Begroting 2025 - incl amendementen
Tekst van het document
89
onderhevig. Alle relevante baten en lasten worden toegerekend. Deze baten en lasten worden geschoond voor onderdelen welke wettelijk niet toegerekend mogen worden. Berekening van kostendekking Marktgelden
2025
Altena Baten en lasten taakvelden Lasten taakvelden incl. rente
55
Baten taakvelden, excl. heffingen
0
Netto kosten taakveld
55
Toe te rekenen lasten Overhead incl. omslagrente
18
BTW Totaal toe te rekenen lasten
18
Totale lasten
73
Baten heffingen
70
Saldo
3N
Dekkingspercentage
95%
De in de Begroting 2025 opgenomen, voor de kostendekking van de Marktgelden relevante, lasten overschrijden de baten niet. De totale kostendekking is 95%. De kostendekking is jaarlijks aan fluctuatie onderhevig. Alle relevante baten en lasten worden toegerekend. Deze baten en lasten worden geschoond voor onderdelen welke wettelijk niet toegerekend mogen worden.
90
Berekening van kostendekking Havengelden
2025
Altena Baten en lasten taakvelden Lasten taakvelden incl. rente
566
Baten taakvelden, excl. heffingen
6
Netto kosten taakveld
560
Toe te rekenen lasten Overhead incl. omslagrente
158
BTW
0
Totaal toe te rekenen lasten
158
Totale lasten
718
Baten heffingen
707
Saldo
11N
Dekkingspercentage
99%
De in de Begroting 2025 opgenomen, voor de kostendekking van de Haven- en kadegelden relevante lasten overschrijden de baten niet. De totale kostendekking is 99%. Het kostendekkingspercentage is jaarlijks aan fluctuatie onderhevig. Alle relevante baten en lasten worden toegerekend. Deze baten en lasten worden geschoond voor onderdelen welke wettelijk niet toegerekend mogen worden.
91
€ 11.993.000
€ 23.541.000
2,0
Risicowaarde
Weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
De complexiteit van projecten waar gemeenten aan deelnemen, de veranderende rol van gemeenten in de maatschappij en ingrijpende veranderingen in wet- en regelgeving dwingen tot een groter risicobewustzijn. Het is dan van belang om zicht te hebben en te behouden op de risico’s die zich manifesteren bij de uitvoering van gemeentelijke taken en om daarbij passende beheersmaatregelen te treffen. De gemeente Altena moet voldoende buffers hebben om deze risico’s op te kunnen vangen. Deze paragraaf geeft inzicht in de verhouding tussen de risico’s en het vermogen om deze risico’s op te kunnen vangen.
Beleidskaders • Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) • Nota Risicomanagement 2019 • Nota Reserves en voorzieningen 2019 • Herijking Reserves en voorzieningen 2020 Definities De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Altena toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote lasten te dekken; b. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Onder risicomanagement wordt het systematisch in kaart brengen van de risico’s met het oog op de beheersing van de risico’s verstaan. In deze paragraaf ligt de primaire focus op het financiële risico. Risicomanagement is geen statisch instrument, maar dient integraal onderdeel uit te maken van werkprocessen. Middels de Planning & Control-documenten wordt de gemeenteraad geïnformeerd over het weerstandsvermogen. De risico’s met betrekking tot verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf verbonden partijen.
Tot slot zijn in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen in relatie tot de financiële positie van de gemeente Altena opgenomen alsmede een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen deze kengetallen.
92
Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen dat ingezet kan worden om eenmalige tegenvallers op te vangen en wordt gevormd door de optelsom van het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve en de stille reserves. Stille reserves worden bepaald door het verschil tussen boekwaarden en de actuele marktwaarden van bezittingen in aandelen en onroerend goed. Hierbij dient in acht te worden genomen dat niet alle stille reserves snel te gelde gemaakt kunnen worden. Bovendien neemt de toezichthouder deze reserves alleen mee bij de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit als de actuele marktwaarde reëel is onderbouwd, bijvoorbeeld door een officiële taxatie. Ook mag de stille reserve geen gebruiksnut meer hebben voor de gemeente en moet deze op korte termijn beschikbaar kunnen komen. Om deze redenen worden de stille reserves op nihil gesteld. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken over meerdere jaren.
De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de post onvoorzien, de onbenutte belastingcapaciteit en structurele begrotingsruimte. De totale weerstandscapaciteit wordt als volgt berekend: (bedragen x € 1.000)
Begroting 2025
Vrij aanwendbaar deel algemene reserve (per 31-12-2025) Stille reserves
16.751 0
Incidentele weerstandscapaciteit (A)
16.751
Onbenutte belastingcapaciteit
6.790
Onvoorzien
0
Structurele begrotingsruimte
0
Structurele weerstandscapaciteit (B)
6.790
Totale weerstandscapaciteit (A + B)
23.541
Bepalen risicowaarde Om tot een kwantificering van de risico’s te komen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
93
•
Kans. De kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet is afhankelijk van meerdere factoren. Om te komen tot een schaalverdeling worden de volgende categorieën gehanteerd: o klein (< 25%) o middel (> 25% - < 75%) o groot (> 75%)
•
Financiële impact. De financiële impact geeft de financiële invloed aan die een risico kan hebben op de gemeentelijke exploitatie. In sommige gevallen is het lastig om de impact te bepalen, dan kan gebruik gemaakt worden van de volgende categorieën: o gering (< € 100.000); o beduidend (> € 100.000 - < € 500.0000); o kritiek (> € 500.000).
•
Risicowaarde. De risicowaarde wordt berekend door het percentage ‘kans’ te vermenigvuldigen met het maximale risicobedrag. Voor structurele risico’s wordt de risicowaarde vermenigvuldigd met factor 2. De gedachtegang hierbij is dat 2 jaar voldoende is om passende maatregelen te treffen.
Toepassing van bovenstaande leidt tot het volgende overzicht van geïnventariseerde risico’s. Zoals in de nota Risicomanagement 2019 is aangegeven worden de tien belangrijkste risico’s weergegeven en toegelicht.
*
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
I/S
Bedrag
Kans
I
S
1
Ontwikkeling algemene uitkering na 2026
PM
PM
PM
2
Niet naleven inkoop- en aanbestedingsbeleid
I
1.250
50%
3
Overschrijding budgetten WMO
S
625
50%
1.250
4
Ontwikkeling prijspeil
S
500
20%
1.000
5
Kwetsbaarheid bedrijfsvoering
S
500
20%
1.000
6
Overschrijding budgetten Jeugdzorg
S
450
50%
900
7
Overschrijding budgetten uitkeringen / P-vz
S
325
50%
650
8
Open eind karakter gemeenschappelijke regelingen
S
250
25%
500
9
Garantiestellingen
I
500
10%
500
10
Faillissement contractpartijen, met name in de jeugdzorg
I
1.000
50%
500
1.250
Totaal incidentele en structurele risicowaarde
7.550
Overige risico's
4.443
Totaal risicowaarde
11.993
I = incidenteel / S = structureel
94
Toelichting 1. Ontwikkeling algemene uitkering gemeentefonds De koppeling van het gemeentefonds aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven wordt buiten werking gesteld. Vanaf 2026 zal de algemene uitkering hierdoor alleen nog wordt aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling. Dit betekent dat gemeenten in 2026 een forse terugval in de middelen die zij via de algemene uitkering van het Rijk ontvangen, waardoor gemeenten feitelijk hun beleid na 2025 niet structureel kunnen doortrekken. Inmiddels is op Prinsjesdag de miljoenennota door het nieuwe kabinet gepresenteerd echter is hierin nog geen duidelijkheid geschept rondom compensatie en de oproep vanuit de VNG om meer evenwicht te krijgen tussen wettelijke taken en structurele middelen. 2. Niet naleven inkoop- en aanbestedingsbeleid (m.n. Europees aanbestedingsbeleid) Voor (Europese) aanbestedingen gelden strakke regels. Wanneer niet strikt aan deze regels voldaan is kunnen financiële risico’s ontstaan. De gemeente Altena heeft een Inkoop- en aanbestedingsbeleid vastgesteld. Ook zijn de algemene inkoopvoorwaarden geformuleerd. 3. Overschrijding budgetten WMO Bij de WMO leiden landelijke ontwikkelingen tot grotere financiële risico’s. De invoering van het zogenoemde abonnementstarief leidt enerzijds tot een lagere eigen bijdrage van de cliënten.
Anderzijds heeft het een aanzuigende werking op cliënten die voorheen geen beroep deden op een WMO-voorziening en nu, vanwege de lage kosten, hier wel gebruik van gaan maken. Op langere termijn wordt het verdeelmodel WMO (begeleiding en beschermd wonen) herzien. Ook de toenemende extramuralisering van de zorg (langer thuis blijven wonen) leidt tot een toenemende complexiteit en kosten van de zorgvragen. 4. Prijsontwikkelingen De economie is zodanig aangetrokken dat bijvoorbeeld de bouwsector overspannen dreigt te worden. Hoge inflatie leidt eveneens tot hogere prijzen voor diensten en producten. Hierdoor bestaat het risico dat aanbestedingen (veel) hoger geoffreerd worden dan begroot, dan wel dat er maar één aanbieder op een aanbesteding inschrijft. Verder is met de huidige ongunstige ontwikkeling van het prijspeil het risico groot dat aanbestedingen duurder uitvallen. 5. Kwetsbaarheid bedrijfsvoering / formatie- en inhuurbudget ontoereikend Met de krappe arbeidsmarkt is het minder gemakkelijk om geschikte medewerkers te vinden. Verder kunnen risico’s in de bedrijfsvoering ontstaan door een bovengemiddeld niveau van het ziekteverzuim. De opbouw en samenstelling van het personeelsbestand kan eveneens een risico inhouden (vergrijzing, weglekken van kennis, etc.).
Deze risico’s doen zich in de gemeente Altena in toenemende mate voor, waardoor steeds meer een beroep gedaan moet worden op het inhuren van medewerkers. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. De hoogte van het budget voor inhuur wordt lopende het jaar nauwlettend bewaakt en afgezet tegen de uitgaven voor inhuur, om budgetoverschrijding te voorkomen. Als gevolg van de herindeling en de nieuwe organisatie lopen niet alle processen al meteen soepel en zullen er nog extra inspanningen verricht moeten worden om het structureel goed functioneren van de nieuwe organisatie te borgen.
95
6. Overschrijding budgetten Jeugdzorg Net als veel andere gemeenten kampt Altena met budgetoverschrijdingen op het gebied van Jeugdzorg. Hoewel er zo realistisch mogelijk begroot wordt, hebben wij op dit gebied te maken met soms onvoorspelbare omstandigheden. Gedeeltelijk kent de jeugdzorg een open einde karakter. Ook kunnen individuele casussen leiden tot forse kostenposten. In samenwerking met de andere regiogemeenten wordt gewerkt aan een doorontwikkeling van de sturing- en beheersingsinformatie om de voorspelbaarheid van kosten te vergroten. De Hervormingsagenda Jeugd geeft sturing aan het verbeteren en financieel houdbaar krijgen van de jeugdzorg. 7. Overschrijding budgetten uitkeringen / participatievoorzieningen Het gaat hierbij om het risico op fluctuaties in de gebundelde uitkering. De gemeente ontvangt van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. 8. Openeind-karakter gemeenschappelijke regelingen De gemeente kan geconfronteerd worden met financiële tegenvallers van verbonden partijen / gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente verplicht is bij te dragen in eventuele nadelige saldi. Hierop heeft de gemeente niet altijd (directe) invloed.
Naast dit algemene risico ten aanzien van verbonden partijen, kunnen er ook specifieke risico’s ten aanzien van één partij zijn. In dit verband wordt gewezen op een mogelijk financieel risico als gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur van MidZuid over de huisvesting. Het voorgenomen besluit omvat de sloop van het huidige pand en de realisatie van nieuwbouw op de huidige locatie. De kosten hiervan worden doorgerekend in de bijdrage van de deelnemende gemeenten. 9. Garantstellingen De gemeente kan garant staan voor betaling van rente en aflossing van geldleningen aan instellingen, stichtingen of verenigingen met een publieke taak. Hieronder vallen ook de leningen van woningcorporaties. Deze leningen zijn geborgd door het WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw), de gemeente heeft een achtervangpositie. Ook voor garanties verstrekt door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (Nationale Hypotheekgarantie, NHG) van vóór 2011 heeft de gemeente een vergelijkbare achtervangpositie. Zowel het WSW als NHG hebben een hoge kredietwaardigheid. 10. Faillissement contractpartijen, met name in de jeugdzorg De afgelopen periode zien we zowel landelijk als ook in onze eigen regio dat er zorgaanbieders zijn die financieel in de problemen komen.
Naast het feit dat het wegvallen van een zorgaanbieder een grote belasting is voor het zorglandschap, zien we dat er hoge frictiekosten bij komen kijken. Op basis van een aantal cases die zowel landelijk als regionaal hebben gespeeld wordt het risico op mogelijke frictiekosten bij het wegvallen van een jeugdzorg aanbieder ingeschat op een bedrag van € 500.000. Overige risico’s Hierboven zijn de tien belangrijkste risico’s benoemd. Naast deze tien risico’s is nog een aantal andere (kleinere) risico’s onderscheiden. Deze variëren van risico’s die samenhangen met
96
onvoldoende toezicht op bouwactiviteiten tot risico’s op het gebied van fraude bij aanvraag van inkomensvoorzieningen. Verondersteld wordt dat met deze overige risico’s op dit moment in totaal een bedrag van € 4.443.000 gemoeid is. Dit is gebaseerd op eerder opgedane inzichten en wordt de komende tijd opnieuw beoordeeld op relevantie en impact. Met de uitkomsten van deze inzichten wordt tevens de nota Risicomanagement geactualiseerd en ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.
De frauderisicoanalyse is erop gericht de opzet, het bestaan en de werking van de beheersmaatregelen op het gebied van fraude en integriteit te signaleren en maatregelen te treffen. In het Interne Controleplan van de gemeente Altena is een beperkte risicoanalyse opgenomen. Daarnaast wordt in het kader van risicomanagement in de tussentijdse verantwoordingsgesprekken van directie met teammanagers aandacht besteed aan (verwachte) risico’s waarbij ook frauderisico’s aan de orde komen. Ook is een start gemaakt met het opstellen van beleid voor het voorkomen van fraude en integriteitsschendingen en maakt het thema integriteit expliciet onderdeel uit van het onboardingprogramma voor nieuwe medewerkers van de gemeente. Ons doel is om in de toekomst een uitgebreidere analyse op te stellen om zo nog gerichter hier interventies op te kunnen organiseren.
De weerstandsratio wordt bepaald door de weerstandscapaciteit af te zetten tegen de waarde van de geïnventariseerde risico’s. De omvang van de geraamde weerstandscapaciteit bedraagt over 2025 € 23.541.000. Gegeven de totale omvang van de geïnventariseerde risico’s van € 11.993.000 bedraagt de factor weerstandsvermogen bij de Begroting 2025 2,0. Om de factor weerstandsvermogen te beoordelen kan gebruik gemaakt worden van de door de Universiteit Twente opgestelde waardering. Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
De voor de gemeente Altena berekende weerstandsratio valt in de categorie B en kan dus beoordeeld worden als ruim voldoende. De factor weerstandsvermogen ligt ruim boven het door de gemeenteraad in de nota Risicomanagement vastgestelde minimum van 1,0.
97
De wijze waarop en de volgorde waarin de diverse componenten van de weerstandscapaciteit zullen worden ingezet, indien de risico’s daadwerkelijk tot financiële lasten leiden, zullen afhankelijk zijn van de aard (incidenteel of structureel) en de omvang van de lasten. Omdat daarvoor een begrotingswijziging nodig zal zijn, wordt dit uiteindelijk door de gemeenteraad bepaald. Geconcludeerd kan worden dat het weerstandsvermogen van de gemeente ruim voldoende is om de belangrijkste geïnventariseerde risico’s (financieel) op te vangen. Dit ook mede gelet op de relatief kleine kans van de afzonderlijke risico’s en het feit dat deze risico’s geen verband met elkaar houden, waardoor de kans zeer gering is dat alle risico’s zich gelijktijdig manifesteren.
Op basis van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen worden voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente. Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Netto schuldquote
65,7%
100,5%
100,1%
131,3%
144,7%
148,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd
60,8%
103,0%
103,6%
134,6%
148,0%
152,0%
Solvabiliteitsratio
31,3%
21,4%
21,3%
17,1%
14,0%
11,4%
Structurele exploitatieruimte
2,5%
0,3%
0,4%
-3,5%
-2,9%
-3,1%
Grondexploitatie
3,8%
7,3%
3,6%
4,0%
3,9%
3,8%
Belastingcapaciteit
93,3%
114,8%
99,5%
95,9%
95,9%
95,9%
Beoordeling kengetallen in relatie tot de financiële positie Aan de kengetallen zijn door de toezichthouder geen normen verbonden, maar hebben wel een signaleringswaarde. Deze signaleringswaarden zijn als volgt. Kengetal
Minste risico
Gemiddeld risico
Meeste risico
Netto schuldquote
< 90%
90% - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20% - 50%
< 20%
Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
Grondexploitatie
< 20%
20% - 35%
> 35%
Belastingcapaciteit
< 95%
95% - 105%
> 105%
Op basis van bovenstaande tabel kan geconcludeerd worden dat de kengetallen in de gemeente Altena zich op lange termijn minder gunstig ontwikkelen.
98
Om het door de raad vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren (met name de omvangrijke investeringsplannen) moeten financieringsmiddelen worden aangetrokken. Omdat sprake is van een toenemende financieringsbehoefte stijgt de schuldpositie van de gemeente de komende jaren, wat gevolgen heeft voor de ontwikkeling van de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen en het solvabiliteitsratio. Vanaf 2026 verslechtert ook het kengetal voor de structurele exploitatieruimte. Dit hangt samen met het begrotingstekort als gevolg van de daling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds vanaf 2026. De belastingdruk van de gemeente Altena ligt vanaf 2025 onder het landelijk gemiddelde. Toelichting op de kengetallen Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Met andere woorden, de schuldquote geeft aan of de gemeente nog investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt het kengetal netto schuldquote ook berekend exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Een hoge schuld kan veroorzaakt worden doordat afgesloten leningen worden doorgeleend. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal verstaan. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten en wordt uitgedrukt in een percentage.
Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten en geeft daarmee inzicht in de waarde van de grondposities. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij
99