2024-11-12 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD – BEGROTING VAN GEMEENTE ALTENA d.d. 12 november 2024
1.
Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Dames en heren, wij gaan beginnen. Heere, voorafgaande aan onze vergadering, vragen wij U om Uw zegen over onze werkzaamheden. Geef ons besef van onze afhankelijkheid van U, bij al onze overleggen en besluiten. Geef ons kennis en inzicht, opdat wij in staat zijn onze taak juist te vervullen en de belangen van de gemeente Altena te behartigen. Wij vragen U dit om Jezus’ wil. Amen. Dames en heren, hiermee open ik deze raadsvergadering van de twaalfde november. Met in ieder geval de mededeling, dat we drie afwezigen hebben vanavond. Dat is zijn de heren Meijboom en Noordergraaf van SGP en mevrouw Vos van Progressief Altena. We zijn dus vanavond met achtentwintig raadsleden. Voor de rest, heb ik geen mededelingen te doen. Behalve, dat ik hoop, dat wij vanavond een mooie afronding van de debatten over de Begroting en de Tweede Bestuursrapportage tegemoet gaan. En volgens de planning die de griffie heeft opgesteld, moet ons dat toch een keertje lukken hopelijk zo voor, tot de klok van 22.00 uur en dan hebben we ook nog ruimte voor een nazit. Mag ik even vragen, of we de agenda kunnen vaststellen, of dat daar nog opmerkingen over zijn? Niet, dan kunnen we met deze agenda aan de gang.
2.
Vragenkwartier (vervalt) De voorzitter: Het vragenkwartier kunnen we overslaan, want er zijn geen vragen ingediend.
DEBATSTUKKEN 3.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2025-2028 / Tweede Bestuursrapportage 2024 Programma 2 Altena samenredzaam (2.1) De voorzitter: Dan gaan wij over naar de besluitvormende debatten over de Begroting 2025 en de Tweede Bestuursrapportage over 2024. Dat doen we aan de hand van de agenda, die is opgesteld. Er zijn in totaal zeven moties en amendementen, paar, twee amendementen, vijf moties aangekondigd en die zullen we per programma behandelen. Dat zullen we op de gebruikelijke wijze doen, dus gewoon in twee termijnen. Waarbij degene, die de motie of amendement indient in de eerste termijn, aftrapt. En na het eind van die eerste termijn, ook een reactie geeft op de fracties, die hun inbreng hebben gehad. Mag ik daarom voor Programma 2 Altena samenredzaam als eerste voor agendapunt 2.1, het Handhaven van het Inwonersbudget het woord geven, ik denk aan mevrouw Maris, die een amendement heeft ingediend, mede met de ChristenUnie en Altena Lokaal. Mevrouw Maris: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik was nog niet helemaal geland, maar we gaan gauw beginnen. U bent voortvarend vandaag. Allereerst wil ik alle collega's bedanken voor de steun twee weken geleden, die we bij elkaar vonden over het inwonersbudget. En ik sta hier inderdaad om namens Progressief Altena, ChristenUnie, Altena Lokaal en SGP het amendement Handhaving Inwonersbudget 2025 in te dienen.
Het inwonersbudget past onzes inziens, goed bij de manier van werken in Altena. Met grote betrokkenheid die Altenaren kenmerkt krijgen onze inwoners met het inwonersbudget enerzijds de kans, om eigen initiatieven zelf uit te voeren en anderzijds, kunnen zij dit budget ook verdelen zelf over de maatschappelijke onderwerpen die voorliggen. Het kenmerkt de betrokkenheid van onze inwoners en laat de kracht zien van
onze samenleving. Hun eigen kracht, maar ook de kracht om elkaar te helpen. Uit de evaluatie blijkt het succes van dit inwonersbudget. En als raad willen we dan ook niet, dat we een tussenjaartje nu gaan nemen en daarna weer alles opnieuw moeten opstarten. We willen graag een voortzetting van het inwonersbudget, ook in 2025. We roepen dan ook de collega's in de raad en het college op, om met ons door te gaan op deze goede weg om inwoners actief te betrekken, de kracht van Altena de ruimte te geven en daarmee inhoud en uitvoering te geven aan onze visie op uitnodigend besturen en een actieve en gelijkwaardige relatie met onze inwoners. Het college heeft ons gevraagd, zelf ruimte te zoeken op de begroting. Voor de omvang van het gevraagde begrotingsbedrag van 50.000 euro is dit een lastige opgave. De raad krijgt bedragen onder de 100.000 euro namelijk niet te zien in de begroting en vertrouwt de bestedingen onder dat bedrag toe aan het college, om binnen de taakveld zelf de bestedingen te overzien. Daarom vragen we het college in dit amendement wat net getoond werd, om in de Begroting van 2025 binnen het taakveld 6.1 Samen kracht en burgerparticipatie ruimte te maken, voor de uitvoering van het inwonersbudget in 2025 voor het bedrag van 50.000 euro. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris.
Ik kijk even rond, welke fracties in eerste termijn hierover het debat willen voeren. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, als je concludeert, dat iets een succes is en je hebt het met succes uitgevoerd en je concludeert ook gelijkertijd, dat je het in 2026 weer wil doen. Dan is het op zich logisch om te zeggen van, dan moeten we het in 2025 ook gewoon doen. Dus in die zin volgen we dat. En dan zegt u van, dan moeten we daar geld voor vrijmaken en dat halen we dan uit de begroting, uit taakveld 6.1. Nu hebben we net met hulp van de griffie even gekeken, wat zit er dan in taakveld 6.1? Daar zit echt van alles in. Daar zit bijvoorbeeld het kernbudget in, maar ook dorpshuizen, welzijnsaccommodaties, een hele verzameling met van alles en nog wat. Dus mijn vraag aan de indieners is, waarom denkt u dat er ruimte zit in dat stukje van de begroting en heeft u dan ook enig inzicht, welke onderdelen van dat stukje van de begroting, we dan niet gaan doen? Of, laat u dat volledig vrij aan het college? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Dan gaan we naar de andere mijnheer Bouman, van het CDA. De heer Bouman (CDA): Ja, dank je wel, voorzitter. Zoals wij twee weken geleden eigenlijk ook aangegeven hebben, vinden wij het inwonersbudget ook een ja, een mooi ding.
En hadden wij de fracties inderdaad gevraagd, kom met een dekking en dan kijken wij er met een positieve blik naar. Dat was ongeveer de conclusie van ons, twee weken geleden. Jullie hebben daarnaar gekeken en komen inderdaad tot de conclusie, haal het uit 6.1. Daar zie ik inderdaad in de begroting, dat we daar 3 miljoen ja, inkomsten hebben en 9 miljoen uitgaven op dat taakveld. Dus dat zal misschien nog best een uitdaging zijn, om dat te vinden. Dus eigenlijk is mijn vraag, misschien een beetje ook in lijn daarnet de heer Bouman, VVD stelde. Maar ik wil eigenlijk van het college weten, of dat zij deze opdracht inderdaad als een haalbare opdracht zien? Gaat het hen dan inderdaad lukken? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Ik kijk even rond, andere fracties? Nee? De fracties, die mede hebben ingediend nog eventueel? Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik denk dat mijn collega mevrouw Maris op zich voldoende argumenten heeft gegeven, waarom dat wij tot de opstelling van dit amendement zijn gekomen. En inderdaad zoals mijnheer Bouman van de VVD al zei, we hebben eigenlijk al de conclusie getrokken, dat dit enorm goed is voor de verbinding met de inwoners. De evaluatie heeft al plaatsgevonden, we willen het in 2026 weer gaan doen. Dus heel vreemd, dat het dan in 2025 als eerste moet sneuvelen. Dus dat dat lijkt een
beetje een hele rare constructie en daar blijven wij eigenlijk ook bij. Het doel is helder, het middel is ook helder en toch gaan we het niet doen. Dus wij denken dat het ja, heel goed is om het wel te handhaven. En ja, terecht de vraag dan van, waar moet het dan in komen? Maar we vertrouwen het college daar ook wel in, dat we zeggen van, oké, maar dan gaan we niet snoeien op plekken waar juist ook dat doel, namelijk die verbinding met de inwoners weer op scherp komt te staan. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Bakker van AltenaLokaal. De heer Bakker: Ja, dank u wel, voorzitter. Misschien toch een klein beetje nog even aanvullend, op mevrouw Maris en mevrouw Schermers. Want het, ja, eventjes inwonersbudget 50.000 euro. Het kan toch niet zo zijn, dat we binnen het geweld van alle grote projecten die wij hier in deze gemeente doen, dat wij zoiets als heel tastbaar voor onze inwoners zijn, het inwonersbudget, kleine, relatief kleine bedragen voor mooie projecten die ze gaan doen, dat we daar geen 50.000 euro voor over hebben. Dat kan volgens mij niet zo zijn. Dat is ook de reden voor ons betreft, voor AltenaLokaal ieder geval om het amendement in te dienen. En ik nogmaals, het kan toch niet zo zijn, dat wij binnen, we hebben hem nu even gespecificeerd in 6.1, maar laat ik hem even algemeen trekken.
Het kan toch niet zo zijn, dat we binnen een begroting van 190 miljoen, geen bedrag van 50.000 euro kunnen vinden? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Ik kijk nog even ook naar de SGP, mede-indiener? Hoeft niet hoor, maar mag altijd. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zat daar op mijn plekje te bedenken, wat ik nog zou kunnen toevoegen aan de discussie. Want ik vind het altijd belangrijk, dat er nog wat nieuwe inzichten komen. Maar ik denk, dat de vorige spreker het heel prima heeft verwoord. De SGP heeft hem niet mede-ingediend, maar wel of, niet ingediend, maar wel als mede-indiener. We hebben niet aan de basis van de tekst gestaan. Maar we vinden het wel dermate belangrijk en ook tastbaar voor onze burgers, dat wij ook zeggen van, op zo’n begroting en dan een bedrag van 50.000 euro, volgens mij moet dat haalbaar zijn. Maar die beantwoording gaan we zo meteen van het college horen en anders gaan we meedenken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Ik kijk nog even naar mevrouw Maris. Nee, niet een reactie in eerste termijn? Oh, sorry. Dan gaan we naar het college, wethouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u, voorzitter. Ja, het vertrekpunt van uw amendement is duidelijk. U wil het inwonersbudget op, inwonersbudget op de manier zoals we dat afgelopen twee jaar hebben gedaan, voortzetten.
50.000 euro daarvoor beschikbaar stellen. Eén jaar het inwonersbudget niet doen, is voor u geen optie, heb ik zojuist wel gehoord. De evaluaties werd al gezegd, waren positief. En ook het college wil graag verder met het inwonersbudget, om die verbinding en die samenwerking met onze inwoners zeker te houden. Dus daar kan ik uw betoog geheel bij onderschrijven. Vanaf 2026 is het college voornemens, om het uit de bestaande budgetten te financieren. In het amendement draagt u ons op, om te gaan kijken naar taakveld 6.1 Samen kracht en burgerparticipatie. Het taakveld waaruit onder andere en ik hoorde net al wat voorbeelden, preventief jeugdbeleid, ouderwerk, welzijnscoaches, mantelzorg ondersteuning en ook de opvang of de opvang van bijzondere doelgroepen, wordt gefinancierd. Ja, de vraag is gesteld, is het haalbaar? Ja, ik heb de vorige keer al wel aangegeven dat het lastig is, dat we de begroting zo hebben voorgelegd. Maar ik snap wel de opdracht, die hier ligt in het amendement en ik snap ook, de breedte van het taakveld 6.1. Als u mij daar nog wat meer richting in wil geven, dan mag dat altijd. En anders gaan we aan de gang, voorzitter, met dit amendement. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan kijk ik rond voor de tweede termijn. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Ik vond de uitleg van het college interessant. Die gaf aan, we gaan aan de gang met het amendement. Ja, als het aangenomen wordt, dan zal dat wel moeten natuurlijk. Maar de vraag is, hoe? Want volgens mij is het de bedoeling van de indieners, dat die 50.000 dan wordt toegevoegd aan dat taakveld 6.1. Dat taakveld 6.1 mag niet groeien met 50.000, dus dan moeten er, andere dingen moeten er krimpen binnen dat programma, zou je zeggen. Want anders, dan schiet je een gat in de begroting. Dat is waarschijnlijk niet de bedoeling van de indieners. Dus ergens moet er krimp plaatsvinden. Dus u gaat dadelijk als college gaat u dat amendement verwerken. U plust het 50.000 op. Dan heeft u een gat, dus dan moet u ergens 50.000 afhalen. Maar waar? Dat zal u toch snel moeten verzinnen, want over een paar dagen moet u die begroting inleveren. Dus misschien toch iets meer duiding richting het college en misschien, dat de indieners ook wat meer kunnen helpen. Want eigenlijk, kijk, het gaat inderdaad maar om 50.000 euro hè. Dus de heer Bakker heeft wel een punt, die moet ergens te vinden zijn. Maar dat had u ook ergens kunnen vinden, natuurlijk. Het is uw amendement, dus u had ook eventjes kunnen … U mag even opstaan, gelijk meedoen, hoor.
De voorzitter: We doen niet debatteren zonder microfoon, mijnheer Bakker. De heer Bakker (VVD): Oké, dat zou mooi zijn. Want eigenlijk had hij er al in moeten staan, mevrouw Maris, de concrete dekking. Je kan wel zeggen, haal het maar ergens uit een taakveld van 9 miljoen. Maar, een beetje, een beetje makkelijk. De voorzitter: Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het helemaal niet makkelijk. Ik kan u wel meenemen in de reis, die wij gemaakt hebben de afgelopen twee weken. En ik kan u vertellen, dat we daar elke dag naar gezocht hebben. Maar het is lastig zoeken, als je niet onder 100.000 euro kan kijken. We hebben allerlei pogingen gedaan, om de begroting zodanig te krijgen gespecificeerd, dat wij precies die 50.000 euro konden vinden. Maar het zijn natuurlijk grote bedragen. En eigenlijk, ja, moet ik, moet het dan ook wel van mijn hart dat ik denk van, is dit nu het bedragniveau waarop de raad zo diep moet gaan zoeken? Zou het niet eigenlijk gewoon zijn, wat ik net in mijn eerste termijn ook al heb gezegd, dat je het vertrouwen van het college, dat is namelijk het principe waarom wij tot 100.000 euro geen bedragen zien, daarin vertrouwen wij het college, om dat gewoon binnen het programma op te lossen. Dat zou toch de beste, mooiste oplossing zijn? En natuurlijk, hebben wij ook nagedacht over andere dingen.
We zouden natuurlijk een greep in de algemene reserve kunnen doen. Dat vind ik geen schone oplossing. We zouden het positieve saldo wat er staat, 33.000 euro eraf kunnen trekken, dan gaan we het hebben over 17.000 euro. Het lijkt wel bijna over mijn eigen huishoudboekje te gaan, zo langzamerhand dus. Oh ja. Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Ja, meer inzicht in uw huishoudboekje willen we niet hebben, mevrouw Maris. Mijnheer Bouman. De heer Bouman (VVD): Er zit toch een klassenverschil tussen u en mij, mevrouw Maris, denk ik. Ja, een huishoudboekje heeft u. Even nadenken. U, kijk, wat u wel zou kunnen doen en ik denk, dat u dat misschien vanavond ook nog wel lukt. Volgens mij, was het college daar ook naar op zoek in haar reactie, is het college iets meer richting geven, wat dan niet? Want u heeft wel een punt hé? Kijk, er kan moeilijk van ons als raad verwacht worden, dat we regel voor regel de begroting doornemen en zeggen, daar doen we 5000 minder, daar doen we 3000 minder, daar doen we 300 euro minder, totdat we aan die 50.000 toe zijn. Dat is ook een beetje gekkenhuis, dat snap ik ook wel. Maar enige richting, wat we dan misschien wel willen laten schieten in
plaats van dit mooie inwonersbudget, zou wel handig zijn voor het college. En ik denk, dat we dat misschien wel kunnen doen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mevrouw Schermers van de ChristenUnie. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, eigenlijk gaf de wethouder zelf al een beetje een antwoord op uw vraag ook, mijnheer Bouman. Die ja, wat ik als gemene deler heb ontdekt is ja, waar een wil is, is een weg. En die wil is er nu bij het college, dus is er ook een weg om tot die 50.000 euro te komen. En ja, dan is het inderdaad een heel programma. Maar ik denk niet, dat dat zoveel pijn gelijk gaat doen dat we zeggen van, dan mag het helemaal niet bijvoorbeeld op het kernbudget. Of, mag het niet meer in huisvesting speciale doelgroepen. En ja, dat zou richtinggevend kunnen zijn. Maar ik heb liever dat het college vervolgens, wetende wat er allemaal in dat taakveld gebeurt, tot een goede afweging komt. De voorzitter: Mijnheer Bouman, per interruptie. De heer Bouman (VVD): Ja, maar wij weten ook wel, wat er in dat taakveld gebeurt. Wij weten alleen niet tot in de komma, hoeveel men uitgeeft. We weten wel, waar het taakveld voor is. U noemt nu het kernenbudget. Ik neem aan, dat u het geen acceptabele oplossing zou vinden als het college zegt van, we hebben nu een inwonersbudget van 50.000 en dan doen we het kernenbudget met 50.000 omlaag.
Dus dan geven we het aan de ene kant aan de inwoners en dan nemen we het aan de andere kant weer terug. Dus dat soort richtingen zou u wel mee kunnen geven, toch? Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, dat klopt. En die handschoen, die wil ik ook best oppakken, maar wel graag in samenwerking met. De voorzitter: De heer Bouman van het CDA, ook per interruptie. De heer Bouman (CDA): Nou ja, goed. Ik stond eigenlijk op en ik had eigenlijk dezelfde vraag als de heer Bouman. Toen het kernenbudget hier viel, toen dacht ik, dat zou toch wel inderdaad heel erg bijzonder zijn. Voor CDA is het wel heel duidelijk. Het moet wat ons betreft, niet uit het kernenbudget komen. De voorzitter: Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Laat het voor ons ook helder zijn. Het gaat natuurlijk niet zo zijn, dat je dan soort gaat dweilen met de kraan open, want je wil juist die verbinding met de burger behouden. Maar dus, ik heb ook niet gezegd, dan moet het maar uit het kernenbudget komen. Ik heb wel gezegd, dat we goed moeten afwegen. Want er zit gewoon 3 miljoen hierin, ja, dan moet die 50.000 in mijn ogen gevonden kunnen worden. De voorzitter: Mijnheer Bouman van het CDA. De heer Bouman (CDA): Nee, daar ben ik het wel mee eens. Dat is een groot bedrag. En dan lijkt het inderdaad hè als je het gaat rekenen naar percentagedeel, weinig.
Maar ik denk wel, er zijn een aantal zaken die ik net hoorde. Als het dan bijvoorbeeld om mantelzorgers gaat of over een kernenbudget wat ik net ook hoorde noemen. Dat zou ik toch wel heel zuur vinden, als het van dat soort zaken afgaat. Dus het is inderdaad wel heel makkelijk om te zeggen, we halen het van dit taakveld af. Maar ja, uiteindelijk moet het … Blijkbaar is het het college niet gelukt tot op dit moment, om er een dekking voor te vinden. Anders hadden ze denk ik, wel voorgesteld om het inwonersbudget te handhaven. Dus het zal misschien wel best een moeilijke opgave zijn,
toch nog een pijnlijke keuze. En ja, dan moeten we eigenlijk wel de uitspraak doen, het maakt, u zegt net, het maakt niet uit waar het uitkomt, zal vast wel gaan lukken. Dat handhaaft u dus dan ook in de toekomst? Waar het college dan ook mee komt. Mevrouw Schermers-van Elderen: Nee, luister eens. We hebben, voor volgend jaar is het alweer gewoon gedekt hè. Dus het gaat, voor één jaar gaan we dat zoeken. En ja, misschien kunnen … Ik begrijp, dat het college nu wel mogelijkheden ziet, om dat te vinden. Laten we die dan gewoon samen oppakken. Want nu lijkt het wel, alsof we allemaal als raad en als college hetzelfde willen. Er is een oplossing gevonden. En nu ja, lijkt het alsof, dat u allerlei mitsen en maren nog weer op de weg gaat werpen. Ik denk, dat het college ook heel goed weet van, waar het politiek gevoelig is. En ja, ik heb er wel vertrouwen in, zelfs als oppositiepartij, dat het college dat weloverwogen doet. De voorzitter: Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Weet je, wat een beetje het punt is. Als u zegt van, dit was een motie geweest en we waren nu bij de Kadernota, dan was ik al lang gaan zitten. Want dan hadden we inderdaad niet verder moeten praten, waren we het waarschijnlijk met elkaar eens, college was het uit gaan werken. Maar dit is een amendement op de begroting. En u zegt van, voer 50.000 euro op.
Het college moet, het is nu 12 november, het college moet 15 november dat ding indienen. En die gaan gewoon zitten turven en zitten minnen, tot ze die 50 gevonden hebben binnen dat budget. Dus ergens gaan ze het vanaf halen. En als u zegt van, ik geef de volledige vrijheid, dan is dat uw standpunt. Wij twijfelen daar wat over, of dat de manier is waarop we hier zaken moeten doen. En het is maar 50.000. Ik hoor hier ook wat gemor aan mijn rechtse kant. Het zou prettig zijn als dat daar plaatsvindt, maar het vindt daar plaats. Maar het is inderdaad maar 50.000. Maar als we telkens maar 50.000 in die begroting blijven stoppen, zonder na te denken over wat doen we dan niet, dan gaan we een keer spaak lopen hier met zijn allen. Dus dat is het signaal, wat we willen afgeven. Dat wil niet zeggen, dat we bruut tegen gaan stemmen of zoiets. Maar daar willen we wel even, dat we daar met elkaar over nadenken. De voorzitter: Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, dan even de tegenvraag nu, heer Bouman van, wanneer zou dat dan wel acceptabel zijn? Want ik denk, dat het niet alleen maar gaat dan om de indieners. Ik denk, dat we dan wellicht kunnen vragen van, college, kom met de mogelijkheden die dan gevonden zijn. Ik denk dat dat best een vervolgvraag kan zijn op de mogelijkheden, die nu gevonden zijn. De voorzitter: Mijnheer Bouman.
De heer Bouman (VVD): Ik begrijp u niet volledig. En dat moet het college dan nu stante pede aangeven, neem ik aan? Want het is nu de raadsvergadering voor de begroting. Kan niet over een week, dan zijn we te laat. Mevrouw Schermers-van Elderen: Nee, nee. Ik kan me voorstellen, dat zo meteen mevrouw Van Ooijen nog eventueel een verduidelijking zou kunnen geven van, waar kan wat gevonden worden in taakveld 6.1. Maar ik kan me ook voorstellen, dat dat met een kaasschaafmethode is, zodat je de dingen in stand houdt. En dat er niet fors gesneden gaat worden in een van de doelgroepen, in een van de budgetten. De voorzitter: Wellicht krijgt u hulp of niet, maar dat gaan we horen. Mijnheer Timmermans van de VVA.
De heer Timmermans: Voorzitter, ik heb eventjes zitten luisteren zo links rechts, want we hebben niets gezegd ook. Maar mijnheer Bouman snijdt ook gewoon een terecht punt aan. Uiteindelijk zitten we nu in een begrotingsvergadering. Ja, het kenbaar maken was al bekend, bij jullie in de vorige vergadering. Alleen ja, nu wordt er eigenlijk niks gevonden. Ik vind het ook wel heel makkelijk, hoe u het er nu vanaf doet. Dat u zegt vervolgens, volgend jaar, ja, zit hij weer in de dekking. Ja, welke dekking, in de min van 7 miljoen of zo? Ja, dat is heel makkelijk. Dan kan ik ook zeggen, we kunnen … Mevrouw Schermers-van Elderen: Nee, dat is het antwoord, dat heeft u zelf al kunnen lezen, mijnheer Timmermans. Dat het eigenlijk gewoon één jaar even on hold zou zijn. En ja, ik moet zeggen, dat ik het wel een beetje bijzonder vind dat uitgerekend de VVA, die altijd strijdt voor inbreng van de burgers en inwoners om daar de verbinding mee te houden, dat u hier nu heel kritisch op bent. Dan denk van, hoe kunnen we het de inwoners verkopen, dat we nu even dus dat inwonersbudget niet doen. Terwijl, we eigenlijk allemaal wel van mening zijn, dat het heel belangrijk is en dat het doel haalt en, dat het het juiste middel is. Ja, en dan hebben we wel een discussie over een gemeentehuis, wat dan 14 miljoen moet kosten. Ja, dat wordt heel scheef. De voorzitter: Mijnheer Timmermans.
De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Ik heb volgens mij ook niet gezegd, dat ik tegen uw amendement ben. Dus ik, dat is een vooringenomenheid die u nu alvast neemt. Ik ben helemaal niet tegen. Ik vind alleen wel, dat de heer Bouman een terecht punt aansnijdt. Ja, eigenlijk had er gewoon duidelijk klip en klaar moeten liggen van, joh, luister, daar halen we het. En dan, ben ik het misschien wel gewoon met u eens. Maar ik vind het wel heel makkelijk om dan te zeggen, ja, het is nu één jaar niet en nu moeten we toch maar even opdracht geven aan het college, pak het maar ergens vandaan, zoek het maar. En ja, en dan volgend jaar zit hij weer in de dekking. Maar die dekking is al te kort. Dus ik vind het wel een beetje kort door de bocht, om dat op deze manier te doen. Niet echt een duidelijke keuze. Maar even herinnering voor later op de avond, wij dienen dadelijk een motie in. Ja, als u dan zegt van, joh, ik doe met u mee, want ja, er moet dadelijk toch gesneden worden. Leuk. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, ik kan ook een beetje tellen. En volgens mij, heb ik u niet nodig om ervoor te zorgen, dat er toch een meerderheid is voor dit amendement. Dus ja, koehandel is denk ik nu even niet nodig, mijnheer Timmermans. De voorzitter: Dan zullen we … De heer Timmermans: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Timmermans.
De heer Timmermans: Geeft ook wel aan, voorzitter, hoe de lijntjes lopen binnen de gemeente. Ik hoop niet, dat inwoners u dat nu ten laste leggen, dat u mij niet nodig heeft. Ik hoop het niet, dat u mij ooit nodig gaat hebben dan bij dezen. Maar ik denk, dat het wel een keer anders loopt. De voorzitter: Volgens mij, hebben wij als 31 raadsleden elkaar allemaal nodig, om een gemeenteraad te kunnen zijn. Maar voor het stemmen, is dat iets anders.
Mevrouw Schermers-van Elderen: Dat is ook het volgens mij, het wrange hieraan, mijnheer Timmermans. Want we zijn allemaal het 100 procent eens volgens mij met elkaar, dat het inwonersbudget gewoon gehandhaafd moet worden. En dat inderdaad, ja, de, waar we het uiteindelijk gaan halen, dat dat niet de schoonheidsprijs verdient. Ja, dat, daar zijn we het ook mee eens. En dat we liever anders gezien hadden ja, we hadden die 33.000 al gevonden, maar verder ja, was het gewoon inderdaad heel erg ingewikkeld. Dus hebben we gezegd, dan gaan we het op deze manier doen. Wetende, dat het veel geld ook in dit taakveld omgaat en, dat daar een goede keuze in gemaakt kan worden. Dus vandaar, mijnheer Timmermans. Maar volgens mij, zijn we het met elkaar eigenlijk op hoofdlijnen eens. En ja, hebben we elkaar als raad gewoon keihard nodig, wat ook de voorzitter al zei. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Ik kijk nog rond voor andere fracties, die in tweede termijn nog het debat willen voeren? Nee. Dan kijken we naar het college nog een keer. Portefeuillehouder Van Ooijen, wilt u nog wat licht in de duisternis brengen wellicht? Mevrouw Van Ooijen: Ja, voorzitter. Licht in de duisternis, ik zou het graag brengen. Maar ik heb eigenlijk ook wel een beetje richting nodig, om die duisternis uit te komen. Want ja, wij kunnen als college inderdaad gaan kijken naar dat 6.1, met alle liefde.
Daar kan de kaasschaafmethode over, kijken waar we overal een beetje aan overhouden. Ja, we kunnen ook wat groter snijden. Ik heb al gehoord, waar het liever niet uit moet komen. Als die lijst nog groter wordt, dan hoor ik dat ook graag. Ja, het zijn allemaal richtingen, die … De voorzitter: We zijn aan het einde van de tweede termijn. We gaan geen derde termijn meer, dus dat gaat u niet meer horen. Mevrouw Van Ooijen: Jammer. Misschien komt het nog in de aanpassing van amendement. De voorzitter: Dat zou kunnen. Mevrouw Van Ooijen: Dat zou kunnen. Ik hoor wel steeds, dat is één ding wat ik nog even wil rechtzetten, dat het al in de budgetten voor 2026 is opgenomen. Dat is niet zo. Wij gaan komend jaar ook gebruiken, om te zoeken naar de bestaande budgetten, om het daar volgend jaar in vorm te geven. Dus niet de extra 50.000 euro wat mij betreft, wat het college betreft. Maar dan zoeken we in de bestaande budgetten. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Ik kijk nog even ons naar de indiener. Amendement wordt straks ingediend, denk ik. Oké? Dan is op dit moment het debat hierover gevoerd. Lokaal suïcidepreventiebeleid voor Altena (2.2) De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 2.2 Lokaal suïcidepreventiebeleid. En dan mag ik het woord geven aan mevrouw Buchholtz van het CDA. Mevrouw Buchholtz: Ja, dank u wel, voorzitter.
Voor ons ligt een motie over lokaal suïcidepreventiebeleid voor Altena. Mede-ingediend door Progressief Altena, de SGP en de ChristenUnie, waarvoor heel veel dank. Het onderwerp suïcide, zelfdoding is een heftig en ingrijpend onderwerp. En ik denk, dat wij helaas allemaal iemand wel kennen, die suïcide heeft gepleegd of een poging heeft gedaan tot. En dit laat altijd een onuitwisbare impact op ons achter. Helaas lezen en horen wij er ook steeds meer over in het nieuws. En zoals twee weken geleden aangegeven, gaat naar alle waarschijnlijkheid vanaf 1 juli 2025 de Wet integrale suïcidepreventie in werking. Gemeenten worden hierin dus verplicht gesteld, om lokaal beleid te ontwikkelen
om suïcide te voorkomen. En wat ik twee weken geleden ook al aangaf is, met de wetenschap dat van alle mensen die overlijden door suïcide, 60 procent niet in beeld was bij de zorg, maar wel in de wijk. Ja, daarom zou het CDA niets liever willen zien, dan dat er zo snel mogelijk lokaal beleid wordt ontwikkeld, specifiek voor ons gebied. Want elk gebied heeft zijn of haar eigen uitdagingen, eigen triggers. En volgens 113 kunnen gemeenten een doorslaggevende rol hierin gaan spelen. Vandaar deze motie, die het college opdraagt en heeft u allen kunnen lezen in de motie, om te bezien hoe vooruitlopend op de formele inwerkingtreding van de wet, integrale suïcidepreventie in Altena specifiek mogelijkheden kunnen worden benut, om maatregelen op het gebied van suïcidepreventie al op te nemen in het lokale gezondheidsbeleid. Goed, u allen heeft de motie kunnen lezen. Lijkt mij duidelijk, ik hoef er denk ik niet zoveel meer over uit te leggen en wil ik het voor nu, daar even bij laten. En nog aangeven, dat wij bewust zijn van het onderwerp, de intensiteit van het onderwerp. En dat voor de mensen die behoefte hebben aan hulp, de organisatie 113 beschikbaar is. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Buchholtz. Ik kijk even rond, welke fracties in eerste termijn hierover het debat willen voeren? Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Dank u wel, voorzitter.
Inhoudelijk uiteraard, helemaal mee eens. Dus goed, dat het CDA aandacht vraagt voor dit onderwerp. Goed dat ze de nieuwe wettelijke taken, die we krijgen naar voren halen. En u zegt van, goed, denk daar alvast over na. Het enige puntje wat in ons hoofd blijft spoken is, dit is een wet die 1 juli volgend jaar al in werking treedt. Is het niet zo, dat hier in het gemeentehuis onder de bezielende leiding van ons college daar al aan wordt gewerkt, aan wat u voorstelt? Want het is niet zo, dat die wet over tien jaar komt. Hij komt, volgend jaar is hij er al, dan ligt die taak er al voor ons. Dus wij hopen eigenlijk, dat men al lang bezig is met hetgeen u voorstaat in uw motie. Want alles wat in uw motie staat, is waar, hoor. Maar het zou zomaar kunnen zijn, dat we het al aan het doen zijn hier in het gemeentehuis. En dan horen wij dat heel graag vanavond. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Boevé, AltenaLokaal. De heer Boevé: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, zo op het eerste oog inderdaad, ook een sympathieke motie, waar je inhoudelijk niet zo heel veel ja, van kunt vinden als het gaat om zeg maar, ben je dan voor of tegen. Het is denk ik, een heel precair onderwerp. In aansluiting ook op datgene, wat de heer Bouman zei.
Ja, wij gaan er echt vanuit, dat het college voor het voorbereiden en uitvoeren van deze wettelijk opgelegde taak en op dit precaire beleidsveld, geen aansporing nodig heeft. Dus ik ga er ook vanuit, dat deze motie niet echt zeg maar, een trigger is voor het college om in actie te komen. En wat ik eigenlijk mis in deze motie is dan, als het gaat zeg maar om de urgentie zoals dat beleefd wordt, is een stukje daadkracht. Iets, wat dat volgens mij, wel de intentie van de indieners is, neem ik aan. Wat mij opvalt is, dat het college wordt opgeroepen te komen tot zeg maar, een specifieke, onderstreept, specifieke aanpak ten behoeve van suïcidepreventie in Altena. En voor onderzoek ten behoeve van specifiek beleid is ambtelijke capaciteit en tijd nodig en waarschijnlijk, best veel tijd. De vraag is, of er echt überhaupt uiteindelijk echt specifieke punten voor Altena uitkomen. Er zijn al diverse gemeenten met een min of meer vergelijkbaar profiel en omvang als Altena, die praktisch aan de slag zijn met dit beleid. Ja, ik overdacht dat. En ligt het dan gezien het gevoelige onderwerp en de wens tot snelheid in effectuering niet meer voor de hand, om te starten met onderdelen van al bestaande programma's van deze gemeenten, die er al mee doende zijn? Dat is mijn inziens beter, dan te beginnen met een onderzoek. Dat kan eventueel als daar behoefte is, aan is altijd nog.
En dan hebben we ook geen onnodige belasting van het ambtelijke apparaat. Want gezien de discussie over de fte's en ambities op andere dossiers
voor de komende periode, lijkt me dat geen onbelangrijk argument. Maar we kijken in ieder geval uit, naar de reactie van het college. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Boevé. Mijnheer Van Gammeren van de SGP. De heer Van Gammeren: Ja, dank wel, voorzitter. Ook hier is de SGP een van de mede-indieners. Oorspronkelijk zou mijn collega, de heer Noordergraaf, ik mag hem vanavond vervangen. Maar het is zeker een, de indiener, die meldt het zojuist al, een heel gevoelig onderwerp wat ons allemaal raakt. Ik denk, dat we daar als gemeente en als college ook nooit genoeg voor kunnen doen. En de heer Bouman en AltenaLokaal, die gaf net ook al aan van, ja, ik neem aan dat het college al bezig is. Dat, ik denk, dat we dat ook als indieners en mede-indieners ook allemaal onderschrijven, dat we niet verwachten dat het college nog niets gedaan heeft. Maar dat we in ieder geval alle zeilen bijzetten om wat dat betreft, op deze lastige en ongrijpbare en indrukwekkende materie alle zeilen bij te zetten om te doen, wat we kunnen doen als gemeente. Ja, en ik denk, dat we zeker in de, omdat in de motie ook de volle breedte van alle maatschappelijke partners genoemd worden, zoals de scholen, kerken, gemeenschapshuizen. Ik denk dat dat heel belangrijk is, om alle pijlen uit te zetten in de, in alle lagen van onze gemeenschap. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren.
Mijnheer Verbaarschot van de VVA. De heer Verbaarschot: Dank u wel, voorzitter. We vinden het een buitengewoon sympathieke motie, die hier is ingediend. Uitgaande van wat er allemaal al vooraf is gezegd, denk ik, dat de portefeuillehouder wel aan kan geven in hoeverre, dat deze motie dan inderdaad wel of niet nodig zou zijn. Ik vind het in ieder geval een goede zaak, dat die ingediend wordt, dat er in ieder geval aandacht voor komt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Mevrouw Schermers van de ChristenUnie. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, voorzitter. Eigenlijk ook even ter ondersteuning van mevrouw Buchholtz inderdaad van, hoe belangrijk dat dit onderwerp is. En jazeker, het college zal hier zeker al wel mee aan de gang zijn gegaan. Maar ik vind hem heel mooi, dat het eigenlijk nu de focus en de richting nog beter bepaalt. Ik denk dat de kracht van Altena is, dat we juist met verenigingen, met kerken, met scholen, met inwoners dus ja, heel goed naar elkaar omzien en die sociale cohesie heel mooi en warm is. En ik denk, dat dit onderwerp daarom ook heel passend is, om dat specifiek voor Altena te maken. Wij zijn geen grote stad als Breda, we zijn geen Gorinchem, we zijn Altena. En om op die manier ook de kracht van Altena te benutten hierin. En ja, zeker als dan gezegd wordt, dat dat juist de kracht is.
Als dan zo’n hulplijn voor, tegen zelfdoding dat ook zegt van dat dat het verschil maakt, als je als gemeente echt specifiek daarop afstemt. Ja, dan zie ik dat zeker als een toegevoegde waarde. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Ja, dank u wel, voorzitter. Er is natuurlijk al heel veel gezegd. Ik wil in ieder geval ook nog even dank uitspreken naar het CDA, voor het indienen van deze motie. Belangrijk onderwerp, al door alle collega's ook benoemd. En ik denk dat je wat dat betreft, dat we nooit te veel kunnen doen om dit te voorkomen hè. Dus laten we echt alle zeilen bijzetten. In de motie even reagerend op AltenaLokaal, wordt ook benoemd van, kijk ook zeker naar good practice van andere gemeenten. Maar ik denk, dat we inderdaad ook heel specifiek naar Altena moeten kijken. Wat hebben onze inwoners op dit gebied nodig hè? Dus vandaar ook echt, zoek dat contact ook met scholen, dorpshuizen, enzovoort. En nou ja, ik denk dat het ook heel goed aansluit op de ambitie van Altena, om een blauwe zone te worden, het ontwikkelen van beleid, dat mentale
gezondheid en sociale betrokkenheid bevordert. Dat versterkt het streven naar een gezonde, gelukkige en veerkrachtige gemeenschap. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mevrouw Buchholtz, een reactie op de andere fracties? Mevrouw Buchholtz: Ja, dank in ieder geval, voorzitter, voor het woord. Maar ook aan alle collega's, die steun hebben gegeven voor deze motie. Ik denk, dat veel al door mijn collega's is genoemd. Maar ik wil nog even terugkomen op de VVD, collega Bouman. Als ik het goed heb gehoord, twee weken geleden heeft het college aangegeven, dat zij daar natuurlijk mee bezig zijn, maar dat zij nog niet volledig zijn toegerust. Nu wil ik niet, ja, ik wil natuurlijk juist aangeven, zullen we misschien zo meteen nog wel horen. Maar dat is de reden, waarom wij deze motie hebben ingediend, om dat nog even een extra zetje te geven. Dat is bij dezen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Buchholtz. Gaan wij naar het college, bij monde van portefeuillehouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ook het college is blij, dat deze wet is aangenomen en eigenlijk geruisloos door de Eerste Kamer is gegaan. Wij worstelen ook met de wijze, waarop dit landelijk plaatsvond. Je ziet dat met de komst van de wet in ieder geval, die vrijblijvendheid voor gemeenten komt te vervallen.
En we allemaal zullen moeten aansluiten, bij de landelijke agenda op de preventie hiervan. En natuurlijk zijn wij bezig als college met de voorbereidingen. Niet wij alleen, u heeft ons zelf daartoe de opdracht gegeven toen u het beleid, het gezondheidsbeleid vaststelde. Want de Wet Publieke Gezondheid, dat is een taak wat we uitvoeren en dat valt daaronder. Alleen, de specifieke manier om dit goed voor te bereiden en het beleid te gaan schrijven en te ontwikkelen, dat hebben we nog niet gereed. We weten wel, dat dit eraan zit te komen. We hebben daar nog niet de middelen voor gekregen vanuit het Rijk. Maar ook wij delen als college de mening, we hoeven misschien niet te wachten, totdat het Rijk met het fonds over de brug komt. Maar laten we in ieder geval, dit prominent oppakken. Loop ik wel vanuit het college tegen het punt aan van, en op welke wijze gaan wij dit dan ontwikkelen, met welke middelen? Want wij hebben de middelen allemaal al bezet en er worden al zaken gedaan, als het gaat over preventie. En zeker, als u naar de doelgroep kijkt. Vorig jaar alleen al, is er in Nederland 1885 gevallen geweest van suïcide. Als u ziet, is dat gemiddeld al vijf per dag. En het grootste gedeelte, zijn ook echt jongeren onder de dertig jaar. U heeft specifiek beleid ontwikkeld voor jongeren, daar zijn we mee bezig. Maar ik heb geen extra uren en capaciteit over, om dit op te pakken.
Ik zou het heel graag willen. Dus ik zou de indieners direct uitnodigen, alstublieft, maak er een amendement van. En geef daar ook wat middelen bij, zodat we daarmee aan de slag kunnen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Gaan we naar de tweede termijn. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Ja. De wethouder, die doet nu net, of dat hij helemaal niks heeft. Maar de wethouder heeft een heel ambtelijk apparaat om hem heen, vol met professionals. Waaronder ook, professionals op het gebied van volksgezondheid. En ik neem aan, dat daar ook heus mensen zitten, die enige affiniteit hebben met dit onderwerp waar we het nu over hebben. Dus het is niet zo, dat u niks kan doen. Dat zou ook raar zijn, want dat zou betekenen, dat als wij nooit zelf als raad zoiets op zouden pakken hè, dus als mevrouw Buchholtz dit niet opgepakt had, dat u niet zou kunnen beginnen. En dat is natuurlijk niet waar, u kunt prima beginnen. Dus volgens mij, heeft u geen amendement nodig, om deze motie van het CDA gewoon uit te voeren. En kunt u dat gewoon doen. En heeft u die kennis en kunde nu niet, dan heeft u misschien uw capaciteit op dit moment verkeerd verdeeld en moet u daar eens naar kijken.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Andere fracties een tweede termijn? Mijnheer Boevé, AltenaLokaal. De heer Boevé: Ja, dank u wel, voorzitter. Toch even terugkomen en ik heb daar nog geen reactie op gehad van een van de andere fracties. Maar ik ga ervan uit, dat de motie ook is ingediend wat ik net al zei, vanuit een bepaald urgentiebesef. Ik zal haast zeggen van, elke persoon die wij van een bepaald voornemen af kunnen brengen door heel snel hier ook praktisch zeg maar op te acteren, en dat hoeft niet met een onderzoek. Dat is vaak een kwestie van knippen en plakken uit best practices, dat kan best snel. En ik denk, dat dat heel belangrijk ook is. En dat wij specifiek Altenabeleid nodig hebben, dat waag ik te betwijfelen. Maar dat moet dan eventueel uit onderzoek blijken. Maar laten we alsjeblieft als we met elkaar het erover eens zijn, dat dit zo'n enorm precaire en urgent onderwerp is, laten we dan ook even de koe bij de horens pakken en laten zien, dat we het echt belangrijk vinden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Boevé. Ik zie mevrouw Schermers opstaan, van de ChristenUnie. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, mijnheer Boevé, misschien begrijp ik u niet goed genoeg. Want als raad vinden we het allemaal een heel erg belangrijk onderwerp. Alleen, u wil dan liever daadkracht zien.
U wil gelijk, dat we in activiteiten gaan omzetten, in plaats van eerst een onderzoek doen. Nu hoor ik net de wethouder zeggen en ik was daar eigenlijk wel blij om, dat het niet zo is, dat er op dit moment helemaal geen aandacht voor is. Dus er is op zich al wel aandacht. Maar het is gelukkig ook door de wetgeving, minder vrijblijvend geworden en moeten we er ook echt mee aan de slag. Ik vind het juist heel daadkrachtig, want we zijn pas, volgend jaar juni zijn we eigenlijk aan de beurt, om dat te gaan oppakken. Maar wij zeggen, nee, ga daar nu alvast eens mee beginnen. En zorg, dat de dingen die al goed gaan, dus niet het wiel uitvinden waar ook heel veel tijd in gaat zitten. Want dan moet je ook gaan ontwerpen en gaan ontwikkelen en kijken, of dat dat werkt. Nee, dat gaan we al doen. We gaan die good practice, die gaan we al oppakken, die gaan we al delen. We gaan de kracht van Altena dus benutten, wat ik in mijn eerste termijn zei. Ja, in mijn ogen, is dat heel daadkrachtig. En ik ben het met u eens, als u zegt, nee, we moeten niet te lang blijven navelstaren en onderzoeken voor het onderzoeken. Nee, we moeten ook echt gaan handelen. We moeten zorgen, dat er een punt is waar bijvoorbeeld jongeren onder de dertig jaar, dan terecht kunnen of noem maar op. Ja, eens.
Maar we moeten denk ik wel ja, de urgentie, dat is eigenlijk volgens mij de focus, de urgentie hierop, zodat we daarmee door kunnen. Die is het belangrijkste. De voorzitter: Mijnheer Van Gammeren wil hier graag bij aansluiten. En dan krijgt u de kans, heeft u nog even de tijd om na te denken. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Mevrouw Schermers, die haalde inderdaad een deel van mijn woorden al uit de mond. U wil zo snel mogelijk aan de slag, het laaghangend fruit eigenlijk al plukken. Ik denk, dat daar niemand van de indieners dan wel mede-indieners, op tegen is. Maar we kunnen wel het één doen en het ander niet nalaten. De voorzitter: Mijnheer Boevé. De heer Boevé: Ik kan het niet oneens zijn met datgene, wat ingebracht wordt. Alleen, nu wordt het ingebracht. Dus nu is voor mij duidelijk, dat we in elk geval daar consensus over hebben. En dat het niet alleen zeg maar, de motie betreft als het gaat om ja, we moeten voor Altena specifiek beleid gaan ontwikkelen, we moeten gaan onderzoeken. Dus ik zou inderdaad zeggen en u gebruikt het woord laaghangend fruit. Ik denk, dat dat iets is, wat we als raad gewoon inderdaad dan heel snel ook moeten gaan doen. Plukken, dat fruit.
De voorzitter: Ja. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Dan maar even in beeldspraak te blijven. Wij zien het echt als een rijdende trein, die wij als indiener, als raad ook nog even een keertje mee op het goede spoor zetten en zorgen, dat er voldoende snelheid in inkomt. Nogmaals, het is echt geen trein die opgestart moet worden. Geen nieuw project, want het loopt al. Alleen, laten we wel de urgentie nog een keertje onderschrijven als raad, door middel van de motie. En ik denk, dat de portefeuillehouder creatief genoeg is om te zorgen, dat die vanuit zijn ambtelijke bezetting daar echt wel de capaciteit voor vrij kan maken. De voorzitter: Mevrouw Schemers nog. Mevrouw Schemers-van Elderen: Ja, daar aanvullend. Ik denk, dat het en-en is. Dus we gaan wel degelijk specifiek op Altena, omdat er al gewoon dingen lopen die goed werken. Die gaan we benutten. En ondertussen ook gewoon aan de slag, wat u eigenlijk wil. De voorzitter: De heer Boevé, ja, voldoende? Dank. Ik kijk nog even rond, anderen nog? Mevrouw Buchholtz nog. Mevrouw Buchholtz: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, veel is weer gezegd door mijn voorgangers en daar sluit ik me ook bij aan. Ik denk, dat het belangrijk is om, hier dan hè. Ik hoop, dat hier mensen op zitten, die hier al over gaan.
En dat dit ook een stukje is van, prioriteiten stellen en kijken wat er inderdaad al is aan laaghangend fruit. En dat het college daarmee terugkomt, wat haalbaar is. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Buchholtz. Ik kijk nog even naar het college, is er nog behoefte om te reageren? Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het college heeft de raad goed gehoord en we gaan voortvarend aan de slag. Ik wil u meegeven. U stelt één punt in uw motie, waarvan ik mee wil geven of u wilt overwegen, om dat los te laten. U geeft aan, vóór 1 mei het beleid gereed te hebben en in ieder geval te informeren, hoe het ervoor staat. Ik hoor u ook dat u eigenlijk het accent legt, ga vooral aan de slag. En onderzoeken en rapporten, dat komt wel. Laten wij vooral zoals we al bezig zijn met opgroeien in een kansrijke omgeving, de mentale gezondheid, de weerbaarheid, de vitaliteit binnen Programma Vitaal. Laten we dat gewoon doorzetten. Geeft u het college de gelegenheid, om in 2025 in ieder geval u te informeren, wat de stand van zaken is en hoe we het aanpakken. Het Rijk komt dan ook over de brug en wordt voor ons zichtbaar. Ik schat in, dat we structureel zo'n kleine 30.000 euro per jaar gaan krijgen, als gemeente van onze omvang. Dan kunnen wij vooruitlopend daarop wel ieder geval al de middelen inzetten, zonder dat we daar nu extra budget aan u vragen.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder. En we zullen zien, hoe straks de motie in de stemming gebracht gaat worden. Volgens mij is het debat hierover voldoende gevoerd. Gaan we naar motie 2.3 Toegankelijk gemeentehuis. Mevrouw Schermers en mevrouw Maris zijn de indieners en nu trapt mevrouw Schermers af. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, dank u wel, voorzitter. We hebben inderdaad de motie ook genoemd naar, de toegankelijkheid van het gemeentehuis nu en in de toekomst. Als we om ons heen kijken, dan ja, dan zien we al het mooie meubilair, de vloer die opgeknapt is. Ja, dat stemt ons heel tevreden, daar niet van. Maar we hebben, op 27 februari hebben we ook een contactavond gehad met doelgroepen. Dat ging specifiek over een aantal punten, waar bijvoorbeeld rolstoelafhankelijke mensen tegenaan lopen. Zoals een hoge balie,
waardoor dat je met een soort stijve nek naar de medewerkster zit te kijken. Noem maar op, zo zijn er een aantal zaken. Wij zouden gewoon graag zien, dat dat meteen ter hand genomen wordt nu bij de aanpassingen, die gedaan worden aan het gemeentehuis. En ik verwacht daar eigenlijk brede steun voor. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Andere fracties? Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Ja, die brede steun, voorzitter. Want mevrouw Schermers houdt van koppen tellen. Ja. En ja, hier staat er al eentje. Ja, dus, het is goed, dat u daarmee komt. We zitten alleen met een dilemma. Want puntje drie, in overleg treden met de doelgroep om de ontwerpfase te betrekken bij uitbreiding van het gemeentehuis. Ja, daar weet u, hoe wij erin staan. Dus daar kunnen wij niet mee instemmen. Want wij denken wel aan een, aan de verandering eventueel voor bijvoorbeeld een parkeerplaats hiervoor. Maar als je dat inderdaad doet als je gaat verbouwen dadelijk, dan kom je met een dubbele kosten te zitten. Dus ja, wij zitten een beetje met een puntje. Als u puntje drie loslaat, dan kunnen wij met u, hartelijk mee meegaan. Laat u die niet los, dan zullen wij toch tegen moeten stemmen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Van Gammeren van de SGP. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Misschien even een vraag aan de indieners.
De wens zeg maar, voor een toegankelijke gemeentehuis voor alle doelgroepen, die begrijpen we. En we hebben in het verleden u daar ook wel eens in ondersteund. De vraag is eigenlijk van, we hebben een gemeentelijk vastgoedbeleid. Daar is al zeg maar, als het gaat om toegankelijkheid, wel gekozen voor platina, het hoogst haalbare. Ook in de discussies rondom het gemeentehuis is de portefeuillehouder daar al op bevraagd. Zeker die toegankelijkheid, naar aanleiding van die bewuste avond. Hij heeft daarin bij mijn beste weten ook aangegeven, ja, ik ben in gesprek en dat wordt allemaal meegenomen in het nieuwe ontwerp. Het ontwerp dat is gaande, dat loopt. Wat voegt dan deze motie nog toe? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Ja, voorzitter. Wij verkeren ook in een ernstige staat van verwarring. Niet zozeer, omdat we het niet eens zijn met, wat de indieners inhoudelijk willen bereiken. Want er is op zich niets mis met een toegankelijk gemeentehuis. Graag zelfs, zeg maar. Maar, het moment. U valt volgens mij precies tussen een aantal logische momenten in, waarin we dit kunnen bespreken. Dit hadden we kunnen bespreken, toen we het over het gemeentehuis hebben gehad. Toen het zeer briljante amendement is aangenomen, om het budget in tweeën te knippen.
Dankzij dat briljante amendement komt er nog dus een hele discussie over, na de casco. Want en volgens mij al dit, wat u nu voorstelt, kan dan ook nog besproken worden. Wij vragen ons ook af van, waarom moeten we dit nu hier vanavond bespreken? Niet dat we daar geen tijd voor hebben hoor, want we lopen op zich aardig op schema, maar het is misschien niet het meest logische moment. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Den Haan van AltenaLokaal. De heer Den Haan: Ja, dank je wel, voorzitter. Ik interpreteerde hem zo, dat even niet het tweede gedeelte waarbij het ging over het nieuwe gemeentehuis. Maar ik interpreteer hem ook nog even zo, dat na die bijeenkomst dat wel duidelijk gemaakt werd, dat we op dit moment ook zitten met een situatie waarin het nog niet voor iedereen toegankelijk is. En ja, zo interpreteerden wij het ieder geval binnen AltenaLokaal. En ben ik eigenlijk wel benieuwd naar de portefeuillehouder om te kijken van, wat daar vanaf 27 februari tot aan nu, aan gedaan wordt of aan gedaan kan worden. En dan laat ik die discussie over het, welk amendement het dan ook is over het gemeentehuis, laat ik maar in het midden. Dat komt nog wel, volgens mij.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer Bouman (CDA): Ja, dank je wel, voorzitter. Ook wij zitten een beetje in een dilemma, om de heer Timmermans te citeren. Dat gaat bij ons inderdaad ook over van, ja, wat is er nu inderdaad op korte termijn haalbaar, zonder dat we aan hele grote kapitaalvernietiging doen? En is het inderdaad ook, ik heb hier ook met een blinddoek opgelopen. Dan stoot je overal tegenaan. Dat, als niet-ervaringsdeskundige op dat moment. Dan denk je, ja, dat is allemaal heel slecht geregeld. Die mensen, die redden zich dan toch nog wel op dat moment, die deden dat heel snel. Maar ja, wat kunnen wij nu inderdaad en dat is eigenlijk ook een beetje een vraag aan het college. Wij zouden het in elk geval zonde of, toegankelijkheid vinden we heel belangrijk. En dat hebben we, toen zijn ons eigenlijk een beetje de ogen opengegaan, hoe belangrijk dat dan ook is. Alleen, gaan we nu inderdaad niet ja, allerlei maatregelen op hele korte termijn nemen, terwijl we dadelijk structureel nog betere maatregelen kunnen nemen. Dat is eigenlijk een beetje het dilemma, waar wij voor staan. Wij zijn ook inderdaad wel benieuwd, hoe dat het college daartegen aankijkt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mevrouw Maris van Progressief Altena. Mevrouw Maris: Ja, dank u wel, voorzitter.
Nog even een aanvulling naar mijn collega, mevrouw Schermers. We hebben inderdaad die avond hier gehad, ervaringsdeskundigen zijn hier langsgekomen. Het is al bijna een jaar geleden. Ze hebben een aantal dingen met ons geconstateerd, waar wij behoorlijk van geschrokken zijn. En de reden dat wij dit nu indienen is dat wij vinden, dat het eigenlijk wel tijd wordt, dat daar met die ervaring iets gedaan wordt in de huidige huisvesting. Natuurlijk op een duurzame manier. We kunnen ons voorstellen, dat het college een inventarisatie met de ervaringsdeskundige maakt. En dan gaat kijken, welke aanpassingen heel eenvoudig te realiseren zijn, die misschien mee kunnen worden genomen naar de nieuwe locatie. Of de nieuwe locatie, excuses, dat is onze eigen agenda. Ik bedoel natuurlijk, in de verbouwing van het gemeentehuis. En zo, zijn er natuurlijk allerlei mogelijkheden. Eigenlijk is dit de reden, waarom wij dit op de agenda hebben gezet. En we zijn natuurlijk ook heel benieuwd, wat het college daarvan vindt. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Gaan we even kijken, of mevrouw Schermers nog wat wil reageren op de andere fracties. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik snap het punt van mijnheer Timmermans, omdat u gewoon tegen de uitbreiding van het gemeentehuis was.
Alleen ja, uiteindelijk is democratie ook, dat bij meerderheid iets besloten wordt. Kijk, we bedoelen, de intentie, als u naar de geest van onze motie kijkt, naar de geest van de wet in plaats van de letter, dan staat er natuurlijk, dat bij de aanpassingen die moeten gebeuren van het gemeentehuis, dit nu voortvarend ter hand genomen wordt. Dus als u hem zo zou willen lezen, dan ja, zou u hem ook zo kunnen lezen. Want waar een wil is, is een weg. Dan, bij de SGP. Die zegt van, ja, is dat dan inderdaad nu nodig dan zeg maar zo, die toevoeging. Ja, wij vinden het best schrijnend, dat je 27 februari hier gezeten hebt en dat je dan dus, dat er allerlei gebreken zijn geconstateerd en dat het dan toch nog zo lang duurt. En dat is eigenlijk ook een beetje het verhaal richting het CDA. Ik onderschrijf, dat ik eigenlijk op zoek ben met het college dan aan de achterkant van mijn rug, wat kan op korte termijn inderdaad gerealiseerd worden? Want we hebben, op korte termijn hebben we de vloer mooi geschuurd en opnieuw in de olie gezet, we hebben het meubilair aangepakt. Ja, nu moet wat ons betreft gewoon die balie aangepakt worden, moet de toegankelijkheid van het gemeentehuis bij voorkeur aangepakt worden. En dank voor de steun van mijnheer Den Haan, want dat is ook hoe ik hem tenminste uitleg. En waarom dan op dit moment, mijnheer Bouman? Ja, ja, dat had misschien inderdaad beter gekund.
Maar laten we alsjeblieft niet wachten, tot inderdaad het gedeelte van het casco klaar is en we eens naar de uitwerking gaan kijken. Want onze oproep is eigenlijk van, ja, wij zitten nu al op mooie nieuwe stoelen, we zitten eigenlijk al in een andere
raadszaal met andere gordijnen en noem maar op. Maar echt gewoon basisdingen zoals toegankelijkheid van het gemeentehuis, ja, daar moet nu aandacht voor zijn. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Gaan we luisteren naar het college, portefeuillehouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Namens het college kan ik in ieder geval meegeven, dat u dat al heeft vastgesteld. Als u kijkt naar het strategisch vastgoedbeleid heeft u als raad in ieder geval meegegeven, we willen minimaal goud voor alle openbare gebouwen van de gemeente, qua toegankelijkheid. Dat wil zeggen, dat het daaraan moet voldoen. Zo gaan we ook aan de slag met de aanpassingen van het gemeentehuis. We nemen uw suggesties mee, dus we staan daar in ieder geval welwillend tegenover. Sterker nog, we hebben het onszelf ook opgelegd, dat we dat gaan doen. Om met ervaringsdeskundige gebruikers ook in gesprek te gaan van, wat geeft u als signalen mee? Dat komt en dat pakken we op. Ondertussen wachten wij natuurlijk niet, totdat we een definitief ontwerp gereed hebben en proberen we de kleine zaken die we kunnen oppakken, al door te voeren.
Vorig, begin van dit jaar heeft mijn collega de avond u begeleid en heeft ze aan de bel getrokken bij het college en signalen gedeeld van, let op, als het gaat over brandveiligheid maken we ons zorgen, dat mindervalide mensen op de eerste en de tweede etage, niet gemakkelijk weg kunnen. Daar hebben we eigenlijk binnen twee weken op geacteerd als college en die maatregelen getroffen, om dat mogelijk te maken. Als het gaat over uw vraag, heel praktisch, eerst zo’n balie. Zou ik u adviseren, laten we eerst werken naar een definitief ontwerp, waarin dat meegenomen wordt. En voor nu de praktijk, zou ik in het kader van de dienstverlening, omdat ik de portefeuillehouder Dienstverlening ook ken mee willen geven, laat nu ieder geval de gastvrouwen, de receptionisten het besef hebben als er mindervalide iemand binnenkomt, dat ze niet blijven zitten achter de tafel, maar opstaan en iemand tegemoet lopen. En er staat een klein tafeltje, om iemand te kunnen ontvangen en op gelijke ooghoogte te kunnen praten. Ik zou daar de voorkeur aan geven, in plaats van nu allerlei materiële verbouwingen door te voeren, maar dat mee te nemen in het geheel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Gaan we naar de tweede termijn. Wie van de fracties in de tweede termijn? Mijnheer Bouman van het CDA, u staat als eerste op. En er staan er nu meer op.
De heer Bouman (CDA): Dank aan het college, voor de heldere beantwoording. Gelukkig zijn er ook al een aantal zaken dus inmiddels gerealiseerd. Dat is mooi. Eigenlijk vat ik het zo samen. Laten we het proberen tot de tijd, dat we een definitief goede oplossing hebben, om het op een praktische goede manier in elk geval op te lossen met elkaar. En ja, goed, daar kunnen wij, voelen ons, wij ons wel comfortabel bij. En uiteraard ook wel benieuwd, hoe de indieners daar tegenaan kijken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik ben eigenlijk ook heel blij met het antwoord van de wethouder om het zo pragmatisch, hoe dat hij het nu net schildert. Eigenlijk low budget ook, om dat zo te regelen. Wij vinden het ook belangrijk. Maar ja, als je democratisch gekozen dan hè de nieuwe gemeentehuis zou willen bouwen, ja, dan moet je dus ook van, aan de casco parkeerplaatsen gaan denken, aan de casco balie. Dan ga je er weer aan sleutelen. Dus ik denk, dat de indieners gewoon tevreden moeten zijn met het antwoord van de wethouder. De voorzitter: Dat gaan we zo direct horen. Mijnheer Timmermans, dank u wel. Mijnheer Bouman van de VVD.
De heer Bouman (VVD): Ja, voorzitter. Wij hopen deze mate van overeenstemming met de portefeuillehouder nogmaals te mogen ervaren over een uur of een uur en een kwartier. Want we zijn het nu geheel met hem eens. De voorzitter: Mijnheer Van Gammeren van de SGP. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Zoveel als de heer Bouman met de portefeuillehouder eens is, was ik het nog niet. En dat komt, we zijn een beetje in verwarring gebracht. U heeft het over de toegankelijkheid, goud in de strategische vastgoedbeleid. Maar volgens mij, heeft u zelf in de afdronk zeg maar, aan die bewuste avond heeft u gezegd, we gaan voor platina voor het gemeentehuis. Dat heb ik hier nog wel eventjes teruggevonden. Dus als dat klopt inderdaad, dan ben ik het alsnog met u eens. En dan zeker, dan kiezen wij, de SGP ook wel voor een hele pragmatische oplossing, waar we morgen al invulling aan kunnen geven. En dat is sneller, mevrouw Schermers, dan de balie gaan verbouwen. De voorzitter: We gaan het zo dadelijk horen, of de, uw conclusie klopt. Mijnheer Den Haan hoeft niet meer. Mevrouw Schermers, ga uw gang. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik stel voor, dat ik straks eventjes naar mevrouw Maris toe loop en dat we heel even met elkaar afstemmen van, hoe dat we het gaan doen. Ik ben ook blij met het antwoord van de wethouder en blij met zoveel steun van jullie.