CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Formats zienswijzen begrotingen GR-en 2023

Raadsvergadering 21 juni 2022, gemeente AltenaBij agendapunt: Zienswijze ontwerp-begrotingen 2023 gemeenschappelijke regelingen11.302 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1.

Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant................................................................................ 1

2.

Streekarchief ............................................................................................................................... 6

3.

GROGZ (GGD) .............................................................................................................................. 9

4.

RAV (Ambulance) ...................................................................................................................... 14

5.

Regio West Brabant .................................................................................................................. 16

6.

Regionaal Bureau Leren ............................................................................................................ 20

7.

Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) ................ 23

8.

Omgevingsdienst Midden-West Brabant.................................................................................. 27

9.

Nazorg gesloten stortplaatsen Zevenbergen & Bavel Dorst ..................................................... 33

10. MidZuid ..................................................................................................................................... 34

Gemeenschappelijke regeling: Veiligheidsregio Midden- en West Brabant

1

Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja.

2

Is voldaan aan de nieuwe BBV De begroting 2023 is conform BBV-voorschriften opgesteld.

3

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. In 2019 heeft de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant een meerjaren beleidsplan opgesteld voor de periode 2019-2023. In dit beleidsplan zijn de ambities opgenomen van de Veiligheidsregio met de daarbij horende plannen voor de komende jaren. Om deze ambities te bereiken zet de veiligheidsregio in op een drietal pijlers: − − −

Pijler 1, Stimuleren van redzaamheid in de samenleving Pijler 2, Bijdragen aan een veilige leefomgeving Pijler 3, Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet

Taakstelling

Met behandeling van de kadernota 2022 in de vergadering van 22 februari 2021 gaf het Algemeen Bestuur (AB) de opdracht om extra besparingsmogelijkheden uit te werken inclusief de gevolgen daarvan voor zowel Veiligheidsregio MWB als gemeenten. Doel hierbij is het creëren van transparantie in de dienstverlening en het kunnen nemen van weloverwogen beslissingen. De genoemde verkenningen naar mogelijke besparingen zijn aanleiding geweest om zorgvuldig stil te staan bij de inhoudelijke betekenis van de rollen en taken. Er zijn vijf profielen op een rij gezet (‘Wat voor veiligheidsregio willen wij zijn?’) en per profiel is gekeken naar de rol, positie, kernkwaliteiten en taken van de veiligheidsregio. Daarnaast zijn de diverse autonome en maatschappelijke ontwikkelingen in beeld gebracht. Het gaat om ontwikkelingen waarmee we nu al of op korte termijn te maken krijgen en waarop we moeten voorsorteren en inspelen. Hiervan is ook ook, voor zover op dit moment mogelijk is, de financiële impact in kaart gebracht. De takendiscussie wordt in het eerste kwartaal van 2022 in de bestuursvergaderingen behandeld. De besluitvorming hierover wordt later door middel van een begrotingswijziging verwerkt. Deze begroting is daarmee een beleidsarme begroting waarin geen onomkeerbare voorstellen worden gedaan.

Afhankelijk van de besluitvorming kunnen de beleidsmatige ontwikkelingen zoals onder de vier pijlers opgenomen in deze beleidsbegroting, in minder of meerdere mate worden gerealiseerd in 2023. 4 Financiële aandachtspunten 1e begrotingswijziging 2022 Op basis van diverse ontwikkelingen is de begroting 2022 VRMWB gewijzigd ten opzichte van de primitieve begroting. De 1e begrotingswijziging bestaat uit de volgende onderdelen.

Exploitatie op BBV programma niveau De mutaties op BBV programma niveau als gevolg van onderstaande wijzigingen.

Bijdragen Wijziging van de gemeentelijke bijdragen als gevolg van de verschuiving van beschikbaarstelling van budgetten voor IOV (Impuls Omgevingsveiligheid) en de opheffing en de splitsing van de gemeente Haren. Voor Altena betekent dit voor 2022 een stijging van de deelnemersbijdrage van € 18.000,-. Maar daarvoor krijgt Altena via de Algemene Uitkering dus extra middelen als gevolg van die verschuiving

Reserves Mutaties in diverse reserves.

Herziening Investeringsplan Als gevolg van niet gerealiseerde investeringen in 2021 en het doorschuiven hiervan naar 2022. Oorzaken van het doorschuiven zijn o.a. Corona en tekort aan computerchips op het gebied van informatietechnologie. Daarnaast zijn er nog kleine mutaties als gevolg van

levensduurverlengingen, doorgeschoven investeringen na 2022, inkoopvoordelen en niet noodzakelijk geachte en vervallen investeringen.

Advies: Constateren dat de begrotingswijziging past in de afgesproken beleidsregels. Kennis innemen van de 1e begrotingswijziging en de raad voorstellen geen zienswijze in te dienen.

Jaarrekening 2021 Veiligheidsregio MWB heeft over het boekjaar 2021 een positief resultaat behaald van € 2,83 miljoen (3% van de begroting). Hiervan is € 1,9 miljoen (2% van de begroting) te relateren aan de coronacrisis. Het betreft € 716.000 aan meerkosten en € 2,64 miljoen aan minderkosten. De minderkosten hebben hun grondslag met name in het minder uitvoeren van opleiden en oefenen, zowel bij beroeps als vrijwilligers. Het overige resultaat van € 0.93 miljoen (1% begroting) heeft een aantal incidentele oorzaken. Grotere incidentele afwijkingen zijn o.a. de vrijval van het bedrag boven het maximale plafond van de egalisatiereserve kapitaallasten en een aantal vertraagde ICT / SAAS projecten.

De belangrijkste oorzaken van het positieve resultaat zijn: Voorstel resultaatbestemming 2021 Rijksbijdrage strategische projecten Conform afspraak in het AB van 1 februari 2018 wordt 15% van het totale positieve resultaat gestort in de reserve Rijksbijdrage. Dit gedeelte van het positieve jaarresultaat wordt gebruikt voor strategische projecten en de ontwikkelagenda.

Voor de berekening wordt eerst de vrijval van de reserve kapitaallasten van € 728.805 gecorrigeerd op het resultaat. Dit bedrag vloeit sowieso terug naar de gemeenten. Dan resteert voor de reserve strategische projecten € 2.829.167 -/- € 728.805 = 2.100.362 15% hiervan betekent een toevoeging op de reserve van € 315.054. Verdeling restant resultaat 2021 Na resultaatbestemming bedraagt het te verdelen resultaat voor 2021 € 2.514.113. Dit bedrag wordt uitgekeerd/verrekend met de deelnemende gemeenten naar rato van het kostenverdeelmodel. Voor Altena gaat het om een bedrag van € 114.826,-.

Advies: Constateren dat de jaarrekening en de resultaatbestemming voldoen aan de vastgestelde beleidsregels en uitgangspunten en Kennisnemen van de jaarrekening 2021.

Begroting 2023 Beleidsarme begroting 2023 De begroting 2023 is samengesteld met inachtneming van de vastgestelde begrotingskaders vanuit de kaderbrief 2023. Daarnaast is rekening gehouden met de wens voor een beleidsarme begrotingsvariant in afwachting op besluitvorming van het AB betreffende de taakstellingsopdracht. Er zijn daarmee geen nieuwe taakstellingen of grote beleidsmatige wijzigingen ingeboekt. Twee reeds bekende wijzigingen zijn wel meegenomen: een gewijzigde verwerking van de kapitaallasten en een wijzing op de gemeentelijke bijdrage.

Gewijzigde verwerking kapitaallasten De eerste wijziging is verwerkt als gevolg van het feit dat de Provincie Noord Brabant geconcludeerd heeft dat het meerjarige kader 2022-2025 uit de begroting 2022 niet structureel in evenwicht is. Wijziging op gemeentelijke bijdragen Met ingang van de begroting 2013 is het kostenverdeelmodel geïntroduceerd voor het verdelen van de kosten van VRMWB over de deelnemende gemeenten. Door het actualiseren van de verdeelsleutels sluit de bijdrage die gemeenten betalen aan de Veiligheidsregio aan bij de bijdrage die zij verkrijgen vanuit het gemeentefonds. Met ingang van begrotingscyclus 2023 worden de verdeelsleutels jaarlijks geactualiseerd naar de meest recent beschikbare Cebeonmaatstaven. Voor de beleidsbegroting 2023 is dit op basis van meicirculaire 2021 (voor de beleidsbegroting 2024 is de basis de meicirculaire 2022, en verder). Deze sleutels leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor de gemeentelijke bijdragen (excl. loon-en prijsontwikkelingen, ed.). De sleutels worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen.

Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2023. De index voor 2023 bedraagt 2,90%.

Taakstelling Het Algemeen Bestuur heeft besloten vanaf 2021 een structurele besparing van 2,5% door te voeren ( € 1,7 mln). Deze besparing is structureel en heeft ook zijn effect in de begroting 2023 en verder. In vervolg hierop is er door het dagelijks bestuur verder onderzoek gedaan naar verdere taakstellingen. Hier is uitgekomen dat er door het dagelijks bestuur wordt voorgesteld te kiezen voor een profiel van een breed inzetbare Veiligheidsregio MWB en in navolging op de eerder genoemde structurele besparing van 2,5%, in de begroting 2023 een taakstelling op te nemen van € 443.000,-. Deze wordt met een begrotingswijziging voor het AB in juli 2022 verwerkt. Hiermee komt de totale bezuiniging van de VR op 3,15%. In het AB van 13 juli a.s. zal de concept begrotingswijziging 2023 hiervoor worden vastgesteld en worden aangeboden aan de gemeenteraden voor de zienswijze.

Sluitende begroting De aangeboden begroting 2023 is meerjarig sluitend en structureel in evenwicht.

Risico’s De risico’s van de VRMWB staan beschreven in de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de VRMWB in staat is om financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s( € 5.050.000) en de weerstands-capaciteit ( € 1.611.576) laat dit een ratio weerstandsvermogen zien van factor 0,32. In 2022 was dat 0,35.Ten opzichte van de begroting 2022 betekent dat een lichte daling. Het weerstandsvermogen geeft aan of de Veiligheidsregio in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen. Met een ratio weerstandsvermogen van 0,32 is Veiligheidsregio Midden en West-Brabant hier beperkt toe in staat. Dit wordt veroorzaakt door het niet hebben van een Algemene reserve. Het AB heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. Elke deelnemende gemeente houdt een algemene reserve aan die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen.

Advies: Constateren dat de begroting 2023 is opgesteld conform de vastgestelde beleidsregels en uitgangspunten en de raad voorstellen geen zienswijze in te dienen. 5 Financieel overzicht Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming Realisatie 2021

Resultaat 2021

Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR

Resultaat bestemming terug naar gemeenten

Totaal GR

97.294

2.829

315

2.514

Bijdrage gemeente Altena

3.055

GR

Meerjarenontwikkeling begroting

GR (apparaatskosten)

Begroting 2022

Ontwerp begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

bijdrage gemeente aan GR

3.065

3.153

3.228

3.298

3.390

Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Altena

3.065

3.119

3.169

3.226

3.226

0

-34

-59

-72

-164

verschil 6 Overige aandachtspunten •

Aandacht voor de genoemde risico’s in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en de relatie naar de weerstandsratio van 0,32. Ondanks dat deze ratio in principe 0 kan zijn, omdat de deelnemende gemeenten reserves aanhouden voor de risico’s van de VR, is het wenselijk dat wel wordt gemonitord op de beschreven risico’s.

7 De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt al dan niet een zienswijze opgenomen. (Deze tekst wordt opgenomen in het raadsbesluit.) Gelet op bovenstaande wordt de raad voorgesteld akkoord te gaan met de begroting en géén zienswijze in te dienen.

Gemeenschappelijke regeling: Streekarchief Langstraat Heusden Altena 1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? De op 1 februari 2022 gedateerde kaderbrief is op 31 januari 2022 per e-mail door de behandelend ambtenaar ontvangen. Op 2 februari 2022 is de kaderbrief ook nog per post ontvangen. De op 15 april 2022 gedateerde officiële aanbiedingsbrief van de ontwerpbegroting 2023 en jaarrekening 2021 is op 7 april 2022 per e-mail door de behandelend ambtenaar ontvangen. 2 Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja 3 Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. In de kaderbrief 2023 wordt aangegeven dat het bestuur van het Streekarchief Langstraat Heusden Altena dit najaar een nieuw beleidsplan zal vaststellen. Daarin wordt de strategische

koers voor de periode 2023-2025 bepaald. Ondertussen wordt er verder gewerkt aan de realisatie van de in het lopende beleidsplan geformuleerde doelstellingen. In de nieuwe beleidsperiode zal een belangrijke rol zijn weggelegd voor de implementatie van de nieuwe Archiefwet. Daarbij in het bijzonder het in kaart brengen en opvangen van de gevolgen van de verkorting van de overbrengingstermijn van archieven van 20 naar 10 jaar. De inwerkingtreding van de nieuwe Archiefwet is uitgesteld tot 1 januari 2024. 4 Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2021 De jaarrekening van het Streekarchief over 2021 geeft een positief resultaat te zien van €42.938. Dat resultaat is hoofdzakelijk het gevolg van het in 2021 niet nodig hebben van de jaarlijkse reservering van een bedrag van €10.000 met het oog op de toegenomen juridische risico’s in verband met privacywetgeving en auteursrechten. Deze bestemmingsreserve is tot dusver een keer aangesproken, in verband met een auteursrechtenclaim. De jaarlijkse opbouw van de bestemmingsreserve inzake risico’s is met ingang van 1 januari 2022 beëindigd. Daarnaast zit op de automatiseringskosten een voordeel van ruim €10.000 ten opzichte van begroot. Dit wordt met name veroorzaakt doordat er minder opslagcapaciteit wordt afgenomen. Dit betreft tweemaal een voordeel van €3.600 (2020/2021). In totaal dus €7.200 minder kosten dan begroot.

Het saldo van de exploitatiereserve bedraagt per 1 januari 2022 €185.918 , dat is na verrekening van het positieve resultaat van €42.938 over 2021. De bandbreedte voor de exploitatiereserve is minimaal €75.000 en maximaal €150.000. Dit betekent dat de exploitatiereserve de bandbreedte na resultaatbestemming zal overschrijden met €35.918. In haar vergadering van 2 december 2021 heeft het bestuur besloten voor 2022 een vervangingsinvestering voor automatisering voor een bedrag van €25.500 en scanner voor €12.500 te dekken uit de exploitatiereserve. Daarmee neemt de exploitatiereserve in 2022 af met €38.000 tot €154.530.

Begroting 2023 De bijdrage per inwoner is voor 2023 geraamd op €7,082, hetgeen ten opzichte van 2022 een geringe daling betekent van €0,055. In de bijdrage per inwoner is een prijsindexering van 2,7% en een voorziene (CAO-conforme) loonstijging van 1,5% meegenomen. De boekwaarde van de investeringen bedraagt per 31-12-2021 € 36.806. De omvangrijkste investering betreft de inrichting van de nieuwe huisvesting met een boekwaarde per 31-122021 van €18.846. Deze wordt gefinancierd middels een dekkingsreserve. Het weerstandsvermogen per 01-01-2022 is €185.918. De totaalstand van de reserves per 01-01-2022 is €287.206. 5 Financieel overzicht

Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR

Realisatie 2021

Resultaat 2021

Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR

Resultaat bestemming terug naar gemeenten

Totaal GR (bedrag totale begroting!)

1.160

43

43

0

Bijdrage gemeente Altena

393

393

Meerjarenontwikkeling GR

Begroting 2022

Ontwerp begroting 2023

Meerjaren begroting 2024

Meerjaren begroting 2025

Meerjaren begroting 2026

bijdrage gemeente aan GR

402

403

403

403

403

Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Altena.

402

403

403

403

403

verschil

0

0

0

0

0

6 Overige aandachtspunten In verband met de aflopende huurcontracten van de huisvestingslocaties in 2026 is op de begroting van 2022 een zienswijze door de gemeente Altena ingediend. In die zienswijze dringt de gemeenteraad erop aan tijdig een duidelijk beeld te verschaffen in de voorbereidingen voor een nieuwe huisvestingssituatie. In dit kader is de (adjunct-)streekarchivaris de opdracht gegeven in de loop van 2022 een programma van eisen te formuleren en een schets te maken van de denkbare scenario’s. 7 De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2021 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen 3. De GR het volgende te verzoeken:

•

De raad verzoekt het bedrag ten behoeve van een vervangingsinvestering voor automatisering en een scanner in de inleiding van de begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024 – 2026 (pagina 3) aan te passen naar het juiste bedrag (€38.000 in plaats van €35.000);

•

De raad verzoekt toe te lichten wat de plannen zijn met betrekking tot de opgebouwde bestemmingsreserve risico’s nu de jaarlijkse opbouw van deze reserve is beëindigd.

Beleidsbegroting 2023 en Jaarstukken 2021 gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke regeling: GGD West-Brabant 1

Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, op 14 april 2022 zijn de jaarrekening 2021 en de beleidsbegroting 2023 voor zienswijze aan uw gemeenteraad aangeboden.

2

Is voldaan aan het BBV?

3

Ja. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De doelen in de beleidsbegroting 2023 zijn gestoeld op de ambities uit de meerjarenvisie ‘De Agenda van de Toekomst’. Deze meerjarenvisie loopt per 2023 af en eind 2023 gaat de GGD deze met het nieuwe bestuur, inwoners, gemeenten en partners herijken. De strategische doelen vanuit de Agenda van de Toekomst wil de GGD in 2023 realiseren in het licht van de ambities uit de vier landelijke Position Papers die door de 25 DPG’en1 medio 2021 zijn vastgesteld. Zij hebben aan het kabinet een extra landelijke investering van 600 miljoen euro gevraagd voor herstel én versteviging van het fundament van de publieke gezondheidszorg. Beleidsbegroting 2023 In 2022 is er oog voor de maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis. De impact van corona op de samenleving en de publieke gezondheid is groot. Behalve met gevolgen op korte termijn, krijgen we ook met de lange termijneffecten te maken. De GGD wil in 2023 vanuit haar ambities de gemeenten ondersteunen in de zorg die zij hebben voor hun inwoners die fysiek, mentaal of financieel zwaar getroffen zijn door de coronacrisis. De ambities van de GGD zijn: 1. Gezonde en veilige leefomgeving De GGD pleit voor een integraal beleid ten aanzien van de leefomgeving, vanuit meerdere beleidsinvalshoeken zoals milieu, groen, wonen, sociaal domein.

De ambitie van de GGD op het gebied van gezonde leefomgeving reikt verder dan de Omgevingswet. De gezonde leefomgeving wordt gezien als een randvoorwaarde en als een interventie voor het maken van de gezonde keuzes. De GGD beschouwt het als hun verantwoordelijkheid om te waarborgen dat de publieke

1

Directeuren Publieke Gezondheid

gezondheid een wezenlijke plaats krijgt in het integrale afwegingskader rond ruimtelijke ontwikkel- en beheervraagstukken. En dat dan vooral aan de voorkant van het proces. 2. Preventie verbreden en verdiepen De GGD richt zich op gezondheidsbevordering in de breedte waarbij de focus vooral ligt op gezondheidsbevordering en vroegsignalering. Dit doen ze door te werken aan een gezonde leefstijl en te focussen op de thema’s uit het Nationale Preventieakkoord (roken, alcohol, overgewicht en mentale gezondheid). Ze ondersteunen de gemeenten bij de uitvoering van de lokale en regionale preventie- en sportakkoorden en verbinden die nog meer met de gezonde school aanpak. Er wordt aangesloten bij de ‘life-events’ van de inwoners van West-Brabant en samen met partners gaan ze het kader Positieve Gezondheid ontwikkelen en implementeren. Met behulp van een integrale en planmatige aanpak wordt ingezet op effectieve preventie. 3. Gelijke gezondheidskansen voor iedereen In 2023 gaat de GGD domeinoverstijgend aan de slag met in elk geval die beleidsterreinen die zich richten op bestaansvoorwaarden: wonen, werken, schuldhulpverlening en veiligheid. Er wordt gewerkt aan het bevorderen van gezondheidsvaardigheden waarbij het besef is dat het hebben van bestaanszekerheid een belangrijke voorwaarde is hiertoe te komen.

Waar mogelijk worden de inwoners betrokken bij de activiteiten die gericht zijn op gelijke gezondheidskansen. Er wordt ingezet op veilig, gezond en veerkrachtig opgroeien (vanaf - 9 maanden). Daarnaast wordt ingezet op het gezondheidspotentieel en probeert de GGD de achterstanden te verkleinen. In het laatste AB van 2022 vindt een evaluatie plaats van het project Nu Niet Zwanger. Indien de evaluatie van de implementatie positief uitpakt, wordt dit een basisproduct binnen de begroting vanaf 2023. Voor nu is het budget voor 2023 al wel opgenomen in de begroting.

4

Prestatie-indicatoren De resultaten die de GGD bereikt op hun taken, geven ze weer in de vorm van indicatoren. De gemeenten hebben via het zienswijzetraject een oproep gedaan om te werken aan verdere optimalisering van de prestatie-indicatoren. Een ambtelijke werkgroep neemt de huidige indicatoren onder de loep. Financiële aandachtspunten De ontwerpbegroting 2023 is beoordeeld a.d.h.v. de financiële richtlijnen 2023. Aandachtspunten: • De ontwerpbegroting 2023 wordt structureel financieel sluitend gepresenteerd. De structurele exploitatie ruimte is moeilijk te beoordelen omdat: a) een vergelijking met de jaarrekening 2021 en begroting 2022 ontbreekt; b) een toelichting bij het exploitatieresultaat niet is opgenomen. Ambtelijk zal dit worden besproken met de GGD. •

Het bestuur van de GGD geeft aan niet af te wijken van de richtlijn: “De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het (Algemeen) Bestuur is besloten.” Naast indexering voor loon- en prijsstijgingen zijn diverse autonome ontwikkelingen opgenomen in de begroting 2023 (huisvestingslasten en investeringen op informatieveiligheid). Daarnaast is ook een aantal eerder door het AB genomen besluiten

verwerkt in de begroting 2023 (prenataal huisbezoek, uitbreiding rijksvaccinatieprogramma en Nu Niet Zwanger). Ook dit jaar geldt dat de bedoeling van deze richtlijn, in combinatie met richtlijn nummer 4 en 5, is om te onderzoeken of bij autonome ontwikkelingen ook ruimte in de begroting gevonden kan worden om deze op te vangen, zodat de gemeentelijke bijdrage slechts hoeft te stijgen met de loon- en prijsindex. Daarom wordt een zienswijze voorgesteld om de GGD te vragen met voorstellen te komen hoe de gemeentelijke bijdrage niet of veel beperkter zal stijgen de komende jaren.

5

•

Een overzicht van reserves en voorzieningen is opgenomen. Daarin is zichtbaar dat een 5-tal bestemmingsreserves zowel in 2022 als in 2023 niet worden gebruikt om kosten uit te dekken. Uit de jaarstukken 2021 blijkt dat deze reserves ook in 2021 niet zijn aangesproken. Daarmee zouden deze reserves zo snel mogelijk moeten worden opgenomen in besluitvorming om òf vrij te laten vallen òf aan te boren voor plannen. Het gaat om de volgende reserves: Bestemmingsreserve Risico plustaken, Uitbraak infectieziektes, Frictiekosten, Monitors, Innovatie infectieziektebestrijding.

•

In het Berenschot rapport ‘Evenwicht sociaal domein gemeente Altena’ is in 2020 bij bouwsteen 22 een taakstelling voor de GGD voorgesteld (Samen met de regio). Een van de voorwaarden was dan dat alle 16 gemeenten in de GR een urgentiegevoel moesten hebben om een kerntakendiscussie met de GGD te gaan voeren. Door corona en opvang Oekraïense vluchtelingen is dat urgentiegevoel er niet (geweest) en is het niet verstandig de GGD hier nu mee te belasten. Voorgesteld wordt de taakstelling voor 2023 te schrappen. Indien deze ombuiging niet hier gerealiseerd kan worden, zal op een ander terrein een aanvullende inspanning plaats moeten vinden om te voldoen aan het raadsbesluit over de ombuigingen binnen het sociaal domein.

Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabellen x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR (apparaatskosten)

Begroting 2021

Resultaat 2021

Totaal ontwerpbegroting GR

19.683

133

Bijdrage Altena

2.179

Resultaat bestemming toevoeging aan eigen reserve GR

Resultaat bestemming terug naar gemeenten 133** -

** Dit is niet conform het voorstel van de GGD, echter gezien punt 1 en 2a onder “Zienswijze” wordt de GGD gevraagd het geld terug aan de gemeenten te geven. Meerjarenontwikkeling

GR (apparaatskosten)

Begroting 2022

Ontwerp begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Bijdrage Altena

2.244

2.387

2.437

2.477

2.519

Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Altena

2.243

2.086

2.121

2.157

2.157

-1

-301

-316

-320

-362

2025 € 89.000 € 50.000 € 181.000 € 320.000

2026 € 131.000 € 50.000 € 181.000 € 362.000

Verschil

Dit nadeel kan als volgt worden verklaard:

Indexering voor loon- en prijsontwikkelingen Atonome beleidsonwikkelingen Bouwsteen Berenschot gemeentelijke bijdrage TOTAAL verschil

2023 € 70.000 € 50.000 € 181.000 € 301.000

2024 € 85.000 € 50.000 € 181.000 € 316.000

Op basis van de begroting van de GGD ontstaat voor Altena meerjarig een nadeel ten opzichte van de in de gemeentebegroting opgenomen budgetten. Dit nadeel ontstaat enerzijds vanwege toegepaste indexering voor loon- en prijsstijgingen voor een bedrag van € 70.000 en anderzijds vanwege huisvestinglasten en investeringen in informatieveiligheid, waar voor Altena een bedrag van € 50.000 mee is gemoeid. Op grond van het rapport Berenschot was met ingang van 2022 een ombuiging op de gemeentelijke bijdrage aan de GGD ingeboekt. Vorig jaar is besloten om niet te bezuinigen op de bijdrage voor 2022 vanwege de werkzaamheden rond COVID- 19. Voor de jaren 2023 en verder is deze ombuiging echter nog altijd van kracht. De ombuiging bedraagt € 181.000. Indien deze ombuiging niet hier gerealiseerd kan worden, zal op een ander terrein een aanvullende inspanning plaats moeten vinden om te voldoen aan het raadsbesluit over de ombuigingen binnen het sociaal domein. In de kaderbrief 2023 is voor de mutaties van de gemeentelijke bijdragen van alle gemeenschappelijke regelingen een bedrag van € 500.000 opgenomen. 6 Overige aandachtspunten Coronavirus Inmiddels is duidelijk dat Corona voor langere tijd onderdeel van onze samenleving zal zijn. De GGD geeft aan dat dit betekent dat de Corona bestrijding ingebed moet worden in de organisatie van de GGD.

Omdat de GGD in opdracht van het Rijk en gemeentes werkt, is het nodig om dit met elkaar te onderzoeken en een opdracht op te formuleren. Overigens is dit niet in deze begroting 2023 verwerkt omdat nog niet bekend is hoe dit vorm gaat krijgen. Voor 2020-2022 zijn afspraken gemaakt met het Ministerie van VWS over de compensatie van de kosten die de GGD maakt voor de bestrijding van het Coronavirus. Voor 2023 is de situatie nog onbekend en is onduidelijk welke afspraken gemaakt zullen worden.

Jaarrekening 2021 Het jaar 2021 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 133.000. Door het DB wordt voorgesteld om dit resultaat te bestemmen voor investeringen en aanpassingen aan het GGDgebouw aan de Doornboslaan in Breda ter verbetering en ondersteuning, zoals hybride en op afstand werken van medewerkers. Hierover neemt het AB een besluit in haar vergadering op 7 juli 2022. Het resultaat inzetten voor huisvestingslasten, conform voorstel lijkt niet opportuun aangezien de Bestemmingsreserve huisvestingslasten hiervoor ingezet kan worden. De controlerende accountant heeft op zowel getrouwheid als rechtmatigheid een goedkeurende verklaring afgegeven voor het boekjaar 2021. Een mooie prestatie gezien de uitdagingen rondom Corona in 2021. 7

De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2021 en voor te stellen het resultaat terug te laten vloeien naar de deelnemende gemeentes. Het resultaat inzetten voor huisvestingslasten, conform het huidige GGD-voorstel, is niet opportuun aangezien de Bestemmingsreserve huisvestingslasten hiervoor ingezet kan worden. 2. Een zienswijze bij de ontwerp-begroting 2023 op te nemen als volgt: a. de GGD wordt verzocht om een voorstel te doen in het AB van 20 juli 2022 omtrent besteding van de hierna vermelde bestemmingsreserves, aangezien deze conform financiële richtlijn 3 in besluitvorming opgenomen hadden moeten worden in de ontwerpbegroting en om de raad na de besluitvorming op 20 juli 2022 te informeren over hoe reserves worden ingezet. Het gaat om Bestemmingsreserve Risico plustaken, Uitbraak infectieziektes, Frictiekosten, Monitors, Innovatie infectieziektebestrijding. b. de GGD wordt verzocht om in 2023 de raad te informeren over wat het effect is van de vier landelijke Position Papers op de strategische doelen uit de Agenda van de Toekomst. c. de raad verwacht dat de GGD in afstemming met de Veiligheidsregio Midden en WestBrabant en omringende GGD-en werkt aan een robuustere organisatie die het makkelijker maakt om in te spelen op crises.

De raad wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen hierover en realiseert zich tevens dat punt b hierop van invloed is. d. de raad geeft de opdracht aan de GGD om in 2022 in samenspraak met deelnemende gemeenten te komen tot een opdracht rondom de inbedding van de bestrijding van het Coronavirus. e. de raad gaat er van uit dat de GGD uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 - gezien het risico op een hogere deelnemersbijdrage - een toelichting geeft over de huisvestingsopgave omdat de VRMWB de huur aan de Doornboslaan te Breda (hoofdlocatie GGD West-Brabant) per 1-1-2023 heeft opgezegd. f. de GGD wordt verzocht om in het AB van 20 juli 2022 met voorstellen te komen hoe de autonome ontwikkelingen binnen de begroting opgevangen kunnen worden zodat de gemeentelijke bijdrage niet of veel beperkter zal stijgen de komende jaren en om de raad na de besluitvorming op 20 juli 2022 hierover te informeren.

Gemeenschappelijke regeling: Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord 1

Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja

2

Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja

3

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. De RAV noemt in haar ontwerpbegroting voor 2023 de volgende beleidsthema’s. Wet Ambulancezorgvoorzieningen Sinds 2021 is de Wet ambulancezorgvoorzieningen van kracht. Hiermee is de vergunning tot ambulancezorg verleend aan de bestaande aanbieders onder strakke overheidsregulering. De samenleving en de zorg veranderen in snel tempo. Ook het acute zorglandschap verandert door technologische en zorginhoudelijke ontwikkelingen. Een nieuwe inrichting is wenselijk om kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van acute zorg in de toekomst voor iedereen te garanderen. Belangrijke speerpunten voor de ambulancesector hierbij zijn: acute zorg thuis, samenwerking tussen ketenpartners (zorgcoördinatie), samenwerking tussen ketenpartners bij het bestrijden van het personeelstekort en verbetering van (digitale) informatieoverdracht. De toekomstvisie van de RAV, zoals vastgelegd in het Meerjarenplan 2022-2025, sluit aan bij deze landelijke ontwikkelingen.

Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 De ambulancesector heeft een kwaliteitskader ontwikkeld dat 26 indicatoren bevat waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg gemeten kan worden. Tijdigheid in het spoedvervoer is hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continu verbeteren en Basis op orde. In het Meerjarenplan 2022-2025 staat beschreven hoe de RAV voldoet aan het nieuwe kwaliteitskader. Naast deelname aan een landelijk klanttevredenheidsonderzoek door NIVEL zal de RAV in 2023 de klanttevredenheid onderzoeken door middel van direct contact met de patiënt. Hiervoor is in 2022 een evaluatie-instrument ontwikkeld. Zorgdifferentiatie De RAV ziet zorgdifferentiatie als de oplossing om ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt. In 2023 biedt de RAV een breed aanbod in ambulancezorg, waarbij de patiënt wordt vervoerd of ter plaatse wordt geholpen. In het vervoersegment verzorgt de RAV spoedvervoer (hoog complex) en planbaar vervoer (laag- en middencomplex). Paraatheid en prestaties De Covid-crisis had de afgelopen twee jaar veel effect op de productie, paraatheid en prestaties van de RAV.

De ritduur nam toe, vanwege het aan- en uittrekken van beschermende middelen, het schoonmaken en luchten van de ambulance, wachttijden bij de ziekenhuizen, pieken in het ziekteverzuim en het stoppen van DIA (Directe Inzet Ambulance) vanwege het pandemieprotocol

op de meldkamer. Met als gevolg dat de prestaties in de crisisperiode fors verslechterden. Inmiddels is er weer sprake van een lichte verbetering. De krapte op de arbeidsmarkt voor acute zorg is de laatste jaren een enorm probleem. De RAV onderneemt actie door met een eigen opleiding HBO-V-afgestudeerden in circa 18 maanden op te leiden tot ambulanceverpleegkundigen. In 2023 hoopt de RAV de paraatheid conform het referentiekader in te vullen. Als dat volgens planning verloopt, en onder normale omstandigheden, kan de 95% dekking bereikt worden. In de begroting is geen informatie opgenomen over de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV. Eerder besloot het Algemeen Bestuur de besluitvorming hierover op te schorten totdat er duidelijkheid was over de nieuwe wet ambulancezorgvoorziening. Die wet is inmiddels per 2021 in werking getreden. 4

Financiële aandachtspunten De financiële richtlijnen zijn niet van toepassing op de RAV. Dit heeft met de specifieke wijze van financieren van de RAV te maken. De zorgverzekeraars betalen de RAV. De RAV ontvangt geen gemeentelijke financiële bijdrage.

5

Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR RAV

Begroting 2021

Resultaat bestemming toevoeging aan eigen reserve GR

Resultaat bestemming terug naar gemeenten

489 0

489 0

0 0

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

0 0

Ontwerp begroting 2023 0 0

0 0

0 0

0 0

0

0

0

0

0

Totaal GR Bijdrage gemeente Altena

Resultaat 2021

70.862 0

Meerjarenontwikkeling GR RAV

bijdrage gemeente Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Altena verschil

Begroting 2022

6 Overige aandachtspunten n.v.t. 7

De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2021/jaarstukken.

2. De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen: a. De raad vraagt de RAV om de gemeenten te informeren over de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV; b. De raad vraagt de RAV om de gemeenten te informeren over de resultaten van het in 2023 uit te voeren landelijke klanttevredenheidsonderzoek door NIVEL en het klanttevredenheidsonderzoek door middel van direct contact met de patiënt.

Gemeenschappelijke regeling: Regio West-Brabant (RWB) 1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? De jaarstukken 2021 en de ontwerpbegroting 2023 zijn tijdig ontvangen. 2 Is voldaan aan de BBV-voorschriften? De begroting 2023 van de Regio West-Brabant voldoet aan de BBV richtlijnen en is overzichtelijk en goed leesbaar. Een verbetering in de leesbaarheid van de jaarrekening is te behalen door de werkelijk betaalde deelnemersbijdrage per gemeente aan apparaats- en programmakosten te presenteren in eenzelfde overzichtelijke tabel als in de begroting. 3

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Actieprogramma 2019-2023 “Werken aan een krachtige regio” Het algemeen bestuur stelde in 2019 na consultatie van de raden het Actieprogramma RWB 2019-2023 vast. Hierin staan de opgaven beschreven die we gezamenlijk in West-Brabant op het gebied van Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte onderkennen. Met het raamwerk Circulaire Economie, de regionale aanpak Bedrijventerreinen, het raamwerk Vrijetijdseconomie, het afsprakenkader Arbeidsmigranten, het meerjarig uitvoeringsprogramma arbeidsmarkt ‘West-Brabant werkt met Talent’, het uitvoeringsprogramma Mobiliteit, het position paper Sterke Steden en de gebiedsagenda Vitaal Platteland wordt het actieprogramma uitgevoerd. In 2022 bereidt RWB het Actieprogramma 2023-2028 voor, dat voortbouwt op het huidige programma. RWB betrekt de raden bij het gesprek hierover.

Samenwerkingsafspraken Provincie en RWB In 2020 maakten de 16 RWB gemeenten samenwerkingsafspraken met de provincie NoordBrabant. In 2021 is verder gewerkt aan deze afspraken, onder andere door de inzet van Europese subsidiegelden voor vergroening van de bedrijvigheid in RWB gebied en de inzet van kennis en geld om slimmer om te gaan met mobiliteit.

Ontwerpbegroting 2023 Op 21 februari 2022 is de kaderbrief 2023 van RWB besproken tijdens een (digitale) bijeenkomst tussen raden en de RWB. In deze bijeenkomst kwamen onder andere de subsidierelatie met REWIN, de voortzetting van de programma's Creatieve Dienstverlening en de Start-up ondersteuning aan de orde. In de kadernota/ontwerpbegroting nam RWB een structurele verhoging van de bijdrage aan Rewin op voor de uitvoering van het programma Creatieve Dienstverlening en de ondersteuning van Start-ups. De noodzaak hiervan wordt onderschreven door de voltallige commissie van advies Economie. De hoogte van het gevraagde bedrag is in lijn met de eerdere financieringsbehoefte die de laatste twee jaren incidenteel via het overschot op de jaarrekening gedekt is. De RWB-begroting is conform de kadernota uitgewerkt.

•

reservevorming:

In de aanbiedingsbrief stelt RWB dat ze een fraude-risicoanalyse opstelt. De uitkomst hiervan geeft inzicht in de gewenste weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover de RWB beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Deze capaciteit wordt getoetst aan de saldo’s van de reserves. Dit is in lijn met de vragen vanuit de deelnemende gemeenten om meer inzicht te geven in de noodzaak en inzet van reserves om “oppotten” te voorkomen. Het resultaat hiervan komt in de loop van 2022 beschikbaar. Het is aan te raden de RWB te vragen om op basis van deze analyse voorstellen te doen over de maximering van de te handhaven reserves. •

KCV

In de begroting van de RWB is conform de richtlijnen gerekend met de NEA index. De verwachting is dat deze index in de aanloop naar 2023 richting de 10% gaat stijgen als compensatie voor het nu lopende jaar (onder meer door de gestegen brandstofprijzen). Mogelijk wordt deze index 8% hoger (nu 2%). Het is zaak dat de deelnemende gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium door RWB worden geïnformeerd over de daadwerkelijk verwachte verhoging. 4 Financiële aandachtspunten 1. Resultaatbestemmingsvoorstellen 2021 De jaarrekening van 2021 sluit af met een positief resultaat van € 231.000. Dit resultaat is incidenteel van aard. De RWB stelt voor om het resultaat als volgt te bestemmen: a. Reserve KCV: € 21.000. De bestuurscommissie acht deze toevoeging nodig omdat de provincie Noord-Brabant haar bijdrage in 2022 verder afschaalt. Ook moeten er kosten gemaakt worden voor de voorbereiding van de aanbesteding van het vervoer. De reserve bevat na toevoeging een bedrag van € 134.000.

b. Egalisatiereserve archeologie: € 50.000. Hiermee kunnen toekomstige schommelingen in de exploitatie worden opgevangen. De reserve bevat na de toevoeging een bedrag van € 69.000. c. Reserve voor de flexibele personele pools: € 54.000. Deze pools worden uitgebreid omdat ze voorzien in een behoefte bij de aangesloten gemeenten. Met het vergroten van de pool is er behoefte aan een grotere reserve om tegenvallende resultaten op te vangen. d. Uitkeren aan gemeenten: € 117.000 Er kan worden ingestemd met deze resultaatbestemmingsvoorstellen.

2. Te verrekenen bedragen a. Flex West-Brabant (ca. € 900.000) Dit is het saldo op de inhuur via Flex West-Brabant (betaalde fee van opdrachtnemers min uitvoeringskosten) in 2021. Dit wordt in 2022 aan de organisaties die werven via Flex WestBrabant uitgekeerd. b. Onderzoek & Ontwikkelfonds (€ 41.000) Afspraak is dat we het restantbedrag van het Onderzoek- & Ontwikkelfonds (O&O-fonds) jaarlijks aan gemeenten uitbetalen. In 2021 is het O&O-fonds (€ 459.000) helemaal besteed. Er resteert een bedrag van ongeveer € 41.000 door het vrijvallen van toegekende subsidie aan projecten van voor 2021. Dit bedrag wordt naar rato van inwoneraantallen aan de deelnemende gemeenten uitgekeerd. 5

Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR RWB

Realisatie 2021

Resultaat 2021

Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR

Resultaat bestemming terug naar gemeenten

Totaal GR

21.928

231

114

117

Bijdrage gemeente Altena

1.163

9

Meerjarenontwikkeling GR RWB

Begrotin g 2022

Ontwerp

Begrotin g 2024

Begrotin g 2025

Begroting 2026

begrotin g 2023 Bijdrage aan GR

1.267

1.367

1.528

1.555

1.584

Opgenomen in meerjarenperspectief Altena

1.315

1.325

1.401

1.421

1.421

48

-42

127

134

163

verschil

Programmakosten

Begroting 2022

Ontwerpbegroting 2023

Meerjaren

Meerjaren

Meerjaren

begroting

begroting

begroting

2024

2025

2026

Apparaatskosten

248

241

245

245

245

Rewin

169

193

197

201

206

O&O fonds

36

37

37

37

37

KCV (deeltaxi)

791

874

1.026

1.048

1.072

Mobiliteitscentru m

23

23

24

24

25

Totaal

1.267

1.367

1.529

1.555

1.584

6 Overige aandachtspunten Voor veel opgaven op het gebied van het economisch vestigingsklimaat zijn in RWB-verband aanpakken ontwikkeld. Uitvoeringskracht is nodig om daadwerkelijk effect te bereiken. Bij RWB is deze uitvoeringskracht niet aanwezig en dat wordt ook niet nagestreefd. Gemeenten zijn ‘in the lead’ en verantwoordelijk voor de doorvertaling ervan in de lokale uitvoeringsplannen. Tegelijkertijd hebben gemeenten individueel of in subregionaal verband diverse uitdagingen voor het realiseren van de woonopgave, de verstedelijkingsagenda en de maatschappelijke transities. RWB voert met de nieuwe gemeentebesturen in 2022 graag het gesprek over hoe samen de noodzakelijke inzet slim georganiseerd kan worden en welke opgaven voor de gemeenten het meest relevant zijn en welke van die opgaven zij willen uitvoeren. Voor verschillende onderwerpen moet op meerdere niveaus samengewerkt worden. Als het gaat om de economisch-ruimtelijke opgaven kan RWB daarbij de rol van schakelbox vervullen.

7

De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarstukken 2021 en in te stemmen met de daarin opgenomen resultaatbestemmingsvoorstellen; 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen; 3. Het volgende te verzoeken: ▪ In de jaarrekening de werkelijk betaalde deelnemersbijdrage per gemeente aan apparaats- en programmakosten te presenteren in eenzelfde overzichtelijke tabel als in de begroting; ▪ om op basis van de fraude-risicoanalyse voorstellen te doen over de maximering van de te handhaven reserves; ▪ de deelnemers in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren over de werkelijke verhoging van de NEA index.

Gemeenschappelijke regeling: Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant (Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten) 1

Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de stukken zijn tijdig ingediend. De Ontwerpbegroting 2023 en de Jaarstukken 2021 zijn vóór de gestelde termijn van 15 april aan de deelnemers toegestuurd.

2

Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ontwerpbegroting 2023 De ontwerpbegroting 2023 voldoet aan de indeling zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De verplichte paragrafen worden genoemd in hoofdstuk 3, waarvan de meeste niet van toepassing zijn op het RBL. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is niet gekwantificeerd. Echter is het enige benoemde risico dat van uittreding van een deelnemer. De impact hiervan is afhankelijk van de deelnemer die uittreedt en moeilijk te kwantificeren. Een presentatie van financiële kengetallen, conform de wet- en regelgeving BBV, is niet opgenomen. Dit voegt voor het RBL niets toe, omdat gemeenten risicodrager zijn. Het RBL heeft namelijk geen reserves / eigen vermogen. Er is aandacht voor de incidentele baten en lasten, die voor het RBL volledig bestaan uit VSVprojecten. Deze zijn ook geraamd in 2023 (per saldo 0,-). Jaarstukken 2021 De jaarstukken voldoen aan het BBV. In hoofdstuk 3 wordt de paragraaf incidentele baten en lasten niet benoemd.

3

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Ontwerpbegroting 2023 Inhoudelijk en beleidsmatig willen we geen zienswijze indienen t.a.v. de Ontwerpbegroting 2023. Er zijn geen beleidsmatige richtlijnen vastgesteld voor het RBL. Er is dan ook geen afwijking. Jaarrekening 2021 De administratieve werkwijze van uitbetaling en verantwoording VSV is in het jaar 2021 voor het RBL gewijzigd. Voor de VSV On My Way projectkosten is de oude SISa verantwoording werkwijze nog van toepassing.

4

Financiële aandachtspunten Jaarstukken 2021 Naar aanleiding van de recente afwikkeling op de SISa verantwoording van VSV On My Way projectkosten is het positieve resultaat van 2021 14.302 (dit betreft een bijstelling op de eerdere begroting ad. 31.081,-). De kosten van VSV On My Way worden verantwoord in de jaarrekening van Gemeente Breda (conform SISa en BBV regelgeving). Bijlage 1 weergeeft de verdeling van het positieve resultaat per individuele gemeente weer.

5

Financieel overzicht Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR

Begroting 2021

Resultaat 2021

Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR

Resultaat bestemming terug naar gemeenten

0

14.302

0

14.302

Totaal GR Bijdrage apparaatskosten (in te vullen door individuele gemeente)

0

Gemeente Altena

Meerjarenontwikkeling

GR TOTAAL

Begroting 2022 € 1.987.132

Ontwerp begroting 2023

Meerjaren begroting 2024 € € 1.726.014 1.756.800

Meerjaren begroting 2025

Meerjaren begroting 2026 € € 1.792.500 1.828.998

1 Altena

€

35.819 €

38.067 €

38.746 €

39.533

€

40.338

2 Alphen-Chaam

€

38.612

€

39.917

€

40.629 €

41.455 €

42.299

3 Baarle-Nassau

€

22.562

€

23.755

€

24.179 €

24.670

25.172

€

Bergen op 4 Zoom

€

37.243

€

39.432

€

40.135 €

40.951

€

41.785

5 Breda

€

772.000

€

785.905

€

799.923

€

816.179

€

832.798

6 Drimmelen

€

102.022

€

104.017

€

105.872

€

108.023

€

110.223

7 Etten-Leur

€

76.043 €

78.474 €

79.873

€

81.497 €

83.156

8 Geertruidenberg €

85.338 €

87.549 €

89.111 €

90.921

€

92.773

9 Halderberge

€

16.403

€

17.459 €

17.771 €

18.132

€

18.501

10 Moerdijk

€

144.572

€

145.949 €

148.552

€

151.571

€

154.657

11 Oosterhout

€

213.187 €

217.336 €

221.212

€

225.707 €

230.303

12 Roosendaal

€

43.398

€

45.516 €

46.327 €

47.269

€

48.231

13 Rucphen

€

36.598

€

37.539

€

38.209

€

38.986

€

39.779

14 Steenbergen

€

12.746 €

13.275

€

13.512

€

13.786

€

14.067

15 Woensdrecht

€

311.617

12.149

€

12.366

€

12.617

€

12.874

16 Zundert

€

38.972 €

39.675 €

40.383

€

41.203

€

42.042

€

Evt kan onderstaande tabel toegevoegd worden met programmakosten voor individuele gemeente (uiteraard alleen indien die kosten er zijn) Programmakosten Begroting Begroting Ontwerp- Meerjaren Meerjaren Meerjaren 2021 2022 begroting begroting begroting begroting 2023 2024 2025 2026

6 Overige aandachtspunten 7

De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2021/jaarstukken. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen.

Gemeenschappelijke regeling: Samenwerkingsverband, vastgoed, heffing en waardebepaling (SVHW). 1

Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? De concept kadernota 2023 is op 25 januari 2022 toegezonden. De door het AB van SVHW vastgestelde kadernota 2023 is op 10 februari 2023 toegezonden. Op 15 april 2022 is de eerste wijziging van de begroting 2022 en de conceptbegroting 2023 aan het college en de gemeenteraad toegezonden. De (gewaarmerkte) jaarrekening 2021 is ontvangen op 14 april. De stukken zijn tijdig ingediend. SVHW stelt het op prijs om de eventuele zienswijzen op de 1e Wijziging van de Begroting 2022 en de Begroting 2023 uiterlijk op 11 juli 2022 te ontvangen. Indien geen zienswijzen wordt ingediend verneemt SVHW dit ook graag uiterlijk op 11 juli 2022. Deze datum lijkt goed haalbaar.

2

Is voldaan aan het BBV? Ja, er is voldaan aan het BBV

3

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Eerste wijziging van de begroting 2022 van SVHW • • •

•

SVHW heeft gelijktijdig met de begroting en 2023 een 1e wijziging van de begroting 2022 toegezonden. Deze is noodzakelijk en onontkoombaar. De deelnemersbijdrage voor het jaar 2022 voor Altena stijgt daardoor van € 600.000 naar € 646.000. De begrotingswijziging bestaat uit twee componenten: kosten gerelateerd aan het afdoen van WOZ-bezwaren ingediend door No-Cure-No-Pay (NCNP) bureaus (€ 400.000) en kosten gerelateerd aan cao- en prijsontwikkelingen (€ 284.000), die niet waren opgenomen in de Begroting 2022. In totaliteit bedragen de extra kosten € 684.000. Daarnaast zijn er (overlopende) kosten (€ 23.000) voor activiteiten in verband met de organisatieontwikkeling van SVHW, die in 2021 niet afgerond konden worden en 2022 wel worden afgerond. Deze kosten worden ten laste gebracht van het niet benutte deel van de bestemmingsreserve organisatieontwikkeling in 2021 (€ 23.000), die wordt aangehouden, waardoor dit in 2022 budgetneutraal verloopt.

Begroting 2023 SVHW • •

Er sprake van structureel en reëel evenwicht in de begroting 2023 en het meerjarenperspectief. De structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. De begroting is opgesteld op basis van bestaand beleid. In de begroting 2023 is geen nieuw beleid verwerkt.

•

• •

•

Er is rekening gehouden met een toename van kosten als gevolg van gestegen kosten bv. kosten die betrekking hebben op de afwikkeling van WOZ-bezwaren die ingediend worden door NCNP-bureaus. De toename van deze kosten zorgt voor een stijging van de deelnemersbijdrage en is onontkoombaar. In de begroting wordt rekening gehouden met de inflatiecorrectie conform het besluit van het AB van SVHW. Voor wat betreft de personeelslasten wordt in de begroting rekening gehouden met een correctie van 1%. Dit in verband met een nog niet afgesloten CAO. Dit wordt reëel geacht. Voortaan wordt de deelnemersbijdrage op basis van de historische ontwikkeling van het aantal objecten en aanslagregels geraamd. Daardoor ontstaat een zuiverder beeld en wordt voorkomen dat er achteraf op nacalculatiebasis een grote toename van het aantal objecten en aanslagregels gedeclareerd dient te worden bij de deelnemers.

4 Financiële aandachtspunten Opvolgen richtlijnen De Begroting 2023 voldoet grotendeels aan de richtlijnen van de gemeente Altena en wijkt op de hierna genoemde punten 4 en 6 af van de richtlijnen die de gemeente Altena heeft vastgesteld. De afwijking van de financiële richtlijnen komt doordat er door het Algemeen Bestuur voor deze punten besluiten zijn genomen die in de praktijk anders kunnen uitvallen dan de kaders van de gemeente. SVHW heeft deelnemers in verschillende regio’s. De financiële richtlijnen daarvan zijn niet gelijkluidend. 1. SVHW voldoet met haar P&C producten (jaarrekening, begroting) aan de criteria voor regulier (repressief) toezicht; 2. SVHW voldoet met haar P&C producten aan de richtlijnen vanuit het BBV; 3. De Begroting 2023 van SVHW is structureel in evenwicht; 4. De Begroting 2023 is opgesteld vanuit ongewijzigd beleid, waarbij wel rekening is gehouden met een toename van kosten als gevolg van gestegen kosten bv. kosten die betrekking hebben op de afwikkeling van WOZ-bezwaren die ingediend worden door NCNP-bureaus. De toename van deze kosten zorgt voor een stijging van de deelnemersbijdrage; 5. In de Begroting 2023 is zoals gebruikelijk een overzicht opgenomen van het Eigen Vermogen en de reserves; 6. De indexering van de Begroting 2023 gebeurt op basis van besluiten die genomen zijn in het Algemeen Bestuur van SVHW.

Hierdoor kan de indexering van de materiële kosten en de loonkosten afwijken van de richtlijnen van de gemeente Altena; 7. In de Begroting 2023 wordt net als in de voorgaande begrotingen aangegeven welke ontwikkelingen er zijn en wat de impact hiervan is op de bedrijfsvoering van SVHW en voor de exploitatiekosten. SVHW heeft als uitgangspunt eerst intern naar besparingen te zoeken voordat zij besluit om extra kosten te gaan doorbelasten. SVHW heeft de afgelopen jaren veel kosten opgevangen binnen haar eigen exploitatie. De mogelijkheden om extra besparingen door te voeren zijn zeer beperkt;

8. Bij een positief resultaat wordt in eerste instantie het weerstandsvermogen aangevuld (bandbreedte 400K tot 700K). Als de bovengrens van het weerstandsvermogen (700K) is bereikt dan wordt het positieve resultaat uitgekeerd aan de deelnemers. Hier wordt dan tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur een besluit over genomen; 9. In de Begroting 2023 zijn, net als in voorgaande begrotingen de risico's opgenomen. Beleidsmatige richtlijnen: niet van toepassing 5

Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabellen x € 1.000, Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR SVHW

Realisatie 2021

Resultaat 2021

Resultaat bestemming toevoeging aan eigen reserve GR

Totaal GR (bedrag totale begroting!)

13.612

228 V

128

Bijdrage gemeente

634

Resultaat bestemming terug naar gemeenten

100

6

Meerjarenontwikkeling GR SVHW

Begroting 2022

Ontwerp Begroting 2023

Meerjaren Begroting 2024

Meerjaren Begroting 2025

Meerjaren Begroting 2026

Bijdrage gemeente

646

686

694

702

710

Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente

600

648

648

648

648

Verschil

46

38

46

54

62

De meerjarenraming 2024-2027 is structureel sluitend. De deelnemersbijdrage van Altena aan een GR zoals vermeld in de begroting van Altena is op grond van wettelijke regels gelijk aan de deelnemersbijdrage van Altena zoals vermeld in de begroting van SVHW.

6 Overige aandachtspunten Paragraaf Weerstandsvermogen (begroting 2023 pag. 73): Op pagina 74 staan een aantal risico’s. In totaal € 500.000. De risico’s kunnen in eerste instantie worden opgevangen vanuit de algemene reserve van SVHW die € 700.000 bedraagt. De Weerstandsratio van SVHW bedraagt: Beschikbare capaciteit/ benodigde capaciteit = 700/500 is 1,4. Een weerstandsratio van minimaal 1,0 wordt door SVHW als voldoende gezien.

Begroting 2023 pagina 13 SVHW steekt veel energie in het beperken van kosten voor NCNP (no cure nog pay) bureaus. Het aantal bezwaren van NCNP-bureaus is beperkt gebleven tot net onder het landelijk gemiddelde aantal. Gelet op het structurele karakter van de kosten van NCNP en op grond van de BBV zijn de kosten voor NCNP-bureaus verwerkt in de eerste wijziging van de begroting 2022 en de begroting 2023 van SVHW. 7

De zienswijze Er is sprake van een flinke stijging van de deelnemersbijdrage. Die ook afwijkt van het financieel kader. Toch wordt geadviseerd om geen zienswijze in te dienen. Dit om de redenen zoals hiervoor genoemd bij de diverse aandachtspunten.: Kort samengevat: •

•

• • •

De stijging van de kosten wordt vooral veroorzaakt door de stijging van de kosten voor NCNP-bureaus. De kostenstijging is onontkoombaar en kan niet worden opgevangen binnen de exploitatie. SVHW heeft door niet aflatende inspanningen de stijging van het aantal bezwaren van NCNP-bureaus (met bijbehorende kostenvergoedingen) weten te beperken tot onder het landelijk gemiddelde. In de begroting 2023 staat geen nieuw beleid De stijging met de inflatiecorrectie zoals verwerkt in de begroting is conform het besluit van het AB van SVHW De raming van de stijging van de personeelslasten in verband met een niet afgesloten CAO wordt reëel geacht.

Gezien bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2021, de 1e wijziging van de begroting 2022 en de begroting 2023; 2. Geen zienswijze over de 1 wijziging van de begroting 2022 naar voren te brengen; 3. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen.

Gemeenschappelijke regeling: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja Reactie: De stukken zijn tijdig door de GR ontvangen bij de gemeente (kaderbrief 2023 op 8 februari 2022, de ontwerpbegroting 2023 op 1 april 2022, de jaarrekening 2021 op 1 april 2022). “Overeenkomstig het bepaalde in artikel 59, lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de in de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant opgenomen bepaling over de te volgen procedure bij het vaststellen van de begroting, stellen wij in de gelegenheid om tot uiterlijk 10 juni 2022 uw zienswijze ten aanzien van deze ontwerpbegroting aan ons kenbaar te maken. Wij stellen het op prijs om, vooruitlopen op de behandeling van uw raad/Staten, het collegevoorstel aan uw raad/Staten te mogen ontvangen, zodat wij tijdig een inhoudelijke reactie kunnen voorbereiden.” 2 Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja De ontwerpbegroting 2023 OMWB is opgesteld op basis van het BBV. 3

Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Reactie: In de aanbiedingsbrief van de ontwerpbegroting worden de belangrijkste taken en/of werkzaamheden genoemd die in 2023 bijzondere aandacht krijgen. In de beleidsbegroting wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op verschillende interne en externe trends en ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de producten en werkwijze van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant in 2023. In 2023 krijgen onderstaande taken en/of werkzaamheden bijzondere aandacht: -

-

-

De inwerkingtreding van de Omgevingswet, de invoeringsdatum is vooralsnog vooruitgeschoven naar 01 januari 2023. De invoering van deze wet betekent een enorme verandering voor de taakuitoefening en de werkwijze van de OMWB; De uitvoering van het programma ‘Van goed naar beter’ waar in 2022 mee gestart is. Het programma behelst het effectueren van het (financieel) potentieel van het onderzoek naar kosteneffectiviteit uit december 2020; Het informatiegestuurd werken (IGW) dat een steeds belangrijker fundament wordt onder het handelen van de OMWB.

4 Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2021 Het voordelige resultaat 2021 bedraagt € 164.000 (2020: € 482.000). Bestemming resultaat Bij de vaststelling van de jaarrekening 2021 wordt aan het Algemeen Bestuur een voorstel gedaan voor de bestemming van het resultaat. Onderstaand een toelichting op het resultaat Begroot resultaat na wijziging:

-490.000

Hogere opbrengsten dan begroot:

714.000

Laboratoriumkosten en kosten milieumetingen hoger dan begroot:

-235.000

Overige personele kosten lager dan begroot:

128.000

Reiskosten lager dan begroot:

60.000

Inhuur extern personeel hoger dan begroot:

-125.000

Kosten algemeen beheer hoger dan begroot:

- 70.000

Huisvesting en facilitaire kosten lager dan begroot:

252.000

Detacheringsinkomsten hoger dan begroot (worden niet begroot):

81.000

Automatiseringskosten lager dan begroot

50.000

Geen aanspraak gemaakt op post "Onvoorzien":

150.000

Tractiekosten lager dan begroot:

33.500

Afschrijvingskosten lager dan begroot:

28.000

Diversen:

17.500

Resultaat voor reserve meetstations

594.000

Naar reserve meetstations

-430.000

Gerealiseerd resultaat:

164.000

Advies: kennisnemen van de jaarrekening 2021

Begroting 2023 Algemene uitgangspunten begroting 2023 De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten bij het opstellen van de begroting: a. De begroting 2023 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten van de genoemde beleidsontwikkelingen in hoofdstuk 2; b. De begroting 2023, inclusief de meerjarenraming 2024–2026, is sluitend; c. De begroting 2023 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Indexering Voor de indexering van de lonen & salarissen is rekening gehouden met een indexering van 2,3%, waarbij een actualisatie van de begroting 2022 heeft plaatsgevonden. Voor de overige bedrijfsvoeringskosten als reiskosten, overige personeelslasten, huisvesting en organisatie, automatisering is een indexering aangehouden van 1,5% Investeringen In 2023 zal een aantal bedrijfsmiddelen opnieuw worden aangeschaft of vervangen moeten In 2023 is er sprake van de volgende investeringen ter hoogte van € 265.000,-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11533998/2