CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-01-21 Transcript Raadsvergadering

Raadsvergadering 21 januari 2025, gemeente Altena41.918 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Wie mis ik nou nog? U wil een vraag van orde stellen? De heer Van der Hoeven: Ja, is het de bedoeling, dat we op elkaar reageren of komt er een tweede termijn? De voorzitter: Er komt nog een tweede termijn, dus dat kan. Dus, in ieder geval de reactie op de agendering kan gereageerd worden. Maar hier hebben vier fracties geagendeerd, dus daar kunt u nog echt allemaal nog even op reageren. Even kijken. Ik zit, wie heb ik nog niet gehad? VVD? Die heb ik gehad. Allemaal gehad? College. Mag ik het college om … In ieder geval, zijn ook wat vragen gesteld over uittredingskosten. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, wat het college betreft, kort, voorzitter. Er werd al natuurlijk gerefereerd aan de motie, die aangenomen is door de raad bij de Kadernota. Dat hebben wij inderdaad als uitgangspunt gebruikt bij het beoordelen van de begrotingen van de verbonden partijen. Wat het college betreft, staat dat in ieder geval. En ja, ik spreek de wens uit dat als er iets komt, dat u, dat de raad een heldere opdracht formuleert in de richting van het college. Dus dat zien wij tegemoet. Het tweede punt, wat net natuurlijk even voorbij kwam en dat is best een ingewikkelde, weet ik ook uit ervaring vanuit mijn vorige leven. Dat je een hele discussie kunt gaan krijgen over uittredingskosten.

Ik heb geen beeld, zeg ik heel eerlijk bij de lijst die wij hebben verstrekt, of dat hier ook van toepassing is. Maar het zou zomaar kunnen, dat er Gemeenschappelijke Regelingen zijn waar de uittredingsregeling nog niet helemaal vaststaat. En volgens mij duidt de heer Roovers daar ook een beetje op, dus dat er best wel een aantal dingen bij wegkomen. Maar daar moeten we dan met elkaar maar over spreken, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Kijk ik even rond. In de tweede termijn en dan mogen in ieder geval de agenderende fracties nog reageren. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: In ieder geval, naar de heer De Raad toe. Volgens mij is bij de meeste Gemeenschappelijke Regelingen in onze regio afgesloten, dat zij geen eigen reserves, risico's opnemen. Tenzij het echt heel specifiek is. En dat wij dus als gemeentes dat afdekken. En dus, ik denk, dat wat in Binnenlands Bestuur staat, iets minder van toepassing is in onze regio, maar wel een aandachtspunt. Het laatste wat ik nog wil toevoegen. In het, als we in onze stukken kijken, dan wordt het ROB ook altijd in het rijtje van samenwerkingen en Gemeenschappelijke Regeling genoemd. Die hoort bij ons echt erbij, om naar te kijken. We hebben daar al eerder om gevraagd, maar ook vanuit financieel perspectief willen wij weten, of het op lange termijn niet slimmer is om daarmee te stoppen.

We hebben zeker geen uittredingskosten, dat is gewoon onze eigen regeling. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Anderen nog? Nee. Dan is het debat op dit punt voorlopig voldoende gevoerd. En hopelijk kunt u elkaar al dan niet vinden in eventuele teksten voor moties voor 4 februari. Gaan we naar 1.2 Handhaving en Toezicht. De VVA, mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Voorzitter. Ja, voorzitter, ik wil toch nog even vooraf, over dit punt wil ik een kleine correctie toevoegen. Want het was volgens mij, niet de bedoeling … Om te zeggen, dat is best wel lastig. Want ik heb hier op gevraagd eigenlijk als, de kosten voor het aantal Buitengewone opsporingsambtenaren. Ik wil wel voorkomen, dat we eigenlijk niet, ik wou eigenlijk in eerste instantie voorkomen, dat het niet een soort persoonlijk ding zou worden zeg maar, dat je dan te gericht op één doelgroep iets wil focussen. Maar ik kan me vanuit eerdere vergaderingen dat ook herinneren. Dat er gezegd van, ja, je moet als raad een beetje op afstand blijven daarvan en niet te diep erin duiken. Nu was het wel zo, dat werd door de meerderheid eigenlijk hier, eigenlijk door iedereen werd dat ook wel gezegd. Dus dat heb ik wel in beeld. Maar deze vraag werd

gesteld door de SGP tijdens de voorronde, om de kosten en baten een beetje in beeld te brengen, op dit niveau. Vandaar, dat het bij mij weer, het lichtje opnieuw ging branden. Van, wat hebben we en wat brengt het op? En dat is een belangrijk verhaal. Dus het gaat niet zozeer over de fte’s die dan rondlopen, maar eigenlijk meer over, wat brengt het ons eigenlijk op om dat te doen? En vandaar dat ik er ook bij heb gezet, zonder dit, want dat was de vorige discussie, de juridisering binnenshuis. Dat werd gezegd van, door het college destijds van, dat is nodig. De huidige tijd vraagt er steeds meer om, om juridische dingen antwoord te kunnen geven. Maar ik wil het eigenlijk een beetje los van elkaar knippen. Vandaar, dat ik deze vraag heb neergelegd. Dus ik hoop, dat daar begrip voor is op deze manier. De voorzitter: Prima. U mag hem duiden hier, zoals u hem wil duiden. Dus de, uw vraag is eigenlijk, wat hebben we en wat brengt het op? En die vraag wilt u in beeld gebracht hebben op dit punt. Andere fracties die zich hierbij willen aansluiten of juist niet, of iets anders vinden? Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Denk dat het, we hebben gezegd, we willen over alles spreken, dus we moeten hier ook over kunnen spreken. En we hebben, bij zorg zeggen wij, we willen daar de maatschappelijke effecten van zien.

Dus als we over, voorstellen over de boa’s krijgen, willen we daar ook de maatschappelijke effecten van zien. We hebben daar iets andere maatschappijvisie op, volgens mij. Want de mensen die opletten, dat is alleen maar lastig. En volgens mij, hebben die ook een preventieve werking en is lastig uit te drukken in geld en maatschappelijke effecten. Denk juist die hele juridisering, daar hebben we ook een heel uitgesproken mening over gehad, de afgelopen maanden. Dus daar zou je ons misschien wat meer aan uw kant vinden, dat wij als gemeente ook vinden, dat we gewoon een keer fouten mogen maken en dat ook gewoon toe kunnen geven. En dat dat niet altijd via zo'n toga moet en met een befje erbij. De voorzitter: Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Fouten toegeven, had u vanavond als fractie kunnen doen natuurlijk in het begin van de vergadering, maar … We snappen het toch niet helemaal heer Timmermans. Als u wil weten wat het kost, denk ik. Volgens mij kan het college dat zo voor u uitwerken, dus dan weet u wat het kost. Wat het oplevert, dat is niet in geld uit te drukken, dus dat is een bepaald maatschappelijk effect. Ik vrees dat u en ik en onze twee partijen daar anders over na gaan denken over, wat het maatschappelijk effect is van een boa.

Voor ons is het maatschappelijk effect van een boa, dat als mensen ergens problemen mee hebben, dat er iemand is die ze, dat voor ze kan oplossen. Of die in ieder geval het gevoel kan geven, dat de gemeente dat kan oplossen voor ze. Dat is wat ons betreft, het maatschappelijk effect van een boa. Maar u bent het daar misschien niet mee eens. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Ja, ik wil heel even ingaan op de woorden van de heer Timmermans. Want die geeft hier nu net aan, alsof de SGP het onderwerp boa’s op de agenda heeft gezet. Het is eigenlijk zo gegaan. Wij hebben de vraag gesteld, of de lijst met bezuinigingen die we gekregen hebben, of die compleet is. En daar kwam als antwoord op, ja, die is compleet. En toen hebben we gevraagd van, maar waar, de boa’s hebben we als voorbeeld genoemd. Daar zou je misschien, als je dat wil, op kunnen bezuinigen. Ik zeg niet dat wij dat willen. Maar dat hebben we als voorbeeld genoemd om aan te tonen, dat er nog veel meer onderwerpen zijn dan de lijst, die we gepresenteerd hebben gekregen. Dus dat was eigenlijk, niet zozeer, dat we willen bezuinigen op boa’s, maar het voorbeeld was er. Maar in die omgeving, zo was het naar voren gekomen. En voor de rest, wil ik me aansluiten bij de woorden van de heer Bouman van de VVD. Ik denk, dat

het heel moeilijk is om uiteindelijk te berekenen wat een boa oplevert, waar de kosten, wat uiteindelijk het maatschappelijk effect is. Dus ik zou ook willen voorkomen, om daar nu al over in discussie te gaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Ja, dank je wel, voorzitter. Ja, ik moest ik moest toch wel even denken van, wat je nu, wat, hoe je het nu precies bedoelde, want het was me nog niet helemaal duidelijk. Maar goed, de antwoorden die hiervoor gegeven zijn, die zou ik natuurlijk, die zou ik zelf ook kunnen geven vanuit vakgebied. Ja, het is maatschappelijk. Dus ik, de woorden van de heer Bouman en de heer De Raad, ik sluit erbij aan. Dan hou ik het kort. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Anderen nog? Mijnheer Timmermans. Dan mag u reageren op de inbreng van anderen. De heer Timmermans: Ja, dank u, voorzitter. Ik kom er, ik kom erop. Als je ziet dat we als gemeente, we zijn oorspronkelijk begonnen met 320 fte en we zijn gegroeid naar een 520 fte. Dus overal is geplust, waaronder ook bij deze afdeling. En ik denk, dat het gewoon terecht is om daar ook gewoon naar te kijken. Dan kan je wel zeggen, het is maatschappelijk. Ja, maar luister, dan zou het betekenen dat je op heel de ambtelijke organisatie niks kan bezuinigen. Want ja, het is allemaal maatschappelijk.

Dus ja, dat vind ik wel heel erg makkelijk afgedaan van de partijen, die dat doen. Dus ik zou zeggen van, ik wil hier toch naar kijken, want uiteindelijk gaat het toch naar kosten-baten. Uiteindelijk draait de gemeente gedeeltelijk toch als een onderneming. Er zit een begroting aan vast en als die begroting tekort is, dan moeten we toch gaan snijden. Dus ook in dit onderwerp behoren wij gewoon te snijden en te kijken, of dat het effectief is wat we aan het doen zijn. Als het zo blijkt dat het effectief is, dat we niet kunnen snijden omdat het broodnodig is, dan vindt u mij aan andere zijde. Maar er is mij nooit aangetoond, dat het verbetering geeft. Laten we het daarover hebben. Uiteindelijk, het is geen verbetering geweest van de maatschappij dat daar meer is, van is gekomen, want er zijn meer juridische zaken. Dus zo kan ik het ook uitleggen. De voorzitter: Mijnheer Bouman, doe maar meteen per interruptie, want ik denk dat we met één rondje hier zo wel klaar zijn. De heer Bouman (VVD): Ja, dat is ook intentie, voorzitter. De heer Timmermans, die zegt van, de gemeente is een onderneming. Dat zijn we per definitie niet met hem eens. De gemeente is geen onderneming, maar een deel van de overheid. En ten tweede. U zegt van, je kan erop bezuinigen, dus je moet er in snijden. Maar dat is niet zo hè. Het is juist aan ons als raad om te kiezen, waar we in gaan snijden.

Dus als u zegt van, het is iets waar je in kan snijden, dan zijn we het met u eens. Als u zegt van, en daarom moet je er ook in snijden. Dat valt nog te bezien. De heer Timmermans: Voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ik corrigeerde me eigenlijk ook in die zin. Want ik zei daarna van, als blijkt dat het wel nodig is hoe we ingesteld zijn, dan vindt u mij aan uw zijde. Maar er is mij nooit aangetoond, dat het nodig is hoe het nu ingesteld is, want er is geen verbetering ten opzichte van andere jaren.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Ik heb eigenlijk geen vraag ook voor het college gehoord. Ik kijk even naar het college, of er nog behoefte is om wat toe te voegen. Nee, denk ik ook niet. Dus het is aan mijnheer Timmermans om te kijken, hoe hij hier verder richting 4 februari mee omgaat. Dan gaan we naar programma 2 Altena Samenredzaam. Programma 2.1, het programma Vitaliteit. En dan hebben we ook het programma Opvang en Huisvesting Bijzondere doelgroepen, is 2.2. Het CDA heeft een vraag gesteld, die gaat eigenlijk over alle programma's. Ik nodig het CDA eigenlijk uit, om in 2.1 eventueel die vraag dan te stellen. Dan kan hij op die manier ook mee. De VVD. De heer Bouman (VVD): Ja. Dan zal ik om daarbij te helpen, voorzitter, als eerste aangeven, dat wij als VVD ook wel meeleven met het punt wat CDA ingebracht heeft, om alle programma's grondig tegen het licht houden. Want wij hebben, in het begin van deze avond hebben wij aan, hebben we die, onze toren van Pisa aangekaart naar aanleiding van de Jenga toren van mevrouw Schermers. En hebben we gezegd van, we hadden al een mooie toren, maar er zijn allemaal poppetjes bijgezet in de vette jaren en nu wankelt die toren wat om. Die hele programmastructuur die we met elkaar hebben gebouwd, die is voor ons wel tekenend voor al die poppetjes die erbij zijn gezet. Er is van alles in die programma's gestopt.

Daar zitten nieuwe dingen bij, daar zitten oude dingen bij. Dingen waarvan je zegt van, ja, dat is evident dat je dat moet doen, dat is logisch. Maar er zitten ook vraagstukken bij waarvan je zegt van, ja, moet dat nou? En we hebben even het programma Vitaliteit eruit gepakt, omdat daar nu echt elementen in zitten waar je zegt van, ja, is dat nu waarvoor we als gemeente op aarde zijn? Het CDA heeft al aangegeven, die bluezone. Ja, één, moet je het willen. En twee, is dat nu iets waar je als gemeente moet inzetten, dat iedereen 100 wordt? Volgens mij kan je beter inzetten, dat iedereen gelukkig 85 wordt dan krakkemikkig 100. Maar goed. En het tweede aspect. Je hoort ook zaken bijvoorbeeld, ja, vitaliteitscentra bijvoorbeeld. Moeten we nu echt vitaliteitscentra in de gemeente gaan opzetten? Is dat nu iets, een plek waar mensen naartoe gaan? En gebouwtje van de gemeente met een dak erop, waar je dan kan praten met ambtenaren over hoe gezond je wel en niet bent. Dus dit programma kan wat ons betreft, zeer kritisch tegen het licht gehouden worden, maar alle andere ook. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Anderen? Mijnheer Bouman van het CDA. De heer Bouman (CDA): Ja, voorzitter. Ik denk, dat de heer Bouman van de VVD onze vraag goed geïnterpreteerd heeft.

Want wij voelden niet de noodzaak, om hier vanavond een discussie te voeren over welk programma dan ook, om daar een inhoudelijke discussie over te hebben. Maar wij vinden wel in zijn algemeenheid en dat is eigenlijk ook het verzoek richting het college, maar als eerste naar u als fracties, dat wij graag zouden hebben die programma's eens goed inderdaad tegen het licht aan te houden. Wat gebeurt daar nu allemaal in? Daar zitten zeker essentiële zaken bij, maar er zitten misschien ook zaken bij wat een Jenga-blokje kan zijn. Daar zouden wij graag met elkaar die beoordeling willen maken. Wat is dat dan voor een activiteit? Waar hangt daarvoor een financieel plaatje aan? En het college heeft al toegezegd eigenlijk in het proces als ze dat doen, dat ze dan ook de personele consequenties daarbij ook aangeven. En misschien met die toren van Pisa om die beeldspraak ook een beetje verder uit te diepen. Kijk, aan de ene kant kunnen we zeggen, we hebben er poppetjes bijgezet. Ja, dat dat klopt. Maar we hebben er misschien ook schijven bij gemaakt, waardoor die toren hoger is geworden. En daardoor misschien in ja, per definitie ook de kans op instabiliteit ook wat groter is geworden. Dus ik denk, dat wij daar ook even goed moeten kijken. Hebben wij overal de juiste ambities, die we hebben willen stellen? Dus vandaar ons appèl.

Voor alle programma's geldt eigenlijk, straks heb ik eigenlijk een bijdrage voor programma vier, punt twee al gedaan. Dat is eenzelfde verhaal, we willen dat graag bij alle programma’s zien. En we hopen dat andere partijen dat ook zo zien, zodanig dat wij ook gewoon een inhoudelijk oordeel en debat kunnen voeren bij de Kadernota.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Ga ik nog even wel, de kern is ook programma Vitaliteit, maar u mag ook algemeen reageren. Mijnheer Timmermans. Ja? Ja, ja, ja, u mag ook. De inbreng van het debat is 2.1, de Vitaliteit. En u mag ook op de bijdrage van mijnheer Bouman, die over alle programma's een aantal opmerkingen heeft. De heer Timmermans: Dan zeg ik hierbij, voorzitter, dat ik ja, dat ik inderdaad hun voorstel om eventueel hiernaar te kijken om, dat ik daar, dat ik dan omarm dan. Bij dezen. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Mijnheer Meijboom. De heer Meijboom: Ja, het zal ook niet verbazen, dat datgene wat de heer Bouman namens de fractie naar voren brengt, dat dat ook onze wens is. Dat heeft collega Versluis bij het voorstel, bij het voorbeeld over die boa’s heeft hij dat eigenlijk ook al met andere woorden, ook al naar voren gebracht. Dus wij ondersteunen dat. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schermers, de ChristenUnie. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik begreep hem ook eerst even, dat we mochten clusteren. Omdat CDA had eigenlijk al een soort clustering aangegeven van, ja, ik denk dat het zinvol is om te bezien of dat inderdaad die plusjes en of, dat we dan de Jenga-steen pakken of een, zo’n toeristje van de toren van Pisa erbij pakken.

Dat we gewoon bekijken van ja, is dit inderdaad een plus die eventueel weg kan, zodat het huis nog wel blijft staan, of is dat niet zo? En ja, vitaliteit is er dan inderdaad één zo waarbij je, is dat dan meer aanbodgericht vanuit de gemeente? Of is dat echt vanuit de samenleving zelf gekomen en is dat vraaggericht en is dat dan een kerntaak van de gemeente? Misschien onderweg van die mijnheer met zijn dikke buik naar de dunne buik wel, maar ja, dat is meer beeldspraak. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik meen gelezen te hebben in de stukken, dat het college al voornemens is om kritisch te kijken naar de programma's en eventuele financiële consequenties daarvan. Dus wellicht, dat het college daar straks nog een toelichting op kan geven. Verder wil ik daar als Progressief Altena nogmaals benadrukken, dat het voor ons belangrijk is om goed te kijken, dat als er bepaalde dingen weggehaald worden, dat er dan geen dingen kapotgemaakt worden die niet geheeld kunnen worden. En wat de maatschappelijke effecten zijn voor onze inwoners. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mijnheer Den Haan van AltenaLokaal. De heer Den Haan: Dank je wel, voorzitter. Om gelijk te reageren op mevrouw Hofstede. Eens met die laatste woorden, kijk daar goed mee uit. Maar als ik dan de heer Bouman van het CDA goed begrijp.

Dan eigenlijk geldt dat voor, eigenlijk voor alle onderwerpen die hier nu zijn. U vat nu het ene samen. En dat zou ik toejuichen, want dan zijn we gewoon wat sneller klaar met deze vergadering, dan inhoudelijk ingaan op alle onderwerpen. Want dat ben ik 100 procent met u eens. Als het, als wij het college gewoon de gelegenheid geven om hier, om er goed naar te kijken in al die onderwerpen die genoemd worden, waar alle partijen echt gewoon over nagedacht hebben. Dan zijn we snel klaar. Want ja, dan gaat het college daarnaar kijken en dan kunnen we snel ons nog verslikken in een stukje kaas, mijnheer Duizer. De voorzitter: Mijnheer Bouman van het CDA.

De heer Bouman (CDA): Ik ben het voor 80 procent met u eens, heer Den Haan, dus dat is al een heel eind. Kijk, wij hebben net specifiek even de programma’s benoemd, omdat we hebben al eerder de discussie aan geweest. Soms is dat voor ons wat ondoorzichtig, hoe dat dat allemaal werkt. Vandaar dat we nu ook bij die, in die control-cyclus daar ook wat extra aandacht voor hebben gevraagd. En dat hebben we gekregen. Dus daar ligt wel wat meer de nadruk op bijvoorbeeld dan bij de uitgifte van paspoorten, om iets heel basaals te noemen, want dat is gewoon iets wat we moeten doen. Tegelijkertijd, u haalde eerder op de avond aan van ja, goed, waar zetten wij de gemeentelijke organisatie allemaal mee aan het werk? Als wij nu inderdaad met elkaar van bepaalde onderwerpen vinden, ja, goed, er is geen meerderheid voor, om daar überhaupt naar te kijken of om het uit te werken, dan scheelt het ook de ambtelijke organisatie weer werk. Dus, maar ik ben het wel eens, dat we niet over alle onderwerpen een hele diepgaande discussie en inhoudelijke discussie hoeven te voeren. Dat deel ik met u. Dat het inderdaad alleen maar hoeft te gaan van ja, willen we hier nu wel iets mee of niet iets mee? De voorzitter: Mijnheer Den Haan nog? Nee? Ik kijk even rond, nog behoefte om zich te mengen in dit debat? Dan kijk ik even naar het college, om misschien wat helderheid te verschaffen. En ook voor u.

Er is een algemeen debatpunt ingebracht, ook door het CDA om naar alle programma's te kijken. Daar wil ik even namens het college wethouder Tanis vragen, om daarop te reageren. En we begonnen het debat met de inbreng over het programma Vitaliteit van de VVD. Daar wil ik wethouder Sheikkariem even de kans geven om daarop te reageren, namens het college. En daarna gaan we nog wel ook over het programma Huisvesting Bijzondere Doelgroepen spreken. Want dit is tenslotte een debat, dat gaat over wensen en bedenkingen ophalen. En of u ruimte ziet als raad, om daar al dan niet in een motie straks op 4 februari nader duiding aan te geven en dat is aan u. Maar die kans wil ik u bieden door zo veel mogelijk te zorgen, dat u de informatie daarvoor krijgt. Wethouder Tanis, namens het college. De heer Tanis: Ja, dank, voorzitter. Wat mij betreft, even een korte reactie. Omdat de argumentatie van het CDA die ook op de stukken staat, nadrukkelijk ook verwijst naar het fenomeen wettelijke taken en bovenwettelijke taken is het misschien goed om u even te attenderen op het feit, dat wij op verzoek van raadsleden ook het stuk toegevoegd hebben voor vanavond, wat vorig jaar juni aan de gemeenteraad is aangeboden. Noem het maar het keuzemenu ombuigingen. Als je dat namelijk bekijkt, dan staat, wordt daar in ieder geval inzicht gegeven wat het college betreft ombuigingsmogelijkheden zijn.

En het is gesplitst in het zogenaamde autonome beleid van de gemeente waar natuurlijk keuzevrijheid is, waar de gemeente zelf verantwoordelijk voor is, maar ook het wettelijk beleid waar de gemeente dus in de uitvoering specifieke keuzes voor zou kunnen maken. En ik heb het idee, voorzitter, dat dat al voldoende in ieder geval het tweede deel van de vraag beantwoordt van het CDA, om dus de wettelijke taken en de bovenwettelijke taken in beeld te brengen. Mocht dat niet zo zijn, dan horen we dat ongetwijfeld op 4 februari. Punt. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de vraag snappen wij. Willen wel meegeven, als u expliciet zegt van, zou u op programma Vitaliteit minder kunnen doen en het uit de programmastructuur willen halen, zijn dat wel twee verschillende zaken. Bij de start van deze bestuursperiode in 2022 hebben we afgesproken, dat we onze manier van werken wel verder wilden professionaliseren. U gaf zelf als raad aan dat u merkte, dat de integraliteit te wensen overliet. Hoe het komt dat er binnen de kolommen afzonderlijk werd gewerkt en wij onvoldoende het overall view had. Het projectmatig werken moest verder ontwikkeld worden. Daar zijn we mee aan de slag gegaan en we hebben de directie de opdracht gegeven, om dat te gaan ontwikkelen.

We hebben gezien, dat de transities en de opgaves die voor ons komen ons eigenlijk echt wel

noodzakelijk maken, om op een andere manier vraagstukken aan te pakken. En dan klim je en ontstijg je eigenlijk je eigen thema, je eigen kolom om zoiets opgavegericht aan te pakken. En dat hebben we gegoten in de vorm van programmatisch werken. U bent zelf, als raad heeft u mij persoonlijk de opdracht gegeven toen ik de beleidsnota Gezondheid aan u aanbood en ook de beleidsnota Sport dat u zei, beste college, ga dat nu integreren. Ga er nou één geheel van maken en pak er nu een totaalpakket van. Dat hebben wij ook zo in gang gezet, zo werken wij. Zo ziet u dat een aantal facetten, of het nu gaat over het OKO, het terugdringen van alcoholgebruik, het gaat over dementie, Eén tegen eenzaamheid, allemaal verweven zit in het programma Vitaliteit van sport tot gezondheid en alle onderdelen daarvan. Als u zegt van, ja, doe dat en haal het uit de structuur, dan moeten we het weer in kolommen naast elkaar gaan doen. Dat is te organiseren. Dat gaat wel wat betekenen voor de effectiviteit en zeker de wijze, waarop we nu in de toekomst aan het bouwen zijn. Wij kunnen dat in kaart gaan brengen en we zullen ook voorstellen maken. Het zou handiger zijn als het, als de raad ons meer richtinggevende uitspraken geeft van, moet u luisteren, we zoeken een bezuiniging en zou u zoveel procent in die hoek kunnen zoeken.

Maar op het moment als u de werkwijze ter discussie stelt, die we hier de afgelopen jaren juist met man en macht hebben willen implementeren en die eindelijk ook zijn effecten heeft, dan gaat u dus werken aan die structuur. En vraagt u eigenlijk, ga maar weer terug en ga werken volgens de oude principe. Dat zou ik u niet adviseren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Sheikkariem. Mijnheer Bouman, u heeft het debat aangezwengeld over dit onderwerp, dus gaat uw gang. De heer Bouman (VVD): Ja, dank. Ja, de wethouder heeft goed geluisterd. Wij vroegen inderdaad twee dingen. Dus doe wat aan de proporties van het programma Vitaliteit en breng het daarna, haal het daarna uit de programmastructuur. En het zou goed kunnen zijn, dat je het één niet kan zonder dat andere, wethouder. Dus zou goed kunnen zijn, dat het in een programmastructuur zit omdat het nogal groot werd. Maar het is onze ja, mijn overtuiging, laat ik zeggen inschatting, dat is wat aardiger, dat het nogal gegroeid is op een wijze die volgens ons niet helemaal noodzakelijk is. En dat u daar best een en ander en een en ander is waarschijnlijk veel uit kan halen, waardoor u het zonder al te veel moeite weer terug kan brengen in de normale structuur, die het had voordat we het lieten uitdijen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Volgens mij, is dit punt besproken nu.

Het is aan u om naar te kijken, of u daar met een motie wat mee wil. Dan gaan we naar 2.2 Opvang bijzondere, Opvang en Huisvesting Bijzondere Doelgroepen. De VVA, mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Het was alsof ik een glazen bol had en het antwoord van de wethouder al kende, om een beetje diepgang te vinden in de punten. Dus ik heb een puntje hierbij aangesneden. Want ook de toelichting van het college in het stuk was, om het te herberekenen zeg maar, te herbekijken. En ik denk, dat dat een juiste is om deze grote posten eens te bekijken. Want uiteindelijk is het een Spreidingswet die vorig jaar een keer is aangenomen, maar waar het huidige kabinet eind vorig jaar al van heeft gezegd, we gaan, we komen een nieuw voorstel. Alleen niet eind vorig jaar, maar we komen in het eerste kwartaal 2025 met een voorstel. Dus hier is wel degelijk een grove bezuiniging denk, op te halen. Wat ons betreft. En ik wil graag horen, of dat andere partijen daar ook iets voor voelen. De voorzitter: Dat gaan we luisteren, mijnheer Timmermans. Dank u wel. Zijn er andere fracties die hierop willen reageren? Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Ja, dank u wel, voorzitter. Uiteraard wil ik hier graag op reageren, want wij vinden dit een onderwerp waar geen ombuigingen gezocht moeten worden. Want naast dat we een, nu op dit moment nog

een formele verplichting hebben, dat heb ik de vorige keer ook al aangegeven, vinden wij dat we ook zeker een morele verplichting hebben in deze. Daarnaast bevat het programma wat mijnheer Timmermans noemt niet alleen de opvang van asielzoekers, maar gaat het veel breder. En zitten er ook allerlei wettelijke taken in zoals bijvoorbeeld de Wet Inburgering, waar wij gewoon aan moeten voldoen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Ja, dank u wel. Ja, heer Timmermans, het is een programma. Dus in die zin, valt het ook binnen de oproep die de andere heer Bouman ook heeft gedaan van, goh, haal alle programma's, hou alle programma's even tegen het licht, dus in die zin ook deze. Maar u neemt daarna ook een soort inhoudelijk voorschot en u haalt die Spreidingswet aan. Wij twijfelen eraan, of inhoudelijk gezien hier heel veel in te halen valt in dit programma in de inhoud. Omdat het zoals mevrouw Hofstede zegt, wettelijke taken zijn nu nog en misschien, op dit moment nog wel hoor. Misschien verandert dat, maar dan heb je altijd nog een morele en praktische taak als gemeente over. Want nou eenmaal, die mensen moeten nu eenmaal ergens wonen, dus ook hier. Dus wij twijfelen aan, of hier inhoudelijk veel te halen valt. Maar misschien valt er in de structuur nog wat te halen binnen het programma, heer Timmermans.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mevrouw Schermers, eerst. Dames eerst. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, voorzitter, het is eigenlijk een beetje een herhaling. Maar het is inderdaad wat mevrouw Hofstede al zei, de morele verplichting die we naar deze doelgroep wellicht hebben. En aan de andere kant, de wettelijke taken die we gewoon moeten uitvoeren. Plus dat het ja, meer eigenlijk het doorsluizen van geld is wat we krijgen, wat we op de goede manier benutten. Dus de vraag is, of dat dit zo veel gaat opleveren. De voorzitter: Mijnheer Meijboom van de SGP. De heer Meijboom: Ja, ik twijfel eigenlijk een beetje. Want ik wilde eigenlijk beginnen met te zeggen van, u bent het toch met mij eens, mijnheer Timmermans, dat die, je kan van alles vinden van het beleid wat de regering daarop voert. Maar die mensen moeten toch slapen. Maar goed, uit uw non-verbale gedrag, dacht ik, daar al een twijfel te zien. Dus mijn vraag is eigenlijk, bent u het toch met mij eens, dat er toch een fatsoenlijke opvang voor bijzondere doelgroepen zal moeten zijn zolang ze in ons land zijn? En of dat dan, als het gaat over Oekraïense opvang dat zij daar dan ook voor moeten betalen of, daar heb ik het allemaal niet over. Maar dat ze toch opgevangen moeten worden. En als het antwoord dan ja is, dan is de vraag van, maar dan wilt u het niet in onze gemeente? Als dat geen wettelijke taak is.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Andere fracties nog, die nog niet aan bod geweest zijn? Nee? Mijnheer Timmermans, mag u reageren op de inbreng. De heer Timmermans: Voorzitter, ik had eigenlijk mijn buurman, de partij nog wel verwacht. Want ja, die was juist zo voorstander van om met de bus naar Den Haag te gaan, om in ieder geval tegen het beleid in te gaan van Den Haag. Dus die had ik eigenlijk wel verwacht, dat die op dit punt mee zou gaan met mij. De voorzitter: Maar ik heb vanavond iets gehoord over appels met peren. Nou is dat wel … De heer Timmermans: We kunnen op alle allerlei dingen, maar was een plaagstootje, voorzitter. Ja, ik denk, dat het, dat er wel iets in te halen valt. Waarom? Omdat er nou misschien is de huidige wetgeving dan zo

ingericht, maar er is al zicht op dat er iets anders gaat komen. Dus ik denk dat wat, om de woorden van college te gebruiken die erbij staan, temporiseren. Denk ik, dat dat wel een goede is om gewoon eens bij te stellen van, moeten wij dat allemaal wel? En eigenlijk is het ook een beetje een antwoord richting de SGP, de heer Meijboom. Kunnen wij als Nederland voor de rest van de wereld als opvanglocatie functioneren? En dat is het probleem, op een gegeven moment is het gewoon vol en dat zie je gewoon overal. Dan kun je zeggen, ja, we bouwen onbeperkt nieuwe locaties of we gaan dat doen. Is dat dan een oplossing? Of, moeten we dan niet kijken, om het anders op te lossen? Maar dan komen we wel weer bij het landelijk beleid waar de, waar mijnheer Den Haan het natuurlijk over heeft. Hebben we daar invloed op? Ja. Ik heb al een paar keer gezegd, dat we daar invloed op uit moeten oefenen. Maar ja, toen stond ik alleen en nu begint mijnheer Den Haan een beetje bij te draaien op bepaalde punten. Ja, dat is heel fijn, maar dan zou het met dit punt ook moeten zijn. De voorzitter: Ik geef de beide fracties die staan, geef ik de kans om even te reageren. Ik wil iedereen wel even oproepen, want voor we het weten, gaan we het hier echt over het landelijk beleid hebben. Laten ze dat vooral in Den Haag doen.

Het gaat hier over het programma wat wij hier in Altena hebben en ik hoop, dat het debat hier ook daartoe beperkt kan blijven. Mijnheer Meijboom, als eerste. De heer Meijboom: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat was ook precies de reden, waarom ik ook begon mijn betoog van je kunt, van het huidige vreemdelingenbeleid kun je alles vinden wat je daarvan vindt. Maar het gaat hier, en dat er maatregelen, dat er een streng asielbeleid komt en dergelijke, streng vreemdelingenbeleid komt, dat is ook wel duidelijk. Maar het gaat erom, om mensen die hier in Nederland nu verblijven. En ik neem toch aan dat u niet wilt, dat die buiten in de vrieskou in een tentje moeten slapen, maar dat die fatsoenlijk onderdak moeten hebben zolang ze in Nederland zijn. De voorzitter: Mijnheer Bouman nog van de VVD, mag u reageren op allebei. De heer Bouman (VVD): Ik zal me beperken tot de heer Timmermans, want ik ben het eens met de heer Meijboom. U had het over temporiseren. Maar hoe wilt u precies een wettelijke taakstelling temporiseren? We hebben gewoon een x-aantal personen toegedeeld op diverse categorieën en daar zullen we iets mee moeten. Daar valt volgens mij, niet heel veel in te temporiseren. De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, om daar gelijk op in te haken. Er zijn gemeentes in Nederland, die daar dus wel anders mee omgaan.

Dus die zeggen, daar geven wij eigenlijk in eerste instantie geen gehoor aan, dus we gooien eigenlijk de kont tegen de krib aan en we wachten daarop. De voorzitter: Ja. En u had ook nog een vraag van mijnheer Meijboom gekregen. De heer Timmermans: Die vroeg eigenlijk … De voorzitter: ‘…’ niet te beantwoorden. De heer Timmermans: Ja, die vroeg om een tentje buiten te zetten. Voorzitter, waar trek je de lijn? Trek je de lijn, wanneer ga je hem trekken? Ga je hem dit jaar trekken, ga je hem volgend jaar trekken of had je hem vijf jaar geleden moeten trekken? Ja, dat is eigenlijk een beetje een rare vraag die u stelt, want u brengt mij een beetje een hoekje van, dat ik wil dat mensen buiten slapen. Dat wil ik helemaal niet. Alleen, ik wil dat mensen

per definitie niet naar Nederland toe komen en die hebben allerlei landen al gehad, voordat ze hier zijn. Dus dan gaan we inderdaad naar die discussie, die we nu niet gaan voeren. De voorzitter: Precies, daar moet u bij wegblijven. Mijnheer Bouman nog? De heer Bouman (VVD): Was ik ook niet van plan, voorzitter. Ja, er zijn wellicht gemeenten die wettelijke taakstellingen negeren. Dat zou kunnen. Er zijn ook raadsleden die bezuinigingen negeren. Maar wij gaan liever gewoon uit van het realistische scenario. Dat is, dat er wel bezuinigingen komen en dat we wel de wettelijke taakstellingen te realiseren hebben. De voorzitter: Dank u wel. Voor mij is dit, u mag nog één laatste keer reageren en dan kijken we nog even … De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ik wou graag het college, wat die dan bedoelt uiteindelijk. Want schijnbaar sta ik alleen tegenover het, de rest en dan graag het college, die dan mij bij moet vallen. De voorzitter: Zullen we eens kijken of dat gaat gebeuren? Portefeuillehouder Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Ja, voorzitter, dank. Misschien heel kort hè. Want het gaat hier heel specifiek over het programma en ik denk dat het te ver gaat, om heel gedetailleerd in te gaan op het programma. Maar ik denk dat het goed is om wel te benadrukken, dat we in het programma inderdaad de wettelijke taken uitvoeren, die bij ons als gemeente op het bordje liggen.

Als het gaat om de bijzondere doelgroepen, als het gaat over de opvang van de ontheemden uit Oekraïne, als het gaat om de huisvesting van statushouders waar we een wettelijke taak hebben, de uitvoering van de Spreidingswet en de Wet Inburgering. Dat hebben we bij elkaar gebracht in het programma met de inzet, om dat met elkaar zo goed mogelijk te doen in Altena. Dat zijn de wettelijke taken en dat programma loopt tijdelijk om vooral ook zo efficiënt en zo effectief mogelijk te zorgen, dat we dat uiteindelijk kunnen gaan borgen in de lijn. Dat is altijd de doelstelling geweest van het programma en dat is het alsnog. Ik denk, dat ik daarmee eigenlijk antwoord heb gegeven op de laatste vraag, die nog rest. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Hunnik. Volgens mij is het debat hier voldoende over gevoerd en mijnheer Timmermans kan kijken, wat hij richting 4 februari wil doen. Gaan we naar programma 3, Veelzijdig Altena. 3.1 Integrale Huisvestingsprogramma Onderwijs door de VVD. Ja, mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Maar dan, sorry, voorzitter. Maar dan toch nog even een vraag. Want we hadden het daarnet even over, als we het over al die onderwerpen zouden kijken van, welke wel, welke en welke niet. Is dat, is dit er dan zo één die niet gaat of die wel gaat? Want dan gaan we ze allemaal aflopen nu. De voorzitter: Het is aan elke fractie, mijnheer Den Haan.

Net zoals te doen gebruikelijk bij een kadernota en begroting, om al dan niet met een motie te komen richting 4 februari, die kan worden aangenomen of weggestemd of nog meer worden veranderd dus. De inbrengende fractie kan zelf bepalen wat ze met het debat willen doen. De heer Den Haan: Hier was ik dus al bang voor, ja. De voorzitter: Ja, heer Bouman. De heer Bouman (VVD): Ja, ik krijg een beetje een bokkenpruik van dat gebok van de heer Den Haan. Want u begon zo leuk en positief in de avond, maar dit is gewoon wat we met elkaar hebben afgesproken. En hetgeen wat de voorzitter nu verwoordt, daar kunt u boos over zijn en gaan zitten mokken daar met zijn allen in dat

hoekje. Maar dit proces hebben we gewoon met elkaar afgesproken en dit doorlopen we nu. En dat heet, verantwoordelijkheid nemen. De voorzitter: Maar goed, mijnheer Bouman. Volgens mij, ik, de orde van de vergadering had ik ook al met mijnheer Den Haan op deze manier besproken. Dus dat is voldoende, we gaan hier niet verder over debatteren. Of u moet er een punt van orde van gaan maken en dat heb ik begrepen, dat dat niet aan de orde is nu. Gaan gewoon verder met agendapunt 3 Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs. De heer Kolff: Ja, dank je, voorzitter. We weten dat ook het een moeilijk punt is. Dat staat er ook keurig bij. Indien mogelijk, ik heb het zelf onderstreept. Dat is jammer genoeg niet met de tekst bijgekomen. Indien mogelijk, om het uit te stellen wat mogelijk is. Het staat er al bij, temporiseren of heroverwegen. We weten dat investeringen zijn, dus op korte termijn zal het rendement of de uitgaven, gaan we daar niet al te veel op kunnen bezuinigen. Maar als je nooit ergens naar kijkt, dan kom je er ook nooit. Er gaat heel veel geld in om. Dus wij vragen duidelijk wat mogelijk is, uitstellen van nieuwbouw en verbouwing. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Wie wil zich daarbij mengen in dit debat? Mijnheer Nieuwenhuizen van de ChristenUnie. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter.

Het is inderdaad goed, om altijd kritisch te blijven op je eigen plannen en op je eigen uitgaven. Maar we willen wel benadrukken, dat met name de kwaliteit van het onderwijs daar natuurlijk niet onder moet lijden. En het zou ook jammer zijn als we duurzaamheidsmaatregelen uitstellen en daardoor ja, uitgaven, grotere uitgaven moeten doen dan anders zou moeten, als we een gebouw verduurzamen dus. Maar misschien is het nog wel een puntje van, dat we leegstand misschien wat beter kunnen benutten. Er zijn scholen die leegstand hebben, misschien kunnen we die ruimtes efficiënter benutten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Vorig jaar hebben we het IHP vastgesteld. En toen hebben we natuurlijk ook met elkaar gesproken over, waar kunnen we eventueel bezuinigen of kosten remmen of opschuiven? Daar hebben we natuurlijk de stijging van de dotatie voor twee jaar bevroren. Maar wat ons betreft ja, zijn alle punten die het college heeft aangedragen de moeite waard, om in ieder geval te onderzoeken waar de ruimte zit. En dit is een onderdeel daarvan. Dus we zijn het met u eens, de heer Kolff. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Mevrouw Vos van Progressief Altena. En nu heeft u weer beltegoed, alstublieft. Mevrouw Vos: Dank je wel, voorzitter.

Ja, wat mijnheer Nieuwenhuizen zojuist al aan had gegeven, ben ik het eigenlijk volledig mee eens. Let vooral inderdaad op, mochten er ombuigingen mogelijk zijn, dat dat de kwaliteit van het onderwijs niet ten koste gaat. Maar besef daarbij ook, dat de schoolgebouwen ook een werkplek zijn voor de leraren. En dat die ook gewoon recht hebben op een ja, fatsoenlijke werkomgeving. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Mevrouw Zaal van het CDA. Mevrouw Zaal-van der Steen: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij werden wel getriggerd inderdaad door het woordje, redelijkerwijs. Wat versta je dan inderdaad onder redelijkerwijs? Wat ons betreft ook zeker goed, om dit onderdeel onder het licht te houden en te kijken, wat er eventueel mogelijk is. Maar wel met in ons

achterhoofd dat woordje van, wat is dan inderdaad nog redelijk en hoever wil je dan ook gaan? We weten ook dat er op dit moment scholen zijn, die gewoon echt toe zijn aan vervanging. Dat er scholen zijn die eigenlijk niets meer doen aan gebouwen op dit moment, omdat er uitgekeken wordt naar bijvoorbeeld nieuwbouw. Ik noem even een voorbeeld en zo zijn er nog vele voorbeelden te noemen. Maar binnen die redelijkheid wat ons betreft ook zeker iets om open te houden, om te kijken wat er mogelijk is. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Zaal. Ik kijk nog even rond, of nog andere fracties zich willen mengen. Mijnheer Kolff, wilt u nog reageren op de inbreng van anderen? De heer Kolff: Ja, dank je, voorzitter. Ja, heel kort. Wij gaan niet zitten tornen aan kwalitatief van die leerlingen en personeel. Want daarom staat er, indien mogelijk. Dus niet de inhoud te diep in snijden en dat zeker ja, wat gezegd heb van de leerlingen en personeel, dat daar dat op orde moet zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Ik kijk nog even naar het college, portefeuillehouder Van Ooijen? Twee zinnen. Onderling geintje, sorry. Mevrouw Van Ooijen: Voorzitter, als u mij toestaat, inderdaad. De voorzitter: Zeker. Mevrouw Van Ooijen: Dank u wel. Ik heb al een aantal zaken gehoord. En mijnheer De Raad, die gaf het ook al aan, het IHP is nog niet zo lang geleden vastgesteld.

Toen heeft u ook u gebogen over een aantal zaken. Vanuit het IHP ook gekeken naar waar bezuinigingen zijn, mogelijk zijn. We hebben in het IHP ook staan wat de termijnen zijn voor scholen, wanneer wij denken aan verbouwing, uitbouw of nieuwbouw. Dat doen wij altijd naar aanleiding van quick scans. Om de vier, vijf jaar maken wij een nieuw IHP. Dan kijken wij weer goed naar de scholen en kijken wij waar het nodig is, om een school nog wat langer aan te houden, of waar het al nodig is om over renovatie of nieuwbouw na te denken. In het IHP hebben we ook opgenomen, na 40 jaar in principe renovatie en na 60 jaar nieuwbouw. Ik wil u ook nog wijzen op de stukken. Want het is echt heel wat waard, mijnheer Kolff, als u nog een keer in die stukken duikt die toen op 18 juni door u besproken zijn en waar het IHP ook vastgesteld is. Want ook daar hebben we aangegeven, waar we nog een bezuiniging zagen als college en hebben we gezegd, laten we alle scholen na 2030 met drie jaar opschuiven. Dat scheelde enorm in de jaarlijkse dotatie die gedaan wordt. En u heeft daar in de presentatie, in de stukken kunt u ook lezen wat voor effect het zou zijn als we vier jaar of vijf jaar opschuiven. Dus dat wil ik u meegeven. Dat is informatie die er al is. En als u nog meer informatie van het college wenst, dan hoor ik dat graag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Ooijen.

Ik kijk even naar de VVD. Volgens mij, voldoende debat op gevoerd zo, u kunt daarmee verder. Gaan we naar agendapunt 3.2 de Buitenzwembaden. De VVA, mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, ik ga gewoon lekker kort zijn. Ik wil graag van de collega-partijen horen, of dat ze bereid zijn om hier eens naar te kijken. Want als je het over 1,5 miljoen hebt voor drie zwembaden die nog steeds allemaal niet winstdragend zijn, dan mogen we daar ook best wel eens naar kijken, of dat wel zin heeft om hiermee verder te gaan. Dus ik ga gewoon kort zijn. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Haan van AltenaLokaal. De heer Den Haan: Nee, willen we niet naar kijken.

De voorzitter: Mevrouw Hofstede van Progressief Altena. Mevrouw Hofstede: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook namens Progressief Altena is dit geen onderwerp wat ons betreft, om naar te kijken. Het is een essentiële voorziening voor onze inwoners, wat betreft zwemveiligheid en beweging. En als je daar iets aan die subsidie gaat doen, dan betekent dat onherroepelijk dat dat iets doet met de entreeprijzen voor onze inwoners. En dat vinden wij niet wenselijk. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schermers van de ChristenUnie. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, eigenlijk hetzelfde. Het is een basisvoorziening, waarvan we denken dat dat inderdaad gehandhaafd moet blijven. Kun je kijken naar eventueel verduurzaming of efficiency? Ja. Maar niet zomaar zeggen van, we gaan bijvoorbeeld een zwembad zomaar sluiten. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank, voorzitter, maar ik wilde eigenlijk volledig aansluiten wat mevrouw Schermers gezegd heeft. Maar wel kijken, moet wel naar het RIS gekeken worden wat er mogelijk is, dus ik juich het wel toe om ernaar te kijken. Ja, de winstgevendheid. Laat ik één ding vooropstellen, een zwembad wordt nooit winstgevend. Dus er zit tussen geld uitgeven en geld uitgeven zit verschil in, maar winstgevend zal het zeker nooit worden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer De Raad van de SGP.

De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Ja, korte reactie namens de SGP-fractie. Ik hoor mevrouw Schermers over zwembaden sluiten en volgens mij, staat dat hier niet. Maar wat ons betreft, moeten we alle opties tegen het licht houden, dus ook dit. En ook wij zijn geen voorstander van om zwembaden te gaan sluiten, maar zover zijn we volgens mij nog niet. Daar zit ruimte tussen. Dus ja, of het wel of niet een goed punt is, dat gaan we zien. Maar wat ons betreft, zeker wel kijken wat de mogelijkheden zijn om ook hier eventueel een bezuiniging te realiseren. Voor zover mogelijk, want het is maar ja, u ging net al heel snel door met het vorige punt. Maar ik weet niet, of ik daar nu nog even iets over mag, heel kort. Dat geldt eigenlijk voor dit punt ook natuurlijk. Kijk, er staat, het college heeft een lijst met onderwerpen aangedragen, waarop bezuinigd kan worden. Daar stond het IHP op en daar staat dit bijvoorbeeld ook op. Dus dan gaan we er eigenlijk vanuit, dat het ook onderwerpen zijn waar een bezuiniging mogelijk is. En als ik dan net de wethouder hoor, dan is het eigenlijk van ja, we hebben de informatie van juni en meer is er niet mogelijk, zeg maar. Dat, dus ik begrijp even niet helemaal, hoe dat nu loopt. Misschien dat dat met dit punt anders is, maar dan hoor ik dat nog graag. De voorzitter: Ik denk, dat u straks nog van het college nog wel een keer te horen krijgt.

Volgens mij is, laat ik dat dan zeggen. Het college is bereid om naar alles te kijken, wat het college zelf heeft aangegeven. En dat zullen het college ook doen, los van wat u aanvullend aan onderwerpen aanreikt. Dus misschien is dat een antwoord op uw vraag. En anders, dan moet u dat straks nog maar een keer stellen. Mijnheer Verdoorn. De heer Verdoorn: Dank u. Nee, we gaan hier niet op bezuinigen, het is een basisvoorziening. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ik geloof, dat ik maatje 43 tegen de heilige huisjes heb geschopt, geloof ik. Tjonge, jonge, jonge, wat een mensen, joh. Voorzitter, ik wil hier wel naar kijken. En ik wil hier ook gewoon op

bezuinigen. Nee, ik, heel simpel. We hebben, ik snap, basisbehoefte, snap ik allemaal. Maar dat is geen argument om te zeggen, we kijken er niet naar. Dat is gewoon een lullig iets. Het slaat nergens op. Want als elk zwembad 70 procent gevuld is, dan zijn ze alle drie niet winstdragend en dan zijn ze alle drie niet kostendekkend. Dus als we nu zeggen, we kunnen misschien wel eentje uiteindelijk, misschien is die niet nodig. Zou kunnen. Maar we kunnen ook gewoon de subsidie tegen het licht aanhouden en gewoon zeggen van, oké, in hoeverre is subsidie, is dat degene die hem overeind houdt, terwijl die misschien wel helemaal geen voldoende zwemmers heeft? Om überhaupt te kunnen draaien. Dus dan draait die echt alleen op subsidie, waar wij helemaal niet tegenaan durven schoppen schijnbaar dus. Maar ik schop er lekker tegenaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Even nog naar reactie naar het college, wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Timmermans, u krijgt steun van het college. Want het college is er zich van bewust, dat dit een grote uitgavenpost is die we met zijn allen moeten ophoesten. Maar wij hebben ook heel goed geluisterd en beluisterd bij de raad, dat men graag deze voorzieningen allemaal overeind houden.

Aan ons de taak om te kijken om de effectiviteit, de bezettingsgraad, de verduurzaming, op andere manieren toch de kostenreductie teweeg te brengen. En dat zien we als kans om te onderzoeken, wat we daarin kunnen betekenen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Sheikkariem. Voldoende, mijnheer Timmermans, he? U kunt er wel of niet mee verder, het is aan u. Dan gaan we naar Economie en Ondernemen, agendapunt 3.3. De ChristenUnie, mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, voorzitter. We hebben in de fractie een heel boeiend gesprek gehad over de tabelletjes en de grafiekjes en de vormpjes. En kwamen we eigenlijk tot de conclusie, om overal maar een massief blok overheid te tekenen, dat dat misschien helemaal niet wenselijk is hè. Dus dat je ook een ja, dat je bij zorg en zorgcoördinatie misschien wel meer overheidstaken hebt als bij een economische sector. Dus dat je niet naar één blok moet kijken, maar dat dat ook een bewegend beeld is. Bij één onderwerp heb je veel overheidsinstelling nodig, bij de andere kunnen we dat prima aan de markt overlaten. En dat geldt onder andere voor het hele pakket van ondernemen. Als je kijkt wat we afgelopen jaar een communicatie hebben uitgegeven en zit ook in de programmasturing, dus die komt later ook nog een keer op een andere manier terug.

Dan zeggen wij, zijn we bijna nog liberaler als de VVD misschien wel van, laat het nu eens lekker aan de overheid over of aan de ondernemers over. En wat is dan echt de toegevoegde waarde van onze ambtenaren? Daar hebben we echt de twijfels bij. Dus daar zouden we graag echt scherp naar kijken vanuit de kerntaken gedachte, maar ook van de toegevoegde waarde om alles maar door het gemeentehuis te laten lopen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven, Anderen, dit agendapunt? Niemand? De heer Timmermans: Ja, hoor, we gaan er gewoon naar kijken, mijnheer Van der Hoeven. Nee, mijnheer Van der Hoeven, ik ben benieuwd of dat u zelf met een voorstel hiervoor komt. Dan wil ik eigenlijk wel meedenken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer Bouman (CDA): Ja, toch een vraag aan de heer Van der Hoeven. Zou hij dan een paar voorbeelden kunnen noemen, wat hij precies bedoelt?

De heer Van der Hoeven: Nee, in principe, als je het hele verhaal gaat kijken van we hebben, prima, omdat we geïnvesteerd hebben in het eiwitprogramma de afgelopen jaren. Dat hebben we drie, twee of drie jaar gedaan. Ja, dan moet je daar gewoon de maatlat langs houden en moet je daar dan als overheid zoveel tijd in blijven steken? We hebben programma gehad om gebiedsgerichte aanpak te maken voor de landbouw. Ook daar zijn de eisen vanuit de provincie anders geworden. Moet je daar dan zo veel effort in blijven steken? Maritieme sector. We hebben een prachtige club, de WMI, die daar belangenbehartiger voor is. We hebben de plannen, we hebben onze verantwoordelijkheid gepakt om de haven te maken. Moeten wij dan nog heel veel insteken, om de WMI te steunen? Drie orgeltjes. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank, voorzitter. Ja, kijken vinden we altijd prima. Anders kom je natuurlijk nooit aan die bezuinigingen, het moet ergens vandaan komen. Dus ik zou zeggen, gewoon altijd bekijken. Of dat het heel veel op kan leveren, dat twijfel ik ook wel aan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog in deze termijn? Zullen we eens naar het college gaan, mijnheer Van der Hoeven, is dat goed? Portefeuillehouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u, voorzitter.

Ja, het college ziet dit als een warme uitnodiging, om u nog een keer te vertellen wat onze collega's van ondernemen en economie allemaal doen. Dus als u mij daar toestaat, dan heb ik daar een paar minuten voor nodig en dan wil ik daar graag wat over zeggen. Wij geven uitvoering aan alle doelen en werkzaamheden uit het bestuursakkoord en aan de door u vastgestelde visie op werken en de daarbij behorende uitvoeringsagenda. Een visie met veel ambitie op het gebied van innovatie, samenwerking en koppeling tussen arbeidsmarkt en onderwijs. We staan voor een opgave om het havengebied in Werkendam uit te breiden en het areaal aan bedrijventerreinen en ervoor te zorgen, dat er ook in de toekomst nog voldoende ruimte is om te ondernemen. Dit vraagt tevens de nodige afstemming. Niet alleen hier in huis, maar ook in de provincie, in de regio en omliggende gemeentes. We staan voor de opgave, een aantal visies te ontwikkelen of te herzien. Denk daarbij aan de Havenvisie, Detailhandelvisie en de Reclamevisie. En onze accountmanagers, die hebben regelmatig overleg met ondernemersraden, het Ondernemershuis, de twee BIZ’en in Werkendam, Ondernemersvereniging en andere organisaties en partners. En daarnaast zijn er om de contacten met, zijn er onder andere contacten met alle ondernemers. Dat doen zij ook zowel op bedrijventerreinen, detailhandel, markten, buitengebied en horeca.

Zij beantwoorden die vragen van ondernemers, helpen en begeleiden bij vraagstukken zoals bijvoorbeeld duurzaamheid en de contacten onderhouden zij binnen de gemeente. De medewerkers op economie vormen een verbindende schakel tussen de ondernemers en de organisaties. Inspanningen aan de voorzijde zorgt voor een soepeler, beter en sneller afhandeling van bijvoorbeeld complexere vergunningaanvragen en andersoortige vraagstukken. Voorzitter, de vraag of dit minder kan, is meteen ook de vraag naar, waar willen wij onze ambities in bijstellen? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. U bent ruim binnen de drie minuten gebleven, wethouder. Dus wat dat betreft, prima. Ik kijk even rond. Mijnheer Van der Hoeven, u heeft het ingebracht. De heer Van der Hoeven: Ja, als de wethouder mij dat dat, die opsomming op kan geven. Dan kan ik zo de helft aangeven waar we denken van, dat kunnen we het inderdaad goed over hebben. Want is dat inderdaad de primaire taak van de overheid? Ik ben zelf ook een paar periodes wethouder economische zaken geweest, dus ik weet heus wel het belang dat we daar wat aan doen. Maar zijn echt een aantal zaken gezegd van, ja, jongens, als we de broeksriem aan moeten halen, wethouder ja, dan moeten we inderdaad daar keuzes in

maken, dat we dat eventjes wat minder belangrijk vinden. Daar zijn wij toe, daar zijn wij toe bereid. En dat betekent inderdaad, dat dan ambities … Ja, en moeten wij een visie op reclame maken? Nee, wat mij betreft niet. De voorzitter: Nee, mijnheer Van der Hoeven. Misschien is het goed, dit is een debat als voormaat dat wensen en bedenkingen die de raad kan vaststellen. En het college is volgens mij bereid om u in de onderwerpen hier aan te reiken. En u kunt in de raad op 4 februari aangeven waar u denkt, dat het dan minder kan door middel van moties die al dan niet gesteund worden door een meerderheid. Dat is het proces van wensen en bedenkingen, wat we met elkaar ook hebben afgesproken om met elkaar vorm te geven. Waarvan akte, wat mij betreft. Agendapunt 3.4, Recreatie en Toerisme. Ook de ChristenUnie leidt dit in. De heer Van der Hoeven: Dit voorbeeld was ik nog vergeten, voorzitter. De rest heb ik al bij het vorige punt gezegd. De voorzitter: Dan is het de vraag aan de anderen, of ze nog op weer op willen reageren. Nee. Dan kijk ik even rond. Is dit nog een punt voor het college om te reageren? Ja, dat mag u, wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Dank u, voorzitter, fijn dat ik even mag staan. Ja, is dit een kerntaak voor de gemeente? Recreatie en toerisme is in ieder geval wel een zeer belangrijke taak voor ons.

En dit, vanwege de positieve invloed op onze economie, de leefbaarheid en ook de duurzaamheid. Toerisme en recreatie, die zorgen voor werkgelegenheid en ook belastinginkomsten en in 2024 was dit meer dan drie ton. En verder, draagt het ook onder meer bij aan het behouden en leefbaar maken van ons cultureel erfgoed. Ten slotte ontvangen we veel bezoekers in het Nationaal Park De Biesbosch, een park waar Altena samen met de gemeente Drimmelen en Dordrecht medeverantwoordelijk voor is. Als we deze bezoekers goed sturen, kan dit invloed hebben op onze leefomgeving. Maar zeker ook, op de kwaliteit en het behoud van onze natuur. Voorzitter, alles gemotiveerd. Het negeren van deze taak zou kunnen leiden tot een afname van toerisme, een minder aantrekkelijk leefklimaat of gemiste kansen voor onze lokale ondernemers en onze natuur. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Schipper. Dit is aan de inbrenger, om te kijken wat ze willen doen. Programma 4. Wilt u nog, mijnheer Van der Hoeven? Dat mag hoor. De heer Van der Hoeven: Ja, als me dat niet weer een reprimande van u oplevert. Maar we hebben ook frietbakkers, die het heel goed doen en die hebben ook wel steun nodig van de overheid. En we hebben nog wel een aantal sectoren die ik kan verzinnen, die het beter zouden doen. Maar ik snap best het belang en dat is allemaal mooi.

Maar alleen als we naar het aantal motors door de polder heen kijken, die er het weekend komen rijden. Het zijn niet alleen maar voordelen die toeristen hebben en laten we het gewoon lekker gezellig houden voor onze eigen inwoners. Er blijven er steeds mensen op afkomen, want we hebben een schitterend gebied. Dat gaan we echt niet tegenhouden. Maar echt de vraag, moeten wij als overheid daar nu zo op zitten pushen, moeten we daar een paar ton aan uitgeven? Dat denken wij niet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Dan gaan we naar programma 4, Duurzaam Altena. 4.1 het Circulair Voedselsysteem. VVD, mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank je, voorzitter. Ja, ik kan nog korter zijn dan kort. Volgens mij is dat ook afgesproken in 2.1 en 2.3.

De voorzitter: Anderen, over het programma Circulair Voedselsysteem? Want dat is ingebracht. Programma’s in zijn algemeenheid zijn aan de orde geweest, maar er zijn ook programma’s specifiek aan de orde. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, ik sluit me aan bij de VVD. Ik vind het wel een goed idee om daarmee te stoppen, dus ik verwacht daar een goed voorstel van. De voorzitter: Anderen? Kijk ik ook hier naar het college. Nee? Nemen er kennis van, ja. Dan gaan we naar 4.2. Oh, mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, wij steunen dit ook. En nog eventjes als, een beetje als reactie op wat wethouder Sheikkariem in de, als reactie op programmastructuren aangaf. Wij kijken echt naar onze eigen ambities en het kan zijn, dat dat nog steeds in de programmastructuur heel goed past. Dat laat ik graag, laten we graag aan het college over, aan de organisatie. Dus we praten niet over de programmastructuur nodig hebben, we praten over de ambities binnen de programma's. De voorzitter: Dank u. Mag ik hier ook veronderstellen, dat 4.2 voor u meteen is behandeld, of niet? Helemaal. Mijnheer Duizer, ga uw gang. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Ja, het zit wel in dezelfde lijn, maar ik zou inderdaad 4.2 doen. Circulair voedselsysteem is voldoende over gezegd, programma's in zijn totaliteit ook wel. Al heb ik wel eventjes op wonen specifiek nog wat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15123239/1