10. Ontwerpbegroting MidZuid 2022
Tekst van het document
Gelet op de gemaakte afspraken met de deelnemende gemeenten, waarbij de begrote gemeentelijke bijdrage op kwartaalbasis vooraf wordt vergoed, wordt verwacht dat voorlopig geen beroep hoeft te worden gedaan op de kredietfaciliteit bij de BNG. In dit kader moet nog wel worden opgemerkt dat in de begroting rekening is gehouden met opbrengsten in het kader van de LIV en bonus beschut werken. Deze opbrengsten moeten worden voorgefinancierd, aangezien de betaling ervan pas plaatsvindt in het jaar volgend op het begrotingsjaar. Geprognosticeerde balans en EMU-saldo In bijlage 4 is de geprognosticeerde balans opgenomen, alsmede de ontwikkeling van het EMU-saldo. Daarnaar wordt verwezen. Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021
Pagina 28 van 36
3.5 Verbonden partijen Overzicht verbonden partijen De deelnemende gemeenten in de GR WAVA zijn: Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout. Daarnaast zijn binnen de gemeenschappelijke regeling de volgende rechtspersonen aanwezig: -
MidZuid B.V., ten behoeve van het aangaan van samenwerkingsverbanden met derden, gericht op de verbetering van de mogelijkheden voor de uitvoering van de doelstelling van de GR WAVA. MidZuid B.V. is voor 100% eigendom van WAVA. Het resultaat van MidZuid B.V. wordt volledig verrekend met de GR WAVA.
-
MidZuid A.I.D. B.V.; is een 100% deelneming van MidZuid B.V. MidZuid A.I.D. B.V. is de entiteit waarin onder meer de werknemers vanuit andere contracten dan de WSW, ambtenaren en het regulier personeel worden verloond. De activiteiten van MidZuid A.I.D. B.V. worden volledig verrekend met MidZuid B.V.
Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021
Pagina 29 van 36
Bijlage 1:
Voorlopige bijdrage per gemeente
De gemeentelijke bijdrage bestaat uit een bijdrage in de vaste lasten en een bijdrage in het subsidieresultaat c.q. om te komen tot een sluitende begroting. De bijdrage in de vaste lasten wordt over de gemeenten verdeeld op basis van een eerder vastgesteld omslagpercentage. In 2021 en volgende jaren is er een vaste lasten component. Door de hogere kosten van onderhoud en de lagere huurinkomstenkomt zijn de vaste lasten hoger. Verdeling vaste lasten: Bedragen * € 1
Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Omslagfactor
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
26,83% 12,17% 15,61% 45,39%
9.928 4.504 5.775 16.793
7.781 3.530 4.527 13.162
5.098 2.313 2.966 8.623
2.683 1.217 1.561 4.539
100,00%
37.000
29.000
19.000
10.000
Voor de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo is het aantal plaatsingen bepalend. Daarvoor is het aantal definitieve plaatsingen in 2017 als uitgangspunt genomen. Op grond van deze verdeling bedraagt de bijdrage per gemeente in het subsidieresultaat/begrotingssaldo: Verdeling subsidieresultaat / begrotingssaldo Omslagfactor
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Altena Drimmelen Geertruidenberg
142 67 82
430.669 203.203 248.696
401.280 189.337 231.725
349.644 164.973 201.907
328.770 155.124 189.853
Oosterhout
226 517
685.431 1.568.000
638.658 1.461.000
556.476 1.273.000
523.253 1.197.000
Bedragen * € 1
Hierbij wordt nog opgemerkt dat bovengenoemde bedragen voorschotbedragen zijn. Bij de jaarrekening vindt een onderlinge verrekening plaats op basis van het werkelijk aantal plaatsingen in dat jaar.
Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021
Pagina 30 van 36
De totale bijdrage per gemeente is opgenomen in onderstaande tabel:
Totale bijdrage per gemeente Bedragen * € 1
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Altena Drimmelen Geertruidenberg
440.597 207.707 254.472
409.062 192.867 236.252
354.742 167.286 204.873
331.453 156.341 191.414
702.224 1.605.000
651.820 1.490.000
565.099 1.292.000
527.792 1.207.000
Oosterhout
Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021
Pagina 31 van 36
Bijlage 2:
(Financiële) uitgangspunten
Hierna wordt een overzicht gegeven van de bij het opstellen van de begroting gehanteerde (financiële) uitgangspunten voor de diverse begrotingsposten: -
De begroting is opgemaakt op basis van de meest recente gegevens en inzichten. De basis voor deze begroting wordt gevormd door de meerjarencijfers uit het bedrijfsplan 2021, aangezien na het opstellen daarvan geen sprake meer is geweest van ontwikkelingen die aanpassing van deze cijfers noodzakelijk maken.
-
De kosten en opbrengsten worden zo zuiver mogelijk toegerekend aan de diverse posten in de begroting.
-
De laatste bekende begrotingscijfers van het macrobudget voor de subsidie van het rijk m.b.t. de uitvoering van de Wsw worden als uitgangspunt genomen voor het te verwachten subsidiebedrag. Dit betekent dat de cijfers van de septembercirculaire 2020 zijn aangehouden voor wat betreft de rijkssubsidie Wsw voor 2022 en volgende jaren. De macrocijfers kunnen aangepast worden aan eventuele ontwikkelingen betreffende de hoogte van het wettelijk minimumloon (WML) en de lonen in de gesubsidieerde sector. Dit wordt pas bekend in de loop van het begrotingsjaar. Hiermee is, conform bestendige gedragslijn, geen rekening gehouden. Binnen het macrobudget is sprake van een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). Afwijkingen in het volume kunnen effect hebben op de prijs. Dit kan financiële risico’s met zich meebrengen.
-
Voor de Wsw is rekening gehouden met een teruglopend personeelsbestand. Deze terugloop is gebaseerd op de ‘blijfkans’ volgens het rijksbudget met betrekking tot de deelnemende gemeenten en de daaruit voortvloeiende volumecomponent (Q). Het aldus bepaalde aantal is bepalend geweest voor de begrote rijkssubsidie als voor de berekening van de formatie/salariskosten Wsw-medewerkers.
-
Voor nieuw beschut is uitgegaan van opbrengsten in de vorm van loonkostensubsidie en een begeleidingsvergoeding (€ 7.000 per medewerker); de bonus beschut werken is niet meer meegenomen in de berekeningen. Het saldo op nieuw beschut is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de staat van baten en lasten. Het aantal medewerkers nieuw beschut voor 2022 is gebaseerd op de eind 2019 door het ministerie gepubliceerde aantallen (taakstelling ultimo jaar). Voor 2021 en volgende is het aantal hierop gebaseerd, aangepast aan de budgetontwikkeling. Deze aantallen zijn teruggerekend naar gemiddelden over het jaar.
-
Voor 2022 is uitgegaan van 54 medewerkers die werkzaam zijn via een participatiebaan. Voor de jaren erna is dit aantal jaarlijks met 5 verhoogd. Verder is voor deze doelgroep rekening gehouden met een begeleidingsvergoeding van gemiddeld € 4.000 per persoon. Het saldo op de doelgroep participatiebanen is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de staat van baten en lasten
Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021
Pagina 32 van 36
-
De loonkosten van de SW-medewerkers zijn gebaseerd op de cao sw. Op grond van deze cao volgt de loonontwikkeling het wettelijk minimumloon, in combinatie met de prijsontwikkeling van het rijksbudget. Verder is rekening gehouden met het vervallen van het hoge tarief lage inkomensvoordeel (LIV). Deze cao sw heeft een looptijd tot en met 31 december 2020. Voor 2021 e.v. is rekening gehouden met het doorzetten van de systematiek dat de loon- en prijsontwikkeling uit het rijksbudget via een algemene loonstijging wordt vertaald naar een algemene salarisstijging van de sw-medewerkers. De cao-onderhandelingen waren ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet afgerond.
-
De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de CAO Gemeenten en de daarin gemaakte afspraken voor loonontwikkeling. De looptijd van de huidige cao is tot eind 2020. Voor de lonen van 2021 is rekening gehouden met het effect dat de 3% loonstijging dan volledig effectief is voor het gehele jaar. Voor 2021 is uitgegaan van een stijging van 0%, uitgaande van het standpunt van de VNG in de cao onderhandelingen. De reguliere formatie is gebaseerd op de formatieomvang 2021, zoals opgenomen in het bedrijfsplan 2021.
-
De loonkosten van de overige medewerkers (nieuw beschut, participatiebanen) zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon. Ook hierbij is rekening gehouden met LIV en de wijziging in die regelgeving, waaronder aansluiting bij het PWRI voor de pensioenregeling.
-
De prijzen 2022 zijn gebaseerd op het prijsniveau 2021, zoals opgenomen in het bedrijfsplan 2021. Ook voor de meerjarenbegroting is dit prijspeil aangehouden. Dit geldt zowel voor de kosten als opbrengsten.
-
De omzet wordt voornamelijk gerealiseerd binnen MidZuid B.V. en maakt daarmee onderdeel uit van het operationeel resultaat in de begroting.
-
Voor de diverse te factureren opbrengsten (omzet, verhuur) is in het najaar 2020 de indexatie voor 2021 vastgesteld, welke ontwikkeling is gevolgd in de begrotingscijfers. De indexering varieert, al naar gelang de werksoort en/of de geldende afspraken. Voor de jaren 2022 e.v. is, zoals hiervoor vermeld, het prijspeil 2021 aangehouden.
-
Onder de vaste lasten wordt verstaan de kosten van het gebouw en de rentekosten van een lening uit het verleden. De vaste lasten worden volgens een vastgesteld percentage verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie hiertoe bijlage 1).
-
De term overhead is bij de laatste wijziging van het BBV nader gedefinieerd. De onder overhead bij de GR WAVA in de begroting opgenomen kosten betreffen de ambtelijke medewerkers die werkzaam zijn in functies die binnen de nieuwe definitie van overhead vallen. In de geconsolideerde cijfers is ook een post overhead opgenomen. Aangezien MidZuid B.V. niet hoeft te voldoen aan de verslaggevingseisen van het BBV, wordt het begrip overhead in de geconsolideerde cijfers ruimer geïnterpreteerd. Deze overhead bestaat uit de algemene bedrijfskosten en de kosten van indirect personeel. Deze posten worden begroot op basis van een realistische inschatting van de
Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021
Pagina 33 van 36
ontwikkelingen op gebied van volume, loon en prijs. De kosten van overhead worden geheel verrekend met de PMC’s. -
Bij de PMC’s publieke dienstverlening en facilitaire dienstverlening wordt een belangrijk deel van de werkzaamheden uitgevoerd in opdracht van de deelnemende gemeenten. Dat gebeurt juridisch onder het regime van quasi-inbesteding. Dat is mogelijk omdat deze omzet, en ook de omzet behaald bij bedrijven, valt onder de intentie van de opdracht van de gemeenten aan MidZuid B.V.. Daarmee wordt juridisch voldaan aan de eisen van quasi-inbesteding en past dit binnen de Europese regelgeving. Dit is getoetst door een specialist in Europees aanbestedingsrecht van AKD.
-
Voor het bepalen van de hoogte van de post onvoorzien is uitgegaan van 2% van de loonkosten van het reguliere personeel van de GR WAVA en MidZuid B.V. (afgerond naar beneden). De verwachting is namelijk dat de grootste kans op onvoorziene uitgaven in de personele sfeer ligt (vervanging bij langdurige ziekte e.d.).
-
De gemeentelijke bijdrage blijft beperkt tot het subsidieresultaat en de vaste lasten. Doelstelling is dat de bedrijfsvoering over alle werksoorten samen neutraal verloopt. In de vergadering van het Dagelijks Bestuur van 24 november 2016 is de afspraak gemaakt dat de begroting (en meerjarenbegroting) sluitend moeten zijn. Dit heeft effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen: de vaste lasten zijn geheel opgenomen in de gemeentelijke bijdrage; in de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo worden nu, naast het subsidieresultaat, ook de overige exploitatieposten betrokken. Voor 2021 is daar met instemming van het bestuur in de herziene begroting eenmalig vanaf geweken vanwege de bijzondere situatie als gevolg van de coronapandemie.
-
In de begroting is geen rekening gehouden met eventuele lasten in het kader van de vennootschapsbelasting. Begin 2016 heeft de belastingdienst bericht dat er, gelet op de activiteiten van de GR WAVA en de wijze waarop eventuele resultaten worden verrekend, geen sprake is van een winstoogmerk en dat daarom ook geen sprake is van vennootschapsbelastingplicht. Overigens is eind 2018 de Vpb-regelgeving voor sociale werkbedrijven aangepast, waardoor de mogelijkheden voor toepassing van de Vpb-vrijstelling voor SW-bedrijven duidelijker zijn geworden. Voor Midzuid B.V. wordt met terugwerkende kracht naar 2018 daar ook gebruik van gemaakt.
Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021
Pagina 34 van 36
Bijlage 3:
Begroting naar taakvelden
Bedragen * € 1.000
Bedrijfsplan Begroting Meerjarenraming 2021 2022 2023 2024
2025
0.1 Bestuur Baten Lasten
20-
20-
20-
20-
20-
0.4 Overhead Baten Lasten
196 196-
196 196-
196 196-
196 196-
196 196-
0.5 Treasury Baten Lasten
40-
40-
40-
40-
40-
0.8 Overige baten en lasten Baten Lasten
100-
100-
100-
100-
100-
-
-
-
-
-
16.064 16.292-
16.078 15.918-
15.852 15.692-
15.750 15.590-
15.408 15.248-
-
-
-
-
-
16.260 16.648388-
16.274 16.274-
16.048 16.048-
15.946 15.946-
15.604 15.604-
0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Baten Lasten 0.10 Mutatie reserves Baten Lasten 011. Resultaat van de rekening van baten en lasten Baten Lasten 6.4. Begeleide participatie Baten Lasten 6.5. Arbeidsparticipatie Baten Lasten Totalen taakvelden Baten Lasten Saldo
Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021
Pagina 35 van 36
Bijlage 4:
Geprognosticeerde balans en EMU-saldo
Hieronder is een overzicht van het verwachte verloop van de balanscijfers opgenomen, alsmede de berekening van het EMU-saldo. Daarbij is gebruik gemaakt van de door de commissie BBV beschikbaar gestelde (berekenings)modellen. Geprognosticeerde balans: Begrotingsjaar T Bedragen * € 1.000
2022
Activa (im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
T-2
T-1
T
T+1
T+2
T+3
31-12-2020
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
6.296 2.217 0 0 8.513
6.089 1.450
5.920 1.450
5.759 1.450
5.608 1.450
5.466 1.450
7.539
7.370
7.209
7.058
6.916
Voorraden: Onderhanden werk & Overige gronden hulpstoffen Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa
1.950 131 57 2.138
2.307 42 57 2.406
1.833 42 57 1.932
2.111 42 57 2.210
2.160 42 57 2.259
2.185 42 57 2.284
Totaal Activa
10.651
9.945
9.302
9.419
9.317
9.200
31-12-2020
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
3.030 1.158 5.600 9.788
2.642 863 5.600 9.105
1.495 367 6.600 8.462
1.495 484 6.600 8.579
1.495 382 6.600 8.477
1.495 265 6.600 8.360
466 397 863
450 390 840
450 390 840
450 390 840
450 390 840
450 390 840
10.651
9.945
9.302
9.419
9.317
9.200
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva Totaal Passiva
0 0
EMU-saldo: Bedragen * € 1.000
T-1
EMU-SALDO EMU-SALDO referentiewaarde Verschil EMU-saldo & referentiewaarde Financiële vaste activa
Mutaties (1 januari tot 31 december)
Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen Activa Vlottende activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Vaste schuld Vaste Passiva Passiva Vlottende passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa
Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021
T
T+1
T+2
T+3
2021 -476
2022 -1.474
2023 278
2024 49
2025 25
-476
-1.474
278
49
25
-767 0 357 -89 0 0 -16 -7 0
0 0 -474 0 0 1.000 0 0 0
0 0 278 0 0 0 0 0 0
0 0 49 0 0 0 0 0 0
0 0 25 0 0 0 0 0 0
Pagina 36 van 36