2023-10-24 Transcript Gemeente Altena
Tekst van het document
Ik heb zelf mijn contacten met de provincie ook voorgesteld en besproken, maar ik denk als dat een eenvoudige oplossing was, dan hadden ze die allang uitgevoerd. Maar ik heb eigenlijk nog wel een vraag aan de heer Timmermans of het hij ook... Stel dat het plan door mag gaan, en mijn steun heeft het, dat hij ook realiseert dat het gevolgen heeft voor de bewoners van de dijk daar zo. Want dan gaat het verkeer daar helemaal over die dijken. Of dat hij daar ook rekening heeft gehouden. En we moeten ook eventjes richting de heer Alderliesten, daar heeft hij best wel gelijk in met de ontwerpsnelheden. De afslag A27 bij Hank, bij Keizersveer gaat eraf vanwege veiligheid. En ik denk dat dat ook de reden is dat die afrit hier niet komt. Met kopstaartbotsingen et cetera. Dat is de reden waarom dat ze dat niet hebben gedaan. Maa wie weet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Breugel. Mijnheer Hoegee van AltenaLokaal. De heer Hoegee: Dank u, voorzitter. Lastige problemen moet je soms een creatief idee hebben om dat op te lossen. En in die zin, als het zou kunnen, zou het mooi zijn. Alleen je moet er de brug voor een gedeelte voor verbreden. En dat zal waarschijnlijk niet gaan lukken. Ik denk dat we meer met zijn allen in moeten zetten dat gewoon het probleem op de Kromme Nol opgelost wordt. En we hebben op dit moment een klein lijntje bij de
provincie, maar dat wilt u liever doorknippen. Dat wordt een beetje lastig. Maar ik denk dat we op de Kromme nol in moeten zetten en niet op deze afslag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Voorzitter, het is natuurlijk een open deur dat het ook voor de SGP een lief ding zou zijn als deze verkeersproblematiek heel snel tot het einde zou behoren. En het is een dossier wat er natuurlijk al een heel poosje ligt en waar moeilijk doorheen te komen is, ondanks volgens mij intensieve contacten van het college richting de provincie. Ik vind het wel heel mooi dat de heer Timmermans zo out of the box denkt. Ik hou daar wel een beetje van. Of dat het zo simpel is als je met de tractor twee keer door de vangrail rijdt, dat je dan twee afritten hebt, dat vraag ik me wel af. Maar ik prijs in ieder geval wel out of the box denken. Maar ik ben op zich ook wel een beetje benieuwd naar de laatste stand van zaken. Misschien dat de portefeuillehouder daar toch iets een tipje op kan lichten van, hoe staat het op dit moment met de plannenmakerij bij de provincie. Want je kunt natuurlijk dit idee erin schieten, maar als we toch al ver zijn, dan moeten denk ik niet met dit wat minder serieuze voorstel die broedende kip gaan storen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank u wel.
Deze keer kunnen we de partijen een keer steunen dat ze wel gelijk hebben dat er wat aan moet gebeuren. Dat weten we wel zeker. We hebben natuurlijk net al aangekaart dat de VVD het al meer aan de orde heeft gebracht. Of dat dit de oplossing is? We zien het wel heel snel. Maar dan heb je ook nog met een waterschap te maken en een waterkering. Dat probleem heb je er ook nog een keer bij. Dat er wat moet gebeuren, is zeker. Ik wil die provincie wel aanporren om wat te doen. Maar of dat dit moet worden of een verbreding of een vergroting van de rotonde, dat zal u wel liever hebben dan deze optie dat het misschien eigenlijk een beetje noodverband is. We kunnen dat altijd nog in de landelijke politiek meenemen. Wie weet dat we daar wat kunnen doen natuurlijk. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Wij hechten eraan dat het knooppunt opgelost wordt, maar dan wel op een veilige manier. En wat nu voorgesteld wordt, dat kan nooit een veilige oplossing worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Gaan we naar het college, denk ik. En dan mag u tot slot eindigen, mijnheer Timmermans. De heer Tanis: Dank, voorzitter. Ik hou van creativiteit. Ik vind het wel heel erg lastig om vanavond hier ter plekke uw suggestie heel concreet te beoordelen, moet ik heel eerlijk zeggen.
Ik weet ook wel, maar de details daarvan ken ik niet, zeg ik heel eerlijk, dat de heer Van Breugel zegt van, er is al meer over deze optie gesproken. Dat weet ik ook. Maar ik wil er best nog een keer naar laten kijken. Staat voor mij los van de vraag, voorzitter, die op tafel ligt van, hoe staat het met de huidige stand van zaken? Het is zo dat er inmiddels nu een plan ligt. Dat is één. Wat zowel hier als in het provinciehuis besproken wordt. En waarbij het de insteek is om begin volgend jaar dat verder technisch uit te werken, onder het voorbehoud van stikstof. Want het is best een ingewikkelde. Dit dossier, met nog andere dossiers, wordt op dit moment bij de provincie beoordeeld om te kijken onder wat voor condities het uitgevoerd zou kunnen worden. Als dat gaat lukken, is ons bezworen dat volgend jaar in het najaar dan de vergroting gerealiseerd zou moeten kunnen worden. Maar nadrukkelijk onder het voorbehoud wat ik net schetste, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Mijnheer Timmermans, tot slot. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Dank, wethouder, voor die toezegging die nou wordt gedaan, om er toch nog een keer naar te kijken. De argumentatie die veel mensen zeggen van, het kan daar niet, dat is gewoon heel zwak. Geeft ook helemaal niks aan, richting de ChristenUnie. Dat zegt gewoon helemaal niks. Want er zijn genoeg afslagen die van grotere snelwegen afkomen, zoals bijvoorbeeld de A2. Kijk maar even bij Waardenburg. Dat is een ontzettend korte afrit en daar kan het ook. Ik heb zelfs gekeken ter plaatse om de bomen te behouden, mijnheer Alderliesten. De afslag zelfs hoeft de bomen niet in de weg te staan. Die is zeker niet te kort. Er komt eigenlijk weinig bij kijken. Iemand maakte een opmerking over de tractors, om er doorheen te rijden. Ik doe graag mee. Maar het plan even serieus. Ik denk dat het met veel minder geld kan als wat er met de rotonde gebeurt. En ik wil op zich de provincie niet voor de voeten lopen. Alleen sinds de verkiezingen heb ik hier niks meer over gehoord. Sinds de verkiezingen hebben we hierover gesproken als partijen en vervolgens hoor ik niks. En dan vind ik het eigenlijk veel te veel tijd kosten. En tijd kost ook gewoon geld. De voorzitter: Dank u wel. De laatste interruptie dan. Nog twee heren die staan. Maar op zichzelf is het punt afgerond natuurlijk.
Maar gaat uw gang. De heer Alderliesten: Ik wilde de heer Timmermans een... Hij had me bijna te pakken, maar er moeten toch nog meer bomen bijkomen, denk ik. Zonder gekheid, dank. De voorzitter: Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Ik wil verduidelijken dat ik op zich helemaal niet tegen het idee ben, maar wij denken dat het niet haalbaar is. Bijna heel de raad zegt dat het niet haalbaar is. Maar als u het zou willen onderzoeken, moet u ook accepteren dat een oplossing aan de Kromme Nol op de achtergrond raakt. Want dan gaan ze dat onderzoeken en dan in die tijd wordt dit weer niet gedaan. De heer Timmermans: Voorzitter, tot op heden is er niks gebeurd. Laten we dat samen constateren. Dat bent u met mij eens. Alle gesprekken die er tot nu toe zijn gelopen, is altijd met stroop gegaan. En leg ik een keer een alternatiefje op tafel. Ik zeg ook niet dat dit het moet worden. Ik zeg alleen maar, tot op het is er niks gebeurd. En dan kunt u wel zeggen, er lopen gesprekken. En dan zegt de wethouder, er ligt iets op tafel. Waarschijnlijk is het dadelijk 2025, ‘26 en dan wordt er een keer wat gedaan. Ik wil nu iets. De heer Hoegee: Ik wil u terechtwijzen, want u zegt, er is niks gebeurd. U heeft nog niks gezien. Maar dat houdt niet in dat er niet aan gewerkt is. Er wordt hard aan gewerkt en er komt een oplossing.
Maar zoals gezegd, als uw oplossing het ei van Columbus is, stel het voor bij de provincie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Volgens mij is het debat hier voldoende over gevoerd. En mijnheer Timmermans heeft het goed gehoord, want dat heb ik ook gehoord. Hij heeft een halve toezegging of een hele toezegging van de wethouder gehoord, dat hij er nog een keer naar gaat kijken hoe het in discussie is geweest. Maar hij werkt vooral hard ook aan de oplossing, zoals die nu voorligt. En als mijnheer Timmermans wat anders wil, weet hij wat hem te doen staat om dat eventueel anders te sturen. Waarvan akte. - 5.3 Geluidswal Sleeuwijk (VVD)
De voorzitter: Dan gaan wij naar 5.3, de geluidswal Sleewijk. VVD, de heer Kolff. De heer Kolff: Zal ik hem weer een stukje omhoog zetten, want mijn buurman is net geweest. Geluidswal Sleeuwijk. We hebben het vandaag natuurlijk al gehad over de verbreding en de nieuwe brug, de A27. Binnen de VVD is het idee geopperd, uit mensen van de informatie uit Sleeuwijk vandaan, dat er toch wel heel veel geluid is in de kern van Sleeuwijk. We kennen de situatie daar goed ter plaatse. Sleeuwijk ligt niet helemaal strak langs de A27 dat er een geluidsscherm moet komen, maar wij wilden het idee brengen van een geluidswal. Waarschijnlijk is er nog heel wat grond over dadelijk met de verbreding. Er moet allemaal grond uitgegraven worden en zand erin terug en dat soort activiteiten. Willen we het doen, is dit de gelegenheid om Sleeuwijk te verrijken met een geluidswal. Die geluidswal kunnen we keurig aankleden of we maken er een stuk groen of bomen van. Of we maken er zonnepanelen van, dat er ieder geval geen goede landbouwgrond aan gewaagd wordt tegenover de geluidswal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Hoegee stond als eerste. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Als dat nodig is, een hoop goede ideeën hoor ik. Prima. Maar je moet het wel informatiegestuurd doen. Dan moet je wel metingen doen of dat er daadwerkelijk geluidsoverlast is.
En niet alleen maar van horen zeggen dat mensen zeggen, het is best wel lawaaierig. Het moet onderbouwd worden. En dan vind ik het verder prima. Dan denk ik dat wij er allemaal achterstaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb allereerst een vraag aan de heer Kolff. Of dat de vlag alleen van de VVD in Sleeuwijk wappert en waarom niet Nieuwendijk en Hank, want daar hebben ze dezelfde problemen. Maar voordat mijnheer Kolff gaat reageren, wij staan helemaal achter dit voorstel. Want eigenlijk had ik de moed al opgegeven, maar ik ben al vijftien jaar bezig om iets anders als een geluidswal, bermbossen daar te krijgen, die gelijk ook dienen voor fijnstofopvang. En zelfs het college van de gemeente Werkendam heeft er van alles aan gedaan om dat voor elkaar te krijgen, maar elke keer nul. En we hebben hier een wethouder die korte lijntjes heeft met minister Harbers, misschien is er een mogelijkheid. Ik wil graag met u een motie voorbereiden. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Breugel. Mijnheer Kolff, ik wilde eventjes de rest het woord geven. Dan kunt u zo direct alles in één keer meenemen. Als u nog een kladblaadje zoekt, misschien even mijnheer Versluis er nog eentje. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter.
Ik was hier maar gaan staan, want de heer Tanis stond er hiervoor. Ik denk, dat was prima. In reactie op het punt wat de heer Kolff terecht denk ik aandraagt, want het is een gevoel wat ervaren wordt door inwoners van Sleeuwijk. En tegelijkertijd is in het hele project van de A27 natuurlijk beoordeeld en geoordeeld dat er een geluidswal in ieder geval niet op kosten van Rijkswaterstaat gemaakt wordt. Ook geen geluidsscherm. En zelfs vanuit waarschijnlijk ruimtelijke kwaliteit geen bermbossen in het verleden, vanwege de openheid die daar plaatsvindt. De vraag even aan de heer Kolff van, waar hij het dan precies gedacht had? Want naarmate je natuurlijk verder van de bron afgaat, moet de geluidswal hoger zijn om ook nog geluid af te vangen. Als het heel dicht bij Sleeuwijk moet komen te liggen, dan hebben we daar te maken met een enorme geluidswal. De voorzitter: Die vraag kan zo direct ook beantwoord worden. Mijnheer Versluis.
De heer Versluis: Inderdaad, met die opmerking zat ik ook. Kijk, we hebben natuurlijk een heel lang traject doorlopen als het gaat om de verbreding van de A27, met allerlei rapportages, MIRT en weet ik veel wat voor afkortingen allemaal, heel veel onderzoeken gedaan. Daarvanuit is het in ieder geval niet noodzakelijk gebleken. En iets wat je liever hebt, gevoel laat zich niet meten. Maar ik denk, wettelijk gezien is het niet noodzakelijk, anders had het in de plannen gezeten. Er is ook wel iets meer voor nodig om hiermee verder te gaan. Kijk, je haalt je natuurlijk ook wel wat op je hals om dit soort grote geluidswallen daar neer te leggen. Maar nogmaals, als de noodzaak voor echt overlast ontbreekt, moet je het dan willen? Moet je het dan doen? We staan er nog niet echt helemaal positief in, maar we zullen daar ons verder over beraden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Een beetje in aansluiting op de vorige spreker ook. Er is een toets geweest van het hele project, ook op geluid. Wij hebben toen ook weleens opgemerkt van, in Nieuwendijk zijn ook kwetsbare objecten die misschien nog wel dichter bij de Rijksweg liggen. Zijn enkele woningen. Die vallen ook buiten de boot. Voor ons is niet helemaal duidelijk hoe dat we hier als gemeente op zouden moeten acteren. En dan nog een bijkomend puntje.
Het laatste gedeelte van De Tol naar de brug, die weg is onderheid vanwege de slechte ondergrond. Het moet een hele hoge dijk worden, denk ik, wil hij boven het maaiveld uitkomen. Maar dat is een ander probleem. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Voorzitter, ook hierbij hoor ik mijn collega's dat ze zich verschuilen achter de nut en noodzaak dingen. Ooit is de brug bij de A27 ook neergelegd en hij was groot genoeg, maar inmiddels is hij ook niet groot genoeg. En de brug bij Heusden was ook groot genoeg, maar hij is ook niet groot genoeg. Dat wil zeggen, als we altijd achter die feiten aan blijven lopen van of dat het wel nodig is, terwijl er dadelijk dubbel zoveel verkeer overheen dendert, dan denk ik weldegelijk dat de heer Kolff gewoon gelijk heeft. Het is gewoon hartstikke hard nodig. En dan wellicht niet alleen voor Sleeuwijk. Dat kan ik dan wel onderstrepen. Wellicht ook voor inderdaad Almkerk en richting Hank. Zeker. Wij ondersteunen het. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank u, voorzitter. Het is een heel lijstje geworden. Eerst dacht ik, ik schrijf het niet op, maar goed dat ik toch aan het schrijven ben gegaan. Eerst eventjes, dan heeft u geluk dat er nog mensen op de tribune zitten, die ondersteunen van, er is bij Rijkswaterstaat onderzoek gedaan.
En daar is het aangetoond dat het wel noodzakelijk is. En dank voor de VWA met de ondersteuning ervan. Als die verkeersintensiteit nog groter wordt, is het geluid alleen maar erger. De noodzaak is ja. Hoe dat we het uit gaan voeren, dat is een tweede. Daar komen we terecht bij het CDA. Die vragen, waarvoor niet aan de Hank en Nieuwendijk? Daar staan natuurlijk al geluidsschermen. En er is daar geen ruimte voor een geluidswal. En dan kan je zeggen van, is dat scherm mooi? Nee, absoluut niet. Je ziet het door de jaren heen natuurlijk eigenlijk een beetje verpauperen, maar dat heb je natuurlijk met een geluidswal zeker niet. De ruimte aan Hank, Nieuwendijk, die noodzaak is hoger, want die ligt er tegenaan, maar die hebben al een gedeelte. Dan zou het er misschien bij kunnen. Maar dan kom je bij een scherm terecht, omdat er te weinig ruimte voor is. Progressief Altena vraagt, waar zou hij moeten komen te liggen? Dat hangt er toch wel een beetje vanaf, gaat die A27 een klein beetje naar het oosten toe of leggen ze hem naar het westen toe of komt hij precies op dezelfde plaats? Maar er moeten rijbanen bij. Tussen de Deltaweg en de A27 zit wel iets ruimte. Dat zal niet helemaal genoeg zijn als je naar het oosten toe gaat. Dat moet goed bekeken worden. En er ligt in ieder geval nog grond ernaast, dat er wel beschikbaar voor is.
Die is ook al in bezit van mensen die daar op gespeculeerd hebben dat die A27 erop
komt. Hoe dit allemaal gaat lopen, heb ik niet helemaal in beeld. Maar dat de noodzaak ervoor is, dat is wel zeker. SGP, wat haal je op je hals? Als je het nu niet op je hals haalt, krijg je nooit meer de kans. En nu is er nog geen enkele spa de grond in. Er zijn hooguit een paar bomen gekapt. Maar voor de rest is er nog niks gedaan. Als we het nu niet aanpakken, dan over een jaar of over vijf jaar of over tien jaar hebben we daar geen enkele kans voor. Dat is de redenatie, waarvoor nu. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Van Breugel en dan mijnheer Alderliesten. De heer Van Breugel: Mijnheer Kolff, u wimpelde heel snel weg, in Nieuwendijk hebben ze een geluidsscherm, maar u slaat te vroeg af als u op de A27 rijdt. Want daar is een stuk Nieuwendijk, dat is de ouwe dijk, die ligt ongeveer 100 meter en sommige stukken 300 meter weg. En daar is helemaal niks. Daar vragen de mensen al jarenlang om een voorziening. En misschien kan daar wel geen geluidswal komen hoor. Maar daarom heb ik altijd gepleit voor bermbossen. En bermbossen pakken ook de fijnstof. En weet u dat er 18.000 mensen per jaar overlijden al door de gevolgen van fijnstof? Dat zou misschien ook toegepast kunnen worden in Sleeuwijk. En daar ben ik al heel lang mee bezig. Alleen je krijgt geen voet aan de grond. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Alderliesten.
De heer Alderliesten: In reactie op de heer Kolff. Ik heb er enige kennis van. De ontwerpen die gemaakt zijn nu, worden niet meer aangepast. De aannemerscombinatie is nu aan het uitwerken. Alles wat u wil, zal buiten de scoop van de A27 blijven. Wat dat betreft maakt het niet uit of dat we er nu aan beginnen of volgend jaar. Die tijdsdruk is er in ieder geval af. Maar een ander ding wat ik ook hoorde, is dat naarmate de intensiteit van het aantal voertuigen toeneemt, dat er strakjes wel noodzaak is. De noodzaak wordt alleen maar groter. Nou is het zo dat die onderzoeken gedaan worden met een vooruitkijkende blik tot ver na 2030. En dat wordt allemaal in modellen doorgerekend. En dan kunt u zeggen, het zijn modellen. Het is geen beleving. En daarom ondersteun ik ook wel uw zoektocht eigenlijk naar, wat kunnen we betekenen voor de leefbaarheid van Sleeuwijk? Want zo lees ik eigenlijk uw pleidooi. Dan hebben we te maken met een aantal zaken. De openheid. Vandaar de bermbossen. En de ingreep die wij moeten doen, volledig op Altena’s conto, ergens in het landschap, zodat wij de Sleeuwijker minder geluidsbelasting geven. En dan blijft mijn vraag nog steeds van, waar moet hij dan komen te liggen? En nogmaals, het hele plan ligt klaar. Dat kunt u zo van de website afhalen. Daar gaat geen millimeter meer in schuiven. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten.
Mijnheer Kolff, wilt u reageren nog of wilt u ook een reactie van het college hebben, dat u mag afsluiten? De heer Kolff: Ik wil het in één keer afwerken. De heer Alderliesten staat er nog. Laat ik er eerst maar gelijk mee beginnen. Dat daar een punt is natuurlijk van, u zegt, de verkeerssituatie 2030, dat is zeven jaar. Waar hebben we het over? Dan ligt die weg er nog geeneens. Dan kunnen we alweer aan de gang. Dat er niks meer kan, daar twijfel ik aan. Als je natuurlijk in gesprek gaat met Rijkswaterstaat en die zegt, de norm moeten gehaald worden zoals ze zijn of zoals ze wel moeten zijn voor in de toekomst, kan er zeker over gesproken worden. En naar het CDA toe, ik denk dat we elkaar helemaal kunnen vinden. Dan trek je dat stukje toch gelijk door. Waarvoor niet? Dan doen we het toch gewoon samen? Of het een geluidswal wordt of bosjes bij Nieuwendijk, ik heb daar persoonlijk geen moeite mee. We kunnen gewoon samen optrekken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Blijft u nog even staan, want u krijgt op dit punt altijd van mij het laatste woord, maar u krijgt ook nog inbreng van het college. Wethouder Tanis.
De heer Tanis: Dank u wel, voorzitter. Misschien is het goed om te melden dat een jaar of twee geleden deze portefeuillehouder intensief contact heeft gehad met een aantal mensen in Sleeuwijk die zich zorgen maakten over het geluid. De wens van die groep inwoners was heel nadrukkelijk een geluidsscherm. Wat ga je dan doen? En daar moet ik toch, helaas heer Kolff, uw buurman gelijk geven, dat deze portefeuillehouder gesprekken heeft gevoerd met Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat gezegd heeft, op basis van rapporten die er lagen en die op verzoek van deze portefeuillehouder, omdat ik ook die vragen had, hoe actueel zijn ze en zijn ze goed doorgerekend, nog een keer geactualiseerd zijn. Ongeveer twee jaar geleden. En dat ook daaruit bleek dat, en dat kan iets anders zijn dan de beleving van de inwoners, maar dat de normen in ieder geval niet gehaald werden om een aanpassing van een geluidsscherm of een berm of iets dergelijks te rechtvaardigen. Dat is één. In die zin kreeg ik de deksel op mijn neus. Het tweede was dat Rijkswaterstaat in de modus zat van, als je als gemeente wat wil, en dat is echt, ik herhaal de heer Alderliesten, de mening van Rijkswaterstaat, het de aannemerscombinatie. En we zijn nu een paar stappen verder. Die heeft op de plannen ingeschreven. Daar gaat verder niets meer aan gewijzigd worden.
En toen was de stelling van Rijkswaterstaat, als je als gemeente, en nogmaals toen werd er niet gesproken over berm, maar nadrukkelijk over een geluidsscherm, omdat dat de vraag was van die groep inwoners die ik toen heb gesproken, hebben we een berekening gemaakt. En dan loop je inderdaad aan tegen het feit dat de berm te krap was. Die moet heel erg verbreed worden. Als je alleen naar het geluidsscherm kijkt, dan heb je het over een bedrag van grosso modo toen, vang me er niet op, maar een ton of zes. Maar ik ben er nog niet. Juist het punt wat de heer Alderliesten net noemde, het verbreden van de berm en dergelijke, dat vereist zoveel aanpak dat toen met een bandbreedte van plus of min 25 procent, zeg ik eerlijk, er toen een bedrag op tafel lag van tussen de 2 en de 2,5 miljoen. Op dat moment, in het oude college, heb ik dat ook een keer op tafel gelegd. En toen hebben wij op dat moment in ieder geval gezegd tegen elkaar van, laten we dit dossier maar even laten liggen. En dat wil niet zeggen dat deze portefeuillehouder in de modus zit dat er niets kan. Nogmaals, anders had ik toentertijd die gesprekken niet gevoerd. Maar dit is wel het uitgangspunt. En dat betekent dat alles wat we daar zouden willen, geldt overigens ook voor Nieuwendijk of Hank, dat het dan ten laste van de gemeente komt. Dat is even wat duiding van mijn kant, voorzitter. Voor de rest hoor ik het wel.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik geef dan mijnheer Van Breugel nog de kans. Blijft u nog heel even staan, voor als er misschien nog een vervolgvraag komt. De heer Van Breugel: Voorzitter, nog een korte vraag aan de wethouder. Stel dat wij de handen op elkaar krijgen hier en er komt een geluidswal die wij als gemeenteraad gaan financieren. Er komt ook een snelfietspad. Bijt dat elkaar? Dat is eigenlijk wat ik wilde weten. De voorzitter: Mag u beantwoorden, wethouder. De heer Tanis: U weet dat we bezig zijn met een visie op Werkendam Noord. En in die scenario’s die op tafel liggen, ligt er een snelfietspad in een variant getekend aan de oostkant en de andere kant van de westkant. In die zin liggen die opties nog vrij. De voorzitter: Mijnheer Kolff, u mag afsluiten. De voorzitter: Dank u wel. Ik weet genoeg. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we agendapunt 5.3 gehad. En even tussendoor, bij de voorbereiding van deze vergadering heb ik samen met de griffie even gekeken naar die 26 onderwerpen. En met een knipoog
naar de vorige vergadering, ik miste het onderwerp bomen, maar het bermbos, gelukkig kwam die toch bij dit agendapunt even langs. Wat dat betreft bent u heel creatief. - 5.4 Verkeersveiligheid (ChristenUnie) De voorzitter: Agendapunt 5.4, Verkeersveiligheid. De ChristenUnie. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Verkeersveiligheid staat als permanente actie in de begroting. Maar wij zouden het graag wat concreter willen maken voor de komende tijd. En de aanleiding daarvoor is ook een eerder aangenomen motie in de Tweede Kamer, alweer een aantal jaar geleden, om de 30 kilometerwegen standaard te maken en zeker ook 30 kilometerwegen verder uit te breiden. Het doel van die motie, van de indieners SGP en GroenLinks, was ervoor zorgen dat er een veilige verkeersomgeving overal in het land, maar in alle dorpen, gemeenten, steden ontstaat voor kinderen en voor degenen die de kinderen naar school brengen. En uit onderzoek is ook gebleken dat vooral de 50 kilometer per uur wegen een groot risico vormen voor de kinderen van en naar school en voor de kinderopvang. In onze gemeente zijn naar onze mening ook een aantal onveilige 50 kilometer per uur wegen op de schoolroutes. Ik denk daarbij aan GiessenRijswijk. Een onduidelijke inrichting. Wijk en Aalburg, Sleeuwijk.
Maar er zijn ook verschillende 30 kilometer per uur wegen die niet zijn ingericht conform de eisen van duurzaam veilig, om zo een veilige weg te krijgen. Dat staat permanent in de begroting als permanente actie, maar wij zouden graag wat concreter inzoomen op deze problematiek en uitbreiding van 30 kilometerwegen wat versnellen. En ook vervolgens een goede inrichting. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, ik wilde hier kort op reageren. Ik snap wel wat de heer Nieuwenhuizen bedoelt. Alleen in de praktijk werkt het net even iets anders. En mijn opmerking daarbij is ook dat de weginrichting bij ongeveer 80 procent van de 30 kilometerzones niet klopt. Al willen we dit opnemen, dan krijgen we denk ik toch een fors kostenplaatje probleem. Ik vraag me af of dat zin heeft. Daarnaast is het zo dat de 30 kilometerzones waar de heer Nieuwenhuizen het over heeft praktisch bijna niet gecontroleerd worden door onze veiligheidsdiensten. Die staan wel op 50 kilometerbanen, maar op 30 kilometerzones is algemeen bekend dat die weinig gecontroleerd worden door onze politie. Dat betekent dat we uiteindelijk een schijnveiligheid creëren. We willen 30 kilometer. Iedereen gaat er vanuit dat je 30 rijdt. Alleen er wordt in de praktijk geen 30 gereden en er wordt ook niet gecontroleerd.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Voorzitter, verkeersveiligheid, zeker op schoolroutes, is natuurlijk een heel belangrijk aandachtspunt. Nu zegt de heer Nieuwenhuizen van de ChristenUnie van, het is wat algemeen. Het moet concreter worden. Hij noemt een drietal plaatsen. Maar dan zou het ons echt om de concrete voorbeelden gaan. Waar is het nu echt verkeersonveilig? Want dat moeten we aanpakken. Maar wat brede begrippen van bepaalde wegvakken om een doel op zich, om een 30 kilometerzone te maken, dat spreekt ons wat minder aan. Maar als er echt concrete gevallen zijn van verkeersveiligheid op schoolroutes, dan horen wij ze ook graag en dan willen we daar zeker naar kijken om dat mee te nemen. Maar ik heb ook nog een vraag aan de heer Nieuwenhuizen. Want het is een permanente actie in de begroting. Dat is natuurlijk goed. Hij wil het concreter maken. Maar hoe concreet wil de ChristenUnie het dan maken? Zeggen van, of het wel of niet aan de beurt is voor een reconstructie of onderhoud, we scheppen een weg eruit en we maken er een nieuwe weg? Of
bedoelt hij te zeggen, zodra er een weg aan de beurt is, dan moeten we op dat moment kijken, kunnen we daar de verkeersveiligheid mee omhoog brengen? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. En dank aan de ChristenUnie voor het benoemen van een probleem wat eigenlijk in heel veel gebieden bestaat. Terecht is geconstateerd dat het als een permanent punt in de begroting staat, want dat is ook niet voor niks. En ik denk ook niet dat het een stuk onwil is. Het is veel meer een stuk confrontatie met huidig gebruik. Heel vaak zijn de wegen waar u het over heeft ook voorzien van een asfaltdeklaag, waardoor bijna van nature al te hard gereden wordt. Alleen ontkomen we daar niet aan, vanwege het zware verkeer wat eroverheen moet. We voelen heel erg mee met uw wens om de veiligheid eigenlijk permanent te borgen. Alleen zoeken we eigenlijk, en dat is misschien in lijn met wat de heer Versluis van de SGP zojuist aangaf, concreet naar de punten waar we ook daadwerkelijk op in moeten gaan zetten, in de wetenschap dat er een onderzoek verricht is waar de onveilige situaties in de gehele gemeente plaatsvinden. En dat we dan ook moeten gaan kijken naar een andere inrichting. Want dat is eigenlijk waar u ook voor pleit van, we kunnen een bordje neerzetten, maar daar blijft het niet bij.
En dan onderschrijf ik de lezing van de heer Timmermans. Er wordt niet gehandhaafd en de inrichting leidt er niet toe dat je van nature 30 kilometer per uur gaat rijden. Daar zit het grote probleem in. En ik hoor graag van de wethouder waar we concreet stappen kunnen gaan zetten. En als de heer Nieuwenhuizen concrete punten weet, laat die dan vooral ingebracht worden. Want als het gaat over verkeersveiligheid, dan vindt u ons in ieder geval aan uw kant. Dan horen we graag, hoe verder? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Veiligheid is belangrijk. Vandaar dat wij ook best wel achter het idee staan. Maar u noemde, en dat vind ik best wel fijn, Giessen-Rijswijk. En dat is in sommige gevallen een punt, maar dat is ook 30 kilometerzone geweest. En dat is teruggegaan, omdat het, wat net al gezegd werd, een soort schijnveiligheid gaf. Zoals het nu is ingericht, gaat dat daar eigenlijk best wel goed. Een enkele keer, maar dat heb je altijd, zijn er uitzonderingen die te hard rijden. Pas nog een keer een man met een grote auto met een veekar erachter, die veel te hand langskwam. Bijna mijn neus eraf reed. En van dat soort dingen, die kan je dan hebben. Maar neemt niet weg dat de veiligheid voorop moet staan. Voor wat betreft uw wensen, dat u zegt van, er staat een permanente actie in de begroting.
Koppel daar een actieprogramma aan. Laat het uitwerken concreet, waar liggen de problemen en hoe kan je ze oplossen? Dan komen we een stapje verder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Dank u wel, voorzitter. In Altena zijn bijna alle dorpen ingericht als 30 kilometergebied. Alleen de gebiedsontsluitingswegen, zoals bijvoorbeeld de Sportlaan en de Rijksstraatweg in Sleeuwijk, die zijn 50. Of Diessen, de weg die mijnheer Hoegee net noemde. En met de nieuwe wetswijziging wordt het andersom. Elk dorp wordt 30, tenzij je een verkeersbesluit gaat nemen om er een woonerf van te maken, waar je stapvoets mag of 50 kilometer. Er moet een besluit genomen worden. Eigenlijk gaat dit al gebeuren. De grote vraag hierbij is, als we alles als 30 kilometer in gaan richten en we gaan bijvoorbeeld de Rijksstraatweg in Sleeuwijk 30 kilometer maken, waar mensen al tientallen jaren klagen dat er te hard gereden wordt, wat gaat er gebeuren? Mensen gaan 30 rijden, die worden ingehaald. Er gebeuren hele gevaarlijke dingen. Maar ook op kruisingen hebben ze geen voorrang meer. Dan gaat het verkeer stagneren. Er zijn allerlei problemen. En ik wil niet mijn gelijk halen, maar hier twee jaar geleden heb ik samen met de heer Bakker van AltenaLokaal de mobiliteitsvisie behandeld.
En toen hebben wij voorgesteld om het punt veiligheid echt te benoemen en dat
uit te werken. En dat leidt het nu weer toe. Want we hebben nu een probleem met 30 kilometer. We moeten nu weer gaan inventariseren. Hadden we dat toen gelijk maar gedaan. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Breugel. U mag reageren, mijnheer Nieuwenhuizen. Wil ook wel het college eerst nog een reactie geven. Wat u wil. U wil meteen reageren. Gaat uw gang. De heer Nieuwenhuizen: Graag, voorzitter. Dank u wel. Ik ben blij dat er zoveel respons komt op het idee wat we ingebracht hebben. En daaruit blijkt ook wel dat verkeersveiligheid ieder na aan het hart ligt. Alleen er zijn een aantal... Wat dan opvalt, is in ieder geval dat het ook een bevestiging is van wat ik ingebracht heb. De VVA zegt, 80 procent voldoet niet, geen handhaving, schijnveiligheid, maar dat is juist het probleem wat we aan willen pakken. Omdat het niet voldoet, wordt er niet gehandhaafd. Er wordt pas gehandhaafd als de inrichting voldoet aan de regels. We creëren zelf die schijnveiligheid. Maar daar kun je wat aan doen. Ik ken niet alle wegen uit de gemeente uit mijn hoofd, maar een paar voorbeelden schieten me te binnen. Er zijn recent nog wel wat wegen heringericht. Ook binnen de kom van Veen zijn wegen herstraat. En daar zie je lange rechtstanden, want het is toevallig ook mijn vakgebied. Maar je ziet lange rechtstanden. En daardoor nodigt het uit om harder te rijden.
Er is met inrichting weldegelijk wat aan te doen. Als de SGP vraagt om concretere voorbeelden. Ik heb wel een concreet voorbeeld. Dat is Oudendijk. Onlangs is daar veel geld aan uitgegeven. Er staat een bord 50 kilometer, maar het is geen 50 kilometerinrichting. We moeten ook zuinig zijn op de centen die we besteden. Dat is een concreet voorbeeld hoe het eigenlijk niet zou moeten. Asfalt is voor beter geschikt voor zware belasting, maar er zijn ook alternatieven mogelijk. De heer Alderliesten, daar zijn allerlei mogelijkheden voor. En ook binnen asfalt kun je met de herinrichting wel wat doen. Giessen-Rijswijk, dat is een weg die voldoet aan geen enkel kenmerk. En dan nog maar even van, 30 kilometer is schijnveiligheid. Maar de bedoeling van de motie uit de Tweede Kamer was juist vanwege het verschil bij een conflict van de gevolgen tussen iemand die 30 rijdt of iemand die 50 rijdt, dat kan een verschil zijn tussen leven en dood of lichtgewond of zwaargewond. Dit is niet zomaar iets. Het belang van de motie is er weldegelijk. En de Rijksstraatweg is ook een mooi voorbeeld. En daar voorziet de motie ook in. Er is een onderscheid tussen 30 kilometer woonstraat en 30 kilometer gebiedsontsluitingsweg. Ook daar zijn allerlei mogelijkheden om dat op een goede manier aan te pakken. En juist daarmee ook de bewoners van de Rijksstraatweg zeker tegemoet te komen.
Ik heb hier een paar voorbeelden genoemd. Ik kan nog wel concreter worden. Dan gaan we samen een rondje doen door de gemeente en dan kan ik ze zo aanwijzen. Maar ik denk dat de wethouder daar zeker toe in staat zal zijn om te zeggen hoe hij daarmee om zou willen gaan. Maar ik denk, het maakt mij niet gerust als ik zie op enkele herinrichtingen van de laatste tijd en het doel wat we eigenlijk voor ogen zouden willen hebben en moeten hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. U krijgt nog een reactie van het college. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ik begin even met een reactie in de richting van de heer Van Breugel, die even de suggestie wekte dat we de discussie die we hebben gevoerd bij de mobiliteitsvisie weer opnieuw gaan doen. Ik denk wel dat het goed is om toch even hier te delen dat vorig jaar wij het zogenaamde SPV hebben vastgesteld, Strategisch Plan Verkeersveiligheid, wat gebaseerd is op de analyse, onder andere van de ongelukken die gebeurd zijn, maar ook van gegevens die we hebben gehad van de politie. En het afgezet ten opzichte van de daadwerkelijke inrichting. En dat heeft er in ieder geval toe geleid dat we daar de komende jaren mee aan de gang gaan. En dat we daar ook structureel extra middelen voor in de begroting hebben. Dat is één. Het thema verkeersveiligheid heeft zeker aandacht.
Het tweede punt, voorzitter, moet ik eerlijk zeggen, ik pleit ook wel enig pragmatisme. En ik begrijp uw punt, de heer Nieuwenhuizen. En we herkennen en erkennen allemaal
natuurlijk het punt verkeersveiligheid, maar we hebben het hier wel over een heel groot gebied met 21 kernen, waar we ook niet alles tegelijk aan kunnen pakken. In die zin zou de insteek van deze portefeuillehouder zijn van, ik denk dat het heel goed is om de 30 kilometerzone als uitgangspunt te nemen en dat te koppelen aan grootschalige wegreconstructies die we de komende jaren gaan doen. Dan is er absoluut sprake van een sterfhuisconstructie, maar het moet ook wel behapbaar zijn. En als er hele specifieke wegen zijn waar raadsleden of inwoners zich zorgen over maken, dan moeten we gewoon kijken of we daar natuurlijk eerder op kunnen schakelen. Geen enkel misverstand over. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen, tot slot. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me vinden in het beantwoording van de wethouder dat we werk met werk moeten maken. Maar ik zou dan toch wel nog een keer graag horen van, als we werk met werk maken, laten we het dan goed doen en ons houden aan de landelijke richtlijnen die er zijn en ons daarop focussen. En zo ook het maximale rendement uit onze bestedingen halen. De heer Tanis: En helder signaal, voorzitter. Dat nemen we zeker mee. En mochten er raadsleden behoefte hebben om toch nog eens verder in detail erover te praten, dan ben ik daar altijd bereid met de ambtelijke ondersteuning om u daar wat meer informatie in te geven.
Geen enkel punt. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij voldoende besproken. Dan hebben we programma 5 ook gehad. 18.6. Programma 6 Financiën De voorzitter: We lopen op zichzelf nog mooi op schema, maar we hebben nog een extra motie te gaan. We hebben nog maar drie punten. Ik weet dat het een lange zit is, maar gun ook de mensen die bij programma 6 iets willen aanstippen ook de aandacht die ze verdienen. - 6.1 Actieve grondpolitiek (CU) De voorzitter: We gaan naar agendapunt 6.1, actieve grondpolitiek. Door de ChristenUnie aangereikt. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Deze zit een klein beetje in het verlengde met wat we daarstraks over de Woonvisie en hoe we daarmee omgaan... Maar meer specifiek, de actieve grondpolitiek. Er wordt steeds meer gezegd binnen deze raad dat we actieve grondpolitiek moeten voeren. Ook wij hebben dat gezegd. Daar staan we nog steeds achter. Maar wat op dit moment een beetje onduidelijk is of een beetje blijft hangen, hoe gaan we die actieve grondpolitiek inzetten? We missen een beetje de kaders. We hebben als raad volgens mij ook geen kaders daarin meegegeven. Maar we zien wel dat het al een beetje gebeurt. We sorteren voor in Almkerk, in Werkendam, in Woudrichem. Maar wat gaat daarmee gebeuren? En dat zetten we ook een beetje af tegen de Grexen die we op dit moment hebben, die toch vrij veel op negatief staan.
We hebben ook gezegd, er moet meer sociale woningbouw komen. Er moet meer voor starters komen. En gaat dat nog meer kosten? Dat is voor ons een beetje een zoektocht van, hoe houden wij als raad grip op inderdaad die actieve grondpolitiek, zonder dat er straks een enorm kostenplaatje aan komt. Want we weten ook dat actieve grondpolitiek is iets waar een gemeente gewoon op failliet kan gaan. We vinden het een heel belangrijk punt om daar met elkaar scherp op te blijven. En de vraag aan de mederaadsleden, hoe kunnen we dat met elkaar doen? En een laatste punt daarin, we gaan inderdaad actiever kijken hoe we daarmee omgaan, die grondpolitiek, maar vervolgens hebben wij voor de kernen helemaal nog niet vastgesteld wat we daar gaan
doen. Ook dat punt hebben we al vaker genoemd. We gaan straks de Omgevingsvisie vaststellen, maar in die Omgevingsvisie, die dadelijk naar ons toekomt, wordt gezegd dat de kernen programma’s zijn. En daarmee ligt het in feite bij het college. En daar hebben we als raad ook geen sturing in. Daar zoeken we ook een beetje een koppeling van, hoe kunnen we de kwaliteit borgen in die actieve grondpolitiek en hoe kunnen we aan de knoppen blijven dat dat niet uit de hand loopt en dat we daar ook op een nette manier mee omgaan? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Dit is inderdaad een pittig vraagstuk, denk ik, wat hier opgeworpen wordt. Eigenlijk twee vraagstukken die u hier aan de orde stelt. Eerste gaat eigenlijk over de actieve grondpolitiek. Al meerdere keren in de raad hebben allerlei partijen daar dingen over gezegd. Wij hebben daar ook dingen over geroepen. Maar wij hebben ook iets in het vooruitzicht gesteld gekregen. En ik had nog eens even gezocht in de begroting van, wat staat er eigenlijk over in? En eigenlijk staat in de begroting op pagina 145 dat wij eind dit jaar daar een stuk over aangeboden krijgen vanuit het college, waar we begin 2024 een besluit met elkaar over moeten nemen en met elkaar over in discussie kunnen.
Ik denk dat we dan wat verder de diepte in moeten gaan over die actieve grondpolitiek, want dan hebben we ook een onderligger met een stuk, verwacht ik dan, met argumenten. En daar zullen ook wel bepaalde nuances in zitten. Aan ene kant is het heel goed dat we de regie wat meer misschien naar ons toe kunnen trekken. Aan de andere kant is er ook wel de complexiteit van het Didamarrest, waarmee het dan heel eenvoudig gaat worden om allerlei partijen vanuit Verweggistan hier allerlei projecten te laten ontwikkelen en misschien onze eigen projectontwikkelaars minder aan bod komen. Dat is iets wat we dan denk ik ook misschien eens even goed met elkaar over de diepte in moeten. En hetzelfde geldt denk ik... U zegt, de Omgevingsvisie gaan we vaststellen. We zijn natuurlijk met elkaar ook een heel traject bezig van, wat komt onder een programma en niet onder een programma en hoe zit dat precies? Wij ervaren ook wel een beetje die moeilijkheid van, wat laten we nu allemaal precies los en wat laten we niet los? En daar zijn we ook nog een beetje zoekende in. En volgens mij gaan we daar, ik dacht, 21 november, dat weet ik eerlijk gezegd niet uit mijn hoofd, maar ook ergens hebben we daar weer een vervolgavond voor. En misschien is het dan goed om daar ook eens wat verder op in te gaan in plaats van het nu.
En dat willen we ook niet nu, bij wijze van spreken, snel af te raffelen in die tien minuten die voor zo'n debatje staat. Ik onderschrijf uw oproep. En ik denk dat we binnenkort op alle tweede onderwerpen gelegenheid krijgen om daar dieper met elkaar op in te kunnen gaan. Daar kijken wij in elk geval wel naar uit. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: De SGP is het natuurlijk daar ook helemaal mee eens als het gaat om de risico's vanuit de grondexploitaties. We worden natuurlijk ook jaarlijks door accountant in ieder geval gewaarschuwd van. Kijk die begroting is één, maar de risicoparagraaf binnen de Grexen is natuurlijk heel erg hoog. Daar moeten we ook heel goed op de bal blijven zitten en goed naar kijken. Actieve grondpolitiek of minder actieve grondpolitiek, u haalt net aan van, in het verleden zijn daar ook wat minder succesvolle zaken geweest. Zeg ik met een knipoog, volgens mij was het in Woudrichem in ieder geval wat minder succesvol als in Werkendam. Want dat zien we natuurlijk nu ook nog in de MPG meegenomen worden. Maar ik ben het ook voor de rest helemaal met de heer Bouman eens, het is eigenlijk zo'n belangrijk onderwerp, dat laat zich eigenlijk niet vertalen vanavond in een debat. Ik had het niet zo scherp, maar er komt een separaat stuk aan.
En ik denk dat we daar echt met elkaar wat tijd voor in moeten plannen, om daar gewoon heel kritisch naar te kijken. Het is wat de SGP betreft geen must, die actieve grondpolitiek, maar het belangrijkste is dat we wel als gemeente
sturen op het programma, op de kwaliteit, op de prijs, op alles wat daarbij nodig is. En dat kan natuurlijk ook actief en minder actief. Maar wij praten er ook graag in een kleiner verband dieper op door. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. En dank ook ChristenUnie. En terecht koppelt de heer Duizer het ook al een beetje aan de discussie die we eerder gevoerd hebben. Progressief Altena ziet eigenlijk actiever grondpolitiek, want actieve grondpolitiek suggereert eigenlijk een soort heel erg. Wij zien het graag stukje bij beetje. Al doende, leert men. We moeten niet meteen vol op actieve grondpolitiek gaan zitten, maar wij zien het als een nadrukkelijk middel om inderdaad te kunnen gaan sturen op kwaliteiten. En dat geeft u terecht ook aan, daar zou het voor ingezet moeten worden. Hoe kunnen we ervoor zorgen, middels een actieve grondpolitiek, dat we daadwerkelijk gaan bieden wat we zo graag onze inwoners willen bieden, woningen die juist voor hen geschikt zijn. Daarnaast dank aan de heer Bouman voor zijn oplettendheid. Ik had het niet gezien, maar er komt nog een stuk naar de raad toe. En het lijkt me inderdaad heel verstandig om op dat moment breed te gaan kijken hoe we dit bespreken. En dank voor het agenderen, maar ik denk inderdaad dat we dit nog op een later moment de revue laten passeren. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Zullen we eerst even naar het college gaan, mijnheer Duizer? En dan mag u afronden. Mijnheer Tanis. De heer Tanis: Heel kort, voorzitter, wat mij betreft. Je ziet toch op zijn avond ook weer dat communicatie een moeilijk punt is, want de laatste Auditcommissie heeft de concept grondnota al daar op tafel gelegen en hebben we inderdaad met de Auditcommissie afgesproken dat op 21 november, als het goed is, er een avond is om met elkaar daarover na te denken. Waarbij de insteek van de nota grondbeleid, die ik u aan wil bieden via het college, de insteek biedt om een kaderstellende notitie te zijn. En aan de andere kant ook, wij noemen het maar even, een gereedschapskist aan mogelijkheden wat er allemaal mogelijk is. En dat ook een nadrukkelijk een relatie legt met de Omgevingsvisie. Dat betekent als de raad hem aftikt, dat we deze ook kunnen gebruiken in de nieuwe setting, die gaat gelden na volgend jaar. Wat deze portefeuillehouder betreft, wordt vervolgd. Graag zelfs. De voorzitter: Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Het klopt inderdaad dat de stukken nog naar ons toe komen. Ik had ze ook niet zo scherp op het netvlies als de heer Bouman. Maar waar het mij wel om gaat, is dat we als raad echt de kaderstellende rol blijven voeren. En een van die kaders is gewoon de financiële component.
En die horen we toch bij de begroting vast te stellen. Wat mij betreft worden er ook door de raad met elkaar nog iets meer die linken gelegd dat wij aan de voorkant het college die richting meegeven. En net als inderdaad over die dorpenvisies, die Omgevingsvisie, we roepen hem continu, maar we zijn ondertussen vier jaar verder en nog moeten we het eindproduct afwachten. En dan is het zover klaar dat we niet zo heel veel mee kunnen zeggen. Het is met name mijn oproep om dat soort hoofdlijnen en die koppelingen nog iets verder naar voren te halen. En ik snap dat het na vier uur vergaderen best een pittig thema is om er nog eens eventjes uitgebreid over hebben. Dat zal vanavond ook niet lukken en over twee weken is dat denk ik ook te complex. Maar ik hoop toch echt dat we met elkaar dit serieus oppakken om de goede richting mee te geven en niet alleen maar een beetje op invullen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Volgens mij heeft u inderdaad wel medestanders over dat goede gesprek gevonden. Daarmee hebben we agendapunt 6.1 besproken.
- 6.2 Lastendruk (VVD) De voorzitter: Gaan we naar 6.2, de lastendruk. De VVD. Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Historisch gezien lag in Altena de belastingdruk voor de lokale lasten altijd lager dan het landelijk gemiddelde. Als je de drie oude gemeenten bij elkaar optelde, pakte daar het gemiddelde van, zaten we heel keurig onder het landelijk gemiddelde. En in het begin van Altena was dat ook zo. En ondanks dat we niks heel geks hebben gedaan, we hebben geen hele rare verhogingen doorgevoerd, zijn we toch steeds meer opgetrokken richting dat landelijk gemiddelde. En het college geeft zelf.... De muziekvereniging heeft nieuw werk. En we waren allemaal bang voor de toekomst. De voorzitter: De voortgangsrapportage muziekonderwijs hebben we al gehad. De heer P. Bouman: Het korte intermezzo. We zitten inmiddels op het landelijk gemiddelde. En het college geeft zelf aan dat in ‘24 gaan we er waarschijnlijk overheen. Dan komen we in de verkeerde helft van Nederland qua belastingdruk. Nou weet je dat natuurlijk nog niet zeker, want je weet nog niet wat andere gemeenten gaan doen. Maar het gaat in ieder geval niet de goede kant op. Tegelijkertijd zien wij een negatief financieel perspectief op ons af van een miljoen of vijf, vanaf ’26. Dat baart ons wel zorgen.
Want als we nu al boven de gemiddelde belastingdruk zitten en we worden gevraagd dadelijk een gat te dichten van vijf miljoen, dan vragen wij ons af van, hoe voorkomen we dat we in de verleiding komen om die belastingdruk nog verder op te hogen? En dan kunnen we natuurlijk allemaal braaf lijdzaam wachten tot het college begin volgend jaar richting de Kadernota komt met oplossingsrichtingen, maar het leek ons vanuit de VVD alvast goed om een signaal mee te geven van, college, als u aan de gang gaat, en ik hoor graag wat de collega’s daarvan denken, denkt dan alstublieft als laatste, en het liefst helemaal niet aan, belastingverhoging. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Mijnheer Bouman, heel zuiver verhaal, zuiver betoog. En wij willen het samen met u onderstrepen. Wij constateren inderdaad hetzelfde. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Dank u wel. Er zijn natuurlijk een paar automatismen die dat veroorzaken, mijnheer Bouman, ook. Als wij streven naar een formatienorm die landelijk gemiddeld is, dan zullen ook de kosten landelijk gemiddeld gaan worden. En in die zin willen wij er wel op een manier naar kijken van, als wij de ambities voor de inwoners op een level hebben of een niveau hebben en wat een plus is, dan zou dit ook een plus waard mogen zijn.
Maar dan moeten we dat wel scherp houden. In die zin delen we uw zorg. Het vraagt volgens mij om een stuk discipline, die wij soms nog onvoldoende zien. En de tegenvallers in aanbestedingen, daar heb je gewoon mee te maken. Maar er zit denk ik een structurele component in die onze aandacht vraagt, om structurele tekorten die we met ozb en belastingen proberen te dekken. In die zin, delen we uw zorg. Maar dat vraagt ook om naar onszelf te kijken in ambities die we hebben. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Voorzitter, richting de VVD, die het toch met name heeft over het gevaar van lastenverhoging. Ik zat opeens eigenlijk te bedenken, we hebben natuurlijk een twee jaar geleden een verkiezingsprogramma geschreven. Ik kan eigenlijk het beste maar gewoon citeren wat we daar al over
bedacht hadden. Wij hebben in ieder geval aangegeven “Verhoging van gemeentelijke belasting is, met uitzondering van de inflatiecorrectie, pas aan de orde indien bezuinigingen en aanpassing van het investeringsbeleid niet voldoende financiële ruimte bieden.” Dat zou ons antwoord zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluijs. Mijnheer Verdoorn. De heer Verdoorn: Dank u, voorzitter. Ik zal het kort houden. We zijn het helemaal eens met de VVD. De voorzitter: Dank u wel. Dat is ook kort. Gaan we naar het college. Wethouder Tanis. En dan mag mijnheer Bouman afronden. De heer Tanis: Dank, voorzitter. U begon uw betoog met het relativeren van hoe het was. En dat ben ik wel met u eens, omdat natuurlijk eigenlijk pas helder is hoe Altena zich verhoudt in 2024 met een andere gemeente op het moment dat het verwerkt is. Dat is een kant van het verhaal. Andere kant, voorzitter, een beetje toch nuancering. Het is natuurlijk ook zo dat we de afgelopen... U maakt een optelsom van de drie voormalige gemeenten en trekt daar de conclusie uit. Dat begrijp ik. Dat bestrijd ik ook niet. Begrijp me niet verkeerd. Aan de andere kant is het natuurlijk wel zo, met betrekking tot afvalstoffenheffing en riolering hebben we de afgelopen jaren ook wel een aantal extra stappen moeten zetten om een aantal redenen. Dat er ook sprake was van een stukje inhalen.
Doet natuurlijk ook geen goed aan de lastendruk. En als laatste, voorzitter, bij de start van deze collegeperiode hebben we volgens mij in ieder geval met de coalitie ook een aantal uitgangspunten gehanteerd. En dat betekent dat ook het college in de modus zit dat we uiterst terughoudend om zullen gaan ook met die voorstellen tot verdere lastenverhoging. Als we dat al dan zouden voorstellen, zullen we inderdaad met een heel goed verhaal moeten komen. Dat zou wat het college betreft zeker het uitgangspunt worden voor de uitwerkingen die wij gaan voorstellen in het kader van de bezuinigingsdiscussie, die wellicht op ons af gaat komen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij zitten we als raad redelijk op één lijn in dit punt. En het signaal wordt ook opgepikt en waarschijnlijk uitgevoerd door het college. Wij zijn tevreden. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. Dan hebben we agendapunt 6.2 gehad. - 6.3 Stelposten Kadernota (VVD) De voorzitter: Wellicht dat u wil blijven staan of uw collega, maar u mag dan bij 6.3 het nog over de stelposten van de Kadernota hebben. De heer P. Bouman: Dank u wel. Daar kan ik kort over zijn, want deels is dat al behandeld. Wij hebben het vanavond al gehad over accommodatiebeleid en we hebben het al gehad over sportvelden.
En daar is inhoudelijk al van gezegd van, die moeten ingevuld worden, die ambities. Er moet duidelijk worden wat we gaan doen. Er moet duidelijk worden wat dat gaat kosten. Dat was een deel van ons betoog. Maar wat ik daar nog aan wil toevoegen is, we moeten ook even doorkijken wat dat dan gaat betekenen voor de begroting zoals die nu voorligt. Want wij zijn niet naïef. En dat soort ambities allemaal opnieuw uitkomen, dat zou ons ten zeerste verbazen. Dat betekent dat het financial perspectief wat nu geschetst wordt in de begroting, zoals die nu voorligt voor latere jaren, want dan gaan die lasten echt vallen, dat klopt naar onze mening niet. En dat
wilden we graag even gezegd hebben. En misschien dat mensen dat kunnen beamen of anders knikken en anders ook goed. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Mijnheer Van der Hoeven van de ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Het is in ieder geval een punt wat we ook in de Auditcommissie wel hebben geagendeerd en waar we volgens mij mee aan de slag gaan de komende tijd. Maar de wethouder maakte er net een opmerking over. Als we politieke dingen willen agenderen, doen we dat hier en niet in de Auditcommissie. Maar daar kijken we onder andere van, bij investering op scholen wordt er als een post gekeken. En wij hebben in ieder geval vanuit de Auditcommissie de vraag gesteld, knipt dat in stukken. Dat je ook gewoon losse analyses kan maken welke investeringen en overschrijdingen je hebt. En horen PM-posten uiteindelijk ook in zo’n zelfde categorie. Als je nog niet weet wat het kost en je hebt wel de ambities, dat is dan een zorg zeker als je naar ’25, ’26, ‘27 gaat kijken in de begroting. Wij willen vanuit de Auditcommissie daar graag iets meer inzicht in hebben. En dat we dan ook als raad duidelijke keuzes maken van, jongens, nu moeten we dat wel doen of nu kunnen we dat niet doen. Gewoon omdat anders we in de rode cijfers gaan lopen. Dat willen we niet. Daar zullen we zeker mee terugkomen ook naar de raad toe.
Maar daar wordt ook in Auditcommissie druk over nagedacht om deze zorg te verminderen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Anderen nog? Namens het college, wethouder Thales. De heer Tanis: Heel kort, voorzitter. Ik begrijp uw punt en ik begrijp ook uw zorg, want die heb ik ook wel, zeg ik eerlijk. En als portefeuillehouder financiën is het natuurlijk jammer dat die PM-posten op dit moment nog niet ingevuld zijn, zodat je gewoon meerjarig nog niet het juiste beeld hebt. Het positieve is wel dat in ieder geval ook, maar dat heeft mijn collega's horen zeggen, de komende maanden een aantal rapporten afkomen, om het zo te zeggen. En dan kan dat vervolgens ook vertaald worden in het meerjarenperspectief. En dan wordt dat verhaal ook helderder. Maar nogmaals, ik had het ook liever nu al op tafel gehad. De voorzitter: Mijnheer Bouman, tot slot. De heer P. Bouman: Dank u wel. Tevreden met het eerlijke antwoord van de portefeuillehouder. Mooi ook dat Auditcommissie er werk van maakt. Enige wat me dan resteert, is even nog het besef over te brengen aan de collega's dat de beelden die er nu zijn voor 2026, waar je dan een tekort ziet van vijf miljoen, dat is nog meer. Dat gaan we nu niet oplossen. Dat betekent dat we nog meer werk hebben begin ‘24. Laten we dat met elkaar goed beseffen. De voorzitter: Waarvan akte. Mijnheer Bouman, dank u wel.
Met deze laatste woorden kan ik concluderen dat we aan het einde zijn gekomen van de bespreking van agendapunt 18. Er zijn een hele hoop onderwerpen de revue gepasseerd. En het is aan u als raad en als raadsfracties om te kijken wat u daarvan richting de definitieve vergadering, besluitvormende vergadering mee wil nemen en wat u nog wil indienen. En dat zien we dan over twee weken met elkaar. Dat kondigt u natuurlijk eerder aan via de griffie in het raadsinformatiesysteem. 19. Motie vreemd aan de orde De voorzitter: Dan hebben we nog een extra agendapunt, de motie vreemd aan de orde van de dag die door de VVA is aangekondigd en ingediend. En ook voor dat laatste agendapunt draag ik het voorzitterschap van de vergadering weer over aan de plaatsvervangend voorzitter. Maar niet nadat ik u nog heb meegedeeld en de
kijkers thuis dat wij door ruim vijfhonderd kijkers via de livestream gevolgd worden. En dat is nog exclusief de mensen die gewoon via Altena TV aan het kijken zijn. Dat zijn er wellicht nog meer. U bent in beeld. Mijnheer Meijboom. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel voor de inleiding. Wij gaan inderdaad over naar de behandeling van de motie van grote zorg over de nevenfuncties van de portefeuillehouder, wethouder Sheikkariem, ingediend door de Vrije Volkspartij Altena. En u staat al klaar, mijnheer Timmermans. En u krijgt nu de gelegenheid om die motie toe te lichten. De heer Timmermans: Voorzitter, dank u. Korte toelichting. Deze motie is niet opgesteld om te twijfelen aan de persoonlijkheid van de wethouder, wat dat betreft. Alleen ter bescherming van de wethouder. Dat wil ik hierbij even benadrukken, dat ik de wethouder ook vanaf deze kant nog zeker een warm hart toedraag. Alleen ik zie de gevaren die op de weg komen. In het bedrijfsleven gebeurt dit ook weleens, dat functies door elkaar heen kunnen gaan lopen en dat dat niet alleen problemen oplevert van punten die elkaar kunnen doorkruisen, maar ook gezondheidskwesties kunnen worden. Vandaar deze motie, voorzitter. Ik denk dat de inhoud wel aardig voor zich spreekt, met uitsprekende.
En ik hoop dat mijn mederaadsleden dat zelf eigenlijk ook willen onderstrepen en hetzelfde voelen als ik namens de Vrije Volkspartij. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik ga ervanuit dat alle fracties ook kennis hebben genomen van de motie, die zojuist ook nog voorstond, maar al vanavond eerder in het RIS is geplaatst door onze griffie. Ik zou nu graag in de eerste termijn de fracties de gelegenheid willen geven om te reageren op deze motie. En ik zie de heer Van der Hoeven al opstaan namens de ChristenUnie. En ik wil u ook graag het woord geven. De heer Van der Hoeven: Dank u wel, voorzitter. Ik heb de gelukkige positie gehad om eventjes een paar uur buitenshuis te zijn, vanwege de diploma-uitreiking van mijn vrouw. Maar dat gaf mij ook even de kans om eventjes te laten bezinken wat we eerder van de avond, begin van de middag hebben gehoord. En dat heeft onze zorg niet minder gemaakt. Wij willen graag wel even zo meteen in de fractie overleggen hoe de stemming gaat verlopen rond dit onderwerp, maar de zorg is zeker niet weg. We weten ook dat een oproep tot het neerleggen van de functie in de provincie dat dat waarschijnlijk een hele kansloze oproep is. Dat vinden wij wat minder sterk aan de motie. Maar het signaal van zorg wordt in ieder geval door mij gedeeld. Termen als mijnenveld vind ik in deze tijd wat minder gepast, voorzitter.