CConstaterende datAlmere
Koppel je AI →
Document · PDF

Bundel PM 8 juli

Politieke Markt 8 juli 2021, gemeente Almere24.908 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Windhinder ......................................................................................................................... 37 4.9. Kabels en leidingen c.a........................................................................................................ 38 4.10. Trilling ............................................................................................................................. 38

4.11. Besluit milieueffectrapportage ....................................................................................... 39 5. Haalbaarheid ............................................................................................................................... 40 5.1. Economische haalbaarheid ................................................................................................. 40 5.2. Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro ......................................................................................... 41 5.3. Maatschappelijke haalbaarheid.......................................................................................... 41 5.4. Conclusie ............................................................................................................................. 41 6. Motivering (samenvatting) ......................................................................................................... 42 6.1. Algemeen ............................................................................................................................ 42 6.2. Specifiek .............................................................................................................................. 43

Bijlagenoverzicht

1. Inleiding 1.1. Aanleiding

Kroonenberg Groep B.V., is voornemens twee bestaande kantoorpanden aan het Stationsplein van Almere te transformeren en uit te breiden naar appartementengebouwen voor in totaal 67 woningen met renovatie en herschikking van commerciële functies op de begane grond.

De nieuwe bebouwing past niet geheel binnen het geldende bestemmingsplan, zodat van het bestemmingsplan afgeweken moet worden. Artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vormt hiervoor de wettelijke basis. Het voorliggende document vormt de hierbij benodigde ruimtelijke onderbouwing.

1.2. Ligging en begrenzing

Het project bevindt zich aan het Stationsplein van het station Almere Centrum direct ten zuiden van het station. Ten oosten bevindt zich de Landdrostdreef en het Taxiplein, ten zuiden de Metropolestraat en ten westen het Busplein. Ten zuiden van het Stationsplein bevindt zich de stationsstraat waar het kernwinkelgebied zich vervolgt richting Stadhuisplein.

Afbeelding: ligging en begrenzing projectlocatie

1

1.3. Het vigerende bestemmingsplan

Bestemmingsplan ‘Centrum Almere Stad’

Ter plaatse van de projectlocatie geldt het bestemmingsplan ‘Centrum Almere Stad’, vastgesteld op 18 september 2014 door de gemeenteraad van Almere en onherroepelijk sinds 3 juni 2015 na uitspraak door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan Centrum Almere Stad

Toegelaten gebruik

De onderhavige projectlocatie is bestemd voor ‘Centrum’. Binnen deze bestemming is op alle bouwlagen het gebruik toegestaan ten behoeve van detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kantoren, bedrijven tot en met categorie A, cultuur en ontspanning, vergader- en congresfaciliteiten en ondergeschikte workshops, sportvoorzieningen, opslag, herverpakking of verkoop van consumentenvuurwerk en theatervuurwerk.

De gebouwdelen gelegen aan de toegang naar het station en aan de zuidzijde zijn aangeduid als 'specifieke vorm van wonen-1'. Daardoor is ter plaatse vanaf de eerste verdieping uitsluitend wonen toegestaan en geen van de hiervoor vermelde niet-woonfuncties. Deze woningen zijn eigendom van Ymere en maken geen deel uit van de herontwikkeling.

Voor detailhandel geldt een maximum vestigingsgrootte van 1.000 m2, met uitzondering van de bestaande situatie en het samenvoegen van aaneengesloten panden waar in de bestaande situatie het gebruik detailhandel is.

In de overige delen van de gebouwen zijn op de verdiepingen ook woningen toegestaan, naast de hiervoor vermelde niet-woonfuncties. Voorwaarde voor nieuwe woningen buiten het aanduidingsvlak 'specifieke vorm van wonen-1' is dat deze alleen zijn toegestaan voor zover de geluidsbelasting van de gevel voldoet aan de geldende voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder (inclusief het Besluit geluidhinder) danwel een vastgestelde hogere waarde.

2

De gebouwdelen gelegen aan de toegang naar het station zijn aangeduid als ‘horeca tot en met categorie 2a’ waardoor ter plaatse – in alle bouwlagen – horecavestigingen van meer dan 250 m2 bvo tot een (totaal) maximum van 400 m2 bvo zijn toegestaan in diverse bedrijfssoorten in de vorm van aan de detailhandelsfunctie verwante lichte horeca, overige lichte horeca en restaurants met bezorg- of afhaalservice. Dit type horeca is zonder meer toegestaan wanneer de grootte per vestiging niet meer is dan 250 m2 bvo. Bouwwerken ten behoeve van permanente terrassen voor horeca zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca-permanent terras'. Deze aanduiding bevindt zich niet ter plaatse van het bouwplan.

Een strook gronden langs het spoor heeft de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen 2’, zoals hieronder getoond.

Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan, aanduiding ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen 2’

Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden mede bestemd als aandachtsgebied voor een plasbrand vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over spoorwegen. Het realiseren van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten is hier verboden. Van dat verbod kan worden afgeweken mits er sprake is van een aantoonbare behoefte vanuit de in de bestemming toegelaten functies om de bouw of vestiging van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object mogelijk te maken binnen een plasbrandaandachtsgebied, er rekening is gehouden met de mogelijkheden om het object buiten het plasbrandaandachtsgebied te vestigen en de bestrijdbaarheid van een plasbrand voldoende is gemotiveerd (hulpverlening en zelfredzaamheid mede in relatie tot effectreducerende maatregelen of brandvertragende maatregelen aan het gebouw.

Toegelaten bebouwing

Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak, met uitzondering van kelders en onderbouwen.

De toegelaten bouwhoogte van de bebouwing is 16 meter langs het spoor en 13 meter aan de zuidzijde van de gebouwen. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' te verhogen naar maximaal 35 m, voor een maximum oppervlakte van 600 m² en uitsluitend ten behoeve van de functie 'wonen'. De wijzigingsbevoegdheid mag maximaal 5 keer worden toegepast.

3

Aan de gebouwdelen gelegen aan de toegang naar het station is door de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-overkapping' toegelaten tot een bouwhoogte van 4 meter overkappingen te realiseren.

Bestemmingsplan Parapluherziening parkeren

Het ontwerp van het bestemmingsplan Parapluherziening parkeren lag met ingang van woensdag 3 juli 2019 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage. Het plan is (nog) niet vastgesteld zodat het geen juridische werking heeft voor de projectlocatie.

Chw bestemmingsplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning

Op 6 februari 2020 is het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning’ vastgesteld door de gemeenteraad van Almere. Met dit bestemmingsplan en de beleidsnota Woningsplitsing en kamerbewoning geldt voor geheel Almere een algemene regeling voor kamerbewoning en woningsplitsing. De bestaande bestemmingsplannen zijn met deze regeling aangevuld. Op basis van de regeling moet voor het verkameren van een bestaande woning in 3 of maximaal 4 kamers, of het splitsen van een bestaande woning omgevingsvergunning worden aangevraagd. Voor verkamering van een woning met twee kamers (voor elk één persoon, inwoning) of in de vorm van hospita (de hospitaregeling: een hoofdbewoner die maximaal twee kamers verhuurt aan studenten) is geen vergunningplicht voorgeschreven. De regeling gaat gelden voor de nieuwe gevallen van kamerbewoning. De regeling is niet van toepassing op bestaande legale gevallen van kamerbewoning en woningsplitsing op moment van in werking treden van het voorbereidingsbesluit (12 oktober 2018). Het onderhavige bouwplan heeft betrekking op de realisatie van nieuwe woningen, er is nog geen sprake van bestaande woningen. Het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning’ heeft daarom geen gevolgen voor het ontwikkeling van het bouwplan.

1.4. Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt eerst een beschrijving gegeven van het project. Daarna volgt de uiteenzetting van de beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente.

Hierna wordt aandacht besteed aan de verschillende sectorale aspecten, zoals geluid, luchtkwaliteit, flora en fauna en archeologie.

Dan volgt een hoofdstuk met een juridische beschrijving van de aangevraagde omgevingsvergunning. Tenslotte wordt aandacht besteed aan de haalbaarheid en de procedures, die de onderhavige omgevingsvergunning doorloopt of doorlopen heeft.

4

2. Projectbeschrijving 2.1. Huidige situatie

De projectlocatie ligt in het kerngebied van Centrum Almere Stad. Dit bestaat uit o.a. winkels, horeca en wonen, met een 'oud' en 'nieuw' gedeelte.

A1 B1

A2 B2

Afbeelding: vogelvlucht projectlocatie

Ter plekke van de huidige bebouwing van de projectlocatie (A1, A2, B1, B2 zoals hierboven aangeduid) bevindt zich in de plint commerciële functies en verschillende soorten horeca. Het totaaloppervlak in de plint is 3.996 m2 bvo. Op de verdiepingen boven A1 en B1 bevinden zich kantoren (bedrijfsverzamelgebouwen, totaal 5.357 m2 bvo incl. entrees op de begane grond) en op de verdiepingen boven A2 en B2 bevinden zich woningen van Ymere.

Op de begane grond van gebouw A2 bevindt zich één winkelvestiging van meer dan 1.000 m2 bvo: de winkel Amazing Oriëntal met een grootte van 1.424 m2 bvo, waarvan 1.327 m2 bvo op de begane grond en 97 m2 bvo op de verdieping.

5

2.2. Nieuwe situatie

Het bouwplan bestaat uit herontwikkeling van de twee kantoorgebouwen (gebouwdelen A1 en B1), op de verdiepingen. Deze worden getransformeerd naar 36 resp. 31 woningen en het aantal verdiepingen neemt toe van 3 naar 5 bovenop de plint. De maximum bouwhoogte neemt daardoor toe van 14 meter naar 21 meter, met daarboven tot een hoogte van 23 meter installaties.

De onder de bebouwing gelegen begane grond blijft in tact als detailhandel / horeca, maar wordt bouwkundig gewijzigd. • Onder gebouw B1 worden aan de spoorzijde de winkelunits Stationsplein 28, 29 en 30 (samen 169 m2 bvo) gesloopt ten behoeve van een nieuwe passage en wordt ter plaatse van Stationsplein 34 een entree naar de nieuwe bovenwoningen gerealiseerd. Het oppervlak commercieel neemt binnen gebouw B af met 87 m2 bvo. • Onder gebouw A1 wordt eveneens een entree naar de nieuwe bovenwoningen gerealiseerd, neemt het commerciële oppervlak binnen gebouw A met 134 m2 toe en wordt de passage naar de taxistandplaats gesloten (anticiperend op de nieuwe plannen voor het station). • De luifels worden vernieuwd, binnen de bestemmingsplancontouren.

Het oppervlak detailhandel / horeca neemt per saldo toe met 47 m2 bvo van 3.996 m2 bvo naar 4.043 m2 bvo (begane grond en verdieping). De totale footprint van de gebouwen A en B neemt met ca. 203 m2 toe van 4.085 m2 naar 4.288 m2.

In de nieuwe situatie bestaat de begane grond van de gebouwen A en B dus uit: 1. 3.946 m2 bvo detailhandel / horeca 2. 254 m2 woningentrees.

Het oppervlak van de bestaande winkelvestiging die groter is dan 1.000 m2 bvo neemt af van 1.424 m2 bvo naar 1.377 m2 bvo.

Er wordt door de gemeente een scooterstalling gerealiseerd op openbaar gebied, aan de noordzijde van gebouw A en de Febo (Stationsplein 20) wordt door Kroonenberg Groep verkocht aan de gemeente ten behoeve van de stationsontwikkeling.

6

2.3. De afwijking van het bestemmingsplan

De realisatie van woningen in de gebouwdelen A1 en B1 wijkt wat betreft het gebruik van het bestemmingsplan af ten aanzien van de navolgende bepalingen: 1. artikel 4.1 onder a, doordat nieuwe geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd waarbij niet wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en geen hogere waarde is vastgesteld; 2. artikel 18.2, doordat nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd binnen de aanduiding 'veiligheidszone-vervoer gevaarlijke stoffen 2'.

De realisatie van het bouwplan wijkt wat betreft het bouwen van het bestemmingsplan af ten aanzien van de navolgende bepalingen: 3. artikel 4.2 onder a, doordat de geprojecteerde nieuwe bebouwing deels is gelegen buiten de bouwvlakken (zie afbeelding hieronder) 4. artikel 4.2 onder b, doordat de maximum bouwhoogte groter wordt dan is toegelaten

Afbeelding: gevellijn overeenkomstig bouwgrenzen met rode lijn weergegeven, overschrijding bouwgrenzen door bouwplan met rode vlakken weergegeven

Hoewel het bouwplan voorziet in een detailhandelsvestiging van meer dan 1.000 m2 bvo wordt op dit punt niet afgeweken van het bestemmingsplan: het betreft een bestaande winkel van 1.424 m2 bvo waarvan het oppervlak afneemt naar 1.377 m2 bvo.

De onder 1 genoemde afwijking wordt opgeheven zodra hogere waarden worden vastgesteld of wanneer dove gevels worden gerealiseerd. De onder 2 genoemde afwijking kan worden vergund op grond van artikel 18, tweede lid onder c: een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Voor de onder 3 en 4 genoemde afwijkingen voorziet het bestemmingsplan niet in afwijkingsmogelijkheden en kan alleen omgevingsvergunning worden verleend met toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid (artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2° of 3° van de Wabo).

7

3. Beleidskader 3.1. Planologische kaders

Bij ieder plan vindt inkadering binnen het beleid van de overheid plaats. Door een toetsing aan rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid ontstaat een duidelijk beeld van de marges waarbinnen deze ruimtelijke onderbouwing wordt opgezet. De beleidsinkadering dient een compleet beeld te geven van de ruimtelijke overwegingen en het relevante planologisch beleid.

Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van Rijk en de provincie Flevoland worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd mede randvoorwaarden voor het lokale maatwerk voor de onderhavige vergunning zullen zijn.

3.2. Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van het Rijk is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Ze schetst de ontwikkelingen en ambities voor Nederland in 2040. Ingezet wordt op het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland.

Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen en laat meer over aan gemeenten en provincies. Deze nationale belangen zijn: a. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; b. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; c. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; d. Efficiënt gebruik van de ondergrond; e. Een robuust hoofdnetwerk van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; f. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; g. Het in stand houden van het hoofdnetwerk van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; h. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; i. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her) ontwikkeling; j. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten;

8

k. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; l. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; m. Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke/infrastructurele plannen.

Om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren hanteert het rijk een ladder voor duurzame verstedelijking: 1. beoordelen of de beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale vraag; 2. beoordelen of deze vraag ook binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd kan worden; 3. een beoordeling of - indien het voorgaande niet het geval is - de locatie buiten bestaande bebouwd gebied wel multimodaal is of kan worden ontsloten.

Het Rijk neemt daarnaast verantwoordelijkheid voor de opgaven: 4. die nationale baten/lasten hebben en de provinciale of gemeentelijke doorzettingsmacht overstijgen (mainports Schiphol en Rotterdam, de greenports en brainport Eindhoven); 5. waarvoor internationale verplichtingen zijn aangegaan (Werelderfgoed, duurzame energie en biodiversiteitsdoelstellingen); 6. waarvan het onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is of een hoog afwentelingsrisico kent (hoofdnetwerk mobiliteit, waterveiligheid, energie).

Ook blijft het Rijk betrokken bij gebiedsontwikkelingen van nationaal belang, waaronder de Zuidas, Schaalsprong Almere en Rotterdam-Zuid.

Het project levert geen strijdigheid op met de nationale belangen van de SVIR.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)

In de SVIR is aangegeven dat voor een aantal onderwerpen algemene regels door het Rijk moeten worden gesteld. Deze regels zijn concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) door te werken in de ruimtelijke besluitvorming van provincies en gemeenten. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is deze algemene maatregel van bestuur waarin de nationale belangen uit de SVIR juridisch zijn geborgd. De ministeriële regeling die bij het Barro hoort is de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. Deze is gelijk met het Barro in werking getreden.

De onderwerpen waar het Rijk in het Barro en Rarro ruimte voor vraagt zijn: 1. Mainportontwikkeling Rotterdam 2. Bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament 3. Bescherming van de waterveiligheid in en rond de grote rivieren 4. Bescherming en behoud van de Waddenzee en waddengebied 5. Bescherming en behoud van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde 6. Uitoefening van defensietaken

9

Op 1 oktober 2012 is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de volgende onderwerpen (Barro, eerste aanvulling): 7. Veiligheid rond rijksvaarwegen 8. Toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet 9. Elektriciteitsvoorziening 10. Ecologische hoofdstructuur 11. Bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament 12. Toekomstige verruiming van de Maastakken 13. Verstedelijking in het IJsselmeer

De wijziging van het Barro ging vergezeld van een wijziging van de Rarro. Ook deze wijziging trad op 1 oktober 2012 in werking. De Rarro bevat een uitwerking van het al eerder in het Barro gepubliceerde ruimtelijke regime rond radars voor militaire luchtvaart.

Per 1 oktober 2012 geldt een nieuwe regel voor radarverstoringsgebieden in het Rarro. Voor Almere zijn de radarstations in Soesterberg, Nieuw-Milligen en (sinds 2017) Herwijnen van belang. Op grond van de nieuwe regel geldt voor Almere geen beperking van de bouwhoogte van gebouwen. Windturbines mogen niet hoger dan 118 meter +NAP zijn. Boven een bouwhoogte van 80 meter +NAP wordt het ministerie van Defensie om advies gevraagd. Dat is hier niet aan de orde.

NOVI

NOVI staat voor Nationale Omgevingsvisie. Het Ontwerp van de NOVI is in juni 2019 verschenen, zie www.ontwerpnovi.nl. De periode van officiële ter inzage legging liep van 20 augustus 2019 t/m 30 september 2019. Indien ten tijde van het indienen van de voorliggende omgevingsvergunning de NOVI ook is vastgesteld zal hier rekening mee gehouden moeten worden.

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes.

- Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie - De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden - Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken - Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen

De afwijking van het bestemmingsplan is niet in strijd met de NOVI.

Rijksstructuurvisie Amsterdam-Almere-Markermeer (2013)

In het Rijk-regioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer (verder: RRAAM) werken het Rijk, de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland en de gemeenten Almere en Amsterdam samen om de drievoudige ambitie op het gebied van woningbouw, bereikbaarheid en ecologie in de Noordelijke Randstad vorm te geven. Binnen RRAAM is onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu in november 2013 de Rijksstructuurvisie Amsterdam-

10

Almere-Markermeer vastgesteld. Het toekomstperspectief van het Rijk voor de Noordvleugel is een sterke internationaal concurrerende regio, waarin een aantrekkelijk vestigingsklimaat wordt gecreëerd met een goede bereikbaarheid en unieke natuur- en recreatiegebieden in en rond het Markermeer-IJmeer. Daarbij kiest het Rijk ervoor om de verstedelijking in deze regio zoveel mogelijk te concentreren in bestaand stedelijk gebied en langs de bestaande infrastructuurcorridors op de as Haarlemmermeer-Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad. Zodoende wordt de agglomeratiekracht versterkt. Het betekent een verdere groei van Almere met hieraan gekoppeld een verbetering van de bereikbaarheid tussen Amsterdam en Almere. Ook de infrastructuur tussen Almere en Utrecht dient op orde te zijn. Daarnaast zal er sprake zijn van een vooruitgang van de ecologische kwaliteit in het Markermeer-IJmeer. Het toekomstperspectief voor Almere is een westelijk georiënteerde stad met circa 60.000 nieuwe woningen ten opzichte van 2010 en een forse groei van het aantal arbeidsplaatsen.

Meerjarenprogramma Almere 2.0

Om het in de Rijksstructuurvisie Amsterdam Almere Markermeer geschetste toekomstperspectief te bewerkstelligen – de bijbehorende ambities en de strategie zoals ontwikkeld in de Lange termijn Investering Strategie Almere (LISA) – wordt over de volle breedte van de verstedelijkingsopgave ingezet. De geformuleerde ambities en thema’s zijn geoperationaliseerd in zeven programma’s. Met name programmalijn “Versterken Leer- en Werkomgeving” is hier van toepassing. Binnen deze programmalijn wordt ingezet op een stad een hoogwaardige onderwijsinfrastructuur, die bijdraagt aan een goed vestigingsklimaat, waar ondernemerschap en innovatie kan floreren.

Behoefte

In het per 1 oktober 2012 aangevulde Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is een artikellid aan artikel 3.1.6 Bro toegevoegd. Dit artikellid is recent (1 juli 2017) gewijzigd. In artikel 3.1.6, tweede lid, van Bro is voorgeschreven dat indien bij een ruimtelijk plan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het plan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Dit is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ dat een instrument is voor efficiënt ruimtegebruik.

Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro luidt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”

Tenzij de bestemmingsplanafwijkingen met een kruimel- of binnenplanse afwijking worden verleend, moet worden bepaald of er sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro: “Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.”

11

De voorliggende aanvraag omgevingsvergunning leidt tot enige verkleining van het oppervlak detailhandel en de vervanging van leegstaande kantoorruimte door 67 woningen.

Onderbouwing toename van het aantal woningen

Almere is onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam en wordt aangemerkt als een groeikern binnen deze regio. De Metropoolregio Amsterdam functioneert als een samenhangende woningmarkt. Vanuit heel Nederland en daarbuiten stromen jonge huishoudens (studenten/ jonge afgestudeerden) de regio in, vooral naar Amsterdam. Eenmaal daar gevestigd maken zij een inkomensontwikkeling door, nadat ze zijn afgestudeerd en een baan hebben gevonden. Dat is ook het moment dat een deel van de huishoudens, vaak in de gezinsfase, weer vertrekt naar de regio of daarbuiten. De gemeente Almere heeft geparticipeerd in een regionaal woningmarktonderzoek , uitgevoerd door Bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam. Uit het onderzoek komt naar voren dat het aantal huishoudens in de regio aanzienlijk is toegenomen. Er zijn 968.000 huishoudens in de regio gevestigd. In 2008 ging het nog om 930.000 huishoudens en het aantal blijft groeien. Een andere belangrijke conclusie uit het rapport is dat in Almere een aanzienlijk deel (circa 30%) van de verhuisgeneigden (mensen die willen verhuizen) aangeeft, dat ze een nieuwbouwwoning willen. Daarnaast geeft 65% van de thuiswonende jongeren uit Almere met een verhuiswens aan, dat ze er de voorkeur aan geven om in Almere te blijven wonen. Het rapport concludeert ook dat Almere nog steeds een sterke 'verhuisrelatie' heeft met Amsterdam.

In de jaren 2011/2012 kwamen er meer dan 1.200 huishoudens vanuit Amsterdam naar Almere. Naast dit onderzoek blijkt uit bevolkingsprognoses dat er de komende jaren een grote woningbehoefte bestaat in Almere. ABF Research (Delft) voert landelijk bevolkingsprognoses uit in opdracht van ministeries, regio, provincies en gemeenten: de zogenaamde Primos prognose. In het najaar van 2013 is een nieuwe bevolkingsprognose opgeleverd. De Primos prognose levert informatie over het aantal inwoners, het aantal huishoudens, de daarbij behorende woningvoorraad en de woningbehoefte. De prognose geeft de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkelingen aan, op basis van de huidige inzichten. De belangrijkste landelijke uitkomsten van deze prognose zijn: • Tussen 2012 en 2020 neemt het aantal huishoudens toe met 60.000 per jaar: totaal bijna 500.000. • Deze groei bestaat voor 80% uit alleenstaanden; het aantal gezinnen zonder kinderen neemt nog licht toe; het aantal gezinnen met kinderen neemt licht af. • De huishoudensgroei is omvangrijk in Zuid-Holland (+110.000), Noord-Holland (+100.000) en Noord-Brabant (+70.000). • De woningproductie blijft ernstig achter bij de groei van de woningbehoefte. Het woningtekort verdubbelt bijna van 160.000 naar 290.000 in 2020. • Vooral in de Randstad loopt het tekort sterk op en zal de woningmarkt verder onder druk komen te staan.

12

De afbeeldingen hieronder geven de groei van huishoudens per gemeente en per provincie weer. In de laatste afbeelding is het woningtekort in 2020 weergegeven.

Om op tijd op deze geprognosticeerde woningtekorten in te kunnen spelen is op 13 november 2013 de Bestuursovereenkomst Amsterdam Almere Markermeer ondertekend door het Rijk, de provincies Flevoland, Noord-Holland en Utrecht, de stadregio Amsterdam en de gemeenten Amsterdam en Almere (verder RRAAM). In de bijbehorende uitvoeringsovereenkomst wordt aangegeven dat de lange termijn woningbehoefteprognoses voor de Noordvleugel (2040) in het onderzoek 'Houdbaarheid Woningbehoefteprognoses Noordvleugel' (2011) als houdbaar en robuust zijn beschreven. Voor Almere is de behoefte aan extra woningbouwcapaciteit op 60.000 woningen gesteld.

Om de agglomeratiekracht en daarmee de internationale concurrentiepositie van de Noordvleugel te versterken, is het in lijn met de Gebiedsagenda Noord-Holland, Utrecht en Flevoland de opgave om zoveel mogelijk woningen in bestaand stedelijk gebied in de regio's Amsterdam, Utrecht en Amersfoort en langs de bestaande infrastructuur corridors te bouwen op de as Haarlemmermeer- Schiphol-Amsterdam- Almere-Lelystad. Aanvullende verstedelijkingslocaties worden in de directe

13

nabijheid daarvan gezocht. Daarnaast hebben het Rijk en de overheden in de Noordvleugel geconcludeerd dat Almere goede mogelijkheden biedt om een aanzienlijk deel van de woningbehoefte van de Noordvleugel te accommoderen: richtpunt is de eerder genoemde 60.000 woningen (25.000 uit Noord-Holland, 15.000 uit de regio Utrecht en 20.000 woningen voor de autonome ontwikkeling van Almere). Dit toekomstperspectief is in de Rijksstructuurvisie Amsterdam Almere Markermeer opgenomen.

Hierbij wordt tevens aangegeven dat in de huidige economische situatie de groei weliswaar stagneert, maar dat op lange termijn de opgave van 60.000 woningen reëel is, ook bij een extreem laag economisch scenario. Poort is één van de drie locaties waar een deel van de 60.000 woningen gerealiseerd kunnen worden.

Ook wanneer specifiek naar de cijfers voor Almere wordt gekeken, kan worden geconstateerd dat de eerdergenoemde landelijke ontwikkelingen hun weerslag krijgen in Almere. Zo groeit het aantal huishoudens in Almere aanzienlijk, zie onderstaande tabel:

Verwachte aantal huishoudens Almere Almere 2015 2020 2025 2030 2035 2040 Huishoudens 84.754 93.581 102.862 112.968 122.548 132.587 Bron abfresearch.nl/nieuws/primos-prognose-2013-afgerond

Verder valt op dat ook in Almere het tekort op de woningvoorraad oploopt. In de bovenste rij is de huidige ontwikkeling van de woningvoorraad weergegeven. Duidelijk wordt dat de komende periode te weinig woningen worden toegevoegd om gelijke tred te houden met de groei van de bevolking/het aantal huishoudens (onderste rij).

Prognose tekort woningvoorraad Almere 2015 2020 2025 2030 2035 2040 Woningvoorraad 78.941 86.297 95.095 105.095 115.095 125.095 Woningvoorraad gewenst 86.246 95.323 104.785 114.793 124.806 135.009 Geprognosticeerd tekort -7.305 -9.026 -9.690 -9.698 -9.711 -9.914 Bron abfresearch.nl/nieuws/primos-prognose-2013-afgerond

Uit het voorgaande blijkt dat er sprake is van een aantoonbare behoefte.

14

3.3. Provinciaal beleid

Omgevingsvisie FlevolandStraks (2019)

De Omgevingsvisie FlevolandStraks is op 8 november 2017 vastgesteld door Provinciale Staten een geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van Flevoland. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities er zijn voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de provincie vormt de basis voor de visie.

In 2030 en verder is Flevoland de kroon op de Nederlandse poldertraditie. Het toont waar Nederland groot in is: land maken uit water en hierin een samenleving tot bloei laten komen. Bij nieuwe ontwikkelingen is er evenwichtige aandacht voor fysieke, sociale en economische aspecten. Gelijktijdig wordt de eigenzinnige schoonheid van de oorspronkelijke opzet van de polders gekoesterd. Flevoland draait in 2030 grotendeels op duurzame energievoorziening. Kansen van de veranderende economie, waaronder circulaire economie, worden benut. In 2030 en verder onderscheidt Flevoland zich bovenregionaal met een aantal voorzieningen, die van excellente kwaliteit is, bijvoorbeeld excellente woonmilieus in Almere en groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de randen van de Flevopolders.

In de Omgevingsvisie staat niet precies beschreven wat, waar en wanneer moet komen. Met de Omgevingsvisie wordt de koers voor de lange termijn uitgezet. Hierbij worden de bovenlokale opgaven met een provinciaal belang en met een langetermijnperspectief gedefinieerd. De visie is richtinggevend voor alle andere - deels verplichte - provinciale programma's en plannen.

Omgevingsprogramma Flevoland

Het Omgevingsprogramma anticipeert op de toekomstige Omgevingswet, waarin staat dat een provincie moet beschikken over een programma. Daarin is al het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de fysieke leefomgeving gebundeld. Daarmee zijn beleidskeuzes compact en de samenhang geborgd. Het programma bindt de provincie, maar gemeenten en waterschappen moeten er bij het maken van plannen of beleid wel rekening mee houden.

De realisatie van woningen past binnen het Omgevingsprogramma Flevoland.

Omgevingsverordening Flevoland (2019)

In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden. De realisatie van woningen past binnen de regels van de Omgevingsverordening Flevoland.

15

Beleidsregel archeologie en ruimtelijke ordening (2008)

In deze beleidsregel hebben GS aangegeven op welke wijze zij omgaan met de uitgangspunten in het Omgevingsplan met betrekking tot archeologie. Hierbij maken GS onderscheid tussen behoudenswaardige en niet behoudenswaardige archeologische waarden. Voor zover in een gebied behoudenswaardige archeologische waarden en/of hoge archeologische verwachtingen liggen, mogen deze in principe niet als gevolg van de uitvoering van het ruimtelijk plan worden beschadigd of vernietigd. Met dien verstande dat een archeologische verwachting vervalt op het moment dat de archeologische waarden hierbinnen zijn gelokaliseerd en begrensd. Het project is in overeenstemming met de beleidsregel. In § 4.6 wordt hier nader op ingegaan.

3.4. Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Almere (2017)

Volgens plan is Almere uitgegroeid tot een moderne tuinstad van stadsdelen in een groen-blauw raamwerk. De omgevingsvisie is erop gericht dit te behouden, maar ook de vele uitdagingen aan te kunnen gaan. Deze visie is gebaseerd op twee principes: organische ontwikkeling (spontaan, geen vast eindbeeld) en adaptief beleid (inspelen op verrassingen, geen blauwdrukken). Deze principes liggen ten grondslag aan vier uitgangspunten: a. ontwikkel en onderhoud het goede. b. van tuinstad naar growing green city: de bestaande afwisseling van groen-blauw en bebouwing moet worden behouden, maar in de growing green city staan de vele betekenissen van groen centraal: Almere is op termijn een stad die gezond eten, schone energie en zuiver water produceert, waar afval wordt hergebruikt met een grote rijkdom aan planten en dieren. c. onderscheidende positie in metropolitaan netwerk: Almere levert aan de noordelijke randstad als sterke, aantrekkelijke regio een grote bijdrage met een gedifferentieerd, anders (dan in de regio) woningaanbod én de unieke ligging aan bijzondere landschappen. De as Haarlemmermeer-Schiphol -Amsterdam-Almere staat centraal en de groei met 60.000 inwoners en 100.000 arbeidsplaatsen. d. uitnodiging aan iedereen: met eigen initiatieven bijdragen aan de ontwikkeling van Almere.

De gemeente stimuleert en ondersteunt initiatieven en stelt de kaders waarbinnen initiatieven mogelijk zijn, om prioriteiten te stellen en om opgaven van algemeen belang te kunnen realiseren. Daarvoor is een ruimtelijke hoofdstructuur vastgelegd. Dit toont per laag aan wat waardevol is en welke kaders gelden bij initiatieven: • polderlaag (water, cultuurhistorie, natuurontwikkeling): kwaliteit water omhoog, meer waterberging, bescherming grondwater, recreatieve waarde van het water verbeteren, optimaal profiteren van de natuur bij projecten, blauw-groene buffers versterken, toegankelijkheid/ herkenbaarheid van de grote bossen verbeteren, aandacht voor de gebieden Oosterwold, Trekwegzone en Duin; • netwerklaag (wegen, spoor, busbanen, fietsroutes): functionaliteit van infrastructuur (IJmeerlijn, Stichtselijn, nieuw Station centrum en fiets-auto-openbaarvervoer), focus op duurzame energie, kwaliteit ICT-netwerken, 'slimmer maken van de stad (automatische afvalverwerking);

16

• stedelijke laag (meerkernige opzet, bijbehorende voorzieningen, diversiteit): 'mensen maken de stad': inwoners en bedrijven geven zelf vorm aan de eigen toekomst en met betrekking tot voorzieningen.

Afbeelding: ruimtelijke hoofdstructuur

Wonen en werken Functiemenging, meer betaalbare woningen voor senioren, kleine huishoudens voor beter evenwicht, transformatie, negen focusgebieden (zie programmaplan wijkgericht werken).

Wonen en zorg Zo lang mogelijk zelfstandig wonen door voldoende geschikte woningen waar zorg geleverd kan worden, bv. (groeps)woningen voor begeleid wonen.

Centrale voorzieningen Versterking Almere centrum, functiemenging in stads(deel)centra.

Detailhandel Complementariteit van winkelcentra versterken, met name Poort, Buiten en Haven.

Sociaal-maatschappelijke voorzieningen In alle stadsdelen gezondheidscentra, basisscholen en buurtontmoetingscentra.

Culturele voorzieningen Bevorderen vraag en faciliteren.

17

Onderwijs Versterken leer- en werkomgeving, opstellen integraal Huisvestingsplan Onderwijs (stadscentrum als campus, gezamenlijk ruimtegebruik), groenonderwijs.

Toerisme en recreatie Ruimte bieden voor kansrijke initiatieven, versterken kust-Duin en Nationaal Park.

Sport Clusteren van voorzieningen, direct in woonomgeving, uitnodigende groen-blauwe structuur.

Ruimtelijke reserveringen Met deze eerder gemaakte beleidskeuzes dient rekening te worden gehouden bij (ruimtelijke) initiatieven: a. ontwikkeling Eemvallei: strook in Oosterwold, gereserveerd voor landschapsontwikkeling en landbouw vanwege de vroegere rivier de Eem. b. Stichtselijn en IJmeerlijn: toekomstige openbaar-vervoerslijnen naar Utrecht en Amsterdam. Dit hangt af van verdere woningbouwontwikkeling en dient nog onderzocht te worden qua haalbaarheid, modaliteiten en grondbeslag. c. diverse infrastructurele reserveringen: A6, A27, hoogspanningslijn, autowegen, fietspaden. d. reservelocaties voor ontwikkelingen op de lange termijn: Almere Stad (2F7, Oostkavels, delen Vaart 4), Almere Poort (Pampushout I, II, III), Almere Hout (Overgooi, Stichtsekant, Vogelhorst, Twentsekant). e. Almere Pampus inclusief buitendijks gebied: voor de lange termijnontwikkeling na 2025-2030, na positief besluit IJmeerlijn en na bouw van 25.000 woningen in Almere. f. Buitendijkse ontwikkeling Almere Haven.

Afbeelding: reserveringen

De gereserveerde locaties of andere gebieden die nog niet ontwikkeld zijn, kunnen tijdelijk gebruikt worden voor bv. het opwekken van duurzame energie (zonnevelden) of verbouw van gewassen.

18

Het project zorgt voor meer functiemenging en een verbetering van het woningaanbod en is daardoor in overeenstemming met de omgevingsvisie. Het station waarbij gebouwd wordt is aangewezen op de reserveringenkaart als ‘uitbreiding station’. Over het bouwplan is overleg gevoerd met ProRail en gebleken is dat het bouwplan niet belemmerd wordt door deze aanwijzing in de omgevingsvisie.

Menu Almere 2.0 - Programmalijn 1: Versterken hart van de stad

Met het programma Almere 2.0 investeert de gemeente in de kwaliteiten van de stad. ‘Station en omgeving’ en ‘Almere Centrum’ zijn twee van de vier Sleutelprojecten 2016-2025. Het station Almere Centrum, een van de belangrijkste entrees van Almere, is verouderd. Het succes van het stadscentrum slaat niet neer in het stationsgebied, dat is een gemiste kans. Er is geen logische route tussen de noordzijde van het station en de zuidzijde van het station richting het winkelgebied. De economische crisis en wijzigingen in de behoefte aan kantoorruimte als gevolg van ‘Het Nieuwe Werken’ hebben daarnaast gezorgd voor meer leegstand en het niet vullen van de kantoorpanden in het Zakencentrum. Diverse kavels rond het station en diverse plinten zijn nog onbenut en verschillende gebouwen kampen met leegstand. Voor een stad ter grootte van Almere wonen en werken er te weinig mensen in het stadscentrum. Vooral ’s avonds geeft dit een gevoel van sociale onveiligheid. Ook wordt de vervoerswaarde van het station niet volledig benut. Juist in het stationsgebied ligt veel ruimte voor verbetering, functiemenging, verdichting en het ontwikkelen van het belangrijkste knooppunt in Almere Centrum. Investeringen vanuit het Fonds Verstedelijking Almere zullen vooral ingezet worden voor verbeteringen in de openbare ruimte.

Naast de inzet van het Fonds Verstedelijking Almere in sleutelprojecten wil de gemeente Almere samen met diverse investeerders daarom inzetten op verdichting in Almere Centrum en rond het station. Ingezet wordt op de toevoeging van woningen, economisch programma, voorzieningen en leisure. Hierdoor komen er meer bewoners en gebruikers in het gebied, wat leidt tot meer sfeer en beleving, meer draagvlak voor voorzieningen en meer vervoerswaarde voor het station. Op cruciale plekken (zoals de pleinen in Almere Centrum) vindt bundeling van activiteiten en programma’s plaats, zodat er aantrekkelijke verblijfsplekken ontstaan waar mensen elkaar op een prettige manier tegenkomen. Een toevoeging van programma’s op het gebied van wonen, horeca, cultuur, onderwijs, recreatie en economie betekent een investeringskracht van tientallen miljoenen door verschillende partijen.

Eén van de leidende uitgangspunten voor de verdere uitwerking van de plannen is dat het stationsgebied een hoge dichtheid en een mix aan stedelijke programma’s zal kennen. Het station en de omgeving is gebaat bij een hogere dichtheid in bebouwing en functies. Toevoeging van wonen, werken en voorzieningen is daarom belangrijk. Het benutten van leegstaande gebouwen, het opvullen van braakliggende kavels en het vormgeven van actieve plinten heeft prioriteit. Dit zorgt voor meer vervoerswaarde, meer levendigheid, meer sociale veiligheid en meer sfeer.

Het project geeft invulling aan dit uitgangspunt is daardoor in overeenstemming met het Menu Almere 2.0.

19

Archeologienota 2016 (vastgesteld door de raad op 21 april 2016)

Almere voert een actief Archeologisch Monumentenzorg (AMZ) beleid, gericht op • het veiligstellen van de meest waardevolle vindplaatsen in de gemeente; • het zoveel mogelijk integreren van deze locaties in de diverse inrichtingsplannen; • het kenbaar en herkenbaar maken van de bijzondere geschiedenis van Almere aan het publiek.

Het beleid is een uitwerking van de Erfgoedwet. De hoofdlijnen van het beleid inzake de archeologische monumentenzorg in Almere staan beschreven in de Archeologienota 2016. Op 21 april 2016 heeft de raad de uitgangspunten van dit beleid vastgesteld, evenals de Archeologieverordening en de toelichting daarop. Dit beleid, de Archeologieverordening en toelichting zijn op 29 april 2016 in werking getreden. De Archeologische Beleidskaart Almere (ABA; zie afbeelding hieronder) is als onderdeel van de door de raad vastgestelde beleidsuitgangspunten gelijktijdig in werking getreden.

Afbeelding: uitsnede Archeologische Beleidskaart Almere 2020

Het projectgebied valt binnen de zone ‘Waarde – 1’. Voor deze gebieden geldt een archeologische vergunningsplicht voor bodemingrepen met een omvang groter of gelijk aan 500 m2 en – tegelijkertijd - een diepte groter dan 150 cm onder het huidige maaiveld.

De bodemingreep voor de uitbreiding van de detailhandel en het toevoegen van woningen is niet groter dan genoemde omvang, zodat archeologisch onderzoek niet nodig is (zie paragraaf 4.5).

Welstandsnota 2018

Op 12 juli 2018 heeft de gemeenteraad ingestemd met de nieuwe Welstandsnota, waarbij de vorige nota uit 2014 is ingetrokken. Net als in die vorige nota zijn grote delen van de stad welstandsvrij, omdat de kwaliteit van de bebouwing bij bewoners in goede handen is en het stadsbeeld hiermee levendiger en verrassender kan worden. In deze gebieden behoeven bouwplannen niet meer preventief getoetst te worden op het welstandsaspect. Ten opzichte van de vorige nota zijn het Floriadegebied en Duin Etalagebieden geworden in plaats van vallend onder

20

respectievelijk het groenblauw raamwerk en welstandsvrij en is de contour van centrum poort aangepast.

De verplichte welstandstoets blijft gehandhaafd voor de een aantal gebieden en thema's, omdat daar het bewaken van het gemeenschappelijk belang (identiteit en gezicht van de stad en kwaliteit van de collectieve ruimte van de stad) van groot gewicht is. De projectlocatie valt binnen het gebied ‘Centrumgebied’. Van toepassing is de hardheidsclausule (zie hoofdstuk 1 van de welstandsnota). Van toepassing is het reclamebeleid (zie hoofdstuk 4 van de welstandsnota). Voor zover van toepassing gelden tevens de criteria voor de hoofdinfrastructuur.

De welstandstoetsing vindt plaats buiten het kader van ‘de goede ruimtelijke ordening’, waar deze ruimtelijke onderbouwing betrekking op heeft.

Energie Werkt! (2015)

In Almere wordt vanaf 2008 gewerkt aan de ambitie om in 2025 energieneutraal te zijn. De Almere Principles (2008) vormen de basis van een aantal opvolgende afspraken. Met het Rijk en de Provincie Flevoland zijn energie afspraken vastgelegd in het Integraal Afspraken Kader (IAK Almere 2.0, 2010) en meer specifiek uitgewerkt in de Afspraken Duurzaam Almere 2012-2014. Daarin is onder andere afgesproken dat de gemeente Almere streeft naar energieneutraliteit in 2025. Almere heeft de ambitie om in 2022 al energieneutraal te zijn (exclusief mobiliteit). Om dit te bereiken is het noodzakelijk om focus te brengen in de vereiste gezamenlijke inspanning met, door en voor de stad, om een versnelling in hernieuwbare energievoorziening te realiseren. Dit is aanleiding geweest om te komen tot (en tevens het doel van) het Programmaplan Energie Werkt! Het programmaplan richt zich op de periode 2015 - 2018.

Het programma bevat een werkwijze langs 5 inhoudelijke werklijnen:

• Werklijn 1 Zon In deze werklijn wordt langs vier speerpunten ingezet op het vergroten van hernieuwbare (elektrische) energieopwekking uit zon. Het stimuleren van extra panelen op particuliere daken en daken van gemeentelijk vastgoed, scholen en verenigingen wordt in deze werklijn vormgegeven. Ook wordt gekeken hoe we grootschalige panelen kunnen realiseren op huurwoningen en wordt onderzocht hoe en waar zonnevelden op (braakliggende) gronden kunnen ontstaan.

• Werklijn 2 Warmte Deze werklijn legt de focus op het verduurzamen van het bestaande warmtenet en het aanleggen en voeden van eventuele nieuwe warmtevoorziening op hernieuwbare energiebronnen. Voor het bestaande net wordt in het programma een beeld gegeven van de mogelijke opties om het net te verduurzamen en welke investeringen daarbij horen. Er wordt verkend of en hoe met partner Nuon samengewerkt gaat worden. Het bespreken van de hoogte en differentiatie in aansluittarieven maakt deel uit van deze verkenning. Voor nieuwe gebieden wordt ingezet op innovatieve technieken.

21

• Werklijn 3 Wind Windenergie kan zowel binnen als buiten Almere opgewekt worden. De keuze in deze werklijn is dat Almere binnen de gemeentegrenzen initiatieven faciliteert als bewoners of bedrijven daarom vragen. Binnen deze werklijn zijn hiervoor strikte criteria opgesteld en worden initiatieven daarin begeleid. Voor investeringen in windenergie buiten Almere wordt verkend hoe op passende wijze aangesloten kan worden op lopende ontwikkelingen binnen de Provincie Flevoland. In deze werklijn is opgenomen dat in elk nieuw bestemmingsplan kleinschalige windinstallaties mogelijk worden gemaakt via binnenplanse afwijking van de bouwregels, waarbij de windinstallatie op het hoofdgebouw of aan de gevel van het hoofdgebouw geplaatst moet worden. De toegestane bouwhoogte voor hoofdgebouwen mag met maximaal 3 meter worden overschreden en de rotordiameter van de windinstallaties mag maximaal 2 meter bedragen (zie Programmaplan Energie werkt!, pagina 26).

• Werklijn 4 Scholen en verenigingen In deze werklijn worden Almeerse scholen en verenigingen aangezet tot het nemen van duurzame energiemaatregelen en worden deze brandpunten in de Almeerse wijken en buurten benut om de ambitie energieneutraal in 2022 onder de aandacht te brengen en zichtbaar vorm te geven. Door inzicht te verschaffen in mogelijke maatregelen en daarbij financieringsarrangementen aan te bieden wil deze werklijn in deze doelgroep hernieuwbare energie als standaard neerzetten.

• Werklijn 5 Bewoners en bedrijven Bewoners worden vanuit deze werklijn ondersteund om stappen te (blijven) zetten naar een energieneutraal Almere. Via diverse stimuleringsmaatregelen wordt hierop ingezet. Door inzicht en advies te verschaffen maar ook financieringsmogelijkheden te geven draagt deze werklijn binnen deze doelgroep bij aan een versnelling in de duurzame energietransitie. Voor bedrijven wordt ingezet op meer inzicht in rendabele investeringen en maatregelen die samenhangen met energiebesparing en hernieuwbare energieopwekking.

Waterplan Almere 2017-2022

Het Waterplan is een gemeenschappelijk plan met het waterschap, waarin het waterschap en de gemeente Almere de koers uitzetten voor het stedelijk waterbeheer. Het Waterplan 2017-2022 is een trendbreuk in het stedelijk waterbeleid voor Almere. Voor het eerst hebben gemeente en waterschap, met talrijke betrokkenen, een samenhangende visie op alle wateraspecten opgesteld, ‘van riool tot recreatie’. De gezamenlijke ambitie is om Almere verder te versterken als een ‘stad van het zuiverste water’, een ondernemende, veelzijdige waterstad. Deze ambitie past bij de identiteit van Almere, geboren úit het water, en omringd en dooraderd mét water.

In het kader van de watertoets zal overleg plaatsvinden met het waterschap (zie ook paragraaf 4.3 Waterhuishouding).

3.5. Conclusie

Het project past binnen de beleidskaders van alle overheden.

22

4. Milieu- en omgevingsaspecten 4.1. Milieuonderzoek

In het kader van de milieuwetgeving zijn diverse wetten van toepassing op het gebruik van de gronden en de bouwmogelijkheden. Het betreft hier veelal zones die van belang zijn of milieuvoorwaarden waaraan voldaan moet worden.

Bodem

In de ‘Wet bodembescherming’ zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het beoogde gebruik van het perceel is in overeenstemming met de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart (zone Industrie). Wanneer (graaf-) werkzaamheden worden uitgevoerd is een (verkennend) bodemonderzoek aan de orde om te bepalen of het nodig is om eventuele vervuilde grond te saneren.

De wijziging naar het gebruik als wonen bevindt zich uitsluitend op de verdiepingen en niet op of in de grond. De gebruikswijziging is dan ook geen aanleiding tot het uitvoeren van onderzoek.

De wijziging van de footprint leidt tot een vergroting van het bebouwd grondoppervlak. Dat geeft aanleiding tot het uitvoeren van onderzoek.

De nieuw te bebouwen gronden worden door de initiatiefnemer gekocht van de gemeente. Met betrekking tot deze gronden heeft de initiatiefnemer opdracht verstrekt aan SGS voor een verkennend bodemonderzoek. De eerste veldwerkzaamheden zijn reeds door SGS uitgevoerd. Na goedkeuring van de gemeente om ook in het openbaar gebied het veldwerk te mogen verrichten worden ook die werkzaamheden verricht.

Milieuzonering / geluid

Het project voorziet niet in bedrijfsactiviteiten die voor milieuhinder in de omgeving zouden kunnen zorgen door geur, geluid, gevaar of verkeer. Het project vormt tevens geen belemmering voor de bedrijfsvoering van bedrijven in de omgeving.

Wet geluidhinder

De geplande geluidgevoelige bestemming betreft een nieuwe situatie in de zin van de Wet geluidhinder. Het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Landdrostdreef, de Spoordreef, de Waddendreef, het Busplein en van het spoor rondom Almere centraal station. Ten behoeve van de bestemmingsplanafwijkiging is de geluidbelasting bepaald ten gevolge van weg- en railverkeerslawaai ter plaatse van de gevels. Tevens is de cumulatieve geluidsbelasting bepaald, zodat bezien kan worden of aanvullende geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn.

23

Artikel 82 tot en met 85 van de Wet geluidhinder geven de grenswaarden waaraan de geluidbelasting op de gevels dient te voldoen. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer bedraagt 48 dB en voor de spoorlijn een voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Is de geluidbelasting gelijk aan of lager dan de voorkeurswaarde, dan is het plan ‘geluidonbelast’ en worden er door de Wet geluidhinder geen nadere voorwaarden aan het plan gesteld. Wordt deze voorkeursgrenswaarde overschreden, kan het bevoegd gezag hogere waarden vaststellen. Indien de maximale ontheffingswaarde (63 dB voor wegverkeer en 68 dB voor spoorwegen) niet overschreden wordt, kunnen deze verleend worden indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde niet mogelijk zijn.

Door Nelissen ingenieursbureau b.v. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1). Hierna wordt de maatgevende geluidbelasting per bron gepresenteerd:

Geluidbelasting overschrijding overschrijding maximum (incl. aftrek conform art voorkeursgrenswaarde ontheffingswaarde 110g Wgh) Landdrostdreef 57 dB Ja: hogere waarde nodig Nee Spoordreef 41 dB Nee Nee Waddendreef 41 dB Nee Nee Busplein 52 dB Ja: hogere waarde nodig Nee Spoor t.p.v. bovenste 71 dB Ja: hogere waarde nodig Ja: dove gevel nodig twee woonlagen aan de noordzijde van blok A. Spoor overige 68 dB Ja: hogere waarde nodig Nee geveldelen aan de noordzijde en de geveldelen aan de west- en oostzijden Spoor overige < 55 dB Nee Nee geveldelen aan de zuidzijde

Op een aantal locaties wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. Indien het niet mogelijk is om overdrachts- of bronmaatregelen te treffen om de geluidbelasting te reduceren, kan een beschikking hogere waarden worden aangevraagd. Uit de rapportage van Nelissen ingenieursbureau b.v. blijkt dat overdrachts- of bronmaatregelen onvoldoende doelmatig zijn en overwegend financiële en verkeerskundige bezwaren ontmoeten.

Gemeente Almere heeft geen specifiek hogere waardenbeleid voor dit gebied. Wel kan in zijn algemeenheid worden gesteld dat gemeente Almere alleen hogere waarden zal verlenen als een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Bij het verlenen van de hogere waarde worden de volgende voorwaarden gesteld: o er dienen geluidwerende maatregelen aan de gevels te worden getroffen zodat de geluidsbelasting (bij gesloten ramen) in de verblijfsruimten de 38 dB niet overschrijdt o elke woning heeft minimaal één verblijfsruimte met een geluidsluwe gevel en/of geveldeel met tenminste één te openen raam o voor woningcomplexen waar bij één of meerdere woningen redelijkerwijs geen geluidluw geveldeel kan worden gerealiseerd, kan voor die betreffende woningen worden afgezien van een geluidluw geveldeel mits de voorkeurswaarde bij minimaal één geveldeel van de betreffende woning met niet meer dan 5 dB wordt overschreden

Het bouwplan voldoet aan deze voorwaarden, behalve in blok A. Bij blok A is de zuidgevel, ten gevolge van wegverkeer op de Landdrostdreef, deels geluidbelast. Zonder aanvullende

24

voorzieningen zijn in dit blok 12 appartementen zonder geluidluw geveldeel. Ten behoeve van de ‘ontheffing hogere waarden’ worden de balkons aan de zuidzijde daarom voorzien van verdiepingshoge geluidabsorberende privacy schermen van 1,5 m diep en gesloten balustrades tot 1,0 m hoogte boven het vloeroppervlak. Hierdoor krijgt elk appartement in dit blok een geluid onbelaste geveldeel met een te openen raam.

Daarnaast zullen er geluidwerende maatregelen aan de gevels worden getroffen zodat de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner is dan het verschil tussen de geluidbelasting op de gevel en 38 dB.

Laagfrequent geluid

OP 13 oktober 2020 is een onderzoek naar het risico op hinder door laagfrequent geluid voor het project ‘Station Offices Almere’ uitgevoerd door adviesbureau M+P (zie bijlage 1A). Het onderzoek geeft antwoord op de vraag over de mate waarin de passages van (goederen)treinen hoorbaar zullen zijn in de nieuw te realiseren woningen. Het betreft dan niet het geluid dat rechtstreeks via de gevel in de woning doordringt – hiervoor kunnen maatregen getroffen worden aan de gevel – maar het geluid dat wordt veroorzaakt door trillingen die via de bodem doordringen tot in het gebouw. Dit wordt ook wel “Ground bourne noise” genoemd.

Uit de metingen en prognose blijkt dat er sprake is van hoorbaar laagfrequent geluid tijdens de passage van goederentreinen die ’s nachts passeren. Tijdens de meetperiode waren dat maximaal één à twee maatgevende passages per nacht.

Beschouwd is het geluid dat via de bodem door de constructie wordt afgestraald. Dat betekent dat goederentreinen ook hoorbaar kunnen zijn in ruimten van het gebouw die van het spoor zijn afgekeerd. Bij die ruimten die vrij zicht hebben op het spoor zal ook het directe geluid van de goederentreinen een rol spelen.

De verwachting is dat voor de kleinere ruimten sprake kan zijn van lichte en incidentele overschrijding van de hindercurve. Dit is alleen het geval voor de goederentreinen en is ook afhankelijk van de rijsnelheid, belasting en staat van onderhoud van de goederentrein. Dit betekent niet dat een overschrijding dan gelijk leidt tot een ontoelaatbare situatie. In de onderzochte situatie zijn drie maatgevende passage ’s nachts beschouwd tijdens een meetperiode van 7 dagen. Tijdens de overige 4 nachten is geen overschrijding gemeten. Ook ten gevolge van het reguliere reizigersmaterieel, dat vele malen per uur passeert, zal er geen sprake zijn van een overschrijding. Laagfrequent geluid vormt daarom geen belemmering voor de realisatie van het project.

Nadere onderbouwing geluidluwe geveldelen – rail en wegverkeer

In bijlage 1B wordt een nadere onderbouwing gegeven waaruit blijkt dat de appartementen aan de kopse noordzijde (appartement SP 7C/A3.03, SP 8C/A4.03 en SP 9C/A5.03) een geluidluw geveldeel heeft waar een raam of deur kan worden opengezet. Tevens wordt toegelicht op welke wijze voor elk appartement een geluidluw geveldeel wordt gerealiseerd en aan de voorwaarden voor het verlenen van hogere grenswaarden wordt voldaan.

Uit het onderzoek dat is opgenomen als bijlage 1 (waarop hiervoor reeds is ingegaan) is gebleken dat bij 64 appartementen een geluidluw geveldeel met een te openen raam wordt gerealiseerd. Bij drie appartementen wordt de voorkeursgrenswaarde voor railverkeer met ten hoogste 2 dB overschreden. Voor deze appartementen wordt een beroep gedaan op de derde voorwaarde die onderdeel is van het hogere waarden beleid van de gemeente Almere, namelijk: 25

- voor woningcomplexen waar bij één of meerdere woningen redelijkerwijs geen geluidluw geveldeel kan worden gerealiseerd, kan voor die betreffende woningen worden afgezien van een geluidluw geveldeel mits de voorkeurswaarde bij minimaal één geveldeel van de betreffende woning met niet meer dan 5 dB wordt overschreden

Aanvullend blijkt uit de genoemde rapportage dat er geluidwerende maatregelen aan de gevels worden getroffen, zodat de geluidsbelasting (bij gesloten ramen) in de verblijfsruimten de 38 dB niet overschrijdt.

Hiermee wordt voldaan aan alle voorwaarden voor het hogere waardenbeleid voor dit gebied.

Activiteitenbesluit

De commerciële plint wordt als ‘casco’ opgeleverd. Uitgangspunt is dat het binnenniveau in de ruimten van toekomstige inrichtingen niet hoger is dan 70 dBLAeq. Tussen de commerciële plint en de woningen wordt een vloerconstructie toegepast waarmee wat betreft geluidisolatie een niveau wordt gerealiseerd gelijkwaardig aan nieuwbouw (>= DnT;A 52 dB). Daarnaast zijn in het ontwerp voorzieningen meegenomen waarmee de inrichtingen in de plint aan de grenswaarden zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit voor (aanpandige) woningen kunnen voldoen. Zo is een lege schacht opgenomen in het ontwerp voor het verleggen van de installaties van de commerciële plint naar het dak. Bij de verdere inrichting van de commerciële plint, zullen waar nodig aanvullende voorzieningen getroffen worden; bijv. een verzwaard geluidisolerend plafond, een verend opgelegde dekvloer of aanrijdbeveilingen ter plaatse van kolommen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10363151/1