Bijlage 5 Omgevingseffectrapport gemeente Altena [definitief ontwerp-OER] incl. bijlage bij RV vaststelling omgevingsvisie Altena 2040
Tekst van het document
7.3
Beoordeling van de omgevingsvisie
7.3.1
Algemene bevindingen Beschouwing van de richtinggevende keuzes De richtinggevende keuzes dragen bij aan de mogelijkheden voor ontwikkelingen in de gemeente, denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van woningen en bedrijvigheid. Met dergelijke ontwikkelingen kan tevens de levendigheid en vitaliteit van kernen bevorderd worden. Bij twee botsproeven is er echter geen nadrukkelijke richting uitgesproken. Dit betreft botsproef 4 (stapeling van opgaven vs. de betaalbaarheid van woningen) en botsproef 6 (ruimtevragende functies in het buitengebied). Bij botsing 4 is in paragraaf 5.2 benoemd dat opgaven gerelateerd aan woningbouw, zoals klimaatadaptatie, duurzaam bouwen en voldoende groen, de prijs van woningen kan opstuwen. Met de omgevingsvisie wordt ingezet op zowel deze opgaven, als betaalbare woningen. Bij botsing 6 is in paragraaf 6.2 gestuurd op een prioriteren van ruimtevragende functies. In de omgevingsvisie is deze prioritering niet aangebracht. 4
Dit betreft de benaming van de ambitie uit de 70%-versie van de omgevingsvisie. In de ontwerp-omgevingsvisie heet deze ambitie ‘klimaatbestendig, CO2-neutraal en circulair’.
Blad 44 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Botsing 4 Voor botsing 4 betekent dit dat het risico bestaat dat er onvoldoende woningen worden gerealiseerd in bepaalde prijsklassen. Deze risico’s kunnen ondervangen worden door middel van monitoring. Dit betekent dat goed bijgehouden moet worden wat het woningaanbod is ten opzichte van de vraag. Zo wordt duidelijk of steviger sturing van de gemeente op het woningaanbod noodzakelijk is. Niet alleen de woningvoorraad dient gemonitord te worden, ook de mate waarin de leefomgeving klimaatadaptief wordt ingericht. Hoe groot is bijvoorbeeld de kans op hittestress en wateroverlast als gevolg van het veranderende klimaat? En worden vervolgens voldoende maatregelen getroffen om de negatieve effecten door klimaatverandering te beperken? Botsing 6 Voor botsing 6 betekent het uitblijven van een harde prioritering van functies dat er heldere afwegingskaders moeten bestaan, zodat een goede afweging gemaakt kan worden tussen verschillende ruimtevragende functies. Met name aan de randen van bestaande kernen zijn volgens de omgevingsvisie ontwikkelingen beoogd. Hier komen de opgaven met betrekking tot woningbouw en het realiseren van kleinschalige zonneparken (tot 6 ha) samen. Deze ontwikkelingen kunnen met elkaar botsen, en met bestaande kwaliteiten.
Nieuwbouw van woningen kan natuurlijk gecombineerd worden met het plaatsen van zonnepanelen op daken, de woningen moeten immers moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Maar bij de realisatie van een zonnepark nabij een kern kunnen botsende belangen ontstaan, omdat men doorgaans niet graag naast een zonnepark woont en de ruimtelijke kwaliteit en recreatieve functie van de dorpsrand verloren kan gaan. Het is van belang om hierbij een integrale aanpak te zoeken. Denk voorbeeld aan concepten waarbij de bewoners (deels) eigenaar worden van het zonnepark en kunnen profiteren van energieopbrengsten van dit park, of een zonnepark waar bewoners (recreatief) gebruik van kunnen maken. Daarmee kan het draagvlak voor een zonnepark in de nabije omgeving van een kern worden vergroot. Tot slot zijn de cumulatieve effecten van verschillende ontwikkelingen niet goed te voorspellen. Het is namelijk onzeker wat waar gaat gebeuren. Dit vraagt om monitoring van effecten, met name in de uitvoeringsfase. Waarden als toetsingskader De waarden van de gemeente Altena zijn verweven in de ambities. Een voorbeeld is de groenblauwe oase waarbij ingezet wordt op het behouden en versteken van de waarde natuur. Daarmee wordt benadrukt dat ontwikkelingen alleen mogelijk zijn wanneer deze passen binnen de waarden van de gemeente.
Door concreet te benoemen welke gebieden aangewezen zijn als waarde (bijvoorbeeld de NHW, de uiterwaarden en de weidevogelgebieden) ontstaat een toetsingskader. Uit de omgevingsvisie wordt duidelijk dat in de gebieden die opgenomen zijn als waarde, bescherming van deze waarden centraal staat. Een ontwikkeling die in deze waardevolle gebieden plaatsvindt moet aan dit toetsingskader voldoen worden. Dit betekent dat bij elke ontwikkeling in waardevol gebied de vraag wordt gesteld: schaadt, behoudt of versterkt de ontwikkeling de aangewezen waarde op deze plek? Op basis van deze vraag kan de gemeente besluiten het initiatief al dan niet te
Blad 45 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
ondersteunen. Het is daarbij noodzakelijk dat de bescherming van waardevolle gebieden wordt vertaald in het omgevingsplan. Haven Werkendam Met de omgevingsvisie wordt ingezet op de uitbreiding van het maritieme cluster met een nieuwe haven in Werkendam. Deze grote ontwikkeling sluit niet aan op alle onderdelen van de omgevingsvisie. Deze doelstelling is sterk ingestoken vanuit de waarde ‘water’ en de ambitie ‘sterk ondernemerschap’, maar biedt risico’s voor de waarden ‘natuur’ en de ambitie ‘groenblauwe oase’. Met de ambitie ‘groenblauwe oase’ zet de gemeente in “om de lokale natuurwaarden zowel buiten als binnen de kom op peil te houden en te versterken.” Het is sterk de vraag of de havenuitbreiding past binnen de aangewezen natuurwaarden die volgens de omgevingsvisie beschermd moeten worden. Bij de nadere uitwerking dient daarom onderzocht te worden hoe deze uitbreiding gerealiseerd kan worden, zodat de ontwikkeling aansluit bij de doelen met betrekking tot natuur uit de omgevingsvisie. In de passende beoordeling (bijlage 1) zijn deze risico’s nader beschreven. Daarnaast loopt er al een MIRT5-onderzoek waarin de mogelijkheden voor deze havenuitbreiding worden onderzocht. Ambitieniveau milieuthema’s De omgevingsvisie zet nadrukkelijk in op het creëren van een veilige en gezonde leefomgeving.
Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van duurzame vervoersmiddelen en toevoeging van groenstructuren. De ‘doelstelling’ om de wettelijke normen te hanteren met betrekking tot de milieuthema’s (zoals geluid, luchtkwaliteit, bodemkwaliteit en externe veiligheid) sluit eigenlijk niet aan op de doelstellingen in de visie om de gezondheid en veiligheid van de leefomgeving verder te verbeteren. Met de komst van de Omgevingswet bestaat juist de mogelijkheid om als gemeente (gebiedsgerichte) normen op te stellen, om zo de gezondheid en veiligheid te verbeteren. Doorwerking in het omgevingsbeleid In de omgevingsvisie wordt nog weinig doorkijk gegeven naar het omgevingsbeleid. Met het omgevingsbeleid wordt het beleid bedoeld dat voortkomt uit de omgevingsvisie, denk bijvoorbeeld aan programma’s, het omgevingsplan en monitoringsprogramma’s. Door in de omgevingsvisie te benoemen hoe de ambities en doelstellingen verankerd worden in het beleid van de gemeente, wordt een eerste stap gezet naar de nadere uitwerking van deze ambities. Er wordt dan ook geadviseerd om in de ontwerp-omgevingsvisie aan te geven welke programma’s de gemeente voornemens is om op te stellen. In hoofdstuk 8 wordt nader ingegaan op deze doorwerking en zijn hiervoor aanbevelingen gegeven.
7.3.2
Effecten op gezondheid en veiligheid Mobiliteitstransitie De gemeente Altena zet met de omgevingsvisie in op de mobiliteitstransitie. Zo wordt naast het verbeteren van de bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer, ook ingezet op het verbeteren van de infrastructuur voor het openbaar vervoer, deelmobiliteit en (elektrisch) fietsen. Tot slot wil de gemeente dat wanneer men toch de auto pakt, dit zoveel mogelijk schoon/emissieloos gebeurt.
5
MIRT staat voor meerjarenprogramma infrastructuur, ruimte en transport.
Blad 46 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
De inzet op de mobiliteitstransitie zorgt voor minder autobewegingen, omdat er wordt ingezet op alternatieve vervoersmiddelen. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van schonere voertuigen. Dit leidt tot minder emissies van bijvoorbeeld geluid en luchtverontreinigende stoffen. De inzet op fietsen leidt ook nog eens tot een gezondere levensstijl met meer lichaamsbeweging. De mobiliteitstransitie zorgt daarom voor positieve effecten op het domein gezondheid en veiligheid. Verduurzaming landbouw In de gemeente Altena is de landbouw een belangrijke pijler van het landelijk gebied. In de omgevingsvisie is benoemd dat een duurzame ontwikkeling van de landbouwsector, in samenhang met klimaatverandering en ecologische waarden, wenselijk is. Dit komt neer op natuurinclusieve en circulaire landbouw. Deze vormen van landbouw maken extensiever gebruik van de grond. Daarmee kan de druk op het milieu verkleind worden (denk bijvoorbeeld aan geurbelasting of de uitstoot van fijnstof). Naast de milieudruk kan ook de omgevingskwaliteit (zoals bodemkwaliteit en biodiversiteit) verbeteren met deze extensievere vormen van landbouw. In de omgevingsvisie is de richtinggevende keuze opgenomen (natuurinclusieve en circulaire landbouw). Dit is een goede maar hoge ambitie, zeker voor de gemeente Altena met een grote agrarische sector.
Het wordt daarom aangeraden om alvast over de uitvoering van dit beleid na te denken. De omgevingsvisie kan aangescherpt worden met deze doorkijk naar de uitvoering (met welk type maatregelen wil de gemeente deze ambitie bereiken of wordt dit nader uitgewerkt in bijvoorbeeld een programma?). Waarmee wordt de haalbaarheid van de ambitie verduidelijkt, zodat de omslag naar duurzame vormen van landbouw (en de bijbehorende positieve effecten op het milieu) daadwerkelijk wordt ingezet. Bedrijventerreinen De gemeente Altena kent relatief veel verschillende bedrijventerreinen. Dit zijn grotere bedrijventerreinen bij Werkendam, Giessen en Veen, maar ook kleinere bedrijventerreinen bij bijvoorbeeld Dussen, Almkerk en Hank. Met de omgevingsvisie zet de gemeente in op vraaggericht ontwikkelen van bedrijventerreinen. Dit betekent dat de eindgebruiker al bekend is voordat het bedrijventerrein wordt ontwikkeld. De mate waarin deze potentiële nieuwe bedrijven emissie uitstoten en daarmee de gezondheid en veiligheid van inwoners negatief kunnen beïnvloeden, is van twee zaken afhankelijk: de type bedrijvigheid en de locatie van deze bedrijvigheid. Om deze negatieve effecten op de gezondheid en veiligheid te beperken wordt geadviseerd om milieubelastende bedrijven of bedrijven met hoge veiligheidsrisico’s niet in de nabijheid van woonkernen te plaatsen.
Kleinschalige bedrijvigheid, zoals kantoorruimtes en detailhandel, kunnen daarentegen wel in of nabij woonkernen gerealiseerd worden. Deze kleinschalige bedrijvigheid kan daarmee bijdragen de leefbaarheid van de kernen. De ambitie voor de haven van Werkendam betreft een insteekhaven met kaderuimte en natte kavels op de korte termijn. Voor de lange termijn zet de gemeente in op een uitbreiding met een derde haven. Gezien de ligging van de haven ten opzichte van de woongebieden van Werkendam leidt deze havenontwikkeling naar verwachting tot negatieve effecten op het domein gezondheid en veiligheid. De bedrijvigheid in de haven veroorzaakt namelijk geluidemissie en luchtverontreiniging, waardoor mogelijk mitigerende maatregelen nodig zijn om een gezonde en veilige leefomgeving in Werkendam te waarborgen en te voorkomen dat de wettelijke milieunormen hier overschreden worden. Bij de verdere planvorming dient hier dan ook aandacht aan besteed te worden.
Blad 47 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Groene omgeving Met de omgevingsvisie wordt ingezet op een groene woonomgeving. De toevoeging van groen draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Groen nodigt namelijk uit tot beweging (zoals wandelen en fietsen) en draagt daarmee bij aan een gezonde levensstijl. Daarnaast draagt groen bij aan het verkleinen van gezondheidsrisico’s, denk bijvoorbeeld aan het verkleinen van de kans op hittestress. Hiermee ontstaan positieve effecten op het domein gezondheid en veiligheid. Conclusie gezondheid en veiligheid In grote delen van de gemeente worden positieve effecten verwacht met betrekking tot het domein gezondheid en veiligheid, als gevolg van de verduurzaming van de landbouw en de mobiliteitstransitie. Echter kunnen er plaatselijk negatieve effecten ontstaan doordat met de omgevingsvisie mogelijkheden worden geboden voor bedrijven om zich relatief dichtbij woonkernen te vestigen.
7.3.3
Effecten op omgevingskwaliteit Verduurzaming landbouw Zoals in de voorgaande paragraaf is genoemd, wordt met de omgevingsvisie ingezet op natuurinclusieve en circulaire landbouw. Hiermee kan de druk op de bodem en biodiversiteit verminderen. Daarnaast biedt natuurinclusieve landbouw mogelijkheden om bij te dragen aan de ambitie ‘groenblauwe oase’ waarmee de gemeente inzet om “verbindingen te leggen tussen plekken met een (relatief) hoge ecologische waarde, zowel in het buitengebied als de kern”. Dit heeft positieve effecten op het domein omgevingskwaliteit. Bescherming van waardevolle gebieden Gebieden met natuurlijke of cultuurhistorische waarden zijn opgenomen in de omgevingsvisie als gebieden die moeten worden behouden of versterkt. De beoogde locaties van ontwikkelingen sluiten hierbij aan. Zo zijn de bouw van woningen en zonneparken langs de randen van dorpen beoogd en vindt uitbreiding van bedrijventerreinen zoveel mogelijk plaats bij bestaande terreinen. Daarmee zijn de ruimtevragende functie buiten de waardevolle gebieden beoogd. Haven Werkendam De eerder genoemde plannen voor de haven bij Werkendam vormen niet alleen een risico voor het domein gezondheid en veiligheid, maar ook voor het domein omgevingskwaliteiten. Het gaat met name om risico’s voor de naast gelegen natuurgebieden (Noordwaard en de Biesbosch).
Door de haven uit te breiden neemt het risico op verstorende effecten toe, zoals lichtverstoring en geluidverstoring. Daarnaast bestaat er ook een risico op negatieve effecten door extra stikstofdepositie, doordat stikstofgevoelige habitattypen nabij de haven te vinden zijn. Daarmee heeft een havenuitbereiding naar verwachting sterk negatieve effecten op het domein omgevingskwaliteit. De omgevingsvisie benoemt dat “natuur integraal wordt meegenomen” bij de havenontwikkeling. Door bij het ontwerp mitigerende of compenserende maatregelen te treffen kunnen negatieve gevolgen voor de omgeving (deels) worden voorkomen. Dit dient meegenomen te worden bij de nadere uitwerking. De risico’s en aandachtspunten voor de nadere uitwerking zijn beschreven in de passende beoordeling (bijlage 1).
Blad 48 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Invulling van VAB’s Doordat de gemeente flexibele mogelijkheden biedt voor de invulling van VAB’s wordt leegstand (en daarmee verloedering) voorkomen. Dit komt de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied ten goede. In de omgevingsvisie staat: “als een VAB in een gevoelig gebied ligt en herontwikkeling niet wenselijk is, kan ook sloop worden geadviseerd”. Hierbij zijn twee aandachtspunten te benoemen. Ten eerste wordt uit de visie niet duidelijk wat wordt aangeduid als ‘gevoelig gebied’, waardoor een initiatief niet eenduidig aan deze randvoorwaarde kan worden getoetst. Er wordt dan ook geadviseerd om dit nader te specificeren. Indien dit betrekking heeft op de agrarische sector, kan de randvoorwaarde als volgt geformuleerd worden: de beoogde invulling van de VAB’s dient te passen bij het gebied en de daar aanwezige agrarische sector. Indien geen geschikte invulling gevonden kan worden voor de VAB, kan de gemeente adviseren om de bebouwing te slopen. Ten tweede kost het slopen van bebouwing geld. De gemeente kan sloop “adviseren”. De vraag daarbij is wie deze kosten gaat betalen. Is de gemeente daartoe bereid, om zo de kwaliteit van het landelijk gebied op orde te houden, of worden deze kosten bij de persoon gelegd die uit de bebouwing vertrekt? Klimaatadaptatie In de bestaande woongebieden wordt ingezet op klimaatadaptieve maatregelen.
Zo moet volgens de omgevingsvisie het watersysteem in 2050 waterrobuust ingericht zijn op extreem weer. Daarbij wordt naar mogelijkheden gezocht om waterberging te combineren met andere functies, zoals natuurontwikkeling of recreatie. Daarnaast worden groenstructuren gezien als basiselementen voor de leefomgeving en worden bodemfuncties verbeterd zodat de leefomgeving beter beschermd is tegen wateroverlast en droogte. Met deze klimaatadaptieve doelen uit de omgevingsvisie ontstaan positieve effecten op het domein omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld door het verbeteren van de bodemkwaliteit, waterhuishouding en biodiversiteit. Er is echter ook een risico te benoemen. Deze klimaatadaptieve maatregelen vragen namelijk ruimte. Met name in de bestaande woongebieden kan het vinden van voldoende ruimte lastig worden, omdat met de omgevingsvisie (in eerste instantie) wordt ingezet op woningbouw door middel van inbreiding. Zoals ook in de omgevingsvisie is benoemd is het meervoudig ruimtegebruik van belang om beide ambities te verwezenlijken. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het stapelen van woningen en het realiseren van groene daken. Om te waarborgen dat er voldoende ruimte voor groen bestaat in de woongebieden kan de gemeente ervoor kiezen om een groennorm op te stellen in het omgevingsplan. Hiermee kan de gemeente een bepaald percentage groen per wijk te behouden.
Als met een bepaald initiatief niet aan deze eis kan worden voldaan, dient gezocht te worden naar een andere geschikte locatie voor het initiatief. Door middel van een groennorm kan het huidige groen beschermd worden. Passende beoordeling Door middel van een passende beoordeling is onderzoek gedaan naar de effecten van de omgevingsvisie op Natura 2000-gebieden. Het beleid uit de omgevingsvisie is nog niet zo concreet uitgewerkt dat uit de passende beoordeling blijkt dat onderdelen niet uitvoerbaar zijn en dat in de omgevingsvisie al passende maatregelen getroffen moeten worden. Wel zijn er beleidskeuzes die een groter risico op significante gevolgen en een verhoging van de milieudruk met zich
Blad 49 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
meebrengen. Dit betreffen de woningbouwopgave, de ruimte voor glastuinbouw, het ontwikkelen van bedrijventerreinen, de ontwikkeling van de haven in Werkendam en ontwikkelingen met betrekking tot toerisme en recreatie. Bij vervolgbesluiten over deze ontwikkelingen is aandacht nodig voor de impact op Natura 2000-gebieden. Er liggen ook kansen om de milieudruk binnen het Natura 2000-netwerk te verlagen door een goede invulling van vervoersbewegingen en recreatiedruk (groene leefomgeving) waardoor de milieudruk als gevolg van bijvoorbeeld verstoring, verzuring en vermesting wordt verlaagd. De Natura 2000-doelen zijn daarnaast afhankelijk van de natuurwaarden en milieucondities buiten het Natura 2000-netwerk. Door bij de verdere uitwerking van het beleid een natuurinclusieve aanpak te hanteren, waarbij wordt gekeken op welke wijze natuur per saldo versterkt kan worden, kan uitvoering van het beleid bijdragen aan vergroting van de biodiversiteit in deze gebieden. Conclusie omgevingskwaliteit Door de verduurzaming van de landbouw, inzet op klimaatadaptieve maatregelen, het voorkomen van leegstaande bebouwing en het beschermen van waardevolle natuurlijke en cultuurhistorische gebieden ontstaan over het algemeen positieve effecten op het domein omgevingskwaliteit. Echter vormen de plannen met betrekking tot de haven van Werkendam een risico voor de naastgelegen omgevingskwaliteiten.
Daarnaast bestaat er een risico dat er in bestaande woongebieden onvoldoende ruimte gevonden kan worden voor klimaatadaptieve maatregelen.
7.3.4
Effecten op leefbaarheid Woningbouw De gemeente Altena zet in op het bouwen van extra woningen in alle dorpen. Daarmee ontstaan op twee manieren positieve effecten op het domein leefbaarheid. Enerzijds kan met het nieuwe woningaanbod invulling gegeven worden aan de huidige vraag naar woningen. Dit betreft zowel de kwantitatieve als kwalitatieve vraag naar woningen. Anderzijds kunnen nieuwe woningen bijdragen aan het draagvlak voor voorzieningen (mits hiermee de huishoudens gemiddeld niet kleiner worden). Daarmee kan woningbouw in de kleinere dorpen bijdragen aan de vitaliteit en leefbaarheid van het dorp. De omgevingsvisie geeft geen duidelijkheid over de omvang van de woningbouwopgave in de gemeente. Er wordt geadviseerd om dit nader te specificeren of te monitoren, bijvoorbeeld een programma. In hoofdstuk 8 wordt nader ingegaan op hoe een dergelijk programma eruit kan komen te zien. Voorzieningenniveau Met de omgevingsvisie erkent de gemeente dat zij “niet in iedere kern voorzieningen van voldoende kwaliteit kunnen waarborgen. We zien daarbij een netwerk van dorpen die elkaar aanvullen met een optimaal aanbod voor Altena als geheel”. Bij deze spreiding van het voorzieningenniveau over verschillende dorpen is een goede bereikbaarheid van voorzieningen essentieel.
Doordat de gemeente inzet op het verbeteren van de bereikbaarheid met het OV en de (elektrische) fiets, kunnen de voorzieningen bereikt worden door middel van verschillende vervoermiddelen.
Blad 50 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Ontmoetingsmogelijkheden en levendigheid De gemeente ziet de centra van kernen als “dorpsharten met een brede sociale functie. Een plek gericht op ontmoeting”. Door in de winkelcentra alle vormen van detailhandel toe te staan, en in dorpen waar geen centrumvoorzieningen aanwezig zijn in te zetten op kleinschalige bedrijvigheid, wordt de levendigheid bevorderd. De inzet op meer ruimte voor groen- en waterstructuren kan hier ook aan bijdragen. Werkgelegenheid en economie Met de omgevingsvisie wordt op verschillende manieren ingezet op het verbeteren van de werkgelegenheid en economische positie van de gemeente. Ten eerste biedt de omgevingsvisie verschillende mogelijkheden voor kleinschalige bedrijvigheid. Bijvoorbeeld in leegkomende bebouwing (agrarische bedrijven of winkelpanden). Daarnaast worden bedrijventerreinen vraaggericht ontwikkeld, waarmee mogelijkheden bestaan om nieuwe bedrijven naar de gemeente te trekken. Oftewel, het is positief voor het vestigingsklimaat van de gemeente. Tot slot wordt ingezet op een uitbreiding van het maritieme cluster met een nieuwe haven bij Werkendam. Daarmee wordt een belangrijke economische drager verder versterkt. Dit brengt naar verwachting positieve effecten met zich mee op het gebied van werkgelegenheid, maar biedt ook mogelijkheden om nieuw personeel in deze sector op te leiden.
Uit de omgevingsvisie wordt niet duidelijk of met vraaggericht ontwikkelen alleen het realiseren van nieuwe bedrijfslocaties wordt bedoeld, of dat ook wordt ingezet op het revitaliseren van verouderde bedrijventerreinen. Er wordt geadviseerd om in de omgevingsvisie een ladder op te nemen: 1. In eerste instantie kan gekeken worden naar het vestigen van bedrijven op bestaande bedrijventerreinen; 2. Ten tweede kan gekeken worden naar de mogelijkheden om bestaande bedrijventerreinen te revitaliseren; 3. Ten slot kan gezocht worden naar nieuwe locaties, bijvoorbeeld aansluitend op bestaande bedrijventerreinen. Deze derde trede van de ladder is op dit moment in de omgevingsvisie opgenomen. Door in eerste instantie te kijken naar de mogelijkheden voor revitalisering kan de benodigde ruimte worden beperkt. Daarnaast biedt revitalisering kansen om bestaande bedrijventerreinen te verduurzamen, bijvoorbeeld door klimaatadaptieve maatregelen te treffen of zonnepanelen op bedrijfsdaken te plaatsen. De revitalisering kan daarmee het vestigingsklimaat van het betreffende bedrijventerrein verbeteren en bijdragen aan andere doelstellingen van de omgevingsvisie. Tot slot brengt de omgevingsvisie een risico met zich mee met betrekking tot het verlies van landbouwgronden ten behoeve van bijvoorbeeld woningbouw en zonneparken. De landbouw is een belangrijke economische drager in de gemeente.
Met het verlies van landbouwgrond, kan de economische positie van de agrarische sector verslechteren. Anderzijds biedt de omgevingsvisie voldoende kansen voor de agrarische sector om zich te verbreden. De omvorming van de landbouw naar natuurinclusieve en circulaire landbouw en de brede mogelijkheden voor de invulling van VAB’s dragen hier bijvoorbeeld aan bij.
Blad 51 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Conclusie leefbaarheid Ook op het domein leefbaarheid veroorzaakt de omgevingsvisie voornamelijk positieve effecten. Dit is het gevolg van de inzet op de woningbouwopgave, het stimuleren van ontmoetingen in de openbare ruimte en het verbeteren van de werkgelegenheid in de gemeente. De ruimtevragende functies (zoals woningbouw, zonneparken en bedrijventerreinen) gaan mogelijk ten koste van agrarische grond, waardoor de economische positie van de agrarische sector kan verslechteren.
7.3.5
Effecten op duurzaamheid Multifunctioneel gebruik Met de omgevingsvisie wordt ingezet op functiecombinaties. Denk bijvoorbeeld aan het combineren van waterberging met natuurontwikkeling en/of recreatie. Multifunctioneel ruimtegebruik is wenselijk, zeker gezien het feit dat de gemeente Altena voor verschillende ruimtevragende opgave staat. Er wordt geadviseerd om multifunctioneel gebruik als uitgangspunt te gebruiken in de verdere planvorming. Dit betekent dat dit uitgangspunt vertaald kan worden naar het omgevingsplan. CO2- en energiedoelstellingen In de omgevingsvisie is de doelstelling opgenomen om in 2046 een CO2-neutrale gemeente te zijn, met als tussenstap 49% CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990. Daarnaast moet de gemeente en 2050 aardgasvrij zijn. Om deze doelen te bereiken zet de gemeente in op kleinschalige zonneparken en zonpanelen op bedrijfsdaken. Daarnaast wordt ingezet op de mobiliteitstransitie, waarmee de CO2-emissie wordt verminderd. De vraag is of deze maatregelen voldoende zijn om de doelstellingen te halen. Dit vraagt om monitoring, zodat tijdig een stapje extra gezet kan worden als de doelstellingen niet behaald lijken te worden. Daarnaast wordt in de omgevingsvisie niet ingegaan op hoe de gemeente bedrijven wil stimuleren om te verduurzamen. In een programma kunnen dergelijke maatregelen verder uitgewerkt worden.
Opwekking duurzame energie Uit de ambitie ‘duurzame ontwikkeling’ blijkt dat de gemeente meer energie wil opwekken. Hiervoor wordt onder andere ingezet op het isoleren van woningen, het verduurzamen van mobiliteit en het realiseren van zonnepalen op daken van woningen en bedrijven. De gemeente heeft echter ook een opgave vanuit de Regionale Energiestrategie (RES). Naast zonnepanelen op daken zal ook ingezet moeten worden op zonneparken. Daarover is het volgende opgenomen in de omgevingsvisie: “We sluiten niet op voorhand locaties uit en wijzen ook geen locaties of gebieden aan. We geven voor zonnevelden de voorkeur aan locaties in of grenzend aan de bebouwde kom of bedrijventerreinen, of bijvoorbeeld langs infrastructuur. Voor zonnevelden in landelijk gebied sluiten we niet op voorhand locaties uit, met uitzondering van Natura2000 gebieden en Natuurnetwerk Brabant. Eventuele zonnevelden in weidevogelgebieden zijn bij voorkeur beperkt in schaalgrootte of liggen langs infrastructuur aan de randen van de waardevolle gebieden. We sluiten landbouwgronden ook niet uit, maar we geven de voorkeur aan andere gronden boven waardevolle landbouwgrond.
Blad 52 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
“Een zorgvuldige landschappelijke inpassing van zonnevelden is noodzakelijk, en dit vraagt om maatwerk. Om betrokkenheid van - en participatie door -inwoners te bevorderen is het idee om op termijn bij iedere kern een kleiner zonnepark te realiseren (tot 6 ha). De lokale gemeenschap deelt mee in de opbrengsten en iedereen moet mee kunnen doen”. Er zijn met de omgevingsvisie geen harde zoekgebieden aangewezen, maar de gemeente geeft wel aan waar zonneparken aanvaardbaar zijn en waar niet. Dit is in lijn met de waarden zoals opgenomen in de omgevingsvisie. Een goed voorbeeld zijn de weidevogelgebieden en het open middengebieden. Deze zijn als waarden opgenomen en moeten beschermd worden. De ontwikkeling van een zonnepark vormt een risico voor deze waarden. Door de zonneparken bij voorkeur nabij kernen of langs infrastructuur te plaatsen, kan de openheid van het middengebied en de weidevogelgebieden behouden blijven. Doordat er ingezet wordt op veel kleinere zonneparken (in plaats van één grootschalige oplossing) kan verrommeling van het landschap optreden. De “zorgvuldige landschappelijke inpassing” is van belang om deze verrommeling zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van functiekoppelingen met zonneparken. Denk bijvoorbeeld aan het laten grazen van vee onder panelen. Conclusie duurzaamheid De gemeente zet breed in op duurzaamheid.
Zo wordt ingezet op de mobiliteitstransitie, verminderen van het energiegebruik van woningen en het opwekken van duurzame energie. Monitoring moet uitwijzen of deze maatregelen voldoende zijn om de CO2- en energiedoelstellingen te halen, of dat extra inzet nodig is.
7.4
Overzicht adviezen voor aanscherping richting de ontwerp-omgevingsvisie In de voorgaande paragrafen zijn verschillende typen aanbevelingen gegeven. Een aantal aanbevelingen gaat over de mogelijkheden om de omgevingsvisie aan te scherpen. Daarnaast zijn adviezen gegeven die pas later in het proces gebruikt kunnen worden, zoals de nader te maken afwegingen bij de uitvoering van plannen en projecten of de mogelijkheden om mitigerende maatregelen te treffen. Hieronder is een overzicht gegeven van de adviezen uit voorgaande paragrafen om de 70%-versie van de omgevingsvisie verder aan te scherpen. Om de wisselwerking tussen de 70%-versie van de omgevingsvisie, het OER en de uiteindelijke ontwerp-omgevingsvisie te verduidelijken is per advies aangegeven of het advies is overgenomen. Zoals in de tabel is aangegeven is een groot deel van deze aanbevelingen verwerkt in de ontwerp-omgevingsvisie.
Blad 53 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Tabel 7.2 Overzicht van adviezen voor aanscherping richting de ontwerp-omgevingsvisie Adviezen voor aanscherping Wel/niet overgenomen in de ontwerp-omgevingsvisie Over het algemeen wordt in de omgevingsvisie nog Het maken van een doorkijk naar de nadere uitwerking weinig doorkijk gegeven naar het omgevingsbeleid. van de omgevingsvisie is aan te raden, maar niet Door in de omgevingsvisie te benoemen hoe de noodzakelijk. De gemeente heeft er bewust voor ambities en doelstellingen verankerd worden in het gekozen om niet te vroeg op de uitwerking vooruit te beleid van de gemeente, wordt een eerste stap lopen, zodat gebruik gemaakt kan worden van gezet naar de nadere uitwerking van deze ambities. voortschrijdend inzicht. Er wordt ingezet op het hanteren van de wettelijke Dit advies is overgenomen in de ontwerpnormen voor milieuthema’s. Gezien de ambities omgevingsvisie. De gemeente wil eerst inventariseren met betrekking tot gezondheid en veiligheid, wordt waar het binnen de gemeente mogelijk is om de WHOgeadviseerd om gebruik te maken van de advieswaarden te halen. Waar een hogere ambitie (dan mogelijkheden van de Omgevingswet om de wettelijke norm) niet mogelijk is, of waar andere gebiedsgerichte milieunormen uit te werken. prioriteiten liggen wordt ingezet op het zoveel mogelijk beperken van nadelige (milieu)effecten.
In de omgevingsvisie zijn nog geen maatregelen Dit advies is overgenomen in de ontwerpbenoemd die met betrekking tot de omslag van de omgevingsvisie. De gemeente ontwikkelt het landbouw naar natuurinclusieve en circulaire programma circulair voedselsysteem. In het landbouw. In de omgevingsvisie kunnen programmaplan wordt uitgelegd wat het doel is en maatregelen genoemd worden waaraan gedacht hoe dat doel behaald kan worden. Er wordt kan worden, of kan worden verwezen naar de geprobeerd iedereen erbij te betrekken die te maken verdere uitwerking van dit beleid in bijvoorbeeld heeft met het maken, verwerken, verpakken, een programma. vervoeren en eten van voedsel. Er zijn vier speerpunten bij het ontwikkelen van het programma circulair voedselsysteem: Bruisend netwerk, Breed gedragen programma, Experimenteergebied en Zichtbaarheid. In de omgevingsvisie staat: “als een VAB in een Dit advies is overgenomen in de ontwerpgevoelig gebied ligt en herontwikkeling niet omgevingsvisie. Als herontwikkeling van een VAB niet wenselijk is, kan ook sloop worden geadviseerd”. past bij de agrarische functies, kan ook sloop worden Uit de visie wordt echter niet duidelijk wat wordt geadviseerd. aangeduid als ‘gevoelig gebied’, waardoor een initiatief niet aan deze randvoorwaarde kan worden getoetst. Er wordt dan ook geadviseerd om dit nader te specificeren.
Met betrekking tot bedrijfslocaties wordt Dit advies is overgenomen in de ontwerpgeadviseerd om de mogelijkheid tot revitalisering omgevingsvisie. De komende periode de gemeente van bestaande bedrijventerreinen aan de visie toe zich in voor voldoende ruimte om te ondernemen. te voegen. Dit kan door de volgende ladder aan de Bedrijventerreinen worden alleen ontwikkeld bij omgevingsvisie toe te voegen: concrete vragen. Vanzelfsprekend wordt eerst 1. Vestigen van bedrijven op bestaande gekeken, samen met de bedrijven die om ruimte bedrijventerreinen; vragen, of die vraag niet in bestaande 2. Bestaande bedrijventerreinen bedrijfsbebouwing of een bouwrijp bedrijventerrein revitaliseren; kan worden ingevuld. Hierbij speelt ook revitalisering 3. Ten slot kan gezocht worden naar nieuwe van bestaande terreinen een belangrijke rol. De locaties, bijvoorbeeld aansluitend op terreinen moeten toekomstbestendig worden. bestaande bedrijventerreinen.
Blad 54 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
8
Doorwerking in het omgevingsbeleid
8.1
Beleidscyclus De komst van de Omgevingswet introduceert niet alleen de omgevingsvisie, maar ook instrumenten zoals het omgevingsplan en thematische of gebiedsgerichte programma’s. De opbouw van de Omgevingswet volgt de beleidscyclus (zie hieronder).
Figuur 8.1 De beleidscyclus van de Omgevingswet
De beleidscyclus bestaat uit vier onderdelen. Bij het onderdeel beleidsontwikkeling staat visievorming centraal. Hier worden samenhangende en strategische hoofdkeuzes gemaakt in de vorm van de omgevingsvisie. Het vormt de basis voor het beleid op de lange termijn. Na de beleidsontwikkeling volgt de beleidsdoorwerking. Hierin worden de hoofdkeuzes nader uitgewerkt. Dit kan zowel thematisch als gebiedsgericht zijn. In een programma kan de gemeente concrete maatregelen opnemen waarmee duidelijk wordt hoe de keuzes en ambities uit de omgevingsvisie worden gerealiseerd. De volgende stap in de beleidscyclus is de uitvoering. Dat gebeurt door de initiatiefnemers van activiteiten en projecten: burgers, bedrijven of overheden die iets willen ontwikkelen. Hiervoor zijn kaders en regels nodig, die passen bij de omgevingsvisie en programma’s, om de juiste ontwikkelingen mogelijk te maken. Het belangrijkste instrument hiervoor is het omgevingsplan.
Blad 55 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Tot slot maakt terugkoppeling onderdeel uit van de cyclus. Door onder andere monitoring wordt bijgehouden of de doelen uit de omgevingsvisie daadwerkelijk gehaald worden of dat bijsturen van de doelen of maatregelen nodig is. Indien dit het geval is moet er weer beleidsontwikkeling plaatsvinden. Daarmee is de cyclus gesloten. In de volgende paragrafen wordt worden aanbevelingen gegeven voor de verdere doorwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsbeleid op basis van de drie onderdelen van de beleidscyclus (beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling). Hierbij wordt specifiek ingegaan op aanbevelingen voor programma’s, het omgevingsplan en monitoring.
8.2
Programma’s Samenhangende opgaven voor een gebied of een thema kunnen in een programma nader uitgewerkt worden. Een programma kan zorgen voor een actieve aanpak van de doelstellingen en ambities uit de omgevingsvisie. In deze paragraaf worden aanbevelingen gegeven voor programma’s die de gemeente Altena kan opstellen. De gemeente Altena is een gemeente met een grote verschillen tussen gebieden, denk bijvoorbeeld aan de verschillende omgevingskwaliteiten maar ook aan de verschillende identiteiten van de kernen. Om te zorgen voor een integrale aanpak wordt geadviseerd om de programma’s gebiedsgericht in te steken. De aanbeveling is om een (of meer) gebiedsgericht(e) programma(‘s) op te stellen gericht op de opgaven die spelen in de dorpen. Daarnaast kan een gebiedsgericht programma opgesteld worden voor de opgaven in het buitengebied. Hieronder is een aanzet gegeven voor welke opgaven gezamenlijk opgepakt kunnen worden. Dit betreffen aanbevelingen die gegeven zijn om de gemeente op weg te helpen (inspiratie te geven) bij de nadere uitwerking van de omgevingsvisie. Programma gericht op de opgaven in de dorpen In de dorpen en dorpsranden komen verschillende opgaven samen.
Denk bijvoorbeeld aan de woningbouwopgave (in eerste instantie inbreiding, maar de mogelijkheid tot uitbreiding aan de dorpsranden bestaat), de opwekking van duurzame energie door middel van kleinschalige zonneparken aan de dorpsranden en het treffen van klimaatadaptieve maatregelen in de bebouwde omgeving. In een gebiedsgericht programma kunnen deze ambities nader uitgewerkt worden door aan te geven hoe deze ambities zich ruimtelijk tot elkaar verhouden. Daarmee kan het programma zorgen voor een integrale aanpak bij botsende belangen en ontstaat een overkoepelend afwegingskader voor ontwikkelingen. Een programma biedt ook de mogelijkheid om specifiek beleid per dorp verder uit te werken. De gemeente Altena heeft namelijk te maken met een groot aantal kernen die sterk van elkaar verschillen. Niet alleen in grootte, maar ook wat betreft identiteit en uiterlijke kenmerken. Zo is de verwachting dat niet in elk dorp dezelfde klimaatadaptieve maatregelen nodig zijn, omdat het percentage verhard oppervlak per dorp verschilt. Daarnaast kan de woningvraag per dorp verschillen, waardoor bijvoorbeeld uitbreiding niet wenselijk is. Een programma biedt de mogelijkheid om per dorp specifieker beleid op te stellen die aansluit bij de waarde ‘dorps DNA’. Programma gericht op de opgaven in het buitengebied De gemeente kan een programma gericht op het buitengebied opstellen.
Hiermee worden de deelgebieden ‘buitengebied’, ‘Natura 2000-gebieden’, ‘Noordwaard’ en ‘Uiterwaarden’ bedoeld.
Blad 56 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Een gebiedsgericht programma voor het buitengebied kan nadere invulling gegeven aan de ambitie om in te zetten op natuurinclusieve en circulaire landbouw. Deze omvorming van de landbouw biedt met name koppelkansen met de ambitie ‘groenblauwe oase’, waarin wordt ingezet om de verbindingen te leggen tussen verschillende plekken met een (relatief) hoge ecologische waarde en het verbeteren van de biodiversiteit. In een gebiedsgericht programma kan ook nader uitgewerkt worden welke ontwikkelingen wenselijk zijn binnen de gebieden die aangewezen zijn als waarde. Daarmee wordt concreter (en dus ook beter toetsbaar) of een initiatief past binnen de aangewezen waarden, of dat een andere locaties gezocht moet worden. Hierbij aansluitend kan een afwegingskader gecreëerd worden met betrekking tot toeristische en recreatieve voorzieningen. In de omgevingsvisie staat met betrekking tot deze voorzieningen: “de juiste functie op de juiste plek”. Ook dit kan nader uitgewerkt worden.
8.3
Omgevingsplan Ambities en doelen uit de Omgevingsvisie Altena 2040 worden vertaald naar regels in het Omgevingsplan Altena. Daarmee ontstaan richtlijnen voor nieuwe ontwikkelingen. Met de uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s wordt het beleid concreter en ontstaan meer kaders die vertaald kunnen worden naar het omgevingsplan. Op basis van de omgevingsvisie kunnen de volgende aanbevelingen voor het omgevingsplan gedaan worden: • Gebiedsspecifiek beleid kan vertaald worden naar het omgevingsplan. Denk bijvoorbeeld aan het vastleggen van de waardevolle gebieden met bijbehorende randvoorwaarden voor ontwikkelingen. Waar de omgevingsvisie nog onvoldoende kaders biedt voor het vastleggen van beleid in het omgevingsplan kan het beleid eerst met een programma of gebiedsvisie concreter worden uitgewerkt, alvorens de vertaling naar het omgevingsplan wordt gemaakt. Dit is bijvoorbeeld zinvol voor het beleid ten aanzien van de haven in Werkendam; • In het omgevingsplan kunnen harde regels worden opgenomen om ontwikkelingen te sturen. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van een groennorm, om zo te waarborgen dat er voldoende ruimte voor groen bestaat in de woongebieden; • In het omgevingsplan kunnen ook (locatie)voorkeuren voor ontwikkelingen worden uitgesproken.
Er kan bijvoorbeeld aangegeven worden dat milieubelastende bedrijven of bedrijven met hoge veiligheidsrisico’s bij voorkeur niet in de nabijheid van woonkernen geplaatst worden, om zo een gezonde en veilige leefomgeving te creëren; • Multifunctioneel ruimtegebruik kan als uitgangspunt in het omgevingsplan opgenomen worden. Daarmee kan de ruimtevraag van verschillende functies beperkt worden.
8.4
Monitoring Monitoring en evaluatie maken onderdeel uit van de beleidscyclus. De nadere uitwerking van de ambities in programma’s en het omgevingsplan leidt tot een monitoringsopgave. Worden de ambities uit de Omgevingsvisie Altena 2040 daadwerkelijk gehaald of is bijsturing nodig? In deze paragraaf wordt een aanzet gegeven voor monitoringsopgaven die de omgevingsvisie met zich meebrengt. Het gaat om de volgende opgaven:
Blad 57 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
•
•
•
Monitoring van de woningbouwopgave. Worden er voldoende woningen gebouwd en zijn deze woningen het juiste type? Oftewel, hoe verhoudt het aanbod van woningen zich tot de vraag. Hierbij is het van belang om ook demografische ontwikkelingen te betrekken. Monitoring van de klimaatadaptieve maatregelen. Door middel van bijvoorbeeld stresstesten kan gemonitord worden in hoeverre de leefomgeving klimaatadaptief is en bestand is tegen het verwachte klimaat in 2050. In de omgevingsvisie zijn doelstellingen opgenomen met betrekking tot CO2-reductie en het worden van een energieneutrale gemeente. Deze doelstellingen vragen om monitoring. Dragen de maatregelen (zoals de mobiliteitstransitie, het isoleren van woningen en het realiseren van zonneparken) voldoende bij om de doelstellingen te halen? Monitoring maakt inzichtelijk of bijsturing nodig is.
Blad 58 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
9
Conclusie Het omgevingseffectrapport (OER) heeft als doel om het omgevingsbelang mee te wegen in de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. Met het doorlopen proces zijn op meerdere momenten aanbevelingen gegeven om positieve effecten op de leefomgeving te versterken en negatieve effecten te beperken. Door middel van botsproeven en impactbeoordelingen zijn de effecten op de leefomgeving meegewogen in het keuzeproces door de gemeenteraad. Vervolgens is de omgevingsvisie als geheel beoordeeld. Hierbij zijn aanbevelingen meegegeven om de omgevingsvisie verder aan te scherpen en de visie nader uit te werken in het omgevingsbeleid, zoals programma’s en het omgevingsplan. Uit het OER blijkt dat de gemeente Altena voor een aantal grote opgaven staat. Over het algemeen stuurt de omgevingsvisie aan op positieve effecten. Denk bijvoorbeeld aan de inzet op de mobiliteitstransitie en het vergroten van het woningbouwaanbod. Daarnaast zijn in de omgevingsvisie waarden benoemd waarmee de gemeente inzet om de kwaliteiten van de gemeente te beschermen. De omgevingsvisie brengt echter ook een aantal risico’s met zich mee, waardoor negatieve effecten op de leefomgeving kunnen ontstaan.
Zo kan de uitbreiding van de haven bij Werkendam weliswaar leiden tot positieve effecten met betrekking tot de economie, maar zijn negatieve effecten op bijvoorbeeld de natuur en de gezondheid van omwonenden te verwachten. Met het OER zijn deze risico’s aangestipt, maar het is uiteindelijk aan de gemeente om een zorgvuldige afweging te maken tussen verschillende belangen.
Blad 59 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Bijlage 1: passende beoordeling
Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena
projectnummer 0471829.100 definitief 20 december 2021
Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena
projectnummer 0471829.100 definitief 20 december 2021
Auteurs C. Schellingen W.J. Daggenvoorde
Opdrachtgever Gemeente Altena Sportlaan 170 4286 ET Almkerk
datum 20 december 2021
beschrijving definitief
vrijgave J.J. Verhoeven
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doel passende beoordeling Leeswijzer
1 1 2
2
Wettelijk kader
3
2.1 2.2 2.3
Vogel- en Habitatrichtlijn Wet natuurbescherming – Natura 2000 Wettelijk kader stikstof
3 3 4
3
Situatie Natura 2000-gebieden
9
3.1 3.2
Natura 2000-gebied Biesbosch Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem
10 15
4
Planvoornemen omgevingsvisie Altena
19
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Opbouw van de omgevingsvisie Ambitie 1: Groenblauwe oase Ambitie 2: leefbare en veilige woonomgeving Ambitie 3: duurzame ontwikkeling Ambitie 4: sterk ondernemerschap
19 19 21 21 22
5
Effectbepaling en -beoordeling
24
5.1 5.2 5.3
Afbakening van storingsfactoren die kunnen optreden Beoordeling effecten Nadere toelichting stikstofsituatie
24 31 41
6
Conclusie
49
7
Bronnen
51
Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De Omgevingswet komt eraan. Met deze nieuwe wet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ordening vereenvoudigen en samenvoegen. Een van de instrumenten van deze nieuwe wet is de omgevingsvisie, de vervanger van de structuurvisie(s). In de omgevingsvisie schetst de overheid het beleid voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Onderwerpen zoals natuur, water, verkeer en economie komen in de omgevingsvisie terug. Ook de gemeente Altena heeft een omgevingsvisie opgesteld. De gemeente maakt hierin belangrijke keuzes zodat Altena ook in de toekomst een plek is waar mensen graag willen wonen en werken. Voordat de visie kan worden vastgesteld, moet echter nog de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) worden doorlopen. Als onderdeel van deze procedure is een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld.
Figuur 1.1 De ligging van de gemeente Altena
De omgevingsvisie bevat nieuwe richtinggevende beleidskeuzes, waarvan het niet op voorhand is uit te sluiten dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen op Natura 2000-gebieden. Daarom dient op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling van de omgevingsvisie te worden opgesteld.
1.2
Doel passende beoordeling De passende beoordeling is de wettelijke plantoets die hoort bij kaderstellende plannen waarvan significante gevolgen op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. Het doel van de passende beoordeling is: • Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van het nieuwe beleid uit de omgevingsvisies. • Beschrijven van mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante gevolgen te voorkomen. Het gaat hier met name om aanbevelingen voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten. • Waar relevant: kansen op positieve effecten.
Blad 1 van 51
Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena
Het detailniveau van de passende beoordeling sluit aan bij het detailniveau van een omgevingsvisie. Gezien het abstracte karakter van de beleidskeuzes is deze op hoofdlijnen. Het betreft daarom met name een risico-inschatting. Aan de hand van deze informatie dient de passende beoordeling aannemelijk te maken dat aantasting van natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden is uit te sluiten en dat het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie uitvoerbaar is.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming beschreven en in hoofdstuk 3 komt - als vertrekpunt voor deze passende beoordeling - de beschrijving van de Natura 2000gebieden in de omgeving aan bod. Aangegeven is ook wat de belangrijkste knelpunten zijn voor het behalen van de Natura 2000-doelen, waarmee ook de gevoeligheden van deze gebieden duidelijk wordt. Vervolgens komt in hoofdstuk 4 het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie die in deze passende beoordeling beschouwd is aan bod. In hoofdstuk 5 wordt bepaald welke potentiële effecten op kunnen treden en worden deze beoordeeld. Deze beoordeling heeft de vorm van een risicoinschatting. Daarvoor is en stoplichtmethode gehanteerd. In tabelvorm is aangegeven hoe groot het risico is dat er significante gevolgen optreden en welke mitigerende maatregelen hier tegenover staan. In hoofdstuk 5 stellen we ook een stikstofkaart op. Dit is een contourenkaart die de relatie tussen stikstofemissie en stikstofdepositie in beeld brengt. We formuleren een algemene conclusie over de benodigde randvoorwaarden voor omgang met stikstofdepositie. Tenslotte volgt in hoofdstuk 6 de conclusie. Dit vormt de onderbouwing van de uitvoerbaarheid van het nieuwe beleid.
Blad 2 van 51
Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena
2
Wettelijk kader
2.1
Vogel- en Habitatrichtlijn Twee Europese richtlijnen, de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG), voorzien in de bescherming van belangrijke Europese natuurwaarden. De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. In dat kader zijn speciale gebieden aangewezen die beschermd moeten worden. Deze zogenaamde Vogel- en Habitatrichtlijngebieden vormen samen het Natura 2000-netwerk. De afzonderlijke gebieden worden ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren en voorkomen dat er storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa.
2.2
Wet natuurbescherming – Natura 2000 Aanwijzing en beheer van Natura 2000-gebieden Sinds 1 januari 2017 is het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in de nationale Wet natuurbescherming (verder Wnb) overgenomen, in het onderdeel gebiedsbescherming. In hoofdstuk 2 van de Wnb is de bescherming van gebieden geregeld. De Wnb maakt het mogelijk gebieden aan te wijzen als beschermde natuurgebieden, waaronder Natura 2000-gebieden. Deze gebieden worden aangewezen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De essentie van het beschermingsregime voor de Natura 2000-gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudings-doelstellingen zijn vastgelegd in de (ontwerp-)aanwijzingsbesluiten1 voor de betreffende gebieden. Daarbij gaat het in ieder geval om instandhoudingsdoelen ten aanzien van de leefgebieden van vogels, voor zover nodig ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en/of ten aanzien van habitats en habitats van soorten, voor zover nodig ter uitvoering van de Habitatrichtlijn.
De provincie (Gedeputeerde Staten) zijn verplicht zorg te dragen voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen voor de in de provincie gelegen Natura 2000-gebieden en moeten ook -indien daar aanleiding voor bestaat- passende maatregelen nemen om verslechtering van de kwaliteit van Natura 2000-gebieden te voorkomen. Voor de Natura 2000-gebieden in de Rijkswateren, waaronder de Waddenzee, is Rijkswaterstaat verantwoordelijk.
1
Momenteel zijn op twee na alle gebieden definitief aangewezen, alleen het Krammer-Volkerak en het Zoommeer in Zeeland zijn nog niet definitief aangewezen. Voor deze 2 Natura 2000-gebieden is er nog geen definitief aanwijzingsbesluit. Deze gebieden liggen niet in de invloedssfeer van de omgevingsvisie Altena.
Blad 3 van 51
Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena
Voor ieder Natura 2000-gebied wordt een beheerplan opgesteld, dat elke zes jaar wordt geactualiseerd. In dit plan zijn de instandhoudingsdoelen nader uitgewerkt, zijn maatregelen beschreven die nodig zijn om deze doelen te realiseren en zijn kaders voor vergunningverlening voor menselijke activiteiten binnen de Natura 2000-gebieden aangegeven. Bescherming van Natura 2000-gebieden bij ruimtelijke plannen en projecten De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, ten aanzien van plannen en projecten die mogelijke effecten hebben op de natuurlijke kenmerken van de gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelen die in de Natura 2000-gebieden van kracht zijn. De Wnb maakt daarbij onderscheid in enerzijds plannen en anderzijds projecten. De omgevingsvisie betreft een plan. Een plan dat -afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten- significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten (art. 2.8 lid 3 Wnb). Bij het toetsen aan de instandhoudingsdoelen dient rekening te worden houden met “externe werking”.
Dat wil zeggen dat niet alleen moet worden gelet op activiteiten binnen een Natura 2000-gebied, maar ook op activiteiten die buiten de grenzen van het betreffende Natura 2000gebied worden uitgevoerd en een mogelijk effect hebben op Natura 2000-gebieden. Het toetsingskader van de Wnb, onderdeel gebiedsbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op significante gevolgen: geen vergunningplicht, plan is uitvoerbaar; 2. Er is een kans op significante gevolgen: passende beoordeling dient aan te tonen dat significante gevolgen uit te sluiten zijn voor een uitvoerbaar plan; (eventueel met ADCtoets = Alternatieventoets + Dwingende redenen van groot openbaar belang + Compensatie als in de passende beoordeling na het nemen van mitigerende maatregelen significant negatieve effecten nog steeds niet uit te sluiten zijn).
2.3
Wettelijk kader stikstof
2.3.1
Programma Aanpak Stikstof (PAS) PAS staat voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het Europees Hof van Justitie om advies gevraagd inzake een aantal pilotzaken om de juridische houdbaarheid van het PAS te toetsen. Naar aanleiding van de uitspraak van het Hof besloot de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 dat het PAS niet mag worden gebruikt als basis voor vergunningverlening. De Afdeling stelt dat de huidige motivering niet de wetenschappelijke zekerheid biedt dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor de natuur. Toestemming voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor Natura 2000-gebieden vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden - mag daarom vooraf niet meer worden gegeven. Dit kan consequenties hebben voor concrete vervolgbesluiten die kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie en daardoor mogelijk significant negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben.
Blad 4 van 51
Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena
Met deze uitspraak zijn ook Bijlage 2 van het PAS, artikel 2 van het (vervallen) Besluit grenswaarden en artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming onverbindend verklaard.
2.3.2
Spoedwet Aanpak Stikstof (SAS) De Spoedwet Aanpak Stikstof is verschenen in het Staatsblad (Staatsblad 2019, 517) van 30-122019. De Spoedwet aanpak stikstof, met uitzondering van artikel IX (heeft betrekking op Omgevingswet), is in werking getreden met ingang van 1 januari 2020. De Spoedwet aanpak stikstof voorziet in aanvullende instrumenten om de stikstofproblematiek aan te pakken en moet nieuwe activiteiten met stikstofdepositie mogelijk maken. De Spoedwet voorziet in een permanente wijziging van onder andere de Wnb: • de vergunningplicht voor andere handelingen vervalt. • de Wnb bepaalt niet langer dat ook een vergunning nodig is indien een project de kwaliteit van de natuur kan verslechteren of daarop een significant verstorend effect kan hebben (gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied). Het nieuwe artikel bepaalt eenvoudigweg dat het verboden is zonder vergunning een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Door deze wijziging is er geen verslechteringstoets meer nodig. • De Wnb maakt het mogelijk om categorieën van projecten aan te wijzen die significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied maar niet vergunningplichtig zijn op grond van de Wnb als aan nadere regels is voldaan.
De aanwijzing van die categorieën en het stellen van nadere regels gebeurt bij ministeriële regeling of bij provinciale verordening. Hiermee kunnen drempelwaardes worden ingevoerd. Bij het opstellen van dit natuurrapport zijn (nog) geen drempelwaardes vastgesteld. • De Wnb krijgt een nieuw artikel; artikel 5.5a. Dat artikel voorziet erin dat projecten die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden toch toestemming krijgen als zij stikstofdepositieruimte hebben gekregen. In het stikstofregistratiesysteem wordt stikstofdepositieruimte opgenomen die ontstaat als gevolg van een daling van stikstofdepositie door aanvullende bronmaatregelen. De stikstofdepositieruimte kan vervolgens aan nieuwe activiteiten worden toegedeeld, zodat aan die nieuwe activiteiten toestemming kan worden verleend. Het instellen van een dergelijk stikstofregistratiesysteem kan alleen bij ministeriële regeling. Bij het opstellen van dit natuurrapport is een dergelijk stikstofregistratiesysteem inmiddels ingesteld voor woningbouw en zeven specifieke MIRT-projecten.
2.3.3
Verkeersbesluit 19 december 2019 Met zijn brief van 13 november 2019 (Brief van 13 november 2019, nr. DGNVLG / 19260351) heeft het kabinet het maatregelenpakket voor de stikstofproblematiek in de woningbouw- en infrastructuursector bekend gemaakt. Eén van de maatregelen betreft: “het doorvoeren van een snelheidsverlaging overdag op autosnelwegen. De maximumsnelheid wordt overdag (van 6:00 19:00 uur) op alle autosnelwegen verlaagd naar 100 km per uur. Voor de wegen waar nu een maximumsnelheid van 120 of 130 km per uur geldt, blijft deze maximumsnelheid gelden in de avond en nacht (19:00 - 6:00 uur). Met het verkeersbesluit van 19 december 2019 is invulling gegeven aan voornoemd kabinetsbesluit. Per 16 maart 2020 is de snelheidsverlaging van kracht.
Blad 5 van 51
Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena