CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-10-24 Transcript Gemeente Altena

Raadsvergadering 24 oktober 2023, gemeente Altena58.067 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

En de MAG, de maatschappelijke agenda, is hiervan een voorbeeld. Het is volledig interactief tot stand gekomen. En het vervolg is een pilot met een inwonersbudget. Hiermee hopen wij ons repertoire om inwoners te betrekken en daadwerkelijk ruimte te geven te vergroten. Het kernenbudget zit overigens structureel in de begroting. En daarbij worden zowel initiatieven in de kernen als de kern-vertegenwoordigende organen ondersteund. Tot zover de reactie vanuit het college. De voorzitter: Blijf ook even staan. Even voor de goede orde, u mag interrumperen op elkaar, als u dat wil. Ook op de wethouder. Anders dan wordt een twee termijnen debatje. En dat is eigenlijk niet de bedoeling. Daarom blijft u nog even staan, portefeuillehouder. Mevrouw Maris, u heeft het onderwerp ingeleid. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. En dank u wel nog even voor het helder stellen van de orde van de vergadering. Dank u wel voor inderdaad de toelichting. Dan blijft er bij mij toch het gevoel ontstaan, of in ieder geval dat blijft bestaan, dat ik denk van, het mag nadrukkelijker in het beleid. U zegt, nieuw beleid en de MAG. U noemt een aantal voorbeelden, maar ook het bestaand beleid en de werkwijze gaat het natuurlijk om. Ik denk dat wij toch gaan kijken of wij een tekstuele aanpassing van de begroting kunnen gaan indienen.

De voorzitter: Precies. Volgens mij krijgt u een medestander. Dank u wel. Daarmee is denk ik dit onderwerp voldoende over gesproken op dit moment. - 1.2 Kerngericht werken en huisvesting gemeentelijke organisatie (Progressief Altena en AltenaLokaal) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 1.2. Het kerngericht werken en de huisvesting van de gemeentelijke organisatie. Progressief Altena en AltenaLokaal. Mevrouw Maris, u stond er al. Mevrouw Maris: Ik stond er toch al. Ik blijf maar gelijk staan. Dank u wel, voorzitter. Het is hetzelfde kopje tekst. De tekst van het kopje is, uitnodigend bestuur in kerngericht werken. Hier is eigenlijk hetzelfde euvel wat we willen aangeven. Ook hier staan geen kaders hoe we in 2024 aan de slag willen gaan met het kerngericht werken. Er is in deze raad al uitgebreid over gesproken. Er is zelfs een besluit genomen in juli jongstleden. Dat besluit wordt deels wel genoemd in de begroting, maar niet het onderdeel kerngericht werken en ook niet het werk op de decentrale locaties. Er wordt wel iets genoemd in het kader van de klantwaarde en de dienstverlening en klanttevredenheid, maar dat vinden wij toch echt iets anders dan kerngericht werken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter.

Ik moest heel even wachten, want we hadden niet afgesproken wat de bijdrage zou zijn van mevrouw Maris. Maar ik haak af, want het is voldoende. De voorzitter: Dank u wel. Andere fracties? Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Ik wist natuurlijk ook niet wat beide sprekers gingen zeggen. Toen ik het onderwerpje las, dacht ik, gaan we de discussie opnieuw voeren die we bij de uitbreiding van het gemeentehuis hebben gehad? Dat blijkt niet het geval te zijn. Ik hoef niet over loketten in kernen te gaan praten. Anders gaan we die discussie weer oprakelen. Maar wat volgens mij toen wel afgesproken is, en ik ben eigenlijk in hoopvolle verwachting, dat het college... Dank voor al het medeleven. De wethouder heeft hem volgens mij gezegd. Ik kom hier inhoudelijk op terug op het moment als ik u een notitie ga aanbieden over het accommodatiebeleid, op welke wijze wij daarop in kunnen gaan. En ik had eigenlijk ook een beetje verwacht, daar wachten we eventjes op hoe dat dat concreet handen en voeten gaat krijgen voordat we hier op dit moment nog allerlei andere dingen daarover moeten gaan vinden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Wilt u de reactie van het college... Mevrouw Maris: Ik ben ook heel benieuwd naar het college. De voorzitter: Dan gaan we naar portefeuillehouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter.

De opmerking die gemaakt wordt door u, mevrouw Maris, en ondersteund door mijnheer Den Haan, ik snap het dat u dat mist bij de dienstverlening. In de discussie die gevoerd is over de huisvesting hebben we als college ook beloofd dat we die twee zaken parallel laten lopen. Het staat er niet expliciet in hoofdstuk één. We hebben het wel bij HR, en als u kijkt naar bedrijfsvoering hebben we het wel benoemd, dat dienstverlening echt locatievrij moet zijn en dat wij ook echt zichtbaar willen zijn. Maar ik kan me ook voorstellen dat u zegt van, probeer dan te verwijzen naar elkaar. En zou ik het misschien wat explicieter ook in hoofdstuk één kunnen benoemen. En op de vraag van mijnheer Bouman, het

klopt. Terecht. We zijn ook bezig om met het voorstel te komen. Op welke wijze waar A, enerzijds denken de investering nodig te hebben voor de uitbreiding van het gemeentehuis hier en aan de andere kant van de andere opdracht was, hoe staat het in Woudrichem? Hoe staat het met het gebouw? En hoe gaat u die dienstverlening breder op alle kernen kunnen bieden? De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Mevrouw Maris, voldoende beantwoord? Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het beantwoorden van onze vragen. En we gaan ons erop beraden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. - 1.4 Externe inhuur (VVD) De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar agendapunt 1.4, de externe inhuur. De VVD. Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u wel, voorzitter. We hebben als gemeenteraad in het verleden al een aantal keren extra budget vrijgemaakt om extra personeel te werven voor de gemeente Altena. Wat verder ook prima is. Dat was ook nodig. En iedereen in de raad heeft dienstverlening hoog in het vaandel. Als er extra mensen zijn om een niveau te halen, dan moet dat gewoon. Daar gaat het niet om. Maar als we dan de begroting lezen, dan zien we dat het college zegt van, ondanks die versterkingen zijn we nog steeds kwetsbaar als Altena. En het college zegt ook, we moeten steeds vaker een beroep doen op inhuur.

Wij willen als VVD graag een oproep doen richting raad en het college van, probeer eens minder een beroep te doen op inhuur. En probeer eens wat meer een beroep te doen op eigen vast personeel. En ga eens goed nadenken over hoe je je eigen personeelsbestand beter en stabieler kan opbouwen. Want wij denken dat als je minder inhuur hebt, meer vast personeel, dan heb je minder wisselingen, dan heb je meer stabiliteit, je bouwt meer kennis op. Daarmee word je dienstverlening ook gewoon beter, want je mensen leren het gebied kennen. En op den duur, maar dat is een secundair doel, bespaar je daar ook geld mee. Want inhuur is gewoon duur. Onze oproep aan de raad en college is, kunnen we denken over hoe we een organisatie op gaan bouwen die de toekomst aan kan met aanzienlijk minder inhuur op alle lagen van onze organisatie. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Bouman. Mijnheer Duizer van de ChristenUnie. U mag blijven staan. De heer Duizer: Ik hoor de heer Bouman een oproep doen aan zowel de raad als het college. Ik denk dat het een goede oproep is. En wij steunen hem van harte, want ik denk dat u gelijk heeft. Hoe meer we zelf kunnen doen, hoe beter dat is. Het hangt er alleen even van af of het inderdaad ook mogelijk is, maar daar zal de wethouder wellicht dadelijk iets over zeggen. De voorzitter: Mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter.

Ik denk dat wij de oproep van de VVD wel kunnen ondersteunen. Maar moeten we denk ik ook wel uitkijken dat we de kwetsbaarheid niet een-op-een koppelen aan externe inhuur. Ik ben eigenlijk wel benieuwd of we als gemeente al echt actief beleid hebben over hoe dat we ons personeel vasthouden. Hoe zorgen we ervoor dat de commerciële wereld niet aantrekkelijker is dan gemeenteland. Daar ben ik nog even benieuwd naar, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Mijnheer Den Haan van AltenaLokaal.

De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter. In het verlengde van collega Duizer en collega De Raad, daar zit ook wel een stuk in waarbij het gaat over van, kan het? Ik ben ook heel benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt van wat we op dit moment al doen binnen de organisatie. En op zich is het geen onzinverhaal wat de heer Bouman van de VVD vertelt, want dat juichen wij ook wel toe. Daar zou ik nog aan willen koppelen dat als je gaat kijken naar bijvoorbeeld mensen die weggaan in een exitgesprek, om dat goed te doen. Om te kijken hoe je kunt leren van elkaar. Maar uiteindelijk geldt voor ons ook wel dat het werk op de juiste en adequate manier moet gebeuren. En dat geeft de heer Bouman ook al aan. Op een bepaald moment heb je dan ook gewoon inhuur nodig, omdat je het niet verandert. Dat je meer moet kijken wat je zelf in huis hebt, dat ondersteun ik alleen maar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Verdoorn van het CDA. De heer Verdoorn: Dank u, voorzitter. Even kijken of hij het goed doet. Ja. Dank u, voorzitter. Het CDA vindt het percentage externe inhuur ook te hoog. Daar kunnen we het verhaal van de VVD helemaal onderschrijven. Maar in de huidige arbeidsmarkt is het gewoon ook moeilijk om alle functies in te vullen. Dat zien we overal. En we zijn ook benieuwd hoe het college denkt om de externe inhuur te gaan verlagen.

En daar kunnen we het verhaal in van de VVD overschrijven. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verdoorn. Mevrouw Maris, Progressief Altena. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Het percentage inhuur, ik ben ook heel erg benieuwd wat het college daarvan vindt. Is er in de organisatie ook reden voor zorg, wat dat betreft? En wat Progressief Altena betreft, gaat het natuurlijk altijd om, welke kennis en welk vakmanschap wil je graag in huis hebben? En ik kan me ook voorstellen dat bepaalde kennis juist wel goed met inhuur tijdelijk op te vangen is, of iets van tijdelijke aard. Het gaat wat ons betreft eigenlijk om de vraag, welke kerncompetenties heb je als gemeente? En die kennis moet je eigenlijk wel in eigen huis hebben. En verder ben ik ook heel erg benieuwd welke acties er al zijn vanuit de organisatie, om inderdaad dat nieuwe talent aan te boren, jongere generaties ook te binden en te boeien en mensen misschien geen baan aan te bieden, maar een loopbaan. Ik hoor het graag. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Verder niemand meer? Portefeuillehouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb een drietal vragen gehoord, die ik bij elkaar kan clusteren.

In ieder geval, wat vindt het college van het percentage en hoe denkt het college dat terug te dringen? Daar wil ik gelijk van aangeven dat het college niet vindt dat we aan de overmatige kant in percentage zitten en er ook bij ons niet de intentie is om dat terug te dringen. De reden daarvan is dat ik als portefeuillehouder P&O ook merk dat de arbeidsmarkt heel krap is en het werkloosheidsaantal in Nederland echt historisch laag is. Dat wil ook zeggen dat arbeidskrachten veel te kiezen hebben. En als u ook kijkt naar het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau, geeft dat ook aan dat binnen nu en tien jaar dertig procent van ons personeel flexibel zal zijn. Als u dat vergelijkt, overheid versus... De voorzitter: Mijnheer Duizer, bij interruptie. De heer Duizer: Volgens mij zouden we het met interrupties gelijk doen. De voorzitter: Ja, zeker.

De heer Duizer: Even voor de duidelijkheid. U zegt, het is niet het voornemen van het college om het percentage ingehuurden terug te dringen. Is dat omdat u met een grote schil wil blijven werken of is dat omdat u geen mogelijkheden ziet binnen de huidige arbeidsmarkt om überhaupt terug te dringen? De heer Sheikkariem: Voorzitter, wilt u dat ik eerst hierop reageer of de vragen die eerder gesteld zijn? De voorzitter: Het is handig even voor de interruptie om hier meteen op te antwoorden en dan verder te gaan met uw betoog. De heer Sheikkariem: Prima. U geeft mij twee smaken, maar volgens mij zijn er nog meer smaken. En het college is zich daarover aan het beraden. Aan de ene kant zijn het specifieke taken waar expertise voor nodig is, die we niet elke dag nodig hebben. En die huur je in. En dat soort vraagstukken komen ook steeds meer voor. Daarnaast hebben wij ook te maken met de groei en ambitie nu u als raad ons meegeeft, waar wij ook zoekende zijn, hebben we de capaciteit al in huis of kunnen we het in huis halen en de mensen coachen te midden van externe inhuur om te komen tot een niveau? Dat is ook een traject wat we uitzetten. Dat is eigenlijk waar wij nu ons op focussen. Dan even terug naar de intentie van het college. Het gaat niet zozeer over externe inhuur of flexibele krachten of detachering.

Wij kijken onderaan de streep, wat hebben wij nodig om de taken te laten doen? En we kijken naar de loonsom die u als raad beschikbaar heeft gesteld. Pas dat daarbinnen, dan kiezen we de meest optimale oplossing daarvoor. En ik ben het ook eens met mijnheer Bouman dat het heel mooi is als een groot gedeelte van je personeel affiniteit heeft met de gemeente, herkenbaarheid, dat DNA kent. Daar waken we ook voor. Dat geven we ook weer in die kernwaarden. Als wij het gaan vergelijken, moet ik u meegeven dat wij zelfs onder het landelijk gemiddelde zitten van de externe inhuur. Als u het rapport van de A&O fonds bestudeert over 2022, dan is het landelijk gemiddelde op 17 procent. En gemeenten van onze omvang zelfs 18 procent. En wij als Altena scoren daar heel laag onder, met 15,4 procent. En als we kijken naar het totaalpakket voor de toekomst, wil ik u meegeven... Er is ook de vraag gekomen, hoe investeren wij in talent? Hoe willen we mensen aan ons binden? We hebben als college met u afgesproken u jaarlijks te rapporteren. Twee keer per jaar. Eén keer over dienstverlening. Eén keer over de HR. Daar zijn we nu volop mee bezig. We staan eigenlijk klaar om uw raad te vertellen wat we in de afgelopen periode hebben gedaan. En even terug op de vraag van mevrouw Maris. We hoeven ons geen zorgen te maken.

In een organisatie van ongeveer 500 mensen kan ik u wel meegeven dat het nooit zo is dat er geen organisatieonderdeel problemen heeft of meerderen. Maar als we kijken naar de doorsnee waar we staan, ben ik gewoon heel erg blij dat we als college erin zijn geslaagd, samen met de directie, om die stap te maken waar we nu zijn. De voorzitter: Dank. Blijft u nog even staan. Mijnheer Bouman, ook als inleider of als interruptie, wat u wil De heer P. Bouman: Ik ben weer gaan staan. Laat ik het maar gewoon gelijk verwerken, voorzitter, want dan ga ik in op de portefeuillehouder en op de collega's, als u dat goed vindt. De voorzitter: Ja. De heer P. Bouman: Allereerst, heer Sheikkariem, u strooit met cijfers die ik in ieder geval, percentages die ik niet uit de begroting kan halen. Want u heeft mooie staatjes bij elk van uw programma gemaakt met van, hoe doet Altena het, hoe doet Nederland het? En dan staat er bij het percentage externe inhuur 6,7 procent. U noemt het net percentages die veel hoger zijn. En bij Nederland staat, niet beschikbaar. Dan concludeer ik dat u meer gegevens beschikbaar heeft dan wij beschikbaar hebben, in ieder geval. Ik kan daar niet het debat met u over aangaan, want u weet blijkbaar meer dan ik. In algemene zin denk ik dat mijn collega's en wij het wel

redelijk met elkaar eens zijn. En volgens mij, mevrouw Maris die verwoordde het ook wel mooi. En de wethouder gaf dat ook wel aan. Je hebt nou eenmaal bepaalde taken, specifieke taken die je eenmalig doet of soms, die huur je in. Dat is prima. En we gaan ook altijd gewoon inhuur houden. Maar ik denk dat je kerncompetenties, dat zei mevrouw Maris, die zou je in eigen huis moeten hebben. En bij een gemeente met deze omvang, die zou dat ook moeten kunnen. En ik denk dat je zelfs met een gemeente van deze omvang ook geen inhuur nodig zou hebben om nieuw personeel te trainen. Dat zou je ook zelf moeten kunnen. Ik ben het niet met u eens dat we niet moeten streven naar minder inhuur. Volgens mij moet dat kunnen. En ik denk dat wij als Altena iets unieks moeten gaan bieden, om te zorgen dat jij hier gewoon lekker in eigen dienst wil werken. En we moeten, denk ik als gemeente Altena, maar ook als collectieve overheid van Nederland, ervoor waken dat het loont om maar zzp'er te worden. Het zou moeten lonen om in vaste dienst te treden bij een gemeente. We moeten een beetje af van het zzp'er-isme, wat de hele wereld in zijn greep houdt. Dat wil niet zeggen dat niemand zzp'er mag zijn. Dat is prima. Als jij unieke vaardigheden hebt en die ga je tijdelijk ergens inzetten voor een speciaal project, dat is prima.

Maar hier gewoon onze kerntaken, die zouden we eigenlijk zonder zzp'ers moeten kunnen doen. En ik denk dat we daar werk van moeten maken. En daar wilde ik het graag bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Ik ben het met mijnheer Bouman eens, dat het mooi zou zijn om daarnaartoe te streven. Vanuit het college neem ik dit in ieder geval mee om te komen met een plan op welke wijze wij hier gehoor aan kunnen geven, om dat meer te gaan uitvoeren. Het inhuren om mensen op te leiden, en dat weet u ook heel goed, is gewoon echt wel noodzakelijk. Want wij zijn wel een gemeente die een omvang heeft die het zelf zou moeten kunnen doen, maar dan moet je wel een pool hebben gecreëerd die dat kan en daar ook de tijdsinvestering voor nodig hebben. We hebben het niet alleen over kwaliteit, maar ook een stukje kwantiteit. En daarin hebben we in de afgelopen jaren, weet u, te maken gehad met onderbezetting. De voorzitter: En het laatste woord is aan de raad, zoals dat hoort in dit geval. De heer Bouman. De heer P. Bouman: Dan sluit ik af, voorzitter. Ik weet niet of we het met dit punt eens gaan zijn, want als ik kijk naar deze organisatie, dan zit daar natuurlijk een enorme variëteit in aan mensen. En die hebben ook een variëteit aan kennis en kunde.

Maar ik weet zeker dat binnen alle taakvelden die we ons gemeente hebben, zitten daar gewoon mensen in ons vaste personeelsbestand die echt gewoon veel kunnen en echt heel goed zijn en dat best wel bereid zijn dat over te dragen aan nieuwe startende collega's. Ik weet zeker dat we daar niet voor hoeven inhuren. Je moet ze gewoon goed leren kennen. De mensen die kunnen en willen, die zitten gewoon in deze organisatie. Ik weet het zeker. De voorzitter: Ik denk dat u elkaar daar nog verder over te spreken krijgt. Daarmee is agendapunt 1.4 afgerond. Ik wilde graag het voorzitterschap weer overdragen aan de heer Meijboom voor de agendapunten 1.3 en 1.5, maar niet voordat ik u de mededeling doe dat inmiddels de motie vreemd aan de orde van de dag, zoals die door de VVA is aangekondigd, in het raadsinformatiesysteem staat. En volgens het reglement van orde mogen moties worden ingediend voor het einde van de vergadering, ook al is de agenda inmiddels vastgesteld. Maar ik wil u daarop attenderen, zodat u zich daarop voor kan bereiden. Mijnheer Meijboom. - 1.3 Gemeentelijke ombudsman (CDA) De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij snel door met agendapunt 1.3. En dat gaat over de gemeentelijke ombudsman. En ik wil graag het woord geven aan de heer Vos, namens de fractie van het CDA.

De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Gemeentelijk ombudsman. Het komt regelmatig voor dat raadsleden door burgers of bedrijven benaderd worden met klachten over de besluitvorming van de gemeente, de uitvoering van beleid en wetgeving of zaken die te maken hebben met het contact met de gemeente. Hiervoor bestaat in Altena de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen bij de bezwaarschriftencommissie of een beroep te doen op de Nationale ombudsman, waar onze gemeente bij is aangesloten. Vooral dat laatste is voor de gemiddelde burger vaak een stap te ver. Daarom pleiten wij voor een laagdrempelige variant. Bovendien wordt ons als raadsleden regelmatig voorgehouden niet te snel een aap op de schouders te nemen en zich niet in zulke ombudszaken te mengen. Daarom pleit het CDA Altena ervoor om te onderzoeken of een gemeentelijke ombudsman of -vrouw of een gemeentelijke ombudscommissie van toegevoegde waarde zou kunnen zijn voor onze gemeente. Deze persoon of commissie dient wat ons betreft laagdrempelig te zijn, deskundige kennis van gebied en identiteit van Altena te hebben en natuurlijk onafhankelijk van de gemeente te zijn. De resultaten van dit onderzoek dienen in de eerste helft van 2024 beschikbaar te zijn, zodat bij de behandeling van de komende Voorjaarsnota hier eventueel rekening mee gehouden kan worden. Graag een reactie van de anderen.

De plaatsvervangend voorzitter: Er ligt een uitnodiging aan de andere fracties. En ik zie mevrouw Schermers al gaan staan. Dan wil ik u graag het woord geven. Mevrouw Schermers namens de fractie van de ChristenUnie. Mevrouw Schermers-van Elderen: Dank u wel, voorzitter. Op zich vinden we dit een heel positief geluid wat er klinkt. En daarom ben ik benieuwd straks wat onze burgemeester, de wethouder in deze, portefeuillehouder in deze daarop gaat antwoorden. Want het kan ook een soort excuus worden om te zeggen van, als u het er allemaal niet mee eens bent, daar hebben we een ombudsman voor en dan gaat u maar naar de ombudsman. Ik denk dat nog steeds onze kwaliteit van dienstverlening dusdanig moet zijn dat we zeggen, we laten zo min mogelijk steken vallen. En als we al een steek hebben laten vallen, zoeken wij zelf de burger op en hebben we niet een soort excuus Truus, om het maar even te zeggen, in de vorm van een ombudsman. Op zich heel positief. En ik denk ook zeker dat er een rol kan zijn voor de ombudsman. Maar laat onverlet dat wij een taak hebben hier gewoon als raad, als college, als bestuur van de gemeente Altena om te kijken dat we die dienstverlening zo goed mogelijk en zo professioneel mogelijk invullen. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Bouman, namens de VVD. Aan u het woord. De heer P. Bouman: Dank u wel. Eerst inhakend op mevrouw Schermers.

Het is goed om te beseffen dat zo'n ombudsman is altijd een tweede lijn. Dat is altijd, je gaat pas naar de ombudsman als je ergens anders al bent geweest. Dan heb je al een klacht ingediend. Je bent ergens niet tevreden over. En die klacht is dan behandeld door een organisatie. En dan kom je bij de ombudsman. Is ook wel goed om dat te belichten. En u noemde de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman is een ombudsman waar je als gemeente in heel Nederland gebruik van kan maken, maar dan wordt dat gewoon jouw ombudsman. De Nationale ombudsman is de ombudsman van Altena. En die doet ook gewoon klachten voor Altena, net zoals dat hij dat voor misschien wel tweehonderd gemeenten dat doet. En je kan daar een lokale variant van maken. Maar ik vind het wel belangrijk dat je dan eerst onderzoekt van, is er überhaupt iets mis met de ombudsman die nu voor ons werkt? Doet de Nationale ombudsman zijn werk dan niet goed? Dat zou een reden zijn om er eentje zelf op te zetten. Maar als er geen enkele indicatie is dat de Nationale ombudsman onze ombudsfunctie niet goed vervult, dan zien wij niet zoveel noodzaak om er zelf één op te zetten. De plaatsvervangend voorzitter: Er is ruimte voor interrupties. Maar u wacht nog even met beantwoording? Ja?

De heer Vos: Ik wil daar meteen wel op reageren. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is goed hoor. De heer Vos: Wij vragen ook om een onderzoek. Het is niet zo dat we zeggen, we moeten een ombudsman speciaal voor Altena hebben. Ik weet ook niet hoeveel klachten dat er bij de Nationale ombudsman vanuit Altena terechtgekomen zijn. Zover ben ik nog niet. Het is even de vraag van, is het van toegevoegde waarde voor ons? Dat vragen wij. Niet meer en niet minder. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dan denk ik dat we dit simpeler kunnen insteken, want dan zouden we aan de portefeuillehouder gewoon kunnen vragen van, één, mogen wij misschien het klachtenrapport van de Nationale ombudsman voor onze gemeente zien? Mogen we vast zien, want zo geheim is dat niet. En twee, heeft de portefeuillehouder signalen dat de Nationale ombudsman zijn werk niet goed doet? En als hij die informatie geeft, dan kunnen we daar nog weer verder zien. Ik denk dat dit een beetje een voorschot is op iets wat misschien wel helemaal niet nodig is. De plaatsvervangend voorzitter: Interruptie door mijnheer Van Gammeren, namens de SGP-fractie. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Of u het een interruptie noemt of een adhesiebetuiging aan de heer Bouman, dat weet ik niet. Maar hij vroeg eigenlijk, zijn er signalen... Die vroeg dit aan het college.

Maar ik vraag dan aan de heer Vos, heeft u dan signalen dat de burgers zich niet gehoord voelen? Die zich al gemeld hebben bij de Nationale ombudsman of de bezwaarschriftencommissie? Want ook wij proberen als raadsleden altijd open te staan voor onze burgers. En we horen weleens positieve geluiden, weleens negatieve geluiden. Maar ook niet van dermate aard dat we zeggen van, hier moet echt een ombudsman voor in gezet worden. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. U draait het gelukkig nog om naar een soort interruptie, want anders de heer Den Haan wel aan de beurt. Hij zit mij terecht lelijk aan te kijken. Maar mijnheer Vos, wilt u er nog eventjes op reageren? De heer Vos: Zeker, voorzitter. Het gaat er ons niet om dat er heel veel klachten zijn of niet veel klachten zijn als mensen bij ons terechtkomen. We hebben echt het advies gekregen, neem die aap niet op je schouder. De Nationale ombudsman zit toch een hele stap verder. Hoe bekend zijn mensen met de Nationale ombudsman? Wat zijn de mogelijkheden? En daar vragen wij een onderzoek naar. Ik wacht ook het antwoord van de portefeuillehouder graag af. Misschien hebben we zo meteen duidelijkheid. Dan zijn we klaar wat betreft. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu toch echt naar de heer Den Haan, namens de fractie van AltenaLokaal. De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter.

Want u zat dicht tegen een motie van... Ik zal het maar niet zeggen. Voorzitter, natuurlijk als je die onderwerpen krijgt, dan wacht je af waar je collega's dan op dat moment mee komen. Je bereidt hem wel voor. Maar collega Vos kwam dan in de tussenzinnen over een onderzoek. Kijk, ogenschijnlijk toen ik dat begon te lezen is dat natuurlijk goed en sympathiek. Als je kijkt naar wat we allemaal goed voor ogen hebben, daar pleiten we ook al jaren voor, voor een betere dienstverlening. Maar toen ik het las, dacht ik van, ogenschijnlijk sympathiek en misschien ook wel goed. Maar ik moet toch ook wel even

zeggen dat we op dit moment al de weg hebben ingeslagen om het significant beter te doen. Althans, zo voel ik dat of zo voelt AltenaLokaal dat. En dan hebben we ook niet het idee om dat proces weer te doorkruisen. Hoe sympathiek het dan op dat moment ook is. En om dan een regionale of een lokale ombudsman in te zetten. En natuurlijk blijven wij in onze rol als controlerend en soms kritisch. Misschien krijgen we daar vanavond nog wel een voorbeeld over. Maar wat ons betreft nu eventjes overbodig, tenzij... Maar het kan ook zijn dat de portefeuillehouder daar anders over denkt en misschien een steuntje in de rug nodig heeft. Dan zullen we kijken hoe we daarop zullen oordelen. De plaatsvervangend voorzitter: Dat gaan we straks horen, want ik wil eerst mevrouw Maris het woord geven, namens Progressief Altena. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Een sympathieke gedachte. Ik kan me inderdaad wel voorstellen dat een lokale ombudsman of ombudsvrouw toch drempelverlagend is. Misschien ook wel voor kwetsbare mensen, die juist heel veel zorg en aandacht nodig hebben van de gemeente. Ik wil nog wel even zeggen dat een klacht bij de ombudsman gaat natuurlijk alleen over gedragingen van de gemeente. Geen inhoudelijke besluiten of anderszins. Dat vind ik toch nog wel belangrijk om dat even in te kaderen. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel.

Dan ga ik tenslotte naar de heer Verbaarschot, namens de fractie van de VVA. De heer Verbaarschot: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Volkspartij voor Vrijheid van Altena denkt daarover dat het inderdaad wel een sympathiek voorstel zou kunnen zijn. Echter denken wij ook van, als je als gemeente al met andere openvallende functies of open zijnde functies in te vullen, wil je er dan daar ook nog een keer mensen aan toevoegen als zijnde ombudsman, die er eigenlijk al landelijk bestaat? En wat gaat het dan vervolgens ook weer kosten? Zeker als je niet van één ombudsman, als je wil gaan voor een ombudsgroep, dan wordt het nog meer. Misschien is dat ook een overweging. Dank u. De plaatsvervangend voorzitter: U ook bedankt, mijnheer Verbaarschot. Dan wil ik nu gaan, na dit inhoudelijke debatje, naar de woordvoerder namens het college. Burgemeester Lichtenberg, aan u het woord. De heer Lichtenberg: Dank u wel, voorzitter. We hebben ook eventjes naar de inleiding gekeken en ik beluisterde even dat het over bezwaren en/of klachten ging. Misschien voor de helderheid, de Gemeentewet en vooral de Algemene Wet Bestuursrecht hier geeft ons richting hoe we dit soort dingen moeten inrichten. En voor bezwaarschriften tegen besluiten, zoals mevrouw Maris terecht aangeeft, hebben wij een procedure via een onafhankelijke commissie bezwaarschriften.

Dan kun je daarna in beroep bij een onafhankelijke rechter. Voor alles wat te maken heeft met onze dienstverlening of met de manier van werken, dan heb je, zoals de Algemene Wet Bestuursrecht, dat staat in hoofdstuk negen, heb je de verplichting om een interne klachtenregeling te hebben, om daar zelf als organisatie goed van te leren. Dat is ook de bedoeling. Wij hebben die klachtenregeling. Daar gaan we op die manier ook open en transparant naar inwoners toe mee om. En bovendien hebben wij daar nogal een dubbele laag in, zodat wij onafhankelijk van de mensen die met een klacht komen over een bepaalde dienstverlening, ook vanuit het projectleiderschap dienstverlening en verbetering, nog eens een keer extra kijken hoe wij een werkproces hebben ingericht. En de tweedelijnsvoorziening, ook bij de vaststelling van de gemeente Altena hebben wij gekozen om dat bij de Nationale ombudsman neer te leggen. En het advies van mij uit namens college zou zijn om het ook daar te laten, want die Nationale ombudsman is bij de meeste inwoners ook heel erg bekend, is heel erg bereikbaar. Uw opmerking van, erkent de Nationale ombudsman dan Altena wel? Weldegelijk. Hij is inmiddels hier al op bezoek geweest uitgebreid, om ook te kijken hoe Altena de dienstverlening doet. En daar ook over gespard.

Weldegelijk staat Altena bij de Nationale ombudsman op de kaart. En de Nationale ombudsman heeft ook, zeker als tweedelijnsvoorziening, een relatie naar inwoners toe. U moet zich soms eerst bij de eigen gemeente melden, voordat ik aan de slag kan gaan. En het verslag van onze klachten staat in de jaarrekening. Daar kunt u dat ook zien. Ik ken een andere gemeente, die in plaats van een Nationale ombudsman, want je kunt niet en, en doen als tweedelijns voorziening, met een eigen ombudscommissie is gaan werken. Dat had meer te maken met dat het er in het verleden al was. Maar dat geeft behoorlijk veel problemen om kwalitatief goede mensen daarvoor te vinden om dat kwalitatief ambtelijk goed te ondersteunen. En het grootste probleem bleek in de praktijk iedere keer te zijn dat die externe ombudscommissie voor de eigen inwoners veel minder bekend is, veel minder bereikbaar is dan de Nationale ombudsman. En uiteindelijk is die gemeente ook geswitcht. Volgens mij heeft u het antwoord namens het college te pakken. Volgens mij zijn we erin voorzien. En een externe commissie, dat onderzoek zou ik u niet aanraden. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, burgemeester Lichtenberg. Dan wil ik nog graag het laatste woord geven aan de indienende fractie, bij monde van de heer Vos. De heer Vos: Het antwoord is helder. En wij gaan ons beraden wat we hiermee gaan doen. Dank u.

De plaatsvervangend voorzitter: Dan mag ik concluderen dat het debat voldoende gevoerd is voor een eventueel vervolg. Dan wil ik nu graag... Ik zie mevrouw Schermers nog opstaan. Aan u het woord. Mevrouw Schermers-van Elderen: Voorzitter, nog één punt. De voorzitter: Maar over dit punt? Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, gaat over dit punt inderdaad. Nog een puntje van aandacht. Want ik dacht, ik zal gelijk eens even de proef op de som nemen en even op de gemeente Altena kijken. En als ik de zoekterm klachtenprocedure, dan kom je vooral bij het discriminatiepunt uit. Misschien is dat nog een punt van aandacht van, hoe kan een burger die inderdaad gebruik wil maken van de klachtenprocedure, dit gemakkelijk terugvinden. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie dat de burgemeester daar nog op wil reageren. De heer Lichtenberg: Die neem ik mee. Want ik vind dat de bekendheid daarvan inderdaad nog verbeterd kan worden. Het is niet zo dat ik stilzit op dit punt. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik hiermee dit punt toch afsluiten. - 1.5 Veiligheid en Openbare Orde (AltenaLokaal) De plaatsvervangend voorzitter: En dan wil ik graag doorgaan met het punt Veiligheid en Openbare Orde. En dan gaat het met name over het gevoel van onveiligheid rondom de multifunctionele accommodaties en het omliggende openbare gebied.

En ik zie dat de heer Den Haan al klaarstaat om dat namens zijn fractie in te brengen. Aan u het woord. De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad namens mijn fractie. Dat zou collega's John Bakker even doen, maar dat hebben we uitvoerig doorgesproken. Het is ook geen heikel punt. Maar in onze rol als raadslid, waar we het vanmiddag al eens eerder over hebben gehad, krijg je nog steeds niet... Er staat in de tekst veel, maar een aantal opmerkingen van omwonenden van multifunctionele accommodaties, speeltuinen,

kleine sportveldjes, maar vooral ook scholen, dat het gaat over vandalisme en overlast. Nogmaals, het is voor ons geen heikel punt daarin, maar ik wilde toch eens vragen aan de portefeuillehouder of dat het dan niet extra in de surveillance van bijvoorbeeld de boa’s meegenomen zou kunnen worden. Ik snap dat de politie daar minder tijd voor heeft, maar we hebben nou eenmaal die boa’s daar ook. En dat zou een extra taakveld kunnen zijn om ook met name die omwonenden te laten zien dat we als gemeente daar echt wel inzet op plegen. Dat we niet altijd de daders zullen traceren, dat snap ik ook wel. Maar het zou echt wel een goed beeld zijn dat we daar in de surveillance wat extra aandacht aan besteden. Tot zover, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Ik kijk even om me heen of er nog andere fracties zijn? Nee? Dan wil ik de heer Lichtenberg graag weer het woord geven om in zijn termijn dit te beantwoorden. De heer Lichtenberg: Voorzitter, daar kan ik heel kort op zijn, natuurlijk, vanzelfsprekend. Niet alleen de boa's, maar ook onze jongerenwerkers besteden daar aandacht aan. De signalen komen natuurlijk ook voor een deel bij mij terecht. En daar hebben we ook met iedereen die daarbij betrokken is gezamenlijke verantwoordelijkheid voor daar waar het overlast is, omdat zoveel mogelijk tegen te gaan. En jongeren mogen elkaar ontmoeten buiten.

En dat gaat ook in misschien wel 98 procent van de gevallen helemaal prima. En daar waar er overlast is, dan moeten we met elkaar zorgen dat we die overlast terugdringen. En helemaal te voorkomen daar waar het zich richting crimineel gedrag begeeft. Een enkele situatie heeft zich ook wel voorgedaan in onze gemeente. Dan zitten we vooral aan de opsporing te denken. En dan gaan we daar op die manier meer actief... Maar de boa’s nemen het mee in hun rondes. Jongerenwerkers zijn er ook bij betrokken. En in samenspraak met anderen hebben we daar ook overleg over. En wellicht is dit ook nog mooi om bij de veiligheidsavond, die op 14 november gepland staat, nog eens een keer terug laat komen. De plaatsvervangend voorzitter: Dan mag ik ook concluderen dat dit voldoende gevoerd is. Dan wil ik graag het woord weer geven voor een mooie taak aan de voorzitter. De voorzitter: Het gaat goed, dames en heren, qua tijd. Voor de rest ook. 18.2. Programma 2 Altena samenredzaam De voorzitter: Programma 2, Altena samenredzaam. We gaan nog gewoon door tot zes uur. - 2.1 Armoedebestrijding (Progressief Altena) De voorzitter: Onder het kopje 2.1, armoedebestrijding. Progressief Altena. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Dank u wel, voorzitter. November vorig jaar is onze programma armoedebestrijding vastgesteld. En wij vroegen ons nu af eigenlijk hoe het daarmee gaat.

Wat is de stand van zaken in dat programma en hoe gaat het met de uitvoering van de minimaregelingen? Graag horen wij daarbij dan specifiek van de wethouder of hier voldoende financiële middelen zijn en of dat er ook voldoende arbeidscapaciteit daarvoor aanwezig is. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Anderen? Mevrouw Schermers van de ChristenUnie.

Mevrouw Schermers-van Elderen: Eigenlijk in het verlengde daarvan zijn we natuurlijk ook gestart met de SchuldHulpMaatje. Wellicht is dat ook iets om nog met ons te delen. En hopelijk is dat zelfs een succesje om te kunnen vieren. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Niemand? Portefeuillehouder Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, dank u wel. De actieagenda armoedebestrijding, armoedepreventie is vorig jaar inderdaad door u als raad vastgesteld. Daar zijn we mee aan de slag gegaan. Dat zijn we tot uitvoering aan het brengen. Al die verschillende onderwerpen. We hebben daar ook een tijdlijn in opgenomen. Ik kan me nog herinneren dat we toen ook een debat hebben gevoerd, omdat we daar wel in een bepaalde mate in hebben getemporiseerd, om te zorgen dat we dat met de financiële middelen, zoals we die hebben, tot uitvoering kunnen brengen. Dat zijn we ook aan het doen. Daarnaast vraagt u ook naar de minimaregelingen. Daarin zien we natuurlijk, dat blijft ook in beweging. Begin oktober hebben we gezien dat de Eerste Kamer ook weer de regeling energietoeslag 2023 heeft vastgesteld. Op dit moment hebben we die in voorbereiding, om daar ook een besluit over te kunnen nemen in de gemeente Altena en dat tot uitvoering straks kunnen gaan brengen. Daar zijn we druk mee bezig. Dat is in ontwikkeling. Hebben we daarvoor voldoende financiële middelen, was de vraag. Zeker.

We hebben natuurlijk het programma zo opgesteld dat we dat ook tot uitvoering kunnen brengen, de actieagenda. En daarnaast, ik denk dat het goed is om daar ook even aan te memoreren, zijn we aan de slag met een programma. U heeft recent ook een presentatie gehad van de verschillende programmalijnen binnen de gemeente Altena en armoedebestrijding. Bestaanszekerheid is er daar één van. Op dit moment zijn we bezig om daar verder invulling aan te geven. En uiteraard wordt u daar ook van op de hoogte gehouden, maar dat heeft ook tijd nodig om dat goede invulling te gaan geven. Natuurlijk doen we dit niet alleen. We doen dit met verschillende partners. SchuldHulpMaatje werd net aan gerefereerd. Dat is één van de partners waar we inderdaad mee bezig zijn en die ook daadwerkelijk zijn gestart. De opleidingen zijn afgerond en zij zijn gestart met de begeleiding. Ik denk dat dat inderdaad heel mooi is. Maar daarnaast zijn er natuurlijk nog veel meer partners. Ik ga geen lijstje noemen voorzitter, want ik ben ongetwijfeld niet uitputtend op het moment dat ik dat wel ga doen. Maar we werken natuurlijk ook nauw samen vanuit de subsidietender Oog voor elkaar, zoals we die hebben, met op dit moment Surplus en ook de Voedselbank, Leergeld, bibliotheek zijn daarin belangrijke partners.

Ze proberen dat zo breed mogelijk uit te dragen, met als doel dat alle mensen die recht hebben op het gebruik van onze minimaregelingen daar ook daadwerkelijk gebruik van kunnen gaan maken, weten dat het bestaat, hoe het werkt. Daarbij ook de ondersteuning krijgen als het nodig is. En dat is waar we op dit moment op inzetten als college. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Hunnik. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Dank u wel, wethouder voor de beantwoording. Klinkt allemaal heel goed. En we worden graag op de hoogte gehouden. De voorzitter: Dank u wel. - 2.2 Steuntje in de rug (CDA) De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 2.2, steuntje in de rug, van het CDA. Mevrouw Buchholtz. Mevrouw Buchholtz: Dank u wel, voorzitter. Zoals jullie al konden lezen, wenst het CDA voor de minima die te maken hebben met chronische ziekte of handicap een vergoeding van medische kosten die momenteel niet gedekt worden. De bijzondere bijstand en de regeling tegemoetkoming bijzondere kosten bieden al

mogelijkheden, maar zoals ik het goed heb gelezen, zijn niet alle gevallen gedekt. Om een voorbeeld te noemen. Stel je hebt een chronische ziekte. Je bent goed verzekerd. Je eigen risico is in het begin van het jaar al volledig verbruikt. Je hebt medicijnen die je moet slikken, die niet worden vergoed. Alternatieve behandelingen die goed zijn voor jou ziekte. Daar moet je allemaal extra voor betalen. Deze mensen zijn vaak al honderden euro's kwijt aan extra medische kosten die anderen niet hebben. En voor deze mensen willen wij dat er gekeken wordt naar een betere dekking voor deze kosten. De richtlijnen en het beleid dat nu is, lijkt ons eigenlijk een beetje te summier. En we gunnen deze mensen een steuntje in een rug, zonder dat er bijvoorbeeld echt naar bepaalde draagkracht wordt gekeken, die deze inwoners vaak al weinig hebben. Graag hoor ik natuurlijk van de wethouder of er echt geen dekking bestaat voor deze groep mensen en of andere fracties er ook positief tegenover staan, tegenover een steuntje in de rug voor deze mensen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Buchholtz. Anderen? Mijnheer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Buchholtz, we hadden via de app al even contact gehad uiteraard. Daar hoeven we ook geen geheim van te maken.

Maar toen hadden we het inderdaad al even gehad over de bijzondere bijstandsregeling die we hebben. En daar zitten wel wat aanhakingspunten bij, bij wat u noemt. En volgens mij zit daar ook een mogelijkheid in om aan te sluiten bij een collectieve ziektekostenverzekering. En volgens mij, maar dan moet het college mij maar corrigeren als dat niet klopt, kan je daar ook je eigen risico mee verzekeren. En dat zou volgens mij wel een hoop pijn wegnemen. En ik geloof u gelijk als u zegt van, ik heb die regeling bekeken en daar zit niet alles in wat er kan gebeuren. Dat zal ongetwijfeld kloppen. Maar dan ben ik een beetje nieuwsgierig, richting het college, wat kunnen we en wat mogen we dan nog doen? Want je mag niet zomaar allemaal collectieve bijzondere bijstandsregeling in het leven roepen. En zou het dan misschien niet gewoon voor die gevallen dan maatwerk zijn in de vorm van individuele bijstand? Dat kan natuurlijk ook. Als mensen echt tussen wal en schip landen, mensen komen financieel in de knoei door iets bijzonders wat ze treft, dan kan je altijd individuele bijzondere bijstand doen. De vraag is, is er nog noodzaak voor een aanvullende regeling, ja of nee? Maar dat is een vraag, voorzitter. Daar sluit ik mee af. De voorzitter: Die mag mevrouw Buchholtz zo direct beantwoorden. Maar dan geef ik eerst mevrouw Schermers nog de gelegenheid om zich in het debat te mengen.

Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Dank u wel, voorzitter. De oproep van mevrouw Buchholtz ging natuurlijk over, staan we hier positief tegenover? Ja, als ChristenUnie staan we hier positief tegenover. En inderdaad wel binnen de mogelijkheden die de wet biedt. Dat zou ik de moeite waard vinden om dat te laten onderzoeken. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef eerst de andere fracties nog de gelegenheid. Mevrouw Rochat, gaat uw gang. Mevrouw Vos, gaat uw gang hoor. U stond eventjes in mijn voor mij blinde vlek. Mevrouw Vos: Fijn dat u me toch nog heeft opgemerkt dan. Ook Progressief Altena staat uiteraard heel positief in dit punt. Ik wil me wel ook aansluiten bij de woorden van mijnheer Bouman. Er zijn natuurlijk al heel veel regelingen. We moeten daar wel waakzaam voor zijn dat we niet en, en, en... Dat we goed uitzoeken van, wat is mogelijk en wat kunnen we voor die mensen betekenen? En daarbij gaf u aan, voor de minima, de mensen die vaak tussen wal en schip vallen, die zitten eigenlijk net een beetje boven die minima. Misschien dat we dat begrip iets of wat moeten oprekken. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Mevrouw Rochat.

Mevrouw Rochat: Dank u wel, voorzitter. In grote lijnen is het eindelijk, AltenaLokaal staat er hetzelfde in als wat mevrouw Vos net al aangaf vanuit Progressief Altena. Uw vraag is duidelijk, staan de collega-partijen hier positief in? Ik wil daar eerst, voordat ik daar een antwoord op geef, wat meer duidelijkheid inderdaad van, wat zijn de huidige mogelijkheden al? De heer Bouman van de VVD stelde daar ook een vraag over. Naar mijn idee is het in de gemeente Altena echt wel behoorlijk goed geregeld voor de minima. En u haalt er nu een groep heel specifiek uit, de chronisch zieken. Ik wil eigenlijk eerst meer duiding van de wethouder, voordat ik een antwoord kan geven of wij hier wel of niet positief tegenover staan. De voorzitter: Mijnheer Meijboom van de SGP. De heer Meijboom: Om dan ook maar even namens onze fractie. Er kan natuurlijk niemand tegen zijn. En wij zijn er ook zeker niet op tegen. In die zin altijd positief natuurlijk. Als er mensen zijn, de minst draagkrachtigen, die tussen wal en schip dreigen te raken, dan moeten die geholpen worden. Maar het is inderdaad nog de vraag of dat daar nu weer een aparte regeling voor nodig is. En ook wij willen graag de beantwoording afwachten van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Mevrouw Buchholtz, u mag eerst reageren op de inbreng van de andere fracties. Mevrouw Buchholtz: Dank u wel, voorzitter.

Om op het punt in te gaan met, hoe moet dit eruitzien, de uitvoerende zaken? Daar kan ik niet één, twee, drie antwoord op geven. Dat moeten we dan laten onderzoeken. En daar wacht ik ook graag het antwoord van de portefeuillehouder op af. Als ik even mag reageren op de VVD. Een stukje over de collectieve zorgverzekering. De voorzitter: Hij is drie minuten te vroeg. Mevrouw Buchholtz: Ik ben ook bekend met het feit dat je daar eventueel het eigen risico door kan laten vergoeden. Maar dat is een keuze die een gemeente, als het goed is, daarvoor kan kiezen. En ik weet niet of dat hier zo is geregeld. Dat hoor ik ook graag van de portefeuillehouder, want dat zou inderdaad al een flink stuk wegnemen. Even kijken. Een aparte regeling. Misschien loop ik op de zaken vooruit. Moet ik ook even beraden met mijn eigen fractie. Maar wij vinden het belangrijk dat er gewoon een steuntje in de rug komt voor deze doelgroep. Collega van AltenaLokaal gaf ook al aan van, het is heel specifiek. Ik denk dat we dan best wel onderschatten hoe groot deze groep is die tussen deze regeling invalt. Vandaar dat wij ook dat steuntje in de rug de mensen graag gunnen. Daar laat ik het even bij, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Buchholtz. Dan gaan we luisteren naar het college. Portefeuillehouder Van Hunnik.

Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, laat ik beginnen met te zeggen dat we in de gemeente Altena natuurlijk meerdere minimaregelingen kennen. En ook rondom de collectieve zorgverzekering is dat zo. Het is zo dat minima met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum gebruik kunnen maken van de collectieve zorgverzekering. Daarbij is het inderdaad zo dat daarbij ook de mogelijkheid is om het eigen risico af te kopen. En de gemeente betaalt daar dan de helft van. Dat is fiftyfifty verdeeld. Dat is de algemene regeling die we hebben, zoals die nu in de minimaregeling staat. Daarnaast is het natuurlijk zo dat we altijd daar een individuele afweging op kunnen maken vanuit de bijzondere bijstand. Juist op het moment dat daar mensen tussen wal en schip vallen, dat er schrijnende situaties zijn, is daar gelukkig ook de mogelijkheid om een afweging op te maken, omdat we juist dat maatwerk daarin zo van belang vinden. Dat geef ik graag aan.

Daarnaast denk ik dat het ook goed is om te zeggen, voorzitter, dat we vanuit het programma, waar ik net aan refereerde, wel het uitgangspunt hebben om daaraan structureel te gaan bouwen aan bestaanszekerheid. Dat betekent ook dat we de minimaregelingen tegen het licht gaan houden. En daar ook in de loop van volgend jaar weer een evaluatie op volgt en wellicht een herijking. Juist ook om te zorgen dat de witte vlekken die er wellicht zijn om die op te lossen. Maar die komt. In die zin zou ik aangeven, laten we op dit moment, met de regeling zoals we die hebben, daarmee verder gaan. Ik denk dat het alleen maar heel fijn is dat er aandacht voor wordt gevraagd en dat het ook duidelijk is dat dat een warm hart wordt toegedragen. Maar laten we nu het pakket in zijn geheel gaan bezien en daar vervolgens met elkaar mee aan de slag gaan. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Hunnik. Mevrouw Buchholtz. Mevrouw Buchholtz: Voorzitter, ik wil alleen de portefeuillehouder bedanken en alle andere fracties die hebben gereageerd op dit idee. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. Schorsing met maaltijd De voorzitter: Dan is het inmiddels zes uur, één minuut over zes. De wekker ging al van de heer Alderliesten. En inmiddels kunnen wij ook al ruiken dat het eten klaar staat. Ik schors de vergadering tot zeven uur. Dames en heren, ik heropen de vergadering.

Wij hebben allemaal van een goede maaltijd kunnen genieten. En ik hoop dat de kijkers thuis dat ook hebben kunnen doen en dat ze weer fris en monter de rest van de vergadering volgen via de stream dan wel via Altena TV. En we zullen straks in ieder geval een update geven over hoeveel mensen ons op die manier aan het volgen zijn. We gaan verder met programma 2. - 2.3 Uitvoering van inlooppunten voor informatie, advies en ontmoeting voor kwetsbare inwoners (SGP) De voorzitter: We waren bij agendapunt 2.3. De uitvoering van inlooppunten voor informatie, advies en ontmoeting voor kwetsbare inwoners. Door de SGP ingeleid. Mijnheer Meijboom, gaat uw gang. De heer Meijboom: Dank u wel, voorzitter. Ik kan daar kort over zijn. Er wordt een mededeling gedaan over de inlooppunten voor informatie, advies en ontmoeting voor kwetsbare inwoners. En we zien er als SGP ook een hele duidelijke meerwaarde in, in alles wat er al gebeurt op dat gebied. Want er zijn ook wel inlooppunten voor ontmoeting bijvoorbeeld. Maar wij vinden dit toch wel een belangrijk punt. En in de informatie die we hebben gekregen, overigens staat dat hier iets verkeerd, begroting en Burap, dat moet inderdaad zijn, ik werd erop gewezen, de begroting. Daar staan wat signalen die verschillend kunnen worden uitgelegd. En onze vraag is of dat de uitvoering ook daadwerkelijk in 2024 kan en zal plaatsvinden.

Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Anderen nog op dit agendapunt? Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Heel kort, voorzitter. Wij delen die zorgen en zijn benieuwd naar de beantwoording. En als daar eventueel vervolgstappen uit voortkomen, dan vindt u ons aan uw zijde. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Wij delen die zorgen ook helemaal. We zijn ook heel erg benieuwd of eigenlijk nieuwsgierig naar wat precies de stand van zaken is. En wellicht kunnen we elkaar vinden in die gedeelde zorgen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Namens het college. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, fijn dat de begroting zo nauwkeurig gelezen wordt. Dat is ook voor ons weer een fijne opsteker als college. Inderdaad, op meerdere punten in de begroting spreken we over de ontmoetingsplaatsen waar we mee zijn. Dat komt ook op meerdere punten terug in ons beleid. Dat is gekoppeld onder andere aan de sociale basis vanuit de GALA-gelden die we vanuit het Rijk krijgen, waar wordt gesproken over ontmoetingsplaatsen vanuit ons minimabeleid. Eerder vandaag hebben we al gesproken over de vorig jaar vastgestelde agenda armoedebestrijding en -preventie. Ook daar spreken we over ontmoetingsplaatsen. Dat ontmoeting gewoon een heel belangrijk middel is om vervolgens verder te komen met elkaar. Uiteindelijk hebben we het toch met elkaar te doen in gesprekken en in dialoog en komen we zo een stap verder. En een derde punt, waar we ook spreken over ontmoetingsplaatsen aanlandplaatsen, is gekoppeld aan vitaliteit en vooral ook gezondheid, gezonde beweging en jeugd. Dat betekent dat op heel veel verschillende plaatsen in ons beleid komt ontmoeting terug als heel belangrijk thema en als leidraad. Daar gaan we zeker mee aan de slag voor komend jaar concreet. Maar dat betekent ook niet dat we daar in 2024 zomaar mee klaar zijn. Dat is echt de afweging en die maken we zelf, maar die maken we ook samen met onze partners.

Vanuit de sociale basis en het minimabeleid is ook Surplus daar een belangrijke partner in voor ons. Om steeds te blijven kijken, waar zien we kans om dat te vergroten? Een heel belangrijk en mooi voorbeeld wat we daar natuurlijk al op hebben, is de HartenBrigade zoals we die kennen in Giessen, waar we dat ook versterken om te zorgen dat het kan blijven bestaan. En tegelijkertijd de gesprekken blijven voeren, hoe kunnen we dat nog verder uitrollen in onze gemeente? Want we zien ook dat het werkt. Dat klopt. Daar gaan we zeker mee aan de slag komend jaar. En dat loopt voort. En dat vindt u inderdaad ook op meerdere plaatsen terug in de begroting. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Hunnik. Mijnheer Meijboom, voldoende beantwoord? Ja? Dank u wel. - 2.4 Terugdringen (gok)verslaving (ChristenUnie) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 2.4, terugdringen van gokverslaving, gok tussen aanhalingstekens. De ChristenUnie, mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Voorzitter, dank u wel. Goed dat u dat eigenlijk zo aankondigt, want we zijn denk ik inderdaad hard op weg om allerlei vormen van verslaving op een effectieve manier terug te dringen. We beginnen al in de groepen zeven en acht om kinderen te wijzen op de gevaren, maar ook om gewoon weerbaarheid te tonen, om nee te durven zeggen tegen een sigaret, nee te zeggen tegen alcohol en nee te zeggen tegen drugs.

Maar helaas hebben we ook steeds meer te maken met gokverslaving. En dat begint al op hele jonge leeftijd. Kinderen van tien jaar die een onschuldig spelletje zitten te spelen en die gelijk geconfronteerd worden met allerlei reclames voor allerlei goksites, om daar zogenaamd heel onschuldig aan mee te doen. En wij willen daar graag aandacht voor vragen. Nu hadden we in de laatste zin al staan, een eerste aanzet hiertoe kan zijn om in de abri's bij de bushaltes geen reclameposters meer toe te laten. Ik hoorde net van collega Meijboom dat hij zegt, daar is landelijke wetgeving op geweest. En per 1 juli 2023 mag dat ook niet meer. Dat kunnen we alleen maar omarmen. Dat zou supermooi zijn. Die zin kan wat ons betreft hier vervallen, want dat is al gerealiseerd. Maar verlet ons niet om toch wellicht met alle fracties van de gemeenteraad van Altena op te trekken om te zeggen, ook dit punt van verslaving heeft onze aandacht, heeft onze zorg en we gaan er moeite voor doen om, naast de bestrijding van alcoholverslaving, drugsverslaving, terugdringen van roken, ook hier aandacht voor te hebben.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Ik kijk even rond. Mevrouw Vos is opgestaan en daarna mijnheer Timmermans. Mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Dank u wel, voorzitter. Heel goed punt van de ChristenUnie, wat ons betreft. Inderdaad geen enkele vorm van verslaving is goed. En daarom zouden wij het ook inderdaad heel goed vinden als ook de gokverslaving opgenomen zou worden in de lespakketten, zodat ook kinderen al van jongs af aan bewust gemaakt worden van de gevolgen van zo'n verslaving. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ik deel wel de mening van de ChristenUnie. Alleen ik wil wel dat we opmerken dat ik ze daar weer wel vrij selectief vind. Want nu is het de wetgever. Eerder in deze vergadering is vanavond al naar voren gekomen dat als de wetgever, de regering of de overheid, zoals mijnheer Kolff het noemt, zegt dat je mag gokken, dan mag je gokken. Uiteindelijk is het zo dat de landelijke overheid heeft het eigenlijk steeds makkelijker gemaakt om te gokken ten aanzien van het moeilijker maken. Wat u eigenlijk wil, is tegen de stroom in zwemmen nu en zeggen dat gokken moeilijker moet worden voor de jeugd, waar ik het overigens wel mee eens ben. Maar u bent er wel selectief in, want de landelijke overheid zegt steeds meer van, het moet eigenlijk makkelijker worden. De voorzitter: Mijnheer Meijboom.

De heer Meijboom: Dan even ter interruptie. Ik denk dat u een denkfout maakt, want nee... Maar ik doe toch een poging, want het is namelijk zo dat gokken voor minderjarigen niet mogelijk is. Er zit hier een hele wereld van ellende achter, omdat je met een paar muisklikken kun je gokken. En dat mag niet. En daarom is die preventie juist buitengewoon belangrijk. De voorzitter: Mijnheer Timmermans, u krijgt een interruptie van mijnheer Meijboom. Reageert u maar. De heer Timmermans: Voorzitter, ik ben het er ook mee eens, wat u zegt. Alleen de wetgever zegt eigenlijk steeds makkelijker... Loterijen mogen ook steeds makkelijker opgezet worden. Dat heeft onze wetgever bepaald. En dan kunt u wel nee schudden, maar dat is wel zo. Iedereen kan gewoon een loterij beginnen en een goksite beginnen, om dan maar iets te doen. En daar willen wij dan iets tegen doen. Dan moeten we eigenlijk bij de wetgever zijn, de regering. En dan zeggen we, wij willen dit niet. De voorzitter: Mijnheer Meijboom nog. En dan komt zo direct mevrouw Buchholtz. De heer Meijboom: Laatste dan. Dat klinkt natuurlijk als muziek in de oren, maar zo steekt het niet in elkaar. Minderjarigen mogen niet gokken. En dat er allerlei mazen zijn waardoor het wel kan, daar is die preventie juist zo belangrijk voor. De voorzitter: Mevrouw Buchholtz.

Mevrouw Buchholtz: Ik wilde inderdaad ook meegeven over dat er wetgeving bestaat omtrent het reclame maken, dat het niet meer mag omtrent verslavingen. Maar daar hebben we het al over gehad. Wat ik graag wilde meegegeven aan een ChristenUnie, zoals mevrouw Schermers dat ook altijd mooi zegt, u vindt het CDA aan uw zijde als het gaat om het voorkomen van verslavingen en het enigszins aanwakkeren daarvan. De voorzitter: Mevrouw Rochat.

Mevrouw Rochat: Dank u, voorzitter. Terugdringen van gokverslaving of verslaving is natuurlijk een voorstel waar niemand tegen kan en wil zijn, lijkt ons. In die zin is AltenaLokaal absoluut tegen verslavingen. Zeker ook aan de preventiekant. Alleen wat we wel graag willen weten van de portefeuillehouder, wat gebeurt er nu al? Want de ChristenUnie geeft ook aan, het Opgroeien in een Kansrijke Omgeving is van start. Wat gebeurt er nu al en wat kunnen we eventueel aanvullend doen? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rochat. Dan heeft volgens mij iedereen zich gemeld. Dan kijken we naar het college. Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, allereerst bedankt voor de opmerking en de vraag, want ik denk ook zeker dat de aandacht voor dit onderwerp heel belangrijk is. U heeft het gekoppeld aan de OKO. Daarvan moet ik u wel meegeven dat het geen deel uitmaakt van de OKO. OKO is een landelijke rol die zich richt echt in het Opgroeien in een Kansrijke Omgeving, met name op alcohol, roken en drugs. En daar is het op gefocust. En er is geen ruimte in beleid daarvoor opgenomen wat zich specifiek richt op gokverslaving. Nou is er landelijk natuurlijk wel een escalatie geweest in 2021. En u heeft het zelf gelukkig ook al benoemd.

Minister Weerwind heeft getracht het al in ‘22 te gaan verbieden, nog voordat de WK van Qatar plaatsvond, omdat hij ook al zag dat dat tot grote problemen zou leiden. Maar de wetgeving bood hem niet de snelheid om dat ook door te kunnen voeren. Nu is het wel een feit. En wat doen wij hier in Altena? In Altena hebben wij afspraken met Novadic-Kentron. Die begeleidt mensen. Maar als u het heeft over de specifieke doelgroep de jongeren, dan zou ik zeggen als u als raad daar echt dit wil opnemen, dan zijn we als college natuurlijk bereid, want wij zien ook de toegevoegde waarde daarvan. Maar we hebben dit nog niet specifiek binnen onze programma’s zitten. En zouden we dat wel kunnen gaan opnemen. Zo staan wij er wel tegenover. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Schermers, u doet een oproep aan de raad. Mevrouw Schermers-van Elderen: Dank u wel, voorzitter. En dank u wel, wethouder Sheikkariem, voor de verduidelijking. Het zit niet zozeer in OKO, maar dat was ook eigenlijk ons punt. Het lijkt alsof dat er een soort blinde vlek daar dan inzit voor het stukje gokverslaving. En ik denk dat het inderdaad heel belangrijk is om daar op jonge leeftijd al mee te beginnen, want ik ben echt geschrokken van verhalen. En dat een twintigjarige bijvoorbeeld zegt van, ik worstel al jaren met een stukje verslaving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13446580/1