CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Grote Waardweg bij RV VVGB vestiging tijdelijke Aldi

Raadsvergadering 24 oktober 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: VVGB Vestiging tijdelijke Aldi - Grote Waardweg ong. te Werkendam14.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

omgevingsvergunning

RO Tijdelijke Aldi hoek Grote Waardweg - Dijkgraaf Den Dekkerweg Werkendam Altena

DATUM IMRO IDN

28-08-2023 NL.IMRO.1959.BuiOV160GroWrdweg-ON01

PROJECT PROJECTLEIDER

Tijdelijke Aldi hoek Grote Waardweg / Dijkgraaf Den Dekkerweg Werkendam ing. R.B.P. Verkooijen

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Aldi Vastgoed B.V. 20221382

AUTEUR STATUS

ing. H.A.Q. Maas concept

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding en doel

6

1.2

Ligging projectgebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

9

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Toekomstige situatie

12

Beleidskader

14

3.1

Inleiding

14

3.2

Rijksbeleid

14

3.3

Provinciaal beleid

15

3.4

Regionaal beleid

18

3.5

Gemeentelijk beleid

21

3.6

Conclusie

25

Milieu aspecten

26

4.1

Inleiding

26

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

26

4.3

Verkeer en parkeren

27

4.4

Bedrijven en milieuzonering

31

4.5

Externe veiligheid

31

4.6

Kabels en leidingen

33

4.7

Archeologie

34

4.8

Cultuurhistorie

35

4.9

Geluid (wegverkeerslawaai)

36

4.10

Bodem

37

4.11

Ecologie

38

4.12

Luchtkwaliteit

44

4.13

Water

46

Uitvoerbaarheid

50

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

3/50

4/50

5.1

Financiële aspecten

50

5.2

Maatschappelijke aspecten en procedure

50

Ruimtelijke onderbouwing

5/50

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Aldi heeft momenteel een vestiging aan de Floreffestraat 26 in Werkendam (figuur 1.1). De huidige supermarkt voldoet qua oppervlakte niet meer aan de hedendaagse maatstaven en ligt midden in een woonwijk waar de uitbreidingsmogelijkheden beperkt zijn. Aldi is om deze reden binnen Werkendam daarom op zoek naar een nieuwe locatie voor een supermarkt. Aldi heeft daarvoor de locatie van de huidige ijsbaan aan de Lange Wiep 2 in Werkendam op het oog. Dit perceel is in eigendom van de gemeente Altena. Er is echter nog onduidelijkheid over de mogelijkheden voor ontwikkeling op dit perceel, aangezien er momenteel onderzoek wordt gedaan naar de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg die Werkendam met de A27 zal gaan verbinden. Nog onduidelijk is of deze nieuwe ontsluitingsweg dit perceel doorkruist en zo ja, op welke wijze.

Figuur 1.1 Huidige Aldi-supermarkt aan Floreffestraat 26 te Werkendam In afwachting van mogelijke definitieve vestiging aan de Lange Wiep 2 is Aldi voornemens om een tijdelijke winkel op basis van een omgevingsvergunning voor een periode van maximaal 10 jaar te realiseren. Op de hoek van de Grote Waardweg en de Dijkgraaf Den Dekkerweg, in het buitengebied van Werkendam, ligt een agrarisch perceel dat hiervoor geschikt is (figuur 1.2) en qua oppervlakte kan voldoen aan hedendaagse maatstaven.

6/50

Figuur 1.2 Verplaatsing huidige Aldi-supermarkt naar tijdelijke locatie op de hoek van de Grote Waardweg en de Dijkgraaf Den Dekkerweg Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied', waarbij de gronden bestemd zijn als 'Agrarisch'. De beoogde ontwikkeling is in strijd met het geldend bestemmingsplan. De gemeente Altena heeft aangegeven medewerking voor de tijdelijke ontwikkeling te willen verlenen via een uitgebreide omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo). Ten behoeve van deze omgevingsvergunning is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied ligt ten zuiden van de kern Werkendam, gemeente Altena. Het projectgebied betreft een gedeelte (5.690 m2) van het kadastrale perceel WKD00-R-1535. De ligging en begrenzing is weergegeven in de figuren 1.3 en 1.4.

7/50

Figuur 1.3 Ligging projectgebied ten zuiden van de kern Werkendam (Bron: Google Maps)

Figuur 1.4 Begrenzing projectgebied (Bron: PDOK)

8/50

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied' (vastgesteld op 16 november 2016), waarbij de gronden bestemd zijn als 'Agrarisch'. Tevens gelden de gebiedsaanduidingen 'overige zone - waarde cultuurhistorie - erfgoed NHW' en 'overige zone - zeekleilandschap - eerste aanwaspolders'. Een uitsnede van de geldend bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.5.

Figuur 1.5 Uitsnede geldend bestemmingsplan met aanduiding projectgebied (Bron: Ruimtelijkeplannen) De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het agrarisch grondgebruik; b. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij of een paardenfokkerij; c. de instandhouding, herstel en ontwikkeling van de in lid 32.2 van het geldend bestemmingsplan genoemde landschapstypen en hun kernkwaliteiten (specifiek de aanwezige aanduiding 'overige zone zeekleilandschap - eerste aanwaspolders); d. watergangen, waterhuishoudkundige voorzieningen, oevers en taluds; e. extensief recreatief medegebruik met bijbehorende voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden; Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waarde cultuurhistorie - erfgoed NHW', zijn de gronden mede bestemd voor de instandhouding, herstel en ontwikkeling van het erfgoed van uitzonderlijke universele waarde de Nieuwe Hollandse Waterlinie, met de volgende kernkwaliteiten: de samenhang van forten, dijken, kaden, en inundatiekommen, het groene en overwegend rustige karakter en de openheid.

Wat betreft landschap geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zeekleilandschap-eerste aanwaspolders' de gronden mede bestemd zijn voor de instandhouding, herstel en ontwikkeling van het zeekleilandschap, subtype eerste aanwaspolders, met de volgende kernkwaliteiten: openheid, grootschalig

9/50

karakter, doorschemerend (micro)reliëf, kades en dijken en bijbehorende taluds; Binnen het geldend bestemmingsplan is de realisatie van een tijdelijke Aldi-supermarkt niet toegestaan. Ten behoeve van de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld en zijn de benodigde onderzoeken uitgevoerd. Hierbij is nadrukkelijk aandacht besteed aan de geldende gebiedsaanduidingen voor dit projectgebied.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in en rond het projectgebied en geeft inzicht in de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidskaders van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Altena. Hoofdstuk 4 omvat de toets aan de sectorale milieuen omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de uitvoerbaarheid van het initiatief en de procedure.

10/50

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het projectgebied ligt direct ten zuiden van de bebouwde kom van Werkendam. Het projectgebied wordt in het noorden begrensd door de Dijkgraaf Den Dekkerweg, in het oosten door de Grote Waardweg en in het zuiden door het erf aan de Grote Waardweg 1. De oppervlakte van het projectgebied bedraagt circa 5.690 m2 en kent voornamelijk een agrarische functie. Een aantal afbeeldingen van de huidige situatie van het plangebied zijn weergegeven in de figuren 2.1 t/m 2.3.

Figuur 2.1 Projectgebied gezien vanaf rotonde hoek Grote Waardweg - Dijkgraaf Den Dekkerweg (Bron: Google streetview)

Figuur 2.2 Projectgebied gezien vanaf Dijkgraaf Den Dekkerweg (Bron: Google streetview)

11/50

Figuur 2.3 Projectgebied gezien vanaf Grote Waardweg (Bron: Google streetview)

2.2

Toekomstige situatie

De tijdelijke Aldi aan de Grote Waardweg in Werkendam zal een omvang hebben van circa 1.397 m2 bvo. Op eigen terrein worden 89 parkeerplaatsen en een speciale laad-losstrook gerealiseerd. De situatietekening is weergegeven in figuur 2.4 en toegevoegd als bijlage 1.

Figuur 2.4 Situatietekening toekomstige situatie (Bron: Den Hollander)

12/50

De ontwikkeling heeft een tijdelijk karakter en het perceel wordt na beëindiging volledig in originele staat teruggebracht. Op de locatie die achtergelaten wordt, de Floreffestraat 26, worden woningen gerealiseerd. Gelijktijdig met onderhavig plan wordt een plan voorbereid voor de bouw van enkele grondgebonden woningen op die locatie. Het beoogde perceel ligt binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze waterlinie is recentelijk aangewezen als UNESCO Werelderfgoed. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een belangrijk onderdeel van de cultuurhistorische geschiedenis van de gemeente Altena. De gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding, herstel en ontwikkeling van het erfgoed, met de volgende kernkwaliteiten: de samenhang van forten, dijken, kaden, en inundatiekommen, het groene en overwegend rustige karakter en de openheid. De beoogde ontwikkeling kan ten aanzien van verschillende aspecten een kwalitatieve meerwaarde vormen. Dat blijkt uit een aantal punten: Ruimtelijke inpassing: Het beoogde perceel is groot genoeg om een Aldi met een moderne omvang te realiseren. Vanwege de ligging van de tijdelijke Aldi op een locatie die is aangemerkt als UNESCO werelderfgoed en die in het buitengebied ligt, is de ruimtelijke inpassing extra belangrijk. Vanwege de tijdelijke aard van de ontwikkeling is de impact op het erfgoed vrijwel nihil.

Het perceel wordt na gebruik ook weer teruggebracht in oorspronkelijke staat. Omvang van het pand: Met de beoogde ontwikkeling kan een supermarkt van een moderne omvang worden gerealiseerd, aansluitend op de formule-uitgangspunten van Aldi, die op die manier economisch-duurzaam kan functioneren op de locatie. Op deze manier kan Aldi ook een optimaal assortiment bieden aan haar klanten. De omvang van de huidige ALDI aan de Floreffestraat is hiertoe te beperkt. Verkeer: Vanuit verkeer is de nieuwe locatie geschikt bevonden. De aanliggende weg kan de toename van het verkeer aan. De Grote Waardweg is een gebiedsontsluitingsweg buitende bebouwde kom. De rotonde is een veilige oplossing om het verkeer veilig af te wikkelen. Voor fietsverkeer wordt gekeken naar een goede en veilige aansluiting naar de tijdelijke Aldi. Hier wordt in paragraaf 4.3 en in het verkeerskundig onderzoek zoals opgenomen als bijlage 4 nader op in gegaan. Parkeren: Gezien de omvang van het terrein is voldoende ruimte om de benodigde parkeerplaatsen te realiseren. Hier wordt nader op in gegaan in paragraaf 4.3 van voorliggend document. Duurzaamheid: Aldi heeft met haar nieuwe formule-uitgangspunten meer aandacht voor een zo duurzaam mogelijke exploitatie van de winkel. De nieuwe winkels worden zo klimaatneutraal mogelijk ontwikkeld. De nieuwe winkels worden uitgerust met CO2 warmte-terugwininstallatie.

De winkel wordt verwarmd met restwarmte uit het koelproces en er is geen bijverwarming op gas. Hierdoor is de milieubelasting zeer beperkt. Tevens wordt de inrichting van winkel, het magazijn en de laad- en losvoorziening zodanig gemaakt dat de bevoorrading efficiënter wordt, waardoor minder vrachtwagenbewegingen nodig zijn wat milieuvriendelijker is.

13/50

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal en regionaal beleid is opgenomen in de paragrafen 3.3 en 3.4. Tot slot wordt in paragraaf 3.5 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Beleidskader 3.2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Het ruimtelijk afwegingskader voor het al dan niet toevoegen van stedelijke functies is de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening). Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling aangetoond worden. De behoefte wordt bepaald binnen het ruimtelijke verzorgingsgebied van de detailhandelsontwikkeling. De voorkeursvolgorde van de ladder is dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen 'bestaand stedelijk gebied' worden gesitueerd. De eerste vraag is of de beoogde ontwikkeling aangemerkt wordt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een planologische uitbreiding van meer dan 500 m2 bvo detailhandel wordt dit aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RVS:2017:1724). 3.2.2 Toetsing De tijdelijke Aldi aan de Grote Waardweg zal een omvang hebben van circa 1.397 m2 bvo.

Vanwege de omvang en de ligging buiten bestaand stedelijk gebied wordt de ontwikkeling aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' en moet de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt hierbij de actuele behoefte aan de ontwikkeling in beeld gebracht. De voor dit initiatief opgestelde ladderonderbouwing is opgenomen als bijlage 2. Hierin komen de volgende onderwerpen aan bod: een analyse van de kwantitatieve behoefte in de vorm van een distributieplanologisch onderzoek; een analyse van de kwalitatieve behoefte in het verzorgingsgebied; locatieafweging en toetsing aan het relevante detailhandelsbeleid. De conclusies uit de onderbouwing worden hierna weergegeven: Groeiende uitbreidingsruimte door bevolkingstoename Op basis van het uitgevoerde distributieplanologisch onderzoek (dpo) in de dagelijkse goederensector in

14/50

Werkendam blijkt dat er op dit moment weinig marktruimte is voor het realiseren van meer supermarktmeters. Echter, met de verwachte bevolkingstoename in Werkendam tot 2030 neemt de uitbreidingsruimte toe. De uitbreiding van Aldi zal niet leiden tot negatieve effecten in de vorm van leegstand of negatieve effecten op het functioneren van overige winkels. De ontwikkeling heeft kwalitatieve meerwaarde Op de huidige locatie aan de Floreffestraat kan Aldi niet concurrerend functioneren. Door het ontwikkelen van een Aldi met een moderne omvang ontstaat een supermarkt in Werkendam die op een economisch-duurzame manier kan functioneren. In afwachting van meer duidelijkheid over de mogelijkheid van definitieve vestiging van Aldi aan de Lange Wiep 2 in Werkendam, kan de tijdelijke locatie aan de Grote Waardweg een uitkomst bieden. De locatie is goed bereikbaar en een tijdelijke supermarkt op deze locatie veroorzaakt weinig overlast voor de omgeving. Het is belangrijk een toekomstbestendige discountsupermarkt in Werkendam te houden als aanvulling op het bestaande full-service supermarktaanbod. Vanwege de ligging van de tijdelijke Aldi op een locatie die is aangemerkt als UNESCO werelderfgoed is de ruimtelijke inpassing belangrijk. Het perceel wordt daarom na gebruik teruggebracht in oorspronkelijke staat.

De ontwikkeling is passend bij de regionale verzorgingsfunctie van Werkendam Er bestaat een duidelijk beeld over de gewenste detailhandelsstructuur in de gemeente en regio. De ontwikkeling van Aldi past binnen de bovenlokale verzorgingsfunctie die Werkendam heeft in de regio. Een kwalitatieve verbetering van de structuur in de dagelijkse goederensector wordt nagestreefd in regionaal beleid en daarom moeten bestaande supermarkten de ruimte krijgen om te groeien, zoals nu bij Aldi aan de orde is. In afwachting van vestiging op de Lange Wiep 2 wordt gekozen voor een tijdelijke vestiging van Aldi in het buitengebied bij Werkendam, wat in strijd is met vigerend beleid. De keuze voor een locatie in het buitengebied in Werkendam wordt onderbouwd door middel van een locatieafweging met leegstandsanalyse. Er blijkt geen andere locatie in Werkendam te zijn waar Aldi zich tijdelijk kan vestigen, ofwel omdat bestaande locaties te klein zijn, ofwel omdat de ruimtelijke inpassing op bestaande locaties lastig is. Vanwege de tijdelijke aard kan de ontwikkeling aan de Grote Waardweg in het buitengebied acceptabel zijn. 3.2.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het Rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Beleidskader 3.3.1.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zin vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie.

15/50

Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. 3.3.1.2 Provinciale Omgevingsverordening Noord-Brabant (interim, inwerkingtreding gelijktijdig met de Omgevingswet) Met het oog op de aantrekkelijkheid van Brabant is een vitale en toekomstbestendige detailhandelsstructuur van groot belang. Een detailhandelsstructuur waarin plaats is voor innovaties en die ruimte biedt aan 'crossovers' (verbindingen) met diverse andere economische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. De detailhandelsmarkt is daarbij onderhevig aan structurele veranderingen. Door een toenemende mobiliteit van de consument, een ruimer blikveld van de ondernemer, demografische ontwikkelingen en een toename van internetshoppen is er minder behoefte aan fysieke winkelruimte. Dit betekent dat ondernemers, ontwikkelaars, gemeenten en beleggers zorgvuldig moeten omgaan met het bijbouwen van nieuwe winkels. Iedere nieuwe detailhandelsontwikkeling heeft ook gevolgen voor de bestaande situatie, niet alleen in de betreffende gemeente maar ook in omliggende gemeenten.

Vanwege de schaalvergroting is detailhandel niet meer uitsluitend een lokale, maar een bovenlokale of regionale aangelegenheid. De voornaamste taak van de provincie is om (ruimtelijke) ontwikkelingen van detailhandelslocaties regionaal en bovenregionaal af te stemmen. De aanpak van de detailhandel is op eenzelfde wijze vormgegeven, zoals dat voor bedrijventerreinen, kantoren en woningbouw het geval is. In het regionaal overleg wil de provincie met gemeenten afspraken maken over welke detailhandelslocaties regionaal en bovenregionaal worden afgestemd. Voor detailhandelsontwikkelingen is ook een expertteam detailhandel ingesteld dat adviseert aan gemeenten en provincie. 3.3.1.3 Noord-Brabant: Detailhandel en Centrumontwikkeling (richtinggevende principes, 2019) Centrumgebieden zijn belangrijk voor de leefbaarheid van een dorp of stad. Niet alleen detailhandel is daarbij belangrijk. Ook horeca, de dienstensector en woningen dragen daar aan bij. Winkelen wordt steeds meer een combinatie van kopen, ontmoeten, beleven en ontspannen. Er zijn echter ontwikkelingen die centrumgebieden onder druk zetten, zoals de opkomst van het internetwinkelen en de gevolgen van de coronacrisis. Hierdoor ontstaat leegstand in de centrumgebieden. Dit is een grote uitdaging, maar het biedt ook kansen voor verandering.

Daarom hebben Brabantse regio's en gemeenten afspraken gemaakt over het detailhandelsbeleid. Bijvoorbeeld over: Compacte winkelgebieden en terugdringen van winkelleegstand; Een sterke structuur voor perifere detailhandel; Winkelruimte. In totaal geen vierkante meter winkelruimte erbij; De regionale afstemming van gemeentelijke winkelplannen. Op dit moment wordt gewerkt aan een vernieuwing van de regionale afspraken. Met het oog op de herijking van de detailhandelsvisies in de regio's heeft de provincie 11 richtinggevende principes geformuleerd. Deze

16/50

principes geven aan waarop de komende jaren de accenten liggen als het gaat om detailhandel en centrumontwikkelingen in Brabant. Ze dienen als leidraad voor de regionale afspraken in de (sub)regio's: 1. Nieuwe (perifere) detailhandelsontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van de (beoogde/gewenste) detailhandelsstructuur. 2. Voeg per saldo géén winkelmeters toe en streef naar vermindering van het totaal aantal winkelmeters. 3. Concentreer detailhandel en voorkom verspreide bewinkeling. 4. Benoem perspectiefrijke en perspectiefarme winkelgebieden. 5. Investeer in en creëer sociale meerwaarde in perspectiefrijke gebieden en biedt alternatieven voor perspectiefarme gebieden (andere functies dan detailhandel). 6. Nieuwe detailhandelsontwikkelingen alleen in of aansluitend aan perspectiefrijke winkelgebieden. 7. Bied ruimte aan innovatieve concepten en nieuwe detailhandelsontwikkelingen die bijdragen aan het versterken van de (beoogde/gewenste) detailhandelsstructuur en/of centrum. 8. Speel in op ruimtelijke effecten van internetwinkelen: bestem showrooms of afhaal punten van internetwinkels zo veel mogelijk in of aansluitend aan winkelgebieden (geen showroom buiten bestaande winkelgebieden). 9. Verwijder onbenutte en vrijkomende detailhandelsbestemmingen op ongewenste locaties uit bestemmingsplannen. 10.

Betrek markpartijen, kennisinstellingen, inwoners bij de opstelling van centrumvisies, (regionale) detailhandelsvisies, -afspraken en de vormgeving van nieuwe detailhandelsontwikkelingen. 11. Beoordeel ontwikkelingen op hun impact op omliggende gemeenten en stem daarmee af. Aanpak van centrumgebieden Vooral in de middelgrote gemeenten staan veel panden leeg door veranderd winkelgedrag, versterkt door de coronacrisis. De provincie ondersteunt gemeenten om samen de centrumgebieden weer dynamisch en toekomstbestendig te maken. Bijvoorbeeld door centrumgebieden (deels) te transformeren. Winkelpanden worden hierbij omgezet naar een andere bestemming, zoals woningen of maatschappelijke en culturele functies. Het centrum moet een populaire ontmoetingsplek blijven, bijvoorbeeld door de herinrichting van de openbare ruimte en meer groen. Daarbij is ook aandacht voor andere opgaven, zoals klimaatadaptatie, de energietransitie en duurzaamheid. Kennisdeling Voor de dynamiek en aantrekkelijkheid van de centra zijn winkels belangrijk. Diverse initiatieven kunnen gemeenten, winkeliers en vastgoedeigenaren daarbij ondersteunen, zoals werkexcursies aan centrumgebieden. Daarbij staat het delen van kennis centraal, maar ook het vergroten van de bewustwording van de problematiek en versterken de samenwerking in de regio.

De Provinciale Adviescommissie Retail en Transformatie is een andere manier waarmee de provincie gemeenten ondersteunt bij toekomstgerichte en vitale centrumgebieden. Brabantse (sub)regio's, gemeenten en de provincie kunnen deze onafhankelijke commissie inschakelen voor advies in alle stadia van een ontwikkeling in het centrum: van visie tot planontwikkeling.

17/50

3.3.2 Toetsing De huidige Aldi in Werkendam bevindt zich niet in het centrum van Werkendam. Het Provinciale beleid ten aanzien van centrumontwikkeling is daarom niet van toepassing op de verplaatsing van Aldi. Wel relevant is het beleid dat nieuwe (perifere) detailhandelsontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van de (beoogde/gewenste) detailhandelsstructuur, en in of aansluitend aan perspectiefrijke winkelgebieden moet worden gevestigd met oog voor omgevingskwaliteit. Voorliggende ontwikkeling vindt niet plaats binnen of aansluitend aan een bestaand winkelgebied. Het betreft echter een tijdelijke winkel. Wanneer een definitieve locatie is gevonden in Werkendam wordt deze locatie weer verlaten. Door de Aldi tijdelijk te verplaatsen naar de locatie aan de Grote Waardweg en opvolgend naar de definitieve locatie ontstaat een supermarkt met een moderne omvang die een compleet assortiment kan aanbieden aan de consument. Op deze manier ontstaat op termijn een duurzame en toekomstbestendige supermarkt, die in de volledige detailhandelsstructuur van de gemeente Altena een belangrijke bovenlokale verzorgende rol speelt als enige (hard)discountsupermarkt in Werkendam en omgeving. De ontwikkeling heeft een tijdelijk karakter en het perceel wordt na beëindiging volledig in originele staat teruggebracht.

Op deze manier wordt rekening gehouden met de erfgoedwaarde en overige landelijke kwaliteiten van het gebied. 3.3.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het provinciaal beleid.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Beleidskader 3.4.1.1 Detailhandelsvisie West-Brabant 2014-2020 De bestaande regionale detailhandelsvisie voor West-Brabant is opgesteld in 2014 en geldt in principe tot en met 2020. Het regionaal detailhandelsbeleid is daarmee verouderd, maar nog wel geldend en leidend. Er is nog geen nieuwe regionale detailhandelsvisie in West-Brabant opgesteld. Hieronder worden kort de belangrijkste punten uit de detailhandelsvisie samengevat. De centrale doelstelling van het regionaal beleid luidt als volgt: Het bijdragen aan het tot stand brengen van een evenwichtig en duurzaam detailhandelsapparaat in West-Brabant, waarbij rekening gehouden wordt met de aanwezige marktverhoudingen en ontwikkelingen, en gestreefd wordt naar een maatschappelijk verantwoorde, samenhangende en op elk niveau van de voorzieningenhiërarchie gezonde winkelstructuur.

Om dit te bereiken wordt ingezet op: Een versterking van de bovenregionale aantrekkingskracht van de detailhandel in West-Brabant (in combinatie met andere toeristisch-recreatieve voorzieningen); Een kwaliteitsverbetering van het aanbod; Behoud of versterking van die detailhandelsvoorzieningen die belangrijk zijn voor de consumentenverzorging in kleine(re) kernen waar het consumentendraagvlak ook voldoende perspectief geeft voor de langere termijn; Een krachtige ontwikkeling van de hoofdwinkelcentra (in onderlinge samenhang); Een sterke structuur van perifere detailhandel, complementair aan de reguliere winkelcentra; Een accent op vernieuwing en herstructurering in plaats van uitbreiding van het aanbod;

18/50

Formele en informele sturing vooral op ruimtelijk-functionele kwaliteit: streven naar diversiteit en complementariteit; Het beperken van de negatieve effecten van leegstand; Verbetering van de samenwerking tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en de gemeente. Bovengenoemde doelen zijn vertaald naar enkele beleidslijnen: De dynamiek in de detailhandel dient in goede banen geleid te worden. Hierbij zijn kwalitatieve overwegingen minstens zo belangrijk als kwantitatieve. Voorkomen moet worden dat de aanbieders niet meer kunnen inspelen op de veranderende vragen vanuit de markt vanwege het enkele feit dat er theoretisch geen uitbreidingsruimte voor de detailhandel te berekenen is; Vernieuwing en schaalvergroting moet op de juiste plek in de detailhandelsstructuur plaats vinden: Streven naar complementariteit tussen winkelgebieden en daarmee het bevorderen van het onderscheidend vermogen (niet meer van hetzelfde); Bevorderen van ruimtelijke concentratie van detailhandelsvoorzieningen. In dit verband is ervoor gekozen om vooral in te zetten op het versterken van de bestaande hoofdstructuur van reguliere en perifere winkelgebieden. Daar waar sprake is van voldoende consumentendraagvlak en perspectief voor de langere termijn, inzetten op het behoud van dagelijkse voorzieningen in de kleinste kernen. De leegstandsontwikkeling zo veel mogelijk in goede banen leiden.

Het gaat hierbij enerzijds om het voorkomen van nieuwe leegstand door het zorgvuldig omgaan met nieuwe winkelontwikkelingen en anderzijds om het aandragen van mogelijke maatregelen ter voorkoming van negatieve effecten van structurele leegstand op de omgevingskwaliteit. Aandacht geven aan de mogelijkheden voor fasering en/of herstructurering bij de beoordeling van detailhandelsinitiatieven. Het versterken van de toeristisch-recreatieve detailhandelsstructuur, bijvoorbeeld door regionale afstemming op het punt van evenementen. Ten aanzien van winkelgebieden geldt het volgende beleid: Het beleid richt zich op het behoud en het versterken van de hoofdstructuur van reguliere en perifere winkelgebieden. De hoofdstructuur bestaat uit de grootste, bovenlokaalverzorgende winkelgebieden én de aangegeven lokaalverzorgende reguliere winkelgebieden. Werkendam wordt in de regionale detailhandelsstructuur weergegeven als een lokaal verzorgend centrum. De ontwikkeling van de aangegeven winkelgebieden dient te passen bij de verzorgingsfunctie en de positionering in de regionale structuur. De realisatie van nieuwe perifere detailhandelsclusters met een bovengemeentelijke uitstraling en bijbehorende maatvoering past in principe niet binnen het regionaal beleid. Voor de verschillende soorten perifere detailhandelsgebieden en -ontwikkelingen gelden toegesneden branchebeperkingen en maatvoeringen.

Voor alle niet-vigerende plannen of nieuwe initiatieven die zich aandienen, zal duidelijk gemotiveerd moeten worden of dit plan van toegevoegde waarde is en geen onaanvaardbare effecten heeft op de bestaande voorraad (winkelleegstand) in West-Brabant. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking vormt hiervoor het belangrijkste toetsingskader.

19/50

Het overgrote deel van de maatregelen en acties die nodig zijn om de aangegeven doelen met betrekking tot de detailhandelsontwikkelingen in de regio te bereiken, valt onder de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten. De regio kan hierbij ondersteunen door informatie te verstrekken en het delen van kennis te bevorderen. Hiervoor is het Regionaal Expert Team Detailhandel (RETD) in het leven geroepen. Dit team heeft in dit verband een adviserende rol richting het bestuur van de Regio als het gaat om de regionale toetsing en afstemming van nieuwe detailhandelsinitiatieven. Regionale toetsing is pas nodig als: het bestemmingsplan een initiatief niet toestaat, en de omvang van de uitbreiding meer dan 2.500 m2 bvo betreft, of ontwikkelingen niet stroken met het door de regio vastgestelde beleid. Als dit het geval is wordt het onderstaande schema doorlopen (figuur 3.1).

Figuur 3.1 Toetsingskader detailhandelsinitiatieven Regio West Brabant 3.4.2 Toetsing Het regionale detailhandelsbeleid geeft aan dat kwalitatieve overwegingen minstens zo belangrijk zijn als kwantitatieve overwegingen bij het ontwikkelen van detailhandel. Het beleid is gericht op concentratie van detailhandel in de bestaande winkelgebieden. De beoogde tijdelijke Aldi ligt niet binnen het bestaand winkelgebied. Dat betekent dat volgens het toetsingskader (figuur 3.1) aangetoond moet worden dat het initiatief niet binnen of aangrenzend aan een bestaand winkelgebied kan plaatsvinden en geen blijvende negatieve effecten heeft op de detailhandelsstructuur. De ontwikkeling van de aangegeven winkelgebieden dient te passen bij de verzorgingsfunctie en de positionering in de regionale structuur. Aldi heeft een belangrijke verzorgingsfunctie voor Werkendam en omgeving, aangezien het de enige (hard)discountsupermarkt is in het gebied. Instandhouding en versterking van deze supermarkt is belangrijk om een compleet en complementair supermarktaanbod in Werkendam in stand te

20/50

houden. Door het grotere formaat van de Aldi kan een toekomstbestendig concept worden aangeboden aan de consument. Hierdoor is sprake van optimalisering van de verzorgingsfunctie en versterking van de bestaande winkelstructuur. Aldi heeft een bovenlokale functie en is complementair aan het andere full-service supermarktaanbod in Werkendam en omgeving. De effecten op het overige, full-service supermarktaanbod in Werkendam zullen niet structuurverstorend zijn, Aldi past juist bij de bovenlokale verzorgingsfunctie die Werkendam heeft. 3.4.3 Conclusie Het beoogde initiatief past binnen het regionaal beleid.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Beleidskader 3.5.1.1 Detailhandelsvisie Land van Heusden en Altena (geldend van 2015 t/m 2020) De bestaande detailhandelsvisie voor de voormalige gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem is opgesteld in 2014 en geldt in principe tot en met 2020. Het detailhandelsbeleid is daarmee verouderd. Er is nog geen nieuwe detailhandelsvisie opgesteld. Hieronder worden kort de belangrijkste punten uit de detailhandelsvisie samengevat. In de huidige detailhandelsstructuur wordt de woonplaats Werkendam aangemerkt als een bovenlokaal verzorgend centrum. Consumenten komen naar Werkendam voor het doen van boodschappen, maar ook voor recreatief winkelen in het centrum van Werkendam. Het doel van de detailhandelsvisie is het bieden van een zo goed mogelijke consumentenverzorging voor de inwoners van het Land van Heusden en Altena en een sterk ondernemersklimaat voor ondernemers waarbij een rendabele exploitatie van de winkels mogelijk is met perspectief voor de langere termijn. Dat vertaalt zich in de volgende ambities: Het streven naar zoveel mogelijk behoud van de fijnmazige voorzieningenstructuur. Streven naar een duurzame voorzieningenstructuur, bestaande uit, ook op de langere termijn levensvatbare, elkaar aanvullende detailhandelsgebieden.

Het bieden van een goed ondernemersklimaat door het faciliteren van ondernemersinitiatieven die inspelen op de dynamiek in de detailhandelssector. De belangrijkste hoofddoelstelling waar de gemeenten in het Land van Heusden en Altena naar moeten streven is het vasthouden aan en het verder versterken van de bestaande detailhandelsstructuur. Als het gaat om het dagelijks winkelaanbod, dan is het belangrijk dat er genoeg aanbod wordt behouden in kleinere kernen. Volgens de bestaande visie is er nauwelijks distributieve uitbreidingsruimte voor dagelijkse artikelen of supermarkten in het gebied. Alleen een kwalitatieve verbetering kan de structuur versterken. Bestaande supermarkten moeten daarom ruimte krijgen om te groeien. Het aantal supermarkten moet echter niet verder worden uitgebreid met nieuwe vestigingen omdat hiermee (door koopkrachttoevloeiing) een risico ontstaat dat supermarkten in omliggende kernen verdwijnen. Omdat supermarkten de dragers zijn van de

21/50

boodschappenstructuur zou hiermee het voortbestaan van winkelvoorzieningen in de kleinere kernen verder onder druk komen te staan. De belangrijkste uitgangspunten die worden gehanteerd om de beschreven doelstellingen te behalen zijn: Ruimtelijke concentratie van nieuwe ontwikkelingen in winkelconcentratiegebieden. Nieuwe ontwikkelingen buiten de winkelgebieden moeten niet worden toegestaan als dit negatieve gevolgen kan hebben voor de bestaande detailhandelsstructuur. Nieuwe initiatieven voor solitaire winkels moeten alleen worden toegestaan als het een functie heeft. Om de concurrentiepositie te behouden en waar mogelijk te verstevigen zal schaalvergroting moeten worden gefaciliteerd. Een zorgvuldige afweging met betrekking tot de inpassing in de totale detailhandelsstructuur is gewenst. Het aanbod aan horeca en publieksgerichte voorzieningen is relatief beperkt. Het draagt echter wel bij aan de aantrekkelijkheid van een winkelgebied en de toeristisch recreatieve functie. Goede concepten moeten op een passende locatie worden gefaciliteerd. Het voorkomen van leegstand heeft voorkeur. De instandhouding van winkelvoorzieningen in kleine dorpen is belangrijk en draagt bij aan de leefbaarheid. Het aanbod van supermarkten wordt niet verder uitgebreid met nieuwe vestigingen.

Om aantrekkelijk te blijven voor de eigen inwoners, moeten bestaande supermarkten zich zowel kwalitatief als kwantitatief kunnen blijven versterken in de toekomst. Er zit echter een spanningsveld tussen schaalvergroting van de grotere supermarkten en het bestaansrecht van de hele kleine supermarkten. De beleidslijn is, dat kleine supermarkten (<1.000 m2 bvo) per 5 jaar met 40% mogen uitbreiden en grote supermarkten (>1.000 m2 bvo) met 30% per 5 jaar. Bij verplaatsing van een supermarkt moet de nieuwe locatie in nabijheid van een winkelcluster of centrum worden gevonden. Hiermee wordt bijgedragen aan een versterking van de bestaande structuur. Afstemming van detailhandelsinitiatieven op het niveau van het Land van Heusden en Altena vindt plaats als een initiatief mogelijk negatieve effecten heeft op de regionale detailhandelsstructuur. Het gaat hierbij niet om negatieve effecten op individuele winkels (tenzij deze individuele winkel structuurbepalend is voor een kern of winkelgebied). Dit betekent dat een initiatief regionaal wordt afgestemd als een bestemmingsplan het niet toestaat en als de grenswaarden van het project (nieuwe vestiging of uitbreiding) worden overschreden. Bij de ontwikkeling van een supermarkt buiten aangewezen centrumgebieden is altijd afstemming nodig.

Aan een initiatief kan worden meegewerkt als: Aangetoond wordt dat het een meerwaarde heeft voor de lokale en/of regionale detailhandelsstructuur (bijvoorbeeld als keuzemogelijkheden voor een consument toenemen omdat een bepaalde branche zwak vertegenwoordigd is of bij een nieuwe formule die zich onderscheidt door kwaliteit, specialisatie en/of gerichtheid op een of meer specifieke doelgroepen). Aangetoond wordt dat het geen (blijvende) negatieve effecten heeft op de bestaande detailhandelsstructuur (de keuzemogelijkheden voor de inwoners van een kern nemen onaanvaardbaar af door een winkelontwikkeling in een van de andere kernen). Om de effecten te kunnen beoordelen zal aan initiatiefnemers worden verzocht om een DPO (Distributie

22/50

Planologisch Onderzoek) te laten uitvoeren. De aanwezige distributieve ruimte is een belangrijk aspect bij de beoordeling van de toegevoegde waarde van een nieuwe winkelontwikkeling. Deze wordt echter ook beïnvloed door verouderd aanbod of aanbod op minder gewenste locaties. Een DPO moet dus worden aangevuld met een kwalitatieve analyse. Beide aspecten moeten gezamenlijk worden afgewogen bij het aantonen van het effect op de detailhandelsstructuur. In verband met de objectiviteit kan door de gemeenten worden verzocht om de uitkomsten van het DPO te laten toetsen door een onafhankelijke derde partij. 3.5.1.2 Omgevingsvisie Altena 2040 (ontwerp 2022) In de verschillende dorpsharten en centra van de gemeente Altena staat een brede sociale functie voorop. Het moeten plekken gericht op ontmoeting zijn. De levendigheid, veilige bereikbaarheid en het verblijfsklimaat staan voorop. De gemeente zet zich in voor het verlengen van de verblijfsduur in de centra door bijvoorbeeld meer aandacht voor de (klimaatadaptieve) inrichting van de openbare ruimte en het mogelijk maken van ondersteunende horeca. In winkelcentra laat de gemeente alle vormen van detailhandel toe, behalve volumineuze detailhandel (winkels waarbij het hoofdassortiment bestaat uit omvangrijke goederen waarvoor een grote uitstallingsruimte nodig is, zoals auto's, boten en meubels).

Zichtbaarheid van de winkel en het profiteren van 'in de loop liggen' is hier van belang. In wijken staat de rust en veiligheid voorop. In dorpen waar geen centrumvoorzieningen zijn, past kleinschalige detailhandel die afhankelijk is van een klein specifiek publiek, die functioneert zonder etalage en die geen bijzondere verkeersaantrekkende werking kent. Op bedrijventerreinen ziet de gemeente mogelijkheden voor (kleinschalige) internethandel (zonder showroomfunctie), voor volumineuze, en voor ondergeschikte detailhandel. De beoogde tijdelijke locatie voor de Aldi aan de Grote Waardweg in Werkendam wordt in de Omgevingsvisie van de gemeente Altena aangewezen als buitengebied (figuur 3.2).

23/50

Figuur 3.2 Kern Werkendam (rood), Bedrijventerreinen (paars) en buitengebied (groen) in Werkendam, inclusief aanduiding projectgebied met zwarte stip (Bron: Omgevingsvisie Gemeente Altena 2040) 3.5.2 Toetsing De ontwikkeling van Aldi past binnen de bovenlokale verzorgingsfunctie die Werkendam heeft in de regio. Een kwalitatieve verbetering van de structuur in de dagelijkse goederensector wordt nagestreefd en daarom moeten bestaande supermarkten volgens de gemeentelijke visie de ruimte krijgen om te groeien. Om de concurrentiepositie te behouden en waar mogelijk te verstevigen wordt schaalvergroting gefaciliteerd. De vestiging van de tijdelijke Aldi heeft geen gevolgen voor het bestaande full-service aanbod in het centrum van Werkendam. Aldi is complementair aan deze full-service supermarkten en heeft een bovenlokaal verzorgingsgebied. Op de tijdelijke locatie aan de Grote Waardweg kan Aldi een supermarkt ontwikkelen van moderne omvang die duurzaam en toekomstbestendig is. De supermarkt voldoet aan de vraag van de consument in de regio naar (hard)discountboodschappen. Het gaat hier om een ontwikkeling van een (tijdelijke) supermarkt buiten het aangewezen bestaand stedelijk gebied. Daarom is een ladderonderbouwing uitgevoerd en een bijbehorend DPO-onderzoek uitgevoerd, opgenomen als bijlage 2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

Vanwege de tijdelijke aard is de ontwikkeling aan de Grote Waardweg, ondanks de ligging in het buitengebied, acceptabel. 3.5.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid.

24/50

3.6

Conclusie

Met de ontwikkeling wordt een tijdelijke winkel van Aldi gerealiseerd. Op deze manier kan de (hard)discounter behouden blijven voor de inwoners van Werkendam en omgeving. Aldi heeft een belangrijke bovenlokale verzorgende rol als enige (hard)discountsupermarkt in Werkendam en omgeving. Instandhouding en versterking van deze supermarkt is belangrijk om een compleet en complementair supermarktaanbod in Werkendam in stand te houden en de detailhandelsstructuur te versterken. Op de tijdelijke locatie kan een moderne winkel met een moderne omvang gerealiseerd worden, die aansluit op de wensen van de consument. De locatie past niet in het provinciale beleid als definitieve locatie, maar zou acceptabel kunnen zijn als tijdelijke locatie. De keuze voor de tijdelijke locatie in het buitengebied van Werkendam is onderbouwd met een locatieafweging en leegstandsanalyse. Uitbreiding van de huidige locatie aan de Floreffestraat is vanwege bestaande richtlijnen ten aanzien van openbare ruimte en eigendomsstructuren niet haalbaar. In de kern Werkendam is binnen bestaand stedelijk gebied geen ruimte voor een supermarkt van dit formaat. De tijdelijke locatie aan de Grote Waardweg biedt hier een uitkomst, in afwachting van meer duidelijkheid over een mogelijke definitieve vestiging aan de Lange Wiep 2 in Werkendam.

Met het oog op benodigde regionale afstemming voor een tijdelijke vestiging buiten bestaand stedelijk gebied is in dit document zowel de kwalitatieve meerwaarde van de ontwikkeling uiteengezet als een DPO uitgevoerd.

25/50

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu aspecten

Inleiding

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.2.1 Normstelling en beleid In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.

4.2.2 Toetsing en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit het mogelijk maken van een tijdelijke ALDI in het projectgebied. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder deze drempelwaarden. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve

26/50

milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen. Voor deze ruimtelijke onderbouwing is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenoemde 'aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling', welke als bijlage 3 is opgenomen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Het college van burgemeester en wethouders zal op basis hiervan een collegebesluit nemen.

4.3

Verkeer en parkeren

4.3.1 Normstelling en beleid Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling wordt berekent op basis van de parkeernormen uit de 'Nota parkeernormen Altena, 2020'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt gebruik gemaakt van kencijfers uit CROW publicatie 381. Conform het gemeentelijke parkeernormenbeleid wordt voor de gemeente Altena een stedelijkheidsgraad aangehouden van 'niet stedelijk' en het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het gemiddelde autobezit in de gemeente Altena conform het gemeentelijk parkeerbeleid en CBS-data per kencijfer het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. 4.3.2 Toetsing 4.3.2.1 Algemeen Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een verkeerskundig onderzoek opgesteld, opgenomen als bijlage 4. Deze vormt de basis voor de onderbouwing ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren.

4.3.2.2 Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer De beoogde ontwikkeling is gelegen aan de Grote Waardweg, een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 60 km/u. Ten noorden van het plangebied komt de Grote Waardweg uit op de rotonde Borcharenweg - Dijkgraaf Den Dekkerweg - Grote Waardweg. De Borcharenweg en de Dijkgraaf Den Dekkerweg zijn ingericht als gebiedsontsluitingswegen met (gedeeltelijk) een maximumsnelheid van 80 km/u. In oostelijke richting leidt de Dijkgraaf Den Dekkerweg naar de A27, tussen Breda en Almere. In westelijke richting komt de Dijkgraaf Den Dekkerweg uit op de Bandijk, een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van grotendeels 60 km/u. In noordelijke richting leidt de Bandijk naar het centrumgebied van Werkendam, terwijl de weg in zuidwestelijke richting via een veerpond naar Dordrecht leidt. Langzaam verkeer Langs de Grote Waardweg zijn geen aparte voorzieningen aanwezig voor voetgangers. Dit komt overeen met de ontwerprichtlijnen voor gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom conform het principe Duurzaam

27/50

Veilig (CROW Handboek wegontwerp 2013). Voor fietsers is aan de overzijde van de rijbaan een vrijliggend tweerichtingsfietspad aanwezig. Er zullen zoals weergegeven op de detailtekening in figuur 4.1 voorzieningen worden getroffen voor een veilige oversteek voor fietsers.

Figuur 4.1 Detailtekening ontsluiting en oversteek voor fietsers aan Grote Waardweg (Bron: Den Hollander) Openbaar vervoer In de buurt van het plangebied zijn geen OV-haltes aanwezig. 4.3.2.3 Parkeren De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling is getoetst aan de hand van de 'Nota parkeernormen Altena' uit 2020. Binnen het gemeentelijke parkeernormenbeleid wordt gebruik gemaakt van de kencijfers uit CROW-publicatie 381. Hierbij zijn de parkeernormen voor 'rest bebouwde kom' van toepassing op de gehele gemeente Altena. Voor de te hanteren stedelijkheidsgraad gaat de gemeente Altena op basis van CBS-data uit van 'niet stedelijk'. Tenslotte dient per kencijfer het gemiddelde van de bandbreedte aangehouden te worden. De beoogde ontwikkeling betreft een supermarkt met een brutovloeroppervlakte van circa 1.397 m². Op basis van de oppervlakte van de beoogde supermarkt dient conform het CROW aangesloten te worden bij de kencijfers voor een 'fullservice-supermarkt'. Op basis van de bovengenoemde uitgangspunten leidt dit tot een parkeernorm van 6,15 per 100 m² bvo. Voor de beoogde ontwikkeling resulteert dit in een parkeerbehoefte van (1.397 x 6,15 / 100 =) 86 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied worden in totaal 89 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Daarmee kan de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein worden opgevangen.

28/50

4.3.2.4 Verkeersgeneratie en -afwikkeling De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling wordt berekend op basis van kencijfers van het CROW. Voor de beoogde ontwikkeling wordt aangesloten op het kencijfer voor een 'fullservice-supermarkt'. Voor een fullservice supermarkt in rest bebouwde kom geldt een kencijfer van 134,7 voertuigbewegingen per 100 m² bvo. De beoogde ontwikkeling heeft een brutovloeroppervlakte van circa 1.397 m², wat leidt tot een verkeersgeneratie van (1.397 x 134,7 / 100 =) 1.881 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling zijn werkdagintensiteiten maatgevend. Conform CROW-publicatie 272 wordt voor het omrekenen van weekdagintensiteiten naar werkdagintensiteiten voor supermarkten een omrekenfactor van 1,2 aangehouden. Voor de beoogde ontwikkeling resulteert dit in een verkeersgeneratie van (1.881 x 1,2 =) 2.258 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie gedurende het drukste uur maatgevend. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt als standaard vuistregel gehanteerd dat gedurende het drukste uur 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Voor de beoogde ontwikkeling leidt dit tot een verkeersgeneratie van (2.321 x 0,1 =) 226 mvt/uur gedurende het maatgevende uur.

Verkeerstoedeling Met behulp van de navigatietool van Google Maps is een worst-case inschatting gemaakt van de wijze waarop het verkeer vanaf de ontwikkellocatie wordt afgewikkeld. Het plangebied zal volledig worden ontsloten via de Grote Waardweg op de rotonde Grote Waardweg - Dijkgraaf Den Dekkerweg - Borcharenweg. Op het kruispunt Grote Waardweg - Dijkgraaf Den Dekkerweg - Borcharenweg zal 60% (141 mvt/uur) in noordelijke richting worden ontsloten over de Borcharenweg. Van het overgebleven verkeer wordt 30% (71 mvt/uur) ontsloten in oostelijke richting over de Dijkgraaf Den Dekkerweg en 10% (24 mvt/uur) over de Dijkgraaf Den Dekkerweg in westelijke richting. Vanaf de Borcharenweg wordt het verkeer in noordelijke richting ontsloten naar het kruispunt Lange Wiep - Borcharenweg - Sportlaan. Op dit kruispunt zal 50% (118 mvt/uur) worden ontsloten over de Sportlaan in westelijke richting. De resterende 10% (24 mvt/uur) wordt over de Lange Wiep ontsloten richting het noorden. In figuur 4.2 is de beoogde verkeerstoedeling weergegeven.

29/50

Figuur 4.2 Geschatte verkeersafwikkeling voor de beoogde ontwikkeling De hoogste verkeerstoename ten gevolge van de beoogde ontwikkeling vindt plaats op de Grote Waardweg, waar de beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename van 2.258 mvt/etmaal. De Grote Waardweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg-type II buiten de bebouwde kom. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt op basis van Duurzaam Veilig voor GOW-type II aangehouden dat een verkeersomvang van 6.000 à 20.000 mvt/etmaal zonder problemen vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Op basis van de overige functies gelegen aan de Grote Waardweg is er nog voldoende restcapaciteit op de weg aanwezig om de beoogde verkeerstoename probleemloos af te wikkelen. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de doorstroming op kruispunten maatgevend. Hierbij is het meest kritieke kruispunt de rotonde Grote Waardweg Dijkgraaf Den Dekkerweg - Borcharenweg, waar de beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename van 236 mvt/uur. Dit kruispunt is ingericht als een enkelstrooks rotonde. Conform het CROW Handboek wegontwerp 2013 wordt voor enkelstrooks rotondes aangehouden dat de maatgevende conflictbelasting maximaal 1.500 pae/uur mag bedragen. Naar verwachting zal de verkeersafwikkeling van de beoogde ontwikkeling niet tot knelpunten in de verkeersdoorstroming op het omliggende wegennet leiden.

30/50

4.3.3 Conclusie De parkeerbehoefte wordt op eigen terrein opgelost. De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een verkeerstoename van 1.881 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Omgerekend naar werkdagintensiteiten komt dit neer op een toename van 2.258 mvt/etmaal. Naar verwachting is er nog voldoende restcapaciteit op de omliggende wegen en kruispunten dat de beoogde ontwikkeling niet zal leiden tot knelpunten in de verkeersdoorstroming.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

4.4.1 Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. 4.4.2 Toetsing Binnen het projectgebied wordt een supermarkt met bijbehorend parkeerterrein mogelijk gemaakt. Een supermarkt en bijbehorend terrein vallen in milieucategorie 1 met een bijbehorende richtafstand van 10 meter.

Binnen een straal van 10 meter rondom het projectgebied zijn geen milieugevoelige functies gelegen. Daarmee kan gesteld worden dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling vormt. 4.4.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.5

Externe veiligheid

4.5.1 Normstelling en beleid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: Bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het

31/50

plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting.

De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden.

Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke

32/50

stoffen door buisleidingen. 4.5.2 Toetsing Het projectgebied ligt conform de externe veiligheidskaart van de Atlas voor de leefomgeving (figuur 4.3) buiten het invloedsgebied van risicobronnen. Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via de weg, het water of door buisleidingen.

Figuur 4.3 Kaart externe veiligheid met aanduiding projectgebied (Bron: Atlas voor de leefomgeving) 4.5.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het beoogde initiatief.

4.6

Kabels en leidingen

4.6.1 Normstelling en beleid Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Voor het aspect externe veiligheid ten aanzien van leidingen wordt verwezen naar paragraaf 4.5. 4.6.2 Toetsing en conclusie Binnen het projectgebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13105466/1