CConstaterende datAlmere
Koppel je AI →
Document · PDF

Bundel PM 4 februari

Politieke Markt 4 februari 2021, gemeente Almere32.523 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De otter kan geholpen worden door bruggen en duikers ottervriendelijk te ontwerpen en in te richten. Daarmee is de otter een gidssoort voor het veerkrachtige systeem van schone visrijke moerassen en wateren om, door en in de stad.

44 45 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur

ECOLOGISCHE VERBINDINGEN DE RUGSTREEPPAD, GIDSSOORT VOOR TIJDELIJKE NATUUR Voor een veerkrachtige natuur is de verbinding tussen brongebieden noodzakelijk. Dit zorgt voor de Almere is een stad in ontwikkeling. Dit betekent dat grote gebieden voor langere tijd ‘braak’ duurzame instandhouding van populaties. Veilige oversteekplaatsen stellen dieren in staat om nieuwe liggen. Deze gebieden zijn dynamisch en voortdurend ontstaan plekken waar pioniernatuur gebieden te koloniseren of tot genenuitwisseling te komen. We zetten in op het opheffen van de ont- kan gedijen. In het overig zo aangeharkt Nederland is deze dynamische natuur zeldzaam brekende verbindingen, veilige oversteekplaatsen en het zichtbaar maken van deze verbindingen voor geworden. Van nature komt pioniernatuur voor waar wind en water vrij spel hebben zoals de inwoners in de stad. Recreatief medegebruik is een mogelijkheid als deze niet ten koste gaat van aan onze kusten en rivierduinen. Zonder die dynamiek is pioniernatuur geen lang leven be- de ecologische functie. Een inventarisatie naar de knelpunten en het functioneren van de verbindingen schoren en zullen door successie de pioniers weer verdrongen worden. Dat is nu eenmaal vanuit de natuurgebieden de stad in zal helpen bij het verbeteren van de functie op korte en langere de ‘natuurlijke loop der dingen’.

Juist voor die pioniernatuur kan Almere op steeds wisselen- termijn. de plekken ruimte geven. Rugstreeppadden zijn bij uitstek de gidssoort voor pioniernatuur. De ecologische verbindingen zijn op meerdere niveaus te leggen. Almere en haar omliggende wateren Schaars begroeide poeltjes in zandig terrein zijn de voortplantingsplekken en in de winter zijn van internationale betekenis voor watervogels uit het hoge noorden en een belangrijk bijtanksta- graven de volwassen dieren zich in het zand in. Deze gebieden zijn ook belangrijk voor diverse tion voor vogels die verder naar het zuiden vliegen. Op nationale schaal komen belangrijke lijnen bij soorten orchideeën, korstmossen en tal van andere gespecialiseerde planten en dieren. Deze Almere samen: de randmeren ten zuiden, het Nationaal Park NieuwLand ten noorden en de Vechtplas- pioniersoorten zijn van nature goed in staat om nieuwe gebieden te koloniseren, maar soms sen ten westen. Ook op regionale schaal is de Almeerse natuur van belang. Dwars door Almere lopen zullen ze een handje geholpen moeten worden. verbindingen van het Natuurnetwerk Nederland, waarmee de belangrijke natuurgebieden onderling zijn verbonden.

Bestaande verbindingen worden verbeterd, nieuwe verbindingen worden aangelegd, waaronder: DONKERE NACHTEN • Verbinding Kromslootpark & Lepelaarplassen, langs de Hoge Wetering Duisternis is in de westerse wereld een schaars goed. Diverse natuurwaarden zijn afhankelijk van • Verbinding Vroege Vogelbos & Almeerderhout, langs de A6/ De Steiger duisternis. Nederland is bijvoorbeeld van grote betekenis voor de zeldzame meervleermuis, een soort • Verbinding Buitenhout & Vaartsluisbos die het moet hebben van duisternis. In Almere is recent een kraamkolonie ontdekt. Tegelijkertijd is • Verbinding Almeerderhout, Buitenhout, Kotterbos – o.a. voor de sociale veiligheid – verlichting van belang voor een leefbare stad. Waar mogelijk blijft straat- en wegverlichting achterwege of wordt deze aangepast. We gaan onderzoeken waar duisternis RUIMTE VOOR TIJDELIJKE NATUUR noodzakelijk is voor een functionerend stadsecosysteem. Hiertoe zullen we in ieder geval het netwerk Braakliggende terreinen bieden volop kansen voor pioniernatuur. De kale gronden zijn vanaf het eerste van leefgebieden van vleermuizen in kaart brengen. De lering die we hieruit trekken benutten we onder moment interessant voor de specifieke plant- en diersoorten die juist gedijen op gronden die na grote meer bij de toepassing van de toolbox natuurinclusief bouwen. ingrepen weer even met rust worden gelaten.

Orchideeën bloeien hier rijkelijk, de kleine plevier komt Uiteraard staat veiligheid voorop. Als alternatieve routes veilig zijn, kunnen sommige paden verduis- hier tot broeden en zelfs de zeldzame rugstreeppad plant zich hier voort. We gaan bij ieder nieuw terd zijn. Bij essentiële ecologische knelpunten die toch verlichting nodig hebben, kijken we naar op- project deze kansen benutten, waarbij we gebruik kunnen maken van het (wettelijke) instrument “tij- lossingen als dynamische verlichting of aanpassing van het verlichtingsspectrum. delijke natuur”. De wet maakt het met een ontheffing mogelijk om tijdelijke natuur de ruimte te geven en die later weer te mogen verwijderen zodra de ontwikkeling van start gaat. We gaan dit instrument ook inzetten om bouwterreinen tijdelijk te verfraaien. Recreatief gebruik, educatie en voorlichting zijn daarbij belangrijke aspecten. Het instrument tijdelijke natuur kan worden ingezet als voorsortering op een definitieve inrichting van ecologie in de wijk en op het bouwterrein.

46 47 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur

DE VLEERMUIS, GIDSSOORT VOOR DONKERE NACHTEN Figuur 14: bijen en vlinderlint In Almere komen zeven verschillende vleermuizen voor, waarvan sommige opvallend alge- meen zijn. Een aantal soorten zijn kieskeurig, maar de gewone dwergvleermuis komt vrijwel overal voor. Ze slapen overdag in holle ruimten, vaak spouwmuren die ze bereiken via de beluchtingsspleten (stootvoegen). Niet zelden zijn kraamkolonies van tientallen dieren in de stad ontdekt, zonder dat de bewoners daar overlast van ondervinden. In tegendeel, vleermui- zen zijn fervente insectenjagers waardoor het voor ons ’s avonds in de tuin of op het balkon aangenaam vertoeven is. Naast die slaapplaatsen zijn ook grotere groengebieden in de om- geving van belang. De vleermuizen vliegen bij voorkeur langs lanen en perceelranden naar die gebieden. Deze dieren voelen zich dus goed thuis in een groene stad. Bij de inrichting, bouw en het beheer kan rekening gehouden worden met deze aspecten van de leefomgeving van vleermuizen.

DIVERSIFIËRING VAN GROEN We inventariseren de bestaande stad op mogelijkheden om de biodiversiteit te versterken en nemen biodiverse beplanting voortaan als uitgangspunt in ontwerp en beheer. Met soorten beplantingen die het best passen bij de abiotische (niet levende) omstandigheden zoals bodem, klimaat, water en licht. In de meeste gevallen zijn dat planten van inheemse oorsprong.

Door rekening te houden met de natuurlijke processen en wederzijdse relaties tussen soorten, sturen we in het ontwerp en beheer van de stad naar een optimum van soortenrijkdom en een (be)leefbare stad. In feite is ons handelen samen te vatten als het toepassen van het principe ‘ecologisch tenzij…’. Rekening houdend met aspecten zoals: gebruik, veiligheid, esthetische kwaliteit, draagvlak, de identi- teit van de omgeving (zie bijlage 1 Landschappen en biotopen) of duurzaam betaalbaar beheer.

Voorbeelden zijn het maaibeheer en het onderhouden van bosschages waarbij ook aandacht is voor de bloemenpracht langs wegen en paden en de zichtbare verscheidenheid aan planten en dieren. De groene ruimte biedt plaats aan overnachting van dieren en overwintering van insecten. De leefom- standigheden voor de natuurlijke vijanden van overlastgevende soorten worden verbeterd. Kruiden- rijke wegbermen zijn goed voor gaasvliegen en sluipwespen en besdragende struiken zijn belangrijk STATUS UITVOERINGSAGENDA ECOLOGIE als nestgelegenheden en voedselvoorziening voor zangvogels. Zowel de gaasvliegen, sluipwespen als De Uitvoeringsagenda ecologie, is door het college vastgesteld. Het benoemt de activiteiten die de zangvogels zijn bewezen maatregelen in de beheersing van de eikenprocessierups. We passen het visie en haar doelen ondersteunen. Visie ecologie 2020 zelf kent een onbepaalde doorlooptijd terwijl maairegime aan op die locaties die kansrijk zijn voor de versterking van de soortenrijkdom. In onze de uitvoeringsagenda is bepaald tot en met 2024. Uiterlijk in 2024, of eerder als hier aanleiding toe is, onderhoudscontacten is natuurinclusief beheer een standaard onderdeel, waarbij zoveel mogelijk ge- actualiseert het college de uitvoeringsagenda passend bij de behoefde van het moment. stuurd wordt op de laatste inzichten en innovaties.

48 49 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur

B1 BIJLAGE 1 LANDSCHAPPEN EN BIOTOPEN Zoals genoemd in hoofdstuk 2, onder het principe van ‘verbinden van plaats en context, het benut- ten van het potentieel’, verdient het aspect van landschapskernmerken en biotopen extra toelichting. Factoren als omgeving, bodem, water en landschappelijke inrichting, vormen samen een biotoop met eigen kenmerkende planten en dieren. De landschapstypen en biotopen zijn hieronder vertaald in ‘sferen’ die een inspiratiebron zijn voor klei- ne en grote ecologische initiatieven. Wij vinden dit van belang omdat we met de natuur mee werken en tegelijk de waarde van de groenidentiteiten van de wijken versterken.

AANSLUITING OP DE OMGEVING Bij het ontwerpen van het stedelijk groen van Almere hebben diverse overwegingen een rol gespeeld, waarbij de gebruiksfuncties en de landschappelijke kwaliteiten steeds het belangrijkst waren. In een klein aantal gevallen was de belangrijkste reden het ecologisch functioneren (bijvoorbeeld de Ecozone Pampus). In veel situaties is de ecologie echter slechts volgend geweest. De natuur – de wilde plan- ten en dieren – kon gebruik nemen van de groenstructuren. Maar het groen zo inrichten dat het de stedelijke ecologie versterkt, heeft slechts in bescheiden mate meegespeeld. Het zijn met name de bewonersinitiatieven (bijvoorbeeld Beatrixpark, Bosrandpark, Koggepark, Hoekwierde en omgeving) waar ecologie meer aandacht heeft gekregen.

VOOR DUURZAME BIODIVERSITEIT Almere heeft door het vele groen een goede biodiversiteit, die zich kan meten met andere grote steden die bovendien veel ouder zijn. Door ecologie bij de inrichting een grotere rol te geven kan de potentie van Almere als een ecologische stad met een bijzondere biodiversiteit beter worden benut. En die biodiversiteit is ook weer gunstig voor de stad zelf. Daarnaast zullen we stimuleren dat initiatieven van bewoners, bewonersgroepen en andere organisaties aansluiten op deze indeling.

OMGEVINGSCONTEXT ALS INSPIRATIE De stad en haar omgeving zijn ontwikkeld volgens moderne principes. Daarbij is de bodem een belang- rijke sturende factor geweest. Met deze ontwikkelprincipes in het achterhoofd is in 2010 een inventa- risatie van de groenidentiteit van Almere uitgevoerd. Op basis hiervan onderkennen we de volgende indeling in sferen:

50 51 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur

Figuur 15: landschapssferen De sferen zijn op zich niet uniform: binnen iedere sfeer is een grote diversiteit. Met name het aandeel bebouwd oppervlak is divers. De sferen zijn dan ook niet opgedeeld in stedelijk versus natuurlijk ge- bied – het gaat om de geleidelijke overgang van groen naar bebouwing en vice versa. Natuurinclusief betekent dat het onderscheid steeds meer vervaagt, maar dat de uitersten nog wel in stand blijven. LANDSCHAPSSFEREN WATERSFEER ALMERE De watersfeer typeert het grote, open buitenwater. Zuidelijk Flevoland en dus ook Almere is omringd door een groot zoetwaterbekken: het IJsselmeergebied. Rond Almere onderscheiden we drie gebie- den: het Markermeer, het IJmeer en het Gooimeer. De ligging van het IJsselmeergebied is in inter- nationaal perspectief zeer bijzonder. Het is een van de zeer weinige grote zoetwatergebieden in de gematigde klimaatzone van Europa, die ’s winters niet of slechts kort dichtvriezen. Het vormt voor veel watervogelpopulaties daarom het meest noordelijk gelegen overwinteringsgebied. Als onderdeel van de Nederlandse delta is het daarnaast een internationaal zeer belangrijk gebied voor trekvogels die nog verder zuidelijk (tot in Afrika) overwinteren. Ecologisch gezien is het nog een jong gebied en daardoor nog in ontwikkeling.

Bovendien zorgen om- gevingsfactoren (zoals vermesting en weer terugdringing daarvan) voor veranderingen in het systeem; de waterplanten zijn daarbij het meest prominent in beeld. In het Toekomstbeeld Markermeer IJmeer is aangegeven dat de ecologie gebaat is bij meer land-waterovergangen, een gradiënt van troebel naar helder water, een betere verbinding met de binnendijkse wateren en een meer natuurlijk waterpeil. Projecten die hiervoor worden uitgevoerd zijn (onder meer) de Markerwadden en de Oostvaardersoe- vers. Door de natuur binnen- en buitendijks te verbinden zal de Almeerse ecologie een flinke impuls kunnen krijgen. Vooroevers kunnen bijdragen aan de ecologische kwaliteit, fungeren als dijkversteking en recreatief van nut zijn.

KUSTSFEER Op de rand van water en land vinden we de kustsfeer. Het buitendijks gelegen deel van Almere Haven, het Zilverstrand, het Almeerderstand en Almere-duin vormen de deelgebieden van deze sfeer. Deze gebieden zijn door mensenhanden geschapen, maar de natuurlijke elementen hebben wel in meer of mindere mate een effect op de begroeiing en overige ecologie. De gebieden hebben een (aangebrachte) zandbodem die relatief voedselarm is. De begroeiing doet denken aan de kustduinen en strandvlakten, LANDSCHAPSSFEREN al ontbreekt de zoute invloed van het zeewater. Wind speelt een prominente rol. Dit heeft onder meer BOSSFEER KUSTSFEER PARKSFEER AGROSFEER geleid tot een zeer fraai ontwikkelde mantelzoomvegetatie aan de westzijde van Almere Haven. Verder POLDERSFEER STADSFEER vinden we hier waardevolle paddenstoel- en korstmosvegetaties. Op het Zilverstrand zijn recent poelen MOERASSFEER WATERSFEER aangebracht waarmee het beeld van een groene strandvlakte is versterkt en die op termijn wellicht be- langrijk kan worden als leefgebied voor de rugstreeppad. De winddynamiek draagt bij aan het behoud en versterking van de ecologische kwaliteit. Enkele binnendijks gelegen gebieden kunnen ook tot de kustsfeer gerekend worden, zoals het orchideeënlandje nabij de Hollandse Brug en de westrand van Almere Poort.

52 53 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur

MOERASSFEER PARKSFEER Achter de dijk staat het land nog onder invloed van het omringende water en is er vaak sprake van een Bij de parksfeer vormt de groen het verbindende element bij de inrichting van de stad. De grote iden- moerassfeer. Na de droogval van Zuidelijk Flevoland ontstonden grote oppervlakten met moeras, met titeitsdragers van Almere Stad zijn de parken. De Leeghwaterplas en de omliggende bosgebieden, het name waar de oude IJsselmeerbodem het laagst gelegen was. Maar ook rond putten die ontstonden Weerwater en het Lumièrepark, het Beatrixpark, uitlopend in het Den Uijlpark. Maar ook de kleinere door de winning van zand voor de dijken. Inmiddels zijn een aantal van deze gebieden als reservaat parken zoals het Howardpark, het Magikapark en het Muzenpark hebben een rol als identiteitsdrager beschermd. De Lepelaarplassen en de Oostvaardersplassen zijn zelfs vanwege hun internationaal be- en als ecologisch brongebied. lang voor vogels als Natura 2000-gebied aangemerkt en genieten daarmee de hoogste beschermings- De parken vormen de verbinding tussen de grote bosgebieden en het wijk- en straatgroen. Samen met status. De bodem is voor het grootste deel voedselrijke zeeklei. Ten westen van de Lepelaarplassen de particuliere tuinen (mits deze groen zijn) vormen ze een groot aaneengesloten groengebied. Binnen liggen de “Natte Graslanden”.

Dit is een belangrijk foerageergebied voor broedvogels uit de moeras- de wijken hebben ook de oevers van de waterlopen een parkachtig karakter en bepalen mede de iden- sen, maar is ook op zichzelf belangrijk als vogelpleisterplaats en broedgebied voor weidevogels. titeit. Ook de Tennetzone is een opvallend groenelement. Onder deze moerassfeer moet ook zeker het Kromslootpark genoemd worden. Dit moeraspark is aan- Het parklandschap kent een goede biodiversiteit door de afwisseling van leefgebieden en robuuste gelegd, maar heeft een zeer natuurlijke uitstraling. De ligging en voeding met kwelwater zorgen voor groengebieden. Het fijne netwerk van groen zorgt ervoor dat typische parksoorten als de egel, en een goede waterkwaliteit met waardevolle waterflora en -fauna. zangvogels als groenling, heggemus en merel zich thuis voelen in de stad. Deze brongebieden zijn onderling verbonden door brede verbindingszones. De ecozone pampus loopt Diversifiëring in het wijkgroen en ecologisch groenbeheer kunnen de biodiversiteit en leefomstandig- zelfs vlak langs het stedelijk gebied van Poort (en straks Pampus) waarmee de moerassfeer direct bij heden voor dieren verder verbeteren. de stedelijke omgeving wordt gebracht. Deze natuurwaarden vinden we ook langs de Almeerse grach- ten en weteringen waar de laatste jaren veel natuurvriendelijke oevers zijn aangelegd.

Deze wateren BOSSFEER die ook in verbinding staan met de grote binnendijkse plassen (Weerwater, Leeghwaterplas, Noorder- Bij de bossfeer dragen bomen en bosachtige beplantingen in sterke mate bij aan de identiteit van het plassen) vormen de haarvaten van de aan water en moeras gebonden natuur. groen. De combinatie van loofbos op rijke zeeklei is zeer zeldzaam in Nederland en zelfs in (West-) Europa. Dat dit een heel natuurlijke combinatie is, wordt aangetoond door de hoogst bekende dicht- POLDERSFEER heden van een flink aantal zangvogelsoorten (bijvoorbeeld zanglijster, zwartkop, tjiftjaf, nachtegaal, De poldersfeer typeert de rationele, agrarische verkaveling van de Flevopolder. Deze sfeer vinden we wielewaal) en een goede roofvogelstand (met name buizerd en havik). aan de oostzijde van de stad in Almere Buiten. De belangrijkste identiteitsdragers van dit stadsdeel zijn Ook in aanleg ademen de bossen de sfeer van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het rationele land- de landschappen rond de Lage Vaart, Oostvaardersbos/-plassen en het weidse poldergebied aan de schap met lange rechte kavellijnen, robuuste bosvakken en populier-woudreuzen is kenmerkend voor zijde van Zeewolde. Zij bepalen voor een belangrijk deel de groene identiteit. De noordzijde van dit ge- deze streek. Juist ook deze elementen dragen bij aan de hoge natuurwaarden van de bossen.

Hoe druk bied is meer gesloten, terwijl de gebieden langs de Lage Vaart en in het zuiden een open polderkarak- het ook op de paden kan zijn, de grootte van de percelen en de relatief lage dichtheid van paden zorgen ter hebben. De oorspronkelijke verkaveling van het polderlandschap staat model voor de ruimtelijke voor voldoende rust voor het wild. structuur en is vormgegeven door een raamwerk van groen met lange lijnen. Dit zien we ook terug in het onderhoud en type beplantingen, waarin hagen en plantsoenen strakke Belangrijke onderdelen van de bossfeer aan de westzijde van Almere zijn het Pampushout en het Vroe- vormen hebben en de populierenrijen een duidelijke verwijzing zijn naar het polderlandschap. ge vogelbos-Beginbos. Aan de oostzijde liggen het Almeerderhout en het kleinere Buitenhout. Het Het Meridiaanpark, de strook tussen de Eilanden- en Oostvaardersbuurt, en het Oostrandpark verbin- oudste stadsdeel van Almere – Almere Haven – zien we ook als onderdeel van de bossfeer. De bossen den de grote groengebieden ten noorden en het polderlandschap aan de zuidzijde. Het Polderpark en zijn doorgetrokken in de woonwijk en dragen zo bij aan een beschut en aangenaam leefklimaat. Er is de Evenaar –en in mindere mate de Flevolijn – kaderen de woonvelden verder in. De groene inrichting geen dramatische grens tussen de bossen en het stadsdeel.

Het stadsdeel is omgeven door het Vroe- van de hoofdinfrastructuur weerspiegelt ook dit principe van een bosrijke noordzijde en het open pol- ge Vogelbos-Beginbos aan de westzijde en het Almeerderhout aan de oostzijde. Deze bossen staan derlandschap aan de zuidzijde van het stadsdeel. De groene inrichting van de wijken is evenwel mo- in verbinding met de robuuste houtwallen rond de dreven, die met regelmaat de huizen aan het oog notoon en sterk gestructureerd. Op dit schaalniveau kan meer verscheidenheid aangebracht worden onttrekken. Het groenonderhoud is hier bij uitstek gericht op het volgen van natuurlijke processen. Het in de groene inrichting met behoud van het polderkarakter. Dit zal de beleefbaarheid, biodiversiteit en mag hier wat ruiger zijn, waardoor tegelijk schuil- en overwinteringsmogelijkheden ontstaan. het stedelijk ecosysteem ten goede komen.

54 55 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur

De ruime opzet met bosplantsoen maakt dat dit stadsdeel een organisch onderdeel is van de bossfeer. In het verleden werd de populier vaak als tijdelijke beplanting gezien. Populier is echter een kenmer- kende soort van zeekleigebieden. De waardering voor de populier is weer terug, mede omdat verschil- lende ziekten onder bomen vragen om een diverser bomenbestand.

STADSSFEER De stadssfeer is de meest stedelijke versie, maar kent in Almere nog steeds groene elementen. Groen is er compact, maar kan wel degelijk functioneel zijn. De hoogstedelijke stadssfeer met een grote dichtheid aan gebouwen, straten en pleinen lijkt ver verwijderd van datgene wat als oorspronkelijke natuurlijk wordt gezien. Vanuit de gedachte dat de invloed van de mens overal op de wereld is terug te vinden, kan echter ook het hoogstedelijke als natuur worden gezien. Natuur waar de invloed van de mens zeer intensief is. De stadssfeer kan aan natuurlijke kwaliteit winnen door bij de inrichting inspi- ratie op te doen in berggebieden: ”Gevels en daken zijn als kunstmatige rotsen en alpenweides in het stadsecosysteem.”

AGROSFEER Kenmerkend voor deze landelijke omgeving is aanwezigheid van kleinschalige landbouw afgewisseld met wonen en werken. De vruchtbare en kalkrijke zeekleibodem ligt overal aan de oppervlakte en is hier niet afgedekt door ophoogzand. De grondslag zal voor de pioniers die dit landschap de komende jaren vormgeven, een bepalende factor zijn voor de beplantingskeuze. Het kleinschalige landschap gevormd door struiken en bomen van de tuinen zijn de nieuwe houtsingels van dit jonge landschap. Vijverpartijen en rietlandjes vormen een mozaïek van stapstenen. De Eemvallei die de Oostvaarders- plassen met het Almeerderhout verbindt, vormt zowel een rustplaats als een brongebied voor de die- ren die het agrolandschap als hun biotoop hebben.

56 57 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur

B2 ECOLOGISCH BIJLAGE 2

NETWERK ALMERE

ECOLOGISCH NETWERK ALMERE

GEBIEDEN VERBINDINGEN NATUURNETWERK NEDERLAND ALMEERSE ECOLOGISCHE HOOFDVERBINDINGEN, BESTAANDE VERBINDINGEN GROENBLAUW RAAMWERK ALMEERSE ECOLOGISCHE HOOFDVERBINDINGEN, TOEKOMSTIGE VERBINDINGEN TRANSFORMATIEGEBIED NAAR BEBOUWD GROENBLAUWE ADERS

Figuur 16: Ecologisch Netwerk Almere

58 59 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur

INDELING, FUNCTIE EN STATUS ECOLOGISCH NETWERK ALMERE GEBIEDEN: d. Groenblauwe aders a. Natura 2000 en NatuurNetwerk Nederland (NNN). Functie: verbinden van de NNN en Ecologische hoofdstructuur de wijk in, foerageer- en migratieroute Functie: Ecologische structuur van Europa en Nederland met nationale en internationale betekenis. voor de sub-urbane (park & wijk) flora en fauna. Status: Natura 2000 is de gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming en betreft de interna- Status: functie vastleggen in omgevingsvisie en -plannen. tionaal belangrijke natuurgebieden. NNN is gebiedsbescherming volgens de Nota Ruimte. Provincie Ontwikkelopgave: opheffen knelpunten migratieroutes voor gidssoorten, inrichting en beheer richten Flevoland is het bevoegd gezag. Alle Natura 2000-gebieden zijn automatisch ook NNN. op ecologische functie. Ontwikkelopgave: beschermen, door oa verankering in omgevingsplannen door gemeente en in be- Kenmerk: gelegen aan de blauwe structuur, hoofdgroenstructuur of civiele infrastructuur heerplannen van terreinbeheerders en provincie Door: terreineigenaren zoals: provincie, rijk (rijkswateren), gemeente e.

Groene haarvaten (niet op kaart aangegeven) Kenmerk: aanwijzingsbesluiten Natura 2000 en vastgelegd NNN (en de wezenlijke kenmerken en Functie: ecologische en groene structuren op wijkniveau, foerageer en verblijfsgebied voor urbane waarden NNN) flora en fauna. Status: geen beschermde status, sterk mulitifunctionele betekenis. b. Groenblauw raamwerk Ontwikkelopgave: inrichting en beheer waar dat kan mede richten op versterken van ecologische func- Functie: het raamwerk waarbinnen - in combinatie met andere stedelijke functies – planten en dieren tie en betekenis zich kunnen handhaven en verplaatsen tot in het hart van de stad en randen van de wijk. Het groen- blauw raamwerk omvat ook de Natura 2000-gebieden en de NNN. Het beschermingsregime van die categorien is voor die gebieden leidend. Het Groenblauw raamwerk omvat daarnaast ook regionaal en lokaal belangrijke groengebieden. Status: benoemd in de nota Kleur aan Groen (2014). Voor de gebieden buiten Natura 2000 en NNN geldt dat stedelijke ontwikkelingen, mits die de algemene functie van het groenblauw raamwerk versterken, hierin plaats kunnen vinden. Ontwikkelopgave: de ecologische potentie van het groenblauw raamwerk optimaliseren ten behoeve van de ecologische functie.

Kenmerk: netwerk van ‘landschapstypen’: parken, voorzieningenparken, moeras en natte natuur, bos, water en ‘structuren’: recreatieve verbindingen, waterverbindingen en dijken. Het groenblauw raamwerk is ontleend aan de nota Kleur aan Groen.

VERBINDINGEN: c. Ecologische hoofdverbindingen Functie: mogelijk maken van migratie van planten en dieren tussen gebieden van de NNN ter instand- houding van de soort en uitwisseling van genetisch materiaal. Status: functie vastgelegd of vast te leggen in omgevingsvisie en -plannen. Ontwikkelopgave: opheffen infrastructurele knelpunten voor planten en dieren, zowel voor land als watermilieu’s. Inrichting en beheer zijn natuurinclusief en gericht op versterking van de ecologische functie. Kenmerk: volgen veelal de bestaande structuren als watergangen en hoofdgroenstructuren.

60 61 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur

COLOFON Ter aanbieding aan de gemeenteraad van Almere Vormgeving Communicatie en Dienstverlening, Samenstelling Team Vormgeving Afdeling Stedelijk Beleid Afdeling Stadsruimte Fotografie Oa. Ton Eggenhuizen, Bart Buijs, Kernteam: René Vos, Erna Koelman, Maarten Feenstra. Ton Eggenhuizen Peter Post Drukwerk Annemiek Eggenhuizen-van Gool Repro Almere

Tekstbewerking: Erica Pierik

Gemeente Almere september 2020

62

Uitvoeringsagenda ecologie 2020-2024 Bouwen met natuur

1 Uitvoeringsagenda ecologie

INHOUD INLEIDING 5

DE MAATREGELEN 5

1. TROTS OP STADSNATUUR 7

2. GROENE GEBOUWEN & NATUURINCLUSIEF ONTWERPEN 9

3. GROENE TUINEN 11

4. GEZONDE WATEREN 12

5. ECOLOGISCHE VERBINDINGEN 13

6. RUIMTE VOOR TIJDELIJKE NATUUR 15

7. DONKERE NACHTEN 16

8. DIVERSIFIËRING VAN GROEN 17

UITVOERING DOOR EEN ALTERNATIEVE AANPAK 19

UITVOERINGSAGENDA 22

2 3 Uitvoeringsagenda ecologie

INLEIDING Bouwen aan de stad Almere betekent als vanzelf bouwen aan de groene stad. Als uitwerking op de langetermijndoelstellingen van de Visie ecologie 2020, Bouwen met natuur maakt deze uitvoerings- agenda de activiteiten voor de natuurinclusieve stad voor de komende jaren concreet. Heeft de Visie ecologie 2020 een langjarig perspectief, de Uitvoeringsagenda ecologie 2020-2024 zal om de 4 à 5 jaar worden geactualiseerd om weer aan te sluiten op de actualiteit.

VISIE ECOLOGIE 2020

IN DE VISIE ECOLOGIE 2020 dragen betrokken Almeerders bij aan de natuur in hun omgeving en zijn ze trots op de groene iden- titeit van de stad. Samen met partners zorgen we voor een rijke biodiversiteit waar de natuur tot in de wijken aanwezig is met voldoende leefgebied voor planten en dieren en zijn de natuurgebieden om de stad met elkaar verbonden. Met als resultaat een robuust en veerkrachtig stadsecosysteem dat tegen een stootje kan.

Bouwen aan natuur doen we samen; vanuit het stadhuis, met bewoners en met partners. In deze agenda zijn daarom de activiteiten opgenomen die een significante bijdrage leveren aan het ecologisch systeem en soms al vooruitlopend hierop zijn geborgd in onze eigen programma’s of in pro- gramma’s van derden. Denk hierbij aan onze eigen programmeringen als de Duurzaamheidsagenda of de programmalijn Groene en waterrijke identiteit, zoals opgenomen in het meerjarenprogramma 2021-2025 van het Fonds Verstedelijking Almere. Of bijvoorbeeld het programma Nieuwe Natuur van de provincie Flevoland. Activiteiten dus die aansluiten op de Visie ecologie 2020 en bijdragen aan haar doelen. Het hoofdstuk ‘De maatregelen’ geeft een beknopte beschrijving van de activiteiten en het effect wat hiermee wordt beoogd. De activiteiten zijn ingedeeld naar de 8 doelen van de visie. Hoofdstuk ‘Uitvoe- ringsagenda’ geeft een schematische weergave van de actoren, tijdspad en aanpak.

De uitvoeringsagenda 2020-2024 doet op dit moment geen beroep op extra financiële middelen. Van- wege de huidige economische situatie zijn we genoodzaakt om een aantal van de onderdelen in uitvoe- ringsagenda op een andere wijze te realiseren en invulling te geven. In het hoofdstuk ‘Uitvoering door een alternatieve aanpak’ meer hierover.

DE MAATREGELEN De aard en de doelen van maatregelen uit de uitvoeringsagenda staan hierna kort omschreven, onder- verdeeld naar de doelen van de visie ecologie 2020.

4 5 Uitvoeringsagenda ecologie

1. TROTS OP STADSNATUUR Figuur 1: doelen Visie ecologie 2020: EEN NIEUW VERHAAL We bevorderen een natuurinclusieve mindset door nieuws uit de natuur te delen. We betrekken in- woners bij de uitvoering van de visie en leggen de nadruk op de vele voordelen van natuur in de stad TROTS OP STADSNATUUR (sociale cohesie, gezondheid, voedsel). We stimuleren initiatieven en zoeken samenwerking met inwoners, bedrijven, partners en professionals in Almere. Juist door gebruik te maken van elkaars expertise, van de passie van inwoners en bedrijven, maken we van Almere een thuis voor iedereen en de stadsnatuur! GROENE GEBOUWEN

GROENE TUINEN 1.1 VOORLICHTING EN EDUCATIE STADSNATUUR In het kader van “bekend maakt bemind” laten we de stad regelmatig weten we doen om de ecologie in en om de stad te verbeteren. Ook maken we Almeerders bekend met de natuurlijke rijkdom en de betekenis van het stadsecosys- GEZONDE WATEREN teem als voorwaarde voor een prettige leefomgeving. Dit doen we door het versterken van onderlinge programmering met groene partners om draagvlak en daarmee waardering voor natuur in de stad ECOLOGISCHE onder kinderen en volwassenen te vergroten. Daarnaast inspireren we inwoners en bedrijven om ook VERBINDINGEN een bijdrage te leveren aan de natuur in de stad.

RUIMTE VOOR 1.2 CITIZEN SCIENCE TIJDELIJKE NATUUR Vergroten van de actieve betrokkenheid van Almeerders. Dit doen we door de stad informatie over de aanwezigheid van planten en dieren te laten verzamelen. Deze informatie wordt benut als gegevens- bron voor het volgen van de ecologische ontwikkelingen en biedt inzicht in de staat van het robuust en DONKERE NACHTEN veerkrachtig systeem.

1.3 ONDERSTEUNEN ZELFBEHEERINITIATIEVEN DIVERSIFIËRING Actieve bewoners, beheergroepen en bedrijven die bijdragen aan het behoud en de versterking van de VAN GROEN biodiversiteit helpen we een handje met kennis en hulpmiddelen.

1.4 ALMEERDERHOUT, HET STADSBOS VAN DE TOEKOMST Een bestaand programma als onderdeel van de programmalijn Groene en waterrijke identiteit FVA 2021-2025, waar onder meer het recreatief netwerk en het natuurlijk systeem worden versterkt door bijvoorbeeld kwetsbare monoculturen om te vormen.

6 7 Uitvoeringsagenda ecologie

2. GROENE GEBOUWEN & 1.5 EEMVALLEI NATUURINCLUSIEF ONTWERPEN Ontwikkeling van een landschapszone in Oosterwold, ingevuld met groene initiatieven van verschillen- de initiatiefnemers. VAN SCHETS TOT SCHOFFEL, NATUURINCLUSIEF ONTWERPEN EN BEHEREN We houden rekening met flora en fauna tijdens ruimtelijke ontwikkeling en beheer. Dat betekent dat nieuwbouw en nieuw ontworpen openbare ruimte ook ruimte geven aan stadsdieren en -planten en dat beheer vervolgens daarop is afgestemd. Te denken valt aan nestkasten en toegankelijke spouw- muren bij woningbouw en ecologisch beheerd groen en wegbermen in de openbare ruimte. Maar ook wegen en bruggen zijn mede ontworpen voor dieren om te gebruiken, net als water, groen en verlichting.

2.1 TOOLBOX NATUURINCLUSIEF ONTWERPEN Markt van gebiedsontwikkeling en beheer uitdagen om natuurinclusief te handelen. De toolbox natuurinclusief ontwerpen maakt onderdeel uit van de Leidraad duurzame gebiedsontwik- keling. De leidraad is één van de drie transities genoemd in de Duurzaamheidsagenda en is een opera- tioneel toepasbaar instrument bij ruimtelijke initiatieven en ontwikkelingen voor de thema’s: energie, circulair, mobiliteit, landschap & ecologie en klimaatadaptatie.

2.2 ADVISERING, TOETSING EN INFORMATIEPLATFORM NATUURINCLUSIEF ONTWERPEN Om natuurinclusieve maatregelen aan te laten sluiten op de kansen en identiteit van de omgeving, is voor de uitvoering van de ‘toolbox natuurinclusief ontwerpen’, situationele sturing nodig om de diver- siteit van maatregelen te borgen ten gunste van de biodiversiteit en een veerkrachtig ecosysteem ter plaatse. Een informatieplatform waarin voorbeelden worden uitgewisseld draagt bij aan draagvlak en biedt kennis en inspiratie.

2.3 KLIMAATADAPTATIE ALMERE, PLAN VAN AANPAK Maatregelen om extreme regenval of hitte als gevolg van klimaatveranderingen te dempen, zullen veelal met groen of in de groene ruimte worden ingevuld. Dergelijke maatregelen kunnen ook het natuurlijke stadsecosysteem versterken. Klimaatadaptatie betekent bovendien ook dat we moeten an- ticiperen op de ecologische gevolgen die met het veranderend klimaat samenhangen. In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is vastgesteld dat gemeenten in 2020 vaststellen hoe zij in 2050 klimaatrobuust zijn ingericht.

8 9 Uitvoeringsagenda ecologie

3. GROENE TUINEN 2.4 MAATREGELENCATALOGUS KLIMAAT EN ECOLOGIE 3.1 INSPIREREN EN STIMULEREN VAN INITIATIEVEN Catalogus met klimaatmaatregelen die de biodiversiteit en het stadsecosysteem ondersteunen in aan- Bewoners leveren hun bijdrage aan de natuurinclusieve stad met groene tuinen. sluiting op de identiteit van de omgeving. Dit sluit zo veel mogelijk aan bij publieksgerichte activiteiten vanuit Growing Green Cities, klimaat- adaptatie en Stimuleren duurzaam gedrag (Duurzaamheidsagenda). Op deze manier worden bewo- 2.5 GROENE STADSONTWIKKELING ners geïnformeerd en geïnspireerd over ecologische invullingen van een groene tuin. Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij de integratie van groen in stedelijke planvormingspro- cessen. Dit leidt tot oplossingen zoals de verbeteringen van richtlijnen en normen (bijvoorbeeld voor de toolbox natuurinclusief bouwen), keurmerken en financieringsmodellen ten behoeve van groen in steden. Het onderzoek wordt ondersteund vanuit het Topsectorbeleid van de rijksoverheid en wordt uitgevoerd binnen een kennisnetwerk van gemeenten.

2.6 SOORTMANAGEMENTPLANNEN VOOR GEBOUW-BEWONENDE SOORTEN Beschrijving van maatregelen voor het verder ontwikkelen van gebouw bewonende soorten zodat deze zich op een niveau van gunstige staat van instandhouding gaan bevinden en geen belemmering hoeven te vormen bij eventuele economische ontwikkelingen.

2.7 ALMERE PAMPUS; WONEN TE MIDDEN VAN DE NIEUWE DELTANATUUR Ontwikkelstrategie van Almere Pampus: stedelijke ontwikkeling in combinatie met uitbreiding van het Nationaalpark Nieuw Land. Een landschapsstrategie waarin zowel de buitendijkse wateren en oever- zone als de binnendijkse wetlands, bossen en wateren worden betrokken.

INSPELEN OP KLIMAATVERANDERING We houden rekening met het steeds warmer en droger worden van de stad. Dat betekent niet alleen dat we kijken naar hoe we de stad koel en vochtig kunnen houden. De klimaatmaatregelen leiden tot een blijvend leefbare stad, als bij de maatregelen ecologische systemen de inzet wordt, blijft de stad ook leefbaar voor planten en dieren.

10 11 Uitvoeringsagenda ecologie

4. GEZONDE WATEREN 5. ECOLOGISCHE VERBINDINGEN

4.1 VERBETEREN VISMIGRATIE EN STRUCTUURRIJKE OVERGANGEN ECOLOGISCHE VERBINDINGEN Het opheffen van verplaatsingsbelemmeringen in de wateren zorgen voor een visrijke populatie. Ge- Bestaande uit een hoofdinfrastructuur die brongebieden verbindt door middel van ecologische ver- leidelijke overgangen van land naar water zorgen voor betere omstandigheden voor water- en moe- bindingszones. Aangevuld met ecologische verbindingslijnen die de brongebieden op haar beurt rasgebonden natuur, een hogere soortenrijkdom en meer natuurbeleving in de stad. Knelpunten en weer verbinden met het groen ‘in de straat’. De verbindingslijnen hebben als functie dat de natuur kansrijke mogelijkheden worden onderzocht, opgeheven dan wel benut in samenwerking met het wa- dichtbij huis beleefd wordt en als biotoop benut worden door de planten en dieren die zich in de stad terschap. gevestigd hebben. Verbindingslijnen maken zoveel mogelijk gebruik van de bestaande infrastruc- tuur als fietspaden, dreven, busbanen en watergangen. 4.2 GEDIFFERENTIEERD MAAIBEHEER WATEREN In overleg met het Waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Almere heeft de provincie Flevoland haar doelen “overige wateren” vastgesteld.

Als onderdeel hiervan is onderzocht welke wateren, niet 5.1 ECOLOGISCHE VERBINDINGEN 2021-2025 zijnde vaarwegen, geschikt zijn om de biodiversiteit en de waterkwaliteit te versterken door minder Inventarisatie van knelpunten met een uitvoeringsplan, realisatie van ecologische verbindingen en het frequent waterplanten en oevers te maaien. De kansen worden nog door de gemeentelijke beheerders brengen van de natuur de stad in. en in afstemming met het waterschap vertaald naar een kostenneutraal onderhoudsprogramma. Het Natuurnetwerk Almere wordt aangevuld met de inrichting van vier essentiële ecologische verbin- dingen: a. Verbinding “Floriade - De Steiger” Verbinden van Vroege Vogelbos met Almeerderhout langs de A6. b. Verbinding Buitenhout & Vaartsluisbos c. Verbinding Almeerderhout-Buitenhout-Kotterbos d. Verbinding Kromslootpark & Lepelaarplassen, via Ecozone Pampus

5.2 REALISATIE WETLANDSTROKEN PAMPUSHOUT-ZUID EN -NOORD 1E FASE Verbinding binnen Ecozone Pampus met leefgebied voor moerasgebonden soorten in combinatie met waterbuffering voor woongebied Almere Poort.

5.3 REALISATIE OOSTVAARDERSOEVERS 1E FASE Verbinden van het Markermeer, Oostvaardersplassen en Lepelaarplassen tot één ecosysteem. Het doel is om deze verbindingen gevarieerd en robuust genoeg te maken om ontwikkelingen als klimaat- verandering, verstedelijking, infrastructurele investeringen, economische groei en recreatie op te van- gen.

5.4 LEIDRAAD GIDSSOORTEN De ecologie van de gidssoorten wordt een inspirerende leidraad voor de inrichting van de omgeving en het beheer van de stad. Een beschrijving van de gidssoorten met hun kritische succesfactoren maken de maatregelen concreet voor iedereen die aan de stad werkt. Hiervan profiteren ook de niet-gidssoor- ten en daarmee een heel ecosysteem.

12 13 Uitvoeringsagenda ecologie

6. RUIMTE VOOR TIJDELIJKE NATUUR 6.1 TIJDELIJKE NATUUR BED & BREAKFAST VOOR DIEREN Ruimte voor pioniernatuur op ontwikkellocaties door tijdelijke ontheffing op bescherming op grond van We houden rekening met de natuur in de brede zin van het woord. Dat betekent dat we niet alleen Wet natuurbescherming. zorgen voor groen en water in en om de stad, maar ook voor de dieren. Ze moeten beschutte plekken hebben om te slapen, voldoende voedsel in de omgeving (foerageren) en een veilige route van ‘bed’ 6.2 SOORTMANAGEMENTPLAN RUGSTREEPPAD naar ‘breakfast’. We maken hierbij gebruik van gidssoorten die model staan voor de verschillende Beschrijving van maatregelen voor het verder ontwikkelen van de rugstreeppadpopulatie zodat deze stedelijke ecosystemen. zich op een niveau van gunstige staat van instandhouding gaat bevinden en geen belemmering vormt bij eventuele economische ontwikkelingen.

DUURZAME POPULATIES Dit betekent dat we maatregelen nemen voor veerkrachtige populaties. Het stadsecosysteem is de kwetsbaarheid voorbij. Het is voldoende robuust om bedreigingen te kunnen incasseren. Situaties waarin een enkel dier of plant de ontwikkeling van de stad kunnen tegenhouden, worden voorkomen door op voorhand al te zorgen voor compensatie. De investering verlaagt projectrisico’s op de langere termijn. Door inzicht te hebben in de toestand van de kwetsbare (en/ of waardevolle) planten en dieren, stu- ren we op een gerichte versteviging van de populatie om te voorkomen dat bij een incident in de stad een soort in zijn voorbestaan wordt bedreigd. Dieren kunnen immers in aanraking komen met het verkeer of een leefgebied kan lokaal verloren gaan als gevolg van de groei van de stad. Een soort- managementplan voor de ‘stedelijke soorten’ is hiervoor het instrument.

14 15 Uitvoeringsagenda ecologie

7. DONKERE NACHTEN 8. DIVERSIFIËRING VAN GROEN

7.1 ONDERZOEK LEEFGEBIED EN NETWERK DUISTERNIS-AFHANKELIJKE SOORTEN VAN EGO NAAR ECO Onderzoeken waar duisternis noodzakelijk is voor een functionerend stadsecosysteem. Dit betekent We houden rekening met de relaties tussen soorten. Ecologie is een systeem, waarbij elke verande- het in kaart brengen van de leefgebieden van vleermuizen, uilen en andere nachtdieren. De lering hier- ring gevolgen heeft op een ander gebied. Denk aan minder groen, met als gevolg minder insecten, uit wordt benut bij onder meer de toepassing van de toolbox natuurinclusief bouwen. met als gevolg minder vogels. Soorten kunnen niet alleen een ‘eten en gegeten worden’-relatie met elkaar hebben, maar ook een meer symbiotische relatie, waarbij ze van elkaar afhankelijk zijn 7.2 OMGEVINGSVRIENDELIJKE VERLICHTING (denk planten die afhankelijk zijn van insecten voor bestuiving of orchideeën die afhankelijk zijn van Studie naar nut en mogelijkheden van aangepaste verlichting met minimaal effect voor natuur, een bepaalde schimmels). De ecologische relaties benutten we bij het beteugelen van plagen (eikenpro- lager energieverbruik en betere veiligheid. cessierups, waterplanten, stadsduiven). Het besef dat een gezonde leefomgeving voor mensen, ook gebaat is bij een gezond ecosysteem is een belangrijke leidraad voor ons werk.

8.1 BIODIVERSE BEPLANTING Inventarisatie, uitwerking en aanjagen van een transformatie naar biodiverse beplantingen, in relatie tot de omgeving en de betekenis van de soort in het ecosysteem. Dit is ter versterking van de biodiver- siteit, het voortbestaan van soorten en de identiteit van de omgeving.

8.2 ONDERZOEK EN EXPERIMENTEREN PLAAGBETEUGELING Het inzetten of herstellen van ecologische relaties om plaagoverlast van overlastgevende planten te voorkomen. Dit is inclusief een overzicht van kosten en basten.

OMGANG MET INVASIEVE EXOTEN Invasieve exoten zijn in veel gevallen indicatoren van arme ecosystemen. De aanpak zal daarom in de eerste plaats gericht zijn op herstel van de balans en versterking van de ecosystemen (bronge- richte maatregelen). Dit neemt niet weg dat er ook goede redenen kunnen zijn om invasieve exoten met curatieve maatregelen aan te pakken.

8.3 AFWEGINGSKADER INVASIEVE EXOTEN EN PLAGEN Plan van aanpak voor een (kosten)effectieve beheersing van de reuzenberenklauw, Japanse duizend- knoop en eikenprocessierups.

8.4 PILOT BUSINESSMODEL REUZENBERENKLAUW Circulaire toepassingen van maaiafval reuzenberenklauw benutten, bijvoorbeeld als grondstof voor papier.

16 17 Uitvoeringsagenda ecologie

UITVOERING DOOR EEN ALTERNATIEVE AANPAK

8.5 SOORTMANAGEMENTPLAN MOERASSEN EN OEVERS Bij een nieuwe visie hoort een nieuw programma. Dat geldt ook in dit geval. Maar helaas lijkt het erop Beschrijving van maatregelen voor het verder ontwikkelen van een soort van moeras- en oevermilieus dat door de economisch onzekere situatie van dit moment (2020) er voor de komende jaren nauwelijks zodat deze zich op een niveau van gunstige staat van instandhouding gaan bevinden en geen belem- extra middelen beschikbaar zijn om de visie kracht bij te zetten. Wat niet wil zeggen dat er niets moge- mering hoeven te vormen bij eventuele economische ontwikkelingen. lijk is. Er is al veel opgenomen in lopende programma’s, met stevige investeringen die een onmisbare bijdrage leveren aan de doelen van de Visie ecologie 2020. 8.6 UITVOERING SOORTMANAGEMENTPLANNEN De activiteiten die niet in de al lopende programma’s zijn geborgd, vragen om een alternatieve aanpak. Sturing op de maatregelen voor behoud en ontwikkeling van soorten waarvoor managementplannen Bij nieuwe werken zullen we de kansen benutten die ontstaan door natuurinclusieve maatregelen te zijn opgesteld. integreren. Door samenwerkingen aan te halen met onze omgeving kunnen er win-win situaties ont- staan. 8.7 UITVOERINGSPROGRAMMA DUURZAAM BEHEER.

Anders beheren en natuurinclusief ontwerpen bij groot onderhoud en vervanging met als doel een bio- De capaciteitsbehoefte om de uitvoeringsagenda inhoud te geven, proberen we vrij te spelen door divers en veerkrachtig ecologisch systeem. Met betere zichtbaarheid van bloeiende planten en dieren een doorlopende samenwerking aan te gaan met onderwijsinstellingen en daardoor studenten en/of ter verhoging van de natuurbeleving. trainees de mogelijkheid te bieden praktijkervaring op te doen. Zij kunnen een deel van de eenvoudige taken voor de Wet natuurbescherming uitvoeren, deelproducten ontwikkelen of onderzoeksopdrach- 8.8 OPLEIDING ten uitvoeren. Effectief ecologisch handelen vergt inzicht van groenmedewerkers in het herkennen van ecologische ontwikkelingen, interacties en kansen voor de verbetering van leefomstandigheden voor planten en Wat we echt niet kunnen realiseren, stellen we uit tot de volgende periode van de uitvoeringsagenda. dieren in de stad. De diversifiëring van groen betekent een omslag van het denken en doen binnen het Mocht de economische situatie tussentijds veranderen of om inhoudelijke redenen aanleiding toe zijn, reguliere groenbeheer. Door opleiding, kennisdeling en het uitwisselen van ervaringen op het gebied dan zullen bijstellingen via de programmabegroting aan de raad worden voorgelegd.

van stedelijk ecologisch groenbeheer, vergroten we ook de natuurbeleving in de stad. Dit leidt tot des- kundige advisering van zelfbeheerinitiatieven met een natuuraccent. Voor de onderdelen die vallen onder de alternatieve aanpak van samenwerking met de onderwijsin- stellingen, moeten wel enkele kanttekeningen geplaatst worden. Allereerst is de realisatie van activi- teiten in de uitvoeringsagenda al over een langere periode verdeeld en zullen studenten alleen worden Omgang met invasieve exoten ingezet op de niet-cruciale processen. Er zullen concessies gedaan moeten doen aan de kwaliteit van Invasieve exoten zijn in veel gevallen indicatoren van arme ecosystemen. De aanpak zal daarom in deelproducten en onderzoeken terwijl de professionele omgeving en ook bewoners zeer kritisch zijn. de eerste plaats gericht zijn op herstel van de balans en versterking van de ecosystemen (bronge- Daarom stellen we ook eisen aan de begeleiding van de onderwijsinstellingen en de kwaliteit van de richte maatregelen). Dit neemt niet weg dat er ook goede redenen kunnen zijn om invasieve exoten studenten. Kandidaten zullen we vooraf selecteren door een kritische intake. Desondanks moeten we met curatieve maatregelen aan te pakken. rekening houden met de mogelijkheid dat sommige producten niet volgens de agenda worden opgele- verd.

Daarbij zal op de langere termijn het gebrek aan professionele inzet zichtbaar zijn in onder meer de continuïteit, inhoudelijke kennisopbouw en terreinkennis.

18 19 Uitvoeringsagenda ecologie

INDELING EN AANPAK VAN DE UITVOERINGSAGENDA AD INZET, mogelijk door praktijkervaringsplekken en samenwerking met partners Om de uitvoeringsagenda ecologie 2020-2024 te kunnen realiseren zonder extra middelen is de te Activiteiten om bewoners in verbinding te brengen met de stadsnatuur en hiervoor te enthousiasmeren volgen strategie bepalend voor het succes. Door de activiteiten onder te verdelen in categorieën van vergen zowel continue aandacht als de beschikbaarheid van professionele capaciteit. Hetzelfde geldt producten en inzet, ontstaat er een ordening waarlangs we ook de alternatieve aanpakken kunnen voor advisering aan en afstemming met de eigen organisatie, ontwikkelaars, initiatiefnemers en groe- toewijzen. ne partners. Het te ontwikkelen instrumentarium zal hierbij weliswaar ondersteunen en behulpzaam Categorieën van producten en inzet: zijn, neemt niet weg dat een deskundige begeleiding, advisering, toetsing vanuit ecologen nodig zal • investeringen, zijn. • instrumentontwikkeling, • ambtelijke inzet + onderzoek. Om de Visie ecologie 2020 inhoud te geven is extra structurele capaciteit noodzakelijk. Omdat hierin voorlopig niet wordt voorzien maken we gebruik van de volgende alternatieven.

AD INVESTERINGEN, mogelijk door bestaande programma’s en werk met werk Essentieel is een langdurige samenwerking met opleidingen die studenten leveren voor meewerksta- Investeringen in het versterken van het ecosysteem binnen en buiten de stad zijn al geborgd binnen ges of onderzoeksopdrachten. De meewerk-studenten zullen de eigen ecologen ontlasten in een deel bestaande programma’s van de gemeente, provincie of het rijk. Denk hierbij aan de programmalijn van hun reguliere en wettelijke taken in het kader van de Wet natuurbescherming, waarmee tijd vrij- Groene en waterrijke identiteit, Nieuwe Natuur of Vooroevers Markermeer. De komende jaren wordt er komt voor advisering en afstemming op projecten en met partners. 4de-jaarsstudenten zullen de on- geïnvesteerd in het aanleggen of verbeteren van de ecologische verbindingen tussen de natuurgebie- derzoeken gaan oppakken. den om de stad, aanleggen van groene ruimte of het biodivers maken van beplantingen door natuurin- clusief handelen. Ook willen we werk met werk maken door slim te combineren. Verder zijn we voor voorlichting, educatie en het inspireren van bewoners afhankelijk van de inspan- ningen van onze partners als Stad en Natuur, Staatsbosbeheer, Stichting Flevo-Landschap, IVN, Land- AD INSTRUMENTEN, mogelijk door bestaande programma’s en praktijkervaringsplekken schapsbeheer Flevoland en dergelijke.

Ook de lopende programma’s in het kader van Growing Green Voor een effectieve aanpak in het behoud en versterking van de biodiversiteit bij de ontwikkeling van Cities en de Duurzaamheidsagenda (Stimuleren duurzaam gedrag) maken de Almeerders bewust van natuurinclusieve woonwijken, gebouwen en het beheer van de stad, zijn handvatten of instrumenten het belang van groen en biodiversiteit in de stad. Doordat studenten de eigen ecologen ontlasten van behulpzaam. Deze hebben als doel om gezonde populaties van dier- en plantsoorten te bereiken en hun regulieren taken, is het mogelijk om samen met de partners de onderlinge programmering ge- een robuust en veerkrachtig ecosysteem te realiseren. Denk hierbij aan soortenmanagementplan- richt op ecologie af te stemmen en te versterken. Ten gunste van meer continuïteit is het interessant nen die zich richten op het versterken van kwetsbare plant- en diersoorten. Of een leidraad voor de om de mogelijkheden te verkennen van een langdurige opleidingsplaats zoals een traineeship. Voor gidssoorten die een inspiratiebron vormt voor ontwerp en beheer. Het bestaande programma van de het aanjagen van initiatieven is er vanuit de uitvoeringsagenda geen uitvoeringsbudget beschikbaar. Duurzaamheidsagenda voorziet binnenkort in een toolbox voor natuurinclusief ontwerpen.

Op een enkel onderdeel waar inzet nodig is kan het principe van werk met werk maken worden toege- past of kan wellicht externe financiering worden aangewend. Voor onderdelen waarvan we verwachten Ongeveer de helft van de te ontwikkelen instrumenten zijn niet opgenomen in bestaande programme- dat een alternatieve aanpak niet volstaat, is langjarige uitstel opgenomen. ringen waarvoor al een financiële dekking bestaat. Als alternatief op het ontbreken van de financiële middelen hiervoor, gaan we een langdurige samenwerking aan met opleidingen en spreiden we de realisatie van instrumentariumontwikkeling in de tijd. Met het bieden van praktijkervaringsplekken geven wij bovendien een nuttige invulling aan onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.

20 21 Uitvoeringsagenda ecologie

B.INSTRUMENTEN PROGRAMMA OF UITVOERING AANPAK TOELICHTING

UITVOERINGSAGENDA ACTIVITEIT 2.1 Ontwikkelen AFDELING Almere, 2020 e.v. Lopende Vanuit Duurzaam- toolbox natuurin- afd. Stedelijk beleid programmering heidsagenda clusief ontwerpen

A. INVESTERINGEN PROGRAMMA OF UITVOERING AANPAK TOELICHTING 2.3 Klimaatadapta- Almere, 2020 Lopende Eén van de thema’s ACTIVITEIT AFDELING tie, plan van aanpak afd. Stedelijk beleid programmering in de duurzaam- heidsagenda 1.4 Almeerderhout Programmalijn 2021-2025 Lopende Dekking vanuit FVA – het stadsbos van Groene en waterrij- programmering 2021-2025 2.5 Groene stads- Almere, afd. 2020-2023 Lopende Met bijdragen de toekomst ke identiteit, SBB ontwikkeling Stedelijk beleid en programmering vanuit duurzaam- Stadsruimte. Ism heidsagenda thema 1.5 Eemvallei Programma Nieuwe Tot en met 2023 Lopende WUR, Ministerie vergroten biodiver- natuur Flevoland programmering van LNV, steden siteit en ecologische en door initiatief- en brancheorgani- verbindingen, afd. nemers saties begroting Stedelijk 2.7 Almere Pampus, Handelingsper- Zie toelichting Lopende Afhankelijk van beleid en Stads- wonen te midden spectief MRA, MIRT programmering MIRT-verkenning ruimte van de nieuwe (Meerjarenprogr. 2.4 Maatregelenca- Almere, 2023 Opdracht deltanatuur Infrastructuur en talogus klimaat en afd. Stedelijk beleid meewerkstudent Ruimte) ecologie en Stadsruimte 4.1 Verbeteren vis- Almere en Water- In onderzoek In onderzoek Samenwerking 2.6, 6.2, 8.5: Soort- Almere, 2021-2024 Opdracht migratie, structuur- schap Zuiderzee- vanuit gezamenlijke managementplan- afd.

Stedelijk beleid meewerkstudent rijke overgangen land doelstellingen van nen opstellen het Waterplan 5.4 Leidraad gids- Almere, 2023 Opdracht 5.1 Ecologische Almere, program- 2020-2025 Lopende Dekking FVA soorten afd. Stedelijk beleid meewerkstudent verbindingen 2021- malijn Groene en programmering 2021-2025 en Stadsruimte 2025 waterrijke identiteit 8.3 Afwegingskader Almere, 2020 Lopende Binnen afdelingsbe- invasieve exoten en afd. Stadsruimte programmering groting 5.2 Realisatie Het Flevo-Land- 2020-2023 Lopende Dekking vanuit plagen Wetlandstroken schap, gemeente programmering GREX-Poort, Pampushout-Zuid Almere aanjaaggelden, C.INZET PROGRAMMA OF UITVOERING AANPAK TOELICHTING en -Noord 1e fase Flevolandschap ACTIVITEIT AFDELING

5.3 Realisatie Ministerie van 2020 e.v. Lopende Dekking merendeel 1.1 Voorlichting en Ism groene 2021 e.v. Deels niet doen Ureninzet op 50% Oostvaardersoevers Infrastructuur en programmering door het Rijk educatie stadsna- partners en deels inzet van de behoefte. 1e fase Waterstaat, Fle- tuur meewerkstudent Wat doen we niet: vo-Landschap, SBB, op reguliere taken invulling is zonder Provincie, Almere maakt capaciteit vrij extra middelen voor voor coördinatie stimuleringsactivi- 8.1 Biodiverse Almere, 2021 Lopende Begroting 2021 teiten. beplanting afd. Stedelijk beleid programmering en Stadsruimte 1.2 Citizen science Almere ism groene 2025 e.v. Uitstellen Wordt niet uitge- partners voerd voor 2025 8.7 Uitvoeringspro- Almere, 2021 e.v. Werk met werk gramma duurzaam afd. Stadsruimte maken 1.3 Ondersteunen Almere, 2020 e.v. Werk met werk Met gebruikmaking beheer zelfbeheerinitia- afd. Stadsruimte maken van wijkbudget tieven Stadsruimte 2.2 Advisering, toet- Almere, 2021 e.v. Alternatieve Vraagstuk sing en informatie- afd. Stedelijk beleid dekking voor meenemen bij de platform natuurin- structurele inzet ontwikkeling van de clusief ontwerpen onderzoeken Leidraad duurzame gebiedsontwik- keling

22 23 Uitvoeringsagenda ecologie

C.INZET PROGRAMMA OF UITVOERING AANPAK TOELICHTING ACTIVITEIT AFDELING 2.6, 6.2, 8.5: Almere, 2021-e.v. Opdracht meewerk- Sturing op de maat- Soortmanagement- afd. Stedelijk beleid student regelen ter behoud plannen uitvoeren en ontwikkeling van soorten waarvoor managementplan- nen zijn opgesteld. 3.1 Inspireren en Almere en groene 2023-e.v. Uitstellen tot 2023, Initiatief en samen- stimuleren van partners inzet reduceren werking neerleggen initiatieven in de tot 25% van de bij lopende pro- stad behoefte. Inzet van gramma’s als Gro- meewerkstudent wing Green Cities, op reguliere taken Klimaatadaptatie maakt capaciteit vrij en Duurzaamheids- voor samenwerking agenda – stimu- leren duurzaam gedrag. 4.2 Gedifferenti- Almere, 2021-e.v. Uitvoering kosten- eerd maaibeheer afd. Stadsruimte neutraal wateren 6.1 Tijdelijke natuur Almere, Afdeling 2021-e.v. Meewerkstudent Stedelijk beleid & gebiedsontwik- keling 7.1 Onderzoek leef- Almere, 2024 Onderzoeksop- gebied en netwerk afd. Stedelijk beleid dracht student duisternis afhanke- lijke soorten 7.2 Omgevings- Almere afdeling 2025 Uitstellen Meenemen in vriendelijke Stadsruimte volgende verlichting uitvoeringsagenda 8.2 Onderzoek en Almere, 2022 Onderzoeksop- experimenteren afd. Stadsruimte dracht student plaagbeteugeling 8.4 Pilot business- Almere afd. Stads- 2020-e.v.

Lopende Met bijdrage vanuit model Reuzenbe- ruimte, Provincie en programmering afdelingsbegroting renklauw marktpartijen 12k. 8.6 Uitvoering Almere 2022-e.v. Meewerkstudent soortmanagement- plannen 8.8 Opleiding Almere, 2021-e.v. PM, opleidingsbud- afd. Stadsruimte get afd. Stadsruimte

24 25 Uitvoeringsagenda ecologie

COLOFON Ter aanbieding aan de gemeenteraad van Almere

Samenstelling Vormgeving Afdeling Stedelijk Beleid Communicatie en Dienstverlening, Afdeling Stadsruimte Team Vormgeving

Kernteam: Fotografie Ton Eggenhuizen Oa. Ton Eggenhuizen, Erna Koelman Peter Post Annemiek Eggenhuizen-van Gool Drukwerk Repro Almere Tekstbewerking: Erica Pierik

Gemeente Almere september 2020

26

Voorstel aan Burgemeester en Wethouders Stedelijk beleid

Steller: Ton Eggenhuizen

Djuma: SBL/2020/ 13162860 er Datum BenW: 27 oktober 2020 Pagina 1/4 Onderwerp Visie ecologie 2020 Portefeuille Floriade, Duurzaamheid en Democratische Vernieuwing Portefeuillehouder(s) J. Hoek Publiekssamenvatting Soort stuk Het college heeft de Visie ecologie 2020 vastgesteld. Met deze visie zet het Bespreekstuk college in op de betrokkenheid van Almeerders met de natuur, een verdere (Tijdelijke) Geheimhouding: verweving van natuur in de stad, het verhogen van de biodiversiteit en het verbinden van natuurgebieden. Embargo tot: Biodiversiteitsverlies, klimaatverandering en verstoord ecologisch evenwicht vormen de aanleiding om de visie op de ecologie te actualiseren. Het vormt de nieuwe leidraad bij de verdere ontwikkeling van de groene en natuurinclusieve stad. Bestuurlijk voortraject Bestuurlijk vervolg PFO Hoek-Van 1 juli 2020, 23 september Verzending aan de raad: Ja Garderen 2020 PFO Veeningen 19 oktober 2020

Bijlagen Collegebesluit • Raadsvoorstel in te vullen door Bureau Agenda • Visie ecologie 2020 ■ Conform 27 oktober 2020 • Uitvoeringsagenda ecologie 2020-2024 □ Gewijzigd

□ Aangehouden

□ Teruggenomen

Voorstel aan Burgemeester en Wethouders Djuma SBL/2020/ 13162860 er

Pagina 2/4

Ontwerpbesluit 1. De Visie ecologie 2020, met ondertitel “Bouwen met natuur” samen met de bijbehorende Uitvoeringsagenda ecologie 2020-2024 vast te stellen als beleidskader respectievelijk agenda, en hiermee te voldoen aan de opdracht zoals genoemd in de programmabegroting 2019 onder programma Duurzaam, leefbaar en bereikbaar, ambitie: Verduurzaming. 2. De raad voor te stellen: A. Kennis te nemen van de Visie ecologie 2020. B. In te stemmen met de volgende doelen uit de Visie ecologie 2020: a. Onze inwoners zijn trots op de stadsnatuur en dragen hieraan bij b. Gebouwen en openbare ruimte zijn natuurinclusief c. Groene tuinen verbeteren het leefklimaat voor mens, plant en dier d. Gezonde wateren versterken de betekenis van water en moerasgebonden natuur e. Natuurgebieden zijn verbonden door ecologische verbindingen, om en door de stad f. Tijdelijke natuur heeft de ruimte op bouwterreinen g. In de stad bestaan donkere nachten voor een compleet ecosysteem h. Een biodiverser groenareaal voor meer beleefbaarheid, soortenrijkdom en een leefbare stad. C. De vorige nota Ecologisch Masterplan, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 2 juni 2005 (RV 53/2005), in te trekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9697459/1