2024-06-18 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
En dan krijgen we nu een Kadernota en daar zit hij in voor ‘26. Dus dat is een bijzondere constatering en wij zouden het als VVD ook op prijs stellen als wij als raad gewoon vasthouden aan onze eigen lijn en het college hier de opdracht geven: voer hem gewoon uit voor ’25. Hoeft ook niets extra's te kosten, want het college heeft wel netjes het geld opgenomen, alleen een jaartje te laat, dus dat geld moet gewoon naar voren, dan heb je later in de tijd een besparing en dat is ook lekker. De voorzitter: Mevrouw Schermers, ChristenUnie.
Mevrouw Schermers-Van Elderen: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik sta hier eigenlijk alleen maar om het verhaal te ondersteunen, want ere wie ere toekomt, het was natuurlijk ook uit mijnheer Bouman zijn ideeënkoker gekomen om inderdaad de Altenabon te realiseren. Dat hebben wij van harte ondersteund en vandaar ook dat ik dit ook nog wil benadrukken. Dus alle steun hiervoor, mevrouw Hofstede. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Timmermans, VVA. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ja, ook wij willen opmerken dat inderdaad 2025 de opdracht was van de raad en dat lijkt nu anders te worden. Dus graag de herinnering aan het college om in 2025 dit in te voeren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Boevé, AltenaLokaal. De heer Boevé: Dank u wel, voorzitter. Ja, ook wij ondersteunen de oproep van Progressief Altena en ik wilde ook gelijk de link leggen met het volgende punt. Als er iets is wat bij kan dragen aan een stuk draagvlak en zeker ook ondersteuning van juist de mensen die het straks wat lastiger krijgen, dan is dit denk ik niet meer dan een symbool, maar wel een heel belangrijk symbool. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Boevé. mevrouw Buchholtz van het CDA. Mevrouw Buchholtz: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ook wij ondersteunen het pleidooi van PA.
Ik ben alleen wel benieuwd naar, misschien heb ik lopen slapen, misschien heb ik het gemist, maar van de portefeuillehouder wat de reden is waarom dit naar 2026 is verschoven. Dat hoor ik nog graag. De voorzitter: Dank u wel. De heer Noordergraaf van de SGP. De heer Noordergraaf: Idem, voorzitter. Ook benieuwd naar de portefeuillehouder, maar ook steun. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Ja, dan kan ik ook heel kort zijn. Dank voor deze steun en ook heel benieuwd naar de reactie. De voorzitter: Gaan we luisteren naar de portefeuillehouder. Mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Altenabon, Altenapas. Ik denk, voorzitter, dat uw raad helemaal gelijk heeft als hier ter sprake wordt gebracht dat er inderdaad verschillende vormen langs zijn geweest in ook de verschillende debatten die we hierover gevoerd hebben met elkaar. Volgens mij is dat helemaal terecht. Tegelijkertijd is het zo dat we ook gezocht hebben naar een manier, u heeft ons ruimte inderdaad gegeven voor die uitwerking. Daar hebben we naar gekeken. En ik neem u graag even mee ook in het traject wat wij daarin hebben doorlopen en de afweging die daar vervolgens is gekomen. Zoals u weet is er ingestoken op een Altenapas vanuit het idee dat we daar een bredere voorziening aan zouden kunnen koppelen.
Ook kijken d naar de minimaregelingen die we gaan herzien in de loop van dit jaar zou dat mooi bij elkaar kunnen komen, was de gedachte toentertijd. Tegelijkertijd zitten we ook in een periode waarin we geconfronteerd worden met behoorlijke uitdagingen om ook financieel gezond te blijven als gemeente en constateren we ook dat we op het punt zijn dat we nog niet zover zijn dat we daar nu mee aan de slag kunnen. Dat heeft ertoe g eleid dat de enthousiaste ambitie van het college om voor een Altenapas te gaan wellicht iets te enthousiast is geweest. Aan de andere kant roep ik ook graag bij u in herinnering dat op het moment dat de motie werd ingediend,
dat daar ook werd gekeken naar een brede vorm. Het maakt niet uit op wat voor manier, maar laten we nu vooral kijken dat we wat kunnen ontlasten en juist wat ontspanning kunnen gaan toevoegen aan het leven van deze kwetsbare doelgroep. De voorzitter: U krijgt een interruptie, wethouder Van Hunnik. Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Altenabon. Altenapas, Altenapannenkoek. Het maakt in principe niet uit hoe u het noemt. De opdracht van de raad was duidelijk: verzin iets waardoor onze minima een extraatje krijgen, te besteden bij onze middenstand, zodat je een dubbelklapper maakt. Dat was de opdracht. De raad heeft u die opdracht gegeven voor 2025 en u legt hem nu naast u neer en u zegt eigenlijk twee dingen: ik heb de tijd niet, ik heb het geld niet. Tijd had u kunnen maken, want we zijn hier al eventjes mee bezig en meermalen zijn we u echt tegemoetgekomen in vorm en in tijd. Dus het wordt nu misschien een beetje tijd dat u tijd maakt ervoor en dat geld, dat vinden we ook een beetje een flauwe, want in dezelfde Kadernota, waar we het nu over gaan hebben, wordt er juist van alles bijgehaald. Extra budget voor juristen. Dat zijn uitstekende mensen overigens, juristen, maar extra geld erbij.
Extra geld voor managers, extra geld voor programma's, extra geld voor … ja, hoe heten al die programma's hier? Circulaire landbouw, Parel in het Groen, weet ik veel hoe u al uw programma’s noemt, maar er kan allemaal geld bij, maar een wezenlijk iets waar de minima echt iets aan hebben, dus dat echt daadwerkelijk direct revolveert bij onze mensen, dat legt u nog eventjes in een ijskast en dat vinden we flauw. De voorzitter: Wethouder Van Hunnik, ga uw gang. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, ik continueer even mijn betoog. Niet omdat ik de heer Bouman niet wil beantwoorden, maar omdat ik denk dat dat gaat helpen ook in de beantwoording naar de heer Bouman toe. Want wat ik ook graag wil benadrukken is dat we het daarbij ook serieus nemen, dat we u als raad en uw opdracht daarbij serieus hebben genomen en dat we dus ook heel duidelijk die op drachten hebben gehoord om ook juist te zorgen voor een stukje ontspanning. Dan is het daarbij de puzzel … De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Ja, misschien moet u toch maar gewoon ingaan op de interruptie, in plaats van het betoog vervolgen, want u geeft aan: u neemt de raad serieus, maar u neemt de raad zo serieus door zonder opgave van redenen gewoon dat geld een jaar naar achteren te schuiven. Het is maar goed dat mevrouw Hofstede zo oplettend is, van PA, anders hadden we er misschien niet eens op ingegaan.
Maar zo serieus neemt u de raad. Hop, een jaartje vooruit. De voorzitter: Wethouder Van Hunnik vervolgt haar betoog en dan kijken we hoe dit debat verder loopt. Ga uw gang, mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Ja, gelukkig ga ik daar zelf over, voorzitter. Nogmaals, de oproep die u heeft gedaan als raad is in brede zin: zorg ook voor dat stukje ontspanning, bij voorkeur gekoppeld zoveel mogelijk, en dat heeft u in een tweede motie na het onderzoek wat er is ook gedaan, want ik wil onderstrepen dat er wel degelijk inzet is gepleegd om hiermee aan de slag te gaan, zijn wij ook aan de slag gegaan. Dat heeft er onder andere toe geleid dat we bijvoorbeeld dit jaar kaartjes hebben uitgedeeld voor de Efteling aan minimagezinnen. Ik realiseer me heel goed dat dat niet direct één op één de uitvoering van de motie is zoals die er lag, maar wat wel aansluit bij de bedoeling. Voorzitter, als we dan gaan kijken naar de doelgroepen die we hebben en de kwetsbare gezinnen die we hebben en juist de oproep die er was voor ontspanning en
tegelijkertijd ook de koppeling die daar later bij is gekomen aan onze lokale middenstand , dan heeft dat nog wat uitwerking nodig en dan nemen we daar graag de tijd voor naar 2026 toe om ook te zorgen dat we dat budget daarbij goed geborgd hebben, nemen we die opdracht volgens mij serieus. En tegelijkertijd doen we wel nu al wat, zelfs al in dit jaar, 2024, voor deze doelgroep om te zorgen dat zij wel ook een stukje ontspanning kunnen ervaren. De voorzitter: Mijnheer Bouman ter interruptie. De heer Bouman: De koppeling met lokale middenstanders is er niet later bijgekomen, dat was vanaf begin af aan de opzet van het hele gedachtegoed: geef iets aan minima, laat ze het hier besteden. En tenzij u de Efteling heeft verplaatst naar Babyloniënbroek, is het uitkeren van Eftelingkaartjes aan onze minima niet een uitvoering geven aan deze motie. De voorzitter: Wethouder Van Hunnik. Ja, dat zei u net ook trouwens, maar ik kijk even naar de indiener. Mevrouw Hofstede, want u wilde dit aanzwengelen. Wat gaat u ermee doen? Mevrouw Hofstede: Nou, ik denk dat ik genoeg steun merk om hiermee verder te gaan. De voorzitter: Ik denk dat deze op 2 juli wel op de agenda staat, denk ik zomaar, dit gehoord hebbend. Dank u wel. Dan gaan we 2.3, de korting op de aanbesteding Wmo. ChristenUnie, mevrouw Schermers. U bent weer helemaal in beeld bij mij hoor.
Mevrouw Schermers-Van Elderen: Gelukkig, voorzitter. Ja, dan inderdaad over de korting op de aanbesteding Wmo. Want als wij het goed begrijpen en ja, hij is ook als een vraag nog een beetje opgesteld, maar we dachten: hij past niet bij technische vragen, hij past ook niet in die vragenronde, het is toch ook meer een politieke afweging, dus een politieke vraag. In die ombuigingsvoorstellen staat om op de aanbesteding van de Wmo 250.000 euro in mindering te gaan brengen. Nu weten we dat ook Altena behoorlijk aan het vergrijzen is en dat de groep ouderen, die ook afhankelijk zijn van bijvoorbeeld faciliteiten die we vanuit de Wmo verschaffen namens de gemeente Altena, dat die noodzakelijk zijn om ouderen ook langer thuis te kunnen laten wonen. Dus wij vragen ons af: is het eigenlijk wel verantwoord om die ombuiging en die korting eigenlijk op de aanbesteding nu eigenlijk al op te nemen? En lijkt dat niet een beetje op kortetermijndenken? Van nou, die kunnen we daar wel weghouden, want we gaan het op een strakkere, efficiëntere manier aanbesteden. Maar we weten dat die groep thuiswonende ouderen alleen de komende jaren nog maar veel meer z al stijgen.
En ja, wij snappen de noodzaak om Altena financieel gezond te houden, maar dat gaan we toch niet afhandelen op een hele kwetsbare doelgroep? Dus wij willen eigenlijk graag nog beter in beeld hebben: hoe denken we dan deze ombuiging waar te maken, zonder dat de mensen die gebruik maken van bijvoorbeeld de Wmo daar de dupe van worden? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Anderen die zich in dit debat willen mengen? Mevrouw Hofstede, Progressief Altena. Mevrouw Hofstede: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wil de ChristenUnie allereerst danken voor het inbrengen van dit punt, want nou ja, die vragen spelen ook bij ons en ook: in hoeverre heeft dit invloed op de eventuele wachttijden en de kwaliteit van de zorg die mensen ontvangen? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Verbaarschot, VVA.
De heer Verbaarschot: Dank u wel, voorzitter. Goed punt, volkomen legitiem. Ik sta erachter. Ik vind het een hele goede vraag om aan te laten geven: waar gaan die gelden dan, hoe pakken we dat aan, die problemen met het ouder worden van mensen? En het sluit volledig aan bij de landelijke politiek, daar is het ook een hot item. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Mijnheer Boevé, AltenaLokaal. De heer Boevé: Dank u wel, voorzitter. Ja, wat hier aan de hand is, is volgens mij wel meer dan het technische proces van aanbesteden. Wat ik lees is dat er achter dat gegeven natuurlijk een hele fundamentele discussie gaat komen, want we hebben het niet over het proces van aanbesteden volgens mij, we hebben het vooral over wat er gebeurt als je op een gegeven moment gaat aanbesteden, zoals dat, zoals ik het lees in elk geval in de Kadernota gebeurt. Dat betekent dat er volgens mij hele ingrijpende effecten zijn op bijvoorbeeld keuzevrijheid van zorgorganisaties, het inperken van het aantal organisaties dat hier zijn diensten kan aanbieden. En ik hoorde wethouder Tanis zeggen bij de presentatie van de Kadernota: er moet 1,8 miljoen bij de Wmo. Nu wordt er 250.000 euro meerjarig ingeboekt als zijnde inkoopvoordeel, aanbestedingsvoordeel.
Dus ik ben eigenlijk ook best verbaasd over deze keuze en ik vraag me ook daadwerkelijk af: is hier nu echt wel heel goed over nagedacht? En zo ja, dan wil ik graag weten wat er dan heeft geleid tot deze keuze. En zo nee, dan kom ik tot de conclusie dat er toch wel heel opportunistisch is gezegd: ja goed, we moeten wat gaan bezuinigen. Dus 250.000 euro, dat is iets wat we kunnen realiseren. Waarbij ik me ook nog afvraag: waar komt nu ineens die 250.000 euro vandaan? Duidt dat eens? Dus ik heb best wat vragen aan de portefeuillehouder. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Buchholtz, CDA. Mevrouw Buchholtz: Ja, dank u wel voorzitter. Die vraag heb ik ook, die u als ChristenUnie ook stelt. We willen graag een beter beeld hebben op welk vlak de ombuiging gemaakt gaat worden. Daar ben ik ook heel erg benieuwd naar. En wat u ook aangeeft: we willen ouderen steeds langer thuis laten wonen en dat er goede voorzieningen nodig zijn, ben ik het helemaal met u eens. Maar tegelijkertijd vraag ik me af: ja, wat zijn goede voorzieningen en moet dit ook noodzakelijkerwijs vanuit de Wmo komen, zoals u hem stelt? En daar zou ik heel graag met jullie van gedachten over willen wissen: hoe zorgen we inderdaad ervoor dat jullie ouderen steeds langer thuis kunnen laten wonen? Dus ja, ik ben heel erg benieuwd hoe we daarin samen kunnen optrekken. Ja. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Buchholtz.
U blijft ook gewoon staan, mijnheer Boevé? Dat mag hoor, maar … Ja, ik denk dat dat handig is. Of wilt u eerst nog reageren, mevrouw Schermers? Dat mag ook hoor. Ga uw gang. Mevrouw Schermers-Van Elderen: Ja, nu ik toch in uw beeld ben. Nee hoor, maar ja, dank u wel voor de handschoenen, mevrouw Buchholtz. We hadden tijdens het eten het er al heel eventjes over, dus fijn om samen na te denken. En nee, het is niet dat het altijd noodzakelijk is om gebruik te maken van de Wmo om zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen, daar zijn we het heel snel met elkaar eens en hoe zouden we dat nog kunnen verbeteren, vind ik het heel mooi om daar als CDA en ChristenUnie samen in op te trekken. Fijn dat deze zorg gedeeld wordt. Mijnheer Boevé, ik dacht even: u gaat de kant op van: het kan inderdaad veel efficiënter. Toen dacht ik: ja, dat geloof ik ook. Het college doet voorstellen, die zijn wel doordacht. Alleen, is het dan zo enorm inefficiënt geweest de afgelopen jaren dat we daar zoveel lucht hebben zitten, dat we daar in één keer 250.000 euro uit kunnen persen? Nou, dat deed ons tot deze vragen komen, dus ik ben inderdaad heel benieuwd, voorzitter, welke antwoorden we gaan krijgen.
De voorzitter: Gaan we naar luisteren. Het college. Mevrouw Van Hunnik: Laat ik beginnen met zeggen dat het voor het college volstrekt logisch is dat dit heel veel vragen oproept, want we beseffen ons ook heel goed dat dit een thema is waar we nog niet een kaderstellend debat over hebben gevoerd, zoals we dat vaak doen. Tegelijkertijd hebben we in het college ook met elkaar gekeken: hoe gaan we nu zorgen dat we de zorg in Nederland, maar specifiek in ons geval, want daar gaan we over, in Altena, hoe we die volhoudbaar houden? Want dat is wel de uitdaging waar we voor staan de komende periode. Hoe gaan we zorgen dat we, ook in het kader van de vergrijzing, zorgen dat het ook de zorgaanbieders lukt om hun zorg te blijven leveren? Hoe gaan we als gemeente zorgen dat het ons lukt dat hun zorg betaalbaar blijft? Dat zijn best grote vraagstukken. Dat zijn vraagstukken waar we als college ook heel graag nog met u over in debat gaan. Dat maakt ook dat we niet vanaf het begin van 2025 die 2,5 ton direct hebben ingeboekt. Dat maakt dat daar een model in zit, waarin we voor het volgende jaar een ton daarop willen realiseren en daarna dat hij oploopt naar 2,5 ton, want we beseffen ons heel goed dat er vragen aan zitten, dat we daar kaderstellend nog met elkaar over te spreken hebben en uiteraard ook dat u daar als raad iets van te vinden hebt. Dat lijkt me evident, voorzitter.
Dat debat gaan we graag met u voeren op het moment dat we daar ook de informatie volledig … Ik kom zo nog bij de andere punten terug, maakt u zich geen zorgen, mevrouw Schermers. Voor dat debat hebben we een aantal zaken nu in beeld. Dat maakt ook dat we de inschatting hebben gemaakt, die oploopt naar 2,5 ton, bijvoorbeeld als het gaat, en daarom is die gekoppeld aan aanbesteding, als het gaat om zorg zoveel mogelijk naar de voorkant te halen, meer te kijken naar de sociale basis, ook te kijken: hoe kunnen we gaan zorgen dat we dat geclusterd beter kunnen aanbieden? Natuurlijk blijft daar de keuzevrijheid in vooropstaan. Onze inwoners hebben wettelijk recht op keuzevrijheid in de zorg. Dat is verankerd. Daar gaan we niet tegenin, maar we moeten wel gaan kijken : hoe kunnen we dat nu slim ook met elkaar gaan organiseren en aanbieden om tot die uiteindelijk volhoudbare zorg te komen? Daarin kijken we natuurlijk naar twee kanten. Aan de ene kant kijken we naar: hoe doen we dat zo goed mogelijk? Ik heb eerder uw raad ook vragen horen stellen over: kan dit nu allemaal, trekken we niet het vel over de neus bij onze aanbieders en hoe moeten we daar dan mee omgaan? Natuurlijk is dat ook een thema waar we aandacht voor hebben met elkaar.
Die hoorde ik niet nu zo specifiek terugkomen in het debat, maar ik denk dat het wel terecht is om daar even aan te memoreren, voorzitter, omdat dat vaker al wel langs is gekomen. Heeft er onder andere toe geleid dat we ook de tarieven hebben herijkt en dat daar een stijging is, omdat we werken met reële tarifering. Dus het laat maar zien hoe complex het speelveld in zijn totaliteit is. Daar komt bij dat we in oktober verwachten u mee te kunnen nemen in de evaluatie van het stukje Wmo-begeleiding, want ook daar verwachten we dat met anders organiseren, concreet hebben we dat nog niet precies in beeld, omdat dat nog loopt, de evaluatie. Zodra dat kan, gaan we u daar precies van op de hoogte brengen, maar we verwachten daar echt wel door op een andere manier te gaan organiseren, dat we daar slimmer, efficiënter en effectiever mee om kunnen gaan. Dat met elkaar maakt dat, het is een Kadernota, we daar een ruwe schatting van hebben gedaan. Natuurlijk zit daar nog uitwerking, naar de begroting toe zit daar uitwerking nog met u ook in de vorming en uiteindelijk zien wij daar echt wel de mogelijkheid om te komen tot een taakstelling, zoals we het nu hebben opgenomen van structureel uiteindelijk 2,5 ton. Dan denk ik, voorzitter, dat ik wel redelijk op iedereen heb gereageerd, maar ik zie ook mensen opstaan.
De voorzitter: Ja, maar dat kan misschien met interruptie, maar ik kijk eerst gewoon naar mevrouw Schermers. Mijnheer Boevé, nog ter interruptie op de wethouder? Ja. De heer Boevé: Ja, ik hoor de wethouder zeggen: 2,5 ton. Mijn concrete vraag was: die 2,5 ton, waar is die op gebaseerd? Waar is die uit opgebouwd?
Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, ik heb nu geen … De voorzitter: Ik wacht maar even af, want mijnheer Bouman heeft ook nog een vraag. Dan beschouw ik dat allemaal nog als een interruptie, anders dan gaan we naar een tweede termijn, dat weet ik niet of dat nu echt nodig is. Mijnheer Bouman, ga uw gang nog. De heer Bouman: Dank u wel. We waren ook even wat later gaan staan, want we hadden gehoopt dat de antwoorden van de wethouder toch enige meer kleuring zou geven op het kleine stukje tekst in de begroting. Want zoals wij dit nu horen, ik durf die 250.000 euro nog niet in te kleuren als raadslid. We moeten hier realistisch begroten met elkaar. Ik zou hem nu nog niet durven in te kleuren. Dus als het college dit wil doorzetten, dan ligt er nog heel veel huiswerk richting de begroting. Want voorlopig zet ik hem in mijn hoofd even op nul. De voorzitter: Oké. Portefeuillehouder, kunt u nog een keer op de vragen ingaan? Dan ga ik tot slot naar mevrouw Schermers toe. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, die is opgebouwd uit een aantal onderdelen. In het efficiënter clusteren van de zorg en de zorgvragen, om te zorgen dat we daar zo goed mogelijk bij aan kunnen sluiten. Wat we nu bijvoorbeeld zien op het moment dat een inwoner bij ons komt met een vraag, dan gaan we daarnaartoe, dan vindt er eerst triage plaats.
Vervolgens op basis van de aanmelding gaan we daarnaartoe, hebben we een intake met een inwoner. Op basis daarvan wordt er een besluit genomen en een beschikking opgesteld en daarbij stellen we de vraag ook aan inwoner: heeft uw voorkeur voor een aanbieder? Op het moment dat een inwoner aangeeft: nou, ik heb daar geen specifieke voorkeur voor. Dat kan, dat is ook een antwoord. Dan kijken we daarbij: wat is dan het snelst leverbaar, welke aanbieder kunnen we dan het best bij aansluiten? Daarbij kunnen we volgens mij echt winst behalen door te kijken: hoe ga je nu zorgen dat je dat ook in geografische zin op een manier kan doen dat dat logischer geclusterd kan worden? Er gaat veel tijd en daarbij ook veel geld, gaat er om in een stukje reistijd. Daar is een stukje winst te boeken. De voorzitter: Mijnheer Boevé, ter interruptie. De heer Boevé: Ja, even ter interruptie. Want met alle respect, maar u bent niet echt overtuigend in uw beantwoording. U gaat nu ineens weer terug naar individuele casuïstiek, terwijl mijn vraag toch heel simpel is: waar is die 2,5 ton op gebaseerd? Die 2,5 ton, dat ziet u als inkoopvoordeel en dat inkoopvoordeel, dat kan alleen maar volgens mij gebaseerd zijn op hele fundamentele keuzes die je dan maakt.
Inkopen, dat doe je bij partijen en op het moment dat je zegt: ik ga verschillende diensten clusteren en ik ga dat onderbrengen bij één aanbieder, zoals ik dat ook lees in de Kadernota in de maatschappelijke effecten, want die heeft u dan wel geschetst, dan kom ik tot de conclusie dat die 2,5 ton redelijk, op mij in elk geval opportunistisch overkomt, qua inhoud en qua keuze. En ik zou zeggen: ga eerst nu eens aan de slag met het creëren van een goede maatschappelijke ondersteuningsstructuur, zodat u op termijn ook uw langetermijndoelstelling kunt realiseren. Ik vind dit echt helemaal niets. De voorzitter: Wethouder Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, volgens mij heb ik net één aspect benoemd waar die 2,5 ton uit is opgebouwd. Dat was namelijk ook de vraag die ik kreeg. Daarnaast hebben we het stukje Wmo-begeleiding, waar op dit moment de evaluatie loopt, maar waar we echt zien dat met ook de sociale basis die we aan het verstevigen zijn, dat we daar echt een slag kunnen maken en dat daar wel degelijk ook een deel van het
voordeel uit te behalen is. Helemaal concreet voor u nu inkleuren: hoe ziet dat eruit? Dat ga ik nu niet voor u doen, temeer ook omdat ik zojuist heb aangegeven: daarover hebben we een kaderstellend debat met u te voeren, omdat ik ook u als raad daarin in positie wil brengen. Het zijn wel degelijk de onderdelen waar dat op dit moment, dit bedrag uit is opgebouwd en waarvan we ook geloven als college, daar staan we achter, dat hebben we onderzocht: hoe bouw je dit nu op en hoe zorg je dat je hier ook daadwerkelijk iets neerlegt wat realistisch is? De voorzitter: Dank u wel. Er is behoefte nog aan een laatste interruptie? Anders ga ik naar mevrouw Schermers. Mevrouw Hofstede nog. En dan gaan we naar een afronding van dit debat wat mij betreft. Mevrouw Hofstede: Ja, nog eigenlijk een toevoegende vraag of een aanvullende vraag, want u wil daar nog met ons over in gesprek, maar nu staat het toch al wel op de begroting. Dus nou ja, en het stukje van de vraag die ik stelde: hoe kunt u ons nu garanderen dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit, daar ben ik ook nog niet geheel in overtuigd. De voorzitter: Dat is nog een interruptie op u, wethouder. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, ik heb net aangegeven dat we in oktober ook verwachten u mee te kunnen nemen in de evaluatie van Wmo-begeleiding.
Daarmee zou het pakket compleet zijn, in die zin dat we dan ook de verschillende onderdelen van de Wmo daarin kunnen clusteren en aan u kunnen aanbieden, omdat we het ook belangrijk vinden als college om u daarbij wel mee te nemen in het totaalbeeld. Ik denk dat ik geen recht doe aan al het werk wat er gebeurt en de veelzijdigheid van de Wmo op het moment, dat we dat geclusterd gaan aanbieden. Dus op dat moment zou ik graag daarover kaderstellend ook met u in debat willen gaan . Als we kijken naar de kwaliteit. Op dit moment stelt het college niet voor, dat doen wij bewust ook niet, om de verordening zo te wijzigen dat we bijvoorbeeld de tijden gaan inperken van de begeleiding die wordt geboden of van de ondersteuning die wordt verboden, specifiek omdat we daar op dit moment niet aan willen zitten, maar wel omdat we aan de andere kant juist wel willen kijken: hoe gaan we nu om met de efficiëntievoordelen die we kunnen halen en hoe zorgen we dat daarin de zorg wel effectief blijft ? Wat ons betreft staat dat in ieder geval voorop, dat we dat wel te realiseren hebben. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Schermers, tot slot. Mevrouw Schermers-Van Elderen: Ja voorzitter, dank u wel. Ik ben in ieder geval blij te horen dat onze zorgen gedeeld worden door bijna de voltallige gemeenteraad.
En ja, ik wil u graag geloven dat wij nog dat kaderstellend debat met elkaar gaan voeren. Alleen, het grote probleem is dat die nu al wel als een ombuigingsvoorstel gewoon genoteerd staat en dat maakt dus dat je een discussie gaat voeren, waarvan je weet: het is ja of ja. Namelijk, wilt u 250.000 euro bezuinigen of wilt u 250.000 euro gaan bezuinigen op termijn. Want daar heeft u gelijk in, het is beginnen met een lager bedrag, maar het gaat dan dus hoe dan ook geld opleveren. En dan is dit wel bedoeld om inderdaad het volhoudbaar te laten zijn. En dan kom ik nog op één ander haakje en dan stop ik, voorzitter, met dit agendapunt, en dat is de hele discussie die we in de raad gehad hebben om ook de zorg binnen het hele sociale domein, om daarop te bezuinigen. We hebben toen heel erg als raad aangedrongen op een hele goede monitor. Mijnheer Noordergraaf, mijnheer Bakker, van: laat ons zien, waar zit dan de pijn, zodat we niet door maatschappelijke organisaties of de doelgroep zelf telkens geconfronteerd worden als raadsleden: ja, maar nu is dit eigenlijk wegbezuinigd door de keuzes die we gemaakt hadden. En dat we dan achteraf zeggen: o, maar dat hadden we eigenlijk niet gewild. Dus mijn vraag is tweeledig. Laten we alsjeblieft nu niet het er alvast inboeken. En de tweede oproep die ik eigenlijk doe, en dat debat gaan we dan in de raad de volgende keer verder voeren.
De voorzitter: Dat denk ik ook. Mevrouw Schermers-Van Elderen: Precies. Laat het goed ons in beeld brengen waar de pijn nu zit. De voorzitter: Ik denk dat u dit mee gaat nemen richting het debat op 2 juli. Daarmee constateer ik dat de beraadslaging voor programma twee op dit moment vanavond voldoende gevoerd is. Dan gaan we naar programma drie: Veelzijdig Altena. 3.1, kinderboerderij Floreffehoeve. Het CDA, mijnheer Roovers. De heer Roovers: Ja, dank u wel voorzitter. Collega's van de raad, al sinds dierendag 1995 is de kinderboerderij de Floreffehoeve in Werkendam al een begrip. De Floreffehoeve is meer dan alleen een kinderboerderij. Ook op het gebied van educatie vervult de kinderboerderij een belangrijke rol. Het is een perfecte plek voor kinderen om iets te leren over de boerderij en haar dieren en daarnaast is de kinderboerderij een belangrijke ontmoetingsplek voor jongeren, maar zeker ook oudere inwoners in zeker Werkendam. En daarom wil ik namens de fractie van het CDA de volgende vragen aan u voorleggen.
Bent u het met CDA Altena eens dat de kinderboerderij de Floreffehoeve een hele belangrijke maatschappelijke functie vervult, niet alleen voor de kern Werkendam, maar ook voor heel Altena? En de tweede vraag die ik aan u voor wil leggen: bent u bereid om de kinderboerderij extra, en dan zet ik even tussen haakjes, financieel te ondersteunen, als dit nodig blijkt te zijn, om een voorziening voor Altena voor nu en in de toekomst in stand te houden? En ik hoor graag wat u daar als fractie van vindt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Mijnheer Kolff is nu als eerste. De heer Kolff: Ja, dank u wel, voorzitter. Voor het CDA dank voor de inbreng. Het is voor ons denk ik heel erg moeilijk te beoordelen hoe goed dat ze daar zijn in Werkendam. Dat u zegt: het is voor heel Altena, dan gaan we denk ik wel heel erg ver. Als we natuurlijk een individueel project extra subsidie gaan geven, staan er misschien nog wel tientallen hier voor de deur, die ook hele goede zaken doen voor onze gemeente. Dus ik vind het heel erg gevaarlijk, heel erg moeilijk om te zeggen: we gaan hier extra geld aan besteden. Ik zeg niet dat ze het niet goed doen, maar zo zijn er nog heel veel punten die, in verenigingen met vrijwilligers, die heel veel goede punten hebben. Dus als je er één extra gaat belonen, dan denk ik dat we een precedent gaan scheppen voor andere projecten. Dank u wel.
De voorzitter: Dank, mijnheer Kolff. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-Van Elderen: Dank u wel, voorzitter. Vinden wij kinderboerderij Floreffehoeve in Werkendam een goede voorziening? Ja. Zijn we bereid indien nodig hier een extra bijdrage aan te leveren? Nou, volgens mij doen we dat al als gemeente Altena, want we geven ze subsidie en ze hebben ook meegedongen toen aan de mooie prijs die mevrouw Van Ooijen zo mooi op het filmpje ook weer aanduidt, voor het inwonersbudget. Daar hebben ze een behoorlijk aantal duizenden euro's voor ontvangen om vervolgens nog beter te zijn in wat ze al doen. Dus ja, wij zijn zeker van mening dat de kinderboerderij van Werkendam echt een hele goede voorziening is en dat we die zeker moeten behouden, maar op dit moment is het denk ik ook eventjes gewoon genoeg en dat vertaalt zich al in de subsidie en dat vertaalt zich al in die mooie prijs, die ze nog maar vorig jaar, nee dit jaar zelfs volgens mij, gewonnen hebben. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Noordergraaf, SGP. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Nou, dat de kinderboerderij een belangrijke plaats heeft, weet ik ook vanuit het verleden, toen onze kinderen zelf klein waren en als ik zie hoeveel activiteit er nu is. En ik kan
in die zin helemaal onderschrijven wat mevrouw Schermers zegt: ze krijgen subsidie. Ik denk dat het daarmee ook gewoon op dit moment prima is. En dat er ongetwijfeld meer gewild zou worden, ja ik denk dat meerdere verenigingen dat op die manier ook zouden willen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Boevé, AltenaLokaal. De heer Boevé: Ja, ik ben nog niet zo bekend in Werkendam, maar mijn fractievoorzitter heeft mij overtuigd dat het heel goed is daar en dan bedoel ik de kinderboerderij. Wij zijn van mening dat dit soort zaken zich vooral zelf moeten kunnen bedruipen, maar wij hebben wel ook de zorg dat wanneer er sprake zou zijn van een vorm van bedreiging van continuïteit, dat we wel moeten kijken hoe we kunnen voorkomen dat dat zou gaan gebeuren en dat we ook van de mensen zelf vragen om daar een substantiële bijdrage in te leveren. En wij zijn ons ervan bewust inderdaad dat wanneer je hier al te ruimhartig mee omgaat, dat er dan heel veel vragen op je afkomen als gemeentebestuur en dat moeten we wel voorkomen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Boevé. Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Ja, dank u voorzitter. Ja, ik wil mij kort aansluiten bij de heer Kolff, die heeft het juist verwoord dat we moeten opletten om niet nog meer subsidies te gaan verstrekken. Zo melden zich dadelijk meer mensen daarvoor en dan denk dat we een groter probleem krijgen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mevrouw Hofstede van Progressief Altena. Mevrouw Hofstede: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, even voor de heer Boeve. Naast inderdaad de prachtige kinderboerderij zijn er nog meer hele mooie dingen in Werkendam. Nou ja, ook wij onderschrijven de belangrijke functie van de kinderboerderij, maar wat betreft deze specifieke vraag van het CDA leven er bij ons ook nog wel wat vragen: wat betekent het als deze subsidie niet wordt gecontinueerd? Brengt het echt de kinderboerderij in gevaar? En hoe verlopen de gesprekken daar met de betreffende kinderboerderij tot nu toe? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Roovers. De heer Roovers: Ja voorzitter, op de eerste plaats wil ik mijn collega's bedanken voor hun inbreng. Ik wil de heer Boevé graag uitnodigen om een keer met mij de kinderboerderij te bezoeken. En even ter duiding: per jaar komen er ongeveer 10.000 bezoekers naar de kinderboerderij in Werkendam. En ik hoorde net ook een soort van politieke vraag van wat nu als? Ik denk dat daar de wethouder beter een antwoord op kan geven dan ik, want er lopen volgens mij inderdaad gesprekken met de kinderboerderij als het gaat over de subsidie. De voorzitter: Dan gaan we naar de wethouder luisteren. Portefeuillehouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u wel, voorzitter.
Ja, de kinderboerderij Floreffehoeve is inderdaad een mooie voorziening in onze gemeente. En om de kinderboerderij toekomstbestendig te maken hebben zij de afgelopen drie jaar extra subsidie ontvangen en door middel van deze extra subsidie, extra stimulans, hebben zij onder andere hokken opgeknapt en een watersysteem aan kunnen leggen. In 2025, na die drie jaar, zou de subsidie terugvallen op het oorspronkelijke bedrag. Echter is een afbouwregeling wenselijk om de kinderboerderij de ruimte te geven om verder onderhoud door te zetten. Dus over deze afbouwregeling worden momenteel gesprekken gevoerd met de kinderboerderij en hierbij willen we kijken naar een reëel afbouwbedrag, om uiteindelijk te komen tot een vaststaand subsidiebedrag, die zij eerst voor deze ophoging
hebben ontvangen. Dus wij willen ook concrete afspraken maken met de kinderboerderij naar waar de beschikbare middelen dan ook naartoe zullen gaan. Dus ja, we zijn in gesprek met de kinderboerderij om te kijken naar een passende fasering en een passende afbouw voor de subsidieregeling, om weer te komen tot een vast budget. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Ooijen. Mijnheer Roovers, tot slot. De heer Roovers: Ja, ik wil de wethouder in ieder geval bedanken voor haar antwoord. Ik heb nog wel even één vraag aan de wethouder, want als ik dan de wethouder hoor zeggen: een vaststaand subsidiebedrag, betekent dat dan ook dat het vaststaande subsidiebedrag in ieder geval voldoende is om de exploitatie van de kinderboerderij voor nu en in de toekomst te garanderen? De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Van Ooijen: Ja, daar gaan we naar kijken en dat zullen zij ook moeten laten zien wat zij daarvoor nodig hebben. En ik hoorde daarstraks ook het verhaal: ze zullen zelf ook hun inkomsten moeten genereren. Dat doen ze ook. Ze hebben sponsors, ze vragen ook bijdragen om hun inkomsten te vergroten. Dus dat zal meegenomen worden in de gesprekken die wij gaan voeren met elkaar. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Roovers? Dank u wel. Daarmee hebben we programma drie ook met elkaar besproken. Dan gaan we naar programma vier: Duurzaam Altena.
4.1, het niveau van het groenonderhoud, ingebracht door Altena Lokaal. Wie? Mijnheer Hoegee. Hij neemt een slokje spraakwater, dat belooft veel goeds. De heer Hoegee: Dank u, voorzitter. Ja, onderhoud van groen. We kunnen lezen dat door loon- en prijsontwikkeling stijgen de kosten voor onderhoud van de plantsoenen, zo stelt u. Dat zal zeker waar zijn, maar tegelijkertijd lijkt de kwaliteit van het onderhoud te dalen. Ons bereiken met regelmaat klachten over het slechte onderhoud van het openbaar groen. Afgelopen week stond er op de gemeentepagina een excuus en uitleg dat het slechte onderhoud veroorzaakt wordt door het natte voorjaarsweer. Netjes dat er naar de inwoners toe uitleg wordt gegeven, maar het is niet geheel steekhoudend. Er zijn locaties in de kernen, waar het er nog enigszins redelijk uitziet, maar er zijn ook binnen de kernen plaatsen waar geen of absoluut minimaal onderhoud plaatsvindt. En dat is niet alleen dit jaar. Mensen die daar wonen, betalen ook gemeentelijke lasten en het is dus niet raar dat zij daar ook enigszins acceptabel onderhoud voor terugverlangen. Als er gemaaid wordt, is dat grofweg de vlakke, maar een beetje netjes afwerken, daar is blijkbaar geen tijd voor. Plantsoenen zijn niet meer herkenbaar door het hoge onkruid dat erin groeit.
Als er aan het eind van het groeiseizoen iets aan gedaan wordt, bestaat dit onderhoud, zoals dat dan genoemd wordt, zoals afgelopen najaar slechts uit het tot aan de grond toe afmaaien van alles wat er in het plantsoen staat. Dat kosten stijgen, dat begrijpen we. Dat goed onderhoud niet altijd makkelijk is, dat begrijpen we ook. We hopen echter ook dat de wethouder de onvrede van onze inwoners begrijpt en verbeteringen wil toezeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Anderen? Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter en dank, heer Hoegee, ook voor het inbrengen van dit agendapunt. Ook wij herkennen dat het onderhoud, nou laat ik het zo zeggen, niet altijd beantwoord aan de verwachtingen die veel inwoners hebben. En die inwoners, die klagen dan en in veel gevallen is dat ook terecht. Tegelijkertijd is het ook zo dat wij met ons groen ook een andere koers zijn ingeslagen en volgens mij is dat vorig jaar ook zo'n
beetje gebeurd, waarin we niet alleen gezegd hebben: nou, we gaan voor wat meer biodiversiteit, we gaan voor wat andervormig onderhoud, minder gazon, meer ruigte, meer ruigbeheer. En we hebben ook, meen ik me te herinneren, dat is ook een vraag, denk ik, aan de portefeuillehouder, destijds een presentatie gekregen van een nieuwe dienstverlener, noem ik het maar even, een nieuwe ploeg die het onderhoud zou gaan doen. En die had ook in de aanbesteding een zinsnede zitten dat als het niet goed was of als er klachten waren, kwamen ze direct terug. En toen hebben we in de behandeling van het agendapunt ook al een aantal vragen gesteld: is dat wel betaalbaar? Komen ze straks niet met nog een rekening achteraf, dat het toch veel duurder blijkt te zijn dan wat we aanvankelijk in de aanbesteding hebben meegekregen? En die vraag zou ik dan aanvullend aan de wethouder willen stellen: is dit daar een gevolg van? Zijn we nu eigenlijk op dat punt beland dat we constateren dat het veel duurder is dan we beloofd hebben gekregen? En doen wij ook voldoende aan communicatie richting inwoners dat niet alles meer op het niveau gazon gemaaid en onderhouden wordt , maar dat we ook een andere vorm van onderhoud hebben afgesproken? Dat is ook niet altijd even bekend bij de inwoners. Tot zover is, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten.
Mijnheer Timmermans als de volgende in de rij. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ja, ook dank, mijnheer Hoegee, voor het inbrengen van de punten. Dit is zeker herkenbaar en ik zou graag van het college willen weten: is dit uiteindelijk de oorzaak van de bezuinigingsmaatregelen die we hebben genomen in het afgelopen jaar op de buitendienst in de gemeente Altena? Is dit het resultaat? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Kolff van de VVD. De heer Kolff: Ja, dank u wel. Er is al heel wat gezegd over het groen. De heer Hoegee heeft het keurig ingebracht. Hij brengt alleen even niet in dat het heel veel geregend heeft, dat weten meerdere mensen onder ons. Dat heeft van de week ook in de pers gestaan, dat de gemeente ook problemen heeft met het onderhoud doordat het zo nat is. Doordat het zo nat is groeit het heel erg hard. Dus de biodiversiteit, die doet het heel erg goed. Ja, ik vond die foto’s die u meebracht heel erg schokkend in zoverre: er wordt één keer per jaar goed gesnoeid. Je kan zeggen: het wordt goed gesnoeid, maar zo ziet het er niet uit. En er heeft natuurlijk een hele verschuiving plaatsgevonden in het groenbeheer. Glyfosaat mag niet meer gebruikt worden, dat houdt in dat er meer groen komt. Het branden om deze tijd van het jaar met zoveel regen heeft bijna geen nut of lukt niet.
Dus ik denk ook een beetje genuanceerd over dit onderwerp: volgend jaar kan het wel zo droog zijn dat het onkruid gewoon niet groeit en dan doen we het in één keer goed. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen van de ChristenUnie. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wil ook graag aanhaken op wat de heer Alderliesten aangeeft, van een goede communicatie over hoe we anders omgaan met groen. Ik denk dat dat wel belangrijk is, want ik zie dat bij mij in de buurt ook. Eerst een strak gazon, en nu randen met hoger gras en hogere begroeiing. En dat komt de biodiversiteit ten goede, alleen niet iedereen waardeert dat in dezelfde mate. En ik zou graag een onderscheid willen maken tussen groen op verharding en groen in groen. Want groen op verharding, dat geeft ook vaak reden tot klachten, maar ook daar kunnen we uitleg aan geven denk ik. En misschien moeten we zeggen: waar groen groeit op verharding, daar moet je de verharding weghalen. Maar dat is misschien een ander onderwerp. Maar als het gaat om groen onderhoud, denk ik vooral nog een keer wil ik dan benadrukken: goede communicatie daarover. En we hebben ooit in de gemeente, niet Wijk en Aalburg, maar de gemeente Aalburg, een project gestart voor de samenvoeging om inwoners te betrekken bij
onderhoud van groen en zelf ook een stuk groen in te mogen laten richten en onderhouden. En volgens mij is dat een beetje verzand of dichtgegroeid, maar misschien is dat weer een idee om dat weer eens op te halen, dat plan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Versluis van de SGP. Ja, nu kunt u weer. De heer Versluis: Hé, nu is hij weer rood. Ja. Rood is stoppen, maar … Nee nou ja, goed dat AltenaLokaal dit punt inbrengt, want ik had net gezegd zonder microfoon aan, dat de SGP hem ook op de groslijst had staan om in te brengen voor debat, maar we waren bang dat we te veel punten zouden hebben en dat het daarom te laat zou worden vanavond, dus toen hebben we hem ervan afgehaald. Maar toch blij dat u er aandacht voor vraagt, want het is ook een zorg bij ons. En natuurlijk is er voor alles wat te zeggen, zoals ik hier van de heer Alderliesten hoor van aangepast beleid, maar ook van de heer kolf. Maar goed, er zit wel een heel serieus punt in natuurlijk. Wat wij zien is natuurlijk, en dat is eigenlijk altijd de discussie als het gaat over het onderhoud van groen, de discussie tussen hoe we het uitvoeren en hoeveelheid middelen. En ik merk dan altijd een bepaalde spagaat: raad, u heeft maar zoveel geld beschikbaar gesteld, dus u krijgt dit.
Maar er worden natuurlijk toch telkens voorbeelden aangehaald, waarbij het de vraag is: wordt er wel effectief onderhoud uitgevoerd? En dan schrik ik een beetje van de Kadernota, waarin dan staat dat we 120.000 euro gaan bezuinigen, want we gaan het efficiënter doen en we gaan in ieder geval geen kwaliteit boven het afgesproken niveau uitvoeren. Ik denk: ik schrik daar een beetje van, want wij zijn van mening dat het op heel veel plekken nog niet eens voldoet aan het afgesproken niveau. En efficiënter werken, nogmaals, ik denk dat er ook hier effectiever bestreden en gewerkt moet. Het is echt heel belangrijk dat dit naar voren wordt gehaald en we zien dit ook als een signaal richting de portefeuillehouder en organisatie om toch gewoon vooral goed bij de les te blijven en in ieder geval datgene uit te voeren, dat we ook als raad hebben afgesproken. Ik zie voorbeelden in de gemeente waar twee jaar geleden plantsoenen weg zijn gerooid, waar in twee jaar tijd het onkruid zo welig is getierd, men krijgt het niet meer weg en het wordt er nu weer uitgeschept. En ja, daar zijn we op een verkeerde manier onderhoud aan het uitvoeren.
Dus nogmaals, goed dat er aandacht voor is en ook vooral belangrijk: wij zijn van mening dat wij voldoende middelen beschikbaar stellen om kwaliteitsniveau B uit te voeren, maar dan is er ook een stuk toezicht en handhaving op nodig, dat het ook op die manier uitgevoerd wordt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Verdoorn. De heer Verdoorn: Dank u, voorzitter. Het is een goed punt, dat AltenaLokaal heeft aangedragen. We ontvangen dezelfde klachten van onze inwoners in Altena. En een beetje in het verlengde van SGP: we hebben kwaliteitsniveau B afgesproken. Voldoen we daar ook aan en is daar ook onderzoek naar gedaan of we ook B halen? En we willen ook geen verdere bezuiniging op dat groenonderhoud. Het is erg belangrijk dat het in stand blijft. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Verdoorn. Mijnheer Hoegee, u had het debat aangezwengeld. U mag als eerste reageren of wilt u eerst het college horen? Eerst het college horen. Wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Hij staat aan. Dank u wel, voorzitter. Nou, ik dacht dat ik hem aardig goed had voorbereid, maar laat ik even beginnen om gelijk te reageren op de vraag die door u is aangeleverd.
En de vraag was, en de opmerking, vraag: er zijn veel klachten over het groenonderhoud en het college vraagt meer geld, maar gaat dat ook leiden tot stijgen van de onderhoudskwaliteit, neem ik aan? We zien een lichte stijging in het aantal meldingen in de Fixi. Dat is een tool die we nu een jaar gebruiken voor meldingen vanuit de samenleving over de openbare ruimte. Daardoor kijken wij ook niet op van die lichte stijging, want zo'n
nieuwe tool heeft immers een aanlooptijd nodig om bij iedereen bekend te zijn. Doordat we voor het gebruik van de Fixi geen registratie bijhielden van het aantal meldingen, is het lastig te stellen dat er veel meer meldingen zijn nu. We merken alleen weinig verschil in de of het aantal werkzaamheden. De verhoging van het bedrag, waar u naar verwijst, komt namelijk voort uit inderdaad een indexatie van de tarieven van de personen die het groenonderhoud uitvoeren. Dat principieel gewoon op uw vraag. Even reagerend op de andere vragen. Ik hoop ze qua volgorde even mee te nemen. Progressief Altena, mijnheer Alderliesten. U refereert naar een presentatie die is gehouden over een nieuwe dienstverlener en u vraagt zich af of het feit dat we bij klachten meteen terug gaan komen, dan wel het herstel, dat het daardoor duurder is geworden. Nee, ik heb daar geen enkel signaal van ontvangen. Uw communicatie, waar u naar verwijst en vanuit de ChristenUnie wordt er ook naar verwezen. Ja, die neem ik heel graag ter harte mee. Ik denk ook wel dat echt een duidelijk signaal is dat mensen weten wat ze mogen verwachten, wat ze misschien zelf kunnen doen om hun omgeving wat bij te houden en vooral wat ze dus ook van de gemeente mogen verwachten. Dus die neem ik heel graag mee in de rest van het verhaal. En dan ga ik heel even naar de VVA.
De oorzaak van de bezuinigingen, ligt die bij de buitendienst? Ofwel de bezuinigingen die volgens u hebben plaatsgevonden in de buitendienst. Nee, het ligt puur op het indexeren van de kosten. Nou, dank voor uw betoog, mijnheer Kolff, over de natheid. Ik ben geen groenkenner, daar zijn andere mensen hier in huis voor die er veel meer vanaf weten, maar ik merk het zelf ook. Er is niet tegenop te maaien. De communicatie hadden we het al over gehad, neem ik graag mee. En dan de zorg die door de SGP wordt geuit: het hoe versus de hoeveelheid. U vraagt: wordt er wel effectief onderhouden? Wordt wel voldaan aan het kwaliteitsniveau B? Ook dat signaal neem ik ter harte mee. Ik heb het ook genoteerd. U vraagt toezicht te houden op de kwaliteit B en ook dat te handhaven. Dus ja, dat kan ik tot zover even meenemen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. U krijgt nog een interruptie van de heer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, dank u voorzitter. Ja, ik vroeg dat eigenlijk over die bezuiniging op de buitendienst, omdat ons ter ore is gekomen dat er zo’n beetje één derde van de buitendienst zo'n beetje is verdwenen sinds de oprichting van gemeente Altena, oftewel wegbezuinigd. En als je dan de trend ziet dat het groen op een bepaalde manier wordt bijgehouden, dan is dat een logische constatering, wat ook signalen zijn vanuit dezelfde buitendienst van uw organisatie.
De voorzitter: Wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Ik wacht netjes op mijn beurt, voorzitter. Nou ja, over de bezuinigingen die al dan niet plaatsvinden bij de buitendienst, volgens mij is dat op dit moment niet aan de orde. Wel kan ik u zeggen dat er ook nog andere partijen, het is niet alleen onze buitendienst, er zijn andere aannemers en andere instanties en mensen die voor onze openbare ruimte zorgen. Dus ja, dat is het antwoord wat ik hierop kan geven. Ik heb niet direct signalen dat het één op één te koppelen is aan de door u gestelde bezuiniging in de buitendienst. De voorzitter: De heer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb de wethouder nog niet gehoord over het idee dat ik ’…’ weer uit haar bureaula te halen om inwoners te betrekken, zoals we onlangs in Hank ook mensen heel actief hebben gezien in de buitenruimte, om dat wat meer vorm en inhoud te geven en meer te stimuleren. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Schipper.
Mevrouw Schipper-Heijmans: Nou, ik heb niet zo specifiek dat benoemd. Ik had het wel meegenomen in mijn notities en dat viel bij mij eigenlijk over het gehele communicatie, dat mensen weten wat ze kunnen en waar ze aan toe zijn. Dus excuses, daar had ik misschien wat duidelijker in moeten zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hoegee, tot slot. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Ik heb, dacht ik, een vrij simpel en redelijk betoog gehouden, maar ik krijg eigenlijk weinig reactie daarop. Ik krijg een verhaal van klachten registreren en tools en van alles en nog wat. U neemt de communicatie mee. Waar het om gaat, heel simpel: de ene straat is het op zich redelijk netjes en de volgende straat is het één grote puinhoop, binnen de kern. Nou, dat verschil, dat zeg ik: dat kun je niet maken. Dat krijg je niet weggecommuniceerd ook. Dus in die zin vraag ik u: als er dus binnen kernen op zo'n korte afstand zulke grote verschillen zijn, geef het uw aandacht en zeg mij toe dat u dat op gaat lossen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. U mag nog een laatste reactie geven, wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Mijnheer Hoegee, dank u wel. Nou, ik had uw vraag volgens mij goed genoteerd. U nuanceert hem nu door te zeggen: de ene straat ziet er zo uit en de andere zus.
Of ik het kan oplossen, dat weet ik niet, maar ik heb wel heel veel gehoord vanavond en ik merk wel dat er bij de raad aandacht voor is en ook zorg en die zorg neem ik mee en ook de ideeën die zijn aangevoerd neem ik ook mee. Dus ik hoop dat ik u daarmee wel voldoende beantwoord heb. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Schipper. Mijnheer Hoegee gaat afwegen wat hij daar verder mee gaat doen. Gaan we naar agendapunt 4.2, het rioleringsplan en de stijging van het rioolrecht. En even voor de goede orde, daarbij zijn er drie indieners die daar vragen over hebben, dus die krijgen achter elkaar wat mij betreft de kans. Dan doen we in één keer dat stukje. Dus AltenaLokaal, de ChristenUnie en het punt van de SGP vallen hieronder. Mijnheer Hoegee, u mag aftrappen. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Dan zal ik aftrappen met een simpele vraag weer. Wat betreft water en riolering worden er de komende jaren flinke bedragen gevraagd. Dat zal moeten worden opgebracht door een verhoging van de tarieven en dus zullen de lasten voor onze inwoners flink stijgen. We willen best geloven dat een verhoging noodzakelijk is, maar veel onderbouwing hebben we niet gekregen. We gaan ervan uit dat de noodzaak voor de oplopende kosten in het nog op te stellen Water en Rioleringsplan duidelijk worden en dat wij dit plan voor de begroting, liefst ruim voor de begroting, kunnen krijgen ter vaststelling.
Dit om discussie over de noodzaak van de stijging bij het vaststellen van de begroting te voorkomen. Kan dit worden toegezegd? De voorzitter: Dank u wel. Dan de ChristenUnie, mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wij waren wat verrast toen deze tariefstijging in de stukken terechtkwam, of misschien ook wel geschrokken. Twee jaar geleden zijn de tarieven nog naar beneden bijgesteld. Toen hebben wij erop gewezen: is dat een verstandige beslissing, met het oog op allerlei klimaatveranderingen en allerlei andere zaken, is dat verstandig om dat nu naar beneden te doen? En ik denk dat dat nu bewaarheid wordt, want als we toen niet naar beneden waren gegaan, dan hadden we nu in ieder geval minder omhoog gehoeven en dan was dat op en neer effect voor de inwoners in ieder geval minder aan de orde geweest. En dan in de Altenaronde hebben we een verhaal gehoord over wat er nodig is om een nieuw waterplan op te stellen en dat maakte de ongerustheid alleen maar groter. In de achterliggende jaren liggen er deugdelijke WRP’s ten grondslag aan het beheer en onderhoud van de riolering. Daarin is goed
voorspeld hoe een stelsel zich gedraagt en nu lijkt het alsof we verrast worden door een aantal zaken. En er wordt al een verhoging aangekondigd, vooruitlopend op de uitkomst van een plan, wat alleen maar heel erg gericht is op onderzoeken die nog gedaan moeten worden. In Nederland zijn er heel veel studies al gedaan , er zijn heel veel modellen beschikbaar en die modellen, die zijn heel erg betrouwbaar. Ik durf er geen percentage aan te hangen, maar stel dat ze voor 90 of 95 procent betrouwbaar zijn, dan heb je ook die uitkomst die daarbij past en dan kun je nog allerlei onderzoeken doen om nog een paar procent nauwkeuriger te zijn en daar heel veel geld in te stoppen, maar het effect daarvan is in onze ogen nihil. Dus daarom is onze oproep richting de begroting en ook met het oog op het plan wat gemaakt moet worden, om dit mee te nemen als kader. Hoe kunnen wij zo efficiënt mogelijk onze inkomsten besteden, die ten laste komen van onze inwoners? En daar willen we niet mee wachten tot september, maar willen we nu al meegeven om dat als kader te gebruiken en te zorgen dat we risicogestuurd gaan werken en niet alles maar doen wat modellen of wat onderzoeken aangeven, maar ons richten op wat echt nodig is en het hoognodige doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. SGP, mijnheer Versluis.
De heer Versluis: Ja voorzitter, er zijn drie partijen, die hebben dit punt op de agenda gezet, dus het geeft aan waarschijnlijk toch wel hoe belangrijk het is, in ieder geval hoe groot de impact van dit verhaal is. Want wij waren echt oprecht verrast door de resultaten die we recent in de Altenaronde hebben gekregen, net vooruitlopend op het ontvangen van deze stukken. Wij hebben toch het idee dat hier de volgorde van het plan maken en het richting uitvoering gaan en de financiën niet helemaal in balans hebben gelopen. En nu komen we tot onze schrik: we hebben nog een half afgemaakt stuk, maar dat zou wel eens financiële gevolgen kunnen gaan krijgen. Laten we dat maar vast melden, dat we in ieder geval de rioolheffing met 15 procent gaan verhogen voor dit jaar of voor volgend jaar en het jaar daarop nog een keer 15, nog een keer 6 en nog een keer 6, terwijl we eigenlijk helemaal nog niets van een plan hebben gezien. En daar waren we echt oprecht zeer verbaasd over. En in de stukken wordt aangegeven dat het plan in september komt. September zit heel dicht bij de behandeling van de begroting november en dat wil zeggen: als je in september over een plan gaat spreken met een besluitvorming september, oktober, dat de begroting al in concept klaarligt. Dus nogmaals: de volgordelijkheid van het plan en de beprijzing is niet in balans.
We willen daar echt een forse winstwaarschuwing vooraf al geven als SGP, dat wij in ieder geval nog niet overtuigd zijn van deze drastische verhogingen, lastenverhogingen voor de burger, zonder dat we het plan hebben gezien. Dus wij zouden u adviseren: zorg eerst voor een goed plan, zorg eerst voor een gedegen debat daarover in zorgvuldigheid en laten we dan nadenken: wat heeft dat voor prijs? En kunnen we daarin temporiseren of kunnen we daar andere keuzes in maken? U vraagt te vroeg heel veel geld van onze burgers, is onze mening. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, dank u voorzitter. Ja, daar wil ik mij ook volledig bij aansluiten, bij de laatste spreker, want ook wij waren toch wel redelijk kritisch tijdens de presentatie met een aantal vragen en hoe dat zich verhoudt tot de wateropslag en overstorten van de rioleringen. Dus we kunnen ons eigenlijk volledig aansluiten bij de SGP om eerst met een gedegen plan te komen, alvorens we onze inwoners gaan opschepen met forse verhogingen. En dan moet ik wel inderdaad mijnheer Nieuwenhuizen gelijk geven dat het eerst verlaagd is geweest en vervolgens nu weer wordt verhoogd. Dat is een jojo-effect. Daar wordt niemand vrolijk van. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Bouman van de VVD.
De heer Bouman: Dank u wel. Ja, wij willen ook wel onze steun uitspreken voor het punt wat hier op tafel gezet door deze drie partijen. Aan de ene kant de volgordelijkheid, zoals door de heer Versluis, maar ook wel de heer Hoegee aangegeven: laat nu eerst eens zien wat er precies nodig is, voordat je met deze tarieven komt. Want even voor de beeldvorming, de heer Versluis, die noemde het net heel snel: 15, 15, 6, 6. Dat zijn de procentuele verhogingen. Als je dat op een bierviltje uitrekent, kom je ongeveer met een verhoging van 50 procent in 4 jaar tijd. Dus ten opzichte van wat je nu betaalt, betaal je over 4 jaar 50 procent meer aan rioolheffing. Daar hebben we het over. Dus als je dat wil doorvoeren, moet je dat heel goed onderbouwen. En het liefste hebben we dat natuurlijk minder. Dus daar sluiten we ook wel aan bij alle drie de partijen: ga nu eens onderzoeken: hoe kan je dat nu wat kleiner krijgen? En als het dan toch moet, dan hebben we aan het slot van de avond nog wel een oproep dat dat iets gaat betekenen voor onze andere belastingen, die wij op onze inwoners gaan afvuren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Ja, dank u wel voorzitter.
Namens Progressief Altena willen wij ook onze zorgen uitspreken over het voornemen om de rioolrechten de komende jaren significant te laten stijgen, nadat deze nog niet zo lang geleden juist verlaagd zijn. Allereerst begrijpen wij natuurlijk uiteraard dat het onderhoud en de modernisering van ons rioleringssysteem essentieel is voor de volksgezondheid en het milieu. Wij waarderen dan ook de inzet van het college om hier adequaat in te investeren. Echter, wij vinden het wel zorgwekkend dat de lasten voor onze inwoners nu opeens aanzienlijk verhoogt dreigen te worden. Een consistente en voorspelbare gemeentelijke belastingdruk is van groot belang voor onze inwoners en bedrijven. De voorgenomen verhogingen van de rioolrechten roepen vragen op over de langetermijnplanning en de financiële stabiliteit van de gemeente. Daarbij vragen wij ons af of er alternatieve oplossingen zijn overwogen, zoals een meer geleidelijke verhoging. Het is ons inziens van groot belang dat we een eerlijke en evenwi chtige benadering hanteren, waarbij we de financiële draagkracht van onze inwoners in ogenschouw nemen. Wij zijn het dan ook eens met de vorige sprekers dat we eerst een goed plan willen zien. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Mijnheer Roovers van het CDA. De heer Roovers: Ja voorzitter, dank u wel. Ook dank u wel voor de inbreng van de fracties.
Want ook wij hebben onze zorg als gaat over de ontwikkeling van het rioolrecht. En voorzitter, waar ik heel erg op aansluit is het verhaal van de SGP, want er moet uiteindelijk nog een plan komen. In de tekst, zoals ik hem heb gevonden, de komende jaren wordt er een Water en Rioleringsplan opgesteld. Lijkt me ook logisch. En in dat plan gaan we het in ieder geval hebben over de visie, de ambitie en de strategische beleidsafwegingen. Daarom hebben wij eigenlijk wel de vraag: is het dan niet te voorbarig om nu al de tarieven met 15 procent te laten stijgen, terwijl wij het eigenlijk nog inhoudelijk moeten hebben over keuzes die we zelf maken en naar ons idee ook bepalend zijn voor de stijging van de kosten? Dus daar zouden wij in ieder geval heel graag het antwoord op willen hebben van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Volgens mij hebben een aantal partijen het tegelijkertijd ingediend. Ik stel voor dat we eerst naar de reactie van het college luisteren en dan kan er nog gereageerd worden. Wethouder Schipper. Mevrouw Schipper-Heijmans: Dank u wel, voorzitter. Ik heb driftig meegeschreven, dus ik hoop dat ik u kan voorzien van de gewenste antwoorden. Nou, volgens mij bent u het allemaal over één ding eens: u wilt heel graag een plan. U wilt weten waar alle stukken op zijn gebaseerd, alle aannames, al hetgeen wat hier vanavond wordt gezegd op is gebaseerd.