Bundel PM 4 februari
Tekst van het document
“In Almere is de natuur altijd dichtbij” De laatste jaren ontstaat het maatschappelijk besef dat natuur en de stad geen gescheiden werelden Een tijdens de stadsconsultatie veel gehoorde zijn en meer van elkaar afhankelijk zijn dan we dachten. Op wereldwijde schaal zien we de soorten- waardering van Almeerders over onze stad. rijkdom en de variatie binnen soorten - wat we ook wel biodiversiteit noemen – afnemen, en we zien soorten hun toevlucht nemen tot een stad als Almere, vaak dankzij gericht beleid en succesvolle maat- regelen. Het komt ook voor dat dit soms soorten zijn die we hier liever niet hebben en die bij gebrek aan natuurlijke vijanden tot overlast leiden. Of dat de beplanting die we hebben aangebracht toch te monotoon blijkt te zijn en daardoor kwetsbaar voor ziekten en plagen, of niet langer bestand blijkt tegen de extremere weersomstandigheden.
Wat we om ons heen zien is meer dan een verzameling van soorten. Soorten die elkaar beïnvloeden op tal van manieren. Deze wisselwerking tussen organismen - planten, dieren, schimmels, bacteriën – onderling en met hun omgeving is in feite de definitie van ecologie.
Door gericht beleid en maatregelen kunnen we die wisselwerking, de ecologie, in de stad verbeteren en benutten. Die onderlinge relaties zorgen namelijk voor veerkracht en stabiliteit in de stadsnatuur. Maar er speelt meer. Almere heeft een omvangrijke bouwopgave en staat voor de uitdaging om haar kwaliteiten te behouden en ook in de toekomst zowel een stad voor mensen als voor natuur te blijven – de natuurinclusieve stad.
6 7 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
SAMENVATTING DE STATUS VAN DE VISIE ECOLOGIE 2020, BOUWEN MET NATUUR Almere is een groenblauwe stad in beweging. Op weg naar een duurzame toekomst als inspirerend Deze visie maakt de nieuwste inzichten op stedelijke ecologie toepasbaar voor de inrichting en beheer voorbeeld van de toekomstbestendige stad, waarin mens en natuur elkaar versterken. van de natuurinclusieve stad. Het vormt een uitgangspunt voor zowel bestaand als nieuw beleid en We erkennen de noodzaak om het ecologische netwerk (het natuurlijk systeem) te behouden, uit te voor programma’s die gaan over de ontwikkeling en het beheer van de stad. Geschreven voor beleid- breiden en te versterken. Tegelijkertijd is deze groene stad met een aanzienlijke bouwopgave op weg smakers, plannenmakers, beheerders en uiteraard voor iedereen die nieuwsgierig is. naar 350.000 inwoners. Door de mens als onderdeel te zien van het stedelijk ecosysteem, de natuur De natuurinclusieve stad betekent dat we bij al ons handelen kansen voor natuur benutten: “van schets veel meer te verweven met de stad en de kracht van de natuur te benutten, is er niet langer sprake tot schoffel”. Bij de planning van wijken, bij de bouw van woningen en panden en bij het beheer van van een tegenstelling en een wedijver om dezelfde ruimte, maar kunnen beide ontwikkelingen elkaar de openbare ruimte.
Op deze manier willen we onze bewoners inspireren om ook een steentje bij te versterken. dragen aan de natuurinclusieve stad. Met vernieuwde focus, handvaten, kaders en een uitvoeringsagenda, bouwt Visie ecologie 2020 voort Het visiedeel met de daarbij bepaalde doelen is op ... door de gemeenteraad vastgesteld zonder be- op de fundamenten van het Ecologisch Masterplan uit 2005. paalde einddatum. Bij de visie hoort ook de Uitvoeringsagenda ecologie 2020-2024. Deze is door het college vastgesteld en wordt de 4 jaar aangepast. Voor de nieuwe visie zijn we het gesprek met de stad aangegaan. De inwoners en groene partners Visie ecologie 2020 vervangt het Ecologisch Masterplan Almere uit 2005 en bevat de kaders voor nieuwe waarderen de goede basis. Maar ze vinden ook dat met de groei van de stad, het groen onder druk bestemmingsplannen, en voor omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van bestemmings- staat. Als Almere een grote groene stad wil zijn, moeten we inzetten op een “goed inrichten en behe- plannen. Daarnaast geeft de visie de uitgangspunten mee voor de instrumenten die straks onder de ren”-beleid. Dat betekent bewuste ecologische inpassingen bij stedelijke ontwikkelingen en ook het Omgevingswet vastgesteld gaan worden, zoals de omgevingsvisie, programma’s, het omgevingsplan bestaande groen meer (bio)divers maken om de stad leefbaar te houden en omgevingsvergunningen.
Bij dit toekomstbeeld hebben we het volgende voor ogen:
LEESWIJZER • Almeerders verbeteren de stadsnatuur Hoofdstuk 1 neemt u mee in de meervoudige aanleidingen voor een actuele visie op de ecologie, wat We zien graag dat de bewoners van Almere trots zijn op ‘hun’ stadsnatuur. Dat zij zich verbonden er in de afgelopen jaren tot stand is gekomen en de lessen uit de stadsconsultatie. Het hoofdstuk sluit voelen met het groen en de natuur en daar zorg voor willen dragen. af met een beschrijving van het gewenste toekomstbeeld, de visie. Vervolgens gaat hoofdstuk 2 in Veel aandacht gaat uit naar voorlichting en natuurpromotie, want ‘bekend maakt bemind’. op de principes waarlangs de visie uitgewerkt en geborgd wordt, de strategie. Hoofdstuk 3 maakt de • Biodiversiteit behouden en versterken visie concreet door deze onder te verdelen in doelen, gemotiveerd met de betekenis en voorbeelden De stad is steeds meer een toevluchtsoord voor veel planten en dieren. We hebben bij het inrich- van enkele van de uitvoeringsmaatregelen: wat gaan we uiteindelijk doén. De uitvoeringsmaatregelen ten en beheren van de openbare ruimte een verantwoordelijkheid in het voortbestaan van plant- en zijn nader uitgewerkt in een separaat document: Uitvoeringsagenda ecologie 2020-2024. Het bevat de diersoorten. Een grotere biodiversiteit zorgt voor geschikte voedselbronnen en schuilplekken voor volledige set aan activiteiten die onder de doelen uit de visie vallen.
dieren en maakt het groen minder kwetsbaar voor weersextremen, ziekten en plagen. • Robuust en veerkrachtig systeem Voor een gezonde stadsnatuur die tegen een stootje kan, zorgen we voor voldoende leefgebied in en om de stad. Behalve dat de groenblauwe ruimte meegroeit met de ontwikkeling van de stad, betrek- ken we daarin ook de tuinen en gebouwen die uitgerust worden met natuurinclusieve maatregelen. Voor versterking van het ecologisch netwerk worden de ecologische brongebieden van Almere en Zuidelijk Flevoland met elkaar verbonden. Verder slechten we de barrières in de groenblauwe ver- bindingen van de stad, zodat planten en dieren vanuit de natuurgebieden toegang hebben tot onze parken, wijken, straten en tuinen.
8 9 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
Dit toekomstbeeld bereiken we langs drie lijnen: Verbind natuur met mens, verbind plaats en context Als laatste hebben we acht concrete doelen verwoord, die aangeven wat we gaan doen om de toe- en verbind natuur met natuur. Dat betekent dat we inzetten op educatie, dat we gebruik maken van komstvisie waar te maken. Deze acht doelen zijn: Trots op stadsnatuur - we zetten in op voorlichting potentieel door de juiste dingen op de juiste plek te doen, en dat we zorgen voor ecologische verbindin- en educatie; Groene gebouwen - met de toolbox natuurinclusief bouwen moedigen we de stad aan gen rond, door en in de stad. Deze strategie borgen we in beleid, ontwikkeling en beheer van de stad.
om natuurinclusief te ontwikkelen en beheren; Groene tuinen - niet alleen van belang voor planten en dieren, maar ook voor verkoeling en het opvangen van hevige regenval; Gezonde wateren - bij de Figuur 1: visie, strategie en doelen Visie ecologie 2020 inrichting van de stad houden we rekening met water- en moerasgebonden natuur; Ecologische ver- bindingen – het verbinden van brongebieden en het opheffen van barrières in groenblauwe aderen van de stad zorgen voor duurzame instandhouding van populaties van dieren en planten; Ruimte voor VISIE tijdelijke natuur – pioniernatuur krijgt de ruimte door gebruik te maken van ontheffing braakliggende terreinen; Donkere nachten – sommige soorten hebben baad bij donkere gebieden, we zoeken hier een balans tussen aandacht voor ecologie en veiligheid voor mensen; Diversifiëring groen - zoveel STRATEGIE KE N RO mogelijk diversiteit in beplanting, passend bij de omstandigheden van die plek (bodem, klimaat, water TER BU en licht) aansluitend op de behoefte van de dieren in de stad. S U S R
XT Aan de hand van acht gidssoorten maken we deze doelen zo concreet, dat we samen met onze inwo- VE
T TE
EN EN
N V ners en partners aan de slag kunnen met deze nieuwe visie op de natuurinclusieve stad.
VE N
CO DE
ER ER N OU
SE
K BI
RA EH
ND AT
C HT IT B
LA
GE DP
BIED SITE
IG SY VERBIN BIODIVER
EN
S T EE M DOELEN TROTS OP STADSNATUUR
GROENE GEBOUWEN
GROENE TUINEN
GEZONDE WATEREN VERB IND MENS EN NATUUR ECOLOGISCHE ALM UU R SNAT VERBINDINGEN EERD ERS VER RUIMTE VOOR BETEREN DE STAD TIJDELIJKE NATUUR
DONKERE NACHTEN
DIVERSIFIËRING VAN GROEN
10 11 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
12 13 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
TOELICHTING OP VEEL GEBRUIKTE BEGRIPPEN.
ECOLOGIE De ecologie bestudeert zowel de relaties tussen planten, die- H1 ECOLOGIE IN ALMERE, NU EN IN DE TOEKOMST In de paragraaf ‘De natuurinclusieve stad’ van dit hoofdstuk leest u onze visie op de natuur in en om ren en schimmels (organismen) onderling, als de relaties van Almere. Maar niet zonder u eerst mee te nemen in de ecologische context van de stad en het perspec- al deze organismen met hun a-biologische omgeving. Ecologie tief van de bewoners, bedrijven en groene partners. richt zich dus zowel op de biotische (organismen, levensge- meenschappen) als de abiotische (zoals bodem, klimaat) fac- WAAROM EEN NIEUWE VISIE OP DE ECOLOGIE? EEN STAD VOOR MENSEN ÉN NATUUR toren. Almere, de nieuwe stad die werd ontworpen op uit zee gewonnen land, zal in 2030 leefbaar en gezond zijn. Ze zal zichzelf aanhoudend vernieuwen en omvormen en daarmee de kwaliteiten van BIODIVERSITEIT haar meerkernige opbouw en haar omgeving versterken. Almere zal een vitale gemeenschap zijn De variatie in organismen in een gebied en de ecologische ver- met een rijke verscheidenheid aan woon- en werkmogelijkheden, in een weldadige overvloed van banden daartussen; de diversiteit betreft de variatie binnen ruimte, water, natuur en cultuurlandschappen die door de tijd heen kunnen groeien en verande- soorten (genen), tussen soorten en tussen ecosystemen. ren.
ECOSYSTEEM Uit: Almere Principles, Voor een ecologisch, sociaal en economisch duurzame toekomst van Almere 2030, 2008. Een ecosysteem bestaat uit organismen (biodiversiteit), hun Almere is een groenblauwe stad in beweging. Op weg naar een duurzame toekomst als inspirerend abiotische omgeving en de wisselwerkingen tussen beide, voorbeeld van de toekomstbestendige stad. Waarin mens en natuur elkaar versterken. In het besef van binnen een afgebakende, bijvoorbeeld geografische, eenheid. de wederzijdse afhankelijkheden zullen we onderweg de condities moeten scheppen om een aantrek- kelijke groene stad te blijven waarin het fijn wonen en werken is, en waardoor de stad en haar omge- ECOSYSTEEMDIENST ving een thuis is voor verrassend veel planten en dieren. Een ecosysteemdienst is een dienst die door een ecosysteem De verstedelijking van Nederland, een toenemend wegennet, de achteruitgang van insectenpopulaties, aan mensen wordt geleverd, zoals zuiver drinkwater, bestui- oprukkende ziekten en plagen onder planten en dieren, een intensief gebruik van ons platteland en ving van gewassen en recreatiemogelijkheden. extremere weersomstandigheden hebben grote invloed op de leefomstandigheden van natuur en dus ook de mens. En ook op economisch gebied heeft dit verstrekkende gevolgen.
De Nederlandse Bank NATUUR becijfert met het Planbureau voor de Leefomgeving dat de afname van biodiversiteit de banken, pensi- Net zoals overal biodiversiteit te vinden is, is natuur ook over- oenfondsen en verzekeraars honderden miljarden euro’s kan kosten. al aanwezig. We maken in deze visie daarom geen onder- We beseffen de laatste jaren dat de stad meer en meer een toevluchtsoord wordt voor natuur. Hoe tegenstrijdig het soms ook lijkt. Veel dieren weten zich aan te passen aan de dynamiek van de stad, scheid tussen enerzijds de natuur (wildernis) en anderzijds de en planten en insecten zijn hier veilig in een gifvrije omgeving. We ontdekken dat de stad een eigen menselijke omgeving. We zien de mens als onderdeel van de biotoop heeft, een ecosysteem waar de mens een belangrijke rol in speelt. De nog jonge wetenschap (stads)natuur. van de stadsecologie levert zo een nieuw gezichtspunt op: de stad is een uniek ecosysteem dat het leefgebied is voor mens, plant en dier.
14 15 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
Almere, waar ruimte – met groen en water – het krachtig en onderscheidende handelsmerk is in de HOE STAAT DE ‘ECOLOGIE’ ERVOOR? Randstad, onderkent die waarde van een ecologisch functionerende stad. We erkennen de noodzaak De voorloper van Visie ecologie 2020 is het Ecologisch Masterplan uit 2005. In dit plan waren 8 uit- om het ecologisch netwerk (het natuurlijk systeem) te behouden, uit te breiden en te versterken. Tege- gangspunten benoemd waarvan we de balans hebben opgemaakt. Waar staan we nu, waar zijn we lijkertijd is deze groene stad met een aanzienlijke bouwopgave op weg naar 350.000 inwoners. trots op en welke onderdelen behoeven nog aandacht? Hieronder staan de 8 uitgangspunten uit het Door de mens als onderdeel te zien van het stedelijk ecosysteem, de natuur veel meer te verweven met Ecologisch Masterplan uit 2005, en de stand van zaken nu. de stad en de kracht van de natuur te benutten, is er niet langer sprake van een tegenstelling en een wedijver om dezelfde ruimte, maar kunnen beide ontwikkelingen elkaar versterken. 1. De aan water en moeras gebonden natuur wordt in oppervlakte vergroot en in kwaliteit ver- sterkt. Hiermee wordt de rol van deze natuur als boegbeeld van het Almeerse groen en water Zie hier de noodzaak om met de inzichten van vandaag de visie op de ecologie te actualiseren. Met versterkt.
vernieuwde focus, handvaten, kaders en een uitvoeringsagenda, bouwt Visie ecologie 2020 voort op de fundamenten van het Ecologisch Masterplan. Voor het stadsecosysteem van de toekomstbesten- In 2017 hebben we het gemeentelijk waterplan (Stad van het Zuiverste Water, Waterplan Almere 2017- dige stad. 2022) vastgesteld, waarmee biodiversiteit een prominente rol kreeg in ons waterbeleid. Natuurvrien- delijke oevers en maatregelen voor de Kaderrichtlijn water zijn projecten waar de biodiversiteit van het water profiteert. De kwaliteit is nu kennelijk zo goed dat grote zilverreigers hun natuurlijke schroom hebben afgeworpen en in de stad komen foerageren. De werkzaamheden aan het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem (TBES) van het Markermeer en IJmeer zijn van een nog grotere orde. Onderdeel hiervan zijn de Markerwadden en de plannen voor vooroevers bij de Lepelaar- en Oostvaardersplassen.
2. De kwaliteit van het bestaande blauw en groen wordt beter afgestemd op de ontwikkelingen van de stad en de wensen van haar bewoners. In toekomstige uitbreidingsgebieden wordt de blauwgroene ontwikkeling tijdig en gelijkwaardig aan nieuwe rode ontwikkelingen gekoppeld.
In 2014 is de nota Kleur aan Groen (Spelregels voor het behouden en benutten van het groenblauwe raamwerk) vastgesteld. Deze nota geeft de kaders voor ontwikkelingen van het groenblauwe raamwerk van de stad. Uitgangspunt is dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen water en natuur volwaardig mee worden ontwikkeld. Dat lukt nog niet altijd, waardoor de groene dooradering weleens ontbreekt. Maar waar dat wel gebeurt, letten we beter op de bestaande kwaliteiten. Ecologisch waardevolle gebieden worden in de planvorming als “waardevol te behouden ecologische parels” opgenomen, zoals buiten- dijks in Almere Haven of het Oerbos op het Floriadeterrein. In andere gevallen worden nieuwe biotopen en elementen aangebracht, zoals in Almere Duin. Deze worden door de nieuwe bewoners van Duin hooggewaardeerd.
3. Het blauwgroene casco wordt aangevuld met de drie ontbrekende schakels, zodat het één functionerend systeem wordt.
16 17 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
Met ontbrekende schakels worden ecozones Pampus, De Steiger en Buitenhout bedoeld. De eerste is Met het opnemen van het Rietbeheerplan in de groenonderhoudsbestekken is op de oevers veel di- nog niet voltooid al worden de reeds aangelegde voorzieningen in de zone al wel benut. Ecozone De versiteit ontstaan. Zicht op het water wordt afgewisseld met jong en overjarig riet. Door van jaar op Steiger en ecozone Buitenhout zullen in de komende jaren worden opgepakt. Samen met Rijkswa- jaar steeds andere delen te maaien, blijft de diversiteit in stand. Bij het bosbeheer blijft top- en tak- terstaat, de provincie en Prorail zijn zes van de zeven in het Masterplan genoemde knelpunten in de hout achter en er worden bomen “geringd”. Dit dode hout zorgt voor meer biodiversiteit. Hier en daar ecologische structuur weggewerkt. worden met het gesnoeide hout takkenrillen aangelegd. In het bos leggen we mantel-zoom vegetaties aan. Er is meer variatie in graslandbeheer. Toch is het natuurinclusief handelen nog niet consistent 4. De brongebieden voor de natuur in de stad worden kwalitatief versterkt en planologisch doorgevoerd in het beheer wegens het ontbreken van uitvoeringskaders en gebrek aan breed gedeelde veiliggesteld om de aanwezigheid van soorten in de stad te bevorderen. kennis.
Met het Natuurnetwerk Nederland zijn veel van de in het Masterplan genoemde brongebieden planolo- 7.Initiatieven van bewoners om mee te doen aan het beheer van de directe woonomgeving, wor- gisch veiliggesteld. In bestemmingsplannen hebben deze een passende bestemming gekregen (zoals den gefaciliteerd en gestimuleerd om differentiatie van het openbaar groen te bevorderen. “bos” of “natuur”). Het programma Nieuwe Natuur van de provincie zet in op de versterking van de brongebieden. Voorbeeld hiervan zijn de Gouden Randen in het Pampushout. In de stad zijn op diverse plekken zelfbeheerwerkgroepen actief. Het Beatrixpark, Zenith, Hoekwierde en omgeving, Bosrandpark, het is slechts een selectie van de vele initiatieven. Voedselbossen (bij- 5. Op het niveau van de stadsdelen wordt een raamwerk aan leefgebieden gerealiseerd, met als voorbeeld Sieradenbuurt en de Uithof) worden volop ontwikkeld en op schoolpleinen en in parken zijn doel de biodiversiteit van het openbaar groen te vergroten. Tiny-forests aangelegd. In Oosterwold ontstaat een geheel eigen vorm van bewonersinitiatieven. Daar zijn de bewoners allemaal betrokken bij de openbare ruimte. In het creëren van leefgebieden is gericht en consistent beheer essentieel. Voorbeelden van ecologisch beheer zoals we het nu doen, zijn onder andere: de 37 hectare aan rietbeheer en 400 hectare ecolo- 8.
De betrokkenheid van alle leeftijdsgroepen bij de natuur van Almere wordt bevorderd. gisch gras, het laten staan van wilgenopslag als voedselbron voor de bever of experimenten ten gunste van de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups. Toch hebben we nog onvoldoende zicht op de Vanaf de oprichting in 2009 heeft de Stichting Stad & Natuur een belangrijke rol gespeeld in het ver- doelsoorten waarvoor we nu ecologisch beheren. In de stad komen bijvoorbeeld veel meer soorten binden van de inwoners van Almere met hun leefomgeving en de Almeerse natuur. We zijn mede-ini- wilde bijen voor dan in het omliggende agrarische polderland. Almere vormt daardoor in potentie een tiatiefnemer van het Nationaal Park Nieuw Land en in dat kader werken we aan het versterken van de belangrijk brongebied voor het vergroten van de biodiversiteit in de regio. beleving in het deelgebied “Almeerse Poort”.
Welke plekken in het raamwerk lenen zich hier nu voor, welke voorwaarden gelden er dan en hoe We zien ook andere partijen in de stad werken aan die betrokkenheid, de terreinbeherende organisa- luiden de daarbij passende maatregelen voor de toekomst? Een analyse van de leefgebieden en een ties, de vrijwilligersgroepen zoals de IVN en de Vogel- en natuurwacht Flevoland, en de scholen. kader voor het groenbeheer als instrument, zou de stadsbrede toepassing kunnen borgen en zorgen Al deze activiteiten, meestal in samenwerking met bewoners en partners, hebben geleid tot een stad voor gerichte en deskundige aansturing van onze onderhoudsaannemers. Stadsecologie is bovendien met een grote biodiversiteit. Ook de waardering voor het groen en de natuur is hoog. Maar dat is geen een jonge wetenschap. We weten nog lang niet alles over welke planten en dieren in de stad kunnen reden om achterover te leunen - eerder een aanleiding om voort te bouwen op deze basis van betrok- leven, hoe zij zich aanpassen en hoe een evenwichtig ecosysteem kan ontstaan. We moeten en willen kenheid. Want er zijn nog volop kansen voor vergroening in de wijken en binnen de eigen omgeving. Dit nog veel leren. Almere kan een proeftuin zijn voor de groene stad van de toekomst.
is belangrijk voor de kwaliteit van de leefomgeving en omdat bewoners zo ieder op hun eigen manier maatwerk leveren, waar de biodiversiteit als geheel van profiteren kan. 6. Door in te zetten op het omvormen van regulier beheer naar gedifferentieerd beheer wordt de natuurkwaliteit van het openbaar groen vergroot.
18 19 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
WAT ZEGT DE STAD? Figuur 2: impressie gebouw Aeres Hogeschool op expo Floriade. Groen en duurzaam schoolgebouw, ontworpen door Tijdens de ontwikkeling van deze visie hebben we contact onderhouden met bewoners, het Almeerse BDG-architecten met inbreng van medewerkers en studenten bedrijfsleven en een uitgebreide groep aan groen en water gerelateerde partners, belangenorganisa- ties en verenigingen. Zowel volwassenen als jongeren hebben hun mening gegeven en wensen ken- baar gemaakt. We hebben ook gesproken met mensen die minder affiniteit hebben met het onder- werp. Al deze bewoners en organisaties hebben als klankbord gediend voor een visie passend bij en aansluitend op de behoefte van de stad.
De inwoners en groene partners waarderen de goede basis. Maar ze vinden ook dat met de groei van de stad, het groen onder druk staat. Als Almere een grote groene stad wil zijn, moeten we inzetten op een “goed inrichten en beheren”-beleid. Dat betekent bewuste ecologische inpassingen bij stedelijke ontwikkelingen en ook het bestaande groen meer (bio)divers maken om de stad leefbaar te houden, volgens het adagium ‘voorkomen dat we later moeten repareren.’ Interessant is dat daarbij wordt aangegeven dat de natuur juist ook in de wijk en zelfs tot in de straat en achtertuin beleefd zou mogen worden.
Ook bedrijven zien het belang in van een groene omgeving. Het levert een gezonde werkomgeving en geeft een ‘groene’ uitstraling aan het bedrijf. Zij zien best mogelijkheden om op eigen terrein of het eigen gebouw te ‘vergroenen’, maar geven daarbij aan onvoldoende kennis te hebben. Bovendien zien zij graag dat de gemeente daarin een inspirerend voorbeeld geeft. Groengeoriënteerde organisaties en verenigingen wijzen op het belang van biodiversiteit en ecologi- sche verbindingen. Zij zien kansen in combinatie met klimaatadaptieve maatregelen. DE TOEKOMSTBEELDEN VAN VISIE ECOLOGIE 2020 Voor de groep bewoners die wat verder afstaat van groen en natuur, vormen biodiversiteit en ecologie Uit bovenstaande reflecties en de gesprekken met de stad concluderen we dat ‘bouwen aan Almere’ abstracte begrippen. Wel spreken concrete natuurfeitjes aan en geven zij aan hier meer van te willen ook ‘bouwen met natuur’ betekent, om zo ook voor de toekomst de aantrekkelijke groene stad te blij- weten. Zij maken wel volop gebruik van het groen om in te ontspannen en ervaren de natuur dichtbij ven. Wat we voor deze toekomstige stad voor ogen hebben – onze visie – is hieronder in drie toekomst- huis als iets positiefs. Positief is dat ook onder deze bewoners draagvlak bestaat voor maatregelen die beelden beschreven en toegelicht. de ecologie verder verstevigen. a.
Almeerders verbeteren de stadsnatuur Almeerders zijn trots op ‘hun’ stadsnatuur en voelen zich verbonden met het groen en de natuur om zich heen en willen daar ook zorg voor dragen. Alle initiatieven samen, hoe bescheiden ze soms ook zijn, dragen bij aan een stadsnatuur die in zijn geheel tegen een stootje kan. Daarom brengen we de mensen dichter bij de natuur. Wij maken Almeerders bewust van hoe bijzonder onze groene stad is, wat er aan natuur leeft en waarom dit zo belangrijk is. Veel aandacht gaat uit naar voorlichting en natuurpromotie. Niet alleen voor volwassenen, ook voor kinderen. Want ‘bekend maakt bemind’. Be- trokkenheid zal leiden tot de wens zelf een bijdrage aan die stadsnatuur te leveren. Bijvoorbeeld door vergroenen van de eigen tuin of balkon en meewerken aan het ecologisch beheer van het openbaar groen in de wijk.
20 21 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
b. Biodiversiteit behouden en versterken Figuur 3: de drie toekomstbeelden van Visie ecologie 2020 De stad is een toevluchtsoord voor verrassend veel planten en dieren. We hebben bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte een verantwoordelijkheid in het voortbestaan van plant- en diersoor- ten. De vatbaarheid van de essenbomen voor de essentaksterfte leert ons dat variatie – en zeker ook VISIE de genetische variatie – binnen soorten belangrijk is om een kaalslag te voorkomen. Een grotere bio- diversiteit zorgt voor geschikte voedselbronnen en schuilplekken voor dieren en maakt het groen min- KE N RO ER BU der kwetsbaar voor weersextremen. Door in sommige gebieden geen -of aangepaste- verlichting te ST U S
R gebruiken zorgen we plaatselijk ook voor donkere nachten. Op braakliggende terreinen mag de natuur
VE
T EN EN best even haar gang gaan, waardoor soorten die specifiek onder deze omstandigheden goed gedijen,
VE N DE
ER OU zoals orchideeën en de rugstreeppad, een kans krijgen. We zetten hiervoor het instrument ‘tijdelijke
K RA EH
C HT IT B natuur’ in, waarmee verzekerd is dat deze tijdelijke natuurwaarden latere ruimtelijke ontwikkelingen
SITE
IG SY niet in de weg zitten.
BIODIVER
S T EE M c. Robuust en veerkrachtig systeem Het ecosysteem in de stad heeft voldoende omvang in areaal en functioneert - in combinatie met de kwalitatieve biodiverse eigenschappen - zodanig dat het in balans blijft en kan herstellen na extreme (weers)omstandigheden of zelfs stedelijke ingrepen. Voor het stadsecosysteem is voldoende ruim- te beschikbaar. Ruimte die zowel functioneert als een verblijfsgebied als een ecologische verbinding tussen leefgebieden. Zodat plant- en diersoorten zich kunnen handhaven en bewegen door de stad. Obstakels in de ecologische verbindingen en de groenblauwe aderen zijn voor de kwetsbare dier- en plantensoorten weggenomen voor de uitwisseling van populaties. Zowel op regionaal niveau, waar Almere een knooppunt is tussen de omliggende moeras- en bosgebieden van het Natuurnetwerk Ne- derland en de Natura 2000 gebieden, als op stedelijk niveau waar de natuur van buiten de stad beleefd ALM UU R EERD ERS VER SNAT wordt tot in de parken, wijken, straten en tuinen. BETEREN DE STAD
Ook gebouwen maken onderdeel uit van het stadsecosysteem, zeker als zij door planten en dieren gebruikt worden. Als vitaal onderdeel van het totale areaal van het ecologisch netwerk dat de stad in balans houdt. Omdat huizen steeds beter zijn geïsoleerd en geconstrueerd, zorgen natuurinclusieve RESUMÉ ontwerpen voor de noodzakelijke schuil-, groei en broedmogelijkheden, waardoor het stadsecosys- Het mag duidelijk zijn dat we, samen met de inwoners van de Almere, de betekenis onderstrepen van teem verrijkt en versterkt wordt. het ecologisch systeem voor de aantrekkelijke stad. Het natuurlijk systeem is een leverancier van zogenoemde ecosysteemdiensten. Allereerst voor de stadsmens zelf, die zich zo bevindt in een aan- De zo ontstane groene ruimte, met natuurinclusieve maatregelen op gebouwen, beperkt bovendien de trekkelijke omgeving om in te wonen, te recreëren, te bewegen en te participeren. En daarnaast voor effecten van de klimaatverandering. Bomen, plantsoenen en groene daken werken als de airco van de de biodiversiteit - omdat de stad een thuis is voor veel plant- en diersoorten. stad en vangen in korte tijd grote hoeveelheden regenwater op. Deze visie gaat in de kern om het verbinden van Almeerders met de groene identiteit van de stad, het inzetten en behoud van biodiversiteit en het zorgen voor voldoende mogelijkheden voor de stadsnatuur.
Ook in de stad die we nog gaan ontwikkelen. Hoe we dat doen leest u in de volgende hoofdstukken.
22 23 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
H2 DE KRACHT VAN VERBINDEN
HET BELANG VAN VERBINDEN Een biodivers en robuust stadsecosysteem voor Net zoals in de ecologie het draait om de relaties tussen organismen en hun omgeving, zo hanteren we een gezonde leefomgeving voor mens, plant en soortgelijk principe van verbinden om de visie te verwezenlijken. In en om de stad hebben mens en na- tuur elkaar nodig, bepalen de natuurlijke omstandigheden, de functie en de identiteit van de omgeving dier, bereiken we door in meerdere opzichten de uitkomsten en sluiten we natuurgebieden op elkaar aan. ‘verbindingen’ te leggen. Door relaties tot stand Figuur 4: visie en strategie van Visie ecologie 2020 te brengen tussen de verschillende afhankelijkhe- den, mogelijkheden en hoofdrolspelers. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit twee delen. Het eerste deel: ‘het belang van verbinden’, beschrijft VISIE de inhoudelijke strategische aanpak van drie vari- N STRATEGIE KE RO aties op verbinden. Het tweede deel: “Ecologie en ST ER BU U S
R T EX
VE de groei van de stad; beleid, ontwikkeling en be-
T NT
EN EN V
VE N
CO DE
ER heer”, beschrijft het proces, de instrumenten, de
ER N OU
SE
KR BI EH
ND AT
AC werkwijzen en het belang van samenwerkingen.
IT B
LA
GE
HTI DP
BIED SITE
G SYS VERBIN BIODIVER
EN
T EE M VERB IND MENS EN NATUUR
ALM UU R EERD ERS VER SNAT BETEREN DE STAD
24 25 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
a. Verbind mens en natuur GIDSSOORTEN HELPEN ONS OP WEG Met behulp van educatie en informatie willen we Almeerders laten zien wat er in en om de stad groeit Om de doelen van Visie ecologie 2020 te verbeelden, is er een aantal gidssoorten beschreven die en bloeit, waarom dit belangrijk is en wat je kunt doen om de natuur in de stad te verstevigen. Dit doen symbool staan voor een ecologische kwaliteit van de stad. Ontwerp en beheer je met aandacht we in samenwerking met onze groene partners, door onze programma’s onderling af te stemmen en voor een gidssoort, dan faciliteer je een heel systeem. gebruik te maken van elkaars kwaliteiten in het bereiken van de stad. Ook werken we met onze part- ners aan fysieke plekken waar de verbinding gelegd kan worden. In het Nationaal Park Nieuw Land bijvoorbeeld werken we met provincie, Staatsbosbeheer, Flevolandschap en Stad en Natuur aan de DE EGEL, GIDSSOORT VOOR GROENE TUINEN Almeerse Poort. In dit gebied tussen de Oostvaarders- en Lepelaarplassen wordt natuurontwikkeling Veel mensen kennen de egel helaas vooral als verkeersslachtoffer. Toch komt dit scharrelen- gecombineerd met recreatie. Op deze wijze kunnen – met respect voor de aanwezige waarden – de de beestje in de hele stad voor. Het leefgebied wordt gevormd door tuinen, parken, bosranden mensen genieten en leren van de natuur.
en loofbos met rijke ondergroei van kruiden en struiken. Egels zijn vooral in de nacht actief. Simpele acties als het ophangen van een vogelhuisje, laat al zien dat mensen betrokken zijn bij de Overdag slapen ze in een nest van bladeren en takken, in de stad vaak in rommelhoekjes in natuur in hum omgeving. Almere heeft een brede basis aan mensen die het groen en de natuur als iets tuinen. Het voedsel bestaat uit slakken, kevers, oorwurmen, regenwormen en tal van andere positiefs zien. Deze groep mensen kunnen we op laagdrempelige wijze bewust maken van eenvoudige dieren. Per nacht kan een egel wel veertig slakken verorberen. Deze prooien worden gezocht handelingen waarmee je planten en dieren kunt helpen. Op deze manier is de natuur dichtbij huis niet in een leefgebied dat enkele tientallen hectaren per egel beslaat en per nacht leggen ze alleen beter te beleven, maar zal het ook bijdragen aan een gezond functionerende stadsnatuur. daar een paar kilometer voor af. De egel is daarmee een belangrijke indicator van een goede groene dooradering van de stad. De grote groengebieden zijn verbonden met de parken. Die Figuur 5: Oeverzwaluwwand Almere Poort, bijgehouden door vrijwilligers parken zijn op hun beurt verbonden met het wijkgroen en met de groene tuinen.
Zo ontstaat een samenhangend fijnmazig stedelijk natuurnetwerk waarmee de natuurgebieden tot aan de voor- en achterdeur komen.
b. Verbind plaats en context; het benutten van potentieel Door mee te bewegen met de eigenschappen van de bodem, water en gebruik, maken we onze ecologi- sche basis steeds sterker. Door de juiste beplanting op de juiste plek, het vergroenen van de bebouwde omgeving, kunnen we de natuurlijke processen zo sturen dat natuur én de stad maximaal profiteren. Een beplanting die aansluit op de omgevingsfactoren zal ook tal van diersoorten aantrekken die zich in die beplanting weer goed thuis voelen. Dat geldt voor het groen en het water in onze stad, maar ook voor de bebouwde omgeving. En in onze groeiende stad is het benutten van kansen voor tijdelijke natuur niet meer dan een vanzelfsprekendheid. Zo ontstaat een duurzaam veerkrachtig ecosysteem, waarbij we bouwen mét de natuur. De juiste beplanting op de juiste plek hangt niet alleen van de (bodem)omstandigheden af, maar ook van omgeving, water en landschappelijke inrichting. Almere kent verschillende ‘landschappen’ die allemaal een eigen identiteit hebben. Voor een uitwerking hiervan, zie bijlage 1.
De meest duurzame en onderhoudsvriendelijke natuur is natuur op de plaats waar deze het beste past. De bodem en het klimaat zijn bepalend; op kleigrond groeien andere bomen dan op zandgrond, inheemse planten doen het hier beter dan exotische, terwijl de slechtvalk voor broedgelegenheid af-
26 27 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
hankelijk is van onze hoge gebouwen in de stad. Door uit te gaan van die plaatselijke omstandigheden bouwen we aan een veerkrachtige (stads)natuur die tegen een stootje kan. Ook de bebouwde omgeving Figuur 6: Ecologisch Netwerk Almere, groene gebieden en verbindingszones in en om de stad biedt kansen voor natuur. Nestplaatsen voor vogels en vleermuizen en groene daken en gevels leveren een belangrijke stabiliserende bijdrage aan de stedelijke natuur.
Onder het benutten van het potentieel valt ook de integratie met andere beleidsdoelstellingen. Hier ECOLOGISCH enkele voorbeelden van verbindingen zonder uitputtend te zijn. Energietransitie: de onderbegroeiing van zonnevelden zijn kansrijke mogelijkheden voor een soortenrijke vegetatie. Gezond voedsel: duur- NETWERK zame landbouw maakt gebruik van en stimuleert de biodiversiteit als alternatief voor gewasbescher- mingsmiddelen; voedselbossen vergroten niet alleen de biodiversiteit maar geven ook aanleiding tot ALMERE participatie. Circulaire economie: biodiversiteit profiteert mee van lokaal geteeld hout.
c. Verbind gebieden Ecologische verbindingen zorgen voor een veerkrachtige natuur omdat daarmee leefgebieden van soorten worden verbonden. Langs deze verbindingen kunnen dieren en planten zich verplaatsen en verspreiden. De grote natuurgebieden rondom Almere zijn wettelijk beschermd om hun lokale, regi- onale en internationale betekenis. Voor een veerkrachtig stadsecosysteem maken we gebruik van de deze unieke situatie en zorgen we voor veilige en aaneengesloten verbindingen om en in de stad. Ge- bruikmakend van de hoofdgroenstructuren en wateren, via het wijkgroen tot in de particuliere tuinen. Dit betekent dat we bij het ontwerpen, inrichten en beheren van het groen de juiste condities realise- ren voor de verbindingen en duurzaam in stand zullen houden. Het ecologisch netwerk van Almere heeft verschillende schaalniveaus. Van hoofdstructuren die de natuur om de stad verbindt, groenblau- we-aders die de natuur de stad in brengen tot de structuren van de groene haarvaten op wijkniveau. Zie bijlage 2 voor de toelichting op de onderdelen van het Ecologisch Netwerk Almere.
Binnen de Metropoolregio Amsterdam vormt Almere een belangrijk knooppunt tussen het Groene Hart in het zuidwesten en het Nationaal Park NieuwLand in het noordoosten. Met het ecologisch netwerk verwijderen we de belemmeringen op deze migratieroutes en zorgen we voor het realiseren van nu nog ontbrekende verbindingen.
GEBIEDEN VERBINDINGEN NATUURNETWERK NEDERLAND ALMEERSE ECOLOGISCHE HOOFDVERBINDINGEN, BESTAANDE VERBINDINGEN GROENBLAUW RAAMWERK ALMEERSE ECOLOGISCHE HOOFDVERBINDINGEN, TOEKOMSTIGE VERBINDINGEN TRANSFORMATIEGEBIED NAAR BEBOUWD GROENBLAUWE ADERS
28 29 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
ECOLOGIE EN DE GROEI VAN DE STAD; BELEID, ONTWIKKELING EN BEHEER Figuur 7: natuurlijk systeem als het natuurlijk kapitaal van de stad en leverancier van ecosysteemdiensten. Uit Meerjarenperspectief Groenblauw 2020. Beleid Zoals gezegd: Almere blijft in beweging, en groeit door. Wij benutten die groei om ook de stadsecologie te versterken. Gebruikmakend van visies en instrumenten, werken we eensgezind aan een biodivers, robuust en veerkrachtig stadsecosysteem. Waarin de ontwikkelaar, beheerder, Almeerder en groene partners ieder op hun eigen manier bijdragen.
Samenwerking Biodiversiteit en ecologie staan bij veel andere overheden en organisaties op de agenda. Op allerlei onderwerpen werken we al samen met de partners van de stad. Bijvoorbeeld partners als provincie Flevoland, Flevo-Landschap, Staatsbosbeheer, Waterschap Zuiderzeeland, Stad & Natuur, IVN, Vogel- wacht, Landschapsbeheer Flevoland et cetera. In het TOPsectorproject De Groene agenda werken we met zeven andere gemeenten aan implemen- tatie van natuur in de stad. Door hierin te participeren benutten we het kennisnetwerk dat zich nu aan het ontwikkelen is.
VOORBEELD UIT DE PRAKTIJK: VOEDSELBOSSEN Vormen van meerjarige (stads) landbouw zoals voedselbossen bieden kansen om aan het stedelijk groen van Almere een extra dimensie toe te voegen. Ze vergroten niet alleen de bio- diversiteit maar geven ook meer aanleiding tot burgerparticipatie in de buitenruimte. Voedsel is een belangrijke verbindende factor met onze omgeving en natuur. Utopia-eiland is een mooi voorbeeld waarbij samen met burgerparticipatie, lokale VMBO, MBO en HBO en part- ners zoals Almeerse weelde onder meer een Agroforestry perceel gerealiseerd en beheerd Het Meerjarenperspectief Groenblauw uit 2020 schetst de stad als landgoed wordt. voor een gezonde toekomst van Almere en haar bewoners. Daarin wordt het natuurlijk systeem beschreven als het fundament voor de diensten die groen en water leveren aan de stad. De grote groen- en watergebieden om de stad zijn daarvoor belangrijk, maar ook het groen en water in de Samenhang met ander beleid, programma’s en instrumenten stad. Een robuust stedelijk ecologisch systeem, dat goed verbonden is met de omgeving, vormt De waarde en het belang van de groene ruimte is al vanaf het begin verweven in het ontwerp en de visie het wezen van de groene stad. op de stad Almere. Een consequent terugkerend thema dat gekoesterd wordt in de vele ruimtelijke plannen op de ontwikkeling van de stad.
De Almere Principles benoemt het belang van een robuust In het rijks-afsprakenkader RRAAM (Rijk-regioprogramma Amsterdam – Almere – Markermeer) gaat ecologisch systeem. Het geeft een kwalitatieve toevoeging aan de betekenis van de groene ruimte voor de stedelijke ontwikkelingsopgave hand in hand met de versterking van natuur en een toekomstbe- de natuur met daarbij een nadrukkelijke oproep om de diversiteit te waarderen en aan te moedigen. stendig ecologisch systeem. Het programma Almere 2.0 en het Meerjarenperspectief Groenblauw (zie figuur 7 hierboven) bouwen hierop voort. De nota Kleur aan Groen bevat spelregels voor het behouden en benutten van het groenblauwe raamwerk.
30 31 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
De Duurzaamheidsagenda vult het instrumentarium aan met de Leidraad duurzame gebiedsontwik- Ontwikkeling keling en het Uitvoeringsprogramma duurzaam beheer, en geeft bovendien concrete uitvoering aan de In Almere willen we graag dat inwoners, bedrijven en partners die werken aan de stad, bewust zijn verbetering van de biodiversiteit in de stad en de ecologische verbindingszones, mede met de inzet van van nut en noodzaak van een ecologische basis, en daarom ook natuurinclusief handelen. We geven externe investeringen. daarvoor zelf het goede voorbeeld. Hèt moment van een duurzame verankering is bij de gebiedsont- Verder is de provincie Flevoland in 2020 gestart met een actieplan biodiversiteit. In MRA-verband is wikkeling. Te beginnen met gelegenheid geven voor tijdelijke natuur op braakliggende terreinen. Een natuurinclusief bouwen en versterking van biodiversiteit een belangrijk onderwerp. te ontwikkelen wijk of werkgebied wordt ontworpen met voldoende openbare ruimte, met afwisselende leefmilieus en biodiverse beplantingen. Waarbij ook de gebouwen natuurinclusief zijn. Almere Pampus Visie ecologie 2020 zal een uitgangspunt vormen bij het inrichten van het omgevingsplan en een vol- is zo’n kans waar bovendien vanuit de omgevingsfactoren als bodem en water, ontworpen kan worden. gende omgevingsvisie.
Waar de Wet natuurbescherming de voorwaarden voor behoud nastreeft, gaat Visie ecologie 2020 verder door versterking van de natuur na te streven. Hiervoor zullen we onder Voorbeelden in andere Nederlandse steden laten zien dat bouwers bereid zijn om natuurinclusieve andere gebruik maken van soortmanagementplannen. Met deze managementplannen garanderen we maatregelen te integreren. Als het maar duidelijk is wat er van ze gevraagd wordt. De gemeente Al- dat de gunstige staat van instandhouding van soorten is gegarandeerd en bovendien de regeldruk mere kan de markt in tenders uitdagen om natuurinclusief ontwerpen inhoud te geven. Een mogelijk wordt beperkt. instrument hiervoor is de elders al toegepaste toolbox natuurinclusief bouwen. Deze vorm is ook ge- schikt voor andere elementen binnen duurzame gebiedsontwikkeling; denk hierbij aan hergebruik van grondstoffen en klimaatadaptatie. In het plan van aanpak Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling SOORTMANAGEMENTPLANNEN (onderdeel van het uitvoeringsprogramma op de Duurzaamheidsagenda) is opgenomen om het pas- De bescherming van soorten kan goed samengaan met ruimtelijke ontwikkelingen. De Wet sende instrumentarium hiervoor te onderzoeken en vast te stellen.
natuurbescherming biedt de mogelijkheid om ecologie en economie te verbinden, mits de Tijdens het proces van een gebiedsontwikkeling wordt per gebied of project een integrale afweging ‘gunstige staat van instandhouding’ van de soorten kan worden gegarandeerd. Hiervoor moet gemaakt van functies en beleidsambities bij de (her)inrichting van de omgeving. De integrale afweging dan een managementplan worden opgesteld. Dit soortmanagementplan beschrijft de huidi- vindt per project plaats in het Projectsturingsoverleg (PSO) zodat afwegingen op grond van argumen- ge stand, hoe die stand zich verder kan ontwikkelen en welke maatregelen getroffen kunnen ten integraal verlopen. worden voor een duurzame instandhouding van de soorten. Natuurinclusief bouwen helpt de natuur en beperkt de regeldruk. De kosten van natuurinclusieve maatregelen worden binnen het project gedragen. Voor sommige pro- Voorbeeld: Door bij nieuwbouw en renovatie nestgelegenheid aan te brengen voor huismus- jecten is het verkrijgen cofinanciering mogelijk om gezamenlijke doelstellingen te realiseren. sen, gierzwaluwen en vleermuizen worden de populaties geholpen en verloopt de ontheffing- verlening voor sloop en renovatie veel eenvoudiger. Cruciaal in deze werkwijze is dat vooraf Op plekken waar de stad meer verstedelijkt, kunnen nieuwe stadsecosystemen ontstaan.
Daarvoor geïnvesteerd wordt in de beschermende maatregelen. zullen we anders naar de stadsnatuur moeten gaan kijken. Welke natuur is passend in een dergelijke Een soortmanagementplan is de onderbouwing voor een gebiedsontheffing (bijvoorbeeld omgeving? We zullen daarvoor traditionele ontwerpprocessen moeten loslaten. Kortom, ook bij verste- voor een wijk of de gehele gemeente). Met die ontheffing worden voor een langere periode (5 delijking richten we ons op de natuurinclusieve stad. tot 10 jaar) ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan en zijn vooraf de beschermingsmaatrege- len geborgd. Voordeel van deze aanpak is dat niet voor iedere ingreep apart onderzoek moet worden gedaan en ontheffing worden aangevraagd. Aan de andere kant is duidelijk welke maatregelen getroffen moeten worden en is een goede ecologie verzekerd. Soortmanagementplannen worden in de regel gemaakt voor soorten die specifiek in de wet zijn genoemd. Het instrument kan echter ook worden ingezet voor andere plant- en diersoor- ten. Door daarbij gebruik te maken van gidssoorten, worden alle soorten uit de betreffende biotoop geholpen.
32 33 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
DE PINKSTERBLOEM, GIDSSOORT VOOR DIVERSIFIËRING VAN GROEN Met een hoogte van dertig tot veertig centimeter steekt de pinsterbloem al snel met zijn licht-lila bloemen boven het gras uit. De bloemen zijn een goede nectar- en stuifmeelbron Figuur 8: natuurinclusief schuurtje, van Atelier Groenblauw/DS Landschapsarchitecten voor tal van insecten: dagvlinders, nachtvlinders, bijen en zweefvliegen. De rupsen van het oranjetipje zijn verzot op de bladeren. In niet te voedselrijk en ietwat vochtig grasland kan de plant algemeen voorkomen. Ecologisch beheer gericht op de levenscyclus van deze en andere planten, helpt niet alleen de pinksterbloem maar ook al die daarmee samenlevende organis- men. Zulk beheer bestaat uit het minder vaak en vleksgewijs te maaien (ook wel sinusbeheer genoemd), waarbij de planten ook zaad kunnen produceren en na het afsterven ruimte bieden aan overwinterende insecten.
Consistent onderhoud is een onmisbaar onderdeel in het scheppen van mogelijkheden voor natuur- lijke processen. Ook bij beplantingen kijken we naar de ecologische betekenis. Aanvullend op esthe- tische en onderhoudsvriendelijke eigenschappen, passen we ook zoveel mogelijk beplanting toe die voor dieren en insecten een voedselbron, schuilmogelijkheid of overwinteringsplek biedt. Dit betekent automatisch ook een bewuste ‘ver-diversifiëring’ in soort en type beplanting. Niet alleen omdat het gunstig is voor dieren, maar variatie is zeker nodig om bestand te zijn tegen extremere weersinvloe- den, ziekten en plagen. Voor de biodiversiteit zit er nog heel veel potentie in het benutten van gradiënten. Dit zijn overgangen, bijvoorbeeld van nat naar droog (zoals in wadi’s) of van laag (gras, kruiden) naar hoog (struiken en bomen).
Deze principes zijn toepasbaar tot in de straat. Hierdoor zijn vlinders, egels en vogels vaker dichter bij huis te zien. Maar nadelen zijn er ook. Mensen kunnen allergisch zijn voor pollen, zien sommige dieren als overlastgevers of ziekteoverbrengers of vinden de aanblik rommelig. Waar we aan de slag gaan om de omgeving natuurvriendelijker te maken, zullen we vooral ook moeten uitleggen waaróm we het Beheer doen en werken we daarmee aan draagvlak en misschien zelfs participatie. We werken met de natuur mee door gebruik te maken van natuurlijke processen en te letten op lokale (bodem)omstandigheden zoals vochthuishouding, voedselrijkdom en grondsoort. Aan de hand van het We verbeteren onze kennis, werkwijze en instrumentarium in het volgen van de natuurlijke processen. voorkomen van indicatorplanten, kunnen we de ecologische potenties van wegbermen, grasvelden en Daarbij zoeken we naar kansen om de eventuele meerkosten te dekken uit opbrengsten. Denk hierbij rietkragen aflezen, om vervolgens daar het gewenste maairegime op af te stemmen. Niet alleen van- een duurzame benutting van biomassa of begrazingsweides in de stad. wege de fraaie kleurenpracht van bloeiende planten, maar vooral om de biodiversiteit te ondersteunen.
De vogels en insecten die van deze maatregelen profiteren, helpen ons weer in het onderdrukken van Nieuwkomers nemen uiteindelijk hun plek in het ecosysteem plagen waar we als mens overlast van ervaren. Bewust of onbewust door de mens geïntroduceerde soorten en soorten die op eigen kracht zich hier vestigen, kunnen leiden tot grote veranderingen in het ecosysteem. Zeker als het ecosysteem nog niet volledig is ontwikkeld. Dat kan leiden tot verarming van soorten en in extreme gevallen tot plaagvor- ming. Ecologische inrichting en beheer is het duurzame antwoord op die veranderingen.
34 35 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
Immers; in een gezond functionerend systeem bewaren de natuurlijke organismen – planten, dieren, Figuur 9: brug met rechts een droge faunapassage schimmels en bacteriën – de balans. Ook krijgen nieuwkomers in een dergelijk duurzaam systeem minder vestigingskansen. Zo werkt dit voor vrijwel alle nieuwkomers. Overlastgevende soorten zoals de eikenprocessierups, de reuzenberenklauw en de Japanse duizendknoop zullen waarschijnlijk nooit volledig verdwijnen. Uiteindelijk zullen deze hun plek in het stadsecosysteem innemen. Het is een kwestie van lange adem tot ook deze soorten in balans worden gehouden door natuurlijke vijanden. In geval van economische schade of gezondheidsrisico’s zullen we per geval overwegen of passende maatregelen nodig zijn.
Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, bacteriën, schimmels, micro-organismen en insecten: nee, tenzij… Chemische middelen stapelen zich op in het milieu, met vermoedelijk op de langere duur schade aan biodiversiteit en de gezondheid van de mens zelf. Bacteriën, schimmels, micro-organismen of insecten kunnen op hun beurt weer andere ecologische evenwichten verstoren. Hoewel de regelgeving steeds strikter wordt, luidt ons uitgangspunt om deze toepassingen niet in te zetten of toe te staan voor zover het grond is die wij zelf beheren of aan derden in beheer uitgeven, tenzij er sprake is van economische schade of gezondheidsrisico’s. Volkstuinen, stadsweiden of agrarische percelen zijn voorbeelden van in beheer uitgegeven grond. In de uitzonderlijke gevallen waar dergelijke methodes nodig zijn, stel- len we een plan van aanpak op waarin - met de actuele kennis van het moment - een afweging wordt gemaakt tussen de risico’s van de maatregel en de kwaal zelf. Voorbeelden waarbij de tenzij-regel op dit moment geldt zijn: de eikenprocessierups, incidentele bestrijding van wespen en de bestrijding van engerlingen in grassportvelden. Ook bij de teelt van gewassen en voedsel geldt dat we zorgzaam om zullen gaan met ons ecosysteem. Op de door ons uitgeven agrarische percelen wordt biologisch geteeld volgens de Europese regels voor biologische landbouw.
Deze eis nemen we als standaard- voorwaarde op in de contracten, en gebruikers dienen om die reden in bezit te zijn van een geldig SKAL-certificaat als bewijs dat de biologische bedrijfsvoering is getoetst.
36 37 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
H3 AAN DE SLAG MET VISIE ECOLOGIE 2020 UITVOERINGSAGENDA ECOLOGIE 2020-2024 De activiteiten die bijdragen aan de onderstaande doelen zijn nader genoemd in de uitvoeringsagen- da. Daarin zijn ook de activiteiten benoemd die voortkomen en gefinancierd worden vanuit andere programma’s die bijdragen aan de realisatie van de Visie ecologie 2020.
Figuur 10: visie, strategie en doelen Visie ecologie 2020
VISIE N STRATEGIE KE RO ER BU ST U S
R T EX
VE
T NT
EN EN V
VE N
CO DE
ER ER N OU
SE
K BI
RA EH
ND AT
C HT IT B
LA
GE DP
BIED SITE
IG SY VERBIN BIODIVER
EN
S T EE M De visie op de natuurinclusieve stad laat zich DOELEN vertalen in onderstaande doelen die de opgaven TROTS OP STADSNATUUR
voor de natuurinclusieve stad tastbaar maken. De GROENE GEBOUWEN
doelen worden ondersteund met een toelichting. GROENE TUINEN
Er zijn geen meetbare indicatoren benoemd om- GEZONDE WATEREN VERB IND MENS EN NATUUR dat deze doelen moeilijk te objectiveren dan wel ECOLOGISCHE VERBINDINGEN ALM UU R meetbaar zijn. De activiteiten die voortkomen uit RUIMTE VOOR EERD ERS VER BETEREN DE STAD SNAT TIJDELIJKE NATUUR
dan wel bijdragen aan de doelen zijn dat weer wel. DONKERE NACHTEN
DIVERSIFIËRING VAN GROEN
38 39 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
TROTS OP STADSNATUUR We streven naar het vergroten van de groep mensen die actief of passief betrokken zijn.1 Hoe groter de groter groep is die zorg draagt voor de natuur, hoe meer mogelijkheden er ontstaan voor planten en dieren om ons heen, hoe groter de trots op de stad en haar natuur. We gaan de stad enthousiasmeren en inspireren. Daarom zetten we in op “bekend maak bemind” want wie zou niet trots zijn op het feit dat de otter in het Beatrixpark rondzwemt? En hoeveel mensen beseffen dat het water rond Almere van internationale betekenis is voor enorme aantallen trekvogels? Al die verhalen om trots op te zijn moeten wel verteld worden. Binnen het werkveld ecologie gaan we meer de nadruk leggen op extern gerichte communicatie en educatie. In samenwerking met groene partners die al een publieksfocus hebben. Om de doelgroepen van jong tot oud te bereiken, maken we ook een sterke communicatiestrategie. Buurten die de stad als hun achtertuin zien en de handen uit de mouwen willen steken bieden we kennis en praktische hulp. Bestaande voorbeelden in de stad laten zien dat ideeën van insectenhotel tot landschapselementen zoals takkenrillen en een ijsvogelwand, naast natuurwaarde ook grote be- trokkenheid genereren. Ook bij de mensen die aanvankelijk verder van de groene omgeving afstaan.
Figuur 11: bewonersinitiatief, insectenhotel Filmwijk
GROENE GEBOUWEN & NATUURINCLUSIEF ONTWERPEN In nieuw te ontwikkelen stadswijken en vernieuwingsopgaven worden gebouwen, tuinen en openbare ruimte natuurinclusief ontworpen. Hiervoor benutten we de nog te ontwikkelen ‘toolbox natuurinclu- sief bouwen’. In de bestaande stad zetten we in op inspireren – maar de stad moet het hier zelf doen. We weten dat gebouwen met aanpassingen bijdragen aan het functioneren van een veerkrachtig ste- delijk ecosysteem. Nu al broeden er tientallen scholeksters op Almeerse groene daken, en bovendien leveren deze daken verkoeling op zomerse dagen. Het oppervlak en de diversiteit van groene daken kan echter nog worden vergroot. Door bestaande gebouwen te vergroenen en nog te ontwikkelen gebouwen natuurinclusief te ontwer- pen, benutten we de potentie van gebouwen. Voor de verdwenen natuur komt een nieuwe vorm van natuur terug. We gaan hiermee een transitieproces in waarbij gemeente, opdrachtgevers en opdrachtnemers met behulp van innovatie, ervaring en kennis opbouwen. Waarbij we de kwaliteitsdoelstellingen voortdu- rend bijstellen om te zorgen voor een gevarieerde set aan aanpassingen, passend bij de behoefte van 1 Actief betrokkenen vinden natuur belangrijk en doen relatief veel vrijwilligerswerk voor de natuur. Passief betrokkenen vinden natuur be- de stad en het ecologisch systeem.
langrijk, maar kennen vooral betekenis toe aan een recreatieve functie van natuur.’ Publiek draagvlak voor natuur en natuurbeleid, DLO-Staring Centrum, Buijs en Volker, 1997
40 41 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
Figuur 12: natuurinclusieve woonwijk, bron Vogelbescherming Nederland GROENE TUINEN Groene tuinen brengen de natuur dichtbij de mensen. Zo’n één derde van de oppervlakte van de wijken in Almere is tuin en 47 procent van de tuinoppervlakte is op dit moment groen. Dit zegt iets over de potentie van tuinen. Uit onderzoek met wildcamera’s weten we dat in veel tuinen de egel voorkomt. Weinig bewoners weten dat een egel per nacht 5 km aflegt, tientallen tuinen bezoekt en daarbij grote hoeveelheden slakken verorbert. Tuinen zijn niet alleen voor planten en dieren van belang maar spelen ook een belangrijke rol in het dempen van de klimaateffecten. Groene tuinen bergen water bij hevige buien en zijn koeler in tijden van hitte. De groene tuin heeft een groot positief effect op het welzijn van mensen. Bewustwording van Almeerders is een voorwaarde om verstening van de tuinen te stuiten en om te ke- ren. We zetten samen met de groene partners in op voorlichting, educatie en stimuleringsactiviteiten.
Figuur 13: de egelsnelweg, met een opening in de schutting of tuinmuur kan een egel meedere tuinen bezoeken. Foto: Jacksons Fencing
DE GIERZWALUW, GIDSSOORT VOOR GROENE GEBOUWEN Eind april wordt in veel steden uitgekeken naar de komst van de gierzwaluw. Drie maanden later zijn de meeste vogels weer onderweg naar hun overwinteringsgebieden; hierdoor wordt de gierzwaluw ook wel de ‘honderd-dagenvogel’ genoemd. In de stad hoort het uitbundige ‘gierende’ geluid onlosmakelijk bij een warme zomerdag. Van origine is het een vogel van rotsachtige gebieden, maar onze kunstmatige rotsen van stenige hoogbouw voldoen ook pri- ma. In oude gebouwen zijn altijd wel spleten te vinden voor de nesten, maar door renovatie is veel daarvan verloren gegaan. Tegenwoordig worden gierzwaluwen geholpen met ingemet- selde neststenen en gierzwaluwdakpannen. En ze doen er ook wat voor terug. Iedere gier- zwaluw eet toch al snel 10.000 insecten per dag, vooral vliegen en muggen. De gierzwaluw is een zichtbare en hoorbare gidssoort voor de stedelijke natuur.
42 43 Visie ecologie 2020 Bouwen met natuur
DE BIJ, GIDSSOORT VOOR TROTS OP STADSNATUUR GEZONDE WATEREN De achteruitgang van insecten in Nederland krijgt de laatste tijd veel aandacht en vooral “de Bij de inrichting van de stad creëren we ruimte voor water- en moerasgebonden natuur, ondersteu- bij” wordt dan genoemd. De achteruitgang voltrekt zich echter ook bij andere groepen insec- nend aan de identiteit van Almere als blauwgroene stad die natuurgebieden met elkaar verbindt. Het ten, zoals vlinders, zweefvliegen en bloemwantsen. Veel van deze dieren spelen net als de Waterplan en Kaderrichtlijn water behartigen de doelstellingen van gezonde wateren in lijn met de bijen een belangrijke rol in de bestuiving van planten. Naast de honingbij komen in Nederland Visie ecologie 2020. zo’n 380 verschillende bijen voor en een flink aandeel daarvan heeft het inderdaad slecht en In het water-, oever- en rietbeheer sturen we in samenwerking met het waterschap en terreinbeheer- is sterk bedreigd. De bijen en andere bestuivers leven van nectar en stuifmeel. Groengebie- ders de bevordering van de soortenrijkdom en de beleefbaarheid van de wateren. De mogelijkheden den en tuinen met bloeiende planten zijn belangrijke hulpmiddelen om deze dieren te helpen.
voor vismigratie worden verbeterd en rijk begroeide overgangen zorgen voor schuil- en foerageerplek- Met zoveel mogelijk verschillende kruiden, struiken en bomen zodat een lang bloeiseizoen is ken. Schoon en visrijk water herbergt een enorme soortenrijkdom. Water en moerasgebonden natuur gegarandeerd. Van het vroege voorjaar tot diep in de herfst. Om deze dieren te helpen is het is overal in de stad aanwezig en te beleven. Steeds meer grote zilverreigers jagen in de stad langs de ook nodig om overwinteringsplekken en nestelplaatsen te bieden. “Bijenhotels” eenvoudig te grachten. Ook de snoek – met een lengte van meer dan een meter en een gewicht van over de 20 kilo realiseren in de eigen tuin, raken steeds meer in zwang en ook “bijenbanken” (voor grond- – is in het heldere waterplantenrijke water het bewijs van een gezond watersysteem. nestelende soorten) dragen bij aan een gezonde bijenpopulatie. Halfverharding kan ook plek Wateren vormen een vitaal onderdeel in het ecosysteem van een waterrijke stad als Almere. Tegelijk bieden aan grondnestelende bijen. De bijen tonen hun dankbaarheid door als bestuiver op te zijn waterstructuren effectieve verbindingszones door de stad heen. Almere vervult een belangrijke treden, bestuiving die cruciaal is voor de vorming van bijvoorbeeld ons fruit. In China moet rol voor aan water en moerasgebonden natuur.
Zowel lokaal, als regionaal en internationaal. de appelbloesem inmiddels met een kwastje worden bestoven, nadat de bijen daar het loodje hadden gelegd. Zover moeten we het niet laten komen. DE OTTER, GIDSSOORT VOOR GEZONDE WATEREN EN ECOLOGISCHE VERBINDINGEN Hoewel het inmiddels redelijk goed gaat met de otter in Nederland, zullen weinigen dit dier in de vrije natuur hebben gezien. Toch is de kans daarop best aanwezig, ook in Almere. Inmid- dels weten we dat deze schuwe viseter zijn schroom afwerpt en af en toe door de stad zwemt. Voor wie er oog voor heeft, zijn de sporen eenvoudig te vinden. Voetafdrukken en uitwerpse- len zijn de stille getuigen van de aanwezigheid van de otter. De grote moerasgebieden zoals het Kromslootpark en de Lepelaarplassen zijn de belangrijkste gebieden, maar van daaruit maken de dieren ook uitstapjes langs de vaarten en weteringen van de stad. Schoon en visrijk water en rustgebieden zijn de sleutels voor ottersucces. Verder is de samenhang van het wa- tersysteem cruciaal voor het voortbestaan van de otter. Vervuiling en versnippering van het leefgebieden deden vorige eeuw de otter de das om. De watervervuiling is teruggedrongen en verkeer is momenteel de belangrijkste bedreiging. Verkeerslachtoffers vallen waar de waterwegen onze verkeerswegen kruizen.