CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-11-07 Transcript raadsvergadering

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente Altena37.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Op het moment als wij die twee fte vanaf 2027 volledig gefinancierd zouden krijgen marktconform vanuit de scholen dan nog zijn er de inkomsten die aan uw raad behoren. Dus u loopt helemaal geen risico, dan haal ik de 165.000 van de scholen en zegt: kijkt u, dit hebben we aan inkomsten binnengehaald. Waar heeft u het over? De heer Bouman: Oh, maar dat is mooi. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Dat is heel mooi, want dat betekent dat we die 165 dus waarschijnlijk niet nodig hebben, voorzitter. De heer Sheikkariem: Voorzitter, ik draai hem om. Mijnheer Bouman, waarom zegt u niet: beste college, als u ervan overtuigd bent dat u dit aankan, gaat u het uitvoeren en komt u in 2026 met een evaluatie en dan gaan we als raad zeggen of we die 165 wel of niet gaan bezuinigen vanaf 27. Maar vanaf nu, met de scope van nu, hebben we te weinig onderbouwing om daarin risico te nemen. En ik durf het wel aan om over twee jaar met u daarover te sparren, maar nu zou ik hem eerst gewoon in willen vullen en dan eruit halen als ik het niet kan onderbouwen en niet eerder. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Voorzitter, u weet ook dat terug bezuinigen is altijd moeilijker dan iets niet verhogen. Als we die nu die twee opplussen en we zetten die 165 erbij dan gaat hij er niet zomaar meer vanaf, dat gaat gewoon niet gebeuren.

De heer Sheikkariem: Over drogreden gesproken, dit is al een mooi voorbeeld daarvan.

De heer Bouman: De heer Sheikkariem, dit was geen drogreden, dit is gewoon politieke werkelijkheid. Het is makkelijker om van tevoren iets niet te verhogen dan achteraf een bezuiniging toe te voegen van iets wat gezien wordt als een bestaand recht. Uw drogredenatie zag overigens toe op het feit dat u niet meer van die fte's af zou komen omdat u ze wel vast in dienst zou moeten nemen en er in de tussentijd helemaal niks zou wijzigen sinds 2027 dat u zou zitten met over personeel. Dat is een drogredenatie, want dat is niet per definitie waar, want ten eerste heeft u zelf al gezegd iedereen is in algemene dienst, kan wat anders gaan doen. Tweede, ik verplicht u ze niet vast aan te nemen, u kan ze ook via een bureau die vast in dienst bij iemand anders die op heel veel gemeentes buurtsportcoaches levert. Derde, natuurlijke afvloei, et cetera et cetera et cetera. Dat was de enige drogredenen waar ik u van betichte. De voorzitter: Wethouder namens het college, tot slot. De heer Sheikkariem: Ik geef u mee, ik doe een aanbod waarin de evaluatie kon plaatsvinden en dan kunt u het eventueel ter discussie stellen.

Voor nu zou ik het vooral ontraden, uw amendement, waarmee ik u ook nog eens mee wil geven dat u uw ogen niet moet sluiten voor datgene wat u zelf in maart, uw collega destijds, mijnheer Van der Pluijm namens de VVD inbracht over de ontwikkeling die we bij de beleidskader leven in de komende vijf jaar op ons af zien komen. Toen was het enthousiasme om te investeren en daar gewoon energie in te steken. En op het moment als ik hem in de meerjarenbegroting opneem, wilt u er een einde aan vastknopen en dat is in ieder geval niet consequent. De heer Bouman: Ik geloof nooit, voorzitter, dat de heer Van der Pluijm heeft gezegd: doe er maar 165.000 euro bij voor buurtsportcoaches, dat zal hij niet gezegd hebben. Dat een. Uw handreiking voor de evaluatie, ik hoef hem niet, niet omdat ik lelijk wil doen, maar ik kan altijd een evaluatie vragen, voorzitter, daar heb ik uw handreiking niet voor nodig. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Ik neem aan dat na afronding van dit debat u het amendement gewoon gaat indienen. De heer Duizer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Duizer. De heer Duizer: De VVD hoeft hem niet, maar ik vind het wel netjes als de wethouder na twee jaar komt of die in de raad daarna nog nodig heeft, het geld. Ik vind dat een terecht punt om op dat moment die afweging te maken.

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Duizer, maar het debat is voor mij betreft nu afgerond met de laatste vraag aan de heer Bouman. Amendement blijft gewoon staan, denk ik. Dan zullen we hem straks in stemming brengen. Gaan we naar programma 3.2 milieuvriendelijkste, milieuvriendelijke, misschien ook wel milieuvriendelijkste, dat weten we nog niet, kunstgrasvelden. Een verspreking. Mijnheer Verdoorn van het CDA. De heer Verdoorn: Dank u voorzitter. Voor ons ligt een motie over de milieuvriendelijke kunstgrasvelden. Het CDA ziet graag dat de kunstgrasvelden met rubberen korrels worden vervangen door milieuvriendelijke kunstgrasmaterialen, zal ik het zo zeggen. Argumenten voor het vervangen zijn de onduidelijkheid over de gezondheidsrisico's, de geuroverlast van het rubber, de aantasting van de bodemstructuur en het negatieve milieueffect ervan. De EU verbiedt vanaf 2032 rubberkorrels op kunstgrasvelden. Er kunnen dus voor die tijd

nog altijd kunstgrasvelden met rubberkorrels worden aangelegd. Voor het realiseren van milieuvriendelijke kunstgrasvelden zijn extra gelden nodig, dit moet worden opgenomen in het onderhoudsprogramma voor sportvelden. Dit zijn de redenen waarom wij deze motie hebben opgesteld. We zijn benieuwd of andere partijen deze motie willen steunen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Verdoorn. Mijnheer Kolff staat als eerste bij de microfoon. Gaat uw gang. De heer Kolff: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb eigenlijk wel een vraag aan de heer Verdoorn. Het is een heel mooi plan dat er gesuggereerd wordt, maar ik heb het nagevraagd, dat is niet mogelijk. Kunstgrasvelden die nu met rubber zijn, kan je niet omswitchen naar kurk toe, dat gaat gewoon niet. Er zit een afschrijving aan dus als ze niet aan de afschrijvingstermijn zitten moeten we tot 2032 met het rubber verder. Het is gewoon niet mogelijk. De laag moet eraf, het hele veld moet eraf en er moet gewoon een ondertapijt onderkomen als je met kurk aan de gang wil. Dus het is niet zomaar gezegd: we gaan over van rubber naar kurk, haal het eraf en je brengt het erop, maar dat kan gewoon niet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Kolff. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, mijnheer Nieuwenhuizen zou normaliter het woord voeren, die is daar nog deskundiger in als ik.

Maar goed, hij is helaas ziek. Volgens onze informatie mogen op het moment geen kunstgrasvelden meer met rubberkorrels aangelegd worden, dus de angst voor nieuwe velden lijkt ons niet zo reëel. Wij zouden het als we al gaan vervangen, gewoon in het route, in de roulatie zitten van wanneer we kunstgrasvelden moeten vervangen, wat we recent met de Kozakken Boys hebben vervroegd vanwege technische redenen in die cyclus. En daar moet dan wel wat middelen voor opgenomen zijn. Ja goed en volgens mij, volgens de echte voetballers moet je eigenlijk helemaal van kunstgrasveld af want het is toch blessuregevoeliger en het voetbalt minder lekker. Dus nou ja, daar moeten we dan misschien ook nog eens over nadenken. En als we het hebben over het afdichten en het verpesten van ondergronden dan is volgens mij elk kunstgrasveld is niet echt heel erg goed om daar heel gezond leven onder te houden. Dus dat zou nog meer pleiten voor gewoon gras. De voorzitter: De heer Timmermans. De heer Timmermans: Ja voorzitter. Voorzitter, we laten even het woord milieuvriendelijke kunstgrasveld even bezinken. En dat doet me denken aan de chemische ballen die we hier geserveerd krijgen. Het lijkt namelijk op vlees, maar het is geen vlees. Kunstgrasvelden zijn geen grasvelden, het blijft kunst en niet milieuvriendelijk.

Voorzitter, ik kan er eigenlijk heel kort over zijn, we willen gewoon terug naar grasvelden en niet naar kunst. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Timmermans. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Dank u wel voorzitter. Voor wat betreft de milieuvriendelijke kunstgrasvelden, ja, ik ben het eigenlijk eens wat mijnheer Kolff van de VVD eigenlijk aangaf: de huidige velden die gevuld zijn met rubbergranulaat, die kunnen niet zomaar vervangen worden door bijvoorbeeld kurk. Het is niet zo dat je er met de stofzuiger overheen kunt gaan en vervolgens kurk erop kunt strooien, het behoeft gewoon een andere ondergrond, dus ze zullen vervangen moeten worden. Voor mijnheer Verdoorn, ja, ik denk dat ik de stukken van de Europese Unie anders heb gelezen dan u want volgens mij wordt daarin gezegd dat over acht jaar, dus 2032 even uit mijn hoofd, dat alle velden die nu met rubber zijn ingestrooid dat die dan een milieuvriendelijkere variant zouden moeten hebben. Dus het is niet zo dat de velden die nu aangelegd worden

nog met rubber gevuld kunnen worden. Over acht jaar moeten alle velden voorzien zijn van een milieuvriendelijkere variant. En of dat nou kurk is of iets anders wat wellicht over een paar jaar nog ontwikkeld wordt, daar gaat het nu niet zo heel erg om. We mogen ervan uitgaan dat een kunstgrasveld die nu aangelegd wordt dat die minstens acht jaar meegaat. Dus je moet gewoon aan die doelstelling voldoen die de Europese Unie heeft ingericht. Dus alle velden die nu al aangelegd worden moeten al een milieuvriendelijkere variant bevatten. Tot zover even. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Vos. Mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Ja, dank u wel voorzitter. Er is al het nodige over gezegd, het is inderdaad dat dat niet op deze ondergrond past, dat het ook de komende acht jaar vervangen zal moeten worden. Volgens mij is het ook in het onderhoudsplan wordt het ook al toegepast voor de komende jaren. Dus volgens mij is deze motie volstrekt overbodig. Daarnaast hoor ik de discussie tussen echt gras en kunstgras. Laten we in ieder geval wel beseffen dat als we zeggen we gaan terug naar echt gras, dat we dan waarschijnlijk een ander vraagstuk krijgen, dat er heel wat extra velden bij moeten komen van de verschillende verenigingen en dan hebben we volgens mij nog een ander vraagstuk te doen.

‘…’ De voorzitter: Precies en dat is geen onderwerp van deze motie, dus ik zou het ook niet in willen brengen in het debat verder meer. Dank u wel. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Nou, dan rekent u toch even buiten de maat, voorzitter. Ja, want op het moment dat mijn collega dat inbrengt dan is dat een onderwerp wat ik geschreven heb en dat ik in ieder geval als u het mij vraagt als kenner, want dat ben ik, wat heb je liever kunstgras of gewoon gras, dan ga ik voor gewoon gras. Maar we weten en dat mist dan de heer Timmermans die mist dat dan, de discussie of althans het hoe en waarom, dat ooit besloten is dat er kunstgras zou moeten zijn want dat heeft echt te maken zoals mijn collega Noordergraaf dat ook zei, het heeft A te maken met groot onderhoudskosten ook voor normale velden maar vooral ook het niet kunnen trainen, het niet kunnen trainen bij slechte weersomstandigheden. En daar hebben we voor gekozen, in heel Nederland overigens, voor kunstgrasvelden om in alle gemeentes om dat in ieder geval voor de jeugd in ieder geval, ja, veel intensiever nog te kunnen gebruiken dan afgelastingen bij veldvoetbal. Dat is het laatste wat ik over het veld zal … De voorzitter: Dat wou ik, als kenner wou ik u die gelegenheid wel bieden, maar dan even naar de motie. De heer Den Haan: Maar dat is ook zo.

Nou ja goed, wat de heer Verdoorn vertelt in zijn overwegingen, dat klopt, daar kan ik alleen maar achterstaan. Maar goed, ook de collega's die hebben verteld en dat hebben we de vorige keer ook al verteld: joh, let op, in een bepaalde periode dan mag dat al niet meer. Nou, we hebben het, de heer Kolff maait het gras voor mijn voeten weg om te zeggen dat de ondergrond anders zou moeten want dat kan dus niet. Kurk heeft ook wel overigens nadelen want als het hard regent, dan ligt het onder de reclameborden en dan moet het ook weer op een keurige manier moet het weer door onderhoud, moet het weer op de goede plekken gezet worden. Maar we zijn het erover eens dat dat inderdaad milieuvriendelijker zal moeten. En we hebben ook de vorige keer in de behandeling hebben we de portefeuillehouder horen zeggen dat wij eigenlijk dit al doen. We hebben het bij Kozakken Boys al gedaan en, nou ja, dat werd ook verteld, dat was een noodzaak situatie en ik heb de portefeuillehouder horen zeggen dat we dit al in gaan zetten. Dus ik zoek nog eventjes, mijnheer Verdoorn, naar de en er werd hier al wat harder gezegd dat hij overbodig zou zijn, maar ik zoek voor mezelf nog even naar de, nou ja, noem het de hardheidsclausule zeg maar om … Ik ben er niet op voorhand tegen maar om dan te kijken of dat nou echt overbodig is ja of nee. Dank je wel voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Den Haan. Mijnheer Verdoorn. De heer Verdoorn: Nou, we gaan toch nog even technisch zijn. De grasvelden, daar is de speelduur korter dus je zou in principe heel cru gezegd twee grasvelden nodig hebben voor een kunstgrasveld. En dan heb je meer vierkante meters nodig en die vierkante meters die willen we anders benutten. VVD en Progressief Altena, het gaat over de nieuwe aanleg van kunstgrasvelden dus niet de huidige die er al liggen, dus moet een huidig veld nu vervangen worden, dan willen we dat milieuvriendelijk doen, dus de nieuwe aanleg van kunstgrasvelden. En dan geldt die periode van acht jaar en theoretisch zou het zo kunnen zijn dat we nu voor rubberkorrels kiezen en dan over acht jaar voor milieuvriendelijk. Dat kan omdat als er heel veel op gespeeld wordt dan is de levensduur van zo'n rubberkorrel kunstgrasveld korter en kan het na acht jaar toch vervangen moeten worden. Dan val je binnen die termijn die de EU verbiedt om vanaf 2032 rubberkorrels niet meer toe te passen op kunstgrasvelden. Dus dat was even kort mijn beantwoording van de vragen die bij de andere partijen leven. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Verdoorn. Gaan we naar het college, portefeuillehouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel voorzitter.

Voorzitter, het college is voortvarend bezig om daar waar het speelt over vervuiling en onderhoud, het zo uit te voeren. En ik ben ook blij dat meerdere raadsleden dat herkennen. Mijnheer Noordergraaf gaf het nogal vrij duidelijk weer. Het is daarmee overbodig. Ik kan u toezeggen in het ontwerp meerjaren onderhoudsplan is het gewoon structureel opgenomen, dat is gewoon een voorwaarde dus dat moet u in ieder geval geruststellen. Het college heeft vandaag de eerste uitgangspunten van het meerjaren onderhoudsprogramma kunnen bekijken. We gaan de komende twee weken daarover discussiëren en proberen na twee weken uw kant op toe te sturen zodat u in ieder geval volgens afspraak het in uw mailbox al eind van dit jaar heeft. En het is aan uw raad om het te agenderen wanneer het u uitkomt. Wat ik u meegeef is dat u ook terecht opmerkt, mijnheer Verdoorn, dat als er dus echt successievelijk allemaal zouden vervangen en een ander materiaal daarvoor in de plaats dat dat ook vraagt om een ander onderhoudsprogramma. Onderhoudsprogramma is niet alleen iets waarvan we zeggen van goed, het is ander materiaal, maar het vraagt ook om een andere begeleiding en een stukje instructie en training misschien ook wel voor de verenigingen hoe dat toe te passen. Dat is een ander verhaal, maar dat moeten we niet uit het oog verliezen.

Dus wij zien, ik zal niet zeggen dat wij dit omarmen maar wij zijn blij dat u met uw motie onze inzet omarmt. De voorzitter: Dank u wel wethouder Sheikkariem. Dan gaan we naar de tweede termijn. Mijnheer Timmermans, niet meer over het echte gras graag. De heer Timmermans: Nou ja, wel voorzitter, want … De voorzitter: Nee, want dat is geen onderwerp van de motie dus ik ben daar toch even streng in. Ik heb u in de eerste termijn ruimte gelaten om daarover te spreken maar we hebben met elkaar ook een afspraak om het hier te hebben over het dictum van de motie en niet over wat er niet in staat. De heer Timmermans: Dan wil ik u daarbij corrigeren want de heer Verdoorn die gaf in zijn termijn gaf hij aan waarom dat kunstgrasveld toen wordt toegepast ten opzichte van gewoon grasveld. Dat was een beantwoording op mijn vraag, dus wel degelijk, ik ga hier wel zeker even een opmerking over maken. Ik vind het jammer dat bijvoorbeeld de heer Alderliesten over bijvoorbeeld kunstgrasveld mij niet bijvalt als groene partij in ons midden om daar iets aan te doen. En ik wil de opmerking ook nog even maken richting de SGP, ik vind het ook frappant dat de brood en spelen partij hier dan ook nog een toepassing bij maakt. Want uiteindelijk is het wel zo, doet u dat allemaal voor andere sportclubs ook? We hebben het dadelijk over

hockey, gaat u daar ook een extra veld voor aanleggen omdat ze dan meer kunnen trainen? Uiteindelijk is het allemaal en en en. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Timmermans. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, nou goed, wat inderdaad overblijft is de vraag wat de motie toevoegt. Volgens mij worden er geen kunstgrasvelden meer aangelegd met rubberkorrels. We gaan vervangen waar dat nodig is, waar dat nodig is volgens het onderhoudsprogramma. Dus ja, wij zien helaas voor het CDA geen enkele toegevoegde waarde om deze motie te steunen en zullen dat ook niet doen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Hoeven. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Ja, dank je wel voorzitter. Ja, eigenlijk in lijn op wat mijnheer Van der Hoeven ook schrijft of zegt, ja, de wethouder die geeft al aan we hebben het opgenomen in onze stukken. Wij gaan geen grasvelden vervangen door rubberkorrels. En nou ja, wat ons betreft is de motie daardoor ook overbodig. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Vos. Mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Ja, een korte reactie nog richting de heer Timmersmans. Ik hoor een term brood en spelen. Ik weet niet hoe ik die combinatie moet zien. Het was meer de constatering over de vergelijking tussen gewoon gras en kunstgras en meer was het volgens mij niet. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Noordergraf. Mijnheer Den Haan.

De heer Den Haan: Nou, daar ga ik maar niet meer op in, voorzitter, die onzin. Maar dus ik heb nog wel even een vraag richting de heer Verdoorn. Dit luisterend zo: ja, hoe kijkt u daar zelf tegenaan? Want, ja, wij onderschrijven het allemaal. Uw motie is wat dat betreft helder, maar het verhaal van de portefeuillehouder ook en van de rest van de collega's volgens mij ook of het grote deel in ieder geval. Dus het wordt al gedaan maar hoe kijkt u er tegenaan? De heer Verdoorn: Ja, ik zie het eigenlijk ook allemaal als een toezegging dus in principe maakt dan de motie overbodig. Dus bedankt voor het college voor het heldere antwoord en de snelle uitvoering ervan. De voorzitter: Dank u wel. Dan wordt deze motie ingetrokken en dan kunnen we overgaan naar agendapunt 3.3, mag u blijven staan mijnheer Verdoorn want dat gaat over de hockeyvereniging Altena. De heer Verdoorn: Voor ons ligt de motie over het haalbaarheidsonderzoek van een hockeyvereniging in Altena. In Nederland zijn er momenteel 323 hockeyverenigingen met 255.000 leden. Een hockeyvereniging kan een waardevolle toevoeging zijn op het sportaanbod dat past bij de schaal en het inwoneraantal van de gemeente Altena. Het CDA wil dat er een onderzoek wordt gestart naar de behoefte van een hockeyvereniging in Altena. Initiatiefnemers kunnen zich melden bij de gemeente via het platform aan de slag.

Het initiatief komt hierdoor bij de initiatiefnemers te liggen en niet bij de gemeente, het hoeft ook geen duur onderzoek te zijn. Graag ontvangen wij voor 1 juni 2024 een antwoord op de vraag of er een behoefte is aan een hockeyvereniging in Altena. We zijn benieuwd hoe de andere partijen hierin staan. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Verdoorn. Mijnheer Noordergraaf van de SGP.

De heer Noordergraaf: Dank u wel voorzitter. Twee weken terug hebben wij hier ook een reactie op gegeven en volgens mij hebben we nog nooit als gemeente onderzoek gedaan of er een vereniging zou moeten komen. Wel naar accommodaties. Dus wat ons betreft is het gewoon aan de initiatiefnemers als die er zijn om met een voorstel te komen om een vereniging op te richten en dan zien we dat met belangstelling tegemoet. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Noordergraaf. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wij spreken allemaal eigenlijk altijd dat we heel graag van buiten naar binnen willen werken. En dan in het kader daarvan vind ik deze motie eigenlijk geen goed voorbeeld. Ik zie onze gemeente als een toegankelijke gemeente, waarbij het dus een mooi voorbeeld is van uitnodigend bestuur. Als er iemand is in onze gemeente die heel graag een hockeyvereniging wil oprichten dan zijn wij als gemeente voldoende, wat mij betreft voldoende bereikbaar en laat ze vooral zich aanmelden en dan gaan we samen met hen kijken wat we voor hen kunnen betekenen. Maar van tevoren een onderzoek doen of dat iets nodig is hoeft van ons betreft niet. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Vos. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, dank u wel voorzitter. Volgens mij is er in het verleden in Aalburg al een keer een onderzoek gedaan door wethouder De Backer destijds, VVD-wethouder.

Daarna is er nog een keer een onderzoek gedaan rond plannen rond het golfpark, waarin ook gekeken is naar atletiekbaan en een hockeyveld erbij. Ook toen was het niet van de orde. En voor de rest sluit ik me aan wat mijn voorgangers hebben gezegd maar dat vond ik wel ‘…’ argumenten die erbij hoorden. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Ja, dank je wel voorzitter. Nou, collega Verdoorn, wij zijn het eens als het gaat over dat we het leuk zouden vinden dat er ook een hockeyvereniging in Altena zou zijn dus daar sluit ik me volledig bij aan. Maar als ik kijk naar de motie en het om de gemeente dan, maar dat is al een paar keer gezegd, het onderzoek te laten doen, ja, dat vind ik even iets te ver gaan, dat moet uit het initiatief van de mensen zelf komen. Ik voeg er nog even aan toe dat naar aanleiding van het verzoek wat er lag, dat wisten we dus al, dat we toch nog even wat vooronderzoek hebben gedaan bij mensen die zeg maar hockeyen. Of dat nou in Raamsdonksveer is, Oosterhout, of in Gorinchem, ja, daar bestaat verschil in.

Je zou sowieso kunnen denken dat mensen die zeggen: nou, op het moment dat mijn kind in de JO12-6, dat is echt recreatief en dan, ik noem dat altijd een beetje badinerend tweede klas maandagmorgen, dan kan ik me nog voorstellen dat je zegt van nou dan is er bereidheid om dan een eigen vereniging te beginnen is groot. Maar op het moment dat die kinderen al spelen op een bepaald niveau in een, nou, in een JO12-1, dus in een selectieteam, dan gaan die mensen echt niet terug van die vereniging naar een eigen op te richten vereniging waar alles nog mogelijk is. Dus het initiatief, dus kijkend naar een hockeyveld, ja, dat omarm ik echt want dat gaat over dingen die we misschien best wel missen in of mogelijk kunnen zijn, maar dat de gemeente daar zeg maar een rol in zou moeten spelen anders dan het ontvangen van een initiatief, ja, dat is voor ons ruim voldoende. De voorzitter: Dank wel mijnheer Den Haan. Mijnheer Verbaarschot. De heer Verbaarschot: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Ik denk dat inderdaad ook als voorgaande sprekers al zeiden dat het zo zou moeten zijn dat initiatiefnemers het initiatief krachtig genoeg zouden moeten kunnen nemen om tot een verzoek te komen als een vereniging opgestart zou kunnen worden dat daar voldoende mensen voor zouden zijn, dat dat bij een gemeente zou kunnen komen liggen om eventueel ondersteuning

daarvan te krijgen. Er zijn voldoende voorbeelden in de maatschappij bekend dat er ook heel veel krachten zich dan kunnen verenigen om zelfs een sponsoring los van gemeentegeld daarvoor te kunnen krijgen. En dat zou eigenlijk het mooiste zijn wat ons betreft. En ja, hockey welkom, maar niet op kosten van de gemeente alleen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Verbaarschot. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ‘…’. Er is genoeg over gezegd, de voorgangers hebben denk ik duidelijk uitgesproken dat het de omgekeerde wereld is dus daar sluiten we ons eigen bij aan. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Kolff. Mijnheer Verdoorn. De heer Verdoorn: Dank u voorzitter. Ik merk bij de andere partijen dat er geen steun is. Wel willen we het college vragen als er initiatieven zijn om hier toch medewerking aan te verlenen, dat zouden we wel fijn vinden. Dank u voorzitter. De voorzitter: Dank u. Wat betekent dat voor deze motie? De heer Verdoorn: Officieel te zeggen dat we de motie intrekken. De voorzitter: Dank u wel. Dan is er ook geen reactie van het college meer nodig, maar ik kon me voorstellen hoe die zou luiden. 7.4. Programma 4 Duurzaam Altena De voorzitter: Dan gaan we naar programma 4, duurzaam Altena. De leges van de omgevingsvergunningen. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja voorzitter, twee weken geleden hebben wij dit punt ook naar voren gebracht.

Toen heb ik een eigenlijk een beetje een bloemlezing gegeven van dat we jaar op jaar de leges voor bouwvergunningen duurder en duurder en duurder maken, dat we daarmee ook starters raken, dat we daarmee ook raken de betaalbaarheid van woningen. Ik zou er nog van alles van kunnen zeggen, maar dan zou het een herhaling van zetten worden. Maar toch nog even een klein stukje terughalen. Ik heb aangegeven dat de leges van omgevingsvergunningen van lieverlee een verdienmodel worden voor de gemeente. Dat werd enigszins ontkracht door de portefeuillehouder maar het is wel gewoon een feit. Er staat op dit moment in de raming een anderhalve ton plus op leges omgevingsvergunning. Dus het is in die zin wel gewoon een verdienmodel. Alleen wij hebben hier blijkbaar de afspraak dat alle leges bij elkaar opgeteld niet meer als kostendekkend mogen zijn. En nou, ik heb er wat huiswerk in verricht en ook het een en ander opgevraagd en daar valt natuurlijk op de hoofdstuk drie leges met drie procent kostendekking. Ja, dat is natuurlijk absurd, dat kost drieënhalve ton en daar halen we elfduizend euro op binnen. En misschien voor degenen die de hoofdstuk drie leges niet kennen, dat zijn APV-vergunningen, evenementenvergunningen, horecavergunningen.

En als je dan die lijn doortrekt dan betaalt eigenlijk die starter die betaalt de horecavergunning voor het café op de hoek of de evenementenvergunning voor de open dag, openhavendag. Eigenlijk, zo wordt dat, zo solidair moet die starter zijn. Ja, dat vinden wij eigenlijk niet juist. En we hebben toch nog een drietal vragen ook aan de wethouder hierover. U stelt voor om de leges met een X percentage te verhogen, terwijl ook de heffingsmaatstaf omhooggaat zijnde de bouwkosten. Dus vraag één is: waarom kiest u voor een dubbele verhoging? De tweede vraag richting de wethouder is: vanwege de invoering van de Wkb bent u voornemens

om een korting te geven op de bouwleges van 0,4 procent terwijl de minister in Den Haag die hierover gaat aangegeven heeft in de Tweede Kamer dat het dertig procent minder werk zou zijn voor de gemeente dus dat betekent dertig procent van drie procent zou de korting 0,9 procent moeten zijn, dus waarom geeft u een korting van 0,4 en niet van 0,9? En de derde vraag is toch ook de kostenstructuur, als je daar induikt, bij alle leges dat de toegerekende kosten behoorlijk fors zijn. En ik heb de begrotingen van de vijf Altena jaren even op een rijtje gezet en wat me dan opvalt, het eerste jaar 2022, dat we een forse overschrijding hebben op de opbrengst van de leges dus een kostendekkendheid van veel meer dan honderd procent. Dan zien we vanaf het volgend jaar dat de lasten met dertig procent gaan toenemen. En dan bekruipt mij een beetje het gevoel: hoe zit dat met die kosten? Dus hoe verklaart u dat? Nou goed, wat wij in deze motie inbrengen is dat we eigenlijk ook eens zouden willen kijken naar een andere tariefstructuur zoals ook andere gemeentes dat kennen. En ja, daar wil ik denk ik mee afsluiten. De SGP zou er eigenlijk een voorstander van zijn om de bouwleges voor het komend jaar niet te verhogen, maar om die op een gelijkblijvend niveau te laten.

Echter, dat is vanavond natuurlijk al meer aan de orde geweest, we hebben een aantal uitdagende jaren voor ons, dus als we dat zouden doen dan kost dat geld en dat hebben we in principe niet. Of het amendement van de buurtsportcoaches moet aangenomen worden want dat zou misschien de dekking geven op dit verhaal. Maar ja, we staan er niet royaal voor, daarom hebben we als SGP gekozen om het toch in een motie te gieten om in ieder geval te kijken naar de mogelijkheden aan de hand van de overwegingen om de leges in ieder geval dusdanig te bekijken om mogelijkheden te onderzoeken voor het niet verhogen of het verlagen in de toekomst en dat we daar dan bij het bespreken van de legesverordening december verder op doorgaan en dat we daar ook de komende jaren in door kunnen gaan. Dus samenvattend drie vragen richting de portefeuillehouder en ook richting mijn collega’s natuurlijk de vraag eigenlijk: ja, of dat jullie in ieder geval ook bereid zijn om dit te ondersteunen en het college hiermee aan het werk te zetten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Versluis. Mijnheer Kolff van de VVD. De heer Kolff: Dank u wel voorzitter. De heer Versluis heeft vragen gesteld, dan wil ik eigenlijk ook een vraag stellen aan de heer Versluis. Wij zijn het helemaal met u eens dat die leges niet verhoogd moeten gaan worden omdat we kostendekkendheid gehaald hebben.

Waarvoor ziet dat toch niet in een amendement? Dan weet je precies waar je aan toe bent en dan wordt het nu geregeld. Ik zou zeggen: we doen het in een motie want er komen zware jaren aan, over die zware jaren daarna komen weer zware jaren aan. Dat is geen redenatie om het een motie te maken en geen amendement. Dus we steunen u wel maar hopen dat het wel in een amendement komt, dat we nu gelijk die verhoging aan onze starters niet door hoeven te voeren. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Kolff. Mijnheer Roovers. De heer Roovers: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, deze door de fractie van de SGP ingebrachte motie bevat zeker bij de overweging een aantal heel interessante onderdelen. Want voorzitter, ook CDA Altena is heel erg benieuwd naar de wijze van toerekening van de lasten en dan ook vooral de overhead bij het product leges. Maar dat geldt voor ons niet alleen voor de leges die de inwoners van Altena moeten betalen voor de omgevingsvergunning, maar voor alle leges. Verder zijn wij ook benieuwd naar de effecten van de invoering van de wet kwaliteitsborging op de hoogte en de wijze van heffing van onder meer de leges omgevingsvergunning. Maar ook hier geldt dat dat niet alleen is voor de effecten als gevolg van de wet kwaliteitsborging, maar ook voor de effecten van de omgevingsvergunning of van de omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking trekt.

En ja, voorzitter, natuurlijk zouden wij ook heel graag geïnformeerd willen worden over de mogelijkheid van invoering van een trapsgewijze tariefheffing en dan vooral wat dat voor de inwoners van Altena gaat betekenen. Helaas voorzitter, zien wij al deze punten niet verder uitgewerkt in de

motie van de SGP. Verlaging van leges van de omgevingsvergunning is voor ons zeker bespreekbaar, maar dan wel in een bredere context en daarom zullen wij deze motie ook niet steunen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Roovers. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, dank u wel. Ja, het idee dat met alle stelselwijzigingen die hier aankomen er een herziening van het hele legesstelsel komt, die onderschrijven wij ook. En als daar kansen zijn om kosten te verlagen bij initiatiefnemers dan zijn we daar voorstander van. Het systeem van staffeling hebben wij wat moeite mee omdat wij juist de particuliere en kleinschalige initiatieven willen belonen en met de systematiek die de meeste gemeentes hanteren steun, heet het, sponsoren we met name de grote projectontwikkelaars. Dan weet ik wel als je honderd dezelfde woningen bouwt, dan zijn die bouwkosten zijn natuurlijk navenant hoger en dan betaal je voor hetzelfde werk misschien wel een scheve vergoeding. Maar wij willen het dan juist eigenlijk andersom doen, dus als we al gaan stimuleren dan gaan we juist de kleinschalige projecten stimuleren. Dat zou onze insteek zijn.

Het derde ondeugende idee wat ik had, volgens mij praten we over duizend instemming, als zo meteen blijkt dat, of vergunning, als blijkt dat we gewoon te veel hebben geïnd dit jaar, laten we dan niet naar het jaar daarop kijken maar gewoon met terugwerkende kracht de initiatiefnemers terugbetalen wat we dan te veel in rekening hebben gebracht. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Hoeven. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Ja, dankjewel voorzitter. Nou ja, Progressief Altena is zeker voor de betaalbaarheid van starterswoningen. En ik heb naar aanleiding van deze motie eigenlijk een vraag aan de portefeuillehouder: is het overschot op de leges die we nu, waar we nu over hebben, is dat structureel of is dat incidenteel? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Andere fracties nog? Anders mijnheer Versluis tot slot u een reactie op de andere fracties? De heer Versluis: Ik stond nog aan, zag ik. Ja, richting de heer Kolff van de VVD. De moeilijkheid op dit moment is natuurlijk wel om het in een amendement te gieten is dat je het gewoon heel moeilijk kan in een getal uit kan drukken wat dat zou moeten zijn. En daarom kiezen wij ervoor om in ieder geval eerst voor december te onderzoeken: wat betekent dit nou eigenlijk? Maar ook in allerlei andere zaken, zodat wij het bedrag bekend hebben.

En ja, wat is er mis mee om dan in december bij de legesverordening een begrotingswijziging door te voeren? Dus ja, het is op dit moment gewoon nog niet precies in het juiste bedrag te gieten. Ja, richting het CDA. Ik volgde hem eigenlijk voor 99 procent, de heer Roovers, alleen het eindigde met een hele bijzondere move, want hij onderschreef eigenlijk de zaken die erin staan en alleen vervolgens geeft hij aan, ja, omdat dat eigenlijk allemaal niet duidelijk in de motie staat, steunen we het niet. Ja, er staat hier: we vragen aan het college een voorstel op basis van de boven de overwegingen uit te werken en aan te bieden, zodat we erover kunnen spreken. Dus ja, volgens mij alles wat u noemt dat staat erin en dat vragen we aan het college om er informatie voor aan te reiken. En dan gaan we met elkaar verder praten. Dus ik begrijp dat niet. Ja, Progressief Altena had een vraag richting de wethouder, dat gaan we dan wel horen. En de ChristenUnie, ja, we hadden even contact gehad, ik begreep ook dat daar een zorgpunt bij jullie zat: ja, is het dan niet voor de kleine initiatiefnemers dat een stelselwijziging wat duurder zou kunnen worden? Ja, misschien voor een individuele bouwer wel, maar voor een starter die vaak in een project zit wat minder.

Maar nogmaals, wij zouden graag het college naar willen kijken om de verschillende structuren die allerlei gemeentes kennen om die eens gewoon te spiegelen en wat zou dat dan gaan betekenen voor Altena? Dat was de reactie op mijn collega’s en ik ga nu luisteren naar de wethouder.

De voorzitter: Dat gaan we inderdaad doen, dank u wel mijnheer Versluis. Namens het college, portefeuillehouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank u wel voorzitter. Ik vind het best ingewikkeld, zeg ik heel eerlijk. De vorige keer toen we over dit thema hebben gesproken heb ik voorgesteld gezien de complexiteit van het vraagstuk en de vele keuzemogelijkheden die er zijn, dat eens met elkaar te bespreken in de auditcommissie. Zeker de argumentatie en de naar mijn bescheiden mening technische vragen die de heer Versluis nu stelt bevestigen eigenlijk mijn voorstel, voorzitter. En ik kan inhoudelijk heel erg ingaan op allerlei argumenten maar ik ben niet in staat vanavond om technische vragen te beantwoorden in de zin van hoe kan het nu want ik heb een onderzoek gedaan over de vijf jaren van de voormalige gemeente en wat betekent dat nou met betrekking tot kostendekkendheid? En zo kan ik een aantal overwegingen uit de motie ook nog na gaan lopen. Ik wil dat met alle liefde en plezier doen, voorzitter, maar mijn conclusie zal namens het college niet anders zijn dat wij de motie zoals die er nu ligt om twee redenen ontraden. Dat is dat we het niet eens zijn met een aantal inhoudelijke uitgangspunten of overwegingen die genoemd zijn. Dat heeft ook te maken met het feit dat we echt nog niet in de grip hebben wat de Wkb gaat betekenen, ook niet als het gaat over de werkdruk en dergelijke.

En er ook een heel praktisch argument is, dat is dat we nog een week of vier te gaan hebben voordat de legesverordening 2024 vastgesteld moet worden en als alle technische vragen beantwoord moeten worden, als we vervolgens met elkaar na moeten denken over de wijze van staffeling, wat dat dan vervolgens betekent, hoe we starterswoningen moeten definiëren en zo kan ik nog een heleboel praktische vragen stellen, lukt dat gewoon niet, voorzitter, in vier weken. De voorzitter: Dank u wel wethouder Tanis. Gaan we naar de tweede termijn. Wie voor de tweede termijn? In ieder geval mijnheer Versluis, maar ... Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, wij delen de zorg van wethouder wel een beetje dus als we inderdaad, volgens mij maken we vanavond een besluit over de begroting en die biedt in feite de bouwstenen van hoe wij onze leges verder gaan invullen. En de suggestie om het … Maar goed, misschien moeten we het ook wel gewoon wat breder trekken als de auditcommissie, kunnen we dat voorbereiden. Maar dan moet wel inderdaad er een debat over voeren hoe we daar in toekomst mee om willen gaan.

En ik denk als ik zie hoeveel kosten er in de omgevingswet gestoken moeten worden, die worden ook links of rechts ergens uit gedekt, dat is echt nog wel een onzekere factor die wij ook wel onderschrijven: ja en is het eerlijk dat we die kosten omdat Den Haag dat zo graag wilde nu bij degenen die zo graag willen bouwen neerleggen. Ja, daar hebben wij wel een mening over. Maar laten we het wel op de agenda houden, ik denk dat u een goed punt heeft, maar dat het voor deze begroting en deze leges gewoon te vroeg is. De voorzitter: Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja voorzitter, over het algemeen merk ik in ieder geval zodra het over getalletjes en euro's gaat dan valt het tegen om daar een goed debat over te krijgen. Maar goed, we hebben in ieder geval een poging gedaan. Het valt me dan wel een beetje tegen dat ik als raadslid dan wel wat onderzoekwerk heb gedaan, ik dacht als we de wethouder financiën 's nachts wakker maken dat die de begroting eigenlijk zo op zou kunnen lepelen, maar dat valt dus toch wat tegen. Hoewel de portemonnee wel in goede handen is bij hem volgens mij, maar de begroting die kan hij toch niet helemaal dromen, hoor. Op zich spreekt mij de suggestie natuurlijk wel aan wat de portefeuillehouder geeft: jongens, laten we daar eens in de auditcommissie verderop op doordenken, ook in het licht van alle leges en over die toerekening enzovoort.

Het is natuurlijk wel zo dat in de raad natuurlijk de politieke keuzes gemaakt worden. Kijk, als wij gewoon vinden politiek gezien wij vragen gewoon vier procent voor leges, ja, dan is dat een politiek keus. Dus maar ik

vermoed dat ondanks allerlei argumenten dat in ieder geval de motie op dit moment eigenlijk te prematuur is om daar nog iets mee te doen richting de begroting, we moeten misschien alleen als fractie even nadenken: ja, hoe krijgen we het nou voor elkaar dat we die informatie wel gaan krijgen waar we eigenlijk hierin vragen want we kunnen wel zeggen we zijn nu te laat, maar ja, volgend jaar zijn we weer te laat. Dus hoe, we moeten misschien even nadenken van hoe krijgen we nou gewoon de informatie die we eigenlijk in deze motie vragen naar ons toe waar ook vervolgens de auditcommissie mee aan de slag kan. Dus voorzitter, wij willen even kijken: is er nog een aanpassing van de motie nodig voor een informatievraag of trekken we de motie terug. Daar zullen we even in de schorsing over nadenken. De voorzitter: Dat is goed, mijnheer Versluis. Dank u wel. Daarmee rond ik de debat over dit onderwerp af. 7.5. Programma 5 Bereikbaar Altena De voorzitter: Dan komen we bij programma 5, bereikbaar Altena. Motie 5.1 over verkeersveiligheid. De heer Duizer en de heer Nieuwenhuizen. Mijnheer Duizer, gaat uw gang. De heer Duizer: Dank u voorzitter. Ja, ook deze mag ik namens mijn collega doen die vanochtend helaas ziek is geworden. Ook deze is volgens mij redelijk besproken in de vorige vergadering.

Het voorstel is om het beleid wat strakker neer te leggen ook in lijn met de aangenomen motie in de Tweede Kamer die ingediend is door de SGP en GroenLinks om in de kernen overal als stelregel aan te houden dertig kilometer en de wegen daarop in te richten. Als er wegen zijn waar vijftig kilometer kan worden gereden dan neem je dat in een afwijking gewoon op, een onderbouwing, maar de stelregel: laten we alles gewoon inrichten voor dertig kilometer en vooral ook laten we die richtlijn overal toepassen zodat we niet per weg elke keer een discussie hebben van voldoet dit nu wel, voldoet dit niet, moet het wel aangepast worden of moet het niet aangepast worden. Het gaat ons met name over een goed beleid wat we door heel Altena doorheen voeren en dat bij onderhoud dat ook goed wordt meegenomen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Duizer. Kijk even rond, mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u voorzitter. Ja, mijnheer Duizer, hier hangt een aardig kostenplaatje aan. En ik zie ook in uw motie geen budget hiervoor vrijgemaakt wordt. Maar als ik zo even om me heen kijk in de verschillende dorpen dan mankeert er ontzettend veel aan als je daar een dertig zone van maakt. Daarnaast heb ik ook in de vorige vergadering aangegeven dat het de schijnveiligheid ervan creëren is net zo erg als het niet aanpassen van de weg.

Dus mijn vraag is: hoe wilt u dit gaan doen? Want als ik het op ga tellen dan komt u niet met een paar miljoen ervan af. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Timmermans. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Dank voorzitter. Ja, verkeersveiligheid belangrijk, dat steunen wij ook zeker. Wat ons niet helemaal duidelijk is, want u geeft dan aan van u draagt college op de motie van de Tweede Kamer leidend te laten zijn, maar welke motie is dat precies? Want u geeft in de overwegingen aan dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen om overheden op te dragen zoveel mogelijk wegen in te richten als vijftig kilometerzone, maar die motie hebben wij niet terug kunnen vinden. Wat wij wel terug hebben gevonden is een motie van, even denken hoor, van Van Ginneken en Kröger, ik weet niet of dat u die bedoelt, maar daarin wordt de regering gevraagd een aantal onderzoeken te doen in die richting en onder andere om de CROW een onderzoek te laten doen hoe of dat die gebiedsinrichtingen verbeterd kunnen worden. En ook hoe dat dan bij decentrale overheden efficiënter en eenvoudiger ingericht kan worden. Maar de reactie op die motie vanuit

de regering wordt aangegeven: nou, wij gaan daar geen wet van maken, dertig kilometer, want dat is gewoon niet handig omdat je in de klem komt met onder andere aanrijtijden van ambulances en dergelijke en ook busroutes die vertraging op gaan lopen door constant dertigkilometerzones te hebben. Dat neemt niet weg dat wij wat u bedoelt te bereiken waarschijnlijk wel steunen, alleen dat staat niet in de motie. Want wat we willen is een stuk uniformiteit, dat we als je ergens rijdt zo, eigenlijk in het verleden hadden we duurzaam veilig, dat was het idee was om aan de wegbelijning te kunnen zien hoe hard jij mocht rijden daar. En dat is eigenlijk ook doordat er op alle manieren van afgeweken werd is dat helemaal verloren gegaan. Dus als u streeft naar uniformiteit bij de inrichting van wegen en dertigkilometerzones en andere zones, dan steunen wij dat van harte, alleen dat is niet waar u in deze motie om vraagt. Dus ik weet niet of dat u de motie nog in die richting aan zou willen passen en dan zullen wij hem graag steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Hoegee. Mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Ja, dank u wel voorzitter. Waar zal ik beginnen, even kijken hoor. Nou, de Tweede Kamer hebben ze een motie aangenomen en die hebben de regering opdracht gegeven om in elk dorp alles dertig kilometer te maken.

En de gemeentes kunnen het door middel van een verkeersbesluit wegen aanwijzen om vijftig of woonerf te maken. Dus dat is het, het is precies andersom. Alleen ik begrijp de motie van de ChristenUnie eigenlijk niet zo goed maar misschien kan de heer Duizer dat zo meteen uitleggen of anders het college. Er staat: de motie van de Tweede Kamer leidend te laten zijn in verdere planvorming. Dus daar zie ik nieuwe aanleg van wegen en uitvoering van herstructureringen van wegen, daar zie ik in bijvoorbeeld een mooi voorbeeld is de Kerkstraat in Hank. Daar is een nieuwe riolering ingelegd en die is ook zo aangelegd dat je dertig kilometer kan rijden en dat de politie ook gaat handhaven. En als, ja, ik denk dat de ChristenUnie deze, de motie zo bedoelt. Maar ik vind hem een, ja, ik vind hem heel onduidelijk dus daar wacht ik op. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Breugel. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Ja, dank voorzitter en dank ook aan de ChristenUnie voor het indienen van deze motie. Dank ook aan de heer Hoegee voor het wegmaaien van toch het een en het ander aan vragen die ik had. Overigens ben ik het niet eens met of in ieder geval zou ik het anders gekozen hebben, AltenaLokaal die geeft aan op zoek te zijn naar uniformiteit. Ik denk dat we elkaar wel kunnen vinden. Excuus, word er emotioneel van.

Dat we elkaar wel kunnen vinden als het gaat om herkenbaarheid van hoe hard je ergens mag rijden en dat is volgens mij wat we onder aan de streep delen. Ik heb in de eerste reactie want hij is natuurlijk rondgestuurd, noem het maar even in de voorwas ook aangegeven dat we van harte kunnen ondersteunen dat we onze wegen zo goed mogelijk inrichten, zodat we ook zoveel mogelijk kunnen afdwingen dat de juiste snelheid gereden moet worden. Waar het ons een beetje, nou ja, waar het misgaat of in ieder geval in de motie vooralsnog misgaat maar misschien kunnen we daar een schorsing in gebruiken want ik hoorde daar ook bij andere fracties wat meer vragen, is dat we dat overal zouden moeten doen, want dan kom je inderdaad, dat is ook het gras wat de heer Hoegee weghaalde, bijvoorbeeld met de hulpdiensten kom je in de knel. En een vraag die ik nog had dat is een vraag aan de portefeuillehouder. Wij hebben in een eerdere instantie gevraagd en volgens mij is dat ook uitgevoerd, om te kijken, te inventariseren waar in de gehele gemeente de gevaarlijke locaties zijn waar het gaat over mobiliteit. En dat onderzoek is uitgevoerd en wij zouden ook graag zien dat we daar dan de voorrang aan zouden geven en wat ons betreft zijn het ook zaken die we nadrukkelijk naar voren kunnen halen dan bij het aanpassen daarvan.

En verder lees ik in de motie en dat kunnen we vanavond onderschrijven, dat werk met werk gemaakt moet worden en op het moment dat de riolering er uitgaat dat we dan nadrukkelijk naar dit soort inrichtingseisen gaan kijken zodat we ook de snelheid af kunnen dwingen zonder dat daar noodzakelijk allerlei extra drempels en maatregelen getroffen

hoeven te worden met de feitelijke inrichting van de weg. Dus en volgens mij is dat ook waar uw motie eigenlijk toe oproept, zij het dat in het dictum nog wat, nou ja, misschien gesleuteld kan worden maar daar vinden we volgens mij met een aantal partijen vinden we elkaar wel. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Alderliesten. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja, dank u wel. Dan ga ik er hem ook proberen nog wat nieuws aan toe te voegen, voorzitter. Nou, als het gaat om verkeersveiligheid en met name voor onze jonge fietsende weggebruikers, dan is dat in ieder geval ook een van de speerpunten van de SGP. Dus wat dat betreft spreekt het onderwerp ons aan. Verkeersveiligheid is een heel belangrijk issue. Alleen de kanttekeningen die we daarbij hebben is: het moet wel concreet zijn, het doel moet niet zijn dertig kilometer per uur zones inrichten maar het doel moet zijn dat de veiligheid voorop staat. En daarom hadden wij eigenlijk liever gezien dat hier concrete voorbeelden benoemd zouden worden van waar we nu eens extra aandacht voor zou moeten hebben. Twee weken geleden werd de Rijksstraatweg in Sleeuwijk als een voorbeeld genoemd en dat leek ons juist eigenlijk helemaal niet zo’n goed voorbeeld, hebben vrij liggende fietspaden, misschien een oversteek die wat aandacht nodig heeft, maar niet direct heel concreet.

Mijn collega dient straks een motie in, dat gaat over iets heel concreets, daar is echt vreselijk veel aan de hand, daar moeten we op acteren. Maar deze motie die zo algemeen is, waar ook natuurlijk staat dat zoveel mogelijk wegen inrichten. Nogmaals, het gaat om het doel verkeersveiligheid maar het gaat niet zoveel mogelijk wegen dertig kilometer maken. En dan om een motie leidend te laten zijn, nee, de problemen moeten leidend zijn voor de oplossing. Ook ik heb even gekeken: wat houdt het eigenlijk in? Naar aanleiding van die motie is er een handreiking voorlopig inrichtingskenmerken vastgesteld of opgesteld in april, dus heel recent. Er wordt natuurlijk ernstig gewaarschuwd voor de aanrijtijden van de nood- en hulpdienst, wat er al meer is genoemd. Dus en ook het openbaar vervoer, die daar een vertraging ondervindt waardoor dat soort dingen niet meer haalbaar zijn. Maar er wordt een kanttekening bijgezet, het zijn voorlopige inrichtingskenmerken waarbij eerst pilots moeten gedraaid worden, ervaring opgedaan moeten worden voordat het echt een juridische en een verbeterde, ja, verhaal gaat worden omdat het nog geen beleid is waar nu op verder wordt gegaan.

Dus ja, het is eigenlijk een toevoeging van extra weg type ten opzichte van een erftoegangsweg van dertig kilometer, eigenlijk een soort tussenzone tussen een erftoegangsweg van dertig kilometer en een vijftig kilometer weg. Nogmaals een beetje te algemeen, liever concreet, het onderwerp is helder, staan we van harte achter maar het algemeen maken iets minder. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Versluis. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank u wel voorzitter, er is al heel wat gezegd. We kunnen ons eigen daar in grote lijnen bij aansluiten. De heer Timmermans zegt ook: de wegeninrichting en daar komt het woord handhaving op aan. Ik wil ook verder trekken met het verkeer, wat gesuggereerd is en de hulpdiensten, maar ook zeker het landbouwverkeer. Je kan alles smal en moeilijk begaanbaar maken maar het zijn ook doorgaande wegen. Die machines van tegenwoordig moeten er wel doorheen kunnen en daardoor ontstaan er nu al gevaarlijke situaties omdat de weg te smal is en dat een voertuig half over het fietspad half over de weg moet of een doorgaande weg. Dus ik wil het zeker heel wat over gezegd, maar dit punt wil ik er toch maar even bijbrengen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Kolff. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dank u voorzitter. Ja, ik ga mijn best doen. Het is echt een agendapunt van Kees, maar ik probeer hem toch zo goed mogelijk te vervangen.

Om met de laatste te beginnen, de VVD heeft het over de

landbouwvoertuigen. Het gaat hier echt vooral om de inrichting van binnen de kernen. En als er binnen de kernen landbouwvoertuigen tegenkomen, dan hebben we toch een probleem, volgens mij horen die buiten de kernen. De voorzitter: Eerste termijn nog, mijnheer Kolff. Dat klopt, maar ik moest ingrijpen. Wordt mij bijna geen blokje kaas gegund. Mijnheer Duizer, gaat u verder. De heer Duizer: Dank u voorzitter en eet u rustig verder. De SGP vraagt om concrete voorbeelden. Die vind ik heel bijzonder. Volgens mij is het nog niet zo heel lang geleden dat u tegen mij zei: we gaan het hier niet in de raad over stoeptegels hebben en invullingen van individuele wegen, laten we vooral op hoofdlijnen besturen. Nu proberen we het in hoofdlijnen te pakken en u zegt u komt met de concrete stoeptegels dan kunnen we zeggen welke kleur die moeten hebben. Nee, we willen er juist naartoe en dat is, dat hebben een aantal partijen inderdaad goed verwoord en dat hebben wij wellicht nog niet helemaal goed verwoord in deze motie, we willen naar een uniformiteit op het moment dat een weg wordt aangepakt dat die volgens uniforme regels wordt ingericht. En we zien nu te vaak en dat geeft de heer Hoegee zegt dat in feite ook: het is elke keer wordt er gekeken van hoe gaan we hem inrichten en die uniformiteit mist een beetje.

En we vinden het met zijn allen belangrijk dat het goed wordt ingericht maar we zien te veel toch ad hoc gebeurtenissen, dus wij roepen het college en daarachter de organisatie op om daar eenduidig mee om te gaan. En dat gaat niet om nu alles aan te pakken, om de VVA te beantwoorden. Elke weg komt een keer aan de beurt voor onderhoud, hetzij als de weg open wordt getrokken voor de riolering of wat dan ook. Op het moment dat het wordt teruggelegd, laten we dat dan uniform doen en overal de inrichting zo maken dat het niet meer uitnodigt om te hard te rijden. Dat is onze doelstelling met deze motie, vooral de uniformiteit en inderdaad duurzaam veilig, volgens de kaders van duurzaam veilig alles in te richten. En wij zullen kijken of we dat in de schorsing straks als die lang genoeg is ook weer gaan aanpassen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Maar we gaan toch eerst nog naar een reactie naar het college, wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank u wel voorzitter.

Ja, de heer Duizer vat dat naar mijn bescheiden mening goed samen, de essentie van het gesprek wat wij de vorige keer hebben gehad ook met uw collega, dat we met elkaar tot de conclusie gekomen waren dat het niet de bedoeling was van de motie of van de gedachtewisseling toen om inderdaad actief in te zetten naar het ombouwen van de huidige dertigkilometerzones, maar juist het mee te nemen op het moment dat er sprake is van herinrichting en groot onderhoud. Dat er natuurlijk altijd de situatie kan zijn om daar beargumenteerd van af te wijken is denk ik helder. Tweede punt, voorzitter, er is een SPV, dat weet u, de heer Alderliesten, strategisch plan verkeersveiligheid. Daar zijn inderdaad een aantal hele concrete situaties benoemd waar we de komende jaar ook mee willen gaan starten. Giessen staat daar ook in de begroting in als eerste ook vanwege mede vanwege het ongeluk en de onveilige situatie die we daar hebben, maar het raakt inderdaad ook een aantal wegen die dan vervolgens ingericht kunnen gaan worden. Dus wat dat betreft gaan we daar ook zeker de komende jaren aan werken. Dus het is nadrukkelijk en en wat mij betreft, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Voor de tweede termijn nog? Mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Ja, dank u wel voorzitter.

Gelet op de reactie van het college is deze overbodig want alles, de regering gaat het beleid veranderen, het college die gaat wegen die opnieuw ingericht moeten worden of waar werkzaamheden zijn, die gaan ze aanpassen. Dus volgens mij is het helemaal overbodig.

De voorzitter: Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Alleen wij doen de oproep op het moment dat dat inderdaad wordt aangepast dat dat conform een algemeen handboek wordt of een algemene beleidsregel. En die algemene beleidsregel die hebben wij nog niet vastgesteld. Dus de oproep is om dat gewoon in algemene beleidsregel. En dat hoeft niet zo heel lang te zijn, het kan gewoon aansluiten op bestaande stukken, maar dat we dat wel eventjes met elkaar vastleggen welke regels we daar aanhouden, dat op het moment dat over twee jaar of over drie jaar gebeurt en er is wat wisseling van de wacht dat het nog steeds op dezelfde manier gebeurt. Dat we die eenduidigheid wel borgen. De voorzitter: Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank u wel voorzitter. Je had al gewacht natuurlijk dat ik zou komen. De heer Duizer die denkt dat die uit deze streek komt, dat er geen landbouwverkeer door een dorpskern heen zou gaan. Ik heb er hier twee vier zes zeven opgeschreven. Sleeuwijk, Giessen Rijswijk moet u weten dat dat een doorgaande weg is. Babyloniënbroek, landbouw, Genderen, Eethen, Dussen en Hank. Misschien ben ik dan heus nog wel een kern vergeten die ik tekortdoe, maar er wordt zeker door de kernen heen gebruikgemaakt van landbouwverkeer. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Ik begrijp dat u net zojuist vijf doorgaande wegen in de dorpen noemde. Of zeven, sorry.

Zeven doorgaande wegen in de genoemde dorpen noemt, maar niet de hele dorpen worden begaan door landbouwvoertuigen. Of zie ik dat verkeerd? De voorzitter: Mijnheer Kolff. De heer Duizer: Met uitzondering van Den Ouwendijk want dat is maar één weg. De voorzitter: Even wachten. U heeft weer beltegoed. De heer Kolff: Zo is dat. Ja, ik snap het probleem van de heer Duizer niet. Kijk, als je alle dorpskernen die ik genoemd heb dertigkilometerzones ga maken, dat er geen landbouwverkeer doorheen zou kunnen, dat is niet aan de orde. Er gaat wel landbouwverkeer door die dorpen heen. Pak maar Babylonienbroek, dat is een lang lint. Ik bedoel, hoeveel boeren zitten daaraan, landbouwers zitten daar aan die wel van die weg gebruik moeten maken. Hoe bedoel je dat? De voorzitter: De heer Duizer. De heer Duizer: Over juist over die weg gaan volgens mij ook fietsers en wij willen de veiligheid en ik kan me nog heel goed herinneren dat wij in Babylonienbroek waren en dat over de veiligheid het zwaarste punt was waarover gesproken werd, veiligheid van fietsers door de kernen. En dus ook daar is wel degelijk ... Maar en er is net ook al gezegd: als er wegen niet geschikt zijn om inderdaad vanwege doorgaand verkeer, vanwege veiligheid, noem het allemaal maar op, niet zo in te richten, dan moet je die wegen daarvan uitsluiten.

Maar dat wil niet zeggen dat er heel veel wegen nog wel gewoon onder die algemene randvoorwaarden kunnen vallen. De voorzitter: Mijnheer Kolff, tot slot van de interruptie.

De heer Kolff: Kijk, er wonen gewoon landbouwers aan diezelfde weg. Die moeten gewoon van A naar B toe. Dus je kan wel zeggen we maken een, het moet geschikt zijn voor fietsers, uiteraard waar, veiligheid staat bij ons ook voorop, maar de andere kant moet ook toegankelijk zijn. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Kolff. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Dank voorzitter. Ja, het wordt nu een beetje toegespitst op landbouwverkeer maar landbouwverkeer is een onderdeel van alle verkeer en natuurlijk moeten wegen toegankelijk blijven voor landbouwverkeer, maar dat neemt niet weg dat ze ook veilig moeten zijn wat er al gesteld wordt voor fietsers en voor anderen. En die combinatie moet je vinden. En waar wij voor pleiten en eigenlijk ook wat mijnheer Duizer bedoelt is: doe dat op een uniforme manier, dus dat je geen wildgroei krijgt aan allerlei verschillende maatregelen maar dat duidelijk wordt van oké, dit is dertig kilometer en daar houden we ons aan. Als je nu kijkt wat er bijvoorbeeld op het Rond gebeurt heb ik mijn grootste vraagtekens bij, daar wordt hele brede rode strook aangelegd maar ook een zebrapad, wat eigenlijk niet hoort. En die uniformiteit dat is belangrijk, want dan krijg je dat er mensen zich er ook aan gaan houden. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Hoegee. Gaan we naar mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u wel voorzitter.

Ja, ik wil ook nog even in aansluiting op de heer Kolff en de heer Duizer even op reageren. Het is belangrijk denk ik om in een dorp, de hoofdader van het dorp, van elk dorp hier in de gemeente Altena, om die gewoon te handhaven op vijftig kilometer. En eigenlijk is daarvan 98 procent van de rest van de wegen zijn al dertigkilometerzone. Dus uiteindelijk zijn ze dertigkilometerzone, ze voldoen alleen niet aan de eisen, dat hebben we wel vastgesteld, maar ga nou niet voor die laatste aders in het dorp om dan die ook nog eens dertig kilometer te maken want dan krijg je ontzettend veel opstopping in de dorpen van slakken achter elkaar rijden. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Timmermans. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank voorzitter en dank wethouder voor het antwoord ook op de vraag die ik in eerste termijn gesteld heb. Dat stelt gerust, dat was ook al bekend natuurlijk. Wat mij minder geruststelt is net de bijdrage toch van AltenaLokaal die toch heel sterk hangt aan die uniformiteit. En waar juist de oplossing zit en dat is wat er onderaan de streep ook door de SGP volgens mij net aangedragen werd, het zou moeten gaan om veiligheid. Die veiligheid kun je voor een, nou ja, groot deel behalen door herkenbaarheid en uniformiteit in inrichting. Maar in specifieke gevallen en dan noem ik maar even de Kerkstraat in Hank als voorbeeld zul je moeten afwijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13507329/1