Beleidskader onderwijskansen 2022-2025 Altena
Tekst van het document
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................... 3 1.
Landelijke context ......................................................................................................... 4
1.1
Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid .............................................................. 4
1.2
Nationaal Programma Onderwijs ............................................................................... 5
2.
Lokale visie ................................................................................................................... 6
2.1
Doelen en ambities .................................................................................................... 6
2.2
Speerpunten ............................................................................................................. 7
3.
Thema’s ........................................................................................................................ 8
3.1
Doelgroep, bereik en toeleiding ................................................................................. 8
3.2
Voorschoolse educatie ............................................................................................. 10
3.3
Doorgaande lijn ....................................................................................................... 11
3.4
OAB in het onderwijs ............................................................................................... 13
3.5
Educatief partnerschap ............................................................................................ 15
3.6
Een gezamenlijke focus op taal ................................................................................. 16
3.7
Zicht op bereik, kwaliteit en opbrengsten ................................................................. 17
4.
Afspraken rondom samenwerking en overleg ................................................................ 21
Bijlage 1: Rollen, taken en verantwoordelijkheden van de verschillende partners ................... 24 Bijlage 2: Onderwijsachterstandsscores CBS ......................................................................... 27 Bijlage 3: Samenwerken met ouders .................................................................................... 28 Bijlage 4: Concept werkwijze uitvoering resultaatafspraken …………………………………………. 30
Beleidskader Onderwijskansen
2
Altena, 2022
Inleiding Voor u ligt het beleidskader Onderwijskansen Altena voor de periode 2022-2025. Het beschrijft de wijze waarop de gemeente, met haar partners, in de komende beleidsperiode invulling geeft aan het onderwijskansenbeleid in Altena. Dit beleidskader is tot stand gekomen in samenwerking met de educatieve partners in de gemeente Altena; kinderopvangorganisaties, onderwijs, Bibliotheek Cultuurpunt Altena en de GGD jeugdgezondheidszorg. Al vele jaren werkt de gemeente samen met haar educatieve partners om kinderen met een (risico op) (taal)achterstand die ondersteuning te bieden die zij nodig hebben om succesvol deel te nemen aan het onderwijs. Als gemeente hebben we gebruik gemaakt van de kennis en ervaring van deze partners om tot een nieuw beleidskader onderwijskansen te komen. Een beleidskader dat concrete aanknopingspunten biedt om de komende vier jaar gemeentebreed samen te werken aan kwaliteitsgericht onderwijskansenbeleid. Leeswijzer Dit beleidskader is opgebouwd uit een aantal onderdelen. In het eerste hoofdstuk schetsen we de recente ontwikkelingen in de landelijke regelgeving, die belangrijke kaders bieden voor het lokale beleid. In hoofdstuk 2 beschrijven we de lokale visie op onderwijskansen en formuleren we een aantal doelen, ambities en speerpunten voor de nieuwe beleidsperiode. In het derde hoofdstuk is het nieuwe beleid uitgewerkt in een aantal kernthema’s.
Per kernthema is beschreven wat we met elkaar willen bereiken (de ambitie) en hoe we dat willen gaan doen (welke activiteiten, initiatieven). In het laatste hoofdstuk gaan we in op de samenwerking en overlegstructuur.
Beleidskader Onderwijskansen
3
Altena, 2022
1. Landelijke context 1.1 Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid Het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB), ook wel het onderwijskansenbeleid genoemd, is er op gericht om onderwijskansen te vergroten. Het doel van het GOAB is om kinderen te ondersteunen die op basis van hun omgevingskenmerken (dat wil zeggen: het gezin of de buurt waarin zij opgroeien) een vergroot risico lopen op een onderwijsachterstand. Het GOAB valt in twee delen uit een: - Beleid voor de voorschoolse periode (gemeente ontvangt de middelen vanuit het Rijk) - Beleid voor de basisschoolperiode (schoolbestuur ontvangt de middelen vanuit het Rijk). Gemeenten hebben een wettelijke verantwoordelijkheid voor het realiseren van een voldoende gespreid en kwalitatief goed aanbod voorschoolse educatie (VE) voor peuters van 2,5 – 4 jaar oud. Voorschoolse educatie vindt plaats in de kinderopvang. Het is een aanbod van spelenderwijs leren waarbij gebruik wordt gemaakt van ontwikkelingsgerichte programma’s, gericht op de taal, reken, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Sinds 1 augustus 2020 moet het ve-aanbod 960 uur bedragen, zodat een kind vanaf de dag dat het 2,5 jaar oud is en tot het 4 jaar oud is (een periode van anderhalf jaar) tenminste 960 uur ve kan ontvangen.
Vanaf 1 januari 2022 dient een ve-aanbieder voor de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie een pedagogisch beleidsmedewerker in te zetten (op hbo werk- en denkniveau). Schoolbesturen in het basisonderwijs ontvangen naast de lumpsum aanvullende OABmiddelen die ze kunnen inzetten om onderwijsachterstanden te bestrijden, bijvoorbeeld in de vroegschoolse periode (groep 1 en 2). De hoogte van budget voor gemeenten en schoolbesturen wordt bepaald op basis van een nieuwe rekenmethode, waarbij het CBS op basis van vijf omgevingsfactoren (o.a. opleidingsniveau ouders, herkomstland, verblijfsduur in Nederland) het risico op onderwijsachterstanden bepaalt. Hoe hoger dat risico, hoe hoger het budget.1 Indien er in een gemeente aan de wettelijke verantwoordelijkheid voor voorschoolse educatie is voldaan, mag het resterende gemeentelijke budget ook worden ingezet voor het bestrijden van onderwijsachterstanden op basisscholen. Naast bovenstaand beschreven eigen verantwoordelijkheden, zijn er ook gezamenlijke verantwoordelijkheden: de gemeente, de kinderopvangaanbieders en de schoolbesturen dienen minstens één keer per jaar te overleggen over het beleid voor voor- en vroegschoolse educatie (vve). Er dienen afspraken te zijn over wie de doelgroepkinderen zijn voor voorschoolse educatie, over de toeleiding, de doorlopende leerlijn en de resultaten van de vroegschoolse educatie. 1
https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-onderwijsachterstanden
Beleidskader Onderwijskansen
4
Altena, 2022
De Inspectie van het Onderwijs ziet er op toe dat gemeenten en scholen aan hun wettelijke taak ten aanzien het van GOAB voldoen. Op niveau van de ve-aanbieder inspecteert zowel de GGD als de Inspectie van het Onderwijs. In bijlage 1 zijn de (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden verder uitgewerkt.
1.2 Nationaal Programma Onderwijs Het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) is een programma bedoeld om onderwijsvertragingen in te lopen en moet leerlingen ondersteunen die het moeilijk hebben door schoolsluitingen en corona. Het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs ontvangen in de schooljaren 2021/22 en 2022/23 aanvullende subsidie op basis van hun leerlingpopulatie. Ook gemeenten ontvangen extra budget vanuit het Rijk. Het is de bedoeling dat gemeenten en scholen samen optrekken in het NP Onderwijs, waarbij de LEA een goed vertrekpunt kan zijn. Naast scholen en gemeenten zijn ook andere organisaties uit het jeugddomein relevante gesprek- en uitvoeringspartners, zoals bijvoorbeeld jeugd(hulp)organisaties, de bibliotheek en welzijnspartners. Het Rijk omschrijft verschillende rollen voor de gemeenten binnen het NP Onderwijs. De gemeente kan aanvullende programma’s financieren en de lokale samenwerking versterken. Daarnaast mag de gemeente ook geld besteden aan het inhalen van coronaachterstanden bij thuiszitters, kinderen die niet staan ingeschreven bij een school of geen onderwijs volgen.
Beleidskader Onderwijskansen
5
Altena, 2022
2. Lokale visie In de gemeente Altena willen wij doelgroepkinderen optimale ontwikkelkansen bieden. Ieder kind in Altena verdient een eerlijke kans op een succesvolle onderwijsloopbaan en verantwoordelijke plek in de maatschappij, ongeacht het gezin of de buurt waarin het opgroeit. Onder doelgroepkinderen verstaan we alle kinderen tot 12 jaar in de gemeente Altena met (een risico op) een taal- of onderwijsachterstand als gevolg van kenmerken van hun gezin en/of leefomgeving. Het gaat hierbij vooral om kinderen die opgroeien in een thuisomgeving waarin weinig ruimte is voor ontwikkelingsstimulering; een omgeving waarin weinig gepraat, gelezen en gespeeld wordt en waarin weinig gerichte ondersteuning van de onderwijsloopbaan plaatsvindt. In Altena worden ook kinderen tot de doelgroep gerekend die belemmeringen ervaren in hun sociaal-emotionele ontwikkeling en daardoor risico lopen in het onderwijs (taal)achterstanden op te lopen. We streven in Altena naar een proactieve, integrale en thuisnabije aanpak voor deze groep kinderen, bestaande uit twee componenten: • preventie: het tijdig signaleren en voorkomen van achterstanden • curatie: het effectief aanpakken van bestaande achterstanden We streven naar een gezamenlijke aanpak, waarin ieders (wettelijke) taken, rollen en verantwoordelijkheden duidelijk zijn vastgelegd.
Tegelijkertijd hechten we belang aan ruimte voor maatwerk en eigenheid op locatie. Bij een gezamenlijke aanpak denken we nadrukkelijk ook aan de afstemming tussen onderwijs/kinderopvang en jeugdhulp. Een onderwijsachterstand staat namelijk niet altijd op zichzelf. Soms is er meer aan de hand en dan is snel doorpakken richting een jeugdconsulent belangrijk.
2.1 Doelen en ambities Het eerste doel van het gemeentelijke onderwijskansenbeleid is dat kinderen een zo goed mogelijke start op de basisschool kunnen maken. Dit betekent dat wij ons inspannen om voldoende en kwalitatief hoogwaardig aanbod aan voorschoolse educatie en ondersteuning voor peuters met een (risico op) (taal)achterstand te realiseren. Binnen het beleid is en blijft dit de hoogste prioriteit: we zetten ons in om ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen weg te werken, zodat zij goed voorbereid het onderwijs instromen. De gemeente neemt hierin verantwoordelijkheid en regie, en werkt hierin nauw samen met de kinderopvangaanbieders. Tegelijkertijd weten wij dat niet alle onderwijsachterstanden bij de start van het onderwijs verdwenen zijn. Ook zijn er kinderen met een onderwijsachterstand die tussentijds instromen in het onderwijs. Het onderwijs is de primaire verantwoordelijke om – wanneer dit het geval is - deze achterstanden te verminderen. Het tweede doel van het gemeentelijke onderwijskansenbeleid is dan ook het onderwijs te ondersteunen zodat zij onderwijsachterstanden zo goed mogelijk kunnen aanpakken. We streven naar
Beleidskader Onderwijskansen
6
Altena, 2022
voldoende, kwalitatief sterke voorzieningen voor schoolgaande kinderen met een (taal)achterstand. Ons derde doel is dat de educatieve partners met elkaar samenwerken om het aanbod en de voorzieningen op het gebied van onderwijsachterstanden met elkaar te verbinden en op elkaar aan te laten sluiten. De gemeente treedt op als regisseur waar het gaat om het realiseren van verbindingen tussen partijen binnen het netwerk rondom kinderen.
2.2 Speerpunten Op hoofdlijnen stellen we met elkaar een aantal uitgangspunten vast die de basis vormen voor de keuzes die we de komende tijd met elkaar maken. •
•
•
•
•
Wie? We richten ons in het onderwijskansenbeleid op een afgebakende doelgroep: kinderen van 0 tot 12 jaar met (een risico op) taal- of onderwijsachterstanden, als gevolg van factoren in het gezin (onvoldoende ontwikkelingsstimulering en/of sociaal-emotionele problematiek). Het gaat om kinderen die van huis uit minder kansen krijgen om zich tot hun volle potentieel te ontwikkelen. Met ons aanbod in opvang en onderwijs willen we die kansen vergroten. Waar? Om gelijke kansen te bieden durven wij ongelijk te behandelen. We hebben in ons beleid extra aandacht voor hotspots: we besteden extra tijd, aandacht en middelen aan die plekken (opvanglocaties, scholen, kernen) waar de problematiek het zwaarst is. Wat? We vinden het van groot belang dat doelgroepkinderen zich in de volle breedte kunnen ontwikkelen. We kiezen echter in onze aanpak voor een focus op het stimuleren van de taalontwikkeling, omdat we weten dat taal één van de belangrijkste sleutels tot een succesvolle onderwijsloopbaan is. Waarmee? Bij het kiezen van (nieuwe) aanpakken en activiteiten onderzoeken we altijd eerst of er bewijs is voor effectiviteit, zowel in de wetenschap als in de (eigen) praktijk en of er draagvlak is onder het voorschoolse en/of onderwijsveld. Hoe? We zetten ons gezamenlijk in om een goede structuur en cultuur neer te zetten voor het werken aan gelijke kansen voor doelgroepkinderen.
We integreren het onderwijskansenbeleid waar nodig en mogelijk met andere beleidsterreinen, om een zo effectief mogelijke aanpak te realiseren.
Beleidskader Onderwijskansen
7
Altena, 2022
3. Thema’s In dit hoofdstuk beschrijven we per thema wat we gezamenlijk willen bereiken en welke mogelijkheden we zien om beleid en praktijk de komende jaren te versterken en vernieuwen.
3.1 Doelgroep, bereik en toeleiding 3.1.1 Wat willen we bereiken? We streven naar een maximaal bereik van doelgroepkinderen in de gemeente Altena. Peuters waarbij sprake is van een risico op een taal- of ontwikkelingsachterstand worden tijdig geïndiceerd door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en toegeleid naar voorschoolse educatie. De focus in indicering ligt op kinderen met een (risico op) taalachterstand, die is ontstaan door onvoldoende taalaanbod. We willen dat alle doelgroeppeuters op 2,5 jarige leeftijd starten met voorschoolse educatie en 16 uur per week deelnemen, zodat het kind bij de start van de basisschool 960 uur ve heeft gehad. Het streven is om doelgroepkinderen al op tweejarige leeftijd met een aantal uren per week deelname aan de peuteropvang te laten starten.
3.1.2 Wat gaan we doen? Doelgroep We gebruiken in Altena de volgende doelgroepdefinitie voor het indiceren van peuters voor voorschoolse educatie: Kinderen die voor voorschoolse educatie in aanmerking komen zijn peuters woonachtig in de gemeente Altena tussen 2,5 en 4 jaar oud, die: • door JGZ geïndiceerd zijn met een achterstand in de spraak/taalontwikkeling, of hierop een significant risico lopen. •
door JGZ geïndiceerd zijn met achterstand in de sociaal-emotionele ontwikkeling, of hierop een significant risico lopen.
JGZ maakt bij indicering gebruik van de landelijke JGZ Richtlijn Taalontwikkeling. Het gaat bij het indiceren voor vve expliciet om kinderen met een blootstellingsachterstand: kinderen met een achterblijvende taalontwikkeling als gevolg van onvoldoende (kwalitatief) aanbod in de (thuis)omgeving. Kinderen met een vermoeden van een taalontwikkelingsstoornis of andere ontwikkelingsproblemen worden door JGZ voor verder onderzoek doorverwezen naar het audiologisch centrum of integrale vroeghulp. In uitzonderingsgevallen is, naast de taalontwikkeling, de sociaal-emotionele ontwikkeling een argument om een kind door te verwijzen naar voorschoolse educatie. Op de verwijsbrief staat altijd de reden van indicatie vermeld.
Beleidskader Onderwijskansen
8
Altena, 2022
De doelgroepdefinitie en de uitvoering daarvan zal jaarlijks geëvalueerd worden in het gemeentelijk overleg waarin de kinderopvangorganisaties, het onderwijs maar ook de JGZ en de Bibliotheek CultuurPuntAltena zijn vertegenwoordigd.
Toeleiding en bereik Ve-geïndiceerde kinderen worden door JGZ doorverwezen naar een locatie met voorschoolse educatie. Dit gebeurt vóór de leeftijd van 24 maanden, zodat het kind dat nog geen gebruik maakt van kinderopvang op tweejarige leeftijd voor een aantal uren/dagdelen per week een start kan maken op een peutergroep. Bij 2,5-jarige leeftijd wordt het aantal uren vervolgens geïntensiveerd. Ook een omgekeerde route is mogelijk: voorscholen kunnen kinderen zonder indicatie van wie zij een vermoeden hebben dat er sprake is van een blootstellingsachterstand en/of sociaal-emotionele problematiek terugverwijzen naar JGZ voor een herbeoordeling. Het komende jaar werken gemeente, JGZ en kinderopvangorganisaties gezamenlijk aan het vaststellen van een centrale werkwijze en procedure rondom het indiceren en toeleiden, en maken deze voor alle betrokken partners toegankelijk. Als onderdeel hiervan ontwikkelen we een aantal standaard (digitale) formulieren. In grote lijnen ziet de toeleiding er als volgt uit: - JGZ indiceert kinderen die onder de doelgroepdefinitie vallen vóór de leeftijd van 24 maanden.
Kinderen die nog geen gebruik maken van de kinderdagopvang kunnen zo op tweejarige leeftijd een start maken op een peutergroep; - JGZ informeert ouders vóór de leeftijd van 24 maanden over de indicering en het voorschoolse aanbod in Altena; - JGZ verwijst ouders met een standaardformulier door naar de aanbieders van voorschoolse educatie; - JGZ informeert de kinderopvangorganisatie met een standaard digitaal verwijsformulier dat het een kind met ve-indicatie naar een betreffende locatie heeft doorverwezen; - JGZ registreert of een kind met ve-indicatie is geplaatst op een voorschoolse voorziening of op een wachtlijst staat. Dit gebeurt via de volgende kanalen: o de kinderopvangorganisatie geeft de plaatsing met een standaard digitaal formulier door aan de JGZ o de kinderopvangorganisatie geeft met een standaard digitaal formulier door aan de JGZ wanneer het kind nog niet geplaatst kan worden, maar op een wachtlijst terecht komt o JGZ informeert bij ouders tijdens de consulten tussen 2 en 4 jaar of het kind daadwerkelijk is geplaatst - JGZ neemt contact op met de ouders wiens peuter bij 32 maanden nog niet gestart is bij een kinderopvangorganisatie. JGZ zorgt voor de juiste follow-up en afhandeling.
- Kinderopvangorganisaties die voor een kind een ve-indicatie willen aanvragen, nemen met een standaard digitaal formulier hierover contact op met JGZ en verwijzen ouders door naar JGZ voor het maken van een afspraak. JGZ informeert de kinderopvangorganisatie met een standaard digitaal verwijsformulier of de veindicatie al dan niet is toegekend. Het bereik wordt twee keer per jaar gemonitord. De JGZ levert hiervoor de benodigde gegevens aan bij de gemeente. We stappen momenteel over naar een geautomatiseerd Beleidskader Onderwijskansen
9
Altena, 2022
systeem wat het makkelijker maakt om snel inzicht te krijgen in data en hier dus ook beter op te anticiperen. De gemeente deelt de cijfers in de betreffende gemeentelijk overleggen. We besteden de komende tijd extra aandacht aan de groep kinderen met een ve-indicatie, die geen gebruik maakt van voorschoolse voorzieningen. We brengen in kaart wat de beweegredenen van ouders zijn om kinderen niet deel te laten aan een voorschools programma en we werken enkele oplossingsrichtingen uit (denk bijvoorbeeld aan extra informatievoorziening/promotie of een alternatief (thuis)programma). We hebben hierbij ook aandacht voor de groep ouders die helemaal niet in beeld is bij JGZ. We willen uiteindelijk zorgen voor een community van “ambassadeurs”: alle professionals die werken met jonge gezinnen (denk aan verloskundigen, kraamverzorgenden, baby- en mamacoaches) weten hoe de lijntjes naar JGZ en voorschoolse educatie lopen en stimuleren ouders hiervan gebruik te maken.
3.2 Voorschoolse educatie 3.2.1 Wat willen we bereiken? Het voorschools aanbod bestaat uit 960 uur VE voor doelgroeppeuters. Het aanbod is er op gericht kinderen een zo goed mogelijke start op de basisschool te geven, door een uitdagende ontwikkelomgeving te bieden. Het stimuleren van de taalontwikkeling is daarbij ons speerpunt. We streven naar thuisnabije voorzieningen: iedere peuter heeft dichtbij huis de mogelijkheid om deel te nemen aan voorschoolse educatie. Afstand mag geen reden zijn voor non-bereik. Dat betekent dat we zorgen voor een goed gespreid aanbod over de verschillende kernen. Ook streven we zoveel mogelijk naar gemengde groepen waar doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen van elkaar kunnen leren. Voor groepen met een zware populatie is mogelijk extra investering nodig. Voor peuters en gezinnen met een aanvullende ondersteuningsbehoefte is er een duidelijke zorgstructuur waardoor zij snel de professionele hulp krijgen die zij nodig hebben. Voor professionals is duidelijk welke zorg en ondersteuning beschikbaar is en de routes hiernaar toe worden duidelijk vastgelegd. Samen met de basisscholen realiseren we voor ieder kind een doorgaande ontwikkellijn.
We zorgen voor een goede onderlinge afstemming als het gaat om zorg en begeleiding van het individuele kind, maar vinden het ook belangrijk om gezamenlijk initiatieven te ontplooien die aan de bredere groep doelgroepkinderen en hun gezinnen ten goede komen.
3.2.2 Wat gaan we doen? Sinds 1 januari 2021 is in Altena het nieuwe subsidiekader voorschoolse educatie van kracht, dat 960 uur voorschoolse educatie (16 uur per week) regelt voor peuters met een ve-indicatie tussen 2,5 en 4 jaar. Peuters zonder ve-indicatie kunnen tussen 2,5 en 4 jaar 480 uur (8 uur per week) gebruik maken van de peuteropvang. Peuters (met en zonder indicatie) tussen 2 en 2,5 jaar zijn 8 uur per week welkom. Aanbieders ontvangen subsidie Beleidskader Onderwijskansen
10
Altena, 2022
voor het uitvoeren van ve via een geld-volgt-kindregeling. Ouders betalen een inkomensafhankelijke bijdrage, via kinderopvangtoeslag of via de gemeentelijke regeling. We houden vast waar we trots op zijn, en versterken waar nodig. In Altena zijn de ve partners trots op het eigen pedagogisch en educatief handelen op de groepen. Aandachtspunten zijn de doorgaande lijn, de ouderbetrokkenheid en zorg en ondersteuning. De uitwerking van deze thema’s is in de volgende hoofdstukken te vinden. We voeren jaarlijks met elkaar het gesprek over de kwaliteitsaspecten voor ve en de invulling van deze aspecten. We gebruiken daarvoor in eerste instantie het Inspectiekader Voorschoolse educatie en de inspectierapporten, en werken steeds verder toe naar een lokaal kwaliteitskader voorschoolse educatie, waarin gezamenlijke ambities en afspraken rondom verschillende ve-thema’s zijn vastgelegd. De komende jaren werken we aan een stevige positionering van de nieuwe pedagogisch beleidsmedewerkers/coaches VE binnen de organisaties, met een focus op het verbeteren van de (educatieve) kwaliteit en uitvoering van ve. Zij krijgen een inhoudelijke en coachende rol in het creëren van een uitdagend en ontwikkelingsstimulerend aanbod voor doelgroeppeuters. Ook vervullen de coaches een brugfunctie naar JGZ en het onderwijs.
Gemeente en kinderopvangorganisaties onderzoeken of hierin gezamenlijke focuspunten geformuleerd kunnen worden en of gezamenlijk overleg en scholing van toegevoegde waarde is2. Ook zorgen we er gezamenlijk voor dat kinderen en gezinnen met een aanvullende zorgen/of ondersteuningsbehoefte goed en snel geholpen worden. We hebben behoefte aan de uitwerking van een “sociale kaart” waarop het beschikbare taal-, speel- en zorgaanbod voor jonge kinderen en hun gezinnen zichtbaar is. Ook maken we afspraken met elkaar over de routes naar zorg en ondersteuning, waarbij we JGZ zien als het eerste aanspreekpunt wanneer er bij ouders of professionals zorgen zijn over de ontwikkeling van het jonge kind. Ook stellen we een multidisciplinair team of overlegstructuur samen (vergelijkbaar met het eerdere 12 min overleg) waarin we op casusniveau (het aanbod voor) zorg- en doelgroepkinderen met elkaar kunnen bespreken.
3.3 Doorgaande lijn 3.3.1 Wat willen we bereiken? Ieder doelgroepkind verdient een zachte landing op de basisschool. Dat zien we als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van kinderopvang, onderwijs en ouders. Wanneer er extra zorgen zijn rondom een kind, spannen wij ons hiervoor extra in. We willen dat de doorgaande lijn van voor- naar vroegschool voor iedere partner een belangrijk aandachtspunt is binnen de vve-aanpak, dat zowel in beleid als praktijk concrete uitwerking krijgt. Dat betekent dat we zowel op locatieniveau als op gemeentelijk niveau hierover concrete werkafspraken met elkaar maken.
2
https://goab.eu/C16-N239-Handreiking-voor-gemeenten-Inzet-pedagogisch-beleidsmedewerker-voor-nog-betere-voorschoolse-educatie.html
Beleidskader Onderwijskansen
11
Altena, 2022
3.3.2 Wat gaan we doen? We zetten ons gezamenlijk in voor een doorgaande lijn voor kinderen met een vveindicatie. De gemeente voert de regie en is wettelijk verantwoordelijk voor de realisatie van gemeentelijke afspraken en uniforme werkwijzen rondom de doorgaande lijn. De afspraken rondom de doorgaande lijn worden jaarlijks gemonitord en geëvalueerd met de educatieve partners. 1. Warme overdracht van voor- naar vroegschool Het maakt niet uit van welke opvanglocatie een kind vertrekt of naar welke school een kind gaat, elke doelgroeppeuter in Altena wordt warm overgedragen. We maken op gemeenteniveau afspraken over wat een warme overdracht inhoudt: welke gegevens worden overgedragen en welke personen bij de warme overdracht aanwezig zijn. We ontwikkelen hiervoor een gezamenlijk overdrachtsformulier, dat ook digitaal kan worden ingevuld en verstuurd. Aan dit overdrachtsformulier worden de gegevens uit het kindvolgsysteem toegevoegd. We hebben speciale aandacht voor het betrekken van ouders bij de overdracht. Op locatieniveau worden individuele afspraken gemaakt over de precieze invulling van het proces. We streven op elke locatie naar een standaardprocedure, waardoor voor iedereen de taken en verantwoordelijkheden duidelijk zijn. Zo spreken we af wie het aanspreekpunt per locatie is, wie het initiatief neemt voor het maken van de afspraak en wie bij het gesprek aanwezig is3.
We hechten belang aan een terugkoppeling van vroegschool naar voorschool en zorgen er de komende jaren voor dat deze een structurele plek krijgt in de samenwerking. 2. Versterken van de doorgaande ontwikkellijn Voor kinderen met een vve-indicatie is er extra aandacht voor de doorgaande ontwikkellijn. Een doorgaande ontwikkellijn betekent dat voor- en vroegscholen het pedagogisch klimaat en educatief handelen op elkaar afstemmen en werken aan het wegnemen van ontwikkelingsdrempels. Ontwikkelingsdrempels zijn de verschillen die een kind ervaart na een overgangsmoment, en die een negatieve impact kunnen hebben op het welbevinden en de ontwikkeling van het kind (en de ouders). De doorgaande ontwikkellijn kan op verschillende manieren versterkt worden. In het gemeentelijke vve-overleg wordt onderzocht wat wenselijk en werkbaar is in de gemeente Altena. Initiatieven uit de voormalige gemeenten worden geïnventariseerd en onderzocht op kwaliteit en uitvoerbaarheid. Welke initiatieven zijn kansrijk, kunnen op gemeenteniveau worden gerealiseerd en welke kwaliteitscriteria willen we daarbij hanteren? Het gaat hierbij onder andere om initiatieven als: - Doorbegeleiding van vve kinderen door pm’ers op de vroegschool - Gezamenlijke scholing/studiedagen voor pm’ers en leerkrachten (bijv. elk jaar een of twee thema-avonden) 3
In de kinderopvang kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een rol voor de mentor bij de warme overdracht. In de kinderopvang is het een wettelijke verplichting dat ieder kind een mentor krijgt toegewezen, die o.a. verantwoordelijk is voor het bespreken van de ontwikkeling en welbevinden van het kind met de ouders.
Beleidskader Onderwijskansen
12
Altena, 2022
-
Gezamenlijke vve-verbeterplannen voor koppels van scholen en kinderopvang, evt. met aansluiting van (zorg)partners uit de wijk Het faciliteren van gezamenlijke overlegmomenten en/of collegiale consultatie
Het versterken van de doorgaande ontwikkeling in vve is het meest relevant voor kinderopvangorganisaties en scholen met relatief veel vve-kinderen. Het verdient de voorkeur om in eerste instantie juist met deze scholen en voorscholen te investeren in de samenwerking en doorgaande lijn.
3. Doorgaande lijn in zorg Voor kinderen met extra zorg- en ondersteuningsvragen vinden we een meer intensieve samenwerking van belang. In de eerste plaats zien we hier een rol voor de pedagogisch coaches van de kinderopvang en IB’ers van de basisschool, die op de locatie gezamenlijk optrekken in het realiseren van passende ondersteuning en begeleiding richting de basisschool. Bij een meer complexe hulpvraag is de jeugdconsulent het eerste aanspreekpunt en van daaruit kan verwezen worden voor verder onderzoek of ondersteuning. Voor komende tijd is het van belang om op gemeenteniveau de routes naar (specialistische) zorg duidelijk in beeld te krijgen, zowel voor kinderen (en hun gezinnen) in de voorschoolse periode, als voor kinderen (en hun gezinnen) in de basisschoolleeftijd. Behalve het gesprek over individuele kinderen op locatieniveau, willen we ook (weer) met elkaar het gesprek op casusniveau aangaan, bijvoorbeeld in een multidisciplinair 12 min – overleg op kern en/of wijkniveau, waarbij JGZ ook is aangesloten. Deze casussen leveren input op voor het gemeentelijk beleid. We zorgen daarom voor heldere en korte lijnen tussen de 12 min-overleggen en de gemeentelijke werkgroep vve.
3.4 OAB in het onderwijs 3.4.1 Wat willen we bereiken? Als kinderen vier jaar oud zijn maken ze de overstap naar de basisschool. We streven er naar dat zoveel mogelijk kinderen met een ve-indicatie ook bij de kleuters worden ondersteund met een beredeneerde taalaanpak, om te voorkomen dat zij met een achterstand instromen in groep 3. Ook na groep 3 geven wij speciale aandacht aan kinderen met taal- en onderwijsachterstanden. We ondernemen hierin activiteiten die bewezen effectief zijn en waar bij voorkeur al positieve ervaringen mee zijn opgedaan. We delen onze initiatieven en leren van elkaar. Omdat veel doelgroepkinderen uit kwetsbare gezinnen komen, vinden we het belangrijk dat niet alleen de kinderen, maar ook de ouders de zorg en aandacht krijgen die zij nodig hebben. We benadrukken met elkaar het belang van een stevige verbinding tussen onderwijs en zorg, waarbij we vooral rond preventie een goede gemeentelijke structuur willen neerzetten. De ene school heeft meer met onderwijsachterstanden te maken dan de andere school4. De komende jaren gaan we gerichter investeren op scholen met veel doelgroepkinderen: aan die scholen gaan we meer tijd, middelen en aandacht besteden. Dat betekent dat we
4
In Bijlage 2 is een overzicht met de onderwijsachterstandsscores van het CBS te vinden.
Beleidskader Onderwijskansen
13
Altena, 2022
op die scholen ook hogere verwachtingen hebben van een kwaliteitsimpuls op OABthema’s zoals de doorgaande lijn, het taalonderwijs en de ouderbetrokkenheid.
3.4.2 Wat gaan we doen? Inventarisatie Met een aantal scholen die veel met doelgroepkinderen te maken hebben organiseert de gemeente op korte termijn een aantal rondetafelgesprekken waarin bestaande werkwijzen, activiteiten en initiatieven met elkaar worden gedeeld en op waarde geschat. We komen met elkaar tot een “kwaliteitskaart” OAB in het onderwijs. In de kwaliteitskaart staat een aantal specifieke uitgangspunten benoemd voor OAB-beleid op de scholen (bijvoorbeeld: over welke leerlingen hebben we het, op welke doelen willen we ons richten, wat en wie hebben we nodig, welke rol neemt de gemeente). Ook vormen we met elkaar een lijst van interventies die we als effectief en werkbaar beoordelen en die we met ondersteuning van de gemeente en andere OAB-partners verder willen oppakken en uitwerken. In deze gesprekken staat ook de (gezamenlijke) invulling van het Nationaal Programma Onderwijs op de agenda. Het Nationaal programma biedt zowel inhoudelijk als financieel een mooi vliegwiel om een gezamenlijke doorstart te maken op het thema gelijke kansen. Taalklas Altena PO Voor nieuwkomersleerlingen van 6 tot 13 jaar financiert de gemeente Altena al een aantal jaar een Taalklas. Kinderen die nieuw zijn in Nederland hebben extra taalonderwijs nodig omdat zij nog geen Nederlands spreken.
Deze leerlingen starten in de deeltijd Taalklas: zij volgen drie dagdelen een basisprogramma Nederlands in een aparte voorziening, de andere dagdelen gaan zij naar hun eigen reguliere school. De Taalklas is boven-bestuurlijk georganiseerd: er is één taalklas waar kinderen van alle scholen aan deel kunnen nemen. We zijn over het algemeen tevreden over de Taalklas en willen deze voortzetten. Het komende jaar kijken we met elkaar of we mogelijke drempels in deelname aan de Taalklas weg kunnen nemen (bijv. rond leerlingvervoer en financiering) en of succesvolle werkwijzen uit de Taalklas kunnen worden vertaald naar de reguliere basisscholen (bijvoorbeeld door middel van scholing van leerkrachten, door het beschikbaar stellen van materialen of door ambulante begeleiding). Ook bestaat behoefte om door te praten over een vergelijkbare aanpak voor kleuters. Taalonderwijs op de scholen Doelgroepkinderen hebben baat bij intensief en kwalitatief goed taalonderwijs, bij voorkeur in een kleine groep. We inventariseren met elkaar de goede praktijken en trekken de goede dingen breder.
We schuwen er niet voor om bestaande praktijken naast een wetenschappelijke meetlat te leggen: wat zijn kritische succesfactoren van goed taalonderwijs en voldoen onze aanpakken daaraan? Positieve ervaringen zijn onder andere opgedaan met Taalimpulsgroepen vanuit het samenwerkingsverband en in samenwerkingsprojecten met de bibliotheek. Samenwerking op zorg Scholen pleiten voor een optimalisering van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Nu is vaak voor de professionals rondom een kind nog onduidelijk welke hulp er Beleidskader Onderwijskansen
14
Altena, 2022
in het gezin wordt ingezet door de verschillende partijen. Hierin is betere afstemming nodig. Scholen met zwaardere problematiek hebben baat bij zichtbare aanwezigheid van een jeugdconsulent en het wijkteam in de school, zodat tijdig en scherp ingezet kan worden bij problemen in het gezin. We maken hiermee een begin door de inzet van de consulent onderwijs vanaf januari 2022. Deze consulent fungeert als brug tussen scholen en gemeente. We gaan deze brugfunctie verder versterken met middelen vanuit het NPO.
3.5 Educatief partnerschap 3.5.1 Wat willen we bereiken? Educatief partnerschap is een proces waarin ouders en professionals samenwerken om het leren, de motivatie en de ontwikkeling van kinderen te bevorderen. In de levensloop van kinderen zijn ouders de constante factor, terwijl professionals vaak kortere periode een rol spelen. Op het moment dat een professional bij een kind betrokken is, is het belangrijk om ook na te gaan wat ouders nodig hebben in die periode. Voor veel ouders is een stimulerende en ondersteunende rol als het gaat om de (taal)ontwikkeling en de schoolloopbaan van hun kinderen vanzelfsprekend. Vanuit het GOAB richten we ons op de ouders voor wie die rol niet vanzelfsprekend is, bijvoorbeeld omdat zij zelf laagtaalvaardig zijn. Deze ouders worden door de vve-partners gezien, gehoord en ondersteund passend bij hun eigen wensen en behoeften. Hierbij bepalen niet wij eenzijdig, maar samen met de ouder wat hij of zij nodig heeft. We zijn bij de overgangsmomenten extra alert dat ouders worden betrokken en zorgvuldig worden geïnformeerd. Ouders zijn bij de warme overdracht aanwezig en worden tijdens de eerste periode op de voor- en vroegschool actief uitgenodigd de nieuwe (voor)school te leren kennen.
3.5.2 Wat gaan we doen? Ouders hebben verschillende mogelijkheden, opvattingen en ervaringen. Het is van belang dat professionals hier vanuit een gelijkwaardig partnerschap voldoende zicht op krijgen. In de werkgroep vve maken we afspraken over de communicatie met ouders en de beoogde invulling van educatief ouderschap, zodat ouders en kinderen bij iedere instelling en (voor)school op respectvolle en professionele benaderd en bejegend worden. In deze gezamenlijke invulling van educatief partnerschap vinden we het belangrijk dat er aandacht is voor (zie ook bijlage 3): -
Het leren kennen van ouders en hun verschillende vaardigheden, communicatie- en ondersteuningsbehoeften. Het organiseren van laagdrempelige informatievoorziening en activiteiten voor ouders, waarbij we leren van elkaars goede voorbeelden. Het (leren) signaleren wanneer ouders moeite hebben met de basisvaardigheden of problemen thuis zijn zoals armoede. Het doorverwijzen van ouders en kinderen waar nodig. Hierbij is het belangrijk we dat het gemeentelijk aanbod voor jeugd en ouders en de daarbij betrokken organisaties goed kennen.
Beleidskader Onderwijskansen
15
Altena, 2022
3.6 Een gezamenlijke focus op taal 3.6.1 Wat willen we bereiken? Een taalrijke omgeving, waar veel met kinderen wordt gepraat, gelezen, gezongen en gespeeld is een basisvoorwaarde voor de schoolse ontwikkeling van kinderen. In Altena zijn alle professionals rondom het kind en ouders zich bewust van het belang van een taalrijke (thuis)omgeving, leesbevordering en het voorkomen van laaggeletterdheid. Ouders en professionals rondom het kind werken samen en ieder vanuit zijn eigen rol aan het versterken van de taalrijke (thuis)omgeving van kinderen met een risico op een onderwijsachterstand. Ouders die vaardigheden missen worden zo vroeg mogelijk gesignaleerd en extra ondersteund.
3.6.2 Wat gaan we doen? Op school en in de kinderopvang is gerichte taalstimulering en leesonderwijs nodig om kinderen met een risico op onderwijsachterstand maximale onderwijskansen te bieden. Als het gaat om leesbevordering ondersteunt Bibliotheek CultuurPuntAltena in Altena scholen en kinderopvangaanbieders met programma’s zoals de Bibliotheek op school en BoekStart in de kinderopvang. Kinderopvangaanbieders met ve-groepen kunnen met subsidie van de gemeente bijvoorbeeld vve-themakisten lenen bij Bibliotheek CultuurPuntAltena. Aanbod bibliotheek voor scholen en kinderopvang We onderzoeken het huidige aanbod vanuit de Bibliotheek gericht op de vve. Bibliotheek CultuurPuntAltena neemt hier een voortrekkersrol in en sluit op dit thema aan bij de werkgroep vve. -
-
Hoe kunnen we het huidige aanbod van Bibliotheek CultuurPuntAltena beter en structureler onder de aandacht brengen van scholen en kinderopvang? Welk aanbod van Bibliotheek CultuurPuntAltena gericht op de vve kunnen, en willen we, verbeteren dan wel uitbreiden? Het gaat hier bijvoorbeeld om de themakisten voor vve of het aantal locaties dat deel kan nemen aan BoekStart in de kinderopvang. Zijn er mogelijkheden om nieuwe programma’s te organiseren gericht op taal en lezen, zoals de VoorleesExpress of BoekStart op het consultatiebureau (plaatsen collectie en/of inzet van coaches)?
Gezinsaanpak: signaleren en doorverwijzen De JGZ, pedagogisch medewerkers en leerkrachten voeren met ouders het gesprek over een taalrijke thuisomgeving en signaleren waar dit mist. Ook voor logopedisten en de bibliotheek is hier een rol weggelegd. Aan alle ouders van kinderen een doelgroepindicatie besteden we extra aandacht door hen: -
bij indicering voor vve en de startgesprekken op de kinderopvang en school te informeren over taal, (voor)lezen en de bibliotheek;
Beleidskader Onderwijskansen
16
Altena, 2022
-
-
actief te begeleiden bij thuis voorlezen, spelen en praten met hun kinderen, bijvoorbeeld door het versturen van themabrieven en de organisatie van ouderbijeenkomsten op de (voor)school; waar nodig te ondersteunen bij meertalig opvoeden en Nederlands als tweede taal; indien zij laaggeletterd zijn door te verwijzen naar (Digi)taalhuis Altena.
Community rondom taal Bibliotheek CultuurPuntAltena organiseert een community rondom het thema taalstimulering en het voorkomen van laaggeletterdheid. Gemeente, kinderopvangaanbieders, scholen en andere organisaties in Altena zijn uitgenodigd om deel te nemen aan deze community en gebruik te maken van de kennis en expertise die hier met elkaar gedeeld wordt. De bibliotheek is aanjager en organisator van deze community. Anderstalige kinderen Meertalig opgroeien brengt ook voordelen met zich mee. We ondersteunen en stimuleren ouders die thuis geen Nederlands spreken bij meertalig opvoeden door hun te informeren over de voordelen en voorwaarden van meertalig opvoeden. Laaggeletterdheid signaleren en herkennen Altena werkt mee aan de aanpak laaggeletterdheid voor de arbeidsregio West-Brabant. De gemeente Altena en de bibliotheek CultuurPuntAltena nemen deel aan dit overleg en kunnen de verbinding leggen met de werkgroep vve. Bijvoorbeeld als het gaat om kennis over het herkennen en signaleren van laaggeletterde ouders. Samenvattend: we realiseren een gezamenlijke focus op taal voor Altena door de samenwerking tussen Bibliotheek CultuurPuntAltena, JGZ, kinderopvang en onderwijs te versterken.
We zorgen voor een groter bewustzijn van het belang van een preventieve aanpak voor laaggeletterdheid en het belang van een taalrijke (thuis)omgeving en leesbevordering, bij alle professionals en ouders. We maken gebruik van, en leren van, elkaars expertise. We zorgen ervoor dat alle professionals van de JGZ, kinderopvang, school en Bibliotheek CultuurPuntAltena die contact hebben met ouders bekend zijn met het aanbod in Altena op het gebied van laaggeletterdheid, taalrijk- en meertalig opvoeden. We maken in de werkgroep vve afspraken over het verzamelen en delen van deze informatie.
3.7 Zicht op bereik, kwaliteit en opbrengsten 3.7.1 Wat willen we bereiken? Met elkaar moeten en willen we het bereik, de kwaliteit en de opbrengsten van onze inspanningen beter zichtbaar maken. We gaan in beeld brengen of we de doelstellingen van ons beleid behalen. Het gaat in de kern om de volgende doelstellingen: 1. alle kinderen die dat nodig hebben, nemen deel aan voor- en vroegschoolse educatie en/of andere ontwikkelingsstimulerende activiteiten Beleidskader Onderwijskansen
17
Altena, 2022
2. de kinderen die deelnemen aan het aanbod lopen hun achterstanden in / maken een significante groei door in hun ontwikkeling 3. de kwaliteit van ons aanbod is goed en we hebben zicht op waar verbeteringen mogelijk zijn De beschikbare informatie hierover willen we vaker met elkaar bespreken. We vinden het belangrijk om met elkaar een kwaliteitsdialoog te voeren met als hoofdvraag: doen we in Altena de goede dingen voor de doelgroepkinderen?
3.7.2 Wat gaan we doen? Over een periode van vier jaar zetten we met elkaar een VVE- en OAB-monitor op die we stapsgewijs uitbouwen. We vinden het belangrijk dat de monitor voldoet aan de wettelijke verplichtingen en onze gezamenlijke verwachtingen, waarbij we oog willen houden voor de administratieve lasten van alle partners. We starten met de wettelijke verplichte onderdelen, deze zijn: • Bereik voorschoolse educatie: hoeveel kinderen met een indicatie nemen daadwerkelijk deel aan voorschoolse educatie, en met welke intensiteit? • Resultaatafspraken VVE: zicht op de ontwikkeling van doelgroepkinderen, lopen ze hun (verwachte) achterstanden in? 1. Bereik voorschoolse educatie Het in kaart brengen van het bereik van de voorschoolse educatie is een gezamenlijke inspanning van gemeente, JGZ en kinderopvangorganisaties. Het gaat hier met name om een gemeentelijke analyse van al beschikbare gegevens, zoals de bereikcijfers van JGZ en de jaarlijkse ve-subsidieaanvragen en -beschikkingen van kinderopvangorganisaties. De monitor bestaat uit de volgende onderdelen: • aantal geïndiceerde peuters • redenen van verwijzing • aantal geplaatste peuters • ve-tijd (deelname in maanden/dagdelen) • redenen voor non-bereik Het is van belang om de analyses niet alleen op gemeenteniveau te doen, maar ook uitsplitsingen te doen op locatie, wijk en kern/gemeenteniveau.
Met de aanschaf van de applicatie Peutermonitor hebben we hiermee in 2022 een begin gemaakt. De monitor wordt momenteel geïmplementeerd. 2. Resultaatafspraken vve (concept) Resultaatafspraken zijn afspraken tussen schoolbesturen/kinderopvangorganisaties en gemeente over de resultaten die zij met de (voor en) vroegschool willen behalen. De resultaatafspraken zijn bedoeld om antwoord te geven op de vraag hoe doelgroepkinderen in Altena zich ontwikkelen en in hoeverre in de voor- en vroegschoolse periode eventuele achterstanden worden ingelopen. Belangrijk om hier te noemen is dat het uitdrukkelijk niet gaat om afspraken waar men op wordt afgerekend: de essentie is het stellen van ambitieuze verwachtingen en op basis
Beleidskader Onderwijskansen
18
Altena, 2022
daarvan een kwaliteitsdialoog te voeren met elkaar. Omdat we nog verder in gesprek willen met onze educatieve partners over deze afspraken hebben we deze in concept meegenomen in dit beleidskader. Het maken van resultaatafspraken is wettelijk verplicht voor de vroegschoolse educatie (kleuters) en daarop wordt toegezien door de Inspectie van het Onderwijs. Resultaatafspraken zijn niet verplicht voor de voorschoolse educatie (peuters). Toch kiezen we ervoor de voorschoolse partners ook bij het maken van resultaatafspraken te betrekken. We zien vve als een gezamenlijke inspanning van voor- en vroegschool. Een aantal concept uitgangspunten voor de nieuwe resultaatafspraken zijn als volgt: ❖ De resultaatafspraken hebben betrekking op doelgroepkinderen: dat zijn de peuters en kleuters met een vve-indicatie. ❖ We willen de ontwikkeling van zoveel mogelijk doelgroepkinderen in kaart brengen. We kiezen er daarom voor dat alle voorschoolse locaties die gemeentelijke vesubsidie ontvangen meedoen aan de resultaatafspraken. Voor de scholen kiezen we ervoor dat alleen de scholen met een grote populatie doelgroepkinderen meedoen. Met name op die scholen verwachten we een beredeneerd aanbod voor doelgroepkinderen en is het gesprek daarover wenselijk. Of een school een grote doelgroep-populatie heeft bepalen we op basis van landelijke cijfers uit de nieuwe gewichtenregeling.
❖ Voorlopig richten we de resultaatafspraken op het ontwikkelingsdomein taal. We doen dit om inhoudelijke redenen (“het vergroten van de taalvaardigheid is het belangrijkste doel van vve”), maar ook om pragmatische redenen (“het moet behapbaar blijven voor iedereen”). ❖ We brengen voor de resultaatafspraken de taalontwikkeling van de doelgroepkinderen op vier momenten in beeld: begin peuter, eind peuter, begin kleuter en eind kleuter. Zo kunnen we iets zeggen over ontwikkeling tijdens de voorschoolse periode en over de ontwikkeling tijdens de vroegschoolse periode. Kinderopvangorganisaties en scholen zijn vrij in het ontwikkelvolgsysteem dat zij hiervoor gebruiken. ❖ We weten dat doelgroepkinderen in hun taalontwikkeling vaak een achterstand hebben ten opzichte van leeftijdsgenoten. Het doel van vve is om deze achterstanden in te lopen en doelgroepkinderen een goede start te geven in groep 3. Onze ambitie, daar waar we samen naar streven en elk doelgroepkind toewensen, is dat de achterstand verdwijnt. De realiteit is dat doelgroepkinderen, ondanks onze inzet, vaak een achterstand houden ten opzichte van kinderen die niet tot de doelgroep behoren. Waar we in ieder geval naar streven is dat de achterstand kleiner wordt en dat ieder kind groei en ontwikkeling doormaakt.
Daarmee komen we op de volgende afspraken die gemeente en kinderopvang/schoolbesturen in Altena met elkaar maken over de ontwikkeling van doelgroepkinderen in de voor- en vroegschoolse periode: •
75% van de doelgroepkinderen heeft tussen begin en einde van de peuter/kleutertijd in de taalontwikkeling een groei doorgemaakt die volgens de professional naar verwachting of boven verwachting is.
Beleidskader Onderwijskansen
19
Altena, 2022
•
75% van de doelgroepkinderen die aan het begin van de peuter/kleutertijd onder leeftijdsniveau scoorde op het domein taal, scoort aan het einde van de peuter/kleutertijd op of boven leeftijdsniveau.
Beleidskader Onderwijskansen
20
Altena, 2022
4. Afspraken rondom samenwerking en overleg De gemeente Altena is intern de uitvoering van het sociaal domein opnieuw aan het vormgeven. Sinds de fusie van de drie voormalige gemeenten ontbreekt het systematisch werken aan gelijke kansen voor doelgroepkinderen. Dit wordt gemeentebreed ervaren als een gemis. Er is een nieuwe structuur en cultuur nodig voor kennisdeling, beleidsontwikkeling en overleg tussen partners. Systematisch werken aan gelijke kansen voor doelgroepkinderen bestaat uit een aantal onderdelen: 1. Overleg op bestuursniveau over beleidsontwikkelingen 2. Overleg op uitvoerend niveau over beleidsontwikkelingen en de vertaling van beleid naar praktijk 3. Vve- overleg op kind en locatieniveau voor pedagogisch coaches en ib’ers 4. Multidisciplinair overleg voor het brede jeugddomein voor kennisdeling en casuïstiek 5. Kennisdeling tussen OAB partners voor kwaliteitsverbetering en creëren van gedeelde waarden en werkwijzen
4.1.1 Wat gaan we doen? Altena is een gemeente bestaande uit veel verschillende kernen. Structureel overleg vindt zowel plaats op het niveau van de gemeente als op het niveau van de kernen. Op gemeenteniveau vindt kennisdeling, beleidsontwikkeling en de ontwikkeling van procesafspraken en benodigde materialen plaats. Op kernniveau vindt het overleg over individuele kinderen en casuïstiek plaats. In dit overleg op kernniveau komt het beleid in de praktijk: werkafspraken en richtlijnen worden uitgewerkt en in gebruik genomen. Daarnaast hebben deze overleggen een signalerende functie: er worden waardevolle praktijkervaringen opgehaald die ingebracht kunnen worden op de agenda van de LEA en de werkgroep vve. Overlegstructuur (voorstel) Onderstaande overlegstructuur is nog een voorstel. We willen samen met de partners bespreken wat noodzakelijk, wenselijk en haalbaar is. Verdere uitwerking is dus nog nodig. 1. VVE werkgroep (permanent) Er wordt een vve werkgroep ingericht met een aantal vaste leden, dit zijn vertegenwoordigers vanuit de gemeente, het onderwijs en de kinderopvang. In ieder geval zijn de scholen en kinderopvang met een hoog aantal doelgroepkinderen vertegenwoordigd in deze werkgroep. Ook de bibliotheek en JGZ zijn uitgenodigd. De werkgroep vve ontwikkelt beleid en bereidt met dit beleid de besluitvorming voor, welke plaatsvindt in de LEA.
Uit het overleg van de vve-werkgroep kunnen specifieke opdrachten naar voren komen, die in een kleinere (eventueel tijdelijke) werkgroep kunnen worden belegd (zie 2).
Beleidskader Onderwijskansen
21
Altena, 2022
Wat? Beleidsvoorbereiding, uitwerking en uitvoering op gebied VVE. Hoe vaak? 4 x per jaar overleg, 1 x per 10 weken Voorzitter: gemeente Regie/secretariële ondersteuning: gemeente
2. Werkgroepen vve (tijdelijk) Wat? Beleidsvoorbereiding op tijdelijke specifieke thema’s/opdrachten, zoals werkafspraken toeleiding, ouderbetrokkenheid en doorgaande lijn. Wie? Samenstelling wisselt per werkgroep, afhankelijk van thema. • Gemeenteambtenaar (op uitnodiging) • Collega ambtenaren/projectleiders gemeente (op uitnodiging) • Kwaliteits/beleidsmedewerkers besturen of directie/IB’ers van scholen, afhankelijk van onderwerp • Kwaliteits/beleidsmedewerkers of teamleiders/managers/coaches kinderopvang, afhankelijk van onderwerp • JGZ • Bibliotheek CultuurPuntAltena (Coördinator Educatie) Hoe vaak? naar behoefte Overkoepelende regie: gemeente Regie per werkgroep: aanjager (taken: bijeenroepen en voorzitten van de bijeenkomsten, opstellen en beheren van de werkagenda, opbrengsten verzamelen, resultaten terugkoppelen naar werkgroep vve) Deze tijdelijke werkgroepen zijn verantwoordelijk voor de eerste uitwerking van de activiteiten uit de werkagenda. De eerste uitwerking wordt door de werkgroep vervolgens teruggekoppeld en gedeeld met de rest van de werkgroep vve, zodat de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij de partijen gezamenlijk blijft. De gemeente heeft een regiefunctie in het geheel.
Voorstellen voor werkgroepen: • bereik en toeleiding (nieuwe werkafspraken vastleggen) • educatief partnerschap: naar een gezamenlijke aanpak • resultaatafspraken • doorgaande (ontwikkel)lijn • OAB in het onderwijs vanaf groep 3 • sociale (onderwijs)kaart Altena ontwikkelen 3. Lokale samenwerkingen rondom jeugd en zorg (12- overleg) Wat? Locatie/wijkspecifieke uitwerking van het beleid, bijvoorbeeld werkafspraken over de doorgaande lijn. Bespreking individuele casussen. Er is specifieke aandacht voor de uitvoeringspraktijk rondom OAB en de ontwikkeling van doelgroepkinderen. Wie? Samenstelling wisselt per locatie, in ieder geval voor kinderopvangorganisaties en scholen met zware OAB-populatie • Directeuren, IB’ers, leerkrachten • Locatiemanagers, coaches, pm’ers Beleidskader Onderwijskansen
22
Altena, 2022
•
Jeugdconsulent, consulent onderwijs, jgz, evt. leerplichtambtenaar of jongerenwerker (op basis van de agenda kunnen er specifieke organisaties worden uitgenodigd)
Hoe vaak? naar behoefte, minimaal twee keer per jaar Regie per 12- overleg: aanjager (taken: bijeenroepen en voorzitten van de bijeenkomsten, opstellen en beheren van de werkagenda, opbrengsten verzamelen, resultaten terugkoppelen naar de werkgroep vve).
Beleidskader Onderwijskansen
23
Altena, 2022
Bijlage 1: Rollen, taken en verantwoordelijkheden van de verschillende partners In het gemeentelijk onderwijskansenbeleid heeft iedere partij zijn eigen (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden. Op hoofdlijnen ziet dat er als volgt uit: • De gemeente is primair verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende, kwalitatief hoogwaardig voorschools aanbod. Deze taak voert zij uit in samenwerking met de kinderopvangaanbieders. • De gemeente ondersteunt het onderwijs bij haar primaire taak om onderwijsachterstanden in de schoolse periode te bestrijden. • De gemeente treedt op als regisseur waar het gaat om het realiseren van verbindingen tussen partijen binnen het netwerk rondom kinderen. In onderstaande tabellen zijn de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende partners preciezer uitgewerkt. Gemeente Verantwoordelijkheden
Taken
Rollen
De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor: • voldoende en kwalitatief hoogwaardig aanbod van voorschoolse educatie • het vaststellen van de doelgroep • het bereik van alle doelgroepkinderen en goede toeleiding van kinderen naar voorschoolse educatie • toezicht op en handhaving van de kwaliteit de kinderopvang en de peuteropvang • jaarlijks overleg voeren met de schoolbesturen over de resultaten van vroegschoolse educatie Daarnaast zal de gemeente: • het onderwijs ondersteunen bij OAB-aanbod in de schoolse periode • overige partijen, zoals huisartsen en gastouderbureaus informeren over gemaakte afspraken indien daar noodzaak dan wel aanleiding voor is • evalueren, verbeteren en borgen van het OAB-beleid in een kwaliteitscyclus • vaststellen kaders en randvoorwaarden voor uitvoering vve samen met de vve-partners • actualiseren subsidie/kwaliteitseisen vve • vaststellen en jaarlijks evalueren uurprijs vve • faciliteren van uitwisseling tussen kinderopvang en scholen • bewaken traject resultaatafspraken • deelname aan gemeentelijk overleg • trekker en regisseur voor vve
Beleidskader Onderwijskansen
24
Altena, 2022
Levert informatie over
• • • • •
partner en toezichthouder vve-uitvoering partner en facilitator OAB-samenwerking Kengetallen over aantallen peuters in de gemeente (CBS) GGD-rapportages over kwaliteit kinderopvang Rapportages Inspectie van het Onderwijs over kwaliteit vve
Kinderopvangaanbieders Verantwoordelijkheden
Taken
Rollen
Levert informatie over
•
Het bieden van aanbod volgens door gemeente opgestelde subsidievoorwaarden ve, de wet Kinderopvang en de landelijke geldende kwaliteitseisen voor ve • Het bieden van informatie aan ouders over ve Wettelijke taken: • Deelnemen aan het maken van afspraken over doelgroepdefinitie en toeleiding ve • Maken van afspraken over de doorgaande lijn en de overdracht naar scholen Overige taken: • deelnemen aan OAB-overleg • evalueren OAB samen met andere partners • uitwisseling met de scholen • uitvoeren gemeentelijk ve-beleid • meedenken en input geven aan gemeentelijk beleid • signaleren wanneer beleid en praktijk niet goed aansluiten op elkaar • aantal peuters en aantal vve-peuters • afgenomen aanbod (in jaren/dagdelen) • observaties ontwikkeling vve-peuters conform werkwijze resultaatafspraken
Onderwijs Verantwoordelijk heden Taken
Samenwerkingsverband/schoolbesturen/scholen: • Passend (taal)aanbod kinderen met (een risico op) een (taal)achterstand Wettelijke taken (schoolbesturen) • Deelnemen aan het maken van afspraken over doelgroepdefinitie en toeleiding ve • Maken van afspraken over de doorgaande lijn en overdracht met kinderopvangorganisaties en gemeente • Jaarlijks overleg voeren met de gemeente over de resultaten van vroegschoolse educatie • Organiseren taalonderwijs bij taalachterstanden in het onderwijs Overige taken (scholen): • Bieden van passend taalaanbod • Deelname aan OAB-overleg
Beleidskader Onderwijskansen
25
Altena, 2022
Rollen
Leveren informatie over
• • • • • •
evalueren OAB samen met andere partners uitwisselen en terugkoppelen met kinderopvangorganisaties uitvoeren vroegschoolse educatie meedenken en input geven aan gemeentelijk beleid signaleren wanneer beleid en praktijk niet goed aansluiten op elkaar observaties ontwikkeling leerlingen conform werkwijze resultaatafspraken
JGZ Verantwoordelijk heden
•
Rollen
• •
Levert informatie over
• •
•
Indicatie van peuters op basis van de door de gemeente vastgestelde doelgroepdefinitie Leveren van informatie aan ouders van peuters in de gemeente mbt voorschoolse voorzieningen en vve meedenken en input geven aan gemeentelijk beleid signaleren wanneer beleid en praktijk niet goed aansluiten op elkaar aantal geïndiceerde peuters, conform afspraken met gemeente aantal geïndiceerde peuters in kinderopvang
Naast bovengenoemde partners zijn er nog andere relevante partners zoals bijvoorbeeld de Bibliotheek CultuurPuntAltena die een rol spelen in de uitvoering van het onderwijskansenbeleid. Bovendien zijn er wisselende partners die samenhangen met de projecten die we uitvoeren.
Beleidskader Onderwijskansen
26
Altena, 2022
Bijlage 2: Onderwijsachterstandsscores CBS Het CBS berekent jaarlijks voor iedere school een schoolgewicht: een score die aangeeft hoe groot het risico op onderwijsachterstanden op de betreffende school is. Dit risico wordt berekend op basis van een combinatie van vijf omgevingsfactoren: het opleidingsniveau van vader en moeder, het herkomstland van moeder, de verblijfsduur in Nederland, het gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op school en of het gezin wel/niet in de schuldsanering zit. Hoe hoger de score, hoe hoger het risico op onderwijsachterstand op een school. De score is een optelsom van alle leerlingen op een school. NB: deze score staat los van de daadwerkelijke onderwijsprestaties van leerlingen en de invloeden van de coronacrisis. De landelijk gemiddelde score is 89. In onderstaande tabel zijn de scores met drempel te vinden voor schooljaar 2020/2021. Scholen met een score van 0 ontvangen geen budget van het Rijk voor het bestrijden van onderwijsachterstanden5.
1 2 3 4 5 6 7 8
5
Naam school
Kern
Bs Burg Sigmond Basisschool De Wilgenhoek Hervormde Basisschool 't Kompas Basisschool J. Henri Dunant Verschoorschool Christelijke Basisschool Eben Haezer Christelijke Basisschool De Sprankel Alle overige scholen
Werkendam Hank Werkendam Wijk En Aalburg Sleeuwijk Woudrichem Dussen
Score met drempel 119,58 99,53 79,87 49,61 13,51 7,39 1,05 0
Meer informatie is te vinden op: https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-onderwijsachterstanden
Beleidskader Onderwijskansen
27
Altena, 2022
Bijlage 3: Samenwerken met ouders Er zijn tal van manieren om binnen een gemeente invulling te geven aan educatief partnerschap, afhankelijk van wensen en behoeften van ouders en professionals in een gemeente. Deze bijlage dient om het gesprek tussen vve partners in de gemeente Altena over de invulling van educatief partnerschap vorm te geven. 1. Ouders leren kennen Het is belangrijk om zicht te krijgen op de wensen, behoeften en ambities van ouders en op de verwachtingen voor het kind en de opvatting van ouders over het belang van ondersteuning thuis. Deze onderwerpen zijn onderdeel van het gesprek tijdens de warme overdracht en kennismakingsafspraken met de (voor)school, JGZ of andere organisaties zoals Vluchtelingenwerk. Bij ouders leren kennen hoort ook het signaleren wanneer ouders moeite hebben met de basisvaardigheden of problemen thuis zijn zoals armoede. De vve partners maken afspraken over het (leren) signaleren en doorverwijzen. 2. Ouders informeren Ouders worden actief geïnformeerd over de thema’s en activiteiten op de (voor)school, bijvoorbeeld door het versturen van themabrieven en het organiseren van inloopmomenten. De educatieve partners wachten niet af tot ouders naar hen toekomen maar nemen zelf het initiatief. Zij zoeken naar manieren van communicatie die voorziet in de behoeften van ouders.