de energie niet voor lange tijd opgeslagen kan worden heeft het geen nut om nog meer maatregelen te gaan treffen.”
“Ze mogen alles overal neerzetten, maar niet in mijn achtertuin, zeggen ze hier. Het moet hier wel in de weilanden en polders. Het is niet anders.” Echter, een aantal deelnemers wil helemaal geen elementen van het energiesysteem in het landschap vanwege inefficiëntie, esthetiek, en het verdienmodel van de overheid. Op de vraag naar clusteren versus spreiden van elementen in het landschap, reageren inwoners in Hoeven verdeeld. Het gaat er vooral om dat energie goed wordt opgeslagen en direct en dichtbij wordt gebruikt.
“Lokaal voor lokaal, opwek zo dicht mogelijk bij gebruiker.”
RES – West-Brabant
25 november 2024
P 24
Oosterhout Op woensdag 6 november zijn straatgesprekken gevoerd met inwoners van gemeente Oosterhout, op de markt in Zuiderhout. In totaal hebben 16 personen deelgenomen aan deze gesprekken over hun ideeën en opvattingen over een rechtvaardig, betaalbaar en solidair energiesysteem.
“Altijd in overleg met buurtbewoners, zij weten tenslotte wat het beste is voor de buurt.”
Rechtvaardigheid Bij duurzame energieopwekking moet goed rekening worden gehouden met de wensen van inwoners zeggen veel deelnemers. Zo benadrukken zij het belang van het voorkomen van overlast, zoals geluidsoverlast of belemmering van het uitzicht. Er wordt voorgesteld om duurzame energieopwekking zo veel mogelijk uit het zicht van mensen te plaatsen. En om omwonenden te compenseren of de mogelijkheid geven om profijt te hebben van energieprojecten in de buurt, bijvoorbeeld met lagere energietarieven. Daarnaast vinden deelnemers dat de focus eerst moet liggen op het verduurzamen van woningen, voordat er wordt gekeken naar grootschalige energieopwekking. Enkele mensen vinden kerncentrales een goede optie vanwege het beperkte afval.
“Ik vind dat de omwonende mee moeten profiteren [van duurzame energieopwekking], door bijvoorbeeld lagere energietarieven aan te bieden.” Wat betreft de rol van de gemeente in de overstap naar duurzame energie, wordt vaak gezegd dat de gemeente moet overleggen met de buurtbewoners en hen actief moet betrekken bij de besluitvorming. Deelnemers noemen hierbij open avonden, informatieavonden of actieve communicatie (bijvoorbeeld via brieven of e-mails). Sommigen vinden dat de gemeente de beslissingen mag nemen zolang inwoners goed op de hoogte gehouden worden. De meerderheid vindt wel dat als de gemeente beslissingen neemt over het overstappen op duurzame energie, ze ook actief regelingen voor subsidies en andere maatregelen moet aanreiken.
Betaalbaarheid In de meeste gesprekken werd de nadruk gelegd op het betaalbaar houden van energie voor mensen met een kleine portemonnee. Er klinkt verdeeldheid over hoe dit te combineren met verduurzaming want deelnemers associëren dit vaak met hogere kosten of investeringen. Om duurzame energie betaalbaar te houden, wordt voorgesteld dat de overheid subsidies biedt, vooral voor mensen met een lager inkomen, zodat zij ook kunnen verduurzamen.
“Zorg voor subsidies en prijsplafonds die de prijzen reguleren.” “Ik vind dat de gemeente heel goed moet overleggen met de buurtbewoners. Dit gebeurt momenteel niet goed.”
RES – West-Brabant
“Ik heb liever goedkope stroom die misschien minder duurzaam is dan duurzame stroom waar ik meer voor betaal.”
25 november 2024
P 25
Wat betreft de verdeling van de kosten van energie vinden meerdere deelnemers dat grootverbruikers en bedrijven meer zouden moeten betalen, zodat huishoudens met minder te besteden wat ontlast kunnen worden. Daarnaast vinden deelnemers dat de overheid financiële steun moet bieden aan de meest kwetsbaren. Solidariteit Meerdere deelnemers vertelden bezig te zijn met het aanpassen van hun energiegebruik. Bijvoorbeeld door LED-verlichting te gebruiken, korter te douchen, of het kiezen voor fietsen in plaats van autorijden. Een aantal hebben geïnvesteerd in een warmtepomp of efficiënte Cv-ketel, zonnepanelen en de isolatie van hun huis. Er waren ook deelnemers die aangaven het gevoel te hebben dat ze weinig kunnen doen omdat ze in een huurwoning wonen en afhankelijk zijn van de woningcorporatie.