Woonzorgvisie Almere 2025-2040 (25202) WOONZORGVISIE
Tekst van het document
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 Sociale stadsontwikkeling visie op wonen, welzijn en zorg
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 1
Voorwoord Waarom maken we een woonzorgvisie? In een papieren visie kun je niet wonen. Je woont in een huis, een kamer, een instelling. Daar krijg je, als het nodig is, ook je zorg en onder steuning. Toch?! Daar moet je als overheid, als professional, voor zorgen. Toch?! Een visie is daarbij wel van doorslaggevend belang. Als je niet weet waar je naar toe wilt, weet je ook niet hoe je daar moet komen. Of wie (of wat) je nodig hebt om daar te komen. De woonzorgvisie is daarom de spreekwoordelijke stip op de horizon, en in een uitvoerings agenda zetten we samen de koers uit om daar te komen. En, bijzonder aan dit Almeerse verhaal is, is dat dit een gezamenlijk verhaal is. En niet alleen een gemeentelijke visie, of een wettelijke verplichting die de rijksoverheid ons heeft opgelegd. De gemeente heeft zich met haar partners uit het netwerk Wonen, Zorg en Welzijn verbonden aan het maken van een visie die duidelijk maakt waar we als in de komende jaren met wonen en zorg naar toe willen.
Wat betekent dat voor kwetsbare inwoners? Wat betekent dat voor ouderen? En, niet in de laatste plaats, wat betekent dat voor alle andere Almeerders? Hoe zorgen we dat Almere een zorgzame stad voor iedereen wordt? Dit is hiermee ook een verhaal van de corporaties, van de zorg- en welzijnspartijen, van de gebruikers van die voorzieningen en van hun organisaties en – uiteindelijk – ook gedragen door de gemeenteraad. De woonzorgvisie is gebaseerd op cijfers. Wat is er nodig, wat doen we al, wat missen we en waar in de stad missen we dat? Dat gaat verder dan ‘alleen’ huizen bouwen – wat overigens in de huidige tijd al ingewikkeld genoeg is. Als je écht een antwoord wilt geven op de vragen uit de stad is er meer nodig. Het vraagt om samenwerking. Tussen de ‘harde’ en de ‘zachte’ kant van het stadhuis, van het ‘Stedelijk Woningbouw Programma Almere’ tot ‘De sociale staat van Almere’. Maar ook binnen en tussen alle partijen die op dit gebied iets te betekenen hebben voor de stad. Het vraagt ook om het zoeken naar antwoorden op vragen en dilemma’s op andere terreinen. Zoals het woon- en leefklimaat, of hoe we samen kunnen zorgen dat iedere Almeerder de mogelijkheid heeft om in zijn of haar basisbehoeften te voorzien.
Hoe werken we daarin zo effectief mogelijk samen, en met wie? Wat mogen Almeerders daarbij van ons verwachten, en niet onbelangrijk, wat verwachten we daarbij ook van de Almeerders zelf, die er nu wonen en die er in de toekomst komen wonen. We zijn de snelst groeiende New Town en we blijven groeien, Zo willen we door sociale stadsontwikkeling komen tot zorgzame gemeenschappen. Waarbij we zorgen voor, en omkijken naar, elkaar. Dat gaat niet vanzelf. Dat stelt ons voor uitdagingen. Is het niet over de aantallen (en typen) woningen die we moeten bouwen, dan is het wel over de verdeling daarvan. Of over de gevolgen van personeelstekorten in de zorg, of over de bereikbaarheid van die zorg. Of over de manier waarop we nieuwe en bestaande wijken leefbaar kunnen maken en houden. Laten we daar het gesprek over voeren, aan de hand van deze woonzorgvisie. En laten we dat vooral samen blijven doen. Paul Tang Wethouder Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Grondbedrijf, Omgevingsvisie, omgevingsplan, omgevingsvergunningen en Sport Nienke Nieuwenhuizen Wethouder Volksgezondheid, Jeugdhulp, Onderwijs, Wonen en Zorg en Welzijn
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 2
Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Achtergronden en kaders bij de woonzorgvisie
3 4
5
4 5
2.1
Uniek Almere
5
2.2
De vier grootste opgaven van Almere
5
2.3
Regie op Volkshuisvesting
8
2.4
Doel visie op sociale stadsontwikkeling
9
2.5
Totstandkoming woonzorgvisie
10
2.6
Invloed diverse ontwikkelingen, monitoring en sturing
10
2.7
Vervolg op de visie: uitvoeringsagenda
11
Uitkomsten analyses
12
Visie op sociale stadsontwikkeling
14
4.1
Vijf bouwstenen voor zorgzame gemeenschappen
15
4.1.1
Huisvesting
15
4.1.1.1 Kwantitatieve huisvestingopgave
15
4.1.1.2 Kwalitatieve huisvestingsopgave
20
4.1.2
Woon- en leefklimaat
23
4.1.3
Meedoen en eigen regie
24
4.1.4
Samenwerken over de domeinen
25
4.1.5
Gedrag en bewustwording
27
4.1.6
Conclusies
28
Uitvoering en afspraken
29
5.1
29
Regie gemeente (bij conflicterende belangen)
Losse bijlagen Bijlage 1 – Woonzorganalyse BMC Bijlage 2 – Rapportage Analyse aandachtsgroepen Almere 2024 ABF Research
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 3
1 Inleiding Mensen wonen in Nederland langer zelfstandig en herstellen eerder thuis na ziekte of tegenslagen. Hierdoor zijn er meer woningen nodig. Dat komt door ontwikkelingen in de bevolking (zoals vergrijzing, een langere levensverwachting en door huishoudensverdunning – minder personen in één huishouden en daarmee in één woning –), door wijzigende wet- en regelgeving (nadruk op extramuralisering en ambulantisering) en door veranderende woonwensen van mensen zelf. De vraag naar zorg (in de eigen omgeving) neemt daardoor de komende jaren fors toe, terwijl er tegelijkertijd sprake is van een toenemende krapte op de arbeidsmarkt en afnemend mantelzorg potentieel (de verhouding tussen mantelzorg vragers en mantelzorggevers). De beweging naar langer zelfstandig wonen past bij de wens (die tegelijk een noodzaak is) om te komen tot een inclusieve of zorgzame samenleving. Dit alles vraagt om een aanpassing van de woning voorraad, een veilige en toegankelijke woon- en leefomgeving en een andere kijk op zorg en ondersteuning. Dit alles is niet alleen een kwestie van toekomst en lange termijn. Tekorten zijn er nu ook al, zowel in de woningbouw als in de zorg. Oplossingen kosten tijd, inzet en geld: nieuwbouw projecten die nu worden opgestart zijn op zijn vroegst over 5 jaar gereed; hetzelfde geldt voor het kunnen (blijven) bieden van voldoende zorg en ondersteuning.
Anders gezegd: als we over 5 jaar iets willen bereiken of hebben bereikt, dan moeten we dat NU plannen en daar NU beredeneerde keuzes in maken. Die keuzes moeten gebaseerd zijn op wat we NU weten. En niet alleen omdat het Rijk ons vraagt om binnen het op te stellen Volkshuisvestings programma te komen met een woonzorgvisie: we hebben niet de luxe om te wachten, maar moeten NU aangeven welke kant we als stad uit willen. De complexiteit en urgentie van het bovenstaande vraagt om een woningvoorraad, woonomgeving en voorzieningenniveau die zo lang mogelijk zelfstandig wonen mogelijk maken, maar ook om een sterke sociale basis en sociale structuren. Dit hebben we vastgelegd in een gezamenlijke visie op wonen, welzijn en zorg: een integrale benadering en een intensieve samenwerking tussen partijen uit het fysieke domein (‘de stenen’) en het sociaal domein (‘de zorg’). Met deze visie bepalen we richting, maar voor niet alle uitdagingen die we benoemen zijn, binnen het tijdsbestek van deze visie, discussieloze oplossingen mogelijk. Langs de in deze visie bepaalde richting kunnen we hier echter wel het juiste gesprek over voeren.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 4
2
Achtergronden en kaders bij de woonzorgvisie 2.1 Uniek Almere Hoewel de eerdergenoemde vragen en uitdagingen in landelijk perspectief misschien niet uniek zijn, is Almere zelf dat in vele opzichten wel: Almere is een jonge stad en in zijn relatief korte bestaan enorm gegroeid. Aan die groei komt voorlopig ook geen einde: er zijn tot na 2030 nog 60.000 tot 85.000 woningen gepland. Hierdoor is het mogelijk om toekomstige wijken en buurten uitgekiend te plannen en om bestaande wijken en buurten te versterken, zowel in fysieke als in sociale zin. Sociale stadsontwikkeling noemen we dat. Dan moeten we wel nadenken over hoe en met wie we dat doen en daar afspraken over maken. Almere is qua bevolking een heel diverse stad: de stad is rijk aan inwoners met vele verschil lende culturele achtergronden. Van problematische scheiding tussen bevolkingsgroepen, zoals die elders in het land wordt geconstateerd, is in Almere nauwelijks sprake. Het is een stad voor iedereen, wat de stad sterk en veerkrachtig maakt en veel potentie geeft. Die potentie is er ruimtelijk, sociaal en ook economisch. Almere is goed bereikbaar, heeft een gezonde beroepsbevolking en een uitnodigend ondernemersklimaat, wat zich vertaalt in zowel groeiende vraag naar als aanbod van banen.
In deze geplande, jonge groeistad is het ook uniek dat er met een relatief klein aantal zorg- en welzijnsorganisaties een goed functionerend ondersteuningssysteem is ontstaan. Dat maakt dat, bij de centrale ambitie om iedereen zo lang mogelijk zo zelfstandig mogelijk thuis te kunnen laten wonen, samenwerkingsverbanden snel en makkelijk kunnen worden gelegd. Partners weten elkaar dan ook goed te vinden. Het aanbod van woon- en zorgproducten wordt meer en meer van elkaar gescheiden. Dat betekent ook dat in toenemende mate een groter beroep moet worden gedaan op de eigen kracht en verantwoordelijkheid van inwoners en de samenleving als geheel. We realiseren ons dat er een aantal grote uitdagingen zijn om aan te werken om de zorg voor de inwoners van onze stad goed te kunnen laten slagen.
2.2 De vier grootste opgaven van Almere Vanuit de centrale ambitie en tegen de achtergrond van de uniekheid van Almere zien we voor de komende jaren vier grote opgaven, waar we soms al aan werken en anders vanaf nu mee aan de slag gaan.
1 – Versterken van het sociaal weefsel Het sociale weefsel in de stad is kwetsbaar. Dat is al eerder gebleken uit het onderzoek ‘De sociale staat van Almere’ en is nog steeds actueel. De scheiding van wonen en zorg, het eerder thuis herstellen na ziekte of tegenslag en de vergrijzing gaan gepaard met samen Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 5
hangende vraagstukken rond zelfredzaamheid, eigen kracht en het versterken van het sociaal netwerk. Dit geldt ook voor het omgaan met dementie en het voorkomen van eenzaamheid. Het aantal mensen met dementie neemt de komende jaren snel toe en eenzaamheid is al een bestaand probleem in de stad, voor jong en oud. Een andere kwetsbaarheid is de samenstelling van de bevolking. Er zijn relatief veel éénoudergezinnen, jongeren in een kwetsbare positie en gezinnen die onzeker zijn over hun bestaansmogelijkheden. Het pad naar crimineel gedrag is voor een aantal jongeren snel genomen. We zien de vraag naar jeugdhulp (en de daarmee samenhangende kosten) jaarlijks groeien. We verwachten dat het aantal inwoners dat zich als vrijwilliger kan en wil inzetten niet veel groter zal worden, terwijl de vraag naar (mantel)zorg onomkeerbaar zal toenemen, al was het alleen maar door de verdere groei van de stad. We zullen ons tot deze opgaven moeten leren verhouden. Ze vragen om weerbare inwoners en een sterke sociale basis, die samen gaan leiden tot zorgzame gemeenschappen, waar mensen (meer) naar elkaar omkijken.
2 – Realiseren voorzieningen in nabijheid Een sterk sociaal weefsel kan niet zonder goede voorzieningen. Voorzieningen waarbij inwoners in hun eigen buurt terecht kunnen voor laagdrempelige ontmoeting en ondersteu ning. Te denken valt aan supermarkten, huisartsen, buurthuizen en openbaar vervoer. Voor mensen die minder mobiel zijn, of dreigen te worden, moeten deze voorzieningen in hun eigen buurt zijn, willen we het langer zelfstandig wonen kunnen faciliteren. Niet overal in de stad zijn deze voorzieningen aanwezig. Waar dat wel zo is moeten we het voorzieningen niveau op peil houden, waar dat niet zo is zullen we het moeten versterken. Het is daarbij belangrijk aan te sluiten bij de diversiteit van de bevolking. De uitgangspunten voor het niveau van maatschappelijke voorzieningen zijn opgenomen in het Normenkader Maatschappelijke Voorzieningen en de Leidraad Maatschappelijke Ontwikkeling, die hierin kaderstellend zijn. Voorwaarde daarbij is dat ze worden gemonitord en op regelmatige tijden worden geactuali seerd. Er wordt gewerkt aan vergelijkbare kaders voor commerciële voorzieningen. 3 – Voldoende gedifferentieerd woningaanbod Almere heeft te maken met een kwantitatief en kwalitatief tekort aan geschikte woonruimte. Ondanks de grote verschillen in de verschijningsvorm van woningen in de stad is het aanbod relatief eenzijdig.
Almere heeft veel grondgebonden eengezinswoningen, terwijl er juist (en in toenemende mate) ook vraag is naar betaalbare (huur)woningen voor één- en tweepersoons huishoudens. Er is grote spanning op de woningmarkt; de vraag naar woningen is groter dan het aanbod (zeker in de sociale huursector). De schaarste op de sociale woningmarkt leidt tot concurrentie tussen ‘regulier’ woningzoekenden met een laag inkomen en zogenaamde ‘aandachtsgroepen.’ Aandachtsgroepen zijn groepen mensen met minder kansen dan anderen op de woningmarkt. Bijvoorbeeld door hun behoefte aan een specifiek soort woning of woonvorm, door wat zij kunnen betalen voor de huisvesting en/of door wat zij nodig hebben aan begeleiding en zorg. Het tekort aan voldoende gedifferentieerd woningaanbod zorgt er ook voor dat inwoners die niet langer 24-uurszorg nodig hebben niet door kunnen stromen naar een woning, omdat er geen (passend) woonaanbod is. En omdat de instellingen vol zitten, is het andersom voor mensen die 24-uurszorg nodig hebben niet mogelijk daar in te stromen. Voor mensen voor wie de stap naar zelfstandig wonen te groot is, of die een terugval meemaken als ze inmiddels wel zelfstandig wonen, is er niet of nauwelijks woonruimte in een tussenvoor ziening beschikbaar. De gehele keten zit op slot en daardoor ontstaan over de volle breedte wachtlijsten.
Dit alles heeft niet alleen onwenselijke gevolgen voor de mensen waar het om gaat, maar leidt ook tot onnodige zorgkosten.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 6
Voor ouderen is er veel behoefte aan levensloopbestendige woningen in diverse vormen (huur/koop; goedkoop/middelduur/duur; met/zonder zorg; gelijkvloers/ongelijkvloers, etc). Daarmee is het de groep die zichzelf voor een groot deel vaak redelijk kan redden op de woningmarkt, maar tegelijk acuut in problemen kan komen wanneer dit (bijvoorbeeld door het ouder worden zelf) niet langer meer lukt, of wanneer er geen passende zorg kan worden geleverd. Kortom, de nood aan betaalbare woningen en beschikbare zorg is groot en leidt tot een last en risico voor organisaties en bovenal voor onze inwoners. Maar het bouwen van woningen alleen is niet genoeg: we moeten de juiste woningen bouwen, die passen bij het huidige én toekomstige bevolkingsprofiel van de stad met de bijbehorende woningbehoeften. We houden daarbij rekening met wat er al is op de beleidsterreinen van gemeente en andere partijen. Met de Trendbreuk Woningbouw zet de gemeente zowel een versnelling in van de realisatie van woningbouw als een verschuiving naar meer sociale en betaalbare woningen, dus zeker ook voor ouderen en de overige aandachtsgroepen. Dit binnen de kaders van de Omgevingsvisie en de ontwikkelingsplannen, de Woonvisie en de prestatieafspraken en het Stedelijk Woningbouw Programma Almere (SWPA) en de woningbouwafspraken.
We zetten vol in op bouwen van kleine, betaalbare woningen voor kleine huishoudens en op divers (klein en groot) woningaanbod voor ouderen (nultreden, geclusterd en zorggeschikt).
4 – Geclusterde en gemengde woonvormen Met oog op de vergrijzing, de scheiding van wonen en zorg en de toenemende krapte op de arbeidsmarkt moeten we ook slim nadenken over het aanbod en de locaties van woningen. Want om eenzaamheid te bestrijden, zorg efficiënt kunnen organiseren en het gat tussen wonen in een instelling of zelfstandig wonen te verkleinen, zijn er veel (meer) geclusterde woonvormen als tussenvoorzieningen nodig. Het begrip ‘woonvorm’ gaat hierbij verder en over meer dan het type woning: het gaat over het leggen van verbindingen tussen bewoners, ongeacht hun inkomen, leeftijd, gezinssamenstelling of sociaal-maatschappelijke kwetsbaar heid. Geclusterde woonvormen maken het mogelijk dat verschillende groepen mensen meer dan nu passend kunnen wonen. Wanneer we tevens vitale en minder vitale inwoners mengen, ontstaat balans tussen ‘vragers en dragers’, wordt het makkelijker om naar elkaar om te kijken en creëeren we zorgzame gemeenschappen. Dit mogelijk maken door het bouwen van dit aanbod wordt een van de speerpunten voor de komende jaren. Het is hierbij van groot belang om oog te houden voor de leefbaarheid in de wijk en in de woonvoorzieningen: we moeten voorkomen dat er te grote concentraties ontstaan van inwoners met een kwetsbare (sociaaleconomische) positie of andere problematiek.
Nadrukkelijk een gezamenlijke ambitie en opgave Bovenstaande opgaven zijn groot, complex en kennen veel afhankelijkheden. Deze visie is niet van de gemeente Almere, maar een gezamenlijk product van het netwerk Wonen Zorg en Welzijn. Ze zijn nadrukkelijk niet door een enkele partij of oplossing te realiseren. Niet één partij alleen is verantwoordelijk voor de totale opgave. Het vraagt inzet van alle partners op het gebied van wonen, welzijn en zorg in wisselende combinaties, waarbij iedereen vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid een deel van de inzet moet leveren om te komen tot resultaten. De combinatie van alle inspanningen door alle betrokken partijen samen gaat leiden tot de uiteindelijke gewenste situatie: zorgzame gemeenschappen. En ondanks alle uitdagingen hebben we het vertrouwen dat we – met alle betrokken partners en onze inwoners – de potenties die we als stad en bevolking hebben, kunnen benutten. In deze visie op sociale stadsontwikkeling beschrijven we wat we willen bereiken, met als horizon 2040. Hoe we dit willen gaan bereiken beschrijven we in de uitvoeringsagenda. Deze wordt als separaat document naast deze visie opgesteld.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 7
2.3 Regie op Volkshuisvesting Om grip te krijgen op de landelijke ontwikkelingen en opgaven wordt ook via diverse (Rijks)programma’s gestuurd op de volkshuisvesting. Onderdeel van die programma’s is de verplichting voor gemeenten om te werken aan een integrale woonzorgvisie. Hierin moeten gemeenten aangeven wat zij doen om te zorgen voor de huisvesting van een groot aantal door het Rijk bepaalde aandachtsgroepen.1
Schema 2.1: Overzicht aandachtsgroepen en wettelijke kaders woonzorgvisie Prognoses voor alle aandachtgroepen, onderverdeeld in groepen: z met en zonder zorgvraag en z met en zonder wettelijke urgentie Mensen met psychische kwetsbaarheid Uitstroom voor: z Beschermd Wonen z Klinische ggz z Maatschappelijke Opvang z Jeugdhulp met verblijf z Vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel z Detentie z Sekswerkers
z Ouderen en mantelzorgers
z Mensen met een verstandelijke of (licht) lichamelijke beperking z Woonwagenbewoners z Arbeidsmigranten z Studenten
z Statushouders
WOONZORGVISIE De Nationale Bouw- en Woonagenda
Programma Een thuis voor iedereen
Programma Wonen en zorg voor ouderen
Programma Wonen, Zorg en Ondersteuning voor Ouderen (WOZO)
Woondeal MRA
Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv)
(wettelijke kaders) Bron: Rijksoverheid, bewerking BMC 2024
De woonzorgvisie maakt integraal onderdeel uit van het later vorm te geven volkshuisvesting programma, dat als programma binnen de nieuwe Wet Versterking regie volkshuisvesting (wvrv) onder de omgevingsvisie komt te hangen.2 Almere sorteert daarmee niet alleen voor op de aanstaande wet, maar spreekt hiermee bovenal de ambitie uit om werk te maken van de grote en urgente opgaven. In Almere, voor Almere.
1 Meer specifieke groepen als mensen met niet aangeboren hersenletsel (NAH) en mensen met autisme zijn geen door het Rijk benoemde aandachtsgroep en worden daarom in deze visie niet apart benoemd, maar worden vanwege omvang of ontwikkelingen wel opgenomen in de analyse en op basis van meekoppelkansen ook meegenomen bij de uitvoeringsagenda. 2 Het aangepaste wetsvoorstel is in februari 2025 aangeboden aan de Tweede Kamer voor inhoudelijke behandeling.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 8
De woonzorgvisie volgt de lijn van het wetsontwerp wvrv om deze te richten op de in het ontwerp genoemde aandachtsgroepen.3 Ouderen zijn hierin geen verplichte aandachts groep, maar tegelijkertijd is het qua omvang ook de grootste groep. Mede daarom zijn bij de verrijking van de woondeal voor ouderen wel afspraken vastgelegd over de concrete aantallen te bouwen woningen. Daarmee is toch een verplichting aangegaan voor deze aandachts groep. Daarnaast is in de wvrv een aantal aandachtsgroepen door het Rijk aangemerkt als verplichte urgentiecategorie, of zal dit op basis van nadere regelingen op grond van het wetsontwerp worden.
Regionale samenhang en afstemming Deze visie over sociale stadsontwikkeling gaat enerzijds over kwalitatieve uitgangspunten: welke inspanningen zijn nodig om te komen tot zorgzame gemeenschappen en anderzijds over een kwantitatieve opgave: hoeveel woningen zijn nodig voor de diverse aandachts groepen. Voor zowel de kwalitatieve uitgangspunten als de kwantitatieve opgaven geldt dat deze regionaal (met de MRA en/of de provincie Flevoland) zijn afgestemd. Dit omdat de beoogde beweging in deze visie (de ontwikkeling van zorgzame gemeenschappen) ook in omliggende gemeenten wordt nagestreefd. Maar ook omdat de kwantitatieve opgaven voor ouderen, via het afsprakenkader ouderenhuisvesting, net als een set afspraken over aandachtsgroepen (fairshare) regionaal zijn of worden vastgelegd.
2.4 Doel visie op sociale stadsontwikkeling Deze woonzorgvisie, een brede visie op sociale stadsontwikkeling, brengt samenhang aan tussen de domeinen wonen, zorg en welzijn. Dat doen we om de maatschappelijke beweging, het streven naar zorgzame gemeenschappen waarbij iedereen zo lang mogelijk zo zelfstandig mogelijk thuis kan (blijven) wonen, mogelijk te maken. Daarbij willen we richting en sturing geven aan de grote groeiopgave van de stad, rekening houdend met de veranderende bevolkingssamenstelling, optimaal gebruik maken van het versterken van de bestaande wijken en het ontwikkelen van nieuwe wijken.
3 Op moment van schrijven zijn er plannen van het Rijk om vergunninghouders uit de urgentiecategorieën te halen, terwijl de taakstelling blijft. In deze visie gaan we er vanuit dat dit een aandachts- en urgentiecategorie blijft. In het op te stellen Meerjarenplan Woonruimteverdeling zal hier nader op worden ingegaan.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 9
2.5 Totstandkoming woonzorgvisie Deze visie is tot stand gekomen aan de hand van drie sporen en in cocreatie met de partners uit het Almeers netwerk Wonen, Zorg en Welzijn.
Drie sporen In het eerste spoor is door ABF Research, op basis van de demografische ontwikkeling van de gemeente Almere, kwantitatief onderzoek gedaan naar de omvang van de verschil lende aandachtsgroepen op dit moment. Ook zijn prognoses voor de ontwikkeling van deze aandachtsgroepen opgesteld. Deze zijn vertaald naar de huisvestingsvraag tot 2040. Het tweede spoor bestaat uit een kwalitatieve analyse van BMC van de kaderstellende beleidsdocumenten (zoals de omgevingsvisie, woonvisie en de maatschappelijke agenda) van de gemeente Almere en haar partners in het woon- en zorgdomein. Het derde spoor, het participatiespoor, heeft als een rode draad door de totstandkoming van de visie gelopen. Met partners van binnen en buiten het stadhuis hebben we door middel van interviews, werksessies, themaverkenningen en focusgroepen steeds de informatie uit de eerste sporen opgehaald, beoordeeld en waar nodig aangevuld. Zo zijn we uiteindelijk samen tot deze visie gekomen. Het rapport van ABF over de aandachtsgroepen en de beleidsstudie van BMC zijn door BMC samengebracht en vertaald in de woonzorganalyse, die het eindproduct is van het tweede en derde spoor en daarmee aan de basis van deze visie ligt. Hierin is ook een overzicht van de geraadpleegde partijen, evenals een overzicht van de bron- en literatuurlijst opgenomen.
Zowel het rapport van ABF als de woonzorganalyse van BMC zijn als bijlage bij deze visie toegevoegd. Het resultaat is een visie waarin alle partijen de opgaven en gezamenlijke verantwoorde lijkheid voor realisatie van de ambitie onderschrijven. Dit document is dan ook geen exclusief product van de gemeente Almere, maar een breedgedragen visie van het organisatienetwerk Wonen, Zorg en Welzijn.
2.6 Invloed diverse ontwikkelingen, monitoring en sturing Op het moment van schrijven zijn er grote financiële, maatschappelijke, economische en (geo)politieke ontwikkelingen. Deze hebben mogelijk gevolgen voor de realisatie van de ambitie en doelen in deze visie. Want net als afgelopen jaren wordt verwacht dat deze ontwik kelingen kunnen leiden tot hoge inflatie en stijging van kosten. In toenemende mate kan dit zorgen voor meer bestaansonzekerheid bij onze inwoners. Daarbij staat de bouw van broodnodige woningen overal onder druk door onder andere oplopende grondstofprijzen en de stikstofcrisis en heeft het kabinet op enkele onderdelen een (financiële) koerswijziging ingezet die van invloed kan zijn op de uitwerking van deze visie. Dit komt bovenop de uitdagingen die al eerder zijn beschreven ten aanzien van de groeiende zorgvraag en de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Ook staat het grotere beroep op de eigen kracht en het sociaal netwerk van sommige inwoners onder druk, doordat er grenzen zijn aan wat we voor elkaar kunnen en willen doen. Ook in Almere kunnen plaatselijke ambities daarom stuiten op landelijke of plaatselijke knelpunten. Daarnaast hebben we in Almere (nog steeds) te maken met rijksregels die onvoldoende recht doen aan het bijzondere (groei)karakter van de stad.
Bijvoorbeeld door het structureel achterblijven van rijksfinanciering bij de feitelijke vraag.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 10
Cijfers en prognoses niet in beton gegoten In verband met de vele ontwikkelingen en onzekerheden richt deze woonzorgvisie zich op een periode van 15 jaar (2025 tot 2040). Deze scope is nodig om de grote transitie die we voorstaan mogelijk te maken. Het gaat immers om het realiseren van de centrale ambitie, het ontwikkelen van en toewerken naar zorgzame gemeenschappen door middel van sociale stadsontwikkeling. Tegelijkertijd is het niet eenvoudig om de toekomst te voorspellen. De (woningbouw)cijfers in deze visie zijn dan ook niet in beton gegoten, maar moeten worden gezien als richtinggevend. Hoe verder in tijd de cijfers zijn weergegeven, hoe groter de onzekerheid. Hoe dan ook geven de cijfers grote urgentie aan. Niet nu beginnen is geen optie. Monitoring en sturing Gezien de afhankelijkheden en de mogelijke invloed van (externe) factoren is het van groot belang de cijfers en opgaven in deze visie goed te volgen en te monitoren. Om snel en flexibel in te kunnen spelen op eventuele ontwikkelingen worden de cijfers in deze visie dan ook twee keer per jaar gemonitord. Ook worden de cijfers en prognoses iedere vijf jaar volledig geëvalueerd en geactualiseerd. Op deze manier kan tijdig worden bijgestuurd wanneer blijkt dat vraag en aanbod niet in balans zijn.
2.7 Vervolg op de visie: uitvoeringsagenda Deze visie leidt tot inzicht in de opgaven en schetst het scenario voor de gemeente Almere en haar partners op lange termijn. Om de ambitie en doelen uit de visie te realiseren is door alle betrokkenen de wens uitgesproken om ook over te gaan tot uitvoering. Daarom wordt er gewerkt aan een uitvoeringsagenda. Deze uitvoeringsagende is een dynamische, meerjarige agenda, waar steeds twee jaar vooruit wordt gekeken. Hier is voor gekozen omdat we dan goed kunnen inspelen op veranderingen en kunnen bijsturen waar nodig. De visie vraagt om koersvastheid, de uitvoeringsagenda om wendbaarheid en flexibiliteit. In de uitvoeringsagenda wordt zoveel mogelijk op gebiedsniveau gewerkt en het werk wordt uitgevoerd door gebiedscoalities in wisselende samenstellingen. Zo kunnen we veel preciezer sturen op wat waar nodig is: ieder stadsdeel of wijk vraagt iets anders en daarom zal niet alle inzet overal hetzelfde zijn.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 11
3 Uitkomsten analyses In dit hoofdstuk worden de belangrijkste constateringen van de analyses van ABF Research (analyse van de aandachtsgroepen) en BMC (woonzorganalyse) beschreven. Woon- en zorgbehoefte bij groeiende en veranderende stad Almere staat met een nieuwbouwopgave van bijna 25.000 woningen tot 2030 een flinke groei van de bevolking te wachten.4 De stad zal op basis hiervan groeien met bijna 50.000 inwoners tot 2030 (en fors doorgroeien na 2030); kenmerkend hierbij is (vooral) een verdubbeling van het aantal inwoners van 75 jaar en ouder. We hebben ook te maken met een dubbele vergrijzing: er komen meer ouderen en mensen worden tegelijk ook nog ouder. Voor een (groeiende) groep inwoners van 75 jaar en ouder zal dat niet alleen leiden tot een specifieke zorgvraag, maar ook tot een specifieke woonvraag. In Almere kunnen we niet aan deze specifieke vraag voldoen zonder aanpassingen in de woningvoorraad. We hebben onder andere meer nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen nodig. En dan met name in de buurt van voorzieningen, zodat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. De groei van de stad met deze aantallen woningen heeft vanzelfsprekend ook gevolgen voor de omvang van de overige aandachtsgroepen. Deze gevolgen hebben dan op hun beurt weer gevolgen voor zowel de woon- als de zorgvraag.
Spanning in zorgvraag en -aanbod De groei van de vraag naar zorg staat op (zeer) gespannen voet met de mogelijkheid om daaraan tegemoet te komen. De Flevolandse arbeidsmarkt is al krap, ook in het zorgdomein en deze krapte neemt de komende jaren verder toe. Met andere woorden: het zorgaanbod zal niet meer (of op zijn best: steeds minder) kunnen voorzien in de zorgvraag. Er zijn andere oplossingen nodig om extramuralisering (zorg bieden buiten de 24-uursopvang) enerzijds en zo lang mogelijk zo zelfstandig mogelijk thuis wonen anderzijds mogelijk te maken: in technologie, in samenwerking tussen de formele en informele zorg- en welzijns sector, én in een vruchtbare verbinding tussen de fysieke ruimte en het sociaal weefsel. Preventie en het uitgangspunt van brede welvaart (gezondheid, inkomen, milieu, leefomgeving etc) dienen daarbij leidend te zijn. Behoefte aan betaalbare sociale huurwoningen Een groot deel van de aandachtsgroepen heeft behoefte aan een betaalbare sociale huurwoning. De vraag naar dit soort woningen is (veel) groter dan het aanbod, wat leidt tot lange wachttijden bij zowel aandachtsgroepen als bij andere woningzoekenden. Om aan de huidige en toekomstige vraag te kunnen voldoen, is een toename van het percentage sociale
4 De cijfers uit de Woonvisie 2020-2030 zijn inmiddels achterhaald, zowel qua ambitie als qua realisatie; verder wordt er gestudeerd op het toevoegen van aanzienlijk meer woningen in de periode daarna.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 12
huurwoningen in de stad als geheel noodzakelijk. Er is vooral behoefte aan betaalbare woningen voor een- of tweepersoonshuishoudens, bij voorkeur nabij voorzieningen. Het huidige tekort aan sociale huurwoningen heeft consequenties. Het frustreert de ingezette beweging naar een inclusieve samenleving, naar een scheiding van wonen en zorg, naar een situatie waar inwoners zo lang mogelijk zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen. Deze beweging is een maatschappelijke keuze én, zoals hierboven aangegeven, een noodzaak. De huidige 24-uurszorginstellingen, zoals maatschappelijke opvang, beschermd wonen en jeugdhulp, ondervinden door deze ontoereikende woningmarktsituatie dat hun cliënten niet, niet tijdig of pas na lang wachten kunnen uitstromen, om daarmee (meer) zelfstandig hun leven te kunnen opbouwen. Ze blijven daardoor langer in de instelling en houden plekken bezet die anderen nodig hebben die daardoor op een wachtlijst terecht komen. Het bereik van de zorgcapaciteit is hierdoor kleiner dan mogelijk en gewenst. Daarnaast geven we geld uit aan de intramurale huisvesting van mensen die waarschijnlijk meer gebaat zouden zijn bij een goedkopere, zelfstandige woning met (bijvoorbeeld) ambulante begeleiding.
Behoefte aan intramurale voorzieningen en tussenvoorzieningen Ondanks extramuraliserings- en ambulantiseringsbewegingen (samengevat: uit de instelling, zorg- en ondersteuning zoveel mogelijk thuis) zal de vraag naar intramurale zorg toenemen op grond van de groei van de bevolking. Dat betekent dat er (ook) ruimte voor nieuwe dergelijke voorzieningen nodig is in transformatieplannen voor de bestaande stad en in ontwikkelplannen voor uit- en inbreidingsgebieden. Daarbij is door de genoemde bewegingen behoefte aan tussenvoorzieningen, een vorm van min of meer (geclusterd) zelfstandig wonen mét ambulante zorg- en ondersteuning die op afroep beschikbaar is. Behoefte aan versterking sociale kracht Uit het onderzoek ‘De sociale staat van Almere’ bleek al dat het sociale weefsel dat nu nodig is (en in de toekomst nog meer), broos en kwetsbaar is. Er is sprake van eenzaamheid, veel alleenstaanden en éénoudergezinnen en het ontbreken van voldoende en adequate voorzie ningen. Het onlangs verschenen rapport ‘Zorgen voor New Towns’ versterkt dit beeld. Advies, onder meer vanuit ‘De sociale staat van Almere’ is om fysiek en sociaal met elkaar, hand in hand te ontwikkelen. Dit om het sociaal weefsel te versterken in brede zin en door het scheiden van wonen en zorg ‘zo zelfstandig mogelijk’ zo lang mogelijk thuis wonen mogelijk te maken.
Dat betekent ruimtelijke ontwikkelingen inzetten met oog op het versterken van de sociale samenleving. Zowel vanuit de Maatschappelijke Agenda, het Gezondheidsbeleid (Positief Gezond Almere) en programma’s als het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) wordt ingezet op preventie en het versterken van de sociale kracht van de samenleving. En op de verbinding tussen de formele en informele zorgen ondersteuningssector. Documenten zoals de (concept-) Omgevingsvisie, de Woonvisie en de onlangs gepresenteerde Trendbreuk Woningbouw bieden handvatten om enerzijds (versneld) aan de behoefte aan woonruimte (met bijbehorende voorzieningen) te voldoen met een evenwichtige balans tussen wijken en anderzijds om de invulling van deze ruimte te benutten om aan de (geprognosti ceerde) vraag en differentiatie in woonbehoeften te voldoen.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 13
4 Visie op sociale stadsontwikkeling In deze visie op sociale stadsontwikkeling richten we ons op de beweging naar zorgzame gemeenschappen, waarin de fysieke leefomgeving de grote opgaven in de zorg ondersteunt, zodat zorg en ondersteuning beschikbaar blijven voor wie dat nodig heeft.
Centrale ambitie Met het netwerk Wonen, Zorg en Welzijn is een centrale ambitie geformuleerd: ‘Zorgzame gemeenschappen door sociale stadsontwikkeling.’ Wij willen voor iedere (toekomstige) Almeerder passende woonruimte in een prettige omgeving, waar dan ook in Almere. Waar je je thuis kunt voelen en zoveel mogelijk kunt terugvallen op ondersteuning van de (informele) omgeving en het eigen sociale netwerk en, zo nodig, van de nabij georganiseerde professionele zorg en ondersteuning. Zorgzame gemeenschappen willen we bereiken via twee sporen, waarin ‘sociaal’ samen optrekt met ‘fysiek’. In het eerste spoor versterken we de sociale veerkracht in bestaande wijken en vergroten we de maatschappelijke kansen van Almeerse inwoners. In het tweede spoor richten we ons op toekomstbestendige stedelijke groei. We zorgen ervoor dat in nieuw te ontwikkelen wijken de fysieke én sociale randvoorwaarden op orde zijn om talenten te ontwikkelen en om een stabiele sociale samenleving te ontwikkelen met voldoende veerkracht. We werken aan deze twee sporen aan de hand van vijf bouwstenen.
Schema 4.1: vijf bouwstenen voor zorgzame gemeenschappen
Huisvesting Beter benutten Woningbouwstrategiën
Woon- en leefklimaat
Stedelijke groei
Bestaande wijken Versterken sociale veerkracht en vergroten maatschappelijke kansen
Zorgzame gemeenschappen door sociale stadsontwikkeling
Fysieke en sociale randvoorwaarde op orde voor talentontwikkeling en veerkracht
Meedoen en eigen regie (w.o. gezondheid)
Samenwerken over domeinen Gedrag en bewustwording
Regierol gemeente bij conflicterende belangen
Bron: BMC 2024
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 14
4.1 Vijf bouwstenen voor zorgzame gemeenschappen Het realiseren van zorgzame gemeenschappen vraagt om een integrale aanpak vanuit het fysieke domein (wonen en ruimtelijke ordening) en het sociale domein (zorg en welzijn). Om integraliteit te bereiken moet worden gewerkt aan vijf bouwstenen. Deze bouwstenen worden ook in de uitvoeringsagenda aangehouden. De vijf bouwstenen zijn: huisvesting, woon- en leefklimaat, meedoen en eigen regie, samenwerken over domeinen en gedrag en bewustwording. Alle bouwstenen grijpen in elkaar. Samen dragen ze bij aan de realisatie van zorgzame gemeenschappen. Daarom volstaat het ook niet om de focus op één van deze bouwstenen te richten: de brede ambitie kan alleen worden verwezenlijkt door inzet op alle vijf de bouwstenen en vooral ook op de verbinding daartussen. De bouwstenen en uitgangspunten die daarbinnen worden beschreven moeten worden gezien als richtinggevend aan de uitvoering en zullen worden uitgewerkt in de uitvoeringsagenda.
4.1.1 Huisvesting De eerste bouwsteen betreft huisvesting: de opgave om voldoende gedifferentieerd woonaanbod te realiseren op de juiste locaties. Dit om aan de vraag van inwoners in het algemeen en in het bijzonder van ouderen en aandachtsgroepen te kunnen voldoen. Het algemene uitgangspunt hierbij is om meer generiek geschikt aanbod te bouwen. Met andere woorden: het gros van de woningen moet voor zoveel mogelijk inwoners geschikt en toegankelijk zijn, zodat zorg en ondersteuning (indien nodig) flexibel kan worden ingezet. Waar nodig of gewenst kunnen enkele woningen in een buurt, wijk of woonvoorziening specifieke kenmerken krijgen (zoals zorggeschikte woningen), waardoor ook mensen die deze nodig hebben er gebruik van kunnen maken, maar wel kunnen wonen in een ‘zo gewoon mogelijke omgeving’. 4.1.1.1 Kwantitatieve huisvestingopgave Op grond van de kwantitatieve analyses van ABF Research en prognoses van BMC hebben we het totaal van de huisvestingsvraag voor de aandachtsgroepen in een overzicht geplaatst voor de periode van 2025 tot 2030, van 2030 tot 2035 en van 2035 tot 2040. N.B.: Zoals eerder vermeld geven de cijfers de inzichten en prognoses op dit moment weer. Zowel (lokale) beleidsmaatregelen als externe factoren hebben invloed op de uiteindelijke huisvestingsbehoefte. Deze tabellen moeten daarom in belangrijke mate worden beschouwd als richtinggevend.
Op basis van periodieke bijstelling kunnen we de realisatie en prognoses actueel houden.
Verdeling naar woontype en urgentie Bij de uitwerking van de huisvestingsvraag hebben we als eerste een onderscheid gemaakt tussen de vraag naar zelfstandige woningen en de vraag naar intramuraal aanbod. Dat doen we voor zelfstandige woningen vervolgens als eerste voor de groep ouderen, en daarnaast voor de (urgente) aandachtsgroepen. Inzichtelijk is wat de vraag is voor periodes van 5 jaar, tot 2040. Dit is in lijn met de voorgestelde evaluatie en herijking van de cijfers en prognoses. Ook is inzichtelijk gemaakt welk deel van de huisvestingsvraag voor de woningcorporaties is en welk deel van de huisvestingsvraag voor de markt (ontwikkelaars en bouwers) is. Het is in deze fase nog niet mogelijk om aan te geven welk deel van het aanbod uit geclusterd aanbod of uit tussenvoorzieningen zou kunnen bestaan. Dit wordt uitgewerkt in de uitvoeringsagenda.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 15
Tabel 4.1: Huisvestingsvraag aangepaste, zelfstandige woningen ouderen WOONOPGAVE
AANDACHTSGROEP
2030
2035
2040
TOTAAL
waarvan sociale huur
waarvan markt
Met zorgvraag
Ouderen Zorggeschikte woningen
440
400
250
1.090
545
545
Met zorgvraag
Ouderen Mantelzorgwoningen
150
150
175
475
0
475
Totaal woningen aangepast
590
550
425
1.565
545
1.020
Bron: ABF Research, met bewerking BMC (2024)
De huisvestingsvraag van ouderen is een verbijzondering van de afspraken die hierover zijn gemaakt in de Woondeal van de MRA met het Rijk (en waaraan Almere zich heeft gecommi teerd). Ouderen zijn bij het Rijk geen urgentie-categorie, ook al is er sprake van een sterke groei van deze groep Almeerders. Daarnaast laten ouderen als gevolg van het effect van doorstroming vaak ook weer een woning achter, die daarmee een rol kan spelen in een keten van verhuizingen. De huisvestingsvraag voor ouderen kan worden verdeeld in drie wooncategoriëen: nultreden woningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen. Het uitgangspunt is dat veel ouderen langer gezond en vitaal blijven en daardoor langer zelfstandig kunnen en willen wonen. Het overgrote deel van de ouderen kan (al dan niet na aanpassingen) in de eigen huurof koopwoning blijven wonen, mits aan een eventuele vraag naar zorg en ondersteuning kan worden voldaan. Een deel zal mogelijk verhuizen naar een nultredenwoning. Voor ouderen met de zwaarste (ongeplande) zorgvraag zijn zorggeschikte woningen nodig: zelfstandige woningen die zijn voorbereid op inwoners met een zware zorgvraag. Deze woningen hebben specifieke technische uitgangspunten zoals meer ruimte in de vertrekken in verband met de grotere draaicirkels van rolstoelen en bijvoorbeeld tilliften.
Deze zorg geschikte woningen zijn een alternatief voor de verpleeghuisplekken; het Rijk heeft landelijk de capaciteit voor nieuwe verpleeghuisplekken bevroren. Flevoland heeft vergeleken met andere regio’s door haar jonge historie echter weinig intramuraal aanbod opgebouwd. Hierdoor staat de huidige beschikbare intramurale capaciteit onder druk en is er sprake van wachtlijsten bij enkele Almeerse aanbieders van ouderenzorg. Met oog op de vergrijzing en de groeiende zorgvraag zijn er zorgen bij de aanbieders of de huidige intramurale capaciteit voldoende is. De opgave voor zorggeschikte en geclusterde woonvormen met ouderen wordt dan ook ‘ingevuld’ in samenwerking met zorgpartners en het Zorgkantoor en Zilveren Kruis, zodat een mix van verschillende woonvormen ontstaat en vinger aan de pols kan worden gehouden ten aanzien van de druk op de intramurale plekken. Voorzieningen voor ouderen moeten in de nabijheid zijn; op loopafstand van hun woning of goed bereikbaar met OV. Daarnaast dient er zowel in de bestaande stad als in nieuwe gebieden voldoende aandacht te zijn voor passende oplossingen voor mobiliteitsvraagstukken, zoals het toevoegen of opnemen van mogelijkheden tot het (centraal) stallen en opladen van scootmobielen, zeker nu de gemeente in toenemende mate inzet op collectieve mobiliteits voorzieningen boven individuele.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 16
Tabel 4.2: Huisvestingsvraag zelfstandige woningen aandachtsgroepen waarvan sociale huur
waarvan markt
WOONOPGAVE
AANDACHTSGROEP
2030
2035
2040
TOTAAL
Met zorgvraag
Ouderen Nultreden woningen
1.220
930
400
2.550
765
1.785
Met zorgvraag
Ouderen Geclusterde woningen
990
580
790
2.360
1.180
1.180
Wettelijke urgentie - met zorgvraag
Verstandelijke beperking - Extramuraal gespikkeld
80
100
175
355
266
89
Wettelijke urgentie - met zorgvraag
Uitstroom uit Beschermd Wonen
350
450
500
1.300
1.300
0
Wettelijke urgentie - met zorgvraag
Uitstroom uit Maatschappelijke Opvang
400
550
600
1.550
1.550
0
Wettelijke urgentie - met zorgvraag
Uitstroom uit Jeugdhulp met verblijf
650
660
675
1.985
1.985
0
Wettelijke urgentie - met zorgvraag
Uitstroom uit vrouwenopvang
125
150
150
425
425
0
Wettelijke urgentie - met zorgvraag
Uitstroom uit detentie
160
180
200
540
540
0
Wettelijke urgentie - met zorgvraag
Uitstroom uit sekswerk
25
25
25
75
56
19
Wettelijke urgentie
Vergunninghouders
1.750
1.750
1.750
5.250
5.250
0
Woonwagenbewoners
16
-
-
16
0
16
Arbeidsmigranten
-
-
-
0
0
0
Studenten
-
-
-
0
0
0
5.766
5.375
5.265
16.406
13.317
3.089
Totaal woningen regulier
Bron: ABF Research, bewerking BMC (2024)
Voor de aandachtsgroep arbeidsmigranten zijn geen aantallen opgenomen. Dat betekent niet dat er geen opgave ligt. Deze ligt naar onze mening primair bij de betrokken werkgevers en de aanbieders van arbeidskrachten. Vooralsnog zien wij voor arbeidsmigraten geen rol voor gemeente, corporaties en zorgpartijen om te voorzien in woningaanbod.5 De gemeente werkt op dit moment aan een visie op internationalisering, waarin dit vraagstuk wordt meegenomen. Ook voor studenten zijn geen aantallen opgenomen. De studentenwoningen die nu in de planning staan, lijken vooralsnog voldoende te zijn om aan de (huidige en toekomstige) vraag te voldoen.
5 Binnen het sociaal domein wordt momenteel wel verkend wat er gebeurt (en wie er verantwoordelijk is) wanneer arbeidsmigranten hun werk – en daarmee vaak ook hun huisvesting – verliezen, maar er niet voor kiezen om terug te keren naar hun land van herkomst.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 17
Totaalopgave zelfstandige woningen Bij elkaar opgeteld leidt dit tot de volgende totale opgave van benodigde zelfstandige woningen. Tabel 4.3: Totaalopgave zelfstandige woningen
Totaal woningen
2030
2035
2040
TOTAAL
waarvan sociale huur
waarvan markt
6.356
5.925
5.690
17.971
13.862
4.109
ABF Research met bewerking BMC (2024)
Huisvestingsvraag intramurale plekken Naast zelfstandige woningen zijn er meer intramurale plekken nodig. In onderstaande tabel is deze vraag weergegeven.6 Tabel 4.4: Huisvestingsvraag intramurale plekken 2025
2030
2035
2040
TOTAAL
Verstandelijke beperking
60
15
25
35
135
Met zorgvraag
Lichamelijke beperking
-
5
10
20
35
Met zorgvraag
Klinische GGZ
-
50
40
40
130
Met zorgvraag
Beschermd wonen Wmo
50
30
20
20
120
Met zorgvraag
Beschermd wonen semimuraal
-
87
25
13
125
Met zorgvraag
Beschermd wonen Wlz
-
40
20
15
75
Met zorgvraag
Maatschappelijke Opvang
40
0
10
0
50
Met zorgvraag
Jeugdhulp met verblijf
-
0
10
10
20
150
227
160
153
690
WOONOPGAVE
AANDACHTSGROEP
Met zorgvraag
Totaal opgave intramuraal
Bron: ABF Research, bewerking BMC (2024)
Woonopgave in relatie tot programmering De hierboven inzichtelijk gemaakte vraag naar woonruimte voor de diverse aandachts groepen hebben we naast de nu bekende woningbouwprogrammering gelegd, met als doel de ‘restopgave’ te bepalen. Dit hebben we gedaan voor de periode tot en met 2030, en voor de gehele periode tot en met 2040, voor zowel sociale huur als voor de marktsector.
6 Hoewel hier niet als losse aandachtsgroep opgenomen of specifiek vermeld, is er ook rekening gehouden met de huisvestingsvraag van (jong)volwassenen met autisme. Voor deze doelgroep is overigens niet alleen behoefte aan intramurale plekken, maar ook aan zelfstandige woningen.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 18
Tabel 4.5: Verhouding behoefte en geprogrammeerde woningen t/m 2030 ALMERE TOTAAL
OPGAVE
Opgave t/m 2030
IN PLANNING
RESTOPGAVE
markt
SH
markt
SH
markt
3.514
26
6.594
11.281
–3.080
–11.255
SH
Aandachtsgroepen en vergunninghouders
Reguliere woning
Ouderen, waarvan:
Nultreden
366
854
366
854
Geclusterd
495
495
495
495
Zorggeschikt
220
220
220
220
0
150
0
150
4.595
1.745
–1.999
–9.536
Mantelzorgwoning Totaal
6.594
11.281
53%
Percentage opgave aandachtsgroepen/vergunninghouders ten opzichte van planning (sociale huur)
Tabel 4.6: Verhouding behoefte en geprogrammeerde woningen t/m 2040 ALMERE TOTAAL
OPGAVE
Opgave t/m 2040
IN PLANNING
RESTOPGAVE
markt
SH
markt
SH
markt
10.873
107
16.025
28.303
–5.152
–28.196
SH
Aandachtsgroepen en vergunninghouders
Reguliere woning
Ouderen, waarvan:
Nultreden
765
1.785
765
1785
Geclusterd
1.180
1.180
1.180
1.180
Zorggeschikt
545
545
545
545
0
475
0
475
13.363
4.092
-2.662
–24.211
Mantelzorgwoning Totaal
16.025
28.303
Percentage opgave aandachtsgroepen/vergunninghouders ten opzichte van planning (sociale huur)
68%
Beide tabellen laten zien dat de huisvestingsopgave een groot beslag legt op de huidige, geprogrammeerde sociale woningbouw. Voor de periode tot en met 2030 is de behoefte 53% voor aandachtsgroepen. In de projectie naar 2040 neemt dit percentage verder toe. Dit percentage wordt gedempt door beschikbaar komende woningen in de huidige woning voorraad. Voor de marktsector is de woonvraag in kwantitatieve zin relatief gering ten opzichte van de (al) geprogrammeerde bouw. Voor beide sectoren constateren we dat het van belang is dat we als gemeente regie nemen en voeren op welke soort woningen er geprogrammeerd wordt, en dit te monitoren, zodat we kunnen voldoen aan de behoefte die er is aan nultredenwoningen, geclusterde woningen, zorggeschikte woningen en mantelzorgwoningen.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 19
Uitvoeringsagenda In de uitvoeringsagenda geven we antwoord op de vraag hoe gedifferentieerd de oplossingen voor bovengenoemde opgaven moeten zijn: in fysieke verschijningsvorm, welke ruimte dit vraagt, welke locatiekenmerken en welke zorg- en ondersteuningsvraag er (aan gekoppeld) is. Onderdeel van de uitvoeringsagenda is eveneens de vertaling van de huisvestingsopgave naar de stadsdelen. 4.1.1.2 Kwalitatieve huisvestingsopgave Behoefte sociale huurwoningen Voor een groot deel van de aandachtsgroepen, zoals vergunninghouders en uitstromers uit instellingen, bestaat net als voor reguliere woningzoekenden behoefte aan (meer) sociale huurwoningen in Almere. Om die reden is er in het Coalitieakkoord 2024-2026 afgesproken dat er 3.000 sociale huurwoningen worden toegevoegd aan de in de Woonvisie 2020-2030 afgesproken aantallen en wordt gesproken over locaties waar, volgend uit de Trendbreuk Woningbouw, versneld geplande (sociale) huurwoningen kunnen worden gerealiseerd. Door bij nieuwe projecten 40% sociale huur te bouwen verhogen we het aandeel sociale huurwoningen in het geheel op de lokale woningmarkt. Hiermee brengen we het totale aandeel van sociale huur in Almere op termijn omhoog naar de gewenste 30%.
Voor de relatief korte termijn kunnen flexwoningen (als tijdelijke flexibele schil om de reguliere voorraad) een aanvulling zijn, hoewel de praktijk leert dat ook deze procedures langer duren dan vooraf beoogd, de knelpunten vergelijkbaar zijn en de meerwaarde van dergelijke vormen van huisvesting ten opzichte van reguliere (nieuw)bouw daarmee beperkt zijn. Van belang is dat we bij verdichtings- en nieuwbouwprojecten zorgen voor een evenwichtige en gelijktijdige sociale en fysieke ontwikkeling. Voorzieningen worden daarom vanaf de start meegenomen in de planontwikkeling, evenals de voorwaarden voor een sociale en gezonde woon- en leefomgeving. In de Omgevingsvisie verankeren we dit belang.
Combinatie van nieuwbouw en beter benutten bestaande voorraad De woningbouwopgave is niet alleen een nieuwbouwopgave. Immers, het overgrote deel van de Almeerse woningvoorraad bestaat al. Daarom kijken we, naast nieuwbouw, ook naar het beter benutten van de bestaande voorraad, door deze aan te passen en meer geschikt te maken. Hiervoor gaan we inzetten op woningdelen- en woningsplitsen, maar ook trans formatie van bestaand vastgoed, doorstroming en gericht toewijzen. We zorgen voor een passend aanbod voor ouderen door de woningen te bouwen die zijn opgenomen in het (in MRA-verband vastgestelde) afsprakenkader ouderenhuisvesting. Passend aanbod voor ouderen moet de verhuisbereidheid stimuleren en daarom realiseren we een divers aanbod van nultredenwoningen en streven we naar een aanbod van 50% van geclusterde en zorggeschikte woningen in de sociale huur en 50% in de middenhuur en (dure) koop. Wanneer het aanbod aansluit bij de vraag van de ouderen zijn die daardoor eerder bereid te verhuizen. Door de (door)ontwikkeling van een toolbox doorstroming, met daarin instrumenten als de regeling ‘van groot naar beter’, huurgewenning en verhuiscoaches, verleiden we ouderen te verhuizen naar dat passende aanbod. We zullen deze tools inzetten bij zowel huurwoningen als particulier bezit. De potentie van doorstroming is groot.
We willen deze maximaal benutten en daarmee lange(re) verhuisketens realiseren. We gaan tevens aan de slag met scheefwonen. Scheefwonen heeft in deze context betrekking op de verhouding tussen het aantal personen in een woning versus de oppervlakte en dus Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 20
niet – persé of alleen – in de financiële betekenis van het woord, waarbij wordt gekeken naar de verhouding tussen de huur en het huishoudensinkomen. Dit doen we onder meer door woningen gericht toe te wijzen aan de mensen die deze nodig hebben en door de huidige grens voor een seniorenwoning te verhogen van 55 naar 65 jaar. Dit toewijzen is relatief eenvoudig bij corporatiewoningen, maar ook bij particulier bezit willen we dit realiseren. Bovendien werken we aan een nieuwe benadering van de woonruimteverdeling. Daarbij gaat het vooral om de vraag, hoe we ervoor kunnen zorgen dat de juiste woningen bij de juiste mensen terecht komen. Dit wordt uitgewerkt in het nieuwe meerjarenplan woonruimte verdeling. Werken aan het terugdringen van scheefwonen en het bevorderen van doorstroming heeft ook een gunstig effect op de vraag naar mogelijke woningaanpassingen in de Wmo. Want met oog op de vergrijzing wordt verwacht dat het aantal aanvragen toe zal nemen. Maar gezien de financiële impact van deze aanvragen moet de gemeente kritisch kijken naar de urgentie en noodzakelijkheid van de woningaanpassingen. Vooralsnog wordt niet nagedacht over het inbouwen van extra (financiële) drempels of voorwaarden voor een aanvraag voor woningaanpassingen, maar het is belangrijk om een vinger aan de pols te houden.
Ook willen we hergebruik van (verwijderbare) voorzieningen zoals trapliften en douchemodules stimuleren.
Geclusterde woonvormen We zetten in Almere in op geclusterde woonvormen, in de vorm van gebouwen waar een ‘magic mix’ kan wonen van jong en oud (intergenerationeel) en/of vitaal en minder vitaal, zodat bewoners elkaar in het dagelijks leven kunnen ondersteunen en een zorgzame gemeenschap kunnen vormen. We willen hierbij leren van en zoeken naar de verbinding met werkwijzen, gebruiken, of initiatieven die we kennen uit andere landen of culturen. Veel kennis ligt in onze stad binnen handbereik. ‘Gemengd wonen’ wordt dit wel genoemd, maar ook familiewoningen zijn hier een aanprekend voorbeeld van. We zullen in de uitvoeringsagenda hier concreet werk van maken en divers aanbod van realiseren. Voor deze geclusterde woonvormen zoeken en reserveren we locaties nabij basisvoorzie ningen en laagdrempelige ondersteuning. Ook hiervoor geldt dat passend toewijzen nodig is. Waar mogelijk zorgen we ervoor dat er dementievriendelijk wordt gebouwd en kan worden gewoond.7 Wooncirkel We sluiten aan op het principe van de Wooncirkel en streven ernaar dit in alle wijken te realiseren, zodat een goede dekking van voorzieningen over de stad ontstaat.
Omdat het realiseren van nieuwe voorzieningen door partijen niet altijd even realistisch is (bezien vanuit beperkte financiële middelen) gaan we in de bestaande stad vooral aansturen op het openstellen van bestaande voorzieningen en het maken van slimme verbindingen tussen bijvoorbeeld buurthuizen, bewonersinitiatieven en zorg- en VVT-instellingen (verpleeghuis zorg). Met clustering van woningen gaan we, met name maar niet alleen onder ouderen, eenzaamheid tegen en kunnen we zorg meer efficiënt aanbieden. Tegelijk gaan we actief inwoners en ouderen met een initiatief voor zelfbouw, experiment of collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) faciliteren. Indien gewenst zullen we een bestuurlijke opdracht opstellen die de ontwikkeling en realisatie van woonzorginitiatieven kan versnellen.
7 Website Alzheimer Nederland
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 21
Woonzorginitiatieven Woonzorginitiatieven kunnen impact hebben op de omgeving. We willen inwoners duidelijk heid bieden, ongeacht of ze wel of geen gebruik van deze voorzieningen zullen gaan maken. We brengen de behoefte aan woonzorgvoorzieningen in beeld, mogelijke locaties waar deze initiatieven ontwikkeld kunnen worden en een helder afwegingskader op basis waarvan de keuze tussen voorziening en locatie gemaakt kan worden. Spreiding van voorzieningen is hierbij het uitgangspunt, net als het scheiden van wonen en zorg. Dit is enerzijds van belang om mensen ‘zo thuis mogelijk’ te laten wonen (dus ook in de vertrouwde omgeving indien mogelijk) en anderzijds om flexibel om te kunnen gaan met wijzigende zorgbehoefte van bewoners zonder in discussies over zorg- of huurcontracten terecht te komen. Belangrijk aandachtspunt is dat een veranderende of afnemende individuele zorgbehoefte in de context van een cluster of instelling invloed kan hebben op de (efficiëntie van) de organisatie van zorg. Beweging naar extramuraal wonen We zien in de prognoses van de woonopgave voor intramurale plekken een beweging naar meer extramuraal waardoor de intramurale toename beperkt is. Ook de vraag naar intramurale plekken voor inwoners die worden gerekend tot de aandachtsgroep mensen met een lichamelijke beperking, waaronder ook mensen met niet-aangeboren hersenletsel, is beperkt (maar niet nul).
Voor een deel bestaat deze vraag ook niet uit een aanvulling op het aanbod, maar uit een vervangingsvraag (bijvoorbeeld als gevolg van personeelskrapte, waardoor zorg efficiënter moet worden georganiseerd). Een ander deel heeft te maken met de groei van Almere. We verwachten een gedeeltelijke demping van de aanvullende vraag doordat ook van deze groep mensen een deel langer zelfstandig thuis blijft wonen. We nemen daarom aan dat, door het geschikter maken van de bestaande voorraad en het toevoegen van zorggeschikte woningen (waarbij er grote overlap is met de doelgroep ouderen) de toename voor het grootste deel in het nieuwe en bestaande aanbod wordt opgevangen. Verder is een deel van de opgave voorzien in de vorm van een tussenvoorziening, bijvoorbeeld in een geclusterde woonvorm (zoals kamerbewoning in een woning met een gemeenschap pelijke ruimte en gekoppelde zorg en/of ondersteuning). Een tussenvoorziening kan nodig zijn om te stap tussen volledig zelfstandig wonen na het wonen in een instelling te verkleinen. Daarnaast kan een tussenvoorziening ook als terugvaloptie werken als zelfstandig wonen even niet meer gaat, maar de stap terug naar een intramurale voorziening te groot is.
Nabijheid vraagt om verdichting We constateerden eerder al dat bouwen in de nabijheid van voorzieningen in de bestaande stad wenselijk is vanuit het oogpunt van wonen en zorg, maar ook leidt tot maatschap pelijke en politieke dilemma’s. Bijvoorbeeld ten aanzien van de vraag hoe om te gaan met het bestaande groen in een wijk. Bij verdichtingsprojecten streven we ernaar het groen te behouden of desnoods te compenseren, bijvoorbeeld door waar mogelijk wooneenheden bovenop bestaande woningen te bouwen en slim om te gaan met parkeerdruk. Zo houden we bij de ontwikkeling van aanvullend aanbod in de bestaande stad al rekening met natuurinclusief bouwen en het vergroten van de biodiversiteit.
Woonzorgvisie Almere 2025 -2040 | 22
Spreiding voor goede balans Spreiding is tevens belangrijk om een balans te krijgen tussen zogenoemde ‘vragers’ en ‘dragers’ binnen deze stad. Daarmee is winst te behalen als het gaat om huisvesting, maar ook om inclusie en acceptatie en komen we tegemoet aan de roep om (en vraag naar) minder gebruikelijke woonvormen zoals intergenerationeel of cultuursensitief wonen. Om die reden, en ook omdat de ene groep een andere woning-, omgevings- of zorgbehoefte heeft dan een andere, spreiden we inwoners in een kwetsbare positie zo goed mogelijk over de hele stad. Het principe van ‘zorgzame gemeenschappen’ is hierbij leidend, ook als dit soms of op sommige plekken in de stad meer vraagt van de acceptatie van inwoners. De precieze voorwaarden leggen we vooraf vast in de ruimtelijke en sociale visies, uitvoeringsprogram ma’s en (afwegings)kaders. In de bestaande voorraad kijken we goed naar de leefbaarheid en hoe deze in balans blijft. Bijvoorbeeld door actieve intakes van de corporaties, door gemengd wonen, door (extra) activiteiten van welzijn en zorg, en door aanwezigheid en ontwikkeling van de benodigde sociale voorzieningen. Onderdeel hiervan is dat we in zo veel mogelijk wijken time-out woningen realiseren, waar inwoners zo nodig gebruik van kunnen maken zonder hun sociale omgeving gedwongen te moeten verlaten.
4.1.2 Woon- en leefklimaat Met de (door)ontwikkeling van de stad zien we steeds beter hoe belangrijk het is om een goede balans te creëren en te behouden tussen de vijf bouwstenen die samen de sociale stadsontwikkeling uit de woonzorgvisie maken. Binnen veel Almeerse wijken is vaak (al) sprake van een zekere menging van woningtypen en van bevolkingssamenstelling, en is is er om die reden een bepaalde balans. Toch zien we dat er meer en minder homogene wijken zijn, en ook zien we wijken waar relatief weinig (woonzorg-)voorzieningen zijn. In een aantal wijken en buurten staat de leefbaarheid onder druk. Wij vinden het belangrijk dat wijken zowel voldoende gemengd zijn, als in balans. Dat betekent onder meer dat op stedelijk niveau en op wijkniveau draagkracht en draaglast in evenwicht moeten zijn. Dat betekent ook het spreiden van (maatschappelijke) voorzieningen over de hele stad. Hierbij willen we ook de fysieke toegankelijkheid van (openbare) voorzieningen en openbare ruimte verbeteren. Bijvoorbeeld zodat ouderen veilig van A naar B kunnen en dat er bankjes zijn om uit te rusten en elkaar te ontmoeten. We sluiten daarbij aan bij de vraag naar een dementievriendelijke omgeving. Dit alles moet vorm krijgen in de uitvoeringsagenda, en wordt daar verbonden aan projecten waar we mee aan de slag gaan.