2023-07-04 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
En anders is er heel lang niks, vrezen wij. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen nog. En dan kan de portefeuillehouder beantwoorden. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Ook ter interruptie op de wethouder. Het is heel gebruikelijk om vooraf een budget te reserveren in de begroting, zonder dat je al een concreet plan hebt. Het is helemaal niet raar dat we dit vragen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Portefeuillehouder Van Hunnik.
Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, vanuit het bomenbeleidsplan dat er ligt, zijn we aan de slag. Ik heb hier de hand uitgestoken om daarmee dat te koppelen met de gedachte achter het amendement wat er hier voorligt vanuit de fractie van PA. Om daar concreet nu invulling op te geven voorzitter, ben ik ook wat onthand. Een concrete termijn wil ik heel graag later op terugkomen, maar kan ik op dit moment niet zeggen. Wat ik wel kan zeggen, is dat we daarmee aan de slag gaan en dat we juist vanuit het bomenbeleidsplan wat er ligt en het stuk waar we mee bezig zijn, ook rondom de bomenbescherming, dat daar ook wel degelijk al middelen aan gekoppeld zijn. Het is niet zo dat we nu met een leeg potje aan de slag zijn. Wij hebben daar al eerder ook middelen aan gekoppeld. En laat ons bij u terugkomen op het moment dat daar extra budget voor nodig is. Maar goed, uiteindelijk is dat aan u als gemeenteraad. U heeft daarin budgetrecht. Dit is het advies wat ik vanuit het college daarin graag meegeef. De voorzitter: Dank u wel. En dat advies is gegeven. En we zullen straks zien hoe dat zich gaat ontvouwen. Dan gaan we naar motie 4.2, de geboorteboom. Mevrouw Schipper van het CDA. We blijven nog even in het groen. Mevrouw Schipper: Voorzitter, dank u wel.
Voordat we vanavond door de bomen het bos niet meer zien, de heer Van Gammeren, wil ik toch nog niet overgaan tot een geboorteboom ontmoetingsplek, maar eerst gewoon even aandacht vragen voor de motie geboorteboom en een geboortebos. Voorzitter, in 2024 vieren we het vijfjarig van onze gemeente. Bijzondere gelegenheid en die willen we vieren met een uniek en betekenisvol initiatief, de geboorteboom van Altena. Deze boom symboliseert onze wens dat elk kind kan opgroeien in een gezonde en groene wereld. Waarom een geboorteboom? Het is al eerder aangekaart, maar ik wil het toch nog graag even hier herhalen. Wij geloven dat de natuur essentieel is voor het welzijn van onze kinderen en de toekomst van onze gemeente. Door elk kind een eigen geboorteboom te geven, creëren we een tastbare herinnering aan de waarde van een gezonde en groene omgeving. Deze bomen zullen gedijen en groeien naarmate onze kinderen dat ook doen. En ze zullen een blijvende erfenis vormen voor toekomstige generaties. In ons jubileumjaar planten we een boom voor elk kind dat geboren wordt, inclusief een speciaal certificaat. Ouders krijgen zelfs de mogelijkheid om de boom eind december 2024 te komen planten. Indien dit initiatief succesvol blijkt, willen we dit graag voortzetten. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank wel, mevrouw Schipper. Ik kijk rond naar andere fracties.
Ik zie mijnheer Van Gammeren staan. Mijnheer Timmermans was nu als eerste. Mijnheer Timmermans, gaat uw gang. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. In aanloop naar deze vergadering heb ik ook wel wat contact gehad met het CDA over deze bomen, de geboortebomen. Alleen de motie is eigenlijk niet aangepast. En mijn belangrijkste opmerking wat betreft deze geboortebomen, mijn ervaring is als de gemeente bomen planten, dan zijn het ieniemienie boompjes en dan sneuvelen ze weer. Dat zou natuurlijk zonde zijn als het een geboorteboom is die ook hopelijk mag groeien, net als het kind zelf. Dan is het wel van belang dat het een redelijke boom is die geplant wordt. Aanhakend op mijnheer Alderliesten, het duurt eventjes voor het een goede boom is. Dat vind ik niet in uw motie. Zou u dat aan kunnen passen? Daarnaast hebben we het over aantallen gehad. U heeft waarschijnlijk de aantallen van het aantal kinderen bij de hand. Heeft u dan ook een locatie dat u denkt van, die kant wil ik op of een bestaand iets? Ik mis eigenlijk een paar dingetjes in deze motie, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Dan gaan we naar mijnheer Hoegee van AltenaLokaal. De heer Hoegee: Dank u, voorzitter.
Wij staan in principe positief ten opzichte van de aanleg van een geboortebos, maar we hebben ook begrepen dat die door de wethouder al is toegezegd, en het is opgenomen in het bomenbeleidsplan, dat dit voor 2025 wordt uitgevoerd. Daarmee zou de motie eigenlijk overbodig zijn.
Echter als vanuit de portefeuillehouder het signaal komt dat deze motie een en ander bespoedigt, zullen wij graag in overweging nemen deze te steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Ik kan in grote lijnen met de heer Hoegee van AltenaLokaal meegaan. Ik heb wederom het bomenbeleidsplan, wat inderdaad vastgesteld is, er even bij gepakt. En daar staat in, we realiseren voor 2025 een geboortebos, levensbomenbos en een kinderbomenbos. Voor 2025, dat kan alleen nog maar 2023 zijn of 2024, aangezien dat dat in ieder geval nu nog niet in de vorige begroting is meegenomen, moet het in 2024 plaatsvinden. Volgens mij is dan uw motie overbodig. En dan naar de heer Hoegee. Bespoedigen heeft dat niet zo heel veel zin, want we hebben nog maar één jaar om het te realiseren. Wat ons betreft wordt er al aan gewerkt. En eigenlijk nog breder dan u zelf stelt in uw motie. Volgens mij moet u het gewoon omarmen wat hier staat. De voorzitter: Mevrouw Maris van Progressief Altena. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het indienen van deze motie. Dat is toch goed, want je krijgt toch een onderwerp weer even op de agenda wat toch een beetje weer was weggezakt. En het planten van een boom bij een geboorte, dat is natuurlijk echt een eeuwenoude traditie.
En in die zin kunnen wij dat als Progressief Altena ook zeker ondersteunen. Het jubileumjaar is de aanleiding, wat ons betreft, maar wij zouden graag zien inderdaad dat gewoon jaarlijks er geboortebomen worden aangeplant. En het lustrum dat haalt u erbij, dat is natuurlijk een goede aanleiding om dat ook te doen en dan toch een versnelling te beginnen met elkaar. Bovendien, ook zo'n bos wat je aanplant, is natuurlijk ook heel goed voor de biodiversiteit. Het lijkt ons een mooi plan. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. In principe staan we er wel positief tegenover. Alleen nog even de vraag van, waar gaan we dat doen? We hadden het onder het eten er even over dat het Almbos ook op een bepaalde manier ontstaan is. Misschien dat het aan bepaalde ontwikkelingen te koppelen is en op die manier ook ... Dat bos heeft ook een functie voor heel het dorp. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, Mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank je wel, voorzitter. De heer Timmermans heeft eigenlijk al de vraag gesteld over de kosten, waar gaan we doen, wat gaat het kosten, wie gaat het onderhouden? Deze motie vinden we ook nog zeer twijfelachtig of we die gaan steunen, want hij voorziet niet in de informatie waar het om gaat.
Het staat in het bomenbeleidsplan, het zou kunnen zijn dat u zegt, ik trek hem gewoon in. Dat kan ook gewoon. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mevrouw Schipper. Mevrouw Schipper: Dank u wel, voorzitter. Vragen. Eerst een vraag van de VVA. Een redelijke boom? Een redelijke boom is natuurlijk iets betrekkelijks, maar weet ook kleine bomen worden ook groot. En als er goed voor wordt gezorgd, net als voor kinderen, dan heb ik daar wel alle vertrouwen in. Het aantal waar u over had, is om en nabij 550. Dan heeft u daar ook uw antwoord op, volgens mij. De locatie, die werd ook gesteld vanuit de ChristenUnie. Dat leggen we graag bij het college weg om dat nader te onderzoeken. En er is een aantal keer aangehaald over het bomenbeleidsplan, wat reden misschien zou zijn om de motie in te trekken. Dan wil
ik toch even benadrukken dat wij het gewoon willen koppelen aan het jubileumjaar. En inderdaad, het jubileumjaar, we hebben nog maar één jaar, 2023-2024, maar we willen juist specifiek 1 januari 2024 starten. De eerstgeborene in Altena op 1 januari 2024 zou een boom kunnen krijgen aangeboden. Ik denk dat ik, even kijken, daarmee meerdere vragen tegelijkertijd heb behandeld. Zo niet, dan hoor ik dat graag. Voorzitter, Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schipper. Gaan we eerst naar het college. Portefeuillehouder Van Hunnik neemt portefeuillehouder Van Vugt waar in deze. Mevrouw Van Hunnik: Dit onderwerp stond twee weken geleden natuurlijk ook al op de agenda. Toen is het opiniërend besproken. Mijn collega, wethouder Van Vugt, heeft toen ook de toezegging gedaan om deze suggestie zeker mee te nemen in het kader ook van het vijfjarig jubileum van Altena en daarbij mee te nemen in de uitvoering van het bomenbeleidsplan. En de toezegging staat ook genoteerd dat we daar 1 december 2023 op terug zullen komen. In die zin kunnen we deze motie zien als ondersteuning van het beleid en zien we daar geen problemen in, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Levert dit nog behoefte en discussie in de tweede termijn op? Ik zie mijnheer Timmermans staan, die een discussie over een redelijke boom gaat beginnen.
De heer Timmermans: Voorzitter ook inderdaad in die opiniërende vergadering hebben we er al over gesproken, over een redelijke boom. Kijk, wat je nu ziet, is wat de gemeente doet bij verschillende woningprojecten en woonwijken die ze bouwen, of tenminste die dan gebouwd worden door anderen ook, dan zie je dat zo goedkoop mogelijk wordt er een klein boompje geplant. En ik ben het met u eens, misschien wordt hij wel groot, maar de ervaring leert dat als er een nieuwe woonwijk komt en er worden boompjes geplant, dan binnen hetzelfde jaar zijn ze al dood, want dan wordt er niet meer naar gekeken door de gemeente, omdat het dan nog niet meegenomen wordt in het groenbeheerplan. Dan zie je, dat is al in Veen gebeurd, in Rijswijk gebeurd. Ik heb het al op verschillende plekken gezien. Vandaar dat ik zeg, ik wil er iets aan koppelen. Een redelijk formaat boom en goed, we hoeven niet precies op de millimeter af iets te zeggen, maar ik wil niet die kleine boompjes dan zien, want dan vindt u mijn steun niet. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen. We gaan eerst een rondje om en mag u afsluiten. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. De beantwoording van mevrouw Schipper was helder. Wat we misschien nog mee willen geven in de overweging, is dat het mogelijk ook te koppelen is aan een voedselbos. Dan dragen de bomen ook nog vruchten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen.
De heer Nieuwenhuizen: Wat betreft de heer Timmermans, kleine bomen, grote bomen? Dat gaat wel heel erg inhoudelijk, maar het ligt wat genuanceerder, want een kleine boom groeit in eerste instantie veel sneller. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mevrouw Schipper, u mag afronden. Mevrouw Schipper: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Timmermans, ik kom toch heel eventjes terug. Ik ken heel veel kleine bomen die heel groot, heel sterk zijn geworden, ondanks dat ze maar weinig aandacht hebben gekregen. En ik ken heel veel hele grote, sterke geplante bomen die gewoon omknakten als een twijgje. Ik heb
wat dat betreft alle vertrouwen in de gemeente dat ze daar zorgvuldig naar zullen kijken. En ik denk dat ze misschien ook heel goed hebben geluisterd naar uw woorden. Misschien nemen ze het mee. Mijnheer Nieuwenhuizen, dank u wel. U had het over om het misschien te koppelen aan het voedsel. Ik vind dat eigenlijk wel een hele mooie suggestie, die ik graag aan het college wil meegeven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schipper. Mijnheer Hoegee nog? De heer Hoegee: Graag, voorzitter. Want het is mij nog niet helemaal duidelijk wat deze motie bespoedigt, want het staat al in het beleid. U zegt, wij willen dat van 1 januari ‘24. Dan worden die bomen eind van het jaar geplant. Dat staat ook ergens opgenomen. Wat bespoedigt deze motie nou? Want dit is allemaal al vastgelegd in het vastgestelde beleid. De voorzitter: Mevrouw Schipper. Mevrouw Schipper: Excuses voorzitter, ik ging voor mijn beurt. Volgens mij is het niet specifiek vastgelegd dat het gekoppeld wordt, het geboortebos aan het jubileumjaar met ingang van 1 januari. Er staat dat er voor 2025 iets gerealiseerd moet gaan worden, maar niet met ingang van 1 januari. We willen het specifiek koppelen aan het jubileumjaar en de start daarvan. De heer Hoegee: Maar misschien begrijp ik het dan verkeerd.
Maar als je voor 1 januari 2025 dat geboortebos wil realiseren, dan zal je toch iets eerder moeten beginnen met de geboortes registreren. Dat kan niet na die tijd. Dan zit je er toch mee dat je je geboortes van 2024 als maatstaf neemt? Mevrouw Schipper: Of ik begrijp u niet of u begrijpt de motie niet. Het kan allebei. Dat laat ik even in het midden. Maar ik denk dat, op 1 januari worden er hier kinderen geboren. Die kinderen melden zich hier bij de gemeente. Ik heb zo'n vermoeden dat er op 1 januari een kind geboren zou kunnen worden. Laat ik het zo zeggen. We hebben het in de verwachting 550 geboortes per jaar, gemiddeld. Dat kunnen er ook natuurlijk 10 zijn in februari, wat mij betreft 100 in maart en in januari geen. Maar zodra het eerste kind geboren wordt in 2024 daar gaat zo'n geboorteboom voor van kracht. En als het op 1 januari 2024 is, moeten we dat vastgelegd hebben. En vandaar deze motie. De heer Hoegee: Ik doe nog één poging. Want als we dan die bomen moeten planten voor 1 januari 2025, zoals nu in het beleid is omschreven, voor welke kinderen is dat dan? De voorzitter: Mevrouw Schipper, de laatste keer een antwoord en dan wil ik dit debat wel afsluiten. En ik wil u als raad ook vragen, want u kunt op detailniveau heel veel vragen blijven stellen aan elkaar, maar u maakt het zelf heel erg lang. Mevrouw Schipper, rondt u af.
Mevrouw Schipper: Het is voor de kinderen van 2024. En de bomen worden geplant voor 1 januari 2025. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En daarmee rond ik ook dit af. En wil ik u oproepen, er zijn nog zes moties en amendementen te gaan. En ik merk dat de energie ook een beetje weglekt bij u allemaal. En dat komt omdat u zelf tot op dit niveau vragen aan het stellen bent over moties en amendementen die u twee weken geleden al heeft aangekondigd. U doet het uzelf aan. Ik wil u oproepen om met de laatste zes moties en amendementen wat vlotter daar doorheen te gaan en op hoofdlijnen elkaar te bevragen. Dan gaan we nog één keer naar bomen toe. Dat is motie 4.3, de gratis bomen. De heer Nieuwenhuizen van de ChristenUnie.
De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Dit is al uitgebreid toegelicht twee weken geleden. Ik hoop dat dat is blijven hangen. Maar het gaat er ons met name om, naast de openbare ruimte, dat mensen ook thuis bezig zijn met verduurzaming en ook thuis hun omgeving kunnen vergroenen. Op aangeven van reacties vorige keer hebben we ook aangegeven dat voor wat, hoort wat. Maar daarnaast hebben we er ook wel vertrouwen in dat onze inwoners daar netjes mee om zullen gaan. En ook het vertrouwen dat het college dat op een goede manier uit weet te werken. Maar nogmaals, bewustwording is voor ons heel belangrijk om dit ook naar voren te brengen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Van Breugel van het CDA. De heer Van Breugel: Dank u wel, voorzitter. De heer Nieuwenhuizen is heel positief over bomen, hebben we net met de twee moties, amendement en motie besproken. En dit is een goed voorstel. Alleen, er zit altijd een maar aan natuurlijk, het is goed om bomen te planten in onze gemeente door inwoners, maar we hebben in Nederland een landelijke organisatie, die heet MeerBomenNu. Dat is een landelijke site waar je gratis bomen kunt krijgen en struiken. Je kan meehelpen om de bomen te oogsten en te planten. Er zijn in Nederland 75 hubs, waaronder ook in Brabant enkelen. Daar kan je zo bomen bestellen. Er zijn 6.000 vrijwilligers actief.
En in Noord-Brabant hebben ze afgelopen jaar 25.000 bomen geplant. Eigenlijk moeten we het wiel niet uit gaan vinden en wil ik de ChristenUnie aanraden om daar aan te haken. Dat lijkt me veel beter. Maar goed, dat is niet de motie. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Breugel. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Kort. We zijn ontzettend voorstander van bomen, dat heeft u al eerder gehoord. Wat dat betreft kunnen we die motie wel onderschrijven. Wat ik wel ook in eerdere overwegingen al heb meegegeven aan de heer Nieuwenhuizen is, kunnen we dat niet koppelen, ook aan het bepaalde ontstenen van een kavel, zeker als we ... De voorzitter: Ik zou even willen vragen om het bij de motie te houden en niet weer mondeling de motie te amenderen en het ergens anders aan te gaan koppelen, want dat levert alleen maar extra discussie op. Dat had u in de afgelopen twee weken met elkaar kunnen bespreken. Houd het even sec bij de motie alstublieft. De heer Alderliesten: Het staat inderdaad niet in het dictum. Die overwegingen kent hij. Dan kunnen we het daarbij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. In principe sympathiek. Dat tuinen groen in worden gericht, is zeker van belang, maar wij vinden het wat ver gaan om daar als gemeente voor te betalen.
Om die reden zullen wij de motie niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Dan ook een korte reactie van de SGP. Wij zullen de motie ook niet steunen. Wij vinden het onzin dat de gemeente zou moeten gaan betalen om bomen gratis weg te geven op locaties waar een eigenaar een dermate grote tuin heeft dat er ook een boom zou kunnen. Wat ons betreft is het gewoon ook niet reëel naar de andere inwoners die op een klein appartement wonen bijvoorbeeld. Wij gaan hem niet steunen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Anderen nog? College? Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, ik zou bijna zeggen, de vergroening van Altena is een hot thema, maar dat is misschien een beetje een foute woordspeling. Als we kijken naar de motie dat nu voorligt, over het verstrekken van gratis bomen en struiken, zou ik graag even iets anders willen memoreren. En dat is dat we op dit moment als gemeente ook al inzetten op klimaatadaptatie en dat we daarin ook juist de verstening tegen willen gaan. Op dit moment doen we dat door onze deelname aan het NK tegelwippen. Dat is een landelijk initiatief waar mensen zich kunnen aanmelden op het moment dat ze tegels uit hun tuin verwijderen. En op het moment dat ze dat kunnen aantonen, dat ze op die manier meedoen, is het zo dat ze gratis hun stenen kunnen afvoeren, hun tegels kunnen afvoeren bij onze milieustraten. Op die manier helpen we daar ook een extra stukje motivering te geven om in plaats van de tuin die vaak nu vergrijsd is of vergrijsd wordt, om die juist te gaan vergroenen, ook in het kader van klimaatadaptatie en hittestress. De manier waarop we daarin ondersteunen als gemeente of dat we die motivering aanbieden, dat kan natuurlijk verschillen. We hebben nu gekozen voor het gratis afvoeren van de tegels. Het aanbieden van een boom zou ook een vorm kunnen zijn. In de vorm van een bon.
Vanuit het college zou ik wel aan willen geven dat ons advies zou zijn om het niet helemaal gratis te maken, ook om te zorgen dat mensen wel zorgvuldig omgaan met dat groen dat verstrekt wordt en te voorkomen dat het ene groen eruit gaat voor het andere groen. En te zorgen dat dat ook goed tot bloei en tot groei kan gaan komen. Wat het college betreft is het oordeel aan de raad op welke vorm we dat doen, die motivering toepassen. Op dit moment zijn het de tegels die gratis kunnen worden afgevoerd. Dat zou ook een tegemoetkoming kunnen zijn in de kosten voor het groen, maar wat ons betreft is het wel het één of het ander. Het oordeel laat ik daarbij aan de raad, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Hunnik. Voor de tweede termijn, mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Met dat laatste van de portefeuillehouder, dat daar wat tegenover zou moeten staan, daar zouden wij mee kunnen leven als het op die manier ook toegevoegd wordt. Want niet alleen het inleveren van de verharding, maar ook het vergroenen meer stimuleren, dat zouden we toch wel willen bepleiten. En dat zou op die manier ook kunnen. En het voor wat, hoort wat zit wel in de motie. Alleen wij denken ook wel dat de bewoners zelf zo bewust zijn dat ze het op een goede manier gebruiken.
En het is ook niet voor elk perceel bedoeld, maar het is wel bedoeld om in brede zin een stukje bewustwording te genereren. Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Ik zie niemand meer in de tweede termijn daar het debat opzoeken. Dan zullen we straks zien hoe dat gaat. Gaan we naar een motie 4.4, de energiecoöperatie voor huurwoningen. De heer Duizer van de ChristenUnie. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Even eigenlijk in het verlengde van de discussie die we twee weken geleden hebben gehad. Ik merkte dat daar wat onduidelijkheid was over of wij nu de rol van de woningbouwcorporaties wat wilden gaan overnemen en de kosten van de corporaties naar de gemeente toetrekken. Dat is duidelijk niet de insteek waarom we deze motie voorleggen. De coöperatie heeft een plicht om te verduurzamen en dat moeten ze ook vooral doen met zoveel mogelijk inzet als mogelijk. Waar het ons om gaat in deze motie, is dat we de lasten eerlijk delen. Daar gaat met name deze motie over. Ik zie gewoon, wij zien gewoon dat mensen die het niet kunnen betalen, niet kunnen investeren in de verduurzaming en daardoor later ook de revenuen, de winst kunnen hebben van die verduurzaming. Mensen met voldoende geld zorgen dat hun huis duurzaam is, die zorgen dat ze de winst nu hebben. Degenen in huurwoningen zijn afhankelijk van hun huurbaas, de corporatie.
En dat kan zijn dat ze al inderdaad een verduurzaamd huis hebben en dat ze weinig betalen aan de energie. Het kan zijn dat ze volgend jaar aan de beurt zijn en dat ze
daarmee ook op redelijk korte termijn daar het voordeel van hebben. Maar het kan ook zijn dat ze nog vijftien jaar moeten wachten. En daar zitten, ik wil u eraan herinneren, bij de woningbouwcorporatie wonen gewoon heel veel mensen die niet de middelen hebben om dat zelf te doen. Ze kunnen niet beschikken over de woning waar ze dat doen. Ze kunnen het niet zelf investeren. Maar ze hebben ook niet het geld om het te betalen. Dit gaat eigenlijk over het delen van de lasten. De verduurzaming vinden we belangrijk. Laten we vooral een manier zoeken, en de exacte manier weet ik ook niet, vandaar ook dat we oproepen voor een onderzoek, maar laten we kijken naar een manier hoe we met elkaar kunnen zorgen dat de verduurzaming ook bij iedereen terechtkomt en dat iedereen daar het voordeel van heeft. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Mijnheer Duizer, ik vind dat uw voorstel een beetje mank gaat. Ik heb dat twee weken eerder ook al wel een beetje gezegd. Alleen in zoverre gaat hij mank dat u nu alleen u strijdbaar opstelt voor mensen met een huurwoning die iets niet zouden kunnen betalen. Maar wat doet u dan aan de mensen met een koopwoning die misschien het water ook tot zover zit en ook met relatief dure energiekosten zitten? Die laat u dan links liggen? Dat begrijp uit uw motie.
Ik vind het een beetje een eenzijdige motie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Mijnheer Duizer, u probeerde aan het begin het beeld te ontkrachten dat wij iets van de woningbouwcorporaties over gaan nemen, maar toch is dat bij mij, blijft het nog ergens wel een beetje hangen. Want ik heb eigenlijk toch wel het idee dat we op deze manier toch bepaalde taken van de woningcorporatie over gaan nemen of in ieder geval ze ergens een handje gaan helpen. Dan vraag ik al, rijden we hun dan niet in de wielen hiermee? Is dat een rol voor de gemeente, die wij ons aan moeten nemen? En ik ben ook benieuwd dan misschien richting het college van, heeft u hier ... De motie die kwam. Of zijn hier al gesprekken over gevoerd in het verleden? Hoe zitten de coöperaties hierin? Zitten ze hier überhaupt op te wachten, dat de gemeente hier een rol in gaat spelen? Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Mijnheer Hoegee van AltenaLokaal. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Wij zien het nut van energiecoöperaties wel in, maar misschien op een iets andere manier als dat u hier bedoelt. Want wat wij zien, is dat in de toekomst het noodzakelijk kan zijn om energiecoöperaties te hebben om stroom aan elkaar te leveren.
Iemand die zonnepanelen heeft en de stroom voor weinig geld op het net moet zetten, die kan dan voor een relatief bescheiden bedrag het leveren aan bij wijze van spreken zijn buurman zonder zonnepanelen. In die zin zien wij het nut van energiecoöperaties. Om deels in de schoenen te gaan staan van de woningcorporaties om voorzieningen aan te leggen, is voor ons niet voldoende. Je moet echt kijken ook naar, hoe ga je straks, zeker als het salderen niet meer mogelijk is, hoe ga je dan om met die stroom op een zo gunstig mogelijke manier? Wij zouden, als u daar een motie of amendement nog van wil maken, in ieder geval het veel breder willen zien dan alleen huurwoningen. En wij vragen ons af of dat de gemeente hierbij moet financieren. En ik denk dat voor een gedegen onderzoek 1 oktober een beetje aan de snelle kant is. Voor zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Dank je wel, voorzitter. Ook ChristenUnie bedankt voor het indienen van deze motie, want het doel van de motie onderschrijven wij van harte, dat mensen met een smalle beurs ook kunnen
verduurzamen en had ook kunnen meemaken. Dat iedereen die energietransitie kan meemaken in Altena. Daar hebben we ook al eerder voor gepleit in deze raadzaal. Waar wij wel een beetje mee worstelen in dit geval, en u worstelt er zelf eigenlijk ook een beetje mee gaf u aan in uw betoog, is hoe gaan we dat doen en is dat primair inderdaad een taak van de gemeente? En wij willen eigenlijk ook in overweging geven, zonder een nieuw onderwerp aan te snijden voorzitter, misschien ook richting het college, ik weet dat er op dit moment ... We zijn pas bij de woningcorporatie op bezoek geweest. En er wordt druk gesproken over de prestatieafspraken. En is er inderdaad met die woningcorporaties niet iets af te spreken dat ze hier een stap inzetten en misschien ook samen die stap zetten met de Energiecoöperatie Altena. Nieuwe energie die we hier gewoon hebben in deze gemeente. En dan kunnen we misschien daar krachten bundelen en daar iets in betekenen, zeker ook in de geest van deze motie. En dan inderdaad ook dat doel in elk geval deels bereiken met elkaar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Alsof gedachtenlezen bestond. Het is inderdaad de toevoeging de heer Bouman doet die ik graag ook zou willen opwerpen richting de ChristenUnie. Het idee achter de motie kunnen we van harte achterstaan.
We hebben ook eerder contact gehad over, zijn wij er van of niet? U roept op tot de motie. De vraag die volgens mij door de SGP ook opgeworpen wordt van, heeft de woningbouwcorporatie hier ook echt behoefte aan? Rijden we ze niet in de wielen? Kunnen we ze ook helpen? Dat is feitelijk waar u ook toe oproept. Ik hoor graag van de portefeuillehouder of dat daar contacten zijn en of we elkaar daarin kunnen vinden. Het idee erachter is goed, maar of dat het middel wat hier aangereikt wordt beantwoord aan uiteindelijk dat doel, dat is voor ons even onduidelijk nog. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Kolff, VVD. De heer Kolff: Dank je wel, voorzitter. Ik wil heel kort zijn. We gaan deze motie niet steunen. Ik denk dat alle punten al genoemd zijn. En uw woord van daarnet, de energie loopt weg. Ik denk dat dat wel heel toepasselijk is voor deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Duizer, u mag reageren op de inbreng van de andere fracties. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Eerst met de VVA beginnen. Waarom alleen huurwoningen? Een koopwoning is een eigendom van degene die daar woont. Een huurwoning heeft geen zeggenschap over het pand waar hij in zit. Dat is het verschil. Ik denk, natuurlijk moeten we ook voor de mensen wat doen die in een koopwoning zitten en die het niet kunnen bekostigen.
Maar ik denk dat daar een ander middel voor nodig is of ze zouden hierin kunnen meehaken. Maar dan betekent het wel dat ze hun dak ter beschikking moeten stellen aan de coöperatie. En de vraag is of een eigenaar van het pand dat ook echt wil, terwijl er in een woningbouwcorporatie makkelijker te realiseren is. Prima om dat mee te nemen. Als het college dat wil meenemen en er zijn mogelijkheden, koppelkansen graag, maar volgens mij zijn er ook andere subsidiemogelijkheden voor woningeigenaren om dat te doen. Daar zijn meer middelen dan voor huurders. Nemen we de rol van de corporatie over? Ik heb gemerkt dat de corporatie of in ieder geval één van de beide corporaties er niet op zat te wachten om de energielevering te gaan doen of de verdeling van de energie over hun huurders. Als ze verduurzamen ... Dat is hun taak. Zorgen voor het huis, voor het pand, dat dat goed is en dat dat klopt met de eisen. Maar zij zitten er niet op te wachten om die energieleverancier te zijn en dat te verdelen. En door een coöperatie erbij te zetten, waar we min of meer toch wel enigszins dwingend vanuit de gemeente op aansturen, kunnen we die bewoners f medezeggenschap geven, omdat een coöperatie het juist
samen moet zijn. En dat geeft de bewoners meer kans om mee te doen. En het geeft ook de woningcorporatie wat meer dwang om daar ook aan mee te werken. Ik denk niet dat de corporaties dat echt van zichzelf gaan oppakken. En de corporatie is van het bouwen van huizen, maar volgens mij gaat de overheid over de verdeling. En zeker als mensen knel komen te zitten, dan is juist de overheid de eerste aangewezen persoon of partij om daarvoor te zorgen. Vandaar deze motie hier. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Gaan we naar het college. Portefeuillehouder Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Wanneer we kijken naar de primaire taak om de woningvoorraad te verduurzamen voor de woningcorporaties, de huurwoningen in onze gemeente, is dat echt een taak die ligt bij onze woningcorporaties. En zij zijn degenen die aan zet zijn om aan de slag te gaan met die verduurzaming, met isolatie, met eventueel plaatsen van zonnepanelen. Dat is waar zij voor aan zet zijn. Wat we als gemeente eerder wel hebben gedaan, is dat we met hen bijvoorbeeld het initiatief Uit ons dak hebben besproken. Dat is een initiatief hier in de regio, waarbij huurders daken beschikbaar stellen en lid worden van een coöperatie. De panelen die worden geplaatst, worden dan betaald vanuit de opbrengsten. En de winst wordt, op het moment dat daar wel winst overblijft, verdeeld onder de leden van de coöperatie.
Dit is een initiatief wat we eerder ook wel hebben voorgelegd bij onze woningcorporaties. Zij hebben daar op dat moment terughoudend op gereageerd. Dat is al wel weer enige tijd geleden. En hebben toen gezegd, wij willen graag vasthouden aan de methode en het traject wat wij zijn gestart rondom de verduurzaming. En voorzitter, dan is het ook wel aan ons als gemeente om even te kijken, hoe is nu de taakverdeling hierin? Als we kijken, hoe zit dit? Wij zijn niet verantwoordelijk voor de stenen in deze. Wat ik wel graag zou willen toezeggen, is dat we opnieuw dit onderwerp onder de aandacht brengen van de woningcorporaties. Op dit moment worden ook de gesprekken gevoerd over de prestatieafspraken. Dan is dit een onderwerp wat we zeker mee kunnen nemen. En op het moment dat de woningcorporaties hiermee aan de slag willen, is het ook echt wel een rol voor ons als gemeente om daarin mee te denken of op de een of ander manier daarin van meerwaarde kunnen zijn. Maar ik zou hier wel echt willen bepleiten om deze aap niet op onze schouder te zetten en daar primair wel de taakverdeling te laten zoals die op dit moment is. Nogmaals, ik zeg graag toe om dit onderwerp wel bespreekbaar te maken met de corporaties. Maar wat het college betreft, is het niet aan ons om nu de eerste stap te zetten om hier een onderzoek te gaan doen.
En uiteraard, op het moment dat we dit besproken hebben, rapporteren we dat ook graag aan uw raad terug. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Hunnik. Ik kijk even rond of er nog behoefte is in de tweede termijn te reageren. Dan mag u afsluiten, mijnheer Duizer. Mijnheer Bouman. De heer A. Bouman: Dank je wel, voorzitter. Ook wethouder Van Hunnik dank voor beantwoording. Sluit denk ik aardig aan bij de suggestie die wij deden in de eerste termijn. Het voorstel van ons zou zijn, richting de indiener, om de motie wellicht aan te houden en inderdaad eens even te kijken wat er uit het komende proces gaat komen van die prestatieafspraken. En dan met elkaar bekijken of dat we daar nog een stapje later in kunnen zetten. Want het doel onderschrijven wij, maar we vinden het nu op dit moment wel prematuur om daar nu al mee in te stemmen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Anderen nog? Mijnheer Duizer, mag u afronden. De heer Duizer: Dank u, voorzitter Dank ook voor de beantwoording of de reactie. Ik schrik er wel een beetje van. Ik ben blij dat u het in ieder geval heeft aangekaart, maar dat een corporatie niet wil meewerken aan verdeling van te hoge kosten voor de zwakkeren in onze samenleving, ik denk dat we daar vanuit de gemeente echt wel wat meer druk op mogen leggen om dat wel te gaan doen. Want uiteindelijk zijn wij ook degene die,
als de mensen geld tekort komen, wel subsidie moeten gaan verstrekken en die mensen moeten gaan helpen om financieel overeind te blijven. En het is veel beter als die mensen gewoon rond kunnen komen doordat ze meedelen in de verduurzaming. Prima dat u het nog een keer aankaart, maar ik hoop dat het college echt wat meer druk op gaat zetten en niet met nee laten afschepen door de woningbouwcorporatie. De voorzitter: Dank u wel. En u gaat nog nadenken wat u misschien met de motie gaat doen, maar dat horen we misschien straks wel. Dan gaan we naar de motie 4.5, Right to challenge. Mevrouw Schermers van de ChristenUnie. Mevrouw Schermers-van Elderen: Dank u wel, voorzitter. We hebben dit al eerder aangekondigd en ik denk op zich dat de motie voor zich spreekt. Om heel kort samen te vatten, het gaat eigenlijk om een win-winsituatie. Want hoe mooi was het dat we altijd de oud papier-regeling hadden, dat verenigingen, fanfares en kerken de mogelijkheid hadden om oud papier op te halen, waardoor dat zij een bijdrage leverden aan de samenleving en daarvoor gewoon geld hadden om activiteiten op te zetten. Helaas is dat niet meer. Krijgen zij ook een financiële tegemoetkoming daarvoor, maar die gaat wel in vier jaar tijd stoppen. Daarnaast hebben we Right to challenge.
En hebben we de belofte van de wethouder om nog eens een keer heel goed te kijken naar de subsidiëring, om daar eigenlijk gewoon te zorgen dat dat herijkt wordt. De herijking vast te stellen. Staat ook in onze motie staat verwerkt. En wij willen eigenlijk dat allemaal in elkaar vervlechten door te zeggen, zorg dat die verenigingen, fanfares, kerken die eerst dit deden, echt geattendeerd worden op dat Right to challenge, zodat we die win-winsituatie behouden en dat we dat ook mee kunnen nemen als we het hebben over de herijking van onze subsidies. En daarom hebben we hem net iets scherper gezet, want een aantal dingen waren al wel toegezegd door de wethouder, maar we hebben de drie punten, zoals u dat kon lezen en zoals u die gewoon kunt lezen ook in het RIS, het Right to challenge, de noodzaak voor de evaluatie en de herijking en te zorgen dat het niet alleen maar voor die verenigingen, fanfares en kerk is, maar dat iedereen de mogelijkheid heeft om op deze manier een bijdrage te leveren aan de samenleving en daarmee geld te verdienen voor het opzetten van activiteiten. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mede ingediend door de heer Timmermans van de VVA. Waarvan akte. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. De SGP was zeer enthousiast over deze motie. Wij gaan hem zeker steunen. Ik denk dat u de vinger op de juiste plek plaatst.
Voor degenen die getroffen worden door het gebrek aan de inkomsten van het oud papier, u noemt het zelf ook, de verenigingen, fanfares en de kerken. En ik denk dat het heel belangrijk is dat we die doelgroep ook hier in uitdagen voor de Right to challenge. Volledige steun. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Mijnheer Den Haan van AltenaLokaal. De heer Den Haan: Dank je wel, voorzitter. In navolging van mijn collega Van Gammeren, in de eerdere beraadslaging hierover heeft u al bij ons gehoord, in ieder geval bij AltenaLokaal dat wij Right to challenge en zeker op die wederkerigheid die we zoeken bij verenigingen in relatie tot subsidie, en zeker ook bij het wegvallen nu van het oud papier verhaal, dat we echt bereid zijn om mee te denken, om te kijken hoe we dat kunnen oplossen met elkaar. En ik heb de vorige keer nog wel de portefeuillehouder iets horen zeggen, misschien kan hij dat straks nog een keer doen, over dat verhaal van Right to challenge, hoe dat juridisch zit en hoe we dat kunnen doen. Maar in principe heeft u ons aan uw zijde. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Anderen nog in de eerste termijn? Mijnheer Kolff van de VVD.
De heer Kolff: Dank je wel, voorzitter. Deze motie kunnen wij zeker ondersteunen. Alleen de praktische uitvoerbaarheid hoe dat die verenigingen dan alles naar de gemeente toe geld, subsidie moeten krijgen? De ene brengt wat meer in dan de ander. Er zit nog wel een uitdaging aan, denk ik, om dat zo eerlijk mogelijk te verdelen. Laat staan als er andere verenigingen hun eigen aan gaan dienen van, wij willen ook meedoen die in het verleden geen oud papier opgehaald hebben. Maak je daar dan strak onderscheid in? Dat is natuurlijk ook een discussiepunt van, als vereniging wel actief willen zijn en geld binnen willen halen met een bepaalde activiteit. Hoever gaan we daarin mee? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Anderen nog? Mevrouw Hofstede, Progressief Altena. Mevrouw Hofstede: Wij kunnen ons ook vinden in deze motie. Ik denk wat mijnheer Kolff net zei, dat het belangrijk is dat we alle verenigingen, organisaties, kerken, wat dan ook, die in ruil voor een bijdrage aan de maatschappij, in ruil voor een financiële bijdrage, dat we dat kunnen ondersteunen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mijnheer Verdoorn, CDA. De heer Verdoorn: Dank u, voorzitter. Het is eigenlijk een uitwerking van de toezegging die al in de raadsvergadering van 20 juni is gedaan. Daar kunnen we gewoon volledig achterstaan. De voorzitter: Dank u wel.
En daarmee is volgens mij iedereen aan bod geweest. Wilt u nog reageren, mevrouw Schermers en/of mijnheer Timmermans. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Dank u wel, voorzitter. Heel kort eventjes richting mijnheer Scherf. Mijnheer Kolff, sorry. Ik zit helemaal ... Dit zijn ook boeren, alleen dan van een andere familie. De voorzitter: Dit overkomt de beste, die naamwisseling vandaag. Mevrouw Schermers-van Elderen: Maar waar het om gaat, is eigenlijk denk ik, dat is ook wel een stukje van de uitdaging natuurlijk van Right to challenge, dat ze kunnen komen met een voorstel. De andere kant, ik denk dat er voldoende taken zijn, dat is ook wat mijnheer Timmermans mij net nog even influisterde, die gedaan zouden kunnen worden. Maar ik vind dit ook een mooie opdracht om te kijken, als we gaan kijken naar de herijking van het subsidiebeleid en we gaan kijken naar wederkerigheid, zoals mijnheer Den Haan dat ook noemde, dan kan dit zeker een goed onderdeel daarin zijn. En dan moeten we wel goed de spelregels met elkaar afspreken. Dat ben ik helemaal met u eens. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Gaan we naar het college. Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, als bijna alle partijen voor zijn, dan is het voor het college natuurlijk eigenlijk alleen maar heel goed om te zien van, hoe gaan we dit uitvoeren? En het klopt, het college heeft ook toegezegd, dat gaan we ook doen. Ik wil meegeven dat het wel wat omvangrijker is dan dat u misschien zo in eerste instantie als u een amendement of motie leest het gevoel krijgt. Allereerst gaat het over drie portefeuilles. We hebben de portefeuillehouder als het over cultuur gaat. We hebben een portefeuillehouder die kerngericht werken en die bestuurlijke vernieuwing aanstuurt, de Right to challenge. En ik als portefeuillehouder zit er vanuit het subsidiebeleid, met sporten en andere verenigingen. En wat we gaan doen, is de komende periode dat diagonaal en integraal evalueren. Dat in kaart brengen. En dat gaat ons zeker lukken in het tijdspad wat u schetst. Maar ik wil u meegeven, de plussen en de minnen moeten we ook ... En de effecten daarvan voor u in beeld brengen. Het gaat geen kwaliteitswerk worden als ik u toezeg dat ik ook 1
mei met een voorstel zit van het herijkte beleid. Want het lijkt me veel verstandiger als u duurzaam beleid wil gaan ontwikkelen, dat u ons de gelegenheid geeft om deze monitor, de evaluatie met u te delen en u de krachten, maar ook de mindere punten uit ons uitgevoerde beleid met u te delen, zodat u ons gericht opdracht kan geven om een ander, misschien een moderner, toekomstgericht beleid daarop te ontwikkelen. En dan denk ik aan het tijdspad dat toch minimaal een maand of vier, vijf meer nodig hebt om een herijkt subsidiebeleid aan u voor te kunnen stellen. En als u daarmee kunt leven, dan gunt u ons de tijd om kwaliteit te leveren. Dat is de reactie vanuit het college. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Sheikkariem. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Voorzitter, volgens mij, als ik punt 3 goed lees, dan staat er, voortvarend aan de slag te gaan met de evaluatie en herijking van het subsidiebeleid en de gemeenteraad uiterlijk 1 mei 2024 te informeren over de resultaten. Dat wil nog niet zeggen dat u dan ook klaar bent en dat u een klip en klaar evaluatie en herijking klaar hebt liggen. Wat mij betreft mag u hem zo breed zien, dat u dan alvast laat zien van waar u het net over had, dat is de monitoring, aan welke richting denken we, zodat we als het ware een soort houtskoolschets hebben van welke kant het opgaat.
En als u zegt van, dat gaat me lukken, want dat zei u eigenlijk net al, dan ben ik daar tevreden mee, want dan weet ik dat eraan gewerkt wordt en dan weet ik dat het er ook gaat komen en dat wat gaat komen dat dat ook van kwaliteit is. De voorzitter: Ik constateer dat u elkaar verstaat en dat dit de uitleg is bij de motie. Daarmee is deze voldoende behandeld.
Programma 5 Bereikbaar Altena De voorzitter: Gaan we naar programma 5, het bereikbaar Altena. Het verkeersonderzoek Wijk en Aalburg. De heer Van Gammeren van de SGP. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, op 5 juli 2022 heeft de gemeenteraad van Altena een motie aangenomen om de verkeerssituatie rondom de Perzikstraat in Wijk en Aalburg te onderzoeken. Die is aangenomen. En na een mooi, zorgvuldig traject hebben we op 6 april een raadsinformatiebrief ontvangen met het bijgevoegde onderzoeksrapport. Het college geeft door middel van het bureau, wat het rapport heeft geschreven, meerdere oplossingsrichtingen, zowel de korte termijn als de middel en de lange termijn. En de korte termijn wordt al na de zomervakantie opgepakt. Wat ons betreft alle lof voor de voortvarende aanpak. Ons punt, wat wij nu ter tafel willen brengen, is dat er in het rapport gesuggereerd wordt of gesteld wordt, laat ik het zo zeggen, dat de Perzikstraat aan de maximum van zijn verkeersintensiteit zit. Ook met de aanpassingen die we gaan doen. Ik meen uit mijn hoofd gezegd dat het rond de zesduizend tot achtduizend voertuigen per etmaal. Dan zitten we gewoon aan het maximum. En vanmiddag om een paar minuten over vier hebben we in deze gemeenteraad unaniem het bestemmingsplan vastgesteld, Wijk en Aalburg, de Kerkverreweide. Dank je wel, de griffie, Kerkverreweide.
Recent hebben we de Langstraat vastgesteld. Daar komt alleen maar verkeerd bij in de kern Wijk en Aalburg. En wij denken, de SGP denkt dat het in ieder geval steeds vaster gaat lopen. En wij stellen voor om een onderzoek in het verlengde van wat er nu is gebeurd een onderzoek breed, over heel de kern, uit te voeren, zoals bijvoorbeeld de Verkeersvisie in Hank. Gewoon breed, om te kijken van, hebben we voor deze kern voldoende ontsluitingen of moeten we verder gaan kijken naar ontsluiting op de provinciale weg? Vandaar he voorstel namens de SGP om een
Verkeersvisie voor de hele kern Wijk en Aalburg op te stellen. Mede ondersteund door de heer Van Breugel, CDA, Alderliesten, Progressief Altena, Bouman, VVD en de heer Hoegee, AltenaLokaal. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Dan kijk ik even rond naar de fracties die niet als medeindiener staan of dat behoefte is om in eerste termijn te reageren. Mijnheer Nieuwenhuizen van de ChristenUnie. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. De raadsinformatiebrief, daar wordt het onderzoek al aangekondigd. Wij vroegen ons af wat het toegevoegde waarde is? En in de raadsinformatiebrief wordt het ook gekoppeld aan de monitoring van de maatregelen die voorzien zijn. Wat we daarnaast nog wel missen, is een koppeling met de Mobiliteitsvisie. Een verandering van mobiliteit. Dat zou ook kunnen betekenen dat we op een andere manier ons gaan bewegen. Als die koppeling gelegd wordt, dan wordt het anders, maar anders dan is het wat mager ten opzichte van de visie die we met zijn allen hebben vastgesteld. En waar duidelijk voornemens zijn om ook op een andere manier ons gaan te bewegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, dit voelt soms een beetje als mosterd na de maaltijd.
En dan heb ik het eigenlijk over de vele malen keren dat ik inbreng heb gedaan wat betrekking tot nieuwe bestemmingsplannen en et cetera. Over het aantal ontsluitingen vaak in een stuk van een dorp of een gedeelte van een nieuwbouwproject. En dan komt de SGP weer met een nieuw onderzoek. Ik zie het eigenlijk niet meer. Ik zie eigenlijk gewoon continu achter de feiten aanlopen. Als hier een nieuwbouwproject ligt met een nieuw aantal woningen, dan kijkt u weg. Dan zegt u, er zijn voldoende ontsluitingen, we doen niks. Als ik dat agendeer. En vervolgens zegt u, ik wil wel een hele beeldvisie hebben, want Wijk en Aalburg loopt vast. Dan had u ook eerder wakker kunnen worden, mijnheer Van Gammeren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Dan gaan we naar de indiener, mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Eerst even richting de ChristenUnie. Die stelt dat er in die raadsinformatiebrief altijd onderzoek wordt aangekondigd. Zo heb ik het zeker niet geïnterpreteerd. In de raadsinformatiebrief staat een onderzoek sec naar de Perzikstraat. En wat wij voor ogen hebben, is breed over heel de kern te bekijken. En juist om verder te kijken, out of the box, naar ontsluitingen op wellicht de provinciale weg.
De koppelingen met de Mobiliteitsvisie, die speel ik even door dan naar het college, want als dat meegenomen kan worden, prima, dan wil ik het best uitbreiden. Maar ik weet even niet of dat zo een-opeen gaat. Lijkt me wel, maar dat hoor ik graag. En dan de heer Timmermans namens de VVA, mosterd na de maaltijd. Volgens mij zit u appels met peren te vergelijken. Als er een partij is die altijd gehamerd heeft op goede ontsluitingen dan is het de SGP. Ook het bestemmingsplan wat we vandaag hebben vastgesteld, dat voldoet aan voldoende ontsluitingen. Alleen waar komen die ontsluitingen op uit? Op een straat die eigenlijk al overbelast is. Alleen nog maar verder overbelast gaat worden. En daar zeggen we van, kijk dan breed over heel de kern. Zit het goed met de ontsluitingen en moet je misschien op de provinciale weg willen ontsluiten? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. We gaan naar het college. Nee, want het is nog een eerste termijn, dus gaan we eerst naar het college. Het wordt steeds later, maar ik probeer nog zo scherp mogelijk te zijn. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank, voorzitter. Het signaal is helder en het college deelt het nut en zeker op de noodzaak om breder te kijken dan alleen naar de Perzikstraat in relatie tot de nieuwbouwprojecten die eraan komen, maar
zeker ook gezien de huidige verkeersintensiteit. Ik denk dat het goed is, met een knipoog naar het voorbeeld dat u noemde voor Hank, dat we op die manier op een praktische, pragmatische manier ... En uiteraard nemen we daar de uitgangspunten van de Mobiliteitsvisie mee, heer Nieuwenhuizen. En dat we daarmee aan de gang gaan, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Gaan we naar de tweede termijn. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Voorzitter, ik kom toch even terug op mijnheer Van Gammeren. Want uiteindelijk haalt hij het zelf aan in zijn overwegende dat. Daar noemt hij de woningbouw in de Langstraat. En ik vergelijk geen appels met peren. Waar was u dan? Waar was u toen ik zei van, er is maar één ontsluiting en die komt toevallig uit op die Perzikstraat. De voorzitter: Ik kijk even rond of er nog andere fracties zijn. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Voorzitter, uw oproep vanavond was om geen details op te zoeken. En ik denk dat het heel erg goed is, want het klopt niet. De ontsluiting van de Langstraat zit niet op de Perzikstraat. De ontsluiting van de Kerkverreweide zit namelijk op de Perzikstraat. En bij de Langstraat, waar was ik? Als u goed had opgelet, hebben wij een warm pleidooi gevoerd voor een extra ontsluiting en is die toezegging er uiteindelijk ook gekomen, mede namens aanbrengen van ons. Dat even terzijde, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Laatste woord, mijnheer Timmermans hierop. De heer Timmermans: Voorzitter, ik wil het inderdaad niet te lang maken, maar feitelijk klopt het inderdaad, de Langstraat komt uit op de Polstraat. Maar de Polstraat is in één stuk door te verbinden met de Perzikstraat. Het is één lange straat die door heel Wijk en Aalburg loopt, waar dezelfde verkeerssituatie is. Uiteindelijk is het gewoon dezelfde straat qua verkeersbewegingen. En u heeft daar een toezegging genoteerd, maar die toezegging is dat de wethouder zijn best gaat doen om een tweede ontsluiting te realiseren in fase 2. En daar spreekt u niet over. Ik ben nog wel wakker hoor. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Daarmee hebben we programma 5 gehad. Programma 6 Financiën De voorzitter: Gaan we naar de laatste twee, één motie en nog een amendement bij het programma 6, financiën. De motie 6.1 over de forensenbelasting. Mijnheer Roovers van het CDA. De heer Roovers: Dank je wel, voorzitter. Voorzitter, in de vergadering van 20 juli hebben wij aangegeven dat we het rechtvaardig zouden vinden om een forensenbelasting in te voeren. En ik hoor hier van allerlei geluiden, maar die gaan denk ik niet over de forensenbelasting. En anders hoor ik het direct graag. We hebben toen ook duidelijk gemaakt waarom dat wij dat rechtvaardig zouden vinden.
En we hebben ook gemotiveerd aangegeven hoe we dat dan zien. Het is daarom denk ik ook niet verrassend dat wij samen met de collega's Vos van Progressief Altena en Bouman van de VVD deze motie voorleggen, waarin wij het college oproepen om een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden van het invoeren van een forensenbelasting in Altena. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. En u gaf inderdaad aan wie de mede-indieners waren. Het is gelukkig maar een stoel. Mijnheer Meijboom, gaat uw gang. Gelukkig hebben we de besluitvorming over de huisvesting al eerder had.
De heer Meijboom: Voorzitter, bedankt voor het woord. Onze fractie zal dit steunen. Het is natuurlijk ook al een keer eerder door de CDA-fractie naar voren gebracht. En toen is er eigenlijk op de achterkant van een bierviltje of van een sigarendoosje of van wat je maar wil, aangegeven wat dat dan ongeveer op zou brengen. Wij vinden de gedachte om dit te onderzoeken zinvol. En wij zullen dat ook steunen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Mijnheer Van der Hoeven, ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Er zijn partijen, volgens mij, die het nu ondersteunen die niet zo'n voorstander van belastingen zijn. Dat verbaast mij. Maar dat mag. Wij hebben inderdaad ook gekeken naar de opbrengstraming die er is. Dan denken wij dat de inspanning die dat vraagt om dit te doen niet de moeite waard is om dat te doen. Het tweede argument dat we hebben, is dat wij een gastvrije gemeente willen zijn, dat wij willen werken aan toerisme en recreatie. Dat daar ook al belastingen voor zijn. Welk signaal schijnen we dan uit dat we de mensen die hier dan zo graag willen komen, dat we die dan nog eventjes een rekening willen sturen. Even los van alle administratieve lasten en inningskosten die dat mee gaat brengen. Sorry voor indieners, maar wij zullen dit niet steunen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Timmermans.
De heer Timmermans: Voorzitter, ik sluit mijn eigen volledig aan bij de heer Van der Hoeven. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u wel. Laatste punt van is de heer Van der Hoeven is natuurlijk niet correct. Er is geen sprake van dubbel belasting. We gaan niet en toeristenbelasting opleggen en deze forensenbelasting over dezelfde overnachting. Het wordt of-of, in ieder geval wat ons betreft. En ik denk ook wat de heer Roovers betreft. Want je betaalt namelijk toeristenbelasting als je hier daadwerkelijk betaalt voor je overnachting. Als jij iemand hebt slapen en die betaalt jou, dan betaal je toeristenbelasting. Als jij hier een huis hebt waar je in theorie kan slapen, maar je woont hier niet, dan betaal je deze belasting. Het zijn twee verschillende belastingen. En de VVD is geen fan van belastingen, maar volgens mij moet je in Nederland wel gewoon belastingen heffen, want anders kunnen we niks betalen met elkaar. Moeten er op een of andere manier ergens belastingen van komen. En als er doelgroepen zijn die in deze gemeente gebruikmaken van onze faciliteiten en daar niet voor betalen, dan is dat op zich wel redelijk om die belasting te laten betalen, want dat betekent misschien in theorie dat we bij de rest wat minder ozb hoeven te halen. Dat zou toch mooi zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman.
Anderen nog dan mijnheer Roovers? U mag reageren op de inbreng van de andere fracties. De heer Roovers: Voorzitter, in reactie op de opmerking van de heer Van der Hoeven van de ChristenUnie, wij roepen ook op tot een onderzoek. En vanuit dat onderzoek zou ook moeten blijken wat de kosten zijn voor de inning en de heffing van de forensenbelasting. En als uiteindelijk de uitkomst is dat het meer gaat kosten dan het oplevert, dan zijn wij natuurlijk ook wel zo slim om dan te zeggen, dat gaan we het niet doen. Maar vooralsnog zijn de signalen heel duidelijk dat het zeker onderaan de streep geld op gaat leveren. Geld dat we wellicht dan ook in kunnen zetten voor bomen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Gaan we naar college. Wethouder, Tanis.
De heer Tanis: Heel kort, voorzitter, wat mij betreft. Als de raad mij oproept om een onderzoek te doen, dan gaan we dat doen. En dan kan de raad vervolgens een afweging maken. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan tweede termijn? Dat kan. Mag u als eerste, mijnheer Meijboom. De heer Meijboom: Precies. En dat zonder de stoel te slopen deze keer. Ik wil even reageren op de heer Van der Hoeven en trouwens ook de heer Timmermans, want ik neem aan dat u binnenkort met een motie komt om de toeristenbelasting dan maar op te heffen. Via de voorzitter dan, maar goed, dat ga ik dan wel van u horen wat dan het argument voor u is, als u zo gastvrije gemeente wilt zijn, waarom u dan wel toeristenbelasting heft? Het is onze overtuiging, en wij zijn absoluut geen uitzondering, als wij die forensenbelasting zouden gaan heffen, er wordt ook opgeroepen om daar ook een benchmark te doen. Er zijn heel veel Nederlandse gemeenten die het heffen. En dan gaat het niet om een paar tientjes opbrengst in een gemeente van onze omvang. Wij blijven dat voorstel nog steeds heel erg steunen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ik moet haast aan een anekdote denken. Ik zat op de hts. Samen moesten wij een onderzoek gaan doen naar de kosten van kopieerkaartjes. En ik had even snel uitgerekend aan de docent wat dat zou kosten.
Dat hele project moesten we een maand of drie aan werken. En dat gevoel krijg ik nu ook een beetje. We gaan heel veel geld uitgeven, misschien wel 35.000 euro, aan een onderzoek om alles uit te zoeken en dat gaan we dan de komende drie jaar in een ... Dan zijn we een heel stuk verder. Wij hebben in die zin geen argumenten. Volgens mij betalen de mensen die hier een pand hebben gewoon, hoe heet het, WOZbelasting, die betalen gewoon de rioleringsbelasting. En het feit dat ze niks bijdragen is ook gewoon niet een echt heel valide argument. Wij blijven erbij dat het onvoldoende opbrengt en voor ons idee geen echte substantiële toegevoegde waarde heeft. En als dan het argument is, ze profiteren van onze voorzieningen, dan ga je heel veel mensen over de dijk die hier fietsen, die genieten ook van onze landschap en die betalen ook niet voor die voorzieningen. Wij geloven er niet zo in. Ik wens u veel succes, maar onze steun heeft u niet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank, voorzitter. De heer Meijboom vroeg iets over toeristenbelasting, maar toeristenbelasting is natuurlijk gewoon voor mensen die vallen nergens inderdaad onder wat de heer Van der Hoeven zegt. Dan betaal je toeristenbelasting. Dat is heel normaal lijkt mij. Maar forensenbelasting is iets anders.
En ook een uitspraak van de Hoge Raad is dat als u 89 dagen hier verblijft in uw tweede huis binnen de gemeente Altena, dan hoeft u geen forensenbelasting te betalen. Het doelgroepje waar u op doelt, wordt zeer tot zeer klein. De voorzitter: Mijnheer Meijboom. De heer Meijboom: Dat hangt er maar vanaf hoe uw verordening eruit gaat zien. Want ik heb hier bijvoorbeeld voor me de verordening van de gemeente Ede. Daar staat, en ik zeg niet dat dat in onze verordening zou moeten komen te staan, maar om even te antwoorden op uw opmerking, u betaalt forensenbelasting als u meer dan 90 dagen van het jaar een gemeubileerde woning in de gemeente beschikbaar houdt voor u of uw gezin en niet in de gemeente Ede woont. En het maakt voor de belasting niet uit of en hoeveel dagen u de woning gebruikt.
De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Mijnheer Meijboom, dank u, voorzitter, dan zet u toch de deur open om te zeggen, ik heb 89 dagen een woning ter beschikking en dan betaal ik geen forensenbelasting? Het is een uitspraak van de Hoge Raad die er ligt en dat is het probleem. Daar zitten ze in meer gemeentes in Nederland mee, dat je dan uiteindelijk zoveel geld kwijt bent aan controle erop dat het niks oplevert. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Tot slot, mijnheer Roovers. De heer Roovers: Voorzitter, ik kan de ChristenUnie en VVA toch niet overtuigen van het feit dat het wellicht toch zeker de moeite waard zou zijn. Overigens hebben wij ook nooit beweerd dat forensen geen belasting zouden betalen in onze gemeente. Wij hebben echt alle argumenten gebruikt om de forensenbelasting in te voeren. Ik hoef die argumenten niet meer te herhalen. Die heb ik volgens mij twee weken geleden hier benoemd. Ik wil de portefeuille ook bedanken voor zijn reactie. En ik wil het hierbij laten. Dank je wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Ik kijk nog even. Nee? Dit was helder. Dan gaan we naar de laatste. Het amendement over de bestemmingsreserve opvang bijzondere doelgroepen. De heer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Dank u wel. We hebben twee weken geleden het er ook over gehad.