Bijlage 1. Wet inburgering
Tekst van het document
5.7 ICT en informatievoorziening Toelichting
Gemaakte keuzes
Openstaande keuzes/acties
De vele werkprocessen in de uitvoering moeten worden vastgelegd in een betrouwbaar ICT systeem. Op deze manier kan er goed gemonitord worden op de doelgroep, en kan cliëntinformatie veilig worden uitgewisseld met andere partners. • Een demo van het werkproces wordt momenteel ingericht in Suite. Na de testfase zal dit in alle gemeenten worden doorgevoerd. • Aan het begin van het inburgeringstraject zal de inburgeraar een machtigingsformulier ondertekenen om de betrokken partijen toestemming te geven om veilig cliëntinformatie uit te wisselen. Dit gebeurt conform AVG. • Vanuit het Rijk komt mogelijk een landelijk ICT systeem om informatie tussen gemeenten en ketenpartners in de overheid te delen (bijvoorbeeld COA en DUO). Over de ontwikkeling van dit systeem is nog weinig bekend.
5.8 Formatie Toelichting
Gemeenten moeten ook de interne capaciteit inrichten op de uitvoering van de nieuwe wet. Vanuit de wet zelf wordt duidelijk geadviseerd voor het werken met consulenten die specifiek met deze doelgroep werken. Deze consulenten vormen voor de inburgeraar een centraal aanspreekpunt en monitoren op casusniveau. Daarnaast bestaan er nog beleidstaken, en procestaken die een brug vormen tussen uitvoering en beleid (bijvoorbeeld het monitoren van de gehele caseload en de afstemming met alle interne en externe uitvoerende partners). Gemeenten zijn vrij om hier eigen invulling
23
Gemaakte keuzes
Openstaande keuzes/acties
aan te geven. De nodige capaciteit hiervoor is voor een groot deel afhankelijk van de taakstelling. • De Dongemond gemeenten zullen de nodige formatie lokaal inrichten. Dit geldt zowel voor de beleids- als uitvoeringstaken. • Om de werkwijze op elkaar af te stemmen wordt vanuit gemeente Drimmelen een formatieadvies geschreven wat als model gebruikt kan worden voor de andere gemeenten. De gemeenten zijn uiteraard vrij om hier van af te wijken. • In de planning is opgenomen dat de gemeenten uiterlijk begin oktober de interne formatie hebben ingericht. Dit betekent dat voor de zomer moet worden gestart met de werving van eventuele nieuwe collega’s. • Op basis van het formatieadvies zullen de vier gemeenten ieder voor zich de lokale formatie moeten inrichten. • Mogelijk wordt regionaal ingezet op deskundigheidsbevordering van bestaande consulenten (bijvoorbeeld d.m.v. inkoop van training cultuursensitief werken). • Evt inzet van regionale tolk en/of sleutelpersoon. Afhankelijk van aanbesteding.
5.9 Toelichting planning Voor de realisatie van de nieuwe Wet Inburgering heeft de regionale projectgroep een overzicht gemaakt van de op te leveren producten/resultaten. Onderstaand schema heeft hier een duidelijke weergave van.
24
Naar aanleiding van deze productdecompositie hebben we een planning opgesteld (zie voor een samenvatting hiervan bijlage 8.2). In de planning zijn zowel de procesmatige aspecten opgenomen als de ontwikkeling van inhoudelijke producten. Voor de realisatie hiervan zijn verschillende werkopdrachten geformuleerd. De werkopdrachten worden ofwel in samenwerkingsverband uitgevoerd door regionaal gevormde werkgroepen (met collega’s vanuit de verschillende gemeenten), ofwel individueel belegd bij een lid van de regionale projectgroep. Met de werkopdrachten zullen we deels voortborduren op de werkopdrachten in 2020. Hieronder wordt de globale lijn van de planning en werkopdrachten toegelicht. Het eerste kwartaal van 2021 start het aanbestedingstraject van de inkoop van taalonderwijs op de B1- en Z-route. Op basis van de opgehaalde informatie uit de marktconsultatie wordt mei 2021 het Programma van Eisen gepubliceerd, in augustus de voorlopige gunning en in oktober de definitieve gunning. Het aanbestedingstraject van de Onderwijsroute loopt hierop voor: de definitieve gunning hiervan vindt plaats in juli 2021. De planning omtrent beleid en sturing is grotendeels afhankelijk van het besluit voor het wel of niet opstellen van een verordening, en het wel of niet laten vaststellen van het beleidskader door de raden.
Hierbij dient hoe dan ook rekening gehouden te worden met het feit dat de processe n parallel lopen aan het aanbestedingstraject. Dit vraagt om continue afstemming. Ondertussen gaat de werkgroep ‘Regionaal werkproces inburgering’ aan de slag met het vormen van de werkprocessen. Hier wordt o.a. het format voor de brede intake en het PIP doorontwikkeld, en worden de overige werkprocessen uitgewerkt (met ruimte voor lokale inrichting). In juli 2021 zijn de werkprocessen gereed. De doorloop van beide pilots levert input voor deze werkgroep. De opgeleverde instrumenten kunnen in de praktijk worden getest bij de ondertussengroep. De werkgroep ‘Ondersteuningsaanbod’ zal zich richten op het bredere, informele aanbod (naast het formele taalonderwijs) en de verbinding zoeken met het sociaal domein als geheel. Ten slotte worden de ondersteunde processen meegenomen in de planning: interne formatie, ICT en informatievoorziening, financiën en communicatie. Op alle fronten wordt regionale samenwerking gezocht. In de implementatie blijft echter altijd ruimte voor de lokale context. Het regionale beleidskader en de planning vormt de basis voor het lokale plan van aanpak.
25
6 Financiën De Minister van SZW heeft op 11 november 2020 gemeld dat de invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel wordt uitgesteld. Het streven is om de invoering met een half jaar door te schuiven naar 1 januari 2022. Dit heeft gevolgen voor de financiële middelen in de integratie uitkering Inburgering voor bekostiging van de uitvoeringskosten. Hierover zijn het Ministerie van SZW en de VNG nog in gesprek. SZW is ook nog met de VNG in gesprek over de vraag of het uitstel van de nieuwe wet gevolgen heeft voor de invoeringskosten. Gemeenten zullen worden geïnformeerd zodra de besluitvorming op de verschillende punten inhoudelijk en in financiële zin is afgerond. De gemeente ontvangt een aantal budgetten voor de uitvoering van de Wet inburgering.
6.1 Budget voor uitvoeringskosten De gemeente ontvangt middelen om de wet uit te kunnen voeren. Dit zijn middelen voor het uitvoeren van de brede intake, het opstellen van het PIP, het volgen van de voortgang, de handhaving en de financiële ontzorging en begeleiding. Deze middelen worden toegevoegd aan het Gemeentefonds. Er zijn geen bestedingsvoorwaarden aan verbonden. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de verschillende budgetten per gemeente. Het bedrag dat gemeenten in 2020 ontvangen betreft de incidentele bijdrage in de invoerin gskosten en wordt over gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners. De bedragen die gemeenten vanaf 2021 ontvangen betreffen de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten. Deze middelen worden onder gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners (78% van het totaalbedrag) en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond (22% van het totaalbedrag). De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds (naar verwachting vanaf 2022) worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Drimmelen
2020
2021
2022
€
Inburgering
€
54.050
€
Maatschappelijke begeleiding
€
40.290
Verhoging taalniveau
€
31.503
Oosterhout
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Inburgering
€
110.719
€
€
€
€
€
Maatschappelijke begeleiding
€
16.590
Verhoging taalniveau
€
64.195
Altena
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Inburgering
€
110.261
€
€
€
€
€
Maatschappelijke begeleiding
€
28.440
Verhoging taalniveau
€
63.752
Geertruidenberg
2020
Inburgering
€
42.832
Maatschappelijke begeleiding
€
14.220
Verhoging taalniveau
€
25.047
Pilot
€
178.000
34.294
82.712
70.039
76.219
183.830
155.663
2021
2022
€
€
27.802
2023 €
2024 83.850
202.236
171.248
2023 61.790
€
€
2025 83.850
202.236
171.248
2024 67.976
€
€
83.850
202.236
171.248
2025 67.976
€
67.976
26
Sinds deze bekendmaking van deze budgetten, hebben zich twee ontwikkelingen voorgedaan: 1. Zoals eerder genoemd is de invoering van de inburgeringswet met een half jaar uitgesteld tot 1 januari 2022. Dat betekent dat er mogelijk verschuivingen optreden in de budgetten. 2. De taakstelling huisvesting inburgeraars in 2021 is meer dan twee keer zo hoog als bij de vaststelling van de budgetten is aangenomen. In de wet is geen automatisme opgenomen dat de uitvoeringskosten meebewegen. Begin januari 2021 vonden gesprekken plaats met het Ministerie om ervoor te zorgen dat dat wel gebeurt. Hierover is nog geen uitsluitsel gekomen. Deze ontwikkelingen hebben dus tot gevolg dat we nog geen duidelijkheid hebben over de beschikbare budgetten. Die duidelijkheid verwachten we in het tweede kwartaal. Ondertussengroep Vanaf 2020 hebben de gemeenten ook middelen ontvangen met het label ‘verhoging taalniveau statushouders’. Deze gelden worden op dit moment deels ingezet voor de pilot duale inburgeringstrajecten. De overige gelden zullen ingezet gaan worden voor de ontwikk eling/uitvoering van initiatieven rondom de ondertussengroep. Op dit moment is de projectgroep aan de slag met een inventarisatie die moet leiden tot een opzet die parallel loopt en de verbinding houdt met implementatie van de nieuwe Wet Inburgering.
6.2 Budget voor voorzieningen De gemeente ontvangt middelen om inburgeringsvoorzieningen te kunnen uitvoeren of inkopen. Die middelen zijn afhankelijk van het feitelijk aantal inburgeraars (en vanaf 2026 jaar ook afhankelijk van prestatiebekostiging) en bewegen dus mee met de omvang van de doelgroep. Per inburgeraar zijn de volgende bedragen beschikbaar:
Leerroutes MAP Maatschappelijke begeleiding PVT Tolkvoorziening
Asielmigranten € 10.000 € 136 € 1.944 € 216 € 417 € 12.712
Gezinsmigranten € 195 € 216 € 179 € 589
Deze bedragen zijn exclusief btw, declaratie bij het btw-compensatiefonds. Tevens zijn het gemiddelde bedragen. De feitelijke bedragen kunnen per inburgeraar verschillen, bijvoorbeeld omdat de kosten van de taalcomponent van de leerroutes kan verschillen. De middelen worden aan de gemeente betaald in de vorm van een specifieke uitkering. Dat betekent dat deze moeten worden besteed aan inburgeringsvoorzieningen. Op basis van de huisvestingstaakstelling voor de eerste helft van 2021 zou het gaan om de volgende bedragen per jaar: Gemeente Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
2022 440.714 221.830 221.830 440.714
2023 664.714 333.830 333.830 664.714
2024 720.714 361.830 361.830 720.714
Let op: bovenstaand schema is een schatting. De definitieve middelen moeten nog bekend gemaakt worden in de verschillende circulaires. Ontwikkelingen zoals een nieuw kabinet, instroom
27
vluchtelingen en andere maatschappelijke ontwikkelingen hebben invloed op de hoogte van de uitkering. Prestatiebekostiging
Vanaf 2026 wordt 10% van het inburgeringsvoorzieningenbudget prestatie -afhankelijk, waarbij gekeken wordt naar de prestatie over t-2. Dit betekent dus dat de gemeente vanaf 2023 een extra (financiële) prikkel heeft om ervoor te zorgen dat de inburgeringstrajecten leiden tot een succesvolle inburgering. Voor dit budget geldt een meeneemregeling: overschotten mogen worden overgeheveld naar het volgende jaar. Deze middelen dekken niet de kosten voor de participatiecomponent van de inburgering. Deze vallen onder de reguliere budgetten van de Participatiewet en de Wmo.
6.3 Budget voor invoeringskosten Om de wet voor te bereiden en te implementeren stelt het Rijk eenmalig een budget voor invoeringskosten beschikbaar. Deze gelden zijn onderdeel van de genoemde bedragen in de tabel uitvoeringskosten. Die middelen worden gebruikt voor de beleidsvoorbereiding, de inkoop en aanbesteding, deskundigheidsbevordering bij uitvoerende collega’s, de aanpassing van de dienstverlening en het uitvoeren van pilots. Daarnaast worden werkprocessen ontwikkeld en/of aangepast.
7 Risico’s en beheersmaatregelen Op voorhand wordt een aantal risico’s voorzien waarvoor beheersmaatregelen genomen worden: • Huisvesting taakstelling Het is voor gemeenten een enorme uitdaging om aan de gegeven taakstelling voor 2021 te voldoen, die verdubbeld is t.o.v. 2020. In combinatie met de krapte op de woningmarkt is dit mogelijk een lastige opgave. Het kan zijn dat dit in de praktijk zorgt voor een lange wachttijd tussen het moment van koppeling aan een gemeente en het daadwerkelijke verhuizen, omdat het lang duurt voordat er een woning beschikbaar is. Voor de inburgering is dit niet gunstig. De inburgeraar raakt gedemotiveerd door het vele wachten. Beheersmaatregel: dit risico is slechts deels te beheersen, door te kijken naar creatieve oplossingen in het huisvestingsprobleem. Dit wordt in de regio al onderzocht. Ook bestaat er een kans dat de taakstelling toch nog naar beneden zal worden bijgesteld, i.v.m. het protest vanuit vele gemeenten richting het Rijk. Wanneer hierover uitsluitsel komt is onduidelijk. • Opnieuw uitstel wet In de communicatie vanuit het Rijk wordt 1 januari 2022 als ‘streefdatum’ genoemd. Met een demissionaire Tweede Kamer en de lopende verkiezingen bestaat er echter een kans dat de wet opnieuw wordt uitgesteld. Beheersmaatregel: dit risico is op te vangen door geen onomkeerbare beslissingen te nemen voordat de wetgeving in werking is getreden.
We hebben geen invloed op de ingangsdatum, hierin zijn wij als Dongemond regio afhankelijk van het Rijk. Tot nadere berichtgeving gaan we uit van een startdatum van 1 januari 2022.
28
• Financiën taalonderwijs Onderwijsroute Op landelijk niveau bestaan geluiden dat de begrote bedragen te krap zijn voor de financiering van de leerroutes (€10.000, - per inburgeraar). Deze zorgen gelden met name voor de Onderwijsroute. Het risico bestaat dat dit mogelijk ten koste gaat van de kwaliteit van onderwijs. Beheersmaatregel: dit risico valt deels te beheersen. Om zo veel mogelijk schaalvoordeel te hebben in de Onderwijsroute is reeds gekozen voor een samenwerking met Breda en regio. De verdere kwaliteitsborging en afspraken met taalaanbieders zal moeten blijken uit het verdere aanbestedingstraject. • Corona Het verloop van de coronacrisis heeft direct gevolgen op de inburgering. Gezien de culturele verschillen en taalbarrière is juist bij deze doelgroep het persoonlijk contact ontzettend belangrijk in de begeleiding. Het is voor consulenten en uitvoerende partijen moeilijk om in contact te blijven met de doelgroep tijdens de lockdowns. Beheersmaatregel: dit risico valt deels te beheersen. Hoewel het verloop van corona onvoorspelbaar blijft, weten we al dat digitale vaardigheden steeds belangrijker zullen worden. Digitalisering/digitale vaardigheden zal daarom als randvoorwaarde worden opgenomen in de aanbesteding. Hiervoor is het wel nodig dat de inburgeraars ook de middelen (laptops) krijgen om digitale vaardigheden op te doen.
Ook de maatschappelijke begeleiding zal hierop moeten worden ingericht, door te kijken naar mogelijkheden om online contact te hebben. • Planning Een aantal pijlers in de planning lopen parallel aan elkaar: de vaststelling van dit beleidskader, de marktconsultatie en de aanbestedingstraject en een mogelijke verordening. Deze onderdelen hebben invloed op elkaars proces. Dit kan er toe leiden dat er inhoudelijk onvoorziene wijzigingen moeten worden aangebracht gedurende het proces. Beheersmaatregel: dit risico is deels te beheersen. In de planning is het onoverkomelijk dat de trajecten parallel lopen aan elkaar. Daarom is continue afstemming nodig tussen de onderdelen. Dit beleidskader wordt daarom gezien als een groeidocument, wat in de loop van 2021 zal worden bijgesteld. Dit zal ook als aandachtspunt moeten worden meegenomen in het aanbestedingstraject, door enige flexibiliteit van de aanbieders te vragen.
29
8 Bijlagen 8.1 Doelgroep toelichting 8.1.1 Asielzoeker, vluchteling, asielstatushouder Niet iedere asielzoeker in Nederland is een vluchteling. Een asielzoeker is iemand die een ander land om bescherming vraagt door een asielverzoek in te dienen. Het land waar asiel wordt gevraagd, gaat dan na of de asielzoeker valt onder het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties en dus bescherming nodig heeft. Dit onderzoek gebeurt in de asielprocedure. De meeste vluchtelingen in Nederland begonnen dus als asielzoekers. Wie (na screening van de IND) in Nederland mag blijven, ontvangt een tijdelijke verblijfsvergunning voor vijf jaar. Zij hebben daarmee status en dan spreken we van ‘(asiel)statushouders’. Op dat moment wordt ook bepaald of de statushouder inburgeringsplichting is. Kinderen onder 18 jaar zijn in ieder geval niet inburgeringsplichtig, maar vallen onder de leerplicht (of kwalificatieplicht).
8.1.2 Inburgeraars met en zonder uitkering Inburgeraars ontvangen het volledige aanbod vanuit de Wet Inburgering omdat zij zich – zonder voorinburgering in eigen land – voor het eerst vestigen in een gemeente. Het inburgeren moet op alle fronten nog gebeuren en dat vraagt maximale begeleiding. Behalve inburgeraars die een bijstandsuitkering ontvangen wordt ook regie gevoerd op de inburgering van inburgeraars die geen uitkering ontvangen. Dit kunnen inburgeraars zijn die meteen na vestiging in de gemeente aan het werk gaan (dit komt zelden voor). Daarnaast blijven ook inburgeraars die uit de bijstand stromen en aan het werk gaan in beeld voor hun inburgering. Dit is een verschil ten opzichte van de huidige situatie, waarin de gemeente met name betrokken is bij de inburgering op het moment dat er een relatie is met de Participatiewet.
8.1.3 Nareizigers met en zonder uitkering Inburgeraars komen ook in aanmerking voor gezinshereniging met echtgenoten, partners en kinderen. Als gezinshereniging wordt toegekend, komen de familieleden naar Nederland en gaan zij bij de inburgeraar wonen. Zijn zij zelf ook inburgeringsplichtig, dan zullen zij ook onder de dezelfde voorwaarden als asielstatushouders moeten inburgeren onder de nieuwe Wet Inburgering.
8.1.4 Gezinsmigranten en overige migranten Ook voor gezinsmigranten en overige migranten is het van groot belang dat zij inburgeren. Belangrijk verschil is dat hun startpositie in Nederland wezenlijk anders is dan die van asielstatushouders. Gezinsmigranten hebben een overwogen keuze gemaakt om naar Nederland te verhuizen om zich te vestigen bij hun partner met Nederlandse nationaliteit. Zij hebben zich, onder andere in het kader van het inburgeringsexamen in het kader van de Wet inburgering in het buitenland (Wib), voorbereid op hun komst en verplichtingen in Nederland. Daardoor hebben zij veelal al enige kennis van de Nederlandse taal (op niveau A1) als zij starten met hun inburgeringstraject in Nederland. Daarnaast beschikken ze vaak over meer doenvermogen door het beschikbare netwerk en de partner die reeds geworteld is in de Nederlandse samenleving en die over een inkomen beschikt. Om deze reden en wijkt het inburgeringstraject van gezinsmigranten en overige migranten op onderdelen af van dat van asielstatushouders. Omdat gezinsmigranten en overige migranten veelal niet afhankelijk zijn van een uitkering en de Participatiewet om die reden niet op hen van toepassing is, kan op het gebied van participatie minder van hen worden gevraagd dan van asielstatushouders.
De beslissingen op grond van de Participatiewet die onderdeel uitmaken van het PIP van statushouders maken daarom geen
30
onderdeel uit van het PIP van gezinsmigranten en overige migranten. Het verdere onderscheid in de aanbodplicht per doelgroep wordt verder in het stuk toegelicht.
8.2 Planning tot 1 jan 2022
31
8.3 Taalniveaus
8.4 Definities en toelichting terminologie Vluchteling
Asielzoeker
(Asiel)Statushouder, Asielzoekers met vergunning voor bepaalde tijd, vergunninghouder
Een vluchteling is iemand die in zijn thuisland 'gegronde vrees' heeft voor vervolging op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde etnische of sociale groep, en die in het eigen land geen bescherming krijgt. Deze definitie is bepaald in het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties. Een asielzoeker is iemand die een ander land om bescherming vraagt door een asielverzoek in te dienen. Het land waar asiel wordt gevraagd, gaat dan na of de asielzoeker valt onder het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties en dus bescherming nodig heeft. Dit onderzoek gebeurt in de asielprocedure. Wie na onderzoek van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) in Nederland mag blijven, ontvangt een tijdelijke verblijfsvergunning voor een periode van in ieder geval vijf jaar. Zij hebben daarmee een status en worden dan statushouders genoemd. Na vijf jaar wordt opnieuw gekeken of het land van herkomst veilig is. Als het dan nog steeds onveilig is, mogen zij permanent in Nederland blijven. Is het land inmiddels wel veilig, dan moeten ze terug.
32
Alleenstaande minderjarigen (AMV’s Gezinshereniging
Genodigden, hervestigers of hervestigde vluchtelingen
Taakstelling Huisvesting
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) zijn kinderen die zonder ouders of voogd in Nederland asiel aanvragen. Zij zijn extra kwetsbaar en verdienen daarom extra bescherming. Een vluchteling die in Nederland een verblijfsvergunning heeft gekregen, heeft echt op gezinshereniging. Dit betekent dat zijn of haar gezinsleden naar Nederland mogen komen. Daar gelden strikte regels voor. Dit zijn de drie voorwaarden waaraan gezinshereniging moet voldoen: • Binnen drie maanden: nadat een vluchteling een verblijfsvergunning heeft verkregen, heeft hij drie maanden de tijd om een aanvraag voor gezinshereniging in te dienen. • Huwelijk bestond al: het huwelijk of partnerschap bestond al voordat de vluchteling naar Nederland vluchtte. • Gezin bestond al: de gezinsleden vormden al voordat de vluchteling naar Nederland kwam samen een gezin in het land van herkomst of in een buurland. De meeste vluchtelingen trekken naar buurlanden en komen daar terecht in grote vluchtelingenkampen. Ze leven daar onder erbarmelijke en vaak onveilige omstandigheden. Wanneer de situatie voor vluchtelingen uitzichtloos is, zij extra gevaar lopen of kampen met een complexe medische aandoening of handicap, komen zij in aanmerking voor hervestiging in Nederland.
Schrijnende gevallen De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, de UNHCR, selecteert deze zogenoemde 'uitgenodigde vluchtelingen' en draagt ze voor aan de Nederlandse overheid. Deze vluchtelingen hoeven bij aankomst geen asielprocedure te doorlopen en worden direct in een gemeente gehuisvest. Elke gemeente in Nederland krijgt de opdracht om een aantal statushouders te huisvesten. Gemeenten moeten asielzoekers met een verblijfsvergunning passende woonruimte aanbieden. Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, heeft het COA 2 weken de tijd om de vergunninghouder aan een gemeente te koppelen. Gemeenten hebben gemiddeld 10 weken de tijd om woonruimte te vinden en de verhuizing te regelen. Dit is een gemiddelde. Het duurt voor sommige vergunninghouders daarom langer voor ze een woning aangeboden krijgen.
AZC COA
Voor woonruimte maken gemeenten vooral gebruik van het aanbod van sociale huurwoningen van woningcorporaties. Nadat een woning is gevonden heeft de vergunninghouder 2 weken de tijd om daadwerkelijk te verhuizen. Zij gebruiken deze tijd onder andere om hun woning in te richten. Een asielzoekerscentrum is een plaats waar vluchtelingen verblijven totdat over hun asielaanvraag een beslissing is genomen. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)
33