2025-07-01 Transcript Gemeente Altena Gemeenteraad
Tekst van het document
Dus, beste raadsleden, wees alstublieft naar uw kiezers en naar de volgers helder en transparant. Stem of voor deze bezuiniging of stem tegen, maar geen cryptische en halfslachtige omschrijving waar het college alle kanten mee op kan. En voorzitter, portefeuillehouder Financiën gaf al een voorzet rondom de beschouwingen, om dan ook maar direct met de financiële dekking te komen. Voorzitter, de eerste vier jaar die is al gedekt, want die investering hoeft niet te gebeuren. En daarna wat ons betreft, mag het ook gewoon uit de algemene reserve. Dit noemen we de Joseph economie, sparen in de vette jaren, uitgeven in de magere jaren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Er wordt nu eigenlijk gepleit voor één van de twee moties. Mijnheer Van Gammeren die zegt van, de CU moeten eigenlijk onze motie maar steunen. Maar ik denk dat ze beide kunnen. Ik denk dat ze elkaar ook niet bijten. Dus ik zou eigenlijk willen voorstellen aan de indieners van, voeg ze samen en laten we dan die motie gewoon aannemen, want het is op beide goed. Mijnheer Van Gammeren gaf al aan van, als je het gras niet maait, krijg je een hoop biodiversiteit. Dus dat hebben we eigenlijk al. Kijk maar buiten in de plantsoenen, biodiversiteit genoeg. Het gras staat zo hoog.
En wat we daarnet gezien hebben met foto's van mijnheer Meijdam op begraafplaatsen. Dat is niet alleen beperkt tot begraafplaatsen, dat zie je ook in plantsoenen. Dus in die zin hebben we biodiversiteit. Maar ik snap het punt van PA en CU, dus wij zijn er niet op tegen. En wij zouden graag zien dat ze gewoon allebei aangenomen worden. En dan lijkt het ons het handigste als jullie moties combineren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Voorzitter, ook wij zijn mede-indiener van de motie van biodiversiteit van Progressief Altena en ChristenUnie. En waarom dat die niet samen zou passen met die van de SGP, is omdat die het eigenlijk wil laten zoals het is en die bezuiniging eruit wil halen bij het college. En wij wel met een vorm van bezuiniging komen door meerjarig iets te bewerkstelligen, maar inderdaad eerst te investeren op onderhoudsvriendelijker. Dus in eerste instantie zat de VVA op de lijn, zo veel mogelijk besparen van bomen en gras, maar omwille van biodiversiteit en om toch een beetje kleuring te geven aan de omgeving, schuiven we ook richting onze vrienden. En komen wij ook met deze mede-indiener van de, van deze motie om het toch meer vorm te geven. Zodat we ook hiermee kunnen zeggen, eigenlijk kan niemand tegen zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Vos.
De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Even eerst de motie van de biodiversiteit om hem zomaar te noemen. Natuurlijk zijn wij voor biodiversiteit. Ik wil nog wel even ook aan mijnheer Kolff meegeven maar die weet dat vast misschien net zo goed als ik, dat gras ook heel veel CO2 vastlegt. Dat hadden we nog niet genoemd, dus dat zou ook nog een argument kunnen zijn om hier en daar wat gras er erbij te krijgen. Maar we kunnen die motie best wel steunen. En dan de heer Van Gameren dat, ik kan er wel in meegaan eigenlijk van, eerst zoveel geld uit gaan geven en dan maar afwachten of dat het uiteindelijk allemaal dat resultaat gaat geven, wat het is. En wat mijnheer Hoegee net ook al zei, daar zal ik meteen maar op antwoorden. Is misschien helemaal nog niet zo gek om die twee moties bij elkaar te voegen, dus dan krijgen we het beste van allebei bij elkaar. Dus, maar dat wachten we eventjes af en ik wil ook wel graag even de reactie van de wethouder horen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank, voorzitter. De biodiversiteit die hebben we twee weken geleden al besproken, dus dat gaan we niet opnieuw doen. Maar er zit altijd nog wel een beetje ruis op de lijn bij de heer Alderliesten, dus dat houden we even vast. De heer Van Gammeren, daar hebben we elkaar ook al over gesproken. In grote lijnen kunnen we de motie wel steunen.
Alleen, die argumenten dat u erbij haalt, dat lijkt haast erop, biodiversiteit heeft een ‘…’. Dat is niet juist. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. De indieners van de beide moties mogen nog reageren. Mijnheer Alderliesten, mag u beginnen. De heer Alderliesten: Ik had me nog zo voorgenomen om kort te zijn, maar dit nodigt bijna uit tot een debat over biodiversiteit. De voorzitter: Mijnheer. De heer Alderliesten: Laten we het vooral niet doen. Wat ik wel graag, want de oproep van de heer Hoegee dat we eerder ook, we hebben geprobeerd zeg maar aan de voorkant dit ook een beetje af te stemmen. Op zich lijkt het me heel goed om, kijk ook de mede-indieners aan uiteraard om in de schorsing straks eens even te kijken van, hoe we dit tot één kunnen voegen. Want volgens mij zitten we niet zo gek ver uit elkaar, los van wat aan biodiversiteit precies is en wat meer en beter is. Maar goed, daar gingen we niet op in. Volgens mij kan ik het daarbij laten, voorzitter. De voorzitter: Ja, ja, ja, dank u. Mijnheer Nieuwenhuizen. Ga uw gang. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog even reageren op de, er werd door iemand gezegd dat ik niks gezegd had over het budget. Volgens mij heb ik wel gezegd van, het budget laten staan en gewoon inzetten. Want groen veroudert en heeft onder omvorming nodig, dus gebruik dit geld als je het al in de begroting op wil nemen.
Benut het dan daarvoor ook. Dan gaat het niet zozeer om rendement van minder onderhoud, maar meer rendement van biodiversiteit in ieder geval. En extensief groen heeft misschien ook wel minder onderhoud nodig dan intensief groen. En wat betreft de hagen, motie zeg maar op deze. Moet wel oppassen dat je als raad niet heel directief naar je college zegt, zo moet het, want dan zet je ook dingen op slot voor het college. Dus als je de eis stelt het moet een positieve bijdrage aan, geven aan biodiversiteit, dan dek je daarmee ook het nodige af. En voor wat betreft de heer Kolff. Hagen vangen ook heel veel fijnstof op. Hagen zijn ook een bergplaats voor egeltjes en dus biodiversiteit heeft meer kanten dan alleen insecten in gras. Dus laten we niet een discussie, vakdiscussie …
De voorzitter: Precies. Dat wou ik net voorstellen, laten we dat dus niet doen. De heer Nieuwenhuizen: Precies. Maar om maar even te duiden zeg maar, dat er meer is in, op dit vakgebied. De voorzitter: Precies. Mijnheer Van Gammeren, tot slot. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Blij in ieder geval met alle reacties die we hebben gekregen. Ik denk dat het iedere wel pijn doet en ik ben ook geneigd zeg maar om de uitgestoken hand van de heer Alderliesten dan ook aan te grijpen van, kijk eens, we moeten er samen uitkomen. En ik, er gloor eigenlijk een sprankje hoop, maar de heer Nieuwenhuizen die heeft hem eigenlijk weer gedoofd. Want die zegt van, we moeten deze ombuiging laten staan, want we hebben toch regulier onderhoud en ook verschuivingen, vinden het areaal. Maar dit is expliciet is het een bezuinigingsvoorstel waarin we gewoon 20 tot 35 procent van onze hagen gewoon opofferen voor gazon. Dus en wat ons betreft moet dat er juist uit. En refini… dan zeker met die motie van jullie uit de voeten kan met de normale onderhoudscyclussen. En dan, voorzitter nog één puntje. De heer Kolff die, ik had hem al gelijk gegeven en nu prikkelde hij mij toch nog over lang gras en kort gras. Ik ga het hier in de raad u niet mee vermoeien, maar bij mijn stukje veldwerk ben ik ook achter gekomen dat kort gras ongeveer net zoveel biodiversiteit borgt als een geasfalteerde tuin.
Maar dat zal ik dan buiten de vergadering om nog een keertje vertellen. De voorzitter: Dank u wel. Ik ben allang blij dat u het vanavond niet over kunstgras heeft. Wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Voorzitter, collega Sheikkariem die zei net iets van, gaan we er hier iets van maken? Alles bij elkaar lang gras, kort gras, whatever. Voorzitter, deze moties en wat daarin wordt gevraagd, moet worden gezien in een breder perspectief. Er wordt bij vervanging of omvorming altijd gehandeld naar de optimale balans tussen biodiversiteit, onderhoudsintensiteit en kostenefficiency. Dit zonder de individuele onderwerpen geweld aan te doen. Wat betreft die kostenefficiency, dat kan ook leiden tot lagere kosten zonder het onderhoudsniveau geweld aan te doen. Ik kom toch ook even met een voorbeeld. Een arbeidsintensief rozenperk omvormen naar een arbeidsextensief grasperkje, goed luisteren in combinatie met een kleurrijk bloemenmengsel voorziet namelijk in alle behoeften, behoud van groen, toename van biodiversiteit en ook kostenreductie. In alle gevallen is hier sprake van maatwerk. Onderbreking bijvoorbeeld van een bijenroute, bloemen eruit, gras erin leidt weliswaar tot minder onderhoud en kosten, maar wij realiseren ons dat de biodiversiteit daarmee heel veel geweld wordt aangegaan. Dus ja, hier zal een andere afweging in worden gemaakt.
Het is voor wat betreft het college en de gemeente niet alleen kijken, maar we handelen er ook naar. Het college dankt voor deze moties, acht ze enigszins overbodig naar aanleiding van mijn pleidooi, maar ziet ze zeker als een steun in de rug. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Schipper. Is er nog behoefte aan een tweede termijn, denk het niet? U gaat lekker in de schorsing kijken wat u ervan gaat maken samen. Dan gaan we naar 4.5, we blijven nog even in het groen, maar dan gaan we het over het snippergroen hebben. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Dank je wel, voorzitter. Ik wil het grapje maken over kunstgras, maar doe ik niet. Heb ik al gedaan. Snippergroen. Misschien dat we hem even voor kunnen zetten, want ik wil hem even samen met de CDA ingediend. Ook de overwegingen zijn wel even belangrijk. Nou, die kan ik zelf eigenlijk wel zeggen. We hebben beleid vastgesteld. Maar voorzitter, inmiddels is met grote regelmaat en we zijn niet de enige partij, zijn er vragen en opmerkingen vanuit inwoners over dit beleid. Daar zitten zeer schrijnende gevallen tussen, kan ik u melden. Het gaat ook nog over de manier van uitvoering die we hebben. Helaas moet ik hier ook
zeggen dat er een stukje bejegening tussen zit. Nu zijn we zesenhalf jaar onderweg met dit beleid en wat ons betreft is genoeg vlees op de botten om te weten te komen, hoe het loopt. Waarom nu hier dit onderwerp? Ook over, in overleg met de griffie ligt financiële lijn naar de meerjarenbegroting in relatie tot de verkoop van, eventuele verkoop van dergelijke gronden. En ook omdat het beleid de insteek moest hebben, om de administratieve lasten en de kosten voor onderhoud door de gemeente omlaag moesten brengen. Wij vragen dus op, maar misschien dat dat nog even voor kan staan, dat we een evaluatie krijgen. We hebben daarvan de datum van 1 november 2025 gezet om te kijken of dat het beleid om dat te evalueren en om, of er eventueel andere aanzicht, inzichten zijn in de verzoeken vanuit de inwoners en de wijze waarop dat besloten is. Die datum van 1 november 2025 die leek ons haalbaar. En ik vergeet dat, nee, dat vergeet ik niet te vertellen. Want ik moet er wel even erbij zeggen, ik, dat hebben we hier nog niet in op opgenomen. Maar hier geldt wel zeg maar, dat ik vraag aan het college om ons die toezegging te doen, dat hangende dit onderzoek wat er zou moeten gebeuren en die evaluatie die dan 1 november zou moeten zijn om alle en ik met nadruk op alle lopende zaken die er nu zijn, om die on hold te zetten.
En ook ogenblikkelijk en per omgaande die mensen, die betrokkenen die brief te sturen dat het on hold staat. Staat nog niet in de motie, maar ik hoop op die, deze toezegging. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Roovers, CDA. De heer Roovers: Dank je wel, voorzitter. De heer Den Haan heeft het goed verwoord. Ik wil in aanvulling nog wel aangeven dat ook wij heel zorgwekkende berichten hebben gehad van diverse inwoners in de gemeente Altena, voorzitter. En waar wij met name ook wel op willen sturen is het volgende. Gemeente Altena heeft via meerdere kanalen aangegeven in te zetten op een cultuurverandering die moet leiden van nee, tenzij naar ja, mits. En voorzitter, laten we dat nu in dit dossier totaal niet gemerkt hebben. Dus wij zouden het college op willen roepen om bij voorrang deze cultuurverandering op dit dossier in te gaan zetten. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. We hebben hier al vorige keer ook over gesproken. Wij kunnen ons wel vinden in evaluatie, maar wij hebben wat moeite met sommige overwegingen. Omdat met name in onze buitenruimte zeg maar op veel plekken ook heel weinig groen is. Heel erg versteend.
Bij een herinrichting kom je vaak ruimte tekort, dus wij zouden heel zorgvuldig om willen gaan met de afweging of we wel of niet moeten verkopen met het oog op gebruik voor ons als gemeente voor inrichting zeg maar, klimaatadaptief, enzovoort. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. We hebben het de vorige keer vooral gehad over de noodzaak van alle restruimte in de buitenruimte, waar het gaat over de verduurzamingsslag die we maken, de energietransitie. Allerlei kabels, leidingen die daar ook vaak een plek in juist dat soort gebiedjes krijgen. Daar ziet de motie eigenlijk nu bijna niet op. Het gaat eigenlijk over de wijze waarop nu het snippergroen aan de man gebracht wordt of mogelijk verkocht wordt. Daar zijn ik hoor talloze, maar in ieder geval er zijn vele processen die niet helemaal lopen, zoals de ontvangende kant van het snippergroen wellicht had willen zien. Dat daar, dat dat geëvalueerd wordt, dat dat lijkt ons prima. Wel met inachtname van wat we de vorige keer ook gezegd hebben, uiteindelijk is het natuurlijk wel per definitie maatwerk. Dan komt de opmerking van de heer Nieuwenhuizen komt er eigenlijk nog bij.
Dat het moment dat snippergroen natuurlijk toegevoegd wordt aan de woonomgeving, dat je dan ook goed moet kijken naar wat het dan ook betekent voor die buitenruimte en voor het aanzicht in een bepaald dorp of straat, of wat dan ook. Dus de oproep nu voor evaluatie en kijken
van, hoe kunnen we dit nu voor de toekomst goed aanpakken? Die kunnen wij wel ondersteunen. Maar wel met wat we eerder al ter discussie hebben gehad, de noodzaak van overmatige ruimte in de buitenruimte is wel aanwezig. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Mijn voorganger heeft in ieder geval het gras al wat voor mijn voeten weggemaaid. Kijk, snippergroen strookjes verkopen is natuurlijk heel mooi en zeker ook lijkt dat heel praktisch, heel … Alleen, er komt veel meer bij kijken dan alleen een stukje grond verkopen. En mijn voorgangers hebben dat al perfect verwoord, het gaat zeg maar om kabels, leidingen die er eventueel in liggen. Bestemming die je erop wil leggen. Dus dat is wat ons betreft wel een lastige. Daarom, we zijn er ook niet zozeer op tegen zeg maar om een evaluatie uit te voeren. Maar aan de andere kant, we weten dat dit gewoon een heel ingewikkeld proces is. Nog wel één vraagje, voorzitter als het mag aan de indiener. Die had het, nu verstond ik hem niet helemaal goed, maar hij had het over een bejegening. Dan was ik even benieuwd van, wat bedoelde u daar precies mee? En dat mag wellicht in, straks. De voorzitter: Mag straks, mijnheer Den Haan. Dank u wel. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank u wel, voorzitter. Het lijkt heel makkelijk nu, het woord heet snippergroen.
Allemaal kleine snippertjes die her en der in onze gemeente liggen. Ik denk wel dat wel beleid voor nodig is om hier goed uit te komen. Je kan niet zeggen, dat verkopen we allemaal en je kan ook niet zeggen, dat houden we allemaal. Dus maatwerk zou bij ons wel prioriteit hebben. Dat dat in de motie moeilijk is te vangen, dat snappen we ook wel. Maar om te zeggen van, we schuiven alles weg of we houden alles. Dat gaat ons te ver, dus maatwerk. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Het, bij het lezen van deze motie dacht ik eerst van, twee weken geleden heeft de heer Den Haan gezegd, ik wil eigenlijk een beetje snelheid brengen in de verkoop van het snippergroen. Maar als ik dan de motie lees, ik lees niks over verkoop van snippergroen of snelheid in aanbrengen. Dus ik lees eigenlijk een heel ander beeld als dat ik twee weken geleden van u heb gehoord. En daarnaast, komt, uit uw verhaal kwam het ook niet heel erg duidelijk naar voren wat u nu eigenlijk wil. Dus ik vond het wat meer onduidelijk worden, als dat het duidelijk zou worden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Dank je wel, voorzitter. Ik zal proberen te reageren. Ik weet niet of dat me dat lukt, maar … Ik snap in ieder geval de opmerking van de heer Nieuwenhuizen van de ChristenUnie.
Ik hoorde net ook de opmerkingen, die doet wel op geld hoor, als het gaat over de heer Kolff. Het is ook niet altijd even makkelijk om het in een motie en zeker niet onder dat korte tijdsbestek, om alles te vangen. En daarom ben ik ook wel blij met de opmerkingen die hier gemaakt worden en kunnen we ook kijken, of dat we daar eventueel een combinatie of in ieder geval een toevoeging aan doen. Want dat is ook wel zeker de bedoeling. En ik snap ook best wel dat als we het over snippergroen hebben, dat we dan, dat het dan heel divers is. Maar goed, we hebben daar beleid over gemaakt en er zijn diverse voorvallen nu bekend. Dus volgens mij hebben we genoeg vlees op de botten om te kijken van, welke vragen hebben we nu gehad? Waar gaat het nu over en welke vormen zijn dat dan? Dat we niet snippergroen in beton moeten laten veranderen. Dat is ook, dat is evident. Dus we moeten even kijken hoe dat we daar dan in overleg met de anderen, met mijnheer Roovers van het CDA of dat we daar wat kunnen indienen. De vraag die ging over bejegening. Ik realiseer me dat ik hem beter
achterwege had kunnen laten, want dat roept weer heel veel vragen op. Maar weet even, dat zeg maar in ieder geval bij ons een aantal gevallen van zijn geweest. En dan ga ik echt niet over één nacht ijs, dat ook de bejegening vanuit onze kant zeg maar die, dat roept wel vragen op in de wijze waarop de antwoorden zijn gegeven. Dus je krijgt een vraag. Ik noem maar even één voorbeeld. Je krijgt een vraag, is een hele serieuze vraag. En de dag daarop ligt er gewoon bij wijze van spreken een last of dwangsom van, je moet het nu in oorspronkelijke staat terugstellen. Dat, volgens mij willen we dat niet. Dus er zijn genoeg voorvallen bekend dat we met elkaar kunnen kijken, hoe we dat beter kunnen doen. En al ontkom je er soms niet aan om ook gewoon die vervelende voorvallen te vertellen. Want als we daar om de hete brei heen blijven breien of we mailen dus, dan schiet het ook niet op. Dus dat is even de uitleg van mijn kant. En met wat collega Timmermans bedoelt, die snap ik even niet de snelheid in snippergroen. Want dat is juist, we hebben dat beleid vastgesteld. En we gaan nu hopelijk dan evalueren aan de hand van die voorvallen, dat we er juist wel snelheid in kunnen brengen. Maar anders kan ik hem niet … Heb ik misschien ergens een keer wat verkeerd gezegd, maar ik kan het niet herinneren. Dus ik snapte even uw vraag niet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan.
Gaan we naar het college. De heer Den Haan: Sorry, voorzitter. Want de opmerking van de heer Kolff, daar waar het gaat over maatwerk. Dat vind ik ook een verstandige. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar het college, wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank, voorzitter, een paar dingen daarover. De motie op zich is helder. U vraagt alleen twee dingen, heer Den Haan. Dat is één in de tekst en twee, net nog even als argument tussendoor. Ik kan u op dit moment zeg dat maar gewoon in alle eerlijkheid, niet beloven dat wij in staat zijn om die evaluatie aan u op te leveren vóór 1 november. Wij hebben op dit moment ook op die afdeling helaas zoals meerdere afdelingen, vacatures. En ik kan gewoon nu niet beloven dat ons dat gaat lukken op 1 november. Dat is één. En twee, de toevoeging die u nu hier ter plaatse doet vind ik best ingewikkeld. Want ik kan u ook niet beloven. Ik zeg dat maar gewoon heel transparant om nu alle lopende zaken on hold te zetten. Er zijn een aantal zaken die lopen, die direct te maken hebben met wegen die open moeten, waar een aannemer aan de gang is of aan de gang gaat. Dat betekent dat er op dat moment gewoon geschakeld moet worden. En dan kunnen wij niet als gemeente zeggen, wacht maar tot de maand vier, vijf, hebben we het beleid geëvalueerd en dan kunnen we vervolgens daar nog keuzes over maken.
En het laatste punt is, voorzitter, dat heb ik de vorige keer ook gezegd. Ik begrijp uw zorg en ik heb ook gezegd als er punten zijn of als er opmerkingen zijn over bejegening en dergelijke, dan hoor ik dat ook graag. Of meldt dat bij onze secretaris die altijd naast mij zit hier in de raadsvergadering, dan weet ik zeker dat daarop geschakeld wordt. En het is wel zo, ik zeg dat ook maar gewoon, voorzitter zoals het is. De komende periode, dan worden we zeer regelmatig geconfronteerd met wegen, straten en dijken, die open moeten vanwege wat voor reden dan ook. Dat gaat gewoon discussie opleveren met mensen die snippergroen in gebruik hebben en soms al heel erg lang. En heel eerlijk gezegd ook niet altijd conform de regels en heel regelmatig, ook nog zonder een overeenkomst. Dus daar zit heel veel maatwerk aan, wat wij nu ook al proberen te organiseren. Maar zeker omdat er de kabels en de leidingen, maar ook transformatiehuisjes in de toekomst, waar er ook een aantal geplaatst moeten gaan worden, ruimte vragen, betekent dat dat wij ook kritisch moeten kijken en echt niet alles met ja kunnen behandelen. Ondanks dat ik de vorige keer ook gezegd heb en dat is ook het uitgangspunt van de vakafdeling, dat wij echt proberen te handelen conform het credo ja, mits. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Gaan we naar de tweede termijn. U mag aftrappen, mijnheer Den Haan.
U krijgt sowieso als laatste het woord hoor, maar ga uw gang.
De heer Den Haan: Ik wil even reageren op de portefeuillehouder, want dat snap ik natuurlijk wel. En ik neem aan dat als hij zegt, dat het vóór 1 november dat het niet lukt dat dat ook, dat is onderbouwd. Dat snap ik ook wel. Dan zoek ik even naar een moment wanneer dat dan wel kan. Maar ondertussen ligt wel het verhaal van de mensen die nu zeg maar van alles boven hun hoofd hebben hangen en daar hele slapeloze nachten van hebben. Daar wil ik toch wel een toezegging over hebben. Dan kom ik toch maar weer terug op die woorden van de heer Kolff, want die zijn uit het hart gegrepen als het gaat over maatwerk. U noemde dat zelf ook al. Het gaat ons niet en ik kijk nog even naar de indieners, het gaat ons niet om, naar de indiener. Het gaat ons niet om de gevallen waarin daadwerkelijk het gaat over dat er wegen zijn en dat er vast is gesteld, dat er ook echt leidingen zijn. Maar ik ken de voorvallen inmiddels ook dat eigenlijk het verhaal van de leidingen zeg maar, boven het hoofd is meegepakt. We hebben beleid en Enexis die heeft gezegd, misschien dan gaan we in de toekomst gaan we daar ook wel leidingen neerleggen. Dat is volgens mij niet het maatwerk wat hier moet gebeuren. Sterker nog, er zijn voorvallen bekend waar helemaal geen leidingen liggen en ook niet gaan komen. Dat is nu het maatwerk wat het moet zijn.
En dan ben ik met u op zoek naar wat dan een datum kan zijn voor die evaluatie. Maar dan blijft overeind dat die mensen die nu ook in dat maatwerk, die dat nu dat zeg maar boven hun hoofd hebben hangen, dat ik toch wel graag wil hebben dat dat on hold geplaatst wordt. Dus dat blijft even openstaan. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog voor tweede termijn? Dan wil ik nog de wethouder vragen of hij iets kan zeggen over een datum en een antwoord kan geven op hoe daarmee omgegaan kan worden. Dank. En ik, er wordt gewoon goed voor mij gezorgd ondertussen, ik krijg een blokje kaas. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Voorzitter, ik hoop dat de indieners kunnen leven met de toezegging Q1, waarbij ik uiteraard zal proberen om het zo vroeg mogelijk in Q1 aan de raad aan te leveren. Maar nadrukkelijk onder het voorbehoud wat ik net heb gemaakt. Concreter kan ik het op dit moment niet maken. Met betrekking tot uw vraag van de probleemgevallen. Voorzitter, maar heel transparant heb ik daarnet ook even met onze gemeentesecretaris over gehad. Dan moeten we maar even met u even heel concreet over praten, over wat voor gevallen hebben we het dan? Om te kijken hoe we dat op kunnen lossen. Ik kan daar nu zo op dit moment natuurlijk moeilijk een toezegging over geven. De voorzitter: Dank u wel.
De heer Tanis: Anders moet ik een individuele casus, volgens mij moeten we dat hier niet willen, voorzitter. De voorzitter: Nee, nee. Voldoende, mijnheer Den Haan? Ja? Dank u wel. Dan gaan we over naar 4.6 de Kwaliteit onderhoud begraafplaatsen. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Voorzitter, dank u wel. Ik zou eigenlijk kunnen volstaan met één zin om deze motie in te leiden. Eén beeld zegt meer dan 1000 woorden. En dan verwijs ik naar de bijdrage van onze fractievoorzitter bij de algemene beschouwingen begin van deze middag, waarin hij in ieder geval uitgebreid stilgestaan heeft bij de staat van onderhoud van onze begraafplaatsen en dat ook ondersteund heeft met beelden. Goed, wij zijn er niet helemaal gerust op als wordt voorgesteld in de Kadernota om door middel van efficiencymaatregelen de kosten van het onderhoud terug te brengen met behoud van kwaliteit. Dan maken we ons grote zorgen om hetgeen wat we op dit moment ook allemaal om ons heen zien. Dat we zelfs met de juiste financiële middelen en het afgesproken kwaliteitsniveau van goed, niveau B dat we dat niet voor elkaar krijgen, dus wij zijn het helemaal eens om de randvoorwaarden te hanteren om het kwaliteitsniveau te behouden tegen reducering van de kosten. Maar we zijn zeer ongerust om hetgeen wat wij zien en dat willen
we extra onderstrepen. Dat wij het dus wel eens zijn met die efficiencyslag, maar dat we natuurlijk niet eens zijn dat de kwaliteit gaat verminderen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Nu weet ik niet meer, mijnheer Vos was eerst. Mijnheer Vos. De heer Vos: Dank u wel, mijnheer Versluis voor het indienen van deze motie. Als CDA-fractie houden wij ook zeker de vinger aan de pols wat betreft het onderhoud van de begraafplaatsen. Het werd daarstraks al genoemd. We hebben hier recent ook vragen over gesteld aan het college. We hebben daar antwoorden op gekregen. Die willen we ook nog wel eens een keer bespreken en dat willen we dan graag doen als we het rapport gaan bespreken, wat we onlangs gehad hebben. We zijn het ook eens met de strekking van uw motie wat betreft het kwaliteit en het niveau van onderhoud van begraafplaatsen. Dit zijn voor ons toch plaatsen van herinnering en respect en dat hoort er gewoon goed uit te zien. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Heel kort. We hebben een onderhoudsniveau afgesproken en los wat daarmee te maken heeft. De beeldbestekken zijn helder, de controles moeten gedaan worden conform het onderhoud, conform het afgesproken niveau moet het onderhoud gepleegd worden. Dus we kunnen het alleen maar eens zijn. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Nieuwenhuizen.
De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Als ChristenUnie kunnen wij deze motie ook steunen. Wij hechten ook aan een nette begraafplaats, vooral uit piëteit voor de mensen. We hadden nog wel een vraag die opkwam naar aanleiding van deze motie. Er wordt ook, wij dachten dat er ook gebruikgemaakt wordt van vrijwilligers op een begraafplaats. En hoe hou je dan de controle op de kwaliteit? Dat is een vraag aan de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Wat eigenlijk al ingebracht werd, we hebben een onderhoudsniveau en daar moet eigenlijk gewoon aan voldaan worden. En dat, maar dat gebeurt nu niet. Dus we wachten even het antwoord af van de portefeuillehouder. En indien nodig zijn wij bereid om de motie te steunen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank, voorzitter. Met de algemene beschouwingen hebben we die foto's al gezien. Daar valt natuurlijk weinig over te zeggen. Waar zit eigenlijk het punt van, wie bepaalt nu wanneer kwaliteit B gehaald wordt? Moeten wij dat als raadsleden gaan beoordelen of dat het wel goed is, of niet goed is? Wij hebben daar toch nog wel moeite mee met de taak als raadslid zijnde, om te bepalen wanneer onderhoud of de verzorging op een begraafplaats onvoldoende is. Dus wij zitten nog in twee gedachten.
Het is heel moeilijk om te concluderen van wanneer iets goed is. Ik kan ook voorbeelden behalen, waar het er heel netjes bij ligt. Dus dan krijg je ja tegen nee. Daar wil ik hier eigenlijk niet ingaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ik kan me eigenlijk helemaal eigenlijk vinden in de motie van de SGP. Ook wij hebben meerdere malen geconstateerd dat het niveau echt benedenmaats is. En om dan met mijn voorganger maar eventjes aan te spreken. Dan zou ik graag willen weten welke begraafplaats dat er wel
fatsoenlijk bij ligt? Want ik heb inmiddels allemaal verschillende gezien die er allemaal zo uitzien, zoals de foto's van de SGP. Dus ook wij vinden dit eigenlijk triest. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Versluis, u mag nog reageren op de inbreng van de fracties. De heer Versluis: Het lijkt erop, voorzitter dat we bijna unaniem zij aan zij kunnen strijden, dat we dit in ieder geval een belangrijk punt vinden. Dus ik kan het eenvoudig samenvatten, laten we met elkaar de vinger aan de pols houden. En nogmaals, het geld wat we beschikbaar stellen voor een bepaald kwaliteitsniveau, dat moet ook gewoon behaald worden. En natuurlijk, de heer Kolff, de controle is niet aan ons als raadsleden. Daar gaan we niet over. Maar dit soort foto’s liegen natuurlijk niet om. Je hoeft geen kenner te zijn dat je in ieder geval ziet, dat dit in ieder geval niet kwaliteitsniveau B is. En dat is niet alleen bij dit voorbeeld, maar er zijn voorbeelden in Veen, er zijn voorbeelden op andere plaatsen, dus je ziet dat heel regelmatig terug. En we hebben natuurlijk ook al de rapportage gekregen die we binnenkort gaan bespreken, waar ook kwaliteitsmetingen gedaan zijn in augustus vorig jaar. En dan zie je ook zelfs dat de deskundigen bij een aantal begraafplaatsen ook zelf al een kwaliteitsniveau C waarderen. Dus het is ook onafhankelijk in ieder geval getoetst, dat we het ook zeker niet halen op B.
De voorzitter: Dank u wel. Gaan we de laatste naar het college, wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Voorzitter, ook het college heeft het signaal gekregen en opgevangen over de kwaliteit van de onder, van het onderhoud op onze begraafplaatsen. En zelfs naar aanleiding van die signalen ben ik zelf vorige week ook gaan kijken en ik herken een aantal foto's, die mijnheer Meijboom heeft genomen en die ik zelf ook heb genomen. Het college begrijpt ook dat zeker waar het om begraafplaatsen gaat, daar misschien wel anders gekeken wordt naar onkruid, onwenselijke begroeiing. Het college realiseert zich ook dat dit gevoelig ligt. Zonder hieraan voorbij te willen gaan, ga ik de motie op een bepaald onderdeel ook nog even technisch beantwoorden. Uw raad heeft namelijk in 2020 besloten dat het kwaliteitsniveau B is met visueel zicht op A. Echter, dat blijkt ook vanavond, dat is praktisch uitvoerbaar best lastig. Er is destijds een budget aan gehangen en, dat. Het college wil uiteraard niet voorbijgaan aan de belangen die uw raad en onze inwoners hechten aan onze begraafplaatsen. En er zal zeker ook een stap worden gezet om ervoor te zorgen, dat we op B+ blijven en dat de begraafplaatsen er representatief uit gaan zien. Initiatieven hiertoe zijn inmiddels al in gang gezet en ik hoop en het college, dat het effect hier op korte termijn zichtbaar van zal zijn.
Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Schipper. Mijnheer Versluis nog ter afronding, denk ik. De heer Versluis: Ik ben blij, natuurlijk blij dat er aandacht voor is vanuit het college. En kwaliteitsniveau B met zicht op A. We hebben nu natuurlijk nu B met zicht op C of D, dus we gaan de verkeerde kant op. Maar wat ik op zich wel jammer vind en dan refereer ik ook aan de vragen van het CDA, die gesteld zijn al enige tijd geleden en de antwoorden. Dan zou je eigenlijk verwachten dat we met elkaar ons ontzaglijk, behoorlijk de schrik om het hart slaan en zeggen jongens, hier moet toch eerst eens even een ploeg naartoe om dit echt in orde te maken. Nu staan we dus op 1 juli met elkaar een raadsdebat te voeren, waar we eigenlijk hierover discussiëren. Je zou toch eigenlijk gewoon verwachten dat het college dit met gezwinde spoed ook gewoon oplost en dat ook heel netjes in orde maakt. Ook gelet op de vragen die denk ik al van een week of zeven, acht geleden zijn. Maar we laten het hierbij, willen deze motie toch gewoon in stemming brengen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Hoegee nog.
De heer Hoegee: Even reagerend op de wethouder. Want die zegt dan, oké, niveau B met uitzicht op A, dat is vastgesteld. Maar dat is zo lastig te halen binnen het budget. Maar als u dat dan weet, waarom komt u dan niet naar de raad voor aanvullend budget? Dan kunt u zeggen tegen de raad van, raad, jullie hebben ons opgedragen dit niveau van onderhoud te halen. Dat, wij krijgen dat niet voor elkaar binnen budget. Wat wilt u, een lager niveau of komt, kan er geld bij komen? Maar nu komt er commentaar en dan komt u met dat verhaal. Dan denk ik van, dat vind ik een beetje vreemd. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee nog. College nog tot slot. Mevrouw Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Voorzitter, de gezwinde spoed is nu ingezet. Dus ik hoop dat we daar op hele korte termijn in ieder geval, dat het effect zichtbaar zal zijn. Mijnheer Hoegee? Ja. U heeft een punt. Wat betreft de vrijwilligers, mijnheer Nieuwenhuizen. U had nog recht op een antwoord van mij. Nee, er zijn geen, worden geen vrijwilligers ingezet met uitzondering van de Joodse begraafplaats. Dat tot slot, voorzitter. Ik blijf nog even staan, want volgens mij … De voorzitter: U krijgt een interruptie. Mevrouw Schipper-Heijmans: Gaat mijnheer Versluis mij interrumperen. De heer Versluis: Ik begrijp het antwoord van de portefeuillehouder niet op de vraag van de heer Hoegee.
Want wij hebben natuurlijk als raad het kwaliteitsniveau vastgesteld, B met zicht op A. En u zegt, u heeft een punt. Maar bij dat beleid hebben we, tenminste daar zijn financiële middelen aan ons gevraagd behorend bij dat plan. Dus dat zou uitvoerbaar moeten zijn. En nu zegt u, u heeft een punt. Dus ik had eigenlijk terug moeten komen om geld. Maar wij hebben toch als raad u de opdracht gegeven worden, niveau B met zicht op A. En u heeft daar het geld voor gevraagd waar u van de verwachting had, dat dat voldoende was om dat uit te voeren. Mevrouw Schipper-Heijmans: Volgens mij ... Ik ben blij dat ik u inmiddels heb kunnen attenderen op het feit dat de raad ooit heeft besloten om B+ te hebben gevraagd. Misschien verras ik u daar ook wel een beetje mee. De, destijds is het stuk uit 2020 en ik weet het niet helemaal uit mijn hoofd maar ik, daar is een bedrag volgens mij op gereserveerd van 150.000 euro. En het was niet zozeer dat het dan op niveau A werd gedaan, maar het was met zicht op niveau A. Het was, als ik, het is een constructie die toen zo is gemaakt. Ik zal hem ook nader moeten zien. Ik kan er nu verder voor u eigenlijk geen antwoord op geven. De heer Hoegee: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Want we kunnen natuurlijk de avond blijven rekken en ik denk niet dat dat veel helpt. Het gaat er ook niet over alle details.
Het gaat er feitelijk om dat u nu zelf zegt, het budget wat ik gekregen heb want daar ging het eigenlijk over, dat was mijn bedoeling. Het budget wat ik heb voor dat onderhoud is onvoldoende. Prima, vraag dan om meer of kom bij de raad en zeg, het kan niet. Wat ik daarstraks al zei. Maar we hoeven niet over allerlei technische details te gaan hebben, want dat schiet op dit moment niet op, denk ik.
Mevrouw Schipper-Heijmans: Nee, maar ik voel me ook wel zo beleefd om antwoord te geven op mijnheer Versluis. Dus op dit moment is het budget er niet en het is gebaseerd op een stuk uit 2020. En ik kan er werkelijk op dit moment niet meer van maken. De heer Versluis: Bij interruptie. Ik denk dat het budget er wel is, want het college stelt voor dat ze vanwege, met behoud van kwaliteit efficiencymaatregelen door kunnen voeren en dat levert 75.000 tot over drie jaar 300.000 euro op, met behoud van kwaliteit. Dus dan kan toch niet het excuus zijn dat het budget niet voldoende is? Want u kunt er zelfs drie ton afdoen en u kunt nog het niveau bieden wat we met elkaar vragen. Mevrouw Schipper-Heijmans: Dan is het misschien goed dat ik met u afspreek dat zodra het rapport waar wij het over hebben, waar die efficiency en die kostenbeheersing wordt bekeken we nog eens heel kritisch gaan kijken en zeker ook gaat kijken wat betreft het onderhoudsniveau op onkruidbeheersing op de begraafplaatsen. De voorzitter: Waarvan akte. De motie zal zo dadelijk in stemming worden gebracht. Gaan we naar 4.7 Uit het leven, maar niet uit ons hart. Mijnheer Vos. De heer Vos: ank u wel, voorzitter. Deze motie wordt mede-ingediend door de ChristenUnie en de SGP. In 2020 hebben we de beheersverordening als raad afgesproken.
Dus we praten niet over een bestuursakkoord, maar het is een raadsakkoord om dit te gaan doen, de Beheersverordening Begraafplaatsen. We zijn inmiddels in 2025 en in die beheersvergoeding staat, dat we iets gaan doen aan herdenkplaatsen. We zijn ruim vijf jaar verder of bijna vijf jaar verder en er is nog steeds niks gebeurd. We vinden eigenlijk met deze motie dat we dit nu moeten gaan aanpakken. De uitvoering hiervan willen we overlaten aan het college. Ik heb eerder in twee weken terug al een aantal afbeeldingen laten zien. Sommigen zijn ervan geschrokken, anderen willen misschien iets anders. Dat zou ook best kunnen, maar dat wil ik eigenlijk meer aan het college overlaten. Even voor alle duidelijkheid, de gemeente zorgt voor een mogelijkheid. Geld is er al want dat zit in het, in de begroting. Het is alleen op verzoek als nabestaanden het willen, dus het is niet zo dat het automatisch gaat als er een graf geruimd wordt. De kosten voor vermelding zijn ook voor de nabestaanden. En in Q1 zouden we graag de realisatie daarvan zien. Ik wacht graag de reactie van de anderen af. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Gaan we luisteren … Even voor de tijdsindicatie, u loopt nu meer dan drie kwartier achter op de planning. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Dan zal ik het zo kort mogelijk houden. Volgens mij zijn er al monumentjes op de, bij de verzamelgraven.
Maar hou me ten goede, weet ik niet helemaal zeker. Voor wat betreft uw motie. Gaat dit dan ook gelden op alle begraafplaatsen? Dus ook de kerkelijke begraafplaatsen, wilt u daar iets mee? En hoe wordt er omgegaan met in het verleden geruimde graven? Kunnen die dan ook eventueel een plaatje krijgen of een dingetje krijgen of een momentje? En hoe gaat u hoe of, hoe denkt u de kosten te gaan verhalen? De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Voorzitter, het is mosterd na de maaltijd. We gaan zien, we gaan eerst mensen ruimen en vervolgens gaan we weer een plaatje aanbieden om te herdenken. Ik vind het gewoon helemaal de verkeerde kant op. Ik kon bij het begin al aan niet in thuis en ik snap ook niet dat alle christelijke partijen dit zo kunnen steunen. Ik ben in ieder geval tegen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Maris, Progressief Altena.
Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het indienen van deze motie. Wij vinden het een heel mooi en betekenisvol voorstel. Voor de behandeling hebben we inderdaad al kort gezegd van, misschien een idee om dat met lokale kunstenaars te doen zodat je ook de identiteit van Altena wat naar voren kan brengen of het verhaal van de begraafplaats? Maar we zijn het ook al met u eens. We zijn van het wat en het hoe, het is bij het college in goede handen. De voorzitter: Anderen nog in eerste termijn? Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank, voorzitter. Twee weken leden hebben we natuurlijk al gezegd, we vinden het eigenlijk een mooi initiatief en als het kostendekkend is, dan kunnen we daar niet op tegen zijn. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Mijnheer Vos, tot slot. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik zal even de vragen langslopen. Mijnheer Hoegee, er zijn inderdaad al monumentjes op begraafplaatsen, maar deze zijn allemaal zonder naamsvermelding. En ook vanuit de Senioren Altena is er gevraagd naar een mogelijkheid om een naamsvermelding te doen. Het geldt voor alle gemeentelijke begraafplaatsen, want ook de particuliere begraafplaatsen dus kerkelijk begraafplaatsen hebben wij niks over te zeggen. Als die dat zouden willen, kunnen ze dat prima zelf doen. In het verleden geruimde graven. Als mensen daar prijs op stellen, zou dat ook kunnen in onze ogen.
De kosten die zijn in principe voor het opstellen van het monumentje die zitten al in de begroting, want die zitten in een stelpost voor de ruim, voor de ruimingen. En het plaatje dus wat erop zou komen met de naamsvermelding, dat zouden de mensen dan zelf moeten te betalen als ze dat graag willen. Mijnheer Timmermans zegt, is mosterd na de maaltijd, we gaan eerst ruimen. Ik vind het een beetje een gemakkelijke uitspraak. In het verleden zijn er graven uitgegeven voor bepaalde tijd terwijl mensen eigenlijk niet eens wisten, dat er na 10 jaar geruimd zou worden. Tegenwoordig wordt daar beter op gelet en om mensen nu nog een mogelijkheid te bieden om toch iets van een naamsvermelding te krijgen. Ik denk dat je daar niet op tegen zou kunnen zijn. Mevrouw Maris, dank u wel voor uw steun en de heer Kolff ook. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Gaan we naar het college, wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Voorzitter, het klopt inderdaad, ik heb het ook de vorige keer al gezegd. En het is zeker ook de bedoeling dat aan het, aan de herdenkplek uitvoering gegeven zal gaan worden. We zijn hier alleen nog niet aan toegekomen en dat heeft een reden. Er zijn verschillende begraafplaatsen opnieuw ingericht, uitgebreid. Op dit moment is men bijvoorbeeld heel druk bezig met de begraafplaats in Veen. Een activiteit, een werk dat niet naar achteren geschoven kan worden.
Het signaal is echter wel duidelijk. Tegelijkertijd en daar moet ik ook eerlijk in zijn, is er op dit moment onvoldoende mankracht om aan de opdracht om de realisatie van deze herdenkingsplekken te voldoen in Q1 2026. U gaf ook aan, het kan vrij eenvoudig, maar je wilt het natuurlijk wel goed doen. En we hebben wel te maken ook met 16 begraafplaatsen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Schipper. Mijnheer Vos. De heer Vos: Even als interruptie op de wethouder. Kunt u dan voor, een voorstel geven wanneer het dan wel zou kunnen? Mevrouw Schipper-Heijmans: Als ik kijk naar de termijn waarmee men nu nog bezig is met de begraafplaats in Veen, moet u eerder denken aan 2027. Ik kan het niet mooier maken dan dat het is, voorzitter.
De voorzitter: Mijnheer Vos. De heer Vos: Dan zou ik u misschien toch de helpende hand misschien moeten aanreiken. Ik vind 2027 wel heel erg lang duren. Het hoeft echt niet zo ingewikkeld te zijn als we nu met elkaar hier staan te bedenken. Maar dan komen we weer bij die uitvoering. Dus wat dat betreft zou ik u graag van dienst zijn en ik zou het toch wel graag sneller gerealiseerd willen hebben. De voorzitter: We gaan, we zijn met de tweede termijn nu bezig, mogen alle fracties reageren en dan gaan we het zo afronden. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht, dit is een vrij voor zichzelf sprekende motie. Een heel eenvoudig reactie en we doen het. Maar dus in eerste termijn heb ik niet gereageerd, maar naar aanleiding van de reactie van de wethouder heb ik toch de behoefte om in tweede termijn te reageren. Ik vind eigenlijk dat we, zo ingewikkeld is het niet. Dus volgens mij moet dat dit jaar nog wel kunnen starten. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank je wel, voorzitter. Dat weet ik niet of dat zo makkelijk te regelen is, want zorgvuldigheid is hier ook wel mee geboden. En daarom wilde ik eigenlijk ook nog vragen aan de wethouder, hoe zij denkt over de invulling of dat ze daar al ideeën over heeft, zoals we dat ook eerder al gesuggereerd hebben. De voorzitter: Mijnheer Hoegee.
De heer Hoegee: Ik wou dan toch mijnheer Vos ook ondersteunen. Volgens mij kan dat ook vrij makkelijk eerder zeker gezien het feit, dat de kosten gewoon door de gebruikers betaald gaan worden, kan je het gewoon in zijn geheel uitbesteden. De voorzitter: Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Hij is ook mede-ondersteund door SGP. En de heer Vos die heeft keurig het woord gevoerd en daar staan wij helemaal achter. Maar ik vind het wel een beetje jammer dat de discussie nu een beetje de kant opgaat van, tijdgebrek, formatie, enzovoort. Dat kan niet waar zijn. Ik zou in ieder geval mijn collega's ook mee willen geven. Wellicht moeten we in de schorsing nog eens even nadenken om misschien toch om juist nog wat extra te verduidelijken. Want nogmaals, ik denk ook dat da op een eenvoudige, snellere manier kan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Vos, tot slot. De heer Vos: Ik sluit me aan bij de heer Versluis. De voorzitter: Dank u. Dan gaan we zo direct zien, wat we gaan doen. Programma 5 Bereikbaar Altena De voorzitter: Dan gaan we naar Programma vijf, de Veertarieven voor langzaam verkeer beteugelen. Mijnheer Nieuwenhuizen, ik probeer u, met u er wat vaart links en rechts in te krijgen als dat mogelijk is. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij spreken de overwegingen voor zich en hebben we dat vorige keer ook al wel benoemd.
Wil nog wel een keer onderstrepen dat met name, we hebben het over
gezonde leefomgeving gehad. Maar deze gaat ook over gezond bewegen als onderdeel daarvan. En we hebben het vaak over openbaar vervoer en daar hebben we niet altijd grip op. Maar dit is ook een vorm van openbaar vervoer, al is het geen officieel openbaar vervoer. Hier hebben we juist wel grip op. Het is voor veel scholieren uit onze gemeente een manier om naar school te komen. Dat geldt voor de oostkant, westkant, noordkant, zuidkant, scholen alle richtingen op en scholieren maken er veelvuldig gebruik van. Het is een goed alternatief voor de auto voor woon-werk op aanvaardbare afstand. Dus we zouden het jammer vinden als dat ontmoedigd wordt, in plaats van gestimuleerd door de prijsverhoging. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Andere fracties in de eerste termijn? Mijnheer Kolff is als eerste bij het spreekgestoelte. De heer Kolff: Dank, voorzitter. Wij kunnen wel meegaan met dit onderwerp. Alleen, de verhoging van inflatiecorrectie. Die willen we wel graag meegenomen hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Verbaarschot. De heer Verbaarschot: Dank u, voorzitter. Ook dit is voor mij een buitengewoon mooie motie, dank u wel daarvoor. De voorzitter: Dank u. Anderen nog? Niet? Zullen we dan naar het college gaan, mijnheer Nieuwenhuizen? Want u krijgt twee keer een steunbetuiging. De inflatie. Ga uw gang.
De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Maar er was nog één vraag over de inflatiecorrectie. Die hebben wij, die is in meer moties buiten beschouwing gelaten, omdat dat eigenlijk een vanzelfsprekendheid is. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Gaan we naar het college, wethouder Tanis. De heer Tanis: Ook ik hou het kort, voorzitter. Er lagen natuurlijk voorstellen op tafel wat het college aangeboden heeft afgelopen periode. Is zowel ambtelijk als bestuurlijk ook wel eens gesondeerd bij de buurgemeente, hoe die aankijken tegen het voorstel van het college. Daar werd ook wel duidelijk dat dit voorstel bij onze collega oevergemeente niet op een warm applaus kon rekenen. Waarbij wel de benadering die de heer Kolff benoemde, ook gehanteerd werd. We hebben wel afspraken gemaakt met betrekking tot indexatie. De voorzitter: Dank u wel. Wat betekent dat voor de motie vanuit het college? De heer Tanis: Kijk, als, volgens mij kunnen we hem op die manier omarmen, voorzitter. De voorzitter: Dank u. De heer Tanis: Als we hem interpreteren op de manier zoals de heer Kolff voorstelt, dan hoeven we er ook niet over te stemmen. De voorzitter: De heer Nieuwenhuizen, helder? Ja? Hebben we die behandeld. Kijk, dat schiet op. Programma 6 Financiën
De voorzitter: Gaan we naar programma zes, 6.1 de Formatie-uitbreiding binnen bestaande kaders. Mijnheer Van der Hoeven. Punt van orde? Dat mag altijd. Mijnheer Bouman. De heer Bouman (CDA): Ik was aan het begin van de vergadering niet snel genoeg, toen u die combinaties opnoemde. Is het hier niet logisch om 6.1, 6.2 en 6.3 samen te pakken? De voorzitter: Dat zou kunnen, maar de vraag van de heer Van der Hoeven gaat echt over het sociaal domein en we hebben in de voorbereiding van het college de beantwoording ook op de twee portefeuillehouders gesplitst. 6.2 en 6.3 doen we wel samen en 6.1 … De heer Bouman (CDA): Oké. De voorzitter: 6.1 wordt beantwoord door … De heer Bouman (CDA): Kunnen we iets minder snel inlopen, die staan voor rekening van u dan. De voorzitter: Nee, voor rekening van het college. Nee, voor rekening van het college, maar dan mag u mij ook aanrekenen. Is geen probleem. Mijnheer Van der Hoeven, ga uw gang. De heer Van der Hoeven: Ik was toen nog niet aanwezig in de vergadering, maar ik zie ook wat overlap tussen het voorstel van de VVD. Maar ik ga gewoon aftrappen. Want dat is wel de vraag, wie is er nu hier aan zet? De wethouder van Financiën, wethouder van Zorg, wethouder van Organisatie of de gemeenteraad? Volgens mij moeten we in ieder geval beginnen met het laatste, is de gemeenteraad als eerste aan zet.
Hebben een motie aangenomen om geen formatie-uitbreiding te doen, in ieder geval budgettair niet. En het college komt doodleuk met een voorstel waar zes ton extra formatieplaats wordt ingezet. Wij snappen dat vanuit de wethouder Zorg. Prima, want die wil graag die zorg beter hebben. Dat willen wij ook allemaal graag. Maar ik ben echt benieuwd wie dan ruzie heeft gemaakt met elkaar en wat er dan uitgekomen is. Want ik kan me niet voorstellen dat de wethouder Financiën dan zegt, die zes ton, ik heb een motie van de raad aan … Of de wethouder van Organisatie die hier meermalen heeft beloofd van, maar de informatie daar ga ik me aan houden. En we komen wel met het voorstel. Vandaar dat wij gewoon zeggen, want het is eigenlijk een overbodige motie. Als college gewoon zou luisteren naar wat ze wat eerder opgedragen is, dan was deze helemaal niet nodig. Maar ze luisteren niet, dus we moeten hem helaas herhalen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Anderen in eerste termijn? De heer Bouman (CDA): Dank u wel, voorzitter. Ook ChristenUnie, dank voor het indienen van deze motie. We hadden het zo begrepen dat de zes ton die nu gevraagd wordt voor het sociaal domein, is eigenlijk, is voor een min of meer structurele invulling van wat extra formatie om die achterstanden in te lopen, wat nu op dit moment wordt ingevuld door inhuur.
Dus eigenlijk zou er een stuk inhuur vervallen en dat zou dan waarschijnlijk ook duurder zijn en daar zou die zes ton voor in de plaats komen. Waar wij echter ook wel wat vraagtekens bij hebben en dat delen, deel ik dan of wij wel met de ChristenUnie en met de heer Van der Hoeven, in het bijzonder. We zien die zes ton wel ergens in de begroting of in de Kadernota staan, maar de, die zes ton of zeven of acht ton vermindering op inhuur, niet. Want wij hechten ook waarde aan de uitspraak die we eerder gedaan hebben, ook in de algemene beschouwingen nog extra benoemd. Voor ons blijft het ook een belangrijk kader dat wij blijven binnen het personeelsbudget van begin 2024, want dat was de afspraak die wij volgens mij hier hebben gemaakt met elkaar.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Meijboom. Mijnheer Meijboom. De heer Meijboom: Dank u wel voor het woord. Wat, er komt bij ons eigenlijk nog een punt bij, wat het extra problematisch maakt. Wij zouden vóór 1 juli een voorstel krijgen over het terugbrengen het, van de wachtlijsten. Die, dat komt net binnen. Dat is een uur of wat geleden binnengekomen. Dat is best een lijvig document, kunnen we geen kennis van nemen. Dus dat is voor ons een extra argument om hier niet in mee te gaan, met die toekenning van die zes ton voor die uitbreiding, want we hebben dat niet kunnen beoordelen. Dus wij hadden dat graag in samenhang gedaan. Ik heb daar de vorige keer aandacht voor gevraagd en toen reageerde de wethouder daar enigszins althans ik dacht het, enige agitatie daarin op te merken van, er komt toch een voorstel. Dat voorstel komt een uur geleden binnen, kunnen we niks mee. Dus vooralsnog zullen wij deze motie steunen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman, VVD. De heer Bouman (VVD): Wij zijn ook wel blij dat de ChristenUnie het onderwerp aankaart. We hebben natuurlijk een amendement met elkaar aangenomen over de maximale formatie, dat je terug moest naar 2024. Daarnaast en daar komen we zo meteen op, hebben we nog een motie aangenomen waar we het college hebben gevraagd, om nog verdere bezuinigingen op personeel te bereiken.
En ondertussen vraagt het college dan zes ton meer. Op zich, als die zes ton gebruikt gaat worden om een vergelijkbaar of groter bedrag aan inhuur kwijt te spelen, dan kunnen we daar best over nadenken. Maar net als de heer Bouman van het CDA, die zien wij nergens terug in de cijfers die besparing, dus we snappen het ook niet. Dus we zijn erg nieuwsgierig naar de reactie. Maar we zijn in ieder geval erg blij dat die motie er ligt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Voorzitter, ook onze waardering voor de motie inderdaad, want wij willen ook geen uitbreiding op formatie en konden ook de getal niet vinden die dit onderschrijft. Dus wordt het onderschreven dat er minder inhuur is, dan is het een besparing en dan zien we dat wel. Maar dat mag het college invullen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Dank u wel, voorzitter. Vanuit onze partij toch een iets ander geluid. De opgaven in het sociaal domein zijn groot en urgent. We hebben het over de wachttijden gehad, jeugdzorg, Wmo, armoedebestrijding, preventie. Weet je, die opgaven die vragen ook gewoon voldoende menskracht. En als we investeren, willen investeren in nabijheid en maatwerk, moeten we ook wel bereid zijn om daar de capaciteit voor beschikbaar te stellen, want anders blijven onze ambities gewoon steken in papier.
Dus wij kiezen voor een realistisch toekomstgerichte benadering en daar hoort wat ons betreft ook een passende formatie bij. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Mijnheer Den Haan, AltenaLokaal. De heer Den Haan: Dank je wel, voorzitter. Om met de indiener te beginnen. Dat is, ik denk een terechte zaak als je dat zo aan de kaak stelt om dat op deze manier te doen. Ik moet ook nog wel met de fractie ook nog heel goed bespreken van, want er is nu nieuwe informatie gekomen. Ik hoor net ook het verhaal en dat ken ik dus echt niet wat er net binnen is gekomen, wat de heer Meijboom zei. Dat ken ik ook niet. Dus dat is iets waar je dan, wat je dan wel in ogenschouw moet nemen. De bijdrage van mevrouw Vos van PA. Daar vinden wij ook wat van, want dat is ook zo. Dat en de eerste bijdrage van de heer Bouman van de CDA. Die zei van, volgens mij ging het over tijdelijk naar vast met … Daar vinden we ook wat van. Maar dat zou ook kunnen betekenen
dat je goed bezig bent. Dus het zet ons voor een dilemma. En dan kom ik er nog bij dat de heer Bouman van de VVD nog zegt, ik wil er ook best nog wel eens naar kijken. Want als dat inderdaad zo is dat we die taken moeten doen en die achterstand moeten gaan inwerken, dan zou dat best wel eens kunnen. Moeten we het met elkaar over hebben. Ga er maar aan beginnen. Dus dat gaan we straks ook doen. We gaan ook kijken hoe we daar vorm aan kunnen geven, want ik weet het even niet meer. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Voorzitter, probeer het simpel te houden inderdaad. En als we dingen afgesproken hebben over geld, dan moeten we ons daaraan proberen te houden. En het argument wat Progressief Altena aan doet. Wij snappen ook best wel, wij willen ook graag dat de zorg ideaal is en wij stemmen elke keer daarvoor. Maar goed, we hebben het over een totale begroting geloof ik van 45 miljoen aan personeelskosten. En elk gezonde organisatie Nederland die dan als opgave heeft waar de 600 te vinden, die weten dat binnen zo'n budget te vinden. Dan moeten we gewoon andere prioriteiten kiezen. Er zijn meer afdelingen die, vanavond gaan die gewoon extra geld vragen. En dan moet u prioriteit stellen en dat gebeurt dus niet. En dan kom je in dit soort discussies terecht. Dus inhoudelijk snap ik best wat mevrouw Vos zegt.
Alleen, we hebben een strakke lijn neergezet met elkaar, met amendementen afgesproken, met een motie bekrachtigd. Als we dat dan gelijk loslaten bij de eerste keer, dan kunnen we beter stoppen hier. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Kijk ik naar het college en gaat wethouder Van Ooijen proberen hier duidelijkheid in te scheppen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met dat het college niet doodleuk voorstellen aan u voorlegt, maar dat we weloverwogen voorstellen aan u voorleggen. Ik zal uitleggen wat we hiermee bedoeld hebben. Externe inhuur stelt ons in staat om pieken en ziektes van medewerkers op te vangen, tijdelijk op te vangen of om specialistische kennis in te vliegen of flexibel te blijven. In het sociaal domein hebben we de afgelopen jaren vanwege langdurige uitval van medewerkers noodgedwongen gebruik gemaakt van externe inhuur. Die inzet heeft ons geholpen de kwaliteit van dienstverlening op peil te houden. Voor de jaren 2026 en 2027 stelt het college voor om tijdelijke formatie toe te voegen aan het Team Regie op de onderdelen jeugd en Wmo. Dat gaat niet om extra capaciteit. De aanvraag is uitsluitend bedoeld om bestaande inzet die nu nog via inhuur loopt, structureler en efficiënter vorm te geven. We vervangen dure externe inhuur door tijdelijke interne capaciteit.
Financieel is dit onzes inziens een verstandige keuze, want we zetten 600.000 aan tijdelijke formatie-uitgaven af tegen jaarlijkse inhuurkosten van 900.000 euro. We ruilen dus niet alleen inhuur in voor interne capaciteit, maar we besparen ook substantieel. Natuurlijk realiseren we ons dat deze keuze voor 2026 en 2027 leidt tot een toename in het aantal fte's in dienst. Dat is in deze dus een bewuste keuze. De voordelen, zoals continuïteit, kennisbehoud en het financieel voordeel wegen volgens het college op tegen het effect van het formatiecijfer. De besparing op inhuur wordt niet direct zichtbaar in de begroting, omdat de inhuur kosten voor Team Regie niet apart zijn opgenomen maar onderdeel zijn van het brede inhuurbudget. De baten van deze keuze worden zichtbaar in de jaarrekening, waar het verschil in inhuuruitgaven zichtbaar wordt. En dit wordt ook scherp bewaakt. Kortom, het college stelt voor een tijdelijke maar doelgerichte formatie-uitbreiding te realiseren, waarmee we de inhoudelijk en financieel verstandig sturen op de toekomst van organisatie, van onze organisatie. En we ontraden daarom deze motie. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan gaan we naar de tweede termijn. Mijnheer Bouman, ga uw gang. De heer Bouman (VVD): Op zich goed nieuws hè? Want de wethouder zegt eigenlijk van, we gaan zes ton meer inhuren. Nee, sorry.