CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-06-18 Transcript raadsvergadering

Raadsvergadering 18 juni 2025, gemeente Altena62.586 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Het lijkt ons logisch dat met meer vestigingen, dit ook meer geld kost en hier is het geld ook voor bedoeld. Met alleen het bedrag van 70.000 euro blijven deze vestigingen weliswaar open, maar op een minimaal niveau. In de Bibliotheekvisie 2025-2030 is helder benoemd, dat investeren in laaggeletterdheid, jeugdeducatie, leesbevordering en digitale inclusie iets essentieel is, juist voor onze meest kwetsbare inwoners. De bibliotheek is een belangrijke partner in het signaleren en aanpakken van laaggeletterdheid en speelt ook een cruciale rol in cultuureducatie en kansengelijkheid. Hoe kunnen we dit dan nog waarmaken? We zijn benieuwd hoe de collega-raadsleden in dit voornemen staan inclusief, of in relatie tot de belangrijke taken van de bibliotheek. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mijnheer De Raad. De heer De Raad: Dank, voorzitter. Ik ben even een klein beetje zoekende op dit onderwerp ja, wat nu precies het verhaal is U stelt dat of u draagt het aan, alsof er een flinke bezuiniging gerealiseerd gaat worden op de bibliotheken. Maar als ik in de beantwoording kijk op de vraag die vanuit Progressief Altena ook gesteld is, dan blijkt uit dat er eigenlijk een extra bedrag vanuit het Rijk gesteld, gestort wordt die niet helemaal toegezegd wordt aan de bibliotheek.

Dat is volgens mij een wat ander verhaal dan dat wat u nu schetst, dat we eigenlijk zeg maar gaan bezuinigen op de bibliotheek waardoor ze eigenlijk hun primaire taak maar amper meer kunnen uitvoeren. Even vanuit mijn woorden gezegd. Dus misschien dat de portefeuillehouder daar dadelijk nog wat duiding over kan geven. Maar ik heb het idee dat het verhaal ja, de beantwoording strookt niet met het verhaal wat u nu vertelt. Dus ik ben even zoekende van ja, wat is nu het verhaal? Dus wellicht dat de portefeuillehouder daar nog wat toelichting kan geven zo. De voorzitter: Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Ik wil daar ook wel op, wat op reageren. Er is in verband met, er komen, zijn extra vestigingen of vestigingen uitbreiding zeg maar, drie volwaardige vestigingen. Daar is geld vanuit het Rijk wordt daarvoor beschikbaar gesteld van 170.000 euro. Daarvan is het voorstel van het college om 70.000 euro in te zetten om het ja, minimale in stand te houden. Maar wij vinden dat die Rijksmiddelen die zijn bedoeld om juist die volwaardige bibliotheek vestigingen goed neer te zetten en niet op een minimaal niveau. Maar we

hebben ook met elkaar gezegd, de bibliotheek is meer dan alleen boeken uitlenen, ze hebben belangrijke taken uit te voeren. Daar zijn die middelen vanuit het Rijk ook voor bedoeld. En wij vinden dat die middelen daar dan ook voor ingezet moeten worden en dat ze niet gebruikt dienen te worden om ombuigingen neer te zetten. De voorzitter: Mijnheer De Raad. De heer De Raad: Als het verhaal is zoals u het nu schetst, dan sta ik volledig achter u. Maar nogmaals, we wachten heel even de reactie van de portefeuillehouder af. De voorzitter: Mevrouw Zaal. Ja, volgens mij ja, maakt niet uit. Mevrouw Zaal-van der Steen: Volgens mij waren we even snel. Ja, zo is het. De heer De Raad verwoordde het net al, zoals wij het ook hebben opgevat naar aanleiding van de beantwoording. Die was wat ons betreft inderdaad helder. Maar laat ik er dan vanavond een vraag aan toevoegen, die wellicht ook nog beantwoord kan worden dan vanavond. Hebben we het dan correct dat er aan de, dat er niet wordt bezuinigd op de reguliere subsidie? Dat even een vraag die we graag toe willen voegen. De voorzitter: Gaan we zo dadelijk het houden, horen. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, tot slot even nog, want ik had inderdaad precies dezelfde insteek. Als ik naar de beantwoording kijk van de schriftelijke vragen, dan blijkt dat helemaal niet zo. Maar u heeft dat aangevuld, mevrouw Hofstede.

Begrijp ik het dan goed dat u zegt, we ontvangen eigenlijk 170.000 euro, dus dan zou dat vestzak-broekzak door moeten naar de bibliotheek. Alleen, daarvan houdt nu het college 100.000 euro apart om te komen tot een sluitende begroting eigenlijk. Dus om een ombuiging te realiseren. Mevrouw Hofstede: Dat is correct verwoord. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schermers, zullen we naar het college gaan? Portefeuillehouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met de beantwoording van de vraag van mevrouw Zaal. Nee, op het reguliere budget gaan we niet bezuinigen voor de bibliotheek. En laat ik dan ook nog even wat achtergrondinformatie erbij geven, waar mijnheer De Raad om vroeg. In 2024 hebben wij in samenwerking met de bibliotheek een SPUK aangevraagd voor de versterking van de bibliotheek netwerken in Altena. En daar hebben wij middelen voor van het Rijk gekregen, 200.000 euro vanuit het Rijk aangevuld met cofinanciering vanuit de gemeente, 50.000 euro. En die 250.000 euro hebben wij gebruikt om de twee locaties die nu zijn, die nu volwaardige locaties zijn in Werkendam en in Wijk en Aalburg tot volwaardige locaties te maken. Want dat waren zij niet, of niet meer. En met een volwaardige locatie.

Dan hebben we het over de collectie is uitgebreid, meer professionele uren en ook bredere openingstijden, zodat mensen vaker naar de bibliotheek kunnen als vestiging. In 2025 en in 2026 krijgen we die middelen nog een keer vanuit het Rijk, maar dan iets minder. Dat zijn geoormerkte middelen, 172.000 euro per jaar, dus in 2026 en in 2025. Dit bedrag geoormerkt, dus gaat meteen door naar de bibliotheek om die versteviging te behouden. Of als daar nog wat dingen nodig zijn. Maar het Rijk voegt vanaf 2027 dit bedrag van 172.000 euro structureel in het Gemeentefonds. En dan is het aan de gemeente om daar een keuze in te maken, wat wij met die middelen doen. Het bedrag is dan vrij besteedbaar. Wij hebben, voor dit bedrag is 70.000 euro nodig om die drie vestigingen, die drie volwaardige vestigingen die we nu hebben om die als volwaardig te houden. Dan hebben

we het over de vestiging in Wijk en Aalburg, Werkendam en in Woudrichem. Dus dat betekent die openingstijden, volwaardige bemensing of professionele bemensing, moet ik zeggen en ook de collectie. Daarmee voldoen wij aan de strengere eisen die de concept wettekst, want het is nog steeds niet een wet die daar geformuleerd staan. En die resterende 100.000 euro die de bibliotheek dus niet nodig heeft om deze vestiging, drie vestigingen volwaardig te houden, die willen wij inzetten voor de ombuigingen. Vandaar dat we dat zo hebben geformuleerd. We kiezen ervoor geen extra activiteiten af te nemen, maar dit bedrag voor de ombuigingen dus in te zetten. Er zijn nu drie volwaardige locaties waar alle activiteiten die de bibliotheek nu al doet en we hebben in de visie kunnen zien dat onze bibliotheek heel veel doet, kunnen zij nu op meerdere locaties doen. De speerpunten dus die u noemde, bestrijding van laaggeletterdheid, cultuureducatie, leesbevordering en digitale inclusie kunnen nog steeds vanuit het reguliere budget worden gefinancierd. En dan nog één ding. Vorige week is bekend geworden dat het Rijk ook nog middelen zal verstrekken voor de bibliotheek op school, ook waar onze bibliotheek mee bezig is. Deze middelen zullen direct naar de scholen gaan en ook direct naar de bibliotheek. Dus daar ook nog een aanvulling op het budget en op het werk wat de bibliotheek doet.

Tot zover de reactie vanuit het college. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Ooijen. Mevrouw Hofstede, tot slot. Mevrouw Hofstede: Dat is inderdaad een heel mooi bericht. Ik had het inderdaad ook gelezen. Dat is … Alleen, er blijven nog heel veel taken liggen. Het lijkt ons logisch als je drie volwaardige vestigingen hebt, dat dat ook gewoon meer geld kost om deze ook op een goede manier neer te zetten. En niet alleen de openingstijden op het minimale niveau te hebben, maar ook die activiteiten te organiseren om juist mensen naar de bibliotheek te krijgen. Want dat krijg je niet alleen maar met zorgen, dat de openingstijden aan de wettelijke eisen voldoen. En wat ons betreft, dan zijn die gelden vanaf 2027 misschien niet meer geoormerkt, maar ze zijn er wel voor bedoeld. En wat ons betreft worden ze dan dus ook daarvoor ingezet. De voorzitter: Punt. Mijnheer De Raad, is het echt nodig om nog te reageren? Want anders … De heer De Raad: Ik ben even kort benieuwd. Mevrouw Hofstede geeft aan dat er nu taken blijven liggen, welk beeld ze er dan bij heeft welke taken dat zijn. Kunt u daar wat meer concreet over zijn? Mevrouw Hofstede: Er worden ook in de bibliotheek allerlei activiteiten georganiseerd om leesbevordering op gang te brengen, om mensen te ondersteunen die moeite hebben met de taal, om mensen te begeleiden in de digitale wereld om ons heen.

Daar moeten ook middelen voor zijn om die, om ook op die locaties in Werkendam en Wijk en Aalburg dat mogelijk te maken. De heer De Raad: Uiteindelijk … De voorzitter: Weer voor een tweede termijn langzamerhand hoor, dus. Antwoorden zijn over en weer gegeven. Ook de beantwoording van het college was op dit punt vrij stevig. Het is aan u als raad en aan de fractie van PA om te kijken, wat u hiermee wilt en of u hier wel of niet een motie voor wilt gaan indienen, want dit wordt een tweede termijn. Mijnheer De Raad, mee eens? De heer De Raad: Ik denk, dat ik te luisteren heb naar de voorzitter. De voorzitter: Ja. Gaan we naar 3.5 de Kinderboerderij Werkendam. Het CDA, mijnheer Roovers.

De heer Roovers: Ja, dank je wel, voorzitter. Mijn stembanden zijn intussen een beetje vastgelopen, maar gaande de rit verwacht ik dat die weer, dat het allemaal wat soepeler zal gaan. Voorzitter, al sinds dierendag 1994 is Kinderboerderij de Floreffehoeve een begrip in Werkendam. De Floreffehoeve is meer dan alleen een kinderboerderij. Ook op het gebied van educatie vervult de kinderboerderij een belangrijke rol. Het is een perfecte plek om kinderen iets te leren over de kinderboerderij en haar dieren. Daarnaast is de kinderboerderij een belangrijke ontmoetingsplek voor jonge, maar ook zeker voor oudere inwoners vanuit Werkendam en biedt de Floreffehoeve ook een dagbesteding aan cliënten van SOVAK. De Floreffehoeve gelegen in de kern van Werkendam, trekt jaarlijks ruim 10.000 bezoekers, niet alleen vanuit de kern Werkendam, maar ook vanuit andere kernen uit Altena. In de beantwoording op vragen van onze collega's van Progressief Altena heeft het college erkend, dat de Floreffehoeve een waardevolle voorziening is in Altena. De kinderboerderij biedt een invulling aan de behoefte van een groene ontmoetingsplaats en draagt bij aan de aan de sociale cohesie en de educatie binnen onze gemeenschap. Daarom heb ik twee duidelijke vragen aan mijn collega's en die kunnen gewoon met ja of nee beantwoord worden.

De voorzitter: Ja, of ja, maar … De heer Roovers: Het liefst ja, het liefst ja, ja. De eerste vraag is, bent u het met het CDA en het college eens dat de kinderboerderij de Floreffehoeve een waardevolle voorziening is voor de gemeente Altena, die invulling geeft aan de behoefte van een groene ontmoetingsplek en bijdraagt aan sociale cohesie en de educatie binnen onze gemeenschap? En vindt u net als CDA Altena dat deze voorziening voor Altena en in het bijzonder voor de kern Werkendam, behouden moet blijven? De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. De voorzitter: De eerste ja heeft u binnen. De heer Timmermans: Nee, de eerste ja die komt maar binnen. Maar hoe ik de vraagstelling lees. De vraagstelling die hierop staat of, dat er eigenlijk een soort staatssteun moet komen voor kinderboerderij. Want ja, hij is goed. En het is een begrip, eens. Maar of er andere financiële mogelijkheden zijn naast subsidies, dat is toch gewoon staatssteun dan in mijn optiek. Maar dat mag u dan zeggen, waarom dat u dat dan neerschrijft. De voorzitter: Ik, zal ik het rijtje gewoon afgaan in verband met de stem, mijnheer Roovers? De heer Roovers: Ik kan hier wel gelijk antwoord op geven, voorzitter. Want als wij met zijn allen onderkennen, dat het een belangrijke voorziening is.

Dan kom ik op het volgende punt, want de Floreffehoeve … We hebben allemaal kunnen zien in de beantwoording, dat Floreffehoeve de subsidie in ieder geval terug ziet lopen. Die subsidie wordt teruggedraaid naar 10.000 euro in 2026. En wij hebben onze ernstige twijfel en ook onze zorg, dat die subsidie voor de toekomst toereikend zou zijn. Daarom zijn wij heel erg op zoek naar alternatieven om te kijken dat we de Floreffehoeve op een andere manier dan de subsidie tegemoet kunnen komen, door bijvoorbeeld een compensatie te geven voor de dagbesteding die ze ook verlenen. Dus dat is een antwoord op uw vraag. De voorzitter: Mijnheer Timmermans.

De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ja, volgens mij heb ik soortgelijke vragen in mijn termijn gesteld om naar maatschappelijke dingen te kijken. Om daar subsidies op te verstrekken naar niet alleen bijvoorbeeld ledenaantal of bezoekersaantal, maar ook op maatschappelijke impact. Volgens mij heb ik jullie niet gehoord op dat punt. Dus had je ook mooi aan kunnen haken, maar … De heer Roovers: Voorzitter, ik zeg volgens mij heel duidelijk dat ik het niet in de subsidie wil vinden, maar bijvoorbeeld in de dienstverleningsovereenkomst. Dat is echt een andere maatregel als subsidie. De heer Timmermans: Oké, maar blijft subsidie. En als u dat terug ziet lopen, dan wil ik graag weten van hoe u dat dan ziet. Want maak het dan eens een beetje concreet voor ons. Want anders krijgen we allemaal van die vragen, dan wordt het een heel lang verhaal weer. Wat ziet u dan voor zich? De voorzitter: Volgens mij heeft de heer Roovers daar net op geantwoord. Ik ga ook even de anderen af voor het debat. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Sorry. Ja, dank u wel, voorzitter. Het antwoord is ja, het antwoord is ja. Alleen, dat impliceert nog niet meteen dat we zeggen, wij hebben hier een kant-en-klare oplossing voor. Ik denk ook dat de kinderboerderij zelf ook goed moet na, nadenken over fondsenwerving, wat ze op zich al wel doen. Verkoopacties die ze al benutten.

Maar ja, wellicht dat inderdaad die maatschappelijke doeleinden ook iets zou kunnen betekenen. En dat er dan via een persoonsgebonden budget activiteiten voor mensen en ja, die maatschappelijk of psychisch ondersteund moeten worden, of die afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Maar wellicht is dat iets om verder te onderzoeken. Alleen ja, die bal ligt ook wel een beetje bij de Floreffehoeve zelf, denk ik. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer De Raad. De heer De Raad: Dank, voorzitter. Ook vanuit de SGP-fractie, beide vragen met ja beantwoord. Zeker, kinderboerderij van allerlei opzichten en goede en mooie voorzieningen in onze gemeente. Aan de andere kant denk ik, hebben we ons subsidiebeleid. Wordt de subsidie die toegekend wordt, ook gewoon langs die meetlat gelegd. En hebben we daar in die zin ook mee te doen en moeten we denk ik ook uitkijken, dat we niet met allerlei andere omwegen nog andere potjes gaan bedenken. Want dan staat na de Floreffehoeve staat de volgende vereniging bij ons op de stoep, die ook wel ergens via een omweg nog extra subsidie wil krijgen. Dus volgens mij moeten we dan die subsidie, die discussie wellicht rondom subsidiebeleid voeren. Maar wellicht heeft u nog andere input.

Ook een beetje aansluiten bij de vraag van de heer Timmermans van, wat ziet u dan zelf, wat is echt concreet uw voorstel hierbij? Maar ja, wat, wij zijn nog niet echt enthousiast om ja, buiten het subsidiebeleid om nog allerlei andere potjes te gaan zoeken hiervoor. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolff, ik maak gewoon het rondje even af. De heer Kolff: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk aansluiten op de vorige sprekers. Mevrouw Schermers haalde het eigenlijk op het laatst al aan. In eerste instantie zeggen we ook ja, natuurlijk zo’n kinderboerderij is van enorm belang. Andere kant, we zijn er wel eens een keer met de raad geweest. En ze hebben wel eens een keer in wezen spreken in een of andere inloop. Een heel mooi plan. Alleen, zelf die, qua financiën geen entree, alleen maar van donaties en subsidies. Dus ik wil de bal eigenlijk terug naar mevrouw Schermers, eigenlijk wel teruggeven naar die kinderboerderij. Ze noemt van, probeer zelf qua inkomsten te genereren. En niet, loop maar binnen en tot ziens en bedankt. Het gaat heel veel één kant op, dus dat wil ik wel meegeven dat het ook van twee kanten moet komen.

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Ja, dank u wel, voorzitter. U refereerde er al aan, we hebben hier natuurlijk ook schriftelijke vragen over gesteld. Dus uiteraard geven wij bij de antwoorde ja, als antwoord. En wellicht kunnen bijvoorbeeld de verenigingsondersteuners hier ook iets in betekenen om hen te helpen van, hoe kun je nu zorgen dat je ook op andere manieren financiële middelen binnenhaalt? En dat geldt, er zijn naast de Floreffehoeve ook nog in, op andere plekken in Altena mooie initiatieven zoals bijvoorbeeld Veldzicht, die daar ook dan wellicht gebruik van kunnen maken. De voorzitter: Mijnheer Siland. De heer Siland: Ja, dank je wel, voorzitter. Ja, ik kan het kort houden, dat wat de vorige sprekers ook aangaven dat ik denk dat het belangrijk is, dat in dit geval de kinderboerderijen … Maar zoals de heer De Raad ook al aangaf ja, hoeveel verenigingen of stichtingen zijn de volgende die niet direct via een subsidie een financiële bijdrage willen ontvangen? Dat dat belangrijk is. Ja, daar wil ik het eigenlijk wel bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Siland. Mijnheer Roovers, wilt u reageren of … De heer Roovers: Voorzitter, ik hoor hier weer het woord subsidie en ik heb me uitdrukkelijk uit de discussie van de subsidie willen houden. Waarom? Omdat wij niet willen tornen aan subsidiebeleid. Is gewoon, dat staat vast.

Wij zitten vooral, wij willen vooral onderzocht hebben of er andere mogelijkheden zijn die wellicht de Floreffehoeve in ieder geval in het bestaansrecht wat meer zekerheid kunnen geven. En waarschijnlijk komen wij dan met een onderzoeksvraag. De voorzitter: Oké. Zullen eerst nog even naar het college gaan? Ik heb hier staan, portefeuillehouder Van Ooijen. Dat klopt hè? Wethouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb net een hele pittige worst op, goh. Maar … De voorzitter: Het werd zo koud. We dachten, we gooien er iets in om de temperatuur weer wat omhoog te gooien. Mevrouw Van Ooijen: Maar ik hoor meerderen met mij. Maar ik zal het kort houden. Floreffehoeve, belangrijke voorziening in onze gemeente. Hebben we eerder ook al wel naar u, met u gedeeld. Zoals er ook wel meerdere zijn, daar hebben sommige fracties ook wat over gezegd, in Altena. Ja, als u ons oproept, want dat is uw vraag ook of er naast subsidies nog andere mogelijkheden zijn, dan kunnen we dat inderdaad onderzoeken of die er zijn. Je kunt bedenken aan een aan, sorry, aan bijvoorbeeld de dagbesteding, de maatschappelijke dienst die daarbij zit. Ja, dat zijn dingen die we verder kunnen onderzoeken. Maar dat hoor ik dan wel in de oproepen, die u uiteindelijk wellicht gaat doen. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Ooijen.

Mijnheer Roovers, voldoende gevoerd het debat? Ja? Mooi. Gaan we naar 3.6 de Historische graven. De SGP, mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja, voorzitter. In de Kadernota wordt natuurlijk aangekondigd een voorgenomen bezuiniging op het beleid historische graven. Ja, dat vinden wij als SGP een heel slecht idee. En waarom? We hebben vier jaar geleden besloten om er beleid op te maken. De eerste fase is afgerond. Er is een volledige inventarisatie gemaakt van alle historische graven. Heel veel mooi werk in verricht, een hele mooie lijst uitgekomen. En nu

gaan we zeggen, maar we gaan er niets meer mee doen. Dat vinden we gemiste kans. Wij zien ook daar mogelijke aansluiting om daar ook educatief iets mee te doen. Je zou bijvoorbeeld op de Sigmond school zitten. En ja, de burgemeester heette Sigmond, loopt een lijn of naar verzetsstrijders of naar bepaalde wethouders uit het verleden of bepaalde predikanten. Dus wij vinden het echt gewoon kapitaalvernietiging als je nu afgelopen jaren bezig bent geweest om te inventariseren en je streept dit beleid weg. Dan moeten we eigenlijk ook zeggen en zeker in het licht met de inleiding van deze vergadering, 20.000 euro is natuurlijk wel een heel erg beperkt bedrag. Ik ben blij dat ik in ieder geval al één partij mee heb in onze gedachte. Want AltenaLokaal die gaf al aan, alles wat onder de 50.000 euro zit om te bezuinigen, dat gaan we gewoon niet honoreren. Dus ja, wij vermoeden dat dit goed gaat komen en willen we ook met een voorstel gaan komen om dit in ieder geval teniet te doen, of in ieder geval niet door te laten gaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Nieuwenhuizen, ChristenUnie. Overigens voor de goede orde voor de vergadering, de heer Van der Hoeven is ook in ons midden inmiddels. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vind dit een heel goed voorstel wat de heer Versluis naar voren brengt.

En laten we zuinig zijn op onze historie en waardevolle stukken daaruit. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Vos. De heer Vos: Ja, dank je wel, voorzitter. Ook wij kunnen dit voorstel wel steunen. Maar wat ons betreft is de laatste schillenboer van Werkendam net zo belangrijk als welke andere belangrijke figuur, die mijnheer Versluis net aanhaalde. Dus ook daar mag aandacht voor zijn. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Mijnheer Bakker zag ik in ieder geval knikken. Dat klopt. College, wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Ja, voorzitter. U zag het omwille van de tijd, ik stond al klaar. De vraag. Het gaat om een beleidsvoornemen en niet om een beleid, waarop nu de bezuiniging wordt aangekondigd. En ja, zoals ook eerder al gezegd, alle mogelijke ombuigingen zijn meegenomen. En dit is er gewoon één van. Wel kan ik u meenemen dat er ook al is er nog geen beleid, daar uiteraard al wel over na is gedacht. Als er beleid zou komen zou dat in eerste instantie gericht zijn op de restauratie van de gedenktekens, omdat daar wel een slag is te slaan. Dat heeft in de tussentijd nog niet plaatsgevonden. Er zijn wel wat graftrommels al gerenoveerd, misschien dat u daarmee bekend bent, maar de historische graaf… gedenktekens nog niet.

Wel is het zo dat als er op dit moment gedenktekens of graven worden verwijderd, zogenaamde bovengronds ruimen, er wel gekeken wordt of er graven bij zijn met een bepaalde historische waarde. Dat kan zijn vanwege de overledene die er ligt, maar het kan ook zijn vanwege het object op zich. Dus dat is een beetje waar het nu staat. Het is een ombuiging die in het geheel is meegenomen. En ik denk allemaal dat we hier nog wel iets meer van zullen horen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Schipper. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja, voorzitter. Een samenvatting kan ik geven dat wij over twee weken met een voorstel zullen komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan zien wij dat tegemoet. Gaan we naar 3.7 het Co-financieringsfonds halveren. ChristenUnie, mijnheer Duizer.

De heer Duizer: Dank u, voorzitter. In de Kadernota staat de optie om het co-financieringsfonds te halveren, wat 60.000 euro oplevert. Even voor de heer Van Gammeren, dat is punt 31. Dan kunt u meelezen. Wat ons betreft kan de rest van die, van dat budget ook vervallen of van het info, co-financieringsfonds. Dit gaat om cofinanciering naar het bedrijfsleven toe. En het bedrijfsleven heeft naar onze mening voldoende geld om dat soort dingen zelf te doen. En als we als gemeente mee willen denken of aan het roer willen zitten met bijvoorbeeld bedrijfsterreinen en het gezamenlijk beheren, dan zouden we kunnen denken aan een ondernemersfonds wat gevuld wordt vanuit de ozb. Bij steeds meer gemeentes wordt een ondernemersfonds, opgericht waarbij een kleine ophoging van de ozb voor niet-woningen wordt toegepast, om dat in zo'n fonds te brengen. Dus wij zijn er voorstander van dat als we dit willen doen, dat we dat ook gewoon bij de ondernemers de rekening neerleggen. Dan kunnen zij ook mee bepalen, wat er met dat geld gebeurt. Maar wij zien het niet als taak voor de overheid of voor ons als gemeente, om het bedrijfsleven te sponsoren op deze manier. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Ik kijk even rond of er anderen zijn? Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank, voorzitter.

Ja, als ondernemers dan voel je eigenlijk toch wel gelijk triggers als hierop gevraagd wordt om dat via ozb te gaan doen. Hoe denkt de heer Duizer dan over Werkendam over de havens? De voorzitter: Mijnheer Duizer mag daarop reageren, hoe hij daarover denkt. De heer Duizer: Dat staat niet, dat is niet in relatie met dit ondernemingsfonds. Hier zit 60.000 euro per jaar in. Daar gaan we die haven niet van betalen. Maar als je hem wil verenigen binnen de havens maar dat geldt voor alle industrieterreinen, dan kun je dat wel degelijk via een ondernemersfonds en dan is een kleine opslag op de ozb. Helemaal niet zo'n gekke gedachte. De voorzitter: Mijnheer Kolff. De heer Kolff: En voor de een proberen een paar centen binnen te halen op een andere manier en aan de andere kant gaat er heel veel weg naar een bepaal, een heel klein gedeelte van de ondernemers. Dus een gedeelte moet betalen voor de rest. Als je de ozb verhoogt, moet iedereen eraan meebetalen. De voorzitter: Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Ozb voor niet-woningen, dan betaalt niet iedereen mee maar iedereen die een bedrijfspand of op een andere manier heeft. En er zijn steeds meer gemeentes die zo'n ondernemersfonds oprichten. Daaruit wordt bijvoorbeeld het gezamenlijk beheer of het bewaken van industrieterreinen en ondernemersverenigingen die wat extra's willen doen, die worden daaruit gefinancierd.

En u koppelt het nu aan de haven. Maar dan gaat het over infrastructuur en dat is een hele andere discussie. Infrastructuur gaan we wel degelijk over als overheid. De heer Kolff: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kolff nog tot slot. De heer Kolff: We kunnen ook over verenigingen gaan praten. Die betalen ook ozb. Die moeten daar ook aan meebetalen. De voorzitter: Mijnheer Duizer tot slot, want dit is …

De heer Duizer: Klopt. Maar die kun je ook zeggenschap geven in zo’n ondernemingsfonds. De voorzitter: Is er anderen die zich willen mengen in dit debat? Mijnheer Duizer, u mag nog blijven staan. Niemand. Dan kijk ik naar het college. Portefeuillehouder Van Ooijen. Volgens mij is het goed om nog even wat helderheid te bieden over een co-financieringsfonds en wat een businesszone is. Mevrouw Van Ooijen: Ik had gedacht, mijnheer Van der Hoeven is binnen. Die is net op tijd voor dit moment, want die is altijd zeer betrokken geweest bij de visie op werken en de uitvoeringsagenda daarvan. Het cofinancieringsfonds is een van de punten die uit uitvoerings… die in die uitvoeringsagenda staat en uit de visie op werken komt. Net zoals de economische adviesraad, ook één zo'n onderdeel wat uit de visie op werken komt. Het co-financieringsfonds is overigens niet alleen voor het bedrijfsleven, het is bijvoorbeeld ook voor het onderwijs en samenwerkende partijen. Ik noem bijvoorbeeld het Ondernemershuis, waar ook niet alleen ondernemers in zitten, maar ook andere partijen. Ja, met het co-financieringsfonds willen wij allerlei doelen uit die visie op werken en uit die uitvoeringsagenda eigenlijk samen met partners voor elkaar krijgen. Dan moet u denken aan onderwerpen als bereikbaarheid, duurzaamheid, collectieve samenwerking, innovatie en arbeidsmarkt en onderwijs.

Twee mooie initiatieven die ik u hier noem, die we vanuit het cofinancieringsfonds hebben gedaan, meegedaan, gefaciliteerd is het Starters Event voor startende ondernemers, maar ook Werkend Altena waar heel veel leerlingen kwamen kijken bij de prachtige bedrijven uit Altena die we hebben. En we hebben nu een voorstel staan om het co-financieringsfonds te halveren, dus dan kunnen we al minder doen vanuit de uitvoeringsagenda. En als u zegt we gaan het co-financieringsfonds helemaal stoppen, dan kunnen wij niet meer deelnemen en die faciliterende rol en stimulerende rol als gemeente uitvoeren. De voorzitter: Dank. Mijnheer Duizer tot slot. De heer Duizer: We nemen het mee. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar het programma 4 Duurzaam Altena – bouwen voor onze eigen inwoners. De VVA. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Betaalbaar wonen met voorrang voor eigen inwoners. Altena bezit voldoende bouwgrond maar bouwt te weinig nog en te langzaam. Jongeren trekken weg, wachtlijsten groeien en de eigen bevolking komt in de knel. Er moet worden gebouwd voor starters, ouderen en gezinnen in de regio met eventueel minder regeldruk, zucht en meer ruimte voor betaalbare alternatieve woonvormen eventueel. Daarbij is het logisch dat de oorspronkelijke inwoners van Altena voorrang krijgen.

Concreet voorstel, versnel woningbouw op gemeentelijke gronden en stel het lokale voorrangsbeleid in bij toewijzen sociale en starterswoningen. Ik hoor graag van mijn collega’s, hoe ze erin zitten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Ik zie een paar mensen opstaan. Mijnheer Hoegee is als eerste. De heer Hoegee: Ja, als ik kijk naar uw vraag die hier in eerste instantie opgeschreven staat, kan ik het daar grotendeels mee eens zijn. Maar niet, het laatste stukje is voor mij dan nog onduidelijk, want u wilt dat mensen die hier geworteld zijn voorrang krijgen. Maar wat verstaat u dan precies over geworteld? De voorzitter: Mijnheer Timmermans.

De heer Timmermans: Ja, wat verstaat u onder geworteld? Dat is een leuke vraag. Ik weet niet hoe lang dat u al hier in de gemeente Altena verblijft en uw ouders, maar u bent hier volgens mij geworteld. De heer Hoegee: Wat zeg je? De heer Timmermans: U bent hier volgens mij geworteld. De heer Hoegee: Ik ben hier niet geboren. De heer Timmermans: Nee, maar wel geworteld. Dus betekent, u bent hier al heel lang in de gemeente Altena, eigenlijk … De heer Hoegee: Maar hoe, daar zit ik een beetje mee. Hoe maak je dan een objectieve beoordeling of dat iemand wel of niet geworteld is? Want je kan natuurlijk mensen hebben die hier pas vijf jaar wonen, maar helemaal opgaan in de samenleving. Maar je hebt natuurlijk ook mensen die hier al 40 jaar wonen, maar echt heel erg op zichzelf zijn. De heer Timmermans: Je hebt ook mensen die staan al ongeveer al 10 jaar op de wachtlijst voor een woning en die hebben nog steeds geen woning. Dan is het de vraag, zijn ze dan geworteld, zijn ze niet geworteld? De heer Hoegee: Nee, maar dat is mijn vraag niet. Ik vraag u, hoe je dan objectief wil beoordelen of dat iemand geworteld is? De heer Timmermans: Ja, dat vraag ik ook een beetje aan u natuurlijk. Kijk, als u dat zelf niet ziet, als u zelf de problematiek niet ziet. De heer Hoegee: Nee, het gaat niet over de problematiek misschien. Want de problematiek die zien we allemaal, die zien we dagelijks.

We hebben te weinig woningen en te veel mensen die een woning willen. Ik heb het eerder ook al eens aangehaald in een vergadering. Komt voor dat er gewoon, mensen inschrijven op één sociale huurwoning. Dus dat dat beter moet, helemaal eens. En als u een zeg maar een legale manier hebt om mensen vanuit de gemeente voorrang te geven, vind ik dat ook goed. Maar u komt nu heel uitdrukkelijk met het voorstel om mensen die hier geworteld zijn vorm te geven. En ik vraag u van, wat is dan precies geworteld? Ja, en daar komen we eigenlijk niet uit, om dat object, dat te objectiveren. De heer Timmermans: Nee, dat klopt ook. Dat zit ook in uw mening verpakt, want uiteindelijk is het zo dat wij hier vaak wat anders in staan. Ik heb een aantal vergaderingen geleden heb ik het ook al een beetje ingebracht. Wij zien dat er andere mensen voorrang krijgen, die hier dus niet geworteld zijn in den beginne. Dus als de generatie laten we zeggen, als er twee, drie generaties hier wonen en dan dat je dan meer als 10 jaar op een wachtlijst komt te staan. Terwijl er mensen binnenkomen, binnenstromen die niet die lange lengte hebben van een wachtlijst en die dan wel een woning toegewezen krijgen, dan gaat er iets scheef. Of u bent het daar niet mee eens, dat kan natuurlijk ook. De heer Hoegee: Ik wil niet, geen van tweeën.

Ik weet niet of dat ik het er niet mee eens ben en ik weet niet of dat het scheef gaat. Want het is, feitelijk komt het voort uit landelijk beleid. De voorzitter: Mijnheer …

De heer Timmermans: Maar daar hoeven we nog niet blij mee te zijn. Als iets landelijk is, wil niet zeggen dat we dat blindelings maar moeten accepteren dat het zo is. De heer Hoegee: Nee, u hoeft er niet blij mee te zijn. Je hoeft het ook niet blindelings te accepteren. Maar feit is wel, dat je gewoon met de wet te maken hebt. De voorzitter: En om dit niet een gesprek van twee heren te laten zijn, gaan we nu naar mijnheer Bouman van het CDA. Dank u wel, mijnheer Hoegee. De heer Bouman (CDA): Dank je wel, voorzitter. Ja, de discussie heeft eigenlijk een beetje een iets andere wending gekregen dan ik oorspronkelijk dacht, toen het stond via bouwen voor onze eigen inwoners. Kijk, wij hebben al en ik denk hier dat het bijna misschien wel raadsbreed is, al vele malen gepleit, gezocht, gediscussieerd om te kijken, wat zijn de mogelijkheden in ons volkshuisvestingsbeleid om te kijken dat in elk geval senioren en starters hier ook inderdaad een passende woning kunnen vinden. Inmiddels geloof ik dat de nieuwe volkshuisvestingswet het ook mogelijk maakt om een derde van de huizen onder 335.000 euro koopprijs, om die ook toe te wijzen aan inwoners uit de eigen gemeente. Ik heb eigenlijk twee vragen. Ik heb eigenlijk als eerste een vraag wellicht aan het college.

Is er eigenlijk ook bekend hoeveel van de nieuwbouwwoningen die hier gerealiseerd worden in Altena, dat die naar inwoners uit Altena toegaan? Want misschien hebben we het wel heeft, kaart u hier een probleem aan wat in de praktijk geen probleem is. Dat los van het feit dat er nog steeds woningzoekenden zijn natuurlijk. Dus dat, die cijfers daar ben ik eigenlijk wel sowieso als die bekend zijn, dan zou ik die graag wel eens een keertje willen horen of dat inderdaad werkelijk zo is. Ja, en verder had ik eigenlijk ook de vraag aan u. Ja, eigenlijk, u noemt het nu niet zo maar volgens mij wilt u de discussie weer terug hebben van, ik wil eigenlijk statushouders geen voorrang geven voor woningen. Dat is toch eigenlijk wat u wil? Zeg het dan gewoon. Dat is dan toch veel makkelijker? Want u staat eromheen te draaien tegen de heer Hoegee. Benoem nu gewoon wat u bedoelt. Dat lijkt me veel makkelijker, want dan duren die discussies ook wat korter. Want daar hebben we al over gediscussieerd en daar heeft u onze mening over gehoord. De heer Timmermans: Soms brengen andere invalshoeken u tot een andere mening. Dus wellicht heb ik het niet alleen maar daarover. Dat zou ook kunnen, dat het niet alleen maar daar … Het is een constatering die … De heer Bouman (CDA): U zegt, wellicht, zou kunnen. U weet toch zelf waar u het over heeft? De heer Timmermans: Nee. Ik weet wel waar ik het over heb.

Maar het wil niet alleen zeggen, ik kan het de vorige keer hebben uitgesplitst specifiek voor de statushouders die dat is, die dus woningen toegewezen kregen. Daaruit kreeg ik van het college een andere presentatie, percentage te horen als wat bij mij bekend is. Maar goed, dat dat is dan even voorlopig tot rust gekomen in die discussie, zullen we maar zeggen. Maar dan los daarvan is dat we dit hebben, nog steeds het probleem hebben en wellicht niet alleen daar het probleem zit. Dus nu trekken we hem iets breder als alleen de statushouders. U weet ook dat ik samen met u in het verleden heb gesteund en gepleit heb voor het mantelwonen. Alleen ik ben een beetje bang dat op moment als wij ons steeds meer gaan inzetten voor het mantelwonen dat het meer verhuist, dat de eigen bevolking want dat is dus specifiek voor de eigen generaties. Je moet familiaire banden hebben om in de familie, in een mantelwoning te zitten. Dus daarmee creëer je dus wel die voorrangspositie voor je eigen inwoners door je eigen mantelwoningen te vullen. Maar daaruit komt er ook weer ruimte voor mensen die niet hiervandaan komen, oorspronkelijk om die juist te vullen in de sociale huursector. Dus je gaat je eigen probleem hiermee creëren.

De heer Bouman (CDA): Ja, goed. Even ter afsluiting dan, ter geruststelling van de voorzitter. Dat als het gaat om zoeken voor plannen en mogelijkheden waarbij wij inderdaad voor senioren en starters hier op de woningmarkt meer ruimte kunnen vinden, dan staan wij naast u zal ik maar zeggen. En ik denk dat de hele raad daar ook naar op zoek zal zijn en dat zal steunen. Als u via een omweg toch weer probeert dezelfde discussie aan te slingeren als de vorige keer, dan hebben wij hetzelfde antwoord ook als de vorige keer. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Ja, in het kader van gras voor de voeten wegmaaien was dat dit wel een mooie. Want inderdaad, de discussie over statushouders die kent u. De discussie over zo veel mogelijk woningen. Allereerst proberen aan te bieden aan mensen die hier ja, in uw woorden, geworteld zijn. Maar laten wij het dan gemakkelijker houden, mensen die nu in Altena zoekend zijn of woonachtig zijn. Dat hebben we geprobeerd met de huisvestingsverordening. Dat hebben we geprobeerd door bij wijze van spreken de woningen die op de markt komen, eerst zeggen we lokaal te adverteren, voordat ze naar een groter gebied uitstralen. We doen alles wat binnen het mogelijke ligt. Daar steun ik de heer Hoegee ook van ja, er zijn ook gewoon kaders waar de gemeente zich aan moet houden.

Dus binnen die kaders moeten wij ons wel bewegen. En daarbij, als het gaat over bijzondere doelgroepen die we moeten bedienen. U geeft aan, misschien al heel lang op een wachtlijst staan. Ja, daar hebben we ook onze Woonvisie voor. We hebben ook bij elk woongebied wat we gaan ontwikkelen, roepen we elke keer, we gaan voor de actuele lokale behoefte bouwen wij die woningen. Dus volgens mij heeft u hier en ik durf het ook wel te zeggen, raadsbreed eigenlijk doen wij al het mogelijke om juist wat u aangeeft ja, wie hier geworteld is voorrang te geven. U geeft aan, er ligt grond genoeg. Ja, dat is vaak wel een van de problemen. Zie dat we nog steeds overal wet voorkeursrecht moeten vestigen, voordat we een plan kunnen ontwikkelen. Maar goed, u geeft aan er is grond genoeg. Dat zal dan zo zijn. Er is zeker vraag genoeg. En waar het ons in ieder, waar het mij, ons in ieder geval wringt is dat u dat beeld, dus dat er heel veel mensen op een wachtlijst heel veel mensen zoekend zijn. Dat u dat nu toch weer via weliswaar een wat kronkelig paadje, probeert terug te brengen tot de discussie die we inderdaad een aantal weken geleden gevoerd hebben. Want het gaat over statushouders, want die krijgen inderdaad voorrang. Maar dat heeft ook een reden. En dat heeft ook een reden, dat wij dat volledig ondersteunen. En deels daarvan is ook gewoon een wettelijke verplichting.

Dus laten we de discussie niet overdoen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Alderliesten: Ik heb bewust die kant op gekeken, anders had ik afgekapt geworden. Dank u wel. De voorzitter: U kent mij een beetje. Ik ken u ook, mijnheer Alderliesten. Mijnheer De Raad. De heer De Raad: Ja, dank, voorzitter. Eigenlijk heb ik niks meer toe te voegen aan degenen die voor mij gesproken hebben. Maar ik had nu eenmaal de reis al eenmaal gemaakt naar dit spreekgestoelte toe. Dus wil ik toch nog even van de gelegenheid gebruikmaken om ook namens SGP nogmaals ja, afstand te nemen van dit onderwerp in de zin van, hebben een aantal weken geleden hebben we hierover gesproken. Voorrang voor eigen inwoners hebben we als SGP ook al een aantal keer aandacht voor gevraagd. Volgens mij doen we daarin wat mogelijk is. Is er meer mogelijk, hoor ik het graag, staan wij aan uw zijde. Als we het hebben over statushouders, arbeidsmigranten waar u, dat kwam uiteindelijk ook in uw beantwoording toen straks naar voren dat daar uiteindelijk dit punt ook alweer op gestoeld is. Neem ik daar nogmaals afstand van en zijn wij als SGP van mening, dat we ook ruimte moeten bieden voor mensen die echt voor van allerlei zaken op de vlucht zijn. Dus niet uiteindelijk voor economisch gewin, maar wel in oorlogssituaties of wat dan ook. Mensen die naar Nederland komen, moeten we ruimte voor bieden.

Zijn we wettelijk verplicht, staan we ook als SGP

achter dat we dat ook op die manier blijven doen. Dus nogmaals, als er mogelijkheden zijn om te kijken eigen inwoners ten opzichte van mensen uit de Randstad of wat dan ook, moeten we naar kijken. Doen we volgens mij al alles wat mogelijk is. Maar niet weer aankomen met statushouders en dat uiteindelijk in een verhaaltje verpakken en hier weer naartoe brengen. Dan vindt u ons niet aan uw zijde, heer Timmermans. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Ja, over de statushouders, et cetera is voldoende gezegd. We kennen uw stokpaardje. U kent ook ons verhaal. Maar meer bouwen voor eigen inwoners is wel degelijk mogelijk naar onze mening. Maar dan moet je de woningmarkt niet meer als markt zien, want een markt is gewoon openbaar en dat weet u ook. In een markt mag iedereen bieden en verkopen zoals dat gaat. Als we veel meer inzetten op collectief, of particulier ondernemerschap, op wooncoöperaties dus vormen waarbij je maatschappelijk betrokken bent bij hetgeen wat er gebouwd wordt. Kleine hofjes voor ouderen die lokaal een plek zoeken. Zoek die mensen bij elkaar en maak met die mensen een project, dan heb je kansen om meer lokaal te doen. Maar dat vraagt wel wat van de inwoners, dat vraagt meer inzet, dat vraagt anders denken. En ik weet dat we in Altena ook nog niet zover zijn.

Maar als we dat echt stimuleren, zijn er veel meer mogelijkheden om lokaal te bouwen voor lokale mensen. Maar dan moet je ze wel aan de voorkant betrekken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank, voorzitter. Ik wil me aansluiten met de heer Duizer. Maar ik heb eigenlijk toch nog wel een vraag. We willen natuurlijk voor onze eigen inwoners zo goed mogelijk bouwen, stelt u voor. Maar als we goedkoop gaan bouwen voor onze eigen inwoners en over een jaar daarna staat het bord weer in de tuin. Waar blijft de winst dan voor onze lokale mensen? De voorzitter: Mijnheer Timmermans, er is nog een vraag voor u. De heer Timmermans: Ja, je mag, daar mag je dus wel iets over afspreken. Daar zijn ook vormen van die volgens mij al in het verleden al vaker voor zijn gekomen als ze binnen één of twee jaar hun huis verkopen, dat ze dan een soort boeteclausule moeten betalen. Dus dat is gewoon, dat is wettelijk gewoon geregeld, dat mag gewoon. Maar inderdaad, mijnheer Duizer. Ja, ik word ook een beetje weer in die hoek gedrukt. Dus u kent allemaal mijn standpunt omtrent dit ding wat betreft statushouders. Maar dat was eigenlijk niet mijn bedoeling om die kant weer op te gaan. Het zit er wel bij, dat telt bij mij wel mee, maar het was niet specifiek daarvoor bedoeld.

Ik merk bij sommigen dat het toch weer, dat ik alleen in die hoek gedrukt word terwijl dat ook niet helemaal klopt. Dus ik wil dat wel een beetje nuanceren. Maar ik ben eigenlijk ook benieuwd naar of dat het ook daadwerkelijk is wat er links en rechts geschetst wordt, dat wij al zo veel mogelijk al doen om het lokale mensen voorrang te geven. En wat daar de beleidsdingen voor zijn. De voorzitter: Dan stel ik voor dat we nog even kort naar het college luisteren op dit punt en dan dit debat hierover afronden. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank, voorzitter. Ik zal het inderdaad kort houden. Ook zeg ik om twee redenen. Dat is A, volgende week dinsdag hebben wij een sessie georganiseerd samen met de griffie om jullie bij te praten over alles wat met wonen te maken heeft. Dus daar komt dit thema ook voorbij. En twee, heeft deze portefeuillehouder een toezegging gedaan om voor 1 juli de raad te informeren over mogelijkheden, onmogelijkheden die er nog meer zouden kunnen zijn om voorrang te kunnen bieden voor eigen inwoners. Dus en dat, de Rib is wat dat betreft ook onderweg. Dan nog even heel kort, voorzitter. De heer Bouman

stelde de vraag, heb je een beetje gevoel bij het aantal nieuwbouwwoningen wat toegekend wordt aan inwoners van Altena? Dat is ongeveer twee derde. Twee derde, 67 procent. En ja, ik zal het even andersom voor … Ik ben blij dat hij nu geland is. Bij de Raadsinformatiebrief zitten overigens een aantal regionale onderzoeken die ook gedaan is in Baronie, of in SRT-verband waardoor je ook een beetje een beeld krijgt hoe Altena scoort. Dat is mijn tweede punt, voorzitter en dan stop ik. Als je kijkt naar het aantal verhuisbewegingen binnen eigen gemeente is dat in Altena ongeveer 60 procent. En als je dat dan afzet ten opzichte van de 18 gemeenten binnen de SRBT, dan zijn er twee gemeenten en dat zijn dus de twee steden niet geheel heel toevallig denk ik, Breda en Tilburg die hoger zitten dan die 60 procent. Maar alle andere gemeenten zitten daaronder en sommigen zelfs fors onder. Doe je dan voldoende? Ja, voorzitter. Ik denk dat dat een discussie is die we met elkaar moeten voeren, ook volgende week naar aanleiding van de Raadsinformatiebrief. En mijn allerlaatste opmerking is, wij zitten dus ruim boven de 50 procent. Als het 60 of 67 procent is, hangt een beetje af van huur of koop. Je mag als je zou kiezen voor het vastleggen van een percentage in een huisvestingsverordening, niet meer dan 50 procent benoemen.

En wij zitten de laatste jaren maar dat blijkt ook uit het onderzoek, fors boven die 50. Dat wil niet zeggen dat ik, dat het college van mening is dat je dat niet vast zou moeten leggen. Maar het effect daarvan is dus echt beperkt, want je mag gewoon tot maximeren tot 50 procent. Maar verder praat ik er graag volgende week over, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer Timmermans, voldoende debat over gevoerd? De heer Timmermans: Voldoende debat, maar ik wil wel de opmerking maken dat de wethouder in ieder geval sportiever oppakt mijn opmerking als de rest van de raad. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar 4.2 de Reserve woonomgeving is voor betaalbare woningen. SGP, mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja, voorzitter, zo hebben wij hem aangekondigd. En ik moet eerlijk zeggen bent u niet gewend van de SGP, het is ook voor een deel een beetje bluf. Dus het vereist wat toelichting, want er staat natuurlijk de reserve woonomgeving die wordt geschrapt. Dus dan wordt hij gestort in de algemene reserve en dan staat erbij, komt uit de tijd van Werkendam. En ja, het doel is niet meer te achterhalen, of is niet bekend. Nu weet ik dat in Werkendam in november 2017 een besluit genomen is en dat had te maken met verkoop van grond voor het nieuw Goezate. Die liet een oude locatie achter en daar moest betaalbare woningbouw komen. Betaalbaar, sociaal, sociale huur.

En daar is een volgens mij hebben we het wel eens keer meer gehoord, compensatie, een afkoopsom voor betaald. Die is ergens gestort en ik heb zeer sterk het idee, dat dat dit geld is. En ik zou eigenlijk graag de komende week verder daarover even willen in gesprek willen of zoeken en de stofkam hier door het raadhuis halen. Want als dat gewoon dit geld is en als het niet in dit potje zit, moet het in een ander potje zitten. Dat willen wij toch echt wel gewoon blijven bestemmen voor het doel waar het toen voor bedoeld is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik was even bang dat u voor een persoonlijk raadsonderzoek ging pleiten op dit punt, maar dat … U wil? Ja, ja. Mag u blijven staan, mijnheer Versluis. Want als u iets inbrengt, dan mag u blijven staan. Anderen op dit punt? Nee. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Nee, ik denk dat er niet zoveel te vragen is. Ik denk dat we eerst even moeten kijken, of dat mijnheer Versluis erachter kan komen hoe dat nu precies zit met dat geld in het potje en waar het vandaan komt. En dan kunnen we de discussie verder voeren, denk ik. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Bouman.

De heer Bouman (CDA): Ja, dank je wel, voorzitter. Nou. Wij kennen die geschiedenis uiteraard niet zo goed als de heer Versluis, die dat uit zijn Werkendamse geschiedenis kan ja, hier te berde kan brengen. Met de nodige bluf, zoals hij dat dan zelf zegt. Ja, in principe ja, wij wachten het antwoord ook wel even af. Tegelijkertijd, ja, voor ons zou het geen principieel probleem zijn, om dat dit naar de algemene reserve toe gaat. Als er, want er liggen nu ook geen concrete plannen zal ik maar zeggen in die richting. En als er een keer een concreet plan zou komen, dan kan er wat ons betreft ook altijd wel weer iets uit de algemene reserve gehaald worden. Maar het is dan in elk geval vrij besteedbaarder als dat het geoormerkt is voor iets heel specifieks. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Zullen we naar het college gaan? Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, voorzitter. Ik sluit me maar even heel snel aan bij de laatste spreker. Dat is eigenlijk ook de mening van het college, vandaar dat wij met dit voorstel gekomen zijn. Als de heer Versluis vraagt van, ga even met mij door de stofkam om nog even te kijken hoe de dat potje ontstaan is, dan komen we daar uiteraard in uw richting op terug. Doet niets af van de stelling van het uitgangspunt van het college, die aansluit bij wat de heer Bouman net heeft gezegd. De voorzitter: Mijnheer Versluis, het woord is aan u.

De heer Versluis: Ja, goed, ik ben het er natuurlijk mee eens. Kijk, een bestemmingsreserve die geen nut meer heeft, die valt vrij in algemene reserve. Maar dan kunnen we natuurlijk wel heel veel opheffen, degene die we de laatste tijd niet meer gebruiken. Maar goed, ik ga in ieder geval even zoeken. En als dat zo is. Ik vind gewoon, we hebben het voor een bepaald doel bestemd. Het zijn kortingen op grondprijs voor sociale huurwoningen, wat dan ook. Dan is dat echt wel een heel vast doel en dan zouden we die daar toch ook eigenlijk weer voor moeten bestemmen. Maar ik denk, dat het nog wat zoeken gaat kosten in mijn persoonlijk archief en in het gemeentearchief. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Overigens stond in de Kadernota dat het college inderdaad voorstelt om een flink aantal van die bestemmingsreserves op te schonen, maar dat voor de lezer thuis ook of voor de luisteraar thuis. We gaan wat mij betreft naar 4.3 en dan is het CDA aan het woord over Uit dit leven, maar niet uit ons hart. Mijnheer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Op 25 mei jongstleden heeft het Seniorenplatform Altena ons als raad benaderd met de vraag om bij het ruimen van graven een monument op te kunnen richten. Hier zouden in het verleden afspraken over gemaakt zijn. Op dit moment zijn er op verschillende gemeentelijke begraafplaatsen monumenten als markering van een verzamelgraf.

Deze zijn echter zonder naamsvermelding. CDA-fractie stelt voor om op elke gemeentelijke begraafplaats nabestaanden de mogelijkheid te bieden, om tegen betaling een naamsvermelding met geboorte- en sterfdatum op een bord te laten plaatsen. Een voorbeeld zoals dit in de gemeente Waalwijk wordt aangeboden, zal de griffie ons nu laten zien als het goed is. Zoals u kunt zien, hebben we het hier niet over een uitgebreid monument, maar het biedt wel de mogelijkheid voor een blijvende herinnering. De kosten die hiermee gemoeid zijn kunnen worden verrekend met de betalingen voor de afschaf, aanschaf van de naamsvermeldingen. Graag hoor ik van andere fracties wat ze hiervan vinden. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. In onze, in mijn herinnering is dit ooit al een keer naar voren gebracht dit idee. Wij gingen er eigenlijk vanuit dat het al toegepast werd, maar dat blijkt dus niet zo te zijn. Dus wij ondersteunen dit van harte. Het is zeer piëteitsvol, het biedt mogelijkheden. Het is niet verplicht,

dus mensen kunnen daar vrijwillig gebruik van maken, of niet. Het kan niet zo zijn dat dat een grote bezuiniging is om dat niet te doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het inbrengen van dit onderwerp. Als Progressief Altena vinden we dit een heel mooi idee. Ik schrok alleen toch een beetje van het bord uit Waalwijk, met excuses. Wij dachten eerder aan een invulling door bijvoorbeeld een lokale kunstenaar om daar iets moois van te maken. Zeg maar iets wat eigen is, wat ook het verhaal van Altena misschien zelfs wel die plek kan vertellen en dat zo meenemen. Maar een, we kijken uit naar uw voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja, ik zat van de week nog even te bladeren in het concept Actualisering Beheersplan Begraafplaatsen. En ik zie in ieder geval dat het voornemen van het college is om iedere, op iedere begraafplaats in ieder geval een herdenkingsmonumentje op te richten. Dus de, dan zijn we er in ieder geval, dan hebben we dat overal algemeen. Dus niet meer hier en daar nog. Dus dat zou voor een deel al een stukje antwoord zijn op de vragen die u stelt. Moet zeggen van, wij hadden als fractie nog niet helemaal zo beseft dat dit punt op deze manier, dus we hebben er ook nog niet echt heel diepgaand over nagedacht.

Enerzijds is het natuurlijk zo van, je koopt een graf of je verlengt het graf nog. Ja, en als daar niet voor gekozen wordt en een graf wordt geruimd en moet je daarvoor dan weer een nieuw monument oprichten met naam? Zit daar dan ook niet een bepaalde keuze in? Maar nogmaals, we zijn er niet, nog niet helemaal uit als fractie en als daar een concreet voorstel gaat komen, zullen we dat op dat moment met elkaar beoordelen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank, voorzitter. Ja, hier kunnen we natuurlijk nooit op tegen zijn. Als er behoefte aan is, dan moeten we dat gewoon doen. En ik zou zeggen, succes ermee. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hoegee, u hoeft niet verder te lopen. De heer Hoegee: Ja, niet op voorhand op tegen. Wel ook met wat mijnheer Versluis zegt, als mensen er bewust voor kiezen om een graf te laten ruimen. Moet je dan weer aan de gang voor nog weer een ander gedenkteken? Dat zitten we een beetje op de wip, maar … De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ja, in beginsel ben ik tegen het ruimen van graven, dus dat is, dat is sowieso een standpunt. Maar als dit helpt voor bepaalde mensen die dan zeggen van, dat wil ik dan nog wel, dan ben ik er niet op tegen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans.

Mijnheer Vos, zullen we naar het college luisteren en dan mag u afsluiten? Wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Ja, voorzitter, dank u wel. Het werd vanuit de SGP en vanuit de ChristenUnie eigenlijk al aangegeven dat er ligt, er liggen al wat beleidslijnen hierover. Het onderwerp is namelijk in lijn met het Beleidskader Gemeentelijke Begraafplaatsen 2140. Daarin is opgenomen dat op elke begraafplaats waar n of meer verzamelgraven voorkomen, één plek wordt gecreëerd waar nabestaanden overledenen kunnen

gedenken die zijn overgebracht naar een verzamelgraf. Dan vraagt u zich af, mijnheer Vos, waarom dat dat natuurlijk nog niet is gebeurd? Dat is tweeledig eigenlijk. Ten eerste is de uitwerking van dit onderdeel nog niet opgepakt, omdat er eerst andere projecten uitgewerkt zijn. Denk aan de uitbreiding van de begraafplaats in Woudrichem, Rijswijk en nu in Veen. Ja, en daarnaast eigenlijk simpel, omdat er nog geen budget beschikbaar voor is. Dus tot zover even de bijdrage van het college, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Vos, u heeft voldoende informatie om … De heer Vos: Ik heb voldoende informatie. Grotendeels positief richting Progressief. Misschien dat we met een kunstenaar best iets anders kunnen doen en ik denk dat het kostenneutraal zou kunnen. En wij zullen hierop terugkomen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Gaan we naar 4.4 Begraafplaatsen kwaliteitsniveau. SGP, mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja, voorzitter. Ik kreeg eigenlijk net het idee, dat we volgens mij nog nooit zo vaak in één vergadering nagedacht hebben over de tijdelijkheid van het leven. Is op zich wel bijzonder en ook wel eens goed. Begraafplaatsen. En dan gaan, we hebben het geagendeerd als kwaliteitsniveau van weer onderhoud en de hoogte van de lijkbezorgingsrechten. Dus dat is gecombineerd.

Op zich lezen wij dat er bespaard kan gaan worden op het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen. Alleen daar zouden wij toch wel, we zijn een beetje beangst, in ieder geval er wordt voorgesteld dat er een efficiencyslag kan plaatsvinden, dus met behoud van de kwaliteit tegen lagere kosten. Daar zijn we als SGP natuurlijk enthousiast over als dat gewoon kan. Dus door te besparen en hetzelfde te krijgen of liefst nog beter. Want ja, als de kosten verlaagt, gaat de kostendekking omhoog. Dus dat dat vinden we alleen maar positief. Maar goed, het CDA die heeft recent natuurlijk ook een aantal vragen gesteld, er zijn nog geen antwoorden op gekomen. En wij hoorden dat ook steeds vaker om onze. Maar dat in ieder geval het kwaliteitsniveau van de huidige begraafplaatsen nu niet altijd het niveau haalt, wat we hebben afgesproken. Dus wij maken ons wel zorgen erover dat dit alleen maar een efficiencyslag is en dat dit geen kwaliteitsvermindering is, want dan zijn we er niet enthousiast over. Dus daar willen we eigenlijk toch wel met elkaar nog eens goed naar kijken. En het tweede puntje en dan haken we maar gelijk aan, die komt natuurlijk eigenlijk min of meer ook programma zes terug, maar we hebben hem hierbij gezet, de lijkbezorgingsrechten. Er wordt in het meerjarenperspectief aangekondigd dat deze vanaf 2027 fors verhoogd zou kunnen gaan worden.

150.000 euro per jaar, dat is ongeveer 15 procent verhoging. Ja, goed, ook gelet op de eerdere stellingname die wij ook telkens als SGP naar voren brengen, zijn we daar gewoon geen voorstander van. Of laten we het simpeler zeggen, zijn we tegenstander van om het in ieder geval met 15 procent te verhogen. Wij zijn van mening dat begraven betaalbaar moet blijven. En dat, dan ga je het wel heel erg in gevaar brengen door de tarieven met 15 procent te laten stijgen, ook al is dat nog maar een voornemen. Maar we willen er toch in ieder geval vanaf 2027 alvast deze kanttekening bij maken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ik moet opmerken. Het komt niet vaak voor, maar ik ben het volmondig eens met de heer Versluis. Want inderdaad ik heb ook geconstateerd, dat de begraafplaatsen links en rechts echt niet al te best bij liggen qua onderhoudsniveau. Dus ook die constatering heb ik ook gedaan. En ik ben ook bang als daarop bezuinigd wordt, dat dan zeer zeker niet beter wordt, eerder nog slechter. Dus dat beangstigd mij ook een beetje. En daarop aanhakend voor de lijkbezorgingsrechten. Inderdaad, het moet betaalbaar blijven, want wat gaan we anders creëren?

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, eigenlijk hetzelfde verhaal. We hebben al eerder gepleit voor het niet sneller verhogen van lijkbezorgingsrechten. En wat ik nog wel opmerken, wil opmerken. Als er een benchmark gedaan wordt, dan moet je wel appels met appels vergelijken, geen appels met peren. Want er zijn gemeentes die onderhouden ook het grafmonument van particulieren. Dat doen wij niet volgens mij. Dus het is heel lastig vergelijken per met verschillende gemeentes. En wat het onderhoudsniveau betreft. Ik heb het pas zelf ook geconstateerd. Dat leek wel een natuurbegraafplaats aan het worden, maar dat zou een fundamentele keuze zijn. En ja, volgens mij zijn we zover nog niet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Voor wat betreft groenonderhoud, eens. Dat moet gewoon, zeker op een begraafplaats moet dat netjes zijn. Wat betreft lijkbezorgingsrechten hadden wij op een gegeven moment een ander idee. Want als je kijkt naar zeg maar de kosten die gerekend worden in de gemeente, dan zien we in de getallen dat dat dan maar voor 60 procent kostendekkend is. Maar als je het niveau van de tarieven vergelijkt met andere gemeentes, dan is het niet dat wij dan zo verschrikkelijk veel goedkoper zijn. Misschien wel iets goedkoper, maar niet heel veel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15761623/1