2023-10-24 Transcript Gemeente Altena
Tekst van het document
Maar tegelijkertijd vinden er buiten de gemeentelijke knoppen om, noem ik het maar even, allerlei zaken plaats waardoor we toch steeds vaker horen dat met name de onderkant van de markt onvoldoende bediend wordt. En dat heeft te maken met stijgen van grondstoffenprijzen. Heeft te maken met stijgen van arbeidsloon. Dat heeft te maken met stijgen van hypotheekrentes. Allerlei zaken waar Altena eigenlijk heel weinig grip op heeft, maar tegelijkertijd wel met de gevolgen geconfronteerd wordt. Want met name de onderkant, de minder draagkrachtige mensen die toch naarstig op zoek zijn naar een woning, kunnen op die manier buiten de boot vallen. Wat je dan vaak ziet, is dat die woningen alsnog verkocht worden, omdat ze net wat te duur zijn, aan mensen van buiten Altena. En daarmee schieten we eigenlijk ons doel voorbij. We bouwen wel weer de aantallen, maar onvoldoende de kwaliteit die we dan hier lokaal kunnen aanbieden. Dit gezegd hebbende, is eigenlijk mijn vraag aan collega-raadsleden, maar uiteraard ook aan het college, wat we hier aan kunnen doen. En misschien vinden de volgende twee gesprekspunten al een raakvlak daarmee of misschien zelfs een begin van een antwoord, wat we kunnen doen om meer te gaan bouwen voor de Altenezen? Dat is eigenlijk de oproep die ik doe. Ik hoor graag van andere fracties die datzelfde ervaren of voelen en wat we daaraan kunnen betekenen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Staat ook meteen bij aangekondigd om het stukje Woonvisie ChristenUnie, ik zie de heer Duizer al gaan staan, prima, om dat erbij te betrekken. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Wij hadden de inbreng ongeveer vergelijkbaar inderdaad. De markt is op dit moment hard aan het veranderen. Natuurlijk kunnen we dat als gemeente niet altijd voorzien, maar we hebben een Woonvisie vastgesteld voor ’21 tot en met ‘25. Dat is vier jaar. En op dit moment zitten we halverwege, maar we zien dat de markt gewoon hard verandert. Daarnaast hebben we de Woondeal met de regio vastgesteld. Heeft de Rijksoverheid ook iets gezegd over het meer weer richten op de sociale huursector. De vraag is aan inderdaad de rest van de raad, maar ook richting het college, is het niet tijd om toch tussentijds de Woonvisie eens eventjes tegen het licht te houden en weer bijstellen bij de actualiteit? En misschien daarbij ook noemend, we moeten wellicht ook een kortere tijdspanne gaan pakken, in kleinere stapjes gaan werken om te kijken van, kunnen we de markt bijblijven, want hij verandert hard. Er is veel vraag naar andere vormen. Hoe gaan we die sociale component, die sociale huur verhogen? Hoe gaan we daar met de woningbouwcorporaties mee om? Hoe gaan we met de verduurzaming, die toch gewoon geld kost, maar
niet door iedereen betaald kan worden, zeker ook nu de rente hoger wordt, om? En daar aandacht voor. En de laatste, die hebben wij al een aantal jaren herhaald, innovatieve woonvormen. Hij staat er structureel wel in, in de begroting, maar het blijft elke keer dezelfde zinsnede. En we zijn toch wel erg benieuwd of we nu op korte termijn ook daar echt wat meer actie op kunnen voeren, om dit ook nog eens een keer extra te versterken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank u wel, voorzitter. Alle twee de indieners van dit stuk kunnen wij zeker ondersteunen. De problemen kennen we. Die hoeven we niet te gaan herhalen. De alternatieve woonvormen, waar de heer Duizer op het laatst mee komt, daar kunnen we zeker goed over nadenken. Er zijn best mogelijkheden om voor onze eigen mensen wat te doen. Dan denk ik aan woningsplitsing, mantelzorg, maar ook voor jongeren die c.q. in de toekomst voor mantelzorg moeten gaan zorgen, om daar flexibel mee om te kunnen gaan. Die alternatieven wil ik zeker nog even onderschrijven. En de kunnen we onszelf wel in vinden, deze standpunten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Ook wij horen die problemen natuurlijk vaak en ervaren ze soms ook in directe nabijheid.
Met betrekking tot mantelwonen hebben we natuurlijk een tijdje geleden een motie ingediend met een aantal fracties. En verwachten we eigenlijk in de nieuwe Woonzorgvisie, ik weet even niet precies hoe het heet. Maar het zou begin volgend jaar in elk geval komen. Daar hopen we dat dat dan definitief geregeld is dat dat in elk geval ook in Altena officieel mogelijk gaat zijn. Wat de heer Duizer zei met betrekking tot die Woonvisie, dat herken ik wel een beetje. Alleen ik denk dat wij de markt qua visieontwikkeling nooit voor zullen zijn. Misschien moeten we aan de ene kant wel zeggen, we hebben snellere iteraties nodig. Aan de andere kant moeten we misschien erkennen dat we met zo’n visie, dat we daar niet alles aan op moeten hangen, maar gewoon moeten schakelen als we kunnen schakelen. We hebben bijvoorbeeld pas een heel stuk grond in Woudrichem gekocht, waar allerlei plannen wellicht op zijn. En misschien is het wel een idee dat we daar met een aantal flexwoningen, daarvan er volgens mij her en der in het land heel veel beschikbaar staan of beschikbaar gesteld worden door de landelijke overheid, om daar misschien is een complex of een aantal van die flexwoningen neer te zetten in beheer van de gemeente Altena of in samenwerking met een projectontwikkelaar wellicht.
We zeggen, en dat gaan we dan inderdaad bestemmen voor die jongeren of die starters en misschien senioren, wat gecombineerd doen. Allerlei initiatieven. En daar de regie in eigen hand nemen. Dat is even een concreet idee wat we in willen brengen naar aanleiding van dit punt, wat misschien wel de handen op elkaar kan krijgen en wat misschien ook wel echt uitvoerbaar kan zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Hoegee was. Of wilt u reageren, mijnheer Duizer? De heer Duizer: Ja, even een korte interruptie. De voorzitter: Dat mag. De heer Duizer: Ik denk dat de heer Bouman een goed punt heeft om tijdelijke grond te gebruiken. Maar ik wil hem er ook op wijzen, in Wijk en Aalburg, de Bloklandhof, ligt een perceel al jaren leeg. Daar kunnen we nog sneller in. Daar zit zelfs een woonbestemming op. Laten we echt kijken waar we heel snel die acties kunnen ondernemen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mijnheer Hoegee, stond net eerder aan de lijn. Of wilt u ook interrumperen, mijnheer Alderliesten? De heer Alderliesten: Ik had inderdaad een soortgelijke interruptie. Want ik drukte hem in, maar ik keek niet naar de voorzitter. De voorzitter: Maar een interruptie mag. De heer Alderliesten: Dan het tweede plan. Of dat ik de heer Bouman hoorde pleiten ook voor een wat meer actieve grondpolitiek? Ook actief op zoek naar gronden die de gemeente dan aankoopt om enzovoort, enzovoort te gaan doen? De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer A. Bouman: Ik ken even niet de agenda helemaal uit mijn hoofd, maar volgens mij kwam dat later nog een keer ergens, dacht ik, een keertje terug, als ik het goed heb. De voorzitter: Ja, programma 6. De heer A. Bouman: Dan gaan we het er dan daar nog wel op in. Dat bedoelde ik hier eigenlijk niet. Er zijn gronden. Goed idee van de heer Duizer. Die had ik even niet direct op het netvlies. Maar er zijn plekken en wellicht kunnen we daar, in combinatie met de flatwoningen die vanuit landelijke overheid aangeboden worden, een slag slaan in het voordeel van de inwoners van Altena. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Ook wij herkennen het probleem wat genoemd wordt, maar hoe je het oplost is lastiger. En er worden flexwoningen geopperd.
Dat kan uiteraard een tijdelijke oplossing zijn, maar ik denk dat er meer behoefte is aan gewoon betaalbare woningen, waar mensen voor langere tijd terechtkunnen. Hoe je dat gaat bewerkstelligen, dat is een ander probleem. Daar heb ik ook niet direct een antwoord op. Maar als we kijken naar de noodzaak, dan is het niet alleen de noodzaak naar betaalbare koopwoningen. Er is ook een hele grote noodzaak voor betaalbare huurwoningen, sociale huur en betaalbare huur die er net boven zit. Er is een algeheel tekort. Er is een algeheel probleem. En misschien moet je dan via een Woonvisie inderdaad alternatieven gaan ontwikkelen, waarbij je toch iets kan creëren dat je echte woningen krijgt voor onze inwoners. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. De heer Alderliesten, als u vraagt of wij het probleem herkennen? Ja, uiteraard herkennen wij het probleem wat zich voordoet. Wij hebben hier natuurlijk ook al vaker over gesproken bij de behandeling van de Woonvisie, bij de doelgroepenverordeningen. Wat hebben we voor instrumenten, wat hebben we voor mogelijkheden om onze inwoners voorrang te bieden op de woningmarkt? Dat blijkt lastig te zijn, ook juridisch. Wat hebben we daar voor mogelijkheden? Wellicht dat de wethouder nog wat nieuwe mogelijkheden in zijn achterzak heeft om ons daarbij te helpen.
Ook even landelijk. De landelijke wetgever, al vaker ter sprake gekomen deze avond, is natuurlijk ook met wetgeving bezig en om te kijken, wat kunnen we bieden om bepaalde vergunningen op huizen te leggen, waardoor ze aan onze eigen inwoners verkocht moeten worden? Wellicht dat daar nog mogelijkheden in komen. Richting de heer Duizer.
Alternatieve woonvormen hebben we het natuurlijk al vaker over gehad. Daar vindt we ons aan uw zijde als u zegt, daar moeten we echt meer in gaan investeren, daar moeten we meer actie op gaan ondernemen. Het openbreken van een Woonvisie vind ik wat ingewikkelder. We hebben niet voor niks de Woonvisie voor langere termijn vastgezet. De markt verandert. Maar de Woonvisie biedt volgens mij genoeg handvatten om daar flexibeler mee om te gaan. In die zin zou ik daar niet gelijk voor willen kiezen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, de heer Alderliesten, zeker, wij onderschrijven ook het probleem wat u hier omschrijft. Zeker voor Altenaren. Die hebben inderdaad net voor hun neus vaak geen mogelijkheden tot een huurwoning of een sociale huurwoning of een goedkope koopwoning. Ik denk ook dat daar een beetje het probleem ligt wat de heer Hoegee eigenlijk zegt. Er is een algeheel tekort, maar dat tekort is ontstaan doordat er mensen van buiten Altena vandaan hier zijn gekomen. Waarom? Heb ik geen klip en klaar antwoord op. Ik denk ook niet dat flexwoningen de oplossing is, zoals de heer Duizer zegt. Ik denk dat we over een definitieve versie beter kunnen nadenken. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Misschien in reactie op de heer Timmermans.
Want de waardering voor het herkennen en het begrip eigenlijk voor het probleem en de zoektocht naar een oplossing. Waar het in onze optiek in ieder geval heel vaak misgaat, is dat die woningen, die weliswaar bedoeld waren voor de goedkopere klasse, dat die door allerlei omstandigheden nu zo duur geworden zijn bij oplevering dat ze eigenlijk niet meer betaalbaar zijn. Dat is voornamelijk de zoektocht waar ik in ieder geval naar op zoek ben of waar wij naar op zoek zijn. En dat misschien ook in reactie naar de SGP van, we kunnen wel woningen labelen. En het aanpassen van de Woonvisie is misschien... Het klinkt als iets heel groots, maar er is natuurlijk landelijk allerlei wetgeving die nu niet opgenomen is in onze Woonvisie. Er zijn ook landelijk allerlei normen aangepast, die mogelijk nu op een goede manier opgenomen kunnen worden, waardoor we wellicht een extra handvat krijgen. De voorzitter: Ik zie mensen gaan staan. Mijnheer Timmermans, u mag nog een keer. De heer Timmermans: Ik word erop aangesproken. Inderdaad, ik denk dat we misschien toch wel een keer die Woonvisie opnieuw moeten belichten of dat er andere mogelijkheden liggen. We hebben natuurlijk ook zo’n borg voor starters om het eventueel aan te zwengelen, maar dat helpt in dit geval niet. Want inderdaad, die rente blijft stijgen.
Als iemand zijn salaris binnenkrijgt, kan hij het nog steeds niet betalen, ondanks de borgstelling van de gemeente of van een instelling. Er zullen andere manieren moeten zijn, de heer van de SGP refereerde er eventjes aan, misschien in de wetgeving dat je dat kan sturen. Maar volgens mij is het juridisch nog niet mogelijk nu. De voorzitter: Mijnheer De Raad. De heer De Raad: Even in reactie op de heer Alderliesten. Ik zie het opbreken van de Woonvisie niet als een groot iets, maar dan moet het wel ook van toegevoegde waarde zijn. Uiteindelijk kunnen we de Woonvisie aan gaan passen, maar daar gaan we nog steeds geen extra huizen of lagere prijzen mee bereiken. Ik zou er dan meer voor willen kiezen om eerst de nieuwe Huisvestingswet af te wachten, die wellicht volgend jaar van toepassing gaat worden, om te kijken wat daar voor handvatten inzitten en of we daar wellicht hier in Altena ook iets mee kunnen.
De voorzitter: Mijnheer Bouman nog. En dan kom ik weer bij de twee indieners terecht. En dan wellicht dat die eerst nog willen horen wat de wethouder te melden heeft. De heer Bouman. De heer A. Bouman: Al doende zit je natuurlijk ook nog na te denken, want je wordt opgeroepen van, zijn er ideeën? Wat ook nog een idee kan zijn, naast het verhaal wat ik net vertelde van die flexwoningen, ik denk dat we in Altena soms ook weleens... Ik heb net ook al heel vaak gehoord juridisch dit en juridisch dat. En misschien moeten wij kijken hoe dat we soms ook weleens de randjes kunnen zoeken van de lijntjes die er, zal ik maar zeggen, zijn. Als er ergens woningsplitsing, de heer Kolff refereerde daar ook al aan, wordt aangevraagd, dan wordt er misschien eerst gekeken waarom het niet kan of waarom het eventueel niet kan. Dan wordt het tegen twintig regels aan gehouden. En dat wordt het heel moeilijk en heel lastig. En ik denk dat we in algemene zin gewoon dat soort dingen makkelijker mogelijk moeten maken. Mantelwonen, woonsplitsen en ik denk ook, dat andere verhaal wat ik net zei, dat dat allemaal kleine dingetjes kunnen zijn die kunnen meehelpen. En ik denk wel dat de ambtenaren hier ook creatief denken en dat men ermee bezig is. Maar dat hoop ik dan dadelijk graag nog te horen van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Duizer en mijnheer Alderliesten.
Wilt u nog een keer mijnheer Timmermans? Dan blijkbaar wordt dit debat nog even vervolgd. Dat mag. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Ik hoor inderdaad, kijken naar de juridische mogelijkheden en eventueel de randjes opzoeken. Ik denk dat we ook gewoon moeten realiseren dat de woningen die we de afgelopen jaren hebben gebouwd, die zijn, als we ze nu bouwen, te duur voor de starters. We moeten echt fundamenteel gaan kijken hoe we anders gaan huisvesten in Altena. Dat betekent een andere visie op hoe we onze dorpen gaan inrichten. Dat gaat verder dan alleen maar een beetje de regels versleutelen. Daar zal structureel naar goede oplossingen moeten worden gekeken. En die zijn wel mogelijk, maar dan moeten we ook anders durven denken. En daar moet ruimte voor gezocht worden. En dan richting de heer De Raad. De Woonvisie biedt heel veel inderdaad ruimte om daarin te zoeken. Maar wat de Woonvisie ook heeft gezegd, is een bepaalde verdeling in percentages. En die klopt gewoon niet meer. Op dat punt is de Woonvisie echt op dit moment al achterhaald en moeten we wel kijken of we dat stuk bijstellen. En als dat met een uitvoeringsprogramma gaat, prima, want daar kun je sneller mee handelen. Maar daar moeten we echt wel naar kijken hoe we daarmee omgaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mijnheer Timmermans.
De heer Timmermans: Voorzitter, ik vergat eigenlijk net in mijn termijn eventjes op te roepen aan de vooral landelijke partijen die hier zitten. Uiteindelijk zijn die er ook mede debat aan natuurlijk. Want we hebben het over CO2-problemen, over stikstofproblemen, over PFAS, wat ook allemaal meespeelt. Daarnaast is er, wat de heer Duizer terecht aanhaalde in de vorige termijn, wat ik even vergeten was, hij heeft het over Blokland. Dat zijn reine grondspeculaties, die ook onze gemeente aan mee heeft gedaan, de afgelopen periode. Speculaties, lang wachten, zodat ook de gronden duurder worden en ook de woningen die erop gebouwd worden steeds duurder worden. Uiteindelijk moeten we ook onze hand in eigen boezem steken en zeggen van, waarom hebben we dan zolang daarmee gewacht? De voorzitter: U lokt een reactie van de heer Duizer uit, zag ik. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Even een hele korte. Er zitten hier alleen maar lokale partijen. De landelijke zitten in Den Haag en niet in Altena.
De heer Timmermans: Voorzitter, het is toch niet de ChristenUnie en dan voor de rest helemaal niks meer. U heet toch gewoon ChristenUnie Altena. Maar u heeft exact hetzelfde partijprogramma. Wat zegt u dan? De voorzitter: Mijnheer Alderliesten nog en dan gaan we naar het college, wat mij betreft. De heer Alderliesten: Een laatste reactie op de heer Timmermans. Ik ben blij dat u eigenlijk onderschrijft dat de nood hoog is en dat we op zoek moeten gaan naar allerlei mogelijkheden. U noemt een aantal oorzaken. Daar moeten we ook iets mee. Ik vat het maar op als een ondersteuning. En naar de heer Bouman van het CDA nog even. We hebben natuurlijk de vorige keer al de motie, volgens mij de creatieve mogelijk makers, raadsbreed meen ik omarmd. En ik heb ook van het college al vaker begrepen dat wij vanuit de omgevingstafel, vanuit de gedachte van de Omgevingswet wel heel erg kijken naar wat er wel kan en niet zozeer van, hoe kunnen we het afwijzen? Volgens mij zijn die stappen al genoegzaam gezet. Maar ik hoor graag van de wethouder welke stappen we eventueel nog meer kunnen doen, zodat we daar een ondersteuning kunnen bieden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Dan gaan we naar het college toe. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank, voorzitter. Over de urgentie hoeven we het niet te hebben. Dat is één. Daar zijn we denk ik heel snel mee klaar.
Meerdere sprekers hebben geconstateerd, en dat constateert het college ook, dat de juridische mogelijkheden beperkt zijn en dat we natuurlijk met de marktpartijen een aantal afspraken hebben gemaakt, die in alle eerlijkheid geconcentreerd maar beperkte effecten hebben. Dat is absoluut waar. U signaleert dat terecht. Moet dat wat het college betreft leiden tot aanpassing van de Woonvisie? Het college zit eigenlijk wel een beetje op de lijn van de heer De Raad van, laten we eerst even wachten na de nieuwe Volkshuisvestingwet wat er uit Den Haag komt. Wil niet zeggen dat deze portefeuillehouder en het college in de modus zit om niets te doen. Wij hebben natuurlijk als college in SRBT-verband de Woondeal afgesproken, waarin de 30-40-30 verhouding is. 30 procent sociaal, 40 procent betaalbaar en 30 procent voor het duurdere segment. Dat is echt wel een lijn die het college wil gaan hanteren. Even los of dat sec in een Woonvisie vastgelegd is. Uiteindelijk moet het erin landen hoor, heer Duizer, geen misverstand over. Maar wij gaan wel nu bij nieuwe ontwikkelingen dat als norm hanteren, als uitgangspunt hanteren ook in de richting van de projectontwikkelaars, om in die zin in ieder geval ook een stap te zetten. Dat is één.
De eerlijkheid gebied natuurlijk wel te zeggen dat we op dit moment bezig zijn met een aantal lopende grondexploitaties, waar vaak natuurlijk contracten onder liggen en waar we dit gesprek ook wel voeren met projectontwikkelaars, maar waar de juridische mogelijkheden, om dat natuurlijk nog buiten sturen, gewoon beperkt zijn. Vervolgens, voorzitter, kijkt het college natuurlijk ook nadrukkelijk naar mogelijke tijdelijke locaties. Wij zijn daar in gesprek met een aantal marktpartijen, maar ook met onze corporaties, om te kijken of we toch iets kunnen op het gebied van flexwonen. Het punt creatief denken is ook zeker een punt wat regelmatig op de agenda staat, zowel bij het college, maar ook bij de Intaketafel. En als laatste punt, voorzitter, als het over innovatie gaat, dat staat misschien wat implicieter ook in de Woonvisie. Maar zowel collega Sheikkariem als ik zijn allebei met een hele concrete locatie bezig. En niet geheel toevallig, voorzitter, is dat ook een van de locaties die net voorbij kwam, de Bloklandlocatie in Wijk en Aalburg. Waar mijn collega met een aantal partijen aan tafel zit om te kijken hoe we daar een stukje innovatie vorm kunnen geven. En dat geldt voor deze portefeuillehouder in een deel wat nog openligt, nu bij de Zandweide in Dussen. In die zin zijn we wel bezig en houden we de raad daarvan ook op de hoogte wat de uitkomsten daarvan zijn.
Maar daar zijn al echt wel met concreet een aantal partijen aan het praten en zoeken naar mogelijkheden. Het is wat het college betreft niet wedden op één paard, maar heel nadrukkelijk een combinatie van een aantal factoren om iets met elkaar te bereiken. En wellicht moeten we nog wat ondeugender zijn af en toe.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Ik kijk even naar de twee indieners. De heer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank aan de portefeuille. Ik hoor hem een aantal dingen zeggen. De verdeling, zoals in de Woondeal ook afgesproken is, is 30-40-30, dat die niet noodzakelijk in onze Woonvisie hoeft te staan om hem toch te kunnen toepassen. Ik zie dit maar als eigenlijk een onderstreping van, we doen eigenlijk alles al wat we wettelijk opgelegd hebben gekregen, maar nog niet opgenomen hebben in onze Woonvisie. Daar zijn we al mee bezig. Ook de creatieve wijze van kijken naar plannen, daar hebben we het ook over gehad. Eigenlijk wil ik de wethouder in dit geval alleen maar even danken voor de beantwoording. Ik voel ook de urgentie, ook bij het college. En de zoektocht naar al het mogelijke wat er gedaan kan worden. Mocht daar nog iets zijn waar wij als raad in ieder geval iets in kunnen ondersteunen of kunnen doen, dan hoor ik dat graag. En dan, wat mij betreft, kijken we het even aan. De voorzitter: Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Ik sluit me erbij aan. Volgens mij delen we met zijn allen de zorg. Goed om te horen dat er in ieder geval aan gewerkt wordt. Hopelijk kan er nog net even een stapje bij. Maar volgens mij zitten we wel allemaal op hetzelfde weg. Dat constateer ik wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer.
Dan is volgens mij agendapunt 4.1 voldoende besproken. - 4.2 Bouwleges in het kader van betaalbaar wonen (SGP) De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 4.2, de bouwleges in het kader van betaalbaar wonen. De SGPfractie. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Voorzitter, dank u wel. Het lijkt er eerlijk gezegd op dat bouwleges steeds meer een verdienmodel is geworden binnen de gemeente. Telkens een verhoging van de leges, van de percentages, terwijl ook bouwsommen stijgen. Als we kijken in de begroting worden door de bouwleges ongeveer 2,6 miljoen euro opgehaald. Een tarief hoort kostendekkend te zijn. Maar dat zou betekenen dat er 25 tot 30 fte fulltime bezig zijn om bouwvergunningen te controleren. Daar kunnen we ons ook niet alles bij voorstellen. Maar nu in het voorstel van de begroting ligt er een voorstel om de bouwleges te verhogen. Afgerond van 3 naar 3,2 procent. Vanwege 1 januari dat de nieuwe wet van toepassing wordt, waar een scheiding komt tussen toetsing en toezicht, wordt daar een korting van 0,4 procent op verleend. Maar eigenlijk zien we gewoon een drastische stijging van bouwleges. Voor uw beeldvorming. Een vergunning voor een simpele woning kost 5.000 euro. We hebben het vanavond over starters gehad. Een starter zet een mooie complete keuken voor 5.000 euro. Zo duur zijn we eigenlijk geworden. Maar ook los dat wij nu het voorstel hebben om het tarief te verhogen.
Per 1 januari, waar het toezicht bij de initiatiefnemer komt te liggen, geeft ook een forse kostenverhoging van 2.000, 2.500 euro per woning. Een starterswoning, daar gaat straks al 7.000 of 8000 euro naartoe voor een papiertje. We prijzen ons de markt uit en we maken het allemaal niet betaalbaar. Maar misschien is dat meer in de kantlijn. Het is ook heel bijzonder dat een architect, een constructeur, alle adviseurs bij elkaar, die krijgen nog minder betaald als wat een vergunning kost. Toetsen kost meer als het maken van al die stukken. In ieder geval samenvattend. Ik vergeet 1 punt. Die wil ik hier in de kantlijn er ook even bij noemen. Zowel de 3 gemeenten, zoals Altena kent al jarenlang 1 tarief, ongeacht de grootte van een project. Je ziet bij heel veel gemeentes waar een staffel is. Want het is natuurlijk, een vergunning voor 100.000 euro verlenen kost naar verhouding meer als eentje van 10 miljoen. Wij kennen dat onderscheid niet. Eigenlijk samenvattend, voorzitter, de SGP heeft de volgende gedachte. Volgens mij is het in ieder geval zo dat het percentage niet omhoog zou moeten, omdat ook de bouwkosten stijgen. De maatstaf gaat al omhoog. Hoef je
niet het percentage omhoog te doen. Ten tweede is de korting voor de kwaliteitstoets van 0,4 procent in onze ogen te laag, want minister De Jonge heeft recent in het beantwoorden van Kamervragen nog aangegeven dat het ongeveer een deel is van 30 procent. We zouden wel 1,2 procent naar beneden moeten. Of minister De Jonge heeft ongelijk. Maar die man heeft volgens mij altijd gelijk. Of ons college heeft ongelijk. En de laatste is, wij zouden er voorstander van zijn, voer een staffeling in, afhankelijk van de grootte van de aanvraag. Hoe hoger de bouwkosten, het lager percentage. Als je je bod in de gemeente Waalwijk kijkt of de gemeente WestBetuwe, loopt dat dan van 4 tot 1,5 procent. Daar zitten verschillen in, afhankelijk van de staffel waar je inzit. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Dank u wel. We zijn hier een lokale partij. Ik ga niet in op ministers. Dat begrijpen jullie natuurlijk wel. En an sich het betoog van de heer Versluis, die zegt, dat is eigenlijk een logisch verhaal. Als de bouwkosten omhoog gaan, dan zou het percentage, als het percentage dan gelijk blijft, dan heb je nog steeds meer inkomsten. Dat is een onderdeel van zijn betoog, mijns inziens.
En wat ons betreft, zou het ook zo moeten zijn dat de bouwleges in elk geval kostendekkend zouden moeten zijn en dat het geen verdienmodel voor de gemeente Altena moet gaan worden. Of dat het is, dat weet ik niet. Dat hopen we dan dadelijk denk ik te horen. Uw laatste punt, daar maak ik wel een kleine kanttekening bij. U zegt eigenlijk, we willen het percentage naar beneden bij de hele grote huizen. Misschien in het kader van die solidariteitsgedachte om starterswoningen aantrekkelijker te maken, kan het juist heel goed zijn om dat percentage gelijk te houden, waardoor het overall gezien nog steeds kostendekkend is en de starterswoning relatief goedkoper wordt. Die gedachte wil ik in elk geval even meegeven aan de SGP, dat in dat geval de hele rijke mensen een klein beetje bijdragen aan het iets goedkoper maken van een starterswoning. De voorzitter: Ik maak gewoon eerst het rondje af, mijnheer Versluis, als u het goed vindt. U mag zo direct in zijn algemeenheid, want u brengt iets in. Maar zullen we, even voor de orde van het debat, ook de anderen de kans geven? Anders wordt het een een-op-een debatje en een volgend een-op-een debatje. U komt aan de beurt. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen ons voor een groot deel vinden in het betoog van de SGP.
Zeker met het oog op de invoering van de Omgevingswet, waardoor de regelgeving in ieder geval eenvoudiger zou moeten worden. Wat we wel belangrijk vinden, wat ook de heer Bouman zei, maak het transparant, ook voor ons als raadsleden van, hoe zit die kostendekkendheid in elkaar? Ik denk dat dat belangrijk is. En een staffeling, laten we daar de keuze ook bij het college liggen van, ga daar in wijsheid mee om. Er komen straks ook nog wat dure bouwwerken op ons af, van de A27. En daar willen we eigenlijk niet te veel korting aan Rijkswaterstaat geven, denk ik. Ga er in wijsheid mee om. Maar de transparantie, daar zijn wij wel een voorstander van. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank, voorzitter. Wij kunnen ons volledig aansluiten bij de SGP. Zeker ook dat de kostenstijgingen, met het agendapunt wat we net gehoord hebben, van alle kosten, van alle bouwen allemaal moeilijker is en nog moeilijker en financieel nog moeilijker rond te krijgen is, mogen die legeskosten zeker niet gaan stijgen. Daar willen we ons volledig bij aansluiten. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten.
De heer Alderliesten: Ik ben maar hier gaan staan, want zojuist heeft de heer Bouman hele wijze woorden gesproken, althans uit de optiek van Progressief Altena. Ik ben geen rekenwonder, zoals de heer Versluis, maar volgens mij onderaan de streep moet kostendekkendheid altijd het streven zijn en absoluut geen verdienmodel. Daar zijn we het over eens. Maar de solidariteitsgedachte die zojuist door de heer Bouman zo goed verwoord werd, dat is wel een dingetje. Wat ons betreft hoeven het geen honderd procent communicerende vaten te zijn en is er een soort solidariteitsbegrip waar wij wel heel erg warm van worden. We geven dat in ieder geval mee dat dat voor ons ook een belangrijk punt is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Versluis, het woord is aan u. De heer Versluis: Ik heb een kladbriefje gedaan hoor, want ik kan het niet zo lang onthouden. Het CDA, maar dan kan ik ook gelijk de heer Alderliesten van AltenaLokaal aan te horen. De heer Bouman brengt natuurlijk de solidariteitsgedachte in, maar volgens mij maakt zowel de heer Bouman als de heer Alderliesten natuurlijk een gedachtenkronkel die niet juist is, alsof de dure woningen dat ik het goedkoper wil maken en de goedkope woningen... Maar dat is natuurlijk niet aan de orde. Een starterswoning of een betaalbare woning zit altijd in een project. Is nooit een individuele woning. Een villa wel.
Daar is een groot onderscheid in. En als die starterswoning een onderdeel is van een project van 20 miljoen en je hebt dan een staffel dat projecten van 20 miljoen relatief lager belast worden met een lagere lege als nu is, dan wordt het voor die starter echt goedkoper. Ik denk dat dat toch een beetje een gedachtekronkel is van jullie die niet helemaal klopt. Ik hoorde meerdere keren het woord kostendekking naar voren komen. Dat het transparant moet. Dat vinden wij ook dat dat transparant moet. Maar het is natuurlijk voor een raadslid altijd moeilijk te controleren, wat is kostendekkend? Want er wordt veel gewerkt in algemene dienst. En wat reken je toe aan een project? En nogmaals, ik ben geen rekenwonder, maar als ik zie dat we 2,6 miljoen binnenhalen voor bouwleges, dat betekent dat er 25 tot 30 fte fulltime mee bezig moeten zijn. Ik kan me daar gewoon helemaal niets bij voorstellen, want zoveel bouwplantoeters hebben we helemaal niet. Dat is het misschien best nog eens waard om in de toekomst die transparantie ook te zoeken. De voorzitter: Punt. En nu krijgt u een interruptie van mijnheer Bouman. De heer A. Bouman: Nou heeft u inmiddels weer zoveel gezegd dat ik wel drie interrupties kan doen, want ik stond er al eventjes.
Maar als ik het goed begrijp, mijnheer Versluis, bent u het eens met zowel CDA als PA dat een vergunning voor een starterswoning procentueel minder zou moeten kosten als voor een villa? De voorzitter: Dat is een interruptie. Dat is een vraag. Misschien is dat wel een goed voorbeeld ook voor... De heer A. Bouman: Ik zeg, helaas zijn de filmers nu weg natuurlijk, want dat was een goed voorbeeld. De heer Versluis: Nee hoor, mijnheer Bouman, ik denk niet dat wij in onze verordeningen in ieder geval zo'n doelgroepenbeleid in de leges kunnen maken van, die mag dat betalen, die mag dat betalen. Maar die starterswoning is altijd een onderdeel van een groot project. En dan zou ik er voorstander van zijn, als je een staffel toepast, bij een grote bouwsom een relatief lager percentage, wordt het voor die starter inderdaad goedkoper en kan hij misschien toch die keuken nog kopen. De heer A. Bouman: Samenvattend is uw antwoord ja eigenlijk? De heer Versluis: Wat wilt u toch bondige antwoorden. Dat ben ik van de heer Bouman ook helemaal niet gewend.
De heer A. Bouman: Maar ik constateer een ja in elk geval op dat vlak. Dat is goed om te horen. De voorzitter: Het lijkt wel een politicus, die mijnheer Versluis. Gaat uw gang, mijnheer Versluis, want u was nog bezig met de beantwoording en reacties op de anderen. De heer Versluis: Het CDA was met name natuurlijk dat punt. Ik denk dat we dat wel getackeld hebben. De ChristenUnie is niet voor een staffel, want die zegt van, als we de A27 aan gaan leggen, dan kunnen we flink gaan innen. Ik weet niet helemaal of dat wij daar ook heel veel vergunningen te verlenen hebben, die hieronder vallen. Ook daar een oproep van kostendekkend. We hoeven er niet aan te verdienen, maar het moet wel transparant zijn. Daar zijn we het mee eens. En de VVD zie ik toch een bepaalde steun. Van in ieder geval als bouwkosten stijgen, hoef je niet tarieven te laten stijgen, want dan is het en, en. Ik ben in principe wel tevreden. De voorzitter: U krijgt een interruptie nog van de heer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Korte interruptie. Ik heb niet gezegd dat ik tegen een staffel ben, maar ik heb gezegd, laat het college een wijze staffel bedenken. Dank u wel. De voorzitter: Gaan we naar het college. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank u wel, voorzitter. Ik heb kennisgenomen van het verhaal van de heer Versluis.
Maar deze portefeuillehouder wil in ieder geval natuurlijk namens het college wel even toch niet de suggestie hier in de lucht laten hangen dat er sprake zou zijn van een verdienmodel. Dat is één. Dat wilde ik toch maar even namens het college zeggen, anders ontstaat er nog een verkeerd beeld, voorzitter. Twee, er wordt door een aantal fracties gepleit voor transparantie. Ik wil dan toch maar eventjes kortheidshalve verwijzen naar het kostendekkingsoverzicht, wat al sinds jaar en dag bij de begroting zit. Als dat niet duidelijk is en als daar vragen over zijn, dan vind ik dat eigenlijk meer technische vragen dan ze vanavond te bespreken, voorzitter. En ik wil met alle liefde en plezier de afspraak maken om daar gewoon in de Auditcommissies eens een keer gedetailleerd doorheen te gaan, zodat in ieder geval duidelijk is waar we het met elkaar over hebben en welke uitgangspunten er genoteerd zijn. Want ook in het kostendekkendheidsoverzicht, ingewikkeld woord voor mij, staan een aantal posten benoemd waar we best met elkaar over kunnen spreken. En als de raad in de modus zit van, kijk eens naar de staffel, dan wil ik daar best met u eens over praten van hoe we dat dan vorm zouden kunnen geven. Dat is één. En twee, voorzitter, de aanleiding voor de interruptie was natuurlijk ook de kosten met betrekking tot de Wkb die ingevoerd is.
En ik denk in die zin, maar dat dreigt inderdaad ook een technisch verhaal te worden voorzitter, wellicht moeten we dat ook een klein comité maar nog eens even bespreken met elkaar. Ik zou daar eigenlijk wel een voorstander van zijn. Is in ieder geval zo dat de toets die na 1 januari uitgevoerd gaat worden inderdaad een paar duizend euro kost, maar die veel intensiever is en veel verder gaat dan de toch beperkte toets die de gemeente op dit moment doet. Dat is denk ook wel goed om even te realiseren. Ik hou het maar even hierbij, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Versluis, u had het punt ingeleid. U mag het laatste woord hebben, als u wil. De heer Versluis: Voorzitter, ik begrijp natuurlijk dat het college aangeeft om het verdieneffect in ieder geval verre van te werpen. Maar soms moet je ook wel wat superlatieven gebruiken om in ieder geval je punt te maken. Maar het is natuurlijk wel zo dat deze leges op dit moment een hogere kostendekkendheid hebben dan honderd procent. Dat er een hele supergrote verdienste is, dat kan ik niet staven. Maar bij een dekking
boven de honderd procent wil zeggen dat er geld verdiend wordt. Maar we zullen ons beraden wat we hier verder nog mee gaan doen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Daarmee hebben we hoofdstuk 4 afgerond met elkaar. 18.5. Programma 5 Bereikbaar Altena De voorzitter: En gaan we naar programma 5, Bereikbaar Altena. - 5.1 Tegengaan bereikbaarheidsarmoede (AltenaLokaal en ChristenUnie) De voorzitter: En dan is agendapunt 5.1, het tegengaan van de bereikbaarheidsarmoede. En daar gaat de heer Den Haan voor achter het spreekgestoelte staan, want die gaat dat inleiden. En daarna de ChristenUnie over hetzelfde punt. De heer Den Haan: Ongeveer hetzelfde punt. Dank u wel, voorzitter. In de inleiding staat, het tegengaan bereikbaarheidsarmoede. En dan eigenlijk de vraag die we willen stellen, dat gaat over de voortgang van het onderzoek om te komen tot een oplossing voor die bereikbaarheid van al onze kernen in Altena. En ook de uitkomst van ons contact met de provincie Brabant, naar aanleiding van die opdracht vanuit die motie van 18 april 2023. En voorzitter, dan kijk ik even naar het proces. Want wat er dan gebeurt? Dan wordt er een motie ingediend in april en die spreekt, wat mij betreft, voor zich. Die wordt, ik ga ervanuit, ook in behandeling genomen.
We hebben tijdens die behandeling van die motie ook een aantal voorbeelden genoemd van hoe we die bereikbaarheidsarmoede dan eventueel tegen zouden kunnen gaan, hoewel dat een collegeverantwoordelijkheid is om te gaan onderzoeken. Maar we hebben wat genoemd. Eigenlijk in de zin van een soort van proactieve houding. En in de begroting, als je dat dan leest, dan zie je dat eigenlijk niet terugkomen. En dan betekent dat dan dat je vervolgens in dat proces vragen gaat stellen. En die vragen heb ik gesteld, in de overigens goed georganiseerde inloop rondom de technische inloop, hier op het gemeentehuis. En dan gaat het dan op dat moment fout voor mij. Want dan heb ik eigenlijk in willekeurige volgorde met het team een gesprek over, hoe gaat het met de stand van zaken? Hoever zijn we nu? Want ik lees dat verder niet zo terug. Ik noem dat we in Zeeland op dat moment, recent in het nieuws, zien dat heel Zeeland, gelijk aan de kleine kernen plattelandsgemeentes in Noord-Brabant, eigenlijk op hetzelfde probleem gaan stuiten. Met andere woorden, dat de kleine kernen niet meer voorzien gaan worden. Althans, dat is de verwachting ook in Zeeland, ook in Noord-Brabant wat mij betreft, voor een belangrijke voorziening voor ons. Ik heb ook aangegeven van, hoe zit het dan met de provincie? Het antwoord daarop is dat de provincie met twee concessies bezig is.
Maar dat is voor mij op dat moment even vertellen dat de lucht blauw is en het gras groen. En dat is niet het verhaal waar ik op dat moment op zit te wachten. Ook het integraal bekijken hoe dat we dat eventueel zouden kunnen gaan doen in Altena. Dan krijg ik eigenlijk gewoon een heel slecht verhaal terug. En dat nu, voorzitter, baart mij zorgen. Want dat betekent dat ik het gevoel krijg dat met de motie nog niet zoveel is gedaan. Terwijl we wel gaan zien dat we in de provincie, in de plattelandsgemeentes, in Zeeland, het wordt steeds breder in Nederland, dat het openbaar vervoer wellicht wel voor ons voor problemen kan gaan zorgen. Dan vraag ik naar die proactieve houding, wat doen we dan? Dat is er bij mij niet uitgekomen. Ik ben eigenlijk benieuwd, voorzitter, naar de portefeuillehouder. En ik hoop dat hij mijn zorgen weg kan nemen. En dat zou heel belangrijk zijn, want dan neemt hij ze niet alleen voor mij weg, maar dan neemt hij ze ook voor Altena weg. Zo wil ik even afronden, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. De ChristenUnie, De heer Nieuwenhuizen. De andere microfoon. Even een pasje.
De heer Nieuwenhuizen: Dan komt er een heel ander beeld. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Nieuwenhuizen: De aanpak van vervoersarmoede hadden wij ook gemist in de begroting. Maar de heer Den Haan heeft al een gloedvol betoog gehouden. En zeker met het oog op waar de provincie mee bezig is, is het heel belangrijk dat we als gemeente al voorgesorteerd staan en dat ook aan kunnen dragen bij de provincie. Wat voor ons ook nog belangrijk is, want net ging het heel erg over het accent op de OV, kleine kernen enzovoort. Maar wat daar achterligt, de problematiek, is dat er mensen zijn die door dit soort omstandigheden, die door gebrek aan vervoer bijvoorbeeld niet optimaal kunnen participeren in onze samenleving. Ook de inclusieve samenleving heeft daar last van als we dat niet op een goede manier invullen. En er zijn allerlei instrumenten voor om dat in beeld te brengen en daar met elkaar dan vervolgens oplossingen voor te bedenken. Van ons zouden we ook daar in het komende begrotingsjaar daar wat meer activiteit op willen zien. En er zijn bureaus die daar heel goed bij kunnen ondersteun. Ik heb daar al een keer eerder een voorbeeld van genoemd, maar dat is ongetwijfeld nog bekend bij de portefeuillehouder. Wij zijn ook heel benieuwd naar de reactie van de portefeuillehouder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen.
Anderen die zich willen mengen dit debat? De heer Van Breugel. De heer Van Breugel: Dank u wel, voorzitter. Allereerst naar de heer Den Haan. Wij hebben die motie ook mede ondertekend. Het was unaniem overigens. En wij zijn ook benieuwd naar de uitkomsten van, zoals u dan noemt, de busjes of inzetten van vrijwilligers, hoewel dat dat best wel moeilijk is. En wij wachten ook op een op een reactie. Ik vind dat een goed punt wat u inbrengt. Mijnheer Nieuwenhuizen, kijk, u pleit eigenlijk komend jaar voor een onderzoek op de nieuwe OV-concessie, die in 2025 van kracht is. En ik denk, om u daarin te ondersteunen dat wij eigenlijk een inzicht moeten hebben met ons OV waar het niet goed gaat. En de volgende stap is, hoe willen we het beter gaan maken en wat hebben we hiervoor over? Want wij roepen allemaal wel, ga bij de provincie pleiten voor extra buslijnen, maar we weten allemaal dat de gemeente Altena de portemonnee dan moet gaan trekken. Want nieuwe buslijnen komen er echt niet bij. Wij moeten, ik denk, met elkaar het erover gaan hebben, vinden we het belangrijk en hebben we er geld voor over, voor extra buslijnen? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Nieuwenhuizen, een reactie. De heer Nieuwenhuizen: Interruptie. Niet zozeer om tegen te spreken, maar om even nog aan te vullen. Wij bedoelen dat breder dan alleen maar te kijken naar extra geld voor buslijnen bijvoorbeeld.
Maar mobiliteit is breder dan alleen een buslijn. Er zijn meer mogelijkheden. Den Haan heeft er ook aan gerefereerd. De heer Dn Haan. Maar er zijn nog allerlei andere aspecten die mee kunnen wegen. En dat is van belang om daar een goed beeld bij te hebben voor het gesprek met de provincie. De voorzitter: Mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Dank u wel, voorzitter. Die mogelijkheid hebben we ook met zijn allen een motie eerder voor ingediend. Dat zijn de Altenaliners. De uitkomsten van het onderzoek ken ik niet, maar ik weet wel dat Arriva dat onderzoek heeft gedaan of daar nog mee bezig is en dat dat in de concessie waarschijnlijk ook weer meegenomen wordt. Dat is ook iets wat u noemt.
De voorzitter: Mijnheer Den Haan, wilt u interrumperen? De heer Den Haan: Ja. Dank u wel. Kort, voorzitter. Nog even kort in de richting van... Interrumperen, het is eigenlijk ook een beetje bevestigen wat de heer Nieuwenhuizen zegt van de ChristenUnie. Natuurlijk, het laat onverlet dat hetgeen wat u inbracht dat dat betekent dat wij daar ook... Maar dat gaf de motie eigenlijk al aan. En dat is ook in de richting van de heer Van Breugel. Dat gaf de motie al aan. Als het gaat over van, hoe gaan we dat doen? Hoe bekijken we het integraal bijvoorbeeld met vrijwilligers? In die technische behandeling heb ik daar een aantal voorbeelden van gegeven. Dat baarde me zorgen wat de antwoorden waren dat ik de proactiviteit niet zag. En dat wil ik alleen maar even ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Even kort in reactie op de heer Den Haan. Goed dat hij het te berde brengt hier. Je hoeft niet te gaan hoor. Ik ondersteun slechts. En ik ben eerst vooral benieuwd naar de reactie van de wethouder. Want dat het een urgent punt is, dat onderschrijven wij van harte. En wij hadden eerlijk gezegd ook, maar dat heeft eigenlijk de heer Nieuwenhuizen al aangegeven in zijn reactie op de heer Van Breugel, vervoersarmoede veel breder gezien dan sec de buslijnen.
Dan gaat het echt over, waar komen we wat tekort binnen het hele grondgebied van onze landelijke gemeente? En dan, om dat mee te nemen, dat onderzoek, ook richting de concessie die eraan zit te komen, dat lijkt me alleen maar goed. Ondersteuning daarvoor. Maar eerst en vooral de wethouder graag. De voorzitter: Ik denk dat het goed is dat we nu de wethouder de kans geven te reageren. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank, voorzitter. Ik vind het oprecht jammer, de heer Den Haan, dat in de technische beantwoording er blijkbaar ruis ontstaan is. Want met een knipoog naar de heer Nieuwenhuizen hebben wij, en dat is niet gisteren gebeurd, maar het is in september gebeurd, een bureau een opdracht gegeven om een hele korte en bondige analyse te maken. Eigenlijk conform de opzet die de heer Nieuwenhuizen ook net aangaf van, welke problemen zijn er? Welke problemen zijn vervolgens voor welke doelgroepen? En welke oplossingsrichtingen zijn daarin mogelijk? Dat onderzoek loopt. En dat is één. Daar is ook toegezegd dat de eerste uitkomsten daarvan begin volgend jaar beschikbaar zullen komen. Dat is één. Dat wil niet zeggen dat we alleen daarop wachten. Het is natuurlijk ook zo dat op dit moment de RWB het contactorgaan is, in de richting van de provincie, over de concessie. Ook daar praten we in dat verband over de bereikbaarheid van het platteland.
Uw zorgen dat u zegt van kijk, ik schets de problematiek in Zeeland en die verwacht ik ook in Noord-Brabant. Ik kan uw zorgen niet helemaal wegnemen. Het is in ieder geval zo dat er in Zeeland op dit moment geen enkele inschrijver is geweest voor de concessie en dat de provincie Noord-Brabant met twee partijen praat. Er zijn in ieder geval twee partijen die ingeschreven hebben. Dat is dan het positieve nieuws. Dat wil niet zeggen dat daarmee alle problemen opgelost zijn. Bepaald niet. Want we zien ook bij de uitgangspunten die geformuleerd zijn voor de concessie en waarin twee partijen natuurlijk ingeschreven hebben, en dat is eigenlijk een knipoog in uw richting, uw suggestie die zie je gebeuren. Ik zit daar overigens heel erg dubbel in, want wat er nu gaat gebeuren, is namelijk dat de lijnen gestrekt gaan worden, zoals dat dan technisch heet. En dat betekent dat er minder opstapplaatsen komen. En dat de urgentie om ervoor te zorgen dat mensen, zeker die op een of andere manier gehandicapt zijn, er iets moet gaan ontstaan om vanuit je woonplaats naar zo'n, ik noem het dan maar, hub te komen. Omdat je ziet dat een aantal van die opstapplaatsen echt gecanceld gaan worden. Daar hebben we aandacht voor. Daar hebben we inderdaad ook een stukje onderbouwing nodig, maar dat rapport loopt. Wij hebben ook over dit rapport al met de provincie gesproken.
En het college heeft ook de bereikbaarheid van het platteland neergelegd op de tafel bij het SRBT, omdat daar natuurlijk meer plattelandsgemeenten zijn die met hetzelfde probleem worstelen, om ook te
kijken, hoe kunnen we leren van elkaar en hoe kunnen we op die manier met zijn allen tot een werkbaar plan komen? Meer kan ik er op dit moment even niet van maken, voorzitter, maar begin volgend jaar kom ik daar in ieder geval op terug. De voorzitter: Dank u wel. Blijft u even staan, want u krijgt nog een paar interrupties. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, wethouder. En je ziet ook aan de lichaamstaal, het doet ons ook wat. En ik zie dat de wethouder er ook gepassioneerd inzit. En wat dat betreft is het wel precies waar het ons ook om gaat, waar het heel erg pijn gaat doen strakjes als die concessie... Want wij hebben twee partijen aan tafel, dat is mooi. Maar uiteindelijk als het onderscheidende element strakjes prijs is, dan ontkom je er niet aan dat het inderdaad... U wilt hier een extra lijn. Dat is prima. Heffen we er daar één op. U wilt iets. Dan gaan we nog meer lijnen strekken. En dat geeft eigenlijk aan hoe bittere noodzaak het is dat wij goed in kaart hebben waar onze probleemgevallen zitten, maar ook dat er via de RWB dan bij de provincie in uiteindelijk de gunning bij de concessie nadrukkelijk naar kwaliteit gekeken wordt, in plaats van waar het in het verleden altijd onderaan de streep de goedkoopste aanbieder die de dienstregelingen ging uitvoeren.
Ik hoop dat de wethouder daar misschien nog iets aan kleuring aan kan geven dat dat in ieder geval het onderscheidende karakter strakjes kwaliteit zal zijn en niet zozeer prijs. De voorzitter: Dit is een interruptie die niet eindigt in een vraag. De heer Alderliesten: Ik hoop dat de wethouder daar iets meer kleuring aan kan geven. Dat was de vraag. De voorzitter: Toch wel. Met een vraagteken. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Timmermans. Ik eindig zo direct bij de heer Den Haan, want die leidde dit onderwerp in. De heer Timmermans: Dank, voorzitter. Voorzitter, ik hoorde de wethouder even kort refereren aan het plan gestrekt lijnen eigenlijk, gestrekt been. Maar ik hoor hem ook eventjes zeggen, dat aantal opstapplaatsen. En wat mij opvalt, is dat die ook onevenredig verdeeld zijn in de dorpen. Om even een voorbeeldje te schetsen. Het dorp Veen heeft één opstapplaats, bijvoorbeeld. En het dorp Andel heeft er vijf. In de vergadering heb ik dat onlangs hier gehoord dat Andel er vijf heeft. En dat verbaasde mij dat ik zeg, hoe kan het dan ten opzichte van de dorpen? Want het één is zelfs groter als de ander, alleen het is onevenredig verdeeld. Wellicht dat er daar nog wisselgeld in zit om bij te sturen. De voorzitter: Dank u wel. U krijgt zo direct nog de kans, wethouder. Mijnheer Van Breugel nog.
De heer Van Breugel: Dank u wel, voorzitter. De wethouder gaf net aan dat de uitwerking van de motie, dat we die begin volgend jaar krijgen. Zit er in dat onderzoek dan ook, ik heb die motie niet meer op mijn netvlies, waar de onrendabele of tenminste de problemen zitten? En ik zal er eventjes twee schetsen. Kromme Nol. Er belden deze week ouders op, de buslijnen zijn eruit gehaald richting Den Bosch. Toen belde gisteren mijn moeder op uit Werkendam, die nota bene zei, het grootste dorp van de gemeente Altena vanaf tien uur tot drie uur rijdt er geen bus meer naar Werkendam. Ik zou graag inzichtelijk willen hebben, waar zit de grootste pijn? En wat ik ook eigenlijk graag zou willen wethouder of voorzitter, ik moet via de voorzitter praten, wat
kost eigenlijk een lijn? Ik weet het niet. Stel dat wij als gemeenteraad een extra lijnverbinding, die we zelf gaan financieren, wat kost dat ons? Dat zou ik ook wel graag in januari uitsluitsel over willen hebben. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Breugel. Mijnheer Den Haan, u krijgt zo direct sowieso het laatste woord van mij, maar is dat voldoende? Ja? Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ik ga het rijtje even kort af, voorzitter. In de richting van de fractie van PA, ik begrijp wat u zegt. Maar in alle eerlijkheid zal er altijd een spanning blijven zitten tussen aan de ene kant kwaliteit en de andere kant prijs. Dat kan je gewoon niet wegpoetsen. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Eens, maar dan is er misschien een cafetariamodel-achtig iets mogelijk. Als wij goed in beeld hebben waar onze noden zitten, en die kunnen we met een cafetariamodel bijvoorbeeld zelf ook in de buidel tasten en daar iets aan bijdragen, dan hebben we het in ieder geval voor Altena op een goede manier op kunnen lossen. Ik hoop dat daar ook een soort creativiteit aan die kant zit. De heer Tanis: Die begrijp Ik. Misschien moet ik dan maar gelijk ingaan op de heer Van Breugel, voorzitter. De voorzitter: Doe maar. De heer Tanis: En dan kom ik zo nog even in uw richting terug. Dat begrijp ik.
Dat is voor mij ook een deel van de vragen die beantwoord moeten worden in die rapportage die wij krijgen van, welke oplossingsrichtingen zijn er te verkennen? En dan zie je aan de ene kant dat mobiliteit meer is dan een buslijn, zoals de heer Nieuwenhuizen net zei. Dan zijn er wellicht ook mogelijkheden vanuit het sociaal domein om te zoeken naar interactie en om mensen die op een of andere manier een steuntje nodig hebben om bij een bus te komen daar te brengen. In die zin zie ik ook daar een mogelijkheid. Het is wel zo, heer Van Breugel, dat de nieuwe concessie heel erg gebaseerd is op een analyse van het aantal instappers. En die feiten zijn hard, om het zo te zeggen. Dat is een analyse, niet alleen van een bepaald moment, maar het is een analyse van de afgelopen jaren. En dat is ook gelijk een opmerking in de richting van de heer Timmermans, voorzitter, dat dat wellicht ook een van de redenen is dat Andel, en of dat er vijf zijn, dat weet ik echt niet, maar meer opstapplaatsen heeft dan bijvoorbeeld Veen, omdat er echt gekeken wordt in toenemende mate waar is een substantieel aantal opstappers gedurende de dag. En daar gaat de nieuwe buslijn dan ook stoppen. En vandaar dat de insteek is juist om de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer oost-west en west-oost te vergroten, om de gemiddelde reistijd zo kort mogelijk te houden.
En ligt er druk op het verminderen van het aantal opstapplaatsen. En zal er meer gevraagd worden van de omgeving en wellicht ook van het sociaal domein om mensen daar te kunnen brengen. Maar nogmaals voorzitter, dit gesprek ga ik graag met de raad aan, aan de hand van de eerste resultaten van het onderzoek, wat ik begin volgend jaar verwacht. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter. Ik heb bewust even gewacht om niet te interrumperen, want dan gaan we misschien wel een hele discussie doen. Maar voor mij geldt het, en de heer Alderliesten gaf dat al aan, at zie ik ook. Ik zie ook het non-verbale gedrag van de wethouder. En dat vertrouw ik volledig dat hij daar zijn hele ziel en zaligheid inzet voor Altena, met het team wat erachter zit. Maar toch wil ik nog wel even benadrukken, ik hoop dat dat mag, dat het gaat om die, niet het... Ik zeg het maar even, maar ik bedoel het niet zo hard als dat ik het zeg. De afwachtende houding van hoe het met een concessie gaat en wat er dan
gebeurt. Je zou bijna al aan kunnen voelen op je klompen van wat er gaat gebeuren. We hebben het al over inkrimping van lijnen. Dan vind ik dat wij als Altena daar voor onze inwoners een proactieve houding moeten hebben om in dat onderzoek mee te nemen van, de heer Van Breugel noemde dat er net ook al eventjes, we hebben dat in die behandeling ook gehad van, kijk eens naar huurbusjes, kijk eens naar leasebusjes, kijk eens naar het integraal oppakken. Ik heb in dat vragenuurtje ook gezegd van... En in voorbeelden heb ik destijds ook bij die motie verteld van, om maar eens wat te noemen, er zijn vrijwilligers die rondom het oud papier wegvallen bij muziekverenigingen. Is integraal binnen de afdelingen niet te zeggen van, ik neem daar contact mee op. En zijn er geen vrijwilligers te werven voor als we eventueel die busjes misschien zelf moeten gaan rijden? Maar ik wil daar niet te ver op ingaan, want ik weet zeker dat u met het team dat meegeeft aan dat onderzoeksbureau. Het stelt me behoorlijk gerust, zo moet ik het zeggen. Maar betekent wel dat we alert moeten zijn. Want ook, dat vergeet ik haast nog te zeggen, in de provincie, tijdens de coalitieonderhandelingen over het bestuursakkoord van de provincie, is dit verhaal expliciet meegenomen.
Sterker nog, onze motie die we hier hebben ingediend, die is bij andere kleine plattelands, verenigingen wilde ik zeggen, waar het hart van vol is, gemeentes is die motie ook ingediend. En die is ook unaniem aangenomen. Iedereen snapt die urgentie wel. Ik vraag echt wel die proactieve houding. Nou stop ik ermee. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Ik zie mijnheer Van Breugel nog staan. De heer Van Breugel: Ik had nog een vraag aan de wethouder gesteld, die niet beantwoord is. De voorzitter: Wat kost een lijn? De heer Van Breugel: En dat gaat over de lijnen waar de pijn het hoogst is. En ik ben er eigenlijk nog één dingetje vergeten. We zijn nu een hele nieuwe... In Werkendam, Kozakken Boys, die polder daar, daar is helemaal geen halte of een mogelijkheid. En er wordt weer een hele grote wijk bijgebouwd. Daarom ben ik ook benieuwd van, wat kost zo’n extra lijn? De voorzitter: Als laatste dan de wethouder die hier een reactie op geeft. En dan mijnheer Nieuwenhuizen sluit hem af. De heer Tanis: Voorzitter, ik ben vergeten om in de richting van de heer Van Breugel even aan te geven dat ik best... Er wordt gerekend, zo heet dat dan officieel, met DRU’s, dienstregelinguren. En dat zijn gewoon uurtarieven. En die kunnen op zich zondermeer meegenomen worden in dat hele rapport, zodat er in ieder geval een beetje gevoel bij ontstaat. Dat is geen enkel probleem.
De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen, tot slot. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij heeft de wethouder aangegeven dat wat wij bedoelden, dat onderzoek, dat dat komt. En dat zien wij met belangstelling tegemoet. En dat is wat ons betreft breder dan alleen de buslijnen, maar dat heeft u ook bevestigd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij een mooi debat. En wordt ongetwijfeld vervolgd, ter gelegenheid. - 5.2 Ontlasten rotonde de Kromme Nol (VVA) De voorzitter: Dan gaan wij verder met het agendapunt 5.2, het ontlasten van de rotonde de Kromme Nol. En die is van de VVA. Mijnheer Timmermans.
De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, tien minuten geleden hoor ik een mooie inleider dat het allemaal lokale partijen zijn die allemaal voor lokale belangen hier zitten. Dan maar een lokaal punt. Het probleem op de N-weg bij Heusden. Nou is de provincie daar al een tijdje mee bezig, over aan het nadenken, over de rotonde verbreden en wat er dan moet gebeuren. Maar het is een zeer intensieve aanpak als je de rotonde daar gaat verbreden, want dan kom je al gauw op het terrein van de omwonenden, bijvoorbeeld, dat je daar al mee te maken krijgt. Of dat inderdaad die bushalte, waar we het net over gehad hebben, dat die dan ook weer verplaatst moet worden of omgezet moet worden. Nou zat ik hier met normaal boerenverstand en heb ik een idee op losgelaten om te kijken van, welk verkeer gaat waarheen? En de griffie heeft hem als het goed is even ingevoerd. Ik had het idee, als Vrije Volkspartij uiteraard, om op korte termijn een afslag daar te realiseren, zodat we vooral het avondverkeer, wat eigenlijk het ergste is, om daarmee absoluut de rotonde te ontlasten. Als je hier een afrit realiseert, wat gewoon kan, dan komt er minimaal de helft minder verkeer op de rotonde. En dat is vele malen goedkoper. Want het verkeer wat over de brug gaat, Kromme Nol, richting Nederhemert kan rechtstreeks eraf.
Het verkeer wat eventueel richting Genderen, Eethen, Drongelen gaat, kan hier ook af. En het verkeer wat rechtdoor gaat richting van Veen, Giessen, dat kan gewoon rechtdoor blijven rijden. Het zal zeer veel schelen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Ik zie een aantal mensen opstaan. Mijnheer Alderliesten, u bent als eerste bij de microfoon aangekomen. Gaat uw gang. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. En dank, heer Timmermans, voor de toch wel hele creatieve oplossing. Ik bedoel, er zit een creatief denker. Dat is duidelijk. Het probleem is wel dat we natuurlijk aanhaken op een provinciale weg. Dat de provincie ook hier, die basis bakt koek. Zo ook hier. En het is misschien wat optimistisch getekend met ontwerpsnelheden, maar daar laat me verder niet over uit. Maar ik vrees dat de provincie hier eerst en vooral een ei over zal moeten leggen. Ik zou daar eens proberen om een voet tussen de deur te krijgen. De voorzitter: Mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Dank u wel, voorzitter. Er zijn hier al allerlei voorstellen gepasseerd in dit huis. We hebben zelfs samen met de VVD een motie ingediend om het voor te financieren, als het geld een probleem was. Maar daar ging de provincie ook niet op in. Nu komt die afrit weer. Dat is diverse keer ook...