CConstaterende datAlmere
Koppel je AI →
Document · PDF

Bundel PM 2 september

Politieke Markt 2 september 2021, gemeente Almere29.630 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het plan is onderdeel van het Groene Kadeweggebied. De bestaande (en de geplande) functies in dit deelgebied hebben veelal een recreatief karakter. In de afgelopen jaren zijn er activiteiten met dit karakter gerealiseerd, zoals een hondencentrum, hondensportverenigingen, een dierenasiel en een verkeersveiligheidscentrum. Het gaat dus om functies die naar hun aard niet gemakkelijk in of nabij een woonomgeving zijn in te passen.

De aanvraag in strijd met het ontwerpbestemmingsplan “De Vaart 1,2,3”. Binnen de bestemming “Gemengd” zijn zonneparken niet genoemd in de bestemmingsomschrijving en wordt het maximaal toegestane bebouwingspercentage van 20% overschreden. Ook binnen de bestemming “Groen” zijn

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN T E V U L L E N D O O R D E R A A D S G R I F F I E RV-NUMMER PROCEDURE PAGINA

RV-67/2021 Carrousel: 2 september 2021 2

zonneparken niet genoemd in de bestemmingsomschrijving, waardoor ook met dit artikel strijd is met het bestemmingsplan. Tot slot is het bouwplan in strijd met de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 5”, omdat ter plaatse van deze dubbelbestemming enkel ten behoeve van deze bestemming gebouwd mag worden. De aanvraag past gezien bovenstaande niet binnen de regels van het bestemmingsplan en er is daarom een Wabo-afwijkingsprocedure nodig. In het ontwerp van het zonnepark wordt rekening gehouden met de archeologische waarden: de vindplaats van De Vliegende Hollander wordt vrij gehouden en voorzien van een publieksaanduiding en uitleg.

Rondom het zonnepark wordt ruimte vrijgehouden voor de landschappelijke inpassing. Met een goede landschappelijke inpassing worden de landschappelijke en ecologische waarden van het plangebied versterkt. De ecologische waarden worden versterkt door het realiseren van andere biotopen, in de vorm van kruidenrijk grasland en bosplantsoen. De landschappelijke waarden worden verbeterd door het aanleggen van nieuwe landschapselementen en bestaande landschappelijke elementen als bosplantsoen te versterken met inheemse soorten.

Op grond van de door de raad vastgestelde regeling ‘Categorieën gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist’ is voor de beide omgevingsvergunningen een verklaring van geen bedenkingen nodig. De ontwikkeling past niet in één van de categorieën van de regeling waarbij het college bevoegd is tot het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen, waardoor een verklaring van geen bedenkingen van de raad benodigd is alvorens de omgevingsvergunning kan worden verleend.

Met het verlenen van de verklaring geeft uw raad aan op grond van een goede ruimtelijke ordening geen bedenkingen te hebben tegen de gevraagde aanleg van het zonnepark.

WAT IS HET DOEL EN HET BEOOGD EFFECT VAN HET VOORGESTELD BESLUIT? 1. Ontwerpverklaring van geen bedenkingen afgeven Het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) schrijft voor (in artikel 6.5 lid 1) dat een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van een bestemmingsplan alleen kan worden verleend, als de raad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. De raad kan deze verklaring van geen bedenkingen alleen weigeren in het belang van de goede ruimtelijke ordening (artikel 6.5 lid 2 Bor).

Met dit zonnepark wordt duurzame energie opgewekt ten behoeve van de publieke laadinfrastructuur die de gemeente Almere plaatst in de openbare ruimte. Dit plan draagt hierdoor bij aan de duurzaamheidsambities die de gemeente Almere nastreeft. De aanvraag is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. In de ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op al het relevante beleid van Rijk, provincie en gemeente, zoals de Nationale Omgevingsvisie, de Omgevingsvisie Flevoland Straks en de Omgevingsvisie Almere. Ook wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten, zoals bodem, luchtkwaliteit, verkeer en de waterhuishouding. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de aanvraag niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

2. De ontwerpverklaring van geen bedenkingen aanmerken als definitieve verklaring van geen bedenkingen Zowel de ontwerp-omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen en de activiteit planologische regeling van het college als de ontwerpverklaringen van geen bedenkingen van uw raad worden ter inzage gelegd. Iedereen kan een zienswijze indienen over zowel de ontwerp-omgevingsvergunning als de ontwerpverklaring.

Het college is bevoegd te beslissen over de omgevingsvergunningen en de eventuele zienswijzen die daarover worden ingediend. Uw raad is bevoegd om te beslissen over het al dan niet afgeven van de verklaring van geen bedenkingen.

Indien er zienswijzen tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen worden ingediend, is het aan de gemeenteraad om een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven. Worden er geen zienswijzen ingediend, dan valt het plan onder categorie VI van de regeling ‘Categorieën gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist’ en is geen definitieve verklaring vereist.

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN T E V U L L E N D O O R D E R A A D S G R I F F I E RV-NUMMER PROCEDURE PAGINA

RV-67/2021 Carrousel: 2 september 2021 3

WAT ZIJN ALTERNATIEVEN VOOR DE RAAD? Indien de gemeenteraad niet instemt met de ontwerpverklaring van geen bedenkingen, kan er geen omgevingsvergunning worden afgegeven.

WAT ZIJN DE CONSEQUENTIES VAN DIT BESLUIT VOOR INWONERS EN ORGANISATIES IN DE STAD OF ANDERE DERDEN? IS OF WORDT HIERAAN IN HET KADER VAN EEN PARTICIPATIETRAJECT AANDACHT BESTEED? Er zijn geen omwonenden die zicht hebben op het zonnepark of directe hinder ondervinden. Participatie heeft plaatsgevonden voor middel van telefonisch en mailcontact met de omliggende bedrijven. Het gaat hier om Hondencentrum Almere, Dierenasiel Almere, Stichting Dierenthuis, Auto Export Almere, Ven den Braak Autodemontage, Autobedrijf Almere, VVC Sabrina, VVC Adventure en Cirwinn. Zij hadden geen bezwaar tegen de realisatie van een zonnepark op deze locatie.

WELKE FINANCIËLE MIDDELEN ZIJN MET DIT BESLUI T GEMOEID? De gemeente is eigenaar van de gronden, hiervoor wordt een uitgifte door middel van een huurovereenkomst gedaan volgens het grondprijsbeleid van de gemeente Almere. Daarmee worden de kosten voor de planontwikkeling en realisatie afgedekt. Het kostenverhaal is door het sluiten van de huurovereenkomst geborgd. Planschade is niet aan de orde. De gemeente Almere blijft eigenaar van de grond en er wordt actief meegewerkt aan eventuele aanpassingen. De kans op planschade is zodoende voor deze locatie nihil.

WANNEER WORDT HET BESLUIT VAN DE GEMEENTERAAD UITGEVOERD, GEREALISEERD EN WANNEER WORDT DE GEMEENTERAAD DAAROVER GERAPPORTEERD? Indien de gemeenteraad instemt met de ontwerp verklaring van geen bedenkingen, wordt deze samen met het ontwerpbesluit en alle bijbehorende stukken ter inzage gelegd voor 6 weken zodat een ieder zienswijzen kan indienen. Vanwege de situatie rond Covid19 gebeurt dit door de stukken digitaal beschikbaar te maken. De zienswijzen worden meegenomen in de definitieve besluitvorming. Indien er zienswijzen tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen worden ingediend, is het aan de gemeenteraad om een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven. In alle andere gevallen wordt er na de terinzagelegging van 6 weken een definitief besluit genomen.

IS AAN DE BESLUITVORMING OVER DIT VOORSTEL EEN FATALE TERMIJN (WETTELIJKE DEADLINE) VERBONDEN? ZO JA, WAARO M? De formele beslistermijn in deze procedure voor het college is 26 weken na indiening van de aanvraag op 5 maart 2021. Deze termijn van orde volgt uit Algemene wet bestuursrecht en de Wet algemenen bepalingen omgevingsrecht.

BIJLAGEN • Ruimtelijke onderbouwing • Ontwerpbesluit omgevingsvergunning • Ontwerp verklaring van geen bedenkingen

ACHTERLIGGENDE STUKKEN Collegevoorstel Wabo-afwijkingsprocedure en VVGB voor het realiseren van een zonnepark aan de Groene Kadeweg d.d. 29 juni 2021

RAADSBESLUIT

IN T E V U L L E N D O O R D E R A A D S G R I F F I E RV-NUMMER PROCEDURE PAGINA

1 RV-67/2021 Carrousel: 2 september 2021

ONDERWERP Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een zonnepark aan de Groene Kadeweg.

De raad van de Gemeente Almere

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders,

Besluit:

1. Een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven op grond van artikel 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het ontwerp van de omgevingsvergunning activiteit planologische regeling voor het realiseren van een zonnepark aan de Groene Kadeweg. 2. De ontwerpverklaring van geen bedenkingen als definitief te beschouwen wanneer er geen zienswijzen worden ingediend.

Almere,

De raad voornoemd,

De griffier, De voorzitter,

G.J. Broer F.M. Weerwind

Almere

Zonnepark Groene kadeweg

ruimtelijke onderbouwing

identificatie planstatus

projectnummer: datum:

20201493 01-06-2021

projectleider: opdrachtgever:

ing. J.C.C.M. Van Jole Maple Solar

auteur(s):

ing. N.H. Tiekstra ir. J.A.M. Luijkx

RBOI - Rotterdam bv Segeersingel 6 Delftseplein 27b Postbus 150 4330 AK Middelburg T: 0118- 68 90 10 3000 AD Rotterdam aangesloten bij: 201 85middelburg@rho.nl telefoon (010) E-mail: 55 E-mail: info@rboi.nl

Inhoud 1. Inleiding 3 Aanleiding 3 Doel 3 Locatie 3 Procedure en vergunningen 4 Leeswijzer 5

2. Projectbeschrijving 7 Ligging van het project 7 Huidige situatie 9 Toekomstige situatie 10 2.3.1. Landschappelijke inpassing 12 2.3.2. Functionele inpassing 13

3. Beleid 15 Rijksbeleid 15 3.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 15 3.1.2. Besluit ruimtelijke ordening (barro) 15 3.1.3. Klimaatakkoord 15 3.1.4. Gedragscode Zon op Land 16 3.1.5. Conclusie 17 Provinciaal beleid 18 3.2.1. Omgevingsplan Flevoland 2006 18 3.2.2. Partiële herzieningen Omgevingsplan Flevoland (2008, 2009, 2015) 18 3.2.3. Verordening op de fysieke leefomgeving Flevoland (2012) 18 3.2.4. Natuurnetwerk Nederland 18 3.2.5. Structuurvisie zon 2018 18 Gemeentelijk beleid 20 3.3.1. Afspraken Duurzaam Almere 2012-2014 (2012) 20 3.3.2. Energie Werkt! (2015) 20

4. Omgevingsaspecten 23 Bodemkwaliteit 23 Water 23 Bedrijven en milieuzonering 24 4.3.1. Beleid en normstelling 24 4.3.2. Onderzoek en conclusie 24 Ecologie 24 Kabels en leidingen 28 Cultuurhistorie en archeologie 28 Geluid 29 Verkeer en parkeren 30 (Externe) Veiligheid 30 Luchtkwaliteit 30 Lichthinder 30 MER-Regeling 30

5. Haalbaarheid 32 Economische haalbaarheid 32 5.1.1. Planschade 32 Participatie en maatschappelijke meerwaarde 33

Rho Adviseurs B.V. 44001739.20200190 vestiging Middelburg

2 Inhoud

5.2.1. Proces participatie 33 5.2.2. Grondeigendom en financiële haalbaarheid. 33 5.2.3. Maatschappelijke meerwaarde. 33

Bijlagen: 1 Landschapsplan 2 AERIUS-berekeningen 3 Ecologische Quickscan 4 Informatiedocument 'Elektrisch rijden op lokaal opgewekte zonne-energie in MRA 5 Archeologische onderbouwing

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

1. Inleiding 3

Aanleiding

Almere heeft grote ambities op het gebied van duurzaamheid en hernieuwbare energieopwekking. Deze ambities zijn vastgelegd in het programma ‘Energie Werkt!’, vastgesteld door de gemeenteraad september 2015. Het energieneutraal zijn in 2022 gaat Almere niet meer halen, maar de doelstellingen ten aanzien van duurzame energie blijven. Naast de opwek van windenergie en duurzame warmte vormt de opwek van zonnestroom een belangrijke pijler van dit programma. Een dergelijke, omvangrijke duurzame energieproductie kan niet worden gerealiseerd met plaatsen van zonnepanelen op daken alleen, zeker niet op korte termijn. Door gronden, in eigendom van de gemeente, te verhuren aan zonneparkontwikkelaars, kan de gemeente zelf, op korte termijn, een significante bijdrage leveren aan haar doelstelling. De gemeente verhuurt de gronden, de markt realiseert risicodragend.

Adviesbureau Over Morgen heeft, in opdracht van de gemeente, de mogelijkheden verkend voor het realiseren van zonneparken op twee braakliggende bedrijvenlocaties Hierbij zijn de Vaart 4 en Stichtsekant naar voren gekomen als interessante locaties. De gronden zijn in gemeentelijk eigendom en de betreffende percelen worden voorlopig niet gebruikt.

Maple Solar is voornemens een kansrijke locatie nabij het Industrieterrein De Vaart 4 te ontwikkelen tot zonnepark. Het betreft een braakliggend perceel in het Groene Kadeweggebied, dat momenteel wordt gebruikt ten behoeve van akkerbouw, maar is bestemd voor diverse recreatieve en functionele doeleinden met dieren.

De aanleiding tot het zonnepark is noodzaak van de opwek van duurzame stroom voor elektrische mobiliteit binnen de MRA regio. De opgewekte stroom zal geleverd worden aan de publieke laadpalen binnen de MRA regio, waar Almere deel van uit maakt. Dit is georganiseerd in nauwe samenwerking met MRA-Elektrisch en Pitpoint/Total, die de publieke laadinfrastructuur in de MRA, en dus ook in Almere verzorgt. De bredere context en aanleiding van het zonnepark wordt toegelicht in hoofdstuk 5, en is verwoord in bijlage 4 (‘Elektrisch rijden op lokaal opgewekte zonne-energie in MRA’). Geadviseerd wordt om bijlage 4 te lezen voorafgaand aan het doornemen van deze ruimtelijke onderbouwing om een helder beeld te hebben van de aanleiding tot dit zonnepark.

Doel

Doel van deze ruimtelijke onderbouwing is om te toetsen of de ontwikkeling van het beoogde zonnepark planologisch toelaatbaar is. Onderbouwd wordt waarom de realisatie van het zonnepark voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing vormt de basis voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor afwijking van het gebruik door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere.

Locatie

De locatie betreft een perceel gelegen in het Groene Kadeweggebied gelegen tussen de industrieterreinen de Vaart 2 en De Vaart 4. Het perceel ligt aan de noordzijde van de ontsluitingsweg de Groene Kadeweg. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van het

Rho Adviseurs B.V. 44001739.20200190 vestiging Middelburg

4 Inleiding

industrieterrein de Vaart 2. In hoofdstuk 2 wordt nader in gegaan op de beschrijving en de ligging van de projectlocatie.

Figuur 1.1 – Locatie plangebied (Luchtfoto, 2019)

Procedure en vergunningen

Bestemmingsplan Het plangebied is in het bestemmingsplan deels bestemd als ‘’Gemengd’’ en deels als ‘’Groen’’ (figuur 1.2). Ter plaatse van de bestemming ‘’Gemengd’’ ligt tevens een maatvoeringsaanduiding van een maximum bebouwingspercentage van 20% en een maximum bouwhoogte van 12m. Ter plaatse van de bestemming groen geldt gedeeltelijk tevens de bestemming ‘’Waarde-Archeologie’’. Voor het gehele plangebied geldt een milieuzone – geurzone vetsmelterij 1.

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

Inleiding 5

Figuur 1.2 – Geldende bestemmingsplan

Procedure Het planvoornemen past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Omdat sprake is van een activiteit die is aangewezen in artikel 3.10 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), dient voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Wabo te worden gevolgd. Dit betekent dat een ontwerp van de omgevingsvergunning met de bijbehorende documenten ter inzage wordt gelegd op basis waarvan eenieder een zienswijze kan indienen. Na de periode van terinzagelegging van het ontwerp van de omgevingsvergunning neemt het college van burgemeester en wethouders een besluit over vergunningverlening.

Bovendien bepaalt artikel 2.27 van de Wabo in combinatie met artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) dat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan eerst de gemeenteraad geinformeerd moet woden.

Vergunningen Een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is benodigd en deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ter onderbouwing van de aanvraag van deze vergunning. Daarnaast is een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig. De gemeente Almere heeft aangegeven de vergunning voor een periode van 25 jaar te verlenen.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de bestaande situatie in het projectgebied en van het project gegeven. In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling van het zonnepark getoetst aan het relevante beleidskader op de verschillende schaalniveaus. In hoofdstuk 4 worden de milieu- en omgevingsaspecten van het initiatief getoetst. Hoofdstuk 5 behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, en de maatschappelijke meerwaarde van het plan. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 samenvattend geconcludeerd waarom de beoogde ontwikkeling van het zonnepark planologisch toelaatbaar is.

Rho adviseurs voor leefruimte 44001739.20200190 vestiging Middelburg

2. Projectbeschrijving 7

Ligging van het project

Het plangebied is onderdeel van het Groene Kadeweggebied. Het groene Kadeweggebied is onderdeel van het bestemmingsplan Industrieterrein de Vaart 1, 2, 3 maar heeft ruimtelijk-functioneel een afwijkend karakter ten opzicht van het industrieterrein. De bestaande (en de geplande) functies in dit deelgebied hebben veelal een recreatief karakter. In de afgelopen jaren zijn er activiteiten met dit karakter gerealiseerd, zoals een hondencentrum, hondensportverenigingen, een dierenasiel en een verkeersveiligheidscentrum. Het gaat dus om functies die naar hun aard niet gemakkelijk in of nabij een woonomgeving zijn in te passen.

Het Groene Kadegebied is gelegen tussen Industrieterreinen De Vaart 2 en De Vaart 4. Op industrieterrein Vaart 1, 2, 3 zijn op grond van de bestaande bestemmingsplannen bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 (met afwijking naar milieucategorie 5.1) toegestaan. Industrieterrein De Vaart 4 is bestemd voor grootschalige, industriële bedrijven. Een klein deel is inmiddels uitgegeven, ruim 21 ha is direct uitgeefbaar (fase 1). De resterende 50,4 ha netto is inactieve grond en komt pas op langere termijn beschikbaar 15/20 jaar (fase 2). Dit gedeelte wordt momenteel agrarisch gebruikt.

Het Groene-Kadegebied heeft een groen, parkachtig karakter en vormt daardoor een groene buffer tussen deze intensief gebruikte terreinen. Het plangebied is gelegen aan de Groene Kadeweg en is circa 5 hectare groot. Het plangebied is onderdeel van het kadastraal perceel 1956. Het groene karakter van het Groene Kadeweggebied is goed merkbaar in het plangebied, omdat het aan drie zijden is omsloten door bos.

Rondom het industrieterrein de Vaart (1, 2, 3 & 4) bevinden zich natuurgebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland (Ecologische Hoofdstructuur) (zie figuur 2.1). Deze gebieden worden gekenmerkt door hun moerasachtig karakter. Ten westen bevindt zich het Wilgenbos, dit is een voormalige zandwinplas die is omgeven door een spontaan ontstaan bos. Het Wilgenbos is een verblijf- en foerageergebied voor een groot aantal soorten (water-)vogels. Verder bevinden zich er bijzondere soorten zoals de ijsvogel en de bever. Een ander natuurgebied is de Oostvaarderszone, dit is een strook van ruim tweehonderd meter tussen de Oostvaardersdijk en het industrieterrein en functioneert als ecologische verbindingszone tussen de nabijgelegen Oostvaardersplassen, via het Wilgenbos, naar de Gooi- en Vechtstreek. Deze natuurstrook wordt doorkruist door de Grote Vaartweg, echter is de brug over deze strook zo uitgevoerd dat grote en kleine dieren gemakkelijk lopend of zwemmend onder de weg door kunnen. Bij de aanleg van het industrieterrein zijn door de Gedeputeerde Staten mitigerende voorwaarden gesteld. Zo moest aan noordwestzijde van het industrieterrein een bufferzone van 100 m breed aangelegd worden om hinder van het bedrijventerrein op de bestaande ecologische verbindingszone te beperken.

De bufferzone heeft een inrichting gekregen van water met natuurvriendelijke oevers, met waterberging als nevendoel.

Het plangebied ligt circa 3m beneden NAP. Ten behoeve van het gebruik als (stads-)akker zijn er ontwateringsgreppels op het perceel gegraven. De samenstelling van de bodem is echter, vanwege de zandige toplaag, suboptimaal voor agrarisch gebruik.

Rho Adviseurs B.V. 44001739.20200190 vestiging Middelburg

8 Projectbeschrijving

Figuur 2.1 - Plangebied ten opzichte van de Natuur Netwerk Nederland

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

Projectbeschrijving 9

Huidige situatie

Het plangebied heeft de enkelbestemming ‘’Gemengd’’ maar wordt momenteel gebruikt ten behoeve van akkerbouw (zie figuur 2.2). Toegang tot het perceel is vanuit de Groene Kadeweg. Door de ligging op het bedrijventerrein de Vaart zijn in de buurt van het plangebied geen woningen gelegen.

Binnen het plangebied van de Groene Kadeweg zijn verschillende archeologische monumenten gelegen. Deze monumenten liggen deels onder maaiveld (ca. 8 m) maar deels ook boven maaiveld, ter plaatse van het schip De Vliegende Hollander. Het schip is gelegen ter plaatse van het struweel dat midden op het perceel zichtbaar is (zie figuur 2.3).

Figuur 2.2 – Vooraanzicht plangebied (Google street view, 2019)

Figuur 2.3 – Bovenaanzicht plangebied (luchtfoto, 2019)

Rho adviseurs voor leefruimte 44001739.20200190 vestiging Middelburg

10 Projectbeschrijving

Toekomstige situatie

Het voornemen is om op de locatie aan de Groene Kadeweg een zonnepark te realiseren. Het perceel heeft een omvang van circa 4,5 hectare. Op het perceel worden 7.046 panelen geplaatst. In totaal zal het zonnepark een opwekkend vermogen hebben van circa 3,8 MWp. In het ontwerp van het zonnepark is rekening gehouden met de archeologische waarden: de vindplaats van De Vliegende Hollander wordt vrij gehouden. De vindplaats wordt op verzoek van de gemeente wel binnen de omheining van het zonnepark gehouden. In figuur 2.4 is de beoogde inrichting van het zonnepark weergegeven.

Figuur 2.4 – Beoogde inrichting zonnepark

De zonnepanelen zullen worden gerealiseerd in een zuidopstelling. Hierbij worden de panelen in de rijen strak tegen elkaar aan geplaatst. De breedte van een rij zonnepanelen bedraagt circa 4,4m breed, de lengte verschilt per rij. De onderlinge afstand tussen de rijen bedraagt 2,2m. In figuur 2.5 zijn de maatvoeringen van de rijen met zonnepanelen opgenomen.

Door voldoende onderlinge afstand tussen de rijen komt lichtinval en regenwater gespreid op het perceel terecht. Op deze manier wordt een goede bodemstructuur behouden en is de grond over 25 jaar nog steeds geschikt voor akkerbouw.

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

Projectbeschrijving 11

Figuur 2.5 – Maatvoering zonnepanelen

Op het perceel worden twee transformatoren gerealiseerd. Deze transformatoren worden aan de zuidoostzijde en zuidwestzijde geplaatst. De afmetingen van de transformatorstations bedragen circa 3,1m bij 2,5m. De transformatoren zullen worden geplaatst op een betonnen plaatfundering van ca. 0,5m hoog. Het exacte aantal transformatorstations en wordt bepaald bij de technische enginering van het zonnepark, voorafgaand aan de bouw van het zonnepark.

In de zuidoosthoek van het zonnepark wordt het inkoopstation geplaatst. De afmetingen van het inkoopstation worden circa 2,45m breed bij 1,35 diep en 2m hoog. Hiervan bevindt zich er slecht 1 op het zonnepark.

Het zonnepark wordt afgesloten door middel van een gaashekwerk met stalen palen en een gegalvaniseerde stalen poort. Aan de randen van het zonnepark worden cameramasten geplaatst met een hoogte van ca. 5m.

Rho adviseurs voor leefruimte 44001739.20200190 vestiging Middelburg

12 Projectbeschrijving

2.3.1. Landschappelijke inpassing Rondom het zonnepark is een ruimte vrijgehouden voor de landschappelijke inpassing. Voor de landschappelijke inpassing is een landschapsschets opgesteld (zie figuur 2.5). Het volledige plangebied bestaat uit één perceel. Dit perceel is aan drie kanten omgeven door bos. Dit bos is onderdeel van de bossen rondom het bedrijventerrein De Vaart. In figuur 2.6 zijn deze bossen goed zichtbaar. Door deze bossen heeft het landschap een gesloten karakter. Ook het plangebied heeft een gesloten karakter door de aanwezige bossen, waardoor het zonnepark in zeer sterke mate al aan het zicht wordt onttrokken. De bossen vergroten dan ook de landschappelijke en ecologische waarde van het gebied. Verder bevindt zich aan zowel de noordzijde als zuidzijde een watergang. Toegang tot het perceel is er vanaf de H.W. Heinsiusweg.

Middels een goede landschappelijke inpassing worden de landschappelijke en ecologische waarden van het plangbied versterkt. De ecologische waarden worden versterkt door het realiseren van andere biotopen en de landschappelijke waarden worden verbeterd door het aanleggen van nieuwe landschapselementen. Tevens wordt het perceel nuttig ingezet voor opwekking van duurzame energie, hetgeen een optimale combinatie is met de karakteristieke van het perceel: door de archeologische waarden in de grond zijn vele andere (bouw)activiteiten op het perceel niet mogelijk.

Figuur 2.6 - Landschapsschets

Ecologische waarden De ecologische waarden van het gebied worden verbeterd doordat het zonnepark voorziet in het realiseren van verschillende biotopen. Hierbij wordt ingezet op kruidenrijk grasland en bosplantsoen.

Kruidenrijk grasland Hiervoor worden de huidige monotone agrarische gronden verschraalt en getransformeerd tot kruidenrijk grasland. De gronden worden verschraalt door eventuele begrazing van schapen en maaibeheer. Begrazing creëert een grote variëteit aan micromilieus en structuur. Dit is zeer gunstig voor de soortenrijkdom van de vegetatie allerlei insecten. Als na enkele jaren de vegetatie ijl wordt kan hooi uit nabijgelegen natuurgebieden ingebracht worden. Dit zorgt voor een versnelde introductie van gebiedseigen soorten uit natuurgebieden. Doordat het gehele plangebied tussen de panelen uit kruidenrijk grasland bestaat vormt het plangebied een uitstekende verbindingen voor insecten en kleine zoogdieren.

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

Projectbeschrijving 13

Bosplantsoen Naast kruidenrijk grasland wordt het zonnepark voorzien van een strook bosplantsoen aan de voorzijde van het park. Dit bosplantsoen biedt schuil- en verblijfplaats aan de foeragerende vogels en kleine zoogdieren. Het bosplantsoen voorziet in lager blijvende soorten van inheemse beplanting (tot 6m) om schaduwwerking op de zonnepanelen te beperken. Daarnaast grenst het zonnepark ten noorden, oosten en westen aan het bossen, waardoor in de direct omgeving voldoende inheemse boomsoorten aanwezig zijn. Om de biodiversiteit te vergroten is gekozen voor veel variatie aan inheemse beplanting, die tevens goed gedijen op een zandige kleigrond. Hierbij is gekozen voor de volgende inheemse soorten en soortensamenstelling:

- Kardinaalsmust (Euonymus europaeus) (10%) - Inheemse vogelkers (Prunus padus) (10%) - Sleedoorn (Prunus spinosa) (10%) - Zwarte bes (Ribes nigrum(10%) - Hondsroos (Rosa canina) (10%) - Liguster (Ligustrum vulgare) (10%) - Gelderse Roos (Viburnum opulus) (10%) - Meidoorn (Crateagus monogyna) (10%) - Vuilboom (Rhamnus frangula) (10%) - Hazelaar (Corylus avellana) (10%) Figuur 2.9 – Driehoeksverband en plantafstand

De strook met bosplantsoen is circa 8 meter breed. Het bosplantsoen wordt aangeplant in driehoeksverband, zodat de beplanting op dezelfde onderlinge afstand (zie figuur 2.9). Het bosplantsoen wordt aangeplant met drie rijen, waarbij de onderlinge afstand tussen de rijen 1,5m bedraagt. De onderlinge plantafstand bedraagt circa 2 meter. Elke soort heeft een gelijk aandeel (10%) in de strook bosplantsoen. Daarnaast worden de verschillende soorten gelijkmatig over de gehele strook verspreidt, zodat de strook bosplantsoen optimaal dienst kan doen als leefgebied en voedselbron voor de aanwezige diersoorten.

Landschappelijke waarden De landschappelijke waarden worden versterkt doordat landschappelijke elementen aan het landschap worden toegevoegd. Het betreft een strook bosplantsoen, een laan met fruitbomen en mkruidenrijke vegetatie.

Bosplantsoen Het meest beleefbare landschappelijke element is de rand met bosplantsoen langs de zuidzijde van het perceel. Dit scheidt het perceel namelijk van de rest van het gebied, waardoor tevens het directe zicht op het zonnepark wordt weggenomen. Hierdoor heeft het zonnepark minder effect op de omgeving.

Fruitbomenlaan Halverwege het plangebied wordt het bosplantsoen doorbroken door een breed pad van houtsnippers richting het archeologisch monument. Dit pad wordt gemarkeerd in het landschap door een laan met fruitbomen aan beide zijde van de weg te realiseren. Hierdoor ontstaat het beeld van een brede oprijlaan met bomen richting het zonnepark en het archeologisch monument.

Kruidenrijke vegetatie Een laatste landschappelijk element is het uitgestrekte perceel met kruidenrijk grasland. Het kruidenrijk grasland begint vanaf de strook bosplantsoen aan de voorzijde van het plangebied en loopt door tot de omliggende bossen aan de achterzijde van het plangebied.

2.3.2. Functionele inpassing Het zonnepark is goed functioneel in te passen in het plangebied, omdat de hinder op de omgeving beperkt zal zijn gelet op de toekomstige bestemming. Ondanks dat de grond momenteel in agrarisch gebruik is wordt, in planologische zin, geen landbouwgrond aan het areaal betrokken. De gronden zijn

Rho adviseurs voor leefruimte 44001739.20200190 vestiging Middelburg

14 Projectbeschrijving

momenteel namelijk bestemd voor diverse recreatieve en functionele doeleinden met dieren. Een tijdelijke herbestemming (25 jaar) ten behoeve van energieproductie zou in dat opzicht geen negatief effect hebben op de programmering van het gebied. Tevens blijft voldoende ontwikkelruimte over voor diverse recreatieve en functioneel doeleinden met dieren.

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

3. Beleid 15

Rijksbeleid

3.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Deze ambities worden vertaald naar een aantal nationale belangen. Eén van de geformuleerde belangen (paragraaf 3.1 van het SVIR) is dat voorzien dient te worden in ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie. Voor de economische ontwikkeling op de lange termijn is een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig, zowel vanwege geopolitieke verhoudingen en uitputting van fossiele brandstoffen als vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot. Daarbij zijn de Europese doelstellingen op het gebied van energietransitie het uitgangspunt.

Het ruimtelijk rijksbeleid voor duurzame energie beperkt zich enkel tot grootschalige energieprojecten op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. In het SVIR is gesteld dat het primair de taak is van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening zoals zonne-energie en biomassa. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis.

3.1.2. Besluit ruimtelijke ordening (barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft het Rijk in algemene regels aan waaraan bestemmingsplannen (dan wel een omgevingsvergunning als deze) moeten voldoen. In samenhang met het beleid uit de SVIR zijn deze regels vooral gericht op het veilig stellen van de nationale belangen waarmee bij ruimtelijke besluitvorming op provinciaal en gemeentelijk niveau rekening moet worden gehouden. In het Barro worden noch aan de locatie noch aan de ontwikkeling van zonneparken op land regels gesteld.

3.1.3. Klimaatakkoord Het klimaatakkoord is het Nederlandse akkoord om te voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 waarin afgesproken is om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49% in 2030 ten opzichte van 1990.

Om dit te behalen zijn in een groot aantal verschillende sectoren afspraken gemaakt. Ten aanzien van de elektriciteitssector wordt er ten aanzien van de energieproductie ingezet op de opwekking van grootschalige energieproductie op land (installaties > 15 kW) van ten minste 35 TWh in 2030.

Rho Adviseurs B.V. 44001739.20200190 vestiging Middelburg

16 Beleid

Momenteel bedraagt de totale energieproductie op land (wind en zon, inclusief installaties < 15 kW) 10 TWh. De toekomstige zonneweide levert daarom een belangrijke bijdrage aan de doelstelling van het rijk om te komen tot de productie van ten minste 35 TWh duurzaam opgewekte energie op land in het totale Nederlandse energieverbruik in 2030. De beoogde ontwikkeling past zodoende in het energiebeleid van het Rijk zoals dat is neergelegd in het Klimaatakkoord.

3.1.4. Gedragscode Zon op Land In de gedragscode Zon op Land zijn principes vastgelegd voor de realisatie van zon op land. Deze gedragscode is door verschillende actoren getekend. Met de code erkennen de organisaties dat zon op land nodig is voor het halen van de doelen van de energietransitie. Daarvoor worden de volgende principes gehanteerd: 1. Samen met stakeholders: Stakeholders in de omgeving zijn door de initiatiefnemer in een vroeg stadium betrokken bij het project. Zie ook paragraaf 5.2 Participatie en maatschappelijke meerwaarde. 2. Meerwaarde omgeving: Zoals beschreven in de gedragscode levert het zonnepark per saldo een verbetering van de landschappelijke en natuurwaarde van het gebied op. Het huidige gebruik waaronder gras- en maisteelt wordt verruild voor inheemse beplanting, waardoor er leefgebied wordt toegevoegd voor de waardevolle flora en fauna ter plaatse. Dit vergroot de landschappelijke waarde en versterkt de biodiversiteit. 3. Oorspronkelijk grondgebruik mogelijk: Voor de ontwikkeling van het zonnepark blijft de ondergrond intact. Dat betekent dat na verwijdering van de panelen, de draagconstructie en de installaties het oorspronkelijk grondgebruik kan worden hervat. Hoewel de ondergrond plaatselijk minder lichtinval en regen krijgt, is de grondstructuur momenteel al van een slecht kwaliteit. Vandaar dat verdere achteruitgang van de bodem minimaal is.

Het mogelijk blijven van het voormalig grondgebruik is niet alleen fysiek, maar ook beleidsmatig het geval. Het zonnepark wordt mogelijk gemaakt met een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan, met een begrensde geldigheidsduur van 25 jaar. Het onderliggende bestemmingsplan met daarin een agrarische bestemming blijft na verlening van de vergunning gelden.

In onderstaande tabel zijn de leidende principes nader uitgewerkt.

Concrete uitwerking van de leidende principes Zorgvuldige locatiekeuze De locatiekeuze is tot stand gekomen na aanleiding van het rapport van Adviesbureau Over Morgen, in opdracht van de gemeente, waarin de mogelijkheden zijn verkend voor het realiseren van zonneparken op twee braakliggende bedrijvenlocaties. Hierbij zijn de Vaart 4 en Stichtsekant naar voren gekomen als interessante locaties. De gronden zijn in gemeentelijk eigendom en de betreffende percelen worden voorlopig niet gebruikt. Het plangebied is een vergelijkbare locatie Procesparticipatie Er zijn geen omwonenden die zicht hebben op het zonnepark of directe hinder ondervinden. Ten zuidoosten van het plangebied is een bedrijfswoning gelegen op circa 300 meter en ten noordwesten is een bedrijfswoning gelegen op circa 600m.

Maple Solar neemt voor ter inzage legging van de ontwerp aanvraag omgevings-vergunning contact op met de omliggende bedrijven om een toelichting te geven op het

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

Beleid 17

zonnepark. Maple Solar neemt eveneens contact op met de verzorgingsplaats Correct benaderen grondeigenaren door De gemeente is grondeigenaar van het plangebied. De exploitanten initiatiefnemer sluit met de gemeente een huurovereenkomst voor de periode van 25 jaar. Ontwerp en beheer In het ontwerp worden lokale landschapselementen toegepast, voor een juiste inpassing en het versterken van de landschappelijke kwaliteit. Zowel ontwerp als beheer zijn gericht op het mede creëren van natuurwaarden. Zoals aangegeven in de gedragscode is dit maatwerk en is het ontwerp met een expert ingevuld. Zie ook paragraaf 5.2 Participatie en maatschappelijke meerwaarde. Voormalig grondgebruik mogelijk Ondanks de realisatie van het zonnepark blijft een goede bodemstructuur behouden. Er wordt een zuidopstelling gerealiseerd, zodat lichtinval en regenwater verspreid op het perceel terecht komt. Hierdoor blijft zich voldoende organische stof in de bodem ontwikkelen en wordt een goede bodemstructuur behouden. Meten, monitoren en bijsturen De initiatiefnemer bewaakt of de beoogde natuurwaarden ook gehaald worden. Waar nodig wordt bijgestuurd door aanpassing van het beheer of door aanvullende maatregelen. Dit wordt opgenomen in het beheerplan, die onderdeel kan zijn van de anterieure overeenkomst.

3.1.5. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voornemen van de ontwikkeling van een zonnepark een toegevoegde waarde is binnen de nationale ambities om te komen tot een meer duurzame vorm van energievoorziening enerzijds en anderzijds natuurwaarden versterkt. Er is derhalve geen sprake van strijdigheid met het Europees of Rijksbeleid.

Rho adviseurs voor leefruimte 44001739.20200190 vestiging Middelburg

18 Beleid

Provinciaal beleid

3.2.1. Omgevingsplan Flevoland 2006 In het Omgevingsplan Flevoland 2006 (Omgevingsplan) is het integrale omgevingsbeleid van de provincie Flevoland voor de periode 2006-2015 neergelegd, met een doorkijk naar 2030. Het Omgevingsplan is een samenbundeling van de vier wettelijke plannen op provinciaal niveau: Streekplan (onder de Wet ruimtelijke ordening nu een Structuurvisie), Milieubeleidsplan, Waterhuishoudingsplan en Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan. Het Omgevingsplan bevat tevens de hoofdlijnen van het economische, sociale en culturele beleid. Dit initiatief is in overeenstemming met het Omgevingsplan Flevoland.

3.2.2. Partiële herzieningen Omgevingsplan Flevoland (2008, 2009, 2015) In het kader van de komst van de Wet ruimtelijke ordening per 1 juli 2008 is het Omgevingsplan op onderdelen herzien. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de juridische doorwerking van het Omgevingsplan na inwerking treden van de Wro. Een tweede herziening van het Omgevingsplan heeft betrekking op de waterhuishouding. Bij de vaststelling van het Omgevingsplan op 2 november 2006 is bepaald dat het onderdeel waterhuishouding van het plan in 2009 op twee onderwerpen nader uitgewerkt wordt in een partiële herziening. Het eerste onderwerp is waterkwaliteit, naar aanleiding van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). In deze partiële herziening worden de waterlichamenkaart en de waterkwaliteitsdoelen en –maatregelen vastgelegd. Het tweede onderwerp is de wateropgave, ook wel bekend onder de naam Waterbeheer 21-ste eeuw of kortweg WB21. Bij de vaststelling van het Omgevingsplan in 2009 was er nog onvoldoende duidelijkheid over de omvang van de wateropgave en de wijze waarop deze in onze zich nog sterk ontwikkelende provincie kan worden opgelost. In deze partiële herziening zijn de aanpak en de rolverdeling bij het oplossen van de wateropgave nader bepaald en vastgelegd. Tenslotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele kleinere zaken te repareren c.q. meer uitvoeringsgericht te maken.

Dit initiatief is in overeenstemming met de partiële herzieningen van het Omgevingsplan.

3.2.3. Verordening op de fysieke leefomgeving Flevoland (2012) In de Verordening op de fysieke leefomgeving Flevoland zijn in één verordening alle publiekrechtelijke regelingen voor Flevoland opgenomen. De verordening omvat de volgende onderwerpen: stortplaatsen en afvalwater, bodemsanering, watersystemen, grondwateronttrekkingen, wegen en vaarwegen, ontgrondingen, bescherming landschap en ecologische hoofdstructuur. Bovengenoemde regelingen zijn niet van toepassing voor dit initiatief.

3.2.4. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Voorheen heette het Natuurnetwerk Nederland de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het initiatief valt buiten de begrenzing van Natuurnetwerk Nederland en het initiatief past binnen het beleid ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland.

3.2.5. Structuurvisie zon 2018 De structuurvisie zon van de Provincie Flevoland is het beleidskader ten behoeve van het opwekken van grondgebonden zonne-energie in het landelijk gebied. De energieopgave van Flevoland is groot. Om als regio in 2030 energieneutraal te zijn is het, naast het verminderen van het energieverbruik, nodig om 41,5 Petajoules (PJ) duurzame energie op te wekken. Dit volgt uit het onderzoek ‘Verkenning energietransitie Flevoland’ dat in 2015 door ECN, Posad en Ecofys is uitgevoerd. Deze hernieuwbare energie kan op verschillende manieren worden opgewekt (o.a. wind, biomassa, geothermie, zon). 15 PJ van de opgave dient te worden gewonnen met het opwekken van zonneenergie. Het uitgangspunt is dat maximaal 2/3 hiervan (10 PJ) op daken gerealiseerd kan worden. Dan rest er nog 5 PJ voor grondgebonden zonne-energie. Hiervan kan zo’n 1,5 PJ grondgebonden zonneenergie in het Stedelijk Gebied worden opgewekt en 3,5 P J in Landelijk Gebied. Bijvoorbeeld door braakliggende (bedrijven) terreinen (tijdelijk) in te richten met zonnepanelen.

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

Beleid 19

De provincie Flevoland beseft dat de omgang met de relatief nieuwe vorm van energieopwekking het beste in een dialoog met experts, initiatiefnemers en gemeenten vorm kan krijgen. Zo worden de zonneparken ontwikkeld in lijn met het verhaal van Flevoland. De provincie Flevoland geeft gemeenten met de bouwstenen de ruimte om zelf beleid te maken en hierdoor mee te bewegen met de maatschappelijke vraag betreffende grondgebonden zonne-energie in het landelijk gebied. Uitgangspunt is ‘ja, mits’: de provincie biedt geen pasklaar antwoord voor ieder initiatief, maar biedt met de bouwstenen een leidraad voor gemeenten om invulling te geven aan het mogelijk maken van grondgebonden zonne-energie in het landelijk gebied.

Bouwsteen I Initiatief staat centraal We bieden ruimte aan initiatieven en initiatiefnemers. De provincie biedt ruimte aan initiatieven die bijdragen aan de realisatie van de opgave duurzame energie en matchen met het verhaal van Flevoland. Initiatieven worden integraal benaderd en bezien vanuit ruimtelijk, maatschappelijk en economisch perspectief

Bouwsteen II Opgave voorop Het is van provinciaal belang dat de opgave Duurzame Energie wordt gerealiseerd. Concreet houdt dit in dat Flevoland in 2030 bekend staat als de provincie die draait op duurzame energie. Onder andere doordat er voldoende ruimte is voor Flevolanders om zelf hun energie op te wekken

Bouwsteen III Bundel en combineer Bundel zonneparken waar mogelijk met (bestaande) dragende (ruimtelijke) structuren (bijvoorbeeld doordat er een relatie is tussen opwekking en gebruik). Dit passend bij de maat en schaal van de omgeving. Zorg bij voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik. Maak waar mogelijk gebruik van de bestaande (infra)structuur, bijv. (snel)wegen, waterkeringen, kabels, windopstellingen, etc..

Bouwsteen IV Houd rekening met (landschappelijke) kwaliteiten We gaan hierbij uit van de kaders uit vigerend beleid. Sluit aan bij het Verhaal van Flevoland zoals benoemd in de Omgevingsvisie FlevolandStraks. Bezie hoe bij het ontwikkelen van zonneparken het Verhaal van Flevoland behouden, gekoesterd en versterkt kan worden

Bouwsteen V Tijdelijk Een zonnepark is tijdelijk Om mee te kunnen gaan in technologische ontwikkelingen, bijv. om beter energetisch ren dement te behalen, zijn zonneparken alleen toegestaan voor de periode van de technisch-economische levensduur (nu 25 jaar). Dit wordt in de verordening Fysieke Leefomgeving 2012 (VFL 2012) vastgelegd

Bouwsteen VI Betrokkenheid en Draagvlak Zorg ervoor dat de Flevolanders kunnen profiteren van het zonnepark. Dit kan bijvoorbeeld door financiële participatie mogelijk te maken, mede-eigenaarschap, bijdrage aan zonne-energie op daken en/of door lokale initiatieven mogelijk te maken. Daarbij kan gedacht worden aan een financiële afdracht van zonneparken in het landelijk gebied zodat er gelden komen om zon op daken te stimuleren.

Toetsing Het initiatief is in overeenstemming met de structuurvisie zon 2018. Allereerst sluit het initiatief aan bij het beleid rondom zonneparken. Daarnaast worden krachten gebundeld doordat met de ontwikkeling de landschappelijke en ecologische waarden worden versterkt. Verder wordt het zonnepark landschappelijk ingepast en betreft het een tijdelijke (25 jaar) ontwikkeling. Ook wordt bijzondere aandacht besteedt aan de combinatie van duurzame energie opwekking en duurzame mobiliteit: de duurzaam opgewekte stroom zal de elektrische auto’s voeden die binnen de MRA vanuit publieke laadpalen hun stroom gebruiken (zie voor een verdere toelichting hoofdstuk 5 en bijlage 4).. Tot slot zou de realisatie van het plan, de provincie Flevoland weer een stap dichterbij het energieneutraal zijn brengen.

Rho adviseurs voor leefruimte 44001739.20200190 vestiging Middelburg

20 Beleid

Gemeentelijk beleid

3.3.1. Afspraken Duurzaam Almere 2012-2014 (2012) Het gaat hier om een bestuurlijke inspanningsverplichting van het Rijk, de provincie Flevoland, de gemeente Almere en het Waterschap Zuiderzeeland om gezonde systemen te ontwerpen ten behoeve van de duurzame ontwikkeling van de stad. Dit geldt voor zowel de toekomstige stedelijke gebieden als voor de bestaande stad. Systeeminnovaties worden ontwikkeld ter bevordering van duurzame gebiedsontwikkeling. De innovaties hebben betrekking op energie, mobiliteit, water en productief landschap. De doelstellingen in de afspraken zijn:

Bij de ontwikkeling van Almere wordt ernaar gestreefd dat de gemeente – met gebruikmaking van de directe omgeving – energieneutraal (exclusief mobiliteit) is vanaf 2025. Hierbij wordt minimaal 40% van de energievraag binnen de gemeente op een duurzame manier opgewekt. De gebiedsontwikkelingen van Almere zijn energieneutraal en zo mogelijk energie producerend. De energiedoelstelling wordt bereikt door energiebesparing en door toepassing van duurzame vormen van energieopwekking (o.a. zonne-energie, windenergie, groen gas, biogas, warmte-koudeopslag).

Bij de groeiopgave worden de mogelijkheden benut om duurzame vormen van mobiliteit uit te breiden. Focus ligt op schone en energiezuinige mobiliteit en voorkomen van milieuproblemen (geluid, fijnstof etc.). Ambities zijn dat voor het personenvervoer nieuwe mogelijkheden ontstaan voor de gewenste verschuiving van het traditionele gemotoriseerd vervoer, in de richting van een groter aandeel openbaar vervoer en een groter aandeel elektrisch vervoer.

De groenblauwe omgeving wordt waar mogelijk en wenselijk – naast haar traditionele gebruiksvormen t.a.v. cultuur, natuur en recreatie – ingezet om ruimte te bieden aan de gezonde systemen van de stad. Het gaat hierbij om de gezonde systemen van energie, water en mineralen kringloop (o.a. lokale voedselproductie en gft-verwerking). Indien deze nieuwe functies in de groenblauwe omgeving leiden tot exploitatie-opbrengsten, zullen deze mede ingezet worden voor de uitbreiding, kwaliteitsverhoging en beheer van de groenblauwe omgeving.

De ontwikkeling van Almere zal gepaard gaan met de ontwikkeling van een bijbehorend duurzaam watersysteem. De opgaven van wateroverlast en droogte worden verbonden met de ruimtelijke opgaven van Almere. Almere wordt een klimaatbestendige stad.

De partijen bieden ruimte aan duurzaamheidinitiatieven die bijdragen aan het realiseren van de duurzaamheiddoelstellingen voor water, energie, mobiliteit en productief landschap conform deze Afspraken Duurzaam Almere.

Toetsing Het initiatief sluit aan bij de doelstellingen van de Afspraken Duurzaam Almere. Het beleiddstuk geeft echter geen uitgangspunten over de locatiekeuze voor een zonnepark in Almere. Het initiatief is in overeenstemming met dit beleid.

3.3.2. Energie Werkt! (2015) In Almere wordt vanaf 2008 gewerkt aan de ambitie om in 2025 energieneutraal te zijn. De Almere Principles (2008) vormen de basis van een aantal opvolgende afspraken. Met het Rijk en de Provincie Flevoland zijn energie afspraken vastgelegd in het Integraal Afspraken Kader (IAK Almere 2.0, 2010) en meer specifiek uitgewerkt in de Afspraken Duurzaam Almere 2012-2014. Daarin is onder andere afgesproken dat de gemeente Almere streeft naar energieneutraliteit in 2025.

Almere heeft de ambitie om in 2022 al energieneutraal te zijn (exclusief mobiliteit). Om dit te bereiken is het noodzakelijk om focus te brengen in de vereiste gezamenlijke inspanning met, door en voor de stad, om een versnelling in hernieuwbare energievoorziening te realiseren. Dit is aanleiding geweest om te komen tot (en tevens het doel van) het Programmaplan Energie Werkt! Het programmaplan richt zich op de periode 2015 - 2018.

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

Beleid 21

Het programma bevat een werkwijze langs 5 inhoudelijke werklijnen:

Werklijn 1 Zon In deze werklijn wordt langs vier speerpunten ingezet op het vergroten van hernieuwbare (elektrische) energieopwekking uit zon. Het stimuleren van extra panelen op particuliere daken en daken van gemeentelijk vastgoed, scholen en verenigingen wordt in deze werklijn vormgegeven. Ook wordt gekeken hoe we grootschalige panelen kunnen realiseren op huurwoningen en wordt onderzocht hoe en waar zonnevelden op (braakliggende) gronden kunnen ontstaan.

Werklijn 2 Warmte Deze werklijn legt de focus op het verduurzamen van het bestaande warmtenet en het aanleggen en voeden van eventuele nieuwe warmtevoorziening op hernieuwbare energiebronnen. Voor het bestaande net wordt in het programma een beeld gegeven van de mogelijke opties om het net te verduurzamen en welke investeringen daarbij horen. Er wordt verkend of en hoe met partner Nuon samengewerkt gaat worden. Het bespreken van de hoogte en differentiatie in aansluittarieven maakt deel uit van deze verkenning. Voor nieuwe gebieden wordt ingezet op innovatieve technieken.

Werklijn 3 Wind Windenergie kan zowel binnen als buiten Almere opgewekt worden. De keuze in deze werklijn is dat Almere binnen de gemeentegrenzen initiatieven faciliteert als bewoners of bedrijven daarom vragen. Binnen deze werklijn zijn hiervoor strikte criteria opgesteld en worden initiatieven daarin begeleid. Voor investeringen in windenergie buiten Almere wordt verkend hoe op passende wijze aangesloten kan worden op lopende ontwikkelingen binnen de Provincie Flevoland. In deze werklijn is opgenomen dat in elk nieuw bestemmingsplan kleinschalige windinstallaties mogelijk worden gemaakt via binnenplanse afwijking van de bouwregels, waarbij de windinstallatie op het hoofdgebouw of aan de gevel van het hoofdgebouw geplaatst moet worden. De toegestane bouwhoogte voor hoofdgebouwen mag met maximaal 3 meter worden overschreden en de rotordiameter van de windinstallaties mag maximaal 2 meter bedragen (zie Programmaplan Energie werkt!, juli 2015, pagina 26).

Werklijn 4 Scholen en verenigingen In deze werklijn worden Almeerse scholen en verenigingen aangezet tot het nemen van duurzame energiemaatregelen en worden deze brandpunten in de Almeerse wijken en buurten benut om de ambitie energieneutraal in 2022 onder de aandacht te brengen en zichtbaar vorm te geven. Door inzicht te verschaffen in mogelijke maatregelen en daarbij financieringsarrangementen aan te bieden wil deze werklijn in deze doelgroep hernieuwbare energie als standaard neerzetten.

Werklijn 5 Bewoners en bedrijven Bewoners worden vanuit deze werklijn ondersteund om stappen te (blijven) zetten naar een energieneutraal Almere. Via diverse stimuleringsmaatregelen wordt hierop ingezet. Door inzicht en advies te verschaffen maar ook financieringsmogelijkheden te geven draagt deze werklijn binnen deze doelgroep bij aan een versnelling in de duurzame energietransitie. Voor bedrijven wordt ingezet op meer inzicht in rendabele investeringen en maatregelen die samenhangen met energiebesparing en hernieuwbare energieopwekking.

Voor de in werklijn 1 genoemde zonnevelden worden in Energie Werkt! diverse uitgangspunten gehanteerd, waarover binnen dit project afstemming en overeenstemming is bereikt met de gemeente.

De rol van de gemeente hierin is dat initiatieven worden ondersteund. Ook initiatieven van ontwikkelaars op gronden van de gemeente, waarbij de gemeente haar grond verhuurt en tevens de ontwikkelaar helpt bij het doorlopen van de benodigde procedures. Voor eigen (braakliggende) grond is de gemeente primair verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de strategie hoe te komen tot realisatie van zonnevelden. Vanuit de betrokkenheid bij de duurzame mobiliteitsstrategie binnen de MRA heeft de gemeente Almere contact gezocht met Pitpoint/Total om percelen in te zetten voor opwek van duurzame stroom voor duurzame mobiliteit binnen de MRA regio.

Rho adviseurs voor leefruimte 44001739.20200190 vestiging Middelburg

22 Beleid

Toetsing Het initiatief is in overeenstemming met het beleidsstuk Energie Werkt (2015). De initatiefnemer ontwikkeld in deze situatie namelijk op de gronden van de gemeente, waarbij tussen initatiefnemer en gemeente een huurovereenkomst wordt gesloten. Tevens is het beoogde plangebied naar voor gekomen als mogelijke locaties voor een zonnepark in het adviesrapport van Adviesbureau Over Morgen, waarin mogelijke locaties voor zonneparken zijn onderzocht.

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

4. Omgevingsaspecten 23

Bodemkwaliteit

Het zonnepark hoeft niet te worden aangemerkt als een gevoelige functie. Aangezien er niet (langdurig) mensen verblijven zal het gezondheidsrisico voor mensen verwaarloosbaar zijn. Onderzoek naar de bodemkwaliteit ter plaatse is daarom niet noodzakelijk.

Doordat voldoende ruimte tussen de rijen met panelen wordt aangehouden, krijgt de bodem voldoende lichtinval en regenwater. Op deze manier blijft er zich organische stof ontwikkelen, waardoor een goede bodemstructuur behouden blijft. Hierdoor is het perceel na de vergunning voor 25 jaar, nog goed bruikbaar voor akkerbouw. Daarnaast kan het perceel na 25 jaar ook uitstekend worden gebruikt ten behoeve van bedrijventerrein of voor recreatieve of functionele voorzieningen voor dieren.

Water

Waterbeheer De initiatiefnemers van een ruimtelijke ontwikkeling behoren in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen worden toegelaten die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Zuiderzeeland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits-- en waterkwaliteitsbeheer.

Beleid duurzaam waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld.

Op Europees en landelijk niveau is het overkoepelende waterbeleid vastgelegd in de Kaderichtlijn Water, het Nationaal Waterplan en het Nationaal Bestuursakkoord Water. De doorvertaling van dit beleid is regionaal vastgelegd in het Provinciaal Waterplan en het Waterbeheersplan van het Waterschap. Daarnaast wordt op gemeentelijk niveau het waterbeleid vastgelegd in een waterplan of een (verbreed) rioleringsplan.

Watertoets Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat bij ruimtelijke plannen zoals deze rekening gehouden dient te worden met de waterhuishouding. Middels het uitvoeren van een Watertoets worden alle relevante zaken met betrekking tot de waterhuishouding afgestemd en besproken met de waterbeheerder(s). De watertoets is een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Waterschap Zuiderzeeland:

Rho Adviseurs B.V. 44001739.20200190 vestiging Middelburg

24 Omgevingsaspecten

Onderzoek Het plangebied ligt binnen het watersysteem van Almere Vaart. Het perceel ligt circa -3m NAP en in onbebouwd. Afwatering van het perceel vindt plaats via infiltratie in de bodem. Aan de noordzijde en de zuidzijde (langs de Groene Kadeweg) van het perceel bevindt zich een watergang. Deze watergangen zijn in de Legger van het waterschap opgenomen.

Met het realiseren van het zonnepark neemt de hoeveelheid verhard oppervlak niet toe. De zonnepanelen worden op palen in de grond geplaatst waarbij de ondergrond niet wordt verhard. Het onderhoudspad langs het hekwerk aan de zuidzijde zal niet worden voorzien van verharding, maar wordt met houtsnippers of zand verstevigd. Doordat het regenwater ter plaatse het veld in spoelt, kan al het regenwater dat in het plangebied valt, ook in het plangebied infiltreren. Hierdoor is de toename van het verhard oppervlak geen belemmering voor het project. Een ander uitgangspunt voor het realiseren van de zonnepanelen is dat bestaande watergangen niet worden gedempt.

Het aanwezige grond- en oppervlaktewater in het plangebied biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de flora en fauna. De waterkwaliteit vormt hier geen belemmering voor.

Met het realiseren van de zonnepanelen wordt geen bebouwing gerealiseerd waarvoor afvalwater afgevoerd moet worden. Kwel- en hemelwater wordt in het gebied vastgehouden en/of afgevoerd naar het aanwezige oppervlaktewater.

Bedrijven en milieuzonering

4.3.1. Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals bijvoorbeeld woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

4.3.2. Onderzoek en conclusie De stellingen met panelen hebben zelf geen uitstraling van geluid of andere effecten op de omgeving. De transformatorstations wel, deze transformatorstations hebben een capaciteit van 3 MVA. Op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuhinder kan de inrichting worden vergeleken met een distributiebedrijf voor elektriciteit met een transformatorvermogen van < 10 MVA (SBI-code: 35,C1) en valt daarmee binnen bedrijfscategorie 2. De richtafstand op basis van de VNG-richtlijn bedraagt hierbij 30 m voor geluid. Er zijn geen woningen in de directe omgeving (binnen 300m) van het plangebied. De directe omgeving van het projectgebied kan worden getypeerd als ‘gemengd gebied’. Er is namelijk sprake van een bestemming ‘Gemengd’ in het plangebied en aan de overzijde is het industrieterrein. Met name door de aanwezigheid van de hoofdinfrastructuur evenwijdig aan het projectgebied is in dit concrete geval sprake van gemengd gebied. De oorspronkelijke richtafstanden zijn daarom met één afstandsstap verminderd tot 10 meter. Aan de richtafstand kan worden voldaan. De transformatorstations worden in het zuidoosten en zuidwesten van het plangebied gerealiseerd en hierdoor wordt er voldaan aan de VNG-richtlijnen.

Ecologie

Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn met name de onderwerpen soortbescherming en gebiedsbescherming van belang.

44001739.20200190 Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10474398/1