Bijlage 4 Bundeling kaderbrieven GR-en 2024
Tekst van het document
Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 In de Kamerbrief wordt aandacht besteed aan het Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0, een model dat door de ambulancesector zelf ontwikkeld is en dat is opgebouwd uit 26 indicatoren om de kwaliteit van de geboden ambulancezorg breed te kunnen meten. Tijdigheid is hiervan slechts een onderdeel en niet langer de enige gehanteerde prestatienorm. Een aantal van de 26 indicatoren wordt inmiddels landelijk gemeten, uitgevraagd en gebenchmarkt. In de loop van de komende jaren zullen stapsgewijs meerdere indicatoren worden geoperationaliseerd. In de begroting 2024 zullen de verschillende aspecten van het kwaliteitskader Ambulancezorg worden belicht. Rapportage zal zoveel mogelijk conform het model plaatsvinden.
KADERBRIEF Begroting 2024 RAV Brabant Midden-West-Noord
Inleiding In het afgelopen jaar is er een voorzichtige start gemaakt met ‘terug naar normaal’ na de COVID-pandemie. COVID is nog op de achtergrond, maar niet meer allesoverheersend aanwezig. Onze medewerkers hebben zich in de COVID-tijd tot het uiterste ingezet om het kwaliteitsniveau dat patiënten van ons gewend zijn te blijven leveren. We zijn er trots op dat dit gelukt is, maar we zien ook de gevolgen van de crisistijd. Niet alleen bij de collegae die nog kampen met Long Covid klachten, maar ook bij anderen. De komende tijd zal veel aandacht worden besteed aan het welzijn van onze mensen en proberen we hen als werkgever een fantastische werkplek te bieden.
1
Onze toekomstvisie Een positieve constatering is dat de toekomstvisie van onze RAV, zoals vastgelegd in ons Meerjarenplan 2022-2025, nog steeds aansluit bij de huidige landelijke ontwikkelingen rondom o.a. zorgdifferentiatie en zorgcoördinatie. Wij leveren naast reguliere spoedzorg ook zorg op maat, door de inzet van onze verpleegkundig specialisten in het primaire proces, en door onze divisie Laag- en Middencomplexe ambulancezorg (LMC). Wij verkenden de mogelijkheden van zorgcoördinatie tijdens de pilot ‘Zorgcoördinatie in de Bossche regio’. Daarnaast zoeken wij actief de verbinding met onze ketenpartners voor het optimaliseren van de zorg en het oplossen van knelpunten, bijvoorbeeld met de ziekenhuizen op het gebied van werving en opleiding van verpleegkundigen en de mogelijkheden van inzet in duobanen. Wat mag de patiënt van ons verwachten? De RAV Brabant Midden-West-Noord stelt de patiënt centraal: optimale waardecreatie voor de patiënt is ons streven. We leveren mobiele zorg: de juiste ambulancezorg, op het juiste moment, op de juiste plaats en door de juiste hulpverlener. Dit betekent dat we de patiënt naar de zorg brengen, óf de zorg naar de patiënt. Door zorg- en functiedifferentiatie is deze zorg steeds beter afgestemd op de vraag van de patiënt.
Daarbij werken we ook steeds nauwer en beter samen met onze ketenpartners: samen kunnen we ervoor zorgen dat de patiënt precies die zorg krijgt die hij nodig heeft. Zorgcoördinatie is daarbij onze stip op de horizon. Zorgcoördinatie De minister van VWS heeft in de Kamerbrief Toekomstbestendige Acute Zorg het zeer ambitieuze streven geuit dat de regie van de acute zorg vanaf 1 juli 2023 wordt overgenomen door regionale zorgcoördinatiecentra. Op het moment van publicatie van deze kaderbrief hebben betrokken zorg- en
KADERBRIEF Begroting 2024 RAV Brabant Midden-West-Noord
Nieuwe urgentie-indeling spoedvervoer Wij vinden het een positieve ontwikkeling dat de eenzijdige focus op de niet-medisch relevante aanrijtijden langzaamaan verdwijnt en wordt vervangen door een bredere manier van kwaliteitsmeting. Een ontwikkeling die hierop aansluit is de nieuwe urgentie-indeling die naar verwachting in de loop van 2023 zal worden ingevoerd. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus en onderscheidt niet alleen spoedeisende en niet-spoedeisende ambulancezorg, maar ook meldkamerzorg. Het doel van de nieuwe urgentie-indeling is om in geval van echte spoed, in levensbedreigende situaties waarin tijd er echt toe doet, sneller bij de patiënt te zijn en in gevallen waarin dat mogelijk is, iets meer tijd te nemen voor de triage, zodat de patiënt direct op de juiste plek terecht komt en de best passende zorg krijgt. Met behulp van de nieuwe urgentie-indeling is de RAV Brabant MWN beter in staat de juiste zorg op de juiste plaats te realiseren.
2
brancheorganisaties, waaronder Ambulancezorg Nederland (AZN), hun advies uitgebracht aan VWS. VWS heeft aan 5 koepelorganisaties, waaronder Ambulancezorg Nederland, gevraagd met een verdere uitwerking en voorstellen te komen. Daaraan wordt hard gewerkt. Verwacht wordt dat na deze voorstellen vanuit VWS nadere standpunten en kaders gesteld zullen worden aan het einde van Q1 2023
De structurele evaluatie van zorg met de ketenpartners was lange tijd niet mogelijk vanwege privacybeperkingen (AVG). Inmiddels is er wettelijk gezien ruimte ontstaan om voor dit doel wederzijds patiëntgegevens uit te wisselen en is de evaluatie weer opgepakt. Een belangrijke ontwikkeling, omdat een volledige evaluatie alleen plaats kan vinden als alle schakels in de acute zorgketen hierbij betrokken worden. De RAV Brabant MWN werkt met digitale feedback op het ritformulier met de ziekenhuizen en er zijn op vastgestelde momenten in het jaar gezamenlijke casuïstiekbesprekingen. Zorgdifferentiatie Om ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt, biedt de RAV Brabant Midden-West-Noord ook in 2024 een breed aanbod in ambulancezorg, waarbij de patiënt wordt vervoerd of ter plaatse geholpen wordt. In het vervoersegment verzorgen wij middencomplex planbaar vervoer en (hoogcomplex) spoedvervoer. In de ambulancezorg ter plaatse zijn, naast de standaardzorg door reguliere ambulanceteams, inmiddels meer mogelijkheden in behandeling en diagnosestelling door de inzet van verpleegkundig specialisten en physician assistents in ons primaire proces. Daarnaast zal zorgadvies door de verpleegkundigen vanuit de meldkamer ambulancezorg een prominentere plaats krijgen.
Evaluatie van Zorg met de zorgverlener De RAV Brabant MWN spant zich in om de kwaliteit van zorgverlening doorlopend te bewaken. Vanuit bureau ZIO (Zorg, Innovatie & Opleiden) vindt intercollegiale zorgevaluatiebegeleiding (ZEB) plaats. Het handelen van onze ambulanceverpleegkundigen worden al sinds 2015 geëvalueerd door middel van deze methodiek, die afkomstig is uit de luchtvaart en inmiddels zeer effectief is gebleken. In 2019 is de methodiek uitgebreid naar het handelen van de functie chauffeur. Centralisten worden structureel getoetst op het volgen van de uitvraagprotocollen door een hiervoor opgeleide collega; deze methodiek is ingebed in het meldkameruitvraagsysteem ProQA. De wens is om in de nabije toekomst ook de functies uitgiftecentralist, verpleegkundig specialist en chauffeur en verpleegkundige binnen de middencomplexe ambulancezorg hierin op te nemen. Op deze manier beschikken we over een systeem voor meten, evalueren en verbeteren van de kwaliteit van zorg, in een veilige omgeving voor de zorgverlener, dat uniek is in Nederland.
KADERBRIEF Begroting 2024 RAV Brabant Midden-West-Noord
In de afgelopen jaren voerde de RAV Brabant Midden-West-Noord één van de tien landelijke pilotprojecten op het gebied van Zorgcoördinatie uit, namelijk de pilot “Zorgcoördinatie in de Bossche regio”. De ervaringen die met deze 10 pilots zijn opgedaan, zijn samengebracht in een evaluatierapport en vormen de basis voor het opzetten van een structuur voor en de verdere inrichting en implementatie van zorgcoördinatie. Een belangrijke conclusie uit de pilots is dat het onderling delen van informatie cruciaal is, meer nog dan het daadwerkelijk fysiek bij elkaar zitten van de verschillende zorgverleners. Het realiseren van een of meerdere zorgcoördinatiecentra in ons werkgebied behoeft een nauwe samenwerking van alle partners in de acute zorgketen. De RAV Brabant MWN zal zich de komende jaren daarom ten volle inzetten om de ketensamenwerking te optimaliseren.
3
Evaluatie van Zorg met de patiënt Naast het brede landelijke klantonderzoek, dat elke 4 jaar door NIVEL wordt uitgevoerd, en de klankbordfunctie van onze cliëntenraad, gaat de RAV Brabant MWN de geleverde zorg in 2024 ook rechtstreeks met de patiënt evalueren. In 2023 start een pilot waarin patiënten rechtstreeks om hun mening over de geleverde zorg wordt gevraagd. Door dit continue meten in plaats van 4 jaarlijkse onderzoek verwachten we beter te kunnen sturen op de ervaren kwaliteit van zorg en geboden verbeterkansen.
Met de invoering van het Kwaliteitsmodel Ambulancezorg 1.0 komt de focus op meerdere aspecten dan alleen tijdigheid te liggen. De RAV Brabant MWN streeft ernaar deze aspecten mee te nemen in haar begroting 2024, zodat een breed beeld ontstaat van de kwaliteit van geleverde zorg. Daar waar het kwaliteitsmodel niet afdoende dekkend is voor het meten van het realiseren van het eerder genoemde meerjarenbeleid van de RAV zullen aanvullende indicatoren worden meegenomen in de begroting. De verwachting is dat in 2024 de nieuwe urgentie-indeling is ingevoerd. Momenteel is de 15-minuten nog de basis voor het landelijk referentiekader voor spreiding en beschikbaarheid, dat elk jaar opnieuw bekeken en bijgesteld wordt als basis voor het budget voor de paraatheid. De verwachting is dat dit zo blijft. Omdat de invoering van de nieuwe urgentie-indeling en het kwalteitsmodel ambulancezorg 1.0 zullen leiden tot andere uitgangspunten is het belang om de begroting hierop aan te passen. Tot het moment dat meer bekend is over de landelijke normeringen zullen als uitgangspunten aangehouden worden: 1. De Regionale Ambulancevoorziening zorgt ervoor dat de spreiding van de standplaatsen zodanig is dat in de veiligheidsregio minstens 97% van de bevolking binnen 12 minuten aanrijtijd kan worden bereikt door een ambulance. 2.
De Regionale Ambulancevoorziening streeft ernaar dat in de veiligheidsregio binnen 15 minuten responstijd 95% van de inzetten met A1-urgentie ter plaatse is (zoals opgenomen in het Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0). De krapte op de arbeidsmarkt voor acute zorg is de laatste jaren een enorm probleem. Wij ondernemen actie door in een eigen opleiding HBO-Vafgestudeerden in circa 18 maanden op te leiden tot ambulanceverpleegkundige. Daarnaast creëren wij doorstroommogelijkheden voor ambulancechauffeurs om ambulanceverpleegkundige te worden en participeren wij met een aantal andere RAV-en in een landelijke pilot om te werken met anders opgeleide zorgprofessionals op onze meldkamer ambulancezorg. We richten daarnaast ons primair proces efficiënter in door differentiatie in vervoer. In 2024 hopen wij over genoeg personeelscapaciteit te beschikken om de paraatheid conform het dan geldende referentiekader in te vullen.
KADERBRIEF Begroting 2024 RAV Brabant Midden-West-Noord
Prestaties en paraatheid Zoals al eerder genoemd is er binnen de ambulancesector een toenemend besef waarneembaar dat de wijze waarop geleverde ambulancezorg beoordeeld wordt niet past bij de huidige en toekomstige ontwikkelingen binnen de sector. De focus op tijdigheid van zorg in de vorm van de prestatie-indicator ‘responstijd’ was lange tijd een obstakel in de wenselijke transitie naar meer patiëntgerichte zorg binnen de ambulancesector. Slechts voor een heel klein aantal zorgvragers is tijd de belangrijkste prestatie-indicator en dan is 15 minuten responstijd veel te lang.
4
Wat mag de maatschappij van ons verwachten? Naast de zorg voor de patiënt die bij ons op de eerste plaats staat, voelen wij ook een grote verantwoordelijkheid ten opzichte van de maatschappij. Wij zijn een publieke organisatie en gaan efficiënt en verantwoord om met de middelen die aan ons zijn toevertrouwd. Daarnaast dragen wij graag bij om samen met onze partners in de acute zorgketen te onderzoeken hoe de bereikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de acute zorg in de toekomst voor iedereen behouden blijft. Dit is een grote maatschappelijke uitdaging, die alleen in samenwerking met alle betrokkenen het hoofd geboden kan worden.
Duurzaamheid Duurzaamheid is verweven binnen ons bedrijf. Bij inkoopprocessen wordt duurzaamheid standaard meegenomen. Bij het realiseren en beheren van onze huisvesting wordt rekening gehouden met de EED (Europese Energie-Efficiency) richtlijnen. Panden in eigendom zijn voorzien van zonnepanelen en waar mogelijk van WKO (warmte-koude opslag). Facilitaire processen zijn gericht op het terugbrengen van vervoersbewegingen. We onderzoeken de mogelijkheden van elektrificatie van vervoer en sluiten hiervoor aan bij de landelijke roadmap Zero Emission Ambulancezorg. Team Ambulance Wij zijn transparant over ons doen en laten en willen de inwoners van ons werkgebied graag informeren, voorlichten en uitleg bieden over de manier waarop ambulancezorg in zijn werk gaat. Een mooi voorbeeld daarvan is Team Ambulance. Jong geleerd is oud gedaan! Sinds 2015 verzorgen wij voorlichting op basisscholen over 112 en de ambulance. Hiervoor hebben wij een speciaal programma opgesteld, genaamd Team Ambulance. Alle basisscholen in ons werkgebied kunnen kosteloos een bezoek aanvragen. Er is materiaal beschikbaar voor onder- en bovenbouw. Wij bereiken hiermee gemiddeld zo’n 5000 basisschoolleerlingen per jaar. Daarnaast leveren wij een bijdrage aan de Risk Factory Geertruidenberg, met informatie over 112-bellen en de meldkamer. Ook in 2024 blijven wij ons inspannen om goede voorlichting te geven.
KADERBRIEF Begroting 2024 RAV Brabant Midden-West-Noord
Financieel Sinds de oprichting van onze GR in 2006 werken wij met een begroting die volledig is gedekt door het aan ons toegekende budget vanuit de zorgverzekeraars en hebben wij geen financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten nodig gehad. De RAV Brabant Midden-West-Noord is een financieel gezonde organisatie, die efficiënt en verantwoord omgaat met publieke middelen. Ook in 2024 wordt geen gemeentelijke bijdrage gevraagd.
5
Klankbord Wij vinden het belangrijk om onze medewerkers te betrekken bij verschillende organisatorische zaken, zoals de aanschaf van nieuw materiaal, de interne communicatie of het samenstellen van het vakantierooster. Door middel van werkoverleggen, webinars, of deelname aan commissies bieden wij hen de mogelijkheid om hun stem te laten horen en vanuit hun expertise een inbreng te hebben op het beleid van de RAV. Functiedifferentiatie Het realiseren van zorgdifferentiatie binnen onze RAV heeft zijn oorsprong in ons standpunt dat de patiënt en zijn zorgvraag centraal staat. Maar deze ontwikkeling heeft ook andere positieve effecten. De hieruit voortvloeiende functiedifferentiatie biedt namelijk veel ontwikkelingsmogelijkheden voor onze medewerkers. Zij krijgen de kans om, na het volgen van een opleiding, door te groeien naar een andere functie. Zij worden hierbij vergaand gefaciliteerd door de RAV. Ook schept functiedifferentiatie de mogelijkheid voor medewerkers om (tijdelijk) werkzaam te zijn in een andere functie, bijvoorbeeld bij (tijdelijke) fysieke of mentale overbelasting. Daarnaast draagt functiedifferentiatie bij aan het efficiënt inzetten van personeelscapaciteit: er zijn minder ALS (Advanced Life Support)-verpleegkundigen nodig.
Bijkomend voordeel is dat functiedifferentiatie de mogelijkheid biedt tot het ‘aanboren’ van andere en nieuwe bronnen bij het werven van steeds schaarser wordend zorgpersoneel, waardoor het personeelstekort minder nijpend wordt.
De in deze brief geschetste kaders worden verder uitgewerkt in de conceptbegroting 2024, die uiterlijk 15 april 2023 zal worden aangeboden aan de Raden van de gemeenten die deelnemen in de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord.
KADERBRIEF Begroting 2024 RAV Brabant Midden-West-Noord
Wat mogen onze medewerkers van ons verwachten? Ons personeel is ons belangrijkste kapitaal. Naast het werven van voldoende geschikt personeel, besteden wij de komende jaren veel aandacht aan de duurzame inzetbaarheid van ons zittende personeel. Betrokkenheid, motivatie, ontwikkelingsmogelijkheden en vitaliteit worden gestimuleerd en er wordt doorlopend nagedacht over de meest efficiënte capaciteitsplanning en eerlijke verdeling van de lasten binnen de dienstroosters. In een tijd waarin zorgpersoneel steeds schaarser wordt is ‘Binden en Boeien’ het devies. Ook in 2024 besteden wij daarom veel aandacht aan het creëren van een optimale werkomgeving voor onze mensen.
6
Aan de raads- en collegeleden van de 16 RWB-gemeenten
Uw kenmerk: Ons kenmerk: Onderwerp: Bijlage:
RWB/SB/2022-194 Kadernota 2024 Vastgestelde Kadernota en reactie op ingebrachte richtlijnen
Datum: Contactpersoon: Telefoon E-mail
22 december 2022 E. Kiers 06 31 97 38 94 erik.kiers@west-brabant.eu
Beste leden van de West-Brabantse raden en colleges, Het algemeen bestuur besprak op 7 december de kaders voor de RWB-begroting 2024. Het bestuur beraadde zich over de richtlijnen die u ons als deelnemende gemeenten toestuurden. Deze kwamen voor een groot deel overeen en waar dat het geval is heeft het algemeen bestuur deze overgenomen. De gemeente Geertruidenberg heeft een extra richtlijn opgenomen over tussentijdse kostenstijgingen. Als reactie daarop is richtlijn 5 toegevoegd, waarin toegelicht wordt hoe RWB daarmee om wil gaan. De vastgestelde kadernota is als bijlage bijgevoegd. De reactie op de richtlijnen per gemeente is in bijlage 2 te vinden. De kaders werken we uit in de ontwerpbegroting 2025. Die leggen we voor 1 april aan u voor. Dat is twee weken eerder dan in de afgelopen jaren. Dit heeft te maken met de nieuwe termijnen die in de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen. Tegelijk met de ontwerpbegroting leggen we het RWB Actieprogramma 2023-2027 aan u voor. In het voorjaar organiseren we een bijeenkomst voor raadsleden waarin we terug- en vooruitblikken, zowel op de inhoud van de RWB-samenwerking als op de financiën. Heeft u na het lezen van deze brief nog vragen? Neem dan gerust contact op met secretaris Erik Kiers via 06 31 97 38 94 of erik.kiers@west-brabant.eu.
Met vriendelijke groet, namens het strategisch beraad
Erik Kiers directeur-secretaris Regio West-Brabant I Postbus 503 I 4870 AM Etten-Leur Tel: (076) 502 72 00 e-mail: info@west-brabant.eu I www.west-brabant.eu Inschrijvingsnr. KvK: 51448122 I IBAN NL31BNGH0285150308
Het algemeen bestuur van Regio West-Brabant, gezien het voorstel van het strategisch beraad van 23 november 2022, Gelet op de Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant,
BESLUIT:
In te stemmen met de volgende financiële richtlijnen: 1. Het strategisch beraad biedt een structureel financieel sluitende meerjarenbegroting 20242027 aan de deelnemers aan. De gehanteerde begrotingsuitgangspunten zijn inzichtelijk. De begroting 2024 bevat een overzicht van de meerjarige bijdrage (2024 t/m 2027) per deelnemer; 2. De begroting gaat uit van ongewijzigd beleid. Dat wil zeggen dat geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting mogen worden opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten; 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van de (bestemmings)reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt het strategisch beraad deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de GR in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de primitieve begroting 2024 stijgt maximaal met de geldende CAO indexering en de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2022 (of een actuelere circulaire).
Ook wijzigt de bijdrage wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 5. Wanneer gedurende of voorafgaand aan het begrotingsjaar sprake is van een autonome kostenstijging (loon- en overige prijsindexeringen) die hoger is dan geraamd in de primitieve begroting, wordt die kostenstijging en een noodzakelijke verhoging van het bedrag per inwoner via de bestuursrapportage en een begrotingswijziging ter vaststelling voorgelegd aan het algemeen bestuur. Als sprake is van nieuw beleid dat leidt tot een hogere bijdrage per inwoner, dan neemt het algemeen bestuur pas een besluit nadat de raden zich hier via een zienswijzeprocedure over hebben uit kunnen spreken. 6. In de ontwerpbegroting worden de mogelijkheden beschreven om de bijdrage van de deelnemende gemeenten te verminderen, bijvoorbeeld door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven. 7. Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers. Om hiervan af te wijken legt het strategisch beraad een expliciet en gemotiveerd voorstel tot resultaatbestemming voor aan het algemeen bestuur; 8. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is aandacht voor risico’s door deze te kwantificeren, te prioriteren en beheersingsmaatregelen te benoemen;
1
9. Voor de uitvoeringsgerichte taak Kleinschalig Collectief Vervoer houden we rekening met de prijsaanpassing aan de hand van de branchegerichte NEA-index, en het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie. 2. In te stemmen met de volgende beleidsmatige richtlijnen: In de begroting wordt aangegeven: 1. Welke resultaten uit het actieprogramma 2023-2027 in 2024 worden gerealiseerd en welke resultaten in de periode 2025-2027 worden beoogd; 2. Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd; 3. Op welke wijze de verbinding met onderwijs en bedrijfsleven wordt gelegd bij de uitvoering van het actieprogramma; 4. Of en zo ja op welke manier de transitieopgaven op het gebied van bijvoorbeeld circulariteit, klimaat en energie doorwerken in de opgaven uit het actieprogramma.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 7 december 2022 .
Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant,
P.F.G. Depla voorzitter
E. Kiers directeur-secretaris
2
OVERZICHT RICHTLIJNEN BEGROTING 2024 T.B.V. HET ALGEMEEN BESTUUR D.D. 07-12-2022 Gemeente Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Steenbergen Rucphen Woensdrecht Zundert
Inhoud richtlijn Financiële richtlijnen 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting 2024-2027 aanbiedt aan de deelnemers. De GR vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting 2024. In de begroting 2024 neemt de GR ook een overzicht op met de bijdrage 2024 t/m 2027 per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten.
3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van de aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven.
Reactie algemeen bestuur Akkoord.
RWB werkt samen met gemeenten en andere partners aan een vernieuwd beleidskader: het Actieprogramma 2023-2027. Dit ligt inhoudelijk in het verlengde van het Actieprogramma 20182023, maar zal meer inspelen op de integrale maatschappelijke opgaven in het ruimtelijk-economisch domein en de daaraan verbonden transitieopgaven. Het actieprogramma 2023-2027 wordt parallel aan de ontwerpbegroting 2024 in procedure gebracht voor zienswijzen. In de ontwerpbegroting 2024 wordt het Actieprogramma voor deze jaarschijf geconcretiseerd. Uitgangspunt daarbij is dat de bijdrage/inwoner (afgezien van de indexering) gelijk blijft. Dit geldt ook voor de gemeentelijke bijdrage aan REWIN, die via de boekhouding van RWB loopt. In de ontwerpbegroting 2024 geven we, zoals gevraagd, de verwachte inzet van de reserves aan. Waar we voorzien dat de bestemming verder weg dan 2024 gelegen is, zullen we de noodzaak van behoud van de reserve onderbouwen. Waar
1
Gemeente
Inhoud richtlijn Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de GR deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de GR in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan.
Reactie algemeen bestuur verantwoord en gewenst vindt in 2025 voor de eerste keer vrijval van reserves plaats. Overigens bieden wij het algemeen bestuur in de vergadering medio 2023 een risicoinventarisatie en evaluatie en een geactualiseerde nota reserves en voorzieningen aan.
4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting 2024 stijgt maximaal met de geldende CAO indexering en de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2022 (of een actuelere circulaire). Ook wijzigt de bijdrage wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
De onderhandelingen over de CAO voor 2023 zijn nog niet afgerond, er gaapt een flinke kloof tussen de eis van de bonden en het aanbod van de werkgeversorganisatie. Zeker is al wel dat de door ons opgenomen indexering van 2% in de begroting 2023 voor dat jaar tekort schiet. In de eerste berap 2023 verwerken we het CAO-akkoord voor 2023. In de ontwerpbegroting 2024 betrekken we dat akkoord eveneens, verder baseren we ons voor de prijsontwikkeling in 2024 op de meest recente circulaire. De tweede bestuursrapportage 2022 laat zien dat RWB de middelen hard nodig heeft om het Actieprogramma 2023-2027 uit te kunnen voeren. Zoals hiervoor aangegeven werken we voor de nieuwe bestuursperiode aan een vernieuwd Actieprogramma. Hierin geven we concreet aan welke activiteiten we menen te kunnen schrappen en welke werkzaamheden we juist intensiever moeten oppakken. Wij voorzien hierbij geen besparingen aangezien we een capaciteitsgedreven organisatie zijn, die rolgericht werkt ter ondersteuning van de strategische agenda van de gemeenten. De raden kunnen dit Actieprogramma 2023-2027 betrekken bij de beoordeling van de ontwerpbegroting 2024. Nieuwe ontwikkeling op het gebied van bedrijfsvoering proberen
5. In de ontwerpbegroting worden de mogelijkheden beschreven om de bijdrage van de deelnemende gemeenten te verminderen, bijvoorbeeld door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven.
2
Gemeente
Inhoud richtlijn
Reactie algemeen bestuur we waar mogelijk op te lossen binnen de eigen begroting. Denk daarbij aan AVG, etc..
6. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De GR kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur.
Akkoord. Hierbij wordt bij de uitkering wel maatwerk gemaakt, afhankelijk van de vraag of gemeenten betrokken zijn geweest bij de activiteit. Zo participeren bijvoorbeeld niet alle gemeenten in West-Brabant in Regioarcheologie. Dit gaat ook op in het geval van een negatief rekeningresultaat. Akkoord. Zoals hierboven aangegeven presenteren we medio 2023 de uitkomst van een actuele risico-inventarisatie en -evaluatie.
7. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de GR de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Geertruidenberg
Extra richtlijn: Indien gedurende het begrotingjaar 2024 grote kostenstijgingen plaatsvinden, als gevolg van uitzonderlijke gebeurtenissen, worden uitgaven boven de begroting ter besluitvorming voorgelegd aan het Algemeen bestuur
Als gedurende of voorafgaand aan het begrotingsjaar sprake is van een autonome kostenstijging (loon- en overige prijsindexeringen) die hoger is dan geraamd in de primitieve begroting, dan wordt die kostenstijging en een noodzakelijke verhoging van het bedrag per inwoner via de bestuursrapportage en een begrotingswijziging ter vaststelling voorgelegd aan het algemeen bestuur. Als sprake is van nieuw beleid dat leidt tot een hogere bijdrage per inwoner, dan neemt het algemeen bestuur pas een besluit nadat de raden zich hier via een zienswijzeprocedure over hebben uit kunnen spreken.
Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau Bergen op Zoom Breda
Aanvullende financiële richtlijn Bij de uitvoeringsgerichte taak Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEA-index. Verder worden
Er wordt een aanbesteding voorbereid die moet leiden tot een nieuwe overeenkomst Deeltaxivervoer per 1 januari 2024. De verwachte meerkosten als gevolg van de veranderde marktsituatie rekenden we al in in de begroting 2023 en verder. In de 3
Gemeente Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert
Inhoud richtlijn de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie.
Beleidsmatige richtlijnen In de begroting 2024 wordt aangegeven: 1. Welke resultaten uit het actieprogramma 2023-2027 in 2024 worden gerealiseerd en welke resultaten in de periode 20252027 worden beoogd; 2. Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd; 3. Op welke wijze de verbinding met onderwijs en bedrijfsleven wordt gelegd bij de uitvoering van het actieprogramma; 4. Of en zo ja op welke manier de transitieopgaven op het gebied van bijvoorbeeld circulariteit, klimaat en energie doorwerken in de opgaven uit het actieprogramma.
Reactie algemeen bestuur begroting 2024 actualiseren we deze raming. Daarbij houden we rekening met de branchegerichte index, die voor 2023 minimaal 11% bedraagt vanwege de gestegen brandstofkosten (inhaalslag 2022) en CAO-ontwikkelingen.
Het Actieprogramma 2023-2027 in combinatie met de ontwerpbegroting 2024 zal zoveel mogelijk het gevraagde inzicht bieden. Dus inzicht geven in de inzet van RWB en van gemeenten en aangeven hoe met andere partners wordt samengewerkt. Dat geldt niet alleen voor onderwijs en bedrijfsleven, maar ook voor de andere samenwerkingsverbanden waarin gemeenten werken aan opgaven die voor de economisch-ruimtelijke RWB-agenda zijn. De transitieopgaven krijgen binnen het nieuwe Actieprogramma uitdrukkelijk de aandacht. Maar ook daarvoor geldt dat de rolneming van RWB op deze onderwerpen verschillend is.
4
Samenhang voortzetting projectaanjager RBL en financiële kaders 2023 en 2024 Oplegger bij de vergaderstukken voor de vergaderingen van de RBL-klankbordgroep van 10 januari 2023 en het bestuur van RBL van 26 januari 2023 Achtergrond Met de aanstelling van een regionaal projectaanjager door de niveau 2- en 2A-gemeenten zijn we in 2020 gestart met een kwaliteitsslag in het vakgebied Leerplicht en de aansluiting op het sociaal domein binnen de regio. De projectaanjager legt en versterkt verbindingen met partners in de regio, jaagt de implementatie van de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) aan en kan tot betere en snellere afspraken komen voor overkoepelende beleidszaken. Daarmee vervult de projectaanjager onder meer een belangrijke rol in het terugdringen van het aantal thuiszitters in de regio.
Keuzes voor het vervolg In maart 2023 loopt de pilotperiode van de projectaanjager af. In november 2022 hebben de tien gemeenten van niveau 2 en 2A het belang en de voortgang van deze pilot geëvalueerd, met als doel om een gemotiveerde keuze te kunnen maken over het mogelijke vervolg. Die keuze ligt nu voor. Er zijn verschillende opties, die elk hun eigen effecten hebben op de financiële kaders voor 2023 en 2024.
Financiële effecten In deze memo brengen wij de consequenties van de verschillende keuzemogelijkheden in kaart: • Optie 1. De projectaanjager wordt structureel ingezet of ten minste voortgezet tot en met 2024. Het speerpunt ‘thuiszitters’ in de kaderbrieven van 2023 en 2024 blijft ongewijzigd. De financiële consequenties van deze keuze dienen nog wel te worden uitgewerkt in een wijziging van de begroting voor 2023 en 2024, aangezien nu slechts rekening is gehouden met de uitvoering tot maart 2023. • Optie 2. De pilot wordt (voorlopig) voortgezet tot en met 2023. Het speerpunt ‘thuiszitters’ in de Kaderbrief 2023 blijft ongewijzigd. De financiële consequenties van deze keuze dienen te worden vertaald in een wijziging van de begroting 2023, aangezien nu enkel rekening is gehouden met de uitvoering tot maart 2023. Aan de Kaderbrief 2024 wordt toegevoegd dat nog niet duidelijk is of de rol behouden blijft in 2024. Indien deze vanaf 2024 zou komen te vervallen, komt de inzet op het speerpunt ‘thuiszitters’ ernstig onder druk te staan.
• Optie 3. De pilot wordt stopgezet; de functie van projectaanjager vervalt per 1 maart 2023. Dit betekent dat de Kaderbrief 2023 en de Kaderbrief 2024 moeten worden aangepast, omdat de inzet op het speerpunt ‘thuiszitters’ met het wegvallen van de projectaanjager ernstig onder druk komt te staan. Zonder projectaanjager is er aanzienlijk minder zicht, grip, invloed en actief beleid als het gaat om de thuiszittersaanpak in de regio. NB. Binnen de doorontwikkeling van RBL wordt een meer fundamentele keuze gemaakt over de rol van RBL en de organisatie die daarvoor nodig is.
Kaderbrief 2024 Regionaal Bureau Leren West-Brabant
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
1
Kaderbrief 2024 Regionaal Bureau Leren West-Brabant Beoogde vaststelling door het bestuur van RBL West-Brabant voor 1 februari 2023
> Inhoudsopgave 1. Inleiding . .................................................................................................................................................................... 5 2. Toelichting op de Gemeenschappelijke Regeling en de bedrijfsvoering..................................................................... 7 3. Speerpunten en aandachtsgebieden 2024 van RBL West-Brabant............................................................................. 9 4. Regionaal programma voortijdig schoolverlaten 2021-2024 ‘Gehoord, gezien en geholpen worden’. ................... 13
0732_22 kaderbrief RBL 2024_v2
5. Financiën 2024 ......................................................................................................................................................... 15
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
2
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
3
1 Inleiding Aan:
Om dit proces de komende tijd in alle openheid gezamenlijk
De gemeenteraden van de zestien gemeenten in
verder te kunnen verkennen, gaan wij in deze kaderbrief
West-Brabant
terug naar de basis. Voor nu hebben wij keuzes gemaakt op grond van de wettelijke taken die wij op basis van de huidige
Namens:
afspraken realistisch achten.
Bestuur Gemeenschappelijke Regeling Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten
Want hoe we samen verder gaan, hangt af van de keuzes die we in 2023 en 2024 met elkaar gaan maken.
Betreft:
De consequenties van deze herijkte visie en ambities
Kaderbrief Begroting 2024 RBL West-Brabant
zullen we uiteindelijk uitwerken in een aangepaste begroting en een aangepast meerjarenplan.
Geachte raadsleden van de zestien West-Brabantse Leeswijzer
gemeenten,
Deze kaderbrief start met een toelichting op de Met deze kaderbrief schetsen wij vanuit Regionaal Bureau
Gemeenschappelijke Regeling en de bedrijfsvoering.
Leren West-Brabant (RBL) de kaders en beleidsontwikkelingen
Vervolgens delen wij de speerpunten en aandachtsgebieden
voor 2024, als startpunt voor het opstellen van de begroting.
voor 2024 die gelden voor het RBL. Daarop volgt een uiteenzetting van het vierjarige regionale RMC-programma
Onze Missie, Visie en Kernwaarden Missie
Visie
Kernwaarden
Iedere West-Brabantse jongere zit op een passende school, heeft een startkwalificatie, of is begeleid naar de voor hem hoogst haalbare startpositie in de maatschappij.
We leveren daarvoor individueel maatwerk binnen de kaders van de leerplichten RMC-wetgeving, werken samen met scholen en partners en doen een beroep op de verantwoordelijkheid van jongeren, ouders, scholen en partners.
• Transparantie • Integriteit • Respect voor individu • Samenwerkend met anderen
De bedoeling centraal
voor het voorkomen en bestrijden van voortijdig
Binnen RBL werken we met zestien West-Brabantse
schoolverlaten (VSV) 2021-2024. Het RBL voert een aantal
gemeenten samen aan het voorkomen van verzuim en
projecten van dit RMC-programma uit. Deze projecten zijn
schooluitval. Daarbij stellen we steeds het perspectief
toegelicht bij de speerpunten van het RBL. Tot slot schetsen
van de jongere voorop: ieder kind heeft recht op onderwijs
wij de financiële kaders waarin de gemeentelijke bijdragen
en kansen om zich te ontwikkelen, ook als er extra
voor RBL West-Brabant zoals gebruikelijk worden
ondersteuning nodig is.
geïndexeerd.
Doorontwikkeling van de Gemeenschappelijke Regeling
In deze kaderbrief zijn de onderwerpen die raken aan de
Op het moment van schrijven van deze kaderbrief werken
regionaal projectaanjager RBL niet opgenomen. Dit vanwege
we aan de herijking van onze gezamenlijke visie en ambities.
het feit dat op het moment van schrijven van deze kaderbrief
Waarom bundelen we onze krachten, wat willen we bereiken
er nog geen besluit genomen is over het al dan niet
voor onze jongeren en hoe kunnen we dit het beste
voortzetten van de pilot in 2024. Om inzichtelijk te maken
organiseren?
wat de (financiële) consequenties zijn van het wel of niet voortzetten van de pilot is hierover een aparte oplegger gemaakt. Geadviseerd wordt om de oplegger en deze kaderbrief in samenhang te lezen.
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
4
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
5
2 Toelichting op de Gemeenschappelijke Regeling en de bedrijfsvoering De Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim
De volgende leerplicht- en RMC-taken worden buiten de
en Voortijdig Schoolverlaten is beter bekend onder de naam
kaders van de Gemeenschappelijke Regeling uitgevoerd:
Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant. Binnen RBL
• De drie gemeenten die deelnemen aan niveau 2A voeren
werken zestien gemeenten samen om schoolverzuim en
zelf de begeleiding en handhaving van 5- tot 16-jarigen uit.
voortijdig schoolverlaten onder jongeren tegen te gaan.
• De vijf gemeenten in West-Brabant-West (Bergen op
De deelnemende gemeenten nemen een diversiteit aan
Zoom, Halderberge, Roosendaal, Steenbergen en
diensten af. Dit betekent dat samenwerking plaatsvindt op
Woensdrecht) werken op het gebied van de begeleiding
drie verschillende niveaus:
en handhaving samen in een netwerksamenwerking, met
• Alle zestien deelnemende gemeenten werken samen op
lokale uitvoering van de leerplichttaak en RMC-
niveau 1. Zij voeren een centrale leerplicht- en RMC-
trajectbegeleiding (5 tot 23 jaar).
administratie. RMC staat voor Regionale Meld- en
• De gemeente Altena voert de handhaving en begeleiding
Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten. Daarnaast
eveneens geheel zelfstandig uit.
is de sturing en coördinatie op de RMC-functie gezamenlijk vormgegeven.
Alle gemeenten streven naar zoveel mogelijk uniformiteit en
• Wanneer wordt samengewerkt in begeleiding en
eenheid in uitvoering van begeleiding en handhaving. Met
handhaving op het gebied van leerplicht en kwalificatie
de verschillende niveaus van samenwerking geven we de
plicht, spreken we van niveau 2. Alle jongeren van 5 tot
deelnemende gemeenten de mogelijkheid een keuze te
23 jaar worden begeleid naar de juiste opleiding, zorg of
maken, waarbij samenwerking op niveau 1 als basis geldt.
werk. In West-Brabant werken op dit moment zeven gemeenten intensief samen op dit niveau. Dit zijn Breda, Moerdijk, Drimmelen, Alphen-Chaam, Geertruidenberg, Baarle-Nassau en Oosterhout. • Als er wordt samengewerkt in de begeleiding van jongeren op het mbo en de kwalificatieplicht van jongeren van 16 tot 23 jaar, dan spreken we over niveau 2A. Deze samenwerking is minder intensief, maar wel praktisch; niet iedere jongere volgt namelijk een opleiding in zijn of haar woonplaats. De gemeenten Etten-Leur, Rucphen en Zundert sluiten aan op dit niveau en werken dus samen met de zeven gemeenten van niveau 2.
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
6
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
7
3 Speerpunten en aandachtsgebieden 2024 van RBL West-Brabant
Iedere jongere verdient een duurzame toekomst met
Aandachtsgebied 1.2 MAS-aanpak
perspectief. Binnen RBL West-Brabant zet een bevlogen team
Schoolverzuim staat meestal niet op zichzelf, maar hangt vaak
alles op alles om de West-Brabantse jongeren in beeld te
samen met achterliggende problematiek. Bij zorgwekkend
houden en het recht op onderwijs te beschermen. Onze
schoolverzuim moeten leerlingen in de eerste plaats hulp
uitvoerders in de regio werken vanuit lef en liefde, maar
krijgen. Dat is het uitgangspunt van de Methodische Aanpak
zij staan onder grote druk. Onze organisatie is sober en
Schoolverzuim (MAS), een integrale aanpak met duidelijke
doelmatig ingericht, terwijl het werk nadrukkelijk vraagt
routes, zodat we bij verzuim doen wat nodig is. De methode
om de juiste aandacht en zorg.
beschrijft de stappen die we zetten voordat we handhavend optreden. In deze gezamenlijke aanpak zetten we primair in
We hopen in 2023 samen een nieuwe stip op de horizon te
op het voorkomen van escalatie van verzuim en op vrijwillige
zetten met mooie ambities, waar we gericht naar toe kunnen
jeugdhulp, met als doel om jongeren terug te leiden naar een
werken. Om niet vooruit te lopen op de keuzes die we de
passend onderwijsprogramma. De focus van de MAS ligt op
komende tijd samen gaan maken, hebben we in deze
preventie, het voorkomen van verzuim. Deze focus is vanwege
kaderbrief bewust gekozen voor realistische speerpunten,
de begrensde mogelijkheden binnen de huidige formatie van
gebaseerd op de huidige opdracht en formatie.
het team dat werkt voor de niveau 2 gemeenten, niet vanzelfsprekend.
Speerpunt 1. Thuiszitters Onze kerntaak binnen RBL West-Brabant is het uitvoeren van
Uit landelijk onderzoek bleek onlangs dat de MAS bijdraagt
de Leerplichtwet en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie
aan minder justitieel ingrijpen en meer hulpverlening. Maar
(RMC) voor voortijdig schoolverlaten. Met een diploma op
er kwam ook naar voren dat nog niet voor iedereen duidelijk
zak heeft een jongere een betere uitgangspositie in de
is wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van de
samenleving dan zonder. Daarom proberen we schooluitval
verschillende partners bij het doorlopen van de MAS-routes.
en verzuim zoveel mogelijk te voorkomen.
Het succes van de MAS valt of staat met het netwerk. Ook voor het RBL valt nog altijd winst te behalen als het gaat om
Aandachtsgebied 1.1 Wettelijke thuiszitters
de inbedding van de methodiek in samenwerking met de
Soms lopen jongeren vast in het onderwijssysteem en komen
netwerkpartners.
zij thuis te zitten. Wij richten ons vooral op de wettelijke langer dan vier weken ongeoorloofd verzuimen. Daar ligt ons
Speerpunt 2. Sluitend regionaal vangnet voor jongeren van 12 tot 23 jaar
wettelijke kerntaak. Na melding door scholen onderzoeken
Voor RBL heeft het creëren van een sluitend regionaal
we de reden van thuiszitten en proberen we samen onze
vangnet prioriteit in de aanpak van voortijdig schoolverlaten.
ketenpartners deze jongere (weer) ontwikkelingsperspectief
We willen iedere jongere in een kwetsbare positie tijdig in
te bieden.
beeld hebben. RBL, onderwijs, sociaal domein en alle andere
thuiszitters: leerlingen die ingeschreven zijn op school, maar
partners in de verzuimketen spannen zich in om het recht op We zien dat de focus landelijk steeds meer verschuift van
onderwijs voor alle jongeren te waarborgen. Daarmee wordt
schoolverzuim naar een preventieve aanpak, gericht op het
geprobeerd jongeren zoveel mogelijk de kans te bieden om
bevorderen van de aanwezigheid. Dit betekent dat ook de
een startkwalificatie te behalen. Als dat niet mogelijk is,
niet-wettelijke thuiszitters, de zogenaamde zorgleerlingen,
kijken we breed naar wat jongeren nodig hebben om een
aandacht zouden moeten krijgen. Met de huidige formatie
zelfstandige plek in de samenleving te vinden.
zijn onze mogelijkheden hiertoe echter begrensd.
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
8
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
9
We leggen de verbinding tussen onderwijs, zorg en arbeid. Dit
praktijkleren, participatie en zorg. De coördinator is een
Speerpunt 4. Specifieke doelgroepen
kunnen nemen. Het programma vergroot hun denkwereld
is niet zonder reden: de negatieve maatschappelijke gevolgen
vraagbaak voor alle samenwerkingspartners, zoekt naar
Alle jongeren in West-Brabant verdienen een plek om zich
en helpt de jongeren om een plan van aanpak te maken, bij
van schooluitval zijn groot en hebben daarnaast een langdurig
individuele maatwerkoplossingen en adviseert gemeenten en
optimaal en naar vermogen voor te bereiden op een
voorkeur richting het behalen van een startkwalificatie of
impact op de loopbaanontwikkeling van jongeren. Met het
onderwijsinstellingen over beleidsmatige knelpunten en
maatschappelijk onafhankelijke positie. Uit onderzoeken
richting een baan. De groepsaanpak heeft een duidelijke
regionaal vangnet en de ketenaanpak investeren we in de
mogelijke oplossingen.
blijkt steeds opnieuw dat een afgeronde opleiding de kans
meerwaarde: de jongeren merken dat ze niet de enige zijn
op een zelfredzame positie in de samenleving vergroot.
die worstelen, ontwikkelen vaak hechte vriendschappen en
Als een startkwalificatie niet haalbaar is, dan ondersteunen
leren van elkaar.
worden allen gefinancierd vanuit het regionaal programma
Speerpunt 3. Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt
VSV afkomstig uit Rijksmiddelen die beschikbaar gesteld zijn
Elke jongere verdient een duurzame toekomst met
We willen dat ze overeind blijven in plaats van afglijden.
voor 2021-2024.
perspectief. Daarom wil de overheid voorkomen dat jongeren
toekomst. Van jongeren, maar daarmee uiteindelijk ook van de hele regio. De aandachtsgebieden binnen dit speerpunt
we jongeren richting een passend werk- of zorgtraject. Het project wordt gefinancierd vanuit het regionaal programma VSV 2021-2024. Ieder jaar nemen ongeveer 60
zonder startkwalificatie van school gaan. Voortijdig
We proberen schoolverzuim en -uitval zoveel mogelijk te
jongeren vanuit de hele regio deel aan OnMyWay. Zij krijgen
Aandachtsgebied 2.1 VSV-vangnetcoördinator
schoolverlaten vergroot de afstand tot de arbeidsmarkt:
voorkomen door aan de voorkant een sluitend vangnet te
het gereedschap dat ze nodig hebben om zelf verder te
Jongeren die extra ondersteuning nodig hebben, worden
zonder startkwalificatie hebben jongeren minder kans om
creëren, maar het lukt niet altijd om alle jongeren
kunnen. Zo brengen zij hun sterktes en zwaktes in kaart, leren
vaak door verschillende partijen begeleid: van
duurzaam aan het werk te komen.
binnenboord te houden. Daarom willen we er ook aan de
ze budgetteren, maken ze een cv en leren ze zichzelf te
achterkant zijn voor jongeren die extra ondersteuning nodig
presenteren. De positieve waarderingen van oud-deelnemers bewijzen het succes van deze praktische groepsaanpak.
leerplichtambtenaren tot jeugdhulpverleners. Maar hoe goed je de begeleiding ook organiseert, er zijn altijd
Minister Dijkgraaf van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
hebben. Iedereen telt mee. Zo investeren we in de toekomst.
jongeren die tussen wal en schip vallen. Daarom hebben we
(OCW) constateerde in zijn kamerbrief van november 2022
Van de jongeren, maar daarmee uiteindelijk ook van de hele
een vangnetcoördinator benoemd. De coördinator heeft zicht
dat er nog veel winst te behalen valt. Met jaarlijks ruim
regio. Ook de aandachtsgebieden binnen dit speerpunt
Aandachtsgebied 4.2 NEET-aanpak
op de verschillende mogelijkheden binnen het netwerk, kan
24 duizend nieuwe voortijdig schoolverlaters (vsv’ers)
worden allen gefinancierd vanuit het regionaal programma
NEET staat voor Not in Education, Employment or Training.
verbindingen leggen en brengt professionals in beweging,
verlaten te veel jongeren zonder een startkwalificatie hun
VSV. Het gaat hier om jongvolwassenen (18-23 jaar) die
In dit project benaderen we op een outreachende manier
waardoor het vaak tóch lukt om een oplossing te vinden.
opleiding. Ook zijn er te veel jongeren met een afstand tot de
voordat zij hun startkwalificatie hebben gehaald, zijn
jongeren tussen de 18 en 23 jaar zonder werk, onderwijs of
Als bepaalde hulpvragen vaker voorkomen, kan dat bovendien
arbeidsmarkt.
uitgevallen op school en nog geen duurzaam passende
startkwalificatie actief met een brede vraag: hoe gaat het met
plek in de maatschappij hebben kunnen vinden.
je en wat kunnen wij voor jou betekenen? We wachten niet
een indicatie zijn van een soort blinde vlek in het beleid, iets dat nog niet goed geregeld is. Naast de functie als vraagbaak
Om gelijke kansen te bevorderen, werkt het ministerie van
voor professionals fungeert de vangnetcoördinator ook als
OCW aan een integrale aanpak van school naar werk. De kern
Aandachtsgebied 4.1 Groepsaanpak OnMyWay
reiken ze actief de hand om ze op weg te helpen in hun
aanjager om dergelijke knelpunten op te sporen en aan te
van deze aanpak is een pakket aan maatregelen waarmee
Het project OnMyWay is gericht op jongeren tussen
ontwikkeling door bijvoorbeeld thuis op te zoeken.
kaarten.
jongeren die dit nodig hebben, begeleiding krijgen in de
de 18 en 23 jaar zonder startkwalificatie die aan hun
overstap van school naar werk. In de voorgestelde aanpak
persoonlijke ontwikkeling willen werken. Wie ben ik, wat
We merken dat jongeren zich door deze aanpak gehoord en
Aandachtsgebied 2.2 VSV-vangnetcoördinator pro/vso
krijgen gemeenten bijvoorbeeld een rol om kwetsbare
zijn mijn kwaliteiten en waar wil ik naartoe? De jongeren die
gesteund voelen. Jongeren die al langer van school zijn, weten
Jongeren die de overstap maken vanuit het praktijkonderwijs
jongeren naar werk te begeleiden. Ook wil de overheid de
bij OnMyWay terechtkomen, vinden niet zelf hun weg naar de
vaak niet meer waar ze terecht kunnen. Door de warme
(pro) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso) naar het mbo
RMC-leeftijd verhogen van 23 naar 27 jaar, zodat jongeren
juiste opleiding of de arbeidsmarkt of hebben in het verleden
contacten met onze partners kunnen we jongeren goed
of de arbeidsmarkt, zijn kwetsbaar. Vaak kampen zij met
zonder startkwalificatie langer in beeld blijven.
vaak verkeerde keuzes gemaakt, waardoor ze het vertrouwen
doorverwijzen en ervoor zorgen dat een bredere hulpvraag
problemen op meerdere leefgebieden, waarvoor ze
tot de jongeren naar ons komen met een hulpvraag, maar wij
in hun eigen kunnen of het zicht op de mogelijkheden zijn
snel en effectief opgepakt wordt. We zien dat we met deze
ondersteund worden door verschillende professionals vanuit
De minister verwacht het wetsvoorstel voor de zomer van
verloren. De ontbrekende schakel ligt vaak op het vlak van
aanpak in korte tijd veel winst kunnen behalen.
onderwijs, zorg en participatie.
2023 gereed te hebben voor internetconsultatie. Dit is nog
persoonlijke ontwikkeling. Ze lopen steeds in hetzelfde
De NEET-aanpak heeft een mooie bijvangst: door deze aanpak
geen taak die is belegd bij het RBL. We gaan verkennen wat
patroon vast, dat ze bij OnMyWay willen doorbreken.
krijgen wij goed inzicht in hoe het vangnet bij verschillende
Onze reguliere VSV-vangnetcoördinator kreeg steeds meer
deze ontwikkeling voor het RBL betekent en zijn dus
casuïstiek vanuit pro/vso. Deze casuïstiek vraagt om
gesprekspartner in de voorbereidingen hierop. Als deze
Tijdens een traject van 8 dagen in 4 weken volgen zij een
waar verbetering mogelijk is. Die kennis en inzichten zijn zeer
contacten met andere samenwerkingspartners. Daarom is de
aanvullende taak bij RBL landt, wordt RBL ook
gevarieerd programma waarin zij ontdekken wat hun talenten
waardevol en zullen we ook delen met andere gemeenten,
VSV-vangnetcoördinator pro/vso in het leven geroepen. Deze
overeenkomstig hierop ingericht. De verwachting is dat
en belemmeringen zijn en hoe zij het heft in eigen handen
zodat ze van elkaar kunnen leren.
vangnetcoördinator richt zich op het verstevigen van het
gemeenten te zijner tijd aanvullende middelen hiervoor
netwerk van alle ketenpartners op het snijvlak van onderwijs,
krijgen.
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
gemeenten geregeld is. Zo zien we wat goed werkt, maar ook
10
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
11
4 Regionaal programma voortijdig schoolverlaten 2021-2024 ‘Gehoord, gezien en geholpen worden’ De regionale aanpak voortijdig schoolverlaten in Nederland
Het programma bevat een mooie variatie aan projecten
is verdeeld in 40 RMC-regio’s. RMC staat voor Regionale
die gericht zijn op het voorkomen van schooluitval, op de
Meld- en Coördinatiefunctie (RMC). In elke RMC-regio wordt een regionaal programma uitgevoerd. In 2021 is gestart met
toeleiding naar werk en zorg en/of op zelfredzaamheids
het nieuwe regionaal programma voortijdig schoolverlaten
trajecten. Het programma is solide, omdat het enerzijds
(VSV), een vierjarige aanpak voor het voorkomen en
maatregelen bevat die in het verleden hun toegevoegde
bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
waarde voor het verminderen van VSV hebben bewezen en anderzijds ruimte biedt voor nieuwe maatregelen. Bij het
Het regionaal programma beschrijft de ambitie van West-
toekennen van de projectaanvragen is een zorgvuldige balans
Brabant voor vier jaar: alle jongeren moeten gelijke kansen
gevonden tussen de preventieve maatregelen ter voorkoming
krijgen, zowel in het onderwijs als in de maatschappij. Als
van VSV en curatieve maatregelen om oud-VSV’ers terug naar
jongeren uitvallen op school door obstakels in hun leven, is
een opleiding of werk te begeleiden.
het onze verantwoordelijkheid om te zorgen voor adequate hulp of zorg. We ondersteunen hen om een opleiding af te
Het regionaal programma financiert de projecten OnMyWay,
maken, een baan te vinden en zelfredzaam te zijn zodat ze
VSV-vangnetcoördinator, VSV-vangnetcoördinator pro/vso,
een goede plek in de samenleving vinden. De regionale
het digitaal doorstroomdossier en de NEET-aanpak.
aanpak kenmerkt zich door een integrale aanpak en een intensieve, domeinoverstijgende samenwerking tussen
Het huidige regionaal programma VSV loopt in 2024 af.
gemeenten, onderwijs, jeugdhulp, Wmo en arbeids
Voor de periode 2024-2028 zullen we opnieuw een regionaal
markttoeleiding.
programma uitwerken en zal het weer mogelijk zijn om subsidies aan te vragen. De subsidies hebben nadrukkelijk een aanjaagfunctie, met als doel om succesvolle projecten uiteindelijk duurzaam en structureel te borgen binnen de uitvoerende organisaties.
In de regio wordt in 4 gebieden met elkaar samengewerkt op het niveau van de
Woudrichem
Aalburg
Drimmelen
Moerdijk
Steenbergen
Oosterhout
Halderberge Etten-Leur
Bergen op Zoom
Roosendaal
Geertruidenberg
Breda
• De gemeenten Breda, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Drimmelen, Moerdijk, Oosterhout en Geertruidenberg. Deze samenwerking wordt aangeduid met ‘niveau 2’. • De gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Steenbergen en • •
Rucphen Alphen-Chaam Zundert
De bovengenoemde 4 verschillende samenwerkingen in de regio op het gebied van
BaarleNassau Woensdrecht
Anderzijds vindt er in de regio samenwerking plaats met externe netwerkpartners op het
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
12
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
13
5 Financiën 2024 De16 deelnemende gemeenten leveren een bijdrage in
De verwachting is dat de gemeentelijke bijdragen als gevolg
de kosten die RBL maakt voor de uitvoering van de
van bovengenoemde onderwerpen in 2024 naar boven
werkzaamheden voor niveau 1, 2a en 2. Bij de realisering
moeten worden bijgesteld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om
van RBL als GR is ervoor gekozen om te werken met een
kosten van vervanging bij ziekteverzuim van RBL medewerkers
dienstverleningsovereenkomst met de Gemeente Breda.
en de gevolgen van functieherwaardering van
De daaruit voortkomende loon- en prijsindexeringen en
administratiemedewerkers. Deze hogere kosten moeten
facilitaire effecten dienen door RBL te worden verwerkt.
worden doorberekend aan de deelnemende gemeenten. Als er door omstandigheden nog extra kosten gemaakt
Bij het opstellen van de begroting 2024 volgen wij in basis
moeten worden om RBL het takenpakket uit te laten voeren
de regionale financiële richtlijnen van de deelnemende
welke is vastgesteld door de opdrachtgevende gemeenten,
gemeenten op. De indexering van de gemeentelijke bijdragen
dan worden deze meerkosten ook op de gebruikelijke wijze
is gebaseerd op het prijsindexcijfer van de algemene
doorbelast aan de deelnemende gemeenten. Uiteraard zal
prijsontwikkeling BBP uit de septembercirculaire 2022 (of een
transparant te herleiden zijn welke kosten dit betreft en om
actuelere circulaire). Echter gezien de huidige ontwikkelingen
welke reden de kosten zijn gewijzigd.
in de arbeidsmarkt kan de faciliterende gemeente genoodzaakt zijn om een indexering toe te passen die afwijkt
Specifieke uitkeringen
van de door de deelnemende gemeenten gestelde indexering.
Specifieke uitkeringen zijn op dit moment nog niet bekend,
In de begroting 2024 zal de financiële vertaling worden
maar zullen zo concreet mogelijk verwerkt worden in de
gemaakt van het reguliere beleid dat RBL afneemt.
begroting.
De begroting zal dus gebaseerd zijn op de huidige
Regionaal programma VSV 2021-2024
afspraken en aansluiten bij deze kaderbrief.
De projecten OnMyWay, VSV-vangnetcoördinator, VSV-
Effecten werkgeverschap Breda
vangnetcoördinator pro/vso, het digitaal doorstroomdossier
We hebben gezien dat indien verzuim optreedt bij RBL, de
en de NEET-aanpak worden gefinancierd vanuit het regionaal
continuïteit in het geding komt. Daarom kiest de GR ervoor
programma VSV 2021-2024.
om vervangende medewerkers in te zetten. Hieraan zijn kosten verbonden. Indien verwacht wordt dat deze kosten
Einde intensivering corona-middelen
zich in 2024 voordoen, worden deze op gebruikelijke wijze
Per 1 januari 2024 vervallen de middelen die beschikbaar zijn
doorbelast. Bij de aanbieding van de begroting 2024 zal
gesteld om de intensivering van de werkzaamheden binnen
concreet duidelijk worden welke gevolgen dit heeft op basis
het RBL op te vangen. Dit betekent dat de 2 extra fte die ten
van de actualiteit van dat moment.
tijde van de pandemie ingezet zijn, komen te vervallen.
Daarnaast wil Breda als goed werkgever en om een solide
Projectaanjager Leerplicht
personeelsbeleid te voeren, daar waar nodig, de functies
In 2020 hebben de 10 gemeenten van niveau 2 en 2a
tegen het licht houden op inhoud en waardering. Dit heeft in
besloten tot het aanstellen van een projectaanjager
verleden plaatsgevonden voor de medewerkers administratie
leerplicht. De middelen hiervoor eindigen per maart 2023.
en kan in de toekomst ook voor andere functies plaatsvinden.
De gemeenten besluiten begin januari 2023 over een mogelijk
De kosten die hiervan het gevolg zijn worden doorberekend
vervolg. De financiële consequenties hiervan worden
aan gemeenten conform de afspraken in de huidige GR.
uitgewerkt in de verdere P&C producten. Zie voor nadere informatie hierover de oplegger Samenhang voortzetting projectaanjager RBL en financiële kaders 2023 en 2024.
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
14
Kaderbrief 2024
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
15
Doorontwikkeling GR Op het moment van schrijven van deze kaderbrief werken we aan de doorontwikkeling van de GR. De komende tijd zullen wij u zorgvuldig meenemen in dit proces. We willen met een open vizier de nieuwe vertrekpunten van de samenwerking samen inkleuren en met elkaar vaststellen. Eventuele financiële consequenties van de doorontwikkeling zullen we uiteindelijk uitwerken in een aangepaste begroting en via het reguliere proces voor een zienswijze aan u voorleggen. Conform de wet Gemeenschappelijke Regelingen zal het Bestuur de (concept)begroting 2024 uiterlijk 15 april 2023 aanbieden aan de deelnemende gemeenten voor een zienswijze. De begroting dient te worden vastgesteld voor 1 juli 2023.