CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Ontwerpbegroting MidZuid 2022

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente AltenaBij agendapunt: Zienswijzen begrotingen gemeenschappelijke regelingen11.888 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Werkt voor iedereen Begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2025 van Gemeenschappelijke regeling WAVA, (mede inhoudende de begroting van MidZuid B.V.)

Dagelijks Bestuur d.d. 25 maart 2021

COLOFON Missie Samen groeien in werk. Visie Wij vinden dat iedereen de kans moet hebben op een zo zelfstandig mogelijk leven. Werk is hiervoor de basis. Samen met onze partners uit het bedrijfsleven, de gemeenten en maatschappelijke organisaties geloven wij in ieders talenten. Met werk versterken wij de inwoners van de regio Dongemond. Zo realiseren wij een samenleving waarin iedereen zoveel als mogelijk meedoet! Kernwaarden De kernwaarden van onze organisatie zijn geworteld in ons doen en laten. Ze beschrijven de manier waarop wij werken, hoe wij omgaan met elkaar en met onze partners. Wij zijn actief, betrokken, betrouwbaar en professioneel. Ons verhaal Samen met onze partners verbinden wij mensen duurzaam met werk. Eerder deden we dit vanuit de sociale werkplaats; nu in een breed netwerk als sociaal werkbedrijf. De vier gemeenten in de regio Dongemond zijn gezamenlijk eigenaar van deze organisatie. Zo geven we uitvoering en betekenis aan: samen groeien in werk! Wij stimuleren groei Iedereen heeft talenten en wil dat talent tot bloei brengen. Wij faciliteren die groei. Dat doen we voor mensen die een plek zoeken op de arbeidsmarkt, onze collega's en onze partners. Wij geloven in sociale oplossingen voor arbeidsmarktvraagstukken. Zo groeien we naar een samenleving waarin iedereen meedoet.

Samen met jou Samen met gemeenten, UWV, bedrijven en maatschappelijke organisaties realiseren wij de inclusieve arbeidsmarkt waar iedereen een plek verdient. Samen met jou, want jij verdient een kans op werk. Samen met jou, want jij streeft naar een optimale dienstverlening voor werkzoekenden. Samen met jou, want jij biedt kansen aan anderen in jouw bedrijf. Zo versterken wij de regio Dongemond. Iedereen verdient kansen Voor mensen die een afstand tot de arbeidsmarkt ervaren, zijn kansen op werk niet vanzelfsprekend. Wij vinden dat iedereen altijd een kans verdient op werk. Wij helpen die te vinden of te creëren. Met diverse werkplekken bij onze partners en in ons eigen bedrijf, bieden wij de opstap die nodig is om talent te laten groeien. Zo draagt iedereen bij aan een waardevolle samenleving.

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 2 van 36

Inhoudsopgave COLOFON ...................................................................................................................................... 2 1.

Algemene toelichting op de begroting .............................................................................. 4

2

Begroting 2021 en meerjarenraming................................................................................. 7

3

2.1

Uitgangspunten voor de begroting .................................................................................. 7

2.2

Begroting 2021 WAVA ........................................................................................................ 9

2.3

Meerjarenperspectief 2020-2024 WAVA ........................................................................ 10

2.4

Toelichting op de begroting 2021 en meerjarenraming ............................................... 11

2.5

Samenvattend overzicht van baten en lasten ............................................................... 19

Paragrafen .......................................................................................................................... 20 3.1

Bedrijfsvoering ................................................................................................................. 20

3.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................... 21

3.3

Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................................ 26

3.4

Financiering ...................................................................................................................... 27

3.5

Verbonden partijen .......................................................................................................... 29

Bijlage 1: Voorlopige bijdrage per gemeente ......................................................................... 30 Bijlage 2: (Financiële) uitgangspunten.................................................................................... 32 Bijlage 3: Begroting naar taakvelden ...................................................................................... 35 Bijlage 4: Geprognosticeerde balans en EMU-saldo .............................................................. 36

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 3 van 36

1.

Algemene toelichting op de begroting

Inleiding De voorliggende begroting 2022 en de meerjarenraming is gelijk aan de cijfers van het vastgestelde bedrijfsplan 2021 en de daarin opgenomen meerjarenraming 2022-2025. De basisinformatie van het in februari 2020 vastgestelde bedrijfsplan en de concept jaarstukken van 2020 geven op dit moment geen aanleiding om een andere begroting voor 2022 op te stellen. De door de organisatie gemaakte inschattingen voor de ontwikkelingen richting 2022 en verder zijn nog steeds valide. Beleidsmatig heeft het bestuur van MidZuid1 er eerder voor gekozen om de begrotingen die aan het begin van het jaar worden opgesteld beleidsarm op te stellen. Bij het opstellen van die beleidsarme begroting worden uiteraard wel de jaarcijfers van het voorgaande jaar en de bekende actuele administratieve gegevens betrokken. In het 4e kwartaal van 2021 zal het bedrijfsplan 2022 worden opgesteld, waarin, indien van toepassing, een eerste begrotingswijziging wordt opgenomen. Bij het opstellen van het bedrijfsplan zullen de ontwikkelingen die spelen in 2021 en 2022 en van invloed zijn op de activiteiten en financiën worden betrokken. Op het bedrijfsplan van 2021 zijn geen zienswijzen binnen gekomen. Momenteel wordt in samenwerking met onze deelnemende gemeenten een transformatieproces uitgevoerd. Deze transformatie of doorontwikkeling richt zich op drie pijlers: -

Dienstverlening

-

Samenwerking in de keten (sociaal domein)

-

Bedrijfsvoering

De aanleiding van deze opdracht is de constatering dat MidZuid gewaardeerd wordt en erkend wordt in haar dienstverlening, maar dat er in gesprekken met de gemeenten ook geconstateerd is dat er verbeteringen mogelijk zijn. De wendbaarheid van de organisatie zal moeten worden vergroot. Waarbij de competentie samenwerken steeds meer zal worden aangesproken. Ontwikkelingen binnen het bedrijf In 2016/2017 is door de raden van alle deelnemende gemeenten unaniem ingestemd met de notitie ‘Mensenwerk is de basis’. Daarmee heeft het bedrijf de ruimte gekregen om, naast de uitvoering van de Wsw en beschut werk, activiteiten te ontwikkelen mits deze een relatie hebben met de uitvoering van de Participatiewet. Daarmee is duidelijk richting gegeven aan de toekomst van het bedrijf. Inmiddels is enkele jaren via deze koers gewerkt en dit zal MidZuid is de handelsnaam voor de rechtspersonen GR WAVA, MidZuid B.V., MidZuid Arbeids Integratie Diensten B.V. en WSP MidZuid. 1

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 4 van 36

worden voortgezet in 2022. Het is de bedoeling om in 2021het lopende transformatieproces af te ronden en te implementeren in de organisatie en in de samenwerking met de deelnemende gemeenten. Dit zou in 2022 moeten leiden tot een nog betere stroomlijning in uitvoering van onze dienstverlening met onze deelnemende gemeenten. De voorliggende begroting is in lijn met deze beleidsuitgangspunten opgesteld. In het verlengde van de doorontwikkeling van MidZuid, welke mede moet leiden tot een meer wendbare organisatie, zullen ook de diverse vraagstukken omtrent de huisvesting afgerond worden. Hiervoor is een deskundig bureau ingeschakeld. De voorliggende begroting is op basis van ongewijzigde huisvestingsplannen opgemaakt. Indien de uitkomsten van de rapportage van het deskundig bureau daar aanleiding toe geven, zal dit in de toekomstige begrotingen worden meegenomen. Ten aanzien van het aantal doelgroepmedewerkers wordt verwacht dat de lijn, die na de invoering van de Participatiewet is ingezet, zich doorzet. Waardoor een afname van het aantal Wsw-medewerkers te zien zal zijn. Daar staat een groei van het aantal medewerkers via beschut werk en participatiebanen tegenover. Met name bij beschut werk is in 2020 de instroom toegenomen.

In deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de doelstellingen voor 2020 e.v., zowel voor beschut werk als voor participatiebanen gehaald kunnen gaan worden. Daarnaast wordt blijvend ingezet op andere instrumenten, zoals bijvoorbeeld leerwerken, om zo veel mogelijk mensen te ondersteunen om aan het werk te komen. In de arbeidsmarktregio West-Brabant wordt er door de gemeenten, UWV en de Sociale Werkbedrijven samengewerkt en worden afspraken gemaakt over beleid, uitvoering en over de schaalniveau’s. Dit komt o.a. tot uitdrukking in de werkgeversbenadering in de subregio Dongemond door het WerkgeversServicepunt (WSP) MidZuid. Met betrekking tot WSP MidZuid is in 2017 een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten tussen de betrokken gemeenten, de GR WAVA en MidZuid B.V.. De in de DVO gemaakte afspraken komen tot uitdrukking in het feit dat met ingang van 2018 voor WSP MidZuid een eigen jaarplan en begroting is opgesteld en vastgesteld door het dagelijks bestuur. Om die reden maakt het WSP MidZuid (financieel) geen onderdeel meer uit van deze begroting. De begroting 2022 in cijfers In februari 2021 heeft het algemeen bestuur het bedrijfsplan 2021 met bijbehorende begrotingswijziging 2021 vastgesteld. Zoals hiervoor al is opgemerkt zijn de cijfers in de begroting 2022 in lijn met de meerjarencijfers uit dit bedrijfsplan.

Door de landelijke ontwikkelingen rond de subsidie SW zal de komende jaren sprake zijn van een positieve ontwikkeling in het subsidieresultaat. Dit heeft een belangrijke invloed op de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage in de komende jaren. Een en ander komt in de voorliggende begrotingscijfers tot uitdrukking. Echter moet wel in ogenschouw genomen worden dat de Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 5 van 36

groep SW-ers de komende jaren steeds verder zal krimpen, waardoor de positieve ontwikkelingen op de SW-bijdragen steeds minder van invloed zullen zijn op de financiering van MidZuid. Vanaf 2015 zijn er vastgelegde afspraken over de opbouw en de verdeelsleutels gemeentelijke bijdrage voor de begroting en de meerjarenraming. Deze afspraken kennen een basis in collectiviteit en solidariteit, met een heldere verrekening over de zogeheten vaste lasten, maar ook een ontwikkeling richting een individuele verrekening per gemeentelijke opdrachtgever voor participatieactiviteiten. Het dagelijks bestuur in november 2016 het uitgangspunt vastgelegd dat de (meerjaren)begrotingen vanaf 2017 sluitend moeten zijn. Dit uitgangspunt heeft consequenties voor de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. In de voorliggende begroting betekent dit dat bij het bepalen van de gemeentelijke bijdrage, naast het subsidieresultaat Wsw en vaste lasten, ook de overige posten uit de begroting worden betrokken. Verwacht resultaat jaarrekening 2020 De bezuinigingen uit het verleden hebben geleid tot een structureel betere financiële bedrijfsvoering. Ook in 2020 is volgens deze lijn verder gewerkt. De concept-jaarrekening 2020 vertoont een uitzonderlijk positief resultaat, wat overigens voor het overgrote deel te danken is aan incidentele factoren.

In de begroting 2022 is met de structurele effecten uit de jaarcijfers 2020 rekening gehouden. Recente ontwikkelingen De verspreiding van het corona-virus en de daarmee gepaard gaande maatregelen hebben ook een grote impact op de bedrijfsvoering bij MidZuid. Financieel zijn de gevolgen in 2020 gelukkig beperkt gebleven door incidentele financiële meevallers en een groot bedrag aan coronacompensatie. De verwachting is dan ook dat de effecten van corona vooral in 2021 merkbaar zullen zijn. Voor 2022 verwachten wij dat we dan de directe coronaeffecten achter ons hebben gelaten

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 6 van 36

2. Begroting 2022 en meerjarenraming 2.1 Uitgangspunten voor de begroting Bij het samenstellen van de begroting 2022 en meerjarenraming zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. Opzet van de begroting De begroting van de Gemeenschappelijke Regeling WAVA (GR WAVA) heeft primair betrekking op de activiteiten en financiën van GR WAVA zelf. De bedrijfsactiviteiten vinden echter in belangrijke mate plaats binnen de 100% dochter van GR WAVA: MidZuid B.V. In de begroting wordt wel duidelijk onderscheid gemaakt tussen beide rechtspersonen. Dit betekent dat de (formele) begrotingscijfers uitsluitend betrekking hebben op de GR WAVA. Het verwachte resultaat van MidZuid B.V. komt in de begroting van GR WAVA tot uitdrukking in één begrotingspost: het operationeel resultaat. Om ook inzicht te verschaffen in de begrote cijfers van MidZuid B.V. is in de toelichting op de begroting een geconsolideerde begroting van GR WAVA en MidZuid B.V. (met toelichting) opgenomen. De begroting is opgesteld rekening houdende met de meest recente regels op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV). De activiteiten waarop de begroting betrekking heeft, vinden plaats in één programma: werk en re-integratie. Financiële uitgangspunten In het bedrijfsplan 2021 dat in februari 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld zijn ook de meerjarencijfers 2022 e.v. opgenomen.

Aangezien er sinds het moment van opstellen van het bedrijfsplan 2021 geen sprake is van nieuwe (landelijke) ontwikkelingen, vormen de meerjarencijfers uit dit bedrijfsplan de basis voor de begroting 2022. Een belangrijke opbrengstpost vormt de rijkssubsidie SW. Binnen het macrobudget is sprake van een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). Afwijkingen in het volume kunnen effect hebben op de prijs. In deze begroting zijn de laatst bekende cijfers van het Rijk aangehouden op basis van de septembercirculaire 2020. De (financiële) uitgangspunten die betrekking hebben op de diverse begrotingsposten zijn nader in detail uitgewerkt in bijlage 2, waarnaar wordt verwezen. Visie, missie en gemeentelijke bijdrage Vanuit de vastgestelde visie en missie vervult de GR WAVA (hierna: WAVA) voor haar vier deelnemende gemeenten een publieke opdracht in een private omgeving. Deze opdracht luidt in de kern om mensen zo dicht mogelijk naar regulier werk te brengen en dat zo efficiënt mogelijk te doen.

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 7 van 36

Dit leidt tot 3 uitgangspunten: -

Mensontwikkeling is leidend, dat betekent dat wij medewerkers zo hoog mogelijk plaatsen op de werkladder en binnen een trede hun loonwaarde of toegevoegde waarde optimaliseren.

-

Wij werken duurzaam samen met onze partners en dat betekent: o

Heldere afspraken over prijs en kwaliteit op basis van marktconforme tarieven en loonwaarden van de medewerkers.

-

o

Heldere afspraken over begeleiding en ondersteuning.

o

Een werkomgeving voor medewerkers conform de wettelijke eisen.

Doelstelling is dat de bedrijfsvoering over alle werksoorten samen budgettair neutraal verloopt en dat de gemeentelijke bijdrage zoveel als mogelijk wordt beperkt. Zie in dit kader ook hetgeen in hoofdstuk 1 over de gemeentelijke bijdrage is opgemerkt, alsmede de financiële uitgangspunten die zijn opgenomen in bijlage 2.

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 8 van 36

2.2 Begroting 2022 GR WAVA Bedrijfsplan

Realisatie

Begroting

Bedrijfsplan

Begroting

2020

2020

2021 oorspronkelijk

2021

2022

Subsidieresultaat wsw Rijkssubsidie Begeleid werken Subsidie beschikbaar voor WAVA

11.732 -464 11.268

12.166 -513 11.654

11.303 -447 10.856

11.793 -506 11.287

11.373 -487 10.885

Personeelslasten (na aftrek LIV) Vervoer doelgroep Totaal personeelskosten ca.

-12.784 -202 -12.986

-12.512 -241 -12.754

-12.187 -194 -12.380

-12.385 -211 -12.596

-11.712 -200 -11.912

Subsidieresultaat wsw

-1.718

-1.100

-1.524

-1.309

-1.027

Nieuw beschut Loonkostensubsidies Personeelslasten (netto, na aftrek LIV en bonus (2019)) Subsidieresultaat nieuw beschut Begeleidingsvergoedingen Saldo nieuw beschut

714 -1.213 -499 609 110

395 -625 -229 574 344

840 -1.460 -620 716 96

859 -1.540 -682 646 -36

1.003 -1.804 -801 754 -47

280 -661 -381 156 -225

381 -900 -519 264 -255

316 -772 -456 176 -280

389 -980 -591 196 -395

429 -1.083 -654 216 -438

-1.834

-1.010

-1.708

-1.740

-1.512

Vaste lasten WAVA Gebouw Huuropbrengst derden Doorbelast gebruik gebouwen Rente lening BNG Energie Vaste lasten

-517 235 451 -40 -129 -

-419 192 445 -30 -132 57

-507 235 440 -40 -129 -

-541 180 455 -40 -129 -74

-503 180 455 -40 -129 -37

Overhead Personeelskosten Doorbelasting naar MidZuid B.V. Totaal

-273 273 -

-233 233 -

-277 277 -

-196 196 -

-196 196 -

Overige bedrijfskosten

-13

-112

-13

-20

-20

8

707

-50

-75

64

-100

-

-100

-100

-100

Resultaat voor gemeentelijke bijdrage

-1.939

-358

-1.871

-2.009

-1.605

Gemeentelijke bijdrage

1.939

1.939

1.871

1.621

1.605

0

1.581

0

-388

0

Bedragen * € 1.000

Nieuwe doelgroepen (P-wet) Loonkostensubsidies Personeelslasten (netto, na aftrek LIV) Subsidieresultaat nieuwe doelgroepen Begeleidingsvergoedingen Saldo nieuwe doelgroepen Subtelling saldo alle doelgroepen

Operationeel resultaat MidZuid B.V. Onvoorzien

Resultaat excl. incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten Resultaat exploitatie WAVA 1)

-

0

1.581

-

0

-388

Betreffen de cijfers 2020 op basis van de concept-jaarrekening excl. WSP MidZuid

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 9 van 36

0

2.3 Meerjarenperspectief 2021-2025 GR WAVA Bedrijfsplan 2021

Begroting 2022

Subsidieresultaat wsw Rijkssubsidie Begeleid werken Subsidie beschikbaar voor WAVA

11.793 -506 11.287

11.373 -487 10.885

11.066 -472 10.594

10.886 -463 10.424

10.373 -384 9.988

Personeelslasten (na aftrek LIV) Vervoer doelgroep Totaal personeelskosten ca.

-12.385 -211 -12.596

-11.712 -200 -11.912

-11.128 -190 -11.319

-10.693 -183 -10.876

-10.122 -173 -10.295

Subsidieresultaat wsw

-1.309

-1.027

-725

-453

-307

Nieuw beschut Loonkostensubsidies Personeelslasten (netto, na aftrek LIV) Subsidieresultaat nieuw beschut Begeleidingsvergoedingen Saldo nieuw beschut

859 -1.540 -682 646 -36

1.003 -1.804 -801 754 -47

1.147 -2.069 -923 863 -60

1.279 -2.322 -1.043 962 -81

1.394 -2.541 -1.146 1.049 -97

Nieuwe doelgroepen (P-wet) Loonkostensubsidies Personeelslasten (netto, na aftrek LIV) Subsidieresultaat nieuwe doelgroepen Begeleidingsvergoedingen Saldo nieuwe doelgroepen

389 -980 -591 196 -395

429 -1.083 -654 216 -438

468 -1.208 -740 236 -504

508 -1.315 -807 256 -551

548 -1.422 -875 276 -599

-1.740

-1.512

-1.288

-1.084

-1.003

Vaste lasten WAVA Gebouw Huuropbrengst derden Doorbelast gebruik gebouwen Rente lening BNG WSP MidZuid Energie Vaste lasten

-541 180 455 -40 -129 -74

-503 180 455 -40 -129 -37

-495 180 455 -40 -129 -29

-485 180 455 -40 -129 -19

-476 180 455 -40 -129 -10

Overhead Personeelskosten Doorbelasting naar MidZuid B.V. Totaal

-196 196 -

-196 196 -

-196 196 -

-196 196 -

-196 196 -

Overige bedrijfskosten

-20

-20

-20

-20

-20

Operationeel resultaat MidZuid B.V.

-75

64

-52

-69

-75

Onvoorzien

-100

-100

-100

-100

-100

Resultaat voor gemeentelijke bijdrage

-2.009

-1.605

-1.489

-1.292

-1.207

Gemeentelijke bijdrage

1.621

1.605

1.490

1.292

1.207

Resultaat excl. incidentele baten en lasten

-388

0

0

-0

-0

Incidentele baten en lasten

-

Resultaat exploitatie WAVA

-388

Bedragen * € 1.000

Subtelling saldo alle doelgroepen

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

-

Meerjarenraming 2023 2024

0

2025

0

-0

Pagina 10 van 36

-0

2.4 Toelichting op de begroting 2022 en meerjarenraming Zoals hiervoor is opgemerkt betreft deze begroting de GR WAVA. In de begroting zijn daarom uitsluitend de posten opgenomen die betrekking hebben op de GR WAVA. Hierna wordt in eerste instantie een toelichting gegeven op deze posten. Daarna wordt een overzicht gegeven van de geconsolideerde cijfers van GR WAVA en MidZuid B.V. en wordt, voor zover dat niet al is gebeurd in het kader van de begroting van de GR WAVA, een nadere toelichting op enkele geconsolideerde posten gegeven. Bij de financiële ontwikkelingen in meerjarenperspectief kan het volgende worden opgemerkt. Met name het subsidieresultaat over de jaren tot en met 2020 vertoonde een negatieve ontwikkeling, wat werd veroorzaakt door de dalende subsidie van het rijk per arbeidsjaar (AJ). Vanaf 2021 is sprake van een verbetering van het subsidieresultaat, welke in de meerjarenraming door zet. Deze ontwikkeling vertaalt zich ook in de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage, die tot en met 2020 nog opliep en in de komende jaren daalt. De toename van de gemeentelijke bijdrage verloopt overigens niet geheel parallel aan de ontwikkeling van het subsidieresultaat, omdat daarin ook de ontwikkeling van overige exploitatieposten wordt betrokken.

Subsidieresultaat Wsw Het subsidieresultaat Wsw bestaat uit het verschil tussen de loonkosten van de swmedewerkers en de rijkssubsidie. Aangezien de rijkssubsidie lager is dan de loonkosten is sprake van een negatief subsidieresultaat. Volgens de septembercirculaire 2020 bedraagt voor 2022 het bedrag per AJ € 28.146; In de jaren erna wordt tevens een (lichte) stijging van dit bedrag verwacht, mede dankzij de loon- en prijscompensatie. De personeelskosten van de sw-medewerkers zijn gebaseerd op de verwachte omvang van de formatie en daarbij is rekening gehouden met de verwachte prijsontwikkeling (zie ook toelichting in bijlage 2, financiële uitgangspunten). Door de lichte stijging in het bedrag per AJ en doordat het aantal wsw-medewerkers geleidelijk afneemt, is er sprake van een verbetering van het subsidieresultaat. De personeelskosten van de sw-medewerkers en de toerekening van de subsidie voor sw-ers die begeleid werken zijn gebaseerd op de volgende aantallen: Uitgedrukt in FTE: Bedrijfsplan Begroting 2021 2022 Aantal FTE in dienst bij WAVA Aantal FTE begeleid werken

395,6 17,8

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

374,9 16,9

2023

2024

2025

357,3 16,1

343,3 15,4

324,8 14,6

Pagina 11 van 36

Uitgedrukt in arbeidsjaren (AJ): Bedrijfsplan Begroting 2021 2022 Aantal AJ in dienst bij WAVA Aantal AJ begeleid werken

406,7 18,3

385,4 17,3

2023

2024

2025

367,3 16,5

352,9 15,9

333,9 15,0

Nieuw beschut De kosten en opbrengsten zijn voor wat betreft het bedrijfsplan 2021 gebaseerd op het aantal medewerkers nieuw beschut volgens een publicatie van het Rijk van eind 2019, met de te realiseren aantallen ultimo 2020. Voor de jaren erna is het aantal gebaseerd op de budgetontwikkeling/ingroeiregeling genoemd in de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer inzake de Uitvoering en evaluatie Participatiewet van juli 2019. In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het aantal medewerkers nieuw beschut (o.b.v. 31 uur per week) weergegeven. Medewerkers nieuw beschut

Bedrijfsplan Begroting 2021 2022

2023

2024

2025

84

112

125

136

Taakstelling ultimo jaar

98

Uit het financieel meerjarenperspectief blijkt dat er sprake is van een negatief resultaat op nieuw beschut. Dit is het gevolg van het vervallen van de bonus beschut werk met ingang van 2020. Participatiebanen Naast de wsw en nieuw beschut wordt in de begroting uitgegaan van het aanbieden van participatiebanen (P-banen) aan mensen die óf binnen de eigen organisatie (PMC’s) werken óf worden gedetacheerd. Uitgegaan wordt van een groeiende groep in de komende jaren volgens onderstaand overzicht. Bedrijfsplan Begroting 2021 2022 Aantal medewerkers met P-baan

49

54

2023

2024

2025

59

64

69

Hierbij wordt rekening gehouden met de stijging in P-banen als gevolg van de uitstroom van een deel van wsw-banen, die op een andere wijze toch ingevuld moeten worden. Als mensen vanuit een bijstandsuitkering in dienst komen via een participatiebaan, dan leidt dit voor de betrokken gemeente tot een besparing van de uitkeringslasten (verschil tussen uitkering en loonkostensubsidie).

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 12 van 36

Ontwikkeling aantal doelgroepmedewerkers (fte) Van de verwachte ontwikkeling in de omvang van de diverse doelgroepen kan het volgende beeld worden gegeven.

Uit dit overzicht blijkt een geleidelijke teruggang in het aantal wsw-medewerkers, die echter grotendeels wordt opgevangen door instroom van medewerkers uit de nieuwe doelgroepen beschut werken en P-wet. Vaste lasten In de meerjarencijfers dalen de afschrijvingen op de gebouwen in verband met het geheel afgeschreven raken van een aantal activa. Echter worden diverse groot onderhoud posten doorgeschoven en wordt al een paar jaar alleen het echt noodzakelijke groot onderhoud uitgevoerd. Dit heeft de laatste jaren wel als bij-effect dat de incidentele onderhoudskosten stijgen. In combinatie met het wegvallen van een deel van de huurders en het marktconform brengen van huidige huurafspraken is de huuropbrengst lager. De doorbelasting van de vaste lasten aan de PMC’s is gemaximeerd op € 455.000. Hier zit de gedachte achter, dat een overcapaciteit aan ruimte niet ongelimiteerd doorbelast kan worden aan de PMC’s. Dat risico ligt bij de GR WAVA. Derhalve resteert er daar een kostenpost voor vaste lasten. Overhead De overhead heeft betrekking op de loonkosten van enkele reguliere medewerkers die een ambtelijke dienstbetrekking hebben binnen de GR WAVA. Zij zijn werkzaam in (staf)functies die vallen binnen de definitie van het BBV met betrekking tot overhead. In het BBV zijn enkele indicatoren specifiek voorgeschreven.

Eén ervan betreft de overhead, uitgedrukt in een percentage van de totale lasten. Het verloop van dit kengetal is als volgt: Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 13 van 36

Bedrijfsplan Begroting 2021 2022 Overhead in % totale lasten

1,2%

1,2%

2023

2024

2025

1,2%

1,2%

1,3%

Aangezien de overhead in de GR WAVA uitsluitend de loonkosten van enkele medewerkers omvat, zeggen de in de tabel opgenomen percentages niet zoveel. Een beter beeld van de werkelijke overhead kan worden gevormd op basis van de geconsolideerde cijfers van de GR WAVA en MidZuid B.V.. Daarop wordt hierna nog nader ingegaan. Overige bedrijfskosten Dit betreft de accountantskosten voor controle administratie en jaarrekening GR WAVA. Operationeel resultaat Dit betreft per saldo het resultaat op de activiteiten die in MidZuid B.V. zijn uitgevoerd. Aan het einde van deze paragraaf wordt daarop nog afzonderlijk (per PMC) ingegaan. Het in de begroting opgenomen operationeel resultaat is wat hoger dan hierna vermeld in de geconsolideerde cijfers, omdat de overige bedrijfskosten van de GR WAVA ook in de geconsolideerde cijfers worden meegenomen. Onvoorzien Deze post is, mede op aandringen van de provincie als toezichthouder, opgenomen om niet begrote bijzondere kosten op te kunnen vangen. Gemeentelijke bijdrage Zoals hiervoor al is toegelicht is er sprake van een dalende gemeentelijke bijdrage. Dit heeft vooral te maken met de subsidieresultaten/saldi van de doelgroepmedewerkers. Door een aantal maatregelen om het bedrijfsresultaat verder te verbeteren zal deze daling harder gaan dan eerder voorzien in de begroting van 2021.

Van het verwachte verloop van de gemeentelijke bijdrage, in relatie tot de ontwikkeling van het subsidieresultaat sw/saldi nieuwe doelgroepen, kan het volgende overzicht worden gegeven.

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 14 van 36

Ontwikkeling EMU-saldo De cijfers met betrekking tot de ontwikkeling van het EMU-saldo zijn opgenomen in bijlage 4, waarnaar wordt verwezen. Incidentele baten en lasten In de begrotingscijfers 2022 e.v. zijn geen incidentele baten en/of lasten opgenomen; de vermelde cijfers zijn derhalve alle structureel van karakter. Geconsolideerde cijfers Zoals hiervoor al is opgemerkt vindt een belangrijk deel van de activiteiten plaats binnen MidZuid B.V. Deze activiteiten vertalen zich uiteindelijk in het operationeel resultaat zoals opgenomen in de begroting van de GR WAVA. Ter verbetering van het inzicht in deze post, zijn hierna de geconsolideerde begrotingscijfers van de GR WAVA en MidZuid B.V. opgenomen.

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 15 van 36

Begroting WAVA en MidZuid B.V., geconsolideerd Bedrijfsplan

Meerjarenraming

2021

2022

2023

2024

2025

Subsidieresultaat wsw Rijkssubsidie Begeleid werken Subsidie beschikbaar voor WAVA

11.793 -506 11.287

11.373 -487 10.885

11.066 -472 10.594

10.886 -463 10.424

10.373 -384 9.988

Personeelslasten (na aftrek LIV) Vervoer doelgroep Totaal personeelskosten ca.

-12.385 -211 -12.596

-11.712 -200 -11.912

-11.128 -190 -11.319

-10.693 -183 -10.876

-10.122 -173 -10.295

Subsidieresultaat wsw

-1.309

-1.027

-725

-453

-307

Nieuw beschut Loonkostensubsidies Personeelslasten (netto, na aftrek LIV) Subsidieresultaat nieuw beschut Begeleidingsvergoedingen Saldo nieuw beschut

859 -1.540 -682 646 -36

1.003 -1.804 -801 754 -47

1.147 -2.069 -923 863 -60

1.279 -2.322 -1.043 962 -81

1.394 -2.541 -1.146 1.049 -97

Nieuwe doelgroepen (P-wet) Loonkostensubsidies Personeelslasten (netto, na aftrek LIV) Subsidieresultaat nieuwe doelgroepen Begeleidingsvergoedingen Saldo nieuwe doelgroepen

389 -980 -591 196 -395

429 -1.083 -654 216 -438

468 -1.208 -740 236 -504

508 -1.315 -807 256 -551

548 -1.422 -875 276 -599

Subtelling saldo alle doelgroepen

-1.740

-1.512

-1.288

-1.084

-1.003

Vaste lasten WAVA Gebouw Huuropbrengst derden Doorbelast gebruik gebouwen Rente lening BNG Energie Vaste lasten

-541 180 455 -40 -129 -74

-503 180 455 -40 -129 -37

-495 180 455 -40 -129 -29

-485 180 455 -40 -129 -19

-476 180 455 -40 -129 -10

-861 -2.023 -111 2.995 0

-859 -2.021 -111 2.991 0

-859 -2.019 -111 2.989 0

-912 -2.017 -111 3.040 0

-912 -2.017 -111 3.040 0

Exploitatieresultaat PMC's Omzet (excl. begel.vergoedingen) incl.subs.BW Kosten van de omzet Netto omzet

10.570 -2.406 8.164

10.731 -2.398 8.333

10.616 -2.391 8.224

10.656 -2.387 8.269

10.678 -2.354 8.323

Begel.vergoed./nettoloonkn. P-banen/beschut Loonkosten direct Doorbelast gebr. gebouw Beheerskosten Doorbelasting overhead Totaal kosten PMC's

-4.612 -328 -361 -2.958 -8.259

-4.610 -328 -397 -2.954 -8.289

-4.634 -328 -383 -2.952 -8.297

-4.634 -328 -392 -3.003 -8.357

-4.706 -328 -381 -3.003 -8.418

Operationeel resultaat PMC's

-96

44

-72

-89

-95

Onvoorzien

-100

-100

-100

-100

-100

Resultaat voor gemeentelijke bijdrage

-2.010

-1.605

-1.490

-1.292

-1.207

Gemeentelijke bijdrage

1.622

1.605

1.490

1.292

1.207

Resultaat excl. incidentele baten en lasten

-388

0

0

-0

-0

Incidentele baten en lasten

-

Te bestemmen resultaat operationeel

-388

Bedragen * € 1.000

Overhead Bedrijfskosten Indirect personeel Doorbelast gebruik gebouw Doorbelasting naar PMC's (en WSP MidZuid)

-

0

0

-0

-0

Toelichting op de geconsolideerde cijfers Hierna worden nog enkele specifieke posten in het overzicht met geconsolideerde cijfers toegelicht, voor zover niet reeds toegelicht naar aanleiding van de begrotingscijfers van de GR WAVA.

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 16 van 36

Overhead GR WAVA/MidZuid B.V. De kosten van overhead zijn in de afgelopen jaren fors gedaald, wat blijkt uit onderstaande grafiek (waarin de ontwikkeling in de overhead tevens is afgezet tegen de salariskostenontwikkeling volgens de car-uwo).

Ontwikkeling kosten overhead * € 1.000

4.500

4.000

3.500

3.000

2.500

2.000 2012

2013

2014

2015

Werkelijke totale kosten overhead

2016

2017

2018, 2019, excl. incid. excl. incid.

2020

Kostenontwikkeling als index car-uwo wordt gevolgd

Inmiddels is de ondergrens van de kosten van overhead bereikt, aangezien verdere bezuinigingen de goede, professionele bedrijfsvoering in gevaar brengen. De kosten van overhead zullen zich naar verwachting in de komende jaren stabiliseren. Dit betekent overigens niet dat niet nauwlettend wordt bewaakt hoe de kosten zo beperkt mogelijk gehouden kunnen worden. De ontwikkeling van de overhead, uitgedrukt in een percentage van de totale lasten, is in onderstaande tabel zichtbaar gemaakt. Volledigheidshalve wordt daarbij nog opgemerkt dat in de geconsolideerde cijfers het begrip overhead ruimer wordt geïnterpreteerd dan volgens de definitie in het BBV. Bedrijfsplan Begroting 2021 2022 Overhead in % totale lasten, geconsolideerd

11,2%

11,4%

2023

2024

2025

11,5%

11,7%

11,8%

Gelet op de ontwikkeling van de doelgroepen (terugloop wsw en toename overige doelgroepen) en de verwachte toename in het aantal participatietrajecten en Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 17 van 36

participatieproducten, wordt verwacht dat de bedrijfsactiviteiten op een constant niveau blijven. In bovenstaande tabel zijn de overheadkosten uitgedrukt in een percentage van de totale lasten. De lichte stijging van het percentage vloeit niet voort uit een stijging van de overheadkosten, maar uit een daling van de totale lasten. Doordat de doelgroepen qua samenstelling wijzigen dalen de lasten per saldo (mensen via P-banen komen in de plaats van sw-medewerkers die relatief duurder zijn). Daarnaast is het percentage overhead in vergelijking tot overheidsinstellingen en de semi-publieke sector laag te noemen. PMC’s totaal De mogelijkheden tot het realiseren van omzet zijn sterk afhankelijk van het aantal beschikbare mensen. In de komende jaren zal sprake zijn van terugloop van het aantal swmedewerkers. Hiertegenover staat een toename van het aantal medewerkers vanuit andere doelgroepen: beschut werk en participatiebanen. Zoals uit het hiervoor opgenomen overzicht met doelgroepmedewerkers blijkt, vertoont de totale populatie doelgroepmedewerkers een beperkte daling, waardoor de verwachting is dat de omzet van de PMC’s in de komende jaren redelijk op peil kan blijven. Voor wat betreft de met de omzet samenhangende kosten kan in algemene zin gesteld worden dat deze flexibel meebewegen met de omzet.

Meerjarenbeeld per PMC Algemeen De resultaten van de PMC’s bestaan enerzijds uit de netto-omzetten en de directe kosten van de PMC’s. Anderzijds zijn in de resultaten ook doorbelaste kosten van overhead en gebouwen begrepen. Deze doorbelastingen zullen in de komende jaren licht gaan dalen, zoals hiervoor is toegelicht. Beschermd werk De verwachting bij deze PMC is dat de omzet de komende jaren op peil zal blijven, na een behoorlijke terugloop in 2019. Door de aard van de werkzaamheden zijn de toegevoegde waarden relatief laag, zodat sprake is van een negatief operationeel resultaat. Naar verwachting zal dit negatieve resultaat op een enigszins stabiel niveau blijven. Groepsdetachering Ook bij groepsdetachering is de verwachting dat de omzet op peil blijft en de doorbelaste kosten iets gaan dalen. Ook bij deze PMC worden negatieve operationele resultaten verwacht die weliswaar negatief, maar wel beter zijn dan in de afgelopen jaren. Publieke dienstverlening Onder deze PMC vallen de activiteiten groenvoorziening, beheer milieustations, fietsenstallingen en postbezorging. Naar verwachting zal de omzet in de komende jaren stabiel blijven. Er is wel potentie tot groei van de omzet, maar de vraag is of voldoende Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 18 van 36

mensen vanuit de doelgroep beschikbaar zijn/komen om daaraan invulling te kunnen geven. Indien dat niet het geval is leidt dat tot relatief hoge kosten van het werken van derden. In de begroting wordt daarom (nog) uitgegaan van een stabiele omzet en een daarmee samenhangend stabiel positief resultaat. Binnen deze PMC worden ook vakkrachten ingezet op de uitstroom van ervaren SW-medewerkers op te vangen. Dit is een mooie door ontwikkel kans voor deze medewerkers, maar leidt wel tot een stijging in personeelskosten. Facilitaire dienstverlening. Onder deze PMC vallen de activiteiten met betrekking tot schoonmaak en catering. Door de instroom vanuit nieuwe doelgroepen blijft het aantal medewerkers in deze PMC stabiel en blijft naar verwachting de omzet op niveau. Het operationeel resultaat van deze PMC blijft stabiel. Individuele Plaatsing & Detachering Bij deze PMC is de verwachting dat de uitstroom van sw-medewerkers niet volledig gecompenseerd kan worden met mensen uit de nieuwe doelgroepen. Dit zal een dalend effect hebben op de omzet. Door iets lagere doorbelaste kosten en het verbeteren van de detacheringstarieven blijft het operationeel resultaat in de komende jaren redelijk op niveau. Participatieactiviteiten Zoals in hoofdstuk 1 is toegelicht zijn de participatieactiviteiten nu onder de PMC’s opgenomen.

Voor de komende jaren wordt overigens een resultaat rond het nulpunt verwacht. De verwachting voor de komende jaren is dat de netto-omzet en het operationeel resultaat stabiel zullen blijven.

2.5 Samenvattend overzicht van baten en lasten Volgens het BBV is een samenvattend overzicht van baten en lasten voorgeschreven. Dit overzicht is hierna opgenomen.

Overzicht van baten en lasten, begroting 2022 Bedragen * € 1.000

Baten

Lasten

Saldo

Totaal programma Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing Vpb Onvoorzien Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Resultaat

16.078 196 16.274 16.274

-15.978 -196 -100 -16.274 -16.274

100 -100 0 0

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 19 van 36

3. Paragrafen 3.1 Bedrijfsvoering De toelichtingen in deze alinea zijn gebaseerd op de bedrijfsvoering van de GR WAVA en MidZuid B.V. gezamenlijk, aangezien de bedrijfsvoering in belangrijke mate plaatsvindt binnen MidZuid B.V.. Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Door het vaststellen van de notitie ‘Mensenwerk is de basis’ heeft het bedrijf de ruimte gekregen om, naast de uitvoering van de wsw en beschut werk, activiteiten te ontwikkelen, mits deze een relatie hebben met de uitvoering van de Participatiewet. Daarmee is duidelijk richting gegeven aan de toekomst van het bedrijf. Het jaar 2017 was het eerste jaar waarin volgens deze koers is gewerkt. Dit wordt in de komende jaren doorgezet. Dit komt in de begroting onder meer tot uitdrukking in de samenstelling en ontwikkeling van het personeelsbestand (waaronder P-banen) en in de verdere uitbouw van participatieactiviteiten. Eind 2019 is gestart met het actualiseren van ‘Mensenwerk is de basis’ wat verder vorm is gegeven in het transformatieproces dat in 2020 is gestart en in de tweede helft van 2021 de uitkomsten geïmplementeerd zullen worden. Het transformatieproces voor de doorontwikkeling van MidZuid is een proces, waarin de projectgroepen, bestaande uit medewerkers van de deelnemende gemeenten en MidZuid, de samenwerkingsprocessen optimaliseren en MidZuid verder door ontwikkelen tot een meer flexibele organisatie.

Ontwikkelingen in samenstelling personeel Hierna wordt ingegaan op de verwachte ontwikkelingen in de samenstelling van het personeel: de doelgroepmedewerkers en de reguliere medewerkers. Doelgroepmedewerkers Doordat geen instroom vanuit de wsw plaatsvindt zal het aantal sw-medewerkers de komende jaren een dalende lijn laten zien. Dit wordt in belangrijke mate gecompenseerd door de verwachte instroom vanuit de nieuwe doelgroepen, nieuw beschut en P-banen. Per saldo zal het aantal doelgroepmedewerkers in de komende jaren naar verwachting licht gaan dalen. In paragraaf 2.4 is een overzicht gegeven van het verwachte verloop. Reguliere medewerkers In de afgelopen jaren is een forse bezuinigingsslag doorgevoerd. Vooral door het invoeren van andere manieren van werken en het hanteren van een “vacaturestop, tenzij”, is de formatie met ongeveer 10% gekrompen. Bovendien is er intern een beweging op gang gebracht om binnen het reguliere personeel meer medewerkers te verplaatsen van een overheadfunctie naar een functie in de directe aansturing of begeleiding van medewerkers. In Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 20 van 36

het bedrijfsplan 2021 is uitgegaan van een (directe) formatie op 105,62 FTE, met daarnaast twee vakkrachten voor de afdeling Groen. De begroting 2022 is gebaseerd op de formatie volgens het bedrijfsplan 2021. Enkele uitgangspunten met te bereiken doelen In het voorgaande zijn al enkele cijfers genoemd met betrekking tot aantallen medewerkers e.d. Voor 2022 gelden de volgende te bereiken aantallen voor nieuwe doelgroepen: -

nieuw beschut, te realiseren aantal ultimo 2022 (o.b.v. budgetontwikkeling; gebaseerd op 31 uur per week): 93

-

aantal medewerkers via P-baan: 54

Voor wat betreft het bereiken van de hiervoor genoemde aantallen medewerkers voor nieuw beschut en P-wetters spelen de deelnemende gemeenten een grote rol, aangezien deze mensen (deels) door hen worden voorgedragen. Het aantal sw-medewerkers zal gaan dalen, maar deze daling is voor het bedrijf niet beïnvloedbaar. Om die reden wordt het aantal hier niet als afzonderlijk doel genoemd. De verwachte aantallen op basis van de landelijke uitstroomcijfers zijn vermeld in paragraaf 2.4. De mensontwikkeling is een belangrijk uitgangspunt binnen het bedrijf. Doordat de instroom voor de wsw is beëindigd worden ook de mogelijkheden tot verdere groei op de werkladder voor deze doelgroep beperkter. Het uitgangspunt voor de komende jaren blijft om het aantal stijgers en dalers op de werkladder in evenwicht te houden. Het liefst realiseren we per saldo een stijging. Om dat te kunnen bereiken is voldoende instroom van mensen uit de nieuwe doelgroepen noodzakelijk. We streven ernaar om medewerkers een werkplek zo dicht mogelijk bij de eigen woonomgeving te bieden. In 2020 werkte 61% van de sw-medewerkers binnen de eigen gemeente. Dat is een stijging van 1% ten opzichte van 2019. Uitgangspunt is om het percentage tenminste op dit niveau te houden. Bij dit uitgangspunt moet wel de kanttekening worden gemaakt dat werk gezocht moet worden, dat past bij de talenten van de betrokken werknemer.

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om niet begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat voornamelijk uit de algemene reserve. Eind 2020 bedraagt de algemene reserve € 1.277.000 vóór de resultaatbestemming over 2020. Naast de algemene reserve is in de begroting € 100.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven.

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 21 van 36

De algemene reserve dient om onvoorziene risico’s die samenhangen met de uitvoering af te dekken. In december 2013 heeft het algemeen bestuur het volgende beleid vastgesteld: 1. GR WAVA brengt jaarlijks alle risico’s die verbonden zijn aan haar activiteiten en de bedrijfsvoering in beeld. 2. GR WAVA splitst deze risico’s enerzijds in vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds in overhead en exploitatieresultaat. 3. De berekening voor de weerstandscapaciteit voor GR WAVA wordt gebaseerd op 3% van de absolute bedragen van de aan GR WAVA toe te rekenen opbrengsten en kosten in de onderdelen overhead en exploitatieresultaat. 4. Een minimumomvang van de weerstandscapaciteit vast te stellen omdat GR WAVA niet gewoon is gedurende het boekjaar begrotingswijzigingen door te voeren. 5. De minimumomvang van de weerstandscapaciteit vast te stellen op 1 maal het berekende jaarrisico, het maximum op tweemaal dit risico. 6. De berekening van de weerstandscapaciteit is niet maatgevend voor een berekening van de bestemming bij het rekeningresultaat. Dat laatste vindt elk jaar apart plaats, waarbij wel het minimumniveau van de weerstandscapaciteit in acht wordt genomen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de algemene reserve beleidsmatig niet gerelateerd is en ook niet bedoeld is voor het opvangen van risico’s en fluctuaties in de subsidie-systematiek.

Bij het vaststellen van de resultaatbestemming over 2014 is door het bestuur overwogen om hiervoor eventueel een aparte risico- en egalisatiereserve te vormen. Begin 2015 is echter besloten tot het alternatief dat de individuele gemeenten hiervoor een eigen risicoreserve aanhouden. Bij het vaststellen van de jaarrekening 2019 is op grond van de genoemde uitgangspunten de bandbreedte van de algemene reserve als volgt berekend: ondergrens € 638.000; bovengrens € 1.277.000. De stand van de algemene reserve ultimo 2020 bevindt zich na onttrekking van € 10.000 dus op het maximum (op grond van de voorlopige cijfers 2020 kunnen deze grenzen worden bijgesteld naar € 660.500 c.q. € 1.321.000. Gezien het beleid lijkt dit reëel; daarover moet nog wel een besluit worden genomen bij het vaststellen van de jaarrekening 2020). Daarnaast lijkt het reëel om het resultaat 2020 volledig toe te voegen aan de overige reserves om de gevolgen van de corona in 2021 op te vangen. Ook hierover moet nog een definitief besluit worden genomen bij het vaststellen van de jaarrekening 2020. Dit laten we voor de weerstandsvermogen bepaling hier verder buiten beschouwing. Ter afdekking van de hierna geïnventariseerde risico’s is een weerstandscapaciteit beschikbaar van € 1.277.000 (algemene reserve) + € 100.000 (onvoorzien) = € 1.377.000.

Risico-inventarisatie (financieel) In deze risico-inventarisatie worden de risico’s onderscheiden in de risico’s die samenhangen met de vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds de risico’s met betrekking tot overhead Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 22 van 36

en exploitatieresultaat. De gekwantificeerde risico’s kunnen vervolgens worden gerelateerd aan de omvang van de weerstandscapaciteit. Risico’s in samenhang met vaste lasten en subsidieresultaat: -

Het macrobudget voor de sw is gefixeerd op een vast bedrag, dat alleen voor loon- en prijsontwikkelingen wordt aangepast. Het macrobudget bestaat uit een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). De gevolgde methodiek is dat het macrobudget gelijk blijft en dat mutaties in Q leiden tot aanpassingen in de P. Als landelijk het volume achterblijft dan zal de prijscomponent per fte stijgen en andersom. Dit brengt risico’s met zich mee die moeilijk zijn in te schatten. In de begroting is rekening gehouden met de laatst bekende cijfers (september-circulaire 2020). In opdracht van het ministerie heeft Berenschot de 2e thermometer wsw uitgevoerd (over de jaren 2015-2016), waaruit blijkt dat als gevolg van rijks bezuinigingen ook in de komende jaren sprake is van een forse financiële problematiek rond de sw-financiering. Dit kan volgens Berenschot niet worden opgevangen met verbeteringen in het operationele resultaat. Dit betekent dat aanvullende middelen nodig zijn. Volgens de staatssecretaris zijn deze middelen via het IBP (interbestuurlijk programma) beschikbaar, maar deze mening wordt niet gedeeld door Cedris en de VNG. Vorenstaande risico’s dragen in sterke mate een politiek karakter en kunnen niet goed worden gekwantificeerd.

-

De bijdrage per AJ waarmee in de begroting is gerekend, is gebaseerd op de septembercirculaire 2020 en bedraagt voor het jaar 2022 € 28.416. Indien de situatie zich voordoet dat landelijk de uitstroom in 2020 lager blijkt te zijn, dan waarmee rekening is gehouden zou het budget verder kunnen dalen. Voor 2022 kan dit risico maximaal € 372.000 bedragen. De kans hierop wordt ingeschat op 50%.

-

Het risico bestaat dat de uitstroom van de wsw-medewerkers bij de GR WAVA ten opzichte van de in het budget berekende blijfkans achterblijft. Door de systematiek van T-1 betekent dit dat de GR WAVA in die omstandigheid voor het verschil van de medewerkers de salarislasten voor één jaar moet voorfinancieren. Het risico voor 2021 wordt ingeschat op maximaal 6 arbeidsjaren (loonkosten € 176.000). De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat op 25%.

-

In de cao SW was afgesproken dat de loonkostenstijging wordt gekoppeld aan de loon en prijsontwikkeling (LPO) van het budget, waardoor dit in principe niet tot een extra risico leidt. Er wordt vanuit gegaan dat in de nieuwe cao deze systematiek wordt voortgezet. Het loon van een grote groep sw-medewerkers ligt echter op het niveau van het wettelijk minimumloon (WML), zodat die ontwikkeling in ieder geval wel gevolgd moet worden, ongeacht of er sprake is van de LPO ontwikkeling in het budget. Een WML-stijging van 1% die niet tot compensatie zou leiden heeft een effect € 70.000. De kans hierop wordt ingeschat op 50% (risico dus € 30.000). Overigens liep de huidige cao voor het sw-personeel tot en met 31 december 2020. Aangezien de

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 23 van 36

onderhandelingen over een nieuwe cao nog niet zijn afgerond is nog niet duidelijk is wat de eventuele (financiële) consequenties hiervan zullen zijn. -

Met ingang van 2017 is de LIV (lage inkomens voordeel) ingevoerd. Het LIV is van toepassing op medewerkers die tussen de 100% en 125% van het wettelijk minimumloon (WML) verdienen. Voor deze groep kan, mits aan voorwaarden van het aantal gewerkte uren e.d. wordt voldaan, een vergoeding in het kader van het LIV worden ontvangen. Deze worden overigens pas een jaar later uitbetaald. Inmiddels is er een jaar ervaring opgedaan met het LIV. De omvang van het bedrag aan LIV kan vanuit de salarisadministratie redelijk worden benaderd. Een onzekerheid blijft echter het landelijke plafond in de middelen, die voor LIV beschikbaar zijn. In de begroting is rekening gehouden voor LIV-opbrengsten voor de doelgroepen wsw, beschut werk en p-wetters, totaal € 260.000. Deze opbrengsten zijn zo specifiek mogelijk benaderd, maar door de hiervoor geschetste onzekerheden bestaat het risico dat de begrote opbrengsten niet worden gehaald. Dit risico wordt ingeschat op 50% (omvang risico dus € 130.000).

-

Op grond van de Wet Werk en Zekerheid moet aan werknemers (ook sw-medewerkers) die ziek uit dienst gaan een transitievergoeding worden betaald. Inmiddels heeft de Minister hiervoor een aanpassing doorgevoerd, waardoor vanaf 2020 de transitievergoeding aan werknemers die na 2 jaar ziekte uit dienst gaan wordt betaald door het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Deze regeling heeft terugwerkende kracht voor alle ontslagen vanaf 1 juli 2015.

Risico’s met betrekking tot de overhead en exploitatieresultaat: -

Het niet geheel realiseren van de begrote netto-opbrengst. De omzet wordt deels gerealiseerd bij de deelnemende gemeenten en deels op de vrije markt. De mogelijkheden om de begrote omzet te realiseren zijn afhankelijk van de takenpakketten van onze deelnemende gemeenten en van de economische/marktsituatie. De begrote omzetten zijn zo goed als mogelijk ingeschat, maar door veranderende omstandigheden bestaat het risico dat deze niet wordt gehaald. Het risico wordt voor 2022 nog hoger ingeschat dan normaal. De verwachting is in deze risico inschatting wel dat het coronavirus onder controle is in 2022, maar dat de economische gevolgen hiervan nog wel voelbaar kunnen zijn. De kans van optreden is minder dan 50% en omvang risico is € 537.000.

-

Voor het realiseren van omzet is het nodig om voldoende mensen te hebben die bij de diverse PMC’s kunnen worden ingezet. De terugloop van het aantal sw-medewerkers heeft hierop een negatief effect. In de begroting is ermee rekening gehouden dat deze terugloop voor een belangrijk deel kan worden gecompenseerd door medewerkers die via nieuw beschut werken of P-banen instromen, alsmede ook de begeleidingsvergoeding die zij meebrengen. Als deze verwachtingen niet uitkomen kan het gaan voorkomen dat opdrachten niet kunnen worden geaccepteerd of

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 24 van 36

teruggegeven moeten worden. Het financieel risico hiervan wordt ingeschat op € 430.000 en de kans daarop op 50% (omvang risico dus € 215.000). -

De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de CAR-UWO en de daarin gemaakte afspraken voor loonontwikkeling. De looptijd van de huidige cao was tot 1 januari 2021. Aangezien de onderhandelingen over een nieuwe cao nog niet zijn afgerond is nog niet duidelijk wat de eventuele (financiële) consequenties hiervan zullen zijn. In de begroting zijn de loonkosten overigens per 1 januari 2021 niet geïndexeerd op basis van de uitgangspunten van de VNG om de lonen in 2021 niet te verhogen wel geïndexeerd (in jaren erna wordt hetzelfde prijsniveau voor kosten en opbrengsten aangehouden).

-

MidZuid merkt de grote impact van het COVID-19 virus. De financiële effecten zijn onzeker, maar kunnen materieel2 zijn in de bedrijfsvoering van MidZuid. De daadwerkelijke impact is volledig afhankelijk van de duur van de crisis en de herstelvermogen van de economie na de crisis. Het financiële risico hiervan is specifiek meegewogen in het risico van het niet halen van de begrote netto-opbrengst. Vandaar dat dit niet nogmaals als apart risico wordt berekend.

Als alle hier genoemde risico’s (exclusief de risico’s die betrekking hebben op de subsidiesystematiek) zich tegelijk zouden voordoen maal de kans, dan zou dat een bedrag omvatten van € 912.000. Hiertegenover staat een weerstandscapaciteit van € 1.377.000 vóór bestemming van het resultaat van 2020 . Hierbij wordt nog opgemerkt dat de kans dat alle hiervoor genoemde risico’s zich tegelijk zullen voordoen klein is. Hierna is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de reserves. Overzicht verloop reserves Bedragen * € 1.000

Begrotingsjaar 2022 Saldo 1-1

Bij

Meerjarenraming (saldi 31-12)

Af

Saldo 31-12

2023

2024

2025

Algemene reserve Resultaat lopend jaar

2.642 -

-

1.147 -

1.495 -

1.495 -

1.495 -

1.495 -

Totaal reserves

2.642

-

1.147

1.495

1.495

1.495

1.495

Hierbij is het bedrag van € 1.147 het verwachte terug te betalen bedrag uitgaande van de maximale aan te houden algemene reserve van GR WAVA conform het reservebeleid. Voorzieningen Bij het beoordelen van de financiële positie is het ook van belang of de voorzieningen op peil zijn. De GR WAVA beschikt ultimo 2020 naast de voorziening voorzienbare verplichtingen (€ 12.000; betreft verplichtingen voortkomend uit de archiefwet) over een voorziening voor 2

van behoorlijke invloed

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 25 van 36

groot onderhoud. Deze is nader toegelicht, inclusief een overzicht van het verloop, in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Op grond van de thans aanwezige kennis kan worden geconcludeerd dat de omvang van de voorzieningen toereikend is. Financiële positie en kengetallen Door middel van onderstaande kengetallen wordt inzicht gegeven in de financiële positie van GR WAVA. De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen schulden minus vorderingen en overige opbrengsten. Een netto schuldquote tussen 0% en 90% wordt als normaal beschouwd. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Dit kengetal geeft het percentage eigen vermogen weer ten opzichte van het totale vermogen. De minimumnorm voor deze ratio wordt gesteld op 30%. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Begroting 2022 Kengetallen

Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Verloop van de kengetallen Jaarrek. Begroting: 2020 2021

2022

2023

2024

2025

27,0%

24,8%

33,8%

32,6%

32,5%

33,0%

27,0% 28,4% 1,7%

24,8% 26,6% -2,4%

27,7% 16,1% 0,0%

32,6% 15,9% 0,0%

32,5% 16,0% 0,0%

33,0% 16,3% 0,0%

De netto schuldquote blijft in de vermelde jaren ongeveer op hetzelfde niveau, waarbij in 2022 groot onderhoud staat gepland inzake de huisvesting, wat gepaard gaat met een stijging van de schuldquote, doordat de daarvoor gereserveerde gelden in het verleden zijn aangewend voor aflossing op langlopende schulden. De solvabiliteitsratio voldoet nog niet aan de hiervoor genoemde minimumnorm, hetgeen te maken heeft met in het verleden aangetrokken leningen. Het is bij de GR WAVA niet de bedoeling om structureel (positieve) resultaten te boeken, maar om een sluitende exploitatie te hebben, hetgeen ook tot uitdrukking komt in het kengetal structurele exploitatieruimte.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De activiteiten van de GR WAVA zijn erop gericht de kapitaalgoederen, bestaande uit materiële vaste activa, voorraden en vorderingen goed te beheren. Het daartoe noodzakelijke onderhoud zal worden uitgevoerd. Algemeen De GR WAVA heeft de gebouwen aan de Esdoornlaan en Wilhelminakanaal Noord te Oosterhout in eigendom. In 2017 is op basis van een integrale inspectie de Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 26 van 36

onderhoudstoestand opnieuw in beeld gebracht en is de onderhoudsplanning begin 2020 geactualiseerd. Bij het opstellen van het begroting 2022 is de uitvoeringsplanning van het groot onderhoud geactualiseerd en zijn de opgenomen prijzen geïndexeerd. Het plan heeft ook als leidraad gediend voor het begrote bedrag aan uit te voeren onderhoud en als onderbouwing voor het verloop van de voorziening onderhoud. Overigens wordt gestreefd naar optimalisatie van de verhouding tussen kosten en de hinder door werkzaamheden. Dit vindt onder meer plaats door onderdelen te bundelen en zodoende kostentechnische en planning-technische voordelen te behalen. Hierdoor kunnen onderdelen tussen de verschillende jaren doorschuiven. Voorop staat de instandhouding van de activa op het overeengekomen niveau. Financiële consequenties Alle kosten van doorlopend onderhoud aan gebouwen en installaties e.d. worden in de resultatenrekening opgenomen. In het kader van het groot onderhoud is een voorziening voor het groot onderhoud beschikbaar. Zoals vermeld is in 2017 een inventarisatie van de onderhoudstoestand uitgevoerd, met daaraan gekoppeld een actualisatie begin 2020 van de onderhoudsprognose. Op basis daarvan is de voorziening geactualiseerd; ook zijn de dotaties en onttrekkingen in de begrote cijfers hierop gebaseerd.

Onderstaand is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de voorziening onderhoud. Overzicht verloop onderhoudsvoorziening Bedragen * € 1.000

Voorziening onderhoud

Begrotingsjaar 2021 Saldo 1-1

Bij

991

166

Meerjarenraming (saldi 31-12) 2022 2023 2024 2025

Af Saldo 31-12 294

863

367

494

382

265

3.4 Financiering De GR WAVA is in de afgelopen jaren sterk afhankelijk gebleken van externe financiering. Dit wordt veroorzaakt door het ontbreken van voldoende eigen vermogen. Van het verloop van de langlopende leningen in het begrotingsjaar 2022 kan het volgende overzicht worden gegeven:

Begroting 2022 en meerjarenbegroting – dagelijks bestuur 25 maart 2021

Pagina 27 van 36

1

2

3

4

5

6

7

8

5.000.000

5.000.000

1.000.000

1.600.000

1.000.000

1.000.000

begroot 1.000.000

begroot 2.000.000

2-apr-2010 29-apr-2020

29-dec-2014 29-dec-2021

29-dec-2017 29-dec-2022

28-dec-2018 28-dec-2023

27-dec-2019 30-dec-2024

12-jun-2020 31-dec-2025

29-dec-2021 29-dec-2026

29-dec-2022 29-dec-2027

Aflossing

jaarlijks

jaarlijks m.i.v dec. 2017

op einddatum

op einddatum

op einddatum

op einddatum

op einddatum

op einddatum

Rentepercentage

0,30%

0,84%

0,335%

0,47%

0,12%

0,17%

1,00%

1,00%

Restant bedrag 31 dec. 2021

-

-

1.000.000

1.600.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

Aflossing in 2022 Nieuwe lening 2022

-

-

-1.000.000

Restantbedrag 31 dec. 2022

-

Oorspronkelijk bedrag Ingangsdatum Looptijd tot

-

-

-

1.600.000

-

1.000.000

-

1.000.000

-

-

1.000.000

Totaal

5.600.000

2.000.000

-1.000.000 2.000.000

2.000.000

6.600.000

Lening 1 was oorspronkelijk aangetrokken voor de aankoop van het pand; in de loop van 2020 vindt daarop de laatste aflossing plaats. Lening 2 heeft betrekking op verliesfinanciering (oorspronkelijk € 6 miljoen; in 2014 overgesloten voor € 5 miljoen). De leningen 3 en volgende hebben betrekking op herfinanciering van de aflossingen op lening 2, waarbij in 2018 € 0,6 miljoen extra is aangetrokken in verband met financiering van vervanging van een deel van het wagenpark. De verwachting is dat de aflossing in de toekomst geherfinancierd zullen worden. Dit komt doordat de reserves op maximaal staan en de bedragen daarboven normaliter aan de deelnemende gemeenten worden terugbetaald. Vanwege het geplande onderhoud is de verwachting dat de schuldpositie in 2022 eenmalig toe neemt. Het geld dat voor dit onderhoud nodig is, is in het verleden aangewend om de schulden verder af te lossen. Bij de BNG is een kredietfaciliteit beschikbaar van € 1 miljoen (met een intradaglimiet van € 1,5 miljoen). Het betalingsverkeer is volledig geautomatiseerd en verloopt middels een systeem van elektronisch bankieren. In lijn met de bepalingen van de wet FIDO is een treasurystatuut beschikbaar dat is geactualiseerd begin 2019 . De GR WAVA voldoet aan alle verplichtingen inzake het Schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo beoordeeld en indien nodig afgestort ten gunste van de centrale overheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10197678/1