2025-03-18 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mevrouw Maris, mag uw termijn beginnen en u kunt meteen reageren. Mevrouw Maris: Ik kan dan gelijk reageren. Dank u wel, voorzitter. Ik ben in ieder geval blij dat we gewoon weer bij de inhoud van dit debat zijn uitgekomen, want dat, daarvoor staan we hier tenslotte ook met elkaar. Ja, ik denk, dat wij als raad inderdaad een beslissing moeten nemen. Dat ondersteun ik ook. Er moeten gewoon keuzes gemaakt worden. Keuzes die wij maken in de raad zijn kaderstellend, inderdaad. Wij kunnen ook terugkomen op onze beslissing die we eerder hebben genomen. Ik denk dat het vooral heel goed is om elke keer goed te kijken, voor welk besluit staan we nu? Welk proces gaan we in? En wat is dan op dat moment het goede besluit om te nemen? En Progressief Altena wil daar altijd naar kijken en gaat ook graag het gesprek aan. Want het zou toch wat zijn, zeg. Als we al van tevoren wisten waarop we gingen stemmen, dan hoefden we heel de raadsvergadering niet te houden. Dan konden we, dan kon je dat ook allemaal niet met elkaar doen. Ik vind het juist belangrijk om het gesprek hier met elkaar te voeren, zodat we kunnen kijken, waar kunnen we elkaar vinden? Waar kunnen we elkaar vinden voor om het goede te doen voor Altena? Daar zijn we altijd toe bereid om daarnaar te kijken en dat ook in gezamenlijkheid met ons af te wegen.
En dat dit een duur pand is, dat dit een ongeschikt pand is. Dat hebben wij natuurlijk in 2018 al met elkaar gedeeld. De voorzitter: Mijnheer Timmermans bij interruptie. Mevrouw Maris: Oké. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, wil ik toch even op reageren. Want die beslissing om dan dat toch maar niet te doen en toch daar weer daarvan af te wijken. Wat is er mis met een kijk, ik doe niks af aan het collegevoorstel, wat ik niet eens weet wat er gaat komen natuurlijk. Maar u zegt, ja, met een voorstel en dan komt het dadelijk. Maar dit is gewoon los daarvan, het gewoon belichten van uiteindelijk wat jullie zelf ooit hebben geroepen. En als je dan zegt van ja, we zijn veranderd, we zijn aangepast, we zijn zo en zo. Ja. En als we van tevoren wisten hoe iedereen zou stemmen, dan had het niet meer gehoefd. Maar zo voelt het dan ook wel, voorzitter op het ogenblik als je gewoon met een open voorstel komt, met een open en eerlijke instelling een motie opstelt. Dat je zegt van, laten we dan raadsbreed gewoon één op één belichten wat we aan het doen zijn. En dan wordt het ja, lijkt wel op coalitie-achtig afgeknald. En dan zeg ik, dan zal ik een lesje democratie aan jullie geven, in heel korte woordjes. De democratie zijn twee wolven en een schaap, die samen overleggen wat ze gaan eten. De voorzitter: Ik ben benieuwd of de mensen van Politiek Actief die cursus, deze ook snappen.
Mevrouw Maris, ga uw gang. Mevrouw Maris: Ja, met dit soort vergelijkingen ben ik gelijk als vegetariër enigszins van mijn à propos geraakt. Maar goed, dat geheel even terzijde. Maar goed, hier kan toch al eens gezegd worden. Waar het om gaat is, dat we als raad een proces hebben ingezet. En dit was een moeilijk proces al tot nu toe. We hebben in de vorige vergadering op besloten 17 december, om het college de ruimte te geven, een ontwerp te maken. En het college is daar nog mee bezig. Ik denk dat ik daar vooral aan hecht, of dat Progressief Altena ook hecht aan het goed uitlopen van het proces, dat we met elkaar hebben afgesproken. En dat is namelijk, dat het college de ruimte krijgt om met een voorstel te komen. Dat voorstel is er nu nog niet. We hebben wensen en bedenkingen gegeven en ik wacht, wij wachten gewoon dat voorstel af hoe dat eruitziet. En dan is het gesprek over uw motie wat ons betreft weer actueel. De voorzitter: Mijnheer Timmermans.
De heer Timmermans: Ja, dank u, voorzitter. Ja, u, even om op het laatste aan te haken. U zegt, ik wil afwachten tot dat voorstel. Maar dan ligt er dadelijk een voorstel. En bent u het dan met mij eens, dat het dan niet meer terug kan? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dat ben ik niet met u eens, want wij wachten nog steeds op de doorrekening, de financiële doorrekening van dat nieuwe plan. Dat hebben we ook gevraagd. Dat krijgen we nog en we zullen dat dus op zijn inhoudelijkheid en op zijn financiële consequenties gaan doorrekenen en besluit nemen. De voorzitter: Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Ja, maar dit is, als ik mag, voorzitter. Ja, maar dat is toch een beetje flauw, want u weet toch voor 90,95 procent al waar het college mee komt. Dat hebben ze toch niet voor niks gepresenteerd. U weet welke aanpassingen ze gaan doen aan het pand, heeft u tekeningen van gezien. U heeft een grove financiële doorrekening gezien. Daar zitten ze echt een half miljoen naast, want ze kunnen best goed rekenen, denk ik. Dus u weet wel waar het college mee komt. VVA weet dat ook. En die zegt van ja, god, dat heb ik gezien. Dat hebben we bekeken. Wij willen daar graag een alternatief naast hebben. Dat is niks mis mee.
Mevrouw Maris: Nee, daar is op zich ook niks mis mee, maar wij vinden het op dit moment in het proces geen goed voorstel. Wij willen eerst inderdaad afwachten. Ik heb tijdens de Tafel ook gezegd, dat er nog ongeveer 2 miljoen wellicht in bezuinigingen aan toegevoegd kunnen worden, maar dat moet dan nog wel eerst zichtbaar worden in het plan. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman (VVD): Dat is natuurlijk niet waar, voorzitter. Want er kunnen realistisch gezien niet nog 2 miljoen aan bezuinigingen worden toegevoegd, want dan had het college dat al lang aan ons gepresenteerd. Dus daar kunnen alleen nog maar van die nep bezuinigingen aan worden toegevoegd, die we eerder ook al hebben gezien. Waarvan we met zijn allen hebben gezien van, jongens, waar zijn we nu toch mee bezig, dat zijn nep bezuinigingen. Dus u weet heel goed voor 90, 95 procent, waar het college mee komt. U heeft gewoon geen zin om dit voorstel van de VVA te steunen, omdat u dat niet mag. Maar dat is niet erg, moet u dat gewoon toegeven. De voorzitter: Mijnheer Duizer ook nog even. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Dan ben ik erg benieuwd of Progressief Altena als die bezuiniging van 2 miljoen niet komt, of u dan in april gaat tegenstemmen. Mevrouw Maris: Dat ben ik ook, inderdaad. We wachten dat voorstel graag af.
Het is altijd duidelijk geweest, dat wij hebben gezegd, de stap van 7 miljoen naar 14 miljoen is voor ons heel erg lastig. Wij willen graag die bezuinigingen zien. Wat dat betreft hebben wij een consequente lijn in deze raad gevoerd altijd over deze besluiten. De voorzitter: Mijnheer Duizer nog een keer. De heer Duizer: Dan reken ik daarop bij de bestemming in april.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Gammeren, u stond al een tijdje te trappelen in de coulissen hier achter mij. Ik werd er zelf zenuwachtig van, maar … De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. De reden dat ik zo zenuwachtig was is, dat wij vorige week opgebeld werden door de webmaster van onze website, SGP-website. Die zei van, Corné, er is iemand die ons verkiezingsprogramma heeft gedownload. En ik vroeg me echt af, wie is dat geweest? Maar vanavond kwam de aap uit de mouw, het is de heer Timmermans. En de heer Timmermans zal ongetwijfeld gezien hebben dat wij met de verkie… met het ingaan van de verkiezingen bijna vier jaar geleden hebben voorgesteld, om naar een centrale plaats te gaan waaruit, vanuit al onze werkzaamheden, ambtelijk en bestuurlijk gedaan worden. Die lijn hebben wij ook altijd vastgehouden. En ja, dat is geen makkelijk proces geweest. Nee, daar hebben wij stevige debatten over gevoerd. Maar het proces loopt nog. En het college is nog druk bezig. En wat ons betreft laten we dat rustig zijn werk doen. Dus nee, die motie, die zal niet naar de SGP toegeschreven zijn, denk ik. En ik hoop ook niet dat u hem voor ons gaat veranderen, want wij zullen alle vier hoofdelijk tegenstemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Van Gammeren. Mijnheer Timmermans, u mag nog interrumperen.
De heer Timmermans: Het klinkt gezellig, hoor, dat die al tegen gaat stemmen, wel leuk. Want dan mag hij ook uitleggen aan zijn eigen kiezers, want het was dezelfde heer Van Gammeren die dus de vorige keer het voorstel opknipte in verschillende delen, om daar maar een, hoe noemde hij dat? Een cascobouw. Casco. Ja, u weet waarschijnlijk zelf niet wat casco is, lucht-, wind- en waterdicht, maar daar komt het dan op neer. En dan gaan we maar 9 miljoen voteren. Was uw, uw woorden waren dat dus. En dan in één keer dan toch in december, ja, dan valt het toch tegen. Ja, dan doet u toch weer mee met ja, de meerderheid zullen we dan maar zeggen. Met het CDA. U doet dan toch weer mee. Daar ben ik u wel dankbaar voor, dat u dan toch nog ziet, oh verdraaid, we trappen op de rem, want het gaat inderdaad niet de goede kant op. Ja, u heeft nog steeds die 9 miljoen gevoteerd. Die staat nog steeds open zeg maar, bij het college. En dan los daarvan, dus dat wilt u wel opknippen, want dat kunt u niet uitleggen aan uw eigen kiezers. En vervolgens … Ja, u hoeft het niet uit te leggen aan de kiezers, want die stemmen toch wel op u. Maar de andere kant is, u knipt het op. En vervolgens dan zegt u niet van, mijnheer Timmermans, ja, kom nu met een alternatief voorstel om gewoon eens te bekijken wat het dan uiteindelijk wel kost. Hele rare vraag is het niet.
En dan toch stemt u ja, hier stemmen vier hoofden tegen. De voorzitter: Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijnheer Timmermans, die gaat nu de discussie een beetje vertroebelen met de knip van september erbij te halen. Ja, die knip van september, dat was een trap op de rem. Zo mag u dat zien. Daar hebben we in ieder geval vorige week daar ook de resultanten van gezien. Dus we zijn in ieder geval blij, dat het in ieder geval geld heeft opgeleverd. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Van Gammeren: Kijk, het wordt nog steeds gezelliger. De heer Bouman (VVD): Nee, de resultanten van uw gekke knip, die heeft u al eerder gezien in het voorstel met die belachelijke nep bezuinigingen. Toen heeft de rest een beetje op de rem getrapt en toen luisterde u eindelijk. Zo was het volgens mij gegaan.
De voorzitter: Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik denk dat deze week nog een keer ons verkiezingsprogramma wordt gedownload, nu door de heer Bouman. Wij zijn altijd voorstander geweest, mijnheer Bouman en ik kan het u wel citeren, van één centrale locatie. En ja, dat daar uiteindelijk daar de middelen voor gevoteerd moeten worden en de discussie gaat lopen, hoe dat uiteindelijk in de uitvoering gaat zien. Dat gaan we meemaken. Maar dat proces, dat loopt en dat gaan wij niet verstoren. De voorzitter: Mijnheer Timmermans, is dit nog bij interruptie? Want u heeft nog een termijn. De heer Timmermans: Nee, dat hoef ik niet. Ik pak gewoon alleen de interruptie. Mijnheer Van Gammeren, als u zegt dat u alles onder één dak wil. Dat betekent dat u inderdaad dadelijk die mensen die uit Wijk en Aalburg komen, hier onder één dak wil. Maar betekent dat dan ook, dat er uiteindelijk die mensen vanuit De Werf hier onder één dak komen bij u? Want u zegt, alles onder één dak. Dus … De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Timmermans: Dan wil ik u dan toch horen verleiden tot een uitspraak. De heer Bouman (VVD): Ik denk, dat hij daar wel ja op gaat zeggen, want zoveel ambtenaren zitten daar doorgaans niet. Dus dat scheelt. Maar kijk, heer Van Gammeren, u mag van mij best voor één locatie zijn, hoor. Dat maakt ons echt niks uit.
Weet je, dat is gewoon een valide argument. Als u zegt van, ik vind het belangrijk dat alle ambtenaren bij, gezellig bij elkaar zitten. Dat mag, mag u vinden. Dat is ook helemaal niet wat ik wou zeggen. Wat ik wou zeggen is, dat u met die knip gewoon een ontzettend gek besluit genomen heeft, wat geleid heeft tot een gek voorstel met gekke nep bezuinigingen, wat alleen maar bijgedragen heeft aan de vertraging en de verwarring. En dat we die met zijn allen hebben moeten corrigeren. Dus u was met die knip echt niet goed bezig met uw rem. U, ja, ik weet niet wat u deed. Ja, u zat aan het stuur en die ging een rare bocht en u knalde tegen een boom. Dat is wat u heeft gedaan met uw knip. De voorzitter: Mijnheer Van Gammeren, laatste woord is aan u. De heer Van Gammeren: Kijk, voorzitter, het is altijd fijn om het laatste woord te hebben. Ik probeer me dan eventjes te beperken tot de inhoud weer van de motie. En ik ga nu niet die knip verdedigen. Ik denk, dat we daar in december een hele uitgebreide discussie over gehad hebben. En wellicht komt hij nog een keertje terug. Fijn, mijnheer Bouman, dan hebben we elkaar daar weer. Op dit moment ligt de motie voor. En daarvan heb ik net de uitslag al voorspeld dat er vier mannen namens de SGP tegen zullen stemmen, hoofdelijk dan wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Mijnheer Timmermans, u heeft nog een termijn.
Ik neem aan, dat u de motie in stemming wilt gaan brengen. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Maar omwille van het schaap wat dadelijk opgegeten gaat worden door de wolven, wil ik toch wel vijf minuten schorsing vragen voor aanpassen, corrigeren naar mijn medeoppositiegenoten om hem scherp te stellen en dan in stemming te brengen. De voorzitter: Dan mag dat. Dan stel ik voor, dat we nu vijf minuten schorsen. Dan krijgt u alleen nog de kans om de wijzigingen toe te lichten. We gaan er geen termijn meer aan koppelen. En dan krijgt ook het college
nog de kans om te reageren, voordat we gaan stemmen. Ja? De vergadering is voor vijf minuten geschorst tot 20.55 uur. Dames en heren, we zijn al tien minuten onderweg, maar dat nee, het lag niet aan u, mijnheer Timmermans. Maar het kost soms de tijd die het nodig heeft, dat had ik begrepen. De schorsing is ten einde. De motie is volgens mij aangepast, mijnheer Timmermans, heb ik begrepen. Maar u kunt toelichten wat de aanpassing is en waarom. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, op verzoek en wens van mijn medegenoten, zal ik maar zeggen hebben we het iets strakker getrokken om de werkplekken van De Werf in te vullen. Dus even het stukje gemeentehuis in Almkerk, zodat hier kan vergaderd blijven worden. En De Werf die dan omgebouwd wordt naar werkplekken. Dat is eigenlijk kort gezegd de samenvatting ervan. En dat dan ook die overige locaties, de Aalburg, Dussenaar en Vlechtwerk dan eventjes voor gezien blijven. De voorzitter: Dat is geschrapt. Hij staat in gewijzigde vorm in het raadsinformatiesysteem. Iedereen heeft er kennis van kunnen nemen. We hadden de tweede termijn afgerond. Het college heeft er ook nog kennis kunnen nemen. De tweede termijn is pas afgerond, als het college de kans heeft gehad om nog wat te zeggen. Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. We hebben de aanpassingen tot ons genomen.
Voorzitter, wij zien dat het in het besluit weinig wijzigt en daarmee zal het advies van het college ook niet wijzigen. We blijven bij ons eerst, eerdere advies richting de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Sheikkariem. Daarmee zijn de beraadslagingen ten einde. Dan ga ik ... Ik neem aan, dat u hem in stemming brengt. U heeft al aangegeven hoofdelijke stemming te wensen, gaan we dat zo direct doen. Maar ik vraag eerst nog even, of er behoefte is aan een stemverklaring van de verschillende fracties? Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Wij zullen nu instemmen inderdaad met de motie, zoals die voorligt. Maar ik wil ook nog eventjes erbij zeggen vanuit mijn fractie, we zijn begonnen met het budget voor een Volkswagen. Gaandeweg is daar, zijn we naar een Mercedes gaan kijken. We blijven naar een Mercedes kijken. En we constateren gewoon, dat de coalitie niet terug wil naar een optie die past binnen het budget, wat we twee jaar geleden hebben vastgesteld. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Maris, Progressief Altena. Mevrouw Maris: Ja, dank je wel, voorzitter. Ik wil ook graag namens de fractie een stemverklaring afleggen. We zullen tegen deze motie stemmen, omdat wij gewoon vasthouden aan het proces en ruimte geven aan het college, om eerst met een voorstel te komen wat wij op merites kunnen beoordelen. En dan zullen we een besluit nemen.
Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Andere stemverklaringen nog? Nee? Zo niet, dan gaan we de hoofdelijke stemming doen. En dat begint dan, dat ik willekeurig een nummer ga trekken en vandaaruit alle raadsleden ga vragen, of ze voor of tegen de motie zijn. We beginnen bij nummer vijf en dat is de heer Bouman van het CDA. A.A. Bouman, voor of tegen de mo… De heer Bouman (CDA): ‘…’ bingo. De voorzitter: Kijk, mijnheer Timmermans, dit heeft u nu op uw geweten. Dank u wel. Mijnheer Bouman, VVD.
De heer Bouman (VVD): Voor. De voorzitter: Mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Buchholtz. Mevrouw Buchholtz: Tegen. De voorzitter: De heer Duizer. De heer Duizer: Voor. De voorzitter: De heer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Tegen. De voorzitter: De heer Den Haan. De heer Den Haan: Tegen. De voorzitter: De heer Hoegee. De heer Hoegee: Tegen. De voorzitter: De heer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Voor. De voorzitter: Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Tegen. De voorzitter: De heer Kolff. De heer Kolff: Voor. De voorzitter: Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Tegen. De voorzitter: De heer Meijboom. De heer Meijboom: Tegen. De voorzitter: De heer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Voor.
De voorzitter: De heer Noordergraaf is er niet. De heer De Raad. De heer De Raad: Tegen. De voorzitter: En mevrouw Rochat is er niet. De heer Roovers. De heer Roovers: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers: Voor. De voorzitter: De heer Siland. De heer Siland: Tegen. De voorzitter: De heer Timmermans. De heer Timmermans: Voor. De voorzitter: De heer Verbaarschot. De heer Verbaarschot: Voor. De voorzitter: Mijnheer Verdoorn. De heer Verdoorn: Tegen. De voorzitter: Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Tegen. De voorzitter: Mijnheer Vos. De heer Vos: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Tegen. De voorzitter: En mevrouw Zaal. Mevrouw Zaal: Tegen. De voorzitter: Dank. Oh ja, sorry, mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Tegen. De voorzitter: Komt zo weinig voor, dat ik er ook even aan moet wennen. Mijnheer Bakker.
De heer Bakker: Tegen. De voorzitter: Mijnheer Boevé. De heer Boevé: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Boll. Mevrouw Boll: Tegen. De voorzitter: Dank u wel. Ja, dan is de motie met 21 stemmen tegen en acht voor, verworpen. Daarmee hebben we agendapunt 10 gehad. 11. Motie P. den Haan (AL) – Bereikbaarheidsarmoede De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 11. De motie van de heer Den Haan over de bereikbaarheidsarmoede. Mijnheer Den Haan, ga uw gang. De heer Den Haan: Ja, dank je wel, voorzitter. Daarnet in het voorbijgaan zijnde zeer gewaardeerde collega Van der Hoeven, hij zegt, heb je hem uitgeschreven? Ja, sorry, mijnheer Van der Hoeven, maar ik kan het tegenwoordig niet meer uit het hoofd, omdat er zoveel speelt. Maar serieus, voorzitter, de bereikbaarheidsarmoede. Dat is voor ons en eigenlijk voor iedereen al vanaf het begin van deze bestuursperiode, meer dan een punt van aandacht. Op vele vlakken constateren wij problemen op dit gebied. We hebben er met elkaar afspraken over gemaakt, hoe we mede aan de hand van inmiddels behoorlijk veel informatie vanuit de samenleving die op ons afkomt, mee kunnen en willen helpen aan en over oplossingen. AltenaLokaal maar ook de andere collega-partijen, die vinden het van groot belang.
Mijnheer Kolff, ja, het is eten, hè? Ja, het is eten, dan … Ja, dus ook de, alle collega-partijen, die vinden het van groot belang dat iedereen moet kunnen deelnemen aan onze samenleving. Dat onderwerp, dat komt niet in de kieswijzer. Een goede bereikbaarheid is van essentieel belang. We weten dat we als plattelandsgemeente nu niet uitblinken in de mogelijkheden en aanbod van het op, ons openbaar vervoer. De verschraling is zichtbaar. En of het nu gaat over onze ouderen, onze jongeren of gewoon reizen en mogelijkheden naar verzorgingstehuizen, ziekenhuizen et cetera. Het probleem is steeds groter aan het worden. Voorzitter, ik wil voorkomen dat ik ga herhalen wat we twee jaar geleden toen de motie ingediend en raadsbreed was aangenomen … Ik herhaal, voorzitter, raadsbreed was aangenomen, er tot op heden weinig mee is gedaan. Als partij steunen wij zoals naar horen verwacht ons college altijd, of zo vaak als het maar kan. Maar we verwachten dan ook als er zeker een unanieme motie ligt, dan ook steun te krijgen. En de antwoorden die in de RIB waren, naar ons kwamen, maar ook naar de antwoorden naar de verontruste inwoners over dit onderwerp, die laten echter iets anders zien. Wij vragen ons echt af, hoe we binnen het onderwerp van mobiliteit nog verder kunnen met die antwoorden.
Ik beperk me vanavond, voorzitter tot die unaniem aangenomen motie en dat onderzoek, dat uitgevoerd zou moeten worden. En dan vraag ik me echt af hoe het toch komt, dat er niet aan wordt voldaan aan de vragen die we gesteld hebben. Hoe komt het dat die RIB naar de raad komt en zegt, dat de lucht blauw is, het gras groen, het water nat? En niet ingaat op de meest concrete vraag. We krijgen antwoorden over BravoFlex, over ingezette mobiliteitsconsulenten, maar niet waar we om gevraagd hebben. Sterker nog, de RIB geeft aan tot slot, dat we de motie hier dan toch wel mee hebben afgedaan. En ik heb dat eerder bij de vragen ook al gesteld, punt vier en vijf worden gewoon genegeerd dan. Terwijl het daar juist om ging, voorzitter. En wat irriteert en echt irriteert, is het gemak waarmee de motie in die RIB als afgedaan wordt aangegeven. Wetende, dat we geen steek verder komen met Arriva, om maar even, om het even met welk vervoersbedrijf waar het
gaat om verbetering van openbaar vervoer in Altena. En in en rond onze kernen, zoals we die op het platteland ook kennen. En dan is het toch, voorzitter legitiem om te kijken en te onderzoeken, in te spelen, noem het maar op, om situaties, scenario's, mogelijkheden die we zelf kunnen organiseren. Het hele platteland worstelt hiermee. En ik maak nog even een cynisch uitstapje, voorzitter, met uw goedvinden. Nou, dat zal u niet goed vinden, maar ik doe het dan toch, naar een vorig jaar gehouden … De voorzitter: Zolang ik niet ingrijp, dan is … De heer Den Haan: Naar een vorig jaar gehouden presentatie van het SRBT. Toen kregen we een uitleg over hoe er toch in Tilburg en Breda gebouwd moest worden en hoe ook de combinatie gemaakt moest worden met openbaar vervoer. Wij hebben toen gezegd, maar hoe zit het dan met Altena in die Gemeenschappelijke Regeling? Toen kregen we een plaatje voor en daar stond rood omlijnd stond Altena en dat was het dan. Dus het onderzoeken, voorzitter, dat, daarop terug te komen, dat stond in die motie. En in die motie maar ook in de context die we destijds hebben geschetst richting het college, om te onderzoeken wat het kost om zelf busjes te huren om of, om te leasen, misschien wel kopen. Maar ook naar de vrijwilligers als chauffeurs in te zetten en daar een onderzoek naar te doen.
En hier integraal te gaan werken met andere afdelingen binnen de gemeente. Denk dan ook aan die muziekverenigingen die, dat was destijds echt opportuun, die hun inkomsten kwijt waren rond het ophalen van oud papier. Ga daar, laat daar gesprekken mee aangaan met iedere vereniging die vrijwilligers zou willen inzetten tegen een vrijwilligersvergoeding, die dan weer ten gunste kan komen van de vereniging. Dat is of kan de kracht van Altena of van het platteland zijn van Altena, dus het platteland zijn. En vraag ook na, waar dit al is gebeurd. Denk na over de mogelijkheden van sponsoring door bedrijfsleven om de busjes, de kosten naar beneden te halen. Daar hebben we in Altena al voorbeelden van. Na dat onderzoek dat ook weer niet te lang moet duren, kunnen wij als raad bepalen wat we ervan vinden. Is het haalbaar, is het te duur? Ik nader de afronding, voorzitter. Daarom hebben wij wederom een motie ingediend. En deze motie zien wij als een extra oproep aan het college om hier direct mee aan de slag te gaan, want het loopt al twee jaar en we hebben absoluut nog geen antwoorden gekregen. Ik zeg bewust, dus een extra oproep om hiermee aan de slag te gaan. En ons ook gerealiseerd ja, dat het college daar ja, echt mee aan de slag moet.
Onze teleurstelling en ook wel irritatie zit hem in het feit, dat we het gevoel hebben en ook dat wij, maar ook de inwoners gewoon geen goede antwoorden hebben gekregen, dat het onderzoek eigenlijk ook gewoon niet is gedaan. En aan het college nu de gelegenheid om de komende maanden, we hebben daarin een termijn gesteld om dan toch dat onderzoek naar ons te doen toekomen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Ik kijk even rond naar andere partijen. Mijnheer Alderliesten, Progressief Altena. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. En dank, mijnheer Den Haan voor het maken en het indienen van de motie. Ook voor Progressief Altena is het aanpakken van bereikbaarheidsarmoede altijd een ja, een belangrijk punt geweest. Logisch hebben wij de unaniem aangenomen motie ook gesteund. Maar we moeten helaas constateren, dat de bereikbaarheid armoede eerder is toegenomen in de afgelopen periode, dan inderdaad is afgenomen. En wellicht is het niet alleen de fysieke bereikbaarheidsarmoede die toegenomen is, maar ook de digitale in dit geval. Want ik had de heer Den Haan al aangegeven van zet onze naam er alsjeblieft onder, want wij kunnen het van harte ondersteunen. Dat is helaas niet gelukt. Vandaar deze bijdrage maar even, voorzitter. Wij ondersteunen de motie van harte. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Timmermans van de VVA.
De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ik snap eigenlijk de heer Den Haan niet, want dit, het verhaal wat hij net hield, dat hebben wij ook gesteund. Maar dat was exact hetzelfde verhaal zo'n beetje als de vorige keer, die Den Haan heeft gedaan. Dan hebben we een opdracht gegeven aan het college en er wordt ja, blijkt uiteindelijk geen goed gehoor aan gegeven, zal ik het maar noemen. Maar waarom komt u dan weer met zo'n zelfde motie? Voorzitter, ik zou, ik snap niet helemaal wat dan de bedoeling daarvan is. Ja, wel dat we die in stemming gaan brengen en dan weer hetzelfde gaan zeggen. Maar uiteindelijk is dat niet de vorm, voorzitter. Voorzitter, als het college geen gehoor geeft aan de motie, dan moet daar gewoon een keer een motie van afkeuring op komen, want dan is dat de volgende stap. Maar dit is een beetje ja, hetzelfde van hetzelfde. En dan nog maar een keer vragen. Maar ja, dat had u ook schriftelijk kunnen doen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Nieuwenhuizen, of, ja. Mijnheer Nieuwenhuizen, ChristenUnie. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de motie die is in de lijn van twee eerdere moties die wij ook gesteund hebben. We hebben ook eind vorig jaar volgens mij nog een motie aangenomen, waar ook Right to Challenge nog een keer benoemd is. Dus wij kunnen deze motie wel onderschrijven.
Alleen, de formulering om uitvoering te geven aan alle punten. Dat is misschien bedoeld van, uitvoering te geven aan alle punten van onderzoek. Want concreet uitvoering geven, dat is pas mogelijk als het echt onderzocht is. Maar we kunnen hier wel, want eind Q1 zouden we ook informatie krijgen over Right to Challenge en alle andere zaken. Dus deze motie lijkt ons een versterking van het eerdere en lijkt me ook wel nodig. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Breugel van het CDA. De heer Van Breugel: Ja, dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de heer Den Haan complimenten geven. Ik hou van ja, we hebben er eindelijk 31 raadsleden die zich in zaken vastbijten. We hebben net de heer Duizer gezien, die 17 weken bezig is om informatie te verkrijgen. En die, hopelijk gaat het lukken. Maar de heer Den Haan, die is al meer dan twee jaar bezig met dit punt, dus dat siert hem. Wij steunen deze motie die we in ja, die we unaniem hebben aangenomen in april 2023. We vinden een deel van de overweging eindelijk wel overbodig. Maar goed, het zij zo. Het probleem van bereikbaarheid in Altena is urgent, vooral voor de inwoners die afhankelijk zijn van goede bereikbaarheid voor hun dagelijkse voorzieningen en sociale activiteiten.
En uit recent ontvangen raadsinformatiebrieven blijkt niet, de heer Den Haan die gaf het al aan, dat opdrachten uit de motie voortvarend zijn opgepakt. Het is teleurstellend vinden wij, dat er nog geen concreet plan of voorstel ligt om de bereikbaarheidsarmoede in de kernen vast aan te pakken. Ondanks de expliciete oproep aan het college. Wat verwachten we eigenlijk van het college? We verwachten dat het college aangenomen moties uitvoert met voortvarendheid en transparantie. Ook als uitvoering moeilijk blijkt, moet het college hier duidelijk met de raad over communiceren. Het komt nu bij ons over, dat er omheen wordt gedraaid en met een briefje wordt afgedaan. Wij steunen daarom het verzoek om uiterlijk 1 juli 2025 te worden geïnformeerd met concrete acties en behaalde resultaten. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Breugel. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Dank u wel. Ik was bijna aan mijn stappen. Weet u wat het is, voorzitter? Deze motie, die gaat helemaal niet over bereikbaarheidsarmoede. Daar ging die vorige van twee jaar geleden over. Deze gaat over iets anders. Deze gaat over de positie van de raad versus die van het college en gaat specifiek over, respecteer je de raad, ja of nee? Daarom ligt die niet zozeer in het verlengde over andere vraagstukken van bereikbaarheidsarmoede.
Hij ligt in het verlengde van de vragen die mijnheer Kolff in het begin van de avond heeft gesteld, waarin hij de vorige week vragen heeft gesteld en geen antwoord op kon krijgen. En dat ligt in
het verlengde van het onderwerp van de heer Duizer waarin hij al, hoeveel weken was het ook alweer, mijnheer Den Haan? 17 weken, geloof ik. 17 weken wacht op informatie, die hij niet krijgt. Daar ligt deze motie in het verlengde van, dus er zit hier iets niet helemaal goed in de positie raad-college. Daar gaat hij over. En puur vanwege dat feit alleen, steunen we de heer Den Haan. Dat had ons helemaal niks uitgehaald wat er in die vorige motie stond, het had ons ook niet uitgemaakt, al waren wij als enige tegen. Dit is een aangenomen motie van de raad een aangenomen moties van de raad, die moeten worden uitgevoerd. En als we daar niet tegen optreden als raad, dan gaat het mis. Daarom steunen wij de heer Den Haan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Versluis, SGP. De heer Versluis: Ja, dank u wel, voorzitter. Misschien dat ik de nuance wat erin ga brengen in de bijdrages, die voor mij geweest zijn. Het is duidelijk natuurlijk, de motie is unaniem aangenomen. Dat wil zeggen, de SGP heeft deze motie ook ondersteund en ook van harte ondersteund, omdat wij het ook een heel erg belangrijk onderwerp vinden. Dus daarover is geen enkele discussie. Waar wij echter wel moeite mee hebben met deze motie is, dat wij ontzaglijk veel woorden lezen die in de sterk overtreffende trap geschreven staan.
Nu weten we uit ervaring, dat de heer Den Haan dat ook vaak wel stevige aanzet om in ieder geval een debat los kan krijgen, maar wij vinden dat de opzet en de toonzetting van de motie in onze ogen niet helemaal de juiste wijze is. Als we gewoon lezen in de motie, er is op geen enkele wijze blijkgegeven, ga nu eens echt tot uitvoering over en ga eens uitvoering geven aan alle punten. Zo staan er overal woorden voor en dat denken wij als fractie, dat dat niet helemaal recht doet. Alsof het college volledig op de handen heeft gezeten, want dat kunnen we ons ook niet voorstellen. We hebben daar terugkoppelingen gehad, we hebben een RIB gehad. Natuurlijk, hij is niet naar tevredenheid, want de uitkomsten zijn nog niet dusdanig wat wij toen met elkaar voor ogen hadden. Aan de andere kant moeten we en ik denk dat daar het grote punt zit, want wij zouden natuurlijk liever meer passend vervoer in Altena willen hebben. We weten, dat we bij de gewone ov-bedrijven klem- en vastlopen, dus daar gaan we het niet oplossen. U noemt het vaak natuurlijk, de heer Den Haan noemt het vaak het right tot challenge. Het is allemaal fantastisch wat we willen. Maar als ik op dit moment naar de vacaturesite kijk van vrijwilligers die wij zoeken en het aanbod wat we hebben, dan is dat zwaar uit onbalans. Dus het is allemaal niet eenvoudig wat we willen.
Dus wij willen toch enigszins een bepaalde nuance aanbrengen van, gebeurt er helemaal niets? Dat denken wij wel, want die info die staat er ook gewoon in. We vinden het ja, te zwaar aangezet dat het college helemaal niets doet en op de handen zit. Dat staat ons niet aan. En nogmaals, wij steunen het onderwerp van harte. Maar ik vroeg me van de week af van, we noemen dit bereikbaarheidsarmoede. Hebben we ook misschien niet met een vervoersarmoede te maken of hebben we misschien wel met een reisarmoede te maken? Ik weet niet of dat collega's van mij ook wel eens een keer bij de diverse ponten staan en dan eens kijken wat er opgaat en wat er afgaat, of als ze bij de bushalte staan. We kunnen natuurlijk heel veel bedenken met elkaar, maar het gaat er ook om, hoe krijgen we die mensen in een ander soortig vervoer als hun eigen vervoersmiddel? Dus het is veel breder en veel groter. Natuurlijk willen wij ook, alle raadsleden zo spoedig mogelijk resultaat. En zeg ik dan met een knipoog misschien naar het voorgaande onderwerp, ook de raad is niet altijd even sterk in het snel uitvoering geven aan bepaalde zaken. En misschien geldt het ook voor dit dossier bij het college. Deze nuance wil ik wel aanbrengen. Nogmaals, wij vinden hem echt te strak en te streng opgezet en daarom zullen we hem in ieder geval in deze vorm, niet steunen.
Maar we zijn in ieder geval nieuwsgierig naar de portefeuillehouder hoe hij reageert op deze motie, maar ook misschien ook wel nog in het bijzonder op de gevraagde termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Gaan we eerst naar de heer Den Haan luisteren, in reactie op de inbreng van zijn collega's.
De heer Den Haan: Ja, dank je wel, voorzitter. In ieder geval dank voor de brede steun. Ik wil maar gelijk met dat laatste beginnen met de heer Versluis. Want dat snap ik wel, dat je als partij of als persoon dat je kunt kijken naar een motie en dat je hem te streng vindt of dat je hem te hard vindt of misschien wel met te veel woorden. Ik wil ook de discussie verder niet meer zo voeren. Maar als u het heeft, want dat is dan het verhaal en dan raakt u even een puntje, over dat onbalans in het zoeken naar vrijwilligers. Kijk, wij hebben destijds gezegd in die periode, dat de muziekverenigingen dat oud-papier niet meer op komen halen. Dat ging over subsidies. Het ging over serieus geld, waar muziekverenigingen en andere verenigingen tekort aan kwamen. Dan zijn dat en ik zeg niet dat dat uiteindelijk het gaat worden, maar dan zijn dat mogelijkheden om te zoeken. En dan is het te onderzoeken waard om te kijken, of er vrijwilligers zijn en die zijn er om te kijken, of dat zij als chauffeur kunnen optreden, daar een vrijwilligersvergoeding voor krijgen. En net als bij het oud papier dan vervolgens kunnen zeggen die vrijwilligersvergoeding, die geef ik aan mijn club. Dat kan misschien wel voor verschillende verenigingen, twee of drie vrijwilligers zijn. En ik noem maar even een grof bedrag, dan is dat ongeveer 6000 euro als we uitgaan van 2000 euro voor een vrijwilligersvergoeding.
Dus het gaat meer om de mogelijkheden zien, dan te zeggen van ja, het is lastig, want ik weet ook dat het lastig is voor vrijwilligers. Maar als hier een wederkerigheid tegenover staat kunnen wij, vanuit de gemeente kunnen we die verenigingen daarbij helpen. Want er is een groot gat ontstaan bij de muziekverenigingen en ook bij andere verenigingen, dus we hebben echt wel de mogelijkheden. En als het uiteindelijk dan blijkt, dat het niet kan. Ja, goed, dan hebben we het in ieder geval onderzocht. Maar de bereikbaarheidsarmoede an sich, dus echt het probleem in het openbaar vervoer gaat voor ons van Altena, gaat in het hele platteland, in heel Nederland gaat nog grotere en ernstige vormen aannemen. Dat is de bedoeling, om dat in ieder geval te onderzoeken om de kans te pakken als gemeente om het zelf te gaan organiseren. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Gaan we naar het college bij monde van wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik beperk me maar even tot een reactie op de ingediende motie. Er zijn ja, links en rechts grote woorden gebruikt, laat ik het zo maar zeggen. Dat wil ik dan toch wel zeggen, voorzitter, als er dan gesuggereerd wordt dat het college de raad niet serieus neemt. Ja, ik herken me daar niet in.
Ik heb vorige week al gezegd en dat herhaal ik nog maar even in de richting van de heer Den Haan, toen we het er ook even over dit thema hebben gehad. Ook deze portefeuillehouder en ook het college vindt, dat we verder hadden moeten zijn. En dat alleen woorden toevertrouwen aan papier het nog geen garantie geeft, dat er daadwerkelijk iets is gebeurd. En dat er voldoende gebeurt. Dat heb ik ook vorige week gezegd en herhaal ik nu maar even, voorzitter, maar dan toch. En ik ga, voorzitter, geen uitgebreide verhandeling houden. Want dat heeft, denk ik, gezien de toonzetting, niet zoveel zin. Maar het is wel zo, als er gezegd wordt in de motie onder punt, waar punt vijf benoemd wordt, dat er op geen enkele wijze blijkt dat bovengenoemde punten ter hand zijn genomen. Ik kan ze alle vijf nalopen, voorzitter. Dat gaat over het punt van, dat was vraag één van, breng de problematiek bij de provinciale formateur onder de aandacht, breng het in het coalitieakkoord, is trouwens opgenomen maar dat even terzijde, onder de aandacht. Geef aan, dat de gemeente Altena openstaat voor experimenten. Dat was punt drie van die motie. Dat hebben we ook gedaan. Met betrekking tot punt vier kom ik zo nog even terug en de gemeenteraad te informeren. Het college heeft in ieder geval de gemeenteraad geïnformeerd, dat is één.
Ik heb vorige week ook aangegeven dat het college vindt, dat wij in die zin de motie hebben afgerond, omdat wij namelijk een aantal punten met de raad hebben gedeeld. En vervolgens ook heel nadrukkelijk een indrukwekkende lijst van punten hebben benoemd, waar we met elkaar aan willen gaan werken. Is dat voldoende? Nee. Kan er meer? Ja. Moet er meer? Ja. Dat vindt ook het college en dat vindt ook deze portefeuillehouder. Dat heb ik meerdere malen al gezegd, voorzitter. En vervoersarmoede is een ingewikkeld vraagstuk, waar Altena bepaald niet alleen in staat. Ik heb de kwalificatie gehoord van de heer Den Haan, als het gaat over de SRBT. Het is in ieder geval een thema wat wij binnen
SRBT-verband met, ik noem het maar de plattelandsgemeenten delen dat we informatie uitwisselen met elkaar, dat we ook suggesties met elkaar kunnen delen en initiatieven die er zijn. Wij hebben met betrekking tot alles wat bereikbaarheidsarmoede in de kernen een aantal dingen gedaan, voorzitter, maar die staan ook in de raadsinformatiebrief. Die ga ik gewoon niet herhalen. Ik denk niet dat dat relevant is. Als de heer Den Haan zegt van ja, je had verder moeten zijn met experimenten. Ik heb dat de vorige keer ook gezegd, voorzitter. Ja, en ik hoor het haast mezelf zeggen en ik krijg het haast niet uit mijn strot, want het is de tweede keer deze avond. Ja, ik baal er ook van dat we niet verder zijn, kan het gewoon niet anders formuleren. Dat even terzijde maar. Dan, voorzitter, het college is bezig met een initiatief waar wij op hele korte termijn mee naar buiten komen. En waarin wij nadrukkelijk de suggestie van de heer Den Haan over willen nemen om inwoners op te roepen om zich aan te melden bij, als vrijwilliger om het gesprek met elkaar te kunnen voeren van wat de inzet zou kunnen zijn. Welke mogelijkheden we daarvoor zien om de bestaande buurtbuslijnen wellicht te versterken, het aantal vrijwilligers ook toe te laten nemen en wellicht zelfs extra lijnen in te kunnen zetten.
Ik zeg u toe, voorzitter, dat dit onderdeel ook terugkomt in de richting van de raad en wat het college betreft, uiterlijk vóór 1 juli. Punt, voorzitter, vervoersarmoede heeft natuurlijk ook te maken met de beschikbaarheid van openbaar vervoer. Ik denk dat het goed is ook om even te melden. We hebben daar overigens recent ook een RIB in uw richting gestuurd, dat er ook, dat ik daar ook contact heb over gehad met de gedeputeerde. Gedeputeerde ook heeft toegezegd, als het even kan, dat hij zelf komt. Maar in ieder geval, dat de manager Openbaar Vervoer van de provincie uiteraard bereid is om met de raad te spreken over de onduidelijkheid met betrekking tot de rolneming, maar ook de visie die het, de provincie daarover heeft. En als de raad daar gebruik van wenst te maken, dan hoor ik dat graag, voorzitter. Deze portefeuillehouder en het college ziet de oproep in de voorliggende motie als steun in de rug en een extra aansporing om hier voortvarend mee aan de gang te gaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Tanis. Daarmee hebben we de eerste termijn gehad. Wie voor de tweede termijn? Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ik wil even mijnheer Den Haan eraan herinneren, ik heb geen antwoord gehad. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman van de VVD.
De heer Bouman (VVD): Wat mij betreft mag ook eerst mijnheer Den Haan antwoord geven, als hij daar behoefte aan heeft, hoor. De voorzitter: Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Dat ging over die motie van afkeuring, geloof ik, hè? Ja, dat is wat wij ervan vinden. Dus dat is onze insteek die wij kunnen doen. En ja, dat zou voor u dan misschien wel genoeg zijn. Maar daar hebben wij niet aan gedacht, in ieder geval. De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ja, kan wel genoeg zijn maar het gaat er toch uiteindelijk om, je vraagt iets en je krijgt het niet. En dan ja, ga je het opnieuw vragen. En dan krijg je het weer niet en dan ga je het weer vragen, dan krijg je het weer. Ik weet niet waar dat dan stopt, voorzitter. Het is toch heel begrijpelijk, dat ik dan de vraag stel van ja, willen we dan wellicht de volgende vergadering weer dezelfde motie in stemming brengen? Want dan gaan we weer opnieuw doen. En dan die vergadering erop gaan we het weer opnieuw
doen, voorzitter. En dan uiteindelijk ja, het college. Ik snap misschien wel, dat het college met dat antwoord komt. Maar ja, waar veranderen we dan in? Ik snap het dan niet meer, denk ik wat we dan moeten. De voorzitter: Dank u wel, dat was uw termijn. En als mijnheer Den Haan in zijn termijn er nog een keer op wil reageren, dan kan dat. Mijnheer Bouman. De heer Bouman (VVD): Ja, voorzitter. Ik snap de verleiding van heer Timmermans wel, he. Hij zegt van ja, er wordt een motie niet uitgevoerd, dus we trakteren heer Den Haan op een motie van afkeuring. Maar in alle eerlijkheid. Als er telkens iets niet wordt uitgevoerd, wat wij vragen en dat zou dan moeten volgen op een motie van afkeuren, dan hadden we al denk ik, vier keer geen college meer gehad, zeg maar. Dus dat kan ook niet altijd. En de heer Duizer, die heeft begin van de avond ook terecht gezegd, ik vraag al 17 weken om een antwoord, ik krijg het niet. Die heeft ook geen motie van afkeuring neergelegd. Die heeft ook eerst de gelegenheid gegeven van, ik bied je nog een kans. Dus in die zin moeten we, denk ik, die motie van de heer Den Haan duiden. Maar je kunt het ook zo zien. Het is ook heel erg positief, dat een partij van de coalitie van wie de wethouder ook gewoon daar zit, corrigerend optreedt tegen het eigen college.
Want eigenlijk zegt de heer Den Haan hier, wij hebben met elkaar iets afgesproken en u voert het niet uit. Voer het alsnog uit. Dus wat de heer Den Haan nu doet, is eigenlijk gewoon goed. Die is gewoon goedzijn werk als raadslid aan het doen vanavond. De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, dat is dus de vraag, voorzitter. Want als we dat dus iedere keer blijven accepteren. Dat was ook uw eerste, in uw eerste termijn natuurlijk de constatering. Er zijn tal van dingen, we blijven het accepteren. Dus ja, hoe lang blijft u het dan accepteren of niet? En u zegt, ja, het is misschien een goede motie. Nee. Wij hebben toen ook meegestemd, dus wij vinden hem goed. We zullen ook wel steunen. Maar het punt is, we komen er geen draad verder mee. We blijven hangen. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman (VVD): Wellicht, heer Timmermans. Dat klopt, maar dat wil niet zeggen dat het niet goed is. En ik meen oprecht, dat de heer Den Haan vanavond gewoon goed bezig is. Ik klets wel eens met de heer Den Haan. Ik ben ook wel als gemeente tegen mijnheer Den Haan, maar vanavond is hij gewoon goed bezig. Die doet gewoon goed zijn controlerende werk als raadslid. Ik wil u ook oproepen, college via de voorzitter, zie dit niet als een steun in de rug. Want dat is het niet, het is een correctie. Dus draai bij en voer alsnog uit, wat wij als raad hebben gevraagd.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Anderen nog in tweede termijn? Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil, ik heb ook nog even de motie erbij gezocht van afgelopen november, die we samen met de heer Den Haan ingediend hebben. Waar we ook gerefereerd hebben aan de motie uit 2023, over bereikbaarheidsarmoede. Daar hebben we gevraagd om uiterlijk dit kwartaal Q1 te informeren over de planning van maatregelen, ook concrete uitvoering van right to challenge in dit, voor dit punt om openbaar vervoer van en naar de hoofdassen en zeker ook betaalbaar vervoer te realiseren. Volgens mij hebben we daar nog geen RIB over gehad. Dan heb ik dat ook nog niet gehoord in de beantwoording van de wethouder net. Want we zitten bijna aan Q1, dus misschien had hij daar al wat concreter over kunnen informeren, als hij dat in zijn achterzak had gehad. Dus dat zou misschien ook al een antwoord zijn geweest op wat de heer Den Haan vraagt in de motie. Dus al met al denk ik, dat het zeker nuttig
en nodig is om de vraag nog een keer te onderstrepen. Volgens mij, is dit motie twee of drie over dit onderwerp. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Anderen nog in tweede termijn? Niemand? Namens het college, wethouder Tanis nog? De heer Tanis: Ja, voorzitter, even als korte aanvulling toch in de richting van de heer Nieuwenhuizen. Ik begrijp het punt. Misschien was ik net te snel. Wat ik probeer, juist bedoeld heb te zeggen met betrekking tot het experiment, waar het college mee aan de gang gaat en waar ik in de richting wil terugkomen. Is wat ons betreft, juist een uitwerking van dat verzoek van het college. Dat is één. En twee, verwijs ik eerlijk gezegd ook voor het thema right to challenge naar de raadsinformatiebrief, die mijn collega recent heeft gevoerd, voorzitter. Want de ruimte die wij zagen voor zeg maar de uitvoering daarvan, had daar ook wel mee te maken. Maar dat even terzijde. De, het eerste punt is, dat ik er inderdaad op korte termijn op terugkom en dat we nu bezig zijn met het uitwerken. Ik herhaal maar wat ik gezegd heb bij het begin van mijn beantwoording, dat ik daar verder had mee willen zijn. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Dan hebben we de beraadslagingen gehad. U wil de motie in stemming brengen, denk ik, mijnheer Den Haan? Is er nog behoefte aan een stemverklaring? Mijnheer Timmermans.
De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ja, ondanks de zwakte om het weer opnieuw zo te doen, gaan wij hem wel steunen. Maar ik wil het wel benadrukt hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Versluis, SGP. De heer Versluis: Ja, voorzitter. De SGP had deze motie had deze motie wel kunnen steunen, als in ieder geval de indiener de moeite had genomen, om in ieder geval toch wat wij hebben genoemd in onze bijdrage, een aantal woorden van de overtreffende trap, in ieder geval eruit halen. Maar blijkbaar gaat dat niet gebeuren. Dus vanwege die reden stemmen wij tegen deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Andere stemverklaringen nog? Nee. Mag ik dan bij hand opsteken wie voor deze motie is? Dat zijn de fractie van het CDA, de VVD, AltenaLokaal, de VVA, Progressief Altena, ChristenUnie. Wie is tegen? Dat is de fractie van de SGP. Dan is de motie met 25 stemmen voor en vier tegen, aangenomen. 12. Motie R. Hoegee (AL) - Regels voor omgevingsdialoog De voorzitter: Dan gaan wij naar de motie van de heer Hoegee van AltenaLokaal, over Regels voor de omgevingsdialoog, mede-ingediend door de heer Alderliesten en door de heer Versluis. Mijnheer Hoegee, ga uw gang. De heer Hoegee: Dank, voorzitter.
Met regelmaat lopen we tegen de situatie aan dat, bij de besluitvorming over ruimtelijke plannen omwonenden inspreken of bezwaar maken, omdat zij van mening zijn dat de participatie Omgevingsdialoog onvoldoende is geweest. Participatie onder de Omgevingswet is verplicht maar ook vormvrij. Met name dat laatste veroorzaakt dit probleem. Omdat de participatie vormvrij is, kan niet juridisch getoetst worden of het wel of niet voldoende is geweest. Omdat het organiseren en vormgeven van een omgevingsdialoog een verplichting is van de initiatiefnemer lijkt het logisch, dat de gemeente regels opstelt waaraan de initiatiefnemer zich moet houden. Dit moet vooraf duidelijkheid geven aan alle betrokken
partijen, wat men van de omgevingsdialoog kan verwachten. Een uitgebreid verslag van de omgevingsdialoog moet dan ook verplicht onderdeel gaan uitmaken van het, van de uiteindelijke aanvraag. We hebben in Altena al wel de Richtlijn Omgevingsdialoog. Dat was een goed begin, maar die vormt geen juridisch kader. Onder de Omgevingswet is het vaststellen van een juridisch kader een mogelijkheid. Dit wordt ook in andere gemeenten al gedaan en de VNG geeft hier ook voorbeelden van. In de vorige vergadering heeft AltenaLokaal het stellen van regels voor de Omgevingswet aan de raad voorgelegd. De reacties waren vooral ook van de wethouder instemmend. Om het verzoek van de raad aan het college te formaliseren heeft AltenaLokaal een motie voorbereid, die mede door PA en SGP wordt ingediend. De motie wordt, in de motie wordt het college opgedragen op korte termijn een voorstel aan de raad voor te leggen, waarin spelregels en randvoorwaarden voor de omgevingsdialoog zijn opgenomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Wie een aanvulling in de eerste termijn? Mijnheer Van der Hoeven van de ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Ja, daar zitten eigenlijk wel drie elementen in, waar ik vragen over heb naar de indiener, voorzitter. De eerste gaat even procesmatig.
Volgens mij is er een slim groepje die over participatie praat en die een opdracht heeft gekregen vanuit de raad of het presidium, om dit onderwerp erbij te betrekken. Daar zit uw voorzitter toevallig ook bij. Betekent dat als we nu die opdracht aan het college gaan geven, dat dan die opdracht bij ons weggenomen wordt? De tweede constatering die ik een beetje doe is terecht, de wetgever heeft niet voor niks voor vormvrij gekozen. Daar zit wel een beetje een spanningsveld in, want ik ken maar heel weinig projecten waar een initiatiefnemer een omgevingsdialoog ingaat, en waar dan vervolgens alleen maar applaus uitkomt. En waar wij dan vervolgens wat mee moeten gaan doen, omdat wij daar een spelregel voor hebben afgesproken. Dus dat is echt … Volgens mij heeft ook de wetgever nog nooit naar de rijdende rechter of zo gekeken, want de trend is natuurlijk dat een omgevingsdialoog enorm ingewikkeld is. Want iedereen, die doet vanuit zijn eigen belang en die mag hij verdedigen, kijk je naar voorstellen.
Heeft de indiener daarover nagedacht, als wij nu zonder daar als raad over te praten op deze manier de opdracht bij het college neer gaan leggen? De derde gedachte die ik had toen ik het voorstel las is, wat ik zie als wij ingewikkelde dossiers hebben in Altena en ik denk even aan de Middenweg, of ik denk aan het partycentrum in Dussen, dan zie ik heel veel discussie, zie ik heel veel handtekeningen en dan zie ik een enorme vertraging vanuit het college ontstaan. En dan wordt er heel veel op lange termijn geschoven en er worden mensen in positie gebracht. Ik heb wel eens het gevoel, dat we een beetje misbruik van onze machtspositie maken daarin. Gaat deze oproep daar dan een einde aan maken? Dat we zeggen, wij hebben ons kader gesteld. Dus als die aan die dingen voldoet, dan gaan wij dus gewoon toetsen op ons bestemmingsplan. Want dat is wel het spannende, wat willen we nu aan het college vragen? Gaan wij ons, al onze instrumenten controlerend en goedkeurend op het bordje van het college leggen? Ik zou toch liever dat even bij de groep, bij het slimme groepje houden, mijnheer Hoegee. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Versluis, SGP. De heer Versluis: Ja, voorzitter, dank u wel. Het was op zich voor mij niet echt bedoeld als mijn eerste termijn. Oh.
Voorzitter, het was voor mij niet echt bedoeld als eerste termijn, maar als een nog een stukje extra toelichting als mede-indiener van de motie. Maar misschien dat ik er dan ook wat andere dingen in moet verwerken. Want om aan te haken bij de opmerking van de heer Van der Hoeven. Wij willen natuurlijk als indieners denk ik helemaal niets afdoen van slimme mensen, slimme groepjes, maar die zijn natuurlijk een aantal brede zaken aan het ontwikkelen. En wat ons heeft geprikkeld. En daarom hebben wij hem als SGP ook mee-ingediend is, dat wij natuurlijk ja, het laatste jaar geconfronteerd worden met raadsvoorstellen die
telkens stranden vanwege het feit, dat de omgevingsdialoog op de een of andere manier niet goed verlopen is. Of in ieder geval, niet aan de verwachting van verschillende partijen voldoet. Dan gaat er zand in de wielen terechtkomen en kom je niet tot besluitvorming. Wij zitten als fractie niet op te wachten, om iedere keer maar weer te debatteren en stukken terug te laten nemen door het college en vervolgens weer vier, vijf maanden vertraging te hebben. Het heeft natuurlijk met bouwen te maken, het heeft met woningen te maken. Woningen die we hard nodig hebben. En telkens komen we in een vertraagstand, omdat wij niet met elkaar goed hebben afgesproken hoe wij die participatie vormgeven. En ja, dan vinden we daar van alles van. Daarom hebben wij de, als SGP ook in ieder geval deze motie gesteund en mee-ingediend. Wij willen dan aanvullend in ieder geval nog wel benadrukken, om in ieder geval vast een schot voor de boeg te geven als die spelregels gaan komen, want ook richting de heer Van der Hoeven natuurlijk, nee, we geven niets uit handen aan het college. Wij vragen in deze motie aan het college om met een voorstel te komen. Het college, die heeft een aantal punten. Wij zullen er vanavond een aantal noemen. Er komt iets en dan gaan wij dat met elkaar vaststellen. Dus we geven niets uit handen. Maar we hebben twee puntjes, die we alvast mee willen geven in die spelregels.
Een omgevingsdialoog zal altijd tweerichtingsverkeer moeten zijn. En wat we wel eens tegenkomen ook heel recent bij een onderwerp, dat een monoloog ook als een omgevingsdialoog wordt bestempeld. En dat kan natuurlijk niet, hè. Dus tweerichtingsverkeer, dat is van belang. Het tweede hele belangrijke punt is, wij kunnen natuurlijk participeren en praten tot we een ons wegen. Maar we zullen het nooit met zijn allen allemaal eens worden over datzelfde onderwerp. Er zal op een gegeven moment consensus benaderd moeten worden. Dus dat is ook een groot of een belangrijk uitgangspunt van, hoe doe je dat met elkaar? En je moet ook accepteren dat een dialoog wellicht eindigt tot een voor een deel een ja, ontevreden partij of een ontevreden groep. Dus je moet er ook niet te hoge verwachting van hebben. We moeten niet te knel zetten. En het is belangrijk, dat we het proces goed volgen, goed stroomlijnen. Maar dat het ten goede komt aan een vlotte besluitvorming. Dat zijn de twee punten, die we in ieder geval alvast mee willen geven. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Kolff, VVD. De heer Kolff: Ja, dank, voorzitter. Ja, ik denk, dat ChristenUnie al de spijker aardig op zijn kop geslagen heeft. Wij als VVD zijnde hebben er eigenlijk een beetje moeite mee met deze motie. Mede ook dat wij een partij zijn, die eigenlijk zo min mogelijk regels en wetjes willen bedenken.
En wij houden uiteraard van vrijheid, zoveel mogelijk als kan. En als je natuurlijk nu weer wat ons dilemma is, maar als we natuurlijk nu weer regeltjes gaan bedenken en je valt net niet tussen de regeltjes, of je hebt net één puntje of een komma net verkeerd gezet, dan zouden we er niet tussen passen. Dus wij zitten nog een beetje te dubben welke kant dat we op gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Timmermans, VVA. De heer Timmermans: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik had aangegeven aan de heer Hoegee voorafgaande aan de vergadering, dat ik hem wel mee zou willen indienen, maar ik wil er wel misschien toch wel een puntje bij benoemen. Want uiteindelijk, het omgevingsdialoog is een vrij breed woord. En als ik dan ga kijken naar de afgelopen vergadering, waar dit dus eigenlijk iedere keer terugkomt, dan is het eigenlijk telkens de parkeernorm eigenlijk die de boventoon voert, in verre, verre vormen. En zo ook met dit laatste voorstel wat ter tafel lag, waar de parkeernorm eigenlijk niet werd gehaald, hè. En dan werd er uiteindelijk, het omgevingsdialoog is het overkoepelend woord. Maar ja, voorzitter. Ik weet niet, of dat er eventueel nog in opgenomen zal worden. Dus ik ben even benieuwd, wat AltenaLokaal daar nog mee wil. Want ik denk, dat dat wel beter is om die toevoeging erbij te doen, want daar loopt het iedere keer op stuk, namelijk.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Alderliesten, Progressief Altena. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Ja, ik was eigenlijk van plan om het te houden bij de ondertekening. Maar na het, na de prikkeling die ik vanuit de ChristenUnie kreeg en het verhaal, het uitstekende verhaal overigens van de heer Versluis over, dat het juist gaat om de snelheid erin te houden. En dat we ook absoluut niet verwachten dat er een applausmachine ontstaat, maar juist dat die dialoog, dat die strakjes helder op tafel ligt. Ik denk dat dat vooral de zoektocht is, die we de laatste tijd gemist hebben. Want om het maar even plat te slaan, dat gebeurt hier nogal eens. Je kunt nu als initiatiefnemer voldoen aan de omgevingsdialoog door een briefje in de bus te doen en te zeggen, u kunt vóór morgenmiddag 12.00 uur reageren. En dan heb ik voldaan aan de dialoog, aan de omgevingsdialoog. Dan kan ik een vinkje zetten en daarmee is de dialoog blijkbaar afgerond. Waar het Progressief Altena om gaat en dat is ook wat er meerdere malen de afgelopen periode op de raadstafel is langsgekomen, dat er serieus gekeken wordt, zowel door de initiatiefnemer naar de zaken die ingebracht worden vanuit de omgeving. Zodat wij daar ook in de raadszaal een helder besluit over kunnen nemen.
En niet dat ja, we elke keer moeten vragen of dat we elke keer een tal van insprekers krijgen die zeggen van ja, maar we zijn helemaal niet gehoord, we hebben helemaal die kans eigenlijk niet gekregen. Dat denk ik, als reactie op de heer Van der Hoeven. De heer Kolff die deed er nog een schepje bovenop eigenlijk van ja, we willen eigenlijk zo min mogelijk regeltjes. Maar daarmee ga je eigenlijk de gemakkelijke weg. Wat je eigenlijk nodig hebt om de dialoog goed te maken, zijn een aantal spelregels. En waar we het in de Altenatafel ook over gehad hebben, eigenlijk moet je een soort ondergrens hebben. Je moet tenminste hieraan voldoen. En dat is aan de voorkant voor de initiatiefnemer helder, die weet waar hij aan toe is. Maar ook voor de mensen die geconfronteerd worden of wat dan ook, die het project om de hoek krijgen, bij wijze spreken. Die weten ook welke rechten ze hebben, om vervolgens hun zienswijze in te brengen in die dialoog. Onze hoop is, dat daarmee en de besluitvorming beter wordt, maar zeker ook transparanter en ook sneller, want ik denk dat we daar met zijn allen een beetje naar op zoek zijn. Zo weinig mogelijk regeltjes, maar wel zo snel mogelijke besluitvorming. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mevrouw Boll, het CDA. Mevrouw Boll: Dank u wel, voorzitter. En dank ook de heer Hoegee voor het indienen van deze motie.