CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bundeling kaderbrieven GR-en 2024

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Zienswijzen conceptbegrotingen Gemeenschappelijke Regelingen 202436.151 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders alsmede de Raden van de 24 gemeenten in Midden- en West-Brabant

Directie Doornboslaan 225-227, Breda Postbus 3208 5003 DE Tilburg Telefoon (088) 2250200 www.veiligheidsregiomwb.nl

Datum 06 februari 2023 Onze referentie U.036081 Uw referentie Uw brief van

Jolanda Trijselaar 088-2250100 E-mail jolanda.trijselaar@vrmwb.nl Onderwerp Kaderbrief voorbereiding begroting 2024 VRMWB

Behandeld door Doorkiesnummer

Geachte dames en heren, Hierbij ontvangt u ter informatie, zoals op 2 februari 2023 besproken in de vergadering van het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) en zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling, de kaderbrief voorbereiding begroting 2024 VRMWB (verder aangeduid als kaderbrief). De kaderbrief is het startpunt en de voorbereiding voor de begroting 2024. In de kaderbrief worden zowel de beleidsmatige ontwikkelingen als de financiële kaders weergegeven. Met het vaststellen van de kaderbrief bepaalt het bestuur op hoofdlijnen de koers van het beleid en de financiële middelen voor de komende jaren. Deze hoofdlijnen werken we uit en zijn de basis voor het opstellen van de beleidsbegroting 2024. In de kaderbrief is voor het financiële kader gerekend met de in 2018 bestuurlijk vastgestelde systematiek voor loon- en prijsberekeningen. Vooraf is al duidelijk dat deze indexatiemethode niet passend is en er in de loop van 2023, en ook in 2024, financiële tekorten ontstaan. De kaderbrief kent hierdoor nog grote onzekerheden voor wat betreft de financiële uitgangspunten door de stijgende rente, de hoge inflatie op materiele lasten (o.a. brandstof, gas en energie) en de te verwachten loonstijgingen door lopende Cao-onderhandelingen 2023 e.v.. Een exacte berekening hiervan is op dit moment nog niet te maken.

Een eerste grove inschatting als gevolg van de nog lopende CAO-onderhandeling en invoering van een woon-werk vergoeding betekent voor de begroting 2023 al een verhoging van in totaal meer dan 5 miljoen euro, structureel per jaar. Dit werkt uiteraard ook door in 2024 en verder. Het kabinet heeft aangegeven dat bij de voorjaarsnota 2023 extra accres aan het gemeentefonds wordt toegevoegd en hiermee vanuit het Rijk een inflatiecorrectie beschikbaar wordt gesteld aan gemeenten. Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur van de VRMWB van 2 februari jl. is door de bestuurders als uitgangspunt meegegeven dat als gemeenten via het gemeentefonds (deels) gecompenseerd worden voor deze hogere kosten, dit ook zijn doorwerking zou moeten hebben in de gemeenschappelijke regelingen. Aan u als gemeente wordt daarom gevraagd hier rekening mee te houden en vanuit de mogelijke extra rijksgelden ruimte te houden voor het opvangen van de verhoogde kosten voor Veiligheidsregio MWB. Op dit moment is echter nog onzeker op welke wijze gemeenten gecompenseerd worden en of dit de volledige meerkosten dekt. Bij de bestuurlijke behandeling van de beleidsbegroting 2024 kunnen we hier meer duiding aan geven. Indien nodig leggen we gelijktijdig ook een begrotingswijziging 2023 voor.

De planning is erop gericht om de Beleidsbegroting 2024 vast te stellen in het Algemeen Bestuur van 13 juli 2023. Na het Dagelijks Bestuur van 30 maart 2023 ontvangt u de Beleidsbegroting 2024 en wordt u in de gelegenheid gesteld om voor 30 juni 2023 een zienswijze in te dienen. Ik hoop u voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet,

Jolanda Trijselaar Algemeen directeur

Bijlage 1: Kaderbrief voorbereiding begroting 2024 VRMWB

Kaderbrief voorbereiding begroting 2024 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 1

1

INLEIDING ................................................................................................................................................ 3

2

BELEIDSPLAN 2024 -2027 ......................................................................................................................... 3

3

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN ......................................................................................................... 4 3.1 BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN EN (NIEUWE) WET- EN REGELGEVING MET DUIDELIJKE FINANCIËLE IMPACT ................ 4 3.1.1 Ontwikkeling Wet veiligheidsregio’s ............................................................................................... 4 3.1.2 Verzwaring Brzo .............................................................................................................................. 5 3.1.3 Omgevingswet & Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ............................................................ 5 3.1.4 Vrijwilligers en beroepsbezetting brandweer ................................................................................. 5 3.1.5 Tweede loopbaanbeleid en mogelijke aanpassingen ..................................................................... 6 3.1.6 Post Moerdijk Haven ....................................................................................................................... 7 3.1.7 Informatieveiligheid ........................................................................................................................ 7 3.1.8 Wet open overheid (Woo) ...............................................................................................................

7 3.2 BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN EN WET- EN REGELGEVING MET ONBEKENDE FINANCIËLE IMPACT ............................ 8 3.2.1 Ontwikkelingen Hart van Brabant .................................................................................................. 8 3.2.2 Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) .................................................................. 8 3.2.3 Ontwikkeling naar een vitale sector ............................................................................................... 9 3.2.4 Duurzaamheid................................................................................................................................. 9 3.2.5 Besluit digitale toegankelijkheid overheid ...................................................................................... 9

4

FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN ............................................................................................................. 10 4.1 ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 10 4.2 SLEUTELS KOSTENVERDEELMODEL ................................................................................................................. 11 4.3 LOON- EN PRIJSONTWIKKELING (LPO) ........................................................................................................... 12 4.4 ONTWIKKELINGEN BIJDRAGE BDUR ............................................................................................................... 13 4.4.1 Reguliere bijdrage ......................................................................................................................... 13 4.4.2 Extra BDuR gelden versterking crisisbeheersing en informatievoorziening .................................. 14

5

BIJLAGE 1 BEGRIPPENLIJST .................................................................................................................... 15

2

1 Inleiding Voor u ligt de kaderbrief van 2024 van Veiligheidsregio Midden- en West Brabant (hierna: VRMWB). Hierin beschrijven we zowel de beleidsmatige ontwikkelingen als de financiële uitgangspunten voor de Beleidsbegroting 2024. De kaderbrief is het startpunt van het proces van begroting en verantwoording. De aangepaste bepalingen uit de wet Veiligheidsregio’s benoemen dat de kaderbrief niet onderhevig is aan zienswijzen die vooraf door gemeenten zijn ingediend. De beleidsbegroting 2024, die volgt uit de kaderbrief, wordt 20 april aan het Algemeen Bestuur aangeboden en wordt wel ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenten. De kaderbrief 2024 kent ook onzekerheden voor wat betreft de financiële uitgangspunten door de stijgende rente, de hoge inflatie op materiele lasten (o.a. brandstof, gas en energie) en de te verwachten loonstijgingen door lopende CAO-onderhandelingen. Om die reden zijn er grote onzekerheden in reële prijsinflaties ten opzichte van de gehanteerde indexatiemethode. We gaan er vanuit dat gemeenten via het gemeentefonds gecompenseerd zullen worden voor hogere kosten voor onze gemeenschappelijke regeling en dat dit doorwerkt richting de gemeenschappelijke regelingen. Op dit moment is nog onzeker wanneer gemeenten gecompenseerd worden en of dit de volledige meerkosten zal dekken. Bij de beleidsbegroting 2024 kunnen we hier meer duiding aan geven.

2 Beleidsplan 2024 -2027 Wat voor een veiligheidsregio willen we zijn? Die vraag hebben we samen met ons Bestuur onderzocht. De uitkomst: een parate veiligheidsregio, klaar voor actuele uitdagingen. We richten ons op fysieke veiligheid en maatschappelijke vraagstukken met (fysieke) veiligheidseffecten. Hiermee bestendigen en versterken we de ingeslagen weg. Onze aandacht gaat verder dan alleen naar fysieke veiligheid en klassieke incidenten. Waar een crisis eerst een ‘flitsramp’ was, hebben we nu steeds vaker te maken met complexe, langdurige crises met maatschappelijke impact. Denk hierbij aan de crisisnoodopvang van vluchtelingen, vuurwerkproblematiek, boerenprotesten, coronacrisis en niet te vergeten de ontwikkelingen als gevolg van de klimaatverandering. Deze crises vragen om een andere aanpak. Onze rol varieert. Deze kan repressief en hulpverlenend zijn maar ook coördinerend, regisserend en ondersteunend ten behoeve van samenwerkingspartners, onze gemeenten, het Rijk en het Veiligheidsberaad. Met onderstaande ambitie geven wij aan waar wij over 4 jaar willen staan.

Wij zijn een parate veiligheidsregio, klaar voor actuele uitdagingen. Onze mensen zijn vitaal en dragen professioneel en met passie bij aan een veilige regio. We zijn paraat en klaar voor actuele uitdagingen in alle fases van de veiligheidsketen. We werken met onze (veiligheids)partners samen aan het voorkomen en verkleinen van risico’s en incidenten in de regio én we zijn voorbereid op en staan 24/7 paraat voor de bestrijding van incidenten, klassieke rampen en moderne crises. We zijn een onmisbare en betrouwbare partner in het netwerk van publieke veiligheid en gezondheid. Paraat Onze brandweer, crisisteams en centralisten staan 24/7 klaar. Zij zijn vakbekwaam, goed voorbereid en hebben de beschikking over de juiste middelen voor de bestrijding van de huidige en toekomstige uitdagingen.

3

Klaar voor actuele uitdagingen Door onze betrouwbare en actuele informatiepositie hebben wij in beeld wat speelt in onze omgeving. Het stelt ons in staat om risicogericht te werken: we monitoren, analyseren en voorspellen trends, kwetsbaarheden en risico’s in een steeds complexer wordende maatschappij. Flexibel zijn en samenwerken vinden wij daarbij vanzelfsprekend. Door kennis en kunde te bundelen en te delen, werken we samen aan het voorkomen, voorbereiden, bestrijden en leren van én over incidenten en crises. We verbeteren en versterken onze advisering en dienstverlening voor inwoners, bedrijven, partners en gemeenten door: • •

• • •

Effectieve bewustwordingscampagnes en handelingsperspectieven gericht op het stimuleren van veilig gedrag van inwoners en specifieke doelgroepen. Meer integrale advisering aan gemeenten en risicoveroorzakers over actuele veiligheidskwesties. Dit is input voor bijvoorbeeld het Vergunning Toezicht en Handhaving proces en de integrale veiligheidsplannen van gemeenten. Tijdige en juiste interventiestrategieën. Hiermee beïnvloeden we gezamenlijk risico’s en bereiden we ons voor op mogelijke crises. Sterke operationele paraatheid en slagkracht door inzicht in regionale- en lokale risico’s. Meer evalueren, onderzoeken en analyseren van incidenten en crises om continu te verbeteren en veiliger op te treden.

Deze koers is bepalend voor (de kaders van) de beleidsbegroting 2024, omdat de beleidsbegroting een concretisering is van het beleidsplan. Voor 2024 zijn ook diverse kaders en richtlijnen ontvangen vanuit onze gemeenten. Ook al zijn we niet verplicht om aan deze kaders en zienswijzen uitvoering te geven, proberen we uiteraard daar waar ruimte is invulling hieraan te geven.

3

Beleidsmatige ontwikkelingen

In dit hoofdstuk zetten we een aantal belangrijke ontwikkelingen op een rij. In de huidige maatschappij volgen ontwikkelingen elkaar razendsnel op. Alleen al aan de crisiskant is er een vloeiende overgang geweest van een Corona crisis naar een Oekraïnecrisis, die overging in een algemene vluchtelingencrisis. De ontwikkelingen in de wereld leiden er ook toe dat we ons voorbereiden op een crisis rondom energieschaarste en klimaatverandering. Hoe de wereld verandert, wordt beschreven in het Beleidsplan. In deze kaderbrief beschrijven we slechts de beleidsmatige ontwikkelingen die te linken zijn aan veranderende wetgeving en (bestuurlijke) opdrachten met financiële impact als gevolg. Ook geven we een beschrijving van de wijze waarop we deze financiële impact beschouwen. Hierbij maken we onderscheid in beleidsmatige ontwikkelingen met bekende financiële impact, (nieuwe) weten regelgeving met bekende impact en beleidsmatige ontwikkelingen en wet- en regelgeving met onbekende financiële impact. Het Algemeen Bestuur bepaalt op basis van deze kaderbrief in welke mate deze wijzigingen worden verwerkt in de begroting en onze dienstverlening.

3.1

Beleidsmatige ontwikkelingen en (nieuwe) wet- en regelgeving met duidelijke financiële impact

Deze paragraaf licht de diverse beleidsmatige ontwikkelingen toe die in 2024 relevant zijn. Hiervan is de financiële impact voor 2024 duidelijk evenals de wijze waarop we deze financiële impact beschouwen. Ook is veranderende wet- en regelgeving toegelicht en de financiële impact daarvan voor 2024. Benadrukt wordt dat het hier gaat om wet- en regelgeving waarbij we simpelweg dienen te voldoen aan de in de wetgeving gestelde eisen. Dat geldt ook voor de bijbehorende kosten. 3.1.1 Ontwikkeling Wet veiligheidsregio’s Op 6 december 2022 heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid de Contourennota versterking crisisbeheersing en brandweerzorg naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze nota zijn de contouren geschetst voor de nieuwe ‘Wet brandweerzorg en crisisbeheersing’, die de Wet veiligheidsregio’s op 4

termijn vervangt. In de Contourennota wordt bevestigd dat het werk rondom brandweerzorg en crisisbeheersing steeds complexer wordt en dat er behoefte is aan versterking van deze sectoren. Vanaf 2023 wordt er een geleidelijk (opbouwend) structureel bedrag van € 83 miljoen aan de Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) van de veiligheidsregio’s toegevoegd, bestemd voor de versterking van crisisbeheersing, van de informatiepositie en het inrichten van het Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk (KCR2) en de bovenregionale samenwerking daarin. Zie paragraaf 4.4.2 voor het verwachte financiële verloop voor VRMWB. Het is niet de bedoeling dat gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio’s – als effect van de ophoging van de BDuR – worden verlaagd. Ook is het niet de bedoeling met de extra financiële middelen gaten te vullen op het gebied van andere taakgebieden van de veiligheidsregio’s. Bij de begroting 2024 en de actualisatie van de begroting 2023 (begrotingswijziging 2023-1) verwerken wij de ophoging van deze rijksbijdrage op basis van de beschikking in de begroting. 3.1.2 Verzwaring Brzo Binnen onze regio hebben we te maken met een forse groei in het aantal bedrijven dat valt onder het Besluit risico's zware ongevallen (hierna genoemd Brzo-bedrijven). Hierdoor staat de capaciteit van de inspecteurs onder druk.

De verwachting is dat er de komende vier jaar zich nog zeventien bedrijven vestigen in de provincie Noord-Brabant, waarvan tien in de regio Midden- en West-Brabant. Daarnaast is er sprake van wijzigende regelgeving rondom Arie-plichtige inrichtingen (Arie: regeling voor Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie) waardoor het aantal bedrijven dat in aanmerking komt voor het doorlopen van een Aanwijstraject voor een bedrijfsbrandweer (art. 31 Wet VR) vanaf 2023 aanzienlijk toeneemt. Deze toename ontstaat op het moment dat er al een veertigtal Arie-bedrijven zich binnen het samenwerkingsverband Noord-Brabant bevinden waar nog geen Aanwijstraject is gestart, vanwege de druk op de capaciteit. Mogelijk komen daar met de wijziging in regelgeving nog tien bij. De kosten die hieruit voortkomen, bestaan voornamelijk uit de kosten gepaard gaande met 1,5 fte formatie uitbreiding. De kosten van € 153.000 worden gedekt binnen de eigen begroting door een verschuiving van werkzaamheden. 3.1.3 Omgevingswet & Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Omgevingswet brengt voor de veiligheidsregio’s een intensieve taakverandering mee op het gebied van risicobeheersing. Er zijn nieuwe kwaliteiten en producten nodig die op een andere manier bijdragen aan een veilige leefomgeving en om een andere wijze van advisering van risicobeheersing aan gemeenten vraagt.

Onderzoeksbureau Cebeon heeft berekend dat de implementatie van de Omgevingswet de veiligheidsregio’s gezamenlijk 20-30 miljoen euro kosten. Daarnaast zal er, na de invoering van de wet, sprake zijn van gezamenlijk 15-20 miljoen euro structurele meerkosten voor de veiligheidsregio’s. Wat de door Cebeon berekende effecten voor VRMWB zijn, wordt in 2023 in kaart gebracht. Door investeringen in de veranderende werkwijze van adviseren en andere producten is meer capaciteit nodig. Er is berekend dat er drie fte extra capaciteit nodig is. Dit leidt tot een kostenstijging van € 240.000 met ingang van 2024, er van uitgaande dat de Omgevingswet medio 2023 wordt vastgesteld. Verwacht wordt dat gemeenten voor de extra structurele kosten worden gecompenseerd door het Rijk. De meicirculaire 2023 biedt hierin meer duidelijkheid. We wachten deze circulaire af en komen dan met een nieuw voorstel. 3.1.4 Vrijwilligers en beroepsbezetting brandweer We hebben structureel 30-50 vacatures bij onze vrijwillige brandweerposten en het werven van nieuwe vrijwilligers wordt steeds problematischer. Daarbij hebben we ook te maken met een Europese richtlijn, die stelt dat gelijke arbeid gelijk beloond moet worden. In de toekomst is

5

kazerneren en consigneren van vrijwilligers daarom niet meer mogelijk waardoor we ook op onze beroepsposten geconfronteerd worden met een tekort aan medewerkers. In 2022 is, vooruitlopend op de landelijke ontwikkelingen, geconstateerd dat de operationele sterkte van de beroepskazernes niet voldoende is om volgens ons 24-uursrooster uitvoering te geven aan het door gemeenten vastgestelde Dekkings- en Spreidingsplan van de regio. Als tijdelijke maatregel is in de vergadering van het Algemeen Bestuur van oktober 2022 het besluit genomen om de operationele sterkte van de beroepsbezetting uit te breiden, maar nog wel in te vullen met vrijwilligers. Hiervoor wordt in 2023, 2024 en 2025 de gemeentelijke bijdrage verhoogd met € 465.000. In het Veiligheidsberaad van december 2022 is een principebesluit genomen om een implementatieplan Bouwsteen Verplichtend Karakter vast te stellen. De uiteindelijke implementatie van de Bouwsteen zal tot een kostenverhoging leiden binnen de VRMWB omdat de dagelijkse bezetting van de 24-uursdienst en daarmee de operationele sterkte moet worden opgehoogd en vrijwilligers niet meer gekazerneerd mogen worden. Voordat tot implementatie wordt overgegaan, moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan, waaronder de afspraken over de financiële consequenties met de minister van J&V. Voor geheel Nederland zijn deze ca. 30 miljoen (prijspeil 2020).

Voor de VRMWB zal de uitvoering van het implementatieplan tussen de 1,5 en 2,5 miljoen euro op jaarbasis liggen. 3.1.5 Tweede loopbaanbeleid en mogelijke aanpassingen Sinds 2006 is het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) voor brandweermensen afgeschaft. Vanaf 1-12006 mogen nieuwe medewerkers de bezwarende brandweerfunctie niet langer dan 20 jaar vervullen. Het is een gezamenlijke inspanning van werkgever en werknemer een 2e loopbaan te verwezenlijken die de werknemer na maximaal 20 jaar kan gaan vervullen binnen of buiten de Veiligheidsregio. Doelstelling is dat brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen en daarna nog een goed kwalitatief leven kunnen leiden. De collega’s die voor 1-1-2006 in dienst zijn getreden, hebben nog wel recht op FLO. Al langere tijd wordt door de meeste betrokken partijen onderkend dat het 20-jarigen beleid niet ideaal is. De Universiteit van Maastricht is daarom in opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) in 2021 een vierjarig onderzoek gestart naar duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. Naar verwachting zullen in 2027 de onderzoeksresultaten van de Universiteit van Maastricht bekend zijn en eventuele onderhandelingen over herziening van hoofdstuk 9a CAR (-UWO) hebben dan in het LOAV (Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio's) plaatsgevonden.

Er worden nu geen onomkeerbare besluiten genomen in afwachting van deze resultaten. De rechten en plichten (o.a. faciliteiten) van het huidige 2e loopbaanbeleid blijven vooralsnog onveranderd van kracht. In de tussentijd mogen medewerkers in een bezwarende functie en 15 dienstjaren wel uitstel aanvragen van de maximale termijn van 20 jaar mits zij voldoen aan de gestelde voorwaarden (LOAV Circulaire 22/7). Het akkoord van het LOAV betekent dat we te maken krijgen met twee belangrijke momenten: 1. De periode van 1 december 2022 tot 1 januari 2027 en 2. De periode (naar verwachting) na 1 januari 2027 De tweede periode is voor deze kaderbrief buiten beschouwing gelaten. Voor de periode 1-11-2022 tot (naar verwachting) 1-1-2027 kunnen medewerkers met een bezwarende functie die voldoen aan de voorwaarden van het akkoord verzoeken om uitstel. Een deel van deze brandweermensen is al bezig met de uitvoering van zijn/haar loopbaanplan, een deel gaat in deze periode voldoen aan de startkwalificaties cf. voorwaarden en een deel wil toch – ondanks de mogelijkheid voor uitstel – beginnen aan zijn/haar loopbaanplan. We schatten nu in dat 6

de kosten hiervoor op te vangen zijn binnen de huidige begroting van de VRMWB. 3.1.6 Post Moerdijk Haven In opdracht van het bestuur zijn scenario’s uitgewerkt voor de beroepspost Moerdijk Haven. Het advies aan het AB is om te kiezen voor continuering van de Publiek-Private Samenwerkingsconstructie (PPS) (met openbreking van de constructie op financiën, de 6 minutennorm en 100% beschikbaarheid) voor de periode van vijf jaar. Gedurende die vijf jaar te komen tot een definitieve keuze (rekening houdend met mogelijke aanpassingen vanuit de wet VR’s) waarbij: • of gekozen wordt om door te gaan met de PPS constructie; • of gekozen wordt om verder te gaan als publieke brandweer met het specialisme industriële brandbestrijding (scenario 2). Bij continuering van de PPS constructie is de financiële impact nog onbekend, omdat er dan een contract opengebroken moet worden en er opnieuw onderhandeld moet worden. Het andere scenario leidt tot een structurele kostenverhoging van naar verwachting € 600.000,- per jaar. Het AB heeft op 21 december 2022 het advies om voor vijf jaar te continueren om tot een definitieve keuze te komen overgenomen. In 2023 worden de eerste besprekingen gevoerd met de bedrijven over de huidige financiële verdeling om deze vanaf 2024 aan te passen.

3.1.7 Informatieveiligheid Vanuit het landelijke versnellingsplan Informatieveiligheid wordt in opdracht van het Veiligheidsberaad (december 2020) gewerkt aan het versterken van de cyberweerbaarheid van de Veiligheidsregio’s en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). We versterken onze informatieveiligheid op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid), die standaard verplicht is voor overheidsorganisaties. Onderdeel van de BIO is het organiseren van de functies ‘monitoring van cyber- en digitale dreigingen en kwetsbaarheden’ (SOC, Security Operations Centre) en ‘incident response op digitale incidenten’ (CERT, Computer Emergency Response Team). In 2021 is, als onderdeel het landelijke programma informatieveiligheid, een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar mogelijke scenario’s voor SOC en CERT, waarbij geconcludeerd is dat een sectorale/collectieve oplossing hiervoor de meest efficiënte oplossing is. De noodzaak om dit te organiseren is evident, het is vooral de vraag hoe dit georganiseerd moet worden. De verwachting is dat de collectieve oplossing nog tot 2024 of 2025 op zich laat wachten. Dit betekent dat bij alle regio’s een korte termijn oplossing noodzakelijk is (zogeheten ‘verhoogde dijkbewaking’, bijvoorbeeld een CERT-abonnement met een leverancier).

De kosten om te voldoen aan de zwaardere BIO- en veiligheidsnormen zijn afgelopen jaren opgevangen vanuit de reguliere exploitatiebudgetten. Deze kosten inclusief de korte termijn oplossing zoals hiervoor benoemd (ca 100k) zijn niet langer op te vangen uit de reguliere begroting en zal via de gemeentelijke bijdrage moeten worden opgevangen. 3.1.8 Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en heeft tot doel om de transparantie van overheden en semi-overheden te verbeteren. De belangrijkste wijziging in de Woo betreft de actieve openbaarmaking, openbaarmaking uit eigen beweging. Er is een groot aantal documenten aangewezen die in ieder geval actief openbaar moeten worden gemaakt en ontsloten. Daarnaast is de passieve openbaarmaking, de openbaarmaking op verzoek, op een aantal vlakken zodanig aangescherpt dat het afhandelen van de verzoeken nog arbeidsintensiever wordt. De Woo gaat uit van digitalisering en stelt eisen aan de documenten en de ontsluiting daarvan. De Woo vereist het op orde brengen van de informatiehuishouding en het aanpassen van processen (zowel organisatorisch als technisch) en is ingegaan op 1 mei 2022. De nieuwe regels voor passieve openbaarmaking gelden vanaf 1 mei 2022, de regels voor actieve openbaarmaking worden gefaseerd ingevoerd vanaf 2023.

7

De gemeenten zijn in de meicirculaire 2021 geïnformeerd over de compensatie van de meerkosten die zij maken door de uitvoering van de Woo. Deze financiële middelen bestaan uit zowel incidenteleals structurele middelen. De incidentele middelen zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris (elk bestuursorgaan krijgt een contactfunctionaris die mensen helpt bij hun vragen over informatie en het zoeken en vinden van de juiste informatie), en het beheer en onderhoud van systemen. Deze nieuwe wet verplicht overheidsorganisaties om de informatiehuishouding binnen acht jaar op orde te brengen, wat ook in de archiefwet terug komt. De VRMWB ambieert om binnen de gestelde termijnen te voldoen aan deze wet. Om inzicht te krijgen in de veranderingen die deze wet met zich meebrengt is in 2022 een plan van aanpak uitgewerkt met een viertal aandachtsgebieden, namelijk: processen, dienstverlening, ICT & Informatievoorziening en cultuur. Op basis van dit plan worden de kosten structureel per jaar ingeschat op ca € 150.000.

Deze kosten kunnen niet worden opgevangen in de reguliere begroting en worden daarom via een verhoging van de gemeentelijke bijdrage gevraagd.

3.2

Beleidsmatige ontwikkelingen en wet- en regelgeving met onbekende financiële impact

Deze paragraaf licht de beleidsmatige ontwikkelingen en wet- en regelgeving toe die in 2024 relevant zijn, maar waarvan de financiële impact nog niet duidelijk is. 3.2.1 Ontwikkelingen Hart van Brabant Rondom het district Hart van Brabant, specifiek rondom Tilburg spelen een aantal ontwikkelingen die onderlinge afhankelijkheden kent. Allereerst is de gemeente Tilburg beleid aan het ontwikkelen rondom de cityring. Onze veiligheidsregio is nauw betrokken bij deze ontwikkelingen omdat het mogelijk impact heeft op de wettelijke normtijden van de beroepsbrandweer. Maar, tevens gelet op de uitbreiding en ontwikkelingen van de stad, is de positionering van de kazernes “Post Centrum’, ‘Vossenberg’ en ‘Berkel-Enschot’ mogelijk ook te verbeteren. Deze afhankelijkheden hebben ook invloed op de mogelijkheden ten behoeve van het opleidingscentrum ‘safety village’, waarvoor in Q1 2023 de mogelijkheden ten behoeve van schaalvergroting opleidingscapaciteit worden onderzocht, aangezien het opleidingscentrum op dit moment naast kazerne Vossenberg gelegen is. Deze beleidsmatige afhankelijkheden zorgen ervoor dat pas na het onderzoek duidelijk is wat de kosten hieromtrent zijn, wanneer deze kosten gemaakt worden en op welke wijze deze kosten worden gedragen. Het effect en daarmee (een deel van) de kosten van deze ontwikkelingen vindt mogelijk wel plaats in 2024.

3.2.2 Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Deze wet regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de civiele sector. Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling wordt vervangen door een CAO. Voor personeel van Veiligheidsregio’s geldt uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van Veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, tijdstip plaats. Met ingang van april 2021 is ook de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s

8

(WVSV) opgericht. De WVSV is met ingang van 1 januari 2022 gestart en treedt namens alle Veiligheidsregio’s op als vakorganisatie; ook voor wat betreft arbeidsvoorwaarden. De invoering van de Wnra is nog onderwerp van gesprek. Onderzocht wordt of de wet volledig, gedeeltelijk of niet meer wordt ingevoerd. Medio 2023 wordt de keuze voor één van deze scenario’s voorbereid en ter besluitvorming aan de RCDV voorgelegd. Dit besluit wordt vervolgens gedeeld met de minister die een keuze maakt. Dan is dus duidelijk wat de impact voor de Veiligheidsregio’s is. De invoering van de Wnra betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardenpakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en op de arbeidsvoorwaarden. Indien er medio 2023 een besluit wordt genomen vindt de uitwerking hiervan plaats in 2024 en verder. Het is nog onduidelijk wat de financiële consequenties zijn. 3.2.3 Ontwikkeling naar een vitale sector De veiligheidsregio’s maken (nog) geen onderdeel uit van de Nederlandse vitale infrastructuur. De inzet van politie, inzet van defensie en communicatie met en tussen hulpdiensten (112 en C2000) maken wel deel uit van deze infrastructuur. Het gaat om processen die essentieel zijn voor de Nederlandse samenleving; processen die kunnen leiden tot uitval of verstoring, tot ernstige maatschappelijke ontwrichting en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.

De COVID-19crisis heeft duidelijk gemaakt, ook voor het ministerie van J&V, dat de veiligheidsregio’s wel als onderdeel van de vitale infrastructuur aangemerkt zouden moeten worden. Het ministerie werkt aan een vitaliteitsbeoordeling van onze processen van crisisbeheersing, informatievoorziening en brandweerzorg. Het is de rol van de veiligheidsregio’s om Nederland op regionaal niveau goed voor te bereiden op rampen en crisis. Om deze rol goed te kunnen vervullen moet de continuïteit van vitale processen binnen de sector gewaarborgd zijn en moeten de veiligheidsregio’s kunnen beschikken over de informatie die nodig is om te zorgen voor adequate voorbereiding van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Op dit moment wordt landelijk gewerkt aan een eerste verkenning wat de consequenties zijn van deze aanwijzing maar duidelijk is dat dit verder gaat dan alleen informatieveiligheid. Zowel de kosten als de wijze van financiering zijn op dit moment nog niet duidelijk. 3.2.4 Duurzaamheid Wij werken aan een visie voor duurzame bedrijfsvoering en realistische doelen in lijn met de Sustainable Development Goals (SDG’s). Om onze prestaties hierop te meten werken we met de CO2-prestatieladder. Een visie hierop wordt in het tweede kwartaal van 2023 vastgesteld en uitvoering ervan zal plaatsvinden in 2024 en verder.

3.2.5 Besluit digitale toegankelijkheid overheid De Wet digitale toegankelijkheid is ingegaan op 1 juli 2022. Het besluit is voortgevloeid uit een Europese richtlijn. Het is de bedoeling dat de verplichting tot digitale toegankelijkheid in de nieuwe Wet digitale overheid wordt opgenomen, maar daarin wordt veel meer geregeld en de wet is nog niet definitief vastgesteld. De wet ligt bij de Eerste Kamer en wacht op verdere afhandeling. Reeds in 2018 is in afwachting van de Wet digitale overheid het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid vastgesteld en op 1 juli 2018 in werking getreden. Volgens het tijdelijk besluit moeten overheidsorganisaties het in het besluit bepaalde met ingang van 23 september 2019 toepassen voor nieuwe websites (dat wil zeggen: gepubliceerd vanaf 23 september 2018), met ingang van 23 september 2020 voor bestaande websites (dat wil zeggen: gepubliceerd voor 23 september 2018) en met ingang van 23 juni 2021 voor apps. De overheid heeft hiervoor een platform ingericht (PLOOI + DROP) waarmee overheidsinformatie voor iedereen eenvoudig is te vinden. Om helemaal digitaal toegankelijk te zijn komen er extra taken bij voor monitoring, controle en nabewerking van documenten, beeld- en filmmateriaal, het op peil houden van bewustwording en het opstellen van toegankelijkheidsverklaringen.

De kosten voor het projectteam en out-of-pocket kosten voor aanpassing van de techniek, uitvoeren van nulmetingen en toetsen, trainingen voor personeel en inhuur zijn structureel. Voor de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen wordt gesproken over 9

totale incidentele kosten tussen de € 58 en € 94 miljoen voor implementatie binnen twee jaar. Structureel is er voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen jaarlijks tussen de € 25 en € 32 miljoen nodig om aan de eisen van het besluit te voldoen. Om beter inzicht te krijgen in de structurele en incidentele kosten voor onze veiligheidsregio wordt in 2023 gewerkt aan een plan van aanpak.

4 Financiële uitgangspunten 4.1

Algemeen

Het Algemeen Bestuur hanteert als uitgangspunt dat hogere, noodzakelijke uitgaven als (in)direct gevolg van wet- en regelgeving en/of onvermijdbaar zijn op grond van de wettelijk vastgestelde beleidsdocumenten verrekend kunnen en mogen worden via het kostenverdeelmodel, dat de basis vormt voor de gemeentelijke bijdrage aan VRMWB. Middels onderstaande tabel wordt duidelijk welke impact bovenstaande beleidsmatige wijzigingen uit hoofdstuk 3 hebben op het financiële kader. Tevens wordt hierin weergeven uit welke bron de dekking wordt voorgesteld.

Ontwikkeling Wet veiligheidsregio’s / versterking crisisbeheersing

€

2.328

3.1.2 3.1.3

Verzwaring Brzo-bedrijven Omgevingswet & Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

€ €

153 240

Europese regelgeving: kazernering vrijwilligers

€

465

€

-

3.1.5 3.1.6

Europese regelgeving: kazernering beroeps Tweede Loopbaan Post Moerdijk Haven

3.1.7 3.1.8

Informatieveiligheid Wet Open Overheid

€ €

3.2.1 3.2.2

Ontwikkelingen Hart van Brabant Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Ontwikkeling naar vitale sector Duurzaamheid Besluit digitale toegankelijkheid Overheid

pm pm

4.3

Taakstelling profiel 4

€

4.3 4.3

CAO en Inflatie 2024 Kapitaallasten

pm pm

3.1 BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN EN (NIEUWE) WET- EN 3.1.4 REGELGEVING MET DUIDELIJKE FINANCIËLE IMPACT

3.1.4

3.2 BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN EN 3.2.3 3.2.4 WET- EN 3.2.5 REGELGEVING MET ONBEKENDE FINANCIËLE IMPACT

V

V

V

V V

nvt

De exacte verdeling van de middelen 2024 en verder van de middelen staat nog niet vast. Hierover is de landelijke afspraak gemaakt dat uiterlijk 31 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar dat de aanvullende extra middelen beschikbaar komen, afstemming komt tussen de veiligheidsregio’s en J&V over de verdeling. Mochten er geen wijzigingen komen op de afspraken is op dit moment het bedrag 2024 becijferd op € 2,328M. Dit loopt op tot € 3,39M in 2026

nvt nvt

1,5 FTE 3 FTE. Naar verwachting worden gemeenten hiervoor door het Rijk gecompenseerd in de meicirculaire 2023. Als hierover duidelijkheid is wordt de compensatie van het Rijk aangesproken via de gemeentelijke bijdrage. Dit is de effectuering van het reeds in 2022 genomen besluit AB2022.10.13/4.1 om de operationele sterkte van de beroepsbezetting van VRMWB uit te breiden. Hiervoor wordt in 2023, 2024 en 2025 tijdelijk de gemeentelijke bijdrage verhoogd met € 465.000.

nvt V

100 150

Opmerking

ja

V

pm pm

Reeds besloten door AB

3.1.1

Begroting VRMWB

Geschatte kosten 2024 (*1000)

Rijksbijdragen

Betrekking Beleidswijziging/uitbreiding 2024 op paragraaf

Gemeentelijke bijdragen

Dekking 2024 Hoofdstuk

nvt ja

Indien structureel beroepsformatie aangetrokken moet worden, zijn de lasten circa 1,1M per jaar voor VRMWB In het AB van 21 december is besloten (AB2022.12.21/5.4) om het advies om de huidige situatie van de PPS-constructie vijf jaar te continueren over te nemen, wat betekent dat nog onbekend is hoe de financiële verdeling in 2024 gaat uitvallen.

nee nee

pm pm pm

2023 volgt een Plan van Aanpak

-443

V

ja

V V

nee nee

4. FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN

In navolging van het reeds in 2022 genomen besluit AB2022.05.24/1 wordt in 2024 de volledige € 443.000 opgenomen als kostenreductie in de begroting. Hiermee wordt de gemeentelijke bijdrage verlaagd

10

4.2

Sleutels kostenverdeelmodel

In 2018 is door het AB besloten de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel bij te stellen zodat er aansluiting is met de bijdrage uit het Gemeentefonds, inclusief een overgangsperiode tot en met 2021 die is doorgelopen tot en met 2022. Met ingang van begrotingscyclus 2023 actualiseert de veiligheidsregio jaarlijks de verdeelsleutels van de gemeentelijke bijdrage naar de meest recent beschikbare Cebeon-maatstaven. Voor de beleidsbegroting 2024 geldt als basis de meicirculaire 2022. Door het jaarlijks actualiseren van de verdeelsleutels sluit de bijdrage die gemeenten betalen aan de veiligheidsregio aan op de bijdrage die zij verkrijgen vanuit het gemeentefonds en zijn de veranderingen relatief beperkt. Deze werkwijze komt overeen met het in 2018 genomen AB-besluit, waarin de volgende uitgangspunten zijn vastgesteld: • • •

•

De sleutel CEBEON ten behoeve van verdeling gemeentefonds is de basis voor de sleutel van het kostenverdeelmodel. De sleutel wordt jaarlijks geüpdatet bij begroting (t+2), (m.a.w. de sleutels die op basis van meicirculaire 2022 zijn berekend worden toegepast in de beleidsbegroting 2024). De meest recent beschikbare sleutel wordt gehanteerd. Jaarlijks wordt de sleutel na uitkomst meicirculaire beschikbaar gesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In bijlage 1 is een overzicht weergegeven van de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel 2022-2025, die als basis in de beleidsbegroting gehanteerd wordt (excl. de verwerking van de herindeling van Gemeente Haaren).

Hieronder is een overzicht weergegeven van de verdeelsleutels van het kostenverdeelmodel, op basis van de Cebeon-maatstaven uit de Meicirculaire 2022, die als basis dienen voor de beleidsbegroting 2024. De gemeentelijke bijdrage uitgedrukt in euro's wordt opgenomen in de beleidsbegroting 2024, omdat nog niet alle kosten van CAO, FLO en overloop investeringen bekend zijn op het moment van finaliseren van deze kaderbrief.

11

4.3

Loon- en prijsontwikkeling (LPO)

In 2018 is bestuurlijk besloten om de gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling te continueren. De loon- en prijsontwikkeling wordt bepaald door de gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het jaar 2024 van het Centraal Plan Bureau (CPB) en de correcties van deze indices voor het jaar 2022 en 2023 van de in de begroting 2023 verwerkte cijfers. In de begroting wordt uitgegaan van de jongste CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de conceptbegroting. In dit voorstel worden de cijfers van de publicatie van maart 2022 weergegeven. De laatst bekende raming die is afgegeven door het CPB betreft de kerngegevenstabel van maart 2022. Daarin zijn de volgende ramingen afgegeven:

Loonindex Prijsindex

2022 4,30% 3,40%

2023 3,60% 3,00%

12

Op basis van de indices uit bovenstaande tabel en degene die in de begroting 2023 verwerkt zijn, is een gewogen gemiddelde index berekend waarmee de bijdragen van de gemeenten worden aangepast. Deze index en mutatie in de begroting is in onderstaande tabel weergegeven.

CAO en prijsinflatie 2024 Voor de beleidsbegroting 2024 zijn de effecten van de CAO 2024 en de prijsinflatie 2024 nog niet bekend. Normaal wordt dit middels de reguliere indexatiemethode opgevangen. In de huidige extremere omstandigheid, kan het voorkomen dat dit niet meer toereikend is voor het betreffende boekjaar, waardoor er een niet-sluitende begroting ontstaat. Er zijn om die reden grote onzekerheden in reële prijsinflaties ten opzichte van de gehanteerde indexatiemethode. We gaan er vanuit dat gemeenten via het gemeentefonds gecompenseerd zullen worden voor hogere kosten voor onze gemeenschappelijke regeling en dat dit doorwerkt richting de gemeenschappelijke regelingen. Op dit moment is nog onzeker wanneer gemeenten gecompenseerd worden en of dit de volledige meerkosten zal dekken. Bij de beleidsbegroting 2024 kunnen we hier meer duiding aan geven. Takendiscussie profiel 4 De indexatie wordt toegepast ná aftrek van de € 443.000 bezuiniging conform bestuursbesluit AB2022.05.24/1. Kapitaallasten In het besluit AB2022.02.09/3.5 egalisatiereserve op kapitaallasten te laten vervallen en de lasten te nemen in de exploitatiebegroting. Afwijkingen op het investeringsplan vertalen zich daardoor rechtstreeks in een wijziging op de gemeentelijke bijdragen. Bij het opmaken van de beleidsbegroting 2024 nemen we de meest actuele cijfers mee in het investeringsplan.

4.4

Ontwikkelingen bijdrage BDuR

4.4.1 Reguliere bijdrage Zowel in de junibrief 2022 als in de beschikking van december 2022 zijn geen beleidswijzigingen opgenomen voor de reguliere BDuR bijdrage. Wel is een loon/prijs bijstelling voor 2022 meerjarig in de bijdrage BDuR verwerkt. Op basis van de beschikking 2022 (d.d. 1 december 2022) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt onderstaande bijdrage voor VRMWB verwacht: Ontwikkeling bijdrage BDuR

2024

2025

2026

2027*

Beleidsbegroting 2023 (beschikking 2021)

Loon/prijs bijstelling Beschikking 2022 verwachte loon/prijs bijstelling Beleidsbegroting 2024

€ 9.970.603 € 338.715 € 10.309.318 € 10.309.318 € 10.309.318 € 10.309.318 € 350.000 € 700.000 € 1.050.000 € 1.050.000 € 10.659.318 € 11.009.318 € 11.359.318 € 11.359.318

* de Rijksbijdrage wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2027 is hetzelfde bedrag als 2026 aangehouden.

Omdat jaarlijks de BDuR bijdrage bijgesteld wordt voor loon- en prijsontwikkeling, wordt in de beleidsbegroting 2024 meerjarig reeds rekening gehouden met een verwachtte bijstelling.

13

4.4.2 Extra BDuR gelden versterking crisisbeheersing en informatievoorziening Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk gemaakt in het kader van de doorstroom migratie. Onderdeel van deze afspraken is de geleidelijk opbouwende structurele toevoeging van € 83 miljoen in de BDuR vanaf 2023 voor een versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening bij de veiligheidsregio's. In het landelijke bestuursakkoord is vastgesteld dat er structureel € 83 miljoen wordt toegevoegd aan de BDuR voor veiligheidsregio’s. Dit vindt vanaf 2023 met een geleidelijke opbouw in vier jaar plaats: 2024 Extra structurele middelen totaal landelijk

2025

2026

2027*

€ 57.000.000 € 73.000.000 € 83.000.000 € 83.000.000

* de Rijksbijdrage wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2027 is hetzelfde bedrag als 2026 aangehouden.

De extra financiële middelen zijn bestemd voor de versterking van de (toekomstige): 1. crisisbeheersing. 2. informatievoorziening (a. per regio én b. gezamenlijk). 3. inrichten van Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2). Voor 2023 zijn er gegarandeerde afspraken uitgewerkt tussen het ministerie van J&V en de Veiligheidsregio’s over de verdeling van de extra middelen tussen de drie genoemde onderwerpen. Vanaf 2024 komen er aanvullende extra middelen beschikbaar. De exacte verdeling van die aanvullende middelen staat nog niet vast in verband met de benodigde flexibiliteit om in te spelen op lopende ontwikkelingen. Hierover worden uiterlijk 31 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar dat de aanvullende extra middelen beschikbaar komen, afspraken gemaakt. Op basis van de verdelingssystematiek 2023 komt dit voor VRMWB op:

Extra structurele middelen voor VRMWB

2024

2025

2026

2027*

€ 2.328.280

€ 2.981.833

€ 3.390.303

€ 3.390.303

* de Rijksbijdrage wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2027 is hetzelfde bedrag als 2026 aangehouden.

14

5 Bijlage 1

Begrippenlijst

Afkorting

Betekenis

AB

Algemeen Bestuur

ANBO

Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen

Arie

Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie

Arbo

Arbeidsomstandigheden

AVG

Algemene verordening gegevensbescherming

BBV

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten

BDuR

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

BIO

Baseline Informatiebeveiliging Overheid

BRZO

Besluit risico´s zware ongevallen

BTW

Belasting over de toegevoegde waarde

CaCo

Calamiteitencoördinator

CAO

Collectieve arbeidsovereenkomst

CAR(-UWO)

Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (Uitwerkingsovereenkomst)

CERT

Computer Emergency Response Team

DB

Dagelijks Bestuur

DIV

Documentaire Informatie Voorziening

DMS

Document Management Systeem

DROP

Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties

DSO

Digitaal Stelsel Omgevingswet

ELO

Electronische leer omgeving

FLO

Functioneel leeftijdsontslag

FTE

Full Time Equivalent

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst

GHOR

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio

GMK

Gemeenschappelijke Meldkamer

GRIP

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure

HRM

Human Resource Management

HSL

Hogesnelheidslijn

IGV

Informatie Gestuurde Veiligheid

IRBT

Interregionaal Beleidsteam

J&V

Justitie & Veiligheid

KCIO

Knooppunt Coördinatie en Informatie Oekraïne

KCR2

Knooppunt Coördinatie Regio- Rijk

LMS

Landelijke Meldkamer Samenwerking

LOAV

Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden

LPO

Loon- en Prijsontwikkeling

MWB

Midden- en West-Brabant

NIPV

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid

OMWB

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

PBM

Persoonlijke Beschermingsmiddelen

PLOOI

Platform Openbare OverheidsInformatie

15

PPS

Publiek Private Samenwerking

RAV

Regionale Ambulancezorgvoorziening

RBT

Regionaal Beleidsteam

RCC

Regionaal Crisiscentrum

ROAZ

Regionaal Overleg Acute Zorg

RONAZ

Regionaal Overleg Niet Acute Zorgketen.

SaaS

Software as a Service

SiSa

Single information, single audit.

SOC

Security Operations Centre

TNO

Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek

TAS/TS

Tankautospuit

VB

Veiligheidsberaad

VIK

Veiligheid Informatie Knooppunt

VEt

Veilige Energietransitie

VTH

Vergunningverlening, toezicht en handhaving

VWS

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Woo

Wet open overheid

WVSV

Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's

16

II I [J I I Streekarchief Langstraat Heusden Altena I I I liii I I I Bij het Streekarthief zijn aangesloten de gemeenten

Altena, Heusden en Waalwijk

Aan de raad van de gemeente Altena Postbus 5 4286 ZG Almkerk

Betreft: beleidsmatige en financiele kaders Streekarchief Langstraat Heusden Altena Heusden, 26 januari 2023 Geachte leden van de raad, Door middel van deze kaderbrief informeert het dagelijks bestuur van Streekarchief Langstraat Heusden Altena u kort over de beleidsmatige en financiele ontwikkelingen die relevant zijn voor de concept-begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2027. In het beleidsplan voor de periode 2023-2025 worden als speerpunten de continue doorontwikkeling van het e-depot en een verdere professionalisering van de organisatie en de interne informatiehuishouding benoemd. Speerpunt blijft de verdere versterking van de digitale dienstverlening aan burgers en gemeentelijke deelnenners. Naast het voortzetten van de digitalisering van veel geraadpleegde series archiefstukken, zal dit worden gerealiseerd door het inrichten van een interne workflow die de scanverzoeken vanuit alle klanten moet kunnen verzorgen. Voor het succesvol innplementeren, continueren en uitbouwen hiervan is structurele beschikbaarheid van voldoende personele capaciteit een voorwaarde en zal uitbreiding van de huidige formatie noodzakelijk zijn. In 2023 wordt duidelijk in welke mate dit het geval is en welke kosten hier dan mee gemoeid zijn.

De grote toename van de hoeveelheid digitaal archiefmateriaal leidt niet alleen tot een toename van de beheerkosten, maar ook van de kosten die verband houden met het digitaal beschikbaar stellen ervan. De verwachting is dat zowel beheer- als hostingkosten de komende beleidsperiode daarom aanmerkelijk zullen toenemen. Ten slotte bent u in september 2022 nniddels een Raadsinformatiebrief geinformeerd over het onderzoek naar de huisvesting van het Streekarchief. Omdat het onderzoek op dit moment nog niet is afgerond kan hier nog geen duidelijkheid worden gegeven over financiele consequenties, maar we zullen u uiteraard zo volledig mogelijk blijven informeren over de voortgang. Uiteraard streeft het Streekarchief ernaar om de kostenstijgingen zo veel als mogelijk binnen de eigen begroting te realiseren. Voor de begroting van 2023 kon de bijdrage per inwoner uiteindelijk zelfs iets worden verlaagd ten opzichte van die van 2022. Het blijvend kunnen realiseren van een digitale dienstverlening naar de huidige maatstaven en het onlosmakelijk daarmee verbonden duurzaam digitaal archiefbeheer brengt vanaf volgend jaar echter hogere structurele kosten met zich mee.

Voor de komende (meerjaren)begroting van het Streekarchief houden wij dan ook rekening met een lichte toename van de bijdrage per inwoner, nog afgezien van eventuele loonontwikkelingen conform de CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties en van de op grond van de meicirculaire van 2022 te hanteren prijsindexering van 3,0% (op basis van prijsmutatie BBP). Uw eventuele reactie op dit schrijven ontvangen wij graag uiterlijk 1 april. Met vriendelijke groet,

M. Heijmans-van Bruggen secretaris

bezoekadres

Pelsestraat 17, 5256 AT Heusden

r. (0416) 66 1901 e. info@satha.nt L www.salha.nt bankrekeningnummer

IBAN NL68 BNGH 12285 085816 BTW-nummer NL004103749B01 KvK 53526872

Aan de colleges en raden van de gemeenten die deelnemen in de gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant

Kenmerk:

UIT-200….

Datum:

9 februari 2023

Behandeld door:

B. van Iersel

E-mail:

b.iersel@ggdwestbrabant.nl

Onderwerp:

Kadernota 2023 GGD West-Brabant

Geachte raad, geacht college, Wij bieden u hierbij, conform artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Kadernota 2024 van de GGD West-Brabant aan, zoals besproken op 8 februari 2023 met het algemeen bestuur van de GGD West-Brabant. In deze Kadernota beschrijven we de inhoudelijke en financiële kaders voor het komende jaar. Inhoudelijke kaders 2024: op basis van de toekomstvisie ‘Wij maken gezond gewoon’ Afgelopen najaar hebben we met ons bestuur, collega’s, gemeenten, overige partners en inwoners onze toekomstvisie voor de komende tien jaar opgesteld. Hierin zijn de volgende thema’s benoemd: 1.

Voorkomen als het kan, beschermen als het moet;

2.

Zelf, maar niet alleen;

3.

Overal om ons heen, binnen en buiten;

4.

Iedereen verschillend, allemaal gelijk.

De ambities en doelen op dit thema willen we onder andere bereiken door ons ‘Gezonde Geluid’ te laten horen! Een eerlijk, gedurfd en vernieuwend geluid: •

Eerlijk door onze boodschap te ondersteunen met betrouwbare feiten en gedegen onderzoek;

•

Gedurfd doordat we het eerlijke, onafhankelijke verhaal vertellen, ook als dat niet het leukste verhaal is. We blijven gezondheid agenderen en samenwerken om ons (tegen)geluid nog luider te laten klinken;

•

Vernieuwend door soms buiten de gebaande paden te treden en te kiezen voor nieuwe mogelijkheden en technologieën om mensen beter te bereiken en te helpen bij het maken van gezonde keuzes. Dit doen we in verbinding met onze partners en steeds vanuit het uitganspunt van Positieve Gezondheid.

GGD West-Brabant Postbus 3024 5003 DA Tilburg (076) 528 20 00

Bezoekadres Doornboslaan 225-227 4816 CZ Breda

www.ggdwestbrabant.nl info@ggdwestbrabant.nl

Om ‘wij maken gezond gewoon’ waar te maken moeten we dus soms ook dingen doen die we (nog) niet als vanzelf doen, maar die wel hard nodig zijn om ons gezonde geluid te laten horen. Dat vraagt om lef en het uitbreiden en slim inzetten van ons netwerk. Parallel aan de kadernota wordt ook het beleidsplan GGD West-Brabant 2023-2026 opgesteld. Daarin wordt de toekomstvisie vertaald naar doelen en resultaten voor de komende vier jaar. Onze wettelijke taken en onze strategische ambities worden steeds beïnvloed door de ontwikkelingen van binnen en buiten de GGD. De belangrijkste ontwikkelingen die wij nu zien voor 2024 zijn onder meer de tot standkoming van de landelijke akkoorden IZA en GALA, de versterking van de Infectieziektebestrijding en Pandemische Paraatheid, de inrichting van een regionaal vaccinatieexpertisecentrum, de doorontwikkeling van onze organisatie en de gevolgen van een aantal macroeconomische ontwikkelingen. Op bovengenoemde thema’s uit de toekomstvisie en ontwikkelingen sorteren we voor met de volgende ambities in 2024: 1.

Voorkomen als het kan, beschermen als het moet In 2024 werken we samen met onze gemeenten verder aan het verbinden van regionale en lokale partijen uit het sociaal, omgevings- en (publieke) zorgdomein. We willen komen tot regionale preventienetwerken. De GGD pakt hierin haar rol als adviseur en uitvoerder en waar mogelijk ook als coördinator/regisseur. We dragen bij aan het waarmaken van de regionale en lokale doelstellingen uit de thema’s van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). We streven ernaar om de principes van vitaliteit en positieve gezondheid leidraad te laten zijn voor beslissingen en initiatieven binnen elk beleidsdomein. Ofwel Health-In-All-Policies. Duurzaamheid en effectiviteit zijn daarbij vanzelfsprekend.

2.

Zelf, maar niet alleen Gezondheid is iets heel persoonlijks. Wat voor de één gezond is, hoeft dat nog niet te zijn voor een ander. Daarom zetten we in op ieders eigen regie, met positieve gezondheid als leidraad. Om zelf te bepalen welke stap nodig is om gezonder te worden, moet je in staat zijn om de nodige kennis tot je te nemen en eigen te maken. Deze kennis naar onze inwoners brengen, zien wij als een belangrijke taak voor de GGD. Er is al veel kennis over gezondheid beschikbaar, maar deze moet soms nog toegankelijk worden gemaakt. Daarom is het belangrijk dat niet alleen de GGD, maar ook onze partners werken vanuit dezelfde gedachte van positieve gezondheid en eigen regie. Door dit gedachtegoed te verspreiden en borgen onder gemeenten en ketenpartners, dragen we bij aan een preventie infrastructuur die iedereen in West-Brabant de mogelijkheid biedt om naar eigen kunnen gezond te zijn.

3.

Overal om ons heen, binnen en buiten

2

Een gezonde leefstijl is beter vol te houden als de mogelijkheden om te bewegen en te ontspannen aantrekkelijk zijn en als de verleidingen voor ongezond gedrag beperkt zijn. Het gezond inrichten van de fysieke leefomgeving kan duurzaam bijdragen aan het verminderen van volksziektes door beweging te stimuleren. De GGD wil ervoor zorgen dat gemeenten, mede door het gebruik van de Brabantse Omgevingsscan gezondheid meewegen en meenemen bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving levert winst op voor alle inwoners, maar nog meer voor inwoners in achterstandswijken. Dus pleiten we voor een gebiedsgerichte aanpak. In 2024 geven we onze gemeenten gezondheidsadviezen bij de (her)inrichting van de fysieke leefomgeving. 4.

Iedereen verschillend, allemaal gelijk Alle kinderen in West-Brabant moeten gezond kunnen opgroeien en alle inwoners van WestBrabant verdienen het om gezond en gelukkig oud te worden. Dit raakt direct aan onze publieke verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor díe groepen in de samenleving die een verhoogd gezondheidsrisico lopen. Al bij de geboorte heeft niet elk kind de mogelijkheden om gezond groot te worden. Met het programma Kansrijke Start zijn we er, vanaf -9 maanden, vroeg bij en hebben we extra aandacht voor kinderen en gezinnen die in armoede leven. In 2024 blijven we investeren in een gezamenlijke aanpak met andere beleidsterreinen en bouwen we onze structurele inzet van ervaringskennis nog verder uit. In 2024 gaan we ons verder verdiepen in de verschillende groepen inwoners die elk op hun eigen manier te maken hebben met ongelijke gezondheidskansen. Bijvoorbeeld arbeidsmigranten, jongeren met drugsgebruik of mensen met een verstandelijke beperking. Door deze verdieping kunnen we onze investering in gelijke gezondheidskansen samen mét en dóór hen gericht vormgeven.

We streven er ook in 2024 naar dat iedereen de kans krijgt om gezond, veilig en gelukkig op te groeien, te werken en te leven in West-Brabant. We dragen hieraan bij door steeds het gezonde geluid te laten horen op een eerlijke, gedurfde en vernieuwende manier.

Mochten er in het voorjaar bij de behandeling en vaststelling van het beleidsplan 2023-2026 aanpassingen plaatsvinden waaruit blijkt dat voornoemde ambities voor 2024 hierop niet aansluiten, dan zal er een inhoudelijke begrotingswijziging plaatsvinden voor 2024. Vervolgproces van bespreken en besluiten Na beraadslaging op 8 februari 2023 heeft het algemeen bestuur de kadernota voor 2024 vastgesteld.

3

Indien wenselijk kunnen we in een (raads)webinar een toelichting geven op de uitgangspunten in deze kadernota. We zijn te allen tijde bereid om, indien gewenst, nader in gesprek te gaan met uw gemeente(raad). U kunt dit kenbaar maken via Bianca van Iersel, directiesecretaris, bereikbaar op 0642336895 of via b.iersel@ggdwestbrabant.nl. Op basis van de Kadernota stellen wij de beleidsbegroting 2024 op. Deze beleidsbegroting wordt vóór 15 april aan de West-Brabantse raden gestuurd, met het verzoek zienswijzen kenbaar te maken. De beleidsbegroting 2024 komt ter vaststelling in de vergadering van het algemeen bestuur van de GGD West-Brabant op 6 juli 2023. Met hartelijke groet,

Sebastiaan Baan Directeur publieke gezondheid Cc: ambtenaren Volksgezondheid en Financiën

4

KADERBRIEF BEGROTING 2024 RAV BRABANT MIDDEN-WEST-NOORD

Ontwikkelingen De samenleving en het zorglandschap in Nederland veranderen in snel tempo. Dé uitdaging voor de toekomst is om kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van (acute) zorg voor iedereen te garanderen, bij een toenemende vraag naar spoedzorg en een groter wordend tekort aan zorgmedewerkers. In september 2022 verscheen het Integraal Zorgakkoord (IZA), een samenwerkingsplan van VWS en een groot aantal zorgpartners, waarin zij afspraken vastlegden over het realiseren van meer passende, preventiegerichte, duurzame en gedigitaliseerde zorg in ons land. In vervolg daarop verscheen de Kamerbrief Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg, waarin de minister van VWS een aantal acties presenteert die voortbouwen op de afspraken in het IZA, rondom de volgende drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio. Bovengenoemde publicaties bevatten een aantal zaken die van direct belang zijn voor de ambulancesector zoals: acute zorg aan huis, ontwikkeling van zorgcoördinatie, bestrijden van personeelstekort, verbetering van (digitale) informatieoverdracht tussen ketenpartners en onderzoek naar innovatieve technologische en digitale oplossingen. Dit alles vereist de bereidheid van alle ketenpartners om intensief samen te werken, buiten de eigen kaders te denken en over drempels te stappen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12729693/2