2024-06-18 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
Mevrouw Maris, Progressief Altena. Mevrouw Maris: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het is natuurlijk flauw om te zeggen dat ik het ook met de heer Van der Hoeven eens ben, maar ik ga dat toch maar zeggen. Ik begrijp ook wel een deel van de zorgen van de SGP. Het duurt natuurlijk lang, maar we hebben niet alleen met normen en waarden te maken, maar ook met een cultuurverandering en mensen de ruimte geven om zich te ontwikkelen. Dat is een uitgangspunt dat wij in de gemeente Altena hebben gekozen om ook de medewerkers niet een baan te geven, maar een loopbaan. En dat heeft nu eenmaal ook tijd nodig en ik zou ook willen pleiten om die ruimte en die tijd te bieden. En dat betekent inderdaad ook dat Progressief Altena twijfelt over de extra fte, of dat de oplossing is voor de zorgen waarvoor wij staan, maar juist ook de ruimte geven aan de ontwikkeling van mensen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Mevrouw Boll van het CDA. Mevrouw Boll: Dank u wel, voorzitter. Het CDA onderschrijft ook wel het vraagstuk van de SGP. Ik heb daar gekeken naar ook de technische vragen die daarover zijn gesteld en de zorg inderdaad van de investeringen en het tijdspad die daarin zijn opgenomen, vind ik ook wel zorgelijk. Daar wordt in de vraagstelling gesteld : excellente dienstverlening. In het antwoord kom ik een efficiënte dienstverlening tegen.
Volgens mij zijn dat twee verschillende dingen, maar waar het mij vooral om gaat is enerzijds techniek en systemen, en anderzijds inderdaad de mindset de menselijke maat. En ik wil even vragen aan de SGP: bedoelen jullie ook, even om bevestigd te krijgen, waar de andere reacties vandaan kwamen, dat jullie personele uitbreiding willen op dit punt? Dank u wel. De voorzitter: Daar mag de heer De Raad zo op reageren. VVA ook nog? Mijnheer Timmermans, ga uw gang. De heer Timmermans: Ja voorzitter, we doen ook een duit in het zakje. Bij deze ook onze steun uitspreken voor het verhaal wat de heer Van der Hoeven zei. Het is een mindsetverandering en het is niet een opplussen van fte’s wat het in onze ogen is. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Raad, u mag nog kort reageren op de inbreng en op de vraagstelling en dan kijk ik al naar het college. De heer De Raad: Ik krijg bijna het idee dat misschien beter de heer Van der Hoeven dit punt over kan nemen van ons. Nee, dank voor uw reactie. Ik kan me helemaal aansluiten daarbij. En misschien om gelijk maar die
vraag weg te nemen, volgens mij heb ik dat ook niet in mijn verhaal genoemd. Nee, zeker geen personele uitbreiding op dit punt. Alleen, waar onze zorg meer zit: we gaan nu een visie ontwikkelen, we gaan daar nog een uitvoeringsprogramma aanhangen, we zijn weer heel veel jaren verder. Ja, die kosten kunnen we dan misschien ook op korte termijn in iemand steken die wel expertise heeft, om dat voor elkaar te krijgen, maar ik ben het ook eens: een stukje mindset, nou volgens mij hoeven we daar geen experts voor in te huren en weten we allemaal hoe dat werkt. Dus nee, wat ons betreft zeker geen uitbreiding en moeten we gewoon hier actief mee aan de slag aan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Blijft u nog even staan, dan gaan we nog naar een reactie van het college. Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Ik kan u geruststellen, mijnheer De Raad. Het is niet de intentie van ons om er vijf of tien jaar over te doen om te streven, of we nu een efficiënte, effectieve of een excellente organisatie zijn. U heeft zelf in de afgelopen jaren meegemaakt dat we die groei hebben gemaakt. Het college heeft in het begin van deze bestuursperiode twee keer per jaar u verantwoording afgelegd hoe het gaat, welke stappen we hebben gezet en hoe het wordt ervaren. U heeft daarbij ook aangegeven dat u blij bent met de reactie en de wijze van rapporteren van ons.
Dat heeft u weten te reduceren dat we op zijn minst naar één keer per jaar teruggaan, één keer per jaar praten we u bij. En ik snap dat er in de praktijk echt nog wel cases zijn waarin mensen het gevoel hebben, of misschien dat het ook zo is, van het kastje naar de muur worden gestuurd. Maar wij zitten in de lift en we doen het goed en u ziet ook die stappen die er gemaakt worden. Het gaat helaas niet altijd overal goed en het is juist de bedoeling, en daarom hebben we ook echt daarin expliciet een procesmanager opgezet, dus geen extra kosten, maar daarin wordt er specifiek gekeken: waar zitten dan de hiaten, op welke afdelingen of bij welke teams zou er meer aandacht moeten zijn om sneller te reageren of juist op adequate wijze? Parallel daaraan willen we gaan digitaliseren en dat wilt u zelf ook. En dat is die omnichanneling om straks alles eigenlijk ook geautomatiseerd te kunnen monitoren waar het plaatsvindt, maar dat wil niet zeggen dat als dat geïmplementeerd is, dat we dan pas het bereikt hebben. Ondertussen zijn we gewoon in de praktijk daarmee bezig en kan ik u in ieder geval meegeven dat wij heel blij zijn dat we staan waar we nu staan na vijf jaar Altena. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer De Raad, u mag het debat afronden. De heer De Raad: Dank, voorzitter en dank aan de heer Sheikkariem voor zijn reactie.
Ik hoor bij alle partijen dat de zorg er al heerst. Goed om te horen dat er in ieder geval wel de aandacht voor is . Wij hebben al geconstateerd dat er een stijgende lijn in zit, maar er moeten zeker nog wat stappen gezet worden. Dus wij zullen het kritisch blijven volgen en we wensen de portefeuillehouder veel succes. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Mijnheer Van der Hoeven nog? Want ja, u nam het agendapunt een beetje half over. Is dat de reden dat u er nog staat? De heer Van der Hoeven: Nee hoor, ik gun de eer graag aan de heer De Raad, dat is geen enkel probleem. Maar goed, de vraag die wel een beetje blijft hangen als ik het antwoord van de wethouder hoor, is dat hij eigenlijk zegt: we hebben het fantastisch opgeschreven. En mijnheer De Raad, ik heb interessant naar u geluisterd, maar ik ga niets anders doen dan wat de meerderheid van deze raad nu vraagt. Heb ik dat dan goed geconcludeerd, voorzitter?
De voorzitter: Die vraag is aan de wethouder of aan de heer De Raad? Ja, maar het wordt bijna een tweede termijn nu, want u had ook kunnen interrumperen op de wethouder. Ik wil hem zo direct nog wel eventjes naar voren halen. Mijnheer Bouman nog. De heer Bouman: Ja, wij hebben niets gevraagd. Dus u zegt: wat de meerderheid van de raad hier vraagt, maar wij hebben vanavond niets specifieks gevraagd over het gebied van dienstverlening, behalve dat iedereen gewoon op een normale manier zijn werk doet. De voorzitter: Mijnheer De Raad? Nee. Volgens mij kunnen we over naar het volgende agendapunt en daarvan geef ik het voorzitterschap over aan mevrouw Schermers. De plaatsvervangend voorzitter: Nou, dank u wel. Ik zie dat mijnheer Timmermans ook al erbij is gaan staan en mijnheer Timmermans, dat betekent gelijk dat u uw punt mag inleiden, waarna we inderdaad naar het oordeel van de andere fracties gaan luisteren, waarbij inderdaad interrupties zijn toegestaan. Dan komen we terug bij u, mijnheer Timmermans, dan gaan we het college uitnodigen voor hun reactie, kom ik weer opnieuw terug bij u, mijnheer Timmermans, en dan ga ik nog de conclusie trekken of het debat voldoende gevoerd is, samen met u. Dus aan u het woord, mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, voor ons ligt de Kadernota en onze inbreng hierbij op het punt van kosten handhaving en toezicht, wat we ingediend hebben. Want voorzitter, het ziet er voor volgend jaar op zich nog wel redelijk gunstig uit, het vooruitzicht met de financiële lading, alleen de opeenvolgende jaren, en dat zijn er dan minimaal drie, zit er een fors begrotingstekort aan te komen. En ook wij als Vrije Volkspartij Altena hebben dus gekeken: waar kunnen wij bezuinigingen halen, buiten hetgeen wat het college zelf natuurlijk voorstelt? En zo kwamen wij op het punt van toezicht en handhaving. En als je ziet hoe een gemeente is opgesteld, die is niet opgesteld om winst te maken, zo ook onze leges zijn vaak opgesteld. Dan zie je hier een ontzettend rare verschuiving komen en dat is als je ziet wat de kosten en baten zijn van toezicht en handhaving en wat er binnenkomt jaarlijks en het aantal fte wat ertegenover staat, dan kan ik niets anders concluderen, voorzitter, dat we ontzettend scheef bezig zijn. In het bedrijfsleven zou dit een knock out zijn bijna op deze manier. Dus ja, ik heb eigenlijk graag aan mijn collega raadsleden om hierop te reageren wat die dan hiervan vinden. En dan hoor ik het, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Bouman, die dient zich al aan om daar wat van te vinden. Dus mijnheer Bouman, aan u het woord.
De heer Bouman: U haalde de bouwleges aan. Dus wij streven naar een soort van kostendekkendheid op bouwleges. Dus wat we daaraan uitgeven, dat we dat ook binnenhalen. Maar u stelt nu eigenlijk ook hetzelfde voor bij handhaving dan. Dan zegt u: wat je binnen zou halen aan dwangsommen, dat is ook wat je uit mag geven aan toezicht en handhaving, niet meer dan dat. Dat vind ik een interessante theorie. Dat kan een aantal rare scenario’s opleveren, dat je zegt: ik heb nu eenmaal twaalf man fte. Ik ga eens lekker flinke grote dwangsommen op de burger afvuren, want dan verdien ik die terug. Dat kan gebeuren. Of je kan zeggen: nou, we halen maar relatief weinig dwangsommen binnen, dus moeten we weinig toezichthouders en handhavers hebben, maar dat is ook heel raar. En ik zal u uitleggen waarom het raar is: wij zijn namelijk geen bedrijf, de overheid. De overheid is een overheid en die is bedoeld om publieke taken te dienen. Dat zijn taken die het bedrijfsleven als het goed is niet kan, omdat de markt die niet oplost. Het enige waar wij voor staan als gemeente zijnde, is om de publieke taak te dienen en dat doen wij niet uit winstoogmerk en dat doen wij zelfs niet om kostendekkend te zijn. We hebben ook tekorten in de jeugd, we hebben tekorten in de Wmo, we hebben de wegen. Nou, niemand betaalt hier om over een weg te rijden, dat zit allemaal in de OZB. Daar
zitten ook enorme tekorten op. We hebben overal tekorten en dat dekken we met een algemene uitkering en een beetje belastingen. Zo werkt gewoon de overheid. En als we twaalf man fte hebben op toezicht en handhaving, dan hebben wij die niet nodig omdat wij zoveel euro's en dwangsommen binnenhalen, maar dan hebben wij die nodig, omdat het college vindt dat die nodig zijn buiten om te kijken of mensen zich aan de regels houden en als ze dat niet doen, ze een beetje bij te sturen. En dat hoeven er van ons geen honderd te zijn, dat ben ik eens met u. Je hoeft ook niet te veel te handhaven en te veel bij te sturen, maar blijkbaar is hierover nagedacht, over die twaalf fte. Volgens mij worden ze ook niet opgeplust op dit moment en zijn ze nodig om hier de boel een beetje leefbaar te houden. Dus volgens mij zit er gewoon een hele grote fout in uw denkwijze op dit punt. De plaatsvervangend voorzitter: Dan gaan we luisteren naar mijnheer Den Haan, die daar ook wat van vindt. Aan u het woord. De heer Den Haan: Ja, die vindt er wat van en die weet er wat van, maar ik kan het niet beter verwoorden dan de heer Bouman als het gaat over … Dat is gewoon een keurige les geweest over, ja als daar staat van het van innen van dwangsommen en kosten, baten, hoor ik u vertellen. Ja, dan slaat u wat ons betreft in ieder geval de plank volledig mis, want daar gaat het helemaal niet om.
En sterker nog, ik zou eigenlijk zeggen: als je gaat kijken naar de twaalf fte die we hebben, zou je dat eigenlijk op moeten plussen. Dat is op zich al lastig, omdat wij in een lager segment zitten met de inschaling. Ik heb begrepen uit de veiligheidsoverleggen dat we graag ook wat senioriteit binnen willen hebben. Nou, dat is hartstikke lastig, omdat wij qua inschaling gewoon laag zitten, qua om dan iemand binnen te halen. Wat dat betreft zijn we net het Excelsior van het voetbal , die een spits wil hebben die veertig doelpunten wil maken, maar die kost 4 miljoen en dat hebben ze niet. Dus wat dat betreft is dat echt wel lastig. Maar ik zou voor de inwoners juist willen zeggen, want die willen over het algemeen meer blauw hebben en het meer blauw wat wij hier op straat zetten in de handhaving, ja dat is juist voor dat subjectieve gevoel van onze inwoners, want we hebben daar juist zeggenschap over. En handhaven, om het u even uit te leggen, dat is de overtreding doen ophouden. Dus dat wil niet zeggen dat je daar geld voor krijgt, om even in aanvulling van wat de heer Bouman zei. Dus wat mij betreft, voorzitter, ik was al heel benieuwd naar de invulling van dit onderwerp, maar de plank volledig, maar dan ook volledig misgeslagen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Gaan we naar mijnheer De Raad luisteren. Aan u het woord.
De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Ik wil me wel aansluiten bij de vorige twee sprekers. U schetst hier eigenlijk het beeld dat het doel van handhaving en toezicht is om dwangsommen binnen te halen en boetes uit te schrijven. Dus dat gevoel krijg ik erbij, maar voor mij is dat uiteindelijk niet het doel van de twaalf fte die daar, dat kan uiteindelijk wel een gevolg zijn van de werkzaamheden die uitgevoerd worden daar, maar dat is niet per se het doel om nu een X bedrag aan dwangsommen binnen te halen. Ik denk als u ziet wat ze aan werk doen daar rondom keuringen voor brandveiligheid, rondom bouwen, nou noem maar op, is er ergens een bepaalde inschatting gemaakt dat we deze hoeveelheid nodig hebben en denk ik dat wij ons daar wel achter kunnen scharen. Maar we zijn benieuwd ook naar de reactie van de portefeuillehouder. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Gaan we luisteren naar mevrouw Maris, aan u het woord. Mevrouw Maris: Ja, dank u wel voorzitter. Heel kort. Eens met de voorgaande drie sprekers. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Mijnheer Van der Hoeven.
De heer Van der Hoeven: Ja, ik weet dat boa’s en handhavers ook een bepaalde irritatiefactor kunnen hebben, maar goed, dat heeft dan vaak ook een oorzaak en een gevolg. Zeker. Nee maar goed, ik hoop dat onze boa's en onze toezichthouders ook een preventieve werking hebben en dat het geen vrijstaat is, waar mensen maar kunnen doen wat ze willen, maar dat ze ook weten: er wordt soms wel gewoon gecontroleerd. En nog één opmerking. U zegt: in het bedrijfsleven zouden die mensen gelijk weggeserveerd worden. Nou, als je een gemiddeld bedrijf kijkt wat die aan kwaliteitszorg investeren, wat je ook kan zien als een preventieve toezichthouder, dat moet wel op verbetering gericht zijn. Nou, dan worden er heel wat fte’s in Nederland betaald die onder een soortgelijke paraplu zouden kunnen vallen. Dus wij steunen ook uw verhaal deze keer niet. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Dan denk ik dat de fracties die hebben willen reageren dan in ieder geval allemaal gereageerd hebben. Ga ik eerst terug naar u, mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, dank u, voorzitter. Nou, het was verfrissend om de andere fracties erover te horen, maar ik denk dat ze niet helemaal begrijpen eigenlijk wat ik bedoel.
Ik denk dat het eigenlijk ermee komt … De tendens van de overheid zou juist moeten zijn om dienstverlenend te zijn richting haar inwoners, maar ook het goede gedrag belonen. En goed gedrag belonen, dan zie je ook wat er uiteindelijk gebeurt aan toezicht en handhaving en wat er dan uiteindelijk daadwerkelijk geïncasseerd wordt wat er dus verkeerd gaat, dan staat dat niet in verhouding met het aantal fte’s wat wij hier hebben. En dat wil niet zeggen dat ik geen toezicht en handhaving wil hebben. Alleen, ik schaar het niet onder meer blauw op straat, AltenaLokaal, want zo zie ik dat absoluut niet. Ik heb meer het gevoel van de heer Van der Hoeven, wat hij even aanstipte. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Timmermans, ik ga u even onderbreken, want ik zie dat mijnheer Bouman u graag wil interrumperen. Dus mijnheer Bouman, aan u het woord. De heer Bouman: U wekt de indruk dat er alleen maar gehandhaafd wordt als dat ook daadwerkelijk één of andere financiële baat heeft voor de gemeente. Maar u moet niet vergeten, volgens mij was dat de heer De Raad die dat ook al zei: al die toezichthouders en handhavers, die zijn vooral aan de voorkant ook bezig om gewoon te corrigeren en bij te sturen en zorgen dat het wel weer binnen de reikwijdte van de wet gaat , het liefst zonder dwangsommen.
Dus als u een X bedrag aan dwangsommen ziet staan, maar u ziet een veel groter Y bedrag aan toezichthouders en handhavers, dan betekent dat niet dat wij te veel toezichthouders en handhavers hebben, dat betekent misschien wel dat die heel goed zijn in hun werk en de overtreding doen beëindigen voordat die dwangsommen worden opgelegd. Sterker nog, het is de bedoeling eigenlijk dat een dwangsom niet gebeurt. Die leg je op om daarna de overtreding te beëindigen, voordat hij gebeurt. Dat is de bedoeling van de dwangsom. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Timmermans, terug naar u. De heer Timmermans: Voorzitter, ik wil kort eventjes iedereen meenemen naar het verleden. En het verleden, want daar kunnen we vaak van leren, is dat de gemeente Aalburg, Woudrichem en Werkendam ook toezicht en handhaving had. En als je ziet wat er uiteindelijk hier is gebeurd, is dat we naar een efficiënte, grote gemeente zouden gaan, waar bezuinigingen op gerealiseerd zouden kunnen worden en dan zien we iets anders gebeuren, dat er meer komt in plaats van minder. En zeker, mijnheer Bouman, ik ben het wel met u eens: we moeten voorkomen dat we overgaan tot het gebeuren van dwangsommen.
Alleen, om dan daar op te plussen de afgelopen jaren, wat heeft dat voor doel dan? Je moet toch goed gedrag juist belonen van de inwoner? Als er niet zoveel gebeurt, dat kunnen we dan meten en uiteindelijk het antwoord wat ik heb gehad
van het college, vandaar mijn technische vraag, was zo summier, ik kon er niet uit opmaken hoeveel dat het ingezet wordt. Mijnheer Bouman, ik hoop dat u ook die antwoorden heeft gezien. De plaatsvervangend voorzitter: We gaan nog even luisteren naar mijnheer Bouman inderdaad. Terug naar mijnheer Bouman. De heer Bouman: Nee, maar ik vraag me af of het nodig is voor deze discussie, want u noemt het over opplussen. Nou, volgens mij wordt er in deze Kadernota voor het gebied van toezicht en handhaving niet opgeplust. Er wordt wel op diverse punten opgeplust, dus ik hoop dat u later op de avond wederom kritisch bent op personele uitbreidingen, want daar wordt wel opgeplust en volgens mij op het gebied van toezicht en handhaving niet. We hebben het hier gewoon over de bestaande formatie. En nu geeft u uw pleidooi een twist. In het begin zei u: er zijn heel weinig dwangsommen gebeurd en daardoor hebben we te veel toezicht en handhavers, maar nu zegt u eigenlijk wat anders. Nu zegt: de gemeentes zijn gefuseerd en nu hebben we te veel toezicht en handhavers. Dan had u dat moeten uitzoeken. Ga dan even rondkijken in het veld rond ‘…’, hoeveel mensen daar werken in verhouding tot hier. Ik zou zeggen: werk dat uit en dan komen we terug en dan is het november of oktober en dan gaan we de begroting behandelen en dan heeft u een goed onderbouwd pleidooi. Tot dan.
De plaatsvervangend voorzitter: Ik stel voor, mijnheer Timmermans, dat we even naar het college gaan luisteren, want daarna krijgt u opnieuw het woord om nog te reageren. Dus ik wil mijnheer Lichtenberg uitnodigen als portefeuillehouder in deze, burgemeester, om hier een antwoord wellicht te duiden op vragen die gesteld zijn. Aan u het woord. De heer Lichtenberg: Ja voorzitter, dank u wel. De vragensteller geeft mij ook de kans om toch een klein beetje nog wat extra uitleg te geven wat er nu allemaal met toezicht en handhaving gebeurt. Want in tegenstelling tot de vergelijking met het bedrijfsleven is het zo dat de overheid tot taak heeft om in het algemeen belang toezicht te houden op wetgeving en op regelgeving, niet alleen landelijke regelgeving zoals de Woningwet, de Omgevingswet, als het bouwbesluit, maar ook lokale regelgeving, zoals de APV, die u vaststelt. En dat zijn er nog maar een aantal en dan kunnen we het ook nog hebben over de Opiumwet, over de Wet Victoria, over allerlei bestemmingsplannen en over allerlei meldingen die binnenkomen, nou dat is ook in de toelichting op de inhoudelijke vraag gegeven, over hoeveel meldingen er door inwoners voor onze boa's binnenkomen.
Dat zijn er toch 1600 ruim per jaar en dat zijn er heel veel en dat is dan naast alle reacties van inwoners , die vragen om een bepaalde vorm van toezicht, dan wel handhaving in hun omgeving, omdat hun leefomgeving door een andere inwoner of door een bedrijf bedreigd wordt of dat er vragen zijn: wordt er wel aan wet- en regelgeving voldaan? En wij constateren dat ook zelf, door met onze inspecteurs en toezichthouders daar ook naar te kijken. En dat is een taak die wij hebben als gemeente, dat is geen taak die we autonoom wel of niet zouden kunnen inzetten. Wij zijn gewoon verplicht om dat in dit land ook te doen. Wij horen daar ook elk jaar een plan voor aan te reiken aan de toezichthoudende provincie, die checkt of wij wel voldoende aan vergunningverlening, toezicht en handhaving doen en of wij wel voldoende capaciteit hebben om d aar uitvoering aan te geven. Nou, wij zitten wat dat betreft, en ik heb ook even een blik geworpen, wij hebben, behalve een kleine uitbreiding met een aantal boa's, die twee jaar geleden is toegestaan door de raad, hebben wij ten opzichte van de formatie vanuit de voormalige drie gemeenten daar geen opplussing in gehad. Wij moeten het dus op dit moment doen met de mensen die wij hebben en daarmee kunnen we niet eens voldoen aan alles wat wij zouden willen doen.
Wij moeten ook prioriteiten stellen, daar hebben we ook met uw raad al wel over gesproken, dat wij prioriteiten stellen en ook veel meer proberen proactief te gaan handhaven. Dat doen we zowel op de Omgevingswet als op de APV, maar wij kunnen ook niet alles in één
keer. En het is ook nodig dat wij af en toe onze inwoners en bedrijven een stukje helpen om binnen wet- en regelgeving te blijven. En gelukkig na zo’n duwtje, die duwtjes zijn wel nodig, maar kan ik toch wel zeggen dat in 49 procent van de gevallen na het eerste duwtje de overtreding al ongedaan wordt gemaakt en bij een stevigere duw nog eens een keer 50 procent. Pas in 1 procent van de gevallen moeten we echt overgaan tot het innen van een dwangsom. Maar dat is dus ook niet het doel. Het doel is de overtreding te beëindigen en te zorgen dat de leefbaarheid in Altena gewaarborgd blijft. Dat is het doel van toezicht en handhaving. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel voor uw antwoord. Ga ik nog even terug naar mijnheer Timmermans, tot slot. De heer Timmermans: Ja voorzitter, ja het mag natuurlijk, we mogen verschillen van mening en ik constateerde eigenlijk meer dat het eraan en eruit ziet. Het aantal meldingen, wat ook het collegelid daarbij geeft, wat we jaarlijks binnenkrijgen in de gemeente Altena, wil eigenlijk zeggen dat of het is explosief gegroeid, het aantal meldingen wat we krijgen, of we leven in een soort gepamperde samenleving, waar vervolgens iedereen maar een melding gaat doen om dan maar de inzet van de gemeente te verlangen en niet bijvoorbeeld de buren zelf aan te spreken in plaats van dat.
Dus ik, het is een soort ding wat elkaar omhooghoudt, dat constateer ik hieruit. Maar goed, mijn collega's, die kijken hier anders naar, dus wij gaan ons wel beraden om hier later een motie op in te dienen. De plaatsvervangend voorzitter: Ik kijk heel even de kring rond om te kijken of het debat voldoende gevoerd is op dit onderwerp? En ik zie dat dat inderdaad zo is. Dank u wel, mijnheer Timmermans. Gaan we gelijk door met het volgende agendapunt en wie mag ik uitnodigen van Progressief Altena voor de herdenking en viering tachtig jaar bevrijding? Mevrouw Maris. Mevrouw Maris, aan u het woord. Mevrouw Maris: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, in 2025 is het tachtig jaar geleden dat Altena werd bevrijd en we herdenken het einde van de Tweede Wereldoorlog en de nasleep van de oorlog in Nederland. Daarnaast vieren we ook onze vrijheid. Elk jaar zijn er natuurlijk de jaarlijkse herdenkingen van de 4 en 5 mei comités, ook hier lokaal in Altena, en daar zijn we heel erg trots op, maar we realiseren vooral ook dat vrijheid nooit af is en dat het een voortdurende inspanning eigenlijk vereist om elkaars vrijheden ook de ruimte te geven . Daarnaast is oorlog helaas ook geen gesloten geschiedenisboek. Zelfs hier om de hoek vindt er nu op dit moment een oorlog plaats.
En nu is er volgend jaar dat kroonjaar, waarschijnlijk het laatste kroonjaar waarin we ook de mensen die geleefd hebben in die tijd nog hun verhalen met ons kunnen delen. U maakt in 2025 een budget vrij om vorm en inhoud te geven aan deze herdenkingen en deze bijzondere mijlpaal. U geeft aan dat u onder andere twee concerten geeft en een optocht van historische voertuigen organiseert. En de vraag van progressief Altena is eigenlijk hoe u in het kader van het belang van het verhaal van onze vrijheid deze mijlpaal ook aangrijpt om het gesprek aan te gaan met de toekomstige generaties over de betekenis van herdenken en het vieren van onze vrijheid. Hoe geven we het vieren van die vrijheid door aan de nieuwe generaties en hoe betrekken we alle generaties ook actief bij deze traditie om die in de toekomst weer vorm te geven? Dat was de vraag, dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris, voor het inbrengen van dit punt. Gaan we luisteren naar de andere fracties om daar iets van te vinden. Mijnheer Duizer van de ChristenUnie. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Ja, heel goed om bij die vrijheid en de gevaren van oorlog, die er nog steeds zijn, stil te staan. Goed dat de gemeente daar ook wat in doet, maar wat ons betreft heeft de gemeente hier vooral een ondersteunende rol in en we hopen niet dat de gemeente dingen te veel naar zich toe gaat
trekken. Ik denk dan maar eventjes, ik ben al jaar en dag aanwezig bij de 4 mei viering in Woudrichem. Die wordt altijd door scholen, lagere scholen geadopteerd. Alle scholen zijn daarbij betrokken. Elk jaar is een andere school adoptieschool en geven die herdenking ook vorm. Ik weet dat alle scholen, in ieder geval in de voormalige gemeente Woudrichem, ook naar Kamp Vught gaan. Als dat kan worden uitgebreid, zou het heel mooi zijn, maar daar lag echt het initiatief ook bij de scholen, de gezamenlijke scholen. En ik denk dat we dat vooral ook, er zit heel veel initiatief in onze gemeente bij scholen, bij stichtingen, bij verenigingen. Als die hulp nodig hebben: ondersteun ze, maar ga het niet als gemeente naar je toe trekken, wat ons betreft. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Gaan we naar mijnheer Kolff van de VVD. Aan u het woord. De heer Kolff: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk in het verlengstuk van de heer Duizer verder gaan. We hebben heel veel sympathie voor dit initiatief, dat daar geld voor vrijgemaakt wordt en dat er plannen zijn, uitstekend. Ja, ik denk ook, de scholen zijn genoemd, maar hier hebben we zeker ook de Oranjeverenigingen, die daar heel actief mee zijn. De plannen worden al gemaakt. Ik denk dat we dat eigenlijk bij de scholen, Oranjevereniging laten en het minder een taak voor de gemeente is. Dank u wel.
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Gaan we naar mevrouw Zaal van het CDA. Mevrouw Zaal-Van der Steen: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Kolff. Hij was me net voor. Wellicht nog met een toevoeging ook richting de wethouder om mee te nemen als idee, om ook de Jongerenraad hierin te betrekken. Vanavond voorbijgekomen, wellicht toch goed, de heer Van der Hoeven, om ze nog eens te noemen vanavond, de belangrijke rol die zij hierin ook kunnen vervullen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Zaal. Gaan we naar mijnheer Siland van AltenaLokaal. De heer Siland: Dank u wel, voorzitter. Ja, ook wij vinden dit een ontzettend belangrijk onderwerp en wat u ook aangeeft, moeten we dit zeker in deze tijd, waarin we eigenlijk nog steeds veel oorlogen zien, goed blijven herinneren dat we onze vrijheid mogen vieren. En in het komende, ja jubileumjaar klinkt misschien een beetje gek, maar inderdaad de tachtig jaar die nu voorbij zijn, dat het erg belangrijk is, alleen dat de gemeente daarin kan faciliteren, wat ze nu ook doet. Maar het initiatief, net zoals de vorige sprekers zeggen, eigenlijk wel ligt bij de verenigingen of scholen zelf. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Silan. Gaan we naar mijnheer De Raad van de SGP. Aan u het woord. De heer De Raad: Korte reactie nog, voorzitter.
In de raad door veel partijen al gememoreerd, een belangrijk onderwerp en een belangrijk jaar. Ik denk, zeker in de tijd waarin we leven, dat het ook steeds belangrijker wordt om hier aandacht aan te besteden, om ook de vrijheid die we mogen hebben met elkaar ook te blijven vieren. Alleen sluit ik me ook wel aan bij de woorden van de heer Kolff, dat er, denk ik, veel gedaan wordt in de gemeente, dat we daar zeker een faciliterende rol in kunnen spelen, maar dat we niet als gemeente daar kartrekker van moeten gaan worden. De plaatsvervangend voorzitter: Dan denk ik dat de fracties die wat wilden zeggen hier allemaal wat van gezegd hebben. Mevrouw Maris, kom ik terug bij u.
Mevrouw Maris: Ja, dank u wel voorzitter. In ieder geval heel goed om te horen dat er breed steun is voor dit moment en dat we het natuurlijk allemaal een heel belangrijk moment vinden. Ik vind het een hele goede suggestie van mevrouw Zaal om ook de Jongerenraad hierbij te betrekken, want dat is inderdaad het punt. De lagere school is natuurlijk fantastisch, maar we hebben nog wel meer jongeren en toekom stige generaties, waar ik ook een beetje naar op zoek ben hoe we die toch kunnen betrekken hierbij. Maar ik ben ook heel benieuwd naar het antwoord van de portefeuillehouder. De plaatsvervangend voorzitter: Daar gaan we naar luisteren, mevrouw Maris. Ik wil mijnheer Lichtenberg uitnodigen als portefeuillehouder. En niet als wethouder, maar als burgemeester, mevrouw Zaal, gaat hij daarover het woord voeren. De heer Lichtenberg: Ja voorzitter, dank u wel. Nou, de indiener begint denk ik terecht met dat we volgend jaar met tachtig jaar bevrijding waarschijnlijk wel de laatste keer echt nog met mensen die het echt aan den lijve en daar nog een actieve herinnering, om het maar zo te zeggen, ook aan hebben, dat die nog hun verhalen kunnen doorgeven aan de jongere generaties.
En daarom ben ik ook zo ontzettend blij, want wij zijn als … ik ben als portefeuillehouder met de ondersteuning eigenlijk al vorig jaar begonnen met de 4 mei comités ook ons voor te bereiden op die tachtig jaar bevrijding en ik ben blij te constateren dat al die 4 mei comités die wij hier in Altena hebben, al heel erg vasthoudend en goed bezig zijn om dat verhaal levend te houden en ook door te geven aan de volgende generatie. Daar worden scholen bij betrokken op verschillende manieren en dat is mooi, dat is passend per kern en dat is ook zoals u als raad dat ook heeft bedoeld: van buiten naar binnen werken. Wij hebben ook aangegeven dat we voor die tachtig jaar bevrijding ook wel wat naar extra middelen willen zoeken als college, om wat bijzondere gebeurtenissen extra te kunnen ondersteunen. Daar is vanuit het college ook vooral de bereidheid om te kijken naar activiteiten die ook wat meer Altenabreed een karakter kunnen krijgen, dus een aantal zijn daar ook van genoemd. En ik ga graag met de 4 mei comités in gesprek over wat hun plannen voor volgend jaar zijn, vanuit de gedachte dat zij heel goed in staat zijn om uw wens, die u hier ook nog eens een keer naar voren brengt om het verhaal door te geven naar jongere generaties, om daar invulling aan te geven.
En ik zou ook de Jongerenraad zelf willen uitnodigen: sluit aan bij de 4 mei comités, want dat is voor mij wel het aanspreekpunt en niet een aparte sessie met de Jongerenraad. De Jongerenraad kan zich ook, en dat doen sommige jongeren van de Jongerenraad ook, aansluiten bij de 4 mei comités. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lichtenberg. Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Ja, dank u wel voorzitter en dank u wel ook portefeuillehouder voor de beantwoording. Ja, ik word hier, ik heb hier een goed gevoel bij. Ik ben blij dat ik dit onderwerp hier heb kunnen agenderen. Ik voel hier veel steun voor, dus dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dan denk ik dat we ook op dit punt voldoende het debat met elkaar hebben kunnen voeren om een conclusie te kunnen trekken en maak ik weer plaats voor de voorzitter , mijnheer Lichtenberg. De voorzitter: En ik krijg ingefluisterd dat we nog één ronde kunnen doen, dan hebben we programma één afgewerkt, voordat wij aan de pauze kunnen beginnen. Dat is het inwonersbudget en dat is door Progressief Altena aangekondigd. Mevrouw Maris, ga uw gang. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Nou, volgens mij is het vandaag ongeveer een jaar geleden dat we hier ook stonden met deze gemeenteraad en hebben we de maatschappelijke agenda met elkaar vastgesteld.
Unaniem, volgens mij. Een agenda die met inspraak van en samen met de bewoners en inwoners, maatschappelijke organisaties, dorpsraden en verenigingen is opgesteld, en die maatschappelijke agenda laat eigenlijk zien welke onderwerpen wij de onderwerpen vinden, of in ieder geval zij, onze gemeente de belangrijke onderwerpen vinden voor de toekomst van Altena. Een agenda die past bij uitnodigend besturen, wat wij ook willen, onze ambities en een antwoord geeft op: wat voor toekomst willen wij voor de gemeente Altena? Er is een budget vastgesteld, dat heet het inwonersbudget, dat in twee tranches ter beschikking zou komen om de ideeën van inwoners te realiseren. En nu lezen we in de begroting dat het college ervoor kiest de komende jaren geen extra budget in de begroting op te nemen, maar dit binnen de huidige budgetten te bezien. Naar aanleiding daarvan hebben wij schriftelijke vragen gesteld en de beantwoording van die schriftelijke vragen was eigenlijk dat dit een eufemisme is, om het zo maar uit te drukken, en er stond eigenlijk in dat het inwonersbudget komt te voorvallen. Nou, daar zijn wij dus als Progressief Altena niet zo blij mee, om wel de volgende drie redenen. Ten eerste geven wij met het inwonersbudget invulling aan onze gedachte dat wij samen met de inwoners de gemeente Altena willen vormgeven.
Dus wat ons betreft is dat gewoon een hele belangrijke maatregel om onze burgerparticipatie en uitnodigend besturen vorm te geven. In de tweede plaats is er een evaluatie geweest van de eerste ronde van dit inwonersbudget. Dat was heel erg positief. Prachtige initiatieven, het participerend vermogen van de organisatie is enorm vergroot. Dat wordt ook bevestigd in het midtermverslag van het college. En ten slotte loopt de tweede periode nog van het inwonersbudget op dit moment en daar horen we nu ook al veelbelovende geluiden over. De evaluatie van die tweede ronde, die is pas in het laatste kwartaal van dit jaar. En wij vinden het eigenlijk heel erg, ja toch wel een beetje merkwaardig dat er nu al een afschaffing wordt voorgesteld, voordat we een project geëvalueerd hebben met elkaar. Ik ben heel erg benieuwd wat de collega-raadsleden daarvan vinden en de toelichting van het college ben ik ook benieuwd naar. Dit was het, dank u. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Wie wil zich mengen in het debat? Ik zie de heer Bouman van het CDA opstaan. Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Ja, dank u wel voorzitter.
Op zich kunnen we wel een beetje meevoelen met Progressief Altena, maar wij hebben eigenlijk altijd begrepen dat het inwonersbudget, dat dat een experiment was wat we in 2024 en 2025 zouden uitvoeren en dat het niet betekent als wij het inwonersbudget laten dekken door bestaande budgetten, wat eigenlijk dan nu geschreven staat in de Kadernota, dat het dan op dat moment zou betekenen dat we niet meer doen aan burgerparticipatie of dat we niet meer doen van buiten naar binnen werken en dat er nog steeds wel mogelijkheden zijn dat burgers initiatieven kunnen nemen. Dus wij zouden het juist heel loffelijk vinden dat er geen apart budget meer nodig is, maar dat dit ook een normale mani er van werken is in de gemeente Altena. En ja, we zijn eigenlijk ook wel benieuwd naar de uitkomsten van het experiment en dan moet nog maar blijken of er nog een extra impuls nodig is of dat het inderdaad door de bestaande budgetten gedekt kan worden. Dat is eigenlijk de manier waarop wij er op dit moment naar kijken, maar we zijn uiteraard ook benieuwd naar de collega's, hoe die erin zitten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Duizer van de ChristenUnie. De heer Duizer: Dank u. Ja, ook dank voor Progressief Altena. Ik denk dat dit een terecht punt is om aan te stellen. En in tegenstelling tot wat de heer Bouman van het CDA zegt. Ja, we zitten in 2024, 2025.
Het experiment loopt nog, dus halverwege zeggen: we gaan de budgetten halen uit de lopende budgetten, omdat het goed loopt, terwijl we eigenlijk nog niet hebben geëvalueerd of het helemaal goed loopt, is wat ons betreft wat aan de vroege kant, maar we zijn ook erg benieuwd naar het antwoord van de portefeuillehouder, waarom zij denken dat het al wel kan. Daarnaast zijn we ook erg benieuwd als je het in lopende budgetten
doet, geef dat dan ook echt nog wel de ruimte voor inwoners om daar actief gebruik van te maken, want die budgetten worden ook gebruikt door ambtenaren en wellicht hebben die zelf ook ideeën met die budgetten, dus komt het dan nog wel voldoende van de grond? De voorzitter: Mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Eigenlijk de meeste vragen die gesteld zijn, had ik ook willen stellen, moet ik dan achterwege laten. Ik kan me wel voor grote lijnen aansluiten bij het verhaal van het CDA. Dank trouwens aan PA voor het agenderen van dit onderwerp, ik denk op zich wel een goed onderwerp. We horen er veel positieve signalen over, maar we zijn ook wel even zoekende: ja, wordt het nu echt afgeschaft of gaan we het … welke ruimte is er dan binnen de bestaande budgetten? Wat is nu precies de situatie? Dus daar horen we graag de portefeuillehouder ook nog even over. En in die zin zijn we ook wel benieuwd naar de evaluatie, die later dit jaar gaat komen, om te kijken: hoe gaan we dit dan structureel naar de toekomst verder vormgeven? Blijft het nodig dat we daarop blijven investeren, of is die ruimte echt beschikbaar binnen de huidige budgetten? Maar goed, daar wachten we eerst even de reactie van de portefeuillehouder daarop af. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman: Ja, dank u wel voorzitter.
Ja, wij vinden vooral het argument dat je zegt: we stoppen ergens mee, of je hoort het op een iets eufemistische manier, voordat je een definitieve evaluatie hebt gedaan. Dat is een terecht punt van Progressief Altena dat ze daarop aangaan en dat je zegt: is het dan wel legitiem op dit moment om dat besluit te nemen? Aan de andere kant, wat de heer Bouman hier zegt van het CDA is op zich ook wel wijs. Het zou natuurlijk mooi zijn als dat gewoon een normaal gedachtegoed is, dat mensen allemaal ideeën mogen indienen en als het goede ideeën zijn, gaat het van bestaand budget af. Maar hoe borg je dat dan? Dus inderdaad, hoe zorg je dat dat geld niet allang uitgegeven is aan andere middelen en hoe borg je dat de mensen die een goed idee hebben, wat dan van het budget ‘…’ af zou moeten, dat het daadwerkelijk ook ter beschikking komt. Dus dat vind ik wel lastig. Dus we snappen het pleidooi van Progressief Altena, we snappen ook wel het idee van het CDA, maar ik vind het lastig om steun voor één van de twee richtingen uit te spreken, voorzitter. De voorzitter: U zit een beetje nog in het midden te twijfelen, dat beluister ik, ja. Mijnheer Siland. De heer Siland: Dank u wel, voorzitter. Ja bedankt, Progressief Altena, voor dit onderwerp.
Ja, wij zijn ook van mening dat het erg mooi is dat dit experiment nu loopt en dat we de inwoners zo ook hierin kunnen betrekken en dit vooral een manier is waarop de inwoner ook daadwerkelijk direct met ideeën kan komen. Nou, we voelen toch eigenlijk wel meer het idee wat net gezegd is: een experiment dat loopt en waarbij de laatste evaluatie eigenlijk nog niet gedaan is, is dat niet een beetje raar om dan daar eigenlijk al een conclusie over te nemen? Dus dat speelt eigenlijk nog wel. Daarnaast toch wel even benieuwd hoe die invulling kan geven, wat de heer Bouman net ook al zei, met al vergeven budgetten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Siland. Mijnheer Bouman van het CDA wil interrumperen. Dat mag. De heer Bouman: Ja, net stond er de heer Bouman van de VVD en ik dacht: ja, ik kan er moeilijk voor springen natuurlijk, de dichtstbijzijnde microfoon. Ja, mogelijkheden die er volgens mij ook zijn. En ik hoop echt dat dat in ons basis-DNA zit van de gemeente Altena. We hebben natuurlijk ook het right to challenge, er is een kernenbudget, er zijn best wel wat haakjes her en der, waar volgens mij burgers, verenigingen en dergelijke mogelijkheden hebben om met initiatieven te komen en dan hopelijk niet dat die 50.000 euro, die in het
experiment van het inwonersbudget zit, dat dat het enige budget zou zijn waar een burger of een vereniging iets mee kan doen, waar de gemeente Altena dan ook mee in beweging komt, want dan gebeurt er heel weinig aan burgerparticipatie. En ik zou inderdaad zeggen: ja oké, een experiment loopt. Het zou ook vreemd zijn als je een experiment voor twee jaar laat lopen, dat je dan één jaar daarna het al op de begroting opneemt. Dat is eigenlijk ook een beetje, dat zou ook een redenering kunnen zijn waar we denk ik allemaal niet zo blij van zouden worden. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk ook nog even naar de fractie van de VVA. Willen die zich niet roeren? Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Ja, dank u wel voorzitter. Dank jullie wel allemaal voor jullie reacties. Ja, dank ook voor de steun. Dat voel ik ook wel, dat u ook allemaal zoiets heeft: ja, hoe gaan we hier eigenlijk mee om? Ja, ik gaf heel kort in mijn inleiding aan dat dit ook de participatiebereidheid van de organisatie ook vergroot. Als je dit soort projecten doet, dan zie je ook dat bijvoorbeeld het platform Aan de Slag, wat wij hebben, door de eerste ronde van het inwonersbudget verdubbeld is in het aantal deelnemers. Dat betekent dat je slagkracht door dit soort projecten als organisatie op het gebied van participatie ook veel groter wordt.
Dus het is niet alleen dat wij inwoners succesvol kunnen uitnodigen, een deel van hun wensen of in ieder geval actief te maken, de kracht van Altena te benutten is ook echt goed voor de organisatie. Dus dat wil ik hier toch nog even benadrukken. Het college geeft zelf ook aan in het midtermoverzicht dat ze nog twee jaar nodig hebben om dit experiment goed te laten landen. Dus ik denk bij mezelf: hoe verhoudt zich dat dan tot deze maatregel? En natuurlijk ben ik blij dat u onze zorgen ook deelt, met name ook: hoe borg je dat dan? Op het moment dat het onderdeel wordt van een algemene pot met middelen, hoe borgen we dat dan dat dat dan toch niet opgaat aan plannetjes en ideeën vanuit interne organisatie, maar ook echt voor deze inwoners geborgd wordt? Dat vind ik toch wel een hele spannende uitdaging. De voorzitter: Maar voordat u gaat zitten luisteren we ook nog even naar het college, want daar heeft u nog recht op. Wethouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u, voorzitter. Ja, vorig jaar is er inderdaad gestart met de eerste ronde van het inwonersbudget en u heeft hiervoor voor 2023 en 2024 budget opgenomen, 50.000 euro per jaar.
En over het verloop van het eerste traject bent u geïnformeerd door middel van de raadsinformatiebrief in april afgelopen jaar, of dit jaar moet ik zeggen, en momenteel lopen we nu de tweede ronde door en dit participatietraject zal eind Q3 2024 afgerond worden en dan hopen wij ook u de evaluatie in Q4 van 2024 u kunnen doen toekomen, want de evaluatie zal plaatsvinden van beide rondes en de middelen die u hiervoor beschikbaar heeft gesteld. En daar zullen wij door middel van een raadsinformatiebrief u daarover informeren. En we hebben als college gemeend niet vooruitlopend op de evaluatie al budget op te nemen in de begroting. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Ooijen. Mevrouw Maris, u mag afsluiten. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel ook voor de beantwoording. Ja, ik denk dat het dan ook heel terecht is dat je geen besluit neemt voor de evaluatie om iets af te schaffen. Dus ik denk dat wij ons gaan beraden over een motie op dit gebied. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Daarmee constateer ik dat deze beraadslaging … Ja, of wilde u nog interrumperen, mijnheer Bouman? Dat kan, maar dan moet u even bij de microfoon gaan staan. Nee? Oké, goed. O, een onderonsje. Dat mag.
Daarmee is programma één hebben wij besproken met elkaar en dan ga ik over tot het schorsen van de vergadering, maar ik wil u even vragen om nog even te blijven zitten. Ik schors de
vergadering tot zeven uur. Dames en heren, ik heropen de vergadering en wij gaan verder met onze opiniërende bespreking van de Kadernota, de Jaarrekening en de Eerste Bestuursrapportage met programma twee, Altena Samenredzaam. We gaan naar punt 2.1, de huisvesting van bijzondere doelgroepen. De VVA heeft het woord bij monde van de heer Verbaarschot. Ga uw gang, mijnheer Verbaarschot. De heer Verbaarschot: Dank u wel, voorzitter. Ons onderwerp begint eigenlijk met een driedelige kreet en die zal ik even toelichten. Daar staat: focussen op arbeidsmigranten, te veel impact op de huisvesting en Altena first. Wij willen eigenlijk daarmee zeggen: we willen wel de focus op het binnenhalen voor arbeidsmigranten, daar is nu eenmaal behoefte aan. Maar wij willen ook wel onze inwoners van Altena beschermen tegen te veel inname van de nieuwe huizen die er gaan komen, dat we die willen reserveren voor onze eigen mensen. Dus wij willen de asielzoekers, die willen we liever niet. Daar hebben we vorige keer al over gedebatteerd, maar ik heb daar wel wat groeven aan de plaat toe te voegen. De huisvesting van asielzoekers, dan wel statushouders, dat kost zo'n 130 euro per nacht en dat betekent dat we als we 400 asielzoekers hier in Altena gaan krijgen op een gegeven moment 52.000 euro per nacht kwijt zijn en dat betekent dan zo'n 19 miljoen per jaar voor Altena.
Dus dat is nog wel iets om dan even opnieuw over na te denken als we het over een begroting hebben. Daarnaast heeft dus dit voornemen, als wij die grotere groep asielzoekers binnenhalen, heeft een grote impact op de huisvesting voor starters en verpaupering van de omgeving kan dat betekenen. En daarom willen wij in ieder geval inzetten op een tijdelijk verblijf, als we er al komen, zeker dan geen statushouders hier in Altena willen laten vestigen. Dus aansturen op in ieder geval terugkeer naar land van herkomst. Dat klinkt asociaal, maar ik denk dat wij daar wel iets over te zeggen hebben. En ik heb het de vorige keer in ons debat ook gezegd: je kunt sociaal zijn voor mensen die van buitenaf komen, al dan niet gezien als gelukszoekers of andere termen die daarvoor gebruikt kunnen worden, of je bent gewoon sociaal voor je eigen inwoners. Tevens willen wij het oog houden voor een goede sociale cohesie in de kernen en ook dat heb ik de vorige keer benadrukt en ik kan het niet vaak genoeg herhalen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. U refereert een aantal keren aan het debat wat in de Altenatafel is geweest. Ik stel voor dat we dat debat hier niet helemaal gaan herhalen, want dat zou zonde zijn, maar u brengt een paar nieuwe groeven toe, zei u zelf, dus laat andere fracties daar vooral ook op reageren. Wie als eerste? Mevrouw Hofstede.
Ja, ik stond even te kijken. Mevrouw Hofstede: Nou heel graag, want ik zou hier graag als eerste op reageren, omdat u wel zult begrijpen dat Progressief Altena daar een hele andere mening over heeft. Arbeidsmigranten kunnen zeker veel bieden, denk aan technici voor de energietransitie of extra handen in de zorg, maar er zijn ook veel arbeidsmigranten bij industrieën die ons weinig opleveren of juist zelfs belastend zijn voor onze leefomgeving. Daarnaast is er ook veel uitbuiting van arbeidsmigranten. Mensen die wonen onder slechte omstandigheden, waarbij misbruik gemaakt wordt van hun situatie, et cetera. Op arbeidsmigranten zou wat Progressief Altena betreft dus juist veel meer regie moeten zijn. Daartegenover vindt Progressief Altena dat we een veilige plek moeten bieden aan mensen die huis en haard hebben verlaten, omdat het in hun eigen land niet veilig is. We hebben hierin naast een wettelijke verplichting ook een morele verplichting. Er is een mooi programmaplan opgesteld, waar we inderdaad vorige week onder andere, maar ook al in heel veel andere momenten met elkaar als raad over hebben gesproken en ook onze invloed op hebben kunnen uitoefenen. In dit plan is ook zeker aandacht voor de huisvesting van al onze inwoners. Er staat ook dat er gezocht wordt naar creatieve vormen van huisvesting voor bijvoorbeeld statushouders, denk daarbij aan flexwoningen.
Dus het verbaast me dan ook dat u hier nu nogmaals aandacht voor vraagt en wij zullen dan ook zeker niet meegaan met uw suggesties. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mevrouw Schermers, ga uw gang. Mevrouw Schermers-Van Elderen: Dank u wel, voorzitter. Ik weet niet wat er gebeurt. Ik was hier net zelfs vervanger als voorzitter en nu weet u mijn naam wellicht niet meer. Maar goed, het is u vergeven bij deze. De voorzitter: Het was ook de gemeente Aalburg. Mevrouw Schermers-Van Elderen: O, van de gemeente Aalburg. Ja nee, daar was ik inderdaad niet van, nee Nou mijnheer Verbaarschot, u zegt: we hebben drie pijlers. Focus op arbeidsmigranten, te veel impact op huisvesting en Altena first. Nou, ik heb net een heerlijk toetje op, maar hier word ik toch een beetje onpasselijk van. Dus ik wil eigenlijk gewoon maar drie kreten dan terug noemen. We hebben inderdaad, wat mevrouw Hofstede al zei, we hebben hier een wettelijke. Tweede, we hebben een humane taak en vanuit de ChristenUnie ook nog een hele duidelijke christelijke opdracht tot naastenliefde, tot de vreemdeling huisvesten die in onze steden woont en dus gewoon nog een stuk gastvrijheid te bieden. En dan daarbij optellend is dat eigenlijk drie keer scheepsrecht, want we hebben dit in de raad al op drie verschillende manieren besproken. De laatste vergadering is VVA eigenlijk toch weer met hetzelfde deuntje gekomen. Ik heb geen groeven in die langspeelplaat extra. Nee, het is echt een heel treurig liedje wat het geworden is.
12 procent hebben we toen op tafel gehad. Dat betekent dat 88 procent gewoon voor onze Altenaburgers zijn , Altenezen, Altenaren, Altenaren is het geworden. U zegt dat dat verpaupering teweegbrengt. Dat vind ik nogal wat, want daarmee geeft u eigenlijk gelijk een hele negatieve lading aan het huisvesten van asielzoekers , statushouders, vluchtelingen. Ik weet niet of u wel eens in wijken gewoon in onze dorpen bent wezen kijken, maar ja, daar moeten we ook gewoon soms aan denken. U zegt: het klinkt misschien asociaal, maar het is in onze ogen ook gewoon heel asociaal om dit te vinden. Dus ik heb hier eigenlijk geen goed woord voor over. Dat wil zeggen dat ik u als mens niet afschrijf, maar wel uw voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Bouman van de VVD. Mijnheer Bouman: Ja, dank u wel. Ja, wij zitten er redelijk praktisch in, want we kunnen eigenlijk niet zoveel met hetgeen wat VVA nu uit. U noemt arbeidsmigranten. Het beleid is al gericht op het huisvesten van arbeidsmigranten op aparte locaties, niet in woningen, zodat woningen beschikbaar blijven voor onze eigen inwoners. Statushouders is gewoon een wettelijke taak. Je krijgt een bepaald aantal statushouders toegewezen als gemeente, die zul je moeten huisvesten. Punt. Kan je leuk, wel waar, mijnheer Timmermans, kan je gaan zitten huilen, maar dat is gewoon zo.
Asielzoekers is nog geen wettelijke taak, maar we zullen de koek gewoon eerlijk moeten verdelen in Nederland. We kunnen niet hebben dat een paar gemeenten alle asielzoekers moeten opvangen en dat wij hier ons terugtrekken op ons eiland en zeggen: hier lekker niet. Zo werkt het in bestuurlijk Nederland niet. We zijn samen één Nederland. En terugsturen, dat is inderdaad een beetje asociaal en daar gaan we als gemeente ook niet over. Dus je kan wel gaan zitten ‘…’ over: die mensen moeten terug, maar daar gaan we helemaal niet over. Dus verspil daar ook geen energie aan, zou ik zeggen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Vos van het CDA. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk heel weinig toe te voegen aan mijn voorgangers. Ook ik heb weinig nieuws gehoord van deze lp. We hebben het uitgebreid besproken tijdens de Altena ronde en tafel. We hebben een wettelijke taak, maar volgens CDA ook zeker een morele verplichting om deze dingen na te komen, die verantwoordelijkheid te nemen en die uit te voeren. En zoals eerder al uitgesproken steunen wij het ingezette beleid met daarin die vijf strategische doelen en daar hebben we het uitgebreid over gehad. En ja, ook u noemde daarstraks nog weer eens een keer de term gelukszoekers. Ja, ik kan me daar niet in vinden,
want wie zoekt het geluk? Ik denk dat we allemaal het geluk zoeken en om mensen als gelukzoekers weg te zetten, dat past ons niet. En daar wil ik het eigenlijk bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Ga uw gang, de heer Versluis. De heer Versluis: Ja voorzitter, ik twijfelde ook eigenlijk om nog op te staan en toen ik hier eenmaal stond, toen had ik nog meer twijfel, maar nu sta ik hier toch. Ik was toen ik dit agendapunt zag staan: nou, moet ik vanavond met Trump in debat? Ik dacht: dat hoop ik niet, want mijn Engels is niet zo heel goed, maar er staat toch echt een Altenees voor me hier. Maar ja, wat ik wil zeggen: ik vind het echt jammer dat de VVA dit opnieuw agendeert. We hebben nog geen zeven dagen geleden, de vergadering vorige week begon om half tien, dus dat is nog geen zeven dagen geleden, hebben we precies ditzelfde besproken. En ik wil niet in herhaling vallen wat ik daarvan heb gezegd. Het ligt ook in de lijn met hetgeen wat ik hier allemaal gehoord heb. U geeft dan even praktisch aan, u zegt: ik heb een nieuw punt gevonden. Het was een hele lange rekensom, die eindigde op 19 miljoen. Ja, u moet natuurlijk nu niet gaan voorspiegelen dat de gemeente Altena een tegenvaller van 19 miljoen gaat krijgen, want dat is natuurlijk gewoon helemaal buiten de orde. Slaat gewoon nergens op, zijn hele andere grootheden. Dat is overheidsgeld.
Gaat u alstublieft niet ons begrotingsoverleg vervuilen met 19 miljoen wat een Rijkstak is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Volgens hebben we alle fracties zo'n beetje gehad. Mijnheer Verbaarschot. De heer Verbaarschot: Mag ik terugvuren? De voorzitter: Nee, u mag niet vuren, u mag reageren. De heer Verbaarschot: Ik zal het netjes houden. Ik zal niet in herhaling vallen van de vorige inderdaad dingen die er al gesproken zijn. De opstellingen zijn natuurlijk te begrijpen voor de andere politieke partijen . Echter was ik wel van mening om dat toch even mee te geven, want ja, de herhaling is soms de beste uitweg voor verandering. Maar ik wilde toch nog wel even iets benadrukken en dat is dan toch ook wel een beetje een reactie op mevrouw Schermers van de ChristenUnie. Het is niet kwaad bedoeld, maar als je dit uit christelijk oogpunt dan toe wil laten, hoe denk je dan over mensen die met een islamitisch geloof hier komen en dan nog lijnrecht tegenover je kan komen te staan als het gaat over levensovertuigingen? Ik wil niet per se zeggen: ja, dat gaat fout of zo. Maar er zijn wel dingen waar je op een gegeven moment mee geconfronteerd gaat worden en waar je als gemeenschap ook daadwerkelijk toe gedwongen kan worden om daarin mee te gaan op een gegeven moment.
Ander punt is: wat kan er gebeuren aan sociale cohesie als die mensen in Altena terecht gaan komen? Kijk, als de percentages laag genoeg blijven … De voorzitter: U krijgt een interruptie, mijnheer Verbaarschot. Maar ik wil u ook alvast waarschuwen dat ik eigenlijk geen debat over artikel 1 van de grondwet hier wil hebben. En ik vraag u ook om een beetje op te passen, u schuurt daar wel tegenaan. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-Van Elderen: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, u maait een klein beetje het gras voor mijn voeten weg inderdaad, ik denk dat dat een terechte opmerking is. We hebben inderdaad een soort Kadernotadebat, dan past dit wellicht minder. Maar we hebben gelukkig ook godsdienstvrijheid in Nederland en die is denk ik voldoende gewaarborgd en bovendien, het is ook een kans om dat rijke evangelie te vertellen aan andere mensen.
De voorzitter: Mijnheer Vos. De heer Vos: Ja, dank u voorzitter. Mevrouw Schermers werd aangevallen op de christelijke identiteit. Ik vind dat wij dan als andere christelijke partijen ook van ons mogen laten horen. Wij voelen dat ook en ook een uitspraak van: die mensen. Ik denk niet dat we zo over andere mensen moeten spreken. Dat past hier niet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Mijnheer Verbaarschot, gaat u verder tot slot. De heer Verbaarschot: Ja, ik ga niet tegen artikel 1 van de grondwet in. Ik wil alleen maar wijzen op de mogelijke verschillen die er zijn, dat dat ook tot conflicten kan leiden. En het gaat in dit geval misschien niet om Altena, omdat je daar het voorbeeld niet zou hebben, maar kijk naar de steden, waar de concentraties wel hoger zijn geworden en waar die mensen op een gegeven moment wat meer op elkaar gaan kluiten. Daar heb je inderdaad wel dat soort problemen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Ik kijk nog even naar het college of er behoefte is vanuit het college om nog te reageren? Mevrouw Van Hunnik? Mevrouw Van Hunnik: Ik heb geen vraag gehoord, voorzitter. De voorzitter: Nee hoor, ik heb ook geen vraag gehoord, dus kan het prima. Ik constateer dat de beraadslaging is afgerond op dit punt. Dan gaan we naar agendapunt 2.2, de Altenabon. Progressief Altena. Mevrouw Hofstede: Ja, dank u wel voorzitter.
Bij de bespreking van de Kadernota 2024 is een motie aangenomen, waarin opgedragen werd de invoering van de Altenabon slash pas verder uit te werken en bij de Kadernota van 2025 een voorstel te doen voor de dekking vanaf 2025. Tot mijn grote verbazing is in de Kadernota 2025 pas een dekking vanaf 2026 gereserveerd voor deze Altenabon. Helaas is het nog steeds voor veel huishoudens moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. We weten wat voor invloed dat heeft op onder andere welzijn en gezondheid. Een extraatje kan hierbij helpen. Progressief Altena ziet dus de invoering van de Altenabon graag in 2025 plaatsvinden en hoopt hier steun voor te vinden bij de andere fracties. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman: Dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben al meerdere keren over de Altenabon hier gesproken en die evolueert zich. We hebben afgesproken: dan wordt die opgenomen in een bredere Altenapas, waar mensen meerdere dingen mee kunnen doen, dan hebben ze een extraatje en dan kunnen ze misschien ook, weet ik veel, met de pont overvaren of zoiets. Dat vonden we allemaal goed en we hebben het college ook tijd gegeven om het te ontwikkelen. En toen hebben we als raad een collectieve opdracht gegeven: ontwikkel die bon en neem hem op in die pas en doe dat voor ‘25. We hebben ook gezegd: reserveer daar geld voor in ’25.