2024-11-12 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
Ja, er waren natuurlijk wel iets meer punten, dan alleen maar de balie. Dan moeten we inderdaad misschien ook kijken naar de parkeerplaatsen voor handicapten, die wat ruimer kunnen worden. En dan vinden we elkaar helemaal, denk ik. Maar wij zien elkaar zo heel even, denk ik. De voorzitter: Mevrouw Maris nog, laatste. Mevrouw Maris: Excuses, nog even kort reageren. Dank u wel, voorzitter. Dat is inderdaad een beetje het probleem. We gaan nu als, in ieder geval, ik ben geen ervaringsdeskundige, allerlei voorbeelden noemen die wel of niet relevant zijn. Dus ik denk, dat wij ons gaan beraden over de tekst van de motie en wellicht, toch nog met een iets anders geformuleerde motie zullen komen. De voorzitter: Ik stel voor, dat we straks na de behandeling van alle moties toch een momentje schorsing inplannen. En dan is er volgens mij, tijd voor overleg daarover. Wethouder, wilt u nog licht geven, wordt het goud of wordt het platinum? De heer Sheikkariem: Voorzitter, ik, het laatste wat ik zou willen is, mijnheer Van Gammeren in verwarring brengen. Laat duidelijk zijn, mijnheer Van Gammeren, u heeft als raad besloten met strategisch vastgoed, om minimaal voor goud te gaan. En we hebben de intentie uitgesproken, daar waar mogelijk zullen we platina toepassen. Maar u heeft ook ons meegegeven, laat er wel een goede verhouding zijn tussen de investering en het realiseren van platina.
Dus we gaan in ieder geval voor goud en daar waar mogelijk, komt platina. De voorzitter: Volgens mij, is dat een helder antwoord. Daarmee hebben we volgens mij, 2.3 voldoende behandeld op dit moment. Programma 5 Bereikbaar Altena
De voorzitter: Gaan we naar programma 5 Bereikbaar Altena. 2.1 gaat over het openbaar vervoer. De heer Nieuwenhuizen en de heer Den Haan hebben daarvoor een motie voorbereid. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Den Haan, ga uw gang. De heer Den Haan: Ja, dank je wel, voorzitter. Ja, ik sta als eerste. Ik keek mijnheer Nieuwenhuizen aan, maar die … Ik ben ook iets jonger, dus. Nee, geintje, geintje. Voorzitter, dit is een vervolg op een eerdere motie die hebben gehad. Daar hebben we, vorige keer hebben we daar uitgebreide discussie over gevoerd. Daar vinden wij als AltenaLokaal in ieder geval van, dat daar nog te weinig uitvoering is gegeven. Sterker nog, we hebben het idee, dat dat echt te weinig is. Zeker ook, de integraliteit is nog niet bekeken. En nu eigenlijk heel kort en heel krachtig gaat het ook over nog een handreiking, een aanvulling die we doen. En dat gaat, toch ook nog eens een keer extra kijken van, dat vervoer van en naar die hoofdassen, om dat nu op korte termijn ook nog goed proberen af te regelen. Maar belangrijk voor ons ook is het verhaal van, ook in het verhaal van Right to Challenge. Dat geven we als handreiking als, aan het college nog even mee om ook te kijken, waar de kracht van en in Altena zit voor die eerdere motie.
En ook om hier te kijken, of dat we dat hele, die bereikbaarheidsarmoede of dat we dat in de toekomst, als dat eventueel nodig is, ook kunnen oplossen. En dat onderzoek moet er nu echt gaan komen. Dat duurt echt te lang. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Nieuwenhuizen van de ChristenUnie, mede-indiener. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. We hadden dat samen afgestemd op deze manier, dus vandaar. Omdat het onderwerp door de heer Den Haan ingebracht is in de vorige ronde en ik met een motie ben gekomen, hebben we dat zo onderling afgestemd. In goede samenwerking, waar we het eerder over gehad hebben vanavond. Maar ik wil nog even onderstrepen, dat we er al heel lang over praten over openbaar vervoer. Eigenlijk, sinds de vaststelling van het mobiliteitsplan. En dat het eigenlijk wel, naar onze mening wel tijd wordt, dat er nu echt concreet dingen gedaan worden. En met name de, in uitvoering van de motie Right to Challenge, die ook op zich laat wachten, uitgelezen kansen biedt om nu creatief aan de gang te gaan. Dat wil ik nog even toevoegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Andere fracties? Mijnheer Kolff van de VVD. De heer Kolff: Ja, dank u wel, voorzitter. Het antwoord is hier vanavond al gevallen, in verwarring. Als ik het stuk lees, kan ik dat helemaal begrijpen.
Natuurlijk, de armoede van het, in het verkeer. Maar we hebben hier al jarenlang in een buurtbus. Volgens mij, is hij al een beetje aan het afkalefateren, of afsterven, hoe je het noemen wil. Gaan we dat nieuw leven inblazen? Is mijn vraag aan de indieners. Er zijn lijnen waar bussen en busjes gereden hebben, waar geen gebruik van gemaakt wordt. Gaan we dat helemaal weer optuigen? Tweede vraag is, waar halen we de vrijwilligers vandaan? En derde vraag is, moet dat al in Q1 van 2025? Dat is volgens mij, heel erg snel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ook wij hebben ons eigen positief opgesteld richting de heer Den Haan in de vorige ronde, zeg maar. Om hier wat meer slagkracht aan te geven, dat er wat armoede heerst op het bereikbaarheid in, op ons grote eiland eigenlijk. Dit is op zich wel een eerste goede zet, denk ik. Right to Challenge om daarin na te denken. Het college mee te geven hè. Kan de verenigingen die nu soms geld tekort komen bijvoorbeeld door oud-papier, wat we ook al eerder over gehad hebben, om dat te kunnen compenseren op een of andere manier. Vrijwilligers die misschien wel een ritje kunnen rijden in een soort
buurtbusje, als ze daar geen groot rijbewijs voor nodig hebben natuurlijk. Maar op zich, is dit wel de eerste aanzet. Wat, waar de heer Den Haan wel denk ik goed op de plank te slaan, denk ik. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Van Breugel van het CDA. De heer Van Breugel: Ja, dank u wel, voorzitter. We hebben in het verleden al verschil, diverse initiatieven genomen om bereikbaarheid binnen Altena te verbeteren. Ik noem u er een paar. We hebben de Altena liners, hebben wij als CDA ingebracht. Dat is uitgeprobeerd door Arriva. Alleen, zonder echt resultaten, het aantal reizigers was beperkt. Onlangs, het automaatje hebben we in gebruik genomen. Vervoer dat gericht is op vrijwilligers, inzet van vrijwilligers. En ja, goed, we hebben de raadsbrede motie, die aangenomen is op 18 april 2023, die voornamelijk gericht was aan het provinciebestuur. En waarvan, wij nog terugkoppeling van moeten ontvangen. Mijnheer Den Haan, die doelt er elke keer op, en terecht. Maar het blijft ook voor onze CDA, de bereikbaarheid binnen Altena, complex vraagstuk. Kijk, de motie die nu eigenlijk voorligt, die is eigenlijk, die lijkt eigenlijk op de motie van 18 april 2004, punt 4. Die lees ik nog even voor, want die heb ik eens even bijgehaald. Die luidde als volgt. Want de andere punten van die motie, die waren gericht aan de provincie, maar deze was gericht aan het college.
Op voorhand als college het initiatief te nemen om de komende maanden te onderzoeken, wat de mogelijkheden zijn om zelf bereikbaarheidsarmoede in de kern op te lossen. Denk hierbij aan huurbusjes, leasebusjes en vrijwilligers. Goed, dat lijkt op de motie, die nu voorligt. Kijk en die motie, die klinkt sympathiek om vrijwilligers in te zetten. Maar wij vragen ons eigen af, of dat, bij het bedenken van deze motie nagedacht is over een aantal zaken. En dat gaat, mijnheer Kolff, die noemde er al een paar, gaat over regels en veiligheidsvoorschriften. Kijk, het vervoeren van personen. Dat klinkt heel gemakkelijk, maar er zitten allerlei regels en voorschriften aan. Vrijwilligers moeten cursussen volgen, trainingen volgen en dat kan ontmoedigend zijn. En ja, ga je zo vrijwilligers vinden? Dan heb je te maken met juridische aansprakelijkheid en hoe worden aansprakelijkheidskwesties geregeld bij incidenten en ongelukken? Dus het roept heel veel vragen op. De coördinatie, wie gaat dit allemaal coördineren? Moeten dat ook vrijwilligers zijn? Want gaat zo’n vrijwilligersinitiatief wel slagen? Het zoeken en vinden van vrijwilligers. Wij komen als CDA bij heel veel verenigingen. Daar als we vragen, hoe zit het met het bestuur? Er zijn vacatures achter de bar, overal zijn er problemen om mensen te vinden. En dan hebben we het nog eens over de middelen.
Moeten busjes ingezet worden, er moeten bussen ingezet worden. Die moeten aangeschaft worden, die moeten onderhouden worden. Dus ja, bij het bedenken van deze motie, hebben wij allerlei vragen. Dan wordt net, mijnheer Timmermans die roept, ja, ga naar verenigingen, die kunnen misschien inkomsten genereren. Hoe gaan we dan om met onze zes buurtbusverenigingen, die alleen maar een reiskostenvergoeding krijgen? Dus ja, ik denk, dat het heel veel vragen oproept en dat het leidt tot, geen oplossing. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Breugel. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Ja, als ondersteuner van de motie, dank aan AltenaLokaal en ChristenUnie voor het indienen van de motie, gaan wij uiteraard ja, ik zal niet zeggen een lans breken nog een keer hè, want dat is al is al genoeg gedaan. Maar toch een korte reactie op de bijdragen van enkelen, die toch wat negatiever eigenlijk in deze motie al gereageerd hebben. Wij zien het anders, wij zien het uiteraard positief. Maar laten we ook vooral kijken, waar de raad van is. De raad gaat over de wat-vraag. En wat willen wij bereiken? Dat is nu eindelijk iets doen aan die mobiliteitsarmoede of vervoersarmoede, sorry. Wat we willen bereiken is, dat we in Altena beter openbaar vervoer aan de dag kunnen leggen.
En hoe we dat gaan doen, laten we dat vooral ook aan het college vragen. Laten we het college vragen om te kijken, of dat ze met deze motie uit de voeten kunnen. En nou ja, voortvarend aan de slag kunnen gaan met een thema, wat we al
zo lang op de agenda hebben gezet en al zo vaak aan de orde is geweest. Om nou eindelijk eens in het kader van de leefbaarheid in Altena aan te pakken, dat we daar de eerste stapjes gaan zetten. De Altena liner, het automaatje. Het is allemaal waar. Alle mitsen en maren en lastige kwesties die genoemd zijn, het is allemaal waar. Maar wij gaan over de wat-vraag. En hoe-vraag, die leggen we graag bij het college neer. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Versluis van de SGP. De heer Versluis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dan sluit ik toch een beetje aan bij de hoe-vraag van de vorige spreker. Want dat is eigenlijk als je deze motie goed leest en je legt die naast de motie, die nog in behandeling is bij het college. Dan is het enige wat deze motie toevoegt, is het Right to Challenge. Ik heb het nog even nagezocht, want ik ben niet zo Engels vaardig. Maar het lijkt iets te betekenen, het recht om uit te dagen. Dat recht hebben we natuurlijk allemaal als raadsfracties, om het college uit te dagen. Het is natuurlijk de vraag, of dat ze dat nodig hebben. En ik had hier ook het een en ander staan, door de vorige sprekers aangegeven. Daar zit natuurlijk best een aantal lastige zaken in het recht om uit te dagen. Als je kijkt naar de initiatieven die er allemaal zijn, geweest zijn, de buurtbussen, het automaatje, enzovoort. Zie het allemaal maar vol te houden.
Het klinkt allemaal geweldig. We kunnen spreken over de kracht van Altena en allerlei mooie termen. Maar het lijkt er op een gegeven moment wel op, het is genoeg. Onze maatschappij is verzadigd van, waar haal je dat allemaal nog vandaan? Dus ja, als wij deze motie lezen. De vorige motie hebben wij natuurlijk ook gewoon ondersteund, die ging over de vervoersarmoede. Want wij vinden het ook gewoon belangrijk, dat we een bepaalde mate van openbaar vervoer binnen onze gemeente hebben. Want er zijn er toch een aantal, die daar gebruik van willen maken. Maar er ligt een opdracht bij het college, die is nog in behandeling. We hebben er recent nog een update van gekregen. Ja, daarom vragen wij een beetje af van, wat voegt dan deze motie op dit moment nog toe? Aangezien de opdracht al bij het college ligt. En het enige wat u toevoegt, is Right to Challenge. Ja, dan gaan we in wezen wel spreken over de hoe-vraag. Laten we dat alsjeblieft bij het college laten liggen van, wie weet, hebben die wel hele briljante ideeën of platina ideeën, of hoe je ze ook noemt om dit probleem op te lossen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. We zitten in ieder geval in de edelmetalen goed vanavond. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Ja, ik zocht even een vergelijk van een ander edelmetaal, maar daar kom ik nu even niet op.
Ik zal proberen, want ik snap wel, zeker als ik kijk naar mijnheer Versluis zeker als ik kijk naar de heer Versluis en ik heb dat andere sprekers ook al horen zeggen, dat het lijkt op de vorige motie. Daar is het ook een klein beetje wel voor bedoeld. Omdat, ik hoor het net mijnheer Versluis zeggen van ja, we hebben er vorige keer een update gehad. Daar gaat het nu net om. Die update, die was voor ons nog niet voldoende. Omdat juist datgene en dan kom ik op de woorden van heer Van Breugel, eigenlijk mijnheer Kolff, die zei dat, die begon daar ook al over van ja, die komen met de mitsen en maren. Dan zou ik eigenlijk willen zeggen, dan heeft u kennelijk het onderzoek al gedaan, waarop we het eigenlijk niet zouden moeten doen. Dus dat … Terwijl wij denken, dat dat wel zo is. Ik heb dat, in de eerste motie heb ik dat ook verteld dat, toen was het, ging het over Zeeland. Daar was geen openbaar vervoer meer, daar moesten ze wel wat gaan doen. In het oosten van het land zijn echt en dat heb ik toen ook aan het college aangegeven, maar ja, dat is inderdaad 18 april 2023. En we hebben daar nog geen antwoord over gehad. Dus daar gaat het even om. Het gaat even om het pushen van, nu moet er echt wat gebeuren. Want dat ging over leasebusjes, dat ging over huurbusjes. En dat is wat de heer Altena, of de heer Alderliesten vertelt van Progressief Altena.
Die zegt dan van, ja, wij gaan over de wat-vraag. Maar als u wil, dat ik de hoe-vraag ook een klein beetje inkleur, dan kan ik dat ook doen. Want ik heb natuurlijk onderzoek gedaan in het oosten van het land, waar het over gaat. Dat daar ook
inderdaad op plattelandsgemeenten zoals wij zijn, dat daar gewoon huurbusjes zijn, dat er leasebusjes zijn. En dan hoor ik de heer Van Breugel zeggen, ja, maar hoe gaat het dan met de juridische aspecten? Ja, dat is daar ook bekeken. Ja, natuurlijk onderkennen we die. Dat personenvervoer dat is, dat moet je wettelijk goed afregelen. Dat kan niet zomaar. Maar je hebt nu ook chauffeurs die dat voor buurtbusjes doen, die ik ken, die ook die cursussen gedaan hebben. We hebben het hier gehad over de integraliteit, de integraliteit die er niet geweest is. Om met muziekverenigingen, om daar met de vrijwilligers te gaan praten en te zeggen van, bij jullie is er een hele bron van inkomsten is er weggevallen. Ga nu eens met die muziekverenigingen praten. Wat er uitkomt, dat weet ik nog niet, maar dat hebben we nog steeds niet gedaan. En dat is het verhaal, wat hier nu voorligt. En dat willen we eigenlijk nog een keer extra gas geven, om dat te onderzoeken. En dan komt dan, het Right to Challenge verhaal komt erbij. Gebruik dan ook die kracht van Altena. En als het dan gaat over de financiering en wat ik ook de heer Van Breugel hoor vertellen van, ja, dat zijn heel veel mogelijkheden. Er rijden nu busjes bij, bijvoorbeeld bij zorginstellingen. Ja, die zijn vol gestickerd met, vanuit bedrijven.
Je kunt … Maar als het college wil, dat ik in dienst bij ze kom om dat uit te zoeken, doe ik het ook graag. Dat is prima. Maar volgens mij, is het college heel goed in staat om dit te doen. Want dit is niet zo heel erg moeilijk om dit te onderzoeken, wat een leasebusje kost, wat een huurbusje kost en hoe je het onderhoud zou moeten regelen. Daar zijn voorbeelden zat van. Daar vind ik nu, dat we echt ja, ik heb wat meer tijd nu op dit moment in mijn werk, dus ik zou dat gerust kunnen doen. Doe ik het nog voor niks ook. Dus bij dezen, voorzitter. Het is … De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Wellicht als u in dienst wil treden bij het college, dan moet u wel stoppen als raadslid. En u wordt er nu juist zo in gewaardeerd. Dus dat, die keuze wil ik u dan wel meegeven. De heer Den Haan: Het was nu niet bedoeld, daar kom ik straks nog wel op, om bij het college in dienst te komen. Ja, misschien als adviseur of zo, maar dat … De voorzitter: Maar … De heer Den Haan: Moeten we het nog even over de arbeidsvoorwaarden hebben. De voorzitter: Dan ook, maar goed. Volgens mij is het, we snappen elkaar. En volgens mij, is uw bedoeling helemaal helder. Dan gaan we luisteren naar het college, bij monde van wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank, voorzitter. Ik vond het eigenlijk jammer, dat u erover begon.
Want ik zat net met de portefeuillehouder P&O te praten, dienstverband wat we mijnheer Den Haan zouden kunnen bieden. Sorry? Daar wordt het niet goedkoper van. Ja, dat weet ik, was prima, volgens mij. Dat even terzijde. Nee, alle gekheid op een stokje, voorzitter. De heer Den Haan begon zijn verhaal, dat er een motie voorbereid is om aan te tonen of nog weer een keer te onderstrepen, het belang van het onderwerp. We hebben daar natuurlijk veertien dagen geleden, ook over gesproken. Ik heb toen ook aangegeven en ik herhaal dat, dat ik, maar het college echt oprecht gehoopt had verder te zijn, dan waar wij nu staan. Dat het blijkbaar toch ook een zeer weerbarstig onderwerp is, om daar snel op te schakelen. Het is inmiddels zo, voorzitter, maar dat heb ik twee weken geleden ook gezegd, dat er op korte termijn een raadsinformatiebrief in de richting van de raad gaat. Waar in ieder geval antwoord gegeven wordt op de vragen, die anderhalf jaar geleden inderdaad gesteld zijn. Het is gelukkig niet zo, dat het college en de ambtelijke organisatie helemaal stilgezeten heeft. Dus in die zin, kunnen we ook een aantal hele concrete dingen benoemen. Daar kom ik ook graag op terug bij de raad via de raadsinformatie brief. En gezien het belang van het onderwerp, voorzitter, ben ik ervan overtuigd dat als de rib op tafel ligt, we zeker met elkaar nog een keer daar verder over spreken.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Volgens mij is dat een mooie toezegging, die ook meteen gedaan is. Ik kijk even rond naar de fracties, voor een tweede termijn. Is daar behoefte aan een tweede termijn? Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, voorzitter, dank u wel. Om maar te beginnen met de reactie van de portefeuillehouder. Ja, hij had het over antwoorden op vragen. En ik denk, dat dat nu net de intentie van de motie is om niet alleen vragen te beantwoorden, maar om te horen, wat er concreet gedaan wordt en gaat worden. Als het gaat over ja, die antwoorden komen, die liggen nu pasklaar. Maar bij de behandeling van het mobiliteitsprogramma kwam het hele ov, maar heel bekaaid af. En dat was ook mede een reden, om deze motie in te dienen. Dus al met al denk ik, dat een stukje versnelling met deze motie wel ondersteund mag worden. En ik onderschrijf wat de heer Alderliesten zegt van, de hoe-vraag, die hoeven wij niet zozeer te beantwoorden. Maar de heer Den Haan, die heeft al verschillende voorbeelden gegeven, dus hij is daar al behoorlijk tegemoetgekomen aan sommige sprekers. En ik denk, dat met name ook die Right to Challenge ook wel best lang is blijven liggen. Dus het is jammer dat we nu te horen krijgen, dat alles eraan komt. Omdat deze motie nu ingebracht wordt, denk ik dan.
Dus laten we hem dan ook maar breed steunen en onderstrepen, dat het voor ons belangrijk is, dat er concreet wat van de grond komt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Van Breugel. Of, wilt u interrumperen op de heer Nieuwenhuizen? Mijnheer Versluis, per interruptie. De heer Versluis: Ja, sorry, maar ik moet alleen zo ver lopen. Maar ik heb toch even een vraag aan de heer Nieuwenhuizen. Want die zegt van, jongens, je moet dit toch gewoon breed ondersteunen en die brief, ja, die komt wel. Maar heb ik toch eigenlijk een vraag, ook eigenlijk aan de indieners. Maar wat wordt er dan bedoeld bij puntje 3, de raad uiterlijk Q1 te informeren? Dat snap ik. Over de planning van deze maatregelen. Als ik het woordje maatregelen lees, dan zijn er dus al afdoende oplossingen, ja, maatregelen. Dus er moet iets tot uitvoering gebracht worden, dat kost geld. U wilt gewoon weten, wanneer gaat hij dat en dat invoeren? Maar wat bedoelt u nu concreet met puntje 3? Want dan spreekt u ook mijn buurman van de VVD na. Want, dan had dit niet een motie moeten zijn, maar een amendement. Dus wat bedoelt u met puntje 3? De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Uiteindelijk, wat u zegt zeg maar, maatregelen, dat het wat concreter wordt en daar kan een planning aangehangen worden. En bij die planning hoort geld.
Dan hebben we een Voorjaarsnota en dan is er alle ruimte weer, om daar middelen voor bij elkaar, voor onder te leggen, zeg maar. Dus ja, dat is een normale p&c-cyclus binnen een gemeente. ‘…’. De voorzitter: Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Dan begrijpen we elkaar toch. Van waar dan de urgentie, om deze motie aan te nemen? Terwijl, er een rib komt die we denk ik zeker te weten, unaniem op de agenda gaan zetten, waar we het dan vervolgens over gaan hebben. Dus dan nogmaals de vraag aan de indiener, wat is dan toegevoegde waarde van deze motie? De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de rib is een fenomeen in deze raad. Er is er nog één aangenomen onlangs waarin staat, dat we die ter behandeling zouden bespreken. Maar daar is het ook nog
niet van gekomen. Dus dat hele proces onder, rond de rib, dat vraagt volgens mij ook om een nadere beschouwing. Maar we nemen wel vaker moties aan om aan te geven, dat we als raad iets belangrijk vinden en zonder te wachten op het college. Wij zijn het college niet, maar wij zijn de raad en stellen de kaders. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Timmermans wil ook graag interrumperen op uw inbreng, begrijp ik. Hij geeft dat nonverbaal even aan mij aan, dus. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, dank u, voorzitter. Ja, inderdaad, want onder druk wordt alles vloeibaar meestal. Maar dat is eigenlijk het punt. Ik kan me eigen de verkiezingen nog herinneren en toen werd het ook al volop geroepen natuurlijk van, ja, we hebben een soort van armoede aan bereikbaarheid in, van oost naar west en andersom. Ja, als we nu in één keer het derde jaar zeg maar inschieten dadelijk of het laatste jaar, zo kun je het ook zeggen, voor de volgende verkiezingen en dan pas een keer geïnformeerd worden met, wat we gaan doen. Volgens mij, staan we al drie jaar stil. Dus u kunt wel zeggen, ja, moet het nu met alle geweld nu in één keer? Volgens mij, had u het al twee jaar geleden mee in kunnen zeggen om, we moeten een keer. Ik vind het gewoon heel dapper om het gewoon, iets meer druk op de ketel te zetten, zodat het maar voor een keer vloeibaar wordt. De voorzitter: Mijnheer Versluis.
De heer Versluis: Ja, mijn reactie hierop zou kunnen zijn, voorzitter. Als het probleem zo eenvoudig was, hadden we het natuurlijk allang opgelost. En de heer Timmermans is zelf ook ondernemer genoeg, dat hier ook een financiële component aan zit. En natuurlijk, we hebben een probleem als het gaat om het openbaar vervoer. Maar ja, als er bussen rond laten rijden die eigenlijk ja, het allergrootste deel van de dag leeg zijn en waar heel vaak de chauffeur alleen in zit. Ja, dan moeten we wel heel creatief met elkaar gaan zoeken van, hoe krijgen we nu dit probleem enigszins onder controle? Wat kunnen we onze inwoners bieden, waardoor we toch iets aan het probleem kunnen doen? Maar voorzitter, het wordt een welles-nietes spelletje. Ik wil eigenlijk natuurlijk reageren op de heer Nieuwenhuizen. Ik zou hem toch mee willen geven. Ik heb vanmiddag nog even gekeken bij de motie en ook de toelichting, die daarbij gegeven is. Dat, daar staat dan boven, toelichting tussentijdse afdoening van de motie. Daar staat in, dat het probleem vervoersarmoede gelaagd en complex probleem is. Dat blijkt wel hè, want we hebben het er al even over. Dat er samen met adviesbureau Goudappel, dat het één en ander in kaart wordt gebracht en dat er ja, oplossingen worden aangedragen. Het enige waar u dan het college op zou kunnen vangen, is dat er staat, er volgt een rib uiterlijk 1 november 2024.
Ja, het is vandaag 12 november. Dus ja, het college gaat elf dagen over de termijnen, die ze hier zetten. Maar het is allemaal zo vers, het staat er gewoon allemaal. Dus ja, nogmaals, ik zie het echt als iets overbodigs. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Timmermans, u mag nog een keer reageren. Dit was allemaal op de termijn van mijnheer Nieuwenhuizen, ik hou het nog wel in de gaten. Het is allemaal interruptie op interruptie. En dan gaan we zo naar mijnheer Van Breugel. Mijnheer Timmermans, nog een laatste keer. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Want ik wil toch even het makkelijk afdoen van de heer Versluis, van het lege busjes en dat soort dingen en dat het geld kost. Ja, maar het zijn ook uw verenigingen, die geraakt zijn de afgelopen periode. Door bijvoorbeeld wat ik al eerder noemde in mijn eerste termijn, over oud papier. Uw kerken die, waar u volgens mij een warm hart toedraagt. Die zijn juist geraakt door de feit, dat daar geld is weggevallen. Dan is dat toch een, juist een toejuichen van uw kant, dat u dus dan zegt van, hier kunnen we iets, om het misschien toch te kunnen bekostigen.
De voorzitter: Mijnheer Versluis nog een keer. De heer Versluis: Ja, voorzitter. Wij laten ons verrassen door het voorstel, wat we van het college gaan krijgen. Dan zullen we dat in ieder geval beoordelen. Ik zou ook met een knipoog kunnen zeggen tegen de heer Timmermans van, ja, al die mensen die voor ons het oud papier ophaalden, daar lag het grote probleem toen we natuurlijk geen vuilnisauto’s meer konden krijgen. Die mensen willen alleen op zaterdagmorgen het oud papier ophalen. En ik denk, dat onze mensen juist de hele week openbaar vervoer willen hebben. Dus ja, of dat het zo één op één een oplossing is, dat durf ik ook te betwijfelen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. We gaan naar mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een hoe- en een wat-vraag. Zoals mijnheer Alderliesten dat zo mooi zei. En de hoe-vraag is eigenlijk, ja, als dat advies komt, of dat het college ook kan aangeven, waar de problemen zich voordoen binnen Altena met de bereikbaarheidsarmoede. Want wij zijn toch van mening, dat vrijwilligers inzetten een ingewikkeld proces gaat worden. En ja, we zijn al eerder door het college geïnformeerd, dat een extra buslijn 120 tot 200 euro per uur gaat kosten. En iedereen in dit huis weet, dat bij de provincie geen extra initiatieven meer gaan komen. Het wordt eerder minder als meer.
Dus ik denk dat we zelf moeten gaan kijken, waar onze problemen zitten en dat we daar extra buslijnen voor in moeten zetten en dat we dit zelf moeten gaan bekostigen. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen, bij interruptie. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Hoor ik nu twee verschillende dingen bij de heer Van Breugel? Enerzijds van, dat we als Altena ons ervoor in moeten gaan zetten. En anderzijds, het zou te ingewikkeld zijn. Maar te ingewikkeld denk ik dat niet, dat dat geen belemmering moet zijn voor ons als raad, om iets te willen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Klopt, dat wij ons eigen ervoor in moeten zetten, maar niet met vrijwilligers. De voorzitter: Mijnheer Den Haan, ook bij interruptie op mijnheer Van Breugel? Of, nog niet? Aarzeling. Wel. De heer Den Haan: Ja. Ja, voorzitter, toch nog wel even. Want ik werd even in verwarring gebracht. Want ik denk, dat de heer Van Breugel toch wel bij de top drie hoort van deze raad, als het gaat over zijn bevlogenheid over alles wat met openbaar vervoer te maken heeft. Dus en daar vindt hij ook ons aan zijn zijde. Maar ik was nu even in verwarring gebracht van wat, welke richting gaat het nu uit hè? Want ik dacht even van, nu gaat u die motie steunen. En ik snap wel hoor, wat er gezegd wordt over, door de heer Versluis over of het dan planning.
Dan zou je het woordje planning, zou je eruit moeten laten. Maar de druk, die wij proberen op te leggen als steun naar het college toe van, ga er nou even mee aan of even, ga ermee aan de slag om ons duidelijk te maken van, wat er nu gaat gebeuren. Ik ben het niet met u eens, dat u stellig zegt van, ja, dat mag u wel zeggen natuurlijk, ja, ik denk, dat het niet gaat lukken met vrijwilligers. Maar we hebben het nog niet geprobeerd. We hebben nog niks gevraagd. En ik ben zo vrij geweest, om toch wel met een aantal muziekverenigingen te gaan praten, waar mensen best wel bereid zijn om dat te doen. En natuurlijk heb je meer mensen nodig in een pool van chauffeurs. Dat heb je natuurlijk meer nodig. Ik weet niet hoeveel. Maar in een vergelijkbare gemeente zoals wij, heb je misschien wel veertig of vijftig vrijwilligers nodig, die dat de hele week moeten doen. En ik ken ook het verhaal van de heer Versluis, dat het vaak op zaterdagen gebeurde.
Maar als je het niet vraagt aan die mensen, dan weet je het niet. Dus op voorhand het glas leeg te zien. Dat zou ik u willen adviseren, zo ken ik u echt niet, om daarin mee te gaan. Want u bent ook een voorstander van bereikbaarheid van Altena. Weet ik zeker. De voorzitter: Mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Ja, ik begreep, dat u al iets minder ver bent als ik. Want ik heb wat uitzoekwerk gedaan en u niet, dat zei u net ook. Daar bedoel ik mee van, u zei net van, ja, u komt met aansprakelijkheid, u komt met juridische voorwaarden. Zover zijn we nog niet, zei u. Ik heb erover nagedacht. U nog niet, want u vraagt het aan het college. Zo begrijp ik het. De heer Den Haan: Ja, dan heeft u het, sorry, voorzitter. De voorzitter: Nee, mijnheer Den Haan, ga uw gang. De heer Den Haan: Maar dan heeft u het niet goed begrepen. Want als je dan na gaat kijken, waar in het oosten van het land dat gebeurd is, hebben ze daar al naar gekeken. Dus ze hebben al gekeken naar die juridische aspecten. En natuurlijk is het zo, dat als je groepsvervoer gaat doen, dat je daarvoor noem het dan maar, gediplomeerd, gecertificeerd moet zijn. Maar dat is voor mij vertellen, dat de lucht blauw is en het gras groen. Dus dat wist ik al. Maar, en als het goed is, weet de afdeling Mobiliteit of het college weet dat ook.
Maar het gaat er nu om, dat je die dingen aan elkaar kunt knopen? Dus ook het Right to Challenge, om de kracht in Altena te gaan gebruiken. Dat is de extra, die we nu doen om te kijken, of dat bedrijfsleven daar ook bij, toe in staat is, om mee te gaan in de kosten. Ik ken voorbeelden hier van zorginstellingen, waar een busje de hele dag leegstaat of een hele week misschien wel en die incidenteel gebruikt geworden. Waarvan ik weet, dat we die zo kunnen gebruiken. Maar ik wil wel nog wel verder gaan, maar dan kom ik toch weer op … De voorzitter: Dan komt u bijna in dienst. De heer Den Haan: Ja, dan kom ik bijna in dienst, denk ik. De voorzitter: Mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Ik denk, dat wij het debat hebben gevoerd. Ik heb voor de rest, niets meer toe te voegen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Breugel. Anderen nog in tweede termijn? Nee. Dan kijk ik eventjes nog naar de indiener. Mijnheer Den Haan, wilt u nog een laatste woord in het tweede debat? Nee. Gaan we nog naar het college een keer, wethouder Tanis? Ook niet. Dan concludeer ik, dat het debat voldoende gevoerd is. En wellicht wordt er straks nog wat gesleuteld aan een enkel woordje, maar dat laat ik gewoon aan de indieners over. Daar komt nog wel een schorsing voor, om dat eventueel te doen.
Aanpak overlast sluipverkeer (5.2) De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 5.2, de Aanpak van het sluipverkeer. De heer Nieuwenhuizen van de ChristenUnie. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Als het gaat om sluipverkeer, dan is dat ook al verschillende keren aan de orde geweest. Het is een complex vraagstuk, waar ook geen panklare oplossingen
voor te vinden zijn. Maar wat we wel weten is, dat het overlast geeft en ook leidt tot onvrede en gevaarlijke situaties. En de strekking van de motie is vooral, dat we als we verder gaan met maatregelen dat we goed, dat we eerst overwegen, een tussenstap maken om te kijken wat de maatregelen die al genomen zijn, voor effect hebben. Hebben ze het effect, wat we verwacht hebben? Of, moeten we ons beraden en iets anders toe gaan passen? Dat heeft ook te maken van, wat we doen, is dat kosteneffectief, zijn de middelen goed besteed? We hebben ook, van de week is ook een plan gepresenteerd over sluipmaatregelen, maatregelen om sluipverkeer tegen te gaan. En als ik dan, ik heb even kennis proberen te nemen van dat plan, want dat ligt er nog maar vrij kort. Dan roept dat wel wat vragen op van, wat zijn de effecten van de maatregelen voor routes, die openblijven voor sluipverkeer? Wat heeft dat voor invloed op de veiligheid van die routes? Is dit een verbetering van de bereikbaarheid voor hulpdiensten of een verslechtering? Geeft het extra vertraging op De Tol voor inwoners, die daar gebruik van maken om naar de snelweg te gaan? Dus voor onze eigen inwoners. En er zitten ook maatregelen in, die vragen om handhaving. Hebben wij zoveel handhavingscapaciteit? Zijn ze überhaupt handhaafbaar? Dus met andere woorden, die vragen, die onderstrepen we nog een keer.
Dat we een, dat het verstandig is om op dit moment even een pas op de plaats te maken. En ons af te vragen, wat we nu willen uit gaan voeren. Krijgen we daar het resultaat, wat we beogen? Dat is voor ons de strekking van de motie. En als ik dan kijk naar de verslagen van de inwonersavonden, dan zie ik daar toch wel een rode draad van inwoners dat ze zeggen, zorg er in ieder geval voor, dat het helpt, zorg voor handhaving en dwing het af. Dat zijn wel elementen, die we nog missen in, wat nu op stapel staat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Andere fracties? Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Ja, ik heb eigenlijk een hele korte vraag aan de heer Nieuwenhuizen. Wat verstaat u dan onder handhaving? Want bij mijn weten, hebben die geen enkele bevoegdheid om daar iets mee te doen. Maar ik hoor graag verduidelijking van de heer Nieuwenhuizen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Hoegee van AltenaLokaal. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Ja, niemand is tegen het tegengaan van sluipverkeer, denk ik. Maar de timing en de inhoud van die motie vind ik wat prematuur, om het zo maar te zeggen. Want er loopt nog een, feitelijk nog een heel traject. De inwoners zijn gehoord, er kunnen nu reacties ingediend worden en dan gaat het college het uitwerken. Dus het lijkt logisch, om daar even op te wachten.
Daarnaast, staat in de motie, dat u wilt heroverwegen. Maar in uw praatje zegt u, dat u de genomen maatregelen wilt laten evolueren. En dat is niet hetzelfde. Dus moet u even verduidelijken als u wil, wat u precies bedoelt. Voor zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. Ja, uw microfoon staat al aan, dus. De heer Alderliesten: Oh, helpt dat? De voorzitter: Ja. De heer Alderliesten: Ik wou zeggen, net schoof ik een plaats op en nu krijg ik een plaats naar voren. De voorzitter: Dan bent u in evenwicht. De heer Alderliesten: Ja. Ik kan het na de bijdrage van de heer Hoegee redelijk kort houden. Ook de opmerkingen van de heer Nieuwenhuizen, die lijden eigenlijk al in die richting. Laat ik het zo zeggen, wij
konden ons, in het doel kunnen wij ons helemaal vinden hè. Het aanpakken van sluipverkeer. Dat, er is niks liever, dat wij daar een oplossing voor vinden. Dat hebben we overigens ook bij de eerdere behandeling van het agendapunt zo gesteld. Toen hebben we ook aangegeven, dat het wel verrekte lastig is om het te doen hè. Sluipverkeer is als water. En de opmerkingen over, is het wel te handhaven? En de heer Nieuwenhuizen noemde er ook nog een paar, lastige kwesties daarbij. Ja, die geven dat ook alleen maar aan, hoe moeilijk het is. Ook het punt wat de heer Hoegee noemt, over het heroverwegen. Ja, in mijn herinnering, maar ik hoor ook graag van de portefeuillehouder hebben we ook gehoord, dat er in Altena nu heel breed ingezet wordt op het aanpakken van sluipverkeer. Altena is in vier kwadranten opgedeeld. In al die kwadranten is met inwoners gesproken. Daar is een heel pakket aan maatregelen uitgekomen, dat is ook doorgesproken, is teruggelegd. Ligt nu eigenlijk, voor reflectie ligt dat klaar. En daarna gaan we het breiwerk wat dan aanpak sluipverkeer is, verder optuigen. Dus ik denk, ja, ik ben het eens met de heer Hoegee. Eigenlijk zijn we op streek of in ieder geval hè, we hebben, een heel pakket hebben we op de plank liggen, waar we een deel van uitgevoerd hebben. Een groot deel nog niet. Dus om nu te heroverwegen lijkt ons erg prematuur.
Maar ik hoor graag van de wethouder, hoe die daar tegenaan kijkt. Want laat helder zijn, het aanpakken van sluipverkeer, daar vindt u ons aan uw zijde. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Versluis van de SGP. De heer Versluis: Ja, dank je wel. Gelukkig heeft de vorige spreker het heel kort gehouden, dus ben ik toch snel aan de beurt. Ja, het sluipverkeer is maar goed, dan herhaal ik alle voorgaande sprekers, is natuurlijk een bron van zorg, van ergernis, van overlast, van frustratie, alle woorden die je kan bedenken. Daar zijn we het als SGP, helemaal mee eens. Alleen, de praktijk is natuurlijk, dat je sluipers moeilijk kunt stoppen. Ja, die kun je wel stoppen, maar dan moet je Altena in een vesting veranderen. En dat wil je ook niet, één vesting in de gemeente is genoeg. Maar het is natuurlijk belangrijk, dat we iets doen aan het probleem. Maar het moet ook leefbaar en werkbaar blijven voor onze eigen inwoners. Dat is balanceren tussen maatregelen, die je treft, die je kiest, waarbij de doelen kan behalen. En dat is nog niet zo eenvoudig. En natuurlijk zijn wij ook heel erg geïnteresseerd naar de maatregelen die getroffen zijn, die getroffen gaan worden, om die te evalueren en te meten van, wat doet dat? Alleen de heer Nieuwenhuizen is met deze motie, loopt al ja, wat vooruit. Hij refereert al aan een plan wat er nu ligt.
Dat ligt blijkbaar ter visie, ter inzage, denk bij de gespreksgroep of wat dan ook. Dus is nog niet tot mij als raad, raadslid gekomen, dus ik kan er ook nog weinig van vinden. Want ik denk, dat we nog niet aan de beurt zijn. Dus ook hiervoor geldt van ja, wij onderschrijven het belang om hier iets aan te gaan doen. Maar ja, helpt dan deze motie om die aan te nemen, zodat we, het probleem snel opgelost worden. Maar wij als SGP zouden ook graag de visie van de portefeuillehouder hierop willen horen. Wij zijn voor maatregelen, zijn voor goede maatregelen, maar ze moeten wel realistisch, haalbaar en betaalbaar zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Van Breugel van het CDA. De heer Van Breugel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, twee weken terug hebben we als reactie, wij zijn ook mede-indiener van deze motie, de heer Nieuwenhuizen, wat de heer Nieuwenhuizen in heeft gebracht, hebben we als reactie gegeven dat ja, of dat de oplossingen voor het plaatsen van wat extra paaltjes, een drempeltje of een wegversmalling. Of dat dat een sluiper, die vanuit het zuiden hierheen komt, zou ontmoedigen om de A27, om op A27 te blijven. We moeten eerlijk zijn. Ja, lukt dat? Ondanks alle inspanningen van de inwoners, die met ideeën komen. En mijnheer Alderliesten zei net al van, heroverwegen.
Ja, ik heb dat gelezen als ja, nagaan, of dat de genomen maatregelen nu afdoende zijn, om sluipverkeer tegen te gaan. Goed, als we al onze inwoners horen en we hoorden nogal wat over sluipverkeer dan, die blijven
klagen. Dus ja, volgens mij, zijn ze nu niet afdoende. Maar goed, dat moet uitgezocht worden. En ja, wij denken dat, dat heb ik twee weken terug ook naar voren gebracht, de oplossing ligt om eens te onderzoeken hoe we kunnen zorgen, dat het verkeer op de A27 blijft, zoals bijvoorbeeld in Meerkerk en niet gaat sluipen. En we weten, dat dat best wel een lastige vraag is. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Breugel. Kijk even nog, of ook de VVD nog in het debat … Nee. Medeindiener. Dan gaan we even naar de indiener zelf, in reactie op de anderen. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de eerste vraag kwam van de heer Timmermans over handhaving. En ja, volgens mij, onderstreept hij wat ik bedoelde van, is het handhaafbaar? Dat was de vraag. En hoe? Dat zijn mogelijkheden te over. Maar dat is niet aan mij om die allemaal hier uit te leggen, denk ik. Ja, wat ik bij verschillende raadsleden hoor zeg maar, is dit het juiste moment? Is het niet te vroeg? Er wordt wel de vraag gesteld, is het realistisch, haalbaar en betaalbaar, door de heer Versluis. Ja, dat is nou net ook en de heer Alderliesten ook, is het, de plannen liggen klaar. Maar, werkt wat tot nu toe gedaan is, vraagt hij zich ook af. De heer Hoegee zegt dat eigenlijk ook hè.
Is evalueren of heroverwegen het juiste moment? Want heroverwegen, dat kan een uitkomst van een evaluatie zijn. Om even te duiden, wat de relatie tussen die twee woorden is. En juist dat is de inhoud van de motie. Er zijn al stappen gezet. En wat de heer Van Breugel ook zegt dat, als wij horen en zien wat er gebeurt, dan leidt dat, heeft dat niet geleid tot de resultaten, die ervan verwacht zouden worden. Dus gaan we dan nog meer geld uitgeven aan soortgelijke maatregelen? Terwijl, we nu al twijfelen aan de uitkomst daarvan. En dat is eigenlijk het belangrijkste van, wat we hier willen aangeven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Gaan we luisteren naar college, portefeuillehouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank, voorzitter. Ja, eigenlijk hebben alle fracties onderstreept, wat het college ook ervaart. Dat sluipverkeer een bron van overlast en frustratie is en soms ook helaas leidt, tot onveilige situaties. Aan de andere kant en dat geeft de heer Alderliesten terecht aan, ja, het vraagstuk sluipverkeer is ook net water. Want je duwt het naar beneden en ergens anders popt het weer op. Dat wil niet zeggen, dat het college in de modus zit, om er niets aan te doen. Eigenlijk, juist niet.
Wij hebben, maar daar heeft de heer Alderliesten onder andere ook aan gerefereerd, de afgelopen periode een intensief traject gehad met ongeveer een 300 inwoners en een tiental bewonersavonden. Waar eerst, laat ik het simpel zeggen, voorzitter, wat chagrijn en ongenoegen gedeeld is. En vervolgens, met elkaar ook over nagedacht, ja, welke oplossing zien jullie? Daarbij speelt ook het punt van, noem het dan toch maar even het heroverwegen van, wat er al gebeurd is. Want ook daar hebben diverse inwoners aandacht voor gevraagd. En ook dat nemen we mee in het uiteindelijke plan. Waar wij nu staan, ik herhaal maar even wat ik de vorige keer ook heb gezegd, voorzitter, is dat inmiddels die plannen uitgewerkt zijn. Die zijn al een keer besproken. Nog een keer op een tweede avond met alle betrokken bewoners. Ze zijn inmiddels gedeeld via de website over sluipverkeer van de gemeente Altena. De mensen die meegewerkt hebben, zijn daar persoonlijk van op de hoogte gesteld met de vraag, om daarop te reflecteren. En overigens, is uiteraard de website voor eenieder bereikbaar. Heeft vorige week ook op de gemeentepagina gestaan en volgende week willen we daar ook nog wat extra aandacht voor geven. De bedoeling is daarna, om ze vervolgens nog een keer, de reacties te bekijken en mogelijk onze plannen nog aan te passen. En via het college uiteindelijk ook aan de raad aan te bieden.
Wij denken nu aan raadsinformatiebrief om daar dan vervolgens, nog een keer met de raad over te spreken. Mocht daar behoefte aan zijn. En wat ons betreft, voorzitter, dat hebben we ook toegezegd aan de betrokken inwoners, om daar echt op korte termijn dan vervolgens mee aan de slag te gaan. Dus wat het college betreft, is dat echt begin volgend jaar.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Daarmee komen we bij de tweede termijn. Behoefte aan een tweede termijn om te reageren? Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Ja, want ik had het erover, dat dat heroverwegen wat dan genoemd wordt. Maar heroverwegen van de reeds genomen maatregelen. Maar bedoelt u daar dan mee, het plan wat in ontwikkeling is? Of, de maatregelen die tot nog toe genomen zijn? En u wilt dat, u bent er niet tevreden over, dus daarom moet het heroverwogen worden naar verdergaande maatregelen. Maar wat voor verdergaande maatregelen bedoelt u dan? Ik denk, dat u dan toch een beetje ons moet helpen, om dat uit te leggen. Want ja, zo op deze manier is het wel erg makkelijk. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het evalueren en eventueel heroverwegen, dat is de uitkomst van een evaluatie. En dat is, lijkt me op dit punt als je meer van hetzelfde wil gaan doen, want daar lijkt het op, dat je dan eerst bezint van, bereiken we wat we willen? Dat heb ik eerder ook al aangegeven. En dat is, daar zijn net ook voorbeelden genoemd door de heer Van Breugel. Er zijn in den lande ook meer vergaande maatregelen mogelijk, waar de bewoners niet direct overlast van hoeven te ondervinden. Maar die wel heel effectief zijn om ervoor te zorgen, dat het verkeer op de A27 blijft.
Want met alle werkzaamheden in het vooruitzicht wordt dat niet minder, maar wordt dat eerder meer. Ik heb ook de verslagen doorgekeken van, met de bewoners. En wat ik zei, daar zit echt wel een rode draad in van, dat ze ook twijfelen aan het handhaven van de maatregelen en het effect daarvan. Dus het lijkt me heel … De heer Hoegee: Interruptie, voorzitter. De voorzitter: Het is nog uw termijn, mijnheer Hoegee, dus u mag gewoon nog verder gaan. De heer Hoegee: Maar moet je dan niet op een gegeven moment ook erover nadenken, wat je wil? Je moet toch, als je uitgaat van de plannen hè? Want u praat, ik heb dat plan bekeken. Dat is nog een plan wat in ontwikkeling is. Dat is nog niet duidelijk, dat het zo uitgevoerd wordt. Er kan nog van alles in veranderen. Maar u zegt van, het moet toch anders, zegt u. Maar wat moet er dan anders? Als je nu kijkt naar dat plan, wat is daar dan in dat plan niet goed en wat zou u dan veranderd willen hebben? En hoe moet dat dan veranderd worden? Daar hebt u vast wel over nagedacht. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: De motie is ingediend, omdat we eerder geluiden hoorden en ook zien, dat het effect van wat tot nu toe gedaan is, dat dat effect waarschijnlijk niet is, wat ervan verwacht werd.
Daarom is het nodig om … De heer Hoegee: Bedoelt u het plan wat er ligt of, bedoelt u wat er in het verleden gedaan is? De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dat klopt, wat de heer Hoegee zegt. Dat is een aanvulling daarop, maar dat is een voortbouw op wat al gedaan is. En als je eenmaal stap één gezet hebt en je ziet, stap één leidt niet tot het resultaat dat we willen, moeten we dan stap twee met vergelijk, mogelijk vergelijkbare maatregelen dan wel zetten? Of, moeten we eerst kijken van …
De heer Hoegee: U zegt van, wat al gedaan was, dat was niet genoeg. Dus nu komt het plan, om dat aan te vullen. Maar u wacht dat plan vervolgens niet af en u zegt van nee, het moeten veel verdergaande maatregelen worden. Is het dan niet beter, om gewoon dat plan even af te wachten? Als die raadsinformatiebrief komt en het is onvoldoende, dan zal ik u graag steunen om voor zwaardere maatregelen te vragen. Maar dan weten we in ieder geval, waar we over praten. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen, de laatste keer. De heer Nieuwenhuizen: Ja, ik probeer aan te geven. Wij dienen deze motie in, om de wethouder te bewegen om kritisch naar de genomen maatregelen te kijken. En dat hebben we nu niet gehoord. Dank u wel. De voorzitter: De heer Hoegee, het was uw termijn, dus u mag nog het laatste woord hebben? Nee, helder. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank je, voorzitter. Ik was een beetje verontrust, dat ik niet zou komen. Ik wacht het eerst maar eens af. We gaan niet dingen zeggen, die al gezegd zijn. Maar dan ga ik toch iets zeggen, dat ik twee weken geleden ook gezegd heb. Er is net al gezegd, we moeten het verkeer op de A27 houden. Dat is, het meeste probleem met sluipverkeer komt van de A27 vandaan. Ja, ik heb het voor twee weken geleden ook verteld. Bij Meerkerk, Vianen hebben ze natuurlijk met veel pijn en moeite iets aangenomen, dat denk heel effectief werkt.
Beter goed gekopieerd, dan slecht gestolen. Ik denk, dat we dan het college ook naar laten, kunnen laten kijken van, hou het in gedachten. Er zijn maatregelen die daar, kentekenregistratie voor onze eigen inwoners van dienst kunnen zijn. En sluipverkeer is daar ja, eigenlijk tot nul teruggedrongen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Anderen nog een tweede termijn? Nee. Mijnheer Nieuwenhuizen als indiener nog? Nee? College nog een keer? De heer Tanis: Ja, één opmerking nog, voorzitter, in de richting van de heer Nieuwenhuizen. Ik heb bij de start van mijn betoog gezegd en dat onderstreep ik nog maar even, omdat dat niet helemaal doorgekomen is, begreep ik, dat het echt wel de bedoeling is om ook te kijken naar een aantal maatregelen, die nu al genomen zijn. Waar in de bewonersavonden ook opmerkingen over gemaakt zijn om te kijken, of we die überhaupt blijven handhaven. Dus in die zin wordt er wel degelijk ook gekeken naar, wat er nu gerealiseerd is en of dat gehandhaafd moet blijven, ja dan nee. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee heeft u ook aangegeven, dat het college met een uitwerking komt. Volgens mij is het debat hier voldoende over gevoerd? We kijken straks, wat dat betekent. Programma 6 Financiën De voorzitter: Dan gaan we naar programma 6. We hebben nog twee onderwerpen te gaan. Naar 6.1, de Bezuinigingsopgave door personeelskrimp.
Mijnheer Timmermans van de VVA, ga uw gang. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, dank u. Voorzitter, wat ging er toch verkeerd? Wat ging er dan verkeerd? Ja, die gemeente Aalburg en gemeente Woudrichem en die gemeente Werkendam, die deden het toch zo verkeerd. Want ja, die hadden altijd problemen. Ook, ze hadden wel problemen natuurlijk. Maar als we dan even objectief daarnaar kijken, dan zien we een verloop van die gemeentes in de afgelopen tien, twintig jaar, hoe dat die gemeentes gegroeid zijn. Waren, moet ik zeggen, want ze zijn er inmiddels niet meer natuurlijk. Dan komen we in één keer bij de gemeente Altena, 2019. Ik heb hier een heel leuk rapport voor me liggen. Dat
is de TeunisseAdvies, dat is van april 2024. Ik zal niet over muggenziften over, wat zo’n rapportje dan wel niet kost. Want als we dan bedraagjes tussen de, tot de ton mocht ik niet zeggen, geloof ik. Dus dan, oh, dan doen we dat maar niet. Voorzitter, dus ik hoop, dat deze er net onder valt, maar ik ben er bang voor. Dan zie ik toch een aantal opmerkelijke dingen. En vandaar, dat ik daar ook met een motie ben gekomen. Want ja, voorzitter, ik vind het niet meer uit te leggen dadelijk. Ik heb het al vaker gezegd, dat kunt u ook gerust mij toewerpen, maar we gaan de verkeerde kant op. En we krijgen een structureel tekort van 7,5 miljoen, de komende paar jaar hè. Als we een klein plusje van die, het huishoudboekje van mevrouw Maris nog overhouden zeg maar, het plukje van 13.000 dan ja, dan komen we toch wel een beetje nauw te zitten dadelijk. Als ik dan even het programmaboekje bekijk van, wat dan uiteindelijk de gemeente is gegroeid dan heb ik het over, bij sommige afdelingen van een groei van 120 procent. Ik noem maar eventjes één. Ruimtelijk beheer. Omgeving vastgoed, 90 procent groei ten opzichte van 2019 hè. 114 procent groei team Ondernemen. Ja, sorry, maar allemaal leuk en aardig. Kijk, ik heb het niet over een team Financiën, die maar acht procent gegroeid is. Dat dat lijkt mij een normale groei ten opzichte van een andere gemeente, die dat ook had.
Maar er zijn extremen, extreme varianten die hierin genoemd worden, waar je gewoon meer als verdubbelt, van de organisatie. Ja, voorzitter, er is mij nog steeds eigenlijk niet helder uitgelegd waarom, dat die groei zou moeten zijn. Ik heb er te weinig ja, te weinig onderbouwing van gezien uiteindelijk van, waar we nu naartoe groeien. De collega's die komen dadelijk natuurlijk ook nog met een met een dingetje over, dat we over de 500 fte dadelijk heen gaan en dat we dan terug moeten naar 480. Maar ik heb het in de pers genoemd, voorzitter. Terug naar 380, om maar even een schot voor de boeg te geven. Misschien is dat te heftig gepakt, zou ik graag zelf wel zien, maar ik denk dat het ook niet uit te leggen is. Want uiteindelijk is, valt daar ook niet veel van te onderbouwen. Maar dat we wel fatsoenlijk de discussie kunnen voeren van, waarom dat wij zo explosief gegroeid zijn. En zo explosief, dat ik het niet meer uit kan leggen aan mijn kiezers. En dadelijk ook niet meer aan jullie kiezers, die wellicht een andere keuze gaan maken. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Ik kijk even rond, welke andere fracties willen een debat? Mijnheer Meijer. Mijnheer Boum… de heer … Mijnheer De Raad van de SGP. Die stond als eerste achter de microfoon. De heer De Raad: Ik was het kortste bij, voorzitter. Dank voor het woord.
Ja, ik zat even de motie te lezen en uw betogen aan te horen. Dat heeft een iets andere strekking volgens mij, dan u in uw motie verwoord heeft. Maar ik ga er even vanuit, dat hetgeen in de motie staat, dat dat ook hetgeen is, wat voorligt. Wat SP-fractie betreft, is het zeker belangrijk dat we vinger aan de pols houden, als het gaat om structurele uitbreiding van de ambtelijke capaciteit. Dus tot zover, vindt u ons zeker aan uw zij. Maar dat bent u ook van ons gewend, dat we kritisch zijn op uitbreidingen. Daarom hebben we in juli dit jaar ook een motie ingediend, welke raadsbreed of, met een meerderheid van de raad is aangenomen. Om uiteindelijk de uitbreiding van dit jaar weer in te lopen in 2025 en 2026, om weer op die 480 uit te komen die u net al gerefereerd heeft. Aan de andere kant vind ik ook, we streven naar dat we een excellente gemeente zijn. Er zijn steeds meer taken op het bordje van de gemeente gekomen. Kan van allerlei redenen aan gaan dragen. Uiteindelijk hebben wij als raad ook best wel een hoog, misschien wel een hoge druk op de ambtenaren gelegd met alle ambities, die we hebben. Dus dat verklaart denk ik ook wel ergens, waarom uitbreiding ook wel gerechtvaardigd is. En misschien zijn we wel te klein gestart naar de gemeentes. Dat zou ook zomaar kunnen zijn.
Dus wat ons betreft, is het eigenlijk ja, wel onrealistisch voorstel om zomaar 7,5 miljoen te kunnen bezuinigen op de personeelskosten, die we nu hebben. En is het ook onwenselijk. Want uiteindelijk zijn we als gemeente ook, moeten we goed werkgever zijn naar onze ambtenaren dus. En uiteindelijk, we moeten kritisch kijken. Maar om er dan ineens 80 mensen uit te snijden, dat lijkt ons wat nou ja, wat erg rigoreus. Daarnaast hebben we natuurlijk een rib ontvangen van het college op 7 november, waarin ook al aangegeven wordt, dat met de
ombuigingen die volgend jaar gaan komen, de voorstellen daarin, dat er ook kritisch gekeken gaat worden naar de ambtelijke capaciteit en waar eventueel, bezuinigingen mogelijk zijn. Dus dat zien wij ook. Ja, dat zien wij graag tegemoet. Ik zat net wel even te denken. We zijn natuurlijk de avond begonnen rondom het inwonersbudget, hadden het over 50.000 euro. Ja, we zouden hier wel een enorme klapper mee kunnen maken natuurlijk hè, om het inwonersbudget alsnog wel mogelijk te maken. Het nadeel is alleen, dat we dan geen ambtenaren meer over hebben, om het inwonersbudget te handhaven. Dus uiteindelijk ja, waar zijn we dan beter mee uit? Maar uiteindelijk zullen wij als SGP deze motie niet steunen, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Ja, dank je wel. Met uw toestemming, wou ik hem iets anders invliegen, dan de SGP, voorzitter. Want volgens mij, doet de SGP de onderliggende gedachte van de heer Timmermans iets tekort. Want hij heeft wel gelijk natuurlijk. We zijn met zijn allen heel erg gegroeid. Die cijfers, die hij presenteert, die kloppen gewoon. De vraag is, of je dat per team moet afgaan, want je weet nooit wat de onderliggende redenen per team zijn. En je weet nooit, wat er geshuffeld is met teams.
Maar als je kijkt naar de totale organisatie waar wij als raad zo’n beetje wel naar zouden mogen kijken, dan is dat wel waar. Dan zijn we gewoon enorm gegroeid. En dat is niet de schuld van het ambtelijke organisatie, dat is ook niet de schuld van het college. Dat is uiteindelijk, gewoon de schuld van ons als raad, want wij keuren hier alles goed. En wij hebben zelf ook plannen, die zetten we in de begroting. College rekent uit wat dat kost en we keuren dat goed. En dat doen we opnieuw en opnieuw en opnieuw en daarom zitten we, waarom, waar we hier nu zitten, of staan. Dus dat is gewoon waar. En als je dat dan afspiegelt tegen de toch wel flinke bezuiniging waar we tegenaan kijken, dan heeft de heer Timmermans ook gelijk, dat we naar het puntje personeel moeten kijken. Dus dat klopt. Wat de heer De Raad zegt, klopt ook hè. College wijdt er één regel aan in zijn raadsinformatiebrief, dat we bij de bezuinigingen, daarnaar gekeken gaat worden. Dat klopt ook. Maar ik snap wel het punt van de heer Timmermans, dat hij daar nu in deze behandeling waar wij met zijn allen als raad bijeen zijn, daar extra aandacht voor vraagt. En natuurlijk is het ja, misschien wel een klein beetje onrealistisch om te denken, dat je op korte termijn 80 man uit de organisatie kan snijden. Dat gaat waarschijnlijk niet lukken, maar we snappen de achterliggende gedachte wel.
Daarom willen we de heer Timmermans wat kietelen van, misschien kunt u nadenken over een iets wat andere formulering, waarbij we misschien meerdere scenario's met elkaar laten uitwerken door het college en daar de gevolgen van inzichtelijk maken. En ik wil ook alvast de gedachte meegeven, dat, er kunnen geen 80 man, er kunnen ook geen 60 man, er kunnen ook geen 40 man uit zonder na te denken over, wat doen we dan niet? Want er zit hier niemand tenminste, ik ga er maar vanuit, niemand hier op het gemeentehuis uit zijn neus te vreten. Ja, misschien doen ze dat wel, maar ondertussen werken ze dan ook zeg maar. Dus we moeten dan als raad ook aangeven, wat dan niet. Dus misschien kunnen we het college ook meegeven van, goh, als u nu komt met bezuinigingen die het personeel raken, geef dan ook aan, wat er dan volgens u niet meer kan. Of misschien kunnen wij als raad het college wel richtingen meegeven van, kijk eens naar wat doe je … Bijvoorbeeld, als je heel Vitaal Altena niet meer uitvoert, hoeveel fte scheelt dat dan bijvoorbeeld? Om maar een willekeurig voorbeeld te noemen. Misschien is dat wat gedachten, waar u wat mee kan tijdens deze termijn of de volgende of tijdens de schorsing. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Gaan we naar mijnheer Alderliesten, Progressief Altena. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter.
Ja, wat net gezegd is over de cijfers, dat ga ik niet herhalen. Wat ik wat ik nog wel wil herhalen, wat de heer Bouman terecht aangeeft is, hoe het komt dat wij gegroeid zijn. Want daar gaat de heer Timmermans natuurlijk redelijk aan voorbij. Wij hebben heel veel ambities, wij hebben heel
veel extra taken erbij gekregen, wij willen een bepaalde dienstverlening, wij, wij willen, wij willen. En daar hebben we het uitvoerend apparaat, onze ambtenaren keihard bij nodig. En het moment dat wij zeggen en daar gaan we het als het goed is, bij de ombuigingen over hebben. Moment dat we zeggen, we willen een totaal andere gemeente zijn dan dat we nu zeggen, te willen zijn, dan kan er ook een totaal ander ambtenarenapparaat bij horen. Misschien wel veel groter nog, kan ook nog. Maar dat is wel de kwestie, waar we voor staan. En nu wordt er, heel eenvoudig wordt er gezegd. En ik snap, het is ongetwijfeld met een kwinkslag bedoeld, want even 7,5 miljoen even binnen harken om 80 man er even uit wippen, zo bedoelt de heer Timmermans het niet. Kan ik me ook niet voorstellen. Hij wil een steen in de vijver gooien en daarmee, de discussie opwerpen. Nou ja, dat is bij deze dan gelukt. Het was toch wel gebeurd, denk ik aan de hand van een andere motie, maar hè. Maar we gaan er uiteraard niet in mee en dat heeft alles te maken met, wat voor gemeenten wij vinden dat we moeten willen zijn. En nou ja, daar zitten wij niet te beknibbelen op de ambtenaren, in ieder geval. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer Bouman (CDA): Ja, dank je wel, voorzitter.