2024-06-18 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
De behandeling over het WRP, Water en Rioleringsplan, vindt plaats
in het najaar van 2024. Daar wordt uiteindelijk de keuze gemaakt voor de beleidsinhoud en de budgetten worden daar vastgesteld. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen, bij interruptie. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter. De wethouder, die begint met: we willen graag een plan, maar ik heb ook eraan gerefereerd dat er altijd al plannen zijn geweest, die ook een langere doorkijk geven. Dus het is niet dat er niets is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Wethouder Schipper, ga uw gang. Mevrouw Schipper-Heijmans: Dank u wel. Plannen lopen af. Plannen moeten er liggen voor bepaalde juridische kaders en plannen moeten er ook liggen om überhaupt rioolheffing te mogen heffen. Dus dat even in antwoord op uw vraag, maar misschien dat ik daar direct nog nader op in kan gaan. Waar ik was gebleven. In deze Kadernota willen we zo realistisch mogelijk meerjarig begroten, waardoor we alles wat we nu weten en zien aankomen hebben vertaald in financiën. Indicatief. Dat resulteert in een gegeven meerjarenperspectief. Bij de vaststelling van het WRP zullen daardoor eventuele afwijkingen ook kleiner zijn. Het daadwerkelijke gesprek en ook de besluitvorming daarover vindt later dit jaar plaats.
Uiteraard neem ik, en dat zeg ik op voorhand en ik zal het nog wel een paar keer herhalen, uw opmerkingen, vragen en zorgen, die neem ik mee ter overweging om alles goed te kunnen duiden in het op te leveren stuk. Ik ga heel even kijken, want vervolgens gaan we door naar de ChristenUnie. En u begon eigenlijk met het verhaal dat er een aantal jaar geleden de rioolheffing is verlaagd en nu moet hij omhoog. De informatie die ik heb is dat de rioolheffing niet is verlaagd, er is sprake, heeft plaatsgevonden van een harmonisatie. We zijn een fusiegemeente. Er waren drie verschillende rioolheffingen. De ene gemeente was aanzienlijk lager dan de andere voormalige gemeente. Daar heeft een harmonisatie in plaatsgevonden. En als je in de gemeente woonde met een hoge rioolheffing, ben je inderdaad naar beneden gegaan. Dus dat klopt. Dus de tarieven zijn niet verlaagd, ze zijn geharmoniseerd. En als het gaat over het realistisch begroten is een lagere stijging, zoals nu bekend in 2025, dan 15 procent is gewoon niet wenselijk. En als voorbeeld voor de komende jaren, als je uitgaat bijvoorbeeld van een stijging van 13, 13, 5, 5 procent, dan is de stand van de voorziening waar we het over hebben eind 2027 slechts 4000 euro positief, waarin wij volgens mij als doel hebben en moeten hebben om hem op 1 miljoen te hebben. Dus de berekeningen die er nu voor zijn, worden daarop meegenomen.
De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Ja, dank u wel. Ik vond het wel grappig, de wethouder zegt: een lagere stijging dan 15 procent is niet wenselijk. Ja, dat is heel erg wel wenselijk, wethouder. Ik denk dat we dat allemaal juist willen. U zegt: dat kan niet, want dan is mijn voorziening leeg. Dat is waarschijnlijk alleen maar waar als u ook die uitgaven zo doet zoals u die nu gepland heeft in die planning die u wel heeft en wij niet. De voorzitter: Mijnheer Hoegee, ook bij interruptie. De heer Hoegee: Ja, want we krijgen een heel verhaal en u zegt dan: in ’27, dan zijn we maar 4000 euro positief. Maar goed beschouwd weten we dat helemaal niet, want we hebben daar nog niets over beslist. En we hebben ook nog geen plan van u gezien, waarin aangetoond wordt wat nu eigenlijk nodig is. En de enige hele simpele vraag die ik u gesteld heb: gun ons nu op tijd dat overzicht, dat plan, zodat we kunnen bekijken of dat echt ergens op gebaseerd is en dat wij dan bij de begroting de beslissing daarover kunnen nemen. Maar daar heb ik nog geen antwoord op gehad.
De voorzitter: Wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Voorzitter, dat heb ik u wel gegeven. Ik heb u gezegd dat in het najaar het plan aan u ter besluitvorming wordt voorgelegd. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Ik voel me nu geroepen om de heer Hoegee even te helpen. Want wethouder, het najaar loopt tot met december. De begroting stellen wij vast in … wat is het, mijnheer de griffier, november? 12 november. En de belastingverordeningen begin december, half december? Dus als u zegt: ik kom in het najaar met een plan. Dat geeft waarschijnlijk de heer Hoegee en ook ons niet echt voldoende geestelijke rust. Dus als u nu gewoon zou zeggen: u krijgt het plan in oktober, misschien dat we dan na vanavond iets rustiger kunnen gaan slapen. De voorzitter: De vraag is volgens mij of de raad het plan krijgt voor de vaststelling van de begroting. Wethouder. Mevrouw Schipper-Heijmans: Dat spreekt voor zich, mijnheer Bouman. Misschien had ik daar wat duidelijker over moeten zijn. Mijn grote streven is in ieder geval om in oktober, in de cyclus van oktober, het besluit aan u voor te leggen. En dat moet ook, want u moet beslissen over de grondslag die ligt aan de rioolheffing. Ik had daar wat duidelijker in moeten zijn, denk ik. Maar ja, bij deze. We streven naar oktober, ja later kan gewoon niet, want dan kunt u er niets meer over vinden.
Is daarmee uw vraag beantwoord? Dank u wel. Ik had nog wat dingen staan. Ik denk dat ze wel voor een … Nou ja, ik krijg nog heel even, want ik zie toevallig hier ook nog staan … Nou, dat is niet toevallig, ik heb het gewoon opgeschreven. Progressief Altena. Ik deel uw zorgen voor de volksgezondheid en het milieu. Dat is één van de factoren waarom we ook nu moeten gaan ageren. Dus wat dat betreft. Alternatieven, daar is zeker wel naar gekeken. En ik denk ook dat u misschien wel, als u direct het plan eenmaal heeft in oktober, dat u daar informatie over kunt terugvinden. Ik benadruk het nog even voor de zekerheid. Wat betreft een geleidelijke verhoging. Ja, zoals de cijfers die ik nu heb en die u inderdaad nog niet heeft gezien, pleit dat niet voor een geleidelijke verhoging, omdat we dan qua voorzieningen gewoon te krap komen te zitten en onder een nul mogen we gewoon wettelijk niet komen te zitten. Even kijken, voorzitter. Ik heb hem genoteerd. Even zien. Nee, ik heb niets meer openstaan volgens mij. De voorzitter: Volgens mij zijn er niet nu specifieke vragen blijven liggen, die ook in het inhoudelijke debat in oktober kunnen komen, maar ik kijk even rond of dat toch niet het geval is. Mijnheer Nieuwenhuizen, u had nog wat gevraagd over de bestaande berekeningen wellicht. Ga uw gang. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter.
Ja, ik vind het antwoord wel heel erg makkelijk. We stellen een plan op en dat leggen we voor en dan besluiten we en dan verhogen we de tarieven. Maar een plan opstellen kan op heel veel manieren. En tussen twee haakjes rioolheffing, het riool mag je financieren als gemeente zoals je wilt, het is niet verplicht om een rioolheffing te hebben. Er zijn meerdere mogelijkheden om het te financieren, maar dat is even tussen twee haakjes. Maar mijn zorg is even: we stellen een plan op. Iemand wil het beste plan met een gouden randje en daar hoort een tarief bij en dat krijgen we voorgelegd en we hebben er allemaal misschien niet zoveel verstand van en dan kunnen we ja of ja zeggen. En daar heb ik een beetje moeite mee. Ik mis bij de wethouder eigenlijk het invoelingsvermogen om te streven naar een plan, waarin de ruimte wordt gezocht om die tarieven minder te laten stijgen. En als tip zou ik mee willen geven: reken je riool ook cyclisch uit. Je hebt een gemiddelde levensduur en reken hem dan voor heel die
levensduur uit en zorg dat je voorziening gedurende heel die levensduur voldoende is en niet vier jaar vooruit, want dan loop je klem, zoals we nu klemlopen en dat hadden we kunnen voorkomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Versluis nog. Ja, het is nog een interruptie. Ja. Nog een interruptie, mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Nou, ik had nog eigenlijk even een verduidelijkende vraag aan de wethouder. Want ik hoor haar zeggen: we hebben nu getracht realistisch meerjarig te begroten en dan bij de WRP-behandeling in oktober zal dan het verschil kleiner zijn. Mag ik dan daaruit concluderen dat u eigenlijk al verwacht dat wat er nu in de Kadernota zit niet voldoende is? De voorzitter: Wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Nee, wat ik zeg is dat de percentages die u heeft en die u allemaal ook kunt doorrekenen, dat is indicatief en we gaan, we zitten in het traject ernaartoe, naar het WRP en het kan zijn dat die percentages nog worden bijgesteld, maar dat zullen minimale zijn. Dus dat bedoel ik eigenlijk. En anders begrijp ik uw vraag niet goed. De voorzitter: Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Maar de verwachting is dat ze dan naar beneden worden bijgesteld? Want ze kunnen natuurlijk ook nog naar boven worden bijgesteld. Mevrouw Schipper-Heijmans: U geeft al het antwoord op de vraag. De voorzitter: Indicatief is indicatief.
Kunt u nog eens ingaan op de vraag van de heer Nieuwenhuizen over wat u nu voor een beeld heeft van hoe het is opgebouwd? Mevrouw Schipper-Heijmans: Nou, dat is misschien wel goed. Zoals het nu is opgebouwd kijken we naar … We hebben zicht op een theoretische vervangingssopgave. Die staat er alleen al voor een aanzienlijk bedrag en daarnaast hebben we ook een groslijst van opgaven die daadwerkelijk moeten gebeuren. En dat is een onderdeel van de kosten die nu al voorliggen. Dus dat geeft u misschien ook een idee waar wij hiermee aan het rekenen zijn gegaan. En u vraagt: ja of ja? In dit huis wordt een plan opgesteld en het is uiteindelijk aan u als raad om daar iets van te vinden. Dus dat is ook hoe dat hier de werkwijze is. Ja en we hopen gewoon, in oktober moeten we doen. U zegt daarbij ook het cyclisch laten uitrekenen. Nou ja, dat is in ieder geval iets wat ik wil meenemen als suggestie. En in plaats van vier jaar vooruit op langere termijn, die heb ik ook genoteerd en die ga ik zeker voorleggen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik even vragen aan de indieners, want dit zijn ook de indieners en anders gaan we dat debat nog later maar een keer overdoen. Mijnheer Hoegee.
De heer Hoegee: Ja, ik had nog wel één vraag, want u gaf op een gegeven moment de vorige vergadering al aan dat volgens het grondwatermeetnet is de data eigenlijk onbetrouwbaar, dus dat moet opnieuw opgezet worden en er moet opnieuw data worden verzameld. Dus in hoeverre is dan het plan dat u in september, oktober gaat indienen, betrouwbaar als u nu nog geen data daarover heeft? De voorzitter: Ik proef een heleboel vragen voor een plan, wat nog in oktober behandeld kan worden, waar volgens mij die vragen eerder thuis worden. Mijnheer Nieuwenhuizen, ga u ook nog een keer uw gang.
De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, iets anders. Ik dank de wethouder voor de laatste antwoorden en ook de toezeggingen daarin gedaan. Maar nog één keer de bestuurlijke rol wil ik dan nog wel een keer benadrukken. Er wordt in huis een plan gemaakt, maar als bestuurder geeft u ook kaders aan. Dus daar zit een bandbreedte in. Daar wil ik het bij laten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja, ik wil helpen om dit onderwerp af te ronden, want we gaan er vanavond niet uitkomen. Want we merken in ieder geval wel veel steun bij onze collega's, dat we eigenlijk een soortement pas op de plaats zouden moeten maken, omdat we gewoon nog geen plan hebben. En we moeten hier geen Altenaronde of Altenatafel gaan doen, maar ik denk dat ook het college moet beseffen dat hetgeen wat nu ligt, financieel, dat dat te voorbarig is. Wij lopen met onze financiële voorziening voor 2025 nog niet klem. U heeft ons al best heel lang laten wachten om een plan voor te leggen. Ik kan me ook niet voorstellen dat we daar straks in twee weken uit zijn. U zou er ook eens over na kunnen denken om in ieder geval een mogelijke verhoging wat verder naar de toekomst te sturen, vooral omdat u nog geen goed plan heeft en oktober heel dicht op die begroting komt te zitten.
En dat zouden we u toch mee willen geven: volgens mij is het niet zo dat deze overhaast nodig is. Laten we besluiten nemen op goede inhoud, want de cijfers vliegen alle kanten op. Ik had ook even dat bewuste A3’tje bestudeerd en als ik dat dan weer bekijk, dan zijn er verhogingen in heffingen van 17,8 en 17,7. Dus u presenteert wel 15 procent, terwijl het rekenblad geeft al 3 procent hoger aan. Dan ziet u: de cijfers vliegen alle kanten op. En daarom nogmaals: zorg eerst voor een goed plan, onderbouwd, laat ons dat uitgebreid bespreken en laten we het dan pas hebben over verheffen. De voorzitter: Ik wil de beraadslagingen daar maar mee besluiten. Volgens mij heeft u een aantal vragen gesteld. Het college heeft daarop geantwoord over de onderlegger van wat er in de Kadernota staat. Als u daar nog meer over wilt, dan kunt u dat op 2 juli eventueel met elkaar bespreken en anders dan komt het volgens mij terug in oktober bij de bespreking van het inhoudelijke plan. Daarmee wilde ik 4.2 afsluiten. Gaan we naar 4.3, de compensatie van oud papier voor de verenigingen. AltenaLokaal, mijnheer Bakker. De heer Bakker: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wilde het maar eventjes kort houden, want we lopen toch al aardig uit de tijd volgens mij, dus dan zal ik een korte vraag maar stellen.
In november 2022 is er een motie unaniem aangenomen, waarbij we het college opgeroepen hebben om naar alternatieve inkomstenbronnen, samen met de verenigingen, te zoeken voor hetgeen wat zij dus verliezen, zeg ik maar even voor het gemak, qua inkomsten voor het oud papier. Even de vraag aan het college: volgens mij is dat plan er nog niet. Zo ja, als het plan er wel zou zijn, dan hoor ik het graag en dan zie ik het ook graag. Zo nee, wanneer kunnen we het ontvangen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Anderen? Niemand. Zullen we dan naar het college gaan? Dat schiet misschien ook op. Wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Dank u wel, voorzitter. Dank voor deze vraag. Het is zo dat, het plan is er nog niet. Men is er al wel mee bezig, men is in de voorbereiding hier. Het is bij de Altenatafel van 14 mei aangekondigd namens mij bij monde van mevrouw Van Hunnik dat er in het najaar, ik vermoed in september 2024, er een RIB zal komen, waarin wordt aangegeven over de stand van zaken, ook de motie en het beleid wat er ligt op het gebied van right to challenge, in combinatie met deze groep vrijwilligers, die in het verleden oud papier ophaalden. En ik weet, en dat is misschien, voorzitter, dat ik even mag mededelen. Die toezegging is gedaan in de Altenatafel, tijdens de Altenatafel, maar is per abuis niet in de RIS terechtgekomen.
Dus die had u ook niet kunnen lezen.
De voorzitter: Misschien kunt u nog iets zeggen over het gesprek of niet? Mevrouw Schipper-Heijmans: Het gesprek? De voorzitter: De heer Bakker. De heer Bakker: Ze heeft wat vaker gesprekken denk ik, voorzitter, dus dat zou misschien kunnen kloppen. Ik weet het even niet precies. Mevrouw Schipper-Heijmans: O wacht, ja het gesprek. Excuses. Nee, u bedoelt de avond die georganiseerd gaat worden? Ja oké, ik dacht het gesprek, hebben wij een gesprek? Nee, in de aanvulling … Nou ja, ik wil dit ook kort houden. De groep vrijwilligers waar u naar refereert wordt in ieder geval uitgenodigd om 1 juli hier in het gemeentehuis te komen om bijgepraat te worden over de mogelijkheden en onmogelijkheden en eventuele ideeën die erbij leven. Dus nogmaals, er wordt dus al op gelopen. Het plan ligt er nog niet. De RIB komt in september 2024. De voorzitter: Mijnheer Bakker. De heer Bakker: Ja, oké. Ik hoop dat de uitnodigingen uit zijn, want 1 juli is wel een redelijk korte termijn, zeg ik maar even. Maar goed, dat is een bijkomstigheid. U geeft aan: er komt een raadsinformatiebrief in het najaar, misschien wel september. Nou, dat is weer redelijk kort na het zomerreces, dus ik ga even uit van oktober 2024, laten we het jaartal er maar even bij noemen zeg ik dan maar eventjes duidelijk.
Dat betekent dat we dus de compensatie niet meer in de begroting 2025 naar alle waarschijnlijkheid zullen gaan krijgen. En nu ben ik heel even kwijt, moet ik eerlijk zeggen, of die verenigingen in die afbouwregeling ook al tot 2025 gecompenseerd waren? Dus dat wil nog eventjes weten: klopt het dat die compensatie tot en met 2025 liep? En klopt het ook of niet dat die dus in de begroting 2025 niet terug kan komen? Mevrouw Schipper-Heijmans: De verenigingen zijn gecompenseerd tot en met 2027, afbouwend. Dus op dit moment, er is eenmalig een uitkering gedaan aan de verenigingen die het betrof. Dus ja, die ligt er. De heer Bakker: Oké, duidelijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Dan gaan we naar agendapunt 4.4, circulair voedselsysteem. De VVA. Ja, te laat. Mijnheer Verbaarschot, ga uw gang. De heer Verbaarschot: Dank u wel, voorzitter. In het kader van duurzaam Altena wilden wij dit punt circulair voedselsysteem wel eventjes aankaarten. Een circulair voedselsysteem begint en eindigt bij onze landbouw en veeteelt in onze optiek. Geen voer zonder onze boer. Eén van de meest essentiële onderdelen van dit proces is de vruchtbare grond. Die wordt op peil gehouden middels bemesting. We hebben daar dus mest hard nodig. Dezelfde mest kunnen we ook heel goed inzetten voor het vervaardigen van biogas middels een mestvergistingsinstallatie.
Groot genoeg natuurlijk om dit efficiënt te kunnen doen. Daarmee nog in ieder geval benadrukkend dat dat niet door alle particulieren afzonderlijk gedaan zou moeten worden, want dan werkt dat systeem niet. Dus gewoon centraliseren. Dus er is wel enige regelgeving voor nodig. Daarmee hoeven we niet per se van het gas af, ook belangrijk, of waardoor we de elektrificatie ook niet zo ver door hoeven te voeren, omdat we naast de elektra ook nog gas kunnen gebruiken, dus dat scheelt ook op de belemmering van het elektriciteitsnet. Het is tevens een belangrijke toevoeging voor het RES 2.0. Dat is
misschien een ander punt, maar dat kan in één moeite door wel genoemd worden. En dus zeer belangrijk voor het wel slagen van een duurzaam Altena. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Mijnheer Van der Hoeven, nu bent u op tijd. De heer Van der Hoeven: Ja, dat gebeurt me maar één keer per avond, voorzitter. Ja, op zich wel goed om dit agendapunt te agenderen, misschien met een iets andere insteek dan dat de VVA dat doet. Er zijn inderdaad best veel kansen, als je over mestvergisting gaat praten, om daarover na te denken met elkaar. Wat mij opviel in het staatje is dat er extra geld wordt geplust, nu 24.000 en 48.000 euro even uit mijn hoofd de komende jaren, maar dat erbij staat dat dat via het RWB gaat. Nu hadden wij zelf een programmamanager, een hele grote ambitie en dan die drie regels die in de Kadernota staan, die zeggen me eigenlijk niet hoe goed het gaat en of een extra investering zinvol is en of dat dan via de RWB gaat. dus wij zitten wat meer in die hoek te zoeken: ja, waarvoor is nu dat extra geld nodig, want er was best een forse pot voor gereserveerd. Hoe gaat het en gaan we dat via het RWB doen? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Vos van het CDA. De heer Vos: Dank, voorzitter. Ik wil even reageren op de VVA, die volgt rechtstreeks de ambitie van het bestuursakkoord.
Ik zal even een klein citaat doen uit het bestuursakkoord. ‘Het bestuursakkoord biedt ruimte voor positief meedenken, met innovatieve concepten.’ Nou, daar hebben we die mestverwerking denk ik. Dus wat u wilt, dat wordt geboden en ik denk dat we daar ook mee bezig zijn. Het eerste punt wat u in uw stukje aanhaalt, daar hebben we het helemaal niet over gehad, de voedselconsumptie. Nou, dat staat er ook duidelijk in ‘bevordert bewustwording bij de consument, niet alleen het belang van gezonde voeding, maar ook een gezond voedselsysteem.’ Wat zeker niet betekent dat het alleen plantaardig zou moeten zijn in onze ogen. Dus wat dat betreft denk ik dat het heel erg helder is. Dus ik vraag me verder af wat uw vragen dan nog hiermee zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank u wel voorzitter. Dit punt is toch wel binnen ons werd al aangekaart, de voedselvoorziening als veehouder, landbouwer, op dat punt moet ik er natuurlijk wat van zeggen. Dat laatste stukje staat: restproduct mest. Nou, laat ik even vooropstellen: mest is geen restproduct. We kunnen allemaal zien hoe onze omgeving hier onze mest, die in onze omgeving geproduceerd wordt, zeer goed kunnen gebruiken. We zitten hier in de streek met een circulair voedselsysteem, daar kunnen we zelf met onze akkerbouwers en veehouders goed met elkaar overweg.
U haalt nu in één keer de biogasinstallaties aan. Nou ja, ik denk dat dat een heel mooi streven is, maar u ziet: hier staat er geen één en er is volgens mij geen één ondernemer die er brood in ziet, laat staan dat wij als gemeente Altena zelf met een eigen mestvergister aan moeten gaan komen, dat we totaal niet uitkomen en het zeker niet rendabel is. Dus heel het project circulair voedselsysteem, dat klinkt heel erg mooi. Er gaat geld naartoe, waar ik niet zie waar het blijft, maar daar komen we dan later nog op terug in mijn financiële gedeelte. Dit punt is denk ik een beetje achterhaald en wij hebben hier geen problemen met onze mest en we hebben gezien dat wij hier voldoende landbouwgronden in onze gemeente beschikbaar voor hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Alderliesten, Progressief Altena. De heer Alderliesten: Ja, dank voorzitter. De heer Kolff, die maait werkelijk alles voor mijn voeten weg. Ik was ook een beetje op zoek naar het punt wat gemaakt werd, want wij hebben hier voor zover ik weet inderdaad
een circulair systeem. We hebben geen mestoverschot waar we iets mee moeten, waar je eventueel door middel van vergisting dan wat nuttigs mee zou kunnen doen. Maar als we nu de mest die we hier in Altena hebben willen gaan vergisten, zodat we weer kunstmest bijvoorbeeld moeten gaan gebruiken of dat we mest uit de Peel, ik noem maar wat, hier aanrukken om dan te gaan vergisten. In beide gevallen zie ik niet … Nou ja, ik zie wel wat het mogelijk kan opleveren, maar ook in negatieve zin, wat het Altena dan brengt. Dus ik ben een beetje op zoek nog naar het punt wat u wilt maken, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Versluis, SGP. De heer Versluis: Ja voorzitter, dank u wel. Ja, bij de agenda circulair voedselsysteem hadden we niet helemaal het idee dat het de kant opging van specifiek mest, maar wij hadden daar ook wel een punt bij het circulair voedselsysteem. Het is natuurlijk een prachtig programma, maar je stelt jezelf iedere keer de vraag: wat kost het en wat levert het ons op? En als je dan toch met de financiële uitdagingen kijkt waar we voorstaan, hadden we eigenlijk nog wel richting het college ook de opmerking dat als ik het goed heb gelezen, hebben we 100.000 euro structureel staan. We krijgen een subsidie van het Rijk via de RWB van 1 miljoen in vier jaar. Alleen, daar hoort dan wel 50 procent cofinanciering bij.
En als ik heel goed kijk in die Kadernota, dan zie ik daar geen verplichtingen voor opstaan, dus wij maken ons grote zorgen als wij als gemeente Altena daar ook nog eens een keer de cofinanciering van het Rijk bij moeten gaan leggen van 2,5 ton per jaar. Ja, dan maken we ons grote zorgen over dit programma en dan ook wel over de inhoud en soms de vaagheid, laat ik dan eerlijk zeggen, waar het mee omkleed is. En dan moeten we oppassen dat we niet van vaag, vager, vaagst komen om bepaalde zaken te doen. Maar we zijn oprecht wel geïnteresseerd in de financiële verplicht, dat komt nergens terug. Dus daar zouden we wel graag een reflectie van de wethouder op willen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Verbaarschot als reactie op de inbreng van anderen. Ja, u mag interrumperen. Ja, dat klopt. Dan doen we dat eerst. De heer Verbaarschot: Een korte interruptie op mijn collega van de SGP. Ook in het coalitieakkoord staat dat we een afbouwende financiële impuls van de gemeente verlangen. Dus ik denk dat we toch die kant op moeten. De voorzitter: Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Nee, daar ben ik het ook mee eens, maar omdat er in de Kadernota staat dat er 1 miljoen subsidie beschikbaar komt vanuit het Rijk, via de RWB. Daar zijn we over bijgepraat.
Maar om die 1 miljoen te krijgen om daar plannen mee uit te voeren, moeten we als gemeente daar ook 1 miljoen bijleggen. En dat staat op dit moment niet in een begroting of niet in een Kadernota en daar maak ik me zorgen over hoe dat zit. Ik kreeg de opdracht van mijn fractie om het binnen twintig woorden te doen. Het is me gelukt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Verbaarschot. De heer Verbaarschot: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ten aanzien van waar halen wij dan het idee vandaan dat dat nut zou hebben, zo'n gasvergistingsinstallatie? Nou ja goed, het is net van wat voor technieken je daarvoor gebruikt. Ik heb daar ook de kennis niet van, van wat dat precies voor een installatie zou moeten zijn, maar dit is een idee wat ook binnen het RES gepresenteerd wordt en de financiële opbouw van het systeem is natuurlijk dat je het gas, wat die installatie levert, dat je dat kan verkopen. Dat zou dat project gewoon efficiënt moeten maken. Maar ik heb wel even een vraag om eventueel andere dingen die dan nog als reactie
gegeven zijn. Wat kan onze wethouder vertellen over de status van het overleg, wat er is opgestart, maar waarvan wij niet kunnen zien of dat nu afgerond is of niet, over deze gastvergistingsinstallaties. Dank u. De voorzitter: We gaan naar het college luisteren. Er zijn een paar vragen vanuit de raad gesteld, onder andere over het budget van de RWB en over de cofinanciering en de vraag die u heeft gesteld. Wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Dank u wel, voorzitter. De vraag over het proces rondom de mestvergisting. Ik zal het ook weer niet te lang maken, maar de agrarische sector is natuurlijk één van onze topsectoren in Altena. Dat staat beschreven in het bestuursakkoord, CDA haalde het al aan. En binnen het programma, wat voortkomt uit het manifest, is één van de veranderdoelen: wij zorgen nog beter voor onze natuur en kapitaal. En dat raakt aan het restproduct mest. En vanuit de RES 2.0, zo vliegen we van links naar rechts, zien jullie wel, alles hangt met elkaar samen, wordt op dit moment verkend of en hoe de vergisting van mest voor de productie van groen gas een bijdrage kan leveren, want groen gas kan namelijk een rol spelen in de lokale warmtetransitie.
Altena, en dat is een beetje het antwoord, denk ik, op de vraag die u zoekt, mijnheer Verbaarschot, neemt deel aan een groter onderzoekstraject, waarvan de ZLTO, het zogenaamde circustraject, waarin onder meer ook wordt gekeken naar hoe die vergisting van mest kan plaatsvinden. Dat is de vraag die u heeft gesteld. Dat is één vraag. De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Als we nadenken over groen gas, zijn we het dan nog steeds eens dat we nieuwe woonwijken zonder gasleiding aanleggen of zijn we daar ook wel wat beter over aan het nadenken? Mevrouw Schipper-Heijmans: Als ik zeg dat we daarover nadenken, is dat wel heel neutraal. Maar ik kan daar geen antwoord op uw vraag geven op dit moment. Ja? En dan zijn er eigenlijk meerdere vragen gesteld, die refereren aan die cofinanciering over dat 1 miljoen. Dat magische miljoen. Wij doen mee. Wij hebben ook visies ingeleverd voor de Regiodeal. En ja, ik kan daar nu heel erg over gaan uitweiden, maar dat ga ik toch niet doen. Maar één van die redenen was ook een cofinanciering, dat klopt. Hoe of wat, op welke manier en welk geld? Ja, daar wordt u op hele korte termijn over geïnformeerd. Ik kijk even met een schuin oog als dat mag, voorzitter, naar mijn collega de heer Sheikkariem, en ik denk dat we binnen een aantal weken iets meer daar misschien over kunnen gaan zeggen.
En anders wordt het waarschijnlijk september 2024 , het najaar. Ook wij wachten vol spanning daarop af en dan komt er wel meer duidelijkheid over de vragen die u hier stelt. Want het is niet zo dat die 1 miljoen wordt ingezet voor het Programma Circulair Voedselsysteem of dat wij 1 miljoen daarvan af moeten halen of iets dergelijks, dat hangt samen met die Regiodeal, maar daar kan ik gewoon nu nog geen concrete antwoorden op hebben, omdat de vragen die u heeft, die hebben wij ook nog. Voorzitter. De voorzitter: Dank. Mijnheer Verbaarschot, u bracht het in. Of mijnheer Kolff nog per interruptie, dat kan ook. De heer Kolff: Ja, ik heb wel zitten twijfelen. Mijn voorganger zei net: loop ik er naartoe of loop ik er niet naartoe? Maar nu ik er toch ben, de heer Versluis, dan spreek ik maar even in. Ik denk dat u, portefeuillehouder, over twee verschillende zaken spreekt, als een beetje mestdeskundige. Je kan natuurlijk biogasinstallaties maken voor biogas en met die biogas kan je de motor laten draaien, die stroom produceert en van die motor heb je warmte over. Dat kennen we. Maar je kan ook biogas maken en dan kan je met een bepaalde constructie en die chemische toevoeging kan je er aardgas van maken en dan kan je dat rechtstreeks leveren naar het net. Dus dat zijn twee verschillende zaken, maar ik denk dat ze geen van tweeën interessant
zijn, anders waren er heus wel ondernemers geweest in dit gebied, waar heel veel innovatie is, die daar zelf op ingesprongen hadden om van mest gas te maken. Dus we kunnen wel hele mooie verhalen gaan houden over eigen gas, eigen mest, eigen warmte, rendement zeer negatief, dus niet aan beginnen. De voorzitter: Dat is een mening, een stelling. Mijnheer Verbaarschot. De heer Verbaarschot: Dank u wel, wethouder, voor deze mooie reactie en de hoop die we daarvan krijgen dat inderdaad de mogelijkheden nog niet uitgeput zijn voor wat betreft het vervaardigen van biogas. Maar ja, die techniek, die kennen wij misschien ook niet allemaal, maar ik ga ervan uit, dit is in het belang van Duurzaam Altena, een circulair voedselsysteem, de ondersteuning van de energievoorzieningen, die moeten aangepast worden. Dus ik heb er goede hoop op. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Dan concludeer ik dat het voldoende afgerond is, dit debat. Gaan we naar het laatste punt van programma vier, dat is 4.5: gescheiden afval bij bedrijven. Progressief Altena, mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Nou, die moet een stuk naar beneden. Ja, dank u wel voorzitter. Altena doet het goed op het gebied van het reduceren, hergebruiken en scheiden van materialen. In één van de stukken staat dat we ook de komende jaren hierin koploper willen zijn.
Wat Progressief Altena betreft een heel mooi streven, waar we het enorm mee eens zijn. Op dit moment is het zo dat bedrijven in Altena het ophalen van hun afval zelf moeten regelen. Vooral voor midden- en kleinbedrijven is het soms lastig om dit goed te organiseren. Zij hebben bijvoorbeeld maar beperkt gft-afval, maar moeten hier wel een aparte container voor regelen. Wij denken dat het kan helpen om ook bedrijven verder te stimuleren en faciliteren om hun afval te scheiden, als de gemeente dit faciliteert. Zo zijn er gemeentes waar bedrijven een gft-, papier- of restafvalcontainer via de gemeente kunnen aanvragen als zij dat willen. Door het innen van reinigingsrecht worden de kosten hiervan vervolgens gedekt. In het stuk heb ik gelezen dat in 2026 de aanbesteding van huishoudelijk afval wordt geëvalueerd. Ons voorstel zou dan ook zijn om in 2025 met bedrijven, bijvoorbeeld via de BIZ, in gesprek te gaan om te kijken of er behoefte is aan deze mogelijkheid en dit dan vervolgens mee te nemen zodra de nieuwe aanbesteding wordt uitgezet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mijnheer Nieuwenhuizen, u staat als eerste. Ga uw gang. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter. Het was mij niet helemaal duidelijk wat met dit punt bedoeld werd.
Als mevrouw Hofstede het heeft over een BIZ, dan kan dat, want dan kun je met parkmanagement dat oplossen. Dan kan ik hem snappen. En als je dat in BIZ-verband ook vanuit de gemeente promoot en stimuleert, dan kan ik dat ook nog volgen. Maar mengen van huishoudelijk en bedrijfsafval, die kan ik niet volgen en daar zitten ook wettelijke beperkingen op volgens mij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben zoveel vertrouwen in onze bedrijven, dat wij ervan uitgaan dat als ze dit willen, dat ze dat heel goed zelf kunnen, eventueel in samenwerking. En u noemt zo’n BIZ, een Bedrijveninvesteringszone. Nou, als die dat met zijn allen willen regelen, dan kunnen ze dat, ook zonder de gemeente. En daarbij wensen we ze veel succes. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Timmermans van de VVA.
De heer Timmermans: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, toch even een vraagje aan Progressief Altena: bent u zich ervan bewust dat gemeentelijk afval duurder is voor die bedrijven dan dat ze nu zelf betalen? De voorzitter: Mijnheer Van Gammeren van de SGP. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. De SGP vindt niet dat hier nu een taak voor de gemeente is weggelegd en dat het primair bij de bedrijven ligt en behoort te liggen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hoegee, AltenaLokaal. De heer Hoegee: Ja, zoals de eerdere sprekers ook al aangaven: bedrijven regelen dat nu zelf en ik kan me bijna niet voorstellen dat die erop zitten te wachten dat de gemeente dat voor ze gaat regelen. Maar als in geval van een BIZ of dergelijke die mensen aangeven dat ze graag willen dat de gemeente dat gaat regelen, dan mag daar best over nagedacht worden, alleen ben ik het eens met eerdere sprekers dat het waarschijnlijk veel te duur gaat worden voor de ondernemers. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mevrouw Boll van het CDA. Mevrouw Boll: Dank u wel, voorzitter. Het CDA Altena is het eens met ook onze voorgangers.
Het is een primaire eigen verantwoordelijkheid van de bedrijven en ik vroeg me ook af wat jullie precies bedoelden inderdaad, is het voor alle bedrijven of bedrijventerreinen? Want dan kan inderdaad een bedrijventerrein of sector dat als collectief heel goed zelf organiseren, denk ik. Want wanneer je vraagt om de gemeente dat te faciliteren gaat, wat kost dat dan of wat mag dat kosten? Omdat in onze beleving commerciële partijen dit goedkoop kunnen aanbieden. Jullie hadden er ook technische vragen over gesteld, zag ik. Daar werd ook bij het afval scheiden gesproken over het hergebruiken van materiaal, maar dat zou ik niet als afval benoemen, maar hergebruikt materiaal. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Boll. Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zal het nog iets verder toelichten. Inderdaad zijn er heel veel bedrijven die dat heel goed zelf kunnen regelen en dan vooral de grote bedrijven. Het gaat hier specifiek om het kleine- en middenbedrijf, waar dat wel wat lastiger voor is. En inderdaad moet je dat in collectiviteit doen, omdat je op die manier ook ervoor kan zorgen dat de kosten zo laag mogelijk zijn. En het enige wat wij vragen: ga eens kijken: is er behoefte aan? Daar kun je zo'n partij als de BIZ goed voor gebruiken.
En uiteraard, ga dan ook kijken: is het financieel haalbaar? Maar wij denken dat het wel een manier is om ons streven wat wij hebben om zoveel mogelijk afval te scheiden, dat dat daarbij kan ondersteunen. De voorzitter: Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman: Maar mevrouw Hofstede, voor die collectiviteit is heel de gemeente toch niet nodig? Die bedrijven kunnen toch gewoon bij elkaar komen en samen verzinnen: wij vinden afval scheiden keileuk. We regelen met elkaar een paar gft-containers. Dan is het toch gepiept? Als de gemeente het gaat doen, dan moeten we een belastingstelsel gaan verzinnen, we moeten belastingen gaan heffen, we moeten de inzameling regelen, et cetera. Laat ze het lekker zelf doen. De voorzitter: Mevrouw Hofstede.
Mevrouw Hofstede: Nou ja, er zijn inderdaad ook mogelijkheden om te kijken: we doen dat met elkaar. Maar nogmaals, ik denk vooral voor de wat kleinere bedrijven dat het wellicht helpend kan zijn. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Wellicht kan het helpend zijn, maar dat wil niet zeggen dat we het daarom als gemeente maar moeten doen. Het zou misschien ook helpend zijn voor bedrijven als we daar het dak gaan dekken, maar dat gaan we ook niet doen. De voorzitter: Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Nee, maar ik zeg ook helemaal niet dat we het moeten gaan doen. Ik zeg alleen dat we wellicht kunnen kijken: is er behoefte en is het financieel te betalen? De voorzitter: De heer Bouman, laatste keer, denk ik. De heer Bouman: Akkoord. En ons pleidooi is dat we niet eens hoeven te gaan kijken, omdat ze het evident zelf kunnen doen. De voorzitter: Mevrouw Hofstede, u krijgt het laatste woord. Laten we eerst nog naar het college luisteren en dan mag u afronden. Mevrouw Schipper-Heijmans: Dank u wel, voorzitter. Ik had geen concrete vraag gehoord, maar ik begrijp uit het verhaal van mevrouw Hofstede dat zij aan de gemeente de vraag stelt om eventueel haar reactie om te onderzoeken of het haalbaar is op verschillende manieren, zowel financieel als de behoefte.
Begrijp ik uw vraag zo? Mevrouw Hofstede: Ja, zodra de gewone huishoudelijke afvalstoffenheffing, als die aanbesteding wordt geëvalueerd, om dat daar dan in mee te nemen. Mevrouw Schipper-Heijmans: Oké. Wij hanteren in de gemeente het afval alleen in te zamelen bij huishoudens. Zij betalen hiervoor ook de afvalstoffenheffing. Bedrijven betalen hier niet aan mee. Bedrijven zijn wettelijk zelf verantwoordelijk voor het afvoeren van hun bedrijfsafval. En het is dan ook aan het bedrijf en hun inzamelaar om tot een modus te komen, waarbij de inzameling van afval kostenefficiënt en duurzaam plaats moet vinden. Het ligt dus bij de bedrijven in beginsel, vanuit de gemeente bezien, zelf. De BIZ, het is al een aantal keren ook aangehaald, heeft in haar plan van aanpak, werkplan in ieder geval wel aangegeven dat er nagedacht wordt over circulair afvalverwerking et cetera. Dus dat staat al in dat plan. En als zij met ideeën komen en hebben daar gedachten of willen ze daarmee spiegelen of sparren met de gemeente, zal daarnaar geluisterd worden. Maar het is in beginsel aan de bedrijven zelf. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Hofstede, u heeft de reacties gehoord van uw collega's en van het college. U krijgt nog weinig medestand, heb ik zo’n beetje begrepen. Mevrouw Hofstede: Ja precies, dus ik kan mijn conclusie daar wel uit trekken denk ik. Ja, dank u wel voorzitter.
De voorzitter: Ik denk het ook. Dank u wel, mevrouw Hofstede. Dan gaan we naar programma vijf, Bereikbaar Altena. We lopen met een halfuurtje achter op de planning. Dat is vooral in het eerste deel van de vergadering
ontstaan, dus op zichzelf gaat dit nog een beetje volgens verwachting. 5.1, de realisatie van de aanpassingen Middenweg. De SGP-fractie, mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, in juni 2020 heeft de SGP een motie ingediend voor de realisatie van een vrijliggend fietspad aan de Middenweg. In 2021 heeft uw raad hier ook een krediet voor gevoteerd. De toenmalige portefeuillehouder de heer Sheikkariem heeft ons toegezegd dat diverse processen zoveel mogelijk langs elkaar heen zouden gaan lopen om de doorlooptijd en de realisatietijd te verkorten. De planning die we erbij gekregen hebben is dat in oktober ‘23 voor het eerst onze kinderen over een mooi en veiliger fietspad zouden fietsen. Voorzitter, ik heb vanmiddag even gezocht, maar het fietspad is er nog steeds niet. En inmiddels is het toch juni 2024. En bij navraag tijdens de technische ronde blijkt dat zelfs de grondverwerving nog niet is afgerond en in de laatste RIB, 13 juni, is er een deel van de planning gepresenteerd, een deeltje, en als ik dan met mijn boerenverstand probeer te extrapoleren, dan kom ik uit op een realisatie medio 2026. En dan een concrete, vraag, voorzitter. Ik wil wel een beetje snelheid in de vergadering hebben. Drie vragen aan de portefeuillehouder.
Hoe kunt u het proces nog versnellen? Wat heeft u van de raad nodig? En wanneer gaat u het lintje knippen van het nieuwe fietsband? Dank u wel. De voorzitter: Dat zijn drie concrete vragen. Anderen die eventueel willen aansluiten in dit debat? Ik zie niemand opstaan. Dan gaan we naar het college, wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank voorzitter. De vragen zijn helder. Misschien is het goed om even heel kort te melden waar wij nu staan. Het is helder dat ook deze portefeuillehouder had gehoopt verder te zijn, heer Van Gammeren. Een paar kanten. Het definitieve ontwerp is in principe uitgewerkt. Dat is één. Dat is zo ver uitgewerkt, dat wij ervan uitgaan na de zomer, ik durf het haast niet te zeggen, gezien alle discussies van vanavond, maar de tweede helft van dit jaar het bestemmingsplan aan u aan te bieden. En het is inderdaad zo dat wij op dit moment nog niet in staat zijn om alle gronden te verwerven. We hebben het over ongeveer 25 eigenaren. Ongeveer de helft zijn wij zelf in gesprek en de andere helft, die hebben een externe begeleider, om het zo te formuleren, en daar zitten een aantal eigenaren tussen die inderdaad een iets ander beeld hebben, wat zeg ik, een heel ander beeld hebben van de mogelijke waarde van de gronden dan die wij als gemeente kunnen bieden.
En dat zou, en dat heb ik van de week of twee weken geleden ook tegen de intermediair gezegd, er zomaar toe kunnen leiden dat er een onteigeningsprocedure zou kunnen gaan volgen. Wat heeft u nodig om het proces te versnellen? Nou ja, volgens mij de steun van de raad ervaar ik en de druk van de raad ervaar ik ook. Als u daar zelf nog iets mee wilt doen, dan laat ik dat graag bij u. En ik hoop inderdaad toch dat wij in staat zijn om medio 2026 dat lintje te knippen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel voorzitter. Dan word ik wel bevestigd, inderdaad, in mijn zorgen. Ik had met mijn boerenverstand wat aan het extrapoleren geweest en dan kom ik op 2026 uit. Ik had gehoopt dat de portefeuillehouder nog een meevaller had voor vanavond, maar nou ja, die zit er niet in en het wordt 2026, wat hij zelf aangeeft. Wat betreft de druk van de raad, die voelt u en wij gaan er ons nog eventjes op beraden of we dat inderdaad nog formaliseren in de vorm van een motie, zeker als het gaat om de onteigening. Want als het daarop vast gaat lopen, dan vinden wij het algemeen belang toch zwaarder wegen dan het individueel belang. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. We wachten dat rustig af. Gaan we naar agendapunt 5.2, het openbaar vervoer. Dat is door de VVA aangekondigd. Mijnheer Verbaarschot.
De heer Verbaarschot: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, in het kader van Bereikbaar Altena willen we het even over het openbaar vervoer hebben. Het openbaar vervoer bepaalt voor een groot deel de bereikbaarheid van Altena tenslotte. Ondanks dat dit geen directe gemeentelijke taak is, mag Altena zich best meer inzetten voor een goed rijdend openbaar vervoer. Regelmatig vallen er bussen uit of komen te laat of rijden helemaal niet, waardoor dus de scholieren niet op school terechtkomen of de mensen zonder eigen vervoer helemaal niet meer wegkomen op die dag dat ze dat wilden doen. De busmaatschappij heeft een contract met de provincie, een concessie zogenoemd, en dat horen ze gewoon na te komen. De vraag is of de klachten van Altena doorkomen bij de provincie, bij de vervoerder in ieder geval? En er is een overleg, volgens mij, tussen de gemeente Altena en de provincie. We wilden graag weten wat daar de status van is op het gebied van dit busvervoer. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Ik zie mijnheer Nieuwenhuizen opstaan van de ChristenUnie. Ga uw gang, mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter.
Het wordt nu toegespitst op de vervoersconcessie, maar we hebben hier eerder over gesproken met de wethouder en gepleit voor meerdere vervoersvormen en om te kijken naar het totale vervoerpakket, waar dan het openbaar vervoer van de concessie een onderdeel van is. En in dat kader hebben we ook een keer gesproken over vervoersarmoede. Hoe gaan we daarmee om? Dus ik zou het dan graag wat breder willen trekken dan alleen naar de concessie, maar naar het totale plan wat we als gemeente daarvoor hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Vos van het CDA. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. In zijn een opening heeft de heer Verbaarschot het erover dat het geen directe taak is van de gemeente en dat Altena zich best wat meer mag inzetten voor een goed rijdend openbaar vervoer. Even een concrete vraag: wilt u daar dan ook geld tegenover zetten of bedoelt u nu alleen dat de wethouder harder naar de provincie moet gaan lopen? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Mijnheer Den Haan, AltenaLokaal. De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter. Ik kijk maar even naar mijn collega Nieuwenhuizen, die hier, net als een vorige spreker, daarnet ook heel goed maaide. En ik zou dan kunnen zeggen: ja, hier wel. Maar ja, dat is ook weer flauw.
Nee, u had het ook over de bereikbaarheidsarmoedemotie die we hebben gehad met elkaar en dat past een beetje in het verhaal wat de VVA ook zegt. Dus ik snap wat u zegt. Dat ondersteun ik ook, maar we wachten ook wel even af naar het college: die motie, die ligt er en ik ben ook wel afwachtend van wat er uitkomt, na de voorstellen die we hebben gedaan als er in de toekomst echt wel dingen gaan gebeuren. Want u heeft het over de concessie, daar liggen we ook niet zo wakker van. Ik weet alleen wel dat het heel lastig gaat worden dat die concessie ons nog echt verder gaat brengen, dus moet je gaan denken over alternatieven. Nou, die zit in die bereikbaarheidsarmoedemotie. Dus ja, ik wacht het college af met voorstellen, dat is het enige wat we kunnen doen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Ja, slechts een steunbetuiging, want het is inderdaad allemaal al gezegd. Graag koppelen aan die bredere blik, waarin die bereikbaarheidsarmoedemotie, wat een tongbreker overigens. Want ja, gezegd over de concessie, daar hebben we maar heel beperkt invloed op. Bij het afsluiten van een concessie, dan hebben we iets te doen en voor de rest is het aan de vervoerder om binnen die concessie alles te regelen
en kom je inderdaad elke keer bedrogen uit als reiziger, want als de bus doorrijdt heb je één alternatief, dat is wachten op de volgende, in de hoop dat die niet doorrijdt. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Anderen nog? Zullen we eerst naar het college gaan? Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank voorzitter. Een paar dingen. De zorgen over de kwaliteit, waar de heer Timmermans op duidt, die herkennen wij. Dat is één. Er is ook heel regelmatig ambtelijk en vervolgens ook ambtelijk bestuurlijk overleg met de provincie. Daar wordt dit ook zeker ingebracht. Dat gaat inderdaad via de RWB als tussenstation, maar waar ook ambtelijk en bestuurlijk wij op aangehaakt zijn. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor de hele concessie. Daar zitten twee kanten aan. De nieuwe concessie is gegund. Dat heeft er in ieder geval toe geleid dat op een aantal punten er wat verbeteringen zijn. Een heel simpel voorbeeld is dat tijdens de werkdagen er weer een bus gaat rijden tussen Werkendam en Sleeuwijk, die nu alleen in de ochtend- en de avondspits rijdt. Zo zijn er nog een aantal verbeteringen. Ze zijn marginaal, zeg ik heel eerlijk. De frequentie van de Interliner wordt ook vergroot.
En ja, hoe je het went of keert, ik heb dat meer met de raad gedeeld, voorzitter, de concessie heeft heel nadrukkelijk een focus op het stedelijk gebied van Brabant en veel minder op het plattelandsgebied. Wij vragen daar aandacht voor, heel regelmatig, maar ik moet eerlijk zeggen dat er natuurlijk ook door de concessiehouder gekeken wordt naar het gebruik en het is nog steeds zo dat het gebruik van het openbaar vervoer in Altena nog niet op het niveau is, lang niet op het niveau zelfs is, van voor Corona. En dat helpt natuurlijk ook niet in de onderbouwing van het nut en de noodzaak. We geven niet op, maar het is wel de realiteit zoals het is. Het punt vervoerarmoede, voorzitter. Ja, we vallen in een soort groef, geloof ik. Het onderzoek van de bereikbaarheidsarmoede is afgerond. Wij zijn op dit moment de uitkomsten aan het verwerken. En in het tweede halfjaar gaan wij graag met u in gesprek om de uitkomsten daarvan met u te delen, maar ook verder over te discussiëren. De voorzitter: Mijnheer Verbaarschot, u bracht het onderwerp in, dus u mag het ook afronden. De heer Verbaarschot: Dank u wel, voorzitter.
Ja, als het dan inderdaad op de provincie vaak over het vervoer in Altena gesproken wordt en er wordt te weinig aan gedaan, is het dan niet gewoon een kwestie van dat de provincie Noord-Brabant de vervoerder aan zijn concessie gaat houden? Er zijn reistijden afgesproken, de tijden staan vast in schema's, iedereen kan dan zien. Ik neem aan dat als er regelmatig klachten binnenkomen over wanneer er een bus niet gereden heeft of te laat is geweest, dat het gewoon op een rijtje gezet wordt. Ja, ik weet niet of daar een antwoord op te geven is, maar dit lijkt mij dat daar dan gewoon wat harder opgetreden moet worden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Is daar nog een reactie op te geven? Gesprekken worden gevoerd, er is op dit moment geen nadere reactie op te geven. Daarmee voor dit moment voldoende besproken. Gaan we naar 5.3, de doorfietsroutes. Dat is er ook eentje voor scrabble. Fietspadennetwerk, ChristenUnie. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter. Ook weer een onderwerp uit de Kadernota, waar de naam van de provincie bij staat, maar dan in de zin van: we gaan daarin deels meelopen met het provinciebrede onderzoek dat provincie Noord-Brabant gaat opstarten. Wij vinden dat wat passief klinken en eigenlijk zouden we willen vragen aan de wethouder of we dat niet versneld op kunnen pakken.
Vanuit het Rijk zijn drie jaar subsidie bij elkaar genomen en die bedragen gaan naar vervoersregio's en naar provincies en dat is een behoorlijk bedrag om met name doorfietsroutes of snelfietsroutes of hoe je ook noemen wilt, om die versneld aan te kunnen leggen. En we zouden het jammer vinden als wij daar, net als bij de busconcessie, buiten de
boot zouden vallen. Want juist omdat we weinig openbaar vervoer hebben, is het misschien wel des te belangrijker dat we goede doorfietsroutes krijgen. Even ter toelichting: een doorfietsroute is bedoeld dat je daar als fietser op komt en dat je zonder te hoeven stoppen voor allerlei kruisende auto's en weet ik wat allemaal, dat je zo snel naar je werk kan fietsen of naar welke bestemming dan ook. Dus dat is ook uitnodigend om mensen te verlokken, gewoon werkverkeer of voor ander verkeer, de fiets te gebruiken in plaats van de auto. En dat past ook helemaal, denk ik, in onze mobiliteitsvisie. Dus wij willen graag vragen aan de portefeuillehouder om eens bij de provincie aan te kloppen dat wij hier ook versneld een aantal routes aandragen en ook aan willen leggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Alderliesten over hetzelfde onderwerp, van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Ongeveer, voorzitter. Iets breder, maar het sluit inderdaad prima aan bij het punt van de ChristenUnie. Het gaat ons om een compleet eigenlijk fietspadennetwerk.
De aanleiding is eigenlijk: de afgelopen jaren hebben we een aantal keer het gehad over veilige fietsroutes, fietsveiligheid in het kader van fietsen over de dijken, schoolroutes, die in de knel kwamen te zitten, buitengebieden, waar het landbouwverkeer vaak de fietsroutes, nou lastigviel is een verkeerd woord, maar u snapt wat ik bedoel. En daar is natuurlijk bijgekomen het sluipverkeer, wat als gevolg van allerlei afsluitingen en strakjes ook het werk aan de A27 ons wegennet extra belast. Vaak is toen verwezen naar een fietsveiligheidsplan of iets wat daar invulling aan zou geven, het SPV, het Strategisch Plan Fietsveiligheid, denk ik dan maar, maar dit is echter nooit formeel aan de raad ook aangeboden. Dus wat daar precies in staat, dat is niet in ieder geval hier allemaal bekend. En nou ja, dit sluit dus eigenlijk aan bij de ambitie die we hebben. We hebben net de heer Nieuwenhuizen ook horen zeggen: we willen eigenlijk zoveel mogelijk mensen uit de vervuilende auto op alternatieve vervoerssystemen over laten stappen. Het OV is een hele goede, maar de fietsroutes , en met name de doorfietsroutes, zijn prima alternatieven voor bijvoorbeeld woon-werkverkeer. In het kader van fietsveiligheid, conflicten met andere verkeersdeelnemers, sluipverkeer A27, landbouwverkeer, maar ook vanuit gezondheid, fittere, meer vitale inwoners en vanuit uiteraard de duurzaamheid.
Het moment dat je de vervuilende auto moet laten staan voor een fitte route met de fiets, dat lijkt ons een prima reden om daar een fietspadennetwerk voor op te zetten. Dat is de vraag en ook wat de rest van de raad erover denkt, voorzitter. De voorzitter: Ja, u probeert nogal wat spannende alliteraties erin te brengen, begrijp. Mijn Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Ja, dank u voorzitter. Ja, u doet wel heel erg negatief over de vervuilende auto. Het is bijna een straf om in een auto te zitten, voorzitter. Ik vind het gewoon spannend worden hierbinnen. Maar laat ik het even in een ideetje gieten. Als we nu zorgen dat mijnheer Alderliesten de heer Nieuwenhuizen samen op de fiets naar het gemeentehuis komen in het vervolg, dan ga ik nadenken om het te steunen wat ze voorstellen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja dank u wel, voorzitter. De voorganger was ook een beetje sceptisch hierover. Doorfietsroute, het klinkt allemaal heel mooi, heel geweldig. We hebben net het vorige agendapunt van de SGP gehad hoe lang we bezig zijn om een fietspad te realiseren aan de Middenweg, dan hebben we het over een snelfietsroute door onze gemeente heen. Ik denk dat wij als VVD er meer zijn voor fietspaden voor veiligheid. En als veiligheid gewaarborgd is, pak de Roefweg. Ik noem één voorbeeld, ik ga niet verder.
Dat is een fietspad, wat aangelegd zou kunnen worden voor de veiligheid. Maar om nu een doorfietsroute van noord -
zuid en oost-west te gaan maken, zonder onderbrekingen met viaducten en tunnels, ik denk dat dat even niet betaalbaar is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Vos van het CDA. Mijnheer Nieuwenhuizen gaat interrumperen. Mijnheer Kolff, even terug. Dat mag ook. De heer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter. Ik begrijp dat de heer Kolff uit mijn verhaal deze conclusie trekt. We zijn allemaal beelddenkers, dus hij heeft zich daar een beeld bij gevormd. Maar misschien is het goed om daar in de wandelgangen nog eens over door te praten, want het is iets genuanceerder en er zijn voorbeelden van, in den lande zijn er heel veel van die fietspaden aangelegd en het is iets minder ingrijpend dan u denkt. Maar de veiligheid staat inderdaad voorop, maar dan de veiligheid van de fietser. De voorzitter: Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, nu komt hij erop terug, nu komt hij met veiligheid. Dat heeft u net in de eerste termijn niet genoemd. Ik heb het aangehaald over de SGP over de Middenweg. Daar zijn we nu al vier jaar mee bezig. De portefeuillehouder heeft gezegd: ‘26. Nou, ik denk dat we eerder in ‘28 zijn. Ik denk dat we realistisch moeten zijn. We kunnen heel veel plannen hebben en hele mooie gedachtes hebben, maar het moet wel realis tisch zijn en betaalbaar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff.
Mijnheer Alderliesten nog, ter interruptie dan. De heer Alderliesten: Nou, misschien behulpzaam richting de heer Kolff. We hebben natuurlijk een prachtige snelfietsroute liggen, bijvoorbeeld van Hank naar Nieuwendijk en door naar Sleeuwijk. Alleen, die zou je op punten, er zijn wat losse schakels die nog ontbreken en daar zou je bijvoorbeeld prima op aan kunnen sluiten. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen nog. De heer Nieuwenhuizen: Ja, nog even ter interruptie op de heer Kolff en ter aanvulling op de heer Alderliesten. Dat is juist de veiligheid, dat je als fietser niet hoeft te stoppen voor een auto, maar dat de auto stopt voor jou. En dat missen we op heel veel punten. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Mijnheer Vos van het CDA. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me in grote lijnen vinden met de collega van de VVD en ik zou ook graag willen weten: we hebben nu net één voorbeeld dan gehoord van Hank naar Sleeuwijk. Maar waar kunnen we verder nog van dat soort fietspaden bedenken hier zo in Altena? Ik hoorde net ook mijnheer Alderliesten zeggen: ja, in de buitengebieden, daar hebben we last van het landbouwverkeer. Die wegen zijn meestal ook aangelegd voor het landbouwverkeer. En dat er nu ineens allerlei andere verkeer bijkomt, ja dan moet je niet zeggen: daar ligt het probleem.
En in het SVP, daar worden ook dingen aangeboden, technologische ontwikkelingen, die speciaal voor de risicogroepen zijn. En ik denk dat we daar de fietsers ook onder mogen scharen. Dus misschien dat daar iets vanuit het landelijke nog vandaan zou kunnen komen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ik wil op een bepaald gebied de heer Nieuwenhuizen toch een klein beetje helpen. Want hetgeen wat hij hier voorstelt is het versneld aanpakken van de snelfietsroutes. We hebben ik denk twee jaar geleden met elkaar een mobiliteitsvisie aangenomen met negen hoofdlijnen. Ik geloof dat er nog een aantal
partijen waren, die wilden daar nog een satéprikker doorheen hebben, geloof ik, John. Maar in ieder geval, één van die negen hoofdlijnen was het onderzoeken naar snelfietsroute en is daar puntje vijf of zes gewoon van de negen hoofdlijnen die we gewoon af hebben gesproken. Dus ik begrijp voor een deel niet de reactie van een aantal: waar beginnen we toch aan? Dat hebben we gewoon met elkaar besloten dat we daarnaar zouden kijken. Dus dat vind ik wel een opmerking, in ieder geval in de eerste instantie, waard. Een tweede opmerking is eigenlijk: volgens mij hebben wij een onderzoek gestart naar de snelfietsroutes. Daar hebben we ook vorig jaar subsidie voor gekregen van 25.000 euro. Dus ik ben eigenlijk wel benieuwd naar het antwoord van de portefeuillehouder hoe ver hij met dat onderzoek is. En ja, iets versneld oppakken, dat willen wij natuurlijk ook, maar het moet wel mogelijk zijn, zowel technisch als procedureel als financieel. Dus ja, wat dat betreft is het natuurlijk een open deur. Iets versneld oppakken zijn we het altijd mee eens, maar het moet wel kunnen. Maar we zijn toch wel even geïnteresseerd in de reactie van de wethouder hoe ver hij daarmee is. En het punt van PA, die laat ik eventjes liggen. Niet dat hij niet belangrijk is, maar die volg ik niet helemaal. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis.
Ik stel voor dat we eerst naar de reactie van het college gaan en dan mogen jullie afronden. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank voorzitter. De voorzitter: Wacht. Willen jullie nog? De heer Timmermans. De heer Timmermans: Voorzitter, ja ik heb van onze groene ‘…’ geen antwoord nog gehad of ze de challenge aangingen om naar het gemeentehuis zouden komen fietsen. De voorzitter: Ja, maar ze mogen zo direct afronden. De heer Timmermans: Ja, maar dat antwoord heb ik nog niet en hierna mag ik niet meer reageren, dus dat wil ik graag hebben van jullie. De voorzitter: Ja. Mijnheer Tanis. De heer Tanis: Ja, dank voorzitter. Ook wij kennen de provinciale en de landelijke regelingen, de heer Nieuwenhuis. Er wordt inderdaad conform ook de afspraak in ons mobiliteitsprogramma op dit moment ook met de provincie gesproken om te komen tot één fietsverbinding van rivier tot rivier. Ik zeg u toe, voorzitter, dat ik een raadsinformatiebrief aan de raad zal delen met de actuele stand van zaken. Dat is één. Maar nogmaals, er worden gesprekken gevoerd en we willen zeker gebruikmaken van de mogelijkheden die er zijn, zeker ook financieel. Verder heeft de heer Versluis een punt dat hij zegt: kijk, als je naar de mobiliteitsvisie kijkt, dan ligt er inderdaad op een aantal projecten nadrukkelijk de lijn met de fiets.