Bundel PM 4 november
Tekst van het document
pag.23
Visuele uitleg: Er is een bouwtekening te zien van straten die grootschalig onderhoud krijgen. De huizen, groenperken, straten en waterwegen zijn met verschillende kleuren op de bouwtekening gemarkeerd.
pag.24
6 Bijlage: meerjarenprogrammering Hoofdstuk 4.2 geeft een eerste inkijkje in hoe de meerjarenprogrammering grootschalig onderhoud tot stand komt:
1. Riool is 2. Vaste 3. Correctie 4. Expertise 5. Budget en leidend levensduur bodemdaling en ervaring capaciteit •Altijd •Tussentijds •Hoe sneller •Experts •Groot- grootschalig GO in basis een wijk checken de schalig onderhoud vast aantal verzakt, hoe concept onderhoud als riool aan jaar na eerder het planning moet vervanging laatste keer onderhoud •Aanpassing passen toe is •30 jaar voor wordt bij goede binnen de •Alleen woonwijk, ingepland reden middelen onderhoud 35 jaar voor hiervoor •Daarom zal boven de bedrijven- •Specifieke hier en daar grond als terrein aandacht nog daartoe leefbaarheid geschoven aanleiding moeten worden
Deze bijlage laat zien hoe de meerjarenprogrammering eruitziet nadat de criteria zijn doorlopen. Voor de komende 15 jaar wordt inzichtelijk gemaakt welke wijken en bedrijventerrein op de nominatie staan voor grootschalig onderhoud. Hierbij geven we het verwachte startjaar aan en welke vorm van grootschalig onderhoud wordt voorgesteld: een standaard vorm van grootschalig onderhoud, of een gerichte variant waarbij een deel van het gebied wordt aangepakt. Over een plusvariant kan alleen worden besloten door de raad. Almere Poort en Almere Pampus zijn buiten beschouwing gelaten. Deze stadsdelen zijn immers nog zo nieuw dat grootschalig onderhoud hier voorlopig niet aan de orde is.
200%
175%
150%
125%
100%
75%
50%
25%
0% 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035
Haven Stad Buiten Hout gemeentebrede werklast 2019
De grafiek hierboven geeft een gevoel bij het werk dat uitgaat van deze meerjarenprogrammering en dus van het benodigde budget. Hierbij vallen een paar dingen op. Ten eerste is het uitstel van projecten terug te zien, zoals besloten in de Programmabegroting 2021. Tot en met 2022 wordt alleen het al lopende grootschalig onderhoud doorgezet. Pas in 2023 worden weer nieuwe projecten opgestart. Ten tweede is te zien hoe verschil in levensduur van de stadsdelen zich vertaalt in de programmering. Haven krijgt vooral in de eerste jaren grootschalig onderhoud in de wijken. Stad en vooral Buiten volgen daarna. In Hout en Poort is er in de komende 15 jaar nog niet of nauwelijks sprake van grootschalig onderhoud. Ten derde wordt duidelijk dat de werklast vanaf 2026 op een structureel hoger niveau komt te liggen dan de afgelopen jaren het geval was. Als hiervoor binnen de gemeentebegroting geen geld kan worden vrijgemaakt, loopt de
pag.25
onderhoudsachterstand steeds verder op. Het lukt dan niet om de stad heel en veilig te houden en volgens de vastgestelde normen te beheren.
Omgang met achterstallig onderhoud en vervangingspiek Doordat de stad ouder wordt, is de komende jaren dus steeds meer grootschalig onderhoud nodig, met hogere kosten tot gevolg. Daar komt nog bij dat we op dit moment te maken hebben met een onderhoudsachterstand en dat er rond 2033 een vervangingspiek aankomt. Deze vervangingspiek is het gevolg van de schoksgewijze groei die Almere heeft doorgemaakt. Doordat veel wijken in een korte periode zijn aangelegd, zijn relatief veel wijken straks tegelijkertijd toe aan grootschalig onderhoud.
Met deze kostenstijging is in dit beleidskader al zoveel mogelijk rekening gehouden. Alleen door de komende jaren gerichter en soberder te onderhouden en door de komende tijd projecten uit te stellen, vangen we de grootste kostenstijging op. Als we dit niet doen, stijgt de werklast waarschijnlijk ongeveer zoals in de grafiek hieronder. Deze grafiek laat ten eerste zien dat, zonder de gerichtere en soberdere aanpak uit het beleidskader, de verwachte werklast veel hoger ligt. De afgelopen jaren hebben we, met de kennis van nu, te groot uitgepakt met betrekking tot grootschalig onderhoud. Vanwege de veelheid aan wijken en bedrijventerreinen die onderhoud nodig hebben, kunnen we dit op de lange termijn niet volhouden. Ten tweede is het achterstallig onderhoud terug te zien in de hogere werklast tussen 2024 en 2028. Ten derde wordt aan het einde van de weergegeven periode de vervangingspiek zichtbaar. Het opvangen van deze twee pieken worden in de programmering opvangen door deze uit te smeren over een langere periode.
500% 450% 400% 350% 300% 250% 200% 150% 100% 50% 0% 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035
verwachte werklast werklast 2019
Jaarlijkse actualisatie van de programmering De meerjarenprogrammering wordt voortaan ieder jaar geactualiseerd. Hierbij wordt aan de programmering voor de eerstvolgende paar jaar zo min mogelijk gesleuteld. Deze eerste projecten worden immers al voorbereid en hierover heeft al vergaande afstemming plaatsgevonden met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie en met onze partners in de stad. Met de grootschalig onderhoudsprojecten die nog verder in de toekomst liggen kan nog wel behoorlijk worden geschoven. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn, omdat de staat van een wijk sneller of minder snel achteruitgaat, of omdat de werkzaamheden zo beter worden afgestemd op andere ontwikkelingen in de stad.
Bedrijventerreinen en transformatie De afgelopen jaren is veel nagedacht over de transformatie van bedrijventerreinen naar bijvoorbeeld een woonbestemming. Het is zonde om een bedrijventerrein van grootschalig onderhoud te voorzien, als later blijkt dat dit terrein een woonwijk wordt – dan is het efficiënter om de onderhoudsplannen uit te stellen. Bij
pag.26
het nu te programmeren grootschalig onderhoud van bedrijventerrein is de toekomstige bestemming van het gebied een belangrijk criterium.
Indicatieve meerjarenprogrammering De tabel hieronder geeft weer wanneer welk gebied toe is aan grootschalig onderhoud. Het startjaar voor de eerstvolgende projecten staat zo goed als vast. Voor de wijken en bedrijventerreinen is het een indicatie. Vanaf 2025 zijn de startjaren van grootschalig onderhoud grotendeels afhankelijk van het beschikbare budget en de personele capaciteit. In de periode 2025 – 2029 staan nu twintig wijken en bedrijventerreinen op de planning. Ter vergelijking: de afgelopen jaren zijn in dat tijdsbestek vier grootschalig onderhoudsprojecten van start gegaan.
verwacht startjaar wijk intensiteit van het grootschalig onderhoud 2022 Muziekwijk Zuid tussentijds gericht GO 2023 De Hoven riool + regulier GO 2023 De Marken riool + regulier GO 2025 - 2029 Landgoederenbuurt tussentijds GO 2025 - 2029 Poldervlak tussentijds GO 2025 - 2029 De Meenten riool + gericht GO 2025 - 2029 Staatsliedenwijk Zuid tussentijds gericht GO 2025 - 2029 Muziekwijk Noord tussentijds GO 2025 - 2029 Filmwijk Noord tussentijds GO 2025 - 2029 De Grienden riool + regulier GO 2025 - 2029 Randstad riool + regulier GO 2025 - 2029 De Gouwen riool + gericht GO 2025 - 2029 Verzetswijk tussentijds GO 2025 - 2029 Markerkant riool + regulier GO 2025 - 2029 Centrum Almere Haven riool + gericht GO 2025 - 2029 Faunabuurt tussentijds gericht GO 2025 - 2029 Eilandenbuurt tussentijds GO 2025 - 2029 Parkwijk tussentijds gericht GO 2025 - 2029 Gooisekant tussentijds gericht GO 2025 - 2029 Molenbuurt riool + regulier GO 2025 - 2029 Oostvaardersbuurt tussentijds GO 2025 - 2029 Vogelhorst tussentijds GO 2025 - 2029 Waterwijk Noord riool + regulier GO 2030 - 2035 De Vaart I, II en III riool + regulier GO 2030 - 2035 Waterwijk Zuid riool + gericht GO 2030 - 2035 Danswijk tussentijds gericht GO 2030 - 2035 Sieradenbuurt tussentijds GO 2030 - 2035 Seizoenenbuurt tussentijds GO 2030 - 2035 Centrum Almere Stad riool + regulier GO 2030 - 2035 De Vaart IV riool + regulier GO 2030 - 2035
Indische buurt tussentijds GO 2030 - 2035 De Werven riool zonder andere ingrepen 2030 - 2035 Stripheldenbuurt tussentijds GO 2030 - 2035 Tussen de Vaarten Noord tussentijds gericht GO 2030 - 2035 Noorderplassen Oost tussentijds GO 2030 - 2035 De Wierden riool + regulier GO 2030 - 2035 Staatsliedenwijk Noord riool + regulier GO 2030 - 2035 Stedenwijk Noord riool + regulier GO 2030 - 2035 Bouwmeesterbuurt riool + regulier GO 2030 - 2035 Staatsliedenwijk Zuid riool + regulier GO
pag.27
Voorstel aan Burgemeester en Wethouders Stadsruimte Stellers: C. Veltkamp en I. van de Weerdt
Djuma: Datum BenW: 22 juni 2021 Pagina 1/6 Onderwerp Beleidskader grootschalig onderhoud woonwijken en bedrijventerreinen Portefeuille Beheer Openbare Ruimte, Kunst & Cultuur, Stadsvernieuwing, Communicatie en (City)marketing Portefeuillehouder(s) H.I. van Garderen Publiekssamenvatting Soort Stuk Het college heeft kennisgenomen van het Beleidskader grootschalig onderhoud Bespreekstuk woonwijken en bedrijventerreinen. Hierin wordt voorgesteld hoe het (Tijdelijke) Geheimhouding: grootschalig onderhoud van woonwijken en bedrijventerreinen in de toekomst wordt uitgevoerd. De komende jaren is de openbare ruimte in veel wijken en bedrijventerreinen tegelijkertijd toe aan vervanging. Dit komt doordat in de Embargo tot: jaren ’80 en ’90 veel is gebouwd in Almere. Door de verwachte vervanging komen de beheerbudgetten verder onder druk te staan. Grootschalig onderhoud kan daarom niet meer worden uitgevoerd zoals in het verleden. Met het beleidskader worden uitgangspunten voorgesteld aan de raad voor de werkwijze om met deze vervangingspiek om te gaan en Almere leefbaar en toekomstbestendig te houden. Bestuurlijk voortraject Bestuurlijke Besluitvorming PFO Stadsruimte & 24 februari, 29 juni en 7 Verzending aan de raad: Ja Stadsreiniging september 2020; 15 maart en 29 maart 2021
Bijlagen Collegebesluit • Raadsvoorstel in te vullen door Bureau Agenda • Beleidskader grootschalig onderhoud woonwijken en bedrijventerreinen □ Conform
■ Gewijzigd 22 juni 2021
□ Aangehouden
□ Teruggenomen
Voorstel aan Burgemeester en Wethouders Djuma
Pagina 2/6
Ontwerpbesluit De raad voor te stellen: 1. Kennis te nemen van het beleidskader grootschalig onderhoud woonwijken en bedrijventerreinen en de bijgevoegde meerjarenprogrammering. 2. In te stemmen met de volgende kaders: a. Het belangrijkste doel van grootschalig onderhoudsprojecten is het voor de lange termijn heel en veilig houden van wijken en bedrijventerreinen. Dit wordt gericht gedaan. Vervangen van materialen en ophogen wordt alleen daar gedaan waar dit nodig is om de oorspronkelijke functie van de wijk in stand te houden. b. Werkzaamheden van grootschalig onderhoud worden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd door te werken met een meerjarenprogrammering. Hierbij wordt eerst gekeken naar wanneer het riool moet worden vervangen. Andere werkzaamheden worden zoveel mogelijk tegelijk gedaan met die rioolvervanging. Grootschalig onderhoud tussen de rioolvervangingen door richt zich nog meer op wat écht noodzakelijk is. c. Er wordt gekozen voor een gedifferentieerde aanpak bij het grootschalig onderhoud. Dit betekent dat het meeste onderhoud wordt gedaan op plekken waar de noodzaak het hoogst is. Daarom zijn er vanaf nu drie varianten te onderscheiden in het grootschalig onderhoud: gericht grootschalig onderhoud, standaard grootschalig onderhoud en grootschalig onderhoud plus. d.
Het effect van grootschalig onderhoud kan worden vergroot door het als aanjaagmiddel in te zetten voor andere soorten investeringen in het gebied. Dit wordt bereikt door meer samen te werken tussen beleidsdomeinen van de gemeenten en met andere organisaties. e. Extra ambities die grootschalig onderhoud duurder maken, worden niet meer standaard meegenomen. Alleen de raad kan, bij de programmabegroting, besluiten om extra geld vrij te maken voor grootschalig onderhoud met een plus. f. Goede communicatie en ruimte voor participatie zijn bij werkzaamheden in de openbare ruimte erg belangrijk. Hoe meer de werkzaamheden van het grootschalig onderhoud tot veranderingen in de wijk leiden, hoe meer invloed bewoners en andere betrokkenen hierop hebben. 3. Ermee in te stemmen dat deze kaders gelden voor nieuwe projecten die nu worden voorbereid.
Inleiding en bestuurlijke Bij de Programmabegroting 2021 is besloten tot een nieuwe context bezuinigingsopgave op het beheer van de openbare ruimte. Dit heeft geleid tot twee jaar uitstel van het grootschalig onderhoud in De Hoven en De Marken. Gevolg is dat ook andere wijken en bedrijventerreinen later aan de beurt zijn voor grootschalig onderhoud.
De komende jaren is de openbare ruimte in veel wijken en bedrijventerreinen tegelijkertijd toe aan vervanging. Dit komt doordat in de jaren '80 en '90 ontzettend veel is gebouwd in Almere. De beheerbudgetten komen hierdoor verder onder druk te staan. Grootschalig onderhoud kan daardoor niet meer worden gedaan zoals in het verleden. Dit maakt het nog belangrijker om duidelijk te maken aan de stad hoe we dit in de toekomst gaan doen.
Het is niet wettelijk verplicht om beleidskaders vast te stellen voor hoe we de openbare ruimte beheren, maar dit werd wel aanbevolen in het Rekenkameronderzoek ‘Lessen beheer en onderhoud openbare ruimte Almere’ uit 2018. Hierop zijn diverse beleidskaders opgesteld, zoals het Bomenkader, het Speelbeleid en het Waterplan. Nu volgt dit Beleidskader grootschalig onderhoud woonwijken en bedrijventerreinen. De Visie openbare ruimte, die op 1 juni 2021 in het college is behandeld, is leidend voor deze beleidskaders.
Beoogd effect Het grootschalig onderhoud aan woonwijken en bedrijventerreinen heeft veel invloed op de bewoners, ondernemers en organisaties in de stad. Door kaders vast te stellen, voorkomen we willekeur in de besluitvorming over hoe en wanneer wijken en bedrijventerreinen grootschalig worden onderhouden. Ook wordt de werkwijze transparanter. Het beleidskader legt uit wat we doen, wanneer en waarom. Zo houden we de openbare ruimte schoon, heel en veilig en dragen we bij aan een leefbare en toekomstbestendige stad.
Argumenten Voor toelichting op de beslispunten wordt verwezen naar het Raadsvoorstel Beleidskader grootschalig onderhoud.
Tegenargumenten en Voor de tegenargumenten en kanttekeningen wordt verwezen naar het kanttekeningen Raadsvoorstel Beleidskader grootschalig onderhoud.
Financiële middelen en Jaarlijks is circa € 18 miljoen beschikbaar voor groot onderhoud en effecten vervangingsprojecten, waarvan ook het grootschalig onderhoud aan woonwijken en bedrijventerreinen deel uitmaakt. Via het Meerjarenperspectief Beheer Almere wordt afgewogen welke projecten het meeste prioriteit hebben en dus hoeveel budget er wordt vrijgemaakt voor grootschalig onderhoud.
Met het beleidskader wordt geprobeerd het grootschalig onderhoud van woonwijken en bedrijventerreinen in Almere zo betaalbaar mogelijk te houden. Doordat de stad ouder wordt, is in een korte periode grootschalig onderhoud nodig in heel veel wijken. Tegelijkertijd hebben we door de moeilijke financiële situatie moeten bezuinigen op onderhoud, waardoor minder geld beschikbaar is. Daarom wordt in dit beleidskader voorgesteld om projecten te versoberen en waar mogelijk uit te stellen. Zonder deze maatregelen nemen de kosten van grootschalig onderhoud in de komende jaren enorm toe.
Maar zelfs met de oplossingen van dit beleidskader, hebben we nog te weinig geld voor beheer. Op een gegeven moment moeten zoveel wijken tegelijk worden aangepakt, dat verder uitstellen van projecten niet meer mogelijk is. Er moet dan extra geld bij, of er moet worden gekozen voor een lager beheerniveau. Op dit moment weten we niet hóeveel geld we precies tekortkomen. In het Strategisch assetmanagementplan, dat in het begin van 2022 naar de raad gaat, kunnen we hier meer over zeggen.
Duurzaamheidsparagraaf Het grootschalig onderhoud speelt een belangrijke rol bij het verduurzamen van het beheer van de openbare ruimte. Dit is ook zo vastgelegd in het uitvoeringsprogramma “Duurzaam, innovatief en toekomstbestendig beheer en grootschalig onderhoud”, dat is opgesteld naar aanleiding van de Uitvoeringsagenda duurzaamheid. Bij grootschalig onderhoud nemen we waar mogelijk maatregelen om de stad klimaatadaptief te maken. We maken ruimte voor extra groen om hittestress tegen te gaan en zorgen voor goede opvang en afvoer van water om hevige regenval op te vangen.
We proberen het gebruik van nieuwe grondstoffen zoveel mogelijk te beperken. Materialen die nog niet aan vervanging toe zijn laten we liggen. Als ze toch moeten worden vervangen, proberen we deze zoveel mogelijk een nieuwe bestemming te geven. Bij het plaatsen van nieuwe objecten gaat de voorkeur uit
naar lokaal geproduceerde materialen die zo lang mogelijk meegaan en later weer hergebruikt kunnen worden.
Grootschalig onderhoud kan ook bijdragen aan de biodiversiteit en via de aanbesteding kunnen de aannemers van het grootschalig onderhoud worden uitgedaagd om de uitstoot van schadelijke gassen te beperken.
Bij dit alles kijken we steeds wat er mogelijk is binnen de bestaande budgetten. Het meenemen van duurzaamheidsambities mag niet ten koste gaan van onze kerntaak: het heel en veilig houden van de openbare ruimte. Over het meenemen van extra, kostenverhogende ambities moet voortaan altijd een bestuurlijk besluit worden genomen.
Afstemming Bij de totstandkoming van het beleidskader is afgestemd met: • diverse collega’s binnen Stadsruimte om de expertise en ervaring vanuit de verschillende technische disciplines, de gebiedsteams, projectmanagement en contractvoorbereiding zo goed mogelijk mee te nemen; • Stedelijk Beleid over zaken als klimaatadaptatie, mobiliteit en de energietransitie; • Stadsreiniging over het schoonhouden van wijken tijdens het onderhoud en het meenemen van aanpassingen ten behoeve van de toekomstige afvalinzameling; • Economische Ontwikkeling & Grondzaken voor wat betreft het onderhoud aan bedrijventerreinen en de afstemming op transformatie- en verdichtingsprojecten; • Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving over tuinvergroting; • Onderwijs, Sport en Cultuur hoe de aanpak van schoolpleinen en sportterreinen meegaat in grootschalig onderhoud; • Zorg & Welzijn met betrekking tot het inclusief maken van wijken en de mogelijkheden om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij onderhoudsprojecten in te zetten; • Financiën & Control over de financiële aspecten van dit beleidskader en over projectcontrole.
Daarnaast is gesproken met Ymere, de Alliantie en GoedeStede. Zij hebben veel baat bij een duidelijke planning. Dan kunnen zij hun werkzaamheden makkelijker afstemmen met de gemeente om tegelijkertijd in een wijk onderhoud uit te voeren. Het uitgangspunt om verder voorruit te kijken voor de meerjarenprogrammering sluit hierop aan. Aan de corporaties is wel meegegeven dat wijzigingen nooit uitgesloten kunnen worden.
Ten slotte is een bezoek gebracht aan de gemeenten Capelle aan den IJssel, Diemen en Leiden om te leren van hun aanpak.
Aanpak/Uitvoering Als de raad instemt met dit beleidskader, gelden de nieuwe kaders direct voor de grootschalig onderhoudsprojecten die nu in voorbereiding zijn. Dat zijn projecten in De Marken, De Hoven en Muziekwijk Zuid.
Communicatie (intern en De uitkomsten van de raadsbehandeling worden gedeeld met de extern) opdrachtgevers en projectmanagers van grootschalig onderhoudsprojecten en met andere betrokkenen.
Bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden worden tijdig geïnformeerd over het aanstaande grootschalig onderhoud in hun buurt en over de ruimte voor participatie.
Voor een grootschalig onderhoudsproject van start gaat, worden college en raad hierover geïnformeerd via de reguliere budgetcyclus. Uitvoering kan pas starten
als door de raad het benodigde investeringskrediet beschikbaar is gesteld. Voor grootschalig onderhoudsprojecten met extra, kostenverhogende ambities stelt het college het projectplan op hoofdlijnen vast en stelt de raad het budget vast.
Besluit Burgemeester en Wethouders Djuma Besluit (in te vullen door Bureau Agenda)
Vergaderdatum 22 juni 2021
B en W besluit Beleidskader grootschalig onderhoud woonwijken en bedrijventerreinen
Het college besluit: De raad voor te stellen: 1. Kennis te nemen van het beleidskader grootschalig onderhoud woonwijken en bedrijventerreinen en de bijgevoegde meerjarenprogrammering. 2. In te stemmen met de volgende kaders: a. Het belangrijkste doel van grootschalig onderhoudsprojecten is het voor de lange termijn heel en veilig houden van wijken en bedrijventerreinen. Dit wordt gericht gedaan. Vervangen van materialen en ophogen wordt alleen daar gedaan waar dit nodig is om de oorspronkelijke functie van de wijk in stand te houden. b. Werkzaamheden van grootschalig onderhoud worden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd door te werken met een meerjarenprogrammering. Hierbij wordt eerst gekeken naar wanneer het riool moet worden vervangen. Andere werkzaamheden worden zoveel mogelijk tegelijk gedaan met die rioolvervanging. Grootschalig onderhoud tussen de rioolvervangingen door richt zich nog meer op wat écht noodzakelijk is. c. Er wordt gekozen voor een gedifferentieerde aanpak bij het grootschalig onderhoud. Dit betekent dat het meeste onderhoud wordt gedaan op plekken waar de noodzaak het hoogst is. Daarom zijn er vanaf nu drie varianten te onderscheiden in het grootschalig onderhoud: gericht grootschalig onderhoud, standaard grootschalig onderhoud en grootschalig onderhoud plus. d.
Het effect van grootschalig onderhoud kan worden vergroot door het als aanjaagmiddel in te zetten voor andere soorten investeringen in het gebied. Dit wordt bereikt door meer samen te werken tussen beleidsdomeinen van de gemeenten en met andere organisaties. e. Extra ambities die grootschalig onderhoud duurder maken, worden niet meer standaard meegenomen. Alleen de raad kan besluiten om extra geld vrij te maken voor grootschalig onderhoud met een plus. f. Goede communicatie en ruimte voor participatie zijn bij werkzaamheden in de openbare ruimte erg belangrijk. Hoe meer de werkzaamheden van het grootschalig onderhoud tot veranderingen in de wijk leiden, hoe meer invloed bewoners en andere betrokkenen hierop hebben. 3. Ermee in te stemmen dat deze kaders gelden voor nieuwe projecten die nu worden voorbereid. 4. Wethouder Van Garderen te mandateren om het raadsvoorstel aan te passen. Actie: Stadsruimte
Aldus vastgesteld in het college van BenW d.d. 22 juni 2021
Indien van toepassing bij gewijzigd besluit (enkel voor digitale publicatie)
Aangepaste Publiekssamenvatting
GESPREKSWIJZER | VERKENNEN
ONDERWERP NUMMER DATUM BIJEENKOMST
Agendavoorstel college: Wijzigen systeem Woonruimteverdeling gereguleerde huur RG-309/2021 4 november 2021
INITIATIEFNEMER GESPREKSVORM TOELICHTING OP GESPREKSVORM
INW ONERS INFORMEREN Wilt u inspreken? Zie: https://gemeenteraad.almere.nl/invloednu VERKENNEN RAAD VAN ALMERE Behandelwijze KEUZES EN DELEN • Korte toelichting op het agendaverzoek door de portefeuillehouder PRESIDIUM VAN DE RAAD DEBATTEREN • Reactie van de fracties, incl. beantwoording consultatievragen • Reactie en conclusie van de portefeuillehouder COLLEGE B&W BESLUITEN • Conclusie door de voorzitter
SAMENVATTING OBSERVATIES PRESIDIUM
Op 1 juli 2019 is de huidige Huisvestingsverordening Almere 2019 in werking Voorafgaand aan deze consultatie heeft het college 12 november 2020 een getreden. Een huisvestingsverordening is geldig voor vier jaar. technische sessie met de raad georganiseerd over de woonruimteverdeling. In deze technische sessie is uitgelegd hoe de woonruimteverdeling op dit moment Het college bereidt nu een concept-huisvestingsverordening voor die zo goed werkt en wat de knelpunten zijn. Tijdens deze technische sessie is aangegeven dat mogelijk past bij de knelpunten en uitdagingen van nu. Om te komen tot een het college de raad zal consulteren over voorstellen voor een gewijzigde inhoudelijk goede huisvestingsverordening, waarmee we weer vier jaar mee woonruimteverdeling. verder kunnen, wordt de raad geconsulteerd. Het college legt een viertal vragen voor ten aanzien van de woonruimteverdeling. Hierbij worden keuzemogelijkheden voorgelegd met de voor- en nadelen.
LEES MEER
ROLLEN VAN DE DEELNEMERS i DOCUMENTEN / DOSSIERS / HISTORIE
LUISTEREN INFORMEREN INSPREKEN BEVRAGEN MEESPREKEN UITSPREKEN
INWONER
RAADSLEDEN
COLLEGE
OBSERVATIES PRESIDIUM (VERVOLG)
OBSERVATIES PRESIDIUM
De raad wordt gevraagd hoe er wordt gedacht over de volgende vragen: 1. Welke groepen zouden volgens de raad een betere slaagkans moeten krijgen? 2. Welk toewijzingsprincipe wil de raad hanteren? 3. Wil de raad voorrangsregels hanteren en zo ja, welke? 4. Kunt u zich vinden in onze argumentatie om middenhuur niet in de huisvestingsverordening op te nemen?
Het presidium volgt het voorstel van het college om vraag 1 als leidraad te nemen voor het gesprek.
Aan de hand van de richting die de raad tijdens deze consultatie geeft wordt de woonruimteverdeling verder uitgewerkt, waarbij het overeengekomen woonruimteverdeelsysteem door de raad worden vastgesteld (najaar 2021). Daarna wordt het woonruimteverdeelsysteem juridisch vertaald in een Huisvestingsverordening. Deze wordt ook door de raad vastgesteld (eerste helft van 2022). Daarna vindt implementatie plaats in Woningnet (tweede helft 2022).
Het presidium kan zich voorstellen dat de genoemde data opschuiven, aangezien de consultatie ook een aantal maanden later plaatsvindt.
Tot slot verzoekt het presidium de portefeuillehouder aan het slot van de bespreking zijn conclusie uit de consultatie te verwoorden, zodat helder is voor ieder welke punten worden meegenomen.
DOCUMENTEN / DOSSIERS / HISTORIE
ONDERWERP
Agendavoorstel college: Wijzigen systeem Woonruimteverdeling gereguleerde huur
INHOUD
12-11-2020 Uitnodiging Technische raadsessie Woonruimteverdeling
2-7-2020 Motie PvdA/SP Schaarste plan in Stedelijk Woningbouwprogramma (RG-199/2020)
1-7-2019 Raadsvoorstel: Huisvestingsverordening Almere 2019 (RV-55) (zie RIS 13 juni 2019)
27-6-2019 Motie PvdD/PvdA: Regulering middenhuur (RG- 155/2019)
6-12-2018 Agendavoorstel college: Startnotitie nieuwe huisvestingsverordening (RG-267)
11-9-2018 Raadsbrief: Evaluatie loting sociale huurwoningen (motie RG-81/2018)
2-7-2015 Raadsvoorstel: Huisvestingsverordening Almere 2015 (RV-25)
ROLLEN VAN DE DEELNEMERS
LUISTEREN INFORMEREN INSPREKEN BEVRAGEN MEESPREKEN UITSPREKEN
De feitelijke informatie Inwoners laten de raad Inwoners vertellen kort, Inwoners praten mee of de verschillende weten wat er leeft of bondig en ongehinderd over het geagendeerde politieke standpunten aan de hand is iets aan de raad onderwerp horen Aanmelden is nodig INWONERS uiterlijk op de dag van bespreken voor 12.00 uur via: raadsgriffie@almere.nl
Nog zonder oordeel (Debat) Raadsleden delen hun feiten, meningen, Raadsleden belangenafweging, opvattingen e.d. proberen anderen politieke overtuiging verzamelen van hun mening en/of keuze RAADSLEDEN te overtuigen
Kennisnemen van In openheid laten weten Het college Collegeleden proberen Het college neemt een inzichten en waar het om gaat of wat legt de raad dilemma’s anderen van hun standpunt in over het standpunten er aan de hand is voor mening te overtuigen geagendeerde inwoners/raadsleden onderwerp COLLEGE
AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT
INDIENER VOORSTEL RG-NUMMER DATUM PM J.P. Lindenbergh RG-309/2021 4 november 2021
ONDERWERP
Wijzigen systeem Woonruimteverdeling gereguleerde huur AARD VAN HET VOORSTEL INFORMEREND CONSULTEREND
AANLEIDING Op 1 juli 2019 is de huidige Huisvestingsverordening Almere 2019 in werking getreden. Een huisvestingsverordening is geldig voor vier jaar. Bij de totstandkoming van de huidige verordening is er, vanwege tijdsdruk, voor gekozen alleen technische en noodzakelijke wijzigingen door te voeren. Er zijn echter ook ontwikkelingen en knelpunten die vragen om een inhoudelijke herziening van de huidige huisvestingsverordening. In de inleiding wordt verder op deze redenen ingegaan.
We bereiden nu een concept-huisvestingsverordening voor die zo goed mogelijk past bij de knelpunten en uitdagingen van nu. Om te komen tot een inhoudelijk goede huisvestingsverordening, waarmee we weer vier jaar mee verder kunnen, wordt uw raad geconsulteerd.
Voorafgaand aan deze consultatie heeft het college in november 2020 een technische sessie met uw raad georganiseerd over de woonruimteverdeling. In deze technische sessie is uitgelegd hoe de woonruimteverdeling op dit moment werkt en wat de knelpunten zijn. Hiervoor is o.a. gebruik gemaakt van een analyse door RIGO van ons huidige woonruimteverdeelsysteem. Tijdens deze technische sessie is aangegeven dat het college de raad in de eerste helft van 2021 zal consulteren over voorstellen voor een gewijzigde woonruimteverdeling.
Na de raadsconsultatie: Aan de hand van de richting die de raad tijdens deze consultatie geeft wordt de woonruimteverdeling verder uitgewerkt, waarbij het overeengekomen woonruimteverdeelsysteem door de raad worden vastgesteld (najaar 2021). Daarna wordt het woonruimteverdeelsysteem juridisch vertaald in een Huisvestingsverordening. Deze wordt ook door de raad vastgesteld (eerste helft van 2022). Daarna vindt implementatie plaats in Woningnet (tweede helft 2022).
I N L E ID I N G OP H E T O N D E R W E R P Waarom een Huisvestingsverordening? De Huisvestingswet biedt gemeenten, bij schaarste aan goedkope en betaalbare woonruimte, de mogelijkheid om deze woonruimte vergunningplichtig te maken en in een huisvestingsverordening regels vast te leggen over de toewijzing van deze woonruimte. Het doel is, zo omschrijft de wet, het ‘tegengaan van onevenwichtige en onevenredige effecten van schaarste aan goedkope en betaalbare woonruimte’. Daarnaast kunnen wijzigingen in de woningvoorraad vergunningplichtig worden gesteld. Bijvoorbeeld bij het onttrekken of samenvoegen van woonruimte, overgaan tot kamergewijze verhuur of het splitsen van woonruimte. Ook hier geldt dat er, om te mogen ingrijpen, eerst schaarste moet worden aangetoond in een bepaald segment van de woningvoorraad. Er wordt nog onderzocht of ingrijpen in de samenstelling van de woningvoorraad mogelijk en van toegevoegde waarde is. Dit onderwerp komt op een later moment terug en wordt niet in dit agendavoorstel behandeld.
Een Huisvestingsverordening is steeds voor vier jaar geldig. In de provincie Flevoland is Almere de enige gemeente met een Huisvestingsverordening. De Huisvestingsverordening Almere is geldig tot 1 juli 2023.
Aanleiding tot wijzigen van de Huisvestingsverordening Er zijn meerdere aanleidingen die vragen om wijziging van de huisvestingsverordening. 1. Motie RG-199/2020 (PvdA/SP), aangenomen bij vaststelling van de Woonvisie, draagt het college op te komen met voorstellen voor een nieuwe Huisvestingsverordening en hierin de volgende punten mee te nemen: voorrang toewijzing sociale huur als je een woning achter laat in Almere; voorrang als je Almeerder bent; loting alleen voor starters (inschrijfduur onder de 4 jaar); kamerverhuur: verbod woningsplitsing voor woningen met een WOZ-waarde onder de 275.000. Dit laatste onderwerp komt, zoals aangegeven, op een later moment terug. Er is op dit moment nog onvoldoende zicht op de mogelijkheden om in te kunnen grijpen in dit deel van de woningvoorraad.
1
AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT
2. Motie RG-155/2019 (PvdA/SP) bij vaststelling van de Huisvestingsverordening 2019, draagt het college op met voorstellen te komen m.b.t. de regulering van de middenhuur. 3. Een toenemende schaarste aan sociale huurwoningen en de onevenwichtige en onevenredige effecten van deze schaarste. Een groeiend aantal woningzoekenden heeft geen woonruimte, maar komt ook niet in aanmerking voor urgentie. De woonruimteverdeling kan niets doen aan de schaarste zelf. Maar de schaarste stelt ons wel de vraag of de verdeling van slaagkansen over verschillende groepen woningzoekenden gewijzigd moet worden, opdat groepen, die nu vrijwel geen of te geringe kansen hebben op het vinden van een woning, een hogere slaagkans krijgen. Let op: het verhogen van de slaagkans van een groep leidt per definitie tot het verlagen van de slaagkans van andere groepen. 4. De wettelijke extramuralisering van de zorg vraagt om een verbetering van de uitstroom uit zorginstellingen naar zelfstandig wonen. Dit vraagt om wijzigingen in de woonruimteverdeling en/of de urgentieregeling. 5. De woonruimteverdelingsregels sluiten op sommige punten niet goed aan op de uitvoeringspraktijk. 6. De woonruimteverdeling is ingewikkeld. Dit komt door een opeenstapeling van voorrangsregels, waardoor soms onduidelijk is welke voorrangsregel boven een andere voorrangsregel gaat.
Bovendien is de Huisvestingsverordening moeilijk leesbaar, doordat in de artikelen veelvuldig naar andere artikelen wordt verwezen. Dit zorgt voor problemen in het uitleggen van de regels aan woningzoekenden. Vereenvoudiging van regels en een betere leesbaarheid van de tekst van de verordening is gewenst. 7. Tot slot is moderniseren van de Huisvestingsverordening een afspraak uit de Prestatieafspraken met de woningcorporaties.
Doel van een Huisvestingsverordening Het wettelijk vastgestelde doel van een Huisvestingsverordening is het ‘verminderen van onevenwichtige en onevenredige effecten van schaarste’. Aan de schaarste zelf kan een Huisvestingsverordening niets veranderen. De schaarste kan alleen worden verminderd door het aanbod te vergroten. Hier sturen we op met het Stedelijk Woningbouwprogramma (SWPA). Wel is het mogelijk de slaagkansenverdeling van groepen te veranderen ten gunste van groepen die het meest last hebben van deze (door de wet genoemde) ‘onevenwichtige en onevenredige effecten van schaarste’. Dit gaat, zoals al eerder vermeld, per definitie ten koste van de slaagkansen van andere groepen. Verder kan de Huisvestingsverordening doorstroming bevorderen of juist tegenwerken. Bij aanpassing van de verordening moet ook hiermee rekening worden gehouden.
WAT VRAGEN WIJ VAN DE RAAD We leggen de raad verschillende vraagstukken voor ten aanzien van de woonruimteverdeling. Dit doen we a.d.h.v. vier vraagstellingen. Bij elke vraagstelling wordt een toelichting gegeven en worden enkele keuzemogelijkheden voorgelegd met de voor- en nadelen. Ook wordt daar waar mogelijk de voorkeur van het college en de zienswijze van de corporaties en de huurdersorganisatie weergegeven. Deze voorkeuren en zienswijzen zijn in een kleiner lettertype tussen rechte haken [ ] geplaatst.
Wij stellen voor om in eerste instantie vraag 1 als leidraad te nemen voor het consultatiegesprek met de raad. Eerst moet immers overeenstemming worden bereikt over de groepen die een betere slaagkans zouden moeten krijgen (en de groepen die hierdoor per definitie een lagere slaagkans krijgen). De bijlage met kengetallen kan hierbij ondersteuning bieden. Pas daarna komen de overige vragen aan bod; hoe te bereiken dat deze groepen een betere slaagkans krijgen, met welk instrumentarium? Een nadere uitwerking van de keuzes komt uiteindelijk terug in een Huisvestingsverordening die de raad zal vaststellen.
Algemene opmerking: Deze raadsconsulatie gaat over de onderstaande 4 vraagstellingen. Deze gaan over belangrijke leidende principes binnen de woonruimteverdeling. Er zijn echter ook nog andere thema’s, zoals een verbod op woningsplitsing (motie RG-199/2020) en een zelfbewoningsplicht (motie RG-83/2021). Deze komen op een ander moment aan bod. Daarnaast zal de urgentieregeling worden aangepast t.b.v. het verbeteren van de uitstroom uit de zorg en maatschappelijke opvang. De resultaten hiervan zijn op dit moment nog niet bekend en dus niet opgenomen in dit consultatiestuk.
De vier vraagstellingen 1. Welke groepen zouden volgens de raad een betere slaagkans moeten krijgen? 2. Welk toewijzingsprincipe wil de raad hanteren? 3. Wil de raad voorrangsregels hanteren en zo ja, welke? 4. Kunt u zich vinden in onze argumentatie om middenhuur niet in de huisvestingsverordening op te nemen?
CONSULTATIE OP BASIS VAN VRAAGSTELLINGEN EN OPTIES
2
AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT
1. Welke groepen zouden volgens de raad een betere slaagkans moeten krijgen? Toelichting Het wettelijk vastgestelde doel van een Huisvestingsverordening is het ‘verminderen van onevenwichtige en onevenredige effecten van schaarste’. Aan de schaarste zelf kan een Huisvestingsverordening niets veranderen. Wel is het mogelijk de slaagkansenverdeling van groepen te veranderen ten gunste van groepen die het meest last hebben van deze onevenwichtige en onevenredige effecten van schaarste. Dit gaat per definitie ten koste van de slaagkansen van andere groepen. Een neveneffect van een nieuwe woonruimteverdeling zou kunnen zijn dat er meer doorstroming zal plaats vinden zodat meer huishoudens verhuizen naar een voor hen passende woning.
In de afgelopen vijf jaar is het aantal actief woningzoekenden in Almere verdubbeld (van 10.000 naar 20.000), terwijl de gereguleerde woningvoorraad slechts beperkt is toegenomen. De slaagkans van alle groepen woningzoekenden is hierdoor afgenomen. Daarnaast is er een toenemend aantal woningzoekenden dat geen woning heeft, maar ook niet in aanmerking komt voor urgentie, doordat zij inwonend zijn bij een ander huishouden. Deze groep noemen we ‘spoedzoekers’. De groepen die door de krapte op de woningmarkt het moeilijkst aan een woning komen, zijn jongeren en spoedzoekers.
[Het college wil de slaagkansen van verschillende groepen beter in balans brengen. De slaagkansverdeling is op dit moment uit balans; senioren hebben een slaagkans van 11% terwijl andere groepen slaagkansen van rond de 4% hebben). Dat is volgens het college het doel van het wijzigen van de woonruimteverdeling. Volgens het college zouden jongeren en spoedzoekers een betere slaagkans moeten krijgen. Dit gaat per definitie ten koste van andere groepen].
[Advies corporaties/3HO: Corporaties verschillen in hun visie over het doel van het wijzigen van de woonruimteverdeling. Goede Stede heeft als doel meer mensen passend (wat betreft inkomen en huishoudgrootte) te laten wonen door huurders te laten doorstromen. Voor Ymere is het belangrijkste doel dat de woningzoekende die het hardst een woning nodig heeft een woning kan krijgen (een woning voor iemand die er geen heeft is belangrijker dan een betere woning voor iemand die al een woning heeft) en dat huurders meer bewegingsvrijheid krijgen op landelijk niveau. De Alliantie vindt het bieden van kansen aan woningzoekenden met een lage inschrijfduur belangrijk alsook het bevorderen van de doorstroming. Goede Stede wil huurders die willen doorstromen betere kansen bieden].
Hieronder worden mogelijkheden geschetst om jongeren en spoedzoekers hogere slaagkansen te bieden.
Jongeren Almere heeft een tekort aan kleine (1 en 2 kamer-) woningen voor jongeren. Jongeren hebben door hun leeftijd een korte inschrijfduur en komen bij toewijzing op inschrijfduur moeilijk aan een woning. Het college heeft afspraken met corporaties/ontwikkelaars om tussen 2020 en 2030 2000 jongerenwoningen te bouwen en deze te verhuren met een jongerencontract (een tijdelijk contract van 5 jaar met behoud van inschrijfduur). Deze woningen zijn daardoor automatisch gereserveerd voor jongeren van 18 t/m 27. Het college wil de woningen door de corporaties/ontwikkelaars laten labelen om onderscheid te maken in de huurprijs: het (reeds bestaande) label is voor 1-kamerwoningen voor jongeren van 18 t/m 22 jaar met een huur tot aan de kwaliteitskortingsgrens (€ 442,46) en een (nieuw) label is voor 2- en 3 kamerwoningen voor jongeren van 23 t/m 27 jaar, met een huur tot aan de aftoppingsgrens (€ 633,25 voor een en tweepersoonshuishoudens). Omdat deze woningen echter niet van vandaag op morgen gerealiseerd zijn, zijn gedurende de eerstkomende jaren extra maatregelen nodig om jongeren in deze periode een redelijke slaagkans te bieden. Dit is mogelijk door een segment ‘gewone’ kleine woningen te labelen voor jongeren (d.m.v. twee labels) en deze toe te wijzen op inschrijfduur, tot er voldoende nieuwbouw jongerenwoningen gerealiseerd zijn.
Met de corporaties/verhuurders zal worden onderzocht hoeveel woningen voor jongeren gelabeld moeten worden, om hen een aanvaardbare slaagkans te bieden. (Let op: E.e.a. moet in evenwicht gebeuren met labelen van woningen voor urgenten, in het kader van het verbeteren van de uitstroom van jongeren uit de zorg). Het voordeel is dat een aanvaardbaar aantal woningen voor jongeren beschikbaar komt en dat deze, net als andere woningen, op inschrijfduur worden toegewezen. Een nadeel is dat de jongste jongeren kleinere kansen hebben omdat zij meestal een lagere inschrijfduur hebben dan de wat oudere jongeren.
[Het college heeft een voorkeur voor het labelen van voldoende kleine woningen voor jongeren en deze toewijzen op inschrijfduur. Goede Stede is voorstander van een extra jongerenlabel (23-28), maar wil geen regulier bezit voor jongeren labelen. Ymere is eveneens voorstander van 2 labels voor jongerenwoningen, maar wil een lotingsegment voor de jongeren behouden, zodat ook de jongste jongeren uit de 2 leeftijdsgroepen kans maken op een woning. De Alliantie heeft een voorkeur voor een lotingsegment voor jongeren, maar kan zich ook vinden toewijzing op inschrijfduur.]
Spoedzoekers Spoedzoekers hebben we gedefinieerd als de groep woningzoekenden die geen woning heeft, maar ook niet in aanmerking komt voor urgentie, bijvoorbeeld omdat zij inwonend zijn bij een ander huishouden. Om spoedzoekers betere kansen op een woning te bieden, wordt verderop in dit stuk een manier van toewijzen beschreven, die rekening houdt met de situatie van woningzoekenden. Een andere mogelijkheid is om een bepaald aandeel van vrijkomende woningen te labelen voor deze groep. Hierbij
3
AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT
kan vooraf de situatie (bijv. geen woning, inwonend bij ander huishouden, binding aan Almere) worden bepaald waarin men op deze woningen kan reageren en kan met corporaties en andere verhuurders worden afgesproken hoeveel (aantal of aandeel) woningen per jaar gelabeld worden voor deze groep. Een voordeel is dat woningzoekenden, die zich werkelijk in een zeer moeilijke woonsituatie bevinden, maar niet in aanmerking komen voor urgentie, een mogelijk perspectief wordt geboden op een betere kans op een woning. Een nadeel is dat deze variant administratieve lasten en kosten met zich mee brengt; het toetsen en registreren van woningzoekenden als spoedzoeker. Het succes van de regeling is daarnaast afhankelijk van het aantal woningen dat wordt gelabeld in relatie tot het aantal spoedzoekers. Een groot aantal spoedzoekers i.c.m. een heel klein segment woningen, is een ‘wassen neus’.
Er zijn diverse andere varianten voor spoedzoekers gangbaar in Nederland, o.a. in de vorm van een klein lotingsegment waarop iedereen kan reageren of in de vorm van het aanbieden van woningen ‘per direct te huur’ waarbij de eerste kandidaat die reageert de woning krijgt. Een andere mogelijkheid is om spoedzoekers tijdelijk te helpen aan een woning, door meer woonruimte op basis van een ‘in between places’-contract (contract van maximaal twee jaar) te creëren en te verhuren. De eerste 23 ‘in between places’ woningen zijn recent opgeleverd door Dudok Wonen in Almere Poort. Let wel, een duurzame oplossing is dit niet, omdat de spoedzoeker eigenlijk spoedzoeker blijft: hij moet immers binnen beperkte tijd (twee jaar) een nieuwe (permanente) woonruimte zien te vinden.
[Het college heeft een voorkeur voor meer en betere mogelijkheden voor spoedzoekers om op korte termijn aan een woning te komen. Je kunt de term ‘spoedzoeker’ definiëren en koppelen aan specifiek omschreven situaties. Een alternatief is om dit los te laten, zodat iedereen zichzelf ‘spoedzoeker’ kan noemen. Het college is geen voorstander van varianten waarin iedereen zich spoedzoeker kan noemen, omdat de echte spoedzoeker daarmee naar verwachting niet of nauwelijks geholpen is. [GoedeStede staat negatief tegenover een spoedzoekregeling in welke vorm dan ook. Ymere vindt het van groot belang dat spoedzoekers op korte termijn een woning kunnen vinden. De Alliantie is voorstander van herijking (uitbreiding) van de urgentieregeling plus een klein lotingsegment waarbij iedereen kan meeloten].
Nu we het hierboven hebben gehad over de groepen die betere slaagkansen moeten krijgen, gaan we hieronder verder met de instrumenten waarmee we dit willen bereiken.
2. Welk toewijzingsprincipes wil de raad hanteren?
Toelichting In Nederland is de meest toegepaste vorm van toewijzing een combinatie van inschrijfduur en loten. Inschrijfduur als toewijzingsprincipe werd in het algemeen als rechtvaardig ervaren; iedereen wacht op zijn beurt. Loten wordt daarnaast vaak ingezet om groepen die met inschrijfduur te weinig kansen hebben alsnog een kans te bieden. Op dit moment zien wij landelijk echter een verschuiving in wat over het algemeen als ‘eerlijk’ wordt gevonden. Door een toenemende schaarste zijn er steeds meer mensen die geen woning hebben; vaak zijn zij inwonend bij familie of vrienden. Resultaten van twee enquêtes (ASR 2020 en Woningnet 2017) laten een verschuiving zien in ‘wat mensen eerlijk vinden in woningtoewijzing’: in toenemende mate wordt het toewijzen van een woning aan woningzoekenden die het meest dringend een woning nodig hebben, c.q. aan mensen die geen woning hebben, als eerlijk en noodzakelijk gezien.
Het huidig model in Almere is een combinatie van inschrijfduur (50%) en loten (50%). Bij het loten geldt een bindingseis aan Almere. De raad heeft aangegeven het loten te willen verminderen en specifieker te willen toepassen (motie RG-199/2020).
Opties a. Toewijzen op inschrijfduur. Dit toewijzingsprincipe maakt het relatief voorspelbaar voor woningzoekenden wanneer zij in aanmerking komen voor een woning. Daarnaast is een kenmerk van toewijzing op inschrijfduur dat woningzoekenden hun slaagkans in de loop der tijd van zelf zien toenemen, zonder dat zij hiervoor iets hoeven te doen. Woningzoekenden met een relatief korte inschrijfduur, die graag willen verhuizen en naarstig op zoek zijn naar een woning, kunnen in dit systeem niets doen om hun slaagkans te vergroten. Het principe van toewijzing op inschrijfduur werkt in het voordeel van woningzoekenden die al lang in Almere zijn ingeschreven. Dit zijn voor het overgrote deel Almeerders. Toewijzing op inschrijfduur is dus in het voordeel van Almeerders die al een woning hebben. Het principe is nadelig voor jongeren die vanwege hun leeftijd een lage inschrijfduur hebben en voor vestigers, die nog niet zo lang het voornemen hebben zich in Almere te willen vestigen. Ook andere woningzoekenden die met ‘spoed’ een woning nodig hebben, zijn niet geholpen met een systeem uitsluitend gebaseerd op inschrijfduur.
Maatschappelijke effect:
4
AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT
Toewijzen op inschrijfduur is, door de huidige schaarste aan betaalbare woonruimte, steeds meer een soort ‘verzekering’ geworden. Mensen schrijven zich uit voorzorg in, als ze voorzien dat ze in de toekomst mogelijk een (andere) woning in Almere nodig hebben of wensen. Het zegt niets over de individuele woonwens of woningnood op dit moment. Woningzoekenden die een kwalitatief betere woning wensen, worden in dit systeem goed geholpen. Mensen die niet hebben kunnen voorzien ooit een (andere) woning in Almere nodig te hebben, komen in dit systeem niet aan bod. Door de huidige lange wachttijden functioneert dit systeem eigenlijk niet meer. Het is te inflexibel. Mensen die zich in Almere willen vestigen vanwege hun werk, komen er niet tussen. Ook Almeerders die met spoed een (andere) woning nodig hebben, maar zich niet tijdig hebben ingeschreven en niet in aanmerking komen voor urgentie, worden niet geholpen. Jongeren hebben, doordat zij per definitie een korte wachttijd hebben, ook weinig kans om te slagen op de woningmarkt.
b. Belonen van actief zoeken/reageren. Bij deze optie krijgen woningzoekenden een bonus bij actief zoeken. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van het toekennen van extra ‘inschrijfduur’ of ‘punten’ bij het regelmatig reageren op woningen, of in de vorm van een puntensysteem zoals in de Amsterdamse Stads Regio wordt ingevoerd. Het voordeel is dat woningzoekenden invloed kunnen uitoefenen op hun kansen door actief naar een woning te zoeken en op woningen te reageren. Een nadeel is, dat woningzoekenden strategisch zoekgedrag zullen gaan vertonen, vanwege de bonus die zij kunnen krijgen bij actief zoeken. Woningzoekenden met minder punten zullen waarschijnlijk ook gaan reageren op woningen waar ze voorlopig geen kans op maken, maar waar ze wel een bonus mee verdienen. Woningzoekenden met meer punten zullen om diezelfde reden waarschijnlijk gaan reageren op woningen, terwijl ze niet op zoek zijn naar een woning. Daarom is het verstandig voorwaarden te stellen aan het verkrijgen van een bonus, bijv. in de vorm van een bonus- malus systeem, waarbij woningzoekenden hun bonus ook kunnen verliezen, bijvoorbeeld bij niet verschijnen op een bezichtiging en bij het weigering van een aangeboden woning.
Een bonus-malus bij actief zoeken zorgt ervoor dat woningzoekenden met weinig punten op deze manier gemakkelijk hun kansen kunnen vergroten. De kans dat ze bij veelvuldig zoeken een woning aangeboden krijgen, is klein. De kans op een malus is dus klein. Woningzoekenden met meer punten punten hebben minder mogelijkheden om via actief zoeken hun kansen te vergroten. Voor hen is de kans dat ze een woning aangeboden krijgen, groter. Zij zullen dus doorgaans selectiever reageren op het aanbod omdat er een ‘straf’ staat op weigeren. Zij krijgen daardoor ook minder bonuspunten.
Het introduceren van een bonus-malussysteem maakt de woonruimteverdeling wel complexer en heeft consequenties voor de uitvoeringskosten. In plaats van de situatie nu, waarin alleen mensen die een woning zoeken het systeem gebruiken (20.000), zal dan naar verwachting een veel groter deel van alle ingeschreven woningzoekenden (50.000) het systeem gebruiken, om de bonus voor actief reageren te krijgen. Hiervoor zal de (reken)capaciteit van het systeem van Woningnet vergroot moeten worden. Dit gaat gepaard met (hoge) kosten en dit leidt mogelijk tot hogere inschrijfkosten voor woningzoekenden.
Maatschappelijk effect: Een voordeel van het belonen van actief zoeken is dat de mensen die echt op zoek zijn naar een (andere) woning met dit systeem veel beter geholpen worden dat in een systeem waarbij de woning uitsluitend verdeeld worden op basis van inschrijfduur. Mensen die ingeschreven staan, als een soort van verzekering, en na lange tijd hun inschrijfduur verzilveren, kunnen in dit systeem ‘ingehaald’ worden door actief woningzoekenden. Het belonen van actief zoeken werkt dus in het voordeel van woningzoekenden met een relatief korte inschrijfduur. Met dit toewijzingsprincipe kan beter bereikt worden dat meer woningen naar woningzoekenden gaan die het hard nodig hebben.
c. Bevoordelen van woningzoekenden in een specifieke situatie (bijvoorbeeld ‘spoedzoekers’) boven andere woningzoekenden. Dit toewijzingsprincipe houdt rekening met de situatie waarin een woningzoekende zich bevindt. Er zijn woningzoekenden die geen woning hebben of door omstandigheden dringend een andere woning nodig hebben, maar toch niet in aanmerking komen voor urgentie, omdat zij inwonend zijn bij een ander huishouden (mensen zonder woning die inwonend zijn bij een ander huishouden, krijgen geen urgentie in de huidige urgentieregeling). Deze woningzoekenden hebben echter wel een dringende woonbehoefte. Als men bijvoorbeeld deze groep spoedzoekers betere slaagkansen wil bieden is het een mogelijkheid om een deel van de vrijkomende woningen te labelen en toe te wijzen aan woningzoekenden in deze specifieke situaties. Bepaald moet dan worden hoe groot dit segment woningen is en welke voorwaarden gesteld worden aan woningzoekenden om in aanmerking te komen voor deze woningen. Een bindingseis aan Almere kan bijvoorbeeld als voorwaarde gelden. Een andere mogelijkheid is om (voorrangs)regels te hanteren waardoor woningzoekenden in bepaalde (schrijnende) situaties meer kans maken op een woning.
5
AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT
Maatschappelijke effect Door woningzoekenden in een specifieke situatie te bevoordelen boven andere woningzoekenden, zorg je ervoor dat mensen waarvan de raad vindt dat die een hoge prioriteit hebben sneller een (andere) woning krijgen. De kans van woningzoekenden die niet tot deze groepen behoren (maar mogelijk wel lang ingeschreven staan) daalt hierdoor.
d. Toewijzing op basis van loting Een andere mogelijkheid is om alle woningen te verloten. Voor iedereen die op een vrijkomende woning reageert, is dan kans om die woning te krijgen gelijk.
Maatschappelijk effect Het is bij dit toewijzingsprincipe niet gezegd dat de mensen die het hardst een (andere) woning nodig hebben, geholpen worden. Ook weten woningzoekenden niet wanneer ze aan de ‘beurt’ zijn. Het kan volgende week zijn, maar ook over 12 jaar.
Naast de vier bovenstaande toewijzingsprincipes apart van elkaar, zijn er ook mengvormen mogelijk. Bijvoorbeeld een combinatie van inschrijftijd en loting, zoals in het huidige model, of een combinatie van inschrijftijd en belonen van actief zoeken, of een combinatie van inschrijftijd, belonen van actief zoeken en ‘bevoordelen’ van woningzoekenden in spoedsituaties. Ook het verloten van woningen kan als optie worden toegevoegd. De keuze voor een combinatie tussen verschillende ‘verdeelsystemen’ is afhankelijk van het type woningzoekenden dat je het meest wilt helpen slagen op de woningmarkt.
De Amsterdamse Stadsregio (ASR) bereidt een nieuw systeem van Woonruimteverdeling voor, waarin elementen van toewijzing op inschrijfduur, op situaties en op zoekgedrag geïntegreerd worden in één puntensysteem. In dit nieuwe systeem spelen wachten, situaties en zoeken een grote rol. De jaren van inschrijfduur worden 1 op 1 overgezet naar wachtpunten. Daarnaast kunnen zoekpunten en situatiepunten worden opgebouwd. Het totaal aantal punten bepaalt de rangorde in de woonruimteverdeling. Doel van het nieuwe systeem is dat woningzoekenden met een korte inschrijfduur hun slaagkansen positief kunnen beïnvloeden en dat ook woningzoekenden die dringend een woning nodig hebben, maar niet in aanmerking komen voor urgentie, betere slaagkansen krijgen.
Schema nieuw systeem SRA
Een andere verdeling van ‘punten’ dan hierboven geschetst is ook mogelijk, afhankelijk van welke woningzoekende je het eerst wilt helpen aan een (andere) woning.
Voordelen • In dit systeem kunnen woningzoekenden met een relatief korte inschrijfduur hun slaagkansen vergroten door actief op zoek te gaan naar een woning. • In dit systeem krijgen woningzoekenden die dringend een woning nodig hebben, maar niet in aanmerking komen voor urgentie, een extra slaagkans, door het inzetten van situatiepunten. • In dit systeem worden verschillende doelen en regelingen geïntegreerd tot één puntensysteem. Dit is relatief eenvoudig te begrijpen voor woningzoekenden. • Bijstellen van het systeem is, indien dit na verloop van tijd wenselijk mocht zijn, relatief eenvoudig door de balans in puntentelling te wijzigen.
Nadelen • Dit systeem is nadelig voor de zg. kwaliteitszoekers; mensen met een relatief lange inschrijfduur. Hun slaagkansen nemen af, ten gunste van woningzoekenden die actief zoekpunten verzamelen en ten gunste van spoedzoekers die situatiepunten krijgen.
6
AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT
• Risico’s in de uitvoering omdat vooralsnog onduidelijk is of de systemen van Woningnet voldoende toegerust zijn voor dit nieuwe systeem en omdat het systeem nog niet in de praktijk is getest. • Hoge kosten voor implementatie; In de ASR kost dit ongeveer € 2 mln. Dit leidt waarschijnlijk tot hogere inschrijfkosten voor woningzoekenden. Indien gewenst, kan onderzocht worden of Almere zich zou kunnen aansluiten bij dit proces en welke kosten dit met zich mee brengt. • Lange implementatietijd (min. 1 jaar)
[Voorkeur college] [Het college wil het loten afschaffen, omdat het van mening is dat een basisbehoefte zoals een woning niet d.m.v. het lot zou moeten worden toegewezen. Bovendien kunnen woningzoekenden bij loting geen inschatting van hun kansen maken. Het college heeft een voorkeur voor toewijzingsregels waarin inschrijfduur, actief zoeken en dringende situaties een rol spelen. Het college is voorstander van het idee dat woningzoekenden actief hun kansen kunnen vergroten en het college is van mening dat woningzoekenden die geen woning hebben, maar ook niet in aanmerking komen voor urgentie, beter geholpen moeten worden. Het college ziet veel positieve elementen in het nieuwe systeem van de ASR. Dit nieuwe systeem integreert al deze elementen tot één puntensysteem
[Advies corporaties/3HO]: Goede Stede: voorstander van toewijzing op inschrijfduur (inschrijfduur volledig leidend laten zijn). Hierdoor kunnen huurders passender gaan wonen en komt de doorstroming op gang. Negatief tegenover voordeel bij actief zoeken; complex, moeilijk uitlegbaar, minder transparant, fraudegevoelig, verhoging inschrijfkosten. Negatief tegenover extra slaagkansen in specifieke situaties en negatief tegenover een regeling voor spoedzoekers in welke vorm dan ook. De Alliantie: terughoudend in beloning van actief zoeken (redenen idem aan Goede Stede). Voorstander van uitbreiding van de urgentieregeling plus een klein lotingsegment waarbij iedereen kan meeloten t.b.v. spoedzoekers. Ymere: voorstander van rekening houden met de omstandigheden van zoekers. Voorstander van actief zoeken belonen. Dit kan de positie van starters, jongeren, en spoedzoekers versterken. Corporaties/3HO zijn niet bij voorbaat tegen een klein lotingsegment. Een lotingsegment biedt woningzoekenden die bij toewijzing op inschrijfduur geen kans maken, omdat hun inschrijfduur te laag is, toch een kleine kans door middel van het lot. Daarbij is men geen voorstander van het beperken van het lotingsegment tot woningzoekenden met een inschrijfduur van maximaal 4 jaar. Corporaties/3HO willen afwachten of het nieuwe systeem van de ASR zich bewijst in de stadsregio Amsterdam.
Als het daar een succes blijkt, kan in de toekomst overwegen worden dit systeem in Almere te gaan gebruiken en zullen de investeringskosten een stuk lager zijn.]
3. Voorrangsregels: Wil de raad voorrangsregels hanteren en zo ja, welke?
Toelichting
Wat zijn voorrangsregels? Het verschil tussen toewijzingsregels en voorrangsregels. Voorrangsregels worden toegepast voor specifieke doelen, specifieke woningzoekenden en specifieke woningen. Een voorrangsregel ‘overruled’ de algemene toewijzingsregels. Het meest aansprekende voorbeeld is de urgentieregeling; woningzoekenden met een urgentieverklaring gaan voor op woningzoekenden zonder urgentieverklaring, ook al is hun inschrijfduur lager dan woningzoekenden zonder urgentieverklaring.
Het nadeel van voorrangsregels Omdat voorrangsregels een uitzondering maken op de algemene toewijzingsregels (zoals inschrijfduur) wordt de woonruimteverdeling ingewikkelder door voorrangsregels. Om die reden is het verstandig spaarzaam te zijn met deze uitzonderingen. Hoe meer voorrangsregels, hoe vaker het algemene toewijzingsprincipe niet van toepassing is, hoe ingewikkelder de woonruimteverdeling wordt. Als er (te)veel voorrangsregels gelden, wordt de woonruimteverdeling voor woningzoekenden ondoorgrondelijk.
Huidige voorrangsregels • Wettelijke passendheidsregels wat betreft inkomen • Passendheidsregels wat betreft grootte huishouden i.r.t. aantal kamers • Urgentieregeling • Labelen van woningen (reserveren van woningen voor bepaalde groepen) Labelen werkt als een voorrang voor groepen die voldoen aan de voorwaarden van het label. In het huidige systeem zijn de volgende labels van toepassing: ➢ Jongerenwoningen (18 t/m22 jaar) met een huur tot aan de kwaliteitskortingsgrens en een 5 jaarscontract Het voornemen is om ook een label te introduceren voor jongeren van 23 t/m 27 jaar, voor woningen met een huur tot aan de aftoppingsgrens met een 5 jaarscontract ➢ Zorgwoningen (voor woningzoekenden met een indicatie van het CIZ); ➢ Aangepaste woningen (voor woningzoekenden met een WMO-indicatie) ➢ VGNB (Van Groot naar Beter) gelabelde woningen, voor woningzoekenden die verhuizen van een eengezinswoning met minimaal 4 kamers naar een gelijkvloerse woning (woningzoekenden