Bijlage 2 Herziene begroting 2026
Tekst van het document
Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 32 van 44
Risico-inventarisatie (financieel) In deze risico-inventarisatie worden de risico’s onderscheiden in enerzijds de risico’s die samenhangen met de vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds de risico’s met betrekking tot overhead en exploitatieresultaat. De gekwantificeerde risico’s kunnen vervolgens worden gerelateerd aan de omvang van de weerstandscapaciteit. Risico’s in samenhang met vaste lasten en subsidieresultaat: -
Het macrobudget voor de SW is gefixeerd op een vast bedrag, dat alleen voor loon- en prijsontwikkelingen wordt aangepast. Het macrobudget bestaat uit een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). De gevolgde methodiek is dat het macrobudget gelijk blijft en dat mutaties in de Q leiden tot aanpassingen in de P. Als landelijk het volume achterblijft dan zal de prijscomponent per fte stijgen en andersom. Dit brengt risico’s met zich mee die moeilijk zijn in te schatten. In de begroting is rekening gehouden met de laatst bekende cijfers (september-circulaire 2025). Vorenstaande risico’s dragen in sterke mate een politiek karakter en kunnen niet goed worden gekwantificeerd.
-
De bijdrage per arbeidsjaar waarmee in de begroting is gerekend, is gebaseerd op de septembercirculaire 2025 en bedraagt voor het jaar 2026 € 41.752. Indien de situatie zich voordoet dat landelijk de uitstroom in 2025 lager blijkt te zijn dan waarmee rekening is gehouden zou het budget verder kunnen dalen. Voor 2026 kan dit risico maximaal € 536.000 bedragen. De kans hierop wordt ingeschat op 50%.
-
Het risico bestaat dat de uitstroom van de Wsw-medewerkers bij WAVA ten opzichte van de in het budget berekende blijfkans achterblijft. Door de systematiek van T-1 betekent dit dat WAVA in die omstandigheid voor het verschil van de medewerkers de salarislasten voor één jaar moet voorfinancieren. Het risico voor 2026 wordt ingeschat op maximaal 17 arbeidsjaren (loonkosten € 677.000). De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat op 25%.
Risico’s met betrekking tot de overhead en het exploitatieresultaat: -
Het niet geheel realiseren van de begrote netto-opbrengst. De omzet wordt deels gerealiseerd bij de deelnemende gemeenten en deels op de vrije markt. De mogelijkheden om de begrote omzet te realiseren zijn dan ook afhankelijk van de takenpakketten van onze deelnemende gemeenten en van de economische- en marktsituatie. De begrote omzetten zijn zo goed als mogelijk ingeschat, maar door veranderende omstandigheden bestaat het risico dat deze niet worden gehaald. De omvang van het risico is € 314.000 en de kans van optreden is normaliter minder dan 50%.
Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 33 van 44
-
Voor het realiseren van omzet is het nodig om voldoende mensen te hebben die bij de diverse PMC’s kunnen worden ingezet. De terugloop van het aantal SW-medewerkers heeft hierop een negatief effect. In de begroting is ermee rekening gehouden dat deze terugloop voor een belangrijk deel kan worden gecompenseerd door medewerkers die via nieuw beschut werk of P-banen instromen, alsmede door de begeleidingsvergoeding die zij meebrengen. Als deze verwachtingen niet uitkomen kan het gaan voorkomen dat opdrachten niet kunnen worden geaccepteerd of teruggegeven moeten worden. Het financieel risico hiervan wordt ingeschat op € 470.000 en de kans daarop wordt geschat op 50%.
-
Het risico dat opdrachtgevers een verduurzaming van het wagenpark afdwingen om de opdrachten nog uit te mogen voeren wordt onderkent, maar is niet te kwantificeren.
-
Het risico dat er wordt bezuinigd, terwijl de kosten juist stijgen door niet beïnvloedbare factoren wordt onderkent, maar is niet te kwantificeren.
Als alle hier genoemde risico’s (exclusief de risico’s die betrekking hebben op de subsidiesystematiek) zich tegelijk zouden voordoen maal de kans, dan zou dat een bedrag omvatten van € 392.000. Hiertegenover staat een weerstandscapaciteit na resultaat bestemming 2024 van € 1.895.000. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de kans dat alle hiervoor genoemde risico’s zich tegelijk zullen voordoen zeer klein is. Hierna is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de reserves. Overzicht verloop reserves Bedragen * € 1.000
Begrotingsjaar 2026 Saldo 1-1
Bij
Af
Meerjarenraming (saldi 31-12) Saldo 31-12
2027
2028
2029
Algemene reserve Resultaat lopend jaar
1.795 -
-
-
1.795 -
1.795
1.795 -
1.795 -
Totaal reserves
1.795
-
-
1.795
1.795
1.795
1.795
Voorzieningen Bij het beoordelen van de financiële positie is het ook van belang of de voorzieningen op peil zijn. WAVA beschikt ultimo 2025 over een voorziening voor groot onderhoud. Deze is nader toegelicht, inclusief een overzicht van het verloop, in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Op grond van de al aanwezige kennis kan worden geconcludeerd dat de omvang van de voorzieningen toereikend is. Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 34 van 44
Financiële positie en kengetallen Door middel van onderstaande kengetallen wordt inzicht gegeven in de financiële positie van GR WAVA. De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen schulden minus vorderingen en overige opbrengsten. Een netto schuldquote tussen 0% en 90% wordt als normaal beschouwd. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Dit kengetal geeft het percentage eigen vermogen weer ten opzichte van het totale vermogen. De minimumnorm voor deze ratio wordt gesteld op 30%. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Begroting 2026 Kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Verloop van de kengetallen Jaarrek. Begroting: 2024 2025
2026
2027
2028
2029
11,9%
9,0%
17,9%
15,6%
31,7%
30,9%
11,9% 17,5% 3,1%
9,0% 15,8% 0,0%
17,9% 18,4% 0,0%
15,6% 13,1% 0,0%
31,7% 13,4% 0,0%
30,9% 13,6% 0,0%
De netto schuldquote daalt in 2025, doordat het groot onderhoud is doorgeschoven. In de jaren daarna neemt deze toe als gevolg van de uit te voeren onderhoudskosten en investeringen in bedrijfsmiddelen. De stijging in 2028 heeft te maken met de investeringen die dan gedaan moeten worden voor de verduurzaming van het huidige pand. Dit moet worden begroot zolang er nog geen besluit is genomen over de nieuwbouwplannen. De solvabiliteitsratio voldoet nog niet aan de hiervoor genoemde minimumnorm, hetgeen te maken heeft met in het verleden aangetrokken leningen. Het is bij WAVA niet de bedoeling om structureel (positieve) resultaten te boeken, maar om een sluitende exploitatie te hebben, hetgeen ook tot uitdrukking komt in het kengetal structurele exploitatieruimte.
5.3. Onderhoud kapitaalgoederen De activiteiten van WAVA zijn erop gericht de kapitaalgoederen, bestaande uit materiële vaste activa, voorraden en vorderingen goed te beheren. Het daartoe noodzakelijke onderhoud zal worden uitgevoerd.
Algemeen Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 35 van 44
WAVA heeft de gebouwen aan de Esdoornlaan/Wilhelminakanaal Noord te Oosterhout in eigendom. Eind 2019 is op basis van een integrale inspectie de onderhoudstoestand opnieuw in beeld gebracht en is de onderhoudsplanning geactualiseerd. Bij het opstellen van de begroting 2026 is de uitvoeringsplanning van het groot onderhoud geactualiseerd en zijn de opgenomen prijzen geïndexeerd, deze bedragen zijn overgenomen in de herziene begroting 2026. Het plan heeft ook als leidraad gediend voor het begrote bedrag aan uit te voeren onderhoud en als onderbouwing voor het verloop van de voorziening onderhoud. Overigens wordt gestreefd naar optimalisatie van de verhouding tussen kosten en de hinder door werkzaamheden. Dit vindt onder meer plaats door onderdelen te bundelen en zodoende kostentechnische- en planning-technische voordelen te behalen. Hierdoor kunnen onderdelen tussen de verschillende jaren doorschuiven. Voorop staat de instandhouding van de activa op het overeengekomen niveau. Financiële consequenties Alle kosten van doorlopend onderhoud aan gebouwen en installaties e.d. worden in de resultatenrekening opgenomen. In het kader van het groot onderhoud is een voorziening voor het groot onderhoud beschikbaar. Zoals vermeld is eind 2019 een inventarisatie van de onderhoudstoestand uitgevoerd, met daaraan gekoppeld een jaarlijkse actualisatie van de onderhoudsprognose.
Op basis daarvan is de voorziening geactualiseerd tot en met 2024 en geïndexeerd voor 2026; ook zijn de dotaties en onttrekkingen in de begrote cijfers hierop gebaseerd. Onderstaand is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de voorziening onderhoud. Overzicht verloop onderhoudsvoorziening Bedragen * € 1.000
Voorziening onderhoud
Begrotingsjaar 2025
Meerjarenraming (saldi 31-12) 2026 2027
Saldo 1-1
Bij
Af
Saldo 31-12
2.166
359
20
2.505
234
530
2028
2029
259
43
5.4. Investeringen Voor 2026 zijn er wederom vervangingsinvesteringen gepland doordat investeringen uit 2024 én 2025 zijn doorgeschoven naar 2026 voor het wagenpark. Al naargelang zullen deze auto vervangen worden door brandstof eenheden of bij beschikbaarheid elektrische eenheden. De investering is daardoor flink opgelopen en bedraagt inmiddels tussen de € 1.500.000 en de € 2.500.000 afhankelijk van de mate waarin elektrificering noodzakelijk en mogelijk is. De verduurzaming van het wagenpark gaat gepaard met extra kosten. MidZuid heeft meegedaan aan een Europese aanbesteding voor koop en lease van vervoermiddelen. Juist voor de verduurzaming van het wagenpark is operational lease een aantrekkelijk alternatief, waarbij we dit ook zullen gaan inzetten. Dat kan betekenen dat de geraamde investeringen worden Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 36 van 44
omgezet in operational leasekosten, zolang de onderliggende cataloguswaarden de hierboven genoemde investeringsbedragen niet overschrijden. Daarnaast zullen er de jaarlijkse vervangingsinvesteringen plaatsvinden in overige bedrijfsmiddelen. Qua overige investeringen schatten we dit in op, in afwachting van de huisvestingsplannen, een vervangingsinvesteringsbedrag van maximaal € 200.000 .
5.5. Financiering WAVA is in de afgelopen jaren sterk afhankelijk gebleken van externe financiering. Dit wordt veroorzaakt door het ontbreken van voldoende eigen vermogen. Van het verloop van de langlopende leningen in het begrotingsjaar 2026 kan het volgende overzicht worden gegeven:
Oorspronkelijk bedrag Ingangsdatum Looptijd tot Aflossing
Rentepercentage
1
2
3
4
5
6
begroot 1.000.000
begroot 1.000.000
begroot 1.600.000
begroot 2.500.000
begroot
begroot
29-dec-2021 29-dec-2026
29-dec-2022 29-dec-2027
28-dec-2023 29-dec-2027
30-dec-2024 29-dec-2028
31-dec-2025 29-dec-2029
29-dec-2026 29-dec-2029
op einddatum op einddatum op einddatum op einddatum op einddatum op einddatum
0,15%
3,31%
2,74%
2,70%
3,50%
Restantbedrag 1 januari 2026
1.000.000
1.000.000
1.600.000
1.000.000
2.500.000
Aflossing in 2026 Nieuwe lening 2026
-1.000.000 -
Restantbedrag 31 dec. 2026
Totaal
-
1.000.000
1.600.000
1.000.000
2.500.000
3,50% -
7.100.000
1.500.000
-1.000.000 1.500.000
1.500.000
7.600.000
Oorspronkelijk was sprake van leningen van totaal € 11 miljoen, waarvan € 5 miljoen ter financiering voor de aankoop van het pand en € 6 miljoen voor verliesfinanciering. De laatste lening is in 2014 overgesloten voor een bedrag van € 5 miljoen. Vanwege effectief uitgevoerd treasurybeleid is het geld dat gereserveerd stond voor het uitvoeren van groot onderhoud aan het pand ingezet om de hoofdsom tijdelijk te verlagen. Hiermee is een jaarlijkse rentebesparing gerealiseerd van zo’n € 60.000. Door de aflossingen is de totale schuld eind 2021 tijdelijk teruggelopen tot € 5.600.000, waar deze normaliter € 7.600.000 zou zijn. De overige leningen betreffen herfinanciering van de aflossingen op de lening inzake verliesfinanciering, met een uitbreiding van € 600.000 voor de financiering van een investering in het wagenpark, begin 2019 (bestuursbesluit 22 november 2018). De verwachting is dat de aflossingen in de toekomst geherfinancierd zullen worden. Dit komt doordat de reserves op maximaal staan en de bedragen daarboven normaliter aan de deelnemende gemeenten worden terugbetaald. Vanwege het geplande onderhoud is de verwachting dat de schuldpositie in 2026 toe neemt naar haar normale niveau. Hiermee komt het geld dat bestemd was voor het uitvoeren van het groot onderhoud aan het pand daarvoor weer beschikbaar.
Vanwege het steeds verder uitstellen van het groot onderhoud in afwachting van de nieuwbouwplannen neemt het risico steeds verder toe dat er acuut Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 37 van 44
onderhoud uitgevoerd moet worden, zodat een noodzakelijk niveau aan Arbo omstandigheden gewaarborgd blijft. Bij de BNG is een kredietfaciliteit beschikbaar van € 1 miljoen (met een intradaglimiet van € 1,5 miljoen). Het betalingsverkeer is volledig geautomatiseerd en verloopt middels een systeem van elektronisch bankieren. In lijn met de bepalingen van de wet FIDO is een treasurystatuut beschikbaar dat is geactualiseerd begin 2019. WAVA voldoet aan alle verplichtingen inzake het Schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo beoordeeld en indien nodig afgestort ten gunste van de centrale overheid. Gelet op de gemaakte afspraken met de deelnemende gemeenten, waarbij de begrote gemeentelijke bijdrage op kwartaalbasis vooraf wordt vergoed, wordt verwacht dat voorlopig geen beroep hoeft te worden gedaan op de kredietfaciliteit bij de BNG. Deze zullen met ingang van 2025 ook periodiek worden gefactureerd.
5.6. Verbonden partijen Overzicht verbonden partijen De deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling WAVA zijn: Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout. Daarnaast zijn binnen de gemeenschappelijke regeling de volgende rechtspersonen aanwezig: -
MidZuid B.V., ten behoeve van het aangaan van samenwerkingsverbanden met derden, gericht op de verbetering van de mogelijkheden voor de uitvoering van de doelstelling van WAVA. MidZuid B.V. is voor 100% eigendom van WAVA. Het resultaat van MidZuid B.V. wordt volledig verrekend met WAVA.
-
MidZuid A.I.D. B.V.; dit is een 100% deelneming van MidZuid B.V. MidZuid A.I.D. B.V. is de entiteit waarin onder meer de werknemers vanuit andere contracten dan de WSW, ambtenaren en het regulier personeel worden verloond. De activiteiten van MidZuid A.I.D. B.V. worden volledig verrekend met MidZuid B.V.
Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 38 van 44
6.
Bijlagen
6.1. Bijlage 1: Inzicht in gemeentelijke bijdrage Algemeen In deze bijlage is de berekening van de gemeentelijke bijdrage aan WAVA opgenomen. De gemeentelijke bijdrage aan WAVA bestaat uit een bijdrage in de vaste lasten en een bijdrage in het subsidieresultaat c.q. om te komen tot een sluitende begroting. Gemeentelijke bijdrage 2026 De bijdrage in de vaste lasten wordt over de gemeenten verdeeld op basis van een eerder vastgesteld omslagpercentage. Dit leidt tot de volgende verdeling:
Verdeling vaste lasten:
Bedragen * € 1
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Omslagfactor
Begroting 2026
Herziene begroting 2026
26,83% 12,17% 15,61% 45,39%
158.312 71.819 92.091 267.778
171.728 77.906 99.895 290.471
100,00%
590.000
640.000
Voor de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo is het aantal plaatsingen bepalend. Daarvoor is als basis genomen het definitieve aantal plaatsingen in 2024 van SW-medewerkers vanuit de deelnemende gemeenten bij WAVA. Het hierna opgenomen bedrag per gemeente betreft een voorschotbedrag; bij de jaarrekening vindt een verrekening plaats op basis van het werkelijk aantal plaatsingen.
Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 39 van 44
Verdeling subsidieresultaat / begrotingssaldo
Aantal plaatsingen 2024
Begroting 2026
Herziene begroting 2026
Altena Drimmelen Geertruidenberg
105 47 66
727.125 325.475 457.050
714.000 319.600 448.800
Oosterhout
182 400
1.260.350 2.770.000
1.237.600 2.720.000
Bedragen * € 1
Vorenstaande cijfers zijn getotaliseerd weergegeven in de volgende tabel:
Totale bijdrage per gemeente
Bedragen * € 1
Begroting 2026
Herziene begroting 2026
Altena Drimmelen Geertruidenberg
885.437 397.294 549.141
885.728 397.506 548.695
1.528.128 3.360.000
1.528.071 3.360.000
Oosterhout
Meerjarencijfers Op basis van de in deze herziene begroting opgenomen meerjarencijfers ontwikkelt de gemeentelijke bijdrage zich volgens onderstaande cijfers:
Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 40 van 44
Totale gemeentelijke bijdrage, meerjarig
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Herziene begroting 2026
2027
885.728 397.506 548.695 1.528.071 3.360.000
909.090 407.963 563.380 1.568.566 3.449.000
Begroting 2028 1.004.100 451.145 618.033 1.728.722 3.802.000
2029
2030
982.050 441.275 604.173 1.690.502 3.718.000
982.050 441.275 604.173 1.690.502 3.718.000
6.2. Bijlage 2: (Financiële) uitgangspunten Hierna wordt op hoofdlijnen een overzicht gegeven van de bij het opstellen van de herziene begroting gehanteerde (financiële) uitgangspunten: -
De herziene begroting is opgemaakt op basis van de meest recente gegevens en inzichten.
-
De kosten en opbrengsten worden zo zuiver mogelijk toegerekend aan de diverse posten in de herziene begroting.
-
De laatste begrotingscijfers van het macrobudget voor de subsidie van het rijk voor de uitvoering van de Wsw worden als uitgangspunt genomen voor het te verwachten subsidiebedrag. Dit betekent dat de cijfers van de septembercirculaire 2025 zijn aangehouden voor wat betreft de rijkssubsidie SW voor 2026 en volgende jaren. De macrocijfers kunnen aangepast worden aan eventuele ontwikkelingen betreffende de hoogte van het wettelijk minimumloon (WML) en de lonen in de gesubsidieerde sector. Dit wordt meestal pas bekend in de loop van het begrotingsjaar. Hiermee is, conform bestendige gedragslijn, geen rekening gehouden. Binnen het macrobudget is sprake van een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). Afwijkingen in het volume kunnen effect hebben op de prijs. Dit kan financiële risico’s met zich meebrengen.
-
Er is rekening gehouden met de rijksbijdrage sociale infrastructuur en het impulsbudget sociale infrastructuur.
-
Voor de SW is rekening gehouden met een sneller teruglopend personeelsbestand dan de uitstroom waarin de septembercirculaire rekening mee wordt gehouden. Deze terugloop is gebaseerd op de ‘blijfkans’ volgens het rijksbudget met betrekking tot de deelnemende gemeenten en de daaruit voortvloeiende volumecomponent (Q). Het
Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 41 van 44
aldus bepaalde aantal is bepalend geweest voor zowel de begrote rijkssubsidie als voor de berekening van de formatie/salariskosten SW-medewerkers. -
Voor nieuw beschut werk is uitgegaan van opbrengsten in de vorm van loonkostensubsidie en een begeleidingsvergoeding (€ 12.485 per fte). Voor wat betreft de loonkostensubsidie is uitgegaan van de gemiddelde loonwaarde van de medewerkers nieuw beschut werk die bij het opstellen van dit bedrijfsplan in dienst waren. Het subsidieresultaat (verschil tussen loonkosten en loonkostensubsidie) is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de herziene begroting. Het aantal medewerkers nieuw beschut werk is gebaseerd op de in december 2024 door het ministerie per gemeente gepubliceerde taakstelling ultimo 2025 teruggerekend naar gemiddelden over het jaar. Voor de jaren 2026 en volgende is de meerjarige lijn doorgetrokken.
-
De forfaitaire loonkostensubsidie (LKS) voor beschut werk aangekondigd in de voorjaarsnota 2025 en wordt naar verwachting structureel ingevoerd per 1 januari 2028. De forfaitaire LKS wordt naar verwachting vastgesteld op 68% van het wettelijk minimumloon (WML). Tot de wetswijziging in 2028 ontvangen gemeenten tijdelijk extra middelen via de rijksbijdrage beschut werk. Hiertoe worden als ophoging gelden van circa € 2.971 per plek aan toegevoegd. Dit geldt voor de jaren 2025, 2026 en 2027. De VNG adviseert gemeenten om in de financiële afspraken met werkontwikkelbedrijven nu al het percentage van 68% te hanteren om rust en voorspelbaarheid te bieden. Dit voorkomt ook een aparte uitbetalingsstroom van de extra € 3.000. In deze begroting is de € 3.000 meegenomen onder de loonkostensubsidie bij beschut werk
-
Voor 2026 is uitgegaan van gemiddeld 113 medewerkers die werkzaam zijn via een participatiebaan. Voor de jaren erna is dit aantal jaarlijks met 5 verhoogd. Voor wat betreft de loonkostensubsidie is uitgegaan van de gemiddelde loonwaarde van de medewerkers P-banen die bij het opstellen van de herziene begroting in dienst waren. Voor deze doelgroep is rekening gehouden met een begeleidingsvergoeding van € 5.760 per persoon. Het verschil tussen de loonkosten en loonkostensubsidie van deze medewerkers is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de herziene begroting.
-
De loonkosten van de SW-medewerkers zijn gebaseerd op de cao SW. Op grond van deze cao volgt de loonontwikkeling de prijsontwikkeling van het rijksbudget (LPO) resp. het wettelijk minimumloon. Hierbij is rekening gehouden met de tussentijdse aanpassingen op de cao. De cao SW loopt van 2021 – 2025, waarin de systematiek uit de vorige cao voor wat betreft het berekenen van de algemene loonstijgingen is voortgezet.
-
De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de lopende caogemeenten, waarbij rekening is gehouden met de verwachte stijging in treden van deze medewerkers.
Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 42 van 44
-
De loonkosten van de overige medewerkers (nieuw beschut, participatiebanen) zijn gebaseerd op de cao “Aan de slag” en zijn gerelateerd aan de verwachte stijging van de minimumlonen.
-
Voor de ontwikkeling van de prijzen is voor 2026 uitgegaan van de prijsontwikkeling zoals deze in de kadernota 2026 is opgenomen. Waar sprake is van specifieke indexcijfers voor een begrotingspost (bijvoorbeeld voor de omzet, zie hierna) is de indexering hoger gesteld. Voor de jaren erna is het prijspeil 2026 aangehouden; dit geldt zowel voor de kosten als opbrengsten.
-
De omzet wordt voornamelijk gerealiseerd binnen MidZuid B.V. en maakt daarmee onderdeel uit van het operationeel resultaat in de herziene begroting.
-
Voor de diverse te factureren opbrengsten is in het najaar de indexatie voor 2025 vastgesteld voor de door MidZuid eigen uitgevoerde werkzaamheden, welke ontwikkeling is gevolgd in de begrotingscijfers. De indexering op eigen uitgevoerde werkzaamheden is vastgesteld op 4,5%. Voor de jaren na 2026 is, zoals hiervoor vermeld, het prijspeil 2026 aangehouden. Voor de werkzaamheden die in onderaanneming voor MidZuid worden uitgevoerd is er in de begroting vanuit gegaan dat eventueel hogere indexeringen worden doorbelast aan de afnemers, zodat daar geen extra kosten uit voort komen ten laste van MidZuid.
-
Onder de vaste lasten wordt verstaan de kosten van het gebouw en de rentekosten van een lening uit het verleden waar geen activa tegenover staan. De vaste lasten worden volgens een vastgesteld percentage verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie hiertoe bijlage 1).
-
De term overhead is bij de laatste wijziging van het BBV nader gedefinieerd. De onder overhead WAVA in de herziene begroting opgenomen kosten betreffen de ambtelijke medewerkers die werkzaam zijn in functies die binnen de nieuwe definitie van overhead vallen. Voor 2026 worden geen medewerkers voorzien die onder deze definitie vallen. In de geconsolideerde cijfers is ook een post overhead opgenomen. Aangezien MidZuid B.V. niet hoeft te voldoen aan de verslaggevings-eisen van het BBV, wordt het begrip overhead in de geconsolideerde cijfers ruimer geïnterpreteerd. Deze overhead bestaat uit de algemene bedrijfskosten en de kosten van indirect personeel. Deze posten worden begroot op basis van een realistische inschatting van de ontwikkelingen op gebied van volume, loon en prijs. De kosten van overhead worden geheel verrekend met de PMC’s.
-
In deze herziene begroting is opgenomen dat een bedrag ter grootte van de begeleidingsvergoedingen door mag worden gestort aan MidZuid B.V. Dit resulteert in een positief resultaat bij MidZuid B.V., zodat deze geen structureel verlies meer lijdt.
Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 43 van 44
-
Voor het bepalen van de hoogte van de post onvoorzien is uitgegaan van 2% van de loonkosten van het reguliere personeel van WAVA en MidZuid B.V. (afgerond naar beneden). De verwachting is namelijk dat de grootste kans op onvoorziene uitgaven in de personele sfeer ligt (vervanging bij langdurige ziekte e.d.)
-
Oorspronkelijk was de afspraak dat de gemeentelijke bijdrage beperkt blijft tot het subsidieresultaat en de vaste lasten. Doelstelling is dat de bedrijfsvoering over alle werksoorten samen neutraal verloopt. In de vergadering van het bestuur van 24 november 2016 is de afspraak gemaakt dat de begroting (en meerjarenbegroting) sluitend moet zijn. Dit heeft effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen: de vaste lasten zijn geheel opgenomen in de gemeentelijke bijdrage; in de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo worden, naast het subsidieresultaat SW, ook de saldi van de doelgroepen nieuw beschut en participatiebanen, het operationeel resultaat en de post onvoorzien betrokken.
-
Vennootschapsbelasting. In de herziene begroting is geen rekening gehouden met eventuele lasten in het kader van de vennootschapsbelasting. Begin 2016 heeft de belastingdienst bericht dat, gelet op de activiteiten van WAVA en de wijze waarop eventuele resultaten worden verrekend, er geen sprake is van winstoogmerk en dat daarom ook geen sprake is van vennootschapsbelastingplicht.
-
Deze eerste begrotingswijziging 2026 is een begrotingswijziging en hoeft daarmee niet, zoals voor de begroting geldt, op alle punten te voldoen aan het BBV. Om die reden is een aantal kengetallen, een geprognosticeerde balans en de begroting naar taakvelden niet opgenomen in deze herziene begroting.
Concept Eerste herziene begroting MidZuid 2026 na DB 11 december 2025
Pagina 44 van 44