Begroting 2024 - geamendeerd
Tekst van het document
In 2024 wordt verder gewerkt aan een nieuwe, betere ontsluiting van de kern Werkendam. Deze wordt gerealiseerd door middel van een nieuwe weg in het gebied ten noorden van de Schans. Hierbij wordt nadrukkelijk de afstemming gezocht met de plannen voor een nieuw bedrijventerrein en mogelijk een nieuwe woonlocatie in datzelfde gebied.
62
Een majeur project dat de komende jaren zijn beslag zal gaan krijgen, is de verbreding van de A27, waarmee Rijkswaterstaat, samen met de aanliggende gemeenten, wil zorgen voor een betere doorstroming en een oplossing voor het fileknelpunt bij de Merwedebrug. Ook Altena zal de vruchten kunnen plukken van een betere bereikbaarheid. Tegelijkertijd zoeken we samen via de Slimme Aanpak naar mogelijkheden om de overlast tijdens het werk, bijvoorbeeld in de vorm van sluipverkeer, zoveel mogelijk te beperken. Altena zet een Omgevingsmanager in op dit omvangrijke dossier die als 'verbindingsofficier’ tussen de aannemerscombinatie ALSÉÉN, Rijkswaterstaat , inwoners, bedrijven en het gemeentebestuur functioneert. Hij/zij wordt aanspreekpunt voor alle vragen omtrent de (voorbereidende) werkzaamheden die de komende jaren plaatsvinden. In de loop van 2024 zal ALSÉÉN de eerste vergunningen voor relatief kleine werkzaamheden aanvragen. De vergunningaanvraag voor de Merwedebrug wordt volgens opgave van ALSÉÉN in 2025/2026 ingediend. De drie partijen, ALSÉÉN, Rijkswaterstaat en Altena, maken afspraken over de wijze waarop de omvangrijke hoeveelheid werkzaamheden die vanwege dit dossier op het bord van Altena komen kunnen worden gepland en gefinancierd. Dit gebeurt in samenhang met een beschouwing van de legeskosten voor de te verlenen vergunningen.
De veerverbindingen in onze gemeente krijgen ook te maken met stijgende kosten voor brandstof en verduurzaming. Voor de Kop van 't Land zijn we bovendien op zoek naar een nieuwe exploitant, waarbij nog onzeker is wat de nieuwe bijdrage zal worden. Bij het veer Veen-Aalst speelt daarnaast nog dat het Gelders Verenfonds per 1 januari 2024 ophoudt te bestaan en daarmee ook haar financiële bijdrage aan deze veerverbinding verdwijnt. Dat (grotere) tekort dat daardoor ontstaat moet worden opgevangen door de gemeenten Zaltbommel en Altena. Ook de Bergsche Maasveren kampen met financiële tekorten, waardoor het stichtingsbestuur besloten heeft over te gaan op tariefheffing voor een deel van de overvaarten. Door middel van wensen en bedenkingen vanuit de raad, zal een scenario worden bepaald om te zorgen dat alle inwoners van Altena gratis of zo goedkoop mogelijk kunnen overvaren met de Bergse Maasveren. De exacte omvang van de jaarlijkse kosten die met het te kiezen scenario gepaard gaat zijn pas inzichtelijk eind 2024. Vooruitlopend op de definitieve besluitvorming wordt in de begroting voor 2024 ruimte gecreëerd ter dekking van de inkomstenderving voor Stichtingsbestuur Bergsche Maasveren van € 300.000.
Wegbeheer Ook in 2024 onderhouden we onze wegen op B-niveau, zoals vastgesteld in het Integraal BeheerKader (IBK). Door de prijsstijgingen in 2023 is dit een financieel aandachtspunt. We zijn voornemens een onderhoudsvoorziening in te stellen en komen daarvoor met een voorstel dat gebaseerd zal worden op een actueel onderhoudsplan.
63
Riolering & Water Momenteel zijn we druk bezig het totaalbeeld voor Altena te creëren op het gebied van water en riolering. Dit vormt de basis voor het Programma Water, Riolering en Groen, welke in 2024 aan de raad wordt gepresenteerd. Op basis van dit programma wordt de hoogte van de rioolheffing bepaald. Door de waterrijke omgeving, heeft Altena ook de nodige pompen en gemalen. In 2023 is er onderzoek geweest naar de staat van de pompen en gemalen, waardoor er in 2024 extra investering nodig is op deze onderdelen. Ze worden opgeknapt en vervangen waar nodig. Verlichting In 2024 wordt onderzocht of het niveau van de openbare verlichting verbetering behoeft, bijvoorbeeld door het bijplaatsen van masten. De benodigde investeringen worden passend gemaakt binnen de beschikbare IBK-financiën, met inachtneming van kwaliteit. Groen Het openbaar groen wordt onderhouden op kwaliteitsniveau B. Voor de onkruidbeheersing op verharding geldt niveau A. We zien kansen in het herijken van onze werkprocessen om te komen tot een zo optimaal mogelijke inzet van onze eigen Buitendienst, MidZuid en externe aannemers.
64
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Planning
Uitwerking mobiliteitsvisie (projectnummering conform Mobiliteitsvisie) https://ap.lc/3qGTb Uitwerking Mobiliteitsvisie.
•
Kernen en woongebieden verkeersveilig inrichten met voetganger en fietser als hoofdgebruiker (project 1) • Aanpak verkeersveiligheidsknelpunten tussen modaliteiten ontwikkelen en uitvoeren (project 2) • Op orde maken kwaliteit hoofdnetwerk fiets (project 9) Deze eerste drie projecten (1, 2 en 9) worden gedekt uit jaarlijkse exploitatiebudget (€ 450.000/jaar). Zoveel als mogelijk wordt meegelift met de voorgenomen werkzaamheden in de openbare ruimte. Daar waar rioolen of weg(beheer)werkzaamheden plaatsvinden wordt bezien in hoeverre maatregelen voor verkeersveiligheid, -bereikbaarheid of -leefbaarheid moeten plaatsvinden. Een en ander gebaseerd op informatie uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid en/of andere data. •
•
Uitwerken Verkeersvisie Hank (project 3) o Herinrichting Kerkstraat te Hank (3.2) o Sluipverkeer Buitendijk Hank/Nieuwendijk (3.3 zie ook project 16)) o Aanleg vrijliggend fietspad Jachtsloot Hank (3.4) o Vrijliggend fietspad Nathalsweg te Hank (3.5) o Route buitenom (tunnel Kurenpolderweg Hank uitdiepen) (3.6a) o Nieuwe verbinding Kurenpolderweg-Nathalsweg Hank (3.6b) o Fietspad Kurenpolderweg (nabij recreatiepark) Hank ((3.6c) o Vrijliggend fietspad Kurenpolderweg (onder viaduct A27) (3.7) Aanpak fietspad langs de Middenweg (project 4).
• • •
Zorg dragen voor toekomstbestendige veren (project 5). Aanpak recreatief verkeer opstellen en uitvoeren (project 6) Bepalen en inrichten regionale fietsnetwerk in Almkerk en Waardhuizen
65
Permanent Permanent Permanent
Afgerond 2024 2024 2024-2026 2024-2028 2024-2028 2024-2028 2024-2028 Start uitvoering (aanbrengen voorbelasting) 2024 2024-2024 2024-2026 Na 2025
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Planning
• • •
2024 2024-2040 2024-2030
• • • • • • • • • •
Verkennen regionale fietsverbinding vanaf de Tol naar de Merwedebrug (project 8). Ontwikkelen mobiliteitshubs in drie schaalniveaus (project 10). Ontwikkelen interregionale hub De Tol (project 11). In combinatie met ontwikkeling Werkendam Noord-Oost (13) en Bus Rapid Transit Verkennen, uitbouwen en monitoren openbaar vervoer binnen Altena (project 12). Verbeteren van de verbinding tussen Werkendam en de A27 voor gemotoriseerd verkeer (project 13). Aanpak file knelpunt N267 (Kromme Nol) (project 14). Aangehaakt blijven bij reconstructie A27 (project 15). Aanpak sluipverkeer nabij kernen A27 (project 16). Aanpak landbouwverkeer (in samenwerking binnen Regio West-Brabant) (18) Op orde maken kwaliteit hoofdnetwerk auto met aandacht voor slimme voertuigen (project 19) Opstellen laadstrategie auto (project 20). Opstellen laadstrategie fiets (project 21) Gedrag beïnvloeden met slimme marketing, educatie en gedragscampagnes (project 22).
Permanent 2022-2030 2024-2025 2024-2031 2024-2025 2024-2025 Permanent Afgerond Afgerond 2024-2040
De planningen zijn afhankelijk van de voortgang van de procedures als planologische procedure, grondverwerving en dergelijke Ontsluiting kern Werkendam (projectnummering conform Mobiliteitsvisie Ontsluiting kern Werkendam.
•
We onderzoeken de opties tot verbeteren van de verbinding tussen Werkendam en de A27 voor gemotoriseerd verkeer en nemen hierin een besluit (project 13).
2024-2030
A27 en onderliggend wegennet (projectnummering conform Mobiliteitsvisie) De A27 en het onderliggend wegennet.
• •
Aangehaakt blijven bij reconstructie A27 (project 15). Aanpak sluipverkeer nabij kernen A27 op basis van het in 2023 uit te voeren onderzoek (project 16)
2024-2031 2024-2025
Openbaar vervoer, veer- en fietsverbindingen (projectnummering conform Mobiliteitsvisie) Openbaar vervoer, veer- en fietsverbindingen.
•
Aanpak mobiliteitshubs in 3 schaalniveaus (project 10).
66
2024 2024-2040
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Planning
•
Permanent
• •
Ontwikkelen interregionale hub De Tol (project 11). In combinatie met ontwikkeling Werkendam Noord-Oost en Bus Rapid Transit Verkennen, uitbouwen en monitoren openbaar vervoer binnen Altena (project 12). Beheer van wegen, water, groen, riool en verlichting
Planmatig beheer en onderhoud van het watersysteem.
We komen tot besluitvorming over de overdracht van stedelijk water met het Waterschap.
2024
Doorontwikkeling tot een hoogwaardige en toekomstbestendige Buitendienst .
• •
2022-2026
Pilotproject kerngericht werken. Uitvoeren ontwikkelplan Buitendienst gericht op efficiency, kwaliteit en dienstverlening.
67
Specificatie taakvelden (bedragen x € 1.000) Programma: 5 Bereikbaar Altena
Realisatie Begroting Begroting 2022 2023 na 2024 wijz.
Mutatie 2024 t.o.v. 2023 na wijz.
Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027
Lasten 2.1 - Verkeer en vervoer
9.523 N
12.984 N
11.470 N
1.514 V
12.148 N
12.516 N
13.024 N
2.2 - Parkeren 2.4 - Economische havens en watergangen
-
-
-
-
-
-
-
406 N
2.282 N
769 N
1.514 V
801 N
947 N
929 N
2.5 - Openbaar vervoer
603 N
478 N
900 N
422 N
902 N
901 N
900 N
10.532 N
15.744 N
13.138 N
2.605 V
13.851 N
14.364 N
14.853 N
1.599 V
658 V
597 V
61 N
593 V
599 V
599 V
-
-
-
-
-
-
-
821 V
779 V
714 V
65 N
714 V
714 V
714 V
Totaal lasten Baten 2.1 - Verkeer en vervoer 2.2 - Parkeren 2.4 - Economische havens en watergangen 2.5 - Openbaar vervoer Totaal baten
8V
107 V
107 V
N
107 V
107 V
107 V
2.429 V
1.544 V
1.418 V
126 N
1.413 V
1.419 V
1.419 V
Reserves 0.10 - Storting reserves
5.143 N
1N
1N
-
1N
1N
1N
0.10 - Onttrekking reserves
3.760 V
3.131 V
412 V
2.719 N
332 V
296 V
267 V
Totaal reserves
1.384 N
3.129 V
410 V
2.719 N
331 V
294 V
266 V
Saldo baten en lasten inclusief reserves
9.487 N
11.071 N
11.311 N
239 N
12.107 N
12.650 N
13.168 N
Verschillenanalyse 2024 t.o.v. 2023 (bedragen x € 1.000) Programma Programma: 5 Bereikbaar Altena Saldo baten en lasten inclusief reserves begroting 2023
11.071 N
Mutaties op taakveld: diverse Bijstelling kapitaallasten
799 N
diverse Bijstelling salarislasten
242 V
2.1 - Verkeer en vervoer
1.771 V
2.2 - Parkeren
-
2.4 - Economische havens en watergangen
1.564 V
2.5 - Openbaar vervoer
298 N
0.10 - Reserves
2.719 N
Totaal mutaties 2024 t.o.v. 2023
239 N
Saldo baten en lasten inclusief reserves 2024
11.311 N
68
Toelichting verschillen € 100.000 of meer op hoofdlijnen Diverse Bijstelling kapitaallasten 799 N De kapitaallasten 2024 nemen ten opzichte van 2023 toe toenemen vanwege het Investeringsplan 2023. De stijging wordt vooral veroorzaakt door de investeringen ten behoeve van wegen, mobiliteit en openbare ruimte. Diverse bijstellingen salarislasten 242 V Het verschil 2024 ten opzichte van 2023 op de (doorbelasting van de) salarissen komt onder andere door de Cao-gevolgen die voor een mutatie zorgen in 2024 ten opzichte van de oorspronkelijke doorbelasting van de salarissen in 2023 waarin deze niet zat. Daarnaast heeft de jaarlijkse actualisatie plaatsgevonden, waardoor er verschuivingen tussen programma’s hebben plaatsgevonden. 2.1 Verkeer en vervoer 1.771 V - Bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2022 is er € 606.000 incidenteel overgeheveld naar 2023 voor de werkzaamheden naar aanleiding van de aanleg van glasvezel. Dit is in 2024 een voordeel t.a.v. 2023. - Bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2022 is er 305.000 incidenteel over geheveld naar 2023 voor het onderhoud en beheer van civiele kunstwerken. Dit is in 2024 een voordeel t.a.v. 2023. - De energiekosten voor de openbare verlichting zijn bij de Eerste Bestuursrapportage 2023 incidenteel verhoogd met € 197.000 als gevolg van de hoge energieprijzen. Dit is in 2024 een voordeel t.o.v. 2023.
- Bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2022 is er € 140.000 incidenteel overgeheveld naar 2023 voor de aanpak van sluipverkeer. Dit is in 2024 een voordeel t.o.v. 2023. - Bij de Tweede Bestuursrapportage 2023 is incidenteel een inflatiecorrectie van € 95.000 toegepast voor het klein onderhoud van de wegen als gevolg van de gestegen prijzen, in 2024 wordt dit gemonitord of de prijzen op dit niveau blijven of dat deze terug gaan naar hun oude niveau. - Bij de Tweede Bestuursrapportage 2023 is incidenteel een inflatiecorrectie van € 297.000 toegepast voor het groot onderhoud van de wegen als gevolg van de gestegen prijzen, in 2024 wordt dit gemonitord of de prijzen op dit niveau blijven of dat deze terug gaan naar hun oude niveau. - In 2023 was er budget opgenomen voor de weginspecties, deze vinden één keer in de twee jaar plaats. Hierdoor is er ten opzicht van 2023 in 2024 een voordeel van € 45.000. - Bij de Tweede Bestuursrapportage 2023 is de mobiliteitsvisie opgenomen in de begroting. Hier zat in 2023 een deel incidentele middelen in, dit levert in 2024 een voordeel op van € 92.000.
2.4 Economische havens en watergangen 1.564 V Eenmalige overheveling van reserve civiele kunstwerken naar onderhoudsvoorziening onderhoud havens in 2023 (€ 1.595.000 V) in verband met de instelling van de voorziening onderhoud havens op basis van het vastgestelde havenbeheerplan 2023-2027.
69
2.5 Openbaar vervoer 298 N Er is voor € 300.000 rekening gehouden met kosten voor de kortingsregeling voor de Bergsche Maasveren vanaf 2024. 0.10 Reserves 2.719 N - In 2023 heeft voor een bedrag van € 1.066.000 resultaatbestemming uit 2022 plaatsgevonden. In 2024 zijn deze resultaatbestemmingen niet meer van toepassing. - Eenmalige overheveling van reserve civiele kunstwerken naar onderhoudsvoorziening onderhoud havens in 2023 (€ 1.595.000 N) in verband met de instelling van de voorziening onderhoud havens op basis van het vastgestelde havenbeheerplan 2023-2027. - Vervallen restant IBK (€ 58.000N), er waren nog een aantal posten in de begroting opgenomen die betrekking hadden op het IBK 2020. Deze moeten na de actualisatie vervallen.
70
Portefeuillehouder
Thema
Wethouder Sheikkariem
HRM
Wethouder Sheikkariem
Huisvesting, dienstverlening en vastgoed
Wethouder Tanis
Altena in control
Wethouder Sheikkariem
Verwachte ontwikkelingen
Wethouder Tanis
Gemeentelijke belastingen
We blijven investeren in een vitale organisatie waar vitale medewerkers met plezier willen werken. De vitale organisatie richt zich op projecten en initiatieven die de vitaliteit van onze medewerkers vergroten en daarmee ook energie en bevlogenheid in onze dienstverlening naar de inwoners. De personele inzet wordt geleverd vanuit de bestaande organisatie, maar daarnaast is behoefte aan een budget om te experimenteren met regelingen die hieraan bijdragen. Verder investeren we in de ontwikkeling van het management en in talentontwikkeling. Persoonlijke ontwikkeling door opleiding wordt krachtig gestimuleerd. We streven naar maximale inzet van onze opleidingsbudgetten; daar waar nodig zullen we via de Bestuursrapportages bijstelling van deze budgetten vragen. De afgelopen jaren is de organisatie gegroeid en daarmee meer in evenwicht gebracht in verhouding tot andere middelgrote gemeenten. In beginsel worden nu geen personele uitbreidingen gevraagd, tenzij sprake is van de volgende aspecten: 1. Evidente nieuwe wet- en regelgeving die extra capaciteit vraagt. 2. Evidente groei van werkstromen die -vanwege wet- en regelgeving- moeilijk door middel van nadere prioriteitstelling om te zetten is (denk aan paspoorten, bezwaarschriften). 3. Gevolgen vanuit span of support en / of uitbreiding van teams (teammanager Voorveld). 4.
Uitvoeringscapaciteit om de doelstellingen van de inhoudelijke programma’s vorm te geven. Het bescheiden begin van programmasturing legitimeert dat programma’s met hun behoefte terug kunnen komen. Toepassing van deze criteria leidt tot de volgende uitbreidingen: - Administratief medewerker bezwaarschriften en WOO-ondersteuning (het aantal bezwaarschriften is verdubbeld). - Teammanager Voorveld (met deze uitbreiding is de basisformatie Sociaal Domein op orde). - Personele capaciteit reisdocumenten (piek in aanvragen vanaf 2024). - Ondersteuner programmamanagement (1 fte ter ondersteuning van de programmamanagers). Op het gebied van communicatie wordt dit jaar opnieuw gekeken of bezetting en taken in evenwicht zijn en, zo niet, of er extra capaciteit bij moet komen of dat anders geprioriteerd moet
71
worden. Binnen het Sociaal domein is het wenselijk de komende twee jaar rekening te houden met een flexibele schil voor het creëren van ruimte voor de doorontwikkeling en voor piekbelasting. De uitkomst van de werklastmeting laat zien dat de basisformatie op orde is en dat in beginsel ruimte gaat ontstaan in de bestaande capaciteit.
In juli 2023 heeft de gemeenteraad een principebesluit genomen om de ambtelijke organisatie geheel te huisvesten in Almkerk en hiervoor bij het bestaande gemeentehuis een uitbreiding te realiseren. In 2024 en verder wordt verder gewerkt om de nieuwe huisvesting daadwerkelijk te realiseren. In deze begroting is daarvoor nog geen concreet budget opgenomen. In de eerste plaats omdat de hoogte van de extra exploitatielasten nog niet duidelijk is en in de tweede plaats omdat deze de komende jaren nog niet aan de orde zal zijn. Onze dienstverlening blijft speerpunt voor deze bestuursperiode en is niet alleen afhankelijk van de huisvesting. We gaan de scope verbreden en beperken ons niet tot de dienstverlening aan het loket of alleen aan onze individuele inwoners. Daarbij is behoefte aan een innovatiebudget bijvoorbeeld voor de doorontwikkeling van onze digitale gemeentelijke dienstverlening (zie ook programma 1). Het in 2021 vastgestelde strategisch vastgoedbeleid wordt dit jaar aangevuld met een strategisch beleid voor de maatschappelijke accommodaties. Speciale aandachtspunten daarbij zijn het gewenste voorzieningenniveau, het maatschappelijk rendement, en zaken als planmatig onderhoud en verduurzaming van ons vastgoed.
In 2024 wordt het onderhoud gepleegd dat noodzakelijk is en wordt daarnaast bepaald of de voorziening en de jaarlijkse dotatie voldoende zijn voor de jaren daarna (zie ook programma 3).
Uitgangspunt voor de Onroerende Zaakbelasting (OZB) blijft in 2024 dat we de opbrengst verhogen met de inflatiecorrectie. Voor gemeentelijke diensten (bijvoorbeeld riool- en reinigingsheffing) en producten streven we naar kostendekkende tarieven, met uitzondering van de grafrechten.
72
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Planning
HRM HRM-: Vergroten aantrekkelijkheid als werkgever
• • •
Invulling en uitvoering geven aan employer branding campagne. KPI's vaststellen om naamsbekendheid en zichtbaarheid te meten. Samenwerking op het gebied van talentmanagement en leren & ontwikkelen in de regio en het mobiliteitscentrum. Implementeren talentmanagent tool- herkennen van talenten (basisprofiel). Vitaliteitsbeleid vaststellen en uitvoeren om invulling en richting te geven aan de vitale organisatie als onderdeel van het programma vitaal Altena.
2024
We gaan inzetten op netwerken, op het delen van kennis en op een voorbeeld zijn voor anderen door innovatief en vernieuwend te zijn. We moeten ons meer bewust zijn om zaken die wij vanzelfsprekend vinden, te verspreiden en te delen in de regio. We zijn actief met PR door de gemeente te vertegenwoordigen en te presenteren. We participeren actief in werkgroepen in de regio geïnitieerd door gemeenten of provincie. We onderzoeken en versterken de samenwerking met regio West-Brabant en het mobiliteitscentrum.
2022-2026
We gaan inzetten op het herkennen, erkennen en inzetten van talenten van medewerkers op plekken waar de talenten tot hun recht komen en kunnen groeien. Door formeel en informeel leren en ontwikkelen gaan we talenten verder laten groeien. Om de talenten vast te stellen gaan we een standaardsystematiek inzetten. • We gaan inzetten op het gebruik van het beschikbare opleidingsbudget, gebruik van de systematiek en talenten leidend laten zijn in stappen in plaats van ervaring. We zijn als gemeentelijke organisatie een voorbeeld voor de inwoners: practice what you preach. We gaan in co-creatie met vitale samenleving en arbodienst een meerjarenprogramma vormgeven om te komen tot een vitale gemeente.
2022-2026
• • HRM-R: HR
• •
• • HRM-T: investeren in talenten van onze medewerkers.
HRM - Vitale gemeente: hand in hand gaan van vitaal Altena en vitale gemeente.
•
73
doorlopend
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Planning
Huisvesting, dienstverlening en vastgoed De gemeentelijke organisatie werkt op één locatie in 2028
Besluitvorming raad over voorlopig en definitief ontwerp uitbouw locatie Almkerk.
Q1 voorlopig ontwerp Q4 definitief ontwerp
Altena in control Realistische begrotingsramingen: begroting en realisatie sluiten beter op elkaar aan dan in voorgaand jaar.
•
•
We verbeteren de begrotingsdiscipline verder door meer te investeren in goed budgethouderschap, door realistischer te (durven) ramen en voor de investeringen met ingang van de Begroting 2024 een paragraaf op te stellen met een realistische uitvoeringsplanning. De informatievoorziening in de P&C-producten ontwikkelen we verder door, door meer te focussen op bestuurlijk relevante doelen / prestaties die voor de raad politiek interessant zijn.
2024
Informatiemanagement Informatieveiligheid en privacy is op orde.
• •
•
ENSIA audits laten uitvoeren en uitkomst delen met de raad d.m.v. een RIB. ARDA modules aanbieden (voor organisatie en raadsleden) (bewustwordingsmodules om medewerkers en raadsleden op de juiste manier te leren omgaan met informatieveiligheid en privacy). Verwerkingsregister op orde.
2022-2026
Gemeentelijke belastingen Kostendekkende tarieven voor gemeentelijke diensten en producten, met uitzondering van de grafrechten.
Het heffen en innen van de gemeentelijke belastingen en leges conform de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de paragraaf lokale heffingen voor 2024.
74
2024
Altena
Nederland
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (€) (2023)
865
860
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (€) (2023)
919
942
Altena 2024
Nederland
Formatie (fte per 1.000 inwoners) *
8,3
niet beschikbaar
Bezetting (fte per 1.000 inwoners) **
7,1
niet beschikbaar
Apparaatskosten (kosten per inwoner) ***
€ 857
niet beschikbaar
Externe inhuur ****
6,7%
niet beschikbaar
Overhead (% van totale lasten) *****
14,3%
niet beschikbaar
Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl
Er is geen landelijke bron beschikbaar voor deze kengetallen. Deze indicatoren zijn gebaseerd op eigen gemeentelijke informatie. Bron: eigen cijfers. * Formatie, bij de berekening is uitgegaan van het verwacht aantal inwoners en de geraamde formatie per 1-1-2024. ** Bezetting, bij de berekening is uitgegaan van het verwacht aantal inwoners per 1-1-2024 en omvang bezetting medio september 2023. *** Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. **** Externe inhuur, kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen. ***** Overhead: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
75
A. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Specificatie taakvelden (bedragen x € 1.000) Overzicht financiering en algemene dekkingsmiddelen
Realisatie Begroting Begroting 2022 2023 na 2024 wijz.
Mutatie 2024 t.o.v. 2023 na wijz.
Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027
Lasten a. Lokale heffingen 0.61 - OZB woningen
276 N
332 N
313 N
20 V
316 N
320 N
324 N
0.62 - OZB niet-woningen
45 N
42 N
39 N
2V
40 N
40 N
40 N
0.64 - Belastingen overig
13 N
14 N
13 N
1V
13 N
13 N
13 N
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
29 N
195 N
178 V
372 V
361 V
688 V
707 V
1.927 N
112 N
3.003 N
2.890 N
5.833 N
8.416 N
10.913 N
2.291 N
695 N
3.190 N
2.495 N
5.840 N
8.101 N
10.584 N
b. Algemene uitkering 0.7 - Algemene uitkering en ov uitkeringen gemeentefonds c. Dividend 0.5 - Treasury d. Financieringsfunctie 0.5 - Treasury e. Overige dekkingsmiddelen 0.8 - Overige baten en lasten Totaal lasten Baten a. Lokale heffingen 0.61 - OZB woningen
6.865 V
7.306 V
7.583 V
278 V
7.583 V
7.583 V
7.583 V
0.62 - OZB niet-woningen
3.253 V
3.466 V
3.643 V
177 V
3.643 V
3.643 V
3.643 V
0.64 - Belastingen overig
17 V
8V
11 V
3V
11 V
11 V
11 V
94.083 V
93.624 V
100.712 V
7.088 V
105.154 V
100.458 V
104.418 V
86 V
95 V
67 V
28 N
67 V
67 V
67 V
226 V
133 V
105 V
28 N
91 V
83 V
79 V
1.905 V
190 V
-
190 N
-
-
-
106.435 V
104.821 V
112.121 V
7.300 V 116.549 V 111.844 V
115.800 V
1.014 N
1.014 N
1.014 N
b. Algemene uitkering 0.7 - Algemene uitkering en ov uitkeringen gemeentefonds c. Dividend 0.5 - Treasury d. Financieringsfunctie 0.5 - Treasury e. Overige dekkingsmiddelen 0.8 - Overige baten en lasten Totaal baten Reserves 0.10 - Storting reserves 0.10 - Onttrekking reserves
-
14 N
14 N
14 N
322 V
1.025 V
1.000 V
25 N
-
-
-
Totaal reserves
692 N
11 V
14 N
25 N
14 N
14 N
14 N
Saldo baten en lasten inclusief reserves
103.452 V
4.780 V 110.694 V
103.729 V
105.202 V
104.137 V 108.917 V
76
Verschillenanalyse 2024 t.o.v. 2023 (bedragen x € 1.000) Overzicht financiering en algemene dekkingsmiddelen Saldo baten en lasten inclusief reserves begroting 2023
104.137 V
Mutaties op taakveld: diverse Bijstelling kapitaallasten
-
diverse Bijstelling salarislasten
-
0.5 - Treasury
317 V
0.61 - OZB woningen
297 V
0.62 - OZB niet-woningen
179 V
0.64 - Belastingen overig
3V
0.7 - Algemene uitkering en ov uitkeringen gemeentefonds
7.088 V
0.8 - Overige baten en lasten
3.080 N
0.10 - Reserves
25 N
Totaal mutaties 2024 t.o.v. 2023
4.780 V
Saldo baten en lasten inclusief reserves 2024
108.917 V
Toelichting verschillen € 100.000 of meer op hoofdlijnen 0.5 Treasury 317 V Het verschil tussen 2024 en 2023 wordt veroorzaakt door hogere toerekening van rente naar de programma’s. Het rentepercentage is verhoogd van 0,5 naar 0,75%. 0.61 OZB woningen 297 V De geraamde meeropbrengst als gevolg van de inflatiecorrecte en volumegroei (groei aantal objecten) is € 297.000. 0.62 OZB niet-woningen 179 V De geraamde meeropbrengst als gevolg van de inflatiecorrectie en volumegroei (groei aantal objecten) is € 179.000. 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 7.088 V Het verschil tussen 2024 en 2023 wordt verklaard door de mutatie van de algemene uitkering op basis van Meicirculaire 2023 en Septembercirculaire 2023. Het grote voordeel zit voornamelijk in het feit dat het accres flink gestegen is als gevolg van compensatie voor de hoge inflatie. 0.8 Overige baten en lasten 3.080 N - In 2024 worden voor € 2.953.000 lasten op de stelpost loon- en prijsontwikkeling geraamd. Deze stelpost heeft in 2023 geen raming, omdat deze toen is ingezet ter dekking van de CAO gevolgen van het personeel. Het bedrag voor 2024 zal ook hiervoor ingezet worden en eventueel ter dekking van andere prijsstijgingen. - In 2023 waren eenmalige onvoorziene baten geraamd van € 190.000.
77
B. Overhead Specificatie taakvelden (bedragen x € 1.000)
Overzicht Overhead
Realisatie Begroting Begroting 2022 2023 na 2024 wijz.
Mutatie 2024 t.o.v. 2023 na wijz.
Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027
Lasten 0.4 - Overhead
23.787 N
27.939 N
23.946 N
3.993 V
23.331 N
23.087 N
23.084 N
Totaal lasten
23.787 N
27.939 N
23.946 N
3.993 V
23.331 N
23.087 N
23.084 N
1.281 V
2.274 V
1.681 V
593 N
1.681 V
1.681 V
1.681 V
Totaal baten
1.281 V
2.274 V
1.681 V
593 N
1.681 V
1.681 V
1.681 V
Baten 0.4 - Overhead Reserves 0.10 - Storting reserves
222 N
503 N
378 N
125 V
378 N
378 N
378 N
0.10 - Onttrekking reserves
1.774 V
1.510 V
518 V
992 N
515 V
513 V
510 V
Totaal reserves
1.552 V
1.006 V
140 V
867 N
137 V
135 V
132 V
Saldo baten en lasten inclusief reserves
20.954 N
24.659 N
22.125 N
2.533 V
21.512 N
21.272 N
21.271 N
Verschillenanalyse 2024 t.o.v. 2023 (bedragen x € 1.000) Overzicht Overhead Saldo baten en lasten inclusief reserves begroting 2023
24.659 N
Mutaties op taakveld: diverse Bijstelling kapitaallasten
68 N
diverse Bijstelling salarislasten
2.857 V
0.4 - Overhead
611 V
0.10 - Reserves
867 N
Totaal mutaties 2024 t.o.v. 2023
2.533 V
Saldo baten en lasten inclusief reserves 2024
22.125 N
Toelichting verschillen € 100.000 of meer op hoofdlijnen Diverse Bijstelling salarislasten 2.857 V Het verschil 2024 ten opzichte van 2023 op de (doorbelasting van de) salarissen komt onder andere door de Cao-gevolgen die voor een mutatie zorgen in 2024 ten opzichte van de oorspronkelijke doorbelasting van de salarissen in 2023 waarin deze niet zat. Daarnaast heeft de jaarlijkse actualisatie plaatsgevonden, waardoor er verschuivingen tussen programma’s hebben plaatsgevonden.
78
Stelpost onderhoud gemeentelijke gebouwen 207 N In de Tweede Bestuursrapportage 2023 is de stelpost onderhoud gemeentelijke gebouwen afgeraamd en gestort in de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen. Voor 2024 staat dit bedrag nog geraamd in de begroting, dit is ten opzichte van 2023 een nadeel van € 207.000. Flex West-Brabant 117 N Dit betreft een eenmalige uitkering van € 117.000 in 2023 als gevolg van het saldo op de inhuur via Flex West-Brabant (betaalde fee van opdrachtnemers min uitvoeringskosten) in 2022. Werving en selectie 235 V In 2023 is er een eenmalige bijraming geweest in verband met de uitvoering van campagnes en een overheveling vanuit een ander budget van in totaal € 235.000. Centraal ICT 488 V Lagere kosten in verband met verzekeringen in 2023 € 46.000 Eenmalig bedrag in 2023 voor kosten in verband met inkoop via een software reseller € 50.000. In 2023 hogere lasten voor licenties in verband met prijsstijgingen € 100.000 In 2023 eenmalige kosten in verband met inrichting moderne werkplek € 360.000. Lagere lasten in 2023 in verband met andere keuzes voor abonnementen. Tevens lopen hier nog aanbestedingen zodat de gunning nog moet plaatsvinden € 35.000 nadelig in 2024.
Facilitaire zaken 86 N Het centraal facilitair budget is voor 2023 eenmalig neerwaarts bijgesteld omdat een deel van dit budget naar verwachting in 2023 onbenut blijft, € 100.000 nadelig ten opzichte van 2024. Gemeentehuis en andere wijklocaties 169 V De energiekosten voor het gemeentehuis en wijklocaties zijn bij de Eerste Bestuursrapportage 2023 incidenteel voor 2023 verhoogd met € 164.000 als gevolg van de hoge energieprijzen. Inkoopbureau 65 V In 2023 wordt een hoger beroep gedaan op de inzet van het Inkoopbureau. In 2024 is dan sprake van lagere lasten. Diverse baten en lasten Diverse kleine baten en lasten.
64 V
Reserves 867 N - Lagere onttrekking frictiekosten (€ 250.000 N) a.g.v. lagere uitgaven. Per saldo neutraal. - Lagere storting in reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen (€ 125.000 V) doordat in de Tweede Bestuursrapportage 2023 de stelpost onderhoud gemeentelijke gebouwen is afgeraamd en gestort in de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen. Voor 2024 staat dit bedrag nog geraamd in de begroting, dit is ten opzichte van 2023 een lagere storting in de reserve van € 257.000. Daarnaast is vanuit de stelpost in 2024 de structurele storting in reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen verhoogd met € 134.000.
79
C. Vennootschapsbelasting Specificatie taakvelden (bedragen x € 1.000)
Overzicht Vennootschapsbelasting
Lasten 0.9 - Vennootschapsbelasting (VpB)
Realisatie Begroting Begroting 2022 2023 na 2024 wijz.
Mutatie 2024 t.o.v. 2023 na wijz.
Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027
222 N
-
-
-
-
-
-
222 N
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
0.10 - Storting reserves
-
-
-
-
-
-
-
0.10 - Onttrekking reserves
Totaal lasten Baten 0.9 - Vennootschapsbelasting (VpB) Totaal baten Reserves
-
-
-
-
-
-
-
Totaal reserves
-
-
-
-
-
-
-
Saldo baten en lasten inclusief reserves
222 N
-
-
-
-
-
-
80
81
Belastingopbrengsten 2024 (bedragen x € 1.000) Onroerendezaakbelastingen (OZB) Reinigingsheffing Rioolheffing Leges Lijkbezorgingsrechten Haven- en kadegelden Toeristen- en watertoeristenbelasting Marktgelden Heffing bedrijveninvesteringszone (BIZ) Leges Biesbosch
€ 11.137 € 7.831 € 6.000 € 4.462 € 922 € 704 € 302 € 59 € 42 €7
De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van gemeenten en zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De lokale heffingen kunnen als volgt onderverdeeld worden: 1. Onroerendezaakbelastingen (OZB) 2. Rioolheffing 3. Reinigingsheffing 4. Leges 5. Lijkbezorgingsrechten 6. Haven- en kadegelden 7. Toeristenbelasting en watertoeristenbelasting 8. Heffing bedrijveninvesteringszone (BIZ) 9. Marktgelden 10. Leges Biesbosch In deze paragraaf zijn de bestaande beleidsuitgangspunten en -voornemens van de verschillende belastingen opgenomen en toegelicht. Hierbij worden voor de woonlasten de tarieven vermeld. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de mate van kostendekking van de verschillende producten bepaald wordt. Tarievenbeleid In het bestuursakkoord is als uitgangspunt benoemd dat wij streven naar kostendekkende tarieven voor gemeentelijke tarieven en diensten en producten behalve bij de grafrechten. In lijn met het belastingbeleid in de kadernota van de begroting 2024 hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. Tarieven moeten kostendekkend zijn tenzij er een afwijkend raadsbesluit of een wettelijk maximum voor het betreffende tarief geldt; 2. Wanneer de totaalopbrengst van verordening, minder dan kostendekkend is, worden de tarieven binnen die verordening verhoogd met 2% plus inflatie. Voor 2024 wordt bij de
82
3. 4. 5.
6.
Begroting 2024 voor de marktgelden en de leges bezien welk verhogingspercentage kan worden gehanteerd om zo mogelijk binnen deze collegeperiode richting kostendekkendheid te groeien. Tarieven worden alleen verlaagd wanneer de geraamde opbrengst van alle in de betreffende belastingverordening voorkomende tarieven meer dan kostendekkend is; Er wordt aansluiting gezocht bij landelijk vastgestelde (maximum)tarieven; Alle tarieven worden jaarlijks met het inflatiepercentage prijs Bruto Binnenlands Product (pBBP) verhoogd. Dit tenzij het totaal van de in de verordening opgenomen tarieven daardoor meer dan 100% kostendekkend wordt; De uitgangspunten voor de toerekening van de kosten worden door het college bepaald binnen de kaders van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten.
Onroerendezaakbelastingen De onroerende-zaakbelastingen van 2024 worden opgelegd op basis van de WOZ-waarde naar waardepeildatum 1 januari 2023. Ieder jaar worden de onroerende zaken opnieuw gewaardeerd zodat ieder jaar de tarieven opnieuw moeten worden vastgesteld en aangepast aan de wijziging van de waarde. De basis voor het bepalen van het tarief is de begrote opbrengst 2024 inclusief de inflatiecorrectie conform pBBP van 3%. In de berekening van de opbrengst is daarnaast rekening gehouden met de areaalgroei (groei aantal objecten). In opdracht van de minister van BZK heeft een onderzoek plaatsgevonden inzake het amendement Omtzigt (korting OZB voor instellingen van sociaal belang). De VNG stelt dat onduidelijk is wat de reikwijdte is van dit amendement en heeft haar leden geadviseerd om te wachten met toepassing totdat de gewenste duidelijkheid er is. Het onderzoeksrapport is naar de Tweede Kamer gezonden. Rioolheffing Het product riolering is een gesloten systeem. We hanteren zowel een rioolheffing voor gebruikers als voor eigenaren. Bij de rioolrechten gaan we in beginsel uit van 100% kostendekkende tarieven. De afgelopen jaren is een aanzienlijk deel van de voorziening riolering teruggevloeid naar de inwoners, zodat de harmonisatie van de tarieven geleidelijk plaatsvond, waarbij de heffing gedurende een aantal jaren gelijk is gebleven behoudens inflatiecorrectie.
De kostendekking van het product riolering ligt daardoor al een aantal jaren onder de 100%. De kostendekking van 2024 is 90%. Voor 2024 worden de tarieven, conform het tarievenbeleid voor niet kostendekkende tarieven, met 2% plus 3% inflatiecorrectie verhoogd. In 2024 wordt een nieuw verbreed water/rioleringsplan vastgesteld. Reinigingsheffingen Het product afval is een gesloten systeem. We streven naar 100% kostendekking. De eventuele tekorten worden gedekt uit een gevormde voorziening. De eventuele overschotten worden gestort in deze voorziening. Als de voorziening negatief wordt, moet het tarief extra stijgen. Door de kostenstijgingen op het gebied van afval, ook als gevolg van de inflatie, zijn de tarieven niet meer kostendekkend. Dit kan niet opgevangen worden uit de voorziening. In de kadernota is aangegeven dat het tarief extra moet stijgen als de voorziening negatief wordt. De tarieven moeten met 8,8% stijgen om kostendekkend te worden.
83
Leges De leges zijn niet kostendekkend. De legestarieven worden in 2024 conform het tarievenbeleid met 2% plus 3% inflatiecorrectie (pBBP) verhoogd behoudens het tarief van het percentage van de bouwsom voor de omgevingsvergunningen. De inflatiecorrectie is namelijk reeds verwerkt in de stijging van de bouwsom. De totale legesverordening is 83% kostendekkend. Binnen de verordening is de kostendekking van de leges voor omgevingsvergunningen 106%. In 2023 was dit ook 105%. De eis van maximaal 100% kostendekking moet volgens een arrest van de Hoge Raad worden bezien op het niveau van de totale legesverordening en niet van de verschillende hoofdstukken binnen de legesverordening. In het belastingvoorstel voor de Verordening leges 2024 treft u een nadere toelichting aan. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie van 21 december 2021 inzake de bouwleges. De geraamde opbrengst van de leges voor omgevingsvergunningen is € 2.769.352,- Waarvan € 2.570.899,- wordt gerealiseerd voor omgevingsvergunningen voor bouwen. Voor alle overige omgevingsvergunningen wordt een opbrengst van € 198.453,- geraamd. Omschrijving soort omgevingsvergunning
Aantal
Opbrengst in euro
Omgevingsvergunningen voor bouwen
436
2.570.899
Overige omgevingsvergunningen
503
198.453
Totaal
939
2.769.352
De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 in werking. In verband daarmee zal een geheel nieuwe legesverordening worden gehanteerd. Met inachtneming van de kaders leges Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn daarin tal van wijzigingen aangebracht ten opzichte van de huidige legesverordening. In het voorstel voor de Verordening leges 2024 zullen deze wijzigingen nader worden toegelicht. Lijkbezorgingsrechten Bij de lijkbezorgingsrechten wordt niet gestreefd naar 100% kostendekking. De tarieven worden, conform de kadernota, enkel met een inflatiecorrectie van 3% pBBP verhoogd. De kostendekking voor 2024 is 68%. Havengelden Binnen onze gemeente worden havengelden geheven in de Beatrixhaven, Biesboschhaven en een gedeelte van de RWS-haven (voormalig haventje Rijkswaterstaat). Bij de havengelden kunnen alleen kosten worden verhaald die verband houden met het gebruik en genot van de havens en de kades. Met ingang van 2023 wordt een geheel nieuwe verordening havengelden gehanteerd. Met een nieuwe tariefstructuur waardoor tarieven per dag worden berekend. Ook wordt voortaan uitgegaan van een tarief per vierkante meter in plaats van een tarief per ton. Het tarievenbeleid van de havengelden is dat we streven naar 100% kostendekkendheid. Op dit moment is het tarief meer dan 100% kostendekkend. Het tarief wordt daarom verlaagd
84
Verblijfsbelasting en watertoeristenbelasting Verblijfsbelasting (voorheen toeristenbelasting genoemd) en watertoeristenbelasting zijn algemene dekkingsmiddelen en worden geheven voor het houden van verblijf door personen die niet ingeschreven zijn op een adres in de gemeente. Deze belastingen worden in rekening gebracht bij degene die, tegen betaling, gelegenheid tot verblijf biedt. De tarieven worden in beginsel jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Vanuit de toeristische sector is een voorkeur voor tarieven die afronden op 5 eurocent. In verband daarmee wordt de verhoging soms een jaar overgeslagen. De inflatiecorrectie (pBBP) wordt in dat geval voor enkele jaren tegelijk doorgevoerd. In verband daarmee wordt het huidige tarief van de toeristenbelasting van € 1,30 voor 2024 niet verhoogd. De verhoging met 3% inflatiecorrectie zou namelijk leiden tot een tariefstijging van 3,9 eurocent en dus onder de 5 eurocent. Op grond van de realisatiecijfers is de opbrengst van de verblijfsbelasting/watertoeristenbelasting verhoogd. Daarnaast is in de raming de meeropbrengst van de verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten verwerkt. Heffing bedrijveninvesteringszone (BIZ) De BIZ-heffing is een verplichte bijdrage voor eigenaren en/of gebruikers van niet-woningen in een bepaald gebied.
De heffing is bedoeld ter bekostiging van investeringen in dat gebied in bijvoorbeeld de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit etc. Binnen onze gemeente is een BI-zone actief. Het betreft de BIZ Centrum Werkendam. De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting. Het bedrag van de bijdrage gaat in de vorm van subsidie naar de BIZstichting die de investeringen uitvoert. Een BIZ geldt voor vijf jaar en kan dan eventueel, na een draagvlakmeting onder de eigenaren en/of gebruikers van de niet-woningen in het gebied, worden verlengd. Het tarief blijft gedurende vijf jaar gelijk. Begin 2024 zal een draagvlakmeting plaatsvinden bij een nog op te richten BIZ voor de bedrijventerreinen Kop van Brabant, Bruine Kilhaven, Beatrixhaven/Biesboschhaven en Bandijk/Steurgat. De voorlopige werknaam is BIZ Businesspark Werkendam. Wanneer de draagvlakmeting positief uitvalt gaat de BIZ in werking. Marktgelden Uitgangspunt bij de marktgelden is een kostendekking van 100%. Bij handhaving van de huidige tarieven zou, op begrotingsbasis een kostendekking van minder dan 100% worden gerealiseerd. Bij de marktgelden is het beleid dat in deze bestuursperiode een toegroei plaatsvindt richting 100% kostendekking. Enkele jaren terug is het tarief verlaagd. Dit omdat de marktgelden toen meer dan 100% kostendekkend leken te zijn.
Voorgesteld wordt om in 2024 de tarieven zodanig te verhogen dat versneld richting kostendekkendheid wordt bewogen. Leges Biesbosch De leges voor de Biesbosch betreft wordt geheven door Staatsbosbeheer namens de gemeenten Altena, Drimmelen en Dordrecht. De kosten van de vergunningverlening door Staatsbosbeheer worden verdeeld over de 3 gemeenten op basis van inwoneraantal. De tarieven zijn in alle drie de gemeenten gelijk. Het betreft leges voor vergunningen uit de Biesboschverordening. De opbrengst van het jaar 2024 wordt geraamd op € 7.274. De doelstelling is dat de leges Biesbosch 100% kostendekkend zijn. De tarieven voor ligplaatsconcentraties gaan iets omlaag en de tarieven voor passagiersschepen iets omhoog. De tarieven in Altena zijn dan 100% kostendekkend. Bij de andere 2 gemeenten nog niet.
85
De algemene heffingen hebben het karakter van een algemeen dekkingsmiddel. Dat wil zeggen dat de opbrengst vrij aanwendbaar is ter dekking van de algemene gemeentelijke kosten en aanvullend is op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De bestemmingsheffingen worden geheven ter volledige of gedeeltelijke compensatie van de kosten die de gemeente maakt bij de realisering en het onderhoud van die voorzieningen of verleende diensten. De opbrengsten zijn in onderstaande tabel opgenomen: Tabel Belastingopbrengsten 2024 (bedragen x € 1.000) Heffing
2024
Algemene heffingen
11.439
OZB gebruikers niet-woningen
1.465
OZB eigenaren woningen
7.559
OZB eigenaren niet-woningen
2.113
Toeristenbelasting
302
Bestemmingsheffingen
20.332
BIZ *
42
Leges hoofdstuk 1 **
1.514
Leges hoofdstuk 2 ***
2.937
Leges hoofdstuk 3 ****
11
Leges Biesbosch
7
Haven- en kadegelden
704
Marktgelden
59
Lijkbezorgingsrechten
922
Reinigingsheffingen
7.831
Reinigingsheffingen milieustations
305
Rioolheffing
6.000
Totaal
31.771
* ** *** ****
BIZ: opbrengst wordt één op één uitgekeerd in de vorm van een subsidie. Leges hoofdstuk 1: voornamelijk algemene dienstverlening (rijbewijzen, reisdocumenten, uittreksels, etc.). Leges hoofdstuk 2: voornamelijk fysieke dienstverlening (met name leges omgevingsvergunning). Leges hoofdstuk 3: voornamelijk leges APV en Europese dienstenrichtlijn.
Het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) in Klaaswaal heft en int voor de gemeente Altena de onroerendezaakbelastingen (OZB), de heffing van nietwoningen in een bedrijven investeringszone (BIZ), verblijfsbelasting, watertoeristenbelasting, reinigingsheffing en rioolheffing.
86
In onderstaande tabel wordt de belastingdruk weergegeven van een gemiddeld gezin in een eigen woning met een waarde van € 431.970 in het jaar 2023. Bij de berekening van de bedragen van rioolheffing en afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van een gezin met 3 personen. Bron: Coelo. 2023
2023
2023
Oosterhout
Gorinchem
Altena
OZB-eigenaar woning
346
441
363
Afvalstoffenheffing
317
371
328
Rioolheffing
204
203
228
Heffingskorting
0
0
0
Totaal lastendruk
867
1.015
919
Bij Coelo is nog geen informatie beschikbaar over de gemeentelijke tarieven van 2024.
De belastingheffing en invordering is uitbesteed aan SVHW in Klaaswaal. Kwijtschelding wordt daarom verleend via SVHW. Door SVHW wordt de 100%-norm gehanteerd. Het betreft hier de bijstandsnorm. Voor AOW’ers worden de kosten van bestaan gesteld op 100% van de toepasselijke netto AOW-bedragen. SVHW baseert zich op informatie van het Inlichtingenbureau. Dit bureau is een samenwerkingsverband van het ministerie van Sociale Zaken, de Rijksdienst voor het wegverkeer, de Rijksbelastingdienst en de VNG. Vrijwel alle kwijtscheldingsklanten hebben toestemming verleend om daar informatie op te vragen. De belastingplichtigen die op basis van die beoordeling kwijtschelding ontvangen hoeven geen aanvraagformulier in te dienen maar krijgen automatisch bericht. Voor 2024 wordt voor kwijtschelding in totaal € 231.000 geraamd.
87
Binnen de gemeentelijke begroting is een aantal producten opgenomen waarvan is bepaald dat deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Voorbeelden hiervan zijn de producten riolering, reiniging, marktgelden, begraafplaatsen en producten waarvoor leges worden geheven. Voor deze producten is een toelichting opgenomen ten aanzien van de wijze waarop de kostendekkendheid wordt bepaald. Deze toelichting is afgestemd op de vereisten in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Berekening van kostendekking legesverordening
2024
Altena Titel Omschrijving
1 Algemene dienstverlening
2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning
3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Totaal Kosten / Kostendekking
1.413
1.518
189
3.120
8
8
Baten en lasten taakvelden Lasten taakvelden incl. rente Baten taakvelden, excl. heffingen Netto kosten taakveld
1.413
1.518
189
3.120
797
1.261
165
2.223
797
1.261
165
2.223
Totale lasten
2.210
2.779
353
5.342
Baten heffingen
1.514
2.937
11
4.462
Saldo
696N
158V
343N
881N
Dekkingspercentage
69%
106%
3%
84%
Toe te rekenen lasten Overhead incl. omslagrente BTW Totaal toe te rekenen lasten
De in de begroting 2024 opgenomen, voor de kostendekking van de legesverordening relevante, baten overschrijden de lasten niet. De totale kostendekking is 84%. Titel 1 is 69% kostendekkend. Titel 2 is 106% kostendekkend. Titel 3 is 3% kostendekkend. Bij het berekenen van de kostendekking worden alle relevante baten en lasten toegerekend. Deze baten en lasten zijn geschoond voor onderdelen welke wettelijk niet toegerekend mogen worden aan de heffing.
88
Berekening van kostendekking Leges Biesbosch
2024
Altena Baten en lasten taakvelden Lasten taakvelden incl. rente
7
Baten taakvelden, excl. heffingen
0
Netto kosten taakveld
7
Toe te rekenen lasten Overhead incl. omslagrente
0
BTW
0
Totaal toe te rekenen lasten
7
Totale lasten
7
Baten heffingen
7
Saldo
0
Dekkingspercentage
100%
De in de Begroting 2024 opgenomen baten van de Leges Biesbosch overschrijden de lasten niet. Het kostendekkingspercentage is 100%. Alle relevante baten en lasten worden toegerekend. Deze baten en lasten worden geschoond voor onderdelen welke wettelijk niet toegerekend mogen worden. Berekening van kostendekking Rioolheffing
2024
Altena Baten en lasten taakvelden Lasten taakvelden incl. rente
4.848
Baten taakvelden, excl. heffingen
169
Netto kosten taakveld
4.679
Toe te rekenen lasten Overhead incl. omslagrente
902
BTW
1.101
Totaal toe te rekenen lasten
2.004
Totale lasten
6.683
Baten heffingen
6.000
Saldo
683N
Dekkingspercentage
90%
De in de Begroting 2024 opgenomen baten van de rioolheffing overschrijden de lasten niet. De totale kostendekking is 90%. Het tekort wordt gedekt uit de voorziening. Alle relevante baten en lasten worden toegerekend. Deze baten en lasten zijn geschoond voor onderdelen welke wettelijk niet toegerekend mogen worden.
89
Berekening van kostendekking Reinigingsheffing
2024
Altena Baten en lasten taakvelden Lasten taakvelden incl. rente
7.152
Baten taakvelden, excl. heffingen
883
Netto kosten taakveld
6.269
Toe te rekenen lasten Overhead incl. omslagrente
622
BTW
1.245
Totaal toe te rekenen lasten
1.868
Totale lasten
8.135
Baten heffingen
8.135
Saldo
0
Dekkingspercentage
100%
De in de Begroting 2024 opgenomen, voor de kostendekking van de reinigingsheffing relevante, baten overschrijden de lasten niet. De totale kostendekking is 100%. Het percentage van de kostendekking is jaarlijks aan fluctuatie onderhevig. Alle relevante baten en lasten worden toegerekend. Deze baten en lasten worden geschoond voor onderdelen welke wettelijk niet toegerekend mogen worden. Berekening van kostendekking Lijkbezorgingsrechten
2024
Altena Baten en lasten taakvelden Lasten taakvelden incl. rente
1.005
Baten taakvelden, excl. heffingen Netto kosten taakveld
1.005
Toe te rekenen lasten Overhead incl. omslagrente
356
BTW Totaal toe te rekenen lasten
356
Totale lasten
1.361
Baten heffingen
922
Saldo
438N
Dekkingspercentage
68%
90
De in de Begroting 2024 opgenomen, voor de kostendekking van de Lijkbezorgingsrechten relevante, baten overschrijden de lasten niet. De totale kostendekking is 68%. Uitgangspunt voor het college is de tarieven voor lijkbezorging betaalbaar te houden en conform het bestuursakkoord niet te streven naar 100% kostendekking. Het kostendekkingspercentage is jaarlijks aan fluctuatie onderhevig. Alle relevante baten en lasten worden toegerekend. Deze baten en lasten worden geschoond voor onderdelen welke wettelijk niet toegerekend mogen worden. Berekening van kostendekking Marktgelden
2024
Altena Baten en lasten taakvelden Lasten taakvelden incl. rente
54
Baten taakvelden, excl. heffingen
0
Netto kosten taakveld
54
Toe te rekenen lasten Overhead incl. omslagrente
18
BTW Totaal toe te rekenen lasten
18
Totale lasten
72
Baten heffingen
59
Saldo
13N
Dekkingspercentage
82%
De in de Begroting 2024 opgenomen, voor de kostendekking van de Marktgelden relevante, lasten overschrijden de baten niet. De totale kostendekking is 82%. De kostendekking is jaarlijks aan fluctuatie onderhevig. Alle relevante baten en lasten worden toegerekend. Deze baten en lasten worden geschoond voor onderdelen welke wettelijk niet toegerekend mogen worden.
91
Berekening van kostendekking Havengelden
2024
Altena Baten en lasten taakvelden Lasten taakvelden incl. rente
567
Baten taakvelden, excl. heffingen
5
Netto kosten taakveld
561
Toe te rekenen lasten Overhead incl. omslagrente
144
BTW
0
Totaal toe te rekenen lasten
144
Totale lasten
705
Baten heffingen
704
Saldo
1N
Dekkingspercentage
100%
De in de Begroting 2024 opgenomen, voor de kostendekking van de Haven- en kadegelden relevante lasten overschrijden de baten niet. De totale kostendekking is 100%. Het kostendekkingspercentage is jaarlijks aan fluctuatie onderhevig. Alle relevante baten en lasten worden toegerekend. Deze baten en lasten worden geschoond voor onderdelen welke wettelijk niet toegerekend mogen worden.
92
€ 10.993.000
€ 23.033.000
2,1
Risicowaarde
Weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
De complexiteit van projecten waar gemeenten aan deelnemen, de veranderende rol van gemeenten in de maatschappij en ingrijpende veranderingen in wet- en regelgeving dwingen tot een groter risicobewustzijn. Het is dan van belang om zicht te hebben en te behouden op de risico’s die zich manifesteren bij de uitvoering van gemeentelijke taken en om daarbij passende beheersmaatregelen te treffen. De gemeente Altena moet voldoende buffers hebben om deze risico’s op te kunnen vangen. Deze paragraaf geeft inzicht in de verhouding tussen de risico’s en het vermogen om deze risico’s op te kunnen vangen.
Beleidskaders − Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) − Nota Risicomanagement 2019 − Nota Reserves en voorzieningen 2019 − Herijking Reserves en voorzieningen 2020 Definities De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Altena toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote lasten te dekken; b. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Onder risicomanagement wordt het systematisch in kaart brengen van de risico’s met het oog op de beheersing van de risico’s verstaan. In deze paragraaf ligt de primaire focus op het financiële risico. Risicomanagement is geen statisch instrument, maar dient integraal onderdeel uit te maken van werkprocessen. Middels de Planning & Control-documenten wordt de gemeenteraad geïnformeerd over het weerstandsvermogen. De risico’s met betrekking tot verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf verbonden partijen.
Tot slot zijn in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen in relatie tot de financiële positie van de gemeente Altena opgenomen alsmede een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen deze kengetallen.
93
Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen dat ingezet kan worden om eenmalige tegenvallers op te vangen en wordt gevormd door de optelsom van het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve en de stille reserves. Stille reserves worden bepaald door het verschil tussen boekwaarden en de actuele marktwaarden van bezittingen in aandelen en onroerend goed. Hierbij dient in acht te worden genomen dat niet alle stille reserves snel te gelde gemaakt kunnen worden. Bovendien neemt de toezichthouder deze reserves alleen mee bij de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit als de actuele marktwaarde reëel is onderbouwd, bijvoorbeeld door een officiële taxatie. Ook mag de stille reserve geen gebruiksnut meer hebben voor de gemeente en moet deze op korte termijn beschikbaar kunnen komen. Om deze redenen worden de stille reserves op nihil gesteld. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken over meerdere jaren.
De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de post onvoorzien, de onbenutte belastingcapaciteit en structurele begrotingsruimte. De totale weerstandscapaciteit wordt als volgt berekend: (bedragen x € 1.000)
Begroting 2024
Vrij aanwendbaar deel algemene reserve (per 31-12-2024) Stille reserves
18.397 -
Incidentele weerstandscapaciteit (A)
18.397
Onbenutte belastingcapaciteit
4.586
Onvoorzien
50
Structurele begrotingsruimte
0
Structurele weerstandscapaciteit (B)
4.636
Totale weerstandscapaciteit (A + B)
23.033
Bepalen risicowaarde Om tot een kwantificering van de risico’s te komen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
94
•
Kans. De kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet is afhankelijk van meerdere factoren. Om te komen tot een schaalverdeling worden de volgende categorieën gehanteerd: o klein (< 25%) o middel (> 25% - < 75%) o groot (> 75%)
•
Financiële impact. De financiële impact geeft de financiële invloed aan die een risico kan hebben op de gemeentelijke exploitatie. In sommige gevallen is het lastig om de impact te bepalen, dan kan gebruik gemaakt worden van de volgende categorieën: o gering (< € 100.000); o beduidend (> € 100.000 - < € 500.0000); o kritiek (> € 500.000).
•
Risicowaarde. De risicowaarde wordt berekend door het percentage ‘kans’ te vermenigvuldigen met het maximale risicobedrag. Voor structurele risico’s wordt de risicowaarde vermenigvuldigd met factor 2. De gedachtegang hierbij is dat 2 jaar voldoende is om passende maatregelen te treffen.
Toepassing van bovenstaande leidt tot het volgende overzicht van geïnventariseerde risico’s. Zoals in de nota Risicomanagement 2019 is aangegeven worden de tien belangrijkste risico’s weergegeven en toegelicht.
1 Ontwikkeling algemene uitkering gemeentefonds
S
Bedrag Kans (x € 1.000) PM
2 Overschrijding budgetten WMO
S
1.250 50%
1.250
3 Aanbestedingsrisico's / prijsontwikkelingen
S
2.500 20%
1.000
4 Kwetsbaarheid bedrijfsvoering / formatiebudget
S
2.500 20%
1.000
5 Overschrijding budgetten Jeugdzorg
S
900 50%
900
6 Overschrijding budgetten uitkeringen / participatievoorzieningen
S
650 25%
650
7 Open-eindekarakter gemeenschappelijke regelingen
S
1.000 25%
500
8 Garantstellingen
I
5.000 10% 500
9 Faillissement van contractpartijen, met name in de jeugdzorg
I
1.000 50% 500
10 Extra bijdrage nazorg gesloten stortplaatsen
I
800 50% 400
Omschrijving
*
I/S
I
S
Subtotaal
6.700
Overige risico's
4.293
Totaal risicowaarde
10.993
I = incidenteel / S = structureel
95
Toelichting 1. Ontwikkeling algemene uitkering gemeentefonds In de Meicirculaire 2022 is aangegeven dat de koppeling van het gemeentefonds aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven buiten is gesteld. Vanaf 2026 wordt de algemene uitkering alleen nog aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling. Dit bekent voor gemeenten in 2026 een forse terugval in de middelen die zij via de algemene uitkering van het Rijk ontvangen, waardoor gemeenten feitelijk hun beleid na 2025 niet structureel kunnen doortrekken. Met de val van het kabinet laat belangrijke duidelijkheid over de ontwikkeling van de algemene uitkering na 2026 op zich wachten. Een nieuw kabinet moet hierover, waaronder ook de opschalingskorting, besluiten. Als in april 2024 nog geen nieuw kabinet is gevormd, dan beslist het demissionaire kabinet bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2024, ook in het licht van de overheidsfinanciën op dat moment. In de Kadernota 2024 is aangegeven dat gestart zal worden met het zoeken naar mogelijkheden om vanaf 2026 om te buigen. Doel is om bij de Kadernota 2025 een ’menukaart’ gereed te hebben die bijsturingsmogelijkheden richting 2026 en 2027 faciliteert. 2. Overschrijding budgetten WMO Bij de WMO leiden landelijke ontwikkelingen tot grotere financiële risico’s. De invoering van het zogenoemde abonnementstarief leidt enerzijds tot een lagere eigen bijdrage van de cliënten.
Anderzijds heeft het een aanzuigende werking op cliënten die voorheen geen beroep deden op een WMO-voorziening en nu, vanwege de lage kosten, hier wel gebruik van gaan maken. Op langere termijn wordt het verdeelmodel WMO (begeleiding en beschermd wonen) herzien. Ook de toenemende extramuralisering van de zorg (langer thuis blijven wonen) leidt tot een toenemende complexiteit en kosten van de zorgvragen. 3. Aanbestedingsrisico’s / prijsontwikkelingen De economie is zodanig aangetrokken dat bijvoorbeeld de bouwsector overspannen dreigt te worden. Hierdoor bestaat het risico dat aanbestedingen (veel) hoger geoffreerd worden dan begroot, dan wel dat er maar één aanbieder op een aanbesteding inschrijft. Verder is met de huidige ongunstige ontwikkeling van het prijspeil het risico groot dat aanbestedingen duurder uitvallen. Daarnaast gelden voor (Europese) aanbestedingen strakke regels. Wanneer niet strikt aan deze regels voldaan is kunnen financiële risico’s ontstaan. De gemeente Altena heeft een Inkoop- en aanbestedingsbeleid vastgesteld. Ook zijn de algemene inkoopvoorwaarden geformuleerd. 4. Kwetsbaarheid bedrijfsvoering / formatie- en inhuurbudget ontoereikend Met de krappe arbeidsmarkt is het minder gemakkelijk om geschikte medewerkers te vinden. Verder kunnen risico’s in de bedrijfsvoering ontstaan door een bovengemiddeld niveau van het ziekteverzuim.
De opbouw en samenstelling van het personeelsbestand kan eveneens een risico inhouden (vergrijzing, weglekken van kennis, etc.). Deze risico’s doen zich in de gemeente Altena in toenemende mate voor, waardoor steeds meer een beroep gedaan moet worden op het inhuren van medewerkers. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. De hoogte van het budget voor inhuur wordt lopende het jaar nauwlettend bewaakt en afgezet tegen de uitgaven voor inhuur, om budgetoverschrijding te voorkomen. Als gevolg van de herindeling en de nieuwe organisatie lopen niet alle processen al meteen soepel en zullen er nog extra inspanningen verricht moeten worden om het structureel goed functioneren van de nieuwe organisatie te borgen.