Woonzorgvisie Almere 2025-2040 (25202) RAPPORTAGE AANDACHTSGROEPEN
Tekst van het document
Analyse aandachtsgroepen Almere 2024
In opdracht van
Datum
In opdracht van
Datum
Gemeente Almere
september 2024
Auteurs
Kenmerk
Wim Faessen – Judith Willems –
r2024-0024WFA
Alysa Eijkelenboom – Kenneth Gopal
ABF Research Verwersdijk 8, 2611 NH Delft +31 (0) 15 27 99 300 • info@abf.nl • www.abfresearch.nl Copyright ABF Research 2024 De informatie in dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. ABF Research aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten, onnauwkeurigheden of onvolledigheden. Het gebruik van (onderdelen van) dit rapport is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld
Inhoudsopgave Leeswijzer en samenvatting
5
01 Inleiding
10
1.1
Woonzorgvisie en woonzorganalyse
11
1.2
Bevolkings- en huishoudensprognose
12
1.3
Uitbreidingsmogelijkheden van het zorgaanbod
16
02 Uitstroom van personen in intramurale setting
17
2.1
Klinische GGZ
18
2.2
Beschermd wonen
20
2.3
Maatschappelijke opvang
26
2.4
Jeugd
31
2.5
Vrouwenopvang plus slachtoffers mensenhandel
34
2.6
Ex-gedetineerden
35
03 Vergunninghouders
38
04 Personen met een beperking
43
4.1
Omvang en samenstelling
44
4.2
Huisvestingsvraag
45
4.3
Prognose
45
05 Ouderen
47
5.1
Omvang en samenstelling
48
5.2
Woonvormen voor senioren
48
5.3
Prognose
50
06 Overige aandachtsgroepen
61
6.1
Mantelzorgers
62
6.2
Medisch urgenten
64
Woonzorganalyse Almere 2024
6.3
Stoppende sekswerkers
66
6.4
Woonwagenbewoners
68
6.5
Arbeidsmigranten
69
6.6
Studenten
71
Bijlagen
75
Bijlage A: Moeilijkheden analyse
76
Bijlage B: Begrippenlijst
78
Woonzorganalyse Almere 2024
Leeswijzer en samenvatting Deze rapportage gaat in op de diverse aandachtsgroepen in Almere, zoals die in het programma “Een thuis voor iedereen” en in de gemeente worden onderscheiden. De woonzorganalyse die hier als resultaat wordt weergegeven beoogt een beschrijving te geven van omvang en samenstelling van de diverse aandachtsgroepen, een prognose van de toekomstige ontwikkeling van de omvang en een beeld van de specifieke woonvraag van de groepen, zo mogelijk in aantallen. Daarmee kan er helaas niet op alle vragen van de gemeente (opgenomen voor de eerste alinea per aandachtsgroep) antwoord worden gegeven maar ze kunnen wel een startpunt vormen voor meer informatie, bijvoorbeeld vanuit de contacten en gesprekken met partners op het vlak van wonen, welzijn en zorg. Deze woonzorganalyse vormt een belangrijke basis om de woonzorgvisie van Almere te kunnen opstellen. Op basis van de woonzorgvisie kan de gemeente vervolgens afspraken maken met woningcorporaties, verhuurders, zorgaanbieders en zorgkantoren over wat mensen uit de aandachtsgroepen en ouderen, naast huisvesting, nodig hebben aan zorg en ondersteuning. De woonzorganalyse is uitgevoerd door ABF Research terwijl BMC de gemeente ondersteunt bij het opstellen van de woonzorgvisie.
Leeswijzer De aandachtsgroepen zijn in groepen ingedeeld, volgens de indeling die in Almere wordt gehanteerd. In de hoofdstukken of paragrafen over de aandachtsgroepen is zoveel mogelijk geprobeerd van dezelfde volgorde uit te gaan: 1.
Omvang en samenstelling
2.
Woonvraag
3.
Prognose
Daarnaast zijn algemene of inleidende teksten als alinea’s weergegeven en zijn beschrijvende kenmerken van de aandachtsgroepen onder opsommingstekens vermeld. Er is naar gestreefd de informatie zo beknopt mogelijk te houden. Tot slot: het onderzoek naar aandachtsgroepen vanuit het programma ‘Een thuis voor iedereen’ staat nog in de kinderschoenen. Het beschikbare datamateriaal is nog niet voor alle groepen toereikend om huidige omvang en/of (toekomstige) woningbehoefte van elke aandachtsgroep met dezelfde kwaliteit in beeld te brengen. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de te pareren moeilijkheden, vaak leidend tot een beperkter beschrijving of eenvoudiger prognose van aandachtsgroepen. Het beter het zicht op de aandachtsgroepen in de toekomst wordt, hoe beter aan hun woonbehoefte tegemoet kan worden gekomen. Deze woonzorganalyse vormt in elk geval een startpunt daarvoor!
Woonzorganalyse Almere 2024
5
Samenvatting Om de samenvatting beperkt te houden tot de kern van omvang en prognose wordt deze weergegeven in de vorm van een schema, waarin de aantallen per aandachtsgroep zijn opgenomen. Waar mogelijk is ook een korte toelichting op de woonvraag opgenomen. Waar alle betrokken partijen in het zorglandschap last van hebben is de huidige schaarste van het (woning)aanbod. Dit maakt dat onder andere de doorstroom in intramurale zorginstellingen stagneert: cliënten kunnen niet uitstromen waardoor ook geen nieuwe instroom kan plaatsvinden. Maar er is ook onvoldoende intramuraal of semi-intramuraal aanbod.
Woonzorganalyse Almere 2024
6
7
Woonzorganalyse Almere 2024
Samenvatting aandachtsgroepen Almere Aandachtsgroep
8 Aantal 2024
2030
2035
2040
(Woon)plekken 2024
Klinische GGZ w.v. uit Almere
370 300
420 340
460 370
500 400
Beschermd wonen Wmo
230
260
280
300
Uitstroom gemiddeld
45
40
40
35
170
190
210
220
160 (2023)
710
1.030
1.420
1.880
730 (2023)
150
150
160
160
110
Jongeren 16 t/m 23 jaar Jongeren met jeugdhulp Jeugdhulp zonder verblijf
22.260 5.180 4.730
22.100 5.150 4.690
22.570 5.260 4.790
23.430 5.460 4.970
Jeugdhulp met verblijf
460
460
470
480
200
Vrouwenopvang
25
25
30
30
50
Ex-gedetineerden (uitstromers uit detentie)
340
360
380
390
Vergunninghouders
1.630
1.850
2.040
2.220
Personen met een beperking (intramurale
500
530
540
560
Ouderen 55-64 jaar Ouderen 65-74 jaar Ouderen 75-84 jaar Ouderen 85+
30.740 20.260 8.490 2.170
31.600 25.290 12.460 2.960
31.540 27.870 15.550 4.520
33.070 29.030 18.670 6.040
Ouderenhuishoudens 65+
21.120
28.640
33.960
38.240
Huisvesting huishoudens 65+ Nultredenwoningen Geclusterde ouderenwoningen Zorggeschikte woningen (maximum) voor zorgvraag ZZP 4 t/m 8
3.820 1.910 1.070
5.040 2.380 1.330
5.870 2.660 1.570
6.270 3.010 1.720
Mantelzorgers
56.380
61.000
65.010
68.720
Medisch urgenten
130
160
190
210
Aantal sekswerkers Uitstroom sekswerkers
260-360 65-90
270-370 70-95
280-390 70-100
290-410 75-105
Woonwagenbewoners
25
52
Arbeidsmigranten Kenniswerkers
8.010 7.840
9.080 8.890
9.980 9.780
10.860 10.640
Studenten Inwonend Uitwonend
13.630 11.130 2.500
14.900 12.170 2.740
15.700 12.810 2.880
16.630 13.580 3.050
Vraag naar intramuraal wonen GGZ-Wlz (GGZWonen) Vraag naar V&V-Wlz Beschermd wonen (ZZP 4 t/m 8)
Maatschappelijke opvang
230
Uitstroom naar zelfstandig wonen 50% à 70%
Uitstroom gemiddeld per maand
Woonzorganalyse Almere 2024
500
12
9 Aandachtsgroep
Woonvraag 2024
2030
2035
Gewenste woonvorm (zelfstandig)
2040
Klinische GGZ w.v. uit Almere Beschermd wonen Wmo
280
310
330
350
Uitstroom gemiddeld
45
45
45
40
170
190
210
220
Intramuraal
710
1.030
1.420
1.880
Intramuraal
150
150
160
160
70 à 100
80 à 110
80 à 110
80 à 120
Vraag naar intramuraal wonen GGZ-Wlz (GGZWonen) Vraag naar V&V-Wlz Beschermd wonen (ZZP 4 t/m 8)
Maatschappelijke opvang Uitstroom naar zelfstandig wonen 50% à 70%
*Inclusief wachtlijst 50 plaatsen Waarvan ca. 25% naar semizelfstandige units.
Zelfstandig wonen, deels met begeleiding
Jongeren 16 t/m 23 jaar Jongeren met jeugdhulp Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdhulp met verblijf
Zelfstandige units. Begeleid wonen.
20
Uitstroom gemiddeld per maand Vrouwenopvang
25
25
30
30
Sociale huur
85 à 120
90 à 125
95 à 135
100 à 135
Sociale huur
Vergunninghouders
456
300 à 400
300 à 400
300 à 400
Sociale huur: 2-maers/3kamers/tussenvoorziening
Personen met een beperking (intramurale
500
530
540
560
Ex-gedetineerden (uitstromers uit detentie)
Intramuraal
Ouderen 55-64 jaar Ouderen 65-74 jaar Ouderen 75-84 jaar Ouderen 85+ Ouderenhuishoudens 65+ Huisvesting huishoudens 65+ Nultredenwoningen Geclusterde ouderenwoningen Zorggeschikte woningen (maximum) voor zorgvraag ZZP 4 t/m 8
Opgave ten opzichte van 2023 1.420 2.250 2.650 480 760 1.110 320 560 710 + eventueel verwachte intramurale uitbreiding van 320 in 2040
Mantelzorgers
150
Medisch urgenten
130
160
190
210
Aantal sekswerkers Uitstroom sekswerkers
5-10
5-10
5-10
5-10
Woonwagenbewoners
10
14 (16)
Mantelzorgwoningen (Schatting Companen)
Betaalbare (huur)woning Woonwagenwoning
Arbeidsmigranten Kenniswerkers Studenten Inwonend Uitwonend
Opgave ten opzichte van 2024 240 380 1.750 in planning
Woonzorganalyse Almere 2024
550
Studio's / kamers met gemeenschappelijke voorzieningen
01 Inleiding De gemeente Almere heeft al enige jaren specifieke aandacht voor wonen en zorg: het stimuleren van uitstroom uit opvang naar woningen, het voorkomen van instroom, het bevorderen van draagvlak en draagkracht in de wijk en het faciliteren van initiatieven. Het Rijk verlangt van gemeenten een woonzorganalyse om aan de hand daarvan een woonzorgvisie op te kunnen stellen. De nu door het Rijk gevraagde visie dient zich te richten op alle door het Rijk geformuleerde aandachtsgroepen. Almere heeft adviesen onderzoeksbureau BMC verzocht de gemeente te ondersteunen bij het opstellen van deze visie. Voor het kunnen opstellen van deze visie is een analyse nodig van de verschillende woonzorgbehoeftes van de verschillende aandachtsgroepen. Hiervoor werkt BMC samen met ABF Research, dat zowel de kwantitatieve behoefte aan het aantal (woonzorg)woningen als de kwalitatieve behoefte (type, mate van clustering en menging, aanpassingen, etc.) in kaart heeft gebracht. Het resultaat van deze woonzorganalyse wordt in dit document beschreven. De woonzorgvisie moet eind 2024 gereed zijn. De woonzorgvisie zal dan de komende 15 jaar richting geven aan de ontwikkeling van de woonzorgopgave in Almere.
1.1 Woonzorgvisie en woonzorganalyse Wijzigende woonbehoefte, veranderingen in wet- en regelgeving, extramuralisering en demografische ontwikkeling (vergrijzing) zorgen ervoor dat mensen langer zelfstandig wonen en bij een zorgvraag vaker begeleiding en behandeling in de eigen omgeving ontvangen, tot het ontvangen van ziekenhuiszorg toe. Daarbij neemt het potentieel aan mantelzorg af. Tegelijkertijd zijn er momenteel nog onvoldoende woningen om de benodigde zorg goed te faciliteren. Door weer meer regie te nemen op de volkshuisvesting wil het Rijk ervoor zorgen dat er voor alle groepen huishoudens voldoende wordt gebouwd. Aan de hand van de volgende programma’s worden de gewenste veranderingen ingezet: ●
Nationale Bouw- en woonagenda
●
Regionale woondeals
●
Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)
●
Een Thuis voor Iedereen (ETVI)
Elke gemeente is verplicht een woonzorgvisie op te stellen waarin wordt aangegeven welke plannen wanneer worden uitgevoerd om te voorzien in wonen, zorg en welzijn voor ouderen en andere kwetsbare doelgroepen. Basis voor de woonzorgvisie zijn lokale beleidsdocumenten (omgevingsvisie, woonvisie, beleidskader welzijn en sociaal domein en overige relevante kaderstellende documenten) en een woonzorganalyse. De woonzorganalyse beschrijft de huidige situatie en toekomstverwachting voor de verschillende aandachtsgroepen en vormt zo een belangrijke bouwsteen van de woonzorgvisie. De gemeente Almere heeft de combinatie van advies- en onderzoeksbureau BMC en onderzoeksbureau ABF Research gevraagd deze woonzorganalyse voor Almere samen te stellen. BMC ondersteunt de gemeente ook nog verder bij het schrijven van de woonzorgvisie. De woonzorganalyse voor Almere beoogt een antwoord te geven op de volgende vragen: ●
Hoe omvangrijk zijn de diverse aandachtsgroepen nu en welke aantallen kunnen we in de toekomst (over 5, 10 en 15 jaar) verwachten in de gemeente?
●
Wat is de huidige woonsituatie van deze aandachtsgroepen en welke huisvestingsvraag, kunnen we in de toekomst van de aandachtsgroepen in de gemeente verwachten?
Het gaat dan zowel om de aantallen (kwantitatief) als de kenmerken (kwalitatief). De toekomstige ontwikkeling van de aandachtsgroepen is voor een deel afhankelijk van de demografische verwachtingen (bevolkingsontwikkeling) maar wordt ook mede bepaald door het ingezette of te verwachten beleid, in het algemeen of specifiek gericht op de betreffende aandachtsgroep(en). Voor de woonzorganalyse is zoveel mogelijk gebruikgemaakt van bestaande bronnen, uitgevoerde onderzoeken en kennis van partnerorganisaties van gemeenten. De gemeente had al veel relevante informatie bijeengebracht, informatie die in de loop van het traject nog is uitgebreid met andere
Woonzorganalyse Almere 2024
11
onderzoeken en beleidsstukken en ook met de eerste resultaten van de Monitor Huisvesting
Aandachtsgroepen van de VNG1. De kennis onder partijen die betrokken zijn bij beleid, huisvesting, ondersteuning, zorg en/of welzijn voor de diverse aandachtsgroepen is opgehaald in gesprekken die BMC heeft gevoerd en ook heeft BMC een vragenlijst onder deze partijen uitgezet.
1.2 Bevolkings- en huishoudensprognose Zoals al is aangegeven in de vorige paragraaf is de toekomstige omvang van de diverse aandachtsgroepen ook afhankelijk van de verwachte ontwikkeling van de bevolking en de samenstelling daarvan. De gemeente Almere heeft in april 2024 haar eigen bevolkingsprognose samengesteld. Deze is samengesteld door de afdeling Onderzoek & Statistiek van de gemeente en gepubliceerd via de website Bevolkingsprognose | Onderzoek & Statistiek gemeente Almere. Bij de prognose 2024 is uitgegaan van 3 scenario’s, waarbij het eerste scenario als hoofdscenario gezien kan worden en het meest realistisch geacht wordt. Dit scenario richt zich op de woningbouw die naar verwachting gerealiseerd kan worden. In de eerste jaren wordt uitgegaan van een woningbouw van 1.200 woningen per jaar voor de periode 2024 t/m 2027 waarna de woningbouw langzaam toeneemt naar de veronderstelde bouw van 1.700 woningen per jaar op de langere termijn. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de verwachtingen van Almere zelf wordt – waar mogelijk – deze prognose gebruikt om de omvang van de aandachtsgroepen in de toekomst te berekenen. Daarbij wordt voor de prognose per aandachtsgroep die leeftijdsgroepen betrokken die het meeste aansluiten bij het profiel van de aandachtsgroep.
Bij de aandachtsgroepen waarvoor al goede prognoses beschikbaar zijn, zoals voor ouderen, wordt gebruik gemaakt van de voorliggende prognoses. In Tabel 1.1 is de bevolkingsprognose in het hoofdscenario van de gemeente voor Almere opgenomen. ●
Mede op basis van de verwachte bouwproductie verwacht de Provincie Flevoland voor Almere nog een verdere sterke bevolkingsgroei tot 284.000 personen in 2044, zo’n 61.200 meer dan in 2024.
●
In 2024 zijn de twee leeftijdsgroepen tussen 30 en 40 jaar het omvangrijkst in Almere; in 2044 zijn dat de twee leeftijdsgroepen tussen 35 en 45 jaar.
●
De sterkste groei in de komende twintig jaar is echter weggelegd voor de oudere leeftijdsgroepen (zie Figuur 1.1), waar de aantallen voor een aantal – verder samengevoegde – leeftijdsgroepen zijn omgezet naar indexcijfers met de aantallen uit 2024 als 100, is te zien dat de sterkste relatieve groei in de komende twintig jaar gaat plaatsvinden onder leeftijdsgroep 75+. Het aantal 75-plussers in Almere zal tegen 2045 twee-en-een-halve keer zo groot zijn als
1
https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/huisvesting-voor-aandachtsgroepen
Woonzorganalyse Almere 2024
12
nu (een stijging van bijna 260%, terwijl de stijging onder de overige leeftijdsgroepen maximaal 124% zal zijn. Tabel 1.1: Bevolkingsprognose per leeftijdsgroep voor Almere (2025-2044) Bron: Gemeente Almere 2023
2024
2025
2026
2027
2030
2035
2040
2044
4 jaar en jonger 5-9 jaar 10-14 jaar 15-19 jaar 20-24 jaar
13.600 13.470 13.721 13.741 13.705
13.718 13.721 13.691 13.780 13.961
13.854 13.979 13.696 13.848 13.977
14.036 14.125 13.705 13.957 13.892
14.123 14.305 13.856 13.979 13.733
14.599 14.653 14.329 13.940 13.677
15.193 15.413 14.966 14.543 13.830
15.860 16.025 15.630 15.092 14.219
16.370 16.693 16.095 15.581 14.512
25-29 jaar 30-34 jaar 35-39 jaar 40-44 jaar
14.396 17.838 17.360 15.188
14.191 18.230 18.214 15.879
14.278 18.316 18.831 16.434
14.487 18.148 19.498 16.894
14.671 17.995 19.902 17.616
14.974 18.005 20.467 19.232
15.290 19.074 20.886 20.924
15.435 19.636 22.089 21.614
15.510 19.800 22.679 22.634
45-49 jaar 50-54 jaar 55-59 jaar 60-64 jaar
14.059 15.911 15.745 14.691
14.141 15.578 15.557 14.970
14.397 15.093 15.489 15.192
14.833 14.576 15.469 15.310
15.074 14.242 15.455 15.160
16.345 14.378 14.673 14.739
18.798 16.035 14.082 14.141
20.426 18.126 15.425 13.617
21.019 19.472 16.879 14.457
65-69 jaar 70-74 jaar 75-79 jaar 80-84 jaar
11.552 7.934 5.221 2.613
11.992 8.286 5.721 2.741
12.403 8.755 6.101 2.938
12.713 9.278 6.600 3.074
13.105 9.796 6.682 3.641
13.838 11.111 7.637 4.797
13.617 12.463 9.743 6.077
13.189 12.413 11.015 7.850
12.648 12.365 11.077 8.808
85-89 jaar 90-94 jaar 95 jaar en ouder
1.403 552 144
1.458 567 151
1.550 580 139
1.576 598 139
1.622 615 141
1.934 696 164
3.181 904 203
4.105 1.486 277
5.189 1.857 423
222.844
226.547
229.850
232.908
235.713
244.188
259.363
273.529
284.068
Totaal
Woonzorganalyse Almere 2024
13
Figuur 1.1: Bevolkingsprognose per leeftijdsgroep voor Almere (2023-2044), index 2023=100 Bron: Gemeente Almere
Prognose bevolking Almere (2023=100) 300 250 200 150 100 50
< 30 jaar
30-44 jaar
2044
2042
2043
2041
2039
65-74 jaar
2040
2037
2038
2036
2034
45-64 jaar
2035
2033
2031
2032
2030
2028
2029
2027
2025
2026
2023
2024
0
vanaf 75 jaar
In vergelijking met de prognose van de Provincie Flevoland uit 2023 ( https://feitelijkflevoland.nl) komt de prognose van de gemeente in dit hoofdscenario lager uit (ruim 42.200 personen in 2044). Het verschil met de Primos-prognose 2024 (https://primos.datawonen.nl/) is geringer en komt in 2044 uit op circa 19.200 personen in het voordeel van de Primos-prognose. Vanuit de bevolkingsprognose is ook een huishoudensprognose af te leiden. De gemeente heeft alleen een bevolkingsprognose gemaakt. ABF heeft dit gedaan door de zogenaamde ‘headshiprates’ (de verhouding tussen huishoudens en personen per leeftijdsgroep) uit de laatste Primos-prognose toe te passen op de bevolkingsprognose van Almere. Het aantal huishoudens in Almere zal volgens deze prognose in 2025 de mijlpaal van 100.000 huishoudens bereiken. Daarna zal het aantal huishoudens verder toenemen tot ongeveer 134.000 in 2040.
Woonzorganalyse Almere 2024
14
Tabel 1.2: Huishoudensprognose per leeftijdsgroep voor Almere (2023-2044) Bron: Gemeente Almere, bewerking ABF
15
2023
2024
2025
2026
2027
2030
2035
2040
2044
15-19 jaar 20-24 jaar
359 2.237
362 2.546
329 2.672
317 2.705
307 2.634
277 2.291
304 2.404
326 2.388
317 2.428
25-29 jaar 30-34 jaar 35-39 jaar 40-44 jaar
5.794 9.564 10.217 9.071
5.809 9.524 10.523 9.425
5.965 9.503 10.680 9.739
6.124 9.346 10.876 9.977
6.265 9.248 10.969 10.327
6.434 9.325 11.006 10.996
6.467 9.905 11.217 11.572
6.522 10.169 11.820 11.907
6.525 10.217 12.122 12.446
45-49 jaar 50-54 jaar 55-59 jaar 60-64 jaar
8.521 9.914 9.817 9.342
8.545 9.720 9.747 9.531
8.702 9.402 9.759 9.736
8.938 9.114 9.751 9.815
9.127 8.871 9.769 9.674
9.835 8.959 9.280 9.391
11.029 9.927 8.889 9.007
11.709 11.060 9.671 8.644
12.053 11.692 10.547 9.146
65-69 jaar 70-74 jaar 75-79 jaar 80-84 jaar
7.460 5.353 3.684 1.909
7.764 5.687 4.083 2.044
8.053 6.067 4.412 2.216
8.314 6.447 4.835 2.339
8.643 6.791 4.955 2.795
9.132 7.683 5.780 3.730
8.858 8.575 7.298 4.921
8.617 8.419 8.154 6.318
8.253 8.380 8.121 7.058
85-89 jaar 90-94 jaar 95 jaar en ouder
1.053 374 84
1.092 377 70
1.145 363 56
1.153 373 55
1.183 380 52
1.440 435 80
2.466 586 112
3.348 1.004 152
4.280 1.320 234
Totaal
94.753
96.849
98.799
100.479
101.990
106.074
113.537
120.228
125.139
Figuur 1.2: Huishoudensprognose per leeftijdsgroep voor Almere (2023-2044), index 2023=100 Bron: Gemeente Almere, bewerking ABF
Prognose huishoudens Almere (2023=100) 350 300 250 200
150 100 50
< 30 jaar
30-44 jaar
Woonzorganalyse Almere 2024
2044
2042
2043
2041
2039
65-74 jaar
2040
2037
2038
2036
2034
45-64 jaar
2035
2033
2031
2032
2030
2028
2029
2027
2025
2026
2023
2024
0
vanaf 75 jaar
1.3 Uitbreidingsmogelijkheden van het zorgaanbod Een gemeentelijke werkgroep die zich bezighoudt met de zorgvastgoedvraag in relatie tot het bestaande aanbod heeft uitgezocht voor welke aandachtsgroepen uitbreiding van intramurale of semimurale plekken gewenst is en hoe deze kan worden gerealiseerd (zie Memo werkgroep
zorgvastgoed concept opbrengst). Het gaat dan om de groepen die behoefte hebben aan tussenvoorzieningen of uitbreiding van het aanbod aan begeleid en beschermd wonen. Een tussenvoorziening is een plek tussen begeleid wonen en zelfstandig wonen in en kent meerdere varianten, in deze tussenvoorzieningen kunnen mensen wonen, die wachten op hun zelfstandige permanente plek en nog werken aan een aantal woonvaardigheden waarvan de verwachting is dat zij die binnen 6 maanden onder de knie hebben. Hierdoor ontstaan er meer plekken in de BeschermdWonen-voorzieningen voor mensen die meer/zwaardere zorg nodig hebben om te werken aan hun woonvaardigheden. Voor de huisvesting van vergunninghouders wordt ook in sommige gevallen gewerkt met tussenvoorzieningen of doorstroomlocaties voor bijvoorbeeld vergunninghouders in afwachting van gezinshereniging. ●
Woonzorgdoelgroepen (anders dan met een urgentie voor zelfstandige sociale huur): ●
Inwoners met verstandelijke en/of lichamelijke beperking, al dan niet gecombineerd met verslaving
●
Inwoners met ggz-problematiek, waaronder problematiek in het autistisch spectrum, al dan niet gecombineerd met verslaving
● ●
Ouderen met een zorgvraag (somatische zorg en PG-zorg
Overige zoekvragen ●
(Tijdelijke nood) Maatschappelijke Opvang, eventueel in combinatie met WinterKouRegeling
●
Bed-bad-brood voor uitgeprocedeerde asielzoekers
●
Satellietwoningen voor Blijf-groep
●
Droge voorziening (abstinent, voor alcoholverslaafden)
●
Vervanging van verouderd vastgoed waar geen goede zorg meer mogelijk is
Voor het potentiële aanbod voor deze voorzieningen zijn volgens de werkgroep verschillende mogelijkheden: ●
GREX (grondexploitaties) en ontwikkelgebieden
●
Locatieonderzoek kavels (mogelijkheden optoppen en te bebouwen plukjes grond)
●
(Deels) leegkomend zorgvastgoed door veranderende zorgbehoefte
●
Te transformeren vastgoed
●
Eigen gemeentelijk vastgoed (vervangingsopgave)
Door de werkgroep zijn de meest kansrijke vastgoedobjecten op korte termijn voor de huisvesting van zorgdoelgroepen in kaart gebracht.
Woonzorganalyse Almere 2024
16
02 Uitstroom van personen in intramurale setting
2.1 Klinische GGZ Bronnen: Regiobeeld Flevoland 2023 www.regiobeeld.nl Psychische problematiek | Intensieve klinische behandeling | Regiobeeld
Bij ernstige psychische problemen kan worden besloten tot een opname in een GGZ-instelling (geestelijke gezondheidszorg). Bij klinische GGZ (ook wel specialistische GGZ genoemd) gaat het om cliënten die gedurende de opname worden behandeld. Opname met behandeling in een GGZinstelling wordt – maximaal 3 jaar – vergoed door de zorgverzekeraar, binnen de basisverzekering Zvw (Zorgverzekeringswet). Als er echt een verblijf voor langer dan 3 jaar nodig is, wordt dat op basis van indicatie betaald vanuit de Wlz (Wet langdurige zorg) en is er sprake van een indicatie GGZ-B verblijf. Vanaf 2022 is er een nieuwe bekostiging voor geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg, het zogenaamde zorgprestatiemodel. Volgens Regiobeeld zijn vanwege deze wijziging in de bekostiging vanaf 2022 projecties op basis van de oude systematiek niet representatief voor het toekomstig zorggebruik. Regiobeeld publiceert gegevens over zorgbehoefte en capaciteit en prestaties van zorg op het niveau van de samenwerkingsregio, in dit geval de provincie Flevoland exclusief Zeewolde (Zeewolde is aangesloten bij het regioplan Noord Veluwe). Almere maakt deel uit van zorgregio ’t Gooi maar stemt de zorg ook af binnen de zorgregio Flevoland. Het regiobeeld vormt de basis voor het regioplan, waarin regionale zorgpartijen vaststellen wat de belangrijkste opgaven zijn en hoe deze gezamenlijk worden aangepakt.
2.1.1
Omvang en samenstelling ●
In 2021 telde Almere 350 cliënten in de specialistische GGZ met verblijf, 16,3 per 10.000 inwoners.
●
Zowel landelijk als in zorgregio ’t Gooi was is het aantal cliënten in de specialistische GGZ met verblijf gedaald: in ’t Gooi van 24,2 per 10.000 inwoners in 2018 naar 23,6 in 2019, 21,8 in 2020 en 18,4 per 10.000 inwoners in 2021.
In hoeverre het mogelijk is een verdere daling van het aantal patiënten in de specialistische GGZ met verblijf te bewerkstelligen, bijvoorbeeld naar een niveau van 15 per 10.000 inwoners, of nog lager, zal de praktijk moeten uitwijzen. Bedacht moet worden dat het om communicerende gaten gaat: verdere daling van het aantal patiënten in de specialistische GGZ met verblijf betekent een groter beslag op de WMO, voornamelijk bij BW, maar ook bij MO. Korter intramuraal bij de GGZ betekent dat de vraag naar passende intramurale vervolgzorg & -verblijf groter wordt, met een grotere vraag naar BW-plekken en aangepaste begeleiding (gelet op korter duur verblijf binnen
Woonzorganalyse Almere 2024
18
gespecialiseerde GGZ) tot gevolg. Meer druk op MO is te verwachten als de aansluiting van GGZ en BW niet goed of niet snel genoeg te realiseren is. Ook nu al is 10% van de plekken in de MO bezet door mensen die aangewezen zijn op verblijf in een BW of WLZ instelling.
2.1.2
Huisvestingsvraag Een deel van de GGZ-cliënten stroomt door naar een GGZ-verblijf bekostigd vanuit de Wlz. De mogelijkheden het verblijf te verlengen vanuit de Wmo zijn volgens de GGD in Almere gedecimeerd met de afbouw van de socio-woningen. De GGZ en verslavingszorg richten zich steeds meer op ambulante behandelingen, waardoor de mogelijkheden voor intramurale zorg beperkt zijn en mensen soms terecht komen in de MO zonder behandeling en zonder passende begeleiding. Het deel van de cliënten dat wel weer zelfstandig kan wonen kan mogelijk weer naar het oude woonadres of zou naar een nieuwe woonplek moeten gaan en daar de verdere ambulante begeleiding moeten ontvangen die nodig is.
2.1.3
Prognose ●
Op basis van een gelijkblijvend aandeel cliënten in de specialistische GGZ met verblijf per 10.000 inwoners en de verwachte bevolkingsontwikkeling wordt een toename in de specialistische GGZ met verblijf verwacht van op jaarbasis 370 in 2024 naar 500 cliënten in 2040.
●
Bij een verdere daling van het aantal cliënten in de specialistische GGZ met verblijf naar een niveau van 15,0 per 10.000 inwoners voor Almere in 2040 komt de schatting uit op 460 in plaats van 500.
Tabel 2-1: Prognose cliënten in specialistische GGZ met verblijf (2024-2040) Bron: ABF
Woonzorganalyse Almere 2024
19
2.2 Beschermd wonen Bronnen: Afspraken om hoge instroom Wlz Ggz terug te dringen (VNG, mei 2023): https://vng.nl/nieuws/afspraken-om-hoge-instroom-wlz-ggz-terug-te-dringen Complexe problematiek Beschermd Wonen Wmo Flevoland (notitie GGD, oktober 2023) Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (https://vng.nl/projecten/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein) https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/beschermd-wonen Jaarrapportage uitstroommonitor BW 2023 (GGD Flevoland) https://www.prognosemodelzw.nl/dashboard/stories-dashboard/5--geestelijke-gezondheidszorg Uitvoeringsplan op- om- en afbouw beschermd wonen flevoland (Bureau HMM, 2022)
Beschermd wonen Wmo Beschermd wonen is voor mensen met psychische of sociale problemen die niet zelfstandig kunnen wonen en een beschermde woonplek nodig hebben. Sinds de decentralisatie van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) in 2015, is beschermd wonen de verantwoordelijkheid van de 44 centrumgemeenten. Zij regelen de benodigde ondersteuning voor alle inwoners in een regio, bestaande uit de centrumgemeente en meerdere regiogemeenten. Er is gestart met de doordecentralisatie van beschermd wonen, waarna beschermd wonen een taak wordt van alle gemeenten. Geplande invoerdatum was 1 januari 2022, maar inmiddels is de streefdatum van invoering 1 januari 2025. Daarnaast is er een transitie gaande van Beschermd wonen naar Beschermd thuis, die erop gericht is cliënten zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Ook ligt er een wetsvoorstel voor de invoering van een woonplaatsbeginsel, waardoor gemeenten verantwoordelijk worden voor beschermd wonen voor hun eigen inwoners, met als (nieuwe) streefdatum voor invoering 1 januari 2026. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) geldt als vangnetwet in de zorg/hulp. Daar waar in aanpalende ketens (jeugd/wlz/behandeling/forensisch) tekort aan capaciteit is of is ontstaan, wordt deze druk naar de Wmo geleid. Dit betekent dat het aanbod Beschermd Wonen zich moet aanpassen aan veranderingen binnen aanpalende ketens.
Momenteel is er een hiaat zichtbaar tussen deze aanpalende ketens en het aanbod BW (in omvang en aard begeleiding), waardoor kwetsbare inwoners verstoken blijven van de juiste zorg en/of hulp. Deze extra druk binnen de MO is vervolgens ook zichtbaar bij de GGD (o.a. Vangnet & Advies). De gegevens met betrekking tot het Beschermd wonen zijn uitsluitend beschikbaar op het niveau van de centrumgemeente. Almere is de centrumgemeente voor de regio die heel Flevoland omvat.
2.2.1
Omvang en samenstelling ●
In regio Almere waren er in 2023 volgens het CBS circa 590 cliënten in een Wmo-traject beschermd wonen, waarvan 90 in een institutioneel huishouden.
Woonzorganalyse Almere 2024
20
●
Zoals te zien is in Figuur 2.1 is er na 2020 een daling ingezet van het aantal inwoners in beschermd wonen, van 970 in 2020 naar 590 in 2023. 90% van de cliënten ontvangt Zorg-innatura.
●
Het aandeel mannen in beschermd wonen in regio Almere is in de beschouwde periode gedaald van 67% naar 61%.
●
Het aandeel jongeren van 18 t/m 26 jaar onder inwoners in beschermd wonen is opgelopen, van 40% in 2019 tot 62% in 2023. Circa 20% behoort tot de leeftijdsgroep 27 t/m 36 jaar, de rest is ouder.
●
Vanaf 2021 vormt 61% van de inwoners in beschermd wonen een eenpersoonshuishouden en 8% een eenouderhuishouden. 16% maakt deel uit van een ander meerpersoonshuishoudens en niet meer dan 15% vormt onderdeel van een institutioneel huishouden.
●
Voor ruim 80% lag het woonadres 1 jaar voor de start van beschermd wonen ook in de huidige woongemeente, en bij zo’n 13% was dat een andere gemeente in de regio.
Figuur 2.1: Inwoners beschermd wonen, centrumregio Almere (2019-2023) Bron: Monitor Sociaal Domein (www.waarstaatjegemeente.nl)
Inwoners Beschermd wonen Wmo, regio Almere 1200 1000
970
875
815
800
720
590
600 400 200
0 2019
2020
2021
2022
2023
Inwoners in beschermd wonen
2.2.2
Huisvestingsvraag Beschermd Wonen Wmo is in principe bedoeld als tijdelijke voorziening. De bedoeling is dat mensen op enig moment uitstromen naar een woonplek waar ze zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding. Het gaat dan om de groep die op enig moment een Beschermd Wonen Verblijf indicatie heeft vanuit de Wmo. Personen met een Thuiswonen+ indicatie wonen al zelfstandig en Beschermd wonen voor de Wlz-groep is in principe niet bedoeld als tijdelijke voorziening, en daarom niet gericht op uitstroom. De periode van Beschermd wonen kan enkele maanden zijn, maar veelal ook enkele jaren. Het uitgangspunt is dat cliënten zo kort mogelijk, maar zo lang als nodig, in het traject verblijven. De gewenste beweging van ‘Beschermd wonen naar Beschermd thuis’ stagneert echter mede door de druk op de woningmarkt, de stagnatie in de doorstroom en uitstel van de Wet woonplaatsbeginsel. Met de gewenste wetswijziging hoopt de overheid dat gemeenten meer gaan doen aan preventie en
Woonzorganalyse Almere 2024
21
ambulante begeleiding. Stagnatie komt ook door strenge voorwaarden die woningcorporaties (op voorhand) stellen voor uitstroom in de wijk. Dit levert een drempel voor uitstroom op. Met het uitvoeringsplan “Op- om en afbouw Beschermd Wonen Flevoland” (OOA-plan) van Bureau HHM (2022) is geprobeerd aan antwoord te geven op de vraag welke voorzieningen de Provincie Flevoland moet op-, om- of afbouwen om te komen tot een toekomstbestendig zorglandschap. Het op-om-afbouwplan hangt nauw samen met: ●
De bredere huisvestingsopgave van bijzondere doelgroepen.
●
De huisvesting van kwetsbare inwoners in wijken en buurten.
Uitgangspunten zijn onder andere een meer evenredige spreiding over de regio (Beschermd Wonen dichtbij). Versterking van draagkracht in wijken en buurten en bevordering van door- en uitstroom naar de herkomstgemeente. Er is een beweging in gang gezet van klassiek intramuraal beschermd wonen naar gevarieerdere vormen van wonen en ondersteuning. Naast klassiek (intramuraal) beschermd wonen, wordt bij beschermd thuis een onderscheid gemaakt tussen vormen waarbij er sprake is van een zogenaamde ‘scheiding van wonen en zorg’ en ‘tussenvormen’ waarbij een cliënt volledig zelfstandig woont met ambulante Wmo-ondersteuning.
●
In 2022 woonde nog circa 90% van alle cliënten in klassiek beschermd wonen (zonder huur) en bijna 10% woonde klassiek beschermd maar betaalde wel zelf huur; bij minder dan 2% was er sprake van een tussenvorm.
●
Het totale aantal plekken voor Beschermd Wonen Wmo in Flevoland in 2023 bedroeg volgens HMM 462, waarvan 387 intramuraal en 75 plaatsen ‘Gewoon Thuis’.
●
Almere heeft de meeste plekken beschermd wonen: in 2022 ging het om 222 plekken van de 420 in totaal in de regio, 53% van het totaal in Flevoland.
●
Volgens HMM is de behoefte aan beschermd wonen op dit moment groter dan het beschikbare aanbod. Dit vraagt om het opbouwen van voorzieningen voor specifieke doelgroepen. Binnen het huidige aanbod wordt passend (regionaal) aanbod gemist voor personen waarbij sprake is van complexe psychiatrische problematiek of waarbij sprake is gestapelde problematiek die vraagt om specifiek daarop afgestemde begeleiding. Voor de volgende aandachtsgroepen wordt nadrukkelijk capaciteit gemist: -
Mensen met een combinatie van LVB (=licht verstandelijke beperking), verslaving en GGZproblematiek (triple problematiek)
-
Jonge moeders al dan niet met LVB, verslaving en/of GGZ problematiek
-
Mensen met eetstoornissen
-
Verslaafde mensen
-
Jongvolwassenen
-
Jeugd met een forensische achtergrond
-
Mensen die uit behandelsettingen GGZ komen
Woonzorganalyse Almere 2024
22
●
-
Mensen met psychiatrisch externaliserend en/of zelfbeschadigend gedrag
-
Jongeren die uitstromen vanuit intramurale jeugdzorg
Medio 2022 was er een actieve wachtlijst van 100 cliënten (circa 50 cliënten zijn slapend). Een deel van de wachtlijst kan worden aangepakt door de door- en uitstroom te verbeteren, maar ook zijn nodig uitbreiding van de capaciteit én aanpassing van het aanbod om ook BW te kunnen bieden voor de inwoners met een complexe ondersteuningsbehoefte.
●
Inclusief een deel van de wachtlijst zou het huidige aantal benodigde plekken voor Almere op 280 kunnen worden geschat.
●
In de afgelopen jaren is de wachtlijst niet afgenomen. Jongeren (t/m 20) en jongvolwassenen (21 t/m 27) vertegenwoordigen 60% van het aantal wachtenden. Dit is het effect van de druk op de jeugdzorg en het in onvoldoende mate aansluiten van de aard en omvang van aanbod BW voor jongvolwassenen.
Uitstroommonitor GGD Flevoland coördineert de uitstroommonitor en heeft onder meer als doel om zicht te krijgen op de uitstroommogelijkheden en –behoeften van cliënten, zodat de hiervoor benodigde voorzieningen en randvoorwaarden ontwikkeld kunnen worden. De uitstroommonitor wordt uitgevoerd voor cliënten die met een Wmo-beschikking op een ZiN-locatie (ZiN = Zorg-in-natura) in Flevoland verblijven.
●
In 2023 wil in vergelijking met 2021 een relatief groter aandeel cliënten uitstromen in een andere gemeente dan waar zij beschermd wonen (31% versus 21%).
●
Bij zo’n 75% van de cliënten richt het traject zich op uitstroom en bij zo’n 25% zijn de doelen voorlopig vooral gericht op stabilisatie en het voorkomen van achteruitgang. Zelfstandig wonen is nog altijd veruit de meest geprefereerde woonvorm na uitstroom, hoewel aanbieders dit iets minder vaak aanbevelen (66%) dan cliënten zelf zouden willen (75%).
●
Bij de ondersteuningsbehoefte na uitstroom valt op dat in vergelijking met 2021-2022 op vrijwel alle leefgebieden sprake is van een (soms zelfs aanzienlijke) toename van het aandeel cliënten waarbij men verwacht dat ondersteuning na uitstroom nog nodig is. Voor huisvesting is dit toegenomen van 36% naar 42%.
●
Bij ongeveer een derde van de op uitstroom gerichte cliënten wordt realisatie daarvan binnen een jaar verwacht en bij de helft binnen één tot drie jaar.
●
Bij uitstroom uit beschermd wonen wil volgens de uitstroommonitor GGD 45% van de cliënten in Almere wonen.
●
De meeste cliënten kunnen na uitstroom (weer) zelfstandig wonen, gevolgd door beschut wonen en een omklapwoning (Figuur 2.2). Dit laatste is een woning waarbij de zorgaanbieder in eerste instantie een huurcontract afsluit met de verhuurder, met de mogelijkheid de woning op termijn over te dragen, te laten huren, aan de bewoner.
Woonzorganalyse Almere 2024
23
Figuur 2.2: Gewenste woonvorm na uitstroom uit Beschermd wonen (2023) Bron: GGD Flevoland
Binnen de verschillende definities zijn verschillende varianten qua (woon)zorgvoorzieningen mogelijk volgens HHM. Dit geldt in het bijzonder voor semimurale voorzieningen. Deze voorzieningen vullen het gat tussen (klassiek) intramuraal wonen en zelfstandig wonen (met ambulante begeleiding). De definitie van semimuraal wonen dient mede daarom in de praktijk met de nodige flexibiliteit te kunnen worden toegepast.
2.2.3
Prognose Beschermd wonen Wmo ●
Niet alle cliënten stromen uit naar zelfstandig wonen; een deel blijft intramuraal en komt in de Wlz terecht. Een deel van de cliënten doet ook langdurig een beroep op BW Wmo. Opties voor uitstroom zijn: 1. Uitstroom naar wonen in de wijk 2. Uitstroom naar Wlz 3. Langdurig verblijf binnen BW Wmo 4. Vroegtijdig uitval uit BW (BW indicatie blijft bestaan, maar passend aanbod is er niet(meer) of wordt niet (opnieuw) aangeboden) HMM veronderstelt dat tussen de 50 en 70% van de cliënten van intramuraal wonen uitstroomt naar zelfstandig wonen. Bij een uitstroom van 60% met een gemiddelde uitstroomtijd van twee jaar zou jaarlijks 30% kunnen uitstromen; bij een aantal in 2024 van ongeveer 230 cliënten op een intramurale plek Beschermd wonen Wmo voor Almere komt dat neer op een jaarlijkse uitstroom de komende jaren van ongeveer 70 cliënten. Vanaf 2030 is verondersteld dat het aantal intramurale plekken met 50 is uitgebreid om de wachtlijst sterk te verminderen. Vanaf
Woonzorganalyse Almere 2024
24
dan zal ook rekening moeten worden gehouden met een grotere uitstroom naar zelfstandigheid. ●
Een deel hiervan stroomt door naar een extramurale vorm en een deel naar een semimurale vorm. De groep die uitstroomt naar een semimurale vorm wordt geschat op circa 20-30% van het totaal aantal uitstromers per jaar.
Tabel 2.2: Prognose beschermd wonen in Almere (2024-2040) Bron: ABF
Beschermd wonen volgens Bevolkingsprognose Almere + 50 extra plekken ( vanuit wachtlijst) Jaarlijkse uitstroom intramuraal
2024 230 280 70
2030 260 310 90
2035 280 330 100
2040 300 350 105
De verandering die wordt beoogd met het OOA-plan moet de komende jaren leiden tot een verschuiving van het voorzieningenaanbod in de regio. Een verschuiving van intramurale voorzieningen naar meer semimurale en extramurale voorzieningen, die evenrediger verspreid zijn over de regio. Door HMM is een prognose gemaakt van de benodigde capaciteit in regio Almere, gericht op de Beschermd wonen-voorzieningen vanuit de Wmo, zie Tabel 2.3. De cijfers zijn bedoeld om inzichtelijk te maken wat het verwachte effect van het OOA-plan is en wat dit doet met de benodigde capaciteit. ●
De verwachting is dat er in de toekomst minder intramurale plekken nodig zijn: van 323 in 2023 naar 255 in 2032. Volgens de GGD is de verhoging van 7 plekken BW Hoog echter te laag ingeschat, gelet op de toename van complexe problematiek en daaruit volgende intensieve ondersteuningsbehoefte. Ook is het nodig om de criteria van de profielen Midden en Hoog te herijken, denk aan het onderscheid tussen wakende wacht (profiel Hoog) en slapende wacht (profiel Midden). Dit onderscheid zit momenteel de flexibiliteit van het op- of afschalen in de weg.
●
Het aantal semimurale plaatsen voor beschut wonen zou dan moeten toenemen: van 39 in 2024 naar 114 in 2032.
●
Ook het aantal extramurale plekken Gewoon Thuis zou dan sterk moeten worden uitgebreid: van 75 in 2023 naar 144 in 2032.
Tabel 2.3: Prognose benodigde plekken Beschermd wonen Wmo, Flevoland (2023-2032) Bron: HMM
HMM geeft aan dat het belangrijk is om de verbreding te zoeken met Beschermd Wonen Wlz.
Woonzorganalyse Almere 2024
25
Intramuraal wonen GGZ-Wlz
26
Er wordt momenteel landelijk ingezet op een beperking van de instroom in de WLZ GGZ. Dit geeft ook een extra druk richting BW Wmo. ●
De vraag naar Intramuraal (beschermd) wonen GGZ vanuit de Wlz, GGZ-Wonen, wordt in het prognosemodel Primos Wonen met zorg (Fortuna) van ABF Research voor Almere ingeschat op 155 plekken in 2023, met een toename van de vraag naar 220 in 2040.
Tabel 2.4: Prognose vraag naar intramurale GGZ-zorg in Almere (2023-2040) Bron: ABF, Fortuna 2023 Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) - Vraagraming Voortgezet verblijf Lokale vraag GGZ Wonen Lokale vraag
2023
2031
2035
2040
5
5
5
5
155
195
205
220
2.3 Maatschappelijke opvang Bronnen: C3 Centrale Toegang MO, beleidsinformatie, trends en ontwikkelingen 2022 (GGD, 2023) C6 Centrale Toegang MO, beleidsinformatie, trends en ontwikkelingen 2023 (GGD, 2024) Jaarrapportage 2022 Doorstartregeling Gemeente Almere (Het Vierde Huis, 2022) Monitor Sociaal Domein: Dashboard - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein - Almere (waarstaatjegemeente.nl) Toekomstbeeld opvangplekken maatschappelijke opvang (MO Regio Flevoland) Trend ontwikkelrapportage kwantitatief 2020-2022 (LDH, 2023) WMO-cliënten naar type maatwerkvoorziening (CBS Statline: StatLine - Wmo-cliënten; type maatwerkvoorziening (detail), regio (cbs.nl)
Onder maatschappelijke opvang wordt de opvang bedoeld voor mensen die dakloos zijn of dreigen te raken. In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo, art. 1, lid 1c) staat de doelgroep van maatschappelijke opvang omschreven als ''personen die, door een of meer problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving”. In eerste instantie gaat het om tijdelijke opvang. Iedere dakloze moet in elk geval tijdelijk van bed en brood worden voorzien. Daarnaast wordt binnen het reguliere opvangtraject gestructureerd en in samenwerking met andere organisaties toegewerkt naar maatschappelijke herstel. Personen die (nog) niet op een plek in Beschermd wonen terecht zijn gekomen maken wanneer nodig en mogelijk gebruik van de maatschappelijke opvang van het Leger des Heils. 10% van de plekken wordt momenteel bezet door personen die aangewezen zijn op een vorm van BW. Het gaat vaak om personen met een ondersteuningsbehoefte die niet aansluit bij het huidige aanbod of die uit het huidige aanbod BW zijn gevallen en waarvoor geen passend alternatief beschikbaar is. Deze
Woonzorganalyse Almere 2024
groep legt een behoorlijk beslag op de opvang en vraagt veel van de begeleiding. Steeds vaker stromen mensen uit situaties van tijdelijke huisvesting en zelfs intramurale zorg de Wmo in. ●
In 37% van de instroom is het beëindigen van tijdelijke/marginale huisvesting aanleiding voor verblijf in de opvang.
●
In 8% van de instroom is ontslag uit een zorginstelling de directe aanleiding voor verblijf in de opvang.
●
Er verblijven steeds meer mensen met een zorgindicaties (BW/WLZ) in de opvang vanwege een gebrek aan passend zorgaanbod: in september 2024 is 9% van de capaciteit in de MO bezet door mensen met een indicatie, die dus eigenlijk aangewezen zijn op intramuraal wonen.
●
Daarnaast wordt in de opvang een toename geconstateerd van mensen die andere of meer ondersteuning nodig hebben, zoals: -
Ouderen, vaak met beginnende geheugenproblemen of met somatische klachten die nieuwe uitdagingen met zich meebrengen: 1. Vervolgzorg organiseren is complex en tijdrovend (diagnostiek en indicaties) 2. Deze doelgroep behoeft andere zorg en ondersteuning dan MO kan bieden 3. Doelgroep verblijft lang in de opvang vanwege wachtlijsten in de passende setting
-
Gezinnen, waardoor de druk op gezinsopvang extreem hoog blijft; de mogelijkheden voor het bieden van een plek in de maatschappelijke gezinsopvang zijn, mede door stagnatie in uitstroom, erg klein.
Ook het intensieve gebruik van slaaphuisplekken (alleen basishulp; geen volledig traject) en de wachtlijsten waarmee de opvangvoorzieningen werken laten zien dat de behoefte aan opvang groter is dan nu geboden wordt.
2.3.1
Omvang en samenstelling De aantallen die hieronder worden genoemd hebben betrekking op gegevens van de GGD Flevoland. Deze aantallen wijken af van de aantallen die door het CBS worden gegeven onder de noemer ‘Wmo-cliënten met verblijf en opvang’, die als te hoog/ruim worden gezien, en van de aantallen die door het Leger des Heils worden gegeven in haar overzichten, die te laag zijn vanwege het ontbreken van andere opvangvoorzieningen (van Kwintes en Iriszorg). Toegespitst op de gemeente Almere zal het ruwweg om ongeveer de helft van de genoemde aantallen gaan. ●
In 2023 hebben 151 unieke personen gebruik kunnen maken van de winteropvang voor één of meerdere dagen in Flevoland; in 2020, 2021 en 2022 waren er dit respectievelijk 80, 90 en 131. De toename in de winteropvang is een indicatie dat de reguliere capaciteit in de opvang onvoldoende is.
●
Kwintes heeft 7 plekken nachtopvang voor zwerfjongeren en 10 woningen in de wijk voor ambulante gezinsopvang.
●
De slaaphuisplekken bij het Leger des Heils zijn voor personen die nog niet klaar zijn om te starten met een traject in de nachtopvang of voor mensen die wachten op een plek in de
Woonzorganalyse Almere 2024
27
reguliere nachtopvang. In 2023 zijn 105 unieke personen geplaatst op een slaaphuisplek in Flevoland; in 2020, 2021 en 2022 waren er dit respectievelijk 72, 102 en 70. ●
In 2022 waren er 20 cliënten, waarvan 16 uit Almere, die gebruik hebben gemaakt van een plek in Almere Slaaphuis, nagenoeg evenveel als in 2021 (21) en 2020 (2020).
●
Ruim 85% van de cliënten van het Slaaphuis is vrouw.
●
Zodra iemand in de nachtopvang een plek krijgt, wordt er een hulpverleningstraject gestart. In 2023 kreeg 228 keer iemand een plek in de nachtopvang met een bijbehorend hulpverleningstraject aangeboden. Het ging om 210 unieke personen, waarvan het voor 139 personen de eerste keer was dat ze in de opvang terechtkwamen.
●
Elke week komt het expertteam bijeen. Het expertteam bespreekt het plan van aanpak als de cliënt op moment van bespreking nog steeds in de maatschappelijke opvang verblijft. Het streven is om nieuwe dossiers binnen 3 weken na start van het traject te bespreken. Bij voortijdig vertrek uit de opvang wordt een cliënt niet meer besproken. In 2023 zijn 161 cliënten door het expertteam besproken; in 2020, 2021 en 2022 waren er dit respectievelijk 222, 183 en 195.
●
In 2023 was de gemiddelde leeftijd van cliënten die een regulier traject kregen in de opvang 38 jaar. In 2023 was 18% van de cliënten in de MO jonger dan 23 jaar, meer dan de 13% in 2022 maar minder dan de 21% in 2020. Het aandeel 65-plussers dat in de opvang een verblijft bedraagt ongeveer 3%.
●
De gemiddelde doorlooptijd van een traject binnen de maatschappelijke opvang (MO) is verder gestegen. Het gebrek aan passende vervolghuisvesting de belangrijkste oorzaak voor de stagnatie in doorstroom.
●
Cliënten geven bij hun aanmelding zelf aan wat de directe aanleiding is voor het verblijf in de opvang. De drie meest genoemde redenen in 2023 zijn het einde van tijdelijke huisvesting (47%), het verlaten van het huis (22%) en huisuitzetting uit de huurwoning (13%).
●
In vergelijking met voorgaande jaren was in 2023 relatief vaker (47%) het beëindigen van een tijdelijke/marginale huisvesting aanleiding voor verblijf in de opvang. Opvallend blijft het aantal cliënten na ontslag uit een zorginstelling (8%). Het gaat hier regelmatig om cliënten die in reguliere zorg niet toegelaten worden of uit zorg gevallen zijn.
●
De afgelopen jaren wordt een toename gezien van het aantal arbeidsmigranten dat een beroep doet op de reguliere maatschappelijke opvang en de winterkouderegeling. Arbeidsmigranten die kort in Nederland zijn kunnen (meestal) geen beroep doen op maatschappelijke opvang.
●
Ook lopen marginaal gehuisveste vergunninghouders eerder een risico op dakloosheid dan voorheen en doen deze soms een beroep op de opvang.
2.3.2
Huisvestingsvraag De huisvestingsvraag is in eerste instantie gericht op eerste opvang, waarna voor een beperkt deel woonruimte voor langere tijd wordt geregeld, bijvoorbeeld volgens het principe van “Housing first”. Housing First Nederland streeft ernaar om dak- en thuisloosheid voorgoed te beëindigen. Iedereen
Woonzorganalyse Almere 2024
28
krijgt de kans op een (t)huis, met de juiste ondersteuning om dit te behouden, in een buurt waarin mensen elkaar accepteren. ●
Het totale aantal opvangplekken in Almere bedraagt ongeveer 110, waarvan 10 plekken voor gezinnen.
●
Naar verwachting dient de benodigde capaciteit aan MO sterk worden uitgebreid. De druk op de MO is nu al hoger dan de vraag; volgens het Leger des Heils zal de vraag eind 2024 een factor 6 maal groter zijn dan het aanbod. Dit komt mede door de druk op andere, intramurale voorzieningen (zoals GGZ-behandelbedden) en de extreem hoge woningnood. Deze maatschappelijke druk vertaalt zich in een veel hogere vraag naar opvang.
●
Een derde van de cliënten is in 2023 vroegtijdig uit de opvang vertrokken, op eigen initiatief of op dat van de opvang. 30% van de 179 cliënten die in 2023 zijn uitgestroomd zijn zelfstandig gaan wonen, waarvan minder dan de helft met ambulante begeleiding. In 2020 was dit aandeel nog 50%. 8% is uitgestroomd naar zelfstandig wonen bij een zorgaanbieder met ambulante begeleiding. De rest is uitgestroomd naar een slaaphuisplek in afwachting van passende huisvesting, beschermd wonen, het eigen netwerk, een klinische opname, Housing First of detentie.
●
In een scenario waarin dakloosheid vergaand wordt teruggedrongen wordt uitgegaan van een gewenst aantal woningen voor Housing First in Flevoland van 43. Voor Almere zou dat neerkomen op circa 23 woningen.
●
Als deze zijn gerealiseerd zou het aantal plekken voor opvang in Almere ook kunnen worden teruggebracht. Hier kan echter nog geen sprake van zijn zolang de opvangcapaciteit nog onvoldoende is.
Almere heeft ook een zogenaamde Doorstartregeling, op basis waarvan bewoners van 24 uursinstellingen sneller en beter kunnen verhuizen naar een zelfstandige woning. Hierdoor komen meer plekken vrij voor mensen die op de wachtlijst van de instellingen staan. Daarvoor zijn ook twee experimenten gestart: ‘naast het al genoemde ‘Housing first’ (25 plekken op de wachtlijst beschikbaar) ook ‘‘Wachtlijstbemiddeling 100 dakloze jongeren’. De aanvragen in het kader van de Doorstartregeling kunnen alleen worden ingediend door de instelling waar de woningzoekende verblijft. ●
In 2022 zijn 89 aanvragen in het kader van de Doorstartregeling ingediend, waarvan de meeste (31) door het Leger des Heils.
●
In 2022 zijn er 88 aanvragen behandeld in het kader van de Doorstartregeling behandeld waarvan er 79 zijn toegekend en een urgentie hebben ontvangen.
●
Voor de meeste uitstromers met een toegekende urgentie (niet alleen vanuit MO) is in 2022 een twee- of een driekamerwoning gezocht.
Er zijn doelgroepen die in de stagnerende uitstroom extra moeite hebben om uit te stromen uit MOvoorzieningen, ook al hebben ze een urgentieverklaring: ●
gezinnen en alleenstaande ouders die wachten op sociale huurwoningen
Woonzorganalyse Almere 2024
29
●
cliënten van Housing First die wachten op woningen vanuit de woningcorporaties
●
mensen die opnieuw naar een intramurale zorgsetting moeten (wachtlijsten en een tekort aan passende zorg)
●
mensen met een indicatie (Wmo/BW/WLZ); aanbod sluit vaak niet aan op de complexe problemen van deze mensen
2.3.3
Prognose Zoals aangegeven zijn woonvoorzieningen schaars. Daarnaast vormen Wmo-woonvoorzieningen het sluitstuk van het stelsel: ze zijn er voor al die mensen die niet al binnen reguliere huisvesting, sociaal netwerk, jeugdzorg met verblijf, WLZ, ouderenvoorzieningen en intramurale behandeling opgevangen worden. De vraag hangt vooral samen met het functioneren van de aanpalende ketens. Vooral in de maatschappelijke opvang komen veel mensen terecht door knelpunten in bijvoorbeeld beschermd wonen, GGZ-behandeling, en ouderenvoorzieningen. Prognoses zijn daardoor moeilijk per voorzieningstype te maken. Volgens de GGD wordt de totale behoefte aan beschermd, beschut en ondersteund wonen vooral bepaald door bevolkingsgroei, SES-scores, extramuralisering van de zorg en de mate waarin de maatschappij zelfstandig leven moelijker maakt voor kwetsbare burgers. Er is geen indicatie dat die totale vraag gaat afnemen: alle factoren leiden naar groei. Die totale behoefte moet bijzonder flexibel vertaald worden naar aanbod en individueel maatwerk, omdat de vraag extreem divers is, per individu varieert en permanent varieert op basis van ontwikkelingen en knelpunten in andere ketens. Gemeentelijk beleid heeft nauwelijks invloed op die behoefte en zeker niet over de zwaarte van de ondersteuning die bij het wonen nodig is.
Gelet op het bovenstaande vindt GGD Flevoland dat er voor maatschappelijke opvang eigenlijk geen prognoses te bepalen zijn zonder dat in Flevoland een ETOS-telling gedaan wordt. Er is op dit moment te weinig bekend over de werkelijke omvang van dak- en thuisloosheid in Flevoland. Met begrip voor alle beperkingen wordt hieronder toch een beeld gegeven van de invloed van de verwachte bevolkingsgroei op het totale aantal personen dat in de toekomst van maatschappelijke opvang gebruik kan maken. Uitgaande van een gemiddelde over de laatste vier jaar van 190 door het expertteam behandelde cliënten en 85 cliënten voor slaaphuisplekken voor Flevoland, waarvan 50% voor Almere, wordt gerekend met een fractie van in totaal 140 cliënten (ongeveer de helft van het totaal van 190 en 85) op de bevolking van 1 januari 2022. ●
Gerelateerd aan de verwachte aantallen personen van 18 t/m 69 jaar gaat het aantal Wmocliënten met verblijf en opvang in Almere maar beperkt oplopen van 150 in 2024 naar 160 in 2040.
Woonzorganalyse Almere 2024
30
●
Bij een na te streven uitstroom naar zelfstandig wonen van 50% van de cliënten met MOverblijf en opvang zouden er in 2024 zo’n 70 woningen nodig zijn, beperkt oplopend tot 80 in 2040.
●
Zou de uitstroom bij een ruimere woningmarkt nog verder kunnen toenemen naar 70% dan is de woningvraag onder uitstromers logischerwijze groter, van 100 in 2024 naar 120 in 2040.
●
Om de uitstroom MO goed te kunnen verwezenlijken zijn de volgende huisvestings- en andere voorzieningen nodig: 1. Sociale huurwoningen voor alleenstaanden en gezinnen 2. Woningen voor housing first 3. Woningen voor urgenten die in de MO verblijven 4. Meer gespecialiseerde woonvoorzieningen (zodat de mensen met indicaties die ten onrechte in de MO verblijven naar een passende plaats kunnen) a. WLZ b. BW c. Maatwerkvoorzieningen WMO/BW 5. Meer ondersteuning bij geïndiceerde zorglocaties zoals BW om uitval uit BW en instroom in MO te voorkomen (denk aan consultatie op locatie en beter passend aanbod BW)
Tabel 2-5: Prognose cliënten MO met verblijf en opvang en in nachtopvang, Almere (2024-2040) Bron ABF
Cliënten MO met verblijf en opvang Uitstroom naar zelfstandig wonen (50%) Uitstroom naar zelfstandig wonen (70%)
2024 150
2030 150
2035 160
2040 160
70 100
80 110
80 110
80 120
2.4 Jeugd Bronnen: Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein:(https://vng.nl/projecten/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein / Viewer - Jeugdzorgtrajecten - - Almere (waarstaatjegemeente.nl) Naar een ‘eigen stek’ 18-/18+ (Gemeenten Flevoland, 2023; 8323 – Gemeente Almere Doorstroom 220923.pptx) Trajecten jeugdzorg in natura (CBS Statline: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85094NED/table?ts=1719847663753
Onder jeugdhulp vallen hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014), en voor zover deze in natura is geleverd door de zorgaanbieder (dus exclusief PGB). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Bij jeugdhulp met verblijf verblijft de jongere elders. Of anders gezegd, de jongere slaapt formeel niet thuis in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij er sprake is van een
Woonzorganalyse Almere 2024
31
overnachting. Ook verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist door de week, vallen onder jeugdhulp met verblijf.
2.4.1
Omvang en samenstelling ●
In 2023 maakten ruim 6.000 jeugdigen in Almere gebruik van gecontracteerde jeugdhulp zonder verblijf en rond 500 jeugdhulp met verblijf.
●
Eind mei 2023 waren er in Almere 196 jeugdigen tussen 16 en 23 jaar opgenomen in de 24-uurs jeugdhulp met verblijf. Op basis hiervan wordt de capaciteit in Almere op 200 geschat.
●
83% van de jongeren in de 24-uurs jeugdhulp met verblijf is jonger dan 20 jaar.
●
Van de 380 jeugdigen van 17 jaar of ouder in Flevoland eind mei 2023 verbleven er 160 in pleegzorg en 220 in andere verblijfsvormen (zoals behandeld wonen, begeleid wonen, crisisopvang, etc.).
●
Eind 2021 waren er volgens het CBS (in Almere 630 jongeren in de jeugdhulp met verblijf, waarvan 275 in pleegzorg, 75 gezinsgericht, 50 in gesloten plaatsing en 230 in een ander verblijf bij de jeugdhulpaanbieder. Eind 2022 was het aantal jongeren met jeugdhulp met verblijf afgenomen tot 475 met de grootste afname van het aantal jongeren in ander verblijf (van 230 naar 135)/ De voorlopige teller eind 2023 staat op 450 jongeren met jeugdhulp met verblijf, waarvan 115 in ander verblijf.
Tabel 2-6: Jeugdhulp met verblijf, Almere (2021-2023) Bron: CBS Almere
Ultimo 2021
2.4.2
2022
2023*
Jeugdhulp met verblijf
630
475
450
Pleegzorg
275
265
260
Gezinsgericht
75
50
50
Gesloten plaatsing
50
30
25
Ander verblijf bij jeugdhulpaanbieder
230
135
115
Huisvestingsvraag Jongeren die 18 jaar worden en ‘op een bed’ in de jeugdzorg verblijven, krijgen te maken met een overgang van wetten. Er kan sprake zijn van: ●
Verlengde Jeugdwet
●
WMO (ambulante begeleiding/ beschut-, beschermd wonen)
●
WLZ (levensloop begeleiding/ ondersteuning)
●
Zorgverzekeringswet (GGZ behandeling)
Om tijdig het passende perspectief voor de jeugdige te organiseren, is het noodzakelijk om zo vroeg als mogelijk (vanaf 16,5 jaar) toe te werken naar de volgende stap. Huisvesting is hierbij een belangrijk onderdeel. Er zijn 5 profielen uitgewerkt: ●
Profiel 1 Zelfstandig verder voor jongeren die hebben geprofiteerd van de geboden ondersteuning en zijn er klaar voor om op eigen benen te staan.
Woonzorganalyse Almere 2024
32
●
Profiel 2 Zelfstandig verder met ambulante ondersteuning voor jongeren die hebben geprofiteerd van de geboden ondersteuning en er klaar voor zijn om op eigen benen te staan met daarbij de juiste ambulante ondersteuning.
Als huisvestingsopties voor profiel 1 en 2 worden genoemd: kamer/ studentenkamer, sociale huurwoning met eigen huisnummer, studio, appartement etc. ●
Profiel 3 Jongeren die na hun 18e (nog) een beschutte woonomgeving nodig hebben Jongeren die gezien hun psychische kwetsbaarheid meer tijd nodig hebben dan hun leeftijdsgenoten om uiteindelijk zelfstandig te kunnen functioneren. Als huisvestingsoptie voor dit profiel worden genoemd: Kamer, studio of appartement in nabijheid van instelling of voorziening.
●
Profiel 4 Jongeren die na hun 18e een beschermende woonomgeving nodig hebben Jongeren die vanwege hun psychische kwetsbaarheid langdurig direct beschikbare ondersteuning en begeleiding nodig hebben.
●
Profiel 5 Jongeren met een (permanente) intensieve specialistische woonvraag Jongeren die vanwege hun verstandelijke beperking en psychische kwetsbaarheid sociaal (zeer) beperkt zelfstandig zijn en intensief begeleidingsbehoeftig.
Voor deze twee laatste profielen is instellingshuisvesting gewenst. Meer spreiding van zorgzwaartes over de diverse voorzieningen is gewenst. Nu zijn veel vragen met vergelijkbare zwaartes geclusterd. Daarbij kan het van meerwaarde zijn om ‘levensloopbegeleiding’ te bieden, zoals dat ook in Dronten wordt gedaan. Tijdens een traject blijft dan dezelfde begeleider betrokken. Ook is er behoefte aan meer tijd en aandacht voor de overgang 18-/18+ en voor jongeren met LVB (tot 23 jaar). Een ‘trainingshuis’ voor jeugdigen tot 27 jaar waar vaardigheden kunnen worden aangeleerd die nodig zijn om door te kunnen stromen naar beschermd wonen of naar zelfstandig wonen is zeer welkom. Concreet kan een dergelijke module in een tussenvoorziening worden gerealiseerd. Ook daar is namelijk behoefte aan, voor ongeveer 20 plekken. Dit moet nadrukkelijk geen groepswoning zijn, maar een vorm met zelfstandige eenheden.
2.4.3
Prognose ●
Op basis van de verwachte bevolkingsontwikkeling van het aantal jongeren van 16-23 jaar en een percentage van 23% mag een lichte toename van het aantal jongeren met jeugdhulp worden verwacht, waarvan veruit de meesten met jeugdhulp zonder verblijf.