CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-07-05 Transcript raadsvergadering

Raadsvergadering 5 juli 2022, gemeente Altena46.478 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven van de ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Nou ja, in die zin snap ik ook wat mijnheer Alderliesten zegt, voorzitter, dat met die kwalificaties … Kijk, het kaartje is gewoon onjuist en daar kunnen we makkelijk over zijn. Dat heeft ook het kabinet gewoon toegegeven. En dat dat ook dom is in de communicatie geweest. Dus daar staat niks verkeerds in. Als je als boer alles hebt gedaan en er wordt nog een extra opgave gedaan, is het onrealistisch. Als er bijna geen vee meer in de Noordwaard ligt en je moet daar de helft weghalen, dan gaat dat niet de winst opleveren die die kleur op het kaartje suggereert. Dus in die zin denk ik dat los van dat we een opgave hebben de kwalificatie onjuist en onrealistisch op dit moment gewoon terecht is. Daar hoeft u denk ik niet bang voor te zijn. Dat geeft geen vrijbrief dat we niks hoeven te doen. In die zin steun ik het betoog. Voorzitter, als ik mag ook richting de wethouder nog. We zijn natuurlijk met dat programma bezig van circulaire landbouw.

In de volgorde in het proces waar we nu bezig zijn, zijn we dan op tijd? En doen we de juiste dingen op dit moment om zeg maar het antwoord wat we voor de gebiedsgerichte aanpak moeten gaan doen om dat in dat proces gelijk mee te nemen? En heeft u daar meer voor nodig? Want dan zouden wij het wel graag weten, want ik denk dat we daar dan als raad ook moeten zeggen: jongens, als we daarin vastlopen, want dat is wel een urgent probleem, dan denk ik ook dat wij bereid moeten zijn om daar dan ook in die zin daar middelen aan te koppelen, dat we dan ook die gebiedsgerichte aanpak, ja, eigenlijk in no time ook zo goed mogelijk krijgen. Want ik ken ook de verhalen, ik weet wat er allemaal gebeurt, maar kunnen we het naar de provincie en Den Haag ook onderbouwd met cijfers zodanig presenteren dat we dan ook inderdaad die kleur op dat kaartje kunnen veranderen? Want anders zijn we mekaar echt blij aan het maken met een dode mus en dat zou wel jammer zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. De heer Alderliesten. De heer Alderliesten: Ja, het gaat heel erg veel over het kaartje. We weten ook allemaal dat het kaartje inmiddels ook door het kabinet al veelvuldig is aangepast. Of nou, het zal niet door het kabinet zijn, maar door de instanties die zich daarover buigen.

Dus dat kaartje wil ik helemaal niet terugzien hier als uitgangspunt van het beleid wat uiteindelijk uitgestort wordt over Altena of wat wij over ons uitgestort zouden laten komen,

want wij zitten hier aan het roer. Wij gaan strakjes gezamenlijk met de provincie gaan we hier maatwerk leveren en dat kaartje dat doet er niet toe. Zo zit ik erin. Wat dat betreft, ik zou zeggen: nou, als we die unanimiteit kunnen bereiken door punt 1 te laten vervallen daar mis je ook niks, want volgens mij is dat kaartje doet verder niks. Dus dat lijkt me een hele makkelijke aanpassing en dan is de motie unaniem gesteund. De voorzitter: Mijnheer Bouman, u mag daar weer op reageren. Dan ga ik zo naar mevrouw Rochat. De andere twee heren staan nog … De heer Bouman (Arno): Ja. De voorzitter: ‘…’. Maar … De heer Bouman (Arno): Kijk, ik vind het een beetje een technocratische benadering eigenlijk, dat laatste stukje van de heer Alderliesten. Hij geeft zelf in zijn betoog aan: het kaartje is een vergissing. Hier gaat het mis. Dit is vertaald inderdaad, en dat zijn ook de woorden van de heer Van Gammeren, als niet realistisch en onjuist en dan gaat u daar een heel verhaal aan ophangen. U zegt: dan kan ik er niet mee instemmen. Dat vind ik … Dat matcht bij mij niet. Daar gaat het eigenlijk bij mij mis, als ik het dan maar heel eerlijk zeg. De heer Alderliesten: Een korte interruptie, voorzitter? De voorzitter: Ja. Mijnheer Van Gammeren stak als eerste zijn vinger op. U krijgt echt uw kans nog wel. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Ja. Dank u wel, voorzitter.

Dan ondersteun ik de heer Bouman van het CDA toch wel. U gaat nu op woorden kijken: waar zou ik het nou net niet mee eens kunnen zijn en wat zou ik nou net iets anders kunnen interpreteren of uit kunnen leggen? Maar ik wil u er eventjes aan herinneren: de motie is twee geleden is die al aangekondigd. De SGP heeft direct zich daarachter gesteund en gezegd: nou, wij willen meedenken. Wij gaan hem mee schrijven. Een week geleden hebben wij deze tekst hier aan gehad. We hebben allemaal ook het verzoek van de heer Bouman gezien: we streven naar unanimiteit. Is er iets wat je niet aanstaat, zeg het nu, dan kunnen we het nu aanpassen. En nu op de valreep gaat u vallen over het woordje onjuist. Ik denk dat dat zoeken is naar een argument om dan niet mee in te stemmen. De voorzitter: Ik geef u weer even de kans om na te denken. Mevrouw Rochat. Mevrouw Rochat: Ik wil een punt inbrengen niet zozeer over het kaartje. Ik weet niet of u dat wil, want de discussie is gaande over dat kaartje en over het punt van de heer van Progressief. De voorzitter: U mag nu inbrengen in het debat wat u wil, want u staat al een tijdje te wachten. Ik weet wel waar … Mevrouw Rochat: Prima. De voorzitter: De discussie met mijnheer Alderliesten over gaat, maar u mag inbrengen wat u wil. Mevrouw Rochat: Dank u wel, voorzitter.

Ik wil namens AltenaLokaal, en ik ben het verplicht aan mijn fractievoorzitter om dit in te brengen, dat wij blij zijn te constateren dat u ziet dat uw partij landelijk de

verkeerde besluiten genomen heeft en dat wij lokaal de kracht hebben om te laten zien dat wij het anders zien, doen en gaan oppakken. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dan toch. Lang na mogen denken, voorzitter, waarvoor dank. Was niet helemaal nodig. Nee, wat de heer Van Gammeren mij aanwrijft, en ik denk dat dat een beetje iets is … Ja, misschien heb ik het niet naar iedereen gestuurd, maar naar de heer Bouman, en dat zal hij strakjes in zijn bijdrage onderschrijven, heb ik binnen twee minuten na het ontvangen van het mailtje met deze tekst in grove lijnen heb ik aangegeven waar het voor mij misging. Dus die kwalificatie laat ik aan u. Waar het gaat over de opmerking over het kaartje: ja, ik vraag me dan af welk kaartje mijnheer Bouman het over heeft, want dat gaf ik net ook aan in mijn eerste reactie: er zijn inmiddels verschillende versies van het kaartje in omloop en waar we het volgens mij over hebben, is een kaartje wat als uitgangspunt … De heer …: Kan ik nog iets toevoegen? De heer Alderliesten: Nu gebruikt wordt om het doel te omkleden of hoe ze het ook willen noemen. Uiteindelijk ligt het maatwerk bij de provincie. Ik zou … Het zou mij een lief ding waard zijn, en ik hoop dat de indieners van deze motie dat begrijpen, dat wij in ieder geval niet de wetenschap willen wegzetten zoals dat hier wordt weggezet.

Hét kaartje bestaat niet. Met het verliezen van dictum 1 verliezen we volgens mij niks aan kracht in de motie en zie ik daar een mogelijkheid om het raadsbreed in te dienen en verliest het daarbij niks aan kracht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Ik stel voor dat mijnheer Van Gammeren nog een laatste keer het woord krijgt en dan mijnheer Bouman. Dan laatste keer de wethouder, want dan is volgens mij het debat wel voldoende gevoerd en kunnen we straks pas overgaan tot stemming. Mijnheer van Gammeren. De heer van Gammeren: Ja. Dank u wel, voorzitter. Als het mijn laatste termijn is, dan moet ik er heel zorgvuldig mee omgaan. De voorzitter: Ja. De heer Van Gammeren: Allereerst eventjes een correctie dan naar de heer Alderliesten: ik heb geen corrigerende tekst van u gezien. Mijnheer Bouman die zie ik ook nog niet heel hard knikken, maar wellicht zal het er zijn. Ik geef u gelijk uw punt. De andere kant is ook waar: u valt eigenlijk over twee hele kleine woordjes. Ik heb hier buiten ook een betoog gehoord van een agrariër die het echt betreft. Ik denk dat hier allemaal agrariërs zitten die het betreffen. Laten we dan als Altena gewoon sterk zijn, laten we de rug rechten, laten we dan over die twee woordjes heenstappen en laten we gewoon unaniem de motie steunen. Ik denk dat we dan recht doen aan zowel de burgers als de agrariërs van onze mooie gemeente Altena.

De voorzitter: Mijnheer Bouman tot slot. De heer Bouman (Arno): Dat laatste misschien nog één ding daarover. Ik heb inderdaad, om dat eventjes te ontkrachten, van de heer Alderliesten … Die was de eerste die reageerde, dat moet ik bevestigen, maar uw reactie was wel relatief kort: dit gaat te veel op de inhoud in en ik kan hier niet in meegaan. Dat was dusdanig kort dat ik eerst maar eens even afgewacht heb wat alle andere partijen gingen reageren en daar heb ik proberen een taart van te bakken zal ik maar zeggen. Ja, die taart die smaakt redelijk voor iedereen, maar voor

u ligt er één kersje te veel op. Ja, hopelijk kunt u hem toch doorslikken. Dan nog even kort richting AltenaLokaal: ja goed, een beetje een flauwe opmerking om heel eerlijk te zijn. Wij zijn hier gewoon een lokale partij, CDA Altena. We hebben verbinding met een provinciale en een landelijke partij, daar lopen wij ook niet voor weg, maar hier in Altena strijden wij gewoon lokaal voor alle dingen die wij lokaal belangrijk vinden en daar is de agrarische sector heel belangrijk in. Dat weet u ook en dat heeft u in ons programma kunnen zien. Ik denk dat er bij AltenaLokaal ook wel mensen zullen zijn die misschien VVD stemmen. Zou best kunnen. Daar zegt u toch ook niet hetzelfde tegen? De voorzitter: Eén interruptie, mevrouw Rochat, sta ik toe. Mevrouw Rochat: Dank u wel, voorzitter. Ik had het ook niet specifiek tegen het CDA gezegd, maar tegen dé landelijke partijen die hier aan meegewerkt hebben. Ik waardeer het zeer dat u en uw partij en de andere partijen zich inzet voor de agrariërs hier in het gebied. Dat moeten we met z’n allen doen. Dus tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot portefeuillehouder Van Vugt. De heer Van Vugt: Voorzitter, dank.

Ik denk dat het het college en de wethouder zeer zou helpen als er vanuit de raad een unaniem verhaal komt, dus ik doe ook toch wel een pleidooi op alle partijen om over wat hobbeltjes heen te stappen en toch een eenduidig signaal af te geven, want dat zou het college en mij als persoon zeker kunnen helpen in onze opdracht richting provincie en het Rijk om te laten zien dat het in Altena toch even iets anders ligt dan alle kaartjes doen vermoeden. Voorzitter, als het gaat om het realistisch verhaal: het zijn agrariërs en u weet dat de stalsystemen voor 1 januari 2024 aangepast moeten worden. Dan zou je eigenlijk de vergunning moeten indienen eind dit jaar of begin volgend jaar. Dat betekent dat je eigenlijk tussen nu en eind dit jaar een beslissing moet nemen over een enorme investering. Als het nou gaat over realisme en of je dat van de sector kan verwachten in de extra onzekerheid die de afgelopen tijd is geschapen, ja dan kun je inderdaad wel vraagtekens stellen bij het realiteitsgehalte daarvan.

Dan, voorzitter, op de vraag van de heer Van der Hoeven: moeten wij … Wat hebben wij meer nodig? Nou, ik denk dat het sowieso goed is dat wij ook met feiten onderbouwd ons verhaal voor Altena nog eens helder in een goede factsheet zetten zodat ik richting allen die dat willen horen kan aantonen dat Altena inderdaad een uniek gebied is en dat wij juist de kansen willen pakken en niet de problemen willen oplossen die mogelijk zich in andere gebieden wel voordoen. Dat gaan we doen. Tegelijkertijd denk ik dat het heel wijs is om voort te gaan op de route die ook we hebben ingezet vanuit een circulair voedselsysteem, want daar wordt gewerkt aan zeg maar de hele keten van boer tot bord. Daar wordt ook een beroep gedaan op de consument, ook de lokale consument, als het gaat om de steun voor de agrarische sector. Daar gaat het ook over samenwerken in de keten. Daar gaat het ook over de combinatie zoeken tussen akkerbouw en veeteelt, want dat is echt wat ons gebied uniek maakt. Als we het hebben over kringlooplandbouw en je zou de veeteelt in Altena van de kaart vegen, dan heb je weinig kringlooplandbouw meer te doen, voorzitter.

Dus wij moeten volgens mij allebei de sporen lopen, zowel ons in gaan zetten op het spoor wat we hier lokaal hebben ingezet en waar ik toenemend enthousiasme over proef en tegelijkertijd ons prepareren op het juiste verhaal met goed onderbouwde cijfers richting provincie en richting het Rijk, en wellicht inderdaad richting twee provincies, want we zullen Gelderland zeker niet overslaan, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Vugt. Mijnheer Bouman wil nog interrumperen op u. Dag mag. De heer Bouman (Arno): Ja. Eigenlijk naar aanleiding van dat partijen over hobbeltjes heen moeten proberen te stappen zal ik van dat ene kersje dan een half kersje proberen te maken en daarmee dan toch de heer Alderliesten verleiden. Kunnen we misschien tekstueel ervan maken … We laten het gewoon precies zoals het

staat, maar dan staat er dat binnen de gemeente Altena de gepresenteerde doelstelling voor de vermindering van de stikstofemissie behorende bij de startnotitie et cetera, et cetera. Dan is het woord het kaartje, waar u nu dan zo tegen geageerd heeft, die zijn er dan uit. Dan neem ik toch echt aan dat we u daarmee overtuigd hebben. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. We zullen het straks gaan zien, stel ik voor. Ik denk dat het punt nu voldoende besproken is. We gaan over naar agendapunt 4.2. Dat is de motie over het noodplan van AltenaLokaal. Mevrouw Rochat: Dank u, voorzitter. AltenaLokaal heeft het vaak over maatwerk in Altena en zoekt zo veel mogelijk naar oplossingen die informatie gestuurd zijn. Ik had het in de algemene beschouwingen al over kennis vergroten en echt samen doen. Nu is het beeld gecreëerd dat boeren supervervuilers zijn. Natuurlijk draagt de agrarische sector ook bij aan bijvoorbeeld de ammoniakuitstoot, maar ook de grote concerns uit de industriewereld domineren op de top van vervuiling. En dit beeld is dus niet juist. Daar komt nog eens bij dat onze boeren vooral uit familiebedrijven bestaan en de ruggengraat van plattelandseconomieën vormen. Zij hebben historisch gezien een grote rol vervult in de welvaart van ons gebied en kunnen dat in de toekomst ook blijven doen. Beste kabinet, blijf dus op deze manier van onze boeren af.

Wij zien kansen om samen met onze boeren op zoek te gaan naar een gezamenlijk pakket van maatregelen die bij kunnen dragen aan het landelijk doel. Deze oplossingen kunnen we vinden door meer te investeren in innovatie van agrarische activiteiten, maar ook in verbreding van activiteiten. Zo zou het toch prachtig zijn als we samen met boeren nieuwe toekomstkansen verkennen, waarbij wij experimenteren dat zij gegarandeerde inkomsten behouden. Denk bijvoorbeeld aan het vergroten van functies bij een boerderij, zoals het bestemmingsplan technisch mogelijk maken van meer recreatiemogelijkheden. Bijvoorbeeld een aantal recreatiewoningen kunnen bouwen, waarbij de boer met inzet van ook goede huuropbrengst kan creëren. Of compenseren van de inkomsten als boeren hun productie verminderen, omdat ze over willen stappen naar biologische landbouw of duurzame landbouw. Ook zijn er tal van voorbeelden hoe boeren begeleid worden om te ‘…’. Overigens zijn er meer knoppen waar wij aan kunnen draaien. Verbetering van de waterkwaliteit en de waterhuishouding in ons gebied is zelfs de hoogte van de grondwaterstand beïnvloedt dit. Daarom roepen wij ons college op om deze motie te omarmen en uit te gaan voeren. Wij kunnen met Altena hiermee in de actualiteit er onze eigen saus overheen gooien met behulp en in samenspraak met onze boeren.

Een aantal provincies, Gelderland, Drenthe en Overijssel lopen hier al in verschillende manieren van transities al voorop. Dat weet ik inmiddels. Daar gaan ze echter wel voor de grootschalige zonneparken op landbouwgrond. Dat zien wij niet als oplossing en daar zijn we ook fel op tegen. Maar voor de rest kunnen wij er wel van profiteren en verbeteren. Dan de motie, weliswaar laat binnengekomen, excuus, maar dat kwam door de actualiteit en het verfijnen van de informatie. Ik ben benieuwd wat u ervan vindt, want er moet voldoende steun zijn om dit uit te gaan voeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rochat. Ik kijk rond naar anderen. Mijnheer Noordergraaf van de SGP. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter. En dank ook voor het indienen van deze motie. Laat ik allereerst beginnen … Ik heb vanavond ook buiten gehoord en de afgelopen weken gehoord dat rond één veehouder dat daar tien mensen alleen werken. En ik ben één van die tien. En ik heb de afgelopen weken, maanden, jaren al heel veel frustratie, onmacht en woede, boosheid geproefd en zeker ook de afgelopen periode. En daar is vanavond ook verder invulling aan gegeven. Dat betekent niet, voorzitter, dat wij daarmee ook gelijk deze motie ondersteunen, want als we kijken naar de motie, het overwegende dat, kunnen wij een heel eind komen.

En in de inleiding - niet dat mevrouw Rochat dat ook doet namens AltenaLokaal – honderd procent

waar. Volledig in te vinden. Alleen u vraagt, u draagt het college op rondom een noodplan. En eigenlijk zien wij als fractie dan een enorme tegenstelling ten opzichte van de motie die wij net zo breed mogelijk hebben ingediend. Want daar ga je eigenlijk vanuit dat we zeggen van nou, we leggen het hoofd in de schoot, het beleid wat nu komen gaat dat nemen we dan maar voor lief, want er moet een noodplan komen, want er moet gecompenseerd gaan worden. Terwijl wij, wat onze fractie betreft, juist vol in moeten zetten voor een structureel ander beleid waar onze boeren volop perspectief krijgen in plaats van dat we deze motie accepteren en als gemeente financieel gaan compenseren. En ik kan er wel wat voorbeelden van noemen en daar heb ik ook een aantal vragen voor, voor u. Want er wordt ook gesproken over een financieel zekerheidsplan, Agrarische Innovatiefonds Altena. Het klinkt prachtig, maar wat betekent het concreet? Banken trekken hun conclusie al op basis van het dramatische kaartje waar we vanavond over gesproken hebben, waar reductie is ingetekend. Gaan we daar financieel ook op compenseren? Als het gaat over het toepassen van innovatie, wordt genoemd, gaan we financieel bijdragen aan de ‘…’ of de JOZ stikstofkraker, bijvoorbeeld.

Gaan we daarop investeren als gemeente? Doen we dat? Hoort dat ook bij dat fonds? Hoe gaan we om met bedrijven - en dat is ook nog iets wat boven de markt hangt met het dreigende verlies van derogatie wat enorme gevolgen kan gaan krijgen de komende periode. Allemaal voorbeelden die de komende periode op ons af gaan komen. En als we hier met dit noodplan hier ja tegen zeggen, waar zeggen we dan ja tegen? En beloven we op dat moment geen gouden bergen, terwijl we juist aan de andere kant zeggen van jongens, we gaan voor een structurele oplossing waarbij onze boeren volledig een andere koers krijgen en toekomstperspectief krijgen. En die is wat onze fractie betreft veel belangrijker. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, daar zit ook onze zorg. Waar houdt het op? En als je dat met elkaar doet, want wie verdienen er allemaal aan de boeren, de veevoeder, de Campina-corporaties, de banken, de supermarkten, ik weet niet adviesbureaus. Gaan die allemaal ook op een manier bijdragen aan dit fonds? Ik denk het niet. Ik ben er bang voor. Dus het biedt een opening die voor ons niet realistisch is, om dat vanuit een gemeentelijk perspectief te doen. Dat je met elkaar inzet om te kijken wat je wel kan doen, dat is prima, maar dat noodfonds dat gaat ons … Ik denk niet dat het realistisch is.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Dank je wel, voorzitter. Voorzitter, daar de andere partijen met de andere motie iets langer ook hebben nagedacht over het inbrengen van de motie, is deze heel kort ontstaan en dan krijg je dus dit soort vraagstukken van hoeveel kosten hangen daar uiteindelijk aan voor de gemeente? Want waar stel je je eigen dan garant voor? En inderdaad, dan sluit ik mijn eigen helemaal aan bij de heer Noordergraaf, het puntje: we accepteren eigenlijk al als we met deze motie akkoord gaan het kaartje. We zijn het er mee eens, dus dan gaan we daar maar een noodplan voor opzetten. Nou, mooi niet. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolff van de VVD. De heer Kolff: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, ik kan gelijk inhaken op de vorige spreker. Ik wil absoluut niet tornen aan wat er hier vanavond, wat er in dit land gesproken wordt. Laten we eerst eens uitgaan wat er komt. Ik vind de motie die AltenaLokaal ingediend heeft gewoon te vroeg. Mijn idee zou zijn: trek hem terug en kom er een keer mee terug wanneer we precies weten wat er aan de hand is en wat de boeren wel nodig hebben, maar vooral ook wat ze niet nodig hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman van het CDA.

De heer Bouman: Ja, vanuit het CDA een soortgelijk geluid. Wij waarderen de inzet die er vanuit AltenaLokaal is om te kijken wat kunnen wij lokaal betekenen, maar ik denk dat deze motie op dit moment inderdaad nog wat prematuur is. En uw fractievoorzitter praat eigenlijk altijd graag in voetbaltermen. Ik denk dat hier geprobeerd wordt een doelpunt te scoren in een buitenspelsituatie, want u staat iets te ver voor de rest van de aanvallers vooruitgeschoven. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Om de voetbaltermen dan maar door te zetten, volgens mij wordt er geprobeerd te scoren terwijl de tegenpartij nog in de kleedkamer zit. De vraag is even - en dat haakt een beetje aan op eerdere sprekers - wat halen we ons op de hals en waar houdt het op? Volgens mij - ik hoorde het net ook iemand noemen - ik had eigenlijk gezegd dat ik mijn eerste termijn net al gedaan had voor deze, dus dit is mijn tweede termijn, voorzitter. Ik zie u al knikken. Deze motie gaat veel te ver wat ons betreft en gaan we uiteraard ook niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rochat van AltenaLokaal. Gaat uw gang. Mevrouw Rochat: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het zal u niet verbazen. Ik ben zwaar teleurgesteld in mijn collega-raadsleden dat ze zo reageren op deze motie. AltenaLokaal heeft hier goed over nagedacht.

Wij vragen om een noodplan uit te werken. En er wordt hier zo vaak om een onderzoek gevraagd en dan wordt er heel vaak gereageerd: ja, een onderzoek kan toch geen kwaad? We kunnen het in kaart brengen. En dat is precies wat AltenaLokaal vraagt: breng in kaart waar de boeren tegen aanlopen. En de heer Noordergraaf van de SGP: nee, absoluut niet. Wij accepteren dit nog niet als landelijk beleid, zeker niet. Juist AltenaLokaal accepteert die niet. Maar wij gaan niet wachten op landelijk beleid, want dan zien we wat er gebeurt. We hebben door aan te geven de motie die u ook mee indient, die we zojuist besproken hebben bij het vorige agendapunt, aangegeven hiertegen te zijn. We willen een duidelijk signaal afgeven, maar we willen wel alvast vooruit denken en de boeren, de agrariërs in ons gebied, een perspectief te bieden. Landelijk wordt nu gezegd dat er 25 miljard beschikbaar gesteld wordt. Dan had ons college alvast een plan klaar hebben liggen. Laat ze met de boeren spreken. Laat ze aangeven waar ze tegenaan lopen, wat we kunnen verwachten aan problemen, welke maatregelen we aan mee kunnen denken. En al die vraagstukken die u aangeeft, mijnheer Noordergraaf, heb ik nog geen antwoord op, want we vragen het college om dat uit te werken. Ik denk dat ik tot zover helder ben, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rochat.

U krijgt nog een paar interrupties en dan gaan we zo dadelijk naar het college. Mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Ja, voorzitter, ik vind het bijzonder jammer dat nu uiteindelijk gewezen wordt naar het onderzoek, terwijl er heel concreet dingen in staan van een fonds. En als het daarover gaat en over compenseren gaat, dan zijn volgens mij die voorbeelden en de vragen die ik gesteld heb heel relevant. En dan is het toch wel de vraag van hoe denkt de fractie van AltenaLokaal daar invulling aan te geven? En als daar nu gezegd wordt: dat komt vanzelf in het onderzoek, ja goed, we gaan niet dingen onderzoeken om te onderzoeken terwijl we juist gezegd hebben van jongens, het roer moet om, we moeten gewoon een heel ander perspectief … Daar is onze druk richting Den Haag, daar is onze druk richting provincie voor noodzakelijk, daarom hebben we die motie net ingediend. Die hebben we hopelijk straks qua steun. En daar moeten we op doorzetten en niet op deze manier in deze volgorde wat ons betreft. De voorzitter: Mijnheer Timmermans.

De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ja, mevrouw Rochat, de boer wil boeren. En u heeft het allemaal over plannen, over andere invullingen, over zijn eigen grond te praten. En de boer heeft zijn grond, die doet hij al, familiair is het al jaar op jaar overgedragen en nu gaat u nu al een plan opstellen? U bent bijna hetzelfde als het kabinet bezig. U wilt al iets gaan verzinnen, terwijl er niks aan de hand is. De voorzitter: Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank u, voorzitter. Ik wil eigenlijk de portefeuillehouders opvragen om hierover te antwoorden. En daar hebben we ‘…’: Landbouw, Financiën en RO. Dat raakt allemaal deze motie. De voorzitter: Ja, er zal straks één portefeuillehouder namens het college spreken. De heer Kolff: Ja. De voorzitter: Mevrouw Rochat. Mevrouw Rochat: Dank u wel. Ik zou er nog eentje bij willen noemen, mijnheer Kolff, ik zou wethouder Gezondheid er ook bij willen hebben, want die gaat er eigenlijk overall over. Maar goed, de voorzitter geeft aan dat er één wethouder zal spreken. Ik hoorde u zeggen, de heer Timmermans, er is nog niks aan de hand. Nou, als er hier niks aan de hand was, zaten hier denk ik niet al die agrariërs op de tribune en hadden we nu niet al die boerenprotesten, dus ik ben het absoluut oneens met u dat er niks aan de hand is. Het vraagt nu wel degelijk om handelen.

De voorzitter: Mijnheer Timmermans, tot slot, en dan gaan we naar het college. De heer Timmermans: Voorzitter, u handelt voorbarig. U bent hetzelfde als het kaartje dat er uitgestuurd wordt door de landelijke partijen. Er wordt iets geroepen en u gaat al lopen ageren. Je kunt beter de eerste motie steunen en dan kijken hoe daar een reactie op komt van de provincie en van het Rijk en dan pas acteren op wat er komen gaat. Mevrouw Rochat: Dank u wel. De eerste motie zullen wij zeer zeker steunen, maar wij gaan er niet op wachten wat er uitkomt gezien onze ervaring met de landelijke partijen. En wij willen een plan klaar hebben liggen. En ik hoop met u en met u allen dat het niet nodig is, maar wij vragen wel het college alvast een noodplan uit te werken. En de heer Noordergraaf, u zegt: u vraagt wel degelijk om concrete maatregelen als u vraagt van een financieel zekerheidsplan, nou goed wat bij 1B staat. Maar 1B is een onderdeel van 1. En 1 is de opdracht een noodplan uit te werken. Dat is wat wij vragen aan het college. De voorzitter: Mijnheer Noordergraaf, echt de laatste keer, want volgens mij is alles al gezegd. De heer Noordergraaf: Voorzitter, dan wijs ik toch terug op de woorden die mevrouw Rochat gebruikt heeft. Die zegt: we kiezen alleen voor een onderzoek. U kiest niet voor een onderzoek, want u zegt net: we willen de boeren perspectief geven.

Nou, als we nu zeggen dat we de boeren perspectief geven, is het niet alleen een onderzoek, want daar suggereren we dan mee dat we al met noodmaatregelen komen met concrete invulling. En die, geeft uzelf aan, dat het alleen een onderzoek gaat. En volgens mij zie ik dan twee hele verschillende dingen van elkaar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf.

Mevrouw Rochat: Wij willen de agrariërs een perspectief geven als deze draconische maatregelen die het Rijk aangeeft, uitgevoerd gaan worden. En wij willen daar niet op wachten. Wij willen dat er een plan klaarligt. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar het college toe. Even voor de mensen op de tribune: het college spreekt altijd met één mond, dus één portefeuillehouder is voldoende. Wethouder Van Vugt. De heer Van Vugt: Voorzitter, voor alle helderheid: ik ga niet overal over, maar ik spreek wel namens het college op dit punt. U vraagt om een oordeel op deze motie, voorzitter. Hij is wel tamelijk ingewikkeld, want u vraagt of er een inventarisatie gemaakt kan worden, waarin gespecificeerd wordt welke agrariërs te maken krijgen met de huidige en toekomstige beperkingen. En dat is op dit moment gewoon onmogelijk, omdat er nog zoveel onduidelijk is. En ik wijs u er ook op dat in het najaar komt er nog een pakket over het stikstofpakket heen, namelijk over water, klimaat en natuur. En ook dat zal weer effect hebben op het hele vraagstuk. Dus op dit moment is volstrekt onduidelijk op bedrijfsniveau welke impact het heeft. We kunnen natuurlijk wel zeggen dat het op de hele sector impact heeft, maar wat het op bedrijfsniveau voor agrariërs in Altena betekent, is op dit moment volstrekt onduidelijk. En dan is het ook onmogelijk om daar een inventarisatie op te plegen.

Dus ik zou vooral willen aangeven: ik denk inderdaad dat deze motie voorbarig is, ik zou hem nog even aanhouden. En ik wil ook wel meegeven dat een deel van de zaken die u ook noemt, dat die wel verweven zitten in ons programma Circulair Voedselsysteem. Dus voor wat dat betreft komen we een heel eind in uw richting, maar wat betreft de inventarisatie wordt dat toch een hele lastige puzzel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Vugt. Mevrouw Rochat. Mevrouw Rochat: Ja, ik wilde kort interrumperen op de wethouder. De voorzitter: Dat mag. Mevrouw Rochat: Mijn vraag aan hem is: als ik u nu goed begrijp, wilt u zeggen dat in het najaar de problemen mogelijk nog groter worden? De heer Van Vugt: Nou, als er in het najaar nog een pakket overheen komt dan worden de problemen in ieder geval niet kleiner. Mevrouw Rochat: Des te meer reden om een noodplan klaar te hebben. De heer Van Vugt: Ja, maar voorzitter, dan moet je wel weten waar het over gaat. En als dat nog op dit moment volstrekt onduidelijk is, zelfs voor de agrariërs zelf, want als ik op het erf kom dan weet ook een boer in Altena niet wat hij op dit moment moet doen.

Hij weet nog niet eens of hij wel een investering wil gaan doen in zijn stal, omdat ook dat omgeven is door allerlei onzekerheid, nog even los van de financierbaarheid van het hele verhaal, dan kunt u van dit college niet vragen dat wij op bedrijfsniveau een beeld kunnen gaan brengen wat de situatie is. Dat is echt onmogelijk. De voorzitter: Tot slot, mevrouw Rochat. Mevrouw Rochat: Ja, als afsluiting denk ik, hè. De voorzitter: Ja.

Mevrouw Rochat: Ja, AltenaLokaal gaat deze motie zeer zeker wel indienen. De wethouder geeft aan om mogelijk dat het te voorbarig is. Zo zien wij het absoluut niet. En indien nodig halen we hem later nog een keer uit de kast, maar hij wordt wel ingediend vanavond. De voorzitter: Het is uw goed recht om dat te doen, mevrouw Rochat. Ik constateer gewoon even dat het debat hier voldoende over gevoerd is. En ik wil even, beste mensen, ik wil even aangeven dat wij nog een aantal moties te behandelen hebben. Ik kan me ook voorstellen dat er mensen op de publieke tribune zeggen van nou, het 4belang is heel erg groot om het nog over bedrijventerreinen te hebben, daar gaan we het over hebben, over verkeersveiligheid, over dijken. We hebben er nog vier te gaan. Daarna gaan we pas over tot stemming. Dat ga ik niet eerder doen, omdat dat dan weer andere effecten gaat hebben. Er is buiten een ijscokar. Dat is niet voor de raadsleden. Je moet ze in het gareel houden. Straks, u moet eerst nog het werk blijven doen. Als mensen zeggen van nou, ik wil wel de stemming bijwonen, dan wordt u echt weer op tijd naar binnen gehaald. Maar u kunt dus buiten rustig een ijsje gaan eten. Als u zegt van nou, ik vind het ook wel interessant om te weten hoe het over de verkeersveiligheid op de dijken gaat, dan blijf ik even zitten. Maar dat is aan u. We zullen u op tijd weer binnen roepen.

Ik denk dat goed is … Laat de deuren maar een klein beetje open, Thomas, want het CO2-gehalte hier zal ongetwijfeld de kritische normen hebben overschreden. Scherm omhoog en misschien nog een deur open, dat helpt. Dat helpt ons door het laatste uur heen, beste mensen, verwacht ik ongeveer. Programma 3 Veelzijdig Altena De voorzitter: Met uw deelnemen ga ik terug naar programma drie. Dan ga ik het over bedrijventerreinen hebben. En dan heeft de heer Kolff namens de VVD het woord over de motie die hij wil indienen. De heer Kolff: Dank u wel, voorzitter. Gezien de tijdsdruk zal ik het heel erg kort houden. De fractie voor de … Pim Bouman heeft het in zijn betoog al gezegd waar het op vastzit. We hebben niet alleen Werkendam en Giessen, we hebben nog meer bedrijventerreinen en we willen eigenlijk in kaart brengen, het beroemde kaartje, zo wil ik het niet noemen, maar toch wel in kaart brengen welke andere bedrijventerreinen waar ondernemers uit onze gemeente wonen die ook uit willen breiden en ook in de eigen locatie of in de eigen gebied willen blijven bestaan met een bedrijventerrein waar mogelijk ruimte voor gemaakt kan worden. En de rest staat op papier. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Ik kijk even rond of er behoefte is vanuit andere fracties te reageren. Ik zie de heer Versluis naar voren lopen. De heer Versluis van de SGP.

De heer Versluis: Ja, voorzitter, de SGP roert hier natuurlijk een heel belangrijk onderwerp aan. Wat dat betreft zijn we het volgens mij heel vaak met elkaar eens als het gaat om bedrijventerreinen. We hebben alleen als SGP een beetje twijfels of dit nu op dit moment het allerbelangrijkste is waar we ons bezig mee moeten houden als het gaat om bedrijventerreinen. U vraagt heel specifiek een visie op ontwikkel- en bedrijventerreinen bij zes dorpen. Goed, in het verleden hebben we dit natuurlijk ook gepoogd om te doen, maar volgens mij is de reden dat we dat in het verleden niet meer konden doen, is omdat de provincie zegt: u mag alleen nog maar regionaal en sub-regionaal. Dus het zou wel mooi zijn als het kon, maar volgens mij is in het verleden er toch wel een beetje een andere beweging in gemaakt. Maar los daarvan, we krijgen straks natuurlijk de nieuwe Omgevingswet met de omgevingsplannen en iets kleinschaliger uitbreiding, laat ik zeggen altijd, denk ik, eventueel inpasbaar. Kijk, wat wij nog wel willen benadrukken en dat is ook het punt dat wij twee weken geleden hebben ingebracht: de SGP maakt zich grote zorgen als het gaat om op dit moment de voorraad bedrijventerreinen die er is. Eigenlijk is er maar één zoekgebied op dit moment overgebleven, dat is

Werkendam-Noord. We zijn trouwens nog wel benieuwd: zijn er inmiddels vorderingen? Want volgens mij worden we vier keer per jaar geïnformeerd en het is bijna vakantie en volgens mij zijn we weer aan een update toe. Maar de SGP vindt het wel heel erg mager dat we zo zwaar inzetten op één variant, WerkendamNoord, terwijl we nog niet weten dat dat gaat lukken. Dus wij willen nog wel benadrukken dat met name die zoektocht voor de grootte dat dat voortvarend aangepakt wordt en wellicht met meerdere varianten ook wordt bekeken. Maar nogmaals, voor aanvang bij de zes dorpen, ja, we vragen ons af of dat dat wel realistisch is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Nieuwenhuizen namens de ChristenUnie. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij vinden het wel belangrijk dat er een visie voor de toekomst komt, breder dan alleen Werkendam en Giessen. En dat daar onderzoek naar komt. Maar gelet ook de discussie die we net gevoerd hebben, is het wel van belang dat we daar duurzaamheid bovenaan zetten, want we hebben ook als bedrijventerreinen een opgave in te vullen als het gaat om stikstof en CO2. Dus als er een visie komt, dan moet dat de boventoon gaan voeren, denken wij.

En dan de visie, die moet niet alleen uitbreiding zijn, maar die gaat ook over de bestaande bedrijventerreinen, want ook daar is volgens ons verduurzaming en een betere benutting van wat er is, is haalbaar en is ook noodzakelijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Ja, dank u, voorzitter. En dank de heer Kolff voor het inbrengen van de motie. Wat ons betreft, het appelleert aan een gevoel wat er bestaat, lokale ondernemers, staat hier ook, die hebben behoefte om te kunnen uitbreiden en het liefst op de huidige locatie. Dat we alleen inzetten op de grote regionale bedrijventerreinen, dat lijkt ons niet juist. Dat moet inderdaad ook lokaal gebeuren. En juist daar en daar haal ik de woorden van de heer Versluis maar aan – hebben we strakjes in onze omgevingsvisie natuurlijk een prachtig middel, om dat veel sneller voor mekaar te krijgen dan dat we nu eerst een visie gaan opstellen, vervolgens met de provincie in conclaaf moeten gaan over allerlei locaties en afwegingen, enzovoort.

Ik zou zeggen: laten we onze krachten bundelen en strakjes bij de omgevingsvisie daar zoeken naar bedrijfsruimte, uitbreiding beide kernen, zodat lokale ondernemers inderdaad een plek krijgen en we de grote regionale bedrijfsterreinen maximaal in kunnen zetten voor bedrijven die uit hun jasje gegroeid zijn en dan vervolgens zich kunnen verplaatsen naar zo’n regionaal terrein. Dus geen steun voor de motie, maar ik sympathiseer met wat de heer Kolff probeert te bereiken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bakker van AltenaLokaal. De heer Bakker: Ja, voorzitter, dank u wel. Wat de heer Versluis onder andere ook natuurlijk al aangaf, we hebben meerdere keren al gesproken over de hoeveelheid meters beschikbare bedrijfsterreinen, dat die onvoldoende is. En daar hebben we als AltenaLokaal zeker ook zorgen om. Aan de andere kant, we hebben ook met elkaar een visie Werken in Altena vastgesteld en volgens mij wordt daar ook gesproken nadrukkelijk over van dat er verschillende soorten en verschillende typen bedrijventerreinen moeten zijn. Daarmee is volgens mij de visie die hierom gevraagd wordt, al mee ingevuld, dus ook wij zullen deze motie niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond, mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ik zal kort erop reageren.

Ik vind … Ik heb de vorige vergadering ook al zoiets gezegd over die kleine bedrijventerreinen, dus hiermee wordt er eigenlijk ook invulling gegeven aan de oproep die ik toen gedaan heb. Dus wij kunnen eigenlijk de motie steunen.

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij hebben een aantal partijen het niet goed begrepen. Wij vragen om een onderzoek wat er nodig is in de toekomst. En mijnheer Versluis, we kunnen over WerkendamNoord gaan praten, we kunnen over andere zaken gaan praten, wij bevragen: wat is er nodig? Als je niet weet wat er nodig is, kun je niks ontwikkelen. En dan kun je ook niet naar de provincie gaan. En dan kunnen wij hier heel wijs met elkaar gaan zitten praten en denken van dat zal wel niet nodig zijn, die ondernemers hebben nog plaats genoeg. Wij vragen om onderzoek wat er voor ruimte nodig is en niet wat er gereduceerd gaat worden, want als je het niet in kaart brengt, kun je het ook niet realiseren. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten, een interruptie. De heer Alderliesten: Ja, dat is precies wat er moet gebeuren. En dat stadium, daar komen we strakjes in bij het realiseren van onze omgevingsvisie. Dus als wij lokaal inderdaad gaan ophalen wat daar nodig is zowel als woningbouwbehoefte, maar ook qua behoefte voor bedrijventerreinuitbreiding en ook qua behoefte voor mobiliteitswensen, dat valt straks allemaal samen in die omgevingsvisie. En dat lijkt me een uitstekend middel om daar de wens voor lokale bedrijvigheid in te vangen. De voorzitter: Mijnheer Bakker van AltenaLokaal.

De heer Bakker: Ja, voorzitter, volgens mij, wat ik al net aangaf, volgens mij staat in de visie Werken in Altena het een en ander al opgenomen, dus ook daarvoor is naar de toekomst als goed is al gekeken naar wat voor een behoefte er is aan een hoeveelheid bedrijventerreinen en waar we die moeten gaan maken. Dus naar de toekomst kijken doen we volgens mij al met de visie Werken in Altena. En nou zou ik, ja, ik zou bijna een flauwe opmerking willen maken over, laat ik het niet doen, over stikstof, maar laat ik heb toch maar maken: volgens mij wilden wij namelijk toen net ook al aangeven van kijk verder vooruit alvast, maar goed die motie werd in ieder geval niet gesteund. De voorzitter: Mijnheer Kolff tot slot en dan gaan we naar het college. De heer Kolff: Ik zou geen flauwe opmerking maken over stikstof, want die zaak is veel te serieus. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Collegewethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank u wel, voorzitter. De heer Bakker refereert natuurlijk al aan de visie rond werken in Altena. Het is inderdaad niet mijn bedoeling om dat werk overnieuw te gaan doen. Dat is één. Ik zie de motie maar kort samengevat, voorzitter, als ondersteuning van de route die deze portefeuillehouder en dus het college al loopt. We hebben daarover gesproken een paar weken geleden.

Ik heb u ook aangegeven dat ik negatief, ja, positief-negatief verrast ben over de ongelooflijke hoeveelheid vragen die er liggen in het oosten van Altena rond de invulling van Giessen. Dat de vraag vele malen meer is dan het aanbod, dus dat we dan met elkaar wat moeten op korte termijn, dat is helder. Ik loop nu samen met de ambtelijke organisatie en het ROB om op zo kort mogelijke termijn wat mij betreft de behoeftebepaling helder te hebben en dan moeten we vervolgens kijken of dat kan landen in de kernen die genoemd zijn door de VVD of dat we nog voor een andere optie moeten gaan, voorzitter. En daar kom ik graag op terug. De voorzitter: Dank u wel. Ik begrijp in ieder geval dat u de motie niet ontraadt.

De heer Tanis: Klopt. De voorzitter: Een dubbele ontkenning, hè. Ik kijk even rond. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Voldoende over gezegd? Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja, voorzitter, ik had toch een soort indirecte opmerking of vraag gesteld voor de voortschrijding van de overige bedrijventerreinen. Misschien gelet op het tijdstip van de avond of de vergeetachtigheid van de wethouder dat hij hem wat laat schieten als het gaat om Werkendam-Noord, maar misschien kan hij toch wat aanvullen. Nee, maar echt serieus, kijk, als we aan een dood paard zitten te trekken in Werkendam-Noord, dan moeten we zo snel mogelijk gaan zoeken naar nieuwe zoekgebieden. De voorzitter: De portefeuillehouder nog. De heer Tanis: Het is wat mij betreft en-en, voorzitter. Er ligt ten eerste een schets voor de invulling van dat gebied, zowel voor een ontsluitingsweg als voor een aantal vlekken voor bedrijventerreinen als voor woningbouw. En ik zou daar graag via het presidium in alle beslotenheid graag een keer met de raad over van gedachten wisselen, voorzitter, de komende maanden. De voorzitter: Dank u wel. Zullen we kijken of het presidium u uitnodigt, of niet? Zo werkt dat, hè. Ja, ja, ja. Goed. Daarmee is voldoende dit onderwerp besproken. Programma 5 Bereikbaar Altena De voorzitter: Gaan we verder met programma vijf, de verkeerssituatie Perzikstraat in Wijk en Aalburg.

De heer Van Gammeren van de SGP. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Als ik goed heb meegekeken met uw agenda dan zijn we aangekomen bij kopje vijf, dat is bereikbaarheid Altena. De voorzitter: Ja. De heer Van Gammeren: Gezien de ontwikkelingen van de laatste tijd komt bereikbaarheid in een wat ander daglicht te staan, maar gelukkig of gelukkig, misschien wel niet gelukkig, hebben we ook onze verkeerssituaties die vragen om onze aandacht en één daarvan is de Perzikstraat. We hebben met twee weken geleden ook al aangekondigd - ik kreeg heel veel bijval vanuit de partijen en dat ziet u ook met de medeindieners die onderaan de motie staan - de SGP wilt graag een integraal onderzoek rondom de Perzikstraat. Met integraal bedoelen we vooral alle verkeersstromen bekijken, beoordelen. Dus dat is op de Perzikstraat, maar dat zijn ook de scholieren die oversteken, die over parkeerplaatsen heen moeten wandelen, de op- en afritten van alle voorzieningen, bedrijven, woningen zelfs, dat plaatje gewoon compleet en in zijn totaliteit bekijken, beoordelen, onderzoek doen. Wat ons betreft hoeft het c-woord hier niet aan te pas te komen en kunnen we het gewoon uitbesteden bij een bureau. Wij willen heel graag in Q1 ’20-’23 een uitgewerkt onderzoek en het liefst natuurlijk ook een voorstel wat het college wil gaan doen om de veiligheid te verbeteren op de Perzikstraat.

Met deze woorden wilde ik mijn motie aandienen. Ik denk dat er eigenlijk geen reden is om een heel uitgebreid debat te voeren, want we hebben mede-indieners: de heer Alderliesten, de heer Kolff, de heer Van Breukel, de heer Bakker, de heer Timmermans en ik kan mijn eigen niet voorstellen dat de ChristenUnie tegen is. Dank u wel.

De voorzitter: Nou, dat gaan we even beluisteren hoe de ChristenUnie erover denkt. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u, voorzitter. Om met dat laatste te beginnen: wij zijn niet zozeer tegen deze motie, maar we waren wel een beetje verbaasd, omdat we een aantal weken geleden de vraag hebben gesteld over de verkeersveiligheid naar aanleiding van het bestemmingsplan op diezelfde locatie. En dat toen de portefeuillehouder, die daar het woord gevoerd heeft, heeft gezegd: dat is onderzocht en er is geen veiligheidsprobleem voor de fietsers daar in die omgeving. Dus dat heeft met name ons wel verrast, maar verder vinden wij het prima als de situatie nog nader bekeken wordt. Alleen volgens ons zijn er al de nodige onderzoeken, dus als er onderzoeken liggen, gebruik die dan ook zo goed mogelijk om geen geld weg te gooien. En met name de reactie van een aantal weken geleden en ik citeer: ga maar eens staan. Die reactie is niet door u gegeven, maar die is door de portefeuillehouder gegeven. En die heeft gezegd dat het veilig was, dus dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Van Gammeren wilt toch reageren. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb de spreektijd van alle andere partijen bij elkaar, dus ik mag nog heel even, volgens mij.

Maar goed, juist die onderzoeken, er is al heel veel lapwerk gedaan en dat weet u als geen ander, mijnheer Nieuwenhuizen, in het verleden in de oude gemeente Aalburg. Laten nou al die resultaten … Want dan zetten we ook de portefeuillehouder weer op een verkeerde been. Die denkt dat het veilig is, terwijl het niet veilig is. Dat weten we allemaal. Laten we gewoon een nieuw onderzoek doen en op basis van die resultaten een mooi verbeterplan indienen. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen, tot slot. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Van Gammeren alleen maar herhalen wat ik gezegd heb, maar ik had een vraag aan de portefeuillehouder van toen. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we naar de portefeuillehouder. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, voorzitter, ik begrijp het signaal wat de raad afgeeft. Anderszins vind ik het wel ingewikkeld, zeg ik eerlijk, en dat is ook een beetje een opmerking in uw richting, mijnheer Nieuwenhuizen. Er is in maart van dit jaar zijn er een aantal aanpassingen gedaan. Ze zijn koud verwerkt en het signaal komt van het is onveilig. Dat moeten we natuurlijk wel even kunnen toetsen en als dat zo is moeten we zeker iets anders doen. Dat signaal is helder, voorzitter, wat de raad mij als wens meegeeft. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis.

Dan gaan we wat mij betreft naar agendapunt 5.2, de verkeersveiligheid op dijken. De heer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Ik wou bijna nog reageren op de vorige … De voorzitter: Nee, niet doen, die ballen gewoon in het doel. De heer Alderliesten: Dat is niet nodig. Ja, verkeersveiligheid op de dijken. Ons bereiken al jaren eigenlijk vragen over of dat daar de met name kwetsbare verkeersdeelnemers niet wat meer in bescherming genomen moeten worden, omdat er over die smalle dijken … En daarbij komt nog een bijkomend probleem dat de dijken vaak niet eens ons eigendom zijn. We gaan wel over de weg, maar niet over het lichaam, dus het verbreden daarvan wordt altijd al heel erg lastig. Maar dat we juist voor de kwetsbare verkeersstromen die

daarop zitten of we daar iets voor kunnen doen. En nu weten we dat er aan de Maasdijkzijde in ieder geval groot onderhoud gepleegd gaat worden, waardoor er ook een uitvraag gedaan is naar hoe kunnen we daar die veiligheid verbeteren. Dat zouden we graag doortrekken om eigenlijk langs de gehele dijktracés te kijken naar hoe we gevaarzettingen kunnen voorkomen, kunnen wegnemen waar ze nu al zijn. En daar roept eigenlijk deze motie toe op. Laten we dat onderzoeken om vervolgens te verwerken de maatregelen die we kunnen nemen op die plaatsen. En de reden dat we specifiek de dijken genoemd hebben, dat heeft te maken, dat zei ik al, met de beperkte ruimte die daarop is en de beperkte mogelijkheden die er bij de gemeente ook liggen om die ruimte te vergroten. Dus je moet daar echt maatwerk bieden. En bij de buitenwijken is dat op een hele ingenieuze manier gedaan, ook een hele dure wijze overigens. Nu met groot onderhoud voor de Maasdijken zou dat eventueel op een andere manier of in ieder geval ook kunnen. De voorzitter: Dank u wel. De motie is mede ingediend door de ChristenUnie, mijnheer Nieuwenhuizen, de heer Versluis van de SGP en de heer Van Breugel van het CDA. De heer Nieuwenhuizen staat ook achter de microfoon. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. U kapte het vorige onderwerp heel snel af.

Ik heb op mijn vraag nog geen antwoord, maar dat kan ook nog een keer later. Van de portefeuillehouder bij het bestemmingsplan heb ik geen reactie gehad, dus … Maar voor deze motie, die dienen wij graag mee in, met name ook om te onderstrepen de recreatieve functie die de dijklinten hebben in onze gemeente en die met name ook gebruikt worden door heel veel fietsers en wandelaars. En ja, dat vinden wij belangrijk dat die daar op een wat rustigere wijze gebruik van kunnen gaan maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Verbaarschot van de VVA. De heer Verbaarschot: Weer dat kaartje. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De motie lijkt mij redelijk overbodig, daar nu een onderzoek loopt rondom de bewoners van de Maasdijk die allemaal mooi hun antwoorden gaan geven. En ik mag aannemen en daar zal de wethouder een antwoord op gaan geven, dat daar professioneel mee om wordt gegaan en dat er op die manier ook, wat de inwoners daarvan vinden, dat daarmee iets nuttigs mee wordt gedaan. Dus dat inderdaad die dijken dan veilig geworden op een manier zodat de inwoners daar ook mee akkoord kunnen gaan. Mocht dat niet zo zijn, dat ik daar een negatief antwoord van de wethouder dadelijk op krijg, dan maakt die motie wat mij betreft wel weer een kans. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Mijnheer Kolff van de VVD. De heer Kolff: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ik zal kort zijn. Volgens mij zit het in die mobiliteitsvisie. Die hebben we hier goedgekeurd. Daar zitten de dijken ook onder. Dus volgens mij kunnen we het nu niet veranderen met deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Ja, een korte reactie. De dijken zitten daar volgens mij niet specifiek in. En in reactie op de heer Verbaarschot: terecht. U geeft aan: er worden onderzoeken gedaan, er wordt in ieder geval gepeild bij de bevolking van joh, geef aan alsjeblieft, want we gaan aan de slag met het groot onderhoud. Maar dat is maar voor een beperkt deel van de Hoge Maasdijk nu het geval. En wat je ziet, de problematiek zet zich eigenlijk over de gehele, noem het even de Zuidzijde of de Maaszijde van onze gemeente, strekt de problematiek zich uit. Dus vandaar ook het onderzoek van nou, waar vinden nou die conflictpunten tussen

gemotoriseerd en kwetsbaar plaats. Als we die in beeld hebben, dan kunnen we daar wellicht gepast een antwoord op dichten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kolff met interruptie. De heer Kolff: Ja, dank u, voorzitter. De antwoorden van de heer Alderliesten: waarschijnlijk niet. Alle wegen zitten onder de mobiliteitsvisie, dus inclusief dijken. De voorzitter: En mijnheer Verbaarschot. De heer Verbaarschot: Ja, ik hoor graag zo meteen de wethouder erover om dit discussiepunt op te helderen. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dat gaat gebeuren. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, het zijn twee dingen, voorzitter. Allereerst even in de richting van de indieners. Ja, misschien moet ik maar gewoon zeggen dat de motie overbodig is. In die zin, wij zijn bezig met het opstellen van een zogenaamd strategisch verkeersveiligheidsplan. Dat kent u ongetwijfeld ook vanuit uw professie vanuit de andere gemeente. En dat betekent dat wij bijna klaar zijn met het in kaart brengen van het totale wegennetwerk als het gaat over compleet Altena dus in het kader van de verkeersveiligheid. En dat betekent dat op alle wegen alle verkeersveiligheidsaspecten door middel van een nulmeting in kaart worden gebracht. En dat rapport dat is in de tweede helft van dit jaar klaar, dus daar kan ik inderdaad uiterlijk begin volgend jaar in uw richting mee terugkomen.

Dat brengt in ieder geval de huidige situatie in kaart. In de richting van de heer Verbaarschot: het klopt inderdaad dat we bezig zijn nu met een deel van de dijk waar u aan refereert. En wij lopen nu een traject met de omwonenden om de omwonenden erbij te betrekken, suggesties en ideeën en wensen op te halen, inderdaad onder leiding van een externe. En dan vervolgens te kijken wat voor mogelijkheden zijn er en hoe kunnen we dan met elkaar een goede inrichting realiseren. Maar het rapport waar ik net aan duid is inderdaad het gewoon in kaart brengen van de verkeersveiligheid. En dat is, nogmaals, nagenoeg klaar. De voorzitter: Mijnheer Verbaarschot bij interruptie. De heer Verbaarschot: Een interrumperende vraag eigenlijk. Ik neem aan dat de bewoners ook gewoon op een goede manier de resultaten kunnen volgen van die enquête die er is gedaan? De heer Tanis: Ja, die enquête loopt op dit moment nog. De heer Verbaarschot: Ja, precies. De heer Tanis: Er is de gelegenheid om via de website allerlei ideeën en suggesties in te leveren en als dat geïnventariseerd is, dan gaan we daadwerkelijk één of meerdere sessies met de direct betrokkenen om dus de ideeën uit te werken met elkaar en zo mogelijk tot overeenstemming te komen. Dat is wel de bedoeling. Dat staat ook aangegeven op de website overigens, het hele proces. De voorzitter: Dank u wel, de heer Verbaarschot.

Mijnheer Nieuwenhuizen.

De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is verheugend om te horen dat alle wegen van de gemeente in kaart zijn gebracht en dat daarom een motie overbodig is. Maar dan neem ik aan dat de vorige motie ook overbodig is. Dank u wel. De voorzitter: Dat is een stelling, geen vraag. Wilt u erop reageren? Nee hè, dacht ik al. Mijnheer Alderliesten. Mijnheer Alderliesten, tot slot. De heer Alderliesten: Ja, inderdaad tot slot, voorzitter, want dank aan de wethouder. Ik had het niet op mijn netvlies, maar ik hoor dat het onderzoek waar ik naar vroeg wat specifiek gericht was op de dijken, nou, ik krijg meer dan waar ik naar vroeg. Ik krijg het voor het gehele grondgebied, dus waarvoor uitstekend dank. Inderdaad, mooi. Nou ja, laten we het in ieder geval, we blijven het volgen. Juist die dijken, dat het daar een hele lastige situatie is, dat zult u ook onderschrijven. Maar wat mij betreft hoeft de motie verder niet in stemming gebracht te worden, dus trekken we hem terug. De voorzitter: Mooi, dan strepen we die door. Dan gaan we naar de laatste motie, mijnheer Versluis, over het beschikbaar stellen van rolstoelen op begraafplaatsen. De heer Versluis: Ja, voorzitter, dank u wel.

Twee weken geleden hebben wij dit punt naar voren gebracht en toen ging het natuurlijk over de toegankelijkheid van de begraafplaatsen door middel van een aantal begraafplaatsen die door dikke grindpakketten slecht begaanbaar waren. En misschien moet ik ook een beetje iets opbiechten, dat ik daardoor voor verwarring heb gezorgd, want wij hadden eigenlijk destijds twee voorstellen. We wilden een snelle aanpak op korte termijn om die grindpaden in ieder geval tot een vlak veld te maken. En daarnaast hadden wij een voorstel van het beschikbaar stellen van rolstoelen. En ook vanaf deze plaats wil ik in ieder geval de portefeuillehouder bedanken, want ik geloof dat ik twee dagen na zijn toezegging twee weken geleden al telefonisch en app-contact had waar hij al volop bezig was met het grootste knelpunt. Dus daarvoor dank. Dus dat punt dat is of dat wordt opgelost. Maar wat dan overbleef was ons andere punt: het beschikbaar stellen van rolstoelen op de begraafplaatsen. En nogmaals, ik heb voor die verwarring gezorgd en daarom heb ik vanmorgen ook de griffie gevraagd: pas de titel van deze motie aan van toegankelijkheid begraafplaats in het beschikbaar stellen van rolstoelen, want er kwam een volledige miscommunicatie op gang. De motie wordt inmiddels mee ingediend door het CDA.

Ik ga er ook vanuit dat deze motie ook sowieso een royale meerderheid gaat halen, want wat bedoelen we hier eigenlijk mee? Volgens mij bedoelen we hier iets mee wat ik eigenlijk in alle verkiezingsprogramma’s ook tegenkom, dat wij een service- en dienstverlenende gemeente willen zijn, dat we onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid laat ik zeggen toch wel vooraan willen zetten, dat we een inclusieve gemeente moeten zijn. Dus uit dit oogpunt stellen wij dit voor. En waarom kiezen wij er dan voor om een stichting Handicare te noemen? Het is misschien niet echt gebruikelijk dat we zo specifiek de opdracht geven aan het college, maar het is een stichting zonder winstoogmerk, werkt alleen met vrijwilligers. We hebben er nul komma nul werk aan. Het is met één telefoontje geregeld, dus ik zou gewoon niet op zoek gaan naar een andere, ook gelet op het c-woord wat twee weken geleden al een paar keer is uitgesproken. Dit kost geen capaciteit. Maar nogmaals, vanuit een dienstverlenende, service verlenende organisatie maatschappelijk verantwoord bezig zijn, hebben we denk ik een hele waardevolle toevoeging op de begraafplaatsen voor een relatief eenvoudig of laag bedrag. En ik hoop gewoon van harte dat dat steun krijgt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman: Ja, dank je wel.

Ja, wat wij een beetje afvragen is … Kijk, er is op zich niks mis met dat er rolstoelen bij een begraafplaats staan, dat kan inderdaad best handig zijn. Maar ik denk dat rolstoelen op heel

veel plekken handig kunnen zijn. En er wordt nu specifiek gekozen om ze neer te zetten bij begraafplaatsen, terwijl wij heel veel openbare voorzieningen hebben waar ze ook van toegevoegde waarde kunnen zijn. In de openbare ruimte, in parken, in openbare gebouwen, bij andere voorzieningen, dus er zijn heel veel plekken waar ze van toegevoegde waarde zijn. U sprak nou specifiek begraafplaatsen eruit en dat is een beetje vreemd. En wat ik me dan ook afvraag, maar dat kan misschien mijn gebrek zijn van kennis van de doelgroepen, maar als je nou mindervalide bent en je gaat ergens naartoe, dus je verplaatst je wel op een of andere manier, waarschijnlijk in een auto dan, heb je dan zelf niet een rolstoel bij? Want hoe doe je dat anders? Als je niet toevallig op die begraafplaats komt met een rolstoel, dan kom je wel ergens anders. En dat moet op de een of andere manier ook geregeld worden, dus waarschijnlijk heb je gewoon een rolstoel bij, toch? Dus ik vraag me af wat het nou in concrete bijgedragen aan de doelgroep. Ik denk dat er maar een heel beperkt select groepje mensen echt gebruik van gaat maken of er echt gebruik van zou moeten maken, denk ik. De voorzitter: Ik maak eerst het rondje, mijnheer Versluis, dan kunt u alle antwoorden in één keer geven. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Nou, ja doet hij het? Zo, geweldig, ik sta er al.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11702939/1