Bijlage 2 Notitie BBN inclusief Programma van Eisen bij RV uitbreiding, renovatie en verduurzaming d'Alburcht
Tekst van het document
Notitie Project Betreft
2100834 – Sporthal d'Alburcht Aanpassing en uitbreiding sporthal d'Alburcht
Van
ir. Isabeau Dieleman i.dieleman@bbn.nl 06 53 32 34 82
Rotterdam, 27 januari 2022
Inleiding De gemeente Altena heeft binnen haar grenzen 3 sporthallen. Een van die sporthallen is d'Alburcht in Wijk en Aalburg. In 2018 is besloten dat op de plek van het zalengedeelte van deze accommodatie een gezondheidscentrum zou worden gerealiseerd en dat er een doorontwikkeling van de sportfunctie plaats zou vinden. Het gezondheidscentrum is inmiddels gerealiseerd, maar over de doorontwikkeling van de sportfunctie van d'Alburcht zijn nog geen concrete besluiten genomen. Bij de doorontwikkeling wordt onder andere gedacht aan uitbreiding van de sporthal met een turnzaal, twee extra kleedlokalen en enkele bergingen. De bestaande sporthal is ruim 20 jaar oud, waardoor het verstandig lijkt om dit moment ook aan te grijpen voor een renovatie en verduurzaming in het kader van de Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed. Met de realisatie van het gezondheidscentrum is de dorpshuis-/zalenfunctie binnen de accommodatie grotendeels verdwenen. Om die reden dient ook bekeken te worden of er behoefte/noodzaak is om een zalenfunctie terug te laten komen en op welke wijze daaraan het best invulling gegeven kan worden. In het najaar van 2018 zijn een aantal uitgangspunten voor de uitbreiding van de sporthal en de invulling van de zalenfunctie geformuleerd. In 2020 zijn de wensen voor de turnzaal in kaart gebracht.
De gemeente Altena heeft bbn adviseurs gevraagd in dit kader het volgende in kaart te brengen: a. de wensen die de gebruikers en de gemeente hebben ten aanzien van de aard en de omvang van de sportvoorzieningen va d’A urcht; b. de wensen die de gebruikers en de gemeente hebben ten aanzien van de update/renovatie en verduurzaming van de bestaande sporthal en het horecadeel; c. de wensen die de gebruikers en de gemeente hebben ten aanzien van de aard en de omvang van de za e u ct e va d’A urcht en de noodzaak om extra zalen terug te laten komen. Om deze wensen in kaart te brengen, zijn aan (voormalige) gebruikers vragenlijsten gestuurd en is een gesprek gevoerd met het Willem van Oranje College, Gymvereniging WIK en het oud-bestuur van Stichting d’A urcht In deze notitie beschrijven wij achtereenvolgend de huidige situatie en de uitkomst van de gesprekken, de meest voor de hand liggende ontwikkelvarianten va d’A urcht en ons advies. De vragenlijsten en gespreksnotities van de interviews zijn als bijlage bij deze notitie gevoegd, net als de ruimtestaten, die horen bij de verschillende varianten, en het ruimtelijk functioneel Programma van Eisen. Het ruimtelijk functioneel Programma van Eisen beschrijft het kwaliteitsniveau dat van toepassing is op alle varianten. Daarnaast zijn de ramingen passend bij de verschillende varianten bijgevoegd.
2100834 – Sporthal d'Alburcht Notitie Aanpassing en uitbreiding sporthal d'Alburcht
Pagina 1 van 5
Situatie en uitkomst gesprekken V rhee est d d’A urcht u t ee sp rtha e 3 za e I 1 is het gezondheidscentrum gerealiseerd, waarbij de zalenfunctie grotendeels is komen te vervallen. In de huidige opzet is de voormalige foyer in gebruik als (vergader)zaal. In de gesprekken met de gebruikers is naar voren gekomen dat het dak van de sporthal lekt, de uitstraling van het exterieur gedateerd is en dat de uitstraling van de horeca verouderd is, waardoor het niet als een aantrekkelijke ruimte wordt ervaren. Gymvereniging WIK vindt het belangrijk dat de turnuitbreiding gerealiseerd wordt. Er wordt al jaren over gesproken maar besluitvorming is tot op heden uitgebleven. Door de turnuitbreiding ontstaat ruimte voor andere sportverenigingen in de sporthal en het vermindert de fysieke belasting van de train(st)ers, doordat er veel minder op- en afgebouwd hoeft te worden. Daarnaast bestaat de wens voor een afgesloten bergruimte, zodat de toestellen en materialen van Gymvereniging WIK alleen door de eigen vereniging gebruikt worden. Een deel van de toestellen van WIK zal permanent in het afsluitbare turndeel komen te staan. Daarnaast kan binnen de huidige berging een deel afsluitbaar gemaakt worden welke alleen toegankelijk is voor WIK. Dit is met WIK besproken en opgenomen in het Programma van Eisen.
Voor het Willem van Oranje College is het van belang dat de akoestiek in het middelste zaaldeel van de sporthal wordt verbeterd. Dit betreft ook in belangrijke mate het verminderen van het omloopgeluid dat via de tribune om de scheidingswanden heen komt. Daarnaast is het wenselijk 2 extra kleedkamers te realiseren, zodat de klassen per zaaldeel jongens- en meisjeskleedkamers tot hun beschikking hebben. Het verbeteren van de akoestiek is opgenomen in het Programma van Eisen. Voor de meeste gebruikers van de (vergader)zalen zijn de huidige voorzieningen voldoende. Echter, voor de Yeshua gemeente is het wenselijk dat er 1 grote zaal en 2 kleine zalen zijn die gelijktijdig gebruikt kunnen worden. In de grote zaal wordt op zondag de kerkdienst gehouden en dan is 1 kleine zaal in gebruik als crèche en de andere kleine zaal voor de kinderkerk.
Varianten Naar aanleiding van de gesprekken met de gebruikers en de gemeente zijn een aantal varianten opgesteld. De varianten zijn opgebouwd uit verschillende bouwstenen en in het navolgende uiteengezet. Bij de uitbreidingen van variant 1 tot en met 4 wordt ervan uitgegaan dat deze als ENG (Energie Neutraal Gebouw) worden uitgevoerd. Variant 0: het naar BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) of ENG (Energie Neutraal Gebouw) brengen van het bestaande gebouw en het uitvoeren van onderhoud. In deze variant wordt een deel van de gevel vervangen en wordt het gehele dak vervangen. De isolatiewaarden van de gevel en het dak worden zodanig verhoogd dat het gebouw bouwkundig voorbereid is op ENG. De installaties worden zo aangepast dat deze voldoen aan de eisen van BENG. Op een later, natuurlijk, moment kunnen de installaties worden aangepast, zodat deze voldoen aan de eisen van ENG. Uiteraard kunnen ook meteen de installaties naar het niveau van ENG gebracht worden. In deze variant is budget opgenomen om het interieur op te frissen. De voormalige foyer blijft gehandhaafd als zaal.
2100834 – Sporthal d'Alburcht Notitie Aanpassing en uitbreiding sporthal d'Alburcht
Pagina 2 van 5
Variant 1: uitbreiding sporthal met een turndeel. Voor deze variant wordt een deel van het bestaande gebouw afgebroken, zodat het turndeel op een logische manier aan de sporthal verbonden kan worden. De locatie van het turndeel wordt bepaald door de ligging van de waterpartij en de aansluiting aan de bestaande sporthal. De afgebroken kleedkamers, docentenkleedkamers en installatieruimte worden teruggebouwd. In deze variant is ook ruimte voor 1 kleine zaal. Er is in de raming rekening gehouden met het dempen van een deel van de waterpartij om ruimte te creëren voor het turndeel.
Variant 2: variant 1 + 2 extra kleedruimten. In aanvulling op bovenstaande worden bij deze variant 2 extra kleedkamers gebouwd.
Variant 3: variant 2 + kleine vergaderzaal en berging. In aanvulling op variant 2 worden een extra kleine vergaderzaal en een extra bergruimte gerealiseerd. De kleedruimten schuiven hierdoor verder naar links op de tekening.
2100834 – Sporthal d'Alburcht Notitie Aanpassing en uitbreiding sporthal d'Alburcht
Pagina 3 van 5
Variant 4: extra ruimte grote (vergader)zaal. In deze variant wordt de voorgevel ter plaatse van de grote vergaderzaal naar voren gebracht, waardoor deze op een lijn komt te liggen met de rest van de gevel. De grote zaal krijgt hierdoor extra oppervlakte.
De varianten verhouden zich qua kosten als volgt: Totaalkosten varianten
Meerkosten t.o.v. vorige variant BENG+ENG ENG+ENG*
Overzicht investeringskosten excl. BTW BENG+ENG ENG+ENG Variant 0 Verduurzamen bestaand € 31 € 9 Correctie in combinatie met € -201.000 € -288.000 uitbreiding Variant 1 0 + turndeel € € € Variant 2 1 + 2 kleedruimtes € € 9 5 € 151 Variant 3 2 + kleine vergaderzaal en berging € 4.396.000 € 5 9 €1 Variant 4 3 + vergroten grote vergaderzaal € 5 €5 € 111 *de meerkosten zijn hier iets lager, omdat de bestaande sporthal ook al energieneutraal is. Het verschil tussen BENG en ENG betreft de bestaande sporthal. De uitbreidingen zijn altijd ENG.
€ 15.305 €1 9 €1 5 € 11
Omdat de kosten voor verduurzaming en uitbreiding hoog zijn, is ook globaal gekeken naar een variant waarbij de bestaande sporthal en het zalencentrum gesloopt worden en een nieuwe sporthal met zalenfunctie zou worden gerealiseerd. Dit heeft voordelen qua indeelbaarheid, maar aangezien de bouwkosten voor nieuwbouw van een sporthal in de orde van € 2.000,- per m² zijn, wordt dat erg duur. I c us e de st cht gsk ste za het t taa ca € z j v r de uw van een nieuwe sporthal en zalencentrum. De kosten voor sloop van het bestaande gebouw en tijdelijke huur van een andere accommodatie komen daar nog bij. Ook wordt bij een volledige nieuwbouw veel meer materiaal gebruikt. Daarmee is sloop en nieuwbouw zowel financieel als op het gebied van duurzaamheid een minder goede oplossing.
Nieuwbouw, 2767 m² Sloop bestaand Huur tijdelijke locatie Totaal
Investeringskosten excl. BTW +/- € +/- € 150.000 +/- € 750.000 +/- € 7.900.000
2100834 – Sporthal d'Alburcht Notitie Aanpassing en uitbreiding sporthal d'Alburcht
Pagina 4 van 5
Door de accommodatie te verduurzamen vermindert niet alleen de CO2-uitstoot, maar zal ook het energieverbruik beduidend minder zijn en daarmee de zullen de jaarlijkse exploitatielasten dalen. In vergelijking met de huidige energiekosten (door de verwachte stijging van gasprijzen zullen deze toenemen) is de volgende verlaging van energiekosten te verwachten: • BENG-waardig gebouw -/- 40 tot 50%; • ENG-waardig gebouw -/- 90 tot 95%.
Advies Wij adviseren de accommodatie in ieder geval direct energieneutraal te maken (variant 0 ENG). De gemeente heeft een voorbeeldfunctie en aangezien de levensduur van het gebouw minimaal 30 jaar is, moeten de investeringen voor het energiegebruik toch worden gedaan. Hoe eerder de gemeente de investeringen doet, hoe sneller deze zich terugverdienen. Verder adviseren wij minimaal variant 2 uit te voeren, omdat deze de qua functionaliteit van de sportaccommodatie het best aansluit bij de wensen van de gebruikers, zijnde de uitbreiding van de turnzaal en het toevoegen van 2 kleedruimtes, zodat per zaaldeel 2 kleedkamers beschikbaar zijn. Wij realiseren ons dat de wensen van de Yeshua gemeente ten aanzien van het zalencentrum niet worden ingevuld. De Yeshua gemeente heeft op de zondagochtend geen 3 (vergader)zalen, maar omdat de horeca en sportzaal niet in gebruik zijn op zondag, kan een van deze ruimten gebruikt worden voor de crèche of kinderkerk. Hierdoor is er ook voldoende ruimte voor alle activiteiten van de Yeshua gemeente.
2100834 – Sporthal d'Alburcht Notitie Aanpassing en uitbreiding sporthal d'Alburcht
Pagina 5 van 5
Programma van Eisen Programma van Eisen Sporthal d'Alburcht Rotterdam, 23 december 2021
Programma van Eisen Project Betreft Van
2100834 – Sporthal d'Alburcht ir. Isabeau Dieleman i.dieleman@bbn.nl 06 53 32 34 82
Rotterdam, 23 december 2021
Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.2.1. 1.2.2. 1.3.
Inleiding Situatie Doel programma van eisen Ruimtelijk en functioneel PvE (RF PvE) Gevolgde werkwijze Leeswijzer
2 2 2 2 3 3
2. 2.1. 2.2. 2.2.1. 2.2.2. 2.2.3. 2.2.4. 2.2.5. 2.3. 2.3.1. 2.3.2. 2.3.3. 2.4. 2.4.1. 2.4.2. 2.4.3. 2.4.4.
Projectdefinitie en uitgangspunten Doelstelling en visie voor het project Uitgangspunten voor het project Omvang Locatie Kwaliteitsniveau Duurzaamheid en milieu Toekomstbestendigheid Kadergegevens Besluitvorming / communicatie Toekomstig eigendom en beheer Demarcatie inrichting, vast en los Overige voorwaarden en aandachtspunten Wet- en regelgeving Kavelgrenzen en eigendomsgrenzen Verzekeringseisen Eisen met betrekking tot de uitvoering
4 4 4 4 4 5 5 5 6 6 6 6 6 6 6 6 7
3. 3.1. 3.1.1. 3.2.
Gebruikersprofiel Doelgroep(en) Doelgroepen Gebruikstijden
8 8 8 8
4. 4.1. 4.1.1. 4.1.2. 4.1.3. 4.2. 4.2.1. 4.2.2.
Beeldverwachting Stedenbouwkundige inpassing Locatiekenmerken Inpassing in de situatie Stedenbouwkundige eisen Eisen en wensen beeldkwaliteit Gewenste uitstraling exterieur Gewenste uitstraling en sfeer interieur
9 9 9 9 9 9 9 9
2100834 – Sporthal d'Alburcht Programma van Eisen
Pagina 1 van 3
5. 5.1. 5.2. 5.2.1. 5.2.2. 5.2.3. 5.2.4. 5.3. 5.4. 5.5.
Algemene ruimtelijke eisen Bestaand gebouw Ruimtebehoefte Bepaling ruimtebehoefte Ruimtestaat Vormfactor Footprint van het gebouw Gebouwopzet Gebouwzones en clustering Relatie tussen functies
10 10 10 10 10 11 12 12 12 12
6. 6.1. 6.1.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.4.1. 6.4.2. 6.4.3. 6.4.4.
Algemene functionele eisen Toegankelijkheid Toegankelijkheidseisen Oriëntatie bezoekers Interne logistiek Veiligheid Gebruiksveiligheid Sociale en omgevingsveiligheid Inbraakveiligheid Brandveiligheid
13 13 13 15 15 15 15 16 16 16
7. 7.1. 7.1.1. 7.1.2. 7.1.3. 7.1.4. 7.1.5. 7.1.6. 7.1.7. 7.1.8. 7.1.9. 7.1.10. 7.1.11. 7.2. 7.2.1. 7.2.2. 7.3. 7.3.1. 7.3.2. 7.3.3. 7.3.4. 7.3.5. 7.3.6. 7.4. 7.4.1.
Functionele eisen per ruimte Functionele eisen per ruimte Afvalberging / containerruimte Entreegebied Toiletten Mindervalide toilet (miva) Horecaruimte Bar Keuken Magazijn en koel-/vriescel Leveranciersingang Opslag / archief / bergruimten EHBO / kolfruimte / stilteruimte Sportruimten Wedstrijdruimte 24 x 44 meter (ISA-US1-RU.) Turnzaal Algemene ruimten Kleed- en wasruimten (ISA-US1-RU.2) Scheidsrechter- en docentenkleedruimten (ISA-US1-RU.4) Toestellenberging (ISA-US1.RU.5) Verkeersruimten Installatieruimten Werkkasten Zalen Grote zaal
17 17 17 17 17 17 18 18 18 18 18 18 18 19 19 20 21 21 23 23 23 24 24 24 24
2100834 – Sporthal d'Alburcht Programma van Eisen
Pagina 2 van 3
7.4.2.
Kleine zalen
24
8. 8.1. 8.2. 8.3. 8.4. 8.5. 8.6.
Duurzaamheid Inleiding Duurzaamheidseisen Uitwerking duurzaamheidsambitie Klimaatadaptie en biodivers vergroenen Circulair bouwen Energiegebruik
26 26 26 28 28 29 29
2100834 – Sporthal d'Alburcht Programma van Eisen
Pagina 3 van 3
1.
Inleiding
1.1.
Situatie
De gemeente Altena heeft binnen haar grenzen drie sporthallen. Een van die sporthallen is d'Alburcht in Wijk en Aalburg. In 2018 is besloten dat op de plek van het zalengedeelte van deze accommodatie een gezondheidscentrum zou worden gerealiseerd en dat er een doorontwikkeling van de sportfunctie plaats zou vinden. Het gezondheidscentrum is inmiddels gerealiseerd, maar over de doorontwikkeling van de sportfunctie van d'Alburcht zijn nog geen concrete besluiten genomen. Bij de doorontwikkeling wordt onder andere gedacht aan uitbreiding van de sporthal met een turnzaal, twee extra kleedlokalen en enkele bergingen. De bestaande sporthal is ruim 20 jaar oud, waardoor het verstandig lijkt om dit moment ook aan te grijpen voor een renovatie en verduurzaming in het kader van de Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed. Met de realisatie van het gezondheidscentrum is de dorpshuis-/zalenfunctie binnen de accommodatie grotendeels verdwenen. Om die reden dient ook bekeken te worden of er behoefte/noodzaak is om een zalenfunctie terug te laten komen en op welke wijze daaraan het best invulling gegeven kan worden. In het najaar van 2018 zijn een aantal uitgangspunten voor de uitbreiding van de sporthal en de invulling van de zalenfunctie geformuleerd. In 2020 zijn de specifieke wensen voor de turnzaal in kaart gebracht. 1.2.
Doel programma van eisen
1.2.1.
Ruimtelijk en functioneel PvE (RF PvE)
Voor u ligt het ruimtelijk en functioneel PvE (RF PvE). De doelstelling van het RF PvE is om functionele en ruimtelijke uitgangspunten voor het project, die de opdrachtgever en de betrokken gebruikers voor ogen hebben, te beschrijven. Het RF PvE moet ervoor zorgen dat het ontwerp van de uitbreiding en de verduurzaming van de bestaande voorzieningen (de bestaande sporthal met de uitbreiding t.b.v. turnen en het eventueel terug brengen van het zalencentrum) beantwoordt aan de verwachtingen van de toekomstige gebruikers en de opdrachtgever, voor nu en in de toekomst. Het RF PvE moet leiden tot een zorgvuldige planontwikkeling waarbij het de basis is voor een goede opdrachtformulering voor de architect en de overige adviseurs in het ontwerpteam. Het technisch Programma van Eisen dat ontwerpeisen beschrijft op technisch gebied, zoals eisen t.b.v. ventilatie, akoestiek, daglicht toetreding en energieprestaties, is in deze fase nog niet opgesteld. Het RF PvE voorziet in een aantal doelen, te weten: • •
het beschrijft de verwachtingen ten aanzien van de te bouwen voorzieningen, kwalitatief en kwantitatief; het biedt een samenhangende beschrijving van ruimtelijke en functionele huisvestingsbehoeften;
•
1.2.2.
het is een instrument om te kunnen toetsen of de huisvestingswensen passen binnen het beschikbare budget. Het is de basis voor de budget en programma bepaling. Gevolgde werkwijze
Dit PvE is tot stand gekomen door middel van vragenlijsten en interviews met de (beoogde) gebruikers en de gemeente. Op basis van de interviews en vragenlijsten is een concept PvE opgesteld. De (beoogde) gebruikers en de gemeente hebben de mogelijkheid gehad om op dit RF PvE te reageren, waarna in gezamenlijkheid het definitieve PvE is vastgesteld. 1.3.
Leeswijzer
Dit PvE beschrijft achtereenvolgens projectdefinitie en uitgangspunten, het gebruikersprofiel, de locatie en beeldverwachting vervolgens worden de ruimtelijke eisen en de functionele eisen in het algemeen en per ruimte beschreven en afsluitend worden de eisen met betrekking tot duurzaamheid beschreven. Dit PvE bevat ook een aantal bijlagen, waarin een nadere beschrijving plaatsvindt van onderdelen van dit PvE te weten: • • • •
Ruimtestaten van de varianten Indicatie kwaliteitsniveaus Situatietekening met plangrens Tekeningen bestaand gebouw
2.
Projectdefinitie en uitgangspunten
Dit hoofdstuk beschrijft op beknopte wijze de hoofdkenmerken van het project en geeft de hoofdlijnen weer waar het bij de huisvesting en de te huisvesten organisatie om gaat. 2.1.
Doelstelling en visie voor het project
Dit project heeft een aantal doelstellingen, die in deze fase getoetst worden op haalbaarheid - de huidige sporthal d'Alburcht beter aan te laten sluiten bij de wensen van de turnvereniging door uitbreiding van de sporthal met een turnzaal. Door deze uitbreiding is het opbouwen van de turntrainingen minder arbeidsintensief en kan er daarom meer gesport worden. Daarnaast draagt de inrichting van de turnzaal bij aan de veiligheid van de turnsters. - d’A urcht weer toekomstbestendig te maken: o de accommodatie te verduurzamen zodat deze nog minstens 30 jaar mee kan o de hal beter geschikt te maken voor gebruik van 3 zaaldelen tegelijk door het verbeteren van de akoestiek in de zaaldelen en het toevoegen van extra kleedruimten. o kijken in hoeverre een uitbreiding van het zalencentrum haalbaar is binnen Wijk en Aalburg. 2.2.
Uitgangspunten voor het project
2.2.1.
Omvang
Het project voorziet in huisvesting voor sportactiviteiten van maximaal 2467 m² bruto vloeroppervlak (bvo) en een zalencentrum van maximaal 300 m² bvo. Afhankelijk van het gewenste programma. 2.2.2.
Locatie
Perzikstraat 14A in Wijk en Aalburg
2.2.3.
Kwaliteitsniveau
Vier kwaliteitsniveaus zijn te definiëren: Bouwbesluit/basis, voldoende, goed en uitstekend. Bij het opstellen van het PvE is uitgegaan van kwaliteitsniveau Bouwbesluit/basis. In bijlage 2 is een toelichting/indicatie gegeven hoe dit niveau kan worden gekenmerkt. 2.2.4.
Duurzaamheid en milieu
Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp. Gebouwen moeten in ieder geval voldoen aan de wet- en regelgeving. Daarnaast heeft de gemeente een voorbeeldfunctie vult zij deze in door een zo duurzaam mogelijk gebouw te realiseren. Hierbij gaan we er vanuit dat het mogelijk is het bestaande gebouw te verduurzamen naar een energieneutraal gebouw. Daarnaast is aandacht gevraagd voor waterberging en schaduw om zo veel als mogelijk de belasting op het regenwaterriool te verminderen en hittestress tegen te gaan. Ook is er aandacht voor de natuur door in harmonie met de omgeving te bouwen en de biodiversiteit te bevorderen. 2.2.5.
Toekomstbestendigheid
De sporthal dient toekomstbestendig te zijn wat in dit geval betekent dat de sporthal geschikt is voor gebruik als sporthal in de toekomst. Dit houdt in dat wordt voorgesorteerd op toekomstige eisen wat betreft functionaliteit, energiegebruik en milieu.
2.3.
Kadergegevens
2.3.1.
Besluitvorming / communicatie
De gemeente Altena is opdrachtgever van het project. In december wordt in het college een voorbereidingsbesluit genomen en in februari door de gemeenteraad. Vervolgens wordt het ontwerpproces opgestart waarbij dit RF PvE de basis is voor dat proces. 2.3.2.
Toekomstig eigendom en beheer
Het gebouw is in eigendom en onderhoud bij Gemeente Altena en wordt verhuurd aan de (sport)verenigingen en gebruikers. Afdeling Vastgoed is verantwoordelijk voor onderhoud van het gehele gebouw. Op dit moment wordt het gebouw beheerd en geëxploiteerd door twee oudere mannen namens de gemeente. Deze heren gaan binnen niet al te lange tijd met pensioen. De vormgeving van het toekomstig beheer is nog niet vastgesteld. In een aparte notitie die gelijk met dit PvE wordt aangeleverd worden de diverse mogelijkheden naast elkaar gezet met hun voor en nadelen. 2.3.3.
Demarcatie inrichting, vast en los
In de ontwerpopgave zijn alle gebouwgebonden installaties, apparatuur en vaste inrichting inbegrepen. Voorzieningen voor alle sporttoestellen dienen te worden voorzien in het ontwerp, in afstemming met de leverancier van de sporttoestellen. De sporttoestellen zelf zijn geen onderdeel van de opdracht. Uitgangspunt is dat de huidige keukenvoorzieningen en bar kunnen worden hergebruikt. De afwerking van de Horeca ruimte en zalen wordt vernieuwd. Het meubilair zal ook moeten worden vervangen, maar aangezien dit geen gebouwgebonden inrichting is valt dit buiten dit project 2.4.
Overige voorwaarden en aandachtspunten
2.4.1.
Wet- en regelgeving
Het gebouw en de daarin aanwezige installaties moeten minimaal voldoen aan alle vigerende landelijke en gemeentelijke geldende eisen, regelgeving en publicaties. 2.4.2.
Kavelgrenzen en eigendomsgrenzen
Bij het ontwerp moet rekening worden gehouden met de eigendoms- en kavelgrenzen van het projectterrein en het vigerend bestemmingsplan. 2.4.3.
Verzekeringseisen
Er moet rekening worden gehouden met eventuele aanvullende beveiligingseisen vanuit de verzekering. Over de verzekeringseisen dient al tijdens de ontwerpfase te worden overlegd met de opdrachtgever. Met name PV panelen en brandveiligheid is hierbij een aandachtspunt.
2.4.4.
Eisen met betrekking tot de uitvoering
Tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden moeten de sportlessen en de geloofsdiensten van de Yeshua gemeente zo veel mogelijk door kunnen gaan. Een gefaseerde uitvoering heeft daarom de voorkeur. Bij het maken van het ontwerp moet hiermee al rekening worden gehouden.
3.
Gebruikersprofiel
3.1.
Doelgroep(en)
3.1.1.
Doelgroepen
Het complex krijgt in hoofdlijnen de volgende doelgroepen: •
• •
• •
3.2.
(sport)verenigingen o WIK Aalburg; turnvereniging met 185 leden (https://www.wikaalburg.nl) o ABC Basketball; basketball vereniging met ca. 80 leden (https://abcbasketball.nl) o SportThea, conditietraining voor volwassenen, ca. 80 leden o BC Aalburg, badmintonvereniging (http://www.bcaalburg.nl) o Schaatsclub de IJsvrienden, schaatsvereniging met ca. 300 leden (https://www.deijsvrienden.nl) o OVS Genderen, volleybalvereniging o Zaalvoetbal, incidenteel o De locatie moet geschikt zijn voor regionale turn- en basketballwedstrijden. Het Willem van Oranje College, een school voor voortgezet onderwijs. Gebruikers zalen o Yeshua gemeente, kerkgenootschap o EHBO afdeling Wijk en Aalburg o Sportverenigingen o Diverse andere gebruikers Bezoekers (ouders en supporters) Incidentele evenementen zoals sinterklaasvieringen. Gebruikstijden
De openingstijden zijn van 08:00 tot 23:30 uur. Behalve op zondag, dan is de hal gesloten. Het sportcomplex wordt op maandag tot en met vrijdag tot 15:00 voornamelijk gebruikt voor bewegingsonderwijs van het Willem van Oranje College. Sportverenigingen gebruiken het sportcomplex 's avonds en in het weekend waarbij de grootste bezetting door de week tussen 18:00 en 21:00 is. Op zaterdag wordt de sporthal gebruikt voor wedstrijden van ABC Basketball of WIK Aalburg.
4.
Beeldverwachting
Dit hoofdstuk beschrijft de gewenste beeldverwachting en uitstraling voor de huisvesting. 4.1.
Stedenbouwkundige inpassing
4.1.1.
Locatiekenmerken
De locatie is gelegen op een bedrijventerrein. Tegenover de locatie is een school en de bibliotheek gevestigd. Aan de achterzijde van de locatie is de bestemming momenteel agrarische grond. Hier worden in de toekomst woningen gerealiseerd. Aan de voorzijde van het gebouw zijn parkeerplaatsen beschikbaar. Tegen de bestaande sporthal is een gezondheidscentrum gerealiseerd. De sporthal en het gezondheidscentrum delen een toiletgroep in het midden van het gebouw. 4.1.2.
Inpassing in de situatie
Het gebouw heeft een individueel karakter, waardoor zij goed herkenbaar is. Hierdoor is het gebouw belangrijk voor de oriëntatie binnen Wijk en Aalburg. De entree van het gebouw is duidelijk zichtbaar vanaf het parkeerterrein en onderscheid zich van de entree van het gezondheidscentrum. De uitstraling van de sporthal sluit aan bij de uitstraling van het gezondheidscentrum. 4.1.3.
Stedenbouwkundige eisen
De stedenbouwkundige eisen staan beschreven in het vigerende bestemmingsplan. De huidige plannen passen niet binnen het bouwvlak. Daarom zal een bestemmingsplanprocedure doorlopen moeten worden. 4.2.
Eisen en wensen beeldkwaliteit
4.2.1.
Gewenste uitstraling exterieur
De wens is om de uitstraling van de sporthal aan te laten sluiten bij de uitstraling van het nieuwe gezondheidscentrum zodat het gebouw meer als één geheel wordt gezien. Daarbij is het van belang dat de voorgevel overzichtelijk en uitnodigend is. Het moet duidelijk zijn waar de ingang van de sporthal is. Deze mag niet verward worden met de ingang van het gezondheidscentrum.
4.2.2.
Gewenste uitstraling en sfeer interieur
Het interieur heeft een open, uitnodigende en energieke uitstraling. Het sportcafé is als een huiskamer voor ouders en broertjes/zusjes die blijven kijken naar een training en de sporter die na de fysieke inspanning nog even wil ontspannen. De sporthal en gerelateerde ruimten zijn modern en degelijk. Het zalencentrum heeft een open maar neutrale uitstraling zodat deze voor veel verschillende doelgroepen uitnodigend is. Als de zalen niet in gebruik zijn moeten deze gekoppeld kunnen worden aan de Horeca ruimte. De Horeca ruimte krijgt hierdoor ook verbinding met de buitenruimte en er komt daglicht binnen. Het is mogelijk een klein terras voor de deur te plaatsen.
5.
Algemene ruimtelijke eisen
Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen de ruimtelijke en functionele eisen voor de huisvesting. 5.1.
Bestaand gebouw
Het huidige gebouw heeft een in 3 delen deelbare sporthal van 24 x 44 meter. Er is achterstallig onderhoud en regelmatig lekkage in de sporthal, kleedkamers en toestellenberging. Het middelste zaaldeel is in de praktijk slecht bruikbaar vanwege de slechte akoestiek. Ook in de twee buitenste zaaldelen is de akoestiek niet optimaal. Er is veel galm en sprake van omloopgeluid (via de tribuneruimte) wanneer beide scheidingswanden naar beneden zijn. Ook laat de huidige klimaatinstallatie te wensen over. In de zomer is het in de sporthal te warm en in de winter te koud. Naast de sporthal zijn er 4 kleedkamers van ca. 22 m² met een wasruimte van ca. 7 m². Wanneer er voor het onderwijs drie zaaldelen gebruikt worden, zijn er twee kleed- en wasruimten te weinig. Het sanitair in de kleedruimten is verouderd en toe aan vervanging. Daarnaast wordt door sommige gebruikers de huidige afmeting van de kleedkamers als krap ervaren. Het sportcafé wordt ervaren als bedompte ruimte. De ruimte nodigt niet uit tot het gebruik van de Horeca. Daarnaast is de bouwkundige kwaliteit van het gebouw laag. De aparte entree voor de leerlingen van het Willem van Oranje College wordt als positief ervaren door de gebruiker. Bij de realisatie van nieuwe delen is het noodzakelijk aandacht te besteden aan de aansluiting op de bestaande bouw.
De nieuw te bouwen delen dienen op een logische manier verbonden te worden aan het bestaande gebouw. 5.2.
Ruimtebehoefte
5.2.1.
Bepaling ruimtebehoefte
De ruimtebehoefte is deels bepaald door het opmeten van het bestaande gebouw en een behoefte inventarisatie. Waar het de nieuw te bouwen kleed- en wasruimtes betreft wordt de norm van de KVLO aangehouden. De eisen die in de hierna volgende hoofdstukken worden uitgewerkt zijn als aanvulling of als verdere specificatie van deze norm. 5.2.2.
Ruimtestaat
De benodigde ruimtes zijn weergegeven in een ruimtestaat. De ruimtestaat geeft onder andere per ruimte het noodzakelijke functioneel nuttig oppervlak (fno) weer. De ruimtestaat voor de diverse varianten is opgenomen in bijlage 1.
5.2.3.
Vormfactor
De vorm en kwaliteitsfactoren zijn noodzakelijk om de juiste balans te bepalen tussen ontwerpambitie enerzijds en de kosten/kwaliteit eis anderzijds. De volgende vorm- en kwaliteitsfactoren gelden voor het ontwerp: Kosten/kwaliteitsambitie Factor Bruto vloeroppervlak / functioneel nuttig 0,85 vloeroppervlak Geveloppervlak / Bruto 0,50 vloeroppervlak Open geveloppervlak / bruto 0,15 geveloppervlak
De bvo/fno factor is bepaald aan de hand van de terminologie in de NEN 2580:
5.2.4.
Footprint van het gebouw
Het gehele programma dient (op de begane grond) gerealiseerd te worden binnen het beschikbare kavel. Het exacte bouwvlak wordt in een nieuw bestemmingsplan vastgelegd. 5.3.
Gebouwopzet
Het te realiseren sportcomplex omvat de volgende onderdelen / clusters: Bestaande sporthal horeca en zalen, eventueel nieuw te realiseren turnzaal, kleedruimten en vergaderzalen. De hoofdfunctie van het sportcomplex is het faciliteren van sportmogelijkheden voor breedte sportverenigingen en het faciliteren van bewegingsonderwijs voor het Willem van Oranje College. Voor de verenigingen zal het sportcomplex moeten voldoen aan de sporttechnische eisen die gesteld worden conform NOC*NSF, en de nationale sportbonden, voor de verschillende verenigingssporten, zoals benoemd bij de doelgroepen. Voor de school zal de sporthal moeten voldoen aan de eisen van KVLO. 5.4.
Gebouwzones en clustering
Gebouwzones zijn bedoeld om bepaalde delen van het gebouw afzonderlijk te kunnen openstellen of afsluiten. Elke zone is in principe individueel te gebruiken, met als uitgangspunt dat de toegang via de centrale entree geschiedt. Uitgezonderd is de sporthal met kleedruimten. Deze zone is ook te gebruiken wanneer toegang plaatsvindt via de leerlingenentree. Het is ook mogelijk zones in combinatie te gebruiken. Hierbij rekening houden met de afsluitbaarheid en de schakeling van de installaties en het alarmsysteem. Te onderscheiden zones zijn: • • • •
5.5.
Entree en horeca, inclusief zalen Kleedruimten, sportzaal en scholenentree Turnzaal Toiletruimte naast de Horeca, gedeeld gebruik door gezondheidscentrum en d’A urcht Relatie tussen functies
De onderlinge relaties tussen de functies binnen de huisvesting zijn van invloed op hoe de ruimtes in het ontwerp kunnen worden gepositioneerd. De belangrijkste relaties zijn hier beschreven. De turnzaal heeft een directe relatie met de sporthal maar de sporthal is ook te gebruiken zonder de turnzaal. Toestellen uit de turnzaal kunnen, bijvoorbeeld bij wedstrijden, verplaatst worden naar de sporthal. Bevestigingen in de grond zijn hiervoor aanwezig. De kleedkamers zijn direct aan of in de nabijheid van de sportzaal gesitueerd. De grote zaal is direct aan de horeca gelegen. Vanuit de horeca is zicht op de sporthal. Vanuit de entree is zicht op de Horeca.
6.
Algemene functionele eisen
Dit hoofdstuk beschrijft op globale wijze de eisen aan de huisvesting vanuit het oogpunt van functionaliteit en bedrijfsvoering. 6.1.
Toegankelijkheid
Het gebouw moet voldoen aan de ITs Basis. Dit betekent dat alle ruimtes en verkeersgebieden toegankelijk moeten zijn voor bezoekers, zonder enkele begeleiding. Het gebouw moet tijdens het ontwerp getoetst worden op toegankelijkheid. De ITs is te vinden op www.pbtconsult.nl. 6.1.1.
Toegankelijkheidseisen
Specifiek voor de sportruimten gelden de navolgende toegankelijkheidseisen: Interne toegankelijkheid: •
• •
•
De ontmoetingsruimte(n) en haar bijbehorende nevenruimten zijn af te sluiten van de wedstrijdruimten en haar nevenruimten. Deze ruimten kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren. Er is een duidelijk onderscheid tussen primaire en secundaire routes. Obstakels in looproutes en andere verkeerszones worden vermeden. Ook is infoborden, tassenrekken, et cetera zijn zo gesitueerd dat deze geen obstakel vormen. Kolommen, stoelen en dergelijke worden niet in de verkeerszones geplaatst. Kolommen in de vrije ruimte zijn tot en met het plafond in een ronde vorm uitgevoerd.
Verkeersruimten: • • • • • • • • • • •
Een helling in de verkeersruimte is flauwer dan 1:25 (ofwel 4%). Als deze groter is dan 1:20 (of meer dan 5% bedraagt) wordt een hellingbaan toegepast. De keerru mte de pu eke z e s ≥ 1 x 1 mm e d d pe de ga ge hee t ee minimale draairuimte te zijn van 1.500 x 1.500 mm. De vrije doorgangshoogte is minimaal 2.300 mm. Let hierbij op armaturen, bewegwijzering en dergelijke die er boven moeten worden geprojecteerd. De vrije doorgangsbreedte van verkeersruimten is als volgt: tenminste 1.200 mm indien er sprake is van incidenteel tegemoetkomend verkeer; tenminste 1.800 mm indien er sprake is van voortdurend tegemoetkomend verkeer; tenminste 900 mm indien er sprake is van een plaatselijke versmalling van maximaal 1.200 mm lengte; tenminste 1.500 mm indien een deur de verkeersruimte in draait. Alle gangruimten, waar schoonmaakapparatuur doorheen gaat én die met een schoonmaakapparaat worden schoongemaakt, zijn minimaal 1.600 mm breed; Inrichtingselementen (bijvoorbeeld stoelen, tafels, kastjes, wasbakken, leuningen, planken, tassenrekken en kapstokken) bevatten geen scherpe hoeken of uitsteeksels. Het verlichtingsniveau in de verkeersruimte is minimaal 150 lux.
•
• •
Het p pperv ak s str e (≥ 5, gemete met t este va Ler ux), v ak, zu ver h r z taa bij he g a e e trappe , hard, vast, drempe vr j e der ge h gteversch e e hede z j ≤ 5 mm. Deuren draaien naar de gang toe open. Deuren in de verkeersruimten zijn contrasterend met hun omgeving. De kleurreflectiefactor is hier da ≥ ,3
Hellingbanen: De helling van de hellingbaan mag niet steiler zijn dan: • • • • • • • • • •
1: 6 bij een hoogteverschil tot 50 mm; 1:10 bij een hoogteverschil tot 100 mm; 1:12 bij een hoogteverschil tussen 100 en 250 mm; 1:16 bij een hoogteverschil tussen 250 en 500 mm; 1:20 bij een hoogteverschil tussen 500 en 1.000 mm. De vrije breedte tussen de leuningen is minimaal 1.200 mm. Zowel aan het begin als aan het eind van de helling is een vrije ruimte van minimaal 1.500 x 1.500 mm (2.000 x 2.000 mm in publieke zone). Per 500 mm hoogteverschil is een rustplaats (bordes) met een diepte van 1.500 mm aanwezig. Het p pperv ak s str e (≥ 5, gemete met t este va Ler ux), v ak, zu ver h r z taa , hard, vast, drempe vr j e der ge h gteversch e e hede z j ≤ 5 mm. De hellingbanen met een hoogteverschil van meer dan 250 mm zijn voorzien van kleurmarkeringen e c trastere de eu ge (re ect e act r ≥ ,3) met ee d ameter va 5 mm e deze m maa ≥ 5 mm va de wa d p eme
Toegang tot vertrekken: • • • • •
•
•
Voor deuren die frontaal worden benaderd, is een vrije gebruiksruimte gereserveerd van minimaal 900 x 1.200 mm exclusief het draaivlak van de deur. Voor deuren die zijwaarts worden benaderd, is een vrije gebruiksruimte gereserveerd van minimaal 1.200 x 1.200 mm exclusief het draaivlak van de deur. Als er gekeerd moet kunnen worden (doodlopende gang), is een ruimte van 1.500 x 1.500 mm beschikbaar. De doorgangsbreedte is obstakelvrij en tenminste 1.000 mm breed. Grote handgrepen mogen hierbij geen obstakel te vormen. De netto doorgangsbreedte vanuit 2 kleedruimten (naar de wedstrijdruimten nummer 1 en 2) en de verkeersruimte naar de wedstrijdruimte is minimaal 1.100 mm zodat deze ruimten met speciale sportrolstoelen eenvoudig onderling bereikbaar zijn. De andere doorgangen zijn minimaal 900 mm. Als het gebruik van een dorpel onvermijdelijk is, is deze afgerond en maximaal 20 mm hoog (zogenaamde 'ziekenhuisdorpel'). De indrukbare, verticaal meebewegende, kunststof ziekenhuisdorpels hebben dan de voorkeur. De deuren naar de kleedruimten en de sportruimten in het sportcomplex zijn voorzien van deurdrangers. Voor toegang grote groepen is het mogelijk de drangers vast te kunnen zetten of de deur 'vast' te zetten met een magneet. Deuren mogen niet te hard dicht vallen in verband met geluidsoverlast tijdens examens.
•
6.2.
Bedieningselementen zijn tussen 900 en 1.200 mm boven vloerpeil geplaatst en minimaal 500 mm uit elke uitwendige hoek. Oriëntatie bezoekers
Voor de gebruikers van het gebouw, sporters, bezoekers, gebruikers van de zalen, is het duidelijk waar zij naartoe moeten. de architectuur ondersteunt hierbij. Een van de mogelijkheden om een gebruiker te helpen te oriënteren is door het gebruik van kleuren bij deuren en kozijnen en accenten in vloerbedekking. 6.3.
Interne logistiek
Het gebruik van een sportgebouw wordt gekenmerkt door piekbelastingen, die een goede verkeersafwikkeling vereisen. De logistiek is daarom essentieel. Goede logistiek schept structuur, veiligheid, overzicht en gebruiksefficiëntie en comfort. Ook leidt een goede logistieke opzet tot optimaal materiaalgebruik en beheer. Er zijn 5 verschillende verkeersstromen, namelijk: - leerlingen, - sporters, - gebruikers van het zalencentrum, - bezoekers - goederen. Alle gebruikers behalve leerlingen komen binnen via de hoofdingang. Leerlingen komen binnen via de aparte leerlingen entree. Deze leerlingen entree kan in de toekomst wellicht ook gebruikt worden voor verenigingen indien de hoofdentree en horeca niet open zijn. Sporters gaan vanuit de entree naar de kleedruimtes. Bezoekers nemen plaats op de tribune of in de horeca. Gebruikers van het zalencentrum gaan direct naar de betreffende zaal of gaan via de horeca naar de betreffende zaal. 6.4.
Veiligheid
6.4.1.
Gebruiksveiligheid
De gebruiksveiligheid gaat om het zoveel mogelijk voorkomen van ongevallen in en om het gebouw. Het gebouw voldoet daarom aan de Arbo-eisen en in natte ruimtes wordt gebruik gemaakt van stroeve vloeren die goed schoon te maken zijn. Voorbeelden: • • • • • •
Arbo eisen; Ergonomie; Afscheidingen bij randen van vloeren (valbeveiliging); Zijlichten naast deuren; Slipvrije vloeren (wel goed schoon te maken); Bereikbaarheid EHBO-middelen.
6.4.2.
Sociale en omgevingsveiligheid
Sociale veiligheid zegt iets over omgeving en gedrag van mensen. De voorwaarden voor sociale veiligheid kunnen door het gebouw worden ondersteund. Dat kan preventief (tegengaan van onveiligheid) en scheppend (organiseren van betrokkenheid). Preventieve aandachtspunten zijn in ieder geval: • • • • • •
6.4.3. •
•
•
• •
6.4.4.
Overzichtelijkheid (vermijden van nissen, verborgen hoeken e.d.), Een helder onderscheid tussen openbare en private ruimtes. Het gebouw heeft goede (buiten)verlichting die het gebouw voldoende aanstraalt en donkere plekken voorkomt. Het verlichtingsniveau is voldoende voor camerabeveiliging. Zichtlijnen ten behoeve van sociale controle. Vandalismebestendige materialen en het voorkomen van opklimpunten e.d. Parkeerplaatsen zijn veilig bereikbaar, vooral in de avond. Inbraakveiligheid Het aantal externe en interne toegangen naar de diverse delen van het gebouw dient te worden geoptimaliseerd, zodanig dat een overzichtelijk geheel ontstaat en de inbraakveiligheid wordt bevorderd. Het gebouw moet worden voorzien van een inbraakbeveiligingssysteem dat voor gedeelten van het gebouw separaat moet kunnen worden uitgeschakeld. Overige aspecten die hierbij een rol spelen zijn onder andere: hang- en sluitwerk, inbraakalarm, verlichting buitenterrein en veiligheidsglas. De inbraakbeveiliging moet worden afgestemd op de openingstijden van gebouwdelen. De sloten moeten zijn voorzien van een moedersleutel en gradatie van sleutel (of een elektronisch systeem met programmeerbare toegangspassen) zodat per functie toegang kan worden verschaft. Een en ander uit te werken in een doordacht sleutelplan in samenhang met het toegangsbeheersysteem.
Kwetsbare ruimtes liggen niet direct aan de gevel (ICT-apparatuur en kluis horeca-inkomsten). De wettelijke eisen en de verzekeringsvoorwaarden met betrekking tot inbraakwering zijn van toepassing. Brandveiligheid
Het gebouw voldoet voor wat betreft de (brand)veiligheid aan alle wettelijke eisen en richtlijnen. Vluchtwegen moeten duidelijk herkenbaar en vindbaar zijn. In het gebouw wordt rekening gehouden met voldoende vluchtcapaciteit voor de aanwezige personen, dus ook de extra aanwezige personen bij evenementen of bij realisatie van extra tribunecapaciteit.
7.
Functionele eisen per ruimte
Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste ruimtes binnen de huisvesting. De ruimtebeschrijvingen in dit hoofdstuk zijn bedoeld om de juiste voorstelling te kunnen maken van iedere ruimte. We gaan in op de uitstraling, de functie en het gebruik. Maatvoeringen zijn alleen genoemd indien deze afwijken van eerder genoemde uitgangspunten. Kwalitatieve en technische eisen voor de ruimtes komen later in dit PvE aan de orde. 7.1.
Functionele eisen per ruimte
7.1.1.
Afvalberging / containerruimte
Voor afvalverzameling rekening houden met verschillende containers voor glas, papier, PBD, GFT en restafval. Naast de ruimte voor de containers zelf is er ook voldoende vrije ruimte nodig om bij de containers te komen en deze te kunnen verplaatsen. De afvalberging heeft een directe toegang naar buiten. Deze deur is voldoende breed voor het in- en uitrijden van de afvalcontainer. 7.1.2.
Entreegebied
Het gebouw heeft een hoofdentree en een leerlingenentree. De hoofdentree bevindt zich aan de voorzijde van het gebouw en is duidelijk herkenbaar als hoofdentree. De hoofdentree bestaat uit een tochtsluis en een hal die centraal in het gebouw gelegen is. De hoofdentree wordt gebruikt door de sportverenigingen en door bezoekers/supporters. De hoofdentree heeft een open uitstraling. De leerlingenentree is een secundaire entree die toegang verschaft tot de kleedruimtes en de sporthal. Deze entree is vindbaar maar hoeft niet aan de voorzijde van het gebouw te liggen. 7.1.3.
Toiletten
De toiletruimten bestaande uit dames- en herentoiletten met beide een eigen voorruimte en hebben een degelijk afwerkingsniveau. Ten behoeve van de hygiëne zijn de toiletruimtes voorzien van zwevende toiletpotten. De voorruimte heeft een wastafel met daarboven een spiegel. De toiletruimten zijn op een logische wijze in het gebouw verdeeld, zodat lange afstanden vermeden worden. Iedere kleedruimte is voorzien van een toilet. 2 kleedruimtes zijn voorzien van een Miva toilet. centraal in het gebouw is een toiletgroep gelegen die voor zowel het gezondheidscentrum als gebruikers van de sporthal beschikbaar is. De toiletten hebben een basis afwerkniveau. 7.1.4.
Mindervalide toilet (miva)
Er zijn twee kleedruimtes met miva-toiletten en er is een miva-toilet bij de centrale toiletgroep. De mivatoiletten voldoen aan de hiervoor geldende normen en zijn voor alle gebruikers en op alle gebruikstijden toegankelijk.
7.1.5.
Horecaruimte
De horecaruimte is een ruimte om na het sporten een drankje te drinken. Ook kunnen bezoekers en toeschouwers hier een drankje nuttigen tijdens een wedstrijd of als ouders bijvoorbeeld wachten op hun kind dat aan het trainen is. De horecaruimte is een lichte ruimte met een uitnodigende sfeer. Je voelt je welkom in de ruimte. Er is een zichtrelatie met de sportruimte. De ruimte biedt plaats aan 80-100 zittende bezoekers. De horecaruimte is geschikt voor verschillende zitopstellingen waardoor diversiteit wordt gecreëerd zodat deze ruimte ook geschikt is voor het houden van presentaties en staande bijeenkomsten. Hiertoe zullen de nodige ICT- en audiovisuele voorzieningen moeten worden aangebracht. In het ontwerp van het restaurant dient aandacht te worden besteed aan de akoestiek (beperken van nagalm) en het vermijden van overlast van geuren uit de keuken. 7.1.6.
Bar
Tussen de keuken en de horecaruimte is de bar geplaatst. Hier worden drankjes en gerechten besteld en afgehaald door de gasten. De bar is ook een plek om te zitten. 7.1.7.
Keuken
Het gebouw beschikt over een (centraal gelegen) keukenvoorziening (geen grootkeuken). In de keuken worden eenvoudige gerechten bereid zoals tosti's en broodjes. Ook worden hier snacks bereid zoals bitterballen. De keuken is minimaal voorzien van kookgelegenheid met afzuiging, vaatwasser, magnetron en oven (combi), koeling en opslagruimte. De kookvoorziening is op basis van inductie. In de keuken is ook de spoel- en wasvoorziening geplaatst. 7.1.8.
Magazijn en koel-/vriescel
Het magazijn heeft een directe relatie met de keuken. De wanden van het magazijn zijn geschikt om schappen te kunnen dragen. In de vloer is een schrobput aanwezig. De ruimte is afsluitbaar en is goed bereikbaar voor de leveranciers. 7.1.9.
Leveranciersingang
Aan de achterzijde van het gebouw is een ingang voor leveranciers en voor de containerruimte. Deze ingang is goed bereikbaar en heeft een brede deur. 7.1.10.
Opslag / archief / bergruimten
In het gebouw is afsluitbare opslagruimte aanwezig voor de opslag van stoelen en tafels uit de zalen en zijn aparte opslag voorzieningen voor de materialen van gebruikers zoals de oefenpoppen van de EHBO en de religieuze symbolen van de Yeshua gemeente. 7.1.11.
EHBO / kolfruimte / stilteruimte
Er is op de begane grond een vergaderzaal aanwezig die dienst doet als EHBO-ruimte, kolf- en stilteruimte. De ruimte is in de buurt van de sportzaal en een buitendeur gelegen, zodat hulpdiensten eenvoudig de
ruimte kunnen bereiken. De aan- en afvoerwegen en de deuren in dit traject moeten zodanig worden uitgevoerd dat brancardvervoer door ambulancepersoneel niet wordt gehinderd. Deze ruimte is afsluitbaar en minimaal voorzien van: • • • • •
Een wastafel met warm en koud water; Een kast voor het opbergen van EHBO-materiaal; Een behandeltafel; Een comfortabele fauteuil; Een koelkast met slot.
7.2.
Sportruimten
7.2.1.
Wedstrijdruimte 24 x 44 meter (ISA-US1-RU.)
De sporthal voldoet aan de minimale eisen, gesteld in het handboek sportaccommodaties van NOC*NSF en de betreffende sportbonden. Als er een verschillen zijn tussen dit PVE en de NOC*NSF eisen geldt de zwaarste eis. De wedstrijdruimte heeft een netto afmeting van 24 x 44 meter met over het gehele oppervlak een obstakelvrije hoogte van minimaal 7 meter. De wanden in de wedstrijdruimten zijn tot een hoogte van 2,0 m volledig vrij van obstakels en vlak uitgevoerd. Eventuele kolommen en/of uitwendige hoeken zijn afgerond tot minimaal 2 m boven vloerniveau met een diameter van minimaal 100 mm. De wedstrijdruimte wordt verdeeld in drie hal delen door middel van twee neerlaatbare akoestische scheidingswanden, waarbij rekening is gehouden met de obstakelvrije uitlopen die nodig zijn voor de diverse speelvelden aan weerszijde van de afscheiding. Alle drie de hal delen kunnen ingezet worden voor bewegingsonderwijs. De scheidingswanden zijn elektrisch ophijsbaar met aan beide zijden (links en rechts) van de scheidingswand een schakelaar. Openingen boven of naast de scheidingswanden zijn niet toegestaan. Om te voldoen aan deze eis dient een voorziening getroffen te worden tussen de bestaande sporthal en tribune.
De wedstrijdruimte is dusdanig ontworpen en ingericht dat het niet kan voorkomen dat ballen of overig speelmateriaal, maar ook stofresten, kunnen blijven liggen op horizontale en onvoldoende afgeschuinde vlakken of klem kunnen geraken in plafonddelen of armaturen. Installaties, wanden, plafonds en overige voorzieningen in (én gelegen aan) de wedstrijdruimte balvast uitvoeren. Het deurbeslag in de wedstrijdruimte kan niet door middel van spel en sportmateriaal geopend worden. In de wedstrijdruimte vindt op geen enkele wijze hinderlijke daglichttoetreding plaats, echter vanwege het gebruik van de wedstrijdruimte voor onderwijsdoeleinden is een daglichttoetreding van minimaal 5% van het vloeroppervlak vereist. Deze daglicht toetreding is dus bij voorkeur in de noordgevel. In de directe nabijheid van de toestellenberging (in de wedstrijdruimte) is een dubbele toegangsdeur naar buiten opgenomen, voor de aan- en afvoer van sportinventaris en dergelijke (minimaal 2.000 mm breed en
2.500 mm hoog). Deze toegang is vanaf de openbare weg, de parkeerplaats of een pad direct bereikbaar voor vrachtauto's. De deuren mogen niet de wedstrijdruimten in draaien De toegangsdeuren kunnen ook als nooduitgang worden gebruikt. Voor de akoestiek in de verschillende wedstrijdruimten is de akoestieknorm NOC*NSF-US1-BF1 'Nagalmtijd en achtergrondgeluidniveau', (mei 2005), zoals vastgesteld in de normcommissie 'Overdekte Multidisciplinaire Sportaccommodaties', van toepassing. Direct aangrenzend aan de sporthal is een bestaande tribune. Deze zal (deels) worden gehandhaafd. Sportvloer, belijning en sporttechnische voorzieningen De sportvloer van de bestaande sporthal is nog in goede staat. De bestaande sportvloer zal voor oplevering worden bijgewerkt, zodat deze weer als nieuw wordt ervaren. In samenspraak met de gebruikers en de leverancier van sporttoestellen wordt gekeken of de huidige toestellen nog voldoen aan de eisen en wensen van gebruikers. Bij vervanging of plaatsing van nieuwe toestellen wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande bevestigingspunten. De bestaande bevestigingspunten worden gecontroleerd en waar nodig gerepareerd. 7.2.2.
Turnzaal
De turnzaal is direct aan een zaaldeel van de sporthal gelegen. Vanuit de sporthal is zicht op de turnzaal. Bijvoorbeeld door plaatsing van segmentdeuren met een hoogte van 2,5 meter. De turnzaal bestaat uit een aanloop van 20 meter naar een toestel welke uitkomt op een blokkenbak van 6 bij 7 meter. Naast deze aanloop is een tumblingbaan die uitkomt in de blokkenbak. De aanloop en tumblingbaan zijn gesitueerd aan de lange zijde van de blokkenbak. Aan de korte zijde van de blokkenbak is een verdiepte trampoline voorzien. Ook zijn in de turnzaal twee bruggen met ongelijke liggers en 2 balken in vaste opstelling. Er is de mogelijkheid om naast de twee balken een derde balk te positioneren. Rondom de toestellen zijn valmatten voorzien. De precieze indeling van de turnzaal wordt verder uitgewerkt in het ontwerpproces. De volgende afbeeldingen geven een impressie weer van een ingerichte turnzaal:
Over het gehele oppervlak van de turnzaal is een obstakelvrije hoogte van minimaal 4,5 meter. De wanden in de turnzaal zijn tot een hoogte van 2,0 m volledig vrij van obstakels en vlak uitgevoerd. Eventuele kolommen en/of uitwendige hoeken zijn afgerond tot minimaal 2 m boven vloerniveau met een diameter van minimaal 100 mm.
De turnzaal is dusdanig ontworpen en ingericht dat het niet kan voorkomen dat ballen of overig speelmateriaal, maar ook stofresten, kunnen blijven liggen op horizontale en onvoldoende afgeschuinde vlakken of klem kunnen geraken in plafonddelen of armaturen. Installaties, wanden, plafonds en overige voorzieningen in (én gelegen aan) de turnzaal balvast uitvoeren. Het deurbeslag in de turnzaal kan niet door middel van spel en sportmateriaal geopend worden. In de turnzaal vindt op geen enkele wijze hinderlijke daglichttoetreding plaats echter is het wel wenselijk dat er daglicht toetreding plaatsvindt in de ruimte. Voor de akoestiek in de verschillende wedstrijdruimten is de akoestieknorm NOC*NSF-US1-BF1 'Nagalmtijd en achtergrondgeluidniveau', (mei 2005), zoals vastgesteld in de normcommissie 'Overdekte Multidisciplinaire Sportaccommodaties', van toepassing. Sportvloer, belijning en sporttechnische voorzieningen Onder de tumblingbaan is een houten vloer aangebracht. De nieuwe turnhal wordt voorzien van dezelfde vloer en in dezelfde kleur als de sportzaal, zodat het beheer ook bij één partij kan worden ondergebracht. De sportvloer dient te voldoen aan de eisen voor klasse 1 van de norm ISA-US1-15 van NOC*NSF. De Marktpartij moet de gekozen vloer vooraf expliciet ter goedkeuring voorleggen aan opdrachtgever.
Zowel in de sportvloer, als in de wanden als aan de plafonds wordt rekening gehouden met het plaatsen van de hierboven beschreven sporttoestellen. De te plaatsen sporttoestellen worden tijdens het proces nader uitgewerkt in samenspraak met de leverancier van de sporttoestellen. De benodigde (bouwkundige en elektrotechnische) voorzieningen worden door de Marktpartij aangebracht. 7.3.
Algemene ruimten
7.3.1.
Kleed- en wasruimten (ISA-US1-RU.2)
In het sportcomplex komen 4 tot 6 kleed- en wasruimten. De bestaande kleedruimtes mogen gehandhaafd blijven in de bestaande maatvoering, de overige eisen zijn wel van toepassing. De kleed- en wasruimtes voldoen aan de eisen van NOC-NSF en KVLO, m.u.v. de bestaande kleedruimten, als deze gehandhaafd worden. De twee te handhaven kleed- en wasruimte zijn MIVA geschikt en voldoen aa ee sa ta re ru mte a s ge emd het ‘Ha d ek v r ega ke jkhe d’ De kleedruimte is via een open verbinding direct aangesloten op de doucheruimte. De afscheiding tussen de kleed- en doucheruimte is zodanig, dat geen water vanuit de doucheruimte in de kleedruimte kan vloeien. Per kleedkamer wordt een toilet voorzien en is bereikbaar via een droog vloergedeelte in de kleedkamer. De kleedruimten zijn bereikbaar vanuit de verkeersruimte. Inkijk in de kleedruimte is niet mogelijk. De wastafel in de kleed-/doucheruimte is via een droog vloergedeelte bereikbaar vanuit het kleedgedeelte. Verder gelden de volgende eisen voor de kleedruimten:
• • •
• • •
• • • • • • • •
• •
obstakels, zoals banken, op een logische plek situeren en/of in 1 lijn plaatsen; De banken hebben een minimale zitdiepte van 400 mm (van het zitvlak c.q. de zitting ofwel de planken) zijn vrij van de vloer gemonteerd op 470 mm boven vloerpeil; het kledinghaakframe is aaneengesloten met de zitbanken. Per persoon zijn kledinghaken aanwezig op zowel 1,4 m als op 1,8 m boven vloerpeil, waarvan de haken met de open zijde richting de wanden worden gericht (ook speciaal afgeronde veiligheidshaken die binnen het stalenframe vallen, zijn toegestaan); 2 kleedkamers en doucheruimten zijn rolstoeltoegankelijk en voldoen aan de eisen ITS; de deuren naar de wedstrijdruimte hebben minimaal 1,1 m vrije doorgang; de kleedruimten zijn voorzien van 1 vandaalbestendige wastafel, met koud water waarvan de bovenkant minimaal 0,8 m boven de vloer ligt. Boven de wastafel komt centraal een langwerpige spiegel vanaf 1 tot 2 m te hangen, die is opgenomen in het tegelwerk. Tevens is er een vandaalbestendige kraan bij deze wastafel aanwezig waarmee ook grote bidons kunnen worden gevuld; Alle kranen en douches in de kleedruimten en toiletten zijn zelfsluitend en voorzien van sensor.
de wand achter de wastafel is voorzien van tegelwerk van vloer tot plafond, over de volledige breedte van de wastafels; het afschot van de vloer van de kleedruimte bedraagt minimaal 10 mm/m 1 waardoor het water richting de afvoeren wordt geleid. Een roestvrij stalen goot is hiervoor een geschikte oplossing; de vloer in de kleedruimten is voorzien van gietvloersysteem (R10), afgewerkt met een sanitaire plint; de kleedruimte en de bereikbaarheid is drempelloos, conform KVLO; alle kozijnen in de kleed-/doucheruimten worden vrij van de vloer gehouden en/of voorzien van neuten; deuren zijn massief en stomp en voorzien van een kunststof coating; de deuren in de kleedruimten zijn voorzien van zware deurdrangers (Dorma T93 of soortgelijk) in combinatie met stevige stalen driehoekige deurstopper/deurvanger die hoog en deugdelijk op de wanden worden gemonteerd; de kleedruimten zijn van de buitenzijde met een pasje te openen en/of afsluitbaar; vast aan de wand zijn metalen afvalbakken gemonteerd. Deze kunnen goed worden geledigd.
Doucheruimten zijn gesitueerd naast de kleedruimten en alleen via de kleedruimten bereikbaar. De hieronder volgende eisen gelden specifiek voor de doucheruimten: • • • • • • •
de doucheruimte heeft een directe verbinding met de kleedruimte. De miva geschikte kleedruimten hebben een brede vrije doorgang van in verband met rolstoelen; vanuit de doucheruimte mag er geen water de kleedruimte in vloeien; de doucheruimte bevat 10 handdoekhaken op een hoogte van 1,4 m, naast een degelijke klemconstructie voor het opbergen van een 'vloertrekker'; de doucheruimte bevat 1 lage voetenbak (voor EHBO); de doucheruimten zijn voorzien van een slangwartelkraan ten behoeve van schoonmaakwerkzaamheden. Deze positioneren onder de wastafel in de kleedruimte; de vrije hoogte in de doucheruimte is minimaal 2,4 m; douchekoppen zijn vandaalbestendig en met sensor uitgevoerd, om waterverspilling te voorkomen;
• • • • • •
7.3.2.
in de doucheruimten zijn de bedieningselementen (drukknoppen/kranen) gepositioneerd op een hoogte tussen 1,1 tot 1,4 m en minimaal 0,5 m uit de inwendige hoek; ter plaatse van de douches word minimaal 1 doucheput gerealiseerd; de vloer ligt op afschot naar de doucheput of de afvoergoot (afschot 10 mm/m 1); plafonds vandaal- en vochtbestendig uit te voeren; de vloer bestaat uit antisliptegels of een gietvloersysteem (R11); de doucheruimte- en de toiletwanden tot het plafond betegelen. Scheidsrechter- en docentenkleedruimten (ISA-US1-RU.4)
In het complex zijn 2 scheidsrechter- en docentenkleedruimtes voor 1 persoon beschikbaar. In deze ruimte is een douche en een toilet beschikbaar. Indien deze ruimten worden gehandhaafd, worden deze opgeknapt. Deze ruimte doet geen dienst als werkplek voor een docent. 7.3.3.
Toestellenberging (ISA-US1.RU.5)
De toestellenberging is gesitueerd aan de lange zijde van de sporthal en vanuit de drie zaaldelen afzonderlijk bereikbaar via een segmentdeur. De toestellenberging wordt gebruikt voor de opslag van de algemene sportcomplexinventaris en aanvullend materiaal voor bewegingsonderwijs. De toplaag van de sportvloer in de wedstrijdruimte is zonder drempels doorgelegd in de toestellenberging. De toestellenberging is afsluitbaar door middel van een obstakelvrij, elektrisch bedienbare, horizontaal gelede segmentdeur. De aansluiting aan de wedstrijdruimte met de wand is volledig vlak. Het sleutelsysteem van de segmentdeuren is bedienbaar vanuit de wedstrijdruimte én vanuit deze berging. Aan de zijde van de hal of zaal is dit volledig verzonken in de wand naast de deur. Bediening is zodat niet een knop of sleutel permanent moet worden vastgehouden voor opening of sluiting ervan. In de toestellenbergingen worden kasten toevoegen voor het sportmateriaal, met een lengte van minimaal 10 meter en in delen van 1 meter af te sluiten. De bestaande toestellenberging wordt aangepast aan de huidige normen, met uitzondering van de normen voor de afmeting van de toestellenberging en de deuren. Indien de turntoestellen blijvend in het turndeel zullen blijven staan, komt meer ruimte in de berging beschikbaar voor de overige gebruikers.
Binnen de toestellenberging komt een afsluitbaar deel voor de toestellen van SV W.I.K. die niet in de turnzaal opgesteld staan. 7.3.4.
Verkeersruimten
Het publiek gaat hierbij direct richting tribuneruimte of horecaruimte en de sporters gaan richting de verschillende kleedruimten. De gebruikers van de zalen gaan vanuit de centrale hal naar de zalen of via de horeca naar de grote zaal. Ruimten zijn voldoende breed voor sporters om te wachten tijdens lessen.
De verkeersruimten bestaan uit een systeemplafond, tegels/linoleum o.g. vloerafwerking met voldoende ruwheid en stootvaste wanden. 7.3.5.
Installatieruimten
De installatieruimten zijn gelegen op goed toegankelijke plaatsen, conform de eisen van onderhouds- en/of nutsbedrijven. De wanden zijn onafgewerkt, vloerafwerking is vloeistofdicht en stroef en zonder plafondafwerking. Er komen 2 aparte meterkasten voor WKO en water in de buitengevel. Naast de meterkast is er een ruimte nodig voor technische apparatuur, zoals: • • • • •
een geluidsinstallatie; een telefooninstallatie; beveiligingsapparatuur; verlichting; eventueel een hydrofoorinstallatie (zelfstandige ruimte).