2022-07-05 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
Ja, waarom zou je dan op dit moment in juli al die beslissing nemen om nu al een toezegging te doen: dat moet de indexering worden? Ik dacht: nou, geef het college dan de ruimte om de komende maanden dat puntje b in te vullen en dan bij de begrotingsbehandeling ook met een gedragen voorstel te komen: hoe ga je dit voor de toekomst invullen? Dus zonder nu even uit de losse pols te kiezen voor vijf. Dat zou dan onze voorkeur zijn. De voorzitter: Ja. Nog één keer de heer Bouman. De heer Bouman (Pim): Ja. Daar worden we … De voorzitter: Ik probeer naar mijnheer Bakker te komen, hoor. De heer Bouman (Pim): Ja, heel kort. Maar daar worden we een beetje toe bewogen ook vanuit het college die ook gewoon al een bedrag kiest om mee te rekenen. We willen ook niet vastgepind zijn op die twee. Dus wij worden ook gewoon bewogen om dan een ander bedrag te noemen om maar geld vrij te maken zeg maar. Daar komt dan vandaan, de heer Versluis.
De voorzitter: Ik ga naar mijnheer Bakker. Mijnheer Bakker van AltenaLokaal. De heer Bakker: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ja, zoals bekend is voor de AltenaLokaal zijn de verenigingen dragen wij een heel warm hart toe, omdat ze hele belangrijke ontmoetingsplekken zijn voor sociale contacten van onze inwoners. Dat maakt de ingediende motie ook sympathiek. Dan komt er altijd een maar, hè, zoals we dat ongeveer altijd wel weten met elkaar, want we hebben inderdaad al een beetje zoals de heer Versluis ook aangeeft een aantal bedenkingen. Ten eerste vragen we ons af of het een generieke verhoging moet zijn, of dat inderdaad wel de beste oplossing is, maar belangrijk eigenlijk nog: we hebben nog wat onduidelijkheid volgens mij over het inflatiepercentage voor 2023. Misschien zit daar ook nog wel wat. In het debatje wat net plaatsvond, kwamen we al redelijk dicht bij mekaar volgens mij. Is het misschien dan ook niet beter om op dit moment de motie aan te houden tot we de septembercirculaire meer bekend geeft over wat we gaan doen of wat er gaat komen, wat er aan zit te komen en dat we dan bij de begrotingsbehandeling eens kijken wat het college met het inflatiepercentage doet en dat we dan deze motie als het dan nog steeds nodig is van stal halen. Dus ik vraag graag daarop de reactie in ieder geval van het college. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u wel.
Ik ga naar mijnheer Verdoorn. De heer Verdoorn: Ja. Dank u, voorzitter. Ik was ook even wel benieuwd al naar het antwoord. Ja, wij kunnen ons ook wel een beetje vinden in de woorden van de SGP en AltenaLokaal. Ja, misschien moeten we er ook wel een bedrag op vastbinden, dat we zeggen: nou, we reserveren daar een ton voor, zoals de wethouder heeft gezegd. Misschien is die suggestie nog als aanvullend in de motie wel een goede om mee te nemen. De voorzitter: Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (Pim): Ik vrees dat dat niet de lijn is waarvan de heer Bakker, die zegt: noem nou nog geen bedrag, denk ik. Maar als je een bedrag zou noemen die verbonden zou zijn met deze motie dan is het anderhalve ton, want één procent is een halve ton. Dus dat is ongeveer het bedrag waar u naar zou moeten zoeken in uw hoofd. Ja, ik denk dat iedereen wel een klein beetje hetzelfde vindt. Volgens mij vindt iedereen die twee onredelijk en ik denk die drie ook wel, maar iedereen zoekt naar gewoon een middel: we willen ze wel meer bieden dan nu, maar we willen ons niet vastpinnen op een bedrag, omdat we nog niet weten hoe de toekomst eruitziet. Dat is een beetje wat ik voel. Dus misschien, college Van der Hoeven, dat we nog even wat meer overlegwerk hebben strakjes. De voorzitter: We gaan eens kijken in ieder geval hoe mijnheer Timmermans een bijdrage gaat leveren aan dit debat.
Mijnheer Timmermans, gaat uw gang. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, ik zou mijnheer Bouman en mijnheer Van der Hoeven van de ChristenUnie willen voorstellen om inderdaad alleen puntje 2 te handhaven en puntje 1 te laten vervallen. Dan kunnen wij ook hierin meegaan. De voorzitter: Mevrouw Verbeek van Progressief Altena. En dan gaan we daarna eens naar het college luisteren. Mevrouw Verbeek-Vos: Ja. Dank je wel, voorzitter. Ja, wij vinden dat onze subsidiepartners een groot maatschappelijk belang hebben en ja, we vragen tenslotte ook steeds meer van hun, dus wij vinden de motie inderdaad ook wel heel sympathiek, maar we zitten ook een beetje in dezelfde lijn als wat de heer Bakker aangaf, dus daar willen we graag nog even antwoord op afwachten.
De voorzitter: Oké. Dank u wel. Heren, zullen we even naar het college luisteren? Ja? De heer Van der Hoeven: Voorzitter, ik wil graag wel één opmerking maken als dat mag. De voorzitter: Zeker. De heer Van der Hoeven: We zijn met de kadernota bezig, hè. We hakken het college het hoofd niet af. Wij moeten hier kaders stellen en we geven een opdracht mee: kijk er nou naar, onderzoek dat naar. Neem het op in de begroting. Wij denken dat vijf procent, die anderhalve ton extra, nodig is om eerlijk naar die sportclubs en naar die subsidievragers te gaan. Wees nou niet zo bang. De voorzitter: Dank u. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, vooropgesteld: we hebben natuurlijk de vorige keer al met elkaar erover gesproken dat de huidige subsidieverordening niet helder aangeeft hoe we met de indexering om moeten gaan, dus wat dat betreft als je het over punt b hebt denk ik dat het goed is dat we daar met elkaar de komende periode over spreken om daar duidelijkheid in te geven. Ik heb ook gewoon, en ik herhaal het nog maar even, voorzitter, heel transparant aangegeven dat die twee procent ook maar een inschatting was. Vorige week of vorige keer namens het college aangegeven: nou ja, goed. Je zou aan kunnen sluiten bij de redenering vanuit het Rijk waar de gemeenten drie procent gecompenseerd krijgen voor het komende jaar, dat je dat ook voor je verenigingen doet.
Dat was de reden dat ik namens het college dat in ieder geval aangegeven heb, maar dat we er met elkaar nog eens even goed naar moeten kijken in de toekomst. Daar zijn we het volgens mij als college volledig mee eens. Het tweede, voorzitter, ja, dat raakt een beetje de discussie. Er zitten zoals altijd natuurlijk een paar kanten aan. Aan de ene kant denk ik dat het handig is dat het college bij deze kadernota toch een vorm van duidelijkheid krijgt. Waarom? Omdat op dit moment er al verenigingen zijn die hun subsidieaanvraag voor volgend jaar aan gaan geven, dus aan gaan vragen. Dat betekent dat het gewoon handig is om een beetje gevoel te hebben bij de lijn die de raad wenst te hanteren. Het tweede punt is, voorzitter, maar dat is ook al genoemd, dat noem ik maar even. Er zijn natuurlijk een aantal hele specifieke exploitatiebijdragen waar langjarige afspraken liggen waar ook afspraken al zijn opgenomen met betrekking tot de indexering. Ik ga er dan ook maar vanuit dat we die in stand moeten houden. Datzelfde geldt voor grotere partijen hebben wij afzonderlijke subsidieafspraken gemaakt en vaak zelfs ook via een tender. Ja, ik denk dat we die afspraken moeten respecteren en dat het nu dan gaat, ik noem het dan toch maar zo even, over de wat enge benadering die de heer Versluis hanteert. Dat we zeggen: alle maatschappelijke organisaties, verenigingen en stichtingen.
Dat we daar het percentage wat de raad mee wil geven kunnen hanteren. Verder, voorzitter, ja, ik had ook hetzelfde voorstel in mijn achterhoofd als de heer Bakker: wacht even de septembercirculaire af en bij de Begrotingsraad, maar ik realiseer me ook wel dat mijn argument niet zo sterk is als je kijkt natuurlijk wat ik recent met de raad gedeeld heb vanavond. Dat even terzijde. De voorzitter: Mijnheer Bouman ter interruptie nog? Dat mag. De heer Bouman (Pim): Het mag ook ter afronding, dat eerst de heer Bakker gaat. De voorzitter: Oh, ja. Sorry. De heer Bakker: Even ter interruptie … De voorzitter: Ja.
De heer Bakker: Voorzitter. De wethouder geeft aan: er zijn ook al verenigingen die hun subsidie aan gaan vragen, maar zij krijgen toch ook op basis van uiteindelijk de begroting het daadwerkelijke verhaal van ons uitgekeerd, of niet? De heer Tanis: Uiteraard. Maar wij kunnen natuurlijk niet … De komende maanden moet de ambtelijke organisatie ook verder. De heer Bakker: Nee, natuurlijk. De heer Tanis: Formeel stellen we natuurlijk bij de begroting het subsidieplafond vast. De heer Bakker: Ja. De heer Tanis: En daar liggen de kaders natuurlijk vast, maar de komende maanden willen we dat natuurlijk wel uit gaan werken. De heer Bakker: Betekent dus eigenlijk als ik …Sorry, voorzitter. Mag het? Betekent dus eigenlijk op het moment dat u zegt: goh, ik reken maar even voor het gemak met drie procent, straks bij de begroting blijkt het, weet ik veel, op basis van de septembercirculaire acht procent te zijn dat we de verenigingen misschien wel acht procent krijgen ze een extraatje, om het zo maar eventjes te zeggen? De heer Tanis: Nou ja, kijk. Ik heb vorige … Ik heb bij de vorige bespreking namens het college gezegd: wat ons betreft hanteren we nu als uiterste punt drie procent en als de raad daar van afwijkt, dan hoor ik het wel, heer Bakker. De heer Bakker: Oké. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven.
De heer Van der Hoeven: En met het omgekeerde kader van AltenaLokaal heb ik dan weer wat moeite. Dus volgens mij moeten wij gewoon zeggen: dit zijn wij kwijt en dan kijken we daarna weer, want nu ga je wel heel makkelijk omdraaien. We geven nu een signaal af. De mensen luisteren allemaal mee, dus die hebben nou gehoord: jongens, dien maar in, want dan komt het wel goed met AltenaLokaal. Nou, dat is volgens mij niet de intentie die wij hebben daarin, dus. De heer Bouman (Pim): Voorzitter, ik zou er graag uit willen komen met elkaar en ik denk dat die ruimte er ook is als ik mag een voorstel. Ik hoop dat de heer Van der Hoeven het er ook mee eens is. Volgens mij zijn we het allemaal met elkaar wel eens dat die twee procent gewoon te weinig is en die drie procent waarschijnlijk ook. We zijn het ook wel met elkaar eens dat we eens voor de toekomst moeten gaan kijken: hoe gaan we nou echt indexeren? Dus ik zou graag dat tweede beslispunt willen handhaven met de wetenschap dat het college toch wel gaat onderzoeken en dat het toch wel iets meer gaat worden dan twee of drie procent, ben ik bereid om beslispunt 1 te verwijderen uit de motie, dus dan blijft alleen beslispunt 2 over. En dan moeten we ook eventjes de onderste overweging eruit halen. Dan denk ik dat we een motie overhouden die iedereen zou moeten kunnen steunen.
Dat hoop ik dan, want dan hebben we in ieder geval een duidelijk signaal ook richting het college. De voorzitter: Ik kijk even naar de mede-indiener voor … En dan kunnen we zo direct misschien de motie aanpassen voordat we tot stemming overgaan straks.
De heer Van der Hoeven: Ja, uiteindelijk met de opmerkingen die de wethouder had, waren wij ook wel hoopvol dat hij uiteindelijk toch wel heel graag een duidelijk signaal van ons wilde hebben. Nou ja, dat signaal is voor ons vijf procent. Maar goed, wij willen uiteindelijk ook de steun gewoon hebben, dus in die zin volgen wij de VVD in de aanpassing. De voorzitter: Mooi. De heer Van der Hoeven: En rekenen we op een unanieme steun van de raad. De voorzitter: Ik ga er vanuit dat straks de tekst wordt aangepast voordat we tot stemming overgaan. Dan komt de definitieve motie komt die voor. Dank. Dan gaan we naar punt 2.3. De energietoeslag op maat. Van een amendement is dat een motie geworden, heb ik inmiddels begrepen. Mevrouw Hofstede van Progressief Altena, gaat uw gang. Mevrouw Hofstede: Dank u, voorzitter. Dat klopt inderdaad. Het aantal mensen dat in de financiële problemen komt door onder andere de stijgende energiekosten wordt steeds groter. Het zijn niet alleen meer mensen met een laag inkomen, ook mensen aan de onderkant van de middeninkomens krijgen hier namelijk steeds vaker mee te maken. De eenmalige energietoeslag van 800 euro is bestemd voor iedereen van 21 jaar en ouder met een minimum inkomen van 120 procent van … Met een inkomen van 120 procent van het minimum inkomen. Daarmee wordt een groep gemist.
Met deze motie willen we dan ook aan het college vragen door te rekenen wat de kosten zouden zijn als wij die 120 procent aanpassen naar 130 procent en daarbij ook jongeren meenemen van 18, 19 en 20 jaar die zelfstandig wonen en dus ook minder dan die 130 procent verdienen. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond naar andere fracties. Mijnheer Timmermans zie ik opstaan van de VVA. Gaat uw gang. De heer Timmermans: Ja. Dank u, voorzitter. Voorzitter, er bereikte ons ook een handgeschreven brief. Ik weet niet of dat u die gezien heeft via de griffie. Van iemand van 88. Die heeft het dus over het punt waar u nu een amendement over indient. Die schrijft … Mevrouw Hofstede: Motie. De heer Timmermans: Ja. Oh, sorry. Ja, motie. Ja, er stond hier amendement concept op, dus vandaar. Die schrijft dus: als ik zo veel moet doen om in aanmerking te komen voor die toeslag laat ik het er maar bij zitten, zo’n beetje kort gezegd. Eigenlijk is het ook wel heel erg triest. Kijk, u omschrijft wel heel goed van dat die jeugd erin meegenomen, maar ik zie eigenlijk niks voor ouderen. Ik heb het idee dat het voor ouderen te moeilijk is. Mevrouw Hofstede: Nou, dat is waarom wij ook in het vragenuurtje daar vragen over gesteld hebben, dat inderdaad hoe het met de ondersteuning zit bij het invullen van de papieren die nodig om dit in orde te krijgen. De heer Timmermans: Ja, voorzitter.
Om daar gelijk even op aan te haken: heeft daar het … Want dan heb ik dat wellicht gemist. Heeft het college daarop gereageerd?
De voorzitter: Ja, dat is begin van de vergadering geweest zeg ik dan even. Dus we gaan hier nu niet het vragenkwartier overdoen. Dus nee. Maar het college heeft uitgelegd dat er op veel manieren ondersteuning plaatsvindt. Ja. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, we hebben een vraag aan het college die het misschien in de beantwoording kan meenemen. Het is nu wettelijk zo geregeld dat inderdaad die 21 jaar niet voor die energiesubsidie in aanmerking komt. Nu denk ik dat het niet over honderden gaat als we over Altena spreken, maar goed de vraag is wel: mogen we het om dat dan toe te voegen? Want dan heeft het wel onze sympathie. Nou goed, dan moeten we het … Daar gaat nu deze motie niet over, maar misschien moeten we dan in algemene zin wel praten met alle critici die er zijn om het niveau van minimabeleid naar 130 procent te halen. Maar goed, dat is nu niet aan de orde. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog over de motie? Niet? Mag ik dan namens het … U mag zo direct nog reageren. Ik kijk naar het college. Mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Ja. Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad een motie geworden, hè.
Er is vooraf hebben wij ook wat overleg gehad met elkaar en toen bleek het nog best een uitdaging om uit te vinden: om wat voor budget gaat dat dan eigenlijk? Dus ik denk dat het dan heel fijn is dat het amendement in ieder geval is omgebouwd in een motie, omdat dat ook van ons vraagt dat we daar gewoon ordentelijk mee omgaan, dat we dat goed uitzoeken en dat we daar ook uiteindelijk een voorstel of in ieder geval een inzicht kunnen geven aan uw raad voordat u daar een besluit over neemt. Dan ligt er op dit moment in de motie liggen er inderdaad ook twee doelgroepen voor. Ook de heer Van der Hoeven vroeg daar naar: hoe zit dat nou bij die 18 tot 21jarigen? Ja, formeel is het natuurlijk zo dat ouders nog financieel de ondersteuning daarvoor bieden, die zijn onderhoudsplichtig daarin, dus het zijn inderdaad is het ook wel de vraag: wat kunnen we daarin en wat zouden daar de gevolgen vervolgens voor zijn voor andere regelingen die we hebben? Dus vanuit het college zou ik hem dan zo interpreteren dat daar ook een uitzoekvraag ligt: hoe kunnen we dat dan invulling geven en welke mogelijkheden zijn er en welke mogelijkheden zijn er niet? Daarbij herinner ik u als raad er ook graag aan dat we daarnaast natuurlijk ook een minimabeleid hebben met elkaar waarin we juist ook die percentages en die regelingen hebben vastgesteld, dus dat is nu de handleiding van het college.
Dus op basis van die gronden hebben wij ook onze regelingen vastgesteld. Ja, mocht u daar als raad iets anders in willen, ja, dan is het aan u om daarover te besluiten zal ik maar zeggen. Dat zullen wij vanuit het college nu niet zomaar doen, maar dat uitzoeken is iets wat we zouden kunnen doen vanuit het college. Daarbij is denk ik het oordeel aan de raad: wat willen we daarmee? Willen we dat het college hiermee op pad gaat en dit gaat uitzoeken of niet? Dat is een politiek besluit wat mij betreft aan u is. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Hunnik. Voldoende reactie? Ik kijk nog even rond. Kijk, mevrouw Rochat gaat zich mengen in de tweede termijn. Gaat uw gang. Mevrouw Rochat: Dank u wel, voorzitter. Ik was in de eerste termijn inderdaad even twijfelachtig: ga ik reageren? De twijfel zat er bij ons ook een beetje in in het feit dat u vraagt om 130 procent van het sociaal minimum. Onze vraag was daar inderdaad bij: waarom kiest u precies voor die 130 procent? Dat maakt ons dat ons twijfelde. We hoorden de uitleg van de wethouder. Alle andere regelingen die we hebben, houden we 120 procent van het sociaal minimum aan en wij willen die graag vasthouden.
Over de doelgroep onder de eenentwintig was mij inderdaad niet bekend dat die landelijk niet aan de regeling mee kon doen, maar ook met de uitleg van de wethouder vinden wij dat dat niet nodig is, omdat daar de ouders de zorgplicht nog hebben. Dat maakt het, ook gezien het beruchte C-woord, dat wij deze motie niet gaan steunen, omdat we daar geen doel in zien. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rochat. Mevrouw Noor… Mijnheer Noordergraaf van de SGP. De heer Noordergraaf: Nou, het had best gezellig geweest als ik die ook een keer meegenomen had. Joh, ja. Waar zullen we eens beginnen? Nee, wat onze fractie betreft … Wij hebben ook in de eerste termijn niet gereageerd. De motie is overigens ook wat aangepast, hè, want er eerst werd er over een bedrag gesproken en nu wordt het meer als onderzoek gezien. Op zich zijn we daar niet op tegen om dat onderzoek uit te voeren, maar ik voel ook wel mee wat de heer Timmermans ook aangeeft: ja goed, hoe breed trekken we het? Want uiteindelijk is het een stukje energiearmoede, en zeker denk ik voor de komende maanden en misschien nog een veel actueler thema zeker richting de herfst/winter, dus moeten we het misschien ook wat breder bekijken om dat onderzoek te doen. Uiteindelijk is dit ook denk ik wel een vraag die we richting de begroting ons af moeten vragen: joh, wat er dan uitkomt, wat vinden we dan acceptabel en wat zouden we dan moeten compenseren? Dus in eerste instantie niet per se tegen het onderzoek, de vraag is wel of de motie dan volledig de lading dekt. De voorzitter: Wilt u meteen reageren of na afloop van de inbreng? Want dat mag ook, hè. U mag ook … U krijgt nog de kans straks alles te reageren. Mevrouw Buchholtz van het CDA. Mevrouw Buchholtz: Ja. Dank u wel, voorzitter.
Eigenlijk kan ik me ook aansluiten bij de vorige sprekers van AltenaLokaal en SGP. Wij twijfelden ook heel erg, want ook: waar trek je de grens? Het is niet dat we het de mensen niet gunnen, maar we gunnen ook die mensen van 131 procent van het sociaal minimum het bedrag. We zijn ook niet tegen het onderzoek wat er nu in de motie staat, maar dan willen we wel eerst de resultaten afwachten van de portefeuillehouder voordat we een besluit nemen. Tot zover. De voorzitter: Tot zover. Ik zie ChristenUnie. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, als interruptie op de meningsvorm dat als de jongeren van eenentwintig uit huis dat dan ouders dan automatisch maar klaarstaan om dat gat te vullen. Dat is volgens mij niet zo. Die zijn gewoon zelfstandig, mensen die gewoon een autonome begroting hebben en de kostenoverhead moeten halen en daar wordt op getoetst of ze dan tekortkomen. Dat vind ik een beetje een raar argument om dan te zeggen: ja nee, maar die ouders die regelen dat wel, dus dat hoeven wij niet te doen. Dat vind ik jammer. Ja goed, en een grens van 130, ja, een grens van 120 is net zo discutabel en als wij zeggen: nou, wij zien daar pijn in de maatschappij die wij op willen vangen, dan ja het liefst zou ik het hele minimabeleid naar 130 halen, maar dat is nu niet aan de orde. Dus ja, dan moet je … En 131, ja, zo lust ik er nog wel een paar.
Dan gaan we dus niks veranderen omdat er altijd weer een grens uit komt. Dan gaan we iedereen dat maar geven. Dat kan ook. Kom dan maar met een voorstel. De voorzitter: Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Nou ja, mijnheer Van der Hoeven heeft eigenlijk al het een en ander gereageerd op de inbrengers hiervoor. Inderdaad ja, met een grens dat is altijd lastig, maar wat er nu gewoon landelijk te zien is, is dat er gewoon die groep mensen die echt problemen hebben om financieel rond te komen onder andere door de gestegen energiekosten, die groep wordt gewoon steeds groter en wij denken door dan die stap van die 120 naar die 130 procent te zetten dat je toch een aantal mensen daarin tegemoet kan komen. Zoals mijnheer Van der Hoeven ook al zei: niet iedereen van 18, 19 of 20 zal ouders hebben die bij kunnen springen. Wat dat betreft denken wij dat jongeren het op dit moment ook al heel moeilijk hebben financieel gezien.
De voorzitter: Dank u wel. Ik constateer dat daarmee dit debat al voldoende gevoerd is. De motie zal straks gewoon door u in stemming worden gebracht. Dan gaan we naar agendapunt 2.4. De sociale kaart van en voor Altena. Mevrouw Buchholtz van het CDA. Mevrouw Buchholtz: Ja. Dank u wel, voorzitter. Het CDA Altena heeft een motie voor sociale kaarten ingediend, waarvoor ik allereerst ook de ChristenUnie en de SGP wil bedanken voor het mee indienen van deze motie. Na het betoog van de laatste raadsvergadering over de wachttijden en wachtlijsten binnen het sociaal domein ben ik gaan nadenken hoe ik de organisatie en de inwoners kan helpen om bijvoorbeeld onnodige wachttijden tegen te gaan. Zo kom ik op de sociale kaart. Ja, nu heeft u allen onze motie kunnen lezen en ik zou graag nog een korte toelichting willen geven. Sociale kaart is eigenlijk een digitaal platform waarin inwoners hulp kunnen zoeken bij een hulpvraag en professionals vroegtijdig en meer passend inwoners kunnen doorverwijzen. Op een sociale kaart hoor je gemakkelijker informatie te kunnen opzoeken en moet je erachter kunnen komen wat er in je gemeente voor hulpaanbod bestaat. Zoals wij hem in onze motie bedoelen, richt de sociale kaart zich op het voorliggend veld.
Een voorbeeld waarom een sociale kaart wachttijden kan verkorten is bijvoorbeeld een inwoner die een vervoersprobleem heeft en die niet weet wat hij of zij moet doen. Door de toegang te bellen van de gemeente kost dit een professional achter de telefoon veel tijd en vaak moet er nog het een en ander worden uitgezocht. Inwoners moeten daardoor ook langer wachten. Als alle informatie netjes in zo’n sociale kaart staat, weten de inwoners vaak al wat hij of zij moeten doen en is een telefoontje naar de gemeente niet per se altijd nodig. Een sociale kaart verlicht dus de druk op de toegang en daarmee bij de organisatie dus ook en krijgen de inwoners veel sneller toegang tot antwoorden en mogelijke oplossingen op hun hulpvraag. Tijd die wordt gewonnen hierdoor kan geïnvesteerd worden in werkprocessen die nog open staan: het afleggen van huisbezoeken en het verstrekken van individuele voorzieningen. Wij dragen het college daarom dus op om te onderzoeken of een sociale kaart gericht op het voorliggend veld kansrijk is voor onze gemeente, bijvoorbeeld ook om te kijken of er voldoende financiële ruimte daarvoor is. Indien dit zo is, dragen wij het college op hem te implementeren en dit de raad voor 1 december dit jaar, ja, hierover te informeren. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Buchholtz. Ik kijk rond naar de andere fracties. Ik zie de heer Noordergraaf naar de microfoon lopen.
De heer Noordergraaf: Helemaal goed, voorzitter. Dank u wel. Ja, wij hebben als fractie deze motie mee ingediend met name omdat het best allemaal wat snelheid kan gebruiken. Dat was ook wel de insteek die we in het vorige debat met elkaar gevoerd hebben. De cruciale vraag was voor ons: is dit niet al onderdeel van de maatschappelijke agenda die ook opgesteld gaat worden? Dat is die niet, dus dan zijn we in ieder geval geen dubbel werk aan het doen. Dat was voor ons een belangrijke vraag. Elke snelheid die het kan helpen door de hulpvragen uiteindelijk goed invulling te laten geven, dan is dat meegenomen, dus vandaar dat wij deze motie ook mee indienen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja. Dank u wel, voorzitter. We hebben onze mond vanavond en ook tijdens het vorige debat vol met inderdaad dat C-woord, zoals mevrouw Rochat dat noemde, over capaciteit en prioriteit. Ja nee, ik denk dat dit inderdaad een goede stap is in de richting om gewoon als het ware een digitale gids te hebben waarin mensen snel gemakkelijk kunnen vinden: daar mijn hulpvraag, wat is dan de beste dienst die daarbij past? Zodat ze meteen adequaat op de goede plek terechtkomen.
Die sociale agenda die stond ook eigenlijk al een tijdje voor de taakstelling van de gemeente, maar die is al die tijd blijven liggen, dus daar werd ook wel onderschreven dat dat een mooie taak is. Ja, ik denk dat dit een hele mooie boost is
om ervoor te zorgen dat we én de wachtlijsten wegwerken, dat we zorgen dat daardoor de capaciteitsproblematiek en nou ja, dus het uitvoeren, urgentie van een aantal taken mooi ontlast kan worden. Dus vandaar dat ik die mede-indiener van harte aanbeveel De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Dank u, voorzitter. Nou, wij zien ook zeker inderdaad de meerwaarde die deze sociale kaart kan bieden qua tijdwinst die het kan opleveren, er zijn echt heel veel verschillende soorten sociale kaarten. Welke gegevens komen erop? Hoe gaat het eruitzien? En ook: wat voor ondersteuning ga je daarbij krijgen? Ga je alles uit handen geven of ga je ook heel veel van die gegevens zelf bijhouden? Daar hangt natuurlijk … Hangen daar ook de kosten vanaf, dus we zijn even benieuwd hoe het CDA dat ziet. Bij het tweede punt wordt dan ook gesproken over wanneer het resultaat van dat onderzoek positief is. Nou, daar ben ik ook benieuwd naar van wat daar precies onder verstaan wordt. Wanneer zijn de resultaten van het onderzoek nou positief? Want wat voor de een positief is, kan misschien voor de ander negatief zijn. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (Pim): Ja. Dank je wel, voorzitter.
Ja, het is niet dat wij een probleem hebben met een sociale kaart, want dat zou op zich wel kunnen helpen, maar er kunnen heel veel dingen helpen in de problematiek van het sociaal domein. We zijn nog net begonnen aan ons proces om een maatschappelijke agenda te maken. De heer Noordergraaf zegt: het zit er niet in. Ja, dat klopt, want hij is er nog niet. Dus het kan er nog niet in zitten, want die gaan we nog bouwen. Dus wij gaan het hele sociale domein gaan wij als raad bekijken en dan gaan we aangeven: wat vinden wij nou belangrijk in het sociaal domein? Daar kan dit uitkomen, dat dit helpt. Dat je het voorliggend veld meer onder de aandacht moet brengen. Dat kan heel goed zijn dat we dat willen benadrukken in de maatschappelijke agenda. Maar het lijkt mij handig dat u dit plan eventjes nog achter de hand houdt en dat inbrengt in de discussie rond de maatschappelijke agenda, want nu neemt u eigenlijk een voorschot. Morgen gaan we toevallig gezellig op visite bij de wethouder, maar als we allemaal al dit soort dingen gaan inschieten, dan zijn we dadelijk voor niks als raad bezig met die maatschappelijke agenda, want dan is ie al voor driekwart gevuld. Dus qua proces heb ik er wel een klein beetje moeite mee, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mevrouw Rochat, AltenaLokaal. Mevrouw Rochat: Dank u wel, voorzitter.
Het betoog van mijn voorganger kan ik volledig ondersteunen, want zo staan wij er ook in. De maatschappelijke agenda zijn we mee in de procesvorming en we denken dat dit gaat doorkruisen. Dat is een. Twee is: bij de voorbereiding, wij dachten dat er al sociale kaarten zijn, maar dat hoor ik graag van de portefeuillehouder. In onze beleving is er al iets, maar ik weet het niet zeker, dus we horen dat graag van de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Buchholtz, u heeft wat vragen en opmerkingen gekregen. Mevrouw Buchholtz: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik ga proberen ze allemaal te beantwoorden, te beginnen bij Progressief Altena. Er zijn inderdaad verschillende sociale kaarten. Daarom heb ik hem ook toegespitst op het voorliggend veld. Nou, de vragen: goh, wat voor ondersteuning moet er dan bij komen? Wat moet het kosten? Ja, ik kan hem helemaal uitstippelen en ik kan dat helemaal gedetailleerd beantwoorden, maar dat is juist waarom we dat willen laten onderzoeken. Wat past hier binnen de organisatie? Ja, er zijn inderdaad verschillende mogelijkheden: of je houdt het beheer hier of je deelt het samen met een bedrijf of je laat het helemaal uitbesteden, maar dat laat ik graag onderzoeken. Daarom roepen wij ook daartoe op. Wanneer is
iets positiefs? Ja, wanneer het past binnen de capaciteit, wanneer het past binnen de begroting. Ja, dat is even wat er onderzocht gaat worden. De VVD: ja, er zijn al heel veel dingen. Dat klopt. De maatschappelijke agenda die wordt ook inderdaad ontworpen, maar ja ik hoop door dit idee naar voren te halen dat we daar gewoon aan de voorkant al veel meer winst en tijd mee inhalen die je ook weer kan besteden aan andere zaken. Dat vinden wij ook heel erg belangrijk dat we dat vervroegen. Op AltenaLo… De voorzitter: Interruptie van mijnheer Bouman. De heer Bouman (Pim): Mevrouw Buchholtz, als we al dit soort plannen die goed kunnen zijn allemaal al gaan implementeren, waar maken we dan die maatschappelijke agenda nog voor dan? Waar gaan we dan als raad nog aan zitten knutselen? Mevrouw Buchholtz: Ja. Voorzitter. Volgens mij is de maatschappelijke agenda ook bedoeld om te kijken: waar wil je met het sociaal domein naartoe? Wat zijn de doelstellingen? De sociale kaart is iets wat je nu al kan inzetten om nu winst en tijd te behalen en de dienstverlening te versterken. De heer Bouman (Pim): Dat … Als ik mag, voorzitter? De voorzitter: Ja. Mijnheer Bouman. De heer Bouman (Pim): Dat klopt, mevrouw Buchholtz, maar dat geldt voor denk ik alles wat uit die maatschappelijke agenda komt rollen. Die maatschappelijke agenda die gaat de basis vormen, hè.
De heer Bouvé die vanavond niet onder is die zei nog eens: dat is eigenlijk de ondergrens waar je niet onderdoor wil zitten. Dat zijn de normen en waarden waar we voor staan en daaruit gaan we het sociaal domein verder opbouwen. Het zou goed kunnen zijn … Klopt, hoor. U zegt: dit kunnen we alvast doen. Maar we kunnen van alles doen. We kunnen ook zeggen: nou, de verordening, ja die is pas af, maar die nemen we nog een keer onder de loep. Of we kijken nog eens naar onze beleidsregels. Het kan allemaal. Of we doen de subsidies doen we verhogen. Alles kan, maar ik pleit een beetje voor integraliteit in dit onderwerp. U noemt de maatschappelijke agenda nog geeneens in de motie. Er wordt nog geeneens een link gelegd mee. Als je nou had gezegd: goh, ga er alvast eens naar kijken en neem dat mee in het proces van de maatschappelijke agenda, ja, dan hadden we een ander gesprek gehad. Maar u noemt hem nog geeneens. De voorzitter: Mevrouw Buchholtz. Mevrouw Buchholtz: Dat klopt, maar ik pleit toch om nu winst en tijd te behalen en ik pleit er toch voor om dit idee nu te onderzoeken, omdat ik hoop en ervan overtuigd ben dat we al heel snel tijd kunnen winnen in het besparen van wachttijden en wachtlijsten. Het CDA vindt dat erg belangrijk. Als de VVD dat niet vindt, dan vind ik dat erg jammer. De heer Bouman (Pim): Nou, de VVD vindt vooral de maatschappelijke agenda erg belangrijk.
Mevrouw Buchholtz: Dat hoor ik, ja. De heer Bouman (Pim): En u ondermijnt dat proces. Mevrouw Buchholtz: Nou, ondermijnen vind ik nogal een zwaar woord, voorzitter. Maar goed, alsnog blijf ik bij mijn standpunt. Ik vind het belangrijk om het nu te onderzoeken. Ik snap het punt van de maatschappelijke agenda, maar toch blijf ik bij mijn eigen punt.
De voorzitter: Dank u wel. U was nog bezig met de beantwoording, dus daar mag u nog mee verder gaan als u nog wat te zeggen hebt. Anders dan kijk ik nog even rond of dat er nog meer interrupties zijn. Mevrouw Buchholtz: Niet dat ik kan herinneren meer. De voorzitter: Oké. Mevrouw Buchholtz: Nee. De voorzitter: Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, voorzitter. Ik heb toch even behoefte om mevrouw Buchholtz ook eventjes te gaan helpen, want ik denk dat mijnheer Bouman schetste al dat er helemaal geen tegengestelde belangen zijn. Ik denk dat juist bij het ontwikkelen van die sociale agenda het zorgen dat je in kaart hebt gebracht: welke hulp is er nu al? En dat je die kunt aanvullen zodat je inderdaad gewoon duidelijk als het ware een digitale gids hebt van: wat hebben we nu al in de gemeente Altena en waar kun je gebruik van maken? Dat was al de intentie om die al te maken überhaupt voordat we de hele discussie over de bezuinigingen op het sociaal domein zouden hebben, dus dit was al eigenlijk een voornemen van de gemeente om dit op te tuigen. Dat is blijven liggen voor de overbekende reden, maar wij denken dat het juist helpend is, helpend om richting die sociale agenda dat je in ieder geval dat in kaart hebt gebracht. Dus dat moeten we gewoon doen en dat staat absoluut niet haaks op elkaar.
Het is ook niet zo dat we dan opeens geen sociale agenda meer nodig hebben. Nee, dit is gewoon in kaart brengen van dat eigenlijk stukje wat er nu al is. Dat gaat echt helpen in mensen de weg wijzen, in, nou, hulpverleningsland als het ware. Dus ik zie uw bezwaar niet en is er ook niet. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Ik heb zomaar het gevoel gezien de non-verbale communicatie van de heer Noordergraaf dat u ook namens hem gesproken hebt. Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Nou, wat ik nog even graag wil toevoegen of wil vragen: is het nog een mogelijkheid om er een soort tussenstap in te zetten? Er wordt een onderzoek gedaan. Als daar de resultaten van bekend zijn dat we dan kunnen bekijken: welke verschillende mogelijkheden zijn er allemaal van die sociale kaart? En dat we daar dan nog met elkaar over kunnen hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Buchholtz. Mevrouw Buchholtz: Ja, voorzitter. Voor zover ik weet zijn er drie soorten sociale kaarten en richten wij ons in de motie toe op de sociale kaart die richt op het voorliggend veld. Wij vragen of dat mogelijk is of die hier geïmplementeerd kan worden en/of dat die sociale kaart daar ruimte toe heeft hier. Mevrouw Hofstede: Ja, ik doel dan eigenlijk meer op: ga je alles zelf bijhouden en invullen? Ga je dingen uit handen geven? Welke kosten zijn er daar dan aan verbonden? Daar doel ik dan eigenlijk meer op.
De voorzitter: Mevrouw Buchholtz tot slot en dan gaan we wat mij betreft even naar de wethouder. Mevrouw Buchholtz: Ja. Dan kom ik denk ik nogmaals terug, voorzitter, op wat ik eerder heb gezegd: dat willen we ook graag laten onderzoeken. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Schermers nog tot slot, mede-indiener.
Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, heel kort nog even richting mevrouw Hofstede. Want u vroeg ook in uw eerste termijn: ja, wanneer is het dan succesvol? Het doel is uiteindelijk het zorgen dat de wachtlijsten minder worden. Dat is natuurlijk ook onderdeel van de motie die we samen met SGP en CDA hebben ingediend. Dus dat is natuurlijk uiteindelijk ook het hoofddoel, dus dat is natuurlijk ook een mooi meetpunt. De voorzitter: Dank u wel. Wat mij betreft … Mevrouw …: Nee, maar … De voorzitter: Nou, ik vind het wel even genoeg. Mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Ja. Dank u, voorzitter. Ja, de motie over de sociale kaart. Ik heb de raad daar al stevig over van gedachten horen wisselen vanavond en, voorzitter, laten we hem maar even van boven naar beneden afpellen. Dan denk ik dat ik daarmee ook recht doe aan wat er hier zojuist in het debat is gezegd. Nou moet mij toch eerst van het hart dat mijn eerste zorg was toen ik deze motie zag dat we hiermee geen valse verwachtingen moeten scheppen. Want ik moet zeggen, voorzitter, er staan best wat stevige woorden in, namelijk dat er nu maandenlang moet worden gewacht op beantwoording van relatief simpele informatievragen, dat inwoners recht hebben op voortijdig een passend antwoord en dat de sociale kaart een belangrijke bijdrage levert aan het verminderen van de wachtlijsten. Dat zijn hele stevige woorden, voorzitter.
Laat ik maar meteen aan de voorkant zeggen dat ik me afvraag of we dat op deze manier allemaal waar kunnen maken. Ik denk dat het belangrijk is om dat ook te benoemen, omdat ik liever vooraf een winstwaarschuwing geef dan dat we achteraf met elkaar balen dat we niet hebben behaald waar we zo op hoopten. Dus ik vond het belangrijk om dat in ieder geval even toe te lichten. Dan, voorzitter, wanneer we kijken naar het instrument zelf van de sociale kaart kan ik u vertellen dat onze drie voormalige gemeenten gebruik hebben gemaakt van de sociale kaart. Dat betekent dat er ergens in de la zal ik zeggen, weliswaar een digitale la, maar ergens in de la daar nog twee modules van liggen waarbij het zeker zo zou kunnen zijn, hè, dat we gaan kijken: wat kunnen we daarmee? Kunnen we die opnieuw inrichten? Want dat zal best even wat werk vragen. Dat is ook verouderde informatie. Informatie verandert ook snel, zeker wanneer het gaat om contactgegevens. En wat zou daar dan de meerwaarde van zijn? Wat kunnen we daarmee doen? Dus dat zeker. Dat is een onderzoek wat we zouden kunnen doen. Ik geef u als raad ook graag mee dat dat voor ons college in eerste instantie niet onze eerste prioriteit is geweest. Twee weken geleden hebben we hier ook met elkaar van gedachten gewisseld juist omdat die arbeidscapaciteit ook lastig is.
Waar gaan we dan nu prioriteit aan geven? Voorzitter, toen hebben we het ook gehad over geweld hoort nergens thuis, we hebben het gehad over de maatschappelijke agenda, we hebben het vaak ook met elkaar inderdaad over armoede. Dat zijn ook onderwerpen die we prioriteit willen geven. Het risico is op een gegeven moment ook natuurlijk dat dat gaat wringen. Neemt niet weg dat op het moment dat u als raad aangeeft: nou, we willen hier iets mee. We willen graag dit onderzoek doen om te kijken of we hier nu al voorrang aan geven, dat ik daar wel degelijk ruimte voor zie om dat te gaan doen, maar ik geef u ook graag mee: ik denk dat het goed is om met elkaar afwegingen te blijven maken: waar zetten we nu op in en waar zetten we later op in? Dat is ook een stukje politiek en dat is ook aan u als gemeenteraad. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond vooral naar de indiener. Volgens mij is er voldoende debat gevoerd. Ook over de uitvoering. U heeft een reactie van het college gehad. U gaat de motie straks indienen, denk ik. Hè? U bent vastberaden. Ja. Goed zo. Mooi. Dank u wel. Daarmee zijn we bij de klok van negen uur aangekomen.
Ik wil u voorstellen eerst programma 4 zo direct te gaan behandelen en daarom nu eerst de gemeenteraad tijdelijk te schorsen zodat ik iets in ontvangst kan nemen voor de deur van het gemeentehuis, zoals ik u heb toegezegd, en dat we na programma 4 programma 3 gaan behandelen. Ik neem aan dat u dat
akkoord vindt? Ik kijk even rond. Dan is de vergadering geschorst. Voor de mensen die mee naar buiten zouden willen, woordvoerders bijvoorbeeld, dan zijn ze van harte welkom. KORTE SCHORSING Programma 4 Duurzaam Altena De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering. Daar staan strafpunten op. Ik heropen de vergadering met programma 4. Dat gaat over Duurzaam Altena. Agendapunt 4.1. De gevolgen van de stikstofaanpak. Een motie die door de fracties van het CDA, VVA, VVD en de SGP is aangekondigd. Mag ik de heer Bouman namens het CDA het woord geven. De heer Bouman (Arno): Ja, dat mag. Dank je wel, voorzitter. Eigenlijk baal ik ervan dat het noodzakelijk is dat wij hier in de gemeente Altena hierover moeten praten, omdat er beleid vanuit de landelijke overheid, provinciale overheid over ons dreigt uitgestort te worden die echt desastreus zijn voor de gemeente Altena. Ik heb daar twee weken geleden al een heel verhaal over gehouden. Dat ga ik niet herhalen helemaal, maar dat verhaal dat was eigenlijk gebouwd op drie pijlers.
Ten eerste was het dat: wordt in Den Haag niet vergeten dat agrarische ondernemers, boeren ook mensen zijn en dat hier ook gewoon menswaardig mee omgegaan moet worden? Tweede element in dat betoog dat was dat de stikstofaanpak een verantwoordelijkheid is voor alle sectoren en niet alleen voor de agrarische sector en dat er naast een aanpak ook een perspectief geboden moet worden. De derde, en dan gaan we het wat op Altena toespitsen: Altena, en ik hoorde het net eigenlijk ook in de woorden van de heer Schouten, dat is een unieke gemeente waar sprake is van extensieve landbouw en een gebied waar de agrarische sector met groot respect voor de omgeving een eerlijke boterham probeert te verdienen. Daarnaast zijn de twee Natura2000 gebieden hier in Altena ook niet stikstofgebieden. En het waren allerlei redenen om te proberen zo raadsbreed mogelijk ons ongenoegen uit te spreken richting Den Haag en Den Bosch over de gehanteerde werkwijze, maar vooral ook een appel te doen op de provincie om de gebiedsgerichte aanpak in Altena ook echt voor Altena te laten. Ik denk dat we daar in elk geval nog steeds zo raadsbreed mogelijk ons voor moeten inzetten. De afgelopen twee weken heb ik getracht al zo veel mogelijk handtekeningen onder de ingediende motie te krijgen en de steun van vier partijen, VVA, VVD, SGP en uiteraard onszelf, die is binnen, maar het is nog niet helemaal gelukt.
Maar ik doe vanaf deze plaats nogmaals een appel op Progressief Altena, de ChristenUnie en AltenaLokaal om deze motie ook op zijn minst te steunen zodat we raadsbreed een signaal af kunnen geven richting Den Bosch en richting Den Haag. Daarmee wordt het ook extra krachtig. Het is wat ons betreft niet alleen in het belang van de agrarische sector, maar juist ook in het belang van heel Altena. Daar wou ik het even bij laten op dit moment. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Ik kijk even rond of er vanuit de mede-indieners … Mijnheer Kolff van de VVD. De heer Kolff: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, de heer Bouman heeft het natuurlijk al helemaal verwoord. Ik als melkveehouder en die mijn collega’s hier toe komt spreken. Ja, ik heb hier twee weken geleden al een verhaal gehouden wat hier allemaal gebeurt in Nederland. Ik denk dus, ja, dat Schouten het perfect verwoord heeft. Ik kan in herhaling gaan treden, maar ik heb de woorden van Gerda Schouten zeer ter harte genomen als collega en waar we voor staan. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Van Gammeren van de SGP.
De heer Van Gammeren: Ja. Dank u wel, voorzitter. Misschien ten overvloede: wij hebben de motie ook mede ondertekend. We hebben twee weken geleden daar al met het CDA ook van gedachten gewisseld waarom dat we het nou zouden doen. Wij vinden dat de stikstofproblematiek sowieso niet op de juiste manier en in de juiste prioritering gevoerd wordt, en dan specifiek op Altena dat er een onrealistisch kaartje ligt waar we twee Natura2000 gebieden hebben, ik heb het net ook al gehoord, die niet stikstofgevoelig zijn en waar toch onze agrariërs het kind van de rekening gaan worden, vandaar … We hebben maar hele beperkte invloed, maar die invloed die we dan hebben die zullen we dan ook gebruiken. Vandaar ook onze motie die wij van harte mee indienen en ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Mijnheer Timmermans van de VVA. Even wachten. Ik moet hem even leegmaken. Gaat uw gang. De heer Timmermans: Pinpasprobleem. De voorzitter: Ja. De heer Timmermans: Dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, ik sluit m’n eigen volledig aan bij de vorige sprekers van CDA en SGP. Ik heb ook al eerder in het betoog aangegeven dat de boeren hebben al zoveel gedaan om stikstof te reduceren. 68 procent heb ik eerder deze avond al genoemd. Daarom is het ook zo belangrijk dat we als één man achter de boeren gaan staan. Dank je wel.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Ik kijk rond. Andere fracties? Mevrouw … Ja, mijnheer Van der Hoeven. Gaat uw gang. Kom ik zo direct bij u. Ja. De heer Van der Hoeven: Ja. Dank u wel, voorzitter. Waarom de ChristenUnie de motie nog niet heeft mede ingediend, is dat wij de laatste weken ons daar ook in proberen te verdiepen, in dit dossier, en dat we ik denk dat het eerlijk ook is naar de boeren dat we daar ook wel een zuiver verhaal vertellen. Het is waar dat we maar twee gebieden hebben, Pompveld en de Kornsche Boezem, die niet stikstofgevoelig zijn, maar we worden ook beoordeeld op Loevestein. Sterker nog, we kunnen een bericht geven naar Den Bosch, maar we moeten ook een bericht geven naar provincie Gelderland, want daar wordt onze natuurvergunningen worden beoordeeld. Op die manier zijn wij best wel een beetje sceptisch. Kijk, het is heel mooi dat we zeggen: wij willen de boeren een eerlijke prijs geven, dat weten we, maar vandaag in de supermarkt kwamen de boontjes uit Marokko. Dus. En terwijl ze nu volgens mij ook gewoon bij ons van de tuin af kunnen komen. Dus de intentie wat we willen dat snappen we wel, maar het systeem is dusdanig complex en ingewikkeld dat ik alle energie moet zetten om überhaupt te begrijpen wat er gebeurt en dat ik wel ook wel eerlijk wil zijn naar de boeren van wat we dan ook kunnen.
Dat het kaartje niet klopt, dat onze minister van onze partij daar verantwoordelijk voor is, als dingen krom zijn dan zijn ze krom. Dan moeten we ze benoemen, dan moeten we ze aanvechten en ik denk dat we daar gewoon een goede kans hebben als we dat gezamenlijk opvatten. Maar ik ben in die zin wat negatief over wat we met elkaar kunnen bereiken. In ieder geval schouder aan schouder staan, daar zijn wij voor, dus wij zullen ook de motie steunen in die zin, maar we hebben best wel … Ik heb het geel gemaakt waar ik denk: ja, klopt het nou helemaal wat we opschrijven? Dat weet ik niet en daar wil ik eigenlijk ook de discussie niet over voeren. We moeten met elkaar zij aan zij staan om zo veel mogelijk voor elkaar te krijgen. Maar wij willen daar wel eerlijk in zijn. Nou ja, daar zal niet iedereen altijd even blij mee zijn. Ik kan het misschien niet eens zelf ook technisch uitleggen, dat realiseer ik me ook heel goed, maar dat willen wij wel blijven doen. Wij zullen in die zin ook het signaal naar onze landelijke lijn en ook naar de provincie, waar we samen met de SGP trouwens vertegenwoordigd zijn, zullen we zeker doen om daar onze invloed te laten gelden, maar niks doen, ook voor de landbouw, is geen optie. Maar dat heb ik ook van de meeste boeren die
ik de laatste tijd gesproken heb die snappen dat ook wel, alleen het moet wel eerlijk gebeuren. Dat is ook een … Dat heb ik vorige week ook al gezegd: we praten heel makkelijk over de uitbreiding van industrieterreinen over uitbreiding van wonen. Daar zijn we als raad ook hebben we daar ook een verantwoording voor dat we dan zeggen: jongens, als we die boeren inderdaad willen steunen, dan moeten we daar ook eerlijk zijn en daar ook taakstellingen en doelstellingen formuleren. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rochat van AltenaLokaal. Mevrouw Rochat: Dank u wel, voorzitter. Ook op dit onderwerp vervang ik mijn fractievoorzitter en doe ik mijn best om het zo goed mogelijk te doen. Mijn fractievoorzitter heeft dit tot gisteren is hij met de voorbereidingen bezig geweest en dat verklaart waarom wij niet bij de indieners staan. Natuurlijk ondersteunen wij deze motie ook, alleen AltenaLokaal wil wel een stuk verder gaan. Wij vinden het heel belangrijk om de agrariërs die in onze gemeente wonen een perspectief te bieden en we willen sowieso raadsbreed een signaal afgeven, maar we willen verder gaan en daar gaat de motie over die wij zelf opgesteld hebben. Dat zal het volgende agendapunt zijn. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rochat. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Ja. Dank, voorzitter.
Vooraf excuses, want het is een wat langer verhaal, maar ik denk dat de problematiek en ook het belang vereist dat je eigenlijk daar genuanceerd in bent. Ik ben ook direct bereid om mijn eerste termijn van de bespreking van de motie die zojuist aangekondigd werd ook nu alvast te nemen. Dan hebben we daar bij twee punten in ieder geval van Progressief Altena meegenomen. Dan het verhaal. Want zoals we net bij de toespraak al hoorden: er is in Nederland een enorme commotie ontstaan als gevolg van de gepresenteerde stikstofplannen van het kabinet. Op bizar knullige wijze is een A4’tje met een kaart met stikstofdoelen op nationale schaal de wereld in geslingerd en om de situatie nog maar pijnlijker te maken, wordt er bij de presentatie van het kaartje louter gesproken over de boer. Intensieve veehouderij wordt daarmee met het gemak op één hoop geveegd met kringlooplandbouw, maar ook wordt er niets gezegd over andere vervuilende sectoren. Natuurlijk is de eerste reactie van iedere boer: kijk in welk gebied je bedrijf ligt en wat je kennelijk te wachten staat. Hoewel dat een logische reactie is, gaat het volledig voorbij aan de status waarin de aanpak van het stikstofprobleem zich nu bevindt. Ja, het kabinet heeft een doel vastgesteld, maar van een gebiedsgericht uitvoeringsplan is nog geen enkele sprake.
Maar dan terug naar de oorzaak, want jarenlang zijn onze boeren opgejaagd in een race to the bottom. Telkens werd van boeren gevraagd door schaalvergroting het hoofd boven water te houden. Vervolgens werden investeringen verplicht om de gevolgen ervan te beperken om vervolgens weer leningen aan te moeten gaan gebaseerd op verdere schaalvergroting. Dit kon dus alleen maar mis gaan. De partijen die nu verwijten om de oren krijgen die hebben hier echter al jarenlang voor gewaarschuwd. Had men tijdig bijgestuurd en niet de oren laten hangen naar de agro business die de eigen portemonnee in plaats van de belangen van de boeren in het vizier hield, dan was het wellicht nooit zover gekomen. Uiteindelijk heeft het jarenlange wanbeleid ervoor gezorgd dat de hoogste rechter geoordeeld heeft en er nu geen andere keuze meer is dan deze uitspraak te respecteren. Nu zijn de rapen dus gaar, want natuurlijk proberen de veroorzakers van dit leed hun straatje schoon te vegen en een dichte mist te creëren over de hele situatie. En helaas, voorzitter, dat werkt. Het lijkt nu in de sociale media enkel te gaan over het zaaien van twijfel over cijfers, metingen, kleurcodes, et cetera.
Wantrouwen in de overheid wordt gevoed, wetenschappers en natuurorganisaties worden weggezet als de boeman: alles om te voorkomen dat er pijnlijke, maar noodzakelijke veranderingen worden doorgevoerd, ook in de agrarische sector. Dus niet alleen. Gelukkig is er inmiddels ook een tegengeluid tegen het gebrul van de Farmers Defence Force: de Caring Farmers. Zij zijn de toekomst van deze landbouwsector. Deze organisatie van praktiserende
boeren hebben de transitie naar natuurinclusieve kringlooplandbouw inmiddels gemaakt of ze zitten er middenin. Het kabinet zou slim om in plaats van constant het uitlichten van het negatieve verhaal zich op deze boeren te richten en ervoor gaat zorgen dat er voor hun producten een eerlijke prijs betaald wordt. Als we dus net geconstateerd hebben dat de agrarische sector uit een grote diversiteit aan ondernemingen bestaat en we ook weten dat er door de provincies maatwerk geboden gaat worden bij de uitvoering van het beleid, waarom verliezen we dan nu volledig ons hoofd? Onder aanvoering van de Farmers Defence Force wordt momenteel de samenleving ontwricht, politie belaagd en politici geïntimideerd en bedreigd. Ontoelaatbaar. In Altena kennen we gelukkig nauwelijks intensieve veehouderijen en zijn we als gemeente al flink bezig met agrarisch natuurbeheer en kringlooplandbouw. De samenwerking die op ons eiland bestaat, dus de agrarische sector en de natuurorganisaties, is zeer waardevol en biedt juist veel perspectief op een goede manier de stikstofopgave op te lossen. Het is de taak van ons gemeentebestuur om richting de provincie aan te geven dat we in Altena op de goede weg zijn. Sterker, dat we in Altena koploper zijn waar het gaat over de landbouw van de toekomst. We moeten dus stoppen met het meehuilen met de wolven in het bos, het hoofd koel houden en elkaar opzoeken.
Het stikstofprobleem is van ons allemaal en samen kunnen we dit … Nee, moeten we dit in Altena op kunnen lossen. Niet navelstaren, maar met de borst vooruit. Agrariërs, natuurorganisaties, bedrijven, inwoner en overheid gezamenlijk voor één doel, want samen kom je verder. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Daarmee hebben we alle fracties gehad en denk ik dat het goed is dat we naar het college gaan voor een reactie bij monde van portefeuillehouder Van Vugt. De heer Van Vugt: Voorzitter, dank u wel. Laat ik beginnen, voorzitter, met aan te geven dat het college meevoelt met de onzekerheid waarin de agrarische sector de afgelopen weken is gestort. Ik heb al eerder gezegd: ik heb de afgelopen weken ook diverse agrarische ondernemers, ook in Altena, gesproken en ik heb de emotie geproefd en die zit heel diep. Ik denk, voorzitter, dat het goed is dat de raad van Altena een breed signaal geeft zowel richting de provincie, als richting het Rijk. Ook dit college zal onvermoeibaar onder de aandacht brengen dat ons Altena een uniek gebied is. Voorzitter, de kern van gebiedsgerichte aanpak is dat je de problemen oplost op de plekken waar ze zich voordoen. Wat dat betreft, voorzitter, onderstreep ik nog maar eens dat Altena in die zin ook een uniek gebied is. In Altena weten we dat we al ver zijn in het verduurzamen van de landbouw.
In ons gebied is een opbouwende dialoog tussen agrariërs, natuurbeschermingsorganisaties en andere gebiedspartij. Onze N2000 gebieden zijn niet stikstofgevoelig en zelfs Loevestein, mijnheer Van der Hoeven, ligt echt onder de kritische depositiewaarde. Wij willen in Altena laten zien dat landbouw, natuur verbeteren en biodiversiteit wel degelijk samengaan en wij kunnen ook meetbare resultaten op dat vlak laten zien. Dat zal, voorzitter, ook de boodschap zijn richting het Rijk en richting de provincie om ons gebied niet als een probleemgebied te bestempelen, maar als een kansengebied. Een gebied waar al heel veel gebeurt, waar al heel veel resultaten geboekt zijn en op die weg willen wij graag verdergaan zodat het platteland vitaal blijft en de agrarische sector in Altena ook perspectief heeft. Tot slot, voorzitter, hecht ik eraan om ook vanuit mijn kant de waardering uit te spreken waarop de agrarische sector de afgelopen week in Altena hun geluid heeft laten horen. Op een buitengewoon waardige manier. Ook dat is Altena en ik wil dat met een, ja, dikke … Dat wil ik dik onderstrepen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Vugt. Ik kijk rond of er vanuit de fracties behoefte is om in tweede termijn nog wat te zeggen. Mijnheer Bouman, u staat als eerste. Gaat uw gang. De heer Bouman (Arno): Ja. Dank je wel, voorzitter.
Allereerst ook dank aan de ChristenUnie en AltenaLokaal dat ze hebben uitgesproken de motie ook te steunen. Ook dank aan de wethouder voor denk ik zijn warme woorden die in lijn zijn ook met wat de gezamenlijke motie uitspreekt. Dus ik denk dat dat signaal inderdaad
breed zal zijn. Ik probeer toch nog te pleiten voor unanimiteit en ik heb eigenlijk van één fractie nog niet echt hom of kuit gehoord en dat is van Progressief Altena. Uw laatste woorden waren, en dan pak ik even mijn iPadje erbij: we moeten elkaar opzoeken en samen moeten we dit kunnen oplossen. Als u dat nou goed in gedachten houdt straks bij het stemmen en dan inderdaad dat we dat ook samen doen en u dan ook inderdaad met die motie kunt instemmen, dan zou dat denk ik een uniek signaal zijn dat we van links tot rechts, van lokaal tot landelijk in Altena allemaal de lokale agrarische ondernemers hier een hart onder de riem kunnen steken. Ik denk dat dat door alle raadsleden, maar zeker ook door de agrarische sector zeer gewaardeerd zal worden. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Ja, als je toegesproken wordt, dan ga je reageren, dus dat lijkt me verstandig. Nee, laat ik hom of kuit geven, want daar vraagt de heer Bouman naar. Wij kunnen met veel wat hierin staat kunnen wij prima meegaan. Ik onderschrijf ook, en dat is eigenlijk ook wat de heer Van der Hoeven aangaf, ik onderschrijf ook de meerwaarde van de unanimiteit, hè, richting, en de wethouder gaf dat ook aan, die voelt dat als een groot goed.
Maar dan toch, want daar gaat het voor mij echt nog een beetje scheef, en dat heeft te maken met het eerste punt van dat dictum waar gesproken wordt over de stikstofemissie en er worden kwalificaties gebruikt waar ik niet achter kan staan. Ik ben geen deskundige, volgens mij is de heer Bouman hierin ook geen deskundige, maar als deskundigen iets vinden past het mij niet om te zeggen: dat is onjuist, onrealistisch en dat doet geen recht aan, enzovoorts. Ik onderschrijf dat we gezamenlijk hier een probleem hebben wat we gezamenlijk moeten gaan aanpakken en ik wil ook heel ver meegaan in het ondersteunen van deze motie, maar het wegzetten van de wetenschap, en dat is waar ik net in mijn betoog ook aan refereerde, het wegzetten van de wetenschap als ware het zomaar een mening wat onrealistisch en onjuist zou zijn, ja, dat gaat voor mij heel ver. Dus als die eerste zin tenminste aangepast kan worden, dan zijn we al een stuk dichter bij mekaar. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman (Arno): Nou, ik ga een poging doen om de heer Alderliesten te overtuigen waarom het inderdaad toch onjuist en onrealistisch is. Kijk, het is op het moment als er in een kaartje staat dat je 95 procent moet reduceren en je hebt al relatief weinig uitstoot, dan is dat gewoon niet realistisch.
Als dan ook nog eens een keertje een cirkel wordt getrokken om Natura2000 gebied wat niet stikstofgevoelig is, dan interpreteren ik en met mij dus zesentwintig andere raadsleden dat als onjuist. Ik hoop dat Progressief Altena het ook doet in het belang van de unanimiteit die u ook zelf onderstreept. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten. Ik kom zo direct bij andere sprekers. Ik zie u allemaal staan. U krijgt allemaal de kans. Ja, ja. De heer Alderliesten: Ik volg wat de heer Bouman zegt. Hij baseert zich daarbij op een kaartje wat ik in mijn referaat bijna net ook heb weggezet als, nou ja, een enorme vergissing zullen we maar zeggen van het kabinet. Ik wil van het kaartje wegblijven. De situatie is: er is een besluit. Er ligt een uitspraak van de rechter, er is een besluit van het kabinet. Dat het kabinet in al haar onwijsheid noem ik het dan maar even, maar het zijn niet mijn partijen die daar in zitten, heeft besloten om dat op die manier over de schutting te gooien bij de provincie dat is een fout van het kabinet. De provincie staat nu voor de taak om daar met maatwerk, en daarin is de heer Van Vugt strakjes onze voorganger, die gaat maatwerk daarop leveren.
Dan kan het nooit zo zijn dat het kaartje van, hè, op nationale schaal, hier staat 95 procent, er staan cirkeltjes op, het is allemaal gekkigheid, dat dat leidend gemaakt wordt aan het maatwerk wat nog gemaakt moet worden. Daar gaat het voor mij mis.
De voorzitter: Oké. Ik geef even de anderen het woord. Mijnheer Bouman, u kunt straks aan het einde weer reageren. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Ja. Dank u wel, voorzitter. Volgens mij geeft de heer Alderliesten zelf zijn eigen antwoord al, want hij zegt: daar gaat het mis. Zo eindigde u uw bijdrage. Volgens mij staat hier dat nou precies letterlijk in die motie: dat is niet realistisch. We gebruiken iets andere woorden, maar we bedoelen hetzelfde. Ik heb uw bijdrage in de eerste termijn gehoord en ik … Nou, ik was wel verrast zeg maar over de bravoure waarop u de bijdrage heeft gevoerd. U wilt toch niet zeggen dat u vervolgens aan het einde van de rekening gewoon toch tegen gaat stemmen, terwijl dat u zo’n mooie bijdrage hebt gevoerd waarbij u toch de steun ook uitgesproken hebt naar onze agrariërs? De voorzitter: Ik geef mijnheer Alderliesten gewoon even de kans om erover na te denken, want mijnheer Kolff staat ook al een tijd achter het spreekgestoelte. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil ook inhaken op de heer Alderliesten. In het stuk staat onrealistisch. Uit de praktijk kan ik even een voorbeeld noemen. U hebt zelf het woord genoemd: kringlooplandbouw, biologische landbouw, grondgebonden landbouw. Maakt niet uit. Die worden allemaal over dezelfde kam geschoren. Dat is onrealistisch en dat is de praktijk.