CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Herziene begroting 2025 bij RV herziene begroting 2025 MidZuid

Raadsvergadering 18 maart 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: Herziene begroting 2025 MidZuid15.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Herziene begroting 2025

Begroting 2025

KOSTEN Personele kosten voor aansturing, accountmanagement, nazorg en administratieve ondersteuning

825.000

808.000

Inhuur jobcoaching bij MidZuid 260 personen * 60% * 3 uur p/p

48.000

48.000

Organisatie evenementen

16.500

16.500

P.M.

P.M.

19.500 51.500 52.000 19.500 46.079 50.000

19.500 51.500 52.000 19.500 44.500

1.128.079

1.059.500

Opbrengsten uit externe financieringsbronnen Opbrengsten uren projecten en inzet extern Opbrengst subsidies TINT

247.000 66.000

194.000 50.000

Gemeentelijke bijdrage

815.500

815.500

1.128.500

1.059.500

Bijdrage in regionale kosten (participatie-event e.d.) Uitvoeringskosten: Gebruik kantoorruimten Kosten ICT en telefonie Auto- en reiskosten Diversen (kopieerkosten e.d.) Kosten overhead Huur ruimte TINT Totaal begrote kosten

OPBRENGSTEN

Totaal begrote opbrengsten

4.3. Toelichting op begroting WSP en verdeling gemeentelijke bijdrage Algemene toelichting op de begroting van WSP In de herziene begroting 2025 zijn bedragen ten opzichte van de begroting 2025 als volgt geactualiseerd: Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 31 van 48

Toelichting op kosten Personele kosten De personele kosten zijn geactualiseerd op de werkelijke loonstijgingen en de verwachte stijging in treden voor 2025. De personele kosten hebben betrekking op reguliere medewerkers (totaal 7,75 fte; leiding 0,4 fte, werkgeversadviseurs 5,95 fte en matchers 1,4 fte) en enkele doelgroepmedewerkers voor administratieve ondersteuning. Hiervan is er één werkgeversadviseur die volledig wordt ingezet voor de arbeidsregio West-Brabant (regio W-B) op de TINT en diens kosten worden vergoed door de regio W-B. Kosten overhead De overheadkosten zijn geactualiseerd op de ontwikkelingen over 2024, waardoor deze iets hoger uitvallen dan initieel begroot. Huur ruimte TINT Op basis van de meerjarige financiering voor de TINT kunnen de huurkosten nu ook worden voldaan en zijn deze derhalve ook als kosten opgenomen in de herziene begroting. Bijdrage in regionale kosten Deze post is ‘PM’ opgenomen, aangezien deze kosten nu nog kunnen worden gedekt uit (tijdelijke) middelen die in de regio West-Brabant beschikbaar zijn. Er moet rekening mee worden gehouden dat indien in de (nabije) toekomst deze middelen uitgeput raken deze kosten ten laste van de regio Dongemond kunnen gaan komen, echter is hier op dit moment nog geen sprake van.

Toelichting op opbrengsten In de herziene begroting is rekening gehouden met de toegezegde meerjarige bijdragen vanuit de Regiodeal. Gemeentelijke bijdrage De kosten van het WSP worden gedekt via een aparte gemeentelijke bijdrage. Vanwege de tijdsbesteding aan diverse regionale projecten zijn er regionaal meer opbrengsten behaald die voor kostendekking zorgen, waardoor de totale gemeentelijke bijdrage in de pas blijft lopen qua indexering met MidZuid. Voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten is in de dienstverleningsovereenkomst een verdeelsleutel opgenomen die is gebaseerd: -

voor 2/3 op het aantal bijstandsgerechtigden (bijstand, IOAW, IOAZ)

-

voor 1/3 op het aantal inwoners.

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 32 van 48

De peildatum voor deze aantallen is 30 juni van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar. De basisgegevens voor de verdeling 2025 zijn als volgt:

Gemeente

Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout

aantal inwoners

aantal uitkeringsdossiers

58.293 28.311 21.965 58.284 166.853

587 194 292 850 1.923

Volgens de hiervoor vermelde wegingsfactoren voor inwoners en uitkeringsdossiers wordt het aandeel van de gemeenten in de gemeentelijke bijdrage en taakstelling:

Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout

32,0% 12,4% 14,5% 41,1% 100,0%

Op basis van deze geactualiseerde uitgangspunten wordt de gemeentelijke bijdrage voor WSP in 2025: Bedragen * € 1

Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout

Herziene begroting 2025

begroting 2025

Afwijking

260.925 100.971 118.339 335.265 815.500

249.659 99.369 122.777 343.694 815.500

11.266 1.601 -4.438 -8.429 0

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 33 van 48

5.

Overige paragrafen

5.1.

Bedrijfsvoering

De toelichtingen in deze alinea zijn gebaseerd op de bedrijfsvoering van de GR WAVA en MidZuid B.V. gezamenlijk, aangezien de bedrijfsvoering in belangrijke mate plaatsvindt binnen MidZuid B.V.

5.1.1.

Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering

Door het vaststellen van de notitie `Mensenwerk is de basis’ heeft het bedrijf de ruimte gekregen om, naast de uitvoering van de Wsw en nieuw beschut werk, activiteiten te ontwikkelen, mits deze een relatie hebben met de uitvoering van de Participatiewet. Daarmee is duidelijk richting gegeven aan de toekomst van het bedrijf. Het jaar 2017 was het eerste jaar waarin volgens deze koers is gewerkt. Deze koers is de afgelopen jaren doorgezet en zal ook in de komende jaren worden doorgezet. Dit komt in de begroting onder meer tot uitdrukking in de samenstelling en ontwikkeling van het personeelsbestand (waaronder P-banen) en in het behoud en verdere uitbouw van participatieactiviteiten. Een voorbeeld hiervan zijn de activiteiten die MidZuid momenteel ontplooit op het gebied van circulariteit.

5.1.2.

Ontwikkelingen in samenstelling personeel

Hierna wordt ingegaan op de verwachte ontwikkelingen in de samenstelling van het personeel: de doelgroep medewerkers en de reguliere medewerkers. Doelgroep medewerkers Doordat geen instroom vanuit de Wsw plaatsvindt zal het aantal SW-medewerkers de komende jaren dalen. In aantallen komen hiervoor medewerkers met een arbeidsbeperking terug vanuit de doelgroepen nieuw beschut werk en P-wetters. Echter vallen deze onder een andere wetgeving, waardoor deze binnenkomen met een lagere financiële dekking. Per saldo zal het aantal doelgroep medewerkers in de komende jaren naar verwachting licht gaan dalen. In paragraaf 3.4.3. is een overzicht gegeven van het verwachte verloop. Reguliere medewerkers In de afgelopen jaren is een forse bezuinigingsslag doorgevoerd. Vooral door het invoeren van andere manieren van werken en het hanteren van een ‘vacaturestop, tenzij’. Bovendien is er intern een beweging op gang gebracht om binnen het reguliere personeel meer medewerkers te verplaatsen van een overheadfunctie naar een functie in de directe aansturing of begeleiding van medewerkers. In de herziene begroting 2025 is de formatie van reguliere werknemers iets lager dan in de begroting 2025. Deze inkrimping heeft te maken Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 34 van 48

met het optimaal inzetten van automatiseringen en de netwerken waarbij we aangesloten zijn, waardoor de uitstroom niet meer volledig vervangen hoef te worden. Enkele uitgangspunten bij de te bereiken doelen In het voorgaande zijn al enkele cijfers genoemd met betrekking tot aantallen medewerkers e.d. Voor 2025 gelden de volgende te bereiken aantallen voor de doelgroepen: -

nieuw beschut werk, gemiddeld te realiseren aantal 2025 (o.b.v. budgetontwikkeling; gebaseerd op een gemiddelde werkweek van 28,35 uur per week): 119

-

P-wetters, gemiddeld te realiseren aantal 2025 (o.b.v. budgetontwikkeling; gebaseerd op een gemiddelde werkweek van 28,08 uur per week): 97

Voor wat betreft het bereiken van de hiervoor genoemde aantallen medewerkers voor nieuw beschut werk en P-wetters spelen overigens de deelnemende gemeenten een grote rol, aangezien deze mensen (grotendeels) door hen worden voorgedragen. Het aantal SWmedewerkers zal dalen, maar deze daling is voor het bedrijf niet beïnvloedbaar. Om die reden wordt het aantal hier niet als afzonderlijk doel genoemd. De verwachte aantallen op basis van de landelijke uitstroomcijfers zijn vermeld in paragraaf 3.4. Mensontwikkeling is een belangrijk uitgangspunt voor MidZuid. Doordat de instroom vanuit de Wsw is beëindigd, zijn ook de mogelijkheden tot groeien op de werkladder voor deze doelgroep beperkter. Het uitgangspunt voor de komende jaren blijft om het aantal stijgers en dalers op de werkladder ten minste in evenwicht te houden en liefst per saldo een stijging te realiseren. Om dat te kunnen bereiken is voldoende instroom van mensen uit de nieuwe doelgroepen noodzakelijk. Er wordt naar gestreefd om medewerkers een werkplek zo dicht mogelijk bij de eigen woonomgeving te bieden. Bij dit uitgangspunt moet wel de kanttekening worden gemaakt dat werk gezocht moet worden dat past bij de talenten van de betrokken werknemer.

5.2. Weerstandscapaciteit en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit worden de middelen en mogelijkheden bedoeld die de organisatie heeft om niet begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat voornamelijk uit de algemene reserve. Eind 2023 bedraagt de algemene reserve € 1.771.000 vóór de resultaatbestemming over 2023. Naast de algemene reserve is in de begroting € 100.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. De algemene reserve dient om onvoorziene risico’s die samenhangen met de uitvoering af te dekken. In december 2013 heeft het bestuur het volgende beleid vastgesteld:

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 35 van 48

1. WAVA brengt jaarlijks alle risico’s die verbonden zijn aan haar activiteiten en de bedrijfsvoering in beeld. 2. WAVA splitst deze risico’s enerzijds in vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds in overhead en exploitatieresultaat. 3. De berekening voor de weerstandscapaciteit voor WAVA wordt gebaseerd op 3 % van de absolute bedragen van de aan WAVA toe te rekenen opbrengsten en kosten in de onderdelen overhead en exploitatieresultaat. 4. Een minimumomvang van de weerstandscapaciteit vast te stellen omdat WAVA niet gewoon is gedurende het boekjaar begrotingswijzigingen door te voeren. 5. De minimumomvang van de weerstandscapaciteit vast te stellen op 1 maal het berekende jaarrisico, het maximum op tweemaal dit risico. 6. De berekening van de weerstandscapaciteit is niet maatgevend voor een berekening van de bestemming bij het rekeningresultaat. Dat laatste vindt elk jaar apart plaats, waarbij wel het minimumniveau van de weerstandscapaciteit in acht wordt genomen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de algemene reserve beleidsmatig niet gerelateerd is en ook niet bedoeld is voor het opvangen van risico’s en fluctuaties in de subsidie-systematiek. Bij het vaststellen van de resultaatbestemming over 2014 is door het bestuur overwogen om hiervoor eventueel een aparte risico- en egalisatiereserve te vormen.

Begin 2015 is echter besloten tot het alternatief dat de individuele gemeenten hiervoor een eigen risicoreserve aanhouden. Bij het vaststellen van de jaarrekening 2023 is op grond van de genoemde uitgangspunten de bandbreedte van de algemene reserve als volgt berekend: ondergrens € 762.000; bovengrens € 1.523.000. Echter door het negatieve resultaat over 2023 en de negatieve begroting voor 2024 is het bovenmatige deel van de reserve aangehouden. Waardoor na resultaatbestemming 2023 de algemene reserve op 1.347.000 staat. De stand van de algemene reserve na vaststelling van het resultaat 2023 bevindt zich dus binnen de bandbreedte. Ter afdekking van de hierna geïnventariseerde risico’s is een weerstandscapaciteit beschikbaar van € 1.347.000 (algemene reserve) + € 100.000 (onvoorzien) - €283.000 (begrote verlies 2024) = € 1.164.000. Risico-inventarisatie (financieel) In deze risico-inventarisatie worden de risico’s onderscheiden in enerzijds de risico’s die samenhangen met de vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds de risico’s met betrekking tot overhead en exploitatieresultaat. De gekwantificeerde risico’s kunnen vervolgens worden gerelateerd aan de omvang van de weerstandscapaciteit. Risico’s in samenhang met vaste lasten en subsidieresultaat:

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 36 van 48

-

Het macrobudget voor de SW is gefixeerd op een vast bedrag, dat alleen voor loon- en prijsontwikkelingen wordt aangepast. Het macrobudget bestaat uit een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). De gevolgde methodiek is dat het macrobudget gelijk blijft en dat mutaties in de Q leiden tot aanpassingen in de P. Als landelijk het volume achterblijft dan zal de prijscomponent per fte stijgen en andersom. Dit brengt risico’s met zich mee die moeilijk zijn in te schatten. In de begroting is rekening gehouden met de laatst bekende cijfers (september-circulaire 2023). Uit het onderzoek van Berenschot in 2023 naar de infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven blijkt nogmaals de problematiek rond de financiering. Dit onderzoek is uitgevoerd in een gezamenlijke opdracht van Het ministerie van SZW, VNG en Cedris. Hierdoor is er een breed draagvlak over de uitkomsten hiervan, wat resulteert in breed politiek draagvlak voor verbeteringen van deze financiering. Er zijn vanuit SZW hierin voorstellen gedaan tot verbetering. De laatste stand van zaken is gepubliceerd in de brief van Ministerie van SZW op 15 oktober 2024. Vorenstaande risico’s dragen in sterke mate een politiek karakter en kunnen niet goed worden gekwantificeerd.

-

De bijdrage per arbeidsjaar waarmee in de begroting is gerekend, is gebaseerd op de septembercirculaire 2024 en bedraagt voor het jaar 2025 € 38.029. Indien de situatie zich voordoet dat landelijk de uitstroom in 2024 lager blijkt te zijn dan waarmee rekening is gehouden zou het budget verder kunnen dalen. Voor 2025 kan dit risico maximaal € 420.000 bedragen. De kans hierop wordt ingeschat op 50%.

-

Het risico bestaat dat de uitstroom van de Wsw-medewerkers bij WAVA ten opzichte van de in het budget berekende blijfkans achterblijft. Door de systematiek van T-1 betekent dit dat WAVA in die omstandigheid voor het verschil van de medewerkers de salarislasten voor één jaar moet voorfinancieren. Het risico voor 2025 wordt ingeschat op maximaal 9 arbeidsjaren (loonkosten € 347.000). De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat op 25%.

Risico’s met betrekking tot de overhead en het exploitatieresultaat: -

Het niet geheel realiseren van de begrote netto-opbrengst. De omzet wordt deels gerealiseerd bij de deelnemende gemeenten en deels op de vrije markt. De mogelijkheden om de begrote omzet te realiseren zijn dan ook afhankelijk van de takenpakketten van onze deelnemende gemeenten en van de economische- en marktsituatie. De begrote omzetten zijn zo goed als mogelijk ingeschat, maar door veranderende omstandigheden bestaat het risico dat deze niet worden gehaald. De omvang van het risico is € 505.000 en de kans van optreden is normaliter minder dan 50%.

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 37 van 48

-

Voor het realiseren van omzet is het nodig om voldoende mensen te hebben die bij de diverse PMC’s kunnen worden ingezet. De terugloop van het aantal SW-medewerkers heeft hierop een negatief effect. In de begroting is ermee rekening gehouden dat deze terugloop voor een belangrijk deel kan worden gecompenseerd door medewerkers die via nieuw beschut werk of P-banen instromen, alsmede door de begeleidingsvergoeding die zij meebrengen. Als deze verwachtingen niet uitkomen kan het gaan voorkomen dat opdrachten niet kunnen worden geaccepteerd of teruggegeven moeten worden. Het financieel risico hiervan wordt ingeschat op € 450.000 en de kans daarop wordt geschat op 50%.

-

Het risico dat vanaf 2026 geen compensatie meer ontvangen wordt voor de betaalde transitievergoeding aan medewerkers die ziek uit dienst gaan.

-

Het risico dat opdrachtgevers een verduurzaming van het wagenpark afdwingen om de opdrachten nog uit te mogen voeren.

-

Het risico dat er wordt bezuinigd, terwijl de kosten juist stijgen door niet beïnvloedbare factoren.

Als alle hier genoemde risico’s (exclusief de risico’s die betrekking hebben op de subsidiesystematiek) zich tegelijk zouden voordoen maal de kans, dan zou dat een bedrag omvatten van € 507.000. Hiertegenover staat een weerstandscapaciteit na resultaat bestemming 2023 van € 1.347.000, welke naar verwachting terugloopt naar € 1.146.000 begin 2025. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de kans dat alle hiervoor genoemde risico’s zich tegelijk zullen voordoen zeer klein is. Hierna is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de reserves. Overzicht verloop reserves Bedragen * € 1.000

Begrotingsjaar 2025 Saldo 1-1

Bij

Af

Meerjarenraming (saldi 31-12) Saldo 31-12

2026

2027

2028

Algemene reserve Resultaat lopend jaar

1.046 -

-

-

1.046 -

1.046

1.046 -

1.046 -

Totaal reserves

1.046

-

-

1.046

1.046

1.046

1.046

Voorzieningen Bij het beoordelen van de financiële positie is het ook van belang of de voorzieningen op peil zijn. WAVA beschikt ultimo 2024 over een voorziening voor groot onderhoud. Deze is nader toegelicht, inclusief een overzicht van het verloop, in de paragraaf onderhoud Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 38 van 48

kapitaalgoederen. Op grond van de al aanwezige kennis kan worden geconcludeerd dat de omvang van de voorzieningen toereikend is. Financiële positie en kengetallen Door middel van onderstaande kengetallen wordt inzicht gegeven in de financiële positie van GR WAVA. De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen schulden minus vorderingen en overige opbrengsten. Een netto schuldquote tussen 0% en 90% wordt als normaal beschouwd. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Dit kengetal geeft het percentage eigen vermogen weer ten opzichte van het totale vermogen. De minimumnorm voor deze ratio wordt gesteld op 30%. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Herziene begroting 2025 Kengetallen

Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Verloop van de kengetallen Jaarrek. Begroting: 2023 2024

2025

2026

2027

2028

14,3%

12,1%

18,9%

17,2%

15,3%

32,9%

14,3% 13,8% -2,5%

12,1% 10,9% -1,5%

18,9% 10,6% 0,0%

17,2% 10,4% 0,0%

15,3% 7,3% 0,0%

32,9% 7,5% 0,0%

De netto schuldquote daalt in 2024, doordat het groot onderhoud is doorgeschoven. In de jaren daarna neemt deze toe als gevolg van de uit te voeren onderhoudskosten en investeringen in bedrijfsmiddelen. De stijging in 2028 heeft te maken met de investeringen die dan gedaan moeten worden voor de verduurzaming van het huidige pand. Dit moet worden begroot zolang er nog geen besluit is genomen over de nieuwbouwplannen. De solvabiliteitsratio voldoet nog niet aan de hiervoor genoemde minimumnorm, hetgeen te maken heeft met in het verleden aangetrokken leningen. Het is bij WAVA niet de bedoeling om structureel (positieve) resultaten te boeken, maar om een sluitende exploitatie te hebben, hetgeen ook tot uitdrukking komt in het kengetal structurele exploitatieruimte.

5.3.

Onderhoud kapitaalgoederen

De activiteiten van WAVA zijn erop gericht de kapitaalgoederen, bestaande uit materiële vaste activa, voorraden en vorderingen goed te beheren. Het daartoe noodzakelijke onderhoud zal worden uitgevoerd.

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 39 van 48

Algemeen WAVA heeft de gebouwen aan de Esdoornlaan/Wilhelminakanaal Noord te Oosterhout in eigendom. Eind 2019 is op basis van een integrale inspectie de onderhoudstoestand opnieuw in beeld gebracht en is de onderhoudsplanning geactualiseerd. Bij het opstellen van de herziene begroting 2025 is de uitvoeringsplanning van het groot onderhoud geactualiseerd en zijn de opgenomen prijzen geïndexeerd. Het plan heeft ook als leidraad gediend voor het begrote bedrag aan uit te voeren onderhoud en als onderbouwing voor het verloop van de voorziening onderhoud. Overigens wordt gestreefd naar optimalisatie van de verhouding tussen kosten en de hinder door werkzaamheden. Dit vindt onder meer plaats door onderdelen te bundelen en zodoende kostentechnische- en planning-technische voordelen te behalen. Hierdoor kunnen onderdelen tussen de verschillende jaren doorschuiven. Voorop staat de instandhouding van de activa op het overeengekomen niveau. Financiële consequenties Alle kosten van doorlopend onderhoud aan gebouwen en installaties e.d. worden in de resultatenrekening opgenomen. In het kader van het groot onderhoud is een voorziening voor het groot onderhoud beschikbaar. Zoals vermeld is eind 2019 een inventarisatie van de onderhoudstoestand uitgevoerd, met daaraan gekoppeld een jaarlijkse actualisatie van de onderhoudsprognose.

Op basis daarvan is de voorziening geactualiseerd tot en met 2024 en geïndexeerd voor 2025; ook zijn de dotaties en onttrekkingen in de begrote cijfers hierop gebaseerd. Onderstaand is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de voorziening onderhoud. Overzicht verloop onderhoudsvoorziening Bedragen * € 1.000

Voorziening onderhoud

Begrotingsjaar 2025 Saldo 1-1

Bij

2.072

288

Meerjarenraming (saldi 31-12) 2026 2027

2028

2029

490

290

Af Saldo 31-12 1.978

382

552

792

5.4. Investeringen Voor 2025 zijn er wederom vervangingsinvesteringen gepland doordat investeringen uit 2024 zijn doorgeschoven naar 2025 voor het wagenpark. Al naargelang zullen deze auto vervangen worden door brandstof eenheden of bij beschikbaarheid elektrische eenheden. De investering bedraagt tussen de € 586.000 en de € 1.080.000. De verduurzaming van het wagenpark gaat gepaard met extra kosten. MidZuid heeft meegedaan aan een Europese aanbesteding voor koop en lease van vervoermiddelen. Juist voor de verduurzaming van het wagenpark is operational lease een aantrekkelijk alternatief, waarbij we dit ook zullen gaan inzetten. Dat kan betekenen dat de geraamde investeringen worden omgezet in operational leasekosten, zolang de onderliggende cataloguswaarden de hierboven genoemde Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 40 van 48

investeringsbedragen niet overschrijden. Daarnaast zullen er de jaarlijkse vervangingsinvesteringen plaatsvinden in overige bedrijfsmiddelen. Qua overige investeringen schatten we dit in op, in afwachting van de huisvestingsplannen, een vervangingsinvesteringsbedrag van maximaal € 200.000 .

5.5.

Financiering

WAVA is in de afgelopen jaren sterk afhankelijk gebleken van externe financiering. Dit wordt veroorzaakt door het ontbreken van voldoende eigen vermogen. Van het verloop van de langlopende leningen in het begrotingsjaar 2025 kan het volgende overzicht worden gegeven: 1

2

3

4

5

6

begroot 1.000.000

begroot 1.000.000

begroot 1.600.000

begroot 2.500.000

begroot

1.000.000

Ingangsdatum Looptijd tot

12-jun-2020 31-dec-2025

29-dec-2021 29-dec-2026

29-dec-2022 29-dec-2027

28-dec-2023 29-dec-2027

30-dec-2024 29-dec-2028

31-dec-2025 29-dec-2028

Aflossing

op einddatum

op einddatum

op einddatum

op einddatum

op einddatum

op einddatum

0,17%

0,15%

3,31%

2,74%

3,50%

3,50%

Restantbedrag 1 januari 2025

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.600.000

2.500.000

Aflossing in 2025 Nieuwe lening 2025

-1.000.000 -

Oorspronkelijk bedrag

Rentepercentage

Restantbedrag 31 dec. 2025

-

1.000.000

1.000.000

1.600.000

2.500.000

Totaal

-

7.100.000

1.500.000

-1.000.000 1.500.000

1.500.000

7.600.000

Oorspronkelijk was sprake van leningen van totaal € 11 miljoen, waarvan € 5 miljoen ter financiering voor de aankoop van het pand en € 6 miljoen voor verliesfinanciering. De laatste lening is in 2014 overgesloten voor een bedrag van € 5 miljoen. Vanwege effectief uitgevoerd treasurybeleid is het geld dat gereserveerd stond voor het uitvoeren van groot onderhoud aan het pand ingezet om de hoofdsom tijdelijk te verlagen. Hiermee is een jaarlijkse rentebesparing gerealiseerd van zo’n € 60.000. Door de aflossingen is de totale schuld eind 2021 tijdelijk teruggelopen tot € 5.600.000, waar deze normaliter € 7.600.000 zou zijn. De overige leningen betreffen herfinanciering van de aflossingen op de lening inzake verliesfinanciering, met een uitbreiding van € 600.000 voor de financiering van een investering in het wagenpark, begin 2019 (bestuursbesluit 22 november 2018). De verwachting is dat de aflossingen in de toekomst geherfinancierd zullen worden. Dit komt doordat de reserves op maximaal staan en de bedragen daarboven normaliter aan de deelnemende gemeenten worden terugbetaald. Vanwege het geplande onderhoud is de verwachting dat de schuldpositie in 2025 toe neemt naar haar normale niveau. Hiermee komt het geld dat bestemd was voor het uitvoeren van het groot onderhoud aan het pand daarvoor weer beschikbaar.

Vanwege het steeds verder uitstellen van het groot onderhoud in afwachting van de nieuwbouwplannen neemt het risico steeds verder toe dat er acuut

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 41 van 48

onderhoud uitgevoerd moet worden, zodat een noodzakelijk niveau aan Arbo omstandigheden gewaarborgd blijft. Bij de BNG is een kredietfaciliteit beschikbaar van € 1 miljoen (met een intradaglimiet van € 1,5 miljoen). Het betalingsverkeer is volledig geautomatiseerd en verloopt middels een systeem van elektronisch bankieren. In lijn met de bepalingen van de wet FIDO is een treasurystatuut beschikbaar dat is geactualiseerd begin 2019. WAVA voldoet aan alle verplichtingen inzake het Schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo beoordeeld en indien nodig afgestort ten gunste van de centrale overheid. Gelet op de gemaakte afspraken met de deelnemende gemeenten, waarbij de begrote gemeentelijke bijdrage op kwartaalbasis vooraf wordt vergoed, wordt verwacht dat voorlopig geen beroep hoeft te worden gedaan op de kredietfaciliteit bij de BNG. In dit kader moet nog wel worden opgemerkt dat in de begroting rekening is gehouden met opbrengsten in het kader van het LIV. Deze zullen met ingang van 2025 ook periodiek worden gefactureerd.

5.6. Verbonden partijen Overzicht verbonden partijen De deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling WAVA zijn: Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout. Daarnaast zijn binnen de gemeenschappelijke regeling de volgende rechtspersonen aanwezig: -

MidZuid B.V., ten behoeve van het aangaan van samenwerkingsverbanden met derden, gericht op de verbetering van de mogelijkheden voor de uitvoering van de doelstelling van WAVA. MidZuid B.V. is voor 100% eigendom van WAVA. Het resultaat van MidZuid B.V. wordt volledig verrekend met WAVA.

-

MidZuid A.I.D. B.V.; dit is een 100% deelneming van MidZuid B.V. MidZuid A.I.D. B.V. is de entiteit waarin onder meer de werknemers vanuit andere contracten dan de WSW, ambtenaren en het regulier personeel worden verloond. De activiteiten van MidZuid A.I.D. B.V. worden volledig verrekend met MidZuid B.V.

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 42 van 48

6.

Bijlagen

6.1.

Bijlage 1: Inzicht in gemeentelijke bijdrage

Algemeen In deze bijlage is de berekening van de gemeentelijke bijdrage aan WAVA opgenomen. De gemeentelijke bijdrage aan WAVA bestaat uit een bijdrage in de vaste lasten en een bijdrage in het subsidieresultaat c.q. om te komen tot een sluitende begroting. Gemeentelijke bijdrage 2025 De bijdrage in de vaste lasten wordt over de gemeenten verdeeld op basis van een eerder vastgesteld omslagpercentage. Dit leidt tot de volgende verdeling:

Verdeling vaste lasten:

Bedragen * € 1

Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout

Omslagfactor

Begroting 2025

Herziene begroting 2025

26,83% 12,17% 15,61% 45,39%

164.483 74.619 95.681 278.217

124.771 56.603 72.580 211.045

100,00%

613.000

465.000

Voor de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo is het aantal plaatsingen bepalend. Daarvoor is als basis genomen het definitieve aantal plaatsingen in 2023 van SW-medewerkers vanuit de deelnemende gemeenten bij WAVA. Het hierna opgenomen bedrag per gemeente betreft een voorschotbedrag; bij de jaarrekening vindt een verrekening plaats op basis van het werkelijk aantal plaatsingen.

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 43 van 48

Verdeling subsidieresultaat / begrotingssaldo

Aantal plaatsingen 2023

Begroting 2025

Herziene begroting 2025

Altena Drimmelen Geertruidenberg

115 50 72

729.005 307.266 457.887

711.787 309.472 445.640

Oosterhout

180 417

1.174.842 2.669.000

1.114.101 2.581.000

Bedragen * € 1

Vorenstaande cijfers zijn getotaliseerd weergegeven in de volgende tabel:

Totale bijdrage per gemeente

Bedragen * € 1

Begroting 2025

Herziene begroting 2025

Altena Drimmelen Geertruidenberg

893.488 381.885 553.568

836.558 366.076 518.220

1.453.059 3.282.000

1.325.146 3.046.000

Oosterhout

Meerjarencijfers Op basis van de in deze herziene begroting opgenomen meerjarencijfers ontwikkelt de gemeentelijke bijdrage zich volgens onderstaande cijfers:

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 44 van 48

Totale gemeentelijke bijdrage, meerjarig

Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout

Herziene begroting 2025 836.558 366.076 518.220 1.325.146 3.046.000

2026

Begroting 2027

2028

845.867 370.356 523.501 1.341.276 3.081.000

828.813 363.099 512.455 1.315.633 3.020.000

923.360 406.111 567.172 1.476.357 3.373.000

6.2. Bijlage 2: (Financiële) uitgangspunten Hierna wordt op hoofdlijnen een overzicht gegeven van de bij het opstellen van de herziene begroting gehanteerde (financiële) uitgangspunten: -

De herziene begroting is opgemaakt op basis van de meest recente gegevens en inzichten.

-

De kosten en opbrengsten worden zo zuiver mogelijk toegerekend aan de diverse posten in de herziene begroting.

-

De laatste begrotingscijfers van het macrobudget voor de subsidie van het rijk voor de uitvoering van de Wsw worden als uitgangspunt genomen voor het te verwachten subsidiebedrag. Dit betekent dat de cijfers van de septembercirculaire 2024 zijn aangehouden voor wat betreft de rijkssubsidie SW voor 2024 en volgende jaren. De macrocijfers kunnen aangepast worden aan eventuele ontwikkelingen betreffende de hoogte van het wettelijk minimumloon (WML) en de lonen in de gesubsidieerde sector. Dit wordt meestal pas bekend in de loop van het begrotingsjaar. Hiermee is, conform bestendige gedragslijn, geen rekening gehouden. Binnen het macrobudget is sprake van een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). Afwijkingen in het volume kunnen effect hebben op de prijs. Dit kan financiële risico’s met zich meebrengen.

-

Er is rekening gehouden met de brief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer van 15 oktober 2024 met kenmerk 20240000671362 waarin een rijksbijdrage sociale infrastructuur wordt aangekondigd van in totaal uit 19,8 miljoen in 2025 die verder oploopt naar 35,9 miljoen in 2035. Verder is rekening gehouden met het aangekondigde impulsbudget sociale infrastructuur welke

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 45 van 48

begint met 35 miljoen in 2025 en afloopt af naar 19,8 miljoen in 2034. De benadering van de € 375.000 is van deze budgetten afgeleid en gebaseerd op het aandeel dat de vier Dongemond gemeenten hebben in het totale Wsw-budget. -

Voor de SW is rekening gehouden met een sneller teruglopend personeelsbestand dan de uitstroom waarin de septembercirculaire rekening mee wordt gehouden. Deze terugloop is gebaseerd op de ‘blijfkans’ volgens het rijksbudget met betrekking tot de deelnemende gemeenten en de daaruit voortvloeiende volumecomponent (Q). Het aldus bepaalde aantal is bepalend geweest voor zowel de begrote rijkssubsidie als voor de berekening van de formatie/salariskosten SW-medewerkers.

-

Voor nieuw beschut werk is uitgegaan van opbrengsten in de vorm van loonkostensubsidie en een begeleidingsvergoeding (€ 11.300 per medewerker). Voor wat betreft de loonkostensubsidie is uitgegaan van de gemiddelde loonwaarde van de medewerkers nieuw beschut werk die bij het opstellen van dit bedrijfsplan in dienst waren. Het subsidieresultaat (verschil tussen loonkosten en loonkostensubsidie) is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de herziene begroting. Het aantal medewerkers nieuw beschut werk is gebaseerd op de in december 2023 door het ministerie per gemeente gepubliceerde taakstelling ultimo 2024 teruggerekend naar gemiddelden over het jaar. Voor de jaren 2025 en volgende is het aantal gebaseerd op het in juli 2019 gepubliceerde aangepaste ingroeipad van de banenafspraak, waarbij voor 2027 en 2028 uit is gegaan van een verdere stijging in lijn met de voorliggende jaren. Verder is rekening gehouden met het vervallen van het lage inkomensvoordeel (LIV) vanaf 2025, en wordt ervan uitgegaan dat de compensatie van € 554 per plek in beschut werk (op basis van 31 uur per week al standaard) periodiek aan de gemeenten wordt gefactureerd.

-

Voor 2024 is uitgegaan van gemiddeld 92 medewerkers die werkzaam zijn via een participatiebaan. Voor de jaren erna is dit aantal jaarlijks met 5 verhoogd. Voor wat betreft de loonkostensubsidie is uitgegaan van de gemiddelde loonwaarde van de medewerkers P-banen die bij het opstellen van de herziene begroting in dienst waren. Voor deze doelgroep is rekening gehouden met een begeleidingsvergoeding van € 5.503 per persoon. Het verschil tussen de loonkosten en loonkostensubsidie van deze medewerkers is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de herziene begroting.

-

De loonkosten van de SW-medewerkers zijn gebaseerd op de cao SW. Op grond van deze cao volgt de loonontwikkeling de prijsontwikkeling van het rijksbudget (LPO) resp. het wettelijk minimumloon. Hierbij is rekening gehouden met de tussentijdse aanpassingen op de cao. De cao SW loopt van 2021 – 2025, waarin de systematiek uit de vorige cao voor wat betreft het berekenen van de algemene loonstijgingen is voortgezet. Verder is rekening gehouden met het vervallen van het lage inkomensvoordeel (LIV) vanaf 2025, en wordt ervan uitgegaan dat de compensatie van

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 46 van 48

€ 400 per volledige dienstbetrekking op een interne plaatsing op basis Wsw periodiek aan de gemeenten wordt gefactureerd. -

De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de verwachting dat in de nieuwe cao-gemeenten een gematigde loonontwikkeling wordt opgenomen. Deze is ingeschat op 3,4% in 2025.

-

De loonkosten van de overige medewerkers (nieuw beschut, participatiebanen) zijn gebaseerd op de cao “Aan de slag” en zijn gerelateerd aan de verwachte stijging van de minimumlonen.

-

Voor de ontwikkeling van de prijzen is voor 2025 uitgegaan van de prijsontwikkeling BBP zoals deze in de kadernota 2025 is opgenomen. Waar sprake is van specifieke indexcijfers voor een begrotingspost (bijvoorbeeld voor de omzet, zie hierna) is de indexering hoger gesteld. Voor de jaren erna is het prijspeil 2025 aangehouden; dit geldt zowel voor de kosten als opbrengsten.

-

De omzet wordt voornamelijk gerealiseerd binnen MidZuid B.V. en maakt daarmee onderdeel uit van het operationeel resultaat in de herziene begroting.

-

Voor de diverse te factureren opbrengsten is in het najaar de indexatie voor 2025 vastgesteld voor de door MidZuid eigen uitgevoerde werkzaamheden, welke ontwikkeling is gevolgd in de begrotingscijfers. De indexering op eigen uitgevoerde werkzaamheden is vastgesteld op 6,5%. Voor de jaren na 2025 is, zoals hiervoor vermeld, het prijspeil 2025 aangehouden. Voor de werkzaamheden die in onderaanneming voor MidZuid worden uitgevoerd is er in de begroting vanuit gegaan dat eventueel hogere indexeringen worden doorbelast aan de afnemers, zodat daar geen extra kosten uit voort komen ten laste van MidZuid.

-

Onder de vaste lasten wordt verstaan de kosten van het gebouw en de rentekosten van een lening uit het verleden waar geen activa tegenover staan. De vaste lasten worden volgens een vastgesteld percentage verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie hiertoe bijlage 1).

-

De term overhead is bij de laatste wijziging van het BBV nader gedefinieerd. De onder overhead WAVA in de herziene begroting opgenomen kosten betreffen de ambtelijke medewerkers die werkzaam zijn in functies die binnen de nieuwe definitie van overhead vallen. Voor 2025 worden geen medewerkers voorzien die onder deze definitie vallen. In de geconsolideerde cijfers is ook een post overhead opgenomen. Aangezien MidZuid B.V. niet hoeft te voldoen aan de verslaggevings-eisen van het BBV, wordt het begrip overhead in de geconsolideerde cijfers ruimer geïnterpreteerd. Deze overhead bestaat uit de algemene bedrijfskosten en de kosten van indirect personeel. Deze posten worden begroot op basis van een realistische inschatting van de

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 47 van 48

ontwikkelingen op gebied van volume, loon en prijs. De kosten van overhead worden geheel verrekend met de PMC’s. -

In deze herziene begroting is opgenomen dat een bedrag ter grootte van de begeleidingsvergoedingen door mag worden gestort aan MidZuid B.V. Dit resulteert in een positief resultaat bij MidZuid B.V., zodat deze geen structureel verlies meer lijdt. Voor MidZuid als geheel heeft deze aanpassing geen budgettaire gevolgen, maar het is voor de rechtmatigheidsverantwoording wel van belang.

-

Voor het bepalen van de hoogte van de post onvoorzien is uitgegaan van 2% van de loonkosten van het reguliere personeel van WAVA en MidZuid B.V. (afgerond naar beneden). De verwachting is namelijk dat de grootste kans op onvoorziene uitgaven in de personele sfeer ligt (vervanging bij langdurige ziekte e.d.)

-

Oorspronkelijk was de afspraak dat de gemeentelijke bijdrage beperkt blijft tot het subsidieresultaat en de vaste lasten. Doelstelling is dat de bedrijfsvoering over alle werksoorten samen neutraal verloopt. In de vergadering van het bestuur van 24 november 2016 is de afspraak gemaakt dat de begroting (en meerjarenbegroting) sluitend moet zijn. Dit heeft effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen: de vaste lasten zijn geheel opgenomen in de gemeentelijke bijdrage; in de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo worden, naast het subsidieresultaat SW, ook de saldi van de doelgroepen nieuw beschut en participatiebanen, het operationeel resultaat en de post onvoorzien betrokken.

-

Vennootschapsbelasting. In de herziene begroting is geen rekening gehouden met eventuele lasten in het kader van de vennootschapsbelasting. Begin 2016 heeft de belastingdienst bericht dat, gelet op de activiteiten van WAVA en de wijze waarop eventuele resultaten worden verrekend, er geen sprake is van winstoogmerk en dat daarom ook geen sprake is van vennootschapsbelastingplicht.

-

Deze eerste begrotingswijziging 2025 is een begrotingswijziging en hoeft daarmee niet, zoals voor de begroting geldt, op alle punten te voldoen aan het BBV. Om die reden is een aantal kengetallen, een geprognosticeerde balans en de begroting naar taakvelden niet opgenomen in deze herziene begroting.

Eerste herziene begroting MidZuid 2025 na DB 12 december 2024

Pagina 48 van 48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15099602/1