CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Kaderbrieven 2026 bij RV zienswijzen ontwerpbegrotingen 2026 GR

Raadsvergadering 18 juni 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: Zienswijzen ontwerpbegrotingen 2026 gemeenschappelijke regelingen32.364 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders alsmede de Raden van de 24 gemeenten in Midden- en West-Brabant

Datum

10 februari 2025

Behandeld door

Onze referentie

Doorkiesnummer

Uw referentie

E-mail

Uw brief van

Onderwerp

Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Postbus 3208 5003 DE Tilburg

Jolanda Trijselaar 088-2250100 jolanda.trijselaar@vrmwb.nl Kaderbrief 2026

Geachte leden van het College en de Gemeenteraad, In haar vergadering van 6 februari jl. heeft het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Middenen West-Brabant (VRMWB) de Kaderbrief 2026 vastgesteld. Deze bieden wij u hierbij ter informatie aan. De kaderbrief beschrijft de financiële uitgangspunten en beleidsmatige ontwikkelingen die het kader vormen voor onze beleidsbegroting 2026. Het Algemeen Bestuur hanteert als uitgangspunt dat hogere uitgaven als gevolg van wet- en regelgeving verrekend kunnen en mogen worden via de gemeentelijke bijdrage van gemeenten aan VRMWB. Turbulente tijd Verschillende ontwikkelingen wereldwijd en nationaal zijn van invloed op de toenemende maatschappelijke onrust in ons land en in onze regio. De toenemende risico’s door geopolitieke onrust, cyberdreigingen, politieke instabiliteit en de gevolgen van klimaatveranderingen hebben impact op onze organisatie. In deze tijd wordt een beroep gedaan op veiligheidsregio’s om de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht te vergroten, defensie te ondersteunen en zich voor te bereiden op langdurige crises, waaronder oorlogsdreiging. Als hieruit volgt dat er een verbreding van onze taken nodig is, leggen we dat vanzelfsprekend voor aan ons bestuur, inclusief financiële consequenties.

Uiteraard zetten zowel de leden van ons bestuur als de directie zich maximaal in voor landelijke financiering van deze nieuwe uitdagingen. Echter, vooralsnog lijkt het Rijk geen extra middelen ter beschikking te stellen voor het dossier maatschappelijke weerbaarheid en de aanwijzing van de veiligheidsregio's als vitale sector. Financiële uitdagingen Al deze ontwikkelingen vallen ongelukkig samen met de financiële uitdagingen die er ook zijn. Het Rijk heeft een korting van 10% aangekondigd op de specifieke uitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Voor ons betekent dit vanaf 2026 een structurele vermindering van inkomsten met ongeveer € 1,47 mln. De minister van J&V heeft toegezegd deze korting terug te draaien, maar dit is nog niet gebeurd en de korting is al opgenomen in de Rijksbegroting. Ook gemeenten worden vanaf 2026 gekort op de algemene financiële uitkering uit het gemeentefonds. Wij zijn ons bewust van de financiële uitdagingen van de gemeenten en

VRMWB | Kaderbrief 2026

1

begrijpen dat de gemeenten kijken naar gemeenschappelijke regelingen om voorstellen te doen om de gevolgen van deze korting op te vangen. Tijdens de takendiscussie in 2022 is bestuurlijk vastgesteld dat ‘de keukenkastjes van de veiligheidsregio zorgvuldig zijn uitgestoft’, de tijd van kaasschaven voorbij is en de voordelen van ‘laaghangend fruit’ zijn uitgeput. Eventuele bezuinigingen hebben direct invloed op de paraatheid en het veiligheidsniveau in onze regio en vraagt om een gedegen bestuurlijke afweging. Het Algemeen Bestuur heeft de bestuurlijke commissie, die ook de eerdere takendiscussie heeft geleid, de opdracht gegeven om samen met de directie de gevolgen van de financiële uitdagingen vanaf 2026 te onderzoeken. Eind 2024 zijn wij gestart met het verkennen van manieren om deze financiële uitdagingen aan te pakken. Dat doen wij met twee formele onderzoeken naar een masterplan brandweer en naar onze risicobeheersingstaken. Deze onderzoeken worden eind 2025 aan het bestuur voorgelegd ter besluitvorming en vervolgens verwerkt in de kaderbrief 2027. Vooralsnog leiden de onderzoeken niet tot besparingen in 2026. Temporiseren beleidsplan In reactie op de begroting 2025 hebben diverse gemeenteraden voorgesteld om onze beleidsambities te temporiseren.

Vanwege de gelijktijdigheid van financiële uitdagingen en urgente veiligheidsrisico’s heeft het Algemeen Bestuur op 6 februari jl. ingestemd met het temporiseren van onze opgaven in het Beleidsplan 2023-2027, inclusief onderliggende plannen met minimaal 2 jaar tot en met 2029. Beleidsmatige ontwikkelingen en risico’s In de kaderbrief hebben we een aantal ontwikkelingen beschreven die impact hebben op onze begroting 2026 en verder. Voor een aantal hiervan zijn de financiële gevolgen en de financiering nog onbekend. Voor een drietal ontwikkelingen (2e loopbaan, specialisme duiken en capaciteit inspecties Besluit activiteiten Leefomgeving) hebben we dekking gevonden binnen de eigen begroting door ombuigingen en verschuiving van prioriteiten. Voor twee ontwikkelingen heeft het Algemeen Bestuur besloten om de gemeentelijke bijdrage structureel te verhogen vanaf 2026. Het gaat om energiekosten € 326.000 en informatieveiligheid € 100.000. In de afgelopen jaren hebben we de kostenstijgingen deels kunnen opvangen door ombuigingen of door efficiënter werken maar voor het resterende deel is het onvermijdelijk om een beroep te doen op de gemeentelijke bijdrage. In afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving is eind 2022 bestuurlijk voor een tijdelijke oplossing gekozen om de repressieve sterkte van de brandweer op orde te krijgen.

Dat doen we door vrijwilligers structureel te kazerneren, naast de inzet van dagdienstmedewerkers met een repressieve achtergrond. Het kazerneren van vrijwilligers is met €465.000 financieel de meest aantrekkelijke oplossing. Bovendien wordt met de keuze voor deze variant niet vooruitgelopen op landelijke besluitvorming over de effecten van de Europese Deeltijdrichtlijn. In de jaren 2023 t/m 2025 is de gemeentelijke bijdrage hiervoor incidenteel verhoogd. Voor 2026 is er nog geen zicht op de vaststelling van het landelijk beleid. Het Algemeen Bestuur heeft besloten deze aanpak van kazernering voorlopig te continueren en deze kosten in 2026 te dekken met een mogelijk positief rekeningresultaat 2024 of een onttrekking uit de algemene reserve. VRMWB | Kaderbrief 2026

2

Vervolgproces De kaderbrief delen we met u ter informatie. De beleidsbegroting 2026 wordt ter zienswijze aan de gemeenteraden voorgelegd. Van een aantal gemeenten hebben we richtlijnen ontvangen voor de kaderbrief en de begroting 2026. We hebben daar kennis van genomen en waar mogelijk in de kaderbrief verwerkt. Ook nemen we deze richtlijnen mee bij het maken van de beleidsbegroting 2026. Na de vergadering van het Dagelijks Bestuur van 27 maart 2025 ontvangt u de Beleidsbegroting 2026 en wordt u in de gelegenheid gesteld om vóór 27 juni 2025 een zienswijze in te dienen. Het Algemeen Bestuur stelt de beleidsbegroting 2026 vast in de vergadering van 2 juli 2025. We hopen dat we u hiermee een goed inzicht geven in de beleidsmatige ontwikkelingen, de financiële kaders en het proces van de beleidsbegroting 2026. Voor een nadere toelichting kunt u ons uiteraard altijd benaderen. Vertrouwend dat wij u hiermee naar wens hebben geïnformeerd, Met vriendelijke groet, namens het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant,

Jolanda Trijselaar Algemeen Directeur/ Regionaal Commandant

Bijlage: Kaderbrief 2026

VRMWB | Kaderbrief 2026

3

Kaderbrief 2026

VRMWB | Titel

2

Inhoud 1.

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Turbulente tijd Financiële uitdagingen Onderzoek naar onze financiële opgave Zienswijze beleidsbegroting 2026

3 3 3 4

2.

Financiële uitgangspunten

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Algemeen Sleutels kostenverdeelmodel Loon- en prijsontwikkeling (LPO) Concept verloopstaat gemeentelijke bijdrage Ontwikkelingen bijdrage BDuR

5 5 7 7 10

3.

Beleidsmatige ontwikkelingen en risico’s

12

3.1 3.2 3.3

Geopolitieke spanning Klimaatverandering Financiering beroepsbezetting vanwege Europese wet- en regelgeving en roosterfactor Energiekosten Post Moerdijk Haven Duurzaamheid Tweede loopbaanbeleid Specialisme Duiken Informatieveiligheid Capaciteit inspecteurs Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) Evaluatie structuur Brandweerzorg - span of control Landelijke PTSS-regeling

12 13

3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12

VRMWB | Kaderbrief 2026

3.13 3.14 3.15 3.16 3.17

Safety Village en opleidingscapaciteit Gebiedsontwikkeling Meldkamer Taakverandering door Omgevingswet Overzicht

Bijlagen 1. Notitie Financiële uitdagingen VRMWB 2. Wijziging Gemeentefonds verdeelsleutel subcluster Brandweer 3. Begrippenlijst

17 18 18 18 19

21 22 33 34

13 14 14 14 15 15 16 16 17 17

2

VRMWB | Titel

1.

Inleiding

In deze kaderbrief 2026 beschrijven we de financiële uitgangspunten en de beleidsmatige ontwikkelingen voor de Beleidsbegroting 2026 van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (hierna: VRMWB).

1.1

Turbulente tijd

Het is een turbulente tijd! Verschillende ontwikkelingen wereldwijd en binnen ons land zijn van invloed op de toenemende maatschappelijke onrust in ons land en in onze regio. Denk daarbij aan toenemende risico’s door geopolitieke onrust, cyberdreigingen, politieke instabiliteit en de gevolgen van klimaatveranderingen. In deze tijd waarin de geopolitieke spanningen verder oplopen wordt een beroep gedaan op veiligheidsregio’s om de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht te vergroten, defensie te ondersteunen en zich voor te bereiden op langdurige crises.

1.2

Financiële uitdagingen

Bovenstaande ontwikkelingen vallen ongelukkig samen met de financiële uitdagingen die er ook zijn. In het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat specifieke uitkeringen (SPUK) worden overgeheveld naar het gemeentefonds en met 10% worden gekort. De Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) is een specifieke uitkering en de korting van 10% op de BDuR bedraagt voor onze organisatie € 1.47M structureel vanaf 2026. Het kabinet heeft inmiddels besloten dat de BDuR blijft voortbestaan als specifieke uitkering en niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds, maar de budgetkorting is wel reeds ingeboekt op de departementale begrotingen. Ook gemeenten worden vanaf 2026 gekort op de algemene financiële uitkering uit het gemeentefonds, waarbij ook zij kijken naar

VRMWB | Kaderbrief 2026

2

gemeenschappelijke regelingen om voorstellen te doen om de gevolgen van deze korting op te vangen. Tijdens de takendiscussie van 2022 is bestuurlijk vastgesteld dat ‘de keukenkastjes zorgvuldig zijn uitgestoft’, de tijd van kaasschaven voorbij is en de voordelen van ‘laaghangend fruit’ zijn uitgeput. Een nieuwe bezuinigingsopdracht heeft direct invloed op de paraatheid en het veiligheidsniveau in onze regio, wat in contrast staat met de opgaven die gepaard gaan met geopolitieke spanningen.

1.3

Onderzoek naar onze financiële opgave

Het Algemeen Bestuur heeft de bestuurlijke commissie, die ook de eerdere takendiscussie heeft geleid, de opdracht gegeven om samen met de directie van de Veiligheidsregio MWB de gevolgen van de financiële ontwikkelingen vanaf 2026 te onderzoeken. Samen met een aantal inhoudelijke opgaven die op de organisatie afkomt, is dit uitgewerkt in de notitie ‘Financiële uitdagingen van de VRMWB’ (bijlage 1). Naar aanleiding van deze notitie heeft de directie de bestuurlijke opdracht gekregen om het Algemeen Bestuur in december 2025 een besluit te laten nemen over de financiële opgave voor de VRMWB en die te verwerken in de kaderbrief 2027. Hiervoor worden twee onderzoeken uitgevoerd, namelijk het ontwikkelen van een masterplan brandweer en de risicobeheersingstaken waarbij: •

•

Gemeentegrenzen niet langer leidend zijn en de brandweerzorg in de regio op vernieuwende wijze wordt georganiseerd en flexibel wordt omgegaan met bezetting van voertuigen, posten en aanrijdtijden. In het verleden geaccepteerde risiconiveaus en beheermaatregelen worden afgeschaald ten behoeve van nieuwe en actuele risico’s.

3

VRMWB | Titel

•

1.4

2

We hebben de bereidheid om te heroverwegen welke risico’s vroeger vaak voorkwamen maar nu veel minder relevant zijn. Als we dat niet doen, blijven we stapelen of lopen we het risico dat actuele zaken niet opgepakt worden omdat we vooral bezig zijn met risico’s die in het verleden belangrijk waren.

Zienswijze beleidsbegroting 2026

Volgens de wet Veiligheidsregio’s wordt de kaderbrief niet aan onze gemeenten aangeboden voor zienswijzen. Na deze kaderbrief behandelt het Algemeen Bestuur (AB) de beleidsbegroting 2026 die in week 14 2025 ter zienswijze wordt voorgelegd aan de gemeenten. Wel is een aantal richtlijnen ontvangen vanuit gemeenten. Hier wordt zoveel als mogelijk rekening mee gehouden.

VRMWB | Kaderbrief 2026

4

VRMWB | Titel

2.

Financiële uitgangspunten

2.1

Algemeen

Het Algemeen Bestuur hanteert als uitgangspunt dat noodzakelijke uitgaven als gevolg van wet- en regelgeving en/of wettelijk vastgestelde beleidsdocumenten verrekend kunnen worden via het kostenverdeelmodel. Deze vormt de basis voor de gemeentelijke bijdrage van gemeenten aan VRMWB.

2.2

Sleutels kostenverdeelmodel

In 2018 heeft het Algemeen Bestuur besloten om jaarlijks de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel te actualiseren op basis van de meest recent beschikbare Cebeon-maatstaven. Door deze jaarlijkse actualisatie van de verdeelsleutels sluiten de bijdragen van gemeenten aan op de bijdragen die zij ontvangen uit het gemeentefonds en zijn de veranderingen relatief beperkt. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld: •

•

De sleutel toegepast door het Rijk op het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer voor de verdeling van het gemeentefonds is de basis voor de sleutel van het kostenverdeelmodel. De sleutel wordt jaarlijks geüpdatet voor de begroting over twee jaar, met andere woorden: de sleutels die op basis van meicirculaire 2024 zijn berekend, worden toegepast in de beleidsbegroting 2026.

2

In 2023 heeft het Rijk de verdeelsleutels voor het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer gemeentefonds uit het cluster Orde en Veiligheid herijkt (met name vereenvoudigd). In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de wijzigingen van de oude verdeelsleutel en de nieuwe verdeelsleutel zoals gehanteerd door het Rijk om de hoogte van de subcluster Crisisbeheersing en Brandweer gemeentefonds te bepalen per gemeente. Dit veroorzaakte in de kaderbrief 2025 een vrij forse mutatie in de onderlinge verhoudingen tussen gemeenten op dit gebied. Onze sleutel voor het kostenverdeelmodel beweegt één op één mee met deze herijking van de verdeelsleutels. Kaderbrief 2026 borduurt voort op de nieuwe 2025 systematiek en kent daarmee nu een relatief kleine mutatie in de onderlinge verhouding tussen de gemeente. In tabel 1 staan de verdeelsleutels van het kostenverdeelmodel, op basis van de Cebeon-maatstaven uit de Meicirculaire 2024, die als basis dienen voor de beleidsbegroting 2026. Vanaf kaderbrief 2026 laten we naast de percentuele uitkomsten van de verdeelsleutels ook de absolute bedragen zien waarop de percentages zijn gebaseerd van het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer in de meicirculaire 2024.

De meest recent beschikbare sleutel wordt gehanteerd. Jaarlijks wordt de sleutel na uitkomst van de meicirculaire beschikbaar gesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.

VRMWB | Kaderbrief 2026

5

VRMWB | Titel

2

Tabel 1 Verdeelsleutels van het kostenverdeelmodel

VRMWB | Kaderbrief 2026

6

VRMWB | Titel

2.3

2

Loon- en prijsontwikkeling (LPO)

2.4

In 2018 is bestuurlijk besloten om de gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling voort te zetten. Deze methodiek houdt in dat we een LPO-systematiek hanteren waarbij er sprake is van een correctie met terugwerkende kracht van twee jaar. Dit houdt in dat de LPO wordt bepaald door laatst gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het begrotingsjaar 2026 van het Centraal Plan Bureau (CPB) en de correcties van deze indices voor het jaar 2024 en 2025 van de in de begroting 2025 verwerkte cijfers.

Concept verloopstaat gemeentelijke bijdrage

Met ingang van deze Kaderbrief 2026 presenteren we een concept verloopstaat van de gemeentelijke bijdrage van het meerjarenkader. Hierdoor zijn gemeenten beter in staat zich voor te bereiden op de beleidsbegroting 2026. Op het moment van het opmaken van de kaderbrief zijn nog niet alle componenten van de gemeentelijke bijdrage bekend. Dit betreffen het FLO-overgangsrecht en de geactualiseerde kapitaallasten. In tabel 4 wordt daarom voor die onderdelen gewerkt met de cijfers uit de vorige meerjarenreeks. Deze wijzigen nog bij de beleidsbegroting 2026.

De laatst bekende raming die is afgegeven door het CPB betreft de kerngegevenstabel Macro Economische Verkenning (MEV) 2025 van september 2024. Dit geeft het effect zoals getoond in tabel 2. De nieuwe gewogen indexatie wordt afgezet tegen de indexatie die reeds in de begroting zat vanuit de Beleidsbegroting 2025. De mutatie is het percentage dat de gemeentelijke bijdrage wordt aangepast vanaf 2026. Deze index en mutatie in de begroting is weergegeven in tabel 3.

Tabel 2 Effect loon- en prijsontwikkeling

Gewogen loon- en prijsindex Kadernota 2026-2029 Gewogen loon- en prijsindex Beleidsbegroting 2025 Mutatie loon- en prijsindex

VRMWB | Kaderbrief 2026

2026

2027

2028

2029

3,92% 3,22% 0,70%

3,98% 3,22% 0,76%

3,54% 3,48% 0,06%

3,54% 3,54%

7

VRMWB | Titel

2

Tabel 3 Index en mutatie

Index CPB Verhouding

Gewogen index

Loonindex 2024 Prijsindex 2024 Gewogen index Index 2024 bij begroting 2025 Correctie index 2024

8,40% 5,10%

60,00% 40,00%

5,04% 2,04% 7,08% 5,22% 1,86%

Loonindex 2025 Prijsindex 2025 Gewogen index Index 2025 bij begroting 2025 Correctie index 2025

4,70% 2,70%

60,00% 40,00%

2,82% 1,08% 3,90% 4,14% -0,24%

Loonindex 2026 Prijsindex 2026 Gewogen index 2026 Index 2026 incl nacalculatie (correctie 2024 en 2025)

2,10% 2,60%

60,00% 40,00%

1,26% 1,04% 2,30%

Loonindex 2027 Prijsindex 2027 Gewogen index 2027

4,90% 2,60%

Loonindex 2028 Prijsindex 2028 Gewogen index 2028

4,30% 2,40%

Loonindex 2029 Prijsindex 2029 Gewogen index 2029

4,30% 2,40%

VRMWB | Kaderbrief 2026

Index kaderbrief 2026

3,92% 60,00% 40,00%

60,00% 40,00%

60,00% 40,00%

2,94% 1,04% 3,98%

3,98%

2,58% 0,96% 3,54%

3,54%

2,58% 0,96% 3,54%

3,54%

8

VRMWB | Titel

2

Tabel 4 Verloopstaat kostenverdeelmodel 2026-2029

VRMWB | Kaderbrief 2026

9

VRMWB | Titel

2.5

Ontwikkelingen bijdrage BDuR

Reguliere bijdrage Op 25 juni 2024 is de junibrief 2024 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) ontvangen met hierin de toekenning van de loon- en prijsbijstelling over 2024. Ook is in deze brief de prognose van de BDuR uitkering over 2025 aangegeven. Vervolgens is op 11 november 2024 de beschikking 2025 ontvangen. In deze decemberbrief 2024 is aangegeven dat het kabinet heeft besloten om de BDuR niet meer over te hevelen naar het Gemeentefonds, maar dat deze als specifieke uitkering blijft bestaan. In de decemberbrief 2024 is ook aangegeven dat, op basis van het Hoofdlijnenakkoord en de uitwerking van het regeerprogramma, de BDuR uitkering vanaf 2026 met 10% gekort gaat worden. Hierbij is gemeld dat in de voorjaarsnota (zomer 2025) meer duidelijkheid gaat komen hoe deze korting gaat uitwerken. In de meerjarenbegroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is deze korting wel al verwerkt en daarom wordt hier ook in de meerjarenbegroting rekening mee gehouden.

2

het NIPV voor de versterking van crisisbeheersing en de informatievoorziening. In een brief van 14 november 2024 voegt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid daar ook de bestrijding van natuurbranden aan toe, hoewel de discussie hierover nog gevoerd wordt. De aanvullende middelen worden jaarlijks vastgesteld om de benodigde flexibiliteit te behouden om in te spelen op lopende ontwikkelingen. Uiterlijk 31 juli 2025 worden de afspraken gemaakt en het bedrag officieel toegekend voor 2026. Op basis van de meerjarenbegroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt een bijdrage voor VRMWB verwacht zoals getoond in tabel 5. Omdat jaarlijks de reguliere BDuR bijdrage bijgesteld wordt voor loon- en prijsontwikkeling, wordt in de beleidsbegroting 2026 meerjarig reeds rekening gehouden met een verwachtte bijstelling.

Extra BDuR gelden versterking crisisbeheersing en informatievoorziening Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk gemaakt in het kader van opvang vluchtelingen. Het rijk heeft in het najaar 2022 extra structurele middelen toegezegd, oplopend tot 83 mln. in 2026 aan de 25 veiligheidsregio’s en

VRMWB | Kaderbrief 2026

10

VRMWB | Titel

2

Tabel 5 Verwachte bijdragen uit BDuR (regulier en CB)

Ontwikkeling bijdrage BDuR

2026

2027

2028

2029*

Beleidsbegroting 2025 BDuR regulier

€

11.297.088

BDuR CB Totaal Taakstelling (-10%) Loon/prijs bijstelling 2024 Totaal beschikking 2024

€ € € € €

3.390.303 14.687.391

Verwachte loon/prijs bijstelling 2025 ev

€

€

11.293.640

€ € 1.468.739- € 767.803 € 13.986.455 €

3.390.303 14.683.943

700.000 €

€

11.293.640

€ € 1.468.394- € 767.704 € 13.983.253 €

3.390.303 14.683.943

1.050.000

€

€

11.293.640

€ € 1.468.394- € 767.281 € 13.982.830 €

3.390.303 14.683.943

1.400.000

1.750.000

€

1.468.394767.281 13.982.830

Beleidsbegroting 2026 € 14.686.455 € 15.033.253 € 15.382.830 € 15.732.830 * de Ri jks bi jdra ge BDuR wordt 3 ja a r voorui t geprognoti s eerd. Voor 2029 i s hetzel fde bedra g a l s 2028 a a ngehouden.

VRMWB | Kaderbrief 2026

11

VRMWB | Titel

3.

Beleidsmatige ontwikkelingen en risico’s

Hier beschrijven we de beleidsmatige ontwikkelingen en risico’s die impact hebben op de begroting 2026 en verder. De basis voor deze kaderbrief is ons beleidsplan waarin we onze ambities voor een periode van vier jaar (2023-2027) hebben beschreven met als fundament het gekozen profiel ‘een adequate en parate veiligheidsregio, klaar voor actuele uitdagingen’. De uitdagingen zijn groot, zowel financieel als beleidsmatig. Vandaar dat de bestuurlijke commissie vanwege mogelijke besparingen voorstelt om de opgaven uit ons beleidsplan 2023-2027 inclusief onderliggende plannen te temporiseren met minimaal 2 jaar tot en met 2029. Op grond van artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s en de Gemeenschappelijke Regeling wordt hiervoor het beleidsplan aan het einde van de beleidsperiode in ongewijzigde vorm aangeboden aan ons bestuur. Het Regionaal risicoprofiel (één van de onderliggende plannen) wordt dan geactualiseerd voor een periode van twee jaar.

3.1

Geopolitieke spanning

Er is toenemende geopolitieke onrust in de wereld. Binnen de NAVO bereiden lidstaten zich voor op mogelijke betrokkenheid bij conflicten, variërend van militaire inzet tot hybride oorlogsvoering, die maatschappelijke continuïteit verstoren. Ook Nederland bereidt zich voor. Er is een nationaal crisisplan voor militaire dreiging opgesteld en de samenleving wordt voorbereid. De flexibiliteit en veerkracht van de samenleving worden aangesproken. Waar veiligheidsregio’s eerder steun kregen vanuit de civiel-militaire

VRMWB | Kaderbrief 2026

2

samenwerking, kijkt defensie nu naar veiligheidsregio’s voor ondersteuning, wat hun taak verder uitbreidt. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft bij het Veiligheidsberaad aandacht gevraagd voor deze internationale ontwikkelingen en overweegt een verzoek voor de inzet van veiligheidsregio’s bij voorbereidingen op een NAVO art. 5 situatie binnen of buiten de EU. Bij (hybride) conflicten moet de samenleving zich voorbereiden op langdurige uitval van vitale infrastructuur en schaarste, wat maatschappelijke onrust kan veroorzaken. Defensie heeft waarschijnlijk onvoldoende capaciteit voor civiel-militaire bijstand, waardoor veiligheidsregio’s een grotere rol krijgen. We voorzien dat de maatschappelijke taak en inzet van de veiligheidsregio’s hiermee wordt verbreed. De regio Midden- en West-Brabant heeft een strategische ligging en goede infrastructuur. Er bevinden zich twee militaire vliegvelden: Woensdrecht en Gilze-Rijen. De regio wordt ook gebruikt als ‘doorvoerhub’ voor Amerikaanse militaire benodigdheden naar het oostfront. Het is mogelijk dat dit gebruik in de toekomst toeneemt. Dat maakt onze regio een aantrekkelijke locatie voor activiteiten die de maatschappelijke continuïteit verstoren.

Met het oog op wat op ons afkomt bereiden wij ons voor op langdurige crisis, we verkennen de mogelijke inzet van brandweerkazernes als zogenaamde ‘resilience centers’ (weerbaarheidsposten: centraal punt in de lokale gemeenschap voor onder andere distributie van voedsel, stroomvoorziening en coördinatiepunt incl. communicatievoorzieningen), uitvoeren van risico- en crisiscommunicatie, het opnemen van burgerhulpverlening in planvorming en repressie, het zorgdragen voor het

12

VRMWB | Titel

beperken van maatschappelijke onrust, het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en het verhogen van onze informatieveiligheid en cyberweerbaarheid. In lijn met afspraken met ons bestuur, leggen we mogelijke nieuwe taken altijd eerst aan hen voor.

3.2

Klimaatverandering

Naast geopolitieke ontwikkelingen vraagt klimaatverandering onverminderd onze aandacht. We zien het klimaat veranderen met vaker extreem weer tot gevolg. Meer stormen binnen korte tijd achter elkaar, veel neerslag, een hoge grondwaterstand en grote temperatuurverschillen hebben grote impact, zeker ook op de langere termijn. Klimaatvraagstukken beperken zich niet tot de grenzen van onze regio en vragen om een andere aanpak en meer bovenregionale samenwerking. Natuurbrand vormt één van de klimaatrisico’s waar we in onze regio al aandacht voor hebben. Uit de meest recente Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid blijkt dat natuurbranden horen tot de categorie bedreigingen met de grootste waarschijnlijkheid en met een grote impact. Uit de visie en het uitvoeringsplan natuurbrandbeheersing van Brandweer Nederland volgt dat een structurele investering van jaarlijks minimaal €5 miljoen nodig is. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beschouwt natuurbranden als één van de crisistypen die vanuit de extra Bdur voor versterking van (boven)regionale en landelijke crisisbeheersing gefinancierd moeten worden maar de discussie hierover wordt nog gevoerd. Uit de risico- en crisisbarometer 2024 blijkt dat de inwoners van onze regio de kans op het voorkomen van een natuurbrand veel hoger (58%) inschatten dan landelijk (47%). In onze regio zijn grote, voor recreatie en

VRMWB | Kaderbrief 2026

2

toerisme belangrijke, natuurgebieden als de Loonse en Drunense Duinen, Grenspark De Zoom, De Biesbosch, de bossen en vennen bij Tilburg, Breda, Oisterwijk en de Brabantse Wal. Natuurbrandbeheersing is niet voor niets aangemerkt als één van de vijf prioritaire risico’s in het regionale risicoprofiel. Onze Commissaris van de Koning ondersteunt de aanpak van natuurbranden, bijvoorbeeld door sturing op de totstandkoming van natuurbrandbeheerplannen in de verschillende gebiedscommissies. Ook wij bieden de komende beleidsperiode extra aandacht aan dit thema, bijvoorbeeld met risicocommunicatie campagnes.

3.3

Financiering beroepsbezetting vanwege Europese wet- en regelgeving en roosterfactor

In afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving is eind 2022 bestuurlijk voor de tijdelijke oplossing gekozen om de repressieve sterkte van de brandweer op orde te krijgen. Door vrijwilligers structureel te kazerneren is de formatie van 48 naar 52 plekken verhoogd, naast de inzet van dagdienstmedewerkers met een repressieve achtergrond. Concreet betekent dit dat we dagelijks vrijwilligers kazerneren. Het kazerneren van vrijwilligers is met ca. € 465k financieel de meest aantrekkelijke oplossing. Bovendien wordt met de keuze voor deze variant niet vooruitgelopen op landelijke besluitvorming over de effecten van de Europese Deeltijdrichtlijn. In 2023, 2024 en 2025 is de gemeentelijke bijdrage hiervoor verhoogd. Voor 2026 is er nog geen zicht op de vaststelling van het landelijk beleid, waardoor een incidentele dekking, en mogelijk nog langer, nodig is. In een brief aan de Minister van Justitie en Veiligheid heeft het Veiligheidsberaad aangegeven dat voor de structurele borging van 13

VRMWB | Titel

2

vrijwillige brandweerinzet in ons land jaarlijks minimaal € 35 miljoen nodig is. De Minister wacht de uitkomsten af van een onderzoek door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en gaat dat met de veiligheidsregio’s in gesprek over financiering van de kosten.

opdracht waarbij het AB een voorkeursbesluit heeft genomen waarin gesteld is dat PMH over vijf jaar zou stoppen met haar bedrijfsbrandweertaken en verder zou gaan als 24/7 beroeps overheidsbrandweerpost met het specialisme industriële brandbestrijding.

Roosterfactor Als gevolg van verschillende ontwikkelingen hebben we de roosterfactor aangepast naar +/- 4,5, wat gevolgen heeft voor de formatie van de beroepsbezetting. Deze aanpassing komt door een hoger ziekteverzuim, het aanvullende geboorteverlof, ouderschapsverlof, een groter personeelsverloop, en de inzet voor vakbekwaam worden en vakbekwaam blijven. De financiële gevolgen worden vooralsnog door ons opgevangen. Een financiële begroting volgt na het Masterplan Brandweerzorg.

Het eindadvies met rapport is voorgelegd aan het AB in de vergadering van 12 december 2024 en het AB heeft besloten om de Publiek Private Samenwerking (PPS) met Stichting Brandweerzorg Moerdijk (SBM) met ingang van 1 januari 2027 te beëindigen en de brandweer Post Moerdijk om te vormen naar een 100% overheidsbrandweerpost. De kosten van de post komen vanaf 2027 volledig voor rekening van de veiligheidsregio vanwege het stoppen van de PPS-constructie. Dit betekent dat we met ingang van 2027 te maken krijgt met een jaarlijkse kostenstijging van € 893k. Deze extra kosten kunnen in 2027 en 2028 nog worden opgevangen vanuit een gevormde bestemmingsreserve. In de vergadering van het AB (december 2024) is besloten om bij de vaststelling van het masterplan brandweerzorg te bezien of, en zo ja, hoe de kostenstijging van € 893k vanaf 2029 wordt verwerkt in de meerjarenbegroting. De financiële effecten van het masterplan Brandweerzorg zullen aan de nieuwe gemeenteraden (2026-2030) worden voorgelegd.

3.4

Energiekosten

De afgelopen jaren zijn wereldwijd de energiekosten gestegen. Ondanks energiebesparende maatregelen hebben we te maken met een structurele jaarlijkse toename van de energiekosten met ca. € 326k, waarvoor we geen mogelijkheden zien tot structurele dekking van deze kosten binnen de bestaande begroting, dus dit vraagt om een verhoging van de gemeentelijke bijdrage.

3.5

Post Moerdijk Haven

In 2020 heeft het Algemeen Bestuur ons de opdracht gegeven tot een strategische verkenning met bijbehorend advies over de toekomst van Post Moerdijk Haven (PMH), rekening houdend met de diverse rollen die de veiligheidsregio heeft. Na diverse uitwerkingen met steeds meer verdiepende vragen leidde dit in december 2022 tot een hernieuwde

VRMWB | Kaderbrief 2026

3.6

Duurzaamheid

Wij verduurzamen onze bedrijfsvoering stapsgewijs vanuit de ambities die we in 2023 bepaalden op de vier thema’s ‘Klimaat’, ‘Circulariteit’, ‘Mens’ en ‘Samenwerking’. Net als de Rijksoverheid en onze gemeenten investeren we in CO2-reductie en zetten we stappen om onze bedrijfsvoering circulair te maken richting 2050. Veiligheidsregio’s werken op deze thema’s ook steeds meer landelijk samen. Voor CO2-reductie is als

14

VRMWB | Titel

ambitie bepaald om in 2030 een CO2-reductie ten opzichte van 2022 met 55 % te realiseren. In ons stappenplan tot 2030 speelt de verduurzaming van onze zware voertuigen een belangrijke rol. In 2024 is een intern onderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt dat er bij onze volgende aanbesteding van tankautospuiten in 2027 geen hybride/emissievrije tankautospuiten beschikbaar komen vanuit de markt. Een substantiële CO2-reductie is dan te behalen door HVO100 biobrandstof als alternatief voor diesel in onze zware voertuigen te gaan gebruiken. HVO100 is een plantaardige olie die bewerkt wordt tot een brandstof die in dieselvoertuigen kan. Voor een aantal voertuigen is daar nog wel een kleine technische aanpassing voor nodig. HVO100 Is essentieel om een stap te kunnen zetten om onze totale CO2-voetafdruk per jaar met circa 600 ton (20 %) te reduceren.

2

medewerkers de bezwarende brandweerfunctie niet langer dan 20 jaar vervullen. Het is een gezamenlijke inspanning van werkgever en werknemer om invulling te geven aan een tweede loopbaan die de werknemer na maximaal 20 jaar kan gaan vervullen binnen of buiten de veiligheidsregio. Doelstelling is dat brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen en daarna nog een goed kwalitatief leven kunnen leiden. In een notitie aan het Dagelijks Bestuur d.d. 28-09-2022 is aangegeven dat de kosten ca. € 180k (voorbereiding en begeleiding) en € 387k (uitvoering) bedragen. Dekking van deze kosten wordt tot op heden gevonden in onze eigen begroting. De collega’s die vóór 1-1-2006 in dienst zijn getreden, hebben nog wel recht op FLO. De kosten voor FLO worden doorberekend aan de gemeenten Bergen op Zoom, Breda, Roosendaal en Tilburg.

3.8 De brandstofkosten voor het vervangen van onze circa 350.000 liter diesel door HVO100 zou jaarlijks structureel circa € 110k extra kosten. Als we deze maatregel gefaseerd invoeren en eerst zouden beginnen voor de zware voertuigen van de beroepsposten dan bedraagt dit ongeveer de helft hiervan. Vanwege de huidige financiële situatie is het voorstel om invoering van HVO100 niet al per 2026 te doen maar vanaf 2027, waarmee wij vóór 2030 onze wettelijke bijdrage CO2-reductie kunnen realiseren. We zien geen mogelijkheden tot structurele dekking van deze kosten binnen de bestaande begroting, dus dit vraagt vanaf 2027 om een verhoging van de gemeentelijke bijdrage.

3.7

Tweede loopbaanbeleid

Specialisme Duiken

Afgelopen jaren zijn de kosten voor het opleiden, oefenen en periodieke profchecks van duikers en duikploegleiders gestegen, onder meer vanwege nieuwe Arbowetgeving per 1 januari 2025 die onder meer vraagt om persoonsregistratie van medewerkers in onze duikploegen. Duikploegleiders dienen bijvoorbeeld apart examen af te leggen voor de functies van ‘duikploegleider’ en ‘duik-medisch begeleider’. Duik-medisch begeleiders leggen onder de nieuwe wetgeving tweejaarlijks examen af voor blijvende registratie. De hogere kosten van € 59k zijn gedekt binnen onze eigen begroting. Toekomstige ontwikkeling van het specialisme Duiken nemen we mee in het Masterplan Brandweerzorg, omdat daarin alle specialismen tegen het licht worden gehouden.

Sinds 2006 is het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) voor brandweermensen afgeschaft. Vanaf 1-1-2006 mogen nieuwe

VRMWB | Kaderbrief 2026

15

VRMWB | Titel

3.9

Informatieveiligheid

Vanuit het landelijke versnellingsplan Informatieveiligheid wordt in opdracht van het Veiligheidsberaad de cyberweerbaarheid van de Veiligheidsregio’s en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) versterkt. We versterken informatieveiligheid in onze veiligheidsregio op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) die standaard verplicht is voor overheidsorganisaties. De eisen aan overheidsorganisaties voor informatieveiligheid en transparantie worden groter en die nemen verder toe als (onderdelen van) de veiligheidsregio's moeten voldoen aan de eisen voor vitale sectoren. Door aangescherpte wettelijke regelgeving worden nog hogere eisen gesteld aan ons beveiligingsniveau (BIO2, Network Information Security 2 (NIS2)). Naast bewustwording (awareness) vraagt dit ook om de modernisering van (netwerk)beveiliging. Hiervoor zijn structureel aanvullende investeringen nodig. Deze eisen om de informatiebeveiliging naar een hoger volwassenheidsniveau te brengen, sluit aan bij het Landelijke Versnellingsplan Informatieveiligheid (NIPV, 2021) en de aanbevelingen uit het Cybersecuritybeeld Nederland 2024 (NCTV, 2024). Voor de uitvoering van deze taken dient de formatie van informatie beveiliging functionarissen structureel te worden verhoogd. We krijgen met ingang van 2026 te maken met een jaarlijkse kostenstijging van €100k.

We stellen voor om deze extra jaarlijkse kosten structureel in de begroting op te nemen door middel van een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Daarnaast is de verwachting dat de Eerste Kamer in het eerste kwartaal van 2025 een besluit neemt over vitaalbeoordeling van de sector Openbare orde en veiligheid (OOV). We verwachten dat een aantal processen van de veiligheidsregio als vitaal worden aangemerkt. Dit

VRMWB | Kaderbrief 2026

2

betekent dat de veiligheidsregio’s met de inzet van brandweer en crisisprocessen door de rijksoverheid worden aangemerkt als partijen waarvan de continuïteit van vitaal belang is voor de Nederlandse samenleving. Hiervoor wordt in 2025 samen met het ministerie een actieprogramma uitgewerkt inclusief benodigde investeringen. De financiële effecten hiervan voor onze organisatie zijn op dit moment nog niet duidelijk.

3.10 Capaciteit inspecteurs Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) Binnen onze regio hebben we te maken met een forse groei van het aantal risicovolle bedrijven. Deze bedrijven vallen onder het zgn. Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) en zijn aangewezen op basis van de hoeveelheid en soort gevaarlijke stoffen die worden gebruikt. Door de groei van het aantal bedrijven staat de capaciteit van de inspecteurs onder druk. De verwachting is dat er de komende vier jaar zich nog zeventien risicovolle bedrijven vestigen in de provincie Noord-Brabant, waarvan tien in de regio Midden- en West- Brabant. Daarnaast is er sprake van gewijzigde regelgeving rondom zogenaamde Arie-plichtige inrichtingen (Arie: regeling voor Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie), waardoor het aantal bedrijven dat in aanmerking komt voor het doorlopen van een Aanwijstraject voor een bedrijfsbrandweer (art. 31 Wvr) vanaf 2023 is toegenomen. Deze toename is op het moment dat er zich binnen het samenwerkingsverband NoordBrabant al een veertigtal Arie-bedrijven bevinden waarvoor nog geen aanwijstraject is gestart, vanwege de druk op de capaciteit. Naar verwachting komen daar met de wijziging in regelgeving nog tien Arieplichtige inrichtingen bij. Vooralsnog vangen we het eerste deel van deze 16

VRMWB | Titel

groei op door niet meer bij alle gezamenlijke Seveso-controles aanwezig te zijn, zoals medegedeeld in het Algemeen Bestuur op 4-7-2024. De totale impact van deze toename bepalen we in het onderzoek naar de Risicobeheersingstaken in 2025, als onderdeel van de financiële uitdagingen.

3.11 Evaluatie structuur Brandweerzorg - span of control Bij de reorganisatie in 2020 is besloten om de taken voor brandweerzorg te verrichten in drie geografische districten onder leiding van een districtsmanager en een hoofd brandweerzorg. We constateren dat de span of control voor hoofd brandweerzorg groot is. Als tijdelijke oplossing hebben we ervoor gekozen om 3 extra fte aan te stellen voor de functie van Adviseur Brandweerzorg. Deze kosten worden nu tijdelijk gedekt uit de strategische BDuR reserve. We hebben een onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat de huidige span of control te groot is. We besluiten nog over een oplossing hiervoor.

3.12 Landelijke PTSS-regeling Dit jaar is een toolbox ontwikkeld voor preventieve maatregelen ter voorkoming van PTSS die voor alle veiligheidsregio’s beschikbaar is. Daarnaast wordt (landelijke) besluitvorming over een conceptregeling voor erkenning en aanspraken PTSS voorbereid die vervolgens met de vakbonden wordt afgestemd. De verwachting is dat medio 2025 definitieve besluitvorming plaatsvindt. Deze regeling vormt de basis voor een landelijk uniforme manier van omgaan met (oud)collega's die gediagnosticeerd zijn met PTSS. In de regeling zijn verschillende vormen van financiële hulp opgenomen. De kosten van deze financiële hulp komt

VRMWB | Kaderbrief 2026

2

ten laste van de individuele veiligheidsregio’s. Er wordt landelijk nog gesproken om de systeemkosten (onafhankelijke landelijke commissie voor toetsing causaliteit) niet ten laste te laten vallen van de individuele veiligheidsregio's. Hoewel er geen registratie wordt bijgehouden van (oud)collega's met deze klachten, is er op basis van ervaring met personele casuïstiek in de afgelopen jaren wel enig inzicht. De kosten die de regeling met zich meebrengt is lastig te schatten. Er is namelijk geen inzicht in de casuïstiek buiten het zicht van de veiligheidsregio. Na de vaststelling van de regeling in 2025 en (oud)collega’s die zich melden voor een aanspraak op de regeling, kunnen we een inschatting maken van de meerjarige kosten.

3.13 Safety Village en opleidingscapaciteit Door een hoger verloop van personeel weten we dat de komende jaren meer geïnvesteerd moet worden in de werving en selectie en het opleiden van vrijwilligers en beroepsmedewerkers. Dit legt een grotere druk op de ondersteunende diensten, maar ook op ons opleidings- en trainingscentrum Safety Village en leidt tot capaciteitsproblemen. Hiervoor wordt samen met partners naar oplossingen gezocht. We passen een strategische personeelsplanning toe om meer specifiek in beeld te krijgen wat de opleidingsbehoefte voor de komende jaren wordt. Duidelijk is in ieder geval dat om de paraatheid op peil te houden structureel twee extra manschapklassen opgeleid moeten worden wat €150k per jaar kost. Ook andere opleidingen als voertuigbediener en bevelvoerder moeten in de nabije toekomst frequenter aangeboden worden. Daarnaast bereiden we keuzes voor over de toekomst van Safety Village. Enerzijds om de capaciteit te kunnen vergroten voor zowel Vakbekwaam Worden als Vakbekwaam Blijven en beter tegemoet te kunnen komen aan de flexibiliteit die in de toekomst nodig is om onze brandweermensen op te

17

VRMWB | Titel

kunnen blijven leiden en vakbekwaam te houden. Anderzijds is het noodzakelijk omdat de vergunning die in 2020 is verleend voor de tijdelijke kantoorhuisvesting begin 2029 verloopt, de huidige watervoorziening ontoereikend is om de nieuwe landelijke blustechnieken goed te kunnen beoefenen en de stalling van de voertuigen aanpassingen behoeft. Daarnaast worden douche- en omkleedfaciliteiten aangepast vanwege Arbo-eisen voor schoon en veilig werken. Om deze keuzes te maken volgt er in 2025 een business case, waarin de mogelijkheden, vergunbaarheid, kosten en de wijze van financieren in beeld worden gebracht.

3.14 Gebiedsontwikkeling Verschillende stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen in onze gemeenten hebben impact op de manier waarop brandweerzorg ook in de toekomst gewaarborgd kan blijven. CrossMark is bijvoorbeeld de grootste gebiedsontwikkeling binnen de gemeente Breda en staat voor de groei van de stad Breda over de rivier de Mark. We zijn vroegtijdig bij deze ontwikkeling betrokken. Meer concreet onderzoeken we op dit moment de gevolgen van de stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen nu en in de toekomst in Tilburg voor brandweerzorg aldaar. Daarbij wordt onder andere gekeken naar locaties in Tilburg voor de brandweer. Aangezien er veel technische, facilitaire en logistieke (TFL) werkzaamheden voor de gehele regio worden uitgevoerd op Post Tilburg Centrum (autowerkplaatsen, logistiek etc.) moet er bij de keuze van (een) nieuwe of aangepaste locatie(s) rekening gehouden worden met verhuizing van deze werkplaatsen. De kosten hiervan zijn afhankelijk van de gemaakte locatiekeuzes en gekozen

VRMWB | Kaderbrief 2026

2

brandweerzorgconcepten. Zowel de kosten als de wijze van financiering brengen we in kaart.

3.15 Meldkamer De visie op de meldkamerfunctie van de veiligheidsregio 2030 van de RCDV schetst een aantal grote veranderingen. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen bieden nieuwe kansen voor de meldkamerfuncties van veiligheidsregio’s, zoals het gebruik van drones en spraak-naar-tekst systemen. Informatievoorziening wordt de spil van het werk in de meldkamerfunctie, ondersteund door informatiespecialisten in het operationeel centrum veiligheidsregio. Zij krijgen toegang tot realtime data uit diverse bronnen en koppelen die aan incidenten en het veiligheidsbeeld. Landelijke ontwikkelingen in het meldkamerdomein op het gebied van informatievoorziening zijn onder meer opvolging van C2000 als missiekritische communicatie voor de hulpdiensten door VMX en vervanging van deelfunctionaliteiten in het Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS) door het Adaptief Basis Systeem (ABS). Voor deze landelijke ontwikkelingen kunnen we nog niet bepalen wat het concreet betekent aan inzet middelen en capaciteit.

3.16 Taakverandering door Omgevingswet De Omgevingswet brengt voor de veiligheidsregio’s een intensieve taakverandering mee op het gebied van risicobeheersing. Er zijn nieuwe kwaliteiten en producten nodig en een andere wijze van advisering van risicobeheersing aan gemeenten. Hiervoor is meer capaciteit nodig, vooralsnog is dit berekend op drie fte extra en € 240k.

18

VRMWB | Titel

2

We verwachten dat gemeenten voor de extra structurele kosten worden gecompenseerd door het Rijk. Daar is echter nog geen duidelijkheid over. Met het onderzoek naar de Risicobeheersingstaken in 2025 als onderdeel van de financiële uitdagingen brengen we de inhoudelijke, personele en financiële effecten in kaart.

3.17 Overzicht Tabel 6 toont een overzicht van de beleidsmatige ontwikkelingen met hun financiële impact in 2026 en verder, voor zover nu bekend.

VRMWB | Kaderbrief 2026

19

VRMWB | Titel

2

Tabel 6 Overzicht beleidsmatige ontwikkelingen en hun financiële gevolgen Beleidsmatige ontwikkeling

Lasten

Toelichting

Dekking vanuit jaarresultaat ’24 of onttrekking uit algemeen reserve

Financiering beroepsbezetting vanwege Europese wet- en regelgeving en roosterfactor (3.3)

€ 465k

Incidenteel

Verhoging gemeentelijke bijdrage 2026

Energiekosten (3.4)

€ 326k

Structureel

Informatieveiligheid (3.9) - BIO 2.0, Nis2 en AVG, - Aanwijzing vitaal

€ 100k nb

Structureel nb

Tweede loopbaanbeleid 24-uurs beroepsbrandweermedewerkers (3.7)

€ 180k € 387k

Incidenteel, in 2026 Structureel, vanaf 2026

Specialisme Duiken (3.8)

€ 59k

Structureel, vanaf 2026

Capaciteit inspecteurs Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) (3.10)

nb

Post Moerdijk Haven (3.5)

€ 893k

Structureel vanaf 2029

Duurzaamheid (3.6)

€ 110k

nb

Geopolitieke spanning (3.1)

nb

nb

Klimaatverandering (3.2)

nb

nb

Evaluatie structuur Brandweerzorg - span of control (3.11)

nb

nb

Landelijke PTSS-regeling (3.12)

nb

nb

Safety Village en opleidingscapaciteit (3.13)

nb

nb

Gebiedsontwikkeling (3.14)

nb

nb

Meldkamer (3.15)

nb

Nb

Taakverandering door Omgevingswet (3.16)

nb

Nb

Dekking binnen eigen begroting

Financiële gevolgen 2027 en verder

Financiële gevolgen nader te bepalen

VRMWB | Kaderbrief 2026

20

VRMWB | Titel

2

Bijlagen

VRMWB | Kaderbrief 2026

21

VRMWB | Titel

1.

2

Notitie Financiële uitdagingen VRMWB

1. Financiële ontwikkelingen binnen gemeenten en Rijk 1.1. Aanleiding Bij veel van onze gemeenten is onzekerheid over de financiële plannen van het Rijk. Het is nog onduidelijk het kabinet van plan is met de geplande bezuinigingen. Verwacht wordt dat gemeenten vanaf 2026 gekort worden op de algemene uitkering gemeentefonds, wat wordt aangeduid als het “ravijnjaar”. Onze analyse toont aan dat de regiogemeenten vanaf 2026 een gemiddelde daling van 6% in de algemene uitkering verwachten. Naast de korting op het gemeentefonds heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid het Veiligheidsberaad geïnformeerd over een belangrijke passage in het Hoofdlijnenakkoord betreffende de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Deze passage heeft directe gevolgen voor de financiering van de veiligheidsregio’s en daarmee voor de uitvoering van onze taken. Dit aandachtspunt komt voort uit de budgettaire bijlage bij het Hoofdlijnenakkoord, waar bij punt 29 wordt vermeld: “Overheveling specifieke uitkeringen naar het gemeentefonds. Het aantal specifieke uitkeringen is sinds 2018 fors gestegen. Gemeenten en provincies geven aan dat specifieke uitkeringen hen beperkt in autonomie. Dit vanwege de strikte en gedetailleerde eisen die vanuit het Rijk worden gesteld aan de besteding van de gelden uit een specifieke uitkering.

Daarnaast kennen deze uitkeringen zware administratieve- en controlelasten. Met deze maatregel worden specifieke uitkeringen overgeheveld naar het Gemeente- of Provinciefonds met een budgetkorting van 10 procent.” Voor de veiligheidsregio’s is het onduidelijk wat de financiële consequenties van het hoofdlijnenakkoord zijn. Uit de Rijksbegroting 2024 blijkt dat de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) technisch onder de Specifieke Uitkeringen (SPUK) valt. Zonder landelijke interventie vervalt de BDuR volgens het Hoofdlijnenakkoord met de begroting van 2025 (Prinsjesdag) per 2026 en wordt deze met een korting van 10% overgeheveld naar het gemeentefonds. Dit betekent dat de veiligheidsregio’s vanaf 2026 volledig via het gemeentefonds worden gefinancierd. Deze financieringswijze sluit niet meer aan bij het huidige stelsel van brandweerzorg en crisisbeheersing, dat uitgaat van hybride financiering (artikel 55 Wet veiligheidsregio’s). Bovendien leidt een bezuiniging van 10% op de BDuR tot een landelijke afname van structureel € 29 miljoen. Voor onze veiligheidsregio betekent dit een bezuiniging van minimaal € 1,5 mln. vanaf 2026. Deze bezuiniging vormt ook een schending van de afspraken die in augustus 2022 zijn gemaakt tussen de minister van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad.

Deze afspraken gingen over een structurele verhoging van € 83 miljoen in de BDuR-gelden vanaf 2023. Het Veiligheidsberaad (VB) heeft een brandbrief (brief d.d. 18-07-2024 VB aan minister) over deze korting naar de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) gestuurd en de voorzitter van het VB is in gesprek met de minister over deze korting en overheveling. In deze notitie wordt er vooralsnog van uitgegaan dat deze besparing opgelegd gaat worden, we verwachten uiterlijk op Prinsjesdag meer duidelijkheid te hebben of het doorgaat. Om deze financiële druk het hoofd te bieden, is het noodzakelijk om gezamenlijk een toekomstgerichte koers uit te zetten. Het Algemeen Bestuur heeft de bestuurlijke commissie, die ook de eerdere takendiscussie heeft geleid, gevraagd om samen met de directie van de Veiligheidsregio MWB de gevolgen van de financiële ontwikkelingen vanaf 2026 te onderzoeken. De bestuurlijke

VRMWB | Kaderbrief 2026

22

VRMWB | Titel

2

commissie bestaat uit de burgemeesters Depla, Lichtenberg, Van Stappershoef, Buijs en Adriaansen. Deze commissie werkt, op basis van het eerder uitgevoerde takenonderzoek (2021/2022) ‘Tijd voor reflectie’, (nieuwe) uitgangspunten en criteria uit en legt deze ter besluitvorming voor aan het bestuur zodat afwegingen gemaakt kunnen worden als input voor de kaderbrief 2026. 2. Vertrekpunt 2.1. Parate veiligheidsregio, klaar voor actuele uitdagingen In 2021/2022 heeft de veiligheidsregio een traject doorlopen om extra besparingsmogelijkheden te identificeren. Dit kwam boven op de reeds gerealiseerde structurele bezuiniging van 2,5% vanaf 2021 (1,7 miljoen euro). Via een takendiscussie zijn hiervoor extra voorstellen gedaan. Voor de verschillende domeinen binnen de organisatie zijn verkenningen uitgevoerd naar taken en diensten die mogelijk anders, minder of niet meer uitgevoerd hoefden te worden, wat tot besparingen kan leiden. Adviesbureau Berenschot heeft voor dit traject een benchmark uitgevoerd, waarin onze veiligheidsregio met 13 andere veiligheidsregio’s is vergeleken. Dit is gedaan op basis van Begroting 2021 met als resultaat dat we qua kosten en personeel op bijna alle onderdelen op of onder het gemiddelde zit van de veiligheidsregio's.

Onder leiding van een bestuurlijke commissie is in het rapport ‘Tijd voor reflectie’ op rollen, taken, kernkwaliteiten en mogelijke besparingen een vijftal profielen beschreven vanuit de vraag ´Wat voor veiligheidsregio willen wij zijn?’. Elk profiel is voorzien van een takenpakket en mogelijke besparingen zijn in kaart gebracht. Naast de financiële impact is ook gekeken naar de maatschappelijke gevolgen en de effecten op de (fysieke) veiligheid. De gevolgen voor de organisatie en mogelijke afwijkingen van bestaande normen en richtlijnen zijn eveneens gewogen. Aan de hand van het rapport heeft het bestuur een discussie gevoerd over de rollen en taken van Veiligheidsregio MWB, wat in mei 2022 heeft geleid tot de keuze voor: ‘‘Profiel 4: adequate en parate veiligheidsregio, klaar voor actuele uitdagingen’.’. Profiel 4: adequate en parate veiligheidsregio klaar voor actuele uitdagingen Deze veiligheidsregio gaat door op de ingeslagen weg van nu, waarbij fysieke veiligheid en de klassieke incidenten niet meer het enige aandachtsveld zijn. De veiligheidsregio heeft ook tot taak om bij een aantal andersoortige gebeurtenissen en ontwikkelingen een rol te nemen. Deze kan coördinerend zijn, regisserend, ondersteunend of soms zelfs leidend. Voorbeelden: crisisopvang vluchtelingen, de vuurwerkproblematiek, boerenprotesten, afstemming Vuelta en uiteraard de coronacrisis.

Dit zijn niet alleen voorbeelden van fysieke veiligheidsvraagstukken, maar ook maatschappelijke veiligheidsvraagstukken en -opgaven met (fysieke) veiligheidseffecten. Gebeurtenissen en ontwikkelingen, waarbij het voorkomen en bestrijden van maatschappelijke ontwrichting en het bewaken en herstellen van de maatschappelijke continuïteit aan de orde zijn. Ook de bestuurlijke ondersteuning van de districtelijke overleggen valt hier onder. De bevolkingszorg wordt tot nadere besluitvorming door de gemeenten zelf districtelijk georganiseerd. Door te kiezen voor profiel 4 is de ingeslagen bestuurlijke lijn gecontinueerd van een veiligheidsregio die inzetbaar is op het gebied van fysieke en maatschappelijke veiligheidsvraagstukken en zijn we in staat nieuwe crises aan te kunnen. Dit profiel is samen met de actualisatie van het regionaal risicoprofiel, het regionaal crisisplan, het dekkingsplan en rampenbestrijdingsplannen verwerkt in het meerjaren Beleidsplan 2023-2027, wat na een uitgebreide zienswijze bij alle 24 gemeenteraden, is vastgesteld in de vergadering van het AB van 13 juli 2023. In navolging op de structurele besparing van 2,5% in 2021 (1,7 mln), is een extra structurele besparing van € 443.000,- verwerkt vanaf de begroting 2023.

VRMWB | Kaderbrief 2026

23

VRMWB | Titel

2

2.2. Financiering veiligheidsregio’s De veiligheidsregio’s worden grotendeels (voor circa 85%) uit het gemeentefonds door de gemeenten gefinancierd. Dit komt doordat veiligheidsregio’s functioneren als verlengd lokaal bestuur en een groot aantal gemeentelijke taken uitvoeren op het gebied van brandweer en crisisbeheersing. Ook voeren zij een aantal regionale taken uit die gemeenten gezamenlijk financieren, denk bijvoorbeeld aan de meldkamer en het gezamenlijk opstellen van een regionaal crisisplan. Voor onze regio is de totale bijdrage in 2025 van de gemeenten ca. € 81,6 miljoen. De veiligheidsregio’s krijgen daarnaast geld van de Rijksoverheid om hun taken uit te voeren. Dit betreft de zogenaamde Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). De minister van Justitie en Veiligheid verwacht dat de veiligheidsregio's een aantal bovenregionale en landelijke taken oppakt. Om de hoogte van de bijdrage vast te stellen wordt onder andere gekeken naar het risicoprofiel van een regio. Voor ons is de bijdrage vanaf 2025 € 15,2 miljoen. Met ingang van 2023 heeft de Rijksoverheid ten behoeve van de versterking van de landelijke inzet op crisisbeheersing extra middelen beschikbaar gesteld voor de veiligheidsregio’s.

Hiermee moet de bovenregionale en landelijke samenwerking beter georganiseerd en geborgd worden, maar moeten de veiligheidsregio’s vooral op regionaal niveau kwalitatief en kwantitatief robuuster worden georganiseerd. In een landelijk bestuursakkoord is vastgesteld dat er vanaf 2023 structureel € 83 miljoen wordt toegevoegd aan de Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) voor veiligheidsregio's. Deze aanvulling wordt in vier jaar opgebouwd, startend vanaf 2023 (€1,88 miljoen voor VRMWB). In 2024 is de bijdrage opgelopen naar € 2,3 miljoen. 2.3. Begroting VRMWB Onze begroting bedraagt in 2024 ruim 100 miljoen euro. Om een beeld te krijgen waar dit budget aan wordt besteed is onderstaande overzicht opgesteld:

VRMWB | Kaderbrief 2026

24

VRMWB | Titel

2

2.4. Financiële context 2022 – 2024 Onze begroting is de afgelopen jaren stabiel en sluitend geweest, met elk jaar een positief resultaat. Deze positieve resultaten zijn voornamelijk te danken aan incidentele overschotten. De oorzaken hiervan variëren, maar zijn met name gerelateerd aan kosten voor de GHOR, opleiden en oefenen, lonen en vrijwilligers. Intern onderzoek toont aan dat deze incidentele resultaten niet als structureel kunnen worden beschouwd. Bovendien zien we dat de resultaten elk jaar kleiner worden (in 2022 en 2023 was dit respectievelijk 1% en 0,8% van de begroting), waardoor we steeds strakker aan de wind moeten zeilen. Dit jaar verwachten we een begrotingstekort van ongeveer € 760.000 (Burap 2024). Dankzij de positieve resultaten vangen we tot op heden een aantal structurele ontwikkelingen incidenteel op binnen onze eigen begroting. Een structurele dekking ontbreekt nog. Voorbeelden hiervan zijn: • De afgelopen jaren zijn wereldwijd de energiekosten sterk gestegen. Ondanks energiebesparende maatregelen zijn onze kosten bijna verdubbeld. Dit betekent voor ons een jaarlijkse toename van deze kosten met ca € 800k. • Als gevolg van stijgende materiaal- en loonkosten bij onze leveranciers zijn onderhoudskosten van voertuigen en gebouwen gestegen met ca € 530k.

• Als gevolg van hogere huur, energie- en vervoerskosten zijn de kosten voor de Risk Factory ca € 200k hoger dan verwacht. • Kosten op de voorbereiding en begeleiding van tweede loopbaanbeleid en extra kosten opleiding en werving ca € 180k (DB notitie 28-09-2022). • Met de reorganisatie (2020) is besloten om de taken voor brandweerzorg te verrichten in drie geografische districten onder leiding van een districtsmanager en een hoofd brandweerzorg. We constateren dat de span of control voor hoofd brandweerzorg groot is. Als tijdelijke oplossing hebben we ervoor gekozen om 3 extra fte aan te stellen voor de functie van adviseur brandweerzorg, wat ongeveer € 300.000 kost. Deze kosten worden gedekt uit de strategische BDuR reserve. Momenteel doen we onderzoek naar een structurele oplossing. • Voor de implementatie van de Omgevingswet was het noodzakelijke om uitvoeringscapaciteit (3 fte) om te vormen naar inzet op gebied van omgevingsvisies, accounthouderschap, risico-inventarisatie en informatiesturing. Vanuit het rijk zouden de gemeenten voor de Omgevingswet worden gecompenseerd waarbij dit deel zou moeten doorvloeien naar de Veiligheidsregio. In het onderzoek naar de RB-taken zullen de extra kosten hiervoor, ca € 240k, die vooralsnog zijn opgevangen door intern te schuiven met taken, worden meegenomen.

• Kostenverhoging vanwege de stijging CAO ca € 544k en prijsverhogingen voor (gezamenlijke) producten en ondersteuning NIPV ca € 100k (13%). 3. Toekomstige ontwikkelingen en risico’s 3.1. Beleidsmatige ontwikkelingen en risico’s In de Kaderbrief VRMWB 2025 zijn ontwikkelingen en risico’s beschreven die stevige financiële consequenties hebben en ongelukkigerwijs samenvallen met de opdracht om naar besparingen te kijken. Het betreft onder andere: A. B. C. D. E. F.

De transformatie van de Post Moerdijk Haven naar een overheidsbrandweerpost. De blijvende onzekerheid over de landelijke financiering van de gevolgen van de Europese wet- en regelgeving t.a.v. de structurele inzet van vrijwilligers op beroepsformatieplaatsen. Tweede loopbaanbeleid 24-uurs beroepsbrandweermedewerkers. Preventie mentaal en fysiek verzuim. Capaciteit inspecteurs BRZO onder druk. Informatieveiligheid.

VRMWB | Kaderbrief 2026

25

VRMWB | Titel

2

Ad. A Post Moerdijk Haven In 2022 heeft het Algemeen Bestuur een voorkeursbesluit genomen waarin gesteld is dat Post Moerdijk Haven (PMH) over vijf jaar stopt met haar bedrijfsbrandweerzorgtaken en verder gaat als 24/7 beroepsoverheidsbrandweerpost, met het specialisme industriële brandbestrijding. De tussenliggende vijf jaren worden gebruikt voor de uitwerking hiervan. Inmiddels ligt er een advies voor het bestuur (DB september 2024), inclusief de extra kosten van ca. € 900k vanaf 2027. Ad. B Europese Wet- en Regelgeving Eveneens is eind 2022 besloten om in afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving te kiezen voor een tijdelijke oplossing om de repressieve sterkte van de brandweer op orde te krijgen. Dit door middel van het structureel kazerneren van vrijwilligers om te voorzien in de ophoging van de formatie in Markiezaten van 48 tot 52 plekken, naast de inzet van dagdienst medewerkers met een repressieve achtergrond. Het voordeel van deze keuze is dat kazerneren van vrijwilligers de goedkoopste oplossing is. In plaats van de ruim € 1 miljoen euro kost dit jaarlijks ca. € 465.000. Het bestuur heeft in 2022 besloten om in afwachting van landelijke besluitvorming tijdelijk te kiezen voor deze optie. Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 is de inwonerbijdrage hiervoor verhoogd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15537918/1