CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing bij RV Ruimtelijke vvgb bij milieuvergunning Prov Zuid 51 Almkerk

Raadsvergadering 29 oktober 2024, gemeente AltenaBij agendapunt: Ruimtelijke verklaring van geen bedenkingen bij milieuvergunning Provincialeweg Zuid 51 Almkerk9.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

M-tech Nederland Willem II singel 42 6041 HT Roermond

+31(0) 475 42 01 91 www.mtechgroup.nl info@mtechgroup.nl

KVK 13036743 IBAN NL53RABO0303441194

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan Provincialeweg Zuid 51 Almkerk AWV Beheer/VGR-Groep Almkerk 20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan Provincialeweg Zuid 51 Almkerk.

Opdrachtgever

:

AWV Beheer BV Provincialeweg Zuid 51 4286 LJ Almkerk

Contactpersoon

:

De heer A. Verschoor Telefoon: 06-183401306 E-mail: arwin@vgr.nl

Rapportnummer RO.VGR.PrZ.Alm.23 Projectleider M. Bok

Datum Status 20 november 2023 Definitief Auteur S. Offerman (& Pouderoyen Compagnons)

Originele opzet van dit document is afkomstig van Pouderoyen Compagnons (kenmerk P168270.001), welke is aangepast op 20 november 2023 door M-tech Nederland B.V.

M-tech Nederland BV Willem II Singel 42, Roermond Telefoon: 0475 - 420191 E-mail: info@mtechgroup.nl

RO.VGR.PrZ.Alm.23

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

4 4 5

Aanleiding Vigerend bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem Opzet onderbouwing

Projectprofiel

6

2.1 2.2

6 7

Situering van het project Huidige situatie

Planbeschrijving

9

3.1 3.2

9 10

Activiteiten buiten bestemmingsvlak Landschappelijke inpassing

Beleid Vigerend rijksbeleid Nationale omgevingsvisie Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 4.2 Vigerend provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 4.3 Gemeentelijk en regionaal beleid 4.3.1 Structuurvisie 4.3.2 Bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem, herziening 2014 4.3.3 Regeling “Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Altena”

11

4.1

4.1.1 4.1.2 4.1.3

5

6

11 11 11 12 13 13 13 15 15 15 16

Planologische relevante aspecten

18

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16 5.17

18 18 19 20 20 21 22 22 23 24 27 31 31 31 31 32 32

Inleiding Ecologie Bodem Luchtkwaliteit Milieuzonering Geluid Geur Stof Externe veiligheid Cultuurhistorie en archeologie Water Parkeren en mobiliteit Kabels en leidingen Privaatrechterlijke belemmeringen Toekomstige ontwikkelingen Duurzaam bouwen Milieueffectrapportage

Uitvoerbaarheid

34

6.1 6.2

34 34

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

RO.VGR.PrZ.Alm.23

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

1 1.1

Inleiding Aanleiding

AWV Beheer BV (Handelend onder Verschoor Groen en Recreatie, hierna VGR groep) is gevestigd aan de Provincialeweg Zuid 51 in Almkerk. De onderneming bestaat uit een agrarisch loonbedrijf, een oogstbedrijf en akkerbouwbedrijf, composteeractiviteiten en landschapsinrichting. In het vigerend bestemmingsplan heeft het de bestemming ‘Bedrijf’. Een deel van de gronden grenzend aan het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ is al jaren in gebruik door het bedrijf en is onderdeel van de omgevingsvergunning milieu van de inrichting ten behoeve van: - opslaan, overslaan, bewerken, composteren van groenafval; - het opslaan van kunstmeststoffen, bestrijdingsmiddelen, zaden en agrarische producten; - het stallen van onder meer tractoren, oogst- en landbouwmachines. De grens van het bestemmingsvlak is nooit formeel in overeenstemming gebracht met de grens van de inrichting. Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter motivering van een uitgebreide buitenplanse omgevingsvergunning (artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub c, van de Wabo) ten behoeve van het gebruik van de gronden grenzend aan het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ in afwijking van het bestemmingsplan voor bedrijfsdoeleinden.. 1.2 Vigerend bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem Het geldende bestemmingsplan is 'Buitengebied Woudrichem herziening 2018', vastgesteld op 13 september 2011.

Op het perceel (F 577) is de bestemming Agrarisch – 1 van toepassing. Op grond van die bestemming is de vestiging van een groenrecyclingbedrijf niet toegestaan. Het perceel grenst aan de percelen met de bestemming 'Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’ met de functieaanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf - 33' van toepassing. Op de gronden met deze bestemming zijn overeenkomstig de aanduidingen uitsluitend toegestaan het bedrijf genoemd in de navolgende Staat van agrarisch verwante en technische hulpbedrijven. Tabel 1-a. Staat van agrarisch verwante en technische hulpbedrijven Aanduiding

Activiteiten

Adres

Afwijkende goothoogte

Afwijkende bouwhoogte

Bebouwde oppervlakte

Specifieke vorm van bedrijf- 33 (afkorting sb-33)

Groenrecycling, oogstbedrijf en loonbedrijf met bijbehorende reparatie-inrichting voor eigen voertuigen en materieel, alsmede het construeren van machines en diensten voor de landbouw en/of groen en recreatieve sector evenals een showroom voor ondergeschikte detailhandel van maximaal 200 m2

Provinciale weg Zuid 51

4m

8m

6.000 m2

Op een deel van het perceel ligt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, op een ander deel ligt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en op een ander deel ligt geen dubbelbestemming. Er zijn maximaal twee bedrijfswoningen toegestaan. Een deel van de vergunde inrichting aan Provincialeweg Zuid 51 te Almkerk is buiten het bestemmingsvlak gelegen. Dit deel is dus gesitueerd op de gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1 '.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

4

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Het gedeelte wordt sinds vele jaren gebruikt voor de opslag ten behoeve van composteeractiviteiten. Dit is in strijd met het bestemmingsplan. De grens van het bestemmings-vlak is nooit formeel in overeenstemming gebracht met de grens van de inrichting. In navolgende afbeelding is de situatie weergegeven. Het paarse vlak is het bestemmingsvlak, welke de bestemming ‘Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’,specifieke vorm van bedrijf – 33 heeft. Het blauw omrande gedeelte heeft de bestemming Agrarisch – 1.

Afbeelding 1-a. Uitsnede bestemmingsvlak met werkelijke omvang inrichting (blauw omkaderd) – verbeelding bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem 21-06-2011 1

Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’. Een buitenplanse afwijking voor het afwijkende gebruik van het bestemmingsplan is daarom nodig. 1.3 Opzet onderbouwing Deze onderbouwing is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2: beschrijft de huidige situatie; Hoofdstuk 3: beschrijft de nieuwe situatie en landschappelijke inpassing van het plangebied; Hoofdstuk 4: geeft een beschrijving van het relevante ruimtelijke beleid van rijk, provincie en gemeente; Hoofdstuk 5: geeft een toetsing aan de planologisch relevante omgevingsaspecten; Hoofdstuk 6: beschrijft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief;

1

Het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Woudrichem herziening 2018” geeft geen verbeelding van de functie, vandaar dat uitgeweken is naar het voorgaande bestemmingsplan voor de verbeelding hiervan.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

5

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

2 Projectprofiel 2.1 Situering van het project De gemeente Altena maakt onderdeel uit van een geologisch dalingsgebied, de Centrale Slenk. De ruimtelijke indeling van het buitengebied is te verdelen in dekzandruggen, beekdalen, dekzandvlakten en land- en stuifduinen. Het plangebied maakt deel uit van een dekzandvlakte. Deze zijn ontstaan doordat in droge periodes zand uit de beekdalen verstoof. Het zijn vrijwel horizontaal gelegen vlaktes die lager liggen dan de aangrenzende dekzandruggen. Van oorsprong kwamen op de dekzandvlakten de bos- en heidegebieden voor. Zij werden in de 20e eeuw als laatste ontgonnen, waardoor de hoofdfunctie veranderde in afwisselend grasland, bouwland, tuinbouw en boomteelt. Het oppervlaktewater van de gemeente Altena valt vrijwel volledig in het stroomgebied van de Zandleij. De hoofdtak van de Zandleij begint bij Tilburg en stroomt in noordoostelijke richting om uit te monden in het Drongelens kanaal nabij Cromvoirt. Via een stelsel van sloten vindt waterafvoer via dit beeksysteem plaats. Hydrologisch gezien behoort bijna het gehele grondwatergebied van de gemeente tot het Drunense Duinen systeem. Het plangebied is gelegen ten zuiden van het dorp Almkerk. De omgeving bestaat hoofdzakelijk uit een open landschap met sporadisch bebouwing aan de wegen die het open landschap doorkruizen.

Diverse kleine waterloopjes doorkruisen het landschap en geven het gebied een kenmerkend polderlandschap. De Provinciale weg is een lang bebouwingslint dat loopt vanuit de kern Almkerk richting de Bergsche Maas. Er is een afwisseling te vinden tussen woon-, agrarische- en bedrijfsmatige bestemmingen. Omgeving plangebied (bron Google maps)

Afbeelding 2-a. Omgeving plangebied (bron: Google Maps)

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

6

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

2.2 Huidige situatie Op de Provincialeweg Zuid 51 is de VGR groep gevestigd. VGR Groep bestaat uit de divisies VGR Composteerinrichting, VGR Equipment en VGR Dienstverlening. De groenresten die VGR Dienstverlening ophaalt en ontvangt, bewerkt VGR Composteerinrichting tot nieuwe producten. Bijvoorbeeld compostproducten en nieuwe energiebronnen zoals houtchips. Deze compostproducten gebruikt VGR Groep vervolgens weer in haar divisie VGR Dienstverlening. VGR Equipment ontwikkelt machines voor onderhoud van groen. Tevens vinden er agrarische loonactiviteiten plaats. Het bedrijf is reeds lange tijd vergund. VGR groep heeft in 1992 een oprichtingsvergunning Hinderwet (kenmerk HW91-007) in combinatie met een vergunning in gevolge van de afvalstoffenwet (kenmerk 242130) gekregen voor de locatie aan de Provincialeweg Zuid 51. Wat betekent dat zij al 31 jaar is gevestigd op deze locatie en vergund voor de activiteiten welke nu nog steeds plaats vinden. Het bedrijf is hier verder ontwikkeld en heeft ingespeeld met haar activiteiten en werkzaamheden op haar nabije omgeving.

Het bestemmingsplan omschrijft het bedrijf als volgt: Groenrecycling, oogstbedrijf en loonbedrijf met bijbehorende reparatie-inrichting voor eigen voertuigen en materieel, alsmede het construeren van machines en diensten voor de landbouw en/of groen en recreatieve sector evenals een showroom voor ondergeschikte detailhandel van maximaal 200 m2.

Afbeelding 2-b. Luchtfoto plangebied (bron: Google Maps)

Het bestaande bestemmingsvlak is 27.317 m 2 groot (ruim 2,7 ha). Binnen het bestemmingsvlak zijn twee bedrijfswoningen aanwezig. Het betreft een langgevelboerderij die georiënteerd is op de Provinciale weg en een woning die georiënteerd is op de Midgraaf. Op het perceel is een weiland met een poel aanwezig dat gebruikt wordt door het hobbymatig houden van enkele dieren.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

7

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Afbeelding 2-c. Ligging bedrijfswoning

Het bestemmingsvlak is voorzien van 6.000 m2 aan bedrijfsbebouwing. De compost vindt hoofdzakelijk buiten plaats.

Afbeelding 2-d. Foto’s plangebied

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

8

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

3 Planbeschrijving 3.1 Activiteiten buiten bestemmingsvlak Een deel van de gronden buiten het (aangrenzende) bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ is al jaren in gebruik door het bedrijf ten behoeve van de compostactiviteiten. Het deel van het perceel is op grond van de vergunning onderdeel van de inrichting. Binnen het huidige bestemmingsvlak ontbreekt de ruimte voor het opslaan, overslaan, bewerken, composteren van groenafval in de open lucht. Deze omgevingsvergunning voorziet in het toestaan van het afwijkend gebruik van het perceel ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten. De gronden buiten het bestemmingsvlak hebben een oppervlakte van 7.383 m2.

Afbeelding 3-a. Blauw omkaderde gronden buiten het bestemmingsvlak

Afbeelding 3-b en 3-c. Foto’s gebruik van deel van gronden aangrenzend aan bestemmingsvlak

De activiteiten op dat deel van de inrichting dat buiten het bestemmingsvlak valt, zijn ondergeschikt aan de activiteiten op de rest van het perceel. Het te bestemmen deel is nodig voor opslag en wordt daar ook voor gebruikt, composteeractiviteiten zullen op dit deel niet plaatsvinden. Na vergroting heeft het bestemmingsvlak een omvang van 34.700 m 2.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

9

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Afbeelding 3-d. Bestaande landschapselementen rondom gronden buiten bestemmingsvlak

Landschappelijke effecten In de toelichting op het bestemmingsplan staat het volgende: “In het duurzame ruimtelijke structuurbeeld is de (gewenste) ruimtelijke kwaliteit in de gemeente beschreven. Deze bestaat uit de rust, de kleinschaligheid en de openheid. Dit vormt het ‘goud’ van het gebied. Het imago van openheid, natuur en cultuurhistorie is sturend voor nieuwe ontwikkelingen”. Ter plaatse van het vergroten van het bestemmingsvlak is al sinds jaar en dag hoge beplanting aanwezig en worden de gronden gebruikt voor het opslaan van hoge bergen groenafval. Er is dus feitelijk geen sprake van openheid en doorzichten naar het achterliggende landschap. Het resterende open gebied ten oosten van het plangebied is dermate groot qua omvang (circa 717 meter breed) dat een marginale vergroting van het bestemmingsvlak de openheid niet aantast (zie navolgende figuur).

+/- 717 meter

Afbeelding 3-e. Weergave resterend open landschap na vergroting bestemmingsvlak

3.2 Landschappelijke inpassing Alvorens de bestemmingsplanaanpassing wordt doorgevoerd, is het van belang om een goede landschappelijke inpassing van de planlocatie uit te werken en te verbeelden. Daarom is een landschapsplan opgesteld. In dit plan is de huidige ruimtelijke situatie en de huidige landschappelijke context beschreven. Vervolgens zijn de mogelijkheden voor een goede landschappelijke inpassing voor de uitbreiding uiteengezet in woord en beeld. Het landschapsplan is als bijlage 9 toegevoegd aan de aanvraag.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

10

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

4 Beleid 4.1 Vigerend rijksbeleid 4.1.1 Nationale omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaat adaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstig bestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Onze samenleving hecht grote waarde aan het Nederlandse landschap. Veel mensen wonen, werken en leven in dit landschap. Het geeft mensen identiteit en nodigt uit tot cultuur- historische en ecologische beleving. Landschapskwaliteit is een zachte waarde, die moeilijk in geld is uit te drukken, maar wel van (economische) betekenis is. Er wordt soms onzorgvuldig met het landschap omgesprongen, ook al is dit doorgaans geen vooropgezette keuze.

Vaak gebeurt het omdat een ontwikkeling vanuit een eenzijdig belang is ingestoken, er onvoldoende aandacht is geweest voor landschapskwaliteit en beperkt met bewoners of andere belanghebbenden uit de omgeving is overlegd. Een goede indeling van het landelijk gebied is nodig om een vitaal platteland te behouden, waar het prettig is om te werken, wonen en recreëren. Zo moet voorkomen worden dat versnippering plaatsvindt door bedrijfsbeëindiging van landbouwbedrijven. Ook moeten we voorkomen dat ‘verloodsing’ en verrommeling plaatsvindt, of dat vruchtbare landbouwgronden of gebieden met hoge landschappelijke of natuurlijke waarden worden bebouwd of vol gelegd worden met zonnepanelen. Uit het Klimaatakkoord, de voortgaande verstedelijking, de energietransitie en de heroriëntatie van de landbouw, vloeien grote ruimtelijke opgaven voort. Om deze met behoud van draagvlak te kunnen verwezenlijken, is een omgevingsbeleid nodig dat ervoor zorgt dat landschapskwaliteit volwaardig meeweegt bij de planning en uitvoering van projecten. In voorliggend project worden diverse functies gebundeld op een bestaande locatie, waarbij er rekening wordt gehouden met de identiteit van het gebied en het landschap. De geformuleerde nationale belangen hebben geen rechtstreeks doorwerking ten aanzien van dit plan.

4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik en ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Uit jurisprudentie over de duurzame ladder is gebleken dat wanneer er sprake is van een ontwikkeling die geen of beperkte toename aan bouwmogelijkheden met zich mee brengt, deze niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is (zie Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

11

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

ABRvS 21 januari 2015, ECLI: NL: RVS:2015:96 r.o. 5.1. voor geen toename aan bouwmogelijkheden en uitspraak Raad van State met kenmerk 201306183/1/R3 voor beperkte toename aan bouwmogelijkheden). Het plan bevat geen toename van de bouwmogelijkheden bij een bestaand bedrijf. Er is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder duurzame verstedelijking is niet van toepassing. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro: 1. Project Mainportontwikkeling Rotterdam 2. Kustfundament 3. Grote rivieren 4. Waddenzee en waddengebied 5. Defensie 6. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde 7. Rijksvaarwegen 8. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen 9. Natuurnetwerk Nederland 10. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament 11. IJsselmeergebied 12. Elektriciteitsvoorziening 13. Algemene en overige bepalingen 14. Buisleidingen van nationaal belang 15. Ruimtereservering voor parallelle Kaagbaan Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden.

In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Het plangebied is niet in of nabij een radarverstoringsgebied of andere aangeduide gebieden gelegen zoals opgenomen in het Barro en Rarro. Derhalve zijn er geen belemmeringen voor het project op basis van het Rijksbeleid.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

12

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

4.2

Vigerend provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Vooruitlopend en anticiperend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Brabantse omgevingsvisie vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Noord-Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. In de Interim omgevingsverordening zijn de concrete beleidskaders gebaseerd op de uitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie uitgewerkt. In de volgende paragraaf vindt toetsing van het initiatief aan deze beleidskaders plaats.

4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 29 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld (laatstelijk gewijzigd 19 september 2023) ). De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daar- bij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de Omgevingsvisie. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt. Voorliggend project heeft betrekking op een uitbreiding van een agrarisch verwant bedrijf in het buitengebied. Op basis van de kaarten behorende bij de Interim Omgevingsvisie, zijn de volgende (relevante) regels van toepassing: 1. Gemengd landelijk gebied – instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied 2.

Landelijk gebied – instructieregels gemeentenen: basiskaart Landelijk gebied Vanuit de opgestelde instructieregels voor gemeenten, zijn de artikelen 3.9 ‘Kwaliteitsverbetering landschap’ en 3.60 ‘Bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Landelijk gebied’ van toepassing. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

13

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van de verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Voorliggend project voorziet in een beperkte uitbreiding van een agrarisch-verwant bedrijf. Dit betekent dat er sprake moet zijn van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Daarom is een landschapsplan opgesteld. In dit plan is de huidige ruimtelijke situatie en de huidige landschappelijke context beschreven. Vervolgens zijn de mogelijkheden voor een goede landschappelijke inpassing voor de uitbreiding uiteengezet in woord en beeld. Het landschapsplan is als bijlage 9 toegevoegd aan de aanvraag. Hiermee wordt voldaan aan de regels zoals opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Artikel 3.60 Bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf of een bestaand agrarisch-verwant bedrijf die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. bepalen dat de omvang ten hoogste 1,5 hectare bedraagt; c. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; d. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Als aangegeven in de inleiding, richt deze onderbouwing zich op de planologische bevestiging van de reeds milieukundig vergunde inrichting. Het planvoornemen past binnen het provinciale beleid.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

14

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

4.3 Gemeentelijk en regionaal beleid 4.3.1 Structuurvisie De gemeente Woudrichem heeft samen met de gemeenten Werkendam en Aalburg een structuurvisie vastgesteld voor het Land van Heusden en Altena.

Afbeelding 4-a. Uitsnede structuurvisie

Het plangebied is aangeduid als ‘primair agrarisch gebied’. In dit gebied willen de gemeenten primair de openheid handhaven. De gemeenten streven naar functies die extensief gebruik maken van dit gebied, of intensief op een wijze die past in een landschappelijke omgeving zoals akkerbouw, vollegrondsteelt of grondgebonden veehouderij. Initiatieven in het buitengebied dienen zich te voegen in de kernwaarden die voor het buitengebied belangrijk zijn. In het gebied waar de landschappelijke openheid dragend is, dient een goede ruimtelijke inbedding er voor zorg te dragen dat effecten van het initiatief op de daadwerkelijke beleving van de openheid worden voorkomen. In dit gebied wordt gestreefd naar schaalvergroting van bestaande bedrijven in plaats van naar toename van het aantal bedrijven (wat veelal niet met schaalvergroting gepaard gaat). De ontwikkeling betreft een kleinschalige uitbreiding van een bestaand agrarischtechnisch bedrijf. Er is een landschapsplan opgesteld waarin het bedrijf wordt voorzien van een landschappelijke inpassing die past in het gebied. De ontwikkeling past binnen de visie uit de Structuurvisie. In juni 2022 is een ontwerp omgevingsvisie Altena 2040 gepubliceerd. Deze structuurvisie is nog niet vastgesteld. Het plan voldoet wel aan deze ontwerp structuurvisie.

4.3.2 Bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem, herziening 2014 Zoals reeds in de inleiding van voorliggende toelichting is beschreven, is voor de projectlocatie het bestemmingsplan ‘Buitengebied Woudrichem herziening 2018’ vigerend. Het gebruik van de gronden buiten het bestemmingsvlak ‘bedrijf’ ten behoeve van de bedrijfsvoering past niet binnen het geldende bestemmingsplan.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

15

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

4.3.3 Regeling “Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Altena” In regionaal verband hebben de gemeenten in West-Brabant afspraken gemaakt over de uitvoering van het kwaliteitsbeleid uit artikel 3.2 van de Verordening ruimte Noord-Brabant. Deze afspraken zijn vastgelegd in het ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West- Brabant’ (2019). Onder kwaliteitsverbetering wordt verstaan: landschappelijke inpassing, het toevoegen van landschapselementen, het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, het slopen van bebouwing en extra investeringen in beeldkwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën: - Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist; - Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met relatief weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing; - Categorie 3: Alle ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via een wijzigingsplan of bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie.

Hierbij moet de ontwikkeling voldoen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap van 20% van de bestemmingswinst of een compensatie die dezelfde waarde vertegenwoordigt. In hoofdstuk 3 is nader ingegaan op de maatregelen die getroffen worden in het kader van de regeling “Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Altena”. Landschapsbeleidsplan De drie gemeenten in het Land van Heusden en Altena hebben gezamenlijk een landschapsplan opgesteld in 2008. Het landschapsbeleidsplan kan als kapstok dienen voor: 1. 2. 3. 4. 5.

de projecten die uitgevoerd worden in het Kader van de Samenwerking Vitaal Altena; de gezamenlijke realisatie door waterschap en gemeente van ecologische verbindingszones; het toetsen van initiatieven van derden die een impact hebben op het buitengebied; de uitwerking van een uitvoeringsprogramma voor het Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant; de uitwerking van gemeentelijke plannen voor de aanleg en het beheer van wegbeplantingen.

Afbeelding 4-b. Uitsnede landschapbeleidsplan + legenda

Ter plaatse van het vergroten van het bestemmingsvlak is al sinds jaar en dag hoge beplanting aanwezig en worden de gronden gebruikt voor het opslaan van hoge bergen groenafval. Er is dus feitelijk geen sprake van openheid en doorzichten naar het achterliggende landschap. Het resterende open gebied ten oosten van het plangebied is

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

16

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

dermate groot qua omvang (circa 717 meter breed) dat een marginale vergroting van het bestemmingsvlak de openheid niet aantast. Er is een landschapsplan opgesteld waarin het bedrijf wordt voorzien van een landschappelijke inpassing die past bij de uitgangspunten uit het Landschapsplan. Het voorgenomen plan past binnen de kaders van het rijk-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Er wordt voldaan aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit en de overige voorwaarden die in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant gesteld worden.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

17

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

5 Planologische relevante aspecten 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de planologisch relevante aspecten besproken. Dit betreffen zowel de effecten op de natuur als op het milieu. 5.2 Ecologie Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende beschermde flora en fauna. Ten behoeve van de bescherming van ecologische waarden (flora en fauna) is de wet natuurbescherming het wettelijk kader. Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.

In de verordening van de provincie Noord-Brabant is voor diverse soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Soortenbescherming Het initiatief dat in deze ruimtelijke onderbouwing centraal staat betreft de legalisering van het gebruik van een deel van het gronden aangrenzend aan het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ ten behoeve van de bedrijfsvoering. De gronden zijn derhalve reeds in gebruik voor de opslag opslaan, overslaan, bewerken, composteren van groenafval. Met het positief bestemmen van sinds vele jaar in gebruik hebben van de gronden buiten het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ verandert de gebruiksintensiteit van de kavel niet. Met het oog op de huidige gebruikersintensiteit van deze gronden sinds vele jaren wordt de aanwezigheid van beschermde soorten uitgesloten. In het kader van de landschappelijke inpassing worden diverse nieuwe groenvoorzieningen aangeplant. De werkzaamheden worden buiten het broedseizoen (medio maart t/m medio juli) opgestart. Indien de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Er worden geen gebouwen gesloopt. Het foerageergebied van mogelijk aanwezige vogels en zoogdieren zal hierdoor niet veranderen/verdwijnen. Nader veldonderzoek wordt zodoende niet noodzakelijk geacht.

Het initiatief heeft daarmee geen nadelige gevolgen voor beschermde flora en fauna. Gebiedsbescherming De projectlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park of Natuurnetwerk Nederland. Binnen een straal van 3 kilometer ten opzichte van de locatie Provincialeweg Zuid 51 bevinden zich een aantal beschermde natuurgebieden: Natura 2000 gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem; Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie;

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

18

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

-

Ecologische hoofdstructuur.

Afbeelding 5-a. Natuurgebieden binnen een straal van 3 km

Omdat het plangebied al jaren gebruikt wordt voor de bedrijfsmatige activiteiten van Verschoor, als onderdeel van de inrichting, is hiervoor ook een omgevingsvergunning milieu verleend, Naast de vergunning op grond van de Wabo is ook een vergunning verleend op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het betreft de vergunning van 13 augustus 2018 met kenmerk Z/064431-JOV. De onderhavige aanvraag omgevingsvergunning ziet enkel op het opheffen van het gebruik dat in strijd is met het vigerende bestemmingsplan. Omdat de activiteiten al vergund zijn op grond van de Wnb, betekent dat de legalisering op zich geen negatief effect heeft op Natura 2000. Omdat naast de legalisatie van het gebruik ook de bedrijfsactiviteiten worden uitgebreid tot het verwerken van 26.000 ton, is in het kader van de gebiedsbescherming een verschilberekening gemaakt (Bijlage 7). Uit deze verschilberekening blijkt dat de extra activiteiten niet leiden tot significant negatieve gevolgen voor de Natura 2000 gebieden. Negatieve effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Een passende beoordeling is niet nodig. 5.3 Bodem Bodemgeschiktheid Het plan voorziet in een uitbreiding van het bestemmingsvlak door wijzigen van een deel van de gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’. Het betreft hier geen wijziging naar een gevoeligere bestemming, waardoor bodemonderzoek achterwege kan blijven.

Bodemverontreiniging Het grootste gedeelte van de inrichting is voorzien van verharding, dit is een vloeistofkerende verharding, bestaande uit stelconplaten, klinkerverharding of asfaltverharding. Een klein gedeelte van de inrichting is onverhard, maar hier vinden geen bedrijfsmatige activiteiten plaats. Een aantal locaties zijn aan te merken als vloeistofdicht, dit is de betonverharding bij de wasplaats, de asfaltverharding bij de aftankplaats en de

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

19

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

betonverharding bij de werk- c.q. stallingsplaats. Het terreindeel waar het composteren van groenafval en opvang van percolaatwater plaatsvindt is voorzien van een bodembeschermende opvangvoorziening. Op deze wijze wordt bodemverontreiniging voorkomen. Bodem vormt geen belemmeringen voor het plan. 5.4 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de ‘Wet luchtkwaliteit’ in werking getreden. De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt een wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen en vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. De aanleiding daartoe is de maatschappelijke discussie die ontstond als gevolg van de directe koppeling tussen ruimtelijke ordeningsprojecten en luchtkwaliteit. De directe koppeling had tot gevolg dat veel geplande, en als noodzakelijk of gewenst ervaren, projecten geen doorgang konden vinden. Met de ‘Wet luchtkwaliteit’ en bijbehorende bepalingen wil de overheid de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen en daarnaast de gewenste ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De ‘Wet luchtkwaliteit’ (2007) voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.

Van bepaalde type projecten is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) jaargemiddelde concentratie niet meer toeneemt dan 1,2 μg/m3. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBMgrens blijft: 1. Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM; 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het NIBM criterium van 1,2 μg/m3. Hiervoor kunnen berekeningen nodig zijn. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen dat de 1,2 μg/m3 grens niet wordt over- schreden. M-tech Nederland BV heeft een onderzoek verricht naar de emissie van fijnstof en NO 2. Het luchtkwaliteitsonderzoek is als bijlage 5 bij de aanvraag toegevoegd.

De berekeningen voor fijnstof PM10/PM2,5 en stikstofdioxide (NO2) voor de activiteiten en met betrekking tot de verkeer aantrekkende werking laten zien dat er geen sprake is van overschrijdingen van de grenswaarde voor fijnstof en NO2 uit de Wet milieubeheer (titel 5.2: luchtkwaliteitseisen). Luchtkwaliteit vormt geen belemmeringen voor het plan. 5.5 Milieuzonering Milieuzonering beoogt een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven en anderzijds milieugevoelige gebieden aan te brengen. In het algemeen wordt door het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. In het document ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), editie 2009, zijn bedrijven ingedeeld in diverse

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

20

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

milieucategorieën. In welke categorie een bedrijf ingedeeld wordt, hangt af van de factoren geur, stof, geluid, gevaar, etc. Stap 1: Bepalen richtafstand Op grond van het bestemmingsplan heeft het perceel Provincialeweg Zuid 51 de bestemming ‘Bedrijf – Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’. Op grond van Bedrijven en milieuzonering vallen beide bedrijfsonderdelen onder de categorie ‘ Dienstverlening ten behoeve van de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): bedrijfsoppervlakte groter dan 500 m2’. Bij een loonbedrijf met deze omvang horen de volgende richtafstanden: 30 meter voor geur, 10 meter voor stof, 50 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar.

Afbeelding 5-b. Bestemmingsplankaart Provincialeweg Zuid 51 en omgeving

Stap 2: bepaling daadwerkelijk milieubelasting In de omgeving van Provincialeweg Zuid 51 zijn percelen met een bedrijfsbestemming, agrarische bestemming of woonbestemming. De dichtstbijzijnde woonbestemming bevindt zich op een afstand van 89 meter. De dichtstbijzijnde bedrijfsbestemming bevindt zich op een afstand van 47 meter. Op dit perceel is een bedrijfswoning toegestaan. De afstand tot de bedrijfswoning is 67 meter. De dichtstbijzijnde agrarische bestemming bevindt zich op een afstand van 107 meter. Aan alle richtafstanden kan hiermee worden voldaan. 5.6 Geluid In opdracht van AWV Beheer BV is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie vanwege de composteerinrichting Althena van VGR Groep aan de Provincialeweg Zuid 51 te Almkerk. Aanleiding voor het onderzoek is een wijziging van de omgevingsvergunning milieu. Aan de hand van de beoogde bedrijfssituatie is een rekenmodel opgesteld. Middels dit rekenmodel zijn de akoestische effecten met betrekking tot de aangevraagde activiteiten inzichtelijk gemaakt. Het onderzoek is als bijlage 4 bij de aanvraag gevoegd. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT) bedraagt ten hoogste 44, 35 en 33 dB(A) tijdens respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode ter plaatse van de omliggende woningen. Hiermee wordt voldaan aan gestelde geluidsvoorschriften voor de geluidsgevoelige bestemmingen.

Het maximaal geluidniveau (LAmax) bedraagt ten hoogste 60, 60 en 60 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Hiermee wordt de grenswaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van de woningen gerespecteerd.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

21

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Het equivalente geluidsniveau (LAeq) voor de indirecte hinder bedraagt ten hoogste 31, 32, 27 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Hiermee wordt er ruimschoots voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) ondanks de grote toename in verkeer. Blijkens het onderzoek vormen de aangevraagde wijzigingen geen belemmering voor het verlenen van een omgevingsvergunning. De berekende geluidswaarden leiden nergens tot een overschrijding van de normen. Op grond hiervan kan ook de vergunning voor het legaliseren van het afwijkende gebruik worden verleend. Geluid vormt geen belemmeringen voor het plan. 5.7 Geur De richtafstand voor geur is 30 meter. De composteringsactiviteiten van VGR Groep veroorzaken geur. Geur van de andere bedrijfsactiviteiten is verwaarloosbaar. M-tech Nederland BV heeft in opdracht van AWV Beheer BV een geuronderzoek uitgevoerd voor composteerinrichting Altena BV te Almkerk. Het onderzoek is als bijlage 6 toegevoegd aan de aanvraag. In het geuronderzoek is de vergunde situatie (vigerende vergunning 2004) vergeleken met de huidig beoogde situatie. In de vergunde situatie werd uitgegaan van compostering van 20.000 ton groenafval per jaar volgens methode D (Geforceerde beluchting).

De destijds gebruikte berekening is omgezet naar de door M-tech gebruikelijke opzet, waarbij gebruik is gemaakt van de destijds gebruikelijke kentallen In de huidige beoogde situatie wordt uitgegaan van een compostering van 26.000 ton groenafval per jaar volgens methode A (hoge omzetfrequentie). In de beoogde situatie is gebruik gemaakt van de meest recent beschikbare kentallen en meetgegevens. Er zal maximaal 40.000 ton/jaar groenafval worden ingenomen. Daarvan zal maximaal 26.000 ton/jaar worden gecomposteerd. In het geuronderzoek is de geuremissie als gevolg van het composteerproces in de toekomstige situatie beschreven en getoetst aan de normen, die volgens de provinciale beleidsregel op de situatie van toepassing zijn. Daaruit is gebleken, dat VGR Groep in de beoogde situatie kan voldoen aan de richtwaarden die volgens het provinciale geurbeleid van toepassing zijn. De geurimmissie, die voor VGR Groep voor de aangevraagde hoeveelheid van 26.000 ton/jaar te composteren materiaal is berekend, is dusdanig dat ze geen belemmering vormt voor de vergunbaarheid van de situatie. Op grond van dit onderzoek kan ook de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan worden verleend. Geur vormt geen belemmeringen voor het plan. 5.8 Stof De richtafstand voor stof is 10 meter. Door de op- en overslag en de be- en verwerkingsactiviteiten is er kans op stofvorming.

Er worden door VGR Groep maatregelen genomen om stofverspreiding te voorkomen. Laden en lossen van stuifgevoelige stoffen vindt bijvoorbeeld plaats bij weinig wind. Indien mogelijk worden stoffen bevochtigd om stofverspreiding te voorkomen. Stuifgevoelige stoffen worden ook opgeslagen in containers, waardoor ze beschermd worden tegen wind. Stofvorming wordt zoveel mogelijk voorkomen en ook aan de richtafstand kan worden voldaan.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

22

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Stof vormt geen belemmeringen voor het plan. 5.9 Externe veiligheid Externe veiligheid (EV) gaat over het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere LPG- tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, vaarwegen) en buisleidingen (onder andere aardgas en brandbare vloeistoffen). De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Structuurvisie buisleidingen, het Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit.

Afbeelding 5-c. Uitsnede risicokaart

Uit inventarisatie met behulp van de nationale risicokaart blijkt dat het plangebied niet in plasbrandaandachtsgebieden en/of PR 10-6 contouren van inrichtingen, transportroutes

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

23

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

(weg, spoor of water) en buisleidingen ligt. Tevens is het plangebied niet gelegen in een invloedsgebied van een spoor of autoweg. Het planologisch regelen van het gebruik van de grond aangrenzend aan het bestemmingsvlak leidt niet tot een personentoename. Tevens is er geen sprake van negatieve gevolgen heeft voor de benodigde inzet van hulpverleningsdiensten en voor de zelfredzaamheid van personen in het plangebied zoals bedoeld in artikel 7 van het Bevt. Ook uit de ‘Beleidsvisie Externe Veiligheid gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem’ blijkt dat het plangebied niet is gelegen in of nabij een invloedsgebied bevi inrichting, invloedsgebied spoor of weg of plaatsgevonden risicocontouren 10 -6 of nabij een aardgasleiding.

Afbeelding 5-d. Uitsnede beleidsvisie Externe veiligheid

Externe veiligheid vormt geen belemmeringen voor het plan. 5.10 Cultuurhistorie en archeologie Conform de wettelijke verplichting wordt bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden met bekende en verwachte archeologische waarden. De actuele inzichten met betrekking tot archeologie zijn verwerkt in het bestemmingsplan “Buitengebied Woudrichem herziening 2018”. Door het toekennen van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ worden gebieden die een archeologische verwachtingswaarde hebben, beschermd.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

24

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Waarde Archeologie 2

Waarde Archeologie 3

Afbeelding 5-e. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan

In het vigerend bestemmingsplan is in het plangebied geen archeologische dubbelbestemming aanwezig. Archeologie vormt geen belemmeringen voor het plan. Cultuurhistorie De provincie Noord-Brabant ziet cultuurhistorische waarden als een belangrijk element van de identiteit van Noord-Brabant. Cultuurhistorische waarden dienen gebruikt te worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De Cultuurhistorische waardenkaart, waarop de cultuurhistorische waarden van bovenlokaal belang zijn aangegeven, kan daarbij een bruikbaar instrument zijn. Behalve een inspiratiebron voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, is de Cultuurhistorische waardenkaart voor de provincie tevens een beleidskader waaraan onder meer bestemmingsplannen, aanvragen voor ontgrondingsvergunningen en subsidieverzoeken worden getoetst. Het plangebied maakt onderdeel uit van het provinciaal archeologisch Landschap Land van Heusden en Altena.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

25

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Afbeelding 5-f. Archeologisch Landschap Land van Heusden en Althena

Het Land van Heusden en Altena vormt de overgang van het rivierengebied in het oosten naar het veen- en zeekleigebied in het westen. Het beleid richt zich op het versterken van het contrast tussen oeverwallen en rivierkleipolders. Dit kan door het versterken van het contrast tussen de open rivierkleipolders en de meer verdichte oeverwallen. Centraal staat het in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristischrecreatief ontsluiten van de cultuurhistorische waarden. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van het archeologisch landschap: “Land van Heusden en Altena”. Het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op te behouden of te ontwikkelen kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten van de open weide- en akkergebieden (zoals de grutto, maar ook overwinterende kleine zwanen en ganzen), en de half-openlandschappen op de oeverwallen, uiterwaarden, sloten, dijken en wegbermen goede indicatoren zijn. Denk daarbij aan soorten als steenuil, heikikker en kwartelkoning. Er is sprake van het planologisch-juridisch regelen van gronden aangrenzend aan het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ dat al vele jaren in gebruik is door het bedrijf. Er vindt geen aantasting plaats van de cultuurhistorische waardevolle openheid in de omgeving.

Ter plaatse van het vergroten van het bestemmingsvlak is al sinds jaar en dag hoge beplanting aanwezig, bebouwing wordt geconcentreerd binnen het huidige bestemmingsvlak en het resterende open gebied ten oosten van het plangebied is dermate groot qua omvang dat een marginale vergroting van het bestemmingsvlak de openheid niet aantast.

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

26

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Afbeelding 5-g. Aardkundige waardenkaart provincie (plangebied rood omcirkeld)

Het perceel bevat verder geen aardkundige waarden of andere waarden die cultuurhistorisch van belang zijn. Cultuurhistorie vormt geen belemmeringen voor het plan. 5.11 Water Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Om dit te realiseren is de watertoets van toepassing verklaard op ruimtelijke plannen. Vanaf 1 november 2003 is deze juridisch verankerd in het ruimtelijk ordeningsbeleid. Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Beleidskader Het waterschap Rivierenland heeft als beleidsplan het ‘Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten’. Het Waterbeheerprogramma is vastgesteld op 27 november 2015. Het plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkering en waterketen. In het Waterbeheerprogramma plan staat wat Waterschap Rivierenland de komende zes jaar gaat doen om inwoners van het rivierengebied veiligheid en voldoende schoon en mooi water in sloten en plassen te kunnen blijven bieden.

Daarnaast heeft Waterschap Rivierenland de ‘Keur Waterschap Rivierenland 2014’ opgesteld, welke de regeling vervangt van de Keur Waterschap Rivierenland 2009 en de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011. De Keur bevat de regels en vult daarmee de regels uit de Waterwet aan om daarmee de doelstellingen zoals opgenomen in het Waterbeheerplan te kunnen realiseren. In de brochure ‘Partners in Water’ staat beschreven hoe Waterschap Rivierenland omgaat met het proces van de watertoets. Er worden vier thema’s behandeld:

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

27

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

1. 2. 3. 4.

Waterneutraal inrichten) gaat over het belang van voldoende waterberging bij ruimtelijke ingrepen. Daarmee wordt voorkomen dat wateroverlast kan ontstaan bij hevige neerslag. Schoon inrichten) gaat over het belang van het bereiken van een goede waterkwaliteit bij ruimtelijke plannen. Veilig inrichten) gaat over het belang van een veilige waterkering. Bijzondere wateren en voorzieningen) gaat tenslotte over wateren met een specifieke functie en voorzieningen zoals zuiveringsinstallaties.

Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar de watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang (waterbergingscompensatie). Om te voorkomen dat individuele bewoners voor kleine voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes, een enkele woning, etc., moeten compenseren geldt er een éénmalige vrijstelling van de compensatieplicht van 500 m² voor stedelijk gebied en 1.500 m² voor landelijk gebied. Voor kleinere oppervlaktes hoeft niet te worden gecompenseerd, bij grotere oppervlaktes mogen de vrijgestelde oppervlaktes daarop éénmalig in mindering worden gebracht. Bestaande situatie waterhuishouding Het plangebied bevindt zich binnen het stroomgebied van de Alm. Tot de belangrijkste waterlopen in de omgeving van het plangebied behoren de kanalen van het Land van Heusden en Altena die in noordelijke en zuidelijke richting afwateren op de Bergsche Maas en de Merwede. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen waterwingebieden, boringvrije zones, reserveringsgebieden waterberging of grondwaterbeschermingsgebieden gelegen.

Afbeelding 5-h. Ligging waterwingebieden, boringsvrije zones, reserveringsgebieden waterberging en grondwaterbeschermingsgebieden (plangebied rood omcirkeld)

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

28

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

Huishoudelijk afvalwater In de bestaande situatie wordt het huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard (bijvoorbeeld water om handen te wassen) geloosd op het openbaar gemeentelijk riool. Er is geen sprake van het vrijkomen van extra afvalwater. Lozingen naar grondwater Er is in de beoogde situatie geen sprake van andere emissies (dan NH 3 en NOx) en waterlozingen met milieuverontreinigende stoffen die kunnen leiden tot verontreiniging van het gebeid. Lozingen naar grondwater (eventueel door grondwaterstromen verplaatsbaar naar het gebied) door spill worden voorkomen door bodem beschermende voorzieningen op de locaties waar sprake is van bodembedreigende activiteiten. Oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater anders dan de vermelde watergangen in navolgende figuur. Het ruimtelijk plan heeft geen nadelig effect op het oppervlaktewatersysteem.

Afbeelding 5-i. Aanwezige bestaande watergangen, plangebied in rood

In de omgeving, maar niet grenzend aan het plangebied, ligt aan de oostzijde een Awatergang met bijbehorende beschermingszones van respectievelijk 5 meter. Het uit te breiden bestemmingsvlak blijft op ruime afstand van deze A-watergang. Aan de noordelijke en zuidelijke rand van het plangebied ligt een B-watergang met bijbehorende beschermingszone van 1 meter. Beschermingszones bij B-wateren zijn vooral bedoeld om deze wateren toegankelijk te houden voor het uitvoeren van inspecties en ter voorkoming van instabiele oevers. De beschermingszones worden altijd aan beide zijden van een B-watergang in de legger opgenomen. De beschermingszone bij een B-watergang is minimaal 1 meter breed. De beschermingszone blijft in de nieuwe situatie beschikbaar voor het onderhoud aan de watergangen. Bodemopbouw en infiltratievermogen bodem Op de bodemkaart ligt het plangebied in een zone, waar poldervaaggronden worden verwacht. De poldervaaggronden bestaan hier voornamelijk uit kalkhoudende zware zavel en lichte klei (zandige of siltige klei). Deze gronden bevatten over het algemeen een bovengrond van zware zavel en lichte klei en binnen 80 cm –mv een zandige ondergrond, soms afgewisseld met kleilaagjes (Stiboka 1990). Er is sprake van een relatief diepe grondwaterstand (grondwatertrap VII). De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand ter plaatse van het plangebied is gelegen op 60 – 80 cm onder

Bijlage 8 - RO.VGR.PrZ.Alm.23

29

20 november 2023

Ruimtelijke ontwikkeling Provincialeweg Zuid te Almkerk

maaiveld. De Gemiddelde Laagste Grondwaterstand bedraagt ter plaatse 120 – 140 cm. In het gebied komt meestal kwel voor. Water kan ter plaatse in principe voldoende infiltreren in de bodem. Afwatering In de nieuwe situatie zal het afwaterend oppervlak met Potentieel verontreinigd (hemel)water gaan toenemen met ca. 2.720 m 2 (In de aanvraag behorende bij de vergunde situatie is aangegeven dat er vanaf 11.000 m2 aan verhard oppervlak Potentieel verontreinigd (hemel)water afloopt naar een percolaatbassin). De ondernemer gaat het huidige percolaatbassin vervangen door een groter exemplaar. Het nieuwe bassin komt in de zuid-oost hoek van het perceel te liggen, waarbij de riolering situatie wordt aangepast. Het wordt verwerkt in het groen talud aan de zuid en oostzijde van het terrein (zie ook tekening beoogde situatie in bijlage 3b). Hemelwater dat van het composteerterrein afkomt wordt niet geloosd op het oppervlaktewater en/of gemeentelijke riolering. Het wordt opgevangen en hergebruikt in het composteringsproces (stofbestrijding, bevochtiging composteerproces e.d.). Indien er desondanks een overschot cq teveel aan percolaatwater mocht ontstaan, dan wordt een gedeelte van het percolaatwater per as afgevoerd naar een vergund verwerker. Via een riolering en drainagesysteem wordt het water afgevoerd naar een percolaatbassin.

Dit bassin is zodanig gedimensioneerd, dat de neerslag gedurende natte periodes en/of hevige neerslag gebufferd kan worden, met uitzondering van zeer extreme situaties. Het totale oppervlak dat gaat afwateren op bovenstaande wijze betreft de terreindelen 21 (compostering), 22 (Opslag gereed product), 23 (opslag/bewerking), 24 (opslag gras- en houtachtigen) en 26 (percolaatbassin) - zie ook tekening in bijlage 3b. Dit gedeelte van het terrein beslaat ca. 11.500 m2. In bijlage 19 is de waterbehoefte in kaart gebracht over de laatste 21 jaar (2002 – 2022). De maximale neerslaghoeveelheid per jaar is hier bepaald op ca. 12.000 m3/jaar. Berekening grootte van het nieuwe percolaatbassin: Berekening vindt plaats op basis van neerslagextremen en de neerslaggegevens over de afgelopen 21 jaar (2002 – 2022). OBV Neerslagextremen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14564706/1