24-053 Handreiking Duurzaam Bouwen
Tekst van het document
ABG Gemeenten Handreiking duurzaam bouwen 15 januari 2024 2024-0617.006-V3.0
IN HO U D SO P GA VE 01 01.01 01.02 01.03
INLE I DI NG Leeswijzer handreiking Leeswijzer KPI Matrix Leeswijzer middel per domein
3 3 4 5
02 D UU RZ AA M HE I D SV I SIE VO OR DE B O U W OP GA VE V AN AB G GE M E E NTE N 02.01 Duurzaamheidsthema’s 02.02 Type domeinen
6 6 8
03 03.01 03.02 03.03 03.04 03.05 03.06
PR OJ E C TDE F INI T IE Omgevingsvisie (ook wel toekomstvisie) Bestemmingsplan/ omgevingsplan Welstandsnota Grondexploitatiebegroting (verder: GREX) Prestatieafspraken woningcorporaties Anterieure overeenkomst
9 9 10 10 11 12 13
04 04.01 04.02 04.02.01
ON TWE RP Programma van eisen Begroting Total cost of ownership
14 14 15 16
05 05.01 05.02 05.03 05.04
A ANB E STE D ING Marktconsultatie Selectiecriteria Gunningscriteria Overeenkomsten
17 17 18 19 22
06 06.01
UI T VOE R IN G Validatie en verificatie
23 23
07 07.01
E XPL O IT A TIE Meerjarenonderhoudsplan
25 25
08 08.01 08.02
SL O OP Demontagebestek Oogstkaart
26 26 27
B IJ L AGE I: B E GR I PPE N L I J ST
29
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 2
01 INLE I DI NG Deze handreiking helpt de ABG organisatie om invulling te geven aan haar duurzaamheidsdoelstellingen in de bouw. De doelstellingen zijn tot stand gekomen tijdens verschillende sessies samen met medewerkers van de ABG gemeenten. Op deze manier zijn er gedragen en passende doelstellingen opgesteld en door vertaald naar kritische prestatie indicatoren (KPI’s). Deze KPI’s zijn opgenomen in de bijgevoegde KPI matrix. De handreiking biedt houvast om de verschillende KPI’s op te nemen in de gemeentelijke processen en voor ieder domein, te weten: Eigen vastgoed, sociale huur, geen grondpositie en wel grondpositie. Hierdoor weet de ABG organisatie wanneer en hoe de KPI’s in de verschillende projecten opgenomen kunnen worden en in welk type domein. 01.01 Leeswijzer handreiking Deze handreiking werkt vanuit de procesfases in een bouwproject. Van definitievorming naar uitvoering, exploitatie en sloop van een bouwwerk. Per processtap behandelen we de acties die benodigd zijn om duurzaamheid toe te passen in je bouwproject. Het onderstaande overzicht in figuur 1 laat zien welke projectfases we behandelen en welke middelen daaraan gekoppeld zijn. Dit is ook de hoofdstuk- en paragraaf indeling van deze handreiking. Bijlage III - gebruikershandleiding handreiking laat zien hoe je de handreiking gebruikt. 3. Projectdefinitie
4. Ontwerp
5. Aanbesteding
6. Uitvoering
7. Exploitatie
8. Sloop
1. Omgevingsvisie
1. Programma van eisen
1. Marktconsultatie
1. Validatie en verificatie
1. MJOP
1. Demontagebestek
2. Bestemmingsplan
2. Begroting
2. Selectiecriteria
3. Welstandsnota
2.1 Total cost of ownership
3. Gunningscriteria
4. GREX
4. Overeenkomsten
5. Anterieure overeenkomst 6. Prestatieafspraken
Figuur 1 Projectfases inclusief de bijbehorende middelen om duurzaamheid bij toe te passen . -
Iedere projectfase is een hoofdstuk
-
Ieder middel is een paragraaf.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 3
2. Oogstkaart
01.02 Leeswijzer KPI Matrix Aanvullend en ondersteunend aan deze Handreiking vind je een KPI-matrix, die als ondersteuning dient voor de handreiking van ABG Gemeenten. De KPI-matrix is als een apart document toegevoegd (20230617.006-V2.0 Handreiking Duurzaam Bouwen.xls). Het doel van de KPI matrix is om de thema's Circulariteit, Klimaatadaptief, CO2 Neutraal energieverbruik en Biodiversiteit effectief te integreren in het betreffende project. Binnen de KPI-matrix biedt elke kolom specifieke informatie: ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼ ◼
Thema: Geeft aan voor welke thema's de KPI's relevant zijn. Doel: Beschrijft welk doel kan worden bereikt met de KPI. KPI #: Geeft een codering aan de KPI voor verwijzing in de handleiding of voor interne referentie. Onderwerp: Het onderwerp van de KPI. Definitie: Een omschrijving van de KPI. Verificatiemethoden: De bijbehorende verificatiemethode voor de KPI. Prestatie-eis: Beschrijft de prestatie-eis van de KPI. KPI voor nieuwbouw: Hoogte van de KPI voor nieuwbouwprojecten. KPI voor renovatie: Hoogte van de KPI voor renovatieprojecten. KPI voor sloop: Hoogte van de KPI voor sloopprojecten.
Daarnaast bevat de KPI-matrix kleurcodering. Paars/roze cellen geven aan dat de KPI een wettelijke verplichting heeft. De grijze cellen zijn niet van toepassing voor het betreffende domein. Dit is bijvoorbeeld zo bij KPI’s voor sloop. Hiervan zijn een aantal KPI’s niet van toepassing. Daarom is die cel grijs. De KPI’s zijn met zorg opgesteld, zodat iedere KPI voor de ABG gemeenten haalbaar is. Het is een meetlat die een basis bepaald voor de gemeenten. De gemeenten zijn uiteraard altijd vrij om nog ambitieuzere KPI’s op te stellen als er hogere project specifieke ambities zijn.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 4
01.03 Leeswijzer middel per domein Ieder hoofdstuk begint met een tabel waarin staat welk middel van toepassing is voor welk domein. In de tabel hieronder staat een totaaloverzicht van alle projectfases en toepassing van de middelen per domein. Tabel 1 Totaaloverzicht m iddel per domein in alle projectfases
Domein
Eigen vastgoed
Sociale huur
Wel grondpositie
Geen grondpositie
Middel Projectdefinitie Omgevingsvisie Welstandsnota Bestemmingsplan Grondexploitatiebegroting Prestatieafspraken Anterieure overeenkomst Ontwerp Begroting Programma van eisen Aanbesteding Marktconsultatie Selectiecriteria Gunningscriteria Overeenkomsten Uitvoering Validatie & verificatie Exploitatie Meerjarenonderhoudsplan Sloop Demontagebestek Oogstkaart Groen = toepasbaar | oranje = toepasbaar maar zorgvuldigheid benodigd | rood = niet toepasbaar
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 5
02 D UU RZ AA M HE I D SV I SIE VO OR DE B O U W OP GA VE V AN AB G GE M E E N TE N In dit hoofdstuk gaan we dieper in op wat duurzaam bouwen betekent voor de ABG organisatie. We doen dit voor: Circulariteit, Klimaatadaptatie, CO2 Neutraal energieverbruik en Biodiversiteit. 02.01 Duurzaamheidsthema’s Voor de vier duurzaamheidsthema’s heeft de ABG organisatie verschillende doelen vastgesteld. Deze doelen vormen ook de basis voor de eerder genoemde KPI matrix. Hieronder zijn de doelen per thema toegelicht. Circulariteit Binnen het thema circulariteit zetten wij in op (1) verlaging van milieu-impact, (2) bevordering van circulariteit en (3) registratie van materialen. Bijlage II - Toelichting BCI en MPG geeft achtergrond informatie over circulair bouwen. De gestelde doelen betekenen concreet: 1. Verlaging van milieu-impact: Een van onze voornaamste doelen is het significant verminderen van de milieu-impact van onze bouwprojecten. Dit wordt gerealiseerd door een grondige beoordeling van de algehele milieuprestatie van onze constructies. We kijken hierbij specifiek naar de milieu-impact (MPG) en de materiaalgebonden CO2-uitstoot (MPG-2) gedurende zowel de productie- als de bouwfase. 2. Bevordering van circulariteit: Onze inspanningen zijn gericht op het bevorderen van circulariteit in alle aspecten van ons ontwerp- en bouwproces.
We beoordelen zorgvuldig ons materiaalgebruik om circulaire praktijken te stimuleren. Hierbij kijken we naar de losmaakbaarheid van producten en evalueren we de algehele circulariteit van het gebouw. Tevens onderzoeken we grondig de mogelijkheden voor recycling en hergebruik van vrijkomende materialen om een gesloten kringloopsysteem te bevorderen. 3. Registratie van materialen: Om een transparante en verantwoorde aanpak te waarborgen, streven we naar een gedegen registratie van alle gebruikte materialen. Dit realiseren we door middel van een materialenpaspoort. Hierin vragen we een gedetailleerd overzicht van alle gebruikte bouwmaterialen met inzicht in hun specifieke impact op het milieu. Deze uitgebreide registratie stelt ons in staat een holistisch beeld te krijgen van onze materialen, wat ons helpt doordachte beslissingen te nemen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit in al onze bouwactiviteiten. Klimaatadaptatie Binnen het thema klimaatadaptatie zetten wij in op (1) tegengaan van wateroverlast, (2) tegengaan van droogte en (3) tegengaan van temperatuur-overschrijding. Dit betekent concreet: 1. Tegengaan van wateroverlast: Een van onze primaire doelen is het voorkomen van schade aan gebouwen door wateroverlast. We sturen actief op maatregelen die deze schade minimaliseren.
Hierbij richten we ons specifiek op het bevorderen van duurzaam waterbeheer door regenwaterinfiltratie te stimuleren. Op deze manier dragen we bij aan het verminderen van mogelijke schade aan gebouwen. 2. Tegengaan van droogte: Onze focus ligt ook op het voorkomen van schade aan gebouwen als gevolg van droogte en watertekorten. We nemen specifieke ontwerpmaatregelen om oververhitting van gebouwen in de zomer te minimaliseren, waardoor we bijdragen aan het tegengaan van droogte gerelateerde problemen en mogelijke schade aan de gebouwen.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 6
3. Tegengaan van temperatuur-overschrijding: We richten ons tevens op het verminderen van temperatuur-overschrijdingen in gebouwen. Dit doen wij door te sturen op maatregelen die de warmte verminderen en verkoeling bevorderen in gebouwen. We passen bijvoorbeeld zonwering toe en optimaliseren het gebouwontwerp om overmatige opwarming van woningen in de zomer te voorkomen. Hierdoor dragen we bij aan een comfortabel binnenklimaat en temperatuurbeheersing. CO2 Neutraal energieverbruik Binnen het thema CO2 Neutraal energieverbruik zetten wij in op (1) energieprestatie aantonen en (2) maximaliseren van energieopwekking. Dit betekent concreet: 1. Energieprestatie aantonen: Ons eerste doel richt zich op het aantonen en verbeteren van de energieprestaties van gebouwen. Dit bereiken we door actief te sturen op het verminderen van de energiebehoefte van gebouwen. Dit omvat maatregelen zoals goede isolatie, gunstige gebouworiëntatie en efficiënte verwarmings- en koelsystemen. Ook streven we naar het verminderen van het primaire fossiele energieverbruik en bevorderen we het gebruik van hernieuwbare energiebronnen om zo de totale CO2-uitstoot te verminderen. 2. Maximaliseren van energieopwekking: Ons tweede doel draait om het maximaliseren van energieopwekking via duurzame bronnen. Hierbij meten we de effectiviteit van PV-panelen op bestaande daken om zonne-energie op te wekken.
We streven ernaar om vanaf 2025 de installatie van PV-panelen op geschikte daken van nieuwe gebouwen en bij ingrijpende renovaties verplicht te stellen. Op deze manier willen we de opwekking van hernieuwbare energie bevorderen en zo bijdragen aan een duurzamere energievoorziening. Biodiversiteit Binnen het thema biodiversiteit zetten wij in op (1) ecologisch plan en (2) versterken van Habitats, (3) natuurinclusief bouwen, (4) gezond water waarborgen en (5) gezonde bodem waarborgen. Dit betekent concreet: 1. Ecologisch plan: Voorafgaand aan de bouwactiviteiten wordt een natuurrapportage opgesteld door een erkend ecoloog. Dit rapport bevat tevens een ecologisch werkprotocol dat specifiek gericht is op het minimaliseren van schade aan flora en fauna tijdens de bouwfase. Zo waarborgen we een zorgvuldige omgang met de natuurlijke omgeving. 2. Versterken van Habitats: Ons streven richt zich op het waarborgen en versterken van habitats. Door gerichte maatregelen te nemen willen we ecosystemen beschermen en hun vitaliteit vergroten, zodat flora en fauna optimaal functioneren in hun natuurlijke omgeving. 3. Natuurinclusief bouwen: We richten ons op het implementeren van natuurinclusieve ontwerpen. Dit omvat het vergroten van groene oppervlakten, het toegankelijk maken van groene ruimtes en het stimuleren van groenvoorzieningen voor bewoners.
Hiermee willen we de relatie tussen mens en natuur versterken. 4. Gezond water waarborgen: We streven ernaar regenwater vast te houden in groene buitenruimten om wateroverlast te voorkomen en de waterkwaliteit te waarborgen. Deze aanpak draagt bij aan een duurzaam waterbeheer en een gezonde omgeving voor mens en natuur. 5. Gezonde bodem waarborgen: Een gezonde bodemgesteldheid is van vitaal belang voor een goed functionerend ecosysteem. We streven naar optimale omstandigheden voor plantengroei en ecologische processen door zorg te dragen voor een gezonde bodem die deze groei ondersteunt en bevordert. Dit draagt bij aan het behoud van biodiversiteit en een gezonde leefomgeving.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 7
02.02 Type domeinen Deze handreiking gaat in op vier verschillende domeinen: eigen vastgoed, sociale huur, wel grondpositie en geen grondpositie. Hieronder geven wij aan hoe wij binnen ABG organisatie de duurzaamheidsdoelstellingen doorvoeren in de verschillende domeinen. Eigen vastgoed Voor eigen vastgoed worden alle eerder genoemde duurzaamheidsdoelstellingen waar mogelijk toegepast. Alle processtappen zijn hier van belang. De gemeente wil een voorbeeldfunctie vervullen en actief bijdragen aan de ontwikkeling van kennis en ervaring voor duurzaam bouwen in de hele regio. Sociale huur Voor sociale huurwoningen werken we toe naar praktisch en haalbare uitgangspunten die relevant zijn voor de sociale huur. Ook hier zijn alle processtappen relevant. In prestatieafspraken tussen woningcorporatie en gemeente wordt het ambitieniveau vastgelegd. Het algemene doel is om, in samenwerking, een woningmarkt te bevorderen, waarin betaalbare huisvesting beschikbaar is voor alle inwoners van de gemeenten. Naast betaalbaarheid gaat het ook om kwalitatieve woningen die toekomstbestendig zijn. Hierin spelen de genoemde duurzaamheidsthema’s een belangrijke rol. Wel grondpositie In de situaties waarin de gemeente een eigen grondpositie heeft, kan de gemeente op verschillende manieren invloed uitoefenen op de processtappen.
Voor de grondpositie wordt er indirect in het bestemmingsplan geborgd dat de uitgangspunten worden toegepast. Aanvullend wordt er in de aanbestedingen en de bijbehorende overeenkomsten aandacht besteed aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Geen grondpositie Ook als de gemeente geen grondpositie heeft wordt er invloed uitgeoefend. Wij kijken hiervoor gezamenlijk met de markt wat haalbaar en passend is voor het project en zorgen dat de markt geïnspireerd raakt. Denk hierbij aan het ontwikkelen van een inspiratiegids voor marktpartijen met daarin voorbeeldprojecten binnen de regio en ondernemers (aannemers, onderaannemers) die al inzetten op de thema’s. Verder borgen wij duidelijkheid over de gestelde kaders en uitgangspunten van de gemeente door dit op te nemen in bestemmingsplannen en vanaf de invoering van de Omgevingswet (1 januari 2024) het Omgevingsplan en -visie. Hiernaast wordt er ingezet op het vergroten van de bewustwording van inwoners. Dit doen wij door begeleiding te bieden bij particuliere bouwprojecten. Bijvoorbeeld door het organiseren van een duurzame tour langs woningen die (deels) al voldoen aan de gestelde doelen.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 8
03 PR OJ E C TDE F INI T IE In de projectdefinitie is het van belang dat de kaders gesteld worden voor het bouwproject. Hierin stel je verschillende documenten op. Bij het opstellen van deze documenten is het van belang dat duurzaamheid geborgd wordt. Wij beschrijven hieronder hoe je dit, gestructureerd en realistisch, kunt opnemen in deze documenten. In de tabel hieronder zie je welk middel per domein je kunt gebruiken: Tabel 2 Middel per domein
Domein
Eigen vastgoed
Sociale huur
Wel grondpositie
Geen grondpositie
Middel Omgevingsvisie Welstandsnota Bestemmingsplan Grondexploitatiebegroting Prestatieafspraken Anterieure overeenkomst Groen = toepasbaar | oranje = toepasbaar maar zorgvuldigheid benodigd | rood = niet toepasbaar 03.01 Omgevingsvisie (ook wel toekomstvisie) De omgevingsvisie is de strategische basis voor de lange termijn voor het beleid aangaande de gehele fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie vormt de basis van het bestemmingsplan/omgevingsplan (zie 03.02). De omgevingsvisie bevat inhoudelijk in elk geval de volgende elementen (informatie verkregen via VNG): ◼ Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: waar bestaat de fysieke leefomgeving uit en wat is de kwaliteit ervan? ◼ De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied: wat gebeurt er/ gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied? ◼ De doelstellingen van het te voeren beleid aangaande de fysieke leefomgeving en de manieren waarop de gemeente dit wil bereiken. ◼ Daarnaast moet in een omgevingsvisie rekening worden gehouden met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt.
Voor de ABG organisatie betekent dit concreet dat de eerder genoemde duurzaamheidsdoelstellingen (uit hoofdstuk 02.01) opgenomen kunnen worden in de visie, zodat dit ook wordt opgenomen in het beleid. Wanneer de doelstellingen zijn opgenomen in de visie, wordt het makkelijker om vervolgens in de bestemmingsplannen/omgevingsplannen te acteren op deze doelstellingen.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 9
03.02 Bestemmingsplan/ omgevingsplan In het bestemmingsplan worden de gebruiks- en de bouwmogelijkheden vastgelegd voor een gebied. Hier zijn twee regels belangrijk: 1. Regels in het bestemmingsplan moeten ruimtelijk relevant zijn. Dat betekent dat regels direct of indirect moeten gaan over het gebruik van de ruimte. Vaak zijn regels over gebouwen – bijvoorbeeld de energieprestatie – niet ruimtelijk relevant, maar sommige regels zijn dat wel zoals regels over klimaatadaptief- en biodivers bouwen. 2. Regels in het bestemmingsplan mogen ook niet in strijd zijn met het Bouwbesluit. Dat betekent concreet dat er geen bouwtechnische voorschriften voor gebouwen in het bestemmingsplan mogen worden op genomen. Dit wil zeggen dat je zaken mag opnemen als het invloed heeft op de functie van de ruimte, of als het invloed heeft op het gebruik van de ruimte. Om hiervoor te zorgen kun je voor de thema’s klimaatadaptatie en biodiversiteit verschillende uitgangspunten meegeven aan de planoloog. Deze zijn als volgt. ◼ Klimaatadaptatie: Om maatregelen te nemen tegen wateroverlast en hittestress, moet er ruimte worden opgenomen in het gebied. Denk hierbij aan groenvoorzieningen en waterhuishouding. Hiervoor kun je de onderstaande KPI’s toetsen op het huidige bestemmingsplan: KPI #2.1 – Wateroverlast en KPI #2.4 – Warmtewering en verkoeling.
◼ Biodiversiteit: Voor biodiversiteit zorg je er voor dat habitats van flora en fauna in het bestemmingsplan staan. Dit doe je door de planoloog mee te geven dat in het bestemmingsplan het volgende punt is geborgd: KPI #4.3 – Waarborgen en versterken van habitats. Om dit goed op te nemen voert de planoloog de volgende stappen uit: 1. Analyseer bestaande onderzoeken over relevante zaken voor de KPI’s zoals waterhuishouding, staat van flora en fauna en aandeel groen in het gebied. 2. Bepaal of de uitkomsten van de onderzoeken de waardes van de KPI ondervangen. Hierin zijn er drie opties mogelijk: a) De waardes komen overeen met de KPI en er is geen verdere actie nodig b) De waardes komen niet overeen met de KPI en er zijn extra maatregelen nodig. Denk hierbij aan toevoegen van meer groen in het gebied, of ruimte reserveren voor wateropvang in het gebied. c) De huidige onderzoeken geven geen inzicht in de waarden van de KPI’s, vraag dan extra onderzoeken uit zodat de waarden duidelijk worden. 3. Onderneem actie zoals bepaald in stap 2. 03.03 Welstandsnota Welstand richt zich op de uiterlijke inpassing van de gebouwen in de omgeving. Welstandskaders bieden een overzicht van de algemene visie van de gemeente met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de gewenste stedenbouwkundige kwaliteit in een bepaald gebied of in de hele gemeente.
De welstandscriteria (voorwaarden) geven dit verder vorm. Er zijn algemene criteria, gebiedsgerichte criteria en objectspecifieke criteria. Denk bijvoorbeeld aan de indeling van de openbare ruimte, de vorm van een gebouw, materiaalkeuzes, kleurgebruik en gevelindeling. Bouwplannen worden getoetst aan deze criteria. Het hebben van een welstandsnota is verplicht voor gemeenten, maar hoe deze wordt ingevuld is gemeentespecifiek. De regels rondom welstand hebben invloed op de duurzaamheidsthema’s,
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 10
want deze kunnen beperkend of juist stimulerend zijn voor de implementatie ervan. Voer het onderstaande stappenplan uit om meer ruimte aan de duurzaamheidsdoelstellingen te geven: 1. Analyseer bestaande welstandskaders: Bekijk de huidige welstandscriteria en identificeer waar de verschillende KPI’s uit de KPI matrix kunnen worden opgenomen. Dit omvat aspecten zoals materiaalgebruik, groene ruimtes en biodiversiteit. 2. Definieer duurzaamheidscriteria: Ontwikkel specifieke duurzaamheidscriteria die zijn afgeleid uit de KPI matrix binnen de welstandsnormen. Denk hierbij aan richtlijnen voor groene daken, gebruik van duurzame en recyclebare materialen en landschappelijke integratie. 3. Implementeer de duurzaamheidscriteria: Zorg ervoor dat de duurzaamheidscriteria een integraal onderdeel worden van de beoordeling van bouwplannen. Dit kan inhouden dat bouwprojecten moeten voldoen aan specifieke duurzaamheidsvereisten voordat ze goedkeuring krijgen. 4. Monitoring en evaluatie: Houd toezicht op de implementatie van duurzaamheidscriteria en evalueer regelmatig de effectiviteit ervan. Pas indien nodig de criteria aan om de duurzaamheidsdoelen beter te bereiken. Voorbeelden van het opnemen van de thema’s in de Welstandsnota: 1. 2. 3.
Het stimuleren van het toepassen van biobased materialen; door deze op te nemen in het onderdeel materiaalkeuzes. Het opnemen van regels over de samenhang tussen gebouwen met de omgeving en groenstructuren. Stimuleren dat zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van bijvoorbeeld de gevel, zodat ze minder opvallend zijn en beter passen bij de esthetiek van de omgeving. Dit kan ontwikkelaars en architecten inspireren om vergelijkbare benaderingen te overwegen.
03.04 Grondexploitatiebegroting (verder: GREX) De GREX bestaat uit een analyse van kosten en opbrengsten, gekoppeld aan een specifiek ontwikkelingsplan. Het doel is om de kosten van infrastructuur en voorzieningen te dekken en mogelijk zelfs winst te genereren uit vastgoedontwikkeling. Er zijn drie verschillende vormen: actieve grondexploitatie, passieve grondexploitatie en publiek-private samenwerking. ◼
◼
◼
Bij een actieve grondexploitatie is de gemeente eigenaar van de bouwgrond. Het te bebouwen deel van de grond wordt in deze vorm eerst bouwrijp gemaakt en vervolgens aan de bouwer verkocht. In deze context dient de grondexploitatie voornamelijk om de kosten en opbrengsten van het traject te kunnen beheersen. Passieve grondexploitatie gaat ervan uit dat de gemeente geen eigenaar is van de grond, maar wel kosten maakt bij de exploitatie ervan. Hierbij kan het gaan om kosten die verbonden zijn aan het wijzigen van het bestemmingsplan, het aanleggen van publieke voorzieningen zoals wegen of rioleringen, of andere lokale activiteiten. Gebiedsontwikkeling gaat in dergelijke gevallen gepaard met een exploitatieplan of –overeenkomst; de grondexploitatie vormt hiervoor de basis. Binnen een publiek-private samenwerking nemen de lokale overheid en de ontwikkelaar ieder een deel van de verantwoordelijkheden binnen het bouwproject voor hun rekening. Een grondexploitatie wordt in deze gevallen gezamenlijk opgesteld, zodat alle betrokkenen zicht hebben op de kosten.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 11
De gemeente kan op onderstaande manieren de GREX inzetten bij het realiseren van de duurzaamheidsdoelstellingen: ◼ Duurzaamheidsdoelstellingen opnemen: In de GREX kunnen KPI’s uit de KPI matrix worden opgenomen als essentiële criteria voor vastgoedontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld het bevorderen van energie-efficiëntie, circulaire bouwmaterialen, waterbesparing en groenvoorzieningen omvatten. ◼ Incentives voor duurzaamheid: De gemeente kan financiële incentives of belastingvoordelen bieden aan ontwikkelaars die duurzame bouwpraktijken toepassen die in lijn zijn met de KPI’s. Dit kan de kosten van duurzaam bouwen verminderen en ontwikkelaars aanmoedigen om meer duurzame ontwerpen te overwegen. ◼ Duurzame infrastructuurplanning: Bij het opstellen van de GREX kan de gemeente duurzame infrastructuurplanning integreren, zoals het ontwerpen van energiezuinige straatverlichting, efficiëntere rioleringssystemen en het stimuleren van openbaar vervoer. Voorbeeld toepassingen thema circulariteit bij grondexploitatie: •
•
•
Deelmobiliteit toepassen binnen een plangebied geeft de mogelijkheid om het aandeel verhard parkeeroppervlak te reduceren. Wanneer parkeerverharding wordt vervangen door bijvoorbeeld parkgroen kan dit een voordeel in grondexploitatie opleveren, omdat parkgroen goedkoper is in aanleg dan verharding. Het streven naar een gesloten grondbalans leidt ertoe dat in landelijke gebieden, het grootste deel van de afgegraven grond wordt hergebruikt (tot wel 100%). Het nastreven van een gesloten grondbalans van afgegraven grond binnen het plangebied is financieel voordeliger dan het afvoeren van de grond. Kosten worden bespaard voor het transport en voor het eventueel saneren van vervuilde grond. Voor inrichtingselementen terugnamegarantie afspraken maken met de producenten, of aannemers. De initiële investering verlagen met de financiële restwaarde, waardoor de GREX daalt. Vooral de financiële restwaarde van bakstenen is, na 40 jaar, nog positief. De hergebruikwaarde is dan rond de 28% van de directe bouwkosten. De aankoopwaarde is relatief hoog en deze stenen behouden relatief lang een hoge kwaliteit. Het is de uitdaging om te gaan rekenen met deze restwaarde en hierover afspraken te maken met marktpartijen. Bijvoorbeeld dus de terugnamegarantie.
03.05 Prestatieafspraken woningcorporaties De prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties en huurdersorganisaties zijn dé kans om afspraken te maken over de invulling van de duurzaamheidsthema’s en KPI’s. In 2022 zijn de Nationale Prestatieafspraken gemaakt met Aedes, Woonbond en VNG. Deze gaan over het inzetten van het geld wat vrijkomt uit het afschaffen van de verhuurdersheffing. Er zijn ook afspraken gemaakt over het verder verduurzamen van woningen. Deze afspraken gaan over energielabels, het aardgasvrij maken en isoleren. In de woondeal tussen provincie Noord-Brabant en het rijk zijn afspraken gemaakt over de woonopgave voor de komende jaren. Deze deal gaat voornamelijk over het aantal toe te voegen woningen en de mate van betaalbaarheid ervan. De provincie heeft deze opgave verder vertaald naar regionale woondeals. Voor ABG gemeenten is dit de Regionale Woondeal van de SBRT regio. Deze deal is in maart 2023
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 12
getekend. Duurzaam en toekomstbestendig bouwen maakt onderdeel uit van de afspraken in deze deal. Het inzetten op conceptueel en circulair bouwen, met behoud van de ruimtelijke kwaliteit, wordt nadrukkelijk als kans benoemd. De Gemeente kan hierin samenwerken met de Woningcorporaties op de onderstaande manier: ◼ Ga in gesprek over de opgestelde KPI matrix om te zien waar raakvlakken zijn zodat je hier een gezamenlijke inspanning van kunt maken. ◼ Geef aan waar de gemeente denkt de woningcorporatie in te kunnen ondersteunen, wellicht delen van informatie, leidraden of geven van trainingen ◼ Vraag waar de woningcorporatie denkt de gemeente in te kunnen ondersteunen. ◼ Zorg dat de handreiking bekend wordt bij woningcorporaties en probeer hen te activeren om onderdelen op te pakken bijvoorbeeld door zaken op te nemen in de begroting en selectie- & gunningscriteria.
Voorbeelden van prestatieafspraken: ▪ Afspraken over energieprestaties van te bouwen woningen en bijvoorbeeld maatregelen klimaatadaptatie. ▪ Afspraken over het monitoren, bijvoorbeeld de CO2 uitstoot en behaalde reductie hierin. ▪ Het benoemen van pilotprojecten waar extra wordt ingezet op biodiversiteit en circulariteit. ▪ Afspraken over percentage groen in aan te leggen tuinen (deze ook door vertalen naar afspraken met de huurders) en aan te leggen groendaken. ▪ Afspraken over aanpak energiearmoede.
03.06 Anterieure overeenkomst Een anterieure overeenkomst is een overeenkomst die wordt afgesloten, alvorens de grondexploitatie is vastgesteld. De anterieure overeenkomst biedt een kans voor de gemeente om bovenwettelijke eisen vast te stellen als er een onderhandelingspositie is. De meest voorkomende onderhandelingspositie is wanneer er een bestemmingsplanwijziging wordt aangevraagd, maar de gemeente hier niet direct in mee wil gaan. Denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van woningen in een groen gebied. De gemeente kan dan stellen dat dit gebied niet ontwikkeld mag worden doordat het verwijderen van het groene gebied niet positief bijdraagt aan de biodiversiteit en klimaatadaptatie in het dorp. Op dat moment kan de gemeente om tafel met de ontwikkelaar en bespreken onder welke eisen de ontwikkeling wel door mag gaan. De afspraken die hier gemaakt worden, worden opgenomen in de anterieure overeenkomst en wordt onderdeel van de wijziging in het bestemmingsplan. De ABG gemeenten kunnen daarom bij elke bestemmingsplanwijziging nagaan of de wijziging tegenstrijdig is met de KPI’s uit de KPI matrix. Indien dit het geval is, kan de gemeente om tafel met de aanvragers en komen tot afspraken in een anterieure overeenkomst over duurzaamheid zodat de KPI’s geborgd worden.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 13
04 ON TWE RP Tijdens deze fase wordt het conceptuele ontwerp van een project verfijnd en worden de technische specificaties vastgesteld. De tabel geeft aan in welke middelen je duurzaamheid moet laten landen. Tabel 3 Ontwerp: middel per domein
Domein
Eigen vastgoed
Sociale huur
Wel grondpositie
Geen grondpositie
Middel Programma van eisen Begroting Groen = toepasbaar | oranje = toepasbaar maar zorgvuldigheid benodigd | rood = niet toepasbaar 04.01 Programma van eisen Het programma van eisen, ook wel vraagspecificatie genoemd, is een document waar de eisen in staan waar een bouwwerk aan moet voldoen. Een gemeente stelt deze op als het gaat om haar eigen vastgoed, net zoals de woningcorporaties doen voor sociale huurwoningen. Hoe je hier op stuurt is voor elk domein verschillend, daarom lichten wij dat gesplitst toe: Sociale huur De woningcorporatie is vrij om te bepalen welke eisen wel of niet worden opgenomen in hun programma van eisen. De gemeente kan hier echter wel invloed op uitoefenen door (1) in te zetten op prestatieafspraken (dit is genoemd in hoofdstuk 03.05) of door (2) de KPI matrix te delen met de woningcorporatie en gezamenlijk te bekijken welke KPI’s relevant en haalbaar zijn voor de opgave van de woningcorporatie. Eigen vastgoed De gemeente kan voor haar eigen vastgoed alle KPI’s uit de KPI matrix opnemen in het programma van eisen. Echter is alles toevoegen wellicht te hoog gegrepen. Daarom stellen wij hieronder een aanpak voor om te komen tot de passende eisen voor jouw project: 1. Bepaal hoe belangrijk duurzaamheid is in jouw project met een ambitiesessie: Houd een ambitiesessie waarin duidelijk wordt welke onderdelen belangrijk zijn voor jouw project.
Het kan zo zijn dat voor het ene project de materiaalkeuzes belangrijk zijn, terwijl voor het andere project je juist wil kiezen voor een energieleverend gebouw. Een tool die je hiervoor kunt gebruiken is het ambitieweb. Deze staat hier verder uitgelegd. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: a. Durf keuzes te maken: Zorg ervoor dat je niet te veel tegelijk gaat doen. Als dit een van je eerste projecten is waar je bovenwettelijke eisen wil stellen over duurzaamheid, kies dan voor één of twee duurzaamheidsthema’s waar je op in gaat zetten. Gebruik ook de kennis en ervaring van collega's. Gebruik na je project de kennis en ervaring die je hebt opgedaan met die thema’s om bij je volgende project daar hoger op in te zetten of kies voor andere duurzaamheidsthema's. b. Als je het zelf moeilijk vind om hier keuzes in te maken, denk er dan over na om een expert in te huren die hier in kan begeleiden. Verschillende adviseurs kunnen inzicht bieden in welke thema’s relevant zijn voor je en kunnen een vooruitblik bieden in de haalbaarheid van de ambities.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 14
2.
3.
4.
5.
1. 2. 3.
Selecteer de juiste KPI’s bij de gekozen thema’s: Open de matrix en ga na welke KPI’s bij de gekozen thema’s horen. Bepaal gezamenlijk met duurzaamheidsexperts welke KPI’s aansluiten op jouw project. In de KPI matrix is te zien welke eisen wettelijk zijn opgesteld, welke eisen er wettelijk aankomen en welke bovenwettelijk zijn. Doe een haalbaarheidsstudie over de KPI’s die relevant zijn vanuit je gekozen ambities: Bepaal vanuit de ruimte die je hebt voor het project op welke KPI’s binnen de gekozen thema’s je wil inzetten of niet wil inzetten. Zorg vervolgens voor een haalbaarheidsstudie door de planeconoom, adviseur of kostendeskundige voor de gekozen KPI’s waarin duidelijk wordt wat de verwachte meerinvestering kan zijn voor de gekozen KPI’s. Op basis van deze studie kan er bepaald worden of de gekozen KPI’s passen binnen het beoogde budget, of dat dit aangepast moet worden. Neem de gekozen eisen, passend bij het budget, op in je programma van eisen: Op basis van de eerdere stappen, heb je een idee over wat je wel/niet kunt opnemen. Een voorbeeld van hoe eisen eruit kunnen zien zijn in het kader meegegeven. Stel een passende verificatie eis op bij de gestelde eisen Hoofdstuk 06.01 laat zien hoe je dit kunt opnemen.
De woongebouwen hebben een MPG score van maximaal € 0,50 Hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan het gebouw Inwoners hebben een maximale loopafstand van 300 meter om toegang te hebben tot nabijgelegen verblijfsgroen of groenvoorziening met verblijfsfunctie
Aandachtspunten Het is nog niet mogelijk om bovenwettelijke eisen op te nemen in je programma van eisen bij grondverkoop. Wanneer een onderwerp van een bepaald duurzaamheidsthema is opgenomen in het Bouwbesluit, mag je deze niet overtreffen. Er kunnen uiteraard wel gunningscriteria opgenomen worden om uit te dagen naar hogere duurzaamheidsdoelen, zie hoofdstuk 05.03 voor meer uitleg hierover. De roze vakken in de KPI matrix geven deze wettelijke eisen weer. Bijvoorbeeld een eis als een maximale MPG waarde voor nieuwbouwwoningen en kantoren en de wettelijke BENG berekening volgens de NTA 8800 staat vast, hier heb je geen ruimte meer in. Maar de onderwerpen waar geen eis over is opgenomen in het Bouwbesluit, kun je opnemen in je programma van eisen. Let er wel op dat je bij deze eisen enkel mag opvragen er inzicht in te geven, je mag hier geen specifieke prestatie aan hangen. 04.02 Begroting De begroting wordt opgesteld op basis van de uitgangspunten die overeen zijn gekomen. Hierin is het programma van eisen een belangrijk document (zie hoofdstuk 04.01). Het is daarom van belang om de eisen die zijn opgenomen over duurzaamheid in het programma van eisen ook door te voeren in de begroting. Het vroegtijdig opnemen van duurzaamheidseisen in je begroting zorgt voor de meest efficiënte en minst kostbare weg.
Op deze manier worden de duurzaamheidseisen al in een vroeg stadium beoordeeld en hoeven zaken niet achteraf nog aangepast te worden, wat zorgt voor dubbel en inefficiënt werk. Het is daarom zaak dat de personen die zich bezig houden met de begroting, op tijd op de hoogte worden gebracht van de duurzaamheidseisen, zodat zij hier ook een passend budget voor kunnen bepalen.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 15
Verschillende partijen geven op basis van deze inzichten al op voorhand meer budget mee. Dit is niet alleen omdat het extra kost, maar ook omdat zij inzien dat de meerinvestering bijdraagt aan de toekomstbestendige bouwvoorraad. Het is zaak om in de bestaande begrotingsrichtlijnen, zoals het Integraal Huisvestingsplan (IHP), duurzaamheid extra op te nemen. Door dit te doen, is er al vroegtijdig bekend welke meerinvestering duurzaamheid met zich mee (kan) brengen en of dit haalbaar is of niet.
Gemeente X heeft 10% meer budget vrijgemaakt om haar scholen duurzaam te kunnen opleveren. De gemeente ziet het als haar taak om voor de maatschappij van de toekomst scholen op te leveren die niet of nauwelijks hebben bijgedragen aan de huidige klimaatverandering. Woningcorporatie Fien Wonen heeft bestuurlijk besproken dat er 10% extra budget wordt vrijgemaakt voor de nieuwbouw van hun woningen, zodat ze kunnen voldoen aan hun doelstelling voor biobased bouwen.
04.02.01 Total cost of ownership Total Cost of Ownership (TCO) is een financieel concept dat alle kosten in kaart brengt die verbonden zijn aan het bezitten en exploiteren van vastgoed gedurende de levenscyclus ervan. Kort gezegd, TCO omvat alle uitgaven voor de aanschaf en het bezit van een product gedurende de gehele levensduur. In duurzaam bouwen speelt TCO een cruciale rol bij het beoordelen van de economische impact in relatie tot de milieu-impact van een bouwproject. Het gaat verder dan alleen de initiële bouwkosten en houdt rekening met verschillende factoren gedurende de levensduur van het vastgoed, zoals onderhouds- en operationele kosten. TCO bevordert duurzame bouwpraktijken door te focussen op duurzaamheidsprestaties, efficiëntie, productlevensduur, onderhoudskosten, restwaarde van bouwmaterialen, en de totale levenscyclus van het gebouw. Dit kan leiden tot kostenbesparingen en een verminderde milieu-impact. Voor gemeenten is het strategisch om in te zetten op Total Cost of Ownership vanwege de volgende redenen: ◼ Kostenbeheersing: TCO helpt bij het identificeren en minimaliseren van langetermijnkosten, waardoor publieke middelen efficiënter worden ingezet. ◼ Bevordering van duurzaamheid: TCO stimuleert duurzame bouwpraktijken, zoals demonteerbaarheid, klimaatadaptatie en hergebruikspotentie, wat bijdraagt aan circulariteit.
◼ Betere besluitvorming: TCO geeft een compleet beeld van de kosten, zodat beleidsmakers verstandige keuzes kunnen maken en de levensduur van gebouwen kunnen verbeteren.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 16
05 A ANB E STE D ING Tijdens de aanbestedingsfase worden de contracten en overeenkomsten tussen de opdrachtgever (bijvoorbeeld een gemeente) en de opdrachtnemer (bijvoorbeeld een aannemer) vastgesteld. De manier waarop de aanbesteding wordt opgezet en uitgevoerd, kan direct van invloed zijn op de mate van duurzaamheid in een bouwproject. Hieronder zie je welke middelen je hier allemaal voor in kunt zetten om zo duurzaamheid de ruimte te geven. Tabel 4 Aanbesteding: middel per domein
Domein
Eigen vastgoed
Sociale huur
Wel grondpositie
Geen grondpositie
Middel Marktconsultatie Selectiecriteria Gunningscriteria Overeenkomsten Groen = toepasbaar | oranje = toepasbaar maar zorgvuldigheid benodigd | rood = niet toepasbaar 05.01 Marktconsultatie Om inzicht te krijgen in wat de markt allemaal kan en waar de markt zich aan wil committeren, kun je een marktconsultatie houden. Tijdens deze consultatie kun je op verschillende manieren toetsen wat marktpartijen kunnen en of zij dit ook wil doen. Voor duurzaamheid is dit wenselijk, omdat je graag wil weten of partijen in staat zijn om de eisen omtrent duurzaamheid te kunnen halen. Waarom je een marktconsultatie doet, hangt af van diverse factoren. Deze zijn: 1. Het is onbekend of de markt geïnteresseerd is om mee te doen aan de aanbesteding 2. Het is niet bekend of de markt invulling kan geven aan de eisen/wensen van de aanbesteding 3. Je wil een toets doen op de gekozen aanpak voor de aanbesteding 4. Je wil ophalen wat de markt voor kansen ziet bij de aanbesteding 5. Je wilt dat de markt elkaar gaat opzoeken bij het invullen van de aanbesteding Al deze factoren kunnen worden getest in verschillende vormen van marktconsultaties. Een openbare marktconsultatie en een één op één marktconsultatie. Deze zijn toegelicht in de tabel: Tabel 5 Toelichting verschillende type marktconsultaties
Een openbare marktconsultatie
Één op één marktconsultatie
Een openbare marktconsultatie doe je met alle geïnteresseerden tegelijk in één ruimte of tijdens een digitale bijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst deel je de plannen voor het project en informeer je naar wat je wil ophalen.
Eén op één marktconsultaties zijn gesprekken die je één op één houdt met een marktpartij of consortium. Tijdens deze gesprekken kun je met meer diepgang een gesprek hebben over de aanpak die de marktpartij of consortium voor zich ziet.
Je wilt dit type consultatie doen als je factor 1, 3 en 5 wil toetsen
Je wil dit type consultatie doen als je factor 1, 2, 3 en 4 wil toetsen
Het voordeel van dit type consultatie is dat je in een ruimte gelijk alle partijen kunt zien en
Het voordeel van dit type consultatie is dat je met meer diepgang het gesprek aan kan gaan. Partijen
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 17
spreken. Je zorgt ervoor dat partijen elkaar kunnen opzoeken en laat zien dat het een gewenste aanbesteding is. Het nadeel van dit type consultatie is dat je vaak oppervlakkige antwoorden zult krijgen van partijen als het gaat om hun eigen aanpak. Zij willen dit vaak niet vrij geven bij de rest van de marktpartijen omdat dit een invloed heeft op hun concurrentiepositie.
voelen zich vrij om iets van hun aanpak en of kennis en kunde met je te delen Het nadeel van dit type consultatie is dat je niet in één keer alle partijen kunt spreken en dat er niet een gezamenlijke kijk op de opgave ontstaat.
05.02 Selectiecriteria Selectiecriteria worden ingezet om een voorselectie te maken van partijen die mogen inschrijven in de gunningsfase. Dit is een belangrijk moment om partijen uit te filteren die niet in lijn zijn met de visie en/of behoefte voor het betreffende project. Je bent als gemeente vrij om deze criteria op te stellen, zolang er maar rekening wordt gehouden met het proportionaliteitsbeginsel. In principe kun je dit voor elk thema en elke KPI uitvragen zoals je wenst. Deze handreiking geeft hierin wat handvatten en voorbeelden om te komen tot de passende selectiecriteria. Je kunt hier het onderstaande proces voor volgen: 1. Bepaal ervarings- / kennisniveau van de markt ◼ Ga in gesprek met de markt en verken wat er op dit moment allemaal al mogelijk is. Dit kun je doen tijdens een marktconsultatie zoals eerder in hoofdstuk 05.01 is beschreven. Maar je kunt dit ook doen door rond te vragen bij andere gemeenten over wat hen is gelukt. Aanvullend kun je contact opnemen met bouwers die je voor ogen hebt en nagaan wat hun praktijkervaringen zijn op de verschillende duurzaamheidsthema’s. ◼ Bepaal welke type gegadigde je wil aantrekken. Bepaal het doel van de aanbesteding en bepaal wat voor partner je aan je zijde wil hebben.
Het kan zo zijn dat je juist een partij die lokaal opereert de kans wil geven om kennis op te bouwen over duurzaam bouwen of dat je juist een koploper wilt aanhaken die jou als organisatie kan ontzorgen in een proces als deze. 2. Stel een passend criterium op ◼ Op basis van de eerdere stap, kun je passende selectiecriteria opstellen. Hierin kun je dus zo ver gaan als nodig is. Echter zijn er wel belangrijke aandachtspunten waar je rekening mee moet houden bij selectiecriteria: ◼ Maak het niet te specifiek, het doel is een juiste partner vinden, maar dat betekent niet dat ze precies gedaan moeten hebben wat je vraagt. Veel duurzaamheidseisen worden nog niet zo lang opgenomen in aanbestedingen, waardoor veel partijen hier (nog) geen ervaring in hebben kunnen opdoen. ◼ Vraag niet direct harde prestaties op maar ervaring met bouwen. Zoals hier boven al is omschreven, hebben veel partijen nog niet de kans gekregen om duurzaam te bouwen. Hierdoor kan het zo zijn dat ze nog niet de gewenste prestaties hebben kunnen behalen, maar dat dit niet direct aan hen ligt. Een voorbeeld qua selectiecriterium is opgenomen in het kader: In hoeverre en op welke wijze sluiten de referenties aan bij het project en het Programma van Ambities duurzaamheid van de ABG gemeenten?
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 18
▪ Op welke wijze is en in welke mate zijn er duurzame woningen ontwikkeld en gerealiseerd? ▪ Op welke wijze dragen de woningen bij aan het verminderen van de CO 2 -uitstoot? Voor dit selectiecriterium kan maximaal 10 punten worden behaald. 3. Bepaal de beoordelingsmethode Als er een passend selectiecriterium is geformuleerd, is het van belang dat je het criterium goed kunt beoordelen. Hiervoor hebben wij het volgende voorbeeld: de Opdrachtgever waardeert het selectiecriterium op de mate waarin de Gegadigde de Opdrachtgever overtuigt dat voldaan wordt aan het selectiecriterium alsmede de aantoonbaarheid en toepasbaarheid van het referentieproject. De Opdrachtgever geeft hiervoor een rapportcijfer. De Opdrachtgever kent alleen hele cijfers toe (dat wil zeggen: 0, 1, 2, 3, … 10) 05.03 Gunningscriteria Gunningscriteria worden ingezet om de markt te laten komen met voorstellen waarop ze zich van elkaar kunnen onderscheiden. Doordat duurzaamheid vaak nog niet heel bekend is en er vele wegen leiden naar Rome, is voor ieder duurzaamheidsonderwerp wel een passend gunningscriterium te bedenken waar de markt op zijn of haar eigen manier invulling aan kan geven. In deze handreiking helpen we je om te komen tot criteria die de markt voldoende uitdagen voor jouw project, maar ook tot criteria die zorgen voor inschrijvingen die in lijn of zelfs boven verwachting kunnen zijn. 1.
Bepaal ervarings- / kennisniveau van de markt ◼ Ga in gesprek met de markt en verken wat er op dit moment allemaal al mogelijk is. Dit kun je doen tijdens een marktconsultatie, zoals eerder in hoofdstuk 05.01 is beschreven. Maar je kunt dit ook doen door rond te vragen bij andere gemeente over wat hen is gelukt. Aanvullend kun je contact opnemen met bouwers die je voor ogen hebt en nagaan wat hun praktijk ervaringen zijn op de verschillende duurzaamheidsthema’s. ◼ Als het goed is, is het type inschrijver bepaald bij de selectiecriteria. Het doel voor de selectiecriteria kan ook doorgezet worden in de gunningscriteria. Dus als je ervoor kiest om lokale, wat meer onervaren partijen te selecteren, dan kun je gunningscriteria opstellen die iets minder kennis en ervaringsniveau vragen. Als je toch voor de koploper wil gaan, kun je hier wat meer vanuit gaan. 2. Stel passende gunningscriteria op ◼ Op basis van de uitkomsten uit stap 1, bepaal je welke inspanning je vindt passen voor jullie als gemeente en welke inspanning passend is voor de opdrachtnemer. Als we weer hetzelfde voorbeeld aanhouden, heb je enerzijds de lokale, minder ervaren partijen en anderzijds de grotere partijen met veel ervaring. Voor de partij met minder ervaring is het hoogstwaarschijnlijk dat een gemeente wat meer inspanning moet verrichten om de partij te ondersteunen in het doen van een goede inschrijving.
Bij een partij met meer ervaring is dit weer wat minder. Je kunt daarbij denken aan het volgende:
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 19
Tabel 6 toelichting type kennis- ervaringsniveau
◼
Laag kennis- ervaringsniveau
Hoog kennis- ervaringsniveau
Vraag een procesaanpak en probeer te sturen op SMART maatregelen met eventueel prestaties.
Vraag concrete prestaties die in lijn zijn met de KPI matrix.
Stel een gemiddelde basiseis of geen eis op in je programma van eisen.
Stel een hoge basiseis over de prestatie op in je programma van eisen .
Faciliteer kennisvorming door het aanbieden van licenties voor meetprogramma’s zoals MPG en BCI en/of trainingen over duurzaamheid.
Ga ervan uit dat het kennisniveau over duurzaamheid voldoende is.
Onder iedere verificatiemethode vallen meerdere meetinstrumenten die gebruikt worden om een KPI aan te tonen.
◼
◼
Om de objectiviteit van gunningscriteria te kunnen waarborgen, wordt er vaak gestuurd op concrete prestaties die worden bepaald volgens erkende en betrouwbare meetinstrumenten. Voor duurzaamheid zijn hier inmiddels verschillende oplossingen voor. Zo zie je in het onderstaande overzicht per thema welke verificatiemethode je kan toepassen:
Tabel 7 Verificatiemethoden per thema
Thema
Verificatiemethoden
Circulariteit
MPG BCI Gebouw
Klimaatadaptief
NL Greenlabel Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving TOJuli
CO2 Neutraal Energieverbruik
BENG Energieprestatie
Biodiversiteit
NL Greenlabel Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving
Hoe je een prestatie uitvraagt ligt aan het moment van aanbesteden. De meeste meetmethodes vragen namelijk een hoog detailniveau aan data, waardoor je dit vroeg in het proces nog niet kunt uitvragen. Wanneer je vroeg in het ontwerpproces zit, bijvoorbeeld in de SO-fase, kun je daarom enkel een prestatie uitvragen en nog geen aansluitende berekening. Vanaf de VO-fase kan je wel een aansluitende berekening als verificatiemethode uitvragen. Hoewel het goed is om deze verificatiemethoden in te zetten om de verschillende thema’s te kunnen beoordelen ten opzichte van elkaar, is het essentieel om deze uitkomsten te laten onderbouwen met kwalitatieve stukken zoals een plan van aanpak. Dit is vooral om te kunnen beoordelen of de inschrijver ook daadwerkelijk een dergelijke score kan behalen. Een voorbeeld is hieronder weergegeven.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 20
1.
2.
Geef aan welke BCI score je kunt garanderen voor dit project. Gebruik hiervoor het meetinstrument BCI Gebouw. Aangezien de BCI score een theoretische benadering is, dient inschrijver daarnaast een onderbouwing aan te leveren hoe inschrijver de beloofde score ook waarmaakt in de praktijk. Opdrachtgever wil hierbij overtuigd worden op de praktische haalbaarheid van de BCI score en de betrouwbaarheid van de verificatie ervan. Graag zien wij daarom het volgende terug: ◼ Hoe richt je als inschrijver het proces/samenwerking met opdrachtgever/leveranciers/ketenpartners in dat bijdraagt aan de haalbaarheid van de gestelde BCI score en de betrouwbaarheid van de verificatie? ◼ Welke reeds bewezen prestaties en/of garanties en/of referenties van inschrijver dragen bij aan de haalbaarheid van de gestelde BCI score en de betrouwbaarheid van de verificatie? ◼ Op minimaal vijf producten met de grootste MKI waarde dient inschrijver een verificatiemethode van de te behalen LI, MCI en PCI score te beschrijven.
3. Bepaal een passende weging voor de verschillende criteria Om te komen tot inschrijvingen die daadwerkelijk aanbieden wat je had gehoopt, moet je zorgen voor de juiste weging bij alle criteria. Als we kijken naar duurzaamheidscriteria, zien we dat het criterium prijs vaak even hoog of lager gewogen moet worden dan het duurzaamheidscriterium. Als duurzaamheid een lagere weging heeft dan het prijscriterium, leiden de kosten van genomen maatregelen vaak niet tot een evenredige hoeveelheid punten in vergelijking tot wat mogelijk is bij het prijscriterium. Wij stellen daarom de volgende manieren voor: ◼ Werk volgens een beste prijs kwaliteit verhouding (BPKV) waarin duurzaamheid minstens even hoog wordt gewogen als prijs. ◼ Bepaal een plafondbedrag waar je mee mag werken. Op deze manier borg je dat iedereen op basis van een vaste prijs, jou de maximale kwaliteit levert, zonder dat jij controle verliest over het budget van het project. ◼ Vraag de prijs uit volgens het Total Cost of Ownership principe zoals is uitgelegd in hoofdstuk 04.02.01. Vanuit PIANOo zijn de onderstaande regels opgesteld voor het bepalen van de juiste weging. Om te voorkomen dat uiteindelijk prijs alleen bepalend is, kunt u de vijf voorzorgen in acht nemen. Deze voorzorgen worden in deze handreiking op diverse plaatsen verder toegelicht. 1.
Tel het gewicht voor kwaliteit voldoende zwaar mee ten opzicht van prijs; 2. Laat de schaal voor de verschillende criteria van gelijke orde zijn, bijvoorbeeld allen schaal 0 tot 10 of goed/slecht; 3. Kies criteria waarvan verwacht kan worden dat de inschrijvers hierop verschillend zullen scoren. Is dit naar verwachting niet het geval, dan kunt u dit criterium beter als eis opnemen. 4. Neem in de beoordelingsschaal voldoende differentiatie op; 5. Voer een proefberekening uit.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 21
05.04 Overeenkomsten Wanneer de eisen en afspraken vanuit het programma van eisen en de aanbesteding zijn vastgesteld, is het van belang deze eisen te laten landen in de overeenkomst. De volgende overeenkomsten kunnen van toepassing zijn op de verschillende type projecten: ◼ Eigen vastgoed: UAV of UAV-gc ◼ Sociale huur: Uitgifte overeenkomst (verantwoordelijkheid van de woningcorporatie) ◼ Geen grondpositie: Anterieure overeenkomst (indien van toepassing) ◼ Wel grondpositie: Anterieure overeenkomst (indien van toepassing), koopovereenkomst In deze overeenkomsten kunnen de eisen incl. een eventuele sanctie of afspraak over het wel/niet behalen van de eis worden opgenomen. Door dit op te nemen, kan er in het vervolg van het project, bijvoorbeeld bij oplevering, worden geacteerd wanneer de eisen niet worden behaald. Je kunt hier een sanctie op leggen van bijvoorbeeld geld of noodzaak tot herstel. Een voorbeeld hiervan is hieronder weergegeven: De Aannemer is verplicht om de woningen te bouwen conform zijn Inschrijving en de daarop gebaseerde duurzaamheidsprestaties. Te weten de: MPG-2, BCI en CSC scores. Indien Aannemer om welke reden dan ook tekortschiet in de nakoming van deze verplichting verbeurt zij een boete aan de Woningcorporatie, dit onverminderd de rechten van de Woningcorporatie op nakoming en schadevergoeding.
De boete wordt berekend door een vergelijking te maken tussen de duurzaamheidsprestaties op basis van de Inschrijving en de duurzaamheidsprestaties op basis van hetgeen feitelijk is gerealiseerd. De boete per woning wordt bepaald op basis van het volgende schema. Verschil tussen inschrijving en feitelijk: ▪ Minder dan 3 procentpunt: € 0 ▪ Tussen 3 procentpunt en 10 procentpunt: € 1.500 per procentpunt lager ▪ Meer dan 10 procentpunt: € 3.000 per procentpunt lager Toelichting: als de BCI-score volgens de Inschrijving 70 bedraagt, maar in werkelijkheid een score van 58, dan bedraagt de boete 7 x € 1.500 en 2x € 3.000 = € 16.500 per woning.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 22
06 UI T VOE R IN G Tijdens de uitvoeringsfase wordt het ontwerp werkelijkheid. De gemeente speelt hier een actieve rol bij het handhaven van duurzaamheidsnormen, het bevorderen van duurzame bouwpraktijken en het waarborgen van veilige en gezonde werkomstandigheden. Deze fase biedt de kans om duurzaamheid in de praktijk te brengen en ervoor te zorgen dat projecten voldoen aan de gestelde duurzaamheidsdoelen en -normen. Tabel 8 Uitvoering: middel per domein
Domein
Eigen vastgoed
Sociale huur
Wel grondpositie
Geen grondpositie
Middel Validatie & verificatie Groen = toepasbaar | oranje = toepasbaar maar zorgvuldigheid benodigd | rood = niet toepasbaar 06.01 Validatie en verificatie Je kunt duurzaamheidseisen die opgenomen zijn in het programma van eisen voor eigen vastgoed, of die zijn aangeboden als aanvullende voorwaarden bij grondverkoop in de aanbesteding, op verschillende momenten verifiëren en valideren. Je kunt dit proces laten lopen via de Opdrachtnemer of je kunt het proces zelf initiëren. Hierin stellen wij de volgende aanpak voor: 1. Stel een Validatie & Verificatie matrix op In deze matrix zorg je dat alle eisen vanuit het programma van eisen (zie hoofdstuk 04.01) zijn opgenomen inclusief het moment dat ze aangetoond moeten worden. De matrix laat zien wat de eis is, hoe hij moet worden aangetoond, door wie en wanneer. Een voorbeeld voor een duurzaamheidseis is hieronder weergegeven: Tabel 9 Voorbeeld verificatiematrix
Eis
Verificateur
Verificatiemoment / frequentie
Voldoet (Ja/Nee)
Bewijsdocument
BCI van 57% Aannemer X
Aanvraag omgevingsvergunning
Ja
Rapport BCI Gebouw
2. Bepaal wanneer de eisen aangetoond moeten worden Het is gebruikelijk om eisen te controleren na iedere ontwerpfase. Denk hierbij aan de volgende fases: Schetsontwerp (SO), Voorlopig ontwerp (VO), Definitief ontwerp (DO), Technisch ontwerp (TO), Uitvoeringsontwerp (UO). De volgende partijen verifiëren en valideren de eisen door bewijslast aan te leveren aan de gemeente: ◼ Schetsontwerp: Architect ◼ Voorlopig ontwerp: Architect ◼ Definitief ontwerp: Architect / Aannemer / Ontwikkelaar ◼ Technisch ontwerp: Aannemer / Installateur ◼ Uitvoeringsontwerp: Aannemer / Ontwikkelaar 3. Zorg dat men de juiste instructies krijgt Een wettelijk moment dat de meeste eisen gecontroleerd worden, is bij de omgevingsvergunning. Tijdens dit moment worden de eisen conform Bouwbesluit gecontroleerd. Dit gebeurt via het
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 23
publiekrechtelijke proces. Echter, wanneer er bovenwettelijke eisen zijn gesteld, gebeurt de controle hiervan niet automatisch. Hierdoor is het van belang dat de controleurs de juiste instructies, kennis en tijd krijgen om deze extra check uit te voeren. Het is ook een optie dat de projectleiders de controle doen op de bovenwettelijke eisen en actie ondernemen wanneer de vergunningsaanvrager hier niet aan voldoet. 4. Volg de instructies uit de overeenkomsten wanneer de eisen niet voldoen Voor de verschillende type projecten worden er verschillende type overeenkomsten afgesloten. In deze overeenkomsten staan punten opgenomen over hoe je kan handelen wanneer een eis niet is behaald. Vaak zijn deze overeenkomsten een publiekrechtelijk document en zal dan ook op die manier beschouwd moeten worden. Een voorbeeld hiervan is opgenomen in hoofdstuk 05.04 Overeenkomsten.
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 24
07 E XPL O IT A TIE Nu het gebouw in gebruik is, moeten je ervoor zorgen dat het goed wordt beheerd op een duurzame manier. Door slim onderhoud kun je de duurzaamheid behouden en de impact op het milieu verminderen. Dit hoofdstuk legt uit wat een gemeente kan doen om duurzaam beheer en onderhoud te stimuleren en zo de langetermijndoelen voor duurzaamheid te halen. Tabel 10 Exploitatie: middel per domein
Domein
Eigen vastgoed
Sociale huur
Wel grondpositie
Geen grondpositie
Middel Meerjarenonderhoudsplan Groen = toepasbaar | oranje = toepasbaar maar zorgvuldigheid benodigd | rood = niet toepasbaar 07.01 Meerjarenonderhoudsplan Het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is een instrument om duurzaamheid in gebouwen te bevorderen. Een duurzaam MJOP integreert maatregelen, energie-efficiëntie en langetermijnplanning. Dit resulteert in kostenbesparing en een verminderde ecologische voetafdruk. Dit is het makkelijkste toe te passen bij het beheren en onderhouden van het eigen vastgoed van de gemeente. Ook in de prestatieafspraken met woningcorporaties kunnen afspraken worden gemaakt over het integreren van de duurzaamheidsaspecten in het MJOP. Voorbeelden van integreren duurzaamheid in het MJOP: ◼
◼
◼
◼
Circulariteit: Door te kiezen voor repareren, in plaats van vervangen of het kiezen voor hergebruikte en/of biobased materialen. Klimaatadaptief: Door bij bijvoorbeeld het vervangen van dakbedekking te kiezen voor een andere kleur en/of materiaal zodat er een betere warmtewering ontstaat. Biodiversiteit: Door het kiezen voor biobased materialen (de verbouw van deze materialen kan de biodiversiteit vergroten. De gewassen die geschikt zijn voor het maken van vezelmateriaal verbeteren namelijk de bodemstructuur en kunnen verbouwd worden op gronden die niet geschikt zijn voor intensieve landbouw). CO2 neutraal: Door te kiezen voor materialen die minder CO2 uitstoten. Door in te zetten op energiezuinig en opwekmogelijkheden. Door te kiezen voor onderhoudsbedrijven die zelf CO2 neutraal werken (of bijvoorbeeld gecertificeerd zijn volgens CO2 prestatieladder)
2024-0617.006-V3.0 | Pagina 25
08 SL O OP Tijdens de sloopfase worden gebouwen verwijderd of gedemonteerd om plaats te maken voor nieuwe ontwikkelingen. Duurzame slooppraktijken kunnen de impact op het milieu minimaliseren en waardevolle materialen hergebruiken of recyclen. Een zorgvuldige planning en uitvoering van sloopwerkzaamheden kunnen ook de veiligheid van de omgeving en de gezondheid van de gemeenschap waarborgen. In dit hoofdstuk zullen we de strategieën en benaderingen bespreken die een gemeente kan aannemen om duurzame sloop te bevorderen, waarbij rekening wordt gehouden met milieubehoud en hergebruik van materialen. Tabel 11 Sloop: middel per domein
Domein
Eigen vastgoed
Sociale huur
Wel grondpositie
Geen grondpositie
Middel Demontagebestek Oogstkaart Groen = toepasbaar | oranje = toepasbaar maar zorgvuldigheid benodigd | rood = niet toepasbaar Sloop certificatieregeling Bij slopen kan er gewerkt worden volgens de certificatieregeling BRL SVMS-007. Dit is een beoordelingsrichtlijn voor veilig en milieukundig slopen welke wordt beheerd door Stichting Veilig Slopen. De BRL SVMS-007 bevat eisen op het gebied van veilig en milieukundig slopen, maar ook milieuwetgeving en arbowetgeving zijn er in verwerkt. Deze richtlijn gaat verder dan de werkwijze van traditionele sloopaannemers. Hoewel deze aannemers vaak ook secuur te werk gaan met de vrijkomende materialen, wordt het gros van de vrijkomende materialen nog steeds gestort of verbrand. Door de BRL SVMS-007 aan te houden, zorg je voor: (1) inzicht in de verwerking van alle vrijkomende materialen volgens de Rladder en (2) samenwerkingen met koplopers op het gebied van verwerking. 08.01 Demontagebestek Een circulaire sloop houdt in dat de bebouwing en het terrein door een circulair ontmantelingsproces wordt gedemonteerd. In de voorbereiding en tijdens de sloop wordt per product een analyse gemaakt voor de toekomstige functie, met als doel het product met een zo hoog mogelijk scenario op de R-ladder1 terug te brengen.