CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-01-21 Transcript Raadsvergadering

Raadsvergadering 21 januari 2025, gemeente Altena41.918 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dat is het spelletje wat we met elkaar vanavond moeten gaan spelen. Dus dan kunnen we gaan zeggen, oh, wat een mooie toren, maar we moeten gewoon de poppetjes eraf gaan halen. Als we dan kijken naar de toekomstbeelden voorzitter, dan kunnen we daar echt wel kort over zijn. Dan spreekt toekomstbeeld één ons als VVD het meeste aan, omdat dat uitspreekt dat je eigenlijk weer terug wil naar de basis, waarvoor je als gemeente staat. En ik denk, dat het daar tijd voor is. In de gemeente is het altijd cyclisch. Het gaat een tijdje goed, dan heb je heel veel geld. Dan ga je allemaal dingen verzinnen. En dan gaat het weer mis en dan moet je bezuinigen. Daar staan we nu en dan moet je weer terug naar de basis. Daar is op zich niks mis mee. Zo werkt dat gewoon en dat gaan we vanavond ook doen. Dus we pleiten voor toekomstbeeld één. Alleen, er is één ding mis met toekomstbeeld één, het straalt een beetje kneuterigheid uit. Als je dat zo leest, dan lijkt het net of we gezellig met elkaar op een eilandje wonen. En we hebben de buitenwereld niet nodig en alles is kleinschalig en gezellig. Maar dat doet ook geen recht aan ons gebied en onze gemeente. We hebben hier grootschalige ondernemers. We doen hier echt wel, we doen ertoe en we doen ook wel wat. Dus daarom zou toekomstbeeld één een klein beetje opgeplust moeten worden met toekomstbeeld drie, waarin de economie iets meer een rol krijgt.

En dan heb je één en drie en dan kom je gemiddeld niet uit op twee. En je komt ook niet uit op vier, mevrouw Schermers. Dan kom je uit op een mix tussen één en drie. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Ik ben benieuwd, met wat voor spel mijnheer Timmermans op de proppen gaat komen. Mijnheer Timmermans, ga uw gang.

De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Die spelletjes, ik hou meer van monopolie. Ja. Maar ja, voorzitter, dat betekent dus ook, als je dus een rondje loopt en op een gegeven moment dan komt de klad erin en heb je niks gebouwd, weet je wel. Dan ja, dan heb je in één keer geen geld als je dan bij iemand anders op visite gaat. Ja. en dat is ook wel toepasselijk. Want ik hoorde de heer Bouman net ook zeggen van ja, op een gegeven moment, daar zit een beetje een cyclus in van de, van gemeentes. Het gaat een tijdje goed en er komt wat geld. En dan geven we het uit aan allerlei projectjes en dan is het, op een gegeven moment is het geld een keer op. En dan moeten we een keer bezuinigen. Daar is op zich niks mis mee hè. Als er geld is, dan kunnen we ook dingen verzinnen ter verbetering van onze inwoner, want daar gaat het eigenlijk altijd om. Maar ja, als er geen geld meer is, dan moeten we terug naar de basis. Dan sluit ik eigenlijk volledig aan bij de heer Bouman van de VVD. Toekomstbeeld één is wat ons betreft, het ideaalbeeld. Ik ben eigenlijk ook meestal gewend voorzitter, dat ons toekomstbeeld en niet bij zit op één of andere manier, bij de voorstellen van het college. Maar ik was heel blij verrast, dat ik toch in één keer toch, toekomstbeeld één.

Ik denk, zit nu heel het college in één keer op mijn, op ons verkiezingsprogramma te kijken, of zo? Want we willen een kleine overheid hè, zelfredzaam. Het lijkt wel een beetje een soort VVA-toekomstbeeld. Maar nee, dus ik was heel blij voorzitter, dat dit geschetst werd. En ja, hier is wat, wij naartoe willen. Een kleine overheid met ook vooral niet de dure duurzaamheidskalender, zal ik het maar noemen, die ontzettend veel geld kost voor iedereen. En ja, gisteren is natuurlijk, een groot voorbeeld is daar in Amerika aangesteld. En ja, die zei het op zijn Amerikaans, baby drill, baby drill. Maar ja, dat moeten we hier dan met de lokale economie gaan doen. Dus ik zou zeggen, die meer aanzwengelen en die wat meer ruimte geven door het financieel op orde te krijgen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Ja, voorzitter. U heeft het al gehoord, dat een onderonsje met de VVD en ik hoop, dat u daarin toestemt. En mocht ik nog iets verder gaan dan, ik heb net al afspraken gemaakt met die man met die v, die daar zit. Dan zal hij me toch weg moeten trekken hier en dan komen we ook in het nieuws. Ja, dan moet u gaan handhaven dus. Maar ik kom niet met een spelletje, want het is wat ons betreft te serieus. Wat overigens niet wegneemt, dat je dan niet mag zeggen dat het met een spelletje zo is, dat je het mag vergelijken.

Voorzitter, mijn beschouwingen gaan deels over ons toekomstbeeld en deels over bezuinigingen. En dat loopt wat ons betreft ook helemaal door elkaar heen, omdat het ontegenzeglijk met elkaar te maken heeft. Wanneer je gaat bezuinigen, heeft dat consequenties voor je toekomstscenario die nu beschreven zijn. En andersom, kun je geen scenario soort van vaststellen of als koers uitzetten als u weet, dat daar op onderdelen op bezuinigd gaat worden. Althans, dat denken wij. We zijn voor een mooi deel in het park genomen door de overheid. Voorzitter, we zijn aan het werk om aan te geven, wat voor gemeente we willen zijn. En AltenaLokaal, dat had ik al eerder gezegd in de vorige ronde ook, ik dank de schrijvers van de scenario's. Omdat het altijd goed is om scenario's te hebben en een concept te hebben, om te praten wat je, wie je wil zijn en wat je wil zijn. En ik geloof ook echt, voorzitter, dat we daar met zijn allen niet veel over gaan verschillen. En dat we in grote lijnen hetzelfde voor hebben met Altena en haar inwoners en ondernemers. Toekomstbestendig, in de breedste zin van het woord. Maar bezuinigingen, it’s different kook, zou Louis van Gaal zeggen. Ik heb al eerder gezegd, dat we dan veel meer over elkaar heen kunnen gaan vallen. En ik vind dat jammer, zonde en niet nodig, want we gaan straks met elkaar discussiëren, debatteren.

Hebben we daarnet al een beetje gezien, elkaar proberen te overtuigen waarom we daar wel en daar niet op moeten bezuinigen. En waarom doen we dat, bezuinigingen? We worden al geruime tijd erop geattendeerd, dat er stevig bezuinigd moet gaan worden. En voorzitter, zoals wij inmiddels onszelf ontwikkelen, praten we elkaar allemaal na. We hebben iets gehoord, het wordt constant uitvergroot en we gaan het allemaal herhalen. En zo ook het woordje ravijnjaar. Het is inmiddels een begrip geworden in onze gemeente, in elke gemeente. En dingt wat mij betreft, nu mee naar het woord van het jaar. Voor gemeenten in Nederland betekent dat de

situatie, waarin we gemeentelijke begrotingen, de gemeentelijke begrotingen onder druk komen te staan. Zodanig, dat er ingrijpende bezuinigingen nodig zijn of andere maatregelen nodig zijn, om financiële tekorten te voorkomen. En wat zijn we dan, wat zijn dan die andere maatregelen? Willen we daar ook naar gaan kijken? Of gaan we klakkeloos bezuinigen? Het is dus maar hoe je het bekijkt. Maar zoals ik er nu naar kijk namens AltenaLokaal, doet het gezegde ‘mens lijdt het meest voor het lijden wat hij vreest’ doet hier opgeld. Je zou er bang van worden. Ik, wij, AltenaLokaal niet. Ik heb het al eens eerder gehoord. Ik had het daarnet met de heer Bouman over. AltenaLokaal steekt echt zijn kop niet in het zand als een struisvogel. Dat is overigens een mythe, dat die struisvogel dat doet omdat hij bang is. Want hij zou wel dom zijn om dat te doen, want dan wordt hij opgevreten. Nee, hij doet dat om steentjes en zand in zijn bek te doen om het eten beter te malen. Dus het is functioneel. En voorzitter, dat is waar het om gaat. We laten ons als makke schapen, laten we ons naar de slachtbank leiden. Dat wil AltenaLokaal in ieder geval niet. Het is altijd goed om van tijd tot tijd te kijken en onthoud mijn woorden, dus we willen er best wel aan meedenken, of onze uitgaven nog wel in balans zijn en of we op onderdelen niet efficiënter kunnen werken.

Maar hier hebben we te maken met de grootste klap, de bezuinigingen van de overheid op het Gemeentefonds. Iedere gemeente in Nederland heeft hiermee te maken. Als je goed gekeken hebt naar Teletekst vandaag staat er, dat driekwart van de gemeenten hier problemen mee gaan krijgen. Dat is niet, dat is niet niks hè, driekwart. En dat is ook niet voor niks, dus dat dat op Teletekst staat. Het begint steeds meer te leven, dat dit niet kan en voor grote problemen gaat zorgen. De VNG is inmiddels in gesprek met het kabinet. De Eerste Kamer vraagt zich al meer dan een jaar af om getallen, die van het kabinet om getallen te krijgen van, wat gebeurt hier nu rondom dat Gemeentefonds? Hebben ze nog steeds niet, dus die zijn zich ook aan het roeren. Ze krijgen geen antwoord en dat zijn ze beu. En gemeenten individueel, laten zich ook horen en gaan een soort van individueel aan de slag, om tegengeluid te laten horen. En wij pleiten hier ook voor. We hebben daar een motie voor Alle Achtkarspelen, ik weet niet of jullie hem gelezen hebben en Alle Rijswijk. Komt er eigenlijk een beetje op neer, dat we zeker ook als we kijken naar de wettelijke taken die we overgedragen krijgen, dat we de facturen maar doorsturen naar daar waar het thuishoort, in Den Haag. Die motie hebben we in voorbereiding. Voorzitter, we weten eigenlijk zelf ook nog niet eens, hoe nat we zijn.

Is het nu zeven miljoen, is het zes miljoen? We hebben de portefeuillehouder laatstelijk nog horen vertellen, dat de Decembercirculaire en misschien straks de Meicirculaire ook nog wel wat op gaat leveren. Dus waar gaan we dan vervolgens in snijden? Het dwingt ons voorzitter, om niet het beste jongetje van de klas te zijn. En te laten zien aan Den Haag van, kijk nu eens hoe goed we zijn. Of aan Den Bosch, kijk eens wat wij al kunnen. Wij kunnen al lekker bezuinigen. Nee, we mogen er wat mij betreft nu best over praten, maar alsjeblieft niet in detail. En waarom niet? Om de doodeenvoudige reden dat wij niet willen, dat we nu opties gaan noemen, die straks helemaal niet nodig zijn. En we onrust kweken bij diegenen, die het dan op dat moment aangaan. En we hebben al een aantal voor, onderwerpen in de vorige vergadering benoemd gekregen. Gaat over diensten, over instellingen, over verenigingen, et cetera. Dat verdienen wat ons betreft, onze inwoners en medewerkers niet. Hoeveel tijd hebben we nu gestoken in het stellen van vragen, het op laten stellen van scenario's? Ik ben wel eens benieuwd, op welke wijze wij als raad de organisatie onnodig belasten. En als we meteen met een bezuinigingsvoorstel zouden komen, dan zouden we zeker onze eigen rol als raad ook niet buiten beschouwing mogen laten.

Wat kunnen we nog doen, voorzitter? Wat durven we te doen? Wat laten we zien als lokale politiek naar onze inwoners? Hoe laten we zien dat we voor hen opkomen, in de bres springen, voor ze gaan liggen met de bedoeling, alles te doen wat in ons vermogen ligt? Ik ben er bijna, hoor. En om de bezuinigingen te voorkomen. Sterker nog, gewoon om door te gaan met investeren in onze toekomstbestendige situatie van Altena. Waarin we woningen nodig hebben, waarin we werk willen zien, waarin we jongeren hier willen houden, waarin we verenigingen hun werk kunnen laten doen, ouderen een mooie herfst en winter van hun leven kunnen geven. Vergeet ook niet, dat een recent onderzoek, Teletekst verwijst er vandaag naar, dat 25 procent van onze jongeren in een lastige situatie zitten, omdat ze de druk voelen om te moeten presteren, om geld te verdienen, om een woning te hebben die

er al heel moeilijk is. Dus wellicht, dat daar een aantal procenten van weer in die dure jeugdzorg terechtkomen. Dus ga zo maar door. Bezuinigingen. Ik zeg, bah. Investeren moeten we doen. We moeten onze reserves gebruiken om door te gaan. En voorzitter, we moeten onze landelijke politiek uit Den Haag en ook in Den Bosch duidelijk maken, dat dit niet de wijze is waarop wij onze taken goed kunnen blijven uitvoeren. We zien die uitdagingen op het gebied van samenleving, we zien polarisatie. We ervaren, dat onze landelijke politiek geen stabiele koers uitzet en tegenstrijdige berichten verspreidt. Eerst gaan we bezuinigen op sport, op onderwijs, op cultuur. Iedereen gaat zich vastlopen, lijmen op een tafel. En dan ja, dan wordt het weer anders. De discussie rondom stikstof, die laait weer op. Het gaat over de Spreidingswet, dan weer wel of niet. We moeten bezuinigingen, bezuinigen en de provincie moet erop toezien. Wat ons betreft, is de maat vol en gaan we geen gehoor geven. Dan maar een confrontatie met andere overheden. ‘…’ voor ons werk … De voorzitter: Mijnheer Den Haan, want u bent al aan het derde zandlopertje bezig. De heer Den Haan: Ja. Ja. Het is ook zo belangrijk hè. Ja, want, ja, precies. Maar dat hadden we daarnet ook he. Daarnet ook hadden we ook zo'n hele discussie. Wij zien over, wij overzien echt die consequenties wel en we willen er ook best al aan meewerken.

Maar voorzitter, als dat resulteert in langere wachttijden bijvoorbeeld, op het bezuinigen, op ons personeel, minder zorg of hulp, achterstallig onderhoud, dan kiezen wij daar nadrukkelijk niet voor. Laten we er dan voor zorgen, om de administratieve werkwijze verder te vereenvoudigen en daar winst in te zoeken. Dan ben ik er bijna, voorzitter. Wim de Bie, die zei ooit, de bedenkers van bezuinigingen bijvoorbeeld op de geestelijke gezondheidszorg, dienen zelf eerst in die zorg te worden opgenomen. En helemaal afrondend voorzitter, doe ik nog nogmaals een oproep aan onze gehele raad. We hebben die bus nog steeds klaarstaan, om met elkaar naar Den Haag te gaan en daar uit te leggen, dat de lokale overheid serieus genomen moet worden. Want alle directe effecten op het gebied van brede welvaart, die worden lokaal ervaren. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Alderliesten, Progressief Altena. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Misschien de vraag vooraf, dat er nu een nieuw precedent geschapen is, maar dat zal ik verder geen invulling aan geven. De voorzitter: Laat u maar lekker aan mij over. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Ja, voordat je überhaupt kunt bezuinigen, is het altijd zaak om de ondergrens te bewaken.

Vanuit die gedachte hebben we ook altijd sterk gepleit, om bij debatteren over ombuigingen eerst een goed beeld te vormen over, wat voor gemeente willen we eigenlijk zijn. En de aangereikte stukken die het college voor ons heeft laten opstellen, zijn ervoor een prima hulpmiddel gebleken. Wil het college en de ambtenaren dan ook hartelijk bedanken daarvoor. Hoewel de toekomstbeelden ons geen marsroute of duidelijk eindbeeld schetsen, geven ze wel duidelijk aan hoe we vorm kunnen geven aan een samenleving in Altena. Om zo te kunnen bepalen, wat we belangrijk vinden en wat minder. Voor Progressief Altena betekent dit een gemeente die er is voor haar inwoners, zodat mensen nooit afhankelijk zijn van inkomen, leeftijd, mentale of fysieke uitdagingen of afkomst. Bij de vraag, in hoeverre ze mee kunnen doen in onze samenleving. Daarnaast zijn we van mening, dat we als gemeente de opdracht hebben om als goed rentmeester te handelen. Dat wil heel simpel zeggen, we redeneren vanuit de langetermijnvisie. We maken geen kwaliteitsstructuren kapot. We houden de overkoepelende opgave nadrukkelijk in gedachte, denk aan klimaat, natuur en energie. En we willen onze kinderen niet laten opdraaien voor verkeerde beslissingen van hun ouders. Tegelijkertijd, zijn we natuurlijk ook niet blind voor de opgaven, die we op korte termijn aandacht moeten geven.

Denk hierbij aan woningbouw, sociale zekerheid, maar ook verenigingen. Om het

met de woorden van Lucebert te zeggen, denk eerst goed na, want alles van waarde is weerloos. Hierom zijn we ook van mening, dat de overheid als belangrijkste taak heeft, er te zijn voor haar inwoners. Soms in hoedanigheid als schild, soms als vangnet, maar het liefst zo veel mogelijk als helpende hand. Want zoals bekend en ook vaak gehoord, alleen ga je snel, maar alleen samen kom je verder. En met betrekking tot de geschetste toekomstbeelden is er dus niet echt één beeld, waar we vol voor willen gaan. We hebben wel onze voorkeuren, he. Nadrukkelijk meer gevoel bij het scenario, dat inzet op sociale en een duurzame gemeente. Komen we bij scenario vier uit. En deze steekt ook wel heel erg schril af tegen het scenario, waar we absoluut het minste gevoel bij hebben. Deze ziet voornamelijk op zelfredzaamheid en economie als voornaamste maatschappelijke vliegwiel. Dit voorzitter, mag en zal als vertrekpunt van een klimaatbewuste sociale partij voor niemand als een verrassing komen. En tot slot, is het voor ons een absolute voorwaarde en het is volgens mij door de ChristenUnie ook bij de inleidende beraadslaging in de Altenaronde al gevraagd, maar dat willen we van harte ook ondersteunen.

Dat bij het uiteindelijke voorstel richting de Kadernota ook tijdig en zo compleet mogelijk in beeld gebracht wordt, wat de maatschappelijke impact is van de voorstellen die strakjes gedaan worden. Want wat doet het bijvoorbeeld in ons streven naar, het is al genoemd brede welvaart? De gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving in Altena. Het gaat bij alles wat we hier in de raadszaal doen, uiteindelijk om onze inwoners en hoe zij in de realiteit van alledag geraakt worden door hetgeen, wij hier besluiten. En in die wetenschap zullen we straks de debatten aangaan over de pijnlijke, maar ook noodzakelijke en daarin lopen we uiteen ook, wat de bijdrage van AltenaLokaal net aangaat. Maar noodzakelijke keuzes die voorliggen, er moet wel gekozen worden. En die keuzes, die gaan hoe dan ook pijn doen. En wij willen ze zo zorgvuldig mogelijk maken. Maar ja, daar is het nu nog geen tijd voor. Het is nu vooral zoeken naar opties en mogelijkheden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Meijboom, SGP. De heer Meijboom: Dank u wel, voorzitter. Ik wil namens de fractie van de SGP beginnen met het college en de uitvoerende ambtenaren hartelijk te danken, voor de gepresenteerde toekomstbeelden en het samenvattend overzicht met betrekking tot de bezuinigingsopties.

U heeft hiermee voldaan aan de wens van de raad, om vroegtijdig betrokken te worden bij de bezuinigingsoperatie, die ook onze gemeente niet voorbijgaat. Aan elk van de vier gepresenteerde toekomstbeelden kleven hoe kan het ook anders, voor- en nadelen. Er moet dus worden gezocht naar het beste uit de vier modellen. En op basis daarvan moeten politieke keuzes gemaakt worden, om het toekomstbeeld van een financieel gezonde en vitale gemeente Altena te waarborgen. Bezuinigingen in het, in de gemeentebegroting doen pijn, omdat ze vaak leiden tot minder financiële middelen voor essentiële voorzieningen en diensten, zoals zorg, onderwijs, onderhoud van infrastructuur, sport en andere projecten. Als er verkeerde keuzes worden gemaakt, kan dit de kwaliteit van het leven van inwoners aantasten. Vooral voor kwetsbare groepen, die afhankelijk zijn van gemeentelijke ondersteuning. En daar ligt voor de fractie van de SGP dan ook eigenlijk ook wel, een ondergrens. Kwetsbare groepen in de samenleving van Altena moeten zoveel als mogelijk worden ontzien. Tegelijk, mag ook een beroep worden gedaan op de gemeenschapszin en creativiteit van onze inwoners. Het motto ‘samen voor elkaar en samen met elkaar’ spreekt onze fractie dan ook aan.

Kijkend naar de modellen, dan zien we bijvoorbeeld ruimte in gemeenschappelijke initiatieven uit scenario één, om betrokkenheid en kostenbesparing te stimuleren. Hou daarbij, dat is onze oproep dan tegelijk ook oog voor de sociale vangnetfunctie uit scenario vier. Dat wil overigens niet zeggen, dat programma twee geheel buiten de ombuigingsoperatie kan vallen. Want immers, een substantieel bedrag van de gemeentelijke begroting wordt daaraan toegeschreven, aan onder andere WMO en jeugdzorg. Bezuinigingen zullen ook daar worden gevoeld. Daarbij moet scherp gekeken worden naar wettelijke taken of ook scherp gekeken worden naar wettelijke taak, omdat daar ook ruimte in is te behalen, bijvoorbeeld in het ambitieniveau. Maar gelukkig gebeuren daar

ook al hele goede dingen in. De fractie van de SGP wil het college alle ruimte geven, om de gepresenteerde ombuigingsmogelijkheden per begrotingsprogramma uit te werken. En op een enkel nader te benoemen punt, willen wij in het hierop volgende debat nog de aandacht vestigen. De SGP wil besluiten met enkele voor hen belangrijke uitgangspunten voor de gemeentelijke begroting. Tegenover structurele uitgaven moeten structurele inkomsten staan. En verhoging van de gemeentelijke belastingen is met uitzondering van de inflatiecorrectie, pas aan de orde in die bezuinigingen en aanpassing van het investeringsbeleid onvoldoende financiële ruimte bieden. Voorzitter, ik wil besluiten met het college wijsheid toe te wensen bij de verdere uitwerking van de ombuigingsmogelijkheden. En wij zien die te zijner tijd Deo volente, bij de behandeling van de Kadernota in juni met belangstelling tegemoet. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Mijnheer Bouman, denk ik. De heer Bouman (CDA): Wij danken het college voor al hun inspanningen in juni jongstleden. En nu ook weer, om ons als raad zo veel mogelijk mee te nemen in het proces van de in onze ogen zeker deels, noodzakelijke ombuigingen.

We kijken uit naar de uitwerking van de verschillende ombuigingsvoorstellen richting de Kadernota van 2026, waarbij wij als fractie vinden, dat we toe moeten werken naar een structureel sluitende begroting in 2029. Er zijn vier toekomstbeelden geschetst, waarbij wij bij alle beelden wel punten van erkenning hebben, maar ook punten waarin het toekomstbeeld te ver is doorgeschoten. We hebben deze vier toekomstbeelden langs de meetlat lat gelegd van onze vier basisuitgangspunten solidariteit, publieke gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap. Erkenning hadden we bij toekomstbeeld drie, veelzijdig en dynamisch Altena en toekomstbeeld vier, Altena voor elkaar. Daarbij de kanttekening, dat we bij toekomstbeeld vier de nadruk te veel vinden liggen op de rol van de overheid en te weinig, op die van de samenleving. Die rol van de samenleving komt nu juist weer te veel terug bij toekomstbeeld één. Het benutten van de kracht van Altena vinden we heel positief en dat past zeker bij het CDA-DNA. Maar we vinden, dat de rol van de overheid meer is dan het stellen van kaders en het faciliteren van bewonersinitiatieven. Kortom, de uitwerking van dit beeld is in onze ogen nogal doorgeslagen. Krachtige gemeenschappen, die vinden we belangrijk. Daarom blijven wij pleiten voor leefbare dorpen, waarbij er misschien iets minder focus moet zijn op de focusdorpen.

Sterke verenigingen, goede ontmoetingsplaatsen en ook goede voorzieningen in Altena. Met betrekking tot toekomstbeeld twee stellen we voor, om zuinig en zorgvuldig met onze leefomgeving om te gaan. Dat past bij onze uitgangspunt rentmeesterschap. Altena moet een gebied zijn waar het goed wonen en leven is, maar waar ook goed en concurrerend gewerkt kan worden en op een goede wijze, voedsel verbouwd en geproduceerd kan worden. Het lijkt ons goed om met elkaar af te spreken, om niet meer te streven naar een Altena, wat een blauwe zone zou kunnen zijn, waar mensen ouder worden dan elders in de wereld. Dat is droomdenken en niet realistisch. Tegelijkertijd, moeten we zuinig zijn op onze zorg voor zowel jong en oud, zowel preventief als repressief. Het hoeft niet per definitie te betekenen, dat er op deze dossiers geen mogelijkheden liggen voor mogelijke ombuigingen. Een voorbeeld. Het is toch eigenlijk best vreemd dat we het met zijn allen heel erg logisch vinden, dat we voor onze jonge kinderen heel veel geld betalen voor een kinderwagen, maar dat we er altijd maar van uitgaan dat het aanschaffen van een scootmobiel, volledig door de gemeente betaald moet worden. Onafhankelijk van welk inkomen dan ook.

Daarom roepen we het college op en ik hoorde het net bij de SGP eigenlijk ook al, dat ondanks dat hier nu vanavond geen vragen over gesteld zijn of niet als onderwerp is benoemd, om ook bij programma twee kritisch te kijken waar mogelijkheden liggen, zonder dat wij daar door een ondergrens gaan zakken met elkaar. Wij zien dan ook uit naar de uitwerking uiteindelijk richting de Kadernota van 2026. Ten slotte. Voor de beeldvorming nog een plaatje, naar welk resultaat wij streven bij dit ombuigingsproces. Aan de linkerkant en misschien is het goed om vast op de knop te drukken. Aan de linkerkant een man met wat overtollig vet en rechts een fitte man die energie, ambitie en positiviteit uitstraalt. Vertaald naar onze

gemeente, streven we naar het tweede en beoordelen we de komende maanden graag, wat behoort tot onze wettelijke taak. Welke ambities kunnen we aan? En zijn er wellicht ook taken en of programma's, waar wij ons iets minder mee bezig moeten of kunnen houden? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Daarmee heeft, binnen de plussen en minnen heeft u zich allemaal redelijk aan de tijd gehouden, die we van tevoren met elkaar bedacht hadden. Dus dat middelt zich mooi uit. Ik heb geen vraag, geen technische vraag gehoord over de scenario's, waarvoor ik dan nog het college of de ambtelijke organisatie zou moeten aankijken. Dus ik nodig u uit, om in de tweede termijn nog met elkaar het debat te zoeken over de toekomstbeelden. Of over die wat enge witte man, die dan nog aan het eind gepresenteerd werd. Of het spelletje, wat misschien nog beter geduid zou kunnen worden. En dan kunt u daar met elkaar nog een debat over voeren en kijken of u vanuit deze toekomstbeelden, ook wellicht op 4 februari nog met elkaar in gezamenlijkheid wat richting zou willen geven. Mijnheer Meijboom, u staat als eerste, aan u het woord. De heer Meijboom: Ja, dank u wel. Dank u wel, voorzitter. Ja, eigenlijk waren er niet, althans wat mij betreft, niet hele grote verrassingen in de bijdragen van alle andere collega's. Behalve één en dat was van AltenaLokaal, van de heer Den Haan.

Want die, begrijp ik het nu goed, want hij gaf aan, hij haalde iets aan van Teletekst, dacht ik. Ik wist niet eens, dat nog bestond, maar goed. Maar in ieder geval, dat was een bericht, dat was een bericht van Teletekst en ik weet wel waar hij op doelt. Want dat kwam vandaag ook op BNR Nieuwsradio, dat was het onderzoek, dat bestaat ook nog. Dat was een onderzoek van BDO Accountants & Adviseurs en daar kwam een mijnheer Pot aan, een deskundige econoom kwam daar aan, kwam daar ook te spreken. En die zei juist precies het tegenovergestelde, dus dat heeft waarschijnlijk niet op Teletekst gestaan. Maar die zei precies juist het tegenovergestelde, als wat u hier zegt. Die zegt van ja, gemeenten doen er niet goed aan om nu maar naar de provincie of naar de het Rijk te gaan wijzen. En eigenlijk maar op de handen te blijven zitten, omdat het Rijk over de brug moet komen. En ik, heb ik goed begrepen uit uw bijdrage, dat u eigenlijk meer op de lijn bent van, we moeten allemaal in de bus en we moeten naar het Malieveld dan, dat we hier ook keuzes moeten maken? De voorzitter: Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Dat heeft u in ieder geval wel goed begrepen. Het is jammer, dat u niet weet dat Teletekst bestaat en ja, waarschijnlijk dan … De heer Meijboom: Ik weet wel, dat het bestaat, alleen ik dacht dat het al niet meer bestond.

De heer Den Haan: Wat er staat is, dat 25 procent van de jongeren dat en dat wil dus niet zeggen, dat de gemeente dat niet moet doen. Dat is wat anders. Want uiteindelijk, gaat de gemeente dat doen. Want het zijn inwoners van de gemeente die dan komen, dus die komen uiteindelijk bij de gemeente in de jeugdzorg. Dat is wat er gezegd wordt. Dus we zullen dat moeten doen. Alleen, waar ik voor pleit is dat dan op moment, dat we die bijdrage van de overheid niet meer krijgen, dan sturen we de factuur door naar Den Haag. Maar goed, ik hoor nu, in alle bijdragen hoor ik zo'n beetje wel van ja, maar we zijn eigenlijk al bezig met die slagen aan het maken voor bezuinigingen. Terwijl, ik eigenlijk ervoor wil pleiten en dat hoeft niet door te gaan. Ik bedoel, dat is wat Altena, hoe AltenaLokaal ernaar kijkt. Dat is om te kijken van, wil je dan ook met elkaar meedenken? In plaats van, dat je nu al gaat roepen om op bepaalde onderdelen wel … Maar dat horen we nu al he, om op bepaalde onderdelen wel of niet te gaan bezuinigen. Daar gaan we dus discussie over krijgen. Dan gaan we, dat gaat wel ellenlang duren, wat mij betreft. Dus mijn vraag was eigenlijk van, zijn jullie bereid om mee te denken, dat we niet zonder meer zomaar naar die slachtbank gaan, om gelijk al nu al op onderdelen aan de

slag te gaan? Mevrouw Schermers zei het in haar inleiding ook keurig. We zijn aan het bouwen, we hebben prachtige bouwstenen gemaakt. En die gaan we er nu al afhalen. Dat zou zonde zijn, wat ons betreft. Dus wij zeggen, ga nu eerst eens kijken of dat je ja, noem het maar die strijd aan kunt gaan met die overheid om te zeggen van, je bent volgens mij verkeerd bezig om ons die druk op te leggen. Wat overigens en dat heb ik ook gezegd niet wegneemt, dat we en daar ben ik helemaal met uw woorden eens. Als het gaat over dat het college, dat we daar het college absoluut toe in staat achten om te komen met verantwoorde zaken om ons duidelijk te maken rondom in juni bij die Kadernota om te zeggen, hier hebben wij ongeveer aan gedacht. Om iets in balans te krijgen, wat misschien nu niet helemaal in balans is. Dus wat dat betreft, ja, ben ik het eens met uw woorden. Maar niet, over dat verhaal van Teletekst. De voorzitter: Mijnheer Meijboom? Dat was voldoende? Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik vind het mooie eigenlijk wel is, dat ondanks dat we allemaal onze eigen politieke kleur hebben, dat ik toch ook heel veel consensus hoor. En natuurlijk zijn daar dan degenen, die daar ja, wat anders over denken. Maar ja, ik ben wel blij, mijnheer Timmermans dat u namens de VVA ook zegt, dat u zich herkent in toekomstbeeld één.

Want ook dat hoor ik bij veel terug hè, benut de kracht van Altena. En aan de andere kant, laten we zorgen dat we niet onder die ondergrens komen. Zodat we zorgen, dat kwetsbare groepen nooit de dupe mogen worden van bezuinigingen. Dat vind ik heel positief, dat we daar op die manier naar kijken, denk ik. En ja, of het nu Jenga is of de toren van Pisa waar poppetjes afgehaald moeten worden, ik ben ook heel blij met de VVD. Want toen ik het zat voor te bereiden, toen dacht ik ja, wat ik meer in de verkiezingsprogramma van de VVD teruglees is, meer wellicht toekomstbeeld drie. Dus dat jullie dan ook zeggen, nee, toekomstbeeld één vinden wij een heel belangrijk uitgangspunt, vind ik dan mooi. Ja, ik schrik een beetje van het CDA, dat die dan toch wel toekomstbeeld drie erbij benoemen. Omdat ja, ik vind vier en drie ja, maar goed, dat is ook filosofisch ingeschoten natuurlijk hè. Dus we hoeven er niet op woorden te vangen. Maar in mijn ogen staat vier wel voor die warme sociale structuur en drie eigenlijk meer voor, we zetten daarom geen plus op hetgeen de wet voorschrijft. Oftewel, als we het hebben over zorg en welzijn. Ja, dan verwachten we dat mensen gewoon zelf verantwoordelijkheid nemen en voor hun leven, hun zorg en hun inkomen. En ja, natuurlijk.

Maar wij hebben wel zoiets van, probeer dan wel ervoor te zorgen, dat zij inderdaad niet onder die ondergrens, zoals mijnheer Alderliesten van Progressief Altena ook benoemde. Dus ja, daarin probeer ik het CDA eigenlijk nog een beetje meer de warme kant op te trekken, in plaats van de kille kant van scenario drie. De voorzitter: Zullen we eens naar het CDA luisteren dan, mevrouw Schermers? Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja. De voorzitter: Mijnheer Bouman, aan u het woord. De heer Bouman (CDA): Ik nodig mevrouw Schermers uit, om toch de band nog eens even terug te luisteren. Als ze straks thuis is of morgen, als ze allemaal weer wat tot rust gekomen zijn. Want het woordje ondergrens is letterlijk iets, wat ik genoemd heb hè, dat we daar niet doorheen moesten zakken. En wij hebben alle vier de toekomstbeelden hebben we elementen uit benoemd, dus wij hebben hier geen pleidooi gehouden om alleen te kijken naar toekomstbeeld drie. Dat is beeld wat u nu graag wil schetsen. Dat is helemaal niet aan de orde. Wij hebben gezegd, daar kan, wij kijken, we zien, in toekomstbeeld vier zien wij ook positieve kanten, maar ook in toekomstbeeld één. Alleen, die toekomstbeelden zijn om de gedachten te triggeren. Daar is geen uitgekristalliseerd plaatje waarvoor we kunnen kiezen, want al die toekomstbeelden puur sec gezien, is er geen eentje haalbaar.

Dat, zo realistisch moeten we denk, naar elkaar zijn. Dan heb ik een vraag aan u. Ik vond

uw vergelijking eigenlijk wel, toch een stuk beter als de toren van Pisa, Jenga sprak me eigenlijk wel aan als vergelijking. Want als je begint met dat spel, dan zitten daar eigenlijk best wel wat overtollige blokjes in, die niks doen voor de constructie. En ziet u het dan ook zo, dat er inderdaad, dat wij hier bij de gemeente, dat er inderdaad ook overtollige blokjes zijn waar we iets mee kunnen doen? Deelt de ChristenUnie dat beeld ook met ons? De voorzitter: Mevrouw Schermers, ik wil ook, mijnheer Den Haan wil ook nog op u interrumperen. Mijnheer Timmermans ook nog of staat u al klaar voor uzelf? De heer Timmermans: Ik stond klaar om iets over mijnheer Den Haan een beetje die, maar dat, die ging net weer zitten. Dus ja, ik ben maar even gaan wachten. Maar hij staat inmiddels weer op, dus ik blijf. De voorzitter: Dan geven we eerst mijnheer Den Haan en dan u het woord en daarna mevrouw Schermers. Gaan we op die manier aan de gang. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Voor mij eigenlijk een simpele vraag, mevrouw Schermers. Want u heeft het over en ik hoor dat meer collega's nu zeggen, over die scenario's. Maar ik heb ook in het begin gezegd, dat die scenario's onlosmakelijk verbonden zijn met datgene, wat we hier nu vanavond willen gaan bespreken. Of wat we het college straks gaan vragen van, kom met een voorstel waarop we moeten gaan bezuinigen.

Dus dan gaan we nu eigenlijk al een verhaal vertellen van, dit scenario zou wel het beste zijn. Maar bent u het dan met me eens, dat het toch afhankelijk is van wat we uiteindelijk met elkaar gaan doen? Dat een scenario er toch anders uit komt te zien op moment, dat we op bepaalde vlakken bij wijze we spreken, zouden gaan bezuinigen? Iets, wat wij niet willen, maar stel dat dat gaat gebeuren. Bent u dat met me eens? Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, maar volgens mij is … De voorzitter: Mevrouw Schermers, was u allebei, ook op mijnheer Bouman, neem ik aan? En op mijnheer Den Haan. We gaan, en dan krijgen we daarna mijnheer Timmermans. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, heel kort dan even richting mijnheer Bouman. U heeft mij gewoon uit de droom geholpen, welke kant dat u op wil. En dat het dus inderdaad niet zo specifiek drie nog genoemd wordt, daarin heeft u mij gerustgesteld. Dan heb ik u denk ik inderdaad horen zeggen, dat dat het niet is waar, wat u voor ogen heeft. De andere kant dat Jenga, dat inderdaad wellicht blokjes zijn die daaruit kunnen, zodat we inderdaad toch nog steeds dat bouwwerk op orde hebben. Ja. Ik denk wel, dat we die zoektocht met elkaar mogen maken.

En dat dat ook het vervolg is wat we zo meteen gaan doen, als we gaan kijken naar van ja, wat zit daar dan in? En welk blokje zou dan inderdaad weg kunnen? Want dan hebben we het over bezuinigen zonder dat ja, als je te diep snijdt gaat het bloeden, zegt het spreekwoord. Zonder dat je dus inderdaad dingen wegsnijdt waarvan je later denkt, oh, maar nu stort eigenlijk het hele gebouw in. Dus fijn dat u ons vindt in diezelfde metafoor. En even richting mijnheer Den Haan. Ja, wij zien het niet meer en niet minder als een soort bril waaruit je wil kijken, dus het is een soort vertrekpunt waar je naartoe wil. En ja, zo heb ik het geïnterpreteerd en niet meer en niet minder. Maar wel dat je afweegt van, is het nou vooral economie, is het vooral duurzaamheid, is het zorg? Noem maar op. En daar hebben wij de haakjes naar ons verkiezingsprogramma en ook naar ja, hoe dat wij de kerntaken van een gemeente beoordelen. En u zegt, ja, maar daar is het nog te vroeg voor, want we willen eigenlijk nog eerst nog wel dat voortraject lopen. We willen ons nog helemaal niet laten verleiden, om te komen tot een scenario. Dat is wat ik u eigenlijk hoor zeggen. Ja. En u noemde hem net zelf al eventjes over struisvogelpolitiek. En die is misschien niet bedoeld, he

om het te overleven, die is misschien wel heel functioneel. Maar laat ik u dan toch wat steentjes in de snavel geven en denken van, ja, maar hoe zorgt u er dan voor, dat we de financiën wel op orde hebben? De voorzitter: Mijnheer Timmermans en dan, want mijnheer Timmermans heeft een vraag voor u. Dan mag u beide vragen beantwoorden. De heer Timmermans: Ja, want daar haak ik dan even op aan, voorzitter. Want ja, dat is een beetje een dingetje. Ik hoor ook hele stoere taal vanuit AltenaLokaal, wat ik helemaal niet gewend ben. Want ik heb het eigenlijk nooit eerder gehoord in de afgelopen drie jaar. Maar het, wat mij opvalt voorzitter, ik kan me toch een paar dingen nog herinneren, dat wij als Vrije Volkspartij toch zeggen van, we moeten een beetje een krachtiger signaal naar Den Haag. En dan werd er vaak ook, ook vanuit AltenaLokaal gezegd van, ja, maar ho even, wat in Den Haag, daar hebben we geen invloed op en daar kunnen we niks en daar kunnen we allemaal niet zo heel veel. En nu springen we samen in de bus en gaan we daar knokken op het Malieveld. Zo behoor ik het. En dan nee, we wachten eventjes met bezuinigen. We steken inderdaad de kop in het zand en we doen niks en we gaan ja, we gaan daar maar op de vuist met de landelijke overheid. U vindt mijn steun wel hoor, maar dat dan wel goed. Maar ik vind, dat het ver weg kijken is, als je helemaal niks doet.

En het geldt te allen tijde voor elke organisatie. Of het nou financieel goed of slecht met je gaat, je hoort altijd te kijken, wat zijn je inkomsten en hoe ga je ermee om? En u gaat er standaard al vanuit en daar ging het CDA eigenlijk ook een beetje vanuit dat het tekort, weten we niet hoe groot is, maar er is wel een tekort en er komt ook een tekort. Dus dat we helemaal niet hoeven te kijken, dat is niet goed. En het CDA gaat er nog verder in. Die zeggen, 2029 hebben we die slanke man hè die een beetje vrouwonvriendelijk zeg maar, want het was geen vrouw, maar die gaat erin. En die zien dus eigenlijk de komende vier jaar, helemaal niks. Dus eigenlijk de komende vier jaar zeggen ze eigenlijk van, ja, ja, we weten niet het tekort. Eigenlijk een beetje hetzelfde als AltenaLokaal. Maar voor de rest, laat het maar een beetje hangen daarbij. De voorzitter: Ik ga eerst mijnheer Den Haan de kans geven, want daarna mag mijnheer Bouman op u reageren. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Ja, precies. Want ja, ik laat mijnheer Bouman antwoord geven voor die, voor zijn eigen vragen, maar volgens mij klopt het ook niet helemaal. En bij mij klopt het ook niet, want volgens mij heeft u niet, al die jaren dan ook niet echt goed opgelet. Ik heb, wij hebben wel vaak zat gezegd, dat het heel lastig is om in Den Haag invloed uit te oefenen.

Ik heb wel eens meer beroep gedaan op de collega-partijen die wel vertegenwoordigd waren in Den Haag, om dan in ieder geval daar wel te vertellen van, joh, let even op in de gemeente, want het moet wel even iets anders. U heeft mij ook niet horen zeggen. dat we helemaal niks moeten doen. Ik heb ook gezegd, natuurlijk is het zo, dat we daar waar het efficiënter kan, maar daar gaan we met elkaar over in discussie, dat we dat zeker moeten doen. Dat zijn dan misschien die steentjes die hoe heet dat spel, want ik ken het niet? Jenga. Misschien moet ik dat toch maar gaan doen. Ik zit meer op de toren van Pisa met de kleinkinderen. Ik verlies overigens altijd. Maar dat college en dat ben ik weer eens met de woorden van de SGP van, dat het college daar echt wel toe in staat is om te kijken van, welke steentjes zou je er nu uit kunnen halen die efficiënt zeg maar weg kunnen, zonder dat die toren omvalt? Dus dat heeft u mij horen zeggen, als het goed is. Dus niet en ten strijde trekken, dat heeft met mij te maken, dat we niet zomaar klakkeloos al gaan beginnen met bezuinigen op allerlei onderwerpen. Want dan gaat iemand een onderwerp noemen. Dus ik hoor al zeggen, dat we zeker al niet op samenredzaam. Ik hoor de heer Bouman zeggen van, we moeten vooral al geen bluezone zijn. Denken wij anders over, dus zo gaan we over elkaar heen vallen.

Maar het gaat mij meer om die wettelijke taken, die wij hebben overgedragen gekregen. Daar hoort onder andere jeugdzorg bij. Daarvan zou ik zeggen van, volgens mij moeten we daar tegen Den Haag van zeggen van,

daar moet je echt mee kappen. Want dan krijg je de rekening, die krijg je gewoon vanzelf terug. Of dat haalbaar is, weet ik niet. Maar dan laat je wel zien, dat we voor onze inwoners staan. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman (CDA): Goed, even kort op de reactie op de heer Timmermans. Hij lokt mij natuurlijk een klein beetje uit, dat ben ik gewend van hem. Dus dat, maar dat is natuurlijk niet wat wij hebben beoogd te zeggen en dat hebben we ook niet gezegd. Wij hebben gezegd, dat we in de periode van 2026 tot 2029 moeten groeien naar een sluitende begroting. Dat zal dus een geleidelijk proces zijn. Je gaat ook niet vandaag één op dag twee zoveel overtollig vet kwijtraken, als op het plaatje zichtbaar was. Daar heb je even de tijd voor nodig. Dus die tijd, die moeten we ook nemen om dat op een zo zorgvuldige manier te doen. En ook op een manier te doen, dat je dat kunt volhouden met elkaar, dat je dat op een verstandige manier doen. Als wij en dat hebben we ook in eerdere beschouwingen en inbrengen hier al gedaan waar u ook bij was, hebben we juist gezegd, we zullen moeilijke keuzes moeten maken met elkaar. En daar lopen wij ook niet voor weg. De voorzitter: Mijnheer Timmermans nog. De heer Timmermans: Ja, dank, voorzitter en dank voor de beantwoording, in ieder geval. Waar ik dus bang voor ben en dat is een beetje het punt wat, we noemen het allemaal het ravijnjaar.

U citeert dat ook nog een beetje. Daar zijn wij mee begonnen zo’n beetje, als eerste te zeggen hier in Altena, dat ravijnjaar 2026 aankwam. En toen werd er nog een beetje lacherig over gedaan. Maar uiteindelijk is het ook nog zo, een ravijn weet je niet hoe diep dat hij is. Al die begrotingen die wij opstellen en dat is ook naar de, mijnheer Den Haan toe, we stellen allemaal begrotingen op en het zijn eigenlijk luchtkastelen, die we bouwen. We weten niet eens wat er komt, weten ook niet, hoe groot het tekort is. Dus we moeten te allen tijde en dat geldt eigenlijk altijd en los van bezuiniging of dat nu zo is en misschien, dat het over een paar jaar weer beter gaat. We moeten altijd strak sleutelen. We moeten altijd strak kijken naar de uitgaven, want we gaan oh zo snel een forse tegenvaller zelf creëren. En dan kom ik wel een beetje op de stenen uit, die de heer Bouman van het CDA wel zei. Want er zijn in dat spel Jenga zijn natuurlijk altijd stenen, die je eigenlijk ook helemaal niet hoeft te doen. En die hebben we zelf opgetuigd, want die hebben we wel zelf neergelegd en daarom moeten we die hard nodig weghalen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Ja, één beantwoording heeft de heer Bouman van het CDA zojuist al gedaan hè. Dus het ingroeien naar die 2029, daar zijn wij het van harte mee eens.

Met name ook, omdat je als overheid denk ik zo adaptief mogelijk moet handelen. Maar wel, een heldere opgave uiteindelijk niet uit de weg moet gaan. Uiteindelijk moet er wel gewoon een sluitende begroting komen. In dat kader is het ook richting AltenaLokaal, we ondersteunen van harte alles wat wij kunnen doen, om uiteindelijk die last die op ons afkomt zo min mogelijk, zo licht mogelijk te laten zijn. En zo geleidelijk mogelijk ingroeien in het model, wat uiteindelijk dat evenwicht voor Altena behaalt. Ik zal een punt zetten, want ik zie dat de heer … De voorzitter: Mijnheer Den Haan heeft zijn blokje kaas op. De heer Alderliesten: Ja, hij slikte hem net weg. De heer Den Haan: Een deel daarvan zit nog achterin. Maar ik hoorde u iets belangrijks zeggen. Op het gevaar af, dat ik volledig afgeserveerd wordt door mensen die verstand hebben van geld en van begrotingen. Want

nogmaals, boekhouden was in, bij twee MAVO heb ik weg weggezet, dus daar was ik klaar mee. Maar waarom hebben wij het nu steeds over een sluitende begroting? Ik denk, dat dat is omdat de provincie ons dat verplicht. Maar waarom gaan we daar niet tegen in het geweer? Dat is ja, zie je wel? Daar komt hij aan. Waarom leggen we dat de provincie niet uit? Dat als dit ons overkomt, waarom moeten we dat dan doen? Naar mevrouw Schermers toe, was ik nog even vergeten. Mevrouw Schermers, die zei van ja, die gaf die steentjes in, die steentjes ... Dat heb ik in ieder geval top voor elkaar. Iemand met steentjes in de stapel. Nou die je kwijt... De voorzitter: Niemand wil steentjes in zijn snavel hebben. De heer Den Haan: Die zijn we kwijt. Ja. Ja. 17, ik hoor net 17.000 per jaar, die die nee … Nee, nee, nee, hij mag zich niet verslikken, nee, daar doen we niet aan. Maar dat was naar mevrouw Schermers nog. Die zei van ja, maar wat heb je dan, wat heb je dan nog te bieden? Ja, best wel veel. Want ik ja, ik was het weer eens met de heer Meijboom van de SGP, dat samenredzaam, samen ga je er meer bereiken. Dus we moeten veel meer, ook die samenredzaamheid moeten we ook op gaan zoeken met elkaar, om bedrijven, et cetera meer te betrekken bij de inwoners. Dus er zijn best wel kansen. Maar ik hoor al, ben er net nog ingetrapt. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten, ga uw gang.

De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. En richting de heer Den Haan. Laat ik hem beantwoorden op het gevaar af, dat de heer Duizer zo de zaal weer gaat verlaten. Want ook ik ben verre van het financiële geweten van onze partij. Maar in mijn beperkte beleving is het zo dat we dat doen, omdat anders de provincie ons onder curatele stelt en daardoor gaat over, wat wij nou uiteindelijk gaan uitgeven en wanneer. Ik hoor nog niemand van zijn stoel rollen van de lach, dus misschien heb ik hier een punt te pakken. Maar ik zie de heer Bouman opstaan, dus ik was te snel. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman (VVD): Ja, dat is natuurlijk niet de enige reden. Kijk, want u brengt het een beetje leuk en makkelijk. Maar we brengen onze begroting niet alleen maar op orde, omdat dat moet van de provincie. Maar we doen dat ook, dat is, oh, blokjes kaas. Ja. Ja, is vettigheid. Ja. We doen dat ook, omdat we gewoon verantwoordelijk zijn dat we hier de boel op orde hebben. Want wij willen niet vier jaar lang een gemeente zijn en de andere 350 nog wat gemeenten willen ook niet vier jaar een gemeente zijn, je wil voor de eeuwigheid een gemeente zijn. En daarvoor heb je gewoon je begroting in balans nodig. Dus je kan wel zeggen van, ja, komt wel later. Maar dan is het later en dan komt het weer later en op een gegeven moment ga je net als thuis, ga je gewoon failliet.

Dat is niet waarvoor wij hier op aarde zijn. We zijn op aarde om gewoon goed bestuur te zijn. Dus ik vind het allemaal leuk en aardig wat u doet, maar ik nodig u toch uit om gewoon dadelijk wel mee te doen en ook uw verantwoordelijkheid te nemen in dit bezuinigingsproces. Want dat gaat gewoon gebeuren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Alderliesten, was uw termijn, dus. De heer Alderliesten: Het was een interruptie op mij dacht ik, maar het ging uiteindelijk … Dus ik zie het dan maar als een adhesiebetuiging. De voorzitter: Precies.

De heer Alderliesten: Dat ik het redelijk in het snotje had. Maar het kon nog beter, zo zie ik hem dan maar even. En korter. Nee, laat ik even nog, want een andere opmerking die ik wilde maken, daar heeft de heer Bouman nu ook een klein voorschotje op genomen. Het is natuurlijk niet zo, dat we als partij ook kunnen zeggen van ja, wij doen niet mee. Wij doen niet mee in het spel van zoeken naar mogelijkheden, om die financiële balans wel te zoeken. Waardoor je de verantwoordelijkheid eigenlijk ontloopt, om ook ja, vuile handen te maken om het zo maar te zeggen. Maar laat helder zijn, dat voor Progressief Altena in ieder geval de stelregel is, dat we doen wat absoluut noodzakelijk is. Zo adaptief mogelijk, zodat het ook, daarom ook die nadrukkelijke onderstreping van de eerder geuite wens door de ChristenUnie, dat we ook weten wat de maatschappelijke impact is van hetgeen, we uiteindelijk voorgeschoteld krijgen. Zodat we daar ook een gewogen besluit kunnen nemen. Zodat we ook kunnen besluiten of, dat dat voor ons, de kwetsbaren, voor de hogere doelen die wij onszelf ook ten doel gesteld hebben, of dat het daar geen ondergrens, dat we niet door onze hoeven zakken. Dat zijn zaken, die uiteindelijk bij de Kadernota aan de orde moeten komen. En daarom zitten we volgens mij hier nu bij elkaar, om te zoeken naar mogelijkheden die we richting het college gaan meegeven.

Om uiteindelijk van het college hier duiding te krijgen over wat meer en minder haalbaar is, gezien onze ambities. Ja, mooier kan ik het niet maken, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Ik kijk nog even rond of er nog meer fracties zijn, die in de tweede termijn nog een bijdrage willen leveren aan het debat. Ik zie, dat dat niet het geval is. Dan concludeer ik, dat we het debat op dit terrein nu voldoende met elkaar gevoerd hebben. Het is aan de fracties zelf, hoe ze op 4 februari hier al dan niet nog wat nadere duiding aan willen geven, ofwel in hun betoog dan wel dat er nog gezamenlijk in moties teksten gevonden worden, die hier richting kunnen geven. In het kader van de wensenen bedenkingenprocedure en daar kunt u die scenariobeelden voor gebruiken. 6.

Ombuigingen op hoofdlijnen richting Kadernota 2026 De voorzitter: Daarmee komen we naar de volgende debatstuk. Dat zijn de Ombuigingen op hoofdlijnen richting de Kadernota. U heeft allemaal onderwerpen aangegeven op grond, waar u vanavond met elkaar het gesprek over zou willen voeren. Die zijn allemaal mooi in een overzicht weergegeven. Ik stel voor, dat wij die zoals te doen gebruikelijk per programma langslopen. Waarbij ik u wel vraag, om er een aantal gebundeld te doen. En dan zal vanuit het college daar eventueel ook reactie op komen, om u in uw gedachtevorming te ondersteunen. Als eerste programma 1, Inwoner en Bestuur. Er zijn een aantal fracties, de VVD, de VVA, de ChristenUnie en de SGP, die het onderwerp Gemeenschappelijke Regelingen in debat willen brengen. En dan begin ik gewoon bovenaan bij de VVD. Mijnheer Bouman, trapt u af. De heer Bouman (VVD): Ja, dank u wel, voorzitter. Vooropgesteld, enkele andere partijen die hebben vragen gesteld van, goh, moeten we niet eens kritisch kijken, inhoudelijk naar de GR’en. Zijn ze allemaal wel nodig? Daar zijn we het ook mee eens, dus we moeten zeker ook een inhoudelijke selectie maken van de GR’en en goed kijken, willen we ze allemaal überhaupt wel behouden? Maar dan nog, als je tot de conclusie komt, we willen ze behouden.

Zoals de heer Den Haan goed uitlegde net, wij worden gewoon van boven geconfronteerd met een bezuiniging. Het Rijk wil wel ons als gemeente houden, maar toch krijgen we een bezuiniging. Onder ons hangen diverse Gemeenschappelijke Regelingen, die willen we waarschijnlijk grotendeels gewoon houden. Maar dan nog vinden wij als VVD, dat die gelijkmatig mee moeten in ons bezuinigingsproces. Dus ook de GR’en die dan blijven, die zouden naar onze mening ook gelijk gelijke tred naar beneden moeten met de gemeenten. En als je alleen maar rekent naar hoeveel gemeente Altena moet bezuinigen, dat is zo'n drie procent, dan zouden die ook zo'n drie procent moeten bezuinigen. Heb je ongeveer een half miljoen verdiend. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Dan de VVA.

De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ja, ik ga er … Ik wil eigenlijk niet heel diep op eigenlijk op ingaan, ondanks dat wel een grote ding is. Maar om hier goed op in te gaan, moeten we denk ik inderdaad, alle Gemeenschappelijke Regelingen gewoon eens even een keer tegen het licht aan houden. Waar zijn we allemaal lid van, van welke club? En wat brengt iets op? En dat is niet altijd te meten, dat snap ik ook. Dat is best een moeilijk meetinstrument, hoe je dat gaat doen. Dus op zich, ik had het niet gezien wat de heer Bouman van de VVD had ingediend in eerste instantie voor deze ja, wel voor deze vergadering, maar niet de afgelopen keer. Dus wat dat betreft, brengt die wel een aardig schotje voor de boeg om te zeggen, we trekken alles op één lijn en we zeggen, we doen overal een taakstellende bezuiniging. Dat is op zich een fair iets, denk ik om te doen, maar dan lopen we nog wel van de inhoud af. Want uiteindelijk zullen er waarschijnlijk ook wel Gemeenschappelijke Regelingen zijn, waar dat eigenlijk niet kan of eigenlijk niet lekker voelt, omdat we dan met drie procent best wel mensen in de kou kunnen zetten. Aan de andere kant, kan het misschien wel heel vlot vijf, zes procent zijn bij sommige regeling, of veel meer.

Dus ja, om de discussie goed te voeren zou je ze eigenlijk één voor één af moeten lopen en zeggen van, waar gaan we iets mee doen? En het college heeft daarin wel aangegeven, dat ze, dat we, waar wel gestuurd kan worden en waar niet. Maar daar denken we eigenlijk verder over na en wat de collega-partijen daarover vinden. Moeten we daar inhoudelijk of net als de VVD zegt, een één-al regeling voor hebben om te bezuinigen? Of helemaal niet natuurlijk, zijn drie smaken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Hoeven van de ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Ja, dank u wel. Ja, het nadeel van … Ik ben het eens overigens met de instelling, die de VVD heeft. Dat je een, naar een gemeenschappelijke afspraak zou moeten gaan. Ik heb dat ook vorig, dit jaar ook bij de behandeling van de Gemeenschappelijke Regeling gevraagd, moeten we dat niet weer opnemen in regels? Daar waren we toen niet voor te porren met zijn allen. Het vraagt echt wel wat van ons ook in het lezen van die begrotingen en die Kadernota’s van die Gemeenschappelijke Regelingen. Komen allemaal langs, laten we allemaal passeren. Dus als we dit echt willen, dan moeten we daar ook wat meer in meedenken. Maar dat we op moment geen trap op-trap af regeling naar Gemeenschappelijke Regeling hebben, is gewoon jammer, want dan hadden we het gewoon geregeld gehad.

En als we dit inboeken, dan praat je waarschijnlijk pas over twee jaar, dat het echt realistisch is. Maar goed, wij zijn het daar niet zo mee eens. Maar goed, wij hebben zelf ook naar posten gekeken waar, we doen dus een of andere dienstverleningsclub van de VNG. Normaal is, de gemeente is, zou drie euro per inwoner, lid en wij betalen ongeveer vier of vier 5 euro dus. Wij hebben daar geen beeld van. Maar dat zijn van die dingen van jongens, als alle gemeentes drie euro betalen, laten we dan ook lekker drie euro betalen. Tenzij, dat je echt aan kan geven waar dat dan voor nodig is. Maar laten we daar ook nog eventjes gemiddeld doen. Dat geldt in die zin gewoon algemeen voor de Gemeenschappelijke Regelingen, de noodzaak bekijken. We zijn weer een nieuwe begonnen voor de aanbesteding van zorg, mogen we gelijk even vier ton aan uitgeven. Ja, komen we later bij zorg wel eventjes op terug. Maar daar zijn volgens mij slimmere mogelijkheden mogelijk. Dat zien we in de Bommelerwaard, dat zien we in de Betuwe. En wij hobbelen daar weer braaf achter West-Brabant aan en daar zouden wij ook gewoon echt wel stappen willen zetten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Dan mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter.

Voorzitter, ik zat afgelopen weekend … Ik denk, dat iedereen hem al gelezen heeft, want ik ren altijd gelijk naar de brievenbus als die binnenkomt, Binnenlands Bestuur. Maar er staat een, wat zegt u? De voorzitter: Mijnheer Verhagen, hè?

De heer De Raad: Ja, er staat, ja, mijnheer Verhagen. Inderdaad een mooi stukje over de Gemeenschappelijke Regelingen. En daar staat over de afgelopen tien jaar opgesomd, wat er voor overschot in de Gemeenschappelijke Regelingen zat. Ik zal niet alle bedragen opnoemen, ik zie ze niet elke dag voorbijkomen op mijn bankrekening. Maar gemiddeld gaat het wel over 130 miljoen, wat er aan overschot is per jaar op de Gemeenschappelijke Regelingen. En dat toont denk ik al aan, waar andere partijen ook al aandacht voor gevraagd hebben en dat is ook de reden, waarom wij hem als SGP op de agenda hebben laten zetten. Dat we vinden, we staan als gemeente voor een bezuinigingstaakstelling, dat ook de Gemeenschappelijke Regelingen daarin mee moeten. Als je ziet dat vanuit onze gemeente ruim 13 miljoen naar de regionale samenwerkingen gaat en naar Gemeenschappelijke Regelingen, dan moet daar zeker ruimte in zitten om met ons mee te bezuinigen. De heer Van der Hoeven noemde het al, samen de trap op. En ook wat ons betreft, ook samen de trap weer af. Wij zien zeker wel de meerwaarde van de Gemeenschappelijke Regelingen. Er zijn er een aantal waar we soms wel bij twijfelen, wat is uiteindelijk de meerwaarde? Wat levert ons? Als je kijkt naar een P10 en N50, al dat soort verbanden.

Maar aan de andere kant gaat het ons nu vooral om van, ja, laat alles met ons mee bezuinigen en laat het niet bij ons als gemeente alleen vandaan komen. Maar uiteindelijk, moeten ze ook wel met ons mee bezuinigen. En of dat dan iedereen ja, per se drieënhalf procent is of de ene meer, de ander minder. Daar valt nog over te discussiëren. Maar dat alle Gemeenschappelijke Regelingen met ons mee moeten, dat is voor ons een feit dat helder is. En ja, de andere partijen die net vooraf al gesproken hebben, denk ik ook. Dus volgens mij, hebben we daar best wel brede gemeenschapszin te pakken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Ik kijk even naar de andere fracties die nog niet aan bod geweest zijn, om mee te doen in dit debat? Mijnheer Roovers van het CDA. De heer Roovers: Ja, dank je wel, voorzitter. Laat ik eerst het college bedanken voor het overzicht wat bij de stukken zat, wat inzicht geeft in de samenwerkingsverbanden die er zijn. We hebben echt wel gevoel bij de punten, die de andere fracties net hebben aangegeven. Waarbij we zeker die van de VVD omarmen, omdat dat een minimale inspanningsverplichting is die wij verwachten van zeg maar Gemeenschappelijke Regelingen, in het zicht van verlengd lokaal bestuur. Wij gaan er ook eigenlijk wel vanuit, dat de partijen komen met een gezamenlijke motie.

Waarbij wij het college wel oproepen, om bij de uitwerking ook even te kijken naar de, vooral als je kijkt naar zeg maar uittreden, wat dan de effecten zijn van die uittreding. Want wij hebben dat gevraagd en dat is eigenlijk een beetje het nadeel van het overzicht wat er is. Het overzicht is heel uitgebreid, alleen het geeft geen antwoord op de vraag, wat gebeurt er nu als we echt gaan uittreden? Wat betekent dat aan uittreedkosten? En wat betekent dat aan taken die dan resteren, waar gaan we die dan beleggen? Dus wij gaan ervan uit als die motie komt, dat het college in ieder geval daar ook aandacht voor heeft. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Mevrouw Maris van Progressief Altena. Mevrouw Maris: Ja, dank je wel, voorzitter. Progressief Altena begrijpt ook de zorgen die hier liggen. We hebben natuurlijk ook inmiddels al een motie aangenomen bij de Kadernota, meen ik mij te herinneren over de broekriem aanhalen. Kijk even naar mijnheer Van der Hoeven. Daarnaast, komen natuurlijk, de nieuwe begrotingen komen natuurlijk in februari van de Gemeenschappelijke Regelingen. Ik stel ook voor, dat wij als raad dan ook die taak oppakken, om daar goed met elkaar naar te gaan kijken. En daarnaast, willen wij wel meedenken over het voorstel om mee te bezuinigen.

Maar zijn we niet alleen geïnteresseerd in wat dan de kosten zijn van de uittreding, maar natuurlijk ook wat de maatschappelijke effecten zijn. Ik denk, dat we daar ook het gesprek met elkaar over moeten hebben. Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15123239/1