CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-10-24 Transcript Gemeente Altena

Raadsvergadering 24 oktober 2023, gemeente Altena58.067 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Ik erger me er naar aan dat je gewoon overal als je naar een voetbalwedstrijd staat te kijken, dan komen er borden langs. Als je een film zit te kijken, het komt langs op televisie. Overal word je gewoon geconfronteerd dat gokken maar heel normaal is, terwijl er zo’n wereld van ellende onder zit. Heel blij daarmee. Nog even kort reagerend. Mijnheer Timmermans, u prikkelt mij natuurlijk wel een beetje. Maar ik moet u toch kunnen verleiden om mee te doen, want u bent toch juist degene die zo graag de overheid op de vingers tikt? En nu tik ik dan de overheid op de vingers. Als er iemand is die mee moet gaan, dan is het mijnheer Timmermans. De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Als u een hele strakke motie daarvoor in wil dienen, dan steun ik hem van harte natuurlijk. Als het maar inderdaad daarop vinger tikkend is. Maar de grootste aanstichter van het probleem is de landelijke overheid. Waar is de loterij van? Ga daar eens achteraan. Waar zijn die van? Dat is staatseigendom. U vertelt hier een verhaal. En eigenlijk moet u dit verhaal in de Tweede Kamer vertellen en zeggen van, luister, dit gebeurt er in het land. Mevrouw Schermers-van Elderen: Daar doen we het gelukkig ook.

De heer Timmermans: Maar wel te weinig. Mevrouw Schermers-van Elderen: Want dit verbod komt van Maarten van Ooijen, de staatssecretaris ChristenUnie. Wel demissionair kabinet. Daar bedien ik u ook op wenken. U moet misschien nog iets duidelijker wat strak is, maar daar komen we buiten de vergadering denk ik wel om. Want ik weet niet wat een strakke motie is. Maar daar komen we vast uit met elkaar. Want ik hoor hier tenminste voldoende steun en neem de handschoen op. De voorzitter: Ik beluister dat u elkaar tussen nu en over twee weken nog gaat ontmoeten op dit punt. Mevrouw Schermers-van Elderen: Precies. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. - 2.5 Oplevering dashboard Sociaal Domein (SGP) De voorzitter: Daarmee gaan we naar agendapunt 2.5. De oplevering dashboard Sociaal Domein, door de SGPfractie. Mijnheer Noordergraaf. Ook voor de goede orde, de heer Noordergraaf doet nu ook mee aan de vergadering. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we hebben al verschillende keren in het sociale domein gesproken over het ontwikkelende dashboard wat er moet komen, om ook meer grip te krijgen. En we hebben daar in juli, naar ik weet, een motie over aangenomen dat dat in Q3 van dit jaar als voorbereiding en in Q1 van 2024 opgeleverd zou worden.

En nou lezen wij in de begroting, en daar maken wij ons wel wat zorgen over, dat in de begroting over 2024 gesproken wordt en geen kwartaal meer. De noodzaak voor deze monitor is wat ons betreft essentieel. En de vraag is dan ook, en de zorg is vanuit onze fractie van, komt hij inderdaad wel Q1 in 2024. Want we hebben hem heel hard nodig om mee grip te krijgen op ons sociaal domein. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Anderen nog? Dan kijk ik naar portefeuillehouder Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: We hebben het inderdaad zeker met elkaar vaker gehad over de monitoring en de dashboarding van het sociaal domein. Juist ook vanuit de vraag die er ook leefde bij u als raad, hoe kunnen we daar meer inzicht in krijgen, kwantitatief en in de cijfers? Wat betekent dat? Maar vooral ook kwalitatief. Wat is de maatschappelijke impact daarvan? Dat gesprek hebben we vaker met elkaar gevoerd. En inderdaad, we hebben daar eerder ook budget voor gekregen en afspraken over gemaakt. Zeker, we komen bij u terug om het gesprek te voeren over die monitoring. Wat zijn dan de onderwerpen die we daarin terug willen zien komen? In de auditcommissie is er ook met u gesproken, omdat er een KSG gevormd gaat worden rondom die monitoring, om daarbij aan te sluiten. De bredere termijn die u terugziet in de begroting heeft er met name mee te maken dat dat ook een groeiproces is.

Waar we nu eerst nog een keer bij u terugkomen met een oude monitor over het eerste halfjaar van 2023, gaan we daarna vooral ook inzetten, en daar heeft u mij ook al eerder aan uw zijde gevonden vanuit het college, op verandering en vernieuwing en juist meer inzicht bieden daarin. Maar dat is ook een groeiproces. We moeten daar ook in leren met elkaar. We gaan dingen anders doen. We gaan dat anders opbouwen. Dat zal een ontwikkeling zijn om uiteindelijk tot een volwaardig dashboard daarin te komen. Vandaar dat er ook een bredere termijn staat. Maar de insteek is echter nog een keer de oude monitor op te leveren en daarna te gaan vernieuwen. Dat betekent ook dat we daar begin 2024

in terugkomen in nieuwe stijl. Dat we daarvoor ook de gesprekken met u te voeren hebben over de indicatoren daarin. Dat klopt. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Mijnheer Noordergraaf, voldoende antwoord? Dank u wel. Daarmee hebben we programma 2 besproken. 18.3. Programma 3 Veelzijdig Altena De voorzitter: Gaan wij naar programma 3, Veelzijdig Altena. - 3.1 Onderhoud/vervanging sportvelden (Progressief Altena, AltenaLokaal en CDA) De voorzitter: Agendapunt 3.1. Er zijn over onderhoud/vervanging sportvelden drie fracties die vragen hebben en het woord willen voeren. En dat zijn Progressief Altena, AltenaLokaal en het CDA. En zoals ze hier bij mij staan, geef ik ze maar even het woord. Mevrouw Vos, u mag aftrappen. Mevrouw Vos: Dank u wel, voorzitter. Waar een hapje eten eigenlijk al niet goed voor is, sprak ik met mijnheer Den Haan van AltenaLokaal en we kwamen er eigenlijk achter dat we met de punten die we hadden ingediend eigenlijk allebei hetzelfde bedoelden. Ik spreek even namens ons beiden en vul me vooral even aan, daar waar nodig. Afgelopen maanden is er eigenlijk heel adequaat gereageerd op de noodsituatie bij Kozakken Boys. Nogmaals mijn complimenten daarvoor. Maar in het verlengde daarvan zijn we eigenlijk benieuwd naar wat de stand van zaken is bij de andere clubs.

Er is een rapport opgesteld, zo viel te lezen in de begroting, waarin de staat van de kunstgrasvelden in Altena is onderzocht. En de wethouder heeft ons al eerder toegezegd dat rapport met ons te gaan delen. Daar kijk ik nog steeds heel erg naar uit. Maar we hebben wel zorgen over het tijdsbestek en eigenlijk ook over de euro's. Want in de begroting zijn de kosten nog niet opgenomen. En wij willen dan ook eigenlijk weten van, wat kunnen we hierin nog verwachten? Zijn de financiële middelen toereikend en zijn die ook geborgd voor in de toekomst? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Mijnheer Den Haan van AltenaLokaal, al het kunstgras voor uw voeten weggemaaid? De heer Verdoorn van het CDA. De heer Verdoorn: Dank u, voorzitter. In het verlengde hiervan, het CDA ziet graag dat er in het onderhoudsplan voor de sportvelden wordt opgenomen dat de kunstgrasvelden met plastic korrels worden vervangen door kurk. Argumenten voor het vervangen zijn de onduidelijkheid over de gezondheidsrisico's van plastic korrels en het negatieve milieueffect, de geuroverlast van het rubber, kurk is milieuvriendelijker en hernieuwbaar vulmateriaal, kurk geeft geen zorgen met betrekking tot de gezondheid van de inwoners. Onlangs heeft Kozakken Boys met de gelden van de gemeente de aanleg van het kunstgrasveld met kurk in eigen beheer uitgevoerd.

De verantwoordelijkheid werd hier bij de vereniging gelegd. Dit vinden we positief, mits de vereniging dit ook in eigen beheer wil uitvoeren. Kunnen we deze verantwoordelijkheid ook bij meer verenigingen neerleggen? Het CDA is benieuwd hoe andere partijen en het college over dit voorstel denkt. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de andere fracties. Mijnheer Nieuwenhuizen van de ChristenUnie. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat een goed voorstel is wat ingebracht is door Progressief Altena en AltenaLokaal. Alleen wij zouden dat wat willen specificeren, want wat rond het Kozakken Boys veld gebeurd is, vinden wij eigenlijk niet dat dat een raadsbesluit had hoeven te zijn. Als je een goed onderhoudsplan hebt meerjarig en je hebt dat geborgd in je begroting, dan kun je daarbinnen ook schuiven in

je planning en hoeven wij daar niet met allerlei ingewikkelde besluiten lastig gevallen te worden. Een beetje consistent beleid zou daarin kunnen helpen. Wat betreft de kurk of wat anders, er zijn al middelen die zijn verboden. Rubber is verboden. Er is nog een afbouwregeling, maar het is wel verboden. Dat gaat vanzelf goed. Alleen of het kurk moet zijn of wat anders, dat laten wij graag aan deskundigen over, omdat kurk ook makkelijk wegdrijft. Maar dat laten we aan de deskundigen over. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Noordergraaf van de SGP. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Eerst de reactie op Progressief Altena en AltenaLokaal. Steun. Die vraag hebben wij ook rondom de vervanging van het kunstgrasveld bij Kozakken Boys gesteld van, hoe gaan we om naar de toekomst, nu het lijkt met acht jaar te vervangen moeten worden, terwijl het nu ook voor tien jaar in de boeken stond. Dat dat een effect zal hebben, zeker. Dat is belangrijk om ons die vraag te stellen. En de andere vraag over de kurk, wat mij betreft prima. Alleen is het wel de vraag van, welke financiële effecten daarvoor in beeld komen. En daar zijn we wel benieuwd naar. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Verbaarschot van de VVA. De heer Verbaarschot: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. We zijn nogal eens vaak bezig over de sportverenigingen.

Laat ik er dan wat aan toevoegen. Prima dat we het over sportverenigingen hebben en dat we daar de faciliteiten voor op willen krikken. Ik neem aan dat Altena ook wel een beetje zuinig is op hun muziekverenigingen en dergelijke. Die verenigingen zitten vaak in beperkte ruimtes, niet goed geoutilleerd, enzovoorts. Misschien is het beter om dit plan wat breder te gaan invullen, om ook voor die verenigingen een mooie toekomst te geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Mevrouw Vos, u mag al reageren hoor. Ga uw gang. Mevrouw Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde graag ook nog even reageren op het punt van het CDA over de kurk. En even voor mijnheer Verbaarschot, volgens mij stond het accommodatiebeleid ook nog op de agenda vanavond. En anders dan komt hij vast nog wel op de reguliere agenda terug. Kurk versus rubber. Eens. Ik bedoel, rubber, het is gewoon algemeen bekend dat het slecht is voor het milieu. Nu heeft de Europese Commissie afgelopen september inderdaad al wel uitspraak gedaan dat er een verbod is op rubberkorrels op kunstgrasvelden. Dat is al wel mooi. En net wat mijnheer Nieuwenhuizen zegt, laat de experts kijken wat het beste alternatief is. Zo heb ik ook al gelezen over vermalen maïskolven en dergelijke. Laten we dat afwachten. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter.

Punt één en twee hebben we gehad. Daar reageer ik niet meer op. Op mijn collega van het CDA als het gaat over het verhaal van die kunstgrasvelden, moet ik wel even zeggen dat ik schrok in de aanloop er even van, want ik had mijn bril niet opgehad en toen had ik niet gekeken dat er kunstgrasvelden stond. En we hebben het nu ook steeds over het verbieden van rubber. Dan denk ik van, ik weet niet hoe ze in Leerdam dan tegen Altena aankijken. Maar ik denk dat dat dan toch bedoeld is voor de kunstgrasvelden, dat we helemaal geen rubber meer zouden gebruiken. En voor wat betreft de standaard, ik wil hem later ook nog wel een keer uitleggen hoor. Maar wat dan standaard het verhaal van Right to Challenge, vindt u ons aan uw zijde. En zeker als dat in goede banen geleid wordt met onderhoud, daar zijn we voorstander van. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Zullen we naar het college gaan? Portefeuillehouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, een viertal vragen die ik probeer te beantwoorden, ook in die volgorde. Terecht dat u opmerkt dat ik heb toegezegd namens het college dat u zo spoedig mogelijk het meerjarenonderhoudsplan... Volgens mijn planning is dat nog steeds om het u dit jaar aan te bieden. We zitten in de laatste fase. Het wordt doorgerekend door de afdeling financiën, wat voor investering nodig is. En ik hoop het binnen twee weken aan het college aan te kunnen bieden, zodat het uw kant op kan. Daarmee zit ook gelijk uw vraag, zit er voldoende middelen in? Op dit moment wordt daar aan gerekend. En dat is eigenlijk een beetje een lege huls, wat ik u vertel. Maar als er voldoende middelen al zaten in ons programma, dan had ik niet bij u langsgekomen. Ik wil eigenlijk zeggen, ik voel dat we tekort gaan komen en dat ik bij u als raad ga aankloppen als we willen investeren in een strak meerjarenonderhoudsprogramma, dat we daarvoor middelen nodig hebben. Daarnaast vanuit het CDA ook aangegeven van de Right to Challenge. Daar zijn we al mee bezig. We hebben daarmee geëxperimenteerd, al meerdere keren. En eigenlijk zien we ook dat de verenigingen heel goed in staat zijn om die verantwoordelijkheid te nemen. We hebben als college niet...

Het rubber waar u over praat, is niet vanwege gezondheidsredenen alleen dat dat verboden is, maar het heeft ook een milieueffect. En dat is de voornaamste reden waarom dat op Europees niveau is verboden. Hebben wij al onderzoek gedaan naar alternatieven en praten daar ook echt wel met de verenigingen over. En bij de één kan het kurk zijn, maar het hangt echt ook van de ondergrond af en waar het kunstgrasveld staat. Overigens, een meerjarenonderhoudsplan komt niet alleen voor de kunstgrasvelden, maar ook voor de natuurgrasvelden. Voorzitter, dan waren volgens mij alle vier vragen hiermee beantwoord. De voorzitter: Volgens mij ook. En als het niet zo is, dan gaat de raad daarop reageren. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Ik wil de wethouder bedanken voor zijn beantwoording en we zien het graag tegemoet. Dank u wel. De voorzitter: De heer Verdoorn ook prima? Dank u wel. - 3.2 Strategisch accommodatie- en vastgoedbeleid (Progressief Altena) De voorzitter: Dan zijn we alweer bij agendapunt 3.2. Het strategisch accommodatie- en vastgoedbeleid, door Progressief Altena aangekondigd. Mevrouw Maris. En nu heeft u weer beltegoed. Kijk, zo werkt dat. Mevrouw Maris: Kijk, dan mag ik weer. Ik heb al zo vaak hier gestaan, maar dit is een van de laatste keren, beloof ik u, voorzitter. Dank u wel.

Een paar weken geleden was ik op een mooie zaterdag met een paar andere collega-raadsleden te gast bij de officiële opening van de atletiekbaan. Het is een prachtige accommodatie geworden. Iets om trots op te zijn. En het meest trots is Progressief Altena nog wel op het feit dat tijdens het bouwproces, toen bleek dat er geen rekening was gehouden met de toegankelijkheid van het terrein, men weer aan tafel is gaan zitten en een voor iedereen toegankelijke sportaccommodatie heeft ontwikkeld. Dat is natuurlijk prachtig. En dat heeft geresulteerd inderdaad in een accommodatie die voor iedereen toegankelijk is. En er is ook zelfs een speciale groep, dat heet de framerunners, die daar ook nu actief is. Dat is heel erg mooi. Maar eigenlijk zou dit normaal moeten zijn. We zijn er trots op, maar eigenlijk zou het normaal moeten zijn dat alle accommodaties voor iedereen toegankelijk zouden zijn. In de praktijk werkt het helaas niet zo. We hebben indertijd ook wel vragen gesteld, bijvoorbeeld over de toegankelijkheid van de Dussenaar. Een paar weken geleden hebben we als fractie met een aantal ervaringsdeskundigen ook gepraat. En dan blijkt toch wel dat er nog in Altena een flinke slag is te slaan, willen we toegankelijk zijn. Een goed

voorbeeld is hier ook het gemeentehuis. We hebben hier twee parkeerplaatsen voor mensen met een gehandicaptenkaart. De deuren gaan ook vanzelf open. Alleen kunnen mensen niet zelfstandig uit hun auto stappen op deze parkeerplaatsen. Zo zie je maar dat soms een bordje plaatsen niet alleen genoeg is om ook toegankelijk echt te zijn. Bij nieuw te bouwen accommodaties of scholen of een raadzaal moet wat ons betreft de toegankelijkheid een onderdeel zijn van het programma van eisen. En onze vraag is dan ook daarbij, kunnen daar ook ervaringsdeskundigen mee in dit proces betrokken worden, omdat zij natuurlijk toch vaak dingen zien die wij gauw over het hoofd zien met elkaar? En dan hebben we natuurlijk de bestaande accommodaties, zoals inderdaad ook hier de parkeerplaatsen van het gemeentehuis. Het gaat niet alleen om de accommodaties, maar ook de omgeving van de accommodaties. Daar willen we graag verkennen in hoeverre toegankelijkheid opgenomen kan worden in een meerjarenonderhoudsprogramma. Net eigenlijk als met monumenten waar je kijkt van, wat is er te doen aan toegankelijkheid aan deze accommodatie? En dat je dat meeneemt in meerjarige plannen, zodat je daar gestaag aan kan werken aan die toegankelijkheid. Dat is eigenlijk wat ik hier in het debat wilde brengen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Ik kijk even rond. Mijnheer Nieuwenhuizen, ChristenUnie.

De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen dat van harte onderschrijven, die toegankelijkheid. Het verbaast ons wel, als we die voorbeelden horen, want de regelgeving is heel duidelijk daarover. Parkeerplaatsen bijvoorbeeld, daar zijn ook regeltjes voor. Misschien enerzijds een oproep om in ieder geval te zorgen dat alle regels toegepast worden. En ook het verdrag van de Verenigde Naties over toegankelijkheid. Trouwens ook niet alleen van fysieke, maar ook toegankelijkheid van de website voor mensen die niet kunnen zien. Dat is misschien ook een aandachtspuntje wat meegenomen kan worden. En een meerjarenplan, om dat op te pakken, hoeft voor ons geen meerjarenplan te zijn. Want als iets niet toegankelijk is, dan moet je daar geen jaren meer mee wachten om dat toegankelijk te maken. Die aanscherping zouden wij graag willen maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Verbaarschot van de VVA. De heer Verbaarschot: Dank u wel, voorzitter. VVA vindt dit een volkomen terecht punt. Dank u wel. De voorzitter: Dat is kort en krachtig. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Ik wilde naar de andere microfoon lopen, maar was niet nodig. Hij was al klaar. Dat is heel goed. Wij kunnen deze oproep ook ondersteunen. Ook wel enigszins verbaasd, want we dachten dat er eigenlijk al rekening mee gehouden wordt.

En inderdaad, als het niet is, dan moeten we dat zeker opnemen dat er voldoende gelden beschikbaar zijn, want zo bedoelt u het denk ik ook, in het meerjarenonderhoudsplan voor dat soort accommodaties. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Van Gammeren van de SGP. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Ook de SGP vindt u volledig aan uw zijde in dit onderwerp. Wat me nog wel even verbaast, en misschien kan de portefeuillehouder daar nog een antwoord op geven, is in hoeverre dat de huidige accommodaties daar wel toereikend in zijn, in die bereikbaarheid? U geeft daar een wat kritische blik op, maar ik zou ook van de portefeuillehouder nog eens willen horen of dat klopt en terecht is.

De voorzitter: Ik denk dat mevrouw Maris daar zelf ook zo... Zal ik eerst de heer Den Haan het woord geven, dan kunt u nog eventjes afronden. Mijnheer Den Haan. Dan mag u eerst antwoord geven, mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Het was meer een aanvulling inderdaad. Het gesprek dat wij als fractie hadden met de ervaringsdeskundige was tamelijk onthutsend. We waren er ook echt even stil van. Ik noem niet voor niets de parkeerplaats hier vooraan de gemeente, maar ook in de buurt van het Vlechtwerk. Mensen kunnen daar niet zelfstandig uitstappen inderdaad. En dat is best schokkend, want dat zijn nieuwe accommodaties. Maar ook initiatieven die genomen worden, zoals bij het zwembad in Sleeuwijk, dat er een terras wordt gemaakt dat toegankelijk is voor mensen in een rolstoel. Dat wordt ook zo benoemd. Helaas kunnen ze alleen hun auto niet goed parkeren. Als ze al uit hun auto kunnen komen, komen ze niet op het terras en naar het toilet kunnen ze al helemaal niet zo. Snap je? Het is vaak een manier van denken waar je merkt dat gewoon echt stappen gezet kunnen worden. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Mijnheer Den Haan? De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde het iets korter doen als de heer Verbaarschot door alleen te zeggen eens, maar ik wil er toch enig wat context aan... De voorzitter; U bent daar nu niet meer in geslaagd. De heer Den Haan: Dat dacht ik wel.

Maar in aanvulling op wat mevrouw Maris gewoon geheel terecht zegt, is dat niet alleen wat we vanuit de gemeente moeten doen, maar dat we ook de integraliteit moeten zoeken met onze partners om daarin te kijken. En dat heeft met uitnodigend bestuur te maken. Dat heeft met burgerinitiatieven te maken. Ik hoop dat we daar gewoon echt ruimte voor maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Dan gaan we naar het college. Portefeuillehouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de attente vragen en het signaal die u met ons deel, mevrouw Maris. Ik kan u in ieder geval meegeven, ook bij ons meerjarenonderhoudsprogramma voor de accommodaties zitten we in de afrondende fase en ben ik ervan overtuigd dat het het college lukt om het het eerste kwartaal van volgend jaar aan u aan te bieden. Daarin kan ik u ook meegeven, ik kan alvast zeggen, wij hebben een eerste keer opiniërend als college al de contouren met elkaar besproken. Ik heb wat huiswerk van het college meegekregen om wat zaken te gaan finetunen. Daarin komt ook een prioritering, welke gebouwen voldoen er niet en waar moeten we direct mee aan de slag? Daar heeft mijnheer Nieuwenhuizen gelijk in, dat hoeft geen meerjarenplan te worden. Dat moet gewoon met spoed opgepakt worden.

We hebben ook als college de intentie uitgesproken, dat moet ook eigenlijk nog in beleid worden doorgewerkt, om alle nieuwe gebouwen op zijn minst te laten voldoen aan het hoogst haalbare in dit. En dat is dan echt platina. En onze bestaande gebouwen de norm op goud te gaan zetten. En u had ook een vraag om ervaringsdeskundigen daarin mee te nemen. Ik kan u zeggen, we hebben inmiddels zowel de Basta als de Sportraad gevraagd om ook mee te denken over de contouren. En wij hebben soortgelijke reactie van hen ontvangen van, prima. Het ziet er goed uit, zoals u het gaat aanpakken, college. Maar wij willen graag betrokken worden bij die toegankelijkheid. En daarvan heeft het college gezegd, dat past in de filosofie zoals wij samen dingen willen ontwikkelen. Dat kan ik hierbij toezeggen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik kijk eventjes naar mevrouw Maris. Mijnheer Nieuwenhuizen, als eerste en dan mag mevrouw Maris afronden.

De heer Nieuwenhuizen: Voorzitter, misschien nog even een interruptie op de wethouder of een aanvullende vraag. De voorzitter: Aanvullende vraag. De heer Nieuwenhuizen: We hebben het nu heel erg over gebouwen. En we hebben ook de parkeerplaatsen genoemd. Maar er zijn ook mensen die slecht of niet kunnen zien. En die hebben ook gidslijnen nodig om bij de bushalte en zo te komen. Misschien dat het ook in die zin wat breder opgepakt kan worden. Dank u wel. De voorzitter: De wethouder. De heer Sheikkariem: Voorzitter, moet ik echt scherp zijn in het niet doen van toezeggingen. Zeker niet als het zaken zijn die niet in mijn portefeuille vallen. Maar ik zeg u wel toe dat ik dit meeneem naar het college en het met elkaar bespreken, want ik ben het ook van mening. Het staat in het bestuursakkoord. We hebben ook gezegd, we willen dat alles toegankelijk is en iedereen moet kunnen meedoen. Ik weet dat we wel een onderzoek hebben gedaan waar situaties zijn, maar ik denk dat we nog niet klaar zijn met het onderzoek. Ik ga dat even navragen. De voorzitter: Die toezegging heeft u. Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel ook portefeuillehouder, voor de toezegging. En dank u wel alle collega's voor de steun voor dit mooie onderwerp, denk ik. En aan de slag, zeg ik. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris.

- 3.3 Beheerplannen gebouwen (AltenaLokaal) De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 3.3, beheerplannen gebouwen. Mijnheer Bakker. De heer Bakker: Volgens mij, voorzitter, gaf de wethouder net al aan van, rondom de beheerplannen dat die op korte termijn gaan komen. En daarmee is volgens mij de versnelde inzet, als die inderdaad waargemaakt wordt, dat die in het eerste kwartaal gaan komen, dan is daarmee het verhaal wat ons betreft rond. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog bij anderen behoefte is aan vragen op dit punt? Nee. Dan mag u heel snel even nog bevestigen, want anders dan is dat straks voor. De heer Sheikkariem: Zeker, voorzitter. Maar misschien ook om compleet te zijn. Het klopt, mijnheer Bakker, dat komt eraan. Maar we gaan als college ook de raad uitnodigen om met ons mee te denken. We doen natuurlijk een voorzet hoe het beheer in de toekomst geprofessionaliseerd gaat worden. En daar zullen we ook zeker u bij consulteren waar we van kunnen uitgaan, want we hebben wel geconstateerd, daar kunnen we als gemeente nog een slag in maken. Misschien dat we daar nog een versnelling, ondersteuning bij u komen halen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. - 3.4 Haalbaarheid hockeyveld (CDA)

De voorzitter: Gaan we naar een punt 3.4, de haalbaarheid van een hockeyveld, -vereniging. De heer Verdoorn van het CDA. De heer Verdoorn: Dank u wel, voorzitter. Ik wil het eerst even houden bij de haalbaarheid van een hockeyvereniging. Het veld komt later. In Nederland zijn er momenteel 323 hockeyverenigingen met 255.000 leden. Het CDA vindt sport en bewegen belangrijk. In de grote gemeente Altena, met bijna 60.000 inwoners, is er nog geen hockeyvereniging. In het verleden zijn er diverse initiatieven geweest voor een hockeyvereniging, maar is niets tot stand gekomen. Het CDA ziet graag dat er een onderzoek wordt gedaan naar de behoefte en haalbaarheid van een hockeyvereniging in Altena. En het CDA is benieuwd hoe de andere partijen hierover denken. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verdoorn. Mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is dit een dingetje wat uit de la getrokken is, want volgens mij hebben we het hier vaker over gehad in, volgens mij, nog de Werkendamse tijd. Toen was er in ieder geval onvoldoende draagvlak, dat ik weet. Onderzoek kan altijd, maar wat er vanuit daar er toen overgekomen is, weet ik wel dat er door verschillende hockeyverenigingen in onze omliggende gemeenten weinig behoefte aan was. Dat weet ik in ieder geval van toen nog wel. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank u wel, voorzitter. Ik wil mij in grote lijnen wel aansluiten bij Noordergraaf. Dat onderzoek is inderdaad gebeurd. Het probleem is met een hockey, er wordt veel gehockeyd. Dat zijn allemaal mensen die lid zijn van een club. En dat zijn kinderen, zijn volwassenen. En die zitten in een clubverband te hockeyen. Die gaan daar niet vandaan om in Altena een nieuwe club op te richten. Dat is het probleem. En is er behoefte aan? In grote lijnen, we moeten eerst inventariseren wat de behoefte is, maar komen die mensen naar Altena toe? En wie legt er een veld aan? Haalbaarheid zou kunnen. Dat het uitvoerbaar is, denk ik niet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Namens mijnheer Den Haan. Nee hoor. Maar we waren vanmiddag in de feestelijke gelegenheid om de film op te nemen voor de raad. En een van onze figuranten mocht een rol spelen over het hockeyveld. Dat was niet alleen maar gewoon een figurant die een zelfbedacht onderwerp had, maar die man bleek werkelijk zich te willen gaan inspannen voor de inzet voor hockey in Altena. Het is heel relevant. Maar het CDA was vertegenwoordigd door Gideon van Haaften. Die was er op de publieke tribune. Die heeft dat ook gehoord.

En mijnheer Den Haan was erbij en mijnheer Jan Kolff was er inderdaad ook bij. Er is weldegelijk wat animo. Terecht misschien dat er een onderzoek komt. Levensvatbaarheid zeiden we al wel, dat is natuurlijk inderdaad enorm belangrijk. Want het kan niet zo zijn dat de gemeente alleen maar de kar trekker is. Er moet dan wel een bestuur komen. Er moeten actieve mensen zijn. En wij zien wel de meeste kans, en dat is natuurlijk een hartstikke mooie sport, in eventueel gebruikmaken van elkaars accommodaties. Zodat je niet weer kleedkamers en weer douches en weer speelvelden en belichting en parkeerplaatsen. Dat je eigenlijk kunt kijken van, waar hebben we al sportgelegenheid en hoe kunnen we dat daaraan toevoegen? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Den Haan, ook hier het gras weer voor uw voeten weggemaaid? Mijnheer Kolff.

De heer Kolff: Dank u, voorzitter. Ik wil eigenlijk een interruptie doen op de ChristenUnie. Daar heeft u wel gelijk in, de accommodaties, maar op gewoon kunstgras kan je niet hockeyen. Je kan wel een accommodatie hebben, maar je kan het niet op hetzelfde veld doen. De voorzitter: Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Moet ik weer eventjes de expertise van mijnheer Den Haan gebruiken, want ik ben niet zo’n hockeyster. Maar ik begreep wel dat je op een voetbalveld bijvoorbeeld gemakkelijker op kunt hockeyen. Ik heb er geen verstand van. Mijnheer Den Haan moet het misschien gewoon even van mij overnemen, want het is wel een interruptie op de ChristenUnie, maar mijnheer Den Haan heeft net iets meer verstand van sportvelden dan ik. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Den Haan luisteren, de enige echte deskundoloog in de raad op dit terrein. De heer Den Haan: Voorzitter, ik kan u vertellen dat mijnheer Kolff gelijk heeft. Dat kan niet. Het is alleen wel zo als we gaan kijken naar bijvoorbeeld het kunstgrasveld van Achilles Veen, daar zou het wel op kunnen. Want dat is zo kort gemaaid op dit moment, dat daar de bal wel zou kunnen rollen. Maar alle gekheid op een stokje. Ik denk dat het belangrijk is om dan ook te laten onderzoeken en te kijken of er inderdaad mensen zijn die dan dat initiatief... Want het is inderdaad al eens eerder gebeurd, maar dat is 2016.

Om te kijken of er opnieuw initiatieven zijn. Maar dat hebben we vanavond met die man ook besproken. Het gaat over een bestuur. Je moet mensen hebben die die kar willen gaan trekken. Er komt meer voor kijken dan alleen een veld aanleggen. En dat zou best in combinatie kunnen met welke accommodatie dan ook. Zijn we voorstander van, maar dan moet het echt uit het volk zelf komen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Misschien op die laatste zin die de heer Den Haan zegt, schoot me net nog wel te binnen, als het gaat over het verschil tussen de behoefte aan een hockeyveld of -vereniging. De vraag is wel van, als er een hockeyvereniging... Waarmee er de noodzaak is dat wij als gemeente onderzoek doen of dat er een hockeyvereniging moet komen. Want volgens mij kunnen mensen dat initiatief, wat ons betreft, ook prima zelf nemen. En dan ook bij de gemeente terechtkomen om te kijken of het inderdaad haalbaar is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Zullen we eens naar het college luisteren, mijnheer Verdoorn? De heer Sheikkariem: Voorzitter, dank u wel. Het is al gememoreerd dat dit eerder aan de orde is geweest. In 2016 is er een onderzoek geweest en in 2017 heeft dat geleid tot een voorstel en zelfs een locatie in de Almkerk om dat te kunnen doen.

Er is zelfs ook een planologisch traject gelopen, die het mogelijk maakte om het daar te organiseren. Echter, de behoefte ontbrak bij de hockeyverenigingen om dat door te zetten. Dat kan om meerdere argumenten zijn. En is dat gewoon niet uitgevoerd. Op dit moment zit het college er zo in, wij hebben plannen om onze huidige velden en accommodaties tegen het licht te houden. We hebben geen vraag ontvangen bij de hockeyvereniging om daar onderzoek naar te doen. We staan natuurlijk altijd open als er vragen komen. Alleen hebben we op dit moment onze handen vooral vol, om de achterstanden die we hebben gehad daar nu de focus op te gaan leggen in plaats van nu ook nog iets nieuws op te pakken. En zo zou ik hem in ieder geval mee willen geven. We staan altijd open, alleen zouden we het nu niet de prioriteit geven.

De voorzitter: Mijnheer Verdoorn, het laatste woord is aan u. Nog een keertje. De heer Verdoorn: Bedankt voor de beantwoording. En we gaan even kijken of dat we er een motie van maken of niet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verdoorn. - 3.5 Buurtsportcoaches (VVD) De voorzitter: Gaan wij verder met agendapunt 3.5, de buurtsportcoaches. De VVD. Te veel mensen die zich met hockey hebben beziggehouden. U mag nu weer. De heer P. Bouman: Wij niet. Wij zijn meer van de cricket. Daar zouden we eens een onderzoek moeten doen. Wij zouden graag even terugkomen op de buurtsportcoaches. Daar hebben we het al één of twee keer kort over had. En er is een motie aangenomen. En die motie zei ongeveer van, je zou eens moeten kijken over die uitbreiding. Zoek eigenlijk uitbreiding van de buurtsportcoaches. Maar die motie zei ook, ga in overleg met het onderwijs over de bekostiging van die buurtsportcoaches. Want het punt wat hier meerdere keren in de raad is aangestipt, is dat buurtsportcoaches geven voor een groot deel gymles op scholen. En dat kost meer dan dat het ons oplevert. En dat gaat ten koste van wat buurtsportcoaches in het veld kunnen doen. En nou heeft het college besloten om twee buurtsportcoaches extra aan te nemen. En die gaan waarschijnlijk ook wel gewoon het veld in. Wat goed is. Alleen daar staat een kostenpost tegenover een 165.000 euro.

165 delen door 2 is 82,5. Dat is ongeveer de kosten van een fte, denk ik, in deze rang. Wat ons tot de conclusie leidt dat deze uitbreiding geheel door de gemeente betaald wordt. En wij vroegen ons dan af, hoe verhoudt zich dat dan tot de motie waarin wordt opgeroepen van, ga in overleg met het onderwijs over de bekostiging van de buurtsportcoaches in totaal. Wij staan hier met verbazing. Ik ben nieuwsgierig hoe de collega's daarnaar kijken, maar vooral ook even een uitleg aan het college van, hoe komt dit enorme bedrag in de begroting? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Andere fracties? Dan gaan we naar het college. Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vraag, mijnheer Bouman. De opdracht die het college heeft gekregen en aanvaard bij de motie, was om drie zaken te doen. Ga de ondersteuning vergroten bij verenigingen. Ga het maatschappelijk veld nog meer bedienen. En ga de afbouw of een marktconformer tarief richting de scholen in gang zetten. En alle drie de zaken hebben we in gang gezet. Mijn collega portefeuillehouder Van Ooijen is de eerste gesprekspartner voor het onderwijs. Zij en ik hebben gespard over de wijze waarop wij zo een marktconforme tarifering zien. Wij weten ook dat per 1-1-2027 de ondersteuning naar scholen definitief gaat staken.

En we zijn nu met een oriëntatie bezig om een afbouw met hen af te gaan spreken. En die afbouw doet recht aan hetgeen waarvan u zegt van, zorg dat de kosten die u maakt vanuit het onderwijs niet onevenredig wordt gedaan. We hebben wel besloten dat het niet zou passen om dat in één keer direct marktconform te maken. Maar wij zijn nu ons aan de richten op die afbouw. En terecht wat u zegt, de financiële middelen wat u nu in de begroting ziet, die is echt gericht op ondersteuning van de sportverenigingen en verenigingen an sich en het maatschappelijk middenveld. En daar waar wij zien dat de vraag bij bijvoorbeeld een doelgroep ouderen enorm, ik wil zeggen, explosief toeneemt. Het is niet alleen de groep dat de vergrijzing een grotere doelgroep wordt, maar men weet ons ook te vinden en doet een beroep op onze sportcoaches, om daarin activiteiten en beweging te begeleiden. En dat doen ze ontzettend leuk. Ik heb er zelf ook aan één mogen deelnemen. En ik promoot het ook dat zoveel mogelijk ouderen daar gebruik van gaan maken, maar daar hebben we wel de sportcoaches voor nodig. En daar zijn deze middelen voor.

De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u wel. Dat is interessant. Wat u eigenlijk zegt is, vanaf 2027 stoppen we met het faciliteren van het onderwijs in bewegingsonderwijs. Tenminste, zo interpreteer ik dat. Als ik het niet goed zeg, dan moet u dat maar zeggen. En daarnaast doen we dan, vanuit eigen middelen, twee fte buurtsportcoaches er nu bij. Dat zou betekenen dat we nu twee fte buurtsportcoaches erbij krijgen voor andere doelgroepen. Wat op zich prima is. Maar daarnaast komt er ook nog capaciteit vrij dan vanuit onderwijs, wat weer terugvloeit naar gemeenten. Dat gaat dan ook nog weer naar andere doelgroepen. We doen eigenlijk nog meer dan de motie toe opriep. Dat is dan even mijn voorzichtige conclusie. De voorzitter: Vraagteken. Maar dat gaan we zo direct nog horen. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Wat de ChristenUnie betreft, is het denk ik terecht als we sportcoaches anders gaan inzetten dan in het onderwijs, dat die rekening gewoon voor de gemeente komt. En dat we los gaan kijken, en dat hebben we destijds ook al gezegd, als we de sportcoaches voor de school, dat we dat eventjes apart bekijken. Want het is überhaupt nog de vraag als we daar gaan afbouwen in de kosten of ze er dan ook nog gebruik van maken en dat we daarmee onszelf in de vingers snijden en onze doelstelling niet meer halen.

Wat ons betreft prima dat deze kosten voor de sportcoaches, voor de ouderen en de verenigingen uit het gemeentebudget komt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Zag ik u nog aanstalten maken mijnheer Den Haan, of niet? De heer Den Haan: Toch wel, voorzitter. Dank u wel. Meer in de richting van de heer Bouman, want u heeft een soort van aanname naar aanleiding van het verhaal van de portefeuillehouder. Ik ben benieuwd wat hij dan daar straks over gaat zeggen. Maar ook wat de collega's van de ChristenUnie hier vertellen, en dat is al vaker aan de orde geweest, ook in die hele discussie die we hebben gehad over scholen en sportcoaches. Ik interpreteer hem als, in 2017 is die volledige financiële ondersteuning weg. Maar dat laat onverlet dat de scholen nog steeds wellicht nog wel gebruik zouden willen maken van de sportcoaches, maar dan onder andere betaling. Maar zo lees ik hem. Ik wil daar niet over in discussie hoor. De voorzitter: De heer Bouman, u mag nog interrumperen en dan gaan we naar de wethouder. De heer P. Bouman: Dat weet ik niet of we daar wel of niet over in discussie gaan. De heer Den Haan: Ik niet. De heer P. Bouman: U weet al dat u niet met mij in discussie gaat over dat punt. Want u weet niet wat ik ga zeggen. Wat ik wilde gaan zeggen, is hoe dan ook..

Stel scholen maken ofwel helemaal geen gebruik meer van buurtsportcoaches ofwel scholen mogen wel gebruikmaken van buurtsportcoaches, maar tegen een marktconform tarief. Welke van die twee scenario’s ook, geld wat nu richting scholen vloeit, komt weer terug naar ons ter besteding. En dan vind ik het bijzonder dat we nu al twee fte uit eigen zak volledig betalen voor gemeentelijke doeleinden. En dat daarnaast toch nog die middelen uit de scholen terug gaan vloeien, waar we waarschijnlijk ook weer dingen mee gaan doen. Dan in plaats van dat we conform de motie twee fte extra gaan inzetten in het veld, wat deels betaald wordt door onderwijs, gaan we nu twee fte volledig betalen uit eigen zak. En komt daarna op een gegeven moment geld terug vanuit het onderwijs en gaan we waarschijnlijk ook in het veld stoppen. Dit is een soort van uitvoering motie plus, plus, plus.

De heer Den Haan: En daar ben ik niet ontevreden mee. De heer P. Bouman: Dat snap ik, want u wilde het toen in eerste instantie toch allemaal uit eigen zak weggeven, zonder dat we überhaupt in gesprek gingen met het onderwijs. Maar dat waren enkele van de mede-indieners van de motie niet. De voorzitter: Als laatste mijnheer Den Haan en dan gaan we naar het college. De heer Den Haan: Daar heb ik dan een diepe buiging door het stof heen gemaakt. En uiteindelijk is daar deze motie van gekomen, want dat hoort dan ook in het democratisch herstel. Als wij te horen krijgen dat het toch anders moet en we vinden dat ook, dan hebben we dat samen gedaan. Die motie is wat dat betreft samen tot stand gekomen. Maar d ik heb ook de wethouder horen zeggen dat de vraag vanuit de samenleving in ieder geval nu al meer is. Dan denk ik dat daar goed op ingespeeld wordt, dat we daar in de toekomst goed naar kunnen kijken. De voorzitter: Wethouder. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Er is nu acute behoefte aan de verenigingsondersteuner en het maatschappelijk middenveld. En ik ben blij dat u dat ook niet bediscussieert. Dat wordt uit de zak van de gemeente betaald. En u geeft aan, maar straks als u die sportcoaches overhoudt, hebben we dan een plus? U weet hoe het werkt. De ambtenaren zijn in algemene dienst.

Als ik geen werk voor ze zou hebben of het college op het taakveld, dan zullen we ze op een andere manier inzetten. Maar nu kunnen we de doelgroepen die het nodig hebben goed bedienen en wachten we niet tot 2027, totdat de afbouw gerealiseerd is, om dan te gaan kijken, en kunnen we nu in actie komen? Dit is de lenige manier die we ook verwacht van het college om snel te anticiperen. Moet u eens kijken, in de Kadernota heeft u een motie ingediend. En wij zijn het aan het invullen. De voorzitter: Mijnheer Bouman, tot slot. De heer P. Bouman: We zijn ook niet boos op het college. Laten we dat vooropstellen. U gaat heel erg voortvarend te werk. Alleen ik kijk ook naar het gat wat op ons afkomt vanaf 2026 en verder. En als u zegt van, ik heb nu direct geld nodig voor die twee fte, akkoord. Maar op een gegeven moment komt er geld terug vanuit het onderwijs. Dan is het misschien wel niet terecht dat we jaar op jaar 165.000 euro gaan inboeken. Dan zou je misschien in het begin 165 moeten inboeken en daarna wat minder, omdat we geld terugkrijgen uit een andere bron. De voorzitter: Ik zie mijnheer Noordergraaf zich ook nog naar het spreekgestoelte begeven. De heer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. Want de heer Bouman refereert aan de motie die aangenomen is. En daar stond onze handtekening onder.

En ik kan in die zin wel onderschrijven, en dat zijn ook onze eerdere woorden geweest, dat wij niet per definitie voor waren voor die fte-uitbreiding, maar in eerste instantie om met scholen in gesprek te gaan en kijken welke ruimte daar ontstaat en dat eerst in te zetten, ook richting de verenigingen. In die zin was dat voor ons toen al een punt en blijft dat een punt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. De wethouder. Laatste keer, denk ik.

De heer Sheikkariem: Ik kijk nog even of er nog een vraag of een opmerking van u is geweest. Is met name van, wat doen we dan straks? Krijgen we dan extra geld? Ik moet u zeggen, die afbouwregeling is een feit. Maar het staat de scholen natuurlijk vrij om een beroep op de gemeente te kunnen doen, kunnen wij ook na 1-1-2027 uw sportcoaches inhuren? En dan ligt er gewoon die motie en die opdracht om dat tegen een marktconform tarief te doen. En dan is het alleen maar mooi dat we die kundige mensen in dienst hebben, die we dan ook op het onderwijsveld in kunnen zetten. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman mag afsluiten. De heer P. Bouman: Uitstekend. Helemaal mee eens. En stel dat ze zeggen van, ondanks dat de financiële steun afbouwt, willen we die mensen blijven inhuren. Dat is mooi, want dan heb je een direct financieel voordeel voor de gemeente. Zou ik zeggen, boek hem in. Want we hebben dat geld ook nodig in ‘26 en ’27. Boek gewoon niet constant 165.000 euro in, maar de eerste 2 jaar schrijf 165 in en boek hem daarna af. Want we hebben dat geld gewoon nodig. Want als je het niet doet, weet ik zeker dat het uitgegeven gaat worden. Zo werkt het. De voorzitter: Maar u heeft het antwoord gekregen van het college. U weet wat u daarmee wel of niet zou willen doen, kunnen doen.

- 3.6 Eindevaluatie muziekonderwijs (SGP) De voorzitter: We gaan naar agendapunt 3.6, de eindevaluatie muziekonderwijs. Dat is door de SGP aangekondigd. Mijnheer Meijboom, vandaag wederom opa geworden. Daar wordt een opmerking over gemaakt, voor de kijkers thuis. De heer Meijboom: Dank u wel. Ik was de vorige spreker nog aan het complimenteren. Voorzitter, over het muziekonderwijs. Wij hebben kennis kunnen nemen van de eerste schriftelijke evaluatie van het muziekonderwijs. En we hebben daar als SGP ook naar uitgekeken, omdat er naar onze mening toch een aantal negatieve neveneffecten zijn in het nieuwe beleid. Daar zullen we het dan nu niet over hebben. Wij hebben uitgekeken naar die evaluatie, maar juist daar schort het ons aan, omdat die evaluatie eigenlijk niet de diepte in gaat. De evaluatie is naar onze mening wat meer een opsomming van een aantal feiten, een aantal scholen wat meedoet, een aantal gekwalificeerde muziekdocenten en dergelijke. Maar wat ons betreft, en dat vinden we jammer, gaat dat niet verder de diepte in. En waarom wij het hier ter sprake brengen, is omdat ook in de stukken die vanavond wel ter tafel zijn, er ook aangegeven is dat het muziekonderwijs ik meen 1 augustus 2024 weer opnieuw voortgezet moet worden. En dat dan ook nog een evaluatie plaats zal vinden daarvan.

En wij willen toch daar de portefeuillehouder, het college op wijzen dat wij dan ook wel graag een diepte evaluatie zouden willen. En als je dan vraagt van, wat zou daar wat ons betreft dan in moeten staan? Dan zou je kunnen denken aan hoeveel leerlingen ook daadwerkelijk dat muziekonderwijs volgen, muziekinstrumenten bespelen. Wat zijn de ervaringen van de muziekdocenten? Wat zijn beweegredenen van scholen om niet te participeren? Dat soort vragen. En wij willen daar graag een toezegging dat voordat dat besluit genomen wordt, 1 augustus 2024, dat er ook een deugdelijke evaluatie zal liggen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Mijnheer Duizer zie ik opstaan, van de ChristenUnie. Ga uw gang. De heer Duizer: Qua muziekonderwijs steunen we u van harte. Maar even een praktische vraag. Welke evaluatie heeft u het over? Want ik heb hem niet bij de raadsstukken zien zitten.

De heer Meijboom: Excuses. U heeft gelijk. Er is een raadsinformatiebrief afgelopen week uitgegaan. De heer Duizer: Dan ben ik niet bij. Dan ga ik nog gauw even lezen. De heer Meijboom: Maar dat was ook de afgelopen week. De voorzitter: Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Het was inderdaad een voortgangsrapportage. Ik was ook even de weg kwijt. Het heet volgens mij een voortgangsrapportage, die inderdaad is binnengekomen. En inderdaad in het stuk zelf staat wel evaluatie. En ik herken inderdaad wat u zegt, dat het een opsomming is van een aantal kwantitatieve data. Maar volgens mij staat in diezelfde voortgangsrapportage ook dat er voor de zomer van 2024 een grondige evaluatie zal plaatsvinden. En ik wil eigenlijk vragen straks aan de portefeuillehouder, is dat dan ook de grondige evaluatie die u verwacht en die ik ook verwacht eigenlijk, denk ik? Maar misschien dat zij daar straks antwoord op kan geven. De voorzitter: Mijnheer Meijboom nog. De heer Meijboom: Als dat nog mag, voorzitter. De voorzitter: Natuurlijk. De heer Meijboom: Om daar nog op te reageren. Mevrouw Maris, dat klopt. Maar volgens mij is dit gewoon al een toegezegde evaluatie. En het is inderdaad juist waar wij aandacht voor willen vragen, om daar ook een deugdelijk besluit over te kunnen nemen. Dan moet het wel meer zijn dan een opsomming van een aantal data.

Mevrouw Maris: Daar ben ik helemaal... Sorry, voorzitter. De voorzitter: Dat mag. Mevrouw Maris: Mag ik? De voorzitter: U mag op elkaar interrumperen. Heb ik afgesproken aan het begin. Mevrouw Maris: Daar zijn wij het helemaal mee eens, want wij zijn inderdaad ook als Progressief Altena benieuwd hoe de docenten het bijvoorbeeld ervaren hebben, de professionals en ook inderdaad of er onderwijs heeft plaatsgehad in eigen tijd. Daar zal u ook zeker een voorstander van zijn. De voorzitter: Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: We hebben ook de raadsinformatiebrief gelezen uiteraard. En daar in elk geval kunnen lezen dat er een positieve trend is in kwantitatieve zin. We willen hier goede besluiten nemen. Op zich dat er ook wat kwalitatieve informatie naar ons toekomt. Dat is denk ik ook wat de heer Meijboom zegt, dat we een goed besluit kunnen nemen in augustus. Daar kunnen wij op zich niet op tegen zijn. Maar we kijken er wel met een positieve grondhouding naar, op basis van hetgeen wat we tot nu hebben tot nu toe hebben gekregen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Gaan we naar het college. Portefeuillehouder Van Hunnik.

Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, het klopt eigenlijk allemaal. In zoverre, op het moment dat we zijn gestart met deze pilot van muziekonderwijs, is er afgesproken om u in ieder geval te informeren over de voortgang. Daarvan heeft u nu weer de voortgangsrapportage ontvangen. Daarvan is ook eerder afgesproken, wat zijn de punten waarover we dan informatie willen ontvangen? Die hebben we hier weer in meegenomen. En er is afgesproken, daarnaast ook nog, dat er een grootschalige evaluatie komt bij de afloop van de periode die er is afgesproken. Het is volledig terecht dat de heer Meijboom aanhaalt, deze zomer eind Q2 loopt dit af. Dan moet daar opnieuw een besluit over genomen worden. Daarom hebben we ook met elkaar afgesproken dat u dan een grootschalige evaluatie krijgt. En juist daarin ook het gesprek aan te gaan met scholen, met aanbieders, met muziekverenigingen. De vorige keer is er ook al een debat geweest over dit thema. Als ik me goed herinner was dat ook de fractie van de SGP die daar vragen over had. Toen kwam ook specifiek naar voren, de signalering van talent. Hoe gaat dat nou en komen deze mensen dan ook vervolgens terecht bij de muziekvereniging en hebben we dat in beeld of niet? Dat zijn juist de punten die we meenemen in die grotere evaluatie die gaat volgen.

Want ik denk dat het volkomen terecht is dat u als gemeenteraad aangeeft, we hebben meer informatie nodig om hier straks een besluit over te nemen. Dat vinden we als college ook. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Mijnheer Duizer nog bij interruptie. Dat mag. U heeft het inmiddels gelezen, denk ik. De heer Duizer: Nog even een aanvullende vraag. De periode loopt tot met 2024. We krijgen begin 2024 die evaluatie. Is er ruimte voldoende om na de zomer van 2024 dan het programma voort te zetten? Want niks is zo dodelijk voor een goedlopend programma dat het wordt stopgezet en een jaar later pas weer voortgezet. Gaat dit goed in de volgorde? En heeft u daar, als we daarmee verder willen, ook ruimte voor nodig in de begroting voor het komende jaar? De voorzitter: Wethouder Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, twee vragen heb ik gehoord. De eerste, de planning is inderdaad strak. Zijn we ons ook van bewust. Betekent ook dat we dat nu al kunnen plannen, zou ik willen zeggen. Daar houden we zeker rekening mee. En we zorgen dat we daar ook echt de besluitvorming ordentelijk kunnen gaan doen. Ook met u als gemeenteraad. En dat betekent inderdaad, op het moment dat we daarmee verder gaan, dat we daar ook een financiële afweging te maken hebben, omdat we daarin nu ook niet op de zaken vooruit wilden lopen.

Dat vinden we ook niet netjes naar u toe, omdat daar nog een afweging te maken is. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie mijnheer Duizer... Voldoende op dit moment? Ook voor de SGP. Want u had hem ingeleid. Dank u wel, mijnheer Meijboom. Af en toe dan heb je ook gewoon hulp nodig van de plaatsvervangend voorzitter. Dank u wel. - 3.7 Zichtbaarheid Altena (CDA) De voorzitter: Gaan we de agendapunt 3.7, de zichtbaarheid van Altena. Het CDA, mijnheer Van Breugel. De heer Van Breugel: Dank u wel, voorzitter. De afgelopen tijd zijn we in de gemeenteraad begonnen met de zichtbaarheid van de raad en haar leden. Een prima initiatief. Wat we een beetje zijn vergeten, is de zichtbaarheid van de gemeente Altena zelf. Een voorbeeld. Stel je voor, je komt als gast of toerist onze gemeente binnenrollen op de N322. Vol verwachtingen over Altena. Wat Altena te bieden heeft. Maar net wanneer je de gemeentegrens bij de Wilhelminasluis in Andel passeert, word je begroet door niemand minder dan de provincie Noord-Brabant. Je TomTom zegt dat je in Altena bent, maar de borden zeggen iets anders. Je

wordt begroet met borden, blubber op de weg. Niet bepaalt het warme welkom waarop je hoopte. Onze buurgemeenten, zoals Zaltbommel, Dordrecht en Gorinchem doen het veel beter in dat opzicht. Het gevoel van welkom en het zichtbaar maken van dit gevoel door mensen te begroeten aan gemeentegrenzen, versterkt de onderlinge verbondenheid van onze kernen. Laten we vanaf 1 januari 2024 ons eerste lustrum als gemeente vieren met welkomstborden te plaatsen aan al onze grenzen. Zo weten we niet alleen dat ze in Brabant zijn, maar ook in de allermooiste gemeente van allemaal. Juist hier in Altena. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Breugel. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Voorzitter, dat laatste kan ik me natuurlijk wel bij vinden. Dat weet Otto ook wel. Ik vind het eigenlijk te ver gaan, dit onderwerp. Hij haalt een aantal sluizen aan dat we in Brabant. En kom je over de A27, dan kom je de Hollandse Waterlinie tegen. Je komt de Biesbosch tegen. En dan noemt hij één overgang. Maar dan kan je bij alle veerponten overal ook borden neer gaan zetten. Volgens mij is de landelijke overheid momenteel bezig om borden weg te gaan halen, omdat er gewoon veel te veel borden langs de weg en de automobilist te veel afleidt. En dat zal altijd een tegengesteld beleid zijn om daar borden als welkom te gaan heten en tot ziens. Ik denk dat het te ver gaat.

En met het laatste kan ik wel bij aansluiten, dat we een hele mooie gemeente hebben. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Duizer van de ChristenUnie. De heer Duizer: Die mooie gemeente ben ik het zeker mee eens. En voor de rest ben ik het met de heer Kolff eigenlijk ook wel eens wat. Wij zien het nut en noodzaak van het etaleren van de gemeente Altena op deze wijze niet zo. We vinden het heel mooi, want volgens mij doelt u ook een beetje op zo’n bordje zoals er in Veen staat. Welkom in Veen. Dat die mensen dat met elkaar doen, prachtig. Als je naar Uittik rijdt, dan heb je een mooi bordje Uittik in. En als je er klaar bent, Uittik uit. Prima als dat in dorpen gebeurt. Daar vinden we het heel mooi, dat soort ludieke acties, maar niet voor Altena zo breed. De voorzitter: Mijnheer Van Gammeren of mevrouw Maris? Mijnheer Van Gammeren. Maar zij geeft een knikje aan u. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een prachtig onderwerp. Heel poëtisch ook in ingediend door de heer Van Breugel. Dat u het koppelt aan het vijfjarig bestaan, dat hoeft wat mij betreft niet. Want we hebben voor ons vijfjarig bestaan zo meteen al het geboortebos. Daarin zijn we al voorzien. En dan die borden. Voorzitter, wat ons betreft hoeft dat ook niet. Want u zegt, het versterkt de verbondenheid van de kernen. Ik zie dat eerlijk gezegd niet. Of onze fractie ziet dat niet.

En ook het Altena merk. Nogmaals, ik vind het een poëtisch gebracht, maar voor ons hoeft het niet. En ik vind die waarschuwing van blubber op de weg fantastisch, want dat gaat namelijk over onze veiligheid. Zo meteen is de blubber weg, dan ook het bord weer. En uiteindelijk moeten wij gewoon shinen met de schoonheid van onze gemeente en niet zozeer dat er een speciaal bord moet staan. Nogmaals, we wachten eventjes de reactie af, maar onze fractie staat niet te dringen om mee in te dienen, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Een heel sympathiek ogend voorstel. Maar ik moet toch ook zeggen dat Progressief Altena wel haar twijfels heeft. Er staan al zoveel borden in het landschap. En als Altena een mooie gemeente is, dan zien wij liever het landschap van Altena als een mooi verkooppraatje en een mooi zicht, dan allemaal borden in het landschap. Tot zover.

De voorzitter: Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter. Ik haal er één onderwerpje uit eventjes, want het is hartstikke sympathiek. Maar daar ken ik de heer Van Breukelen ook voor, om dit soort onderwerpen te brengen. En wat ik al zei, sympathiek. Maar de heer, volgens mij was het van, ik weet niet meer, van de SGP, mijnheer Van Gammeren. Die ene. Weet je wel, die ene. De voorzitter: Die ene. De heer Den Haan: Diegene die daar achterin zit. Die het had over de blubber. Dat triggerde mij natuurlijk ook. Ik ben alleen maar blij dat het er staat en niet dat er een bordje staat, blubberweg. Dat zou betekenen dat het een blubberweg is. En de borden, zoals de heer Kolff ook zei van, u vindt ons voorlopig even nog niet aan jullie zijde met deze motie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, ik neem de afslag vanaf de A59 en ik draai de N-weg op, de N267. En ik kom daar hopelijk over de Heusdense Brug heen. O nee, dat lukt me nog niet, want ik sta eerst een halfuurtje in de file. En dan vervolgens zie ik het bordje, welkom in Altena. Welkom in de file gereden. Voorzitter, laten we het eerst even over belangrijke dingen hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Breugel, u mag reageren op de inbreng van anderen. Dan kijken we zo naar het college.

De heer Van Breugel: Ik moet eerlijk zeggen dat het mij nog een hele hoop werk gaat geven om iedereen te kunnen overtuigen. Misschien kunnen we dat door een bord doen of zo. Progressief Altena heeft twijfels, maar voor de rest voel ik weinig steun voor ons initiatief. Tot zover. De voorzitter: Wilt u nog een reactie van het college hebben, mijnheer van Breugel. De heer Van Breugel: Dat is niet nodig. De voorzitter: Mijnheer Van Breugel, waarschijnlijk gaat dat bord niet lukken, maar u krijgt toch een reactie van het college. Volgens mij heeft u wel iedereen uit laten spreken dat ze allemaal het gevoel hebben dat ze in de mooiste gemeente wonen van Brabant en misschien wel van Nederland. Mevrouw Schipper-Heijmans: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Voorzitter, dat ik nog even wat mag zeggen. Het college vindt het een sympathiek voorstel. Het is fijn om mensen op een gastvrije manier welkom te heten. En als de raad dat wil, wil het college ernaar kijken. Maar daar laat ik het voor nu even bij. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Schipper. 18.4. Programma 4 Duurzaam Altena De voorzitter: We gaan naar programma 4, Duurzaam Altena. Mijnheer Hoegee is ook weer gearriveerd, al een poosje. Af en toe dan zie ik het niet. Dank u.

- 4.1 Woningen voor Altenezen (Progressief Altena en ChristenUnie) De voorzitter: Woningen voor Altenezen of Altaren. Progressief Altena, mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Het was voor mij ook even zoeken, want wat is het precies? Ik ben op Altenezen uitgekomen, maar het had ook zomaar iets anders kunnen zijn. Als het maar over inwoners van Altena gaat. Woningbouw en met name het tekort aan beschikbare woningen, dat staat eigenlijk al heel lang op onze agenda, maar ook op de landelijke agenda, op ieders agenda. En het probleem wat we elke keer adresseren, is dat we niet zozeer moeten bouwen in aantallen, maar dat we juist moeten bouwen voor onze Altenezen of Altenaren of inwoners van Altena in ieder geval. De voorzitter: Met die laatste zit u zeker goed. De heer Alderliesten: Ik krijg hier nog wat gesouffleerd, maar die zal ik niet hardop doen. Dat kan zo meteen. Wat we afgesproken hebben, en dat is een heel goed streven ook, is als wij woningen in de verkoop krijgen dat we afspreken dat we eerst lokaal gaan adverteren en dat we eerst een goed marktonderzoek doen van, welke mensen zijn actief woningzoekend? Daar bevragen we de wethouder ook altijd trouw op van, beantwoord deze nieuwe woningbouwlocatie aan de actuele lokale vraag, zeggen we dan. En dan wordt er keurig gezegd, dat doet het.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13446580/1