Woonzorgvisie Almere 2025-2040 (25202) WOONZORGVISIE
Tekst van het document
Gebiedsprofielen en gebiedscoalities In de uitvoeringsagenda stellen we gebiedsprofielen per wijk op. Op basis hiervan maken we gebiedsplannen. De gebiedscoalities geven vervolgens uitvoering aan de plannen. Dat betekent dus differentiatie op wijkniveau, waarbij de vraag niet alleen is ‘voor wie doen we wat’, maar ook ‘met wie doen we dat... en waar’. We sluiten hierbij aan bij de wijkindeling van de sociale wijkteams en maken gebruik van de kennis van gebiedsagenda’s en wijkagenda’s die er al zijn. We haken aan bij wat er al is en gebeurt, zoals het programma Postief Gezond Almere (PGA), de gemeentelijke processen rond het opstellen van de nieuwe omgevingsvisie en de visie op inwonersparticipatie. Het Havenverbond zien we als een goed voorbeeld van een gebiedscoalitie. Voorzieningen in nabijheid De leefomgeving is een belangrijke factor in het ervaren van welbevinden en daarmee in preventie. Een groene en gezonde leefomgeving, die uitnodigt tot ontmoeting en bewegen, draagt daaraan bij. Dat vraagt om een openbare ruimte die daartoe is ingericht, met bankjes, goede wandelpaden en wegen naar voorzieningen, herkenningspunten in de wijk, en fysiek toegankelijke openbare voorzieningen. Dit zijn pluspunten die het bestaande Almere
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 23
(deels/al) heeft, maar (nog) beter kan benutten, en die in de nieuwe ontwikkelingen (vooraf) kunnen worden mee-ontwikkeld. Voorzieningen moeten op peil zijn en essentiële voorzieningen (bijv. een supermarkt, welzijns voorziening, dagbesteding, huisarts en fysiotherapeut) liggen op maximaal 500 meter afstand. Om het aantal basisvoorzieningen te vergroten, stellen alle partners op het gebied van wonen, zorg en welzijn hun voorzieningen open. We maken gebruik van een voorzieningenkaart om het (gebrek aan) aanbod in kaart te brengen. Bij de ontwikkeling van nieuwe gebieden houden we rekening met de aanwezigheid van adequate en geclusterde buurt- en wijkvoorzieningen die voor iedereen toegangelijk zijn, ook al zijn we niet altijd zelf aan zet als het gaat om de (in)vulling van een reservering. We hebben speciale aandacht voor voldoende ruimte voor informele ontmoeting in een fysiek en sociaal veilige omgeving. We vergroten de toegankelijkheid van bestaande ontmoetings ruimtes. Daarnaast realiseren we nieuwe voorzieningen, met name in en rondom geclusterde woonvormen.8 Ook verkennen we meer principieel welk soort locaties wel of niet geschikt zijn voor voorzieningen, en onder welke voorwaarden. Denk bijvoorbeeld aan de vraag of iets past in een woonwijk of op een (binnenstedelijk) bedrijventerrein.
Hierbij is het algemene uitgangs punt dat voorzieningen die op stedelijk of regionaal niveau nodig zijn ergens een plek moeten kunnen vinden, ook als dat op wijk- of buurtniveau niet altijd even vanzelfsprekend is. Hierover zijn en blijven we duidelijk.
Delen van hulpmiddelen We voorzien door de toename van het aantal ouderen een toename van het aantal hulpmid delen zoals driewielfietsen en scootmobielen, zowel bij de woning als in het verkeer. We willen het delen van deze hulpmiddelen gaan faciliteren en stimuleren. Ook willen we bereiken dat er bij het ontwerp van woongebouwen ruimtelijk rekening wordt gehouden met deze toename. 4.1.3 Meedoen en eigen regie We streven ernaar dat alle inwoners volop en volwaardig mee kunnen doen aan de samenleving. Iedere inwoner moet de mogelijkheid hebben om in zijn of haar basisbehoeften te kunnen voorzien: een dak boven het hoofd, een inkomen, draaglijke of geen schulden en een sociaal netwerk. Wanneer deze basisbehoeften zijn vervuld, is er ruimte voor (eigen) regie om gezond en gelukkig te leven. Van voorveld naar hoofdveld (met community care) We bieden hiervoor ondersteuning vanuit het uitgangspunt dat we welzijn niet meer als het voorveld beschouwen, maar als het hoofdveld. We zetten, in lijn met IZA en GALA, in op preventie en vroegsignaleren. We werken gezamenlijk vanuit het principe van ‘community care’ met volop ruimte voor inwonersinitiatieven. Een leidend principe wat we toepassen is dat zorg en ondersteuning zo licht als mogelijk worden ingezet, en zo zwaar als nodig.
Hiermee leggen we de nadruk op betrokkenheid van inwoners in plaats van op het inzetten van steeds zwaardere medische zorg door professionals.
8 Voor de realisatie van ontmoetingsruimte heeft het Rijk de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimtes in Ouderenhuisvesting (SOO) weer opengesteld.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 24
Welzijnswerk als onmisbare dragende factor Om de beweging naar langer zelfstandig wonen te kunnen faciliteren, zijn welzijnsvoorzie ningen essentieel. Deze, en het hiervoor benodigde budget, dienen daarom mee te groeien met de groei van de stad. In nieuwe ontwikkelgebieden worden welzijnsvoorzieningen standaard in de planvorming meegenomen. In de bestaande stad worden ze op peil gebracht. We maken hiervoor meerjarige (financiële) afspraken met onze partners, waaronder het Rijk. Dit doen we ook voor de ondersteuning vanuit de informele zorg, zoals mantelzorgers en vrijwiligers. Hun inzet is van onschatbare waarde. Om overbelasting te voorkomen vergroten we het aanbod aan respijtzorg. Daarnaast kijken we welke knellende regels we kunnen wegnemen om de informele zorg beter te faciliteren. We onderzoeken hoe we mantelzorgers beter kunnen ondersteunen bij de zorg die zij geven. Laagdrempelige ontmoeting en ondersteuning in de wijk In alle wijken versterken we het laagdrempelig aanbod voor ontmoeting, waarbij we aansluiten op de behoefte van de wijk. We vergroten specifiek het (cultuursensitieve) aanbod voor ouderen en dementerenden en voor (jonge) mantel zorgers. We zien veel kennis en potentie bij ouderen en bij inwoners met verschillende culturele achtergronden; vele inwoners zijn opgegroeid in een cultuur waarin zorg voor naasten vanzelfsprekend is.
Door te leren van hun kennis en expertise en hiervan actief gebruik te maken willen we de impact hiervan vergroten. We houden dan ook vast aan de uitgangspunten van Goud in Almere. Om het bovenstaande waar te kunnen maken is het van groot belang dat alle betrokken partijen hier in hun financiën voldoende rekening mee houden. En, wanneer dit niet mogelijk is, zij dit motiveren en helder aangeven waar wel mogelijkheden liggen.
4.1.4 Samenwerken over de domeinen De schaarste die we op diverse gebieden ervaren in personeel is één van de belangrijkste thema’s die bepaalt of we (ook in de toekomst) adequate zorg en ondersteuning kunnen (blijven) bieden. Dit is een gemeenschappelijke uitdaging. Om die reden pakken we dit vraagstuk (regionaal) met elkaar op en werken we toe naar intensieve en vernieuwende samenwerking op gebiedsniveau en gaan we in gebiedscoalities met de zorg- en ondersteu ningsopgaven aan de slag. Tegelijk zien we een rol voor preferente aanbieders, een concept dat goed is om toe te passen bij geclusterde woonvormen (zoals op grote schaal gebeurt bij de ‘thuisplusflats’ in Amsterdam en Rotterdam), maar ook op gebiedsniveau, bijvoorbeeld bij het toepassen van woonzorgcirkels. Ook ten aanzien van het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerd (jong) zorgpersoneel bestaan zorgen. Een deel daarvan heeft te maken met het feit dat jonge medewerkers moeilijk een woning kunnen vinden. Daarom houden we vinger aan de pols en verkennen we de mogelijkheden om de positie van de werkgevers in de regio te versterken. Dit gebeurt reeds voor docenten, voor andere vitale beroepen wordt een plan ontwikkeld. We gaan op termijn ook steeds meer over op doelgroepoverstijgend werken. We kunnen hierdoor met beschikbare mensen en middelen meer effectief en efficiënt werken.
Dit kan ook helpen bij de wens om te komen tot een vorm van 24/7 ambulante ondersteuning in de stad. Dit is nodig gezien de scheiding van wonen en zorg en het feit dat steeds meer inwoners Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 25
langer zelfstandig wonen met ambulante ondersteuning. Hoe we deze 24/7 ondersteuning gaan organiseren wordt uitgewerkt in de uitvoeringsagenda.
Wijkagenda’s De opgaven per wijk verhelderen we aan de hand van wijkprofielen. Deze stellen we met de partners op en verbinden we aan de uitvoeringsagenda. We maken daarbij zoveel mogelijk gebruik van reeds bestaande agenda’s, zoals die van het Havenverbond. Ook putten we uit wijkinformatie en wijkagenda’s die beschikbaar zijn naar aanleiding van de gesprekken met inwoners, zoals bij de totstandkoming van de omgevingsvisie en de nieuwe beleidsnota inwonersparticipatie. Hier wordt momenteel al aan gewerkt, onder meer door werksessies met veel partijen die ook bij de totstandkoming van de visie zijn betrokken. Hierbij richt de aandacht zich zowel op de verscheidenheid als op de overeenkomsten richting de uitvoering. Gebiedscoalities In de wijkagenda’s werken we wijkgericht in de vorm van gebiedscoalities. We zien een gebiedscoalitie als een samenwerking van partijen en bewoners die in dat gebied actief zijn, of zouden moeten zijn. Omdat dit voor elk gebied anders is, zal elke coalitie anders zijn samen gesteld. We denken na over het realiseren van multidisciplinaire teams voor brede ondersteu ning aan kwetsbare inwoners en hun omgeving. En over de afspraken die deze teams maken over het stroomlijnen van afstemming, rollen en mandaten in complexe situaties; ook voor avond-, nacht- en weekendzorg (ANW-zorg) en crisiszorg in multiprobleemsituaties.
Hierdoor kunnen we betere en efficiëntere zorg en ondersteuning bieden, maar ook op efficiëntere wijze personeel inzetten. Voor professionals en inwoners met zorgen over inwoners in een kwetsbare positie zorgen we voor handelingsperspectief, zodat ongewenste of overlastsituaties kunnen worden voorkomen of snel kunnen worden opgelost. Tussenvoorzieningen, time-out plekken of satellietplekken in de wijk kunnen ook een tijdelijke oplossing zijn. We verkennen de mogelijkheden voor enkele van dit soort plekken in de diverse stadsdelen en wijken zodat men in de eigen omgeving tot rust kan komen zonder permanent te moeten verhuizen naar een andere buurt. Versterken samenwerking formele en informele zorg Voor de beweging van voorveld naar hoofdveld en het versterken van de samenwerking tussen formele en informele zorg maken we een start met de systeemwijziging (van taken en financiële middelen) van zorg naar welzijn. Ook wordt de samenwerking tussen zorg en hulpverleners in de wijk verbeterd, vanuit het principe van laagdrempelige zorg en ondersteu ning in nabijheid. We introduceren of bestendigen bij deze samenwerking ook het waakvlam contact, zodat bij de overdracht van formele naar informele zorg (of andersom) vinger aan de pols kan worden houden en een eventuele terugval kan worden voorkomen.
Financieel ontschotten op basis van duidelijke kaders Een ontschotte manier van bekostigen met heldere afspraken over inspanningen, resultaten en verantwoording past hier het beste bij. Hiervoor worden (via de uitvoeringsagenda) duidelijke afspraken en KPI’s opgesteld zodat de kaders helder zijn en controle op de inzet van middelen plaats kan blijven vinden. Ook is het van belang goede afspraken te maken over zorg, die meerdere wetten en domeinen overstijgen (Wmo, Wlz, Wfz en Zvw), zodat zorg beter op elkaar kan worden afgestemd. De overgang van de ene wet naar de andere kan nu voor problemen zorgen; dat willen we voorkomen. Door te ontschotten kan budget eenvoudig worden ingezet waar nodig. Dat stelt ons in staat om zorg en ondersteuning op- en af te schalen en mee te laten bewegen met de inwoner. Ook dit wordt nader uitgewerkt in de uitvoeringsagenda.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 26
(Zorg)technologie als voorwaardig instrument De inzet van digitale technologie wordt bij deze opgave versterkt daar waar het kan en behulpzaam is en zonder het menselijk contact en de menselijke maat uit het oog te verliezen. We streven er tevens naar om de administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken en terug te dringen en professionals de ruimte te geven zorg en ondersteuning te bieden. Slimme inzet van digitale oplossingen kan verder helpen de benodigde data te verzamelen om de opgaven te monitoren en in sturingsinformatie te voorzien. Hier spreken we elkaar ook op aan als dat nodig is. Verlichten druk op wachtlijsten intramurale voorzieningen We zien een grote druk op intramurale instellingen zoals die voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en jeugdhulp, met ongewenste wachtlijsten tot gevolg. We streven naar de juiste zorg op de juiste plek op het juiste moment. De wachtlijsten gaan we terug dringen, zodat (bijvoorbeeld) inwoners die het nodig hebben ook echt in 24-uurs zorg terecht kunnen. Dat doen we enerzijds door de uitstroom beter te faciliteren/te bevorderen: door meer aanbod van kleine woningen te realiseren, aansluitende ambulante hulpverlening te bieden wanneer dat nodig is, en door tussenvoorzieningen te ontwikkelen.
Anderzijds voorkomen we instroom zoveel mogelijk door grotere inzet op preventie en op integrale ondersteuning aan inwoners in een kwetsbare positie. Dat doen we door multidisciplinaire teams in te richten. Waakvlamcontacten zijn hierbij ook bedoeld om te voorkomen dat mensen uit beeld raken. Dit alles draagt ook bij aan inclusie en acceptatie, en vormt – mede – een antwoord op de bedenkingen die bestaan bij het huisvesten van mensen in een kwetsbare positie in de wijken. Sturing door data en inzicht Om zicht te krijgen op de omvang van de doelgroep (dreigend) dak- en thuislozen onderzoeken we de mogelijkheid om een zogenoemde ETHOS-telling uit te laten voeren. Verder moeten we de registratie van de diverse aandachtsgroepen in de categorie uitstroom uit instellingen (MO/BW/Jeugd/detentie/forensisch) verbeteren. We hebben nu onvoldoende zicht op die aandachtsgroepen. Hiervoor gaan we beter registreren (wie, waar, hoe lang, uitstroom, etc). Met die registratie en omdat we weten hoe de groepen zich bewegen, kunnen we beter sturen op de opgave: minder instroom, bevorderen uitstroom. 4.1.5 Gedrag en bewustwording We werken aan een inclusieve samenleving met zorgzame gemeenschappen. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid: niet alleen van de betrokken organisaties, maar ook van onze inwoners.
We houden rekening met én maken gebruik van de rijke diversiteit van de inwoners van Almere: in hun doe- en denkvermogen, in hun (culturele) achtergronden en hun persoonlijke omstandigheden. Hoe we dat doen (waar, wanneer, met wie) hebben we hierboven beschreven en werken we nader uit in de uitvoeringsagenda. Maar het vraagt vooral ook een actieve inzet door de inwoners van de stad. Zonder bewustwording, gevoel van urgentie en een gevoel bij hen wat er van iedereen nodig is om onze ambities waar te maken blijft ook een woonzorgvisie een ‘hoog over’ verhaal en een ‘ver van mijn bed-show’. Voorlichting en campagnes We zetten in op voorlichtingscampagnes waarmee we de acceptatie en het draagvlak vergroten voor inwoners met een kwetsbare positie in de wijk. We blijven ook communi ceren over de opgaven in de ontwikkeling van wonen, zorg en welzijn waarbij we aansluiten op bestaande, succesvolle campagnes als ‘Goud in Almere’, ‘Praat vandaag over morgen’ en ‘Waardigheid en trots’. Uitgangspunt hierbij is dat we nu moeten beginnen met een verandering als we willen bereiken dat wonen en zorg ook de komende jaren beschikbaar is en blijft voor inwoners die dat nodig hebben. Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 27
Preventieve huisbezoeken naar 55 jaar In het kader van preventie verkennen we of we de preventieve huisbezoeken die we gebruiken om met inwoners te praten over hun (toekomstige) woonwensen kunnen vervroegen naar 55 jaar in plaats van 65 jaar. Vroegtijdig betrekken van inwoners Inwoners mogen verwachten dat we bij gebiedsontwikkelingen en de ontwikkeling van woonzorginitiatieven zo snel en zo veel als mogelijk samen met hen optrekken, op basis van duidelijke verwachtingen over en weer. Voor woonzorginitiatieven richten we hier een beter werkend proces voor in, met participatie van verschillende gemeentelijke afdelingen, zodat voor inwoners helder is waar ze terecht kunnen en waarvoor ze zelf – eventueel samen met anderen – aan zet zijn. We sluiten hiervoor aan bij het door de gemeente recent ontwikkelde Afwegingskader Nieuwe Initiatieven. Wel houden we zo veel mogelijk rekening met de opgaven zoals die in de Woonzorgvisie en Uitvoeringsagenda zijn vastgelegd. Hierbij moeten we als partners transparant, realistisch en duidelijk zijn over de verwachtingen die inwoners kunnen en mogen hebben ten aanzien van hun woonzorgwensen. 4.1.6 Conclusies Uit deze visie komen een aantal conclusies naar voren, die op zichzelf weer leiden tot politieke en/of maatschappelijke gesprekken en kunnen en moeten leiden tot nadere keuzes.
Huisvesting voor aandachtsgroepen en ouderen: de behoefte aan passende woningen is groter dan er tot nu toe is geprogrammeerd – vooral in de sociale huur – EN op grond van de huidige afspraken met woningcorporaties en ontwikkelaars kan worden opgelost. Willen en kunnen we het aanbod snel vergroten? Zo niet, dan is de consequentie dat we keuzes moeten maken over wie we wel helpen, en wie niet. Woon- en leefklimaat: ‘voorzieningen in de nabijheid’ gaat over meer dan alleen gebouwen; het gaat ook om het bevorderen van welzijn, welbevinden en gezondheid. Deze voorzieningen moeten meegroeien met de groei van de stad (inclusief het inlopen van de achterstand), zoals ook uit de consultatie van de gemeenteraad naar voren kwam. Dit heeft financiële en/of personele consequenties voor de gemeente èn voor de betrokken partners. Meedoen en eigen regie: kern van deze visie is dat iedere Almeerder de mogelijkheid moet hebben om in zijn of haar basisbehoeften te voorzien. Tegen de achtergrond dat de omstandigheden van nu en de toekomst het onmogelijk maken om aan te blijven sluiten bij oude patronen en verwachtingen moeten we inzetten op de verbinding met parallelle trajecten als Positief Gezond Almere – vooral op het gebied van vroegsignalering en preventie, waarbij ook hier ‘de kost voor de baat uitgaat’.
Samenwerken over de domeinen: ‘integraliteit’ is geen toverwoord, maar een noodzaak. Zonder samenwerking en afspraken BINNEN en TUSSEN partijen en zonder verbinding tussen de acties op de verschillende bouwstenen van deze visie is een werkzame en houdbare oplossing niet mogelijk. Dit besef wordt door alle betrokken partijen herkend en erkend. Gedrag en bewustwording: ‘zorgzame gemeenschappen’ ontstaan niet vanzelf. Het begint bij het besef dat niet ‘de overheid’ of ‘de instituties’ als eerste aan zet zijn, maar de Almeerder zelf. Ook dit vraagt inzet van alle betrokkenen, en ook dit wordt gezien en erkend.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 28
5 Uitvoering en afspraken Voor de realisatie van de ambitie en doelen uit de visie wordt een uitvoeringsagenda opgesteld. In de uitvoeringsagenda worden de samenwerkings afspraken op hoofdlijnen beschreven en worden de inspanningen geformuleerd die moeten leiden tot uitvoering. Samenwerken is daarbij de sleutel tot succes. Voor de realisatie van de visie en ambities blijft het organisatienetwerk Wonen, Zorg en Welzijn het vehikel. De gemeente heeft een actieve regierol in het netwerk, vooral als er sprake is van tegen strijdige belangen. Toch spreken wij elkaar ook als partners aan op de opgaven waar we voor staan. We hebben immers een gezamenlijke verantwoor delijkheid voor de inwoners van Almere. In Almere gebeurt al heel veel. In veel gebieden en door meerdere partners wordt ook al gewerkt aan uitvoeringsagenda’s. Denk aan het Havenverbond en Positief Gezond Almere als meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden. Het is voor de uitvoering van deze visie nadrukkelijk niet de bedoeling om nog meer overleg(vormen) te organiseren of om zaken dubbel te doen. We willen aansluiten bij wat er al is en door meer en slimmer samen te werken de samenhang te vergroten.
Programmastructuur Om dat te bereiken kiezen we voor een programmastructuur. Hoe deze er exact uit komt te zien is op dit moment nog niet bekend. We zien een programmastructuur als noodzakelijk om zoveel mogelijk slimme verbindingen te leggen. Daarom wordt in de uitvoeringsagenda het opstellen en vaststellen van de programmastructuur en bijbehorende governancestructuur als één van de eerste taken opgepakt en uitgewerkt. In de uitvoeringsagenda worden de samenwerkingsafspraken op hoofdlijnen weergegeven. Hiermee wordt de basis van de samenwerking geborgd. De inspanningen die nodig zijn om te komen tot uitvoering en realisatie van de ambities te komen, worden uitgewerkt in een inspanningenmatrix. De matrix is een moederbestand waarin, om de opgave op lange termijn in het oog te houden, alle uitgangspunten en inspanningen zijn opgenomen. Vanwege de focus en prioritering en daarmee de realisatiekracht en haalbaarheid wordt ieder jaar een samenvatting van de uitvoeringsagenda en de geprioriteerde thema’s gemaakt, zodat een dynamische uitvoeringsagenda ontstaat.
5.1 Regie gemeente (bij conflicterende belangen) De gemeente Almere is regisseur, aanjager en verbinder die de samenwerking tussen partijen faciliteert. Partners zijn flexibel en krijgen regelruimte, zodat gedaan kan worden wat nodig is. Hierdoor ontstaat een omgeving waarin partners op inhoud, proces en financiën effectief en efficiënt kunnen samenwerken.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 29
De gemeente pakt ook de regie bij conflicterende belangen. Hiervoor wordt een doorbraak methode/doorbraakteam (met mandaat richting alle betrokken partijen) opgezet dat woonzorginitiatieven (bijvoorbeeld bij knellende of conflicterende situaties als groen, parkeren, brandveiligheid, ruimtelijke plannen, etc.) naar een volgende stap kan helpen. Maar ook als het gaat om de vraag, of en hoe een (woon/zorg)initiatief zich verhoudt tot haar omgeving. Als organisatienetwerk Wonen, Zorg en Welzijn zijn we allereerst samen verantwoordelijk voor het uitvoeren van de woonzorgvisie. Ook zien we als netwerk een verantwoordelijkheid in monitoring en sturing.
Monitoring en sturing Ten aanzien van monitoring en sturing wordt ingezet op een aantal onderdelen. Hiervoor worden data en cijfers over (de ontwikkeling van) instroom, uitstroom, gebruik en duur van zorg vastgelegd. Met deze cijfers kan beter inzichtelijk worden gemaakt hoe de diverse aandachtsgroepen zich ontwikkelen en kan beter worden gestuurd op de gewenste beweging van het beperken van de instroom en het bevorderen van de uitstroom. De cijfers in deze visie worden twee keer per jaar gemonitord aan de hand van woningbouw ontwikkelingen. Zo ontstaat steeds een actueel zicht op de ‘restopgave.’ Tevens worden de cijfers uit deze visie om de vijf jaar geëvalueerd en herijkt. Eventuele afwijkingen tussen vraag en aanbod kunnen daarmee tijdig worden gesignaleerd en bijgestuurd. Voor de uitvoering en realisatie van de cijfers wordt over een deel al afspraken gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de prestatie- en productieafspraken die de gemeente maakt met woningcorporaties. We onderzoeken als netwerk of het nuttig en nodig is om tot vergelijkbare afspraken tussen gemeente, zorg- en welzijnspartijen te komen.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 30
Losse bijlagen Bijlage 1 – Woonzorganalyse BMC Bijlage 2 – Rapportage Analyse aandachtsgroepen Almere 2024 ABF Research
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 31