Bundel PM 16 sept
Tekst van het document
fundament voor gedragsverandering van bewoners met als resultaat een betere afvalscheiding. Pagina
Met het oog op het draagvlak onder inwoners hanteren we hierbij de volgende uitgangspunten: • De service voor grondstoffen voor inwoners zowel in de laag- als hoogbouw verbeteren en gelijktrekken waardoor we de bronscheiding van waardevolle grondstoffen als gft, papier, glas en textiel verhogen. • Het inwoners zo makkelijk mogen maken en waar nodig mogelijk maatwerk leveren. • Doelgericht communiceren, en in co-creatie met bewoners containerplannen en participatieprojecten uitwerken. • Tegelijkertijd handhaven met een financiële prikkel als voorwaarde voor succes.
In dit hoofdstuk is het samenhangende pakket aan maatregelen toegelicht, wordt inzichtelijk wat de inwoners ervan merken en wat het verwachte effect is op ‘minder rest – meer grondstoffen’. De financiële consequenties hiervan zijn in hoofdstuk 7 beschreven.
4.1 Meer service op grondstoffen in hoog- en laagbouw
Met een hogere service op grondstoffen hoort een wijze van inzameling die goed aansluit op de behoeften van inwoners. Dit betekent dat inzamelvoorzieningen op orde zijn: de containers staan dichtbij, ze functioneren, hebben voldoende capaciteit, er staat een duidelijke instructie op, ze zijn schoon en worden tijdig geleegd.
• Inwoners krijgen meer capaciteit (volume en mogelijkheden) voor grondstoffen waarbij de capaciteit voor restafval gelijk blijft. Voor gft als voor restafval blijven we daarom één keer per twee weken langskomen. In de praktijk blijkt dat inwoners die beter hun afval willen scheiden zich gedemotiveerd voelen of zelfs ‘gestraft’, als het hen moeilijker wordt gemaakt om van hun restafval af te komen. Bijvoorbeeld bij het op afstand plaatsen van restafvalcontainers, het verminderen van de capaciteit of het verlagen van de inzamelfrequentie voor restafval.
• Met het uniformeren van de inzamelmiddelen willen we de service verhogen. Voor alle inzamelmiddelen geldt dat we duidelijker kunnen aangeven welke grondstof waarin moet worden gedaan met uniforme bewoording en duidelijke pictogrammen. Daarnaast willen we de inzamelcontainers eenduidig maken wat betreft vorm, kleur en locaties.
• Onderdeel van de service is dat inwoners makkelijk storingen kunnen identificeren en melden zodat de operatie dit snel kan oplossen. In dit kader is de implementatie van een containermanagementsysteem onderdeel van de aanpak. Daarbij worden onder- en bovengrondse inzamelcontainers afgesloten met een toegangsregistratie en worden er vulgraadmeters geplaatst. Bovendien kan het mogelijk illegaal gebruik door ‘niet-betalers’ tegengaan. Huiscontainers voorzien we van een chip zodat de operatie weet welke huiscontainer waar staat en we zo bewoners beter van dienst kunnen zijn.
• Een vulgraadmeter geeft tijdig door wanneer een inzamelcontainer vol raakt en er dus geleegd moet worden. Het maakt de inzameling efficiënter én het maakt het ook mogelijk om, in combinatie met andere maatregelen, minder bijplaatsingen te realiseren. Daarnaast geeft dit ook een beeld van de mate van afvalscheiding binnen een wijk waarop we wijkgerichte 20
communicatie kunnen geven. Dit geldt ook voor de registratie van de ledigingen van Pagina
huiscontainers, die met een chip in de huiscontainer mogelijk wordt. Ook dat levert een beeld
van de mate van afvalscheiding binnen een wijk. Zo kunnen we ook een betere bijdrage aan benodigde lokale gedragsverandering leveren.
• Almere is daarnaast toe aan de vervanging van het wagenpark voor de inzameling. Dit betekent dat chauffeurs veiliger en in duurzamere en stillere wagens hun service kunnen verlenen met minder emissies van CO2, fijnstof en stikstofoxiden. En de inwoners zullen een prettigere leefomgeving ervaren.
Laagbouw Ieder huishouden krijgt twee keer zoveel capaciteit om gft te scheiden. Dat is ook nodig want er zit nog veel gft in het restafval. De duo-container voor restafval als gft wordt omgeruild voor een aparte gft-container en restafval-container. Hierdoor krijgen inwoners ook meer capaciteit voor restafval en zo een betere service.
Figuur 4.2: nieuwe voorzieningen laagbouw
Hoogbouw Zoals hiervoor aangegeven gaan we de voorzieningen op orde brengen, gelijktrekken en indien mogelijk zoals inwoners willen dichtbij plaatsen binnen 100 meter. In de hoogbouw levert dit meer capaciteit voor grondstoffen op en meer duidelijkheid in wat waar in welke container moet. Ook verwijderen we vanwege de stankoverlast de inpandige containers. Bewoners bieden dan hun afval en grondstoffen aan bij nabije grondstoffenstraatjes. Het inzamelwagenpark wordt daarbij vernieuwd en dat vermindert de uitstoot van CO2 en roet. 21 Pagina
Figuur 4.3: nieuwe voorzieningen hoogbouw
Maatwerk indien nodig In Almere heeft een aantal inwoners gekozen voor maatwerk ten aanzien van huiscontainers. Sommigen kozen vanwege beperkte ruimte voor minder huiscontainers en maken gebruik van een ondergrondse inzamelcontainer voor bijvoorbeeld papier. Anderen delen met succes een huiscontainer(s) met de buren. Waarschijnlijk zal niet elke inwoner in de laagbouw, waarbij de duo- container wordt vervangen door twee containers, de extra container positief ervaren. Daarom zullen wij de mogelijkheden onderzoeken om, als er geen inzamelcontainer op straat in de nabijheid is, in overleg met de wijk, andere oplossingen te zoeken. Het delen van huiscontainers wordt aangezien we de capaciteit uitbreiden voor gft en restafval een interessante mogelijkheid.
4.2 Doelgerichte communicatie en participatie
Met de nieuwe manier van afval inzamelen zorgen wij dat afval beter gescheiden wordt ingezameld. Beter afval scheiden betekent gedragsverandering. Stadsreiniging Almere ziet het als een van de belangrijkste taken om inwoners hierbij te helpen. Naast optimale inzamelvoorzieningen, zijn doelgerichte communicatie en participatie belangrijke succesfactoren voor afvalscheiding naast handhaving. Het doel is dat inwoners moeten weten hoe zij hun afval gemakkelijk en goed kunnen scheiden wat het nut ervan is en dat zij kunnen bijdragen. Wij zien daarbij een belangrijke rol voor onze chauffeurs, afvalcoaches, adoptanten en handhavers vanwege hun directe contact met de bewoners.
Wijkgerichte gedragsinterventies zijn noodzakelijk om daar waar specifieke problematiek zich voordoet op te kunnen lossen. Actuele sorteeranalyses op wijkniveau zijn essentieel om gericht te kunnen werken.
Met participatieactiviteiten vergroten wij het verantwoordelijkheidsbesef en eigenaarschap voor een schone leefomgeving. Daarnaast willen we aansluiten op de betrokkenheid en organisatiegraad van de inwoners van Almere door specifieke projecten per wijk in co-creatie met inwoners te doen. Tevens willen we laagdrempelige informatievoorzieningen organiseren en onder aansturing van afvalcoaches het aantal adoptanten van wijkcontainers uitbreiden. In bijlage 2 is de communicatie en participatie die bijdraagt aan gedragsverandering meer in detail uitgewerkt.
4.3 Handhaving als 3-eenheid: afvalcoach, chauffeurs en handhavers
Voor het contact met inwoner is een belangrijke rol weggelegd voor onze chauffeurs, handhavers én afvalcoaches. Zij hebben direct contact met bewoners op straat. Onze chauffeurs hebben een signalerende rol bij het legen van containers. Door hun ontmoetingen met bewoners zijn zij ook een belangrijke schakel in het voorkomen van afkeur van grondstoffen. Zij zien namelijk of er vervuiling zit in huiscontainers en geven waar nodig een gele of rode kaart3.
De zichtbaarheid van handhavers in de wijken heeft een preventieve werking tegen dumpingen en vervuiling van grondstoffen. Op de rode kaarten willen we stevig handhaven. Inwoners die 22
doelbewust en structureel hun grondstoffen vervuild aanbieden beboeten wij. Zowel uit het draagvlakonderzoek als uit Almere in de Peiling 2020 blijkt dat bewoners die het wel goed doen, het Pagina
belangrijk vinden dat hierop wordt gehandhaafd. Inwoners geven aan dat zij liever niet zelf andere
inwoners willen aanspreken die afval naast de container zetten en dit over willen laten aan mensen die hiervoor zijn opgeleid.
Het effect is groot als we zichtbaar en consequent handhaven. In Tilburg bijvoorbeeld werd 14% meer afval gescheiden aangeboden toen de handhaving met opvolging op rode kaarten werd geïntensiveerd.
De afvalcoaches hebben een coördinerende rol tussen chauffeurs en handhaving. En zij sturen op juist aanbiedgedrag van bewoners. Verder spreken zij mensen bijvoorbeeld aan als zij zakken bijplaatsen of grofvuil neer zetten en wijzen op de mogelijkheid van gratis grofvuil ophalen. De afvalcoaches geven aan de voordeur duidelijke voorlichting over hoe inwoners kunnen afval scheiden en assisteren bij specifieke vragen. Tevens geven zij instructies over afvalscheiding op buurtbijeenkomsten. Tevens coördineren zij en zijn aanspreekpunt voor de containeradoptanten. Zo motiveren, informeren en helpen zij adoptanten bij hun werk.
De afval 3-eenheid kan het stimuleren van afval scheiden niet alleen. Daarom heeft de afvalcoach een aanjagersfunctie door via organisaties en netwerken de boodschap over afvalscheiding te verkondigen. Een belangrijke rol is daarom het opzetten en onderhouden van een netwerk in de wijken. Dit kan zijn met wijkteams, buurtregisseurs, woningcorporaties, (flat)beheerders, betrokken bewoners, belangenorganisaties, sociale teams, scholen, VvE’s, adoptanten etc.
4.4 Pakket maatregelen voor toekomstbestendig afvalsysteem verlaagt restafval
Het voorgestelde pakket aan maatregelen voor verbetering en uniformering van de dienstverlening is toekomstbestendig en flexibel. Het maakt zowel de keuze voor nascheiding van pmd als op termijn de keuze voor diftar mogelijk.
Doorrekening effect gebaseerd op degelijk onderzoek Dit pakket aan maatregelen beoogt niet alleen de service voor bewoners verhogen maar bovenal te stimuleren om meer grondstoffen apart te houden en minder restafval te produceren. Dit beoogde effect van het pakket op de hoeveelheid restafval is berekend. Deze doorrekening steunt op meerdere bronnen: 1. De sorteeranalyses waarmee is vastgesteld wat er nog uit het restafval te winnen is aan grondstoffen, waaruit volgt dat er vooral veel gft in het restafval van Almere zit. 2. De benchmark met vergelijkbare steden, waaruit volgt dat Almere het voor pmd, papier, glas en textiel goed doet, althans binnen bandbreedte vergelijkbaar. Voor gft geldt dat de prestaties in Almere behoorlijk lager zijn dan in alle vergelijkbare steden. 3. De benchmark met de NVRD, waar de conclusie voor gft hetzelfde is als onder 2. 4. Onderzoeken naar het effect op de hoeveelheid grondstoffen als communicatie de enige interventie is. 5. Onderzoeken naar het effect op de hoeveelheid grondstoffen als handhaving de enige interventie is. 6. Voornoemde bronnen gelden voor alle stromen. Voor gft is er nog een sorteeranalyse uitgevoerd op basis van gft uit de Filmwijk, als extra bron voor de berekening van het effect op 23
gft indien er geen duo-container maar een mono-container aan huis staat. Pagina
Op basis van deze bronnen hebben wij kunnen vaststellen dat er nog veel potentie is voor Almere om haar milieudoelstellingen te bereiken. Hoewel we het al goed doen als Almere voor pmd, papier, textiel en glas, kunnen we hierin nog stappen maken. De grootste potentie voor Almere zit in het gft als ‘grote groene kiloknaller’ en daarna papier en pmd.
Bandbreedte doel toekomstbestendig afval inzamelsysteem Hieruit volgt dat het implementeren van dit toekomstbestendig afvalinzamelsysteem in de komende drie jaar leidt tot een afname van 177 kg restafval per inwoner naar 110 kg per inwoner. Voor de lange termijn heeft Almere met aanvullende maatregelen perspectief op 90 kg per restafval per inwoner en dan vooral door extra scheiding van gft, pmd en papier.
Figuur 4.4: doel toekomstbestendig afvalinzamelsysteem Almere
Met toename van grondstoffen verbetert ook de totale CO2-footprint van de inzamelings- en verwerkingsketen van Almere. De eventuele extra transportbewegingen en de productie van benodigde inzamelmiddelen worden ruimschoots gecompenseerd door de vermeden CO2-emissies door de besparing van primaire grondstoffen. Daarnaast dragen modernere inzamelwagens bij aan vermindering uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden.
Dit sluit aan bij de behoeften van Almeerders. Zij vinden immers hergebruiken van afval belangrijk en ongeveer driekwart van hen maakt zich zorgen over hoe we de wereld achterlaten voor de volgende generatie en de gevolgen van afval voor het milieu.
Bij een positief raadsbesluit: 2025 eerste full-service-jaar Als de raad positief besluit over deze maatregelen treft Stadsreiniging in 2021 en 2022 de voorbereidingen voor het op orde maken van de inzamelvoorzieningen, het uitwerken en opzetten 24
van doelgerichte communicatie en participatie en het inrichten van een adequaat Pagina
handhavingssysteem. In 2023 en 2024 wordt het inzamelsysteem dan wijk voor wijk uitgerold, waarbij we leren van de ervaringen. In 2025 is het eerst ‘full-service-jaar’.
5. Bronscheiding werkt in Almere, nascheiding pmd is in ontwikkeling
Het college verzocht de uitwerking van nascheiding van pmd+ te baseren op de laatste stand van zaken, initiatieven en ontwikkelingen en ook de pmd+ pilot in de uitwerking te betrekken. Hiervoor liet Stadsreiniging onafhankelijk onderzoek uitvoeren door Strategy& en zijn verschillende gesprekken gevoerd met gemeenten, marktpartijen en Nedvang4.
5.1 De pilot pmd+ is niet schaalbaar in de huidige vorm
Inwoners van Almere scheiden gft, glas, papier, pmd en textiel al goed aan de bron. Met de pilot pmd+ in de Filmwijk en Sieradenbuurt is onderzocht of bewoners bereid zijn om gft, glas, papier en textiel intensiever aan de bron te scheiden en tegelijk de hoeveelheid droog restafval die de inwoner dan over houdt, met het pmd, aan te bieden. In praktijk gingen deze bewoners daarmee over van een duo-container naar een mono-container. Uit de duo-container werd het tussenschot verwijderd zodat de container een mono-container voor gft werd. De bestaande pmd-container werd een pmd+ container.
Gedurende de pilot is er, vooral in het 1e jaar, intensief gecommuniceerd en teruggekoppeld over de sorteerresultaten. De pmd+ stroom van circa 2.500 ton op jaarbasis, wordt nog steeds in een proefopstelling van een lokale Almeerse verwerker Cirwinn grotendeels met de hand nagesorteerd. De sorteerresultaten die veelbelovend waren in de evaluatie in 2018 zijn gerealiseerd met een voornamelijk handmatige sortering.
Bij nascheiding op een schaal van Almere, waarbij de input circa twintig keer zo groot is, zal dit proces gemechaniseerd moeten worden. De sorteerresultaten uit een handmatige proef kunnen daarom niet geëxtrapoleerd worden naar de schaal van heel Almere.
Daarnaast blijkt dat de bij evaluatie vastgestelde massabalans niet 40% pmd en 60% restafval bedraagt, maar dat de verhouding gelijk is aan 25% pmd (inclusief papier en harde kunststoffen in pmd) en 75% restafval. Een hernieuwde berekening leidt tot de volgende inzichten: • In het restafval zit maximaal 20 kg pmd per inwoner in 2021, waarbij moet worden opgemerkt dat de intensieve communicatie en participatie zoals bij de start van de pilot is afgevlakt. • De afvalstoffenheffing neem toe met € 66,50 per huishouden uitgaande van het poorttarief van Cirwinn, een aandeel van 75% restafval naar HVC én geen vergoeding van Stichting Afvalfonds Verpakkingen (verder: Afvalfonds)5.
Almere krijgt bij aanlevering van pmd+ bij de lokale verwerker geen vergoeding van het Afvalfonds. Dit komt omdat de afspraken tussen gemeenten en het verpakkende bedrijfsleven (zie bijlage 1 voor relevante issues in beleid en regelgeving) zijn gewijzigd waarbij een nascheider moet beschikken over een overeenkomst met het Afvalfonds, zodat de gemeente voor vergoedingen in aanmerking 25
komt. De eerdere berekeningen in de business case van pmd+ is daardoor niet meer actueel. Pagina
4 Zie voor toelichting bijlage 6. 5 Zie voor toelichting bijlage 6.
In de berekening van het scenario nascheiding pmd is de huidige pilotinstallaties van Cirwinn buiten beschouwing gelaten. Gezien het voorgaande zou dit namelijk de beoordeling onnodig negatief beïnvloeden. Dit laat uiteraard de mogelijkheden open voor het vinden van een lokale partij met een techniek en installatie die wel voldoet en toekomstproof is.
5.2 Wat is nascheiden van pmd?
Nascheiding van pmd kan worden gedaan door een handmatige nascheidingsinstallatie zoals Cirwinn of een mechanische nascheidingsinstallatie. De volgende figuur laat de activiteiten in de nascheidingsketen zien. In de nascheidingsinstallatie wordt het restafval, de plastic en de metalen verpakkingen en drinkpakken uit het restafval gesorteerd. Een deel van deze pmd-grondstofstromen wordt vervolgens nog in een daarvoor ingerichte installatie gesorteerd6, om te voldoen aan de specificaties voor recycling. Het restafval dat ontstaat na het nascheiden wordt verbrand.
Figuur 5.1: schematische nascheidingsketen
Het rendement van de nascheidingsinstallatie, namelijk de procentuele verhouding tussen pmd en restafval, is voor een belangrijk deel afhankelijk van de samenstelling van het aangeboden restafval met pmd. Het is belangrijk dat gft en papier zoveel mogelijk al brongescheiden zijn en niet meer in het restafval zitten. Dit vormt samen namelijk een ‘natte’ fractie die een stoorstof is in de installatie: het leidt tot lagere prestaties en meer kosten. Nascheiders hebben de voorkeur, naast gft/papier- arm materiaal, voor pmd-rijk en droog restafval, vergelijkbaar met het pmd+ van de pilot.
Goede bronscheiding noodzakelijk bij nascheiding pmd+ Bronscheiden van gft, papier, glas, textiel past vanuit dat perspectief goed bij aanvullend nascheiden van pmd. Sterker nog, om goed en effectief pmd te kunnen nascheiden is goede bronscheiding onontbeerlijk. De volgende figuur laat zien dat het gemiddelde rendement van een mechanische nascheidingsinstallatie voor pmd 11% tot 14% aan plastic7 en metalen verpakkingen en drinkpakken 26
bedraagt en 86% tot 89% van de input wordt verbrand als restafval. Pagina
6 Deze installaties zijn vergelijkbaar met de installaties waarin het brongescheiden pmd wordt gesorteerd. 7 Voor 2D plastic, folies, en 3D plastic, PET, PP etc. worden verschillende technieken ingezet.
Figuur 5.2: nascheiding massabalans (gemiddelde doorrekening)
5.3 Overwegingen gemeenten voor nascheiding pmd
Uit het aanvullend onderzoek en gesprekken met gemeenten en nascheiders geldt voor gemeenten een aantal belangrijke overwegingen bij de keuze voor nascheiding pmd. Deze komen hieronder aan de orde.
Gemak bij ruimtegebrek Met name voor inwoners met ruimtegebrek, kan het makkelijk zijn om pmd samen met restafval in één huiscontainer te doen. De focus kan daardoor meer liggen op het apart houden van bijvoorbeeld gft.
Uit het draagvlakonderzoek blijkt dat bij gelijkblijvende afvalstoffenheffing de voorkeur bij inwoners in de laag- en hoogbouw licht uitgaat met circa 53% naar een inzamelmethode waarbij pmd en rest in één container gaan. Tegelijkertijd geeft meer dan 80% aan niet meer te willen betalen voor het ‘gemak’ van nascheiding pmd. Bij ruimtegebrek zijn er, zoals in hoofdstuk 4 beschreven, (maatwerk)oplossingen mogelijk.
Nascheiding biedt perspectief als bronscheiding van pmd weinig oplevert Op basis van diverse onderzoeken blijkt dat scheiden aan de bron voor gemeenten vaak effectiever en kostenefficiënter is. Maar dan moet het scheiden van pmd aan de bron wel mogelijk zijn. En dit is veelal in sterk verstedelijkte, grote gemeenten met meer dan 50% hoogbouw een lastige opgave. Grote gemeenten zoals Amsterdam, Rotterdam, Leiden, Utrecht halen met het aan de bron scheiden van pmd misschien 6 kg tot 12 kg per inwoner op, wat gelijk staat aan maximaal 24% scheidingsrendement8. Indien er weinig aan de bron wordt gescheiden levert de keuze voor 27
nascheiding in de praktijk direct meer kilo’s pmd op. In de praktijk zien we dat deze gemeenten daarom kiezen voor nascheiding. Ook zien we dat een aantal gemeenten gebiedsgericht keuzes Pagina
8 Scheidingsrendement is het percentage pmd dat kan worden ‘teruggewonnen’ uit het afval. Gemiddeld ‘produceert’ een
bewoner in Nederland circa 50 kg per inwoner per jaar pmd.
maken. Bronscheiding waar het kan en nascheiden waar bronscheiden moeilijk gaat en/of een lage inzamelrespons wordt behaald. Dit is over het algemeen lastig in de communicatie naar inwoners.
Het voordeel van de keuze voor nascheiding kan tegenvallen als een stad het al goed doet met bronscheiding, zoals in Almere. In Almere halen wij nu al 23 kg per inwoner pmd brongescheiden op, zonder enige vorm van actieve communicatie en handhaving. Dit staat gelijk aan 46% scheidingsrendement.
In de volgende figuur is zichtbaar dat Almere, op basis van deze huidige bronscheidingsprestaties, tot de best presterende gemeenten behoort binnen de categorie gemeenten ‘stedelijk/zonder diftar’. Deze goede prestaties komen voort uit de gekozen inzamelsystematiek in Almere, waarbij het pmd huis aan huis wordt ingezameld met huiscontainers. Uit onderzoek leidt een haalsysteem tot gemak voor bewoners en een hoog gewicht brongescheiden pmd.
Figuur 5.3: scheidingsrendement Almere is al 46%
Met meer inzet van communicatie en handhaving kan dit aandeel met bronscheiding in Almere nog stijgen naar circa 60%. Daarmee lijkt het vergelijkbaar met potentiële rendementen die de meeste nascheiders stellen te kunnen bereiken. In de praktijk blijkt het vaak lastiger om deze beloofde rendementen te realiseren. Mede omdat het rendement afhankelijk is van de hoeveelheid stoorstoffen in het restafval. Voorbeelden daarvan zijn een viertal Zeeuwse gemeenten waarbij er niet 30 kg pmd werd teruggewonnen uit het restafval maar slechts 16 kg. Een ander voorbeeld zijn gemeenten die bij AEB aanleveren, waarbij de prestaties in praktijk meer dan 50% lager uitvielen dan vooraf aangegeven. In praktijk vallen de rendementen dus soms nog tegen en technische doorontwikkeling is dan nodig. In de pmd+ wijken wordt momenteel 20 kg pmd ingezameld inclusief nog papier en hard kunststoffen.
Ketenrendement lijken vergelijkbaar Het ketenrendement van bron- en nascheiding van pmd is wat er na alle stappen in het inzamelings- 28
en sorteerproces overblijft aan pmd dat vervolgens kan worden ingezet voor recycling. Dit rendement voor bron- en nascheiding ligt in theorie dicht bij elkaar in de buurt. Hoe in de praktijk de Pagina
vergelijking van het rendement tussen bron- of nascheiding van pmd uitvalt is afhankelijk van de
geselecteerde nascheider. De prestaties van de nascheiders kennen namelijk een aanzienlijke bandbreedte. Voor de vergelijking van het ketenrendement is daarnaast van belang welke hoeveelheden en kwaliteit pmd kunnen worden bereikt in het bronscheidingssysteem. Ook dit verschilt per gemeente, zoals de eerdere voorbeelden van Utrecht en Eindhoven aangeven.
Almere zamelt door haar effectieve inzamelsysteem voor pmd al 23 kg pmd in. Het ingezamelde pmd is van goede kwaliteit, getuige het feit dat het in afgelopen jaren niets is afgekeurd door de verwerker. Uit Almere in de peiling 2020 blijkt dat een deel van de inwoners nog weinig bewust is van nut en noodzaak van afval scheiden. Het is de verwachting dat met een aanvullend pakket aan maatregelen op het gebied van communicatie en handhaving deze prestaties nog verder kunnen verbeteren. Een grote hoeveelheid bron gescheiden pmd dat van goede kwaliteit is, draagt bij aan een hoog ketenrendement. Het zal voor een nascheidingsinstallatie niet eenvoudig zijn om dit rendement te bereiken of te overstijgen.
Beperking in aanvullende maatregelen na nascheiding pmd Bij de keuze voor nascheiding pmd is het aantal aanvullende interventies op termijn beperkter. In algemene zin kan worden gesteld dat het stoppen met het aan de bron scheiden van pmd ertoe leidt dat een scala aan gemeentelijke beleidsinstrumenten minder goed of logisch inzetbaar zijn. Dit komt omdat het scherpe onderscheid tussen ongewenst restafval enerzijds en gewenste recyclebare pmd anderzijds niet meer gemaakt kan worden. Onlogisch bij pmd+ zijn bijvoorbeeld instrumenten als de verlaging van de inzamelfrequentie van restafval en omgekeerd inzamelen. Nascheiding kan op termijn wel worden gecombineerd met diftar. Voorwaarde is wel dat diftar dan wordt gebaseerd op ‘gewicht’ omdat de inwoner anders relatief veel betaalt voor het volume van pmd (zie hoofdstuk 7). Gemeenten passen diftar op basis van gewicht echter nauwelijks toe. Het tegelijkertijd invoeren van nascheiden pmd en diftar is niet goed uitlegbaar omdat de inwoner dan zou gaan betalen voor een grondstof. Daarom zijn nascheiding pmd en diftar alleen succesvolle maatregelen als die ruim na elkaar worden toegepast.
Bij de keuze voor nascheiding van pmd is het nog altijd mogelijk om later diftar te introduceren. Het is niet wenselijk dit tegelijkertijd in te voeren maar ruim na elkaar. Voor Almere geldt evenals voor andere gemeenten, dat het scala aan beleidsinstrumenten na de invoering van nascheiding beperkter is dan bij bronscheiding.
Voor Almere is de capaciteit bij nascheidingsinstallaties momenteel beperkt Momenteel is in Nederland circa 1.900 kt per jaar aan nascheidingscapaciteit beschikbaar waarvan ruim 95% benut wordt. Uitbreiding wordt overwogen. De volgende figuur visualiseert dit. 29 Pagina
Figuur 5.4: overzicht in gebruik name en capaciteit nascheidingsinstallaties
Nascheiding en nascheidingsinstallaties in Nederland zijn volop in ontwikkeling. Partijen overwegen of uitbreiding en/of focussen zich op het optimaliseren van het scheidingsrendement met nieuwe technieken. Zij onderzoeken de terugwinning van grondstoffen zoals textiel, papier en luiers. Over het algemeen hebben toekomstige innovaties in de verbetering van de techniek geen invloed op het inzamelmodel of vragen geen wijzigingen van afvalscheiding door inwoners.
Als Almere zou kiezen voor nascheiding van pmd, dan geldt ook voor Almere de beperkte capaciteit bij nascheidingsinstallaties. Dat wordt nog eens versterkt door de omvang van Almere en daarmee benodigde nascheidingscapaciteit. De mogelijkheden zijn: • Aansluiten bij bestaande nascheidingscapaciteit zou binnen een termijn van een jaar kunnen worden gerealiseerd. Gezien de beschikbare capaciteit bij de bestaande installaties zijn er geen reële mogelijkheden voor Almere om al haar pmd+ bij een bestaande installatie onder te brengen. • Uitbreiden van de bestaande nascheidingscapaciteit vergt één à twee jaar afhankelijk van de besluitvorming bij de nascheider en de wijze van uitbreiding. Zo vergt het opschalen binnen dezelfde installatie met meer ploegen minder tijd dan het bouwen van een extra nascheidingslijn. Dit betekent dat het ongeveer twee jaar duurt voordat er voor Almere capaciteit is. • Opzetten van nieuwe capaciteit: het opzetten van nieuwe capaciteit vereist een uitvoerig samenwerkingstraject om tot een positieve businesscase te komen. De businesscase wordt bepaald door: - Voldoende zekerheid op aanlevering van pmd+ door gemeenten. Deze eis wordt vooral ingegeven door de benodigde schaalgrootte om de nascheiding ‘betaalbaar’ te houden. Het verzekeren van voldoende input is veelal een intensief voortraject, getuige ook het meerjarig proces in Eindhoven.
- Vergoeding door het Afvalfonds voor het nascheiden en sorteren van pmd. Dit is de belangrijkste directe inkomstenbron voor een nascheider. Om in aanmerking te komen voor een contract moet aan een aantal minimumeisen worden voldaan zoals ‘minimale 30
schaalgrootte’, een gemechaniseerd nascheidingsproces en eisen aan de gehanteerde technologie. Pagina
Zowel de verkenning naar voldoende input als de onderhandelingen met het Afvalfonds zijn langdurige trajecten. Vervolgens moet nog met de bouw worden begonnen. In praktijk kosten deze trajecten al snel drie tot vier jaar voor realisatie.
Mogelijkheden om nascheidingscapaciteit te creëren Er is op korte termijn geen nascheidingscapaciteit voor Almere om haar potentiële hoeveelheid pmd+ van 45.000 tot 50.000 ton onder te brengen. De opties zijn om op een termijn van één tot twee jaar aan te sluiten bij de uitbreidingsplannen van HVC, of te kiezen om een samenwerking aan te gaan voor een nieuwe installatie of deze periode te gebruiken om te onderzoeken of en op welke wijze lokale nascheiding een reële optie zou zijn. Met lokale nascheiding kunnen de circulaire ambities van Almere worden ingevuld, met zoveel mogelijk verwerking en recycling van het afval in de regio waarbij grondstoffen worden teruggegeven aan de Almeerders. De realisatie van een nieuwe installatie vraagt vervolgens om nog een termijn van twee tot drie jaar.
Nascheiding pmd leidt tot hogere verwerkingskosten De verwerkingskosten en opbrengsten bij nascheiding van pmd vallen hoger uit ten opzichte van bronscheiding. De reden is dat bij bronscheiding een vergoeding wordt ontvangen van € 245 per ton brongescheiden ingezamelde pmd. Bij nascheiding wordt een vergoeding ontvangen van € 8,90 over het ingezamelde restafval + pmd. Dit valt financieel lager uit voor Almere. Ook zullen de verwerkingskosten door het gezamenlijk aanbieden van restafval + pmd toenemen. De bandbreedte in de huidige verwerkingskosten bij nascheiding van pmd geven een stijging aan van tussen de € 65 - € 71. Per saldo is de onderbouwde verwachting dat de afvalbeheerkosten in de huidige situatie zullen stijgen met € 14 per huishouden.
5.4 Aankomende ontwikkelingen belangrijk voor overwegingen
Nascheiding pmd is een optie als er capaciteit in de markt beschikbaar is met voldoende rendement. Capaciteit is van belang omdat bij een eenmaal ingeslagen weg met nascheiden, de stad niet makkelijk terug kan naar bronscheiding pmd. Dit speelt nu bij de Zeeuwse gemeenten, waar de milieuprestaties aanzienlijk lager uitvallen dan in vergelijking met bronscheiding en/of diftar, maar er geen draagvlak is om deze beslissing terug te draaien. De komende periode verwachten we een aantal ontwikkelingen die een positieve impact kunnen hebben op het gebied van nascheiding: • Het Afvalfonds staat onder druk om meer gewicht pmd terug te winnen, als gevolg van wijziging in de regelgeving (zie bijlage 1) om doelstellingen te realiseren. Daarbij is nascheiding van pmd nu ook van belang. • De vergoedingen voor gemeenten worden in 2023 herijkt en opnieuw voor 4 jaar vastgesteld. • Er zijn plannen tot uitbreiding, waarbij het nascheiden van bedrijfsafval (< 2 jaar) kan zorgen voor meer schaal en meer keuze voor Almere. • Er zijn technische veelbelovende ontwikkelingen. • Binnen de bestaande capaciteit wordt continue verbeterd en geoptimaliseerd. De overwegingen tussen bron- en nascheiding pmd zijn samengevat in het volgende afwegingskader. 31 Pagina
Criteria Bronscheiding pmd Nascheiding pmd
Toename van 23 kg naar 32 kg pmd haalbaar. Toename van 23 naar 32 kg pmd op basis van de theoretische opgave nascheiders mogelijk. Afname hoeveelheid pmd niet reëel. Afname van 23 kg naar 16 - 18 kg pmd mogelijk op basis van praktijk. Milieu Toename kilo’s pmd realistisch Toename kilo’s pmd onzeker en grotere kwantiteit bandbreedte + 5 kg / + 7 kg / + 9 kg. bandbreedte: -5 kg / 0 kg / + 9 kg. & kwaliteit Circa 10 kg pmd meer dan bij nascheiding. Ca 10 kg pmd minder dan bij bronscheiding.
Ketenrendementen9 van bron- en nascheiding pmd overlappen elkaar en zijn afhankelijk van percentage hoogbouw en stimuli gemeenten (bronscheiding) en de prestatie van de nascheider (nascheiding). Bronscheiding is een eenduidig systeem betreft het Nascheiding heeft mogelijk weinig invloed op scheidingsgedrag voor alle stromen van inwoners scheidingsgedrag voor andere grondstromen van inwoners. Communicatie is cruciaal. Afname kosten per huishouden met Toename van kosten per huishouden met huidige -€ 11 / - € 4 / € 0 per huishouden/jaar situatie met € 14 per huishouden/jaar. In dit geval wil ruim 80% van de inwoners geen nascheiding Kosten pmd omdat zij er niet extra voor willen betalen. Brongescheiden pmd beoordeeld op kwaliteit, Bij nascheiding wordt het pmd met restafval risico op afkeur en boete. aangeleverd, geen kwaliteitscontrole. Zekerheid van sorteercapaciteit op basis van Geen zekerheid op nascheidingscapaciteit: krapte bestaand contract. in de markt, beperkte keuze op schaal van Almere. Vergoeding van inzamelingskosten door het Afvalfonds voor bronscheiding en nascheiding.
Basis is vier huiscontainers (laagbouw) Basis is drie huiscontainers (laagbouw). Oplossingen nodig bij ruimtegebrek (zijn mogelijk). Inwoners houden pmd apart. Inwoners doen pmd bij het restafval.
Voortzetting van het huidige Wijziging van het huidige bronscheidingssysteem Service bronscheidingsysteem pmd in Almere. pmd in Almere.
Overstap naar nascheiding pmd blijft mogelijk in de ‘Terug’ naar bronscheiding is niet realistisch, toekomst. eenmaal ingevoerd is het moeilijk omkeerbaar voor inwoners. Overige maatregelen voor verdere verlaging Overige maatregelen voor verdere verlaging restafval op termijn blijven beschikbaar, zoals restafval op termijn zijn beperkter. Onlogisch bij verlagen inzamelfrequentie, omgekeerd pmd+ zijn verlagen inzamelfrequentie restafval en inzamelen, diftar, et cetera. omgekeerd inzamelen. Diftar is mogelijk maar beperkt tot ‘op gewicht’. Deze techniek is storingsgevoeliger dan volume/frequentie. Aanpassing Afvalstoffenverordening met inspraak en aanpassing Uitvoeringsregeling bij toepassing nascheiding pmd. Hierbij geldt dat afwijken van de scheidingsplicht door de inzameling van pmd+ alleen is toegestaan als het recyclebare deel niet negatief beïnvloed wordt en nascheiding een 32
vergelijkbare kwaliteit oplevert ten opzichte van bronscheiding van pmd. Pagina
9 Ketenrendement: zie bijlage 6.
Tabel 1: afwegingskader bronscheiding pmd en nascheiding pmd
Continueren van de bronscheiding pmd is momenteel de beste optie We kunnen stellen dat nascheiding van pmd volop in ontwikkeling is. In de voorgaande periode is de capaciteit voor de nascheiding van pmd uit het restafval uitgebreid. Meer gemeenten maken daar gebruik van. Dit zijn vooral verstedelijkte gemeenten waar bronscheiding van pmd niet van de grond komt en die door de nascheiding van pmd hun prestaties kunnen verbeteren. Op dit moment is er geen tot zeer beperkte capaciteit beschikbaar voor nieuwe gemeenten om toe te treden. Dit vergt uitbreiding van bestaande capaciteit dan wel nieuwe capaciteit.
Bij de doorrekening op gewicht en kosten is een vergelijking gemaakt tussen ‘optimalisatie dienstverlening’ in combinatie met nascheiding en bronscheiding van pmd. Invoering van ‘optimalisatie van dienstverlening en nascheiding van pmd’ leidt net als bronscheiding van pmd tot meer grondstoffen en een verlaging van restafval.
In vergelijking met bronscheiding pmd is de zekerheid op een stijging van de hoeveelheid pmd in geval van nascheiding minder groot. Er is een gerede kans dat Almere zelfs minder pmd terugwint dan in de huidige, niet geoptimaliseerde, bronscheidingssituatie. Uit praktijkervaringen blijkt dat een nascheidingsintallatie maar moeilijk de huidige 23 kg per inwoner kan evenaren en zelfs mogelijk niet hoger zal uitkomen dan 16 - 18 kg per inwoner. Dit komt omdat de rendementen in de praktijk afwijken van de theoretisch rendementen. Een andere reden is dat het rendement afhankelijk is van de input van andere gemeenten. Hoe meer gft en papier in het restafval zit, hoe lager het rendement.
Door de keuze voor nascheiding zou Almere op de korte termijn circa 10 kg minder pmd per inwoner terugwinnen uit het restafval. De kosten vallen in vergelijking met bronscheiding per huishouden ongeveer € 14 hoger uit. Maar bewoners kunnen het als een verhoging van het gemak ervaren dat pmd en restafval in één container kunnen. Het feit dat het aantal containers in de tuin niet toeneemt, wordt ook als positief gezien.
Op basis hiervan draagt het continueren van de bronscheiding van pmd, wat al een succesvol systeem is, meer bij aan de ambities van Almere om restafval te verminderen en de kosten te beheersen. 33 Pagina
6. Diftar past op dit moment niet bij Almere
In sommige gemeenten is na een succesvolle invoering van bronscheiding een systeem van gedifferentieerde tarieven voor afval (diftar) ingevoerd. Ook in Almere wordt diftar als één van de systeemkeuzes overwogen. Het raadsonderzoek uit 2020 geeft inzicht dat in gemeenten met diftar over het algemeen minder restafval wordt ingezameld. De vraag die de raad stelde is of diftar past bij een stad als Almere. Wat zijn de ervaringen met diftar in steden met een vergelijkbaar stedelijk karakter, met meer dan 100.000 inwoners, een groot deel hoogbouw en over het algemeen mindere sociale cohesie en controle. Op basis van ervaringen in andere gemeenten in Nederland en België is onderzocht of diftar past bij een stad als Almere.
Wat is diftar? In het geval van diftar is het tarief wat inwoners betalen afhankelijk van de hoeveelheid restafval die zij aanbieden. Diftar bestaat doorgaans uit een vast tarief en een variabel tarief voor elke keer dat restafval wordt aangeboden. De financiële prikkel stimuleert om restafval te verminderen door goed te scheiden. Gemeenten in Nederland met diftar hanteren drie verschillende manieren om het tarief te bepalen: 1. Volume/frequentie: het variabele tarief is afhankelijk van het volume van de huiscontainer en het aantal keer dat de huiscontainer wordt aangeboden. Bij restafvalcontainers op straat hangt het tarief af van de grootte van de openingen en het aantal keer dat het afval erin wordt gedaan. 2. Gewicht: het variabele tarief is afhankelijk van het aangeboden gewicht van de huiscontainer. Bij restafvalcontainers op straat betekent dit dat inwoners een tarief betalen voor elke inworp èn voor de kilo’s restafval. 3. Een dure zak: inwoners kunnen alleen afval aanbieden in speciaal daarvoor bestemde zakken waarvoor inwoners apart betalen. De zakken zetten zij op straat op de ophaaldag.
Over het algemeen geldt dat de afvalstoffenheffing bestaat uit een vast deel dat meestal voor alle huishoudens gelijk is (het zogenaamde vastrecht) en een variabel deel, dat afhangt van het aangeboden restafval. De meeste gemeenten in Nederland met diftar passen een vorm toe op basis van volume en frequentie. De vormen van diftar en het aandeel gemeenten dat de vorm toepast zijn nader uitgewerkt in bijlage 3.
Waar werkt diftar? De afgelopen jaren is het aantal gemeenten in Nederland dat diftar toepast gestegen van 27% in 2003 tot 47% van alle gemeenten in 2019. Dit zijn vooral gemeenten in het oosten van Nederland. Aan de westkant van Nederland is het aantal gemeenten met diftar beperkt. Daarnaast valt op dat diftar in kleine steden is toegepast: 160 gemeenten van de 166 gemeenten die diftar hebben ingevoerd hebben minder dan 100.000 inwoners.
In steden met meer dan 100.000 inwoners is er nog weinig ervaring met diftar met uitzondering van die gemeenten met het systeem met een ‘dure zak’[1] dat niet toepasbaar is in Almere (zie ook bijlage 3). Op dit moment hebben alleen Enschede, Apeldoorn en Arnhem ervaring met 34
volume/frequentie, waarbij in Arnhem diftar, vanwege de uitkomst uit het referendum begin 2021, Pagina
wordt afgeschaft. Enschede kampt met forse vervuiling van de grondstofstromen en veel dumpingen
[1] Gezien het feit dat in Almere nog nooit met een zak is ingezameld maar vanaf het begin met huiscontainers en
inzamelcontainers, is een invoer van diftar op basis van ‘dure zak’ niet een voorkeursvariant voor Almere.
en tegelijk met nog een relatief hoog aandeel restafval. De ervaringen in deze steden geven wel aan dat diftar, weliswaar met vervuiling, kan leiden tot minder restafval. In Apeldoorn is diftar al sinds 2004 ingevoerd nadat inwoners, door de goede voorzieningen en communicatie, hun afval al behoorlijk aan de bron scheidden. Diftar werkte hier als een laatste duwtje in de goede richting. Ondanks dat heeft Apeldoorn ook last van vervuiling van pmd.
De sociaal demografische samenstelling van deze steden is dermate verschillend met Almere dat het positieve resultaat niet vergelijkbaar is. In vergelijking met deze steden heeft Almere een ander stedelijk karakter met minder sociale controle en cohesie, mindere gezagsgetrouwheid, relatief veel verschillende nationaliteiten en een grote doorstroming van bewoners. Nergens in Nederland is diftar ingevoerd in een gemeente met het hoge aantal inwoners zoals in Almere in combinatie met een grootstedelijk karakter.
Uit het draagvlakonderzoek volgt hoe Almeerders aankijken tegen diftar. Zij hebben een sterke voorkeur voor een vast bedrag boven en variabel bedrag aan afvalstoffenheffing. Het draagvlak voor diftar is klein, dit bevestigt ook het onderzoeksrapport Almere in de peiling 2020.
In België hanteren alle gemeenten in het Gewest Vlaanderen al sinds begin jaren negentig diftar, zowel in de dorpen als in de steden. Dit is indertijd een beleidskeuze geweest die op gewestelijk niveau is gemaakt. In steden zoals Mechelen en Antwerpen met een vergelijkbare stedelijkheid als Almere is vervuiling van plastic en gft-containers een serieus probleem, zo is gft voor 35% vervuild. Dit risico ontstaat vooral omdat de inzamelcontainers voor restafval en grondstoffen naast elkaar staan. Het blijkt dat er veel nodig is om de vervuiling op hotspots aan te pakken. Dit speelt ook in Nederlandse gemeenten. In Antwerpen loopt een innovatieve pilot met camera’s aan de binnenkant van de ondergrondse gft-containers. Daarmee kan de inworp van vervuiling gekoppeld worden aan de vervuiler. Dit lijkt een effectieve manier van handhaving om vervuiling te verminderen en is in Antwerpen zo ingevoerd dat het voldoet aan de AVG.
Flankerende interventies zijn nodig Voor een succesvolle invoering van diftar blijkt in de praktijk dat aanvullende interventies nodig zijn, vooral in gemeenten met een stedelijk karakter. Het gaat om extra inzet vanuit handhaving en reiniging voor de aanpak van verkeerd aanbieden of onjuist scheiden van afval. Denk daarbij aan het verbeteren van de grofvuilinzameling, het schoonhouden van de openbare ruimte, goede afvalbakken in de openbare ruimte, minima- en uitzonderingsbeleid, communicatie, handhaving en monitoring.
De vervuiling in de openbare ruimte kan toenemen door dumping van restafval en/of meer bijplaatsingen van zakken restafval naast containers. Om hierop te kunnen handhaven is vanaf de eerste dag dat diftar wordt ingevoerd extra inzet van handhaving en reiniging nodig. Daarbij is continue extra inzet vanuit communicatie nodig om te werken aan gedragsverandering. Met onder andere een extra afvalcoach (ten opzichte van de 2 afvalcoaches die al in dit voorstel zijn opgenomen) worden huishoudens gestimuleerd tot scheiden van hun afval. De invoering van diftar vraagt óók om extra administratieve inzet voor de dataregistratie en communicatie met de belasting innende partij. Daarnaast is extra inzet nodig voor beheer en uitvoering van aanvullende systemen 35
zoals cameratoezicht op hotspots bij introductie van een systeem zoals in Antwerpen. Pagina
Diftar is nog niet bewezen in steden met een grootstedelijk karakter Steden met een grootstedelijk karakter signaleren de volgende consequenties van diftar: • Forse toename van vervuiling van restafval in de grondstofcontainers, afkeur van de grondstoffen bij de verwerker en hierdoor meerkosten voor verwerking. • Toename van dumpingen en bijplaatsingen bij de restafvalcontainers. • Ontwijkgedrag van inwoners. Zij vinden de gaten in het systeem waardoor bijvoorbeeld afvaltoerisme in buitengebieden ontstaat. • Inwoners die het goed doen ergeren zich aan verkeerd gedrag waardoor georganiseerde weerstand ontstaat tegen het systeem. • Bij grondstoffenstraatjes op hotspots is innovatie nodig op het gebied van handhaving, zoals in Antwerpen, om verkeerd gedrag te signaleren en aan te pakken. • Als diftar wordt ingevoerd met minimaal politiek draagvlak, dan vervalt dit draagvlak al snel bij de eerste ongewenste effecten en protesten van inwoners.
Kosten van extra maatregelen worden niet zonder meer terugverdiend Vooral een intensieve handhaving en extra bijbehorende maatregelen vragen om extra eenmalige kosten en om structurele kosten.
Eenmalige kosten Invoering van diftar brengt eenmalige kosten met zich mee, onder andere voor communicatie, projectleiding en aanpassing van het inningsysteem. In totaal gaat het om een bedrag van ruim € 500.000.
Structurele kosten De invoering van diftar leidt verder tot extra structurele kosten, onder andere afschrijvingskosten voor de gedane investeringen (camera’s, software, hardware) en voor extra personele inzet voor registratie en inning van de afvalstoffenheffing en voor handhaving en reiniging. De opbrengsten van diftar zijn afhankelijk van de mate waarin de inwoners hun afval beter scheiden.
De extra structurele kosten zijn voor een belangrijk deel het gevolg van extra vaste kosten. Het gaat daarbij enerzijds om de afschrijvingskosten voor de benodigde investeringen en bijbehorend onderhoud. Anderzijds gaat het om de kosten voor onder andere de structurele inzet van communicatie en administratief personeel. Daarnaast zijn er kostenposten die variabel zijn, dat wil zeggen dat de hoogte van deze kosten afhankelijk is van het scheidingsgedrag van inwoners. Het gaat dan om: • Extra kosten voor inzameling en verwerking van het grotere aanbod aan grondstoffen, inclusief de opbrengsten en vergoeding voor een aantal grondstoffen. • Afname van kosten voor de inzameling en verwerking van restafval door het verwachte lagere aanbod. • Extra kosten voor handhaving en reiniging om het gedrag, waar nodig, bij te sturen en de openbare ruimte op orde te houden inclusief een systeem met intensief toezicht zoals in Antwerpen.
Per saldo leidt diftar in een grote stad waar extra maatregelen nodig zijn tot extra structurele kosten 36
die niet zonder meer worden terugverdiend uit besparing op de verwerkingskosten van het restafval. De extra structurele kosten bedragen ongeveer € 20 per huishouden ervan uit gaande dat Pagina
een systeem met toegangscontrole op inzamelcontainers en chips in huiscontainers al eerder is gerealiseerd en bekostigd.
Eerst voorzieningen op orde brengen en het succes met diftar in grote steden afwachten De conclusie is dat diftar op dit moment niet past bij Almere en dat inwoners een sterke voorkeur hebben voor een vast tarief en er daarmee weinig draagvlak is voor diftar. Het invoeren van de maatregelen zoals in dit rapport worden voorgesteld creëert de randvoorwaarden voor een mogelijke invoer van diftar op termijn, als deze stap nodig zou zijn op basis van een evaluatie. Dit biedt ook de ruimte om te kijken of er in Nederland en België successen worden behaald met diftar in met Almere te vergelijken steden. Daarnaast biedt dit ook de tijd om alternatieven op diftar te ontwikkelen waarmee nog meer afvalscheiding gestimuleerd kan worden. Zoals ook andere gemeenten met succes nieuwe interventies toepasten om het restafval te verminderen nadat inwoners jarenlang gewend waren aan het bronscheidingssysteem. Bijvoorbeeld door het verlagen van de inzamelfrequentie van restafval, een limiet op het aantal inworpen in het restafval in de inzamelcontainer, mobiele milieustraatjes en meer bewustwordingsprikkels.
37 Pagina
7. Financiële impact maatregelenpakket
Almere wil een volgende stap zetten met een toekomstbestendig afvalinzamelsysteem om de afvalscheiding te verbeteren. In dit onderzoeksrapport is de huidige situatie geanalyseerd en is beoordeeld wat bijdraagt aan gedragsverandering van inwoners door het geven van een optimale service, actieve communicatie en een intensievere handhaving. Het voorgestelde pakket aan maatregelen levert een stevig fundament voor gedragsverandering met als resultaat een betere afvalscheiding. Dit kan zowel met bronscheiding pmd als met nascheiding pmd worden ingevoerd.
Het financiële effect komt hieronder voor zowel bronscheiding als nascheiding pmd aan de orde. Dit is gebaseerd op het rekenmodel dat is ontwikkeld door het TAS-team op basis van het onderzoek. Dit model berust op de volgende uitgangspunten: • Rekenmethode volgens de huidige systematiek van de berekening van de afvalstoffenheffing Almere. • Algemene uitgangssituatie gebaseerd op de huidige prijzen en hoeveelheden (gebaseerd op 2019 in verband met het corona-effect) van de belangrijkste afval/grondstofstromen. • Onderscheid in verwerkings- en inzamelkosten (directe kosten, worden beïnvloed door het voorstel) en overige en toegerekende kosten (worden niet beïnvloed door het voorstel), onderverdeeld naar een scenario bronscheiding pmd en een scenario nascheiding pmd. • Effect van verschillende maatregelen in relatie tot de maximale verdiencapaciteit van afval en grondstofstromen op de verwerkings- en inzamelkosten.
7.1 Optimalisatie dienstverlening en bronscheiding pmd
Het optimaliseren van de dienstverlening van het inzamelsysteem leidt tot de verwachting dat de inzamelkosten van € 206 naar € 218 per huishouden zullen stijgen (zie figuur 7.1). De verwachting is dat met de interventies die de dienstverlening voor inwoners verbeteren het restafval zal dalen. Als gevolg daarvan wordt de investering gecompenseerd door een daling van de verwerkingskosten (inclusief opbrengsten) van € 65 naar € 41 - € 52 per huishouden. Per saldo is de onderbouwde verwachting dat de afvalbeheerkosten zullen dalen met € 11 of € 4 per huishouden, dan wel niet zullen stijgen.
In volgende overzicht is het effect van het maatregelenpakket van een toekomstbestendig afvalinzamelsysteem met verbetering van service, communicatie en handhaving bij het huidige bronscheidingssysteem weergegeven. 38 Pagina
AANDEEL AFVALBEHEERKOSTEN IN ASH 271 260 266 271
65 41 48 52
206 218 218 218
HUIDIG POSITIEF GEMIDDELD BEHOUDEND
Inzamelkosten Verwerkingskosten en -opbrengsten Totaal
Figuur 7.1: aandeel afvalbeheerkosten10 bij bronscheiding pmd
7.2 Optimalisatie dienstverlening en nascheiding van pmd
Ten opzichte van de bronscheiding zijn de inzamelkosten bij nascheiding van pmd lager. Bij nascheiding van pmd wordt het restafval en pmd in één huiscontainer of inzamelcontainer gedaan. Dit leidt tot minder containers en lagere inzamelkosten. De verwachting is dat inzamelkosten kosten van € 206 toenemen naar € 211 per huishouden. Dit is echter lager dan de € 218 bij bronscheiding.
De verwerkingskosten en opbrengsten bij nascheiding van pmd vallen juist hoger uit ten opzichte van bronscheiding. De reden is dat bij bronscheiding een vergoeding van het Afvalfonds wordt ontvangen van € 245 per ton bron gescheiden ingezamelde pmd. Bij nascheiding wordt een vergoeding ontvangen van € 8,90 over het ingezamelde restafval samen met pmd (zie bijlage 1). Dit valt financieel minder gunstig uit voor Almere. Ook zullen de verwerkingskosten voor het aanbieden van restafval samen met pmd toenemen. De verwachting is dat de huidige verwerkingskosten bij nascheiding van pmd uitkomen binnen een bandbreedte van € 65 tot € 71.
Per saldo is de onderbouwde verwachting dat de afvalbeheerkosten in het meest positieve geval gelijk blijven dan wel zullen stijgen met € 5 tot € 14 per huishouden. Deze stijging komt vooral door de lagere vergoeding van het Afvalfonds voor het ingezamelde pmd dat uit de nascheiding van pmd komt.
In de volgende figuur is het effect opgenomen op de afvalbeheerkosten van een toekomstbestendig afvalinzamelysteem met het eerder beschreven maatregelenpakket. 39 Pagina
10 Zie hoofdstuk 3.3 voor inzicht in de opbouw van de afvalbeheerskosten.
AANDEEL AFVALBEHEERKOSTEN IN ASH 271 285 276 280 283
65 79 65 69 71
206 206 211 211 211
huidig bronscheiding huidig tegen positief gemiddeld behoudend nascheiding
Inzamelkosten Verwerkingskosten en -opbrengsten Totaal
Figuur 7.2: aandeel afvalbeheerkosten bij nascheiding pmd
7.3 Voorkeur van de bewoner voor prijs
In het draagvlakonderzoek is onderzocht in welke mate prijs invloed heeft op het draagvlak voor te maken systeemkeuzes. Als Almeerders zowel in de laagbouw als in de hoogbouw mogen kiezen geven zij met ruim 80% de voorkeur aan een lager bedrag per jaar. Minder dan 20% van de inwoners is bereid om meer te betalen voor een nieuwe aanpak. Dit betekent dat er weinig draagvlak is voor nascheiding pmd als de kosten daarmee stijgen.
40 Pagina
8. Gefaseerd naar meer afvalscheiding
Na positieve besluitvorming adviseren wij om de ontwikkeling van het afvalinzamelsysteem gefaseerd te organiseren, met een multidisciplinair team en rekening houdend met een aantal risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen. Dit komt hieronder aan de orde.
8.1 Drie fasen
Voor de ontwikkeling van het afvalinzamelsysteem zien wij drie fasen waarbij nieuwe ervaringen in de komende jaren op het gebied van nascheiding pmd en diftar in gemeenten met een grootstedelijk karakter en de toepassing van extra prikkels om afvalscheiding te stimuleren zijn geborgd.
Fase 1: voorbereiding maatregelenpakket met implementatieplan Na besluitvorming treft Stadsreiniging in 2021 en 2022 alle voorbereidingen aan de hand van een implementatieplan. In het implementatieplan komt de uitwerking van de service met verbeterde inzamelvoorzieningen en wagenpark, de benodigde communicatie en participatie en een adequaat handhavingssysteem aan de orde.
Uit het onderzoek volgt dat komende 5 tot 10 jaar ontwikkelingen volgen op het gebied van nascheiding die beleidsmatig, technisch en financieel een positieve impact kunnen hebben op het nascheiden van pmd. Stadsreiniging zal deze ontwikkelingen op de voet volgen en actief onderzoeken. In het implementatieplan wordt in dit kader een aanpak opgenomen voor de deelname van de gemeente Almere aan overlegstructuur van VNG, NVRD, Afvalfonds en Nedvang om een gedegen beeld te ontwikkelen over de perspectieven op nascheiding van pmd. Hierbij komen aan de orde: de uitbreiding van huidige nascheidingsinstallaties en het rendement en kwaliteit van de output, de ontwikkeling van nieuwe installaties en/of de verkenning naar de ontwikkeling van een lokale nascheidingsinstallatie in samenwerking met een afvalenergiecentrale.
Fase 2: implementatie van voorzieningen, communicatie en participatie In 2023 en 2024 wordt het inzamelsysteem inclusief nieuwe communicatie en handhaving wijk voor wijk uitgerold waarbij we leren van de ervaringen. 2025 is het eerst ‘full-service-jaar’ waarbij de inwoners wennen aan de nieuwe dienstverlening en dit zijn vruchten afwerpt in gedragsverandering en zo meer afvalscheiding. Deze periode biedt ook de tijd om te kijken of er in Nederland en België successen worden behaald met diftar in met Almere te vergelijken steden.
Fase 3: ontwikkeling van lange termijn perspectief Na invoering van deze maatregelen wordt beoordeeld op basis van de ervaring in fase 2 of er een extra stap noodzakelijk is om het restafval verder te verlagen. Dit in lijn met andere gemeenten die met succes aanvullende interventies toepasten om het restafval verder te verminderen nadat inwoners jarenlang gewend waren aan het bronscheidingssysteem. Bijvoorbeeld door het verlagen van de inzamelfrequentie van restafval, het plaatsen van restafval op afstand via centrale voorzieningen op straat, een limiet op het aantal inworpen van het restafval in de inzamelcontainer, mobiele milieustraatjes en mogelijk diftar. 41 Pagina
8.2 Multidisciplinair TAS-team nauw samenwerkend met lijnorganisatie
In het kader van dit TAS-onderzoek is een multidisciplinair team samengesteld waarbij de lijnorganisatie intensief betrokken is waaronder de disciplines beleid, communicatie, financiën, inzameling, materieelbeheer, ICT en juridische zaken. Bij de voorbereidingen van het nieuwe inzamelsysteem en met het maken van het implementatieplan wordt dit team omgebogen tot een projectorganisatie met stevige lijnen binnen Stadsreiniging zodat na implementatie overdracht naar de lijn wordt bestendigd.
Het voorbereiden, uitwerken en invoeren van de diverse maatregelen vindt straks plaats in diverse werkgroepen denk aan een werkgroep handhaving, communicatie, operatie, informatiemanagement en inkoop. Het project wordt gemanaged door de programmamanager. Het managementteam van Stadsreiniging stuurt het project aan en toetst de aanpak en resultaten.
8.3 Risico’s en mitigerende maatregelen
Voor de implementatie en ontwikkeling van het voorstelde plan voor een toekomstbestendig afvalsysteem zien we de volgende risico’s met bijbehorende maatregelen. Deze zullen tijdens de ontwikkeling van het systeem aandacht behoeven vanuit het projectmanagement.
Nr. Onderdeel Risico Maatregel 1 Bronscheiding Mogelijk onvoldoende draagvlak voor extra Maatwerk oplossingen bij pmd huiscontainer. inwoners met ruimtegebrek. 2 Nascheiding Geen zekerheid op nascheidingscapaciteit: krapte in de Nu 1 – 2 jaar de tijd nemen om pmd markt, beperkte keuze op schaal van Almere. te inventariseren of er voldoende capaciteit komt. 3 Nascheiding levert in theorie een vergelijkbare of lagere Nu 1 – 2 jaar de tijd nemen om output als bronscheiding. Het risico bestaat daarnaast meer praktijkervaring te horen. dat dit in de praktijk een lagere kwalitatieve output oplevert. Hierdoor zou Almere niet aan KRA, LAP en GIHA voldoen. 4 Optimalisering Bewoners reageren niet zoals we verwachten en de Evaluatie en dan inzet van extra dienstverlening grondstoffenambities worden niet zo gerealiseerd als communicatie en participatie verwacht. dan wel aanvullende maatregelen. 5 Onvoldoende politiek draagvlak bij gemeenteraadsleden Tijdens de implementatie voor gemaakte keuzes en daardoor afbreukrisico als een raadsleden met werksessies in aantal inwoners kritiek uiten (scenario van Arnhem). de wijk voldoende betrekken bij Draagvlak de aanpak en resultaten. 6 Onvoldoende draagvlak bij inwoners. Intensieve communicatie en bewonersparticipatie met indien nodig maatwerk.
7 Organisatie De organisatie binnen de Stadsreiniging wordt verbeterd Kwaliteit van het team en voor de vernieuwingsopgave maar komt onvoldoende samenwerking tussen teams, is op kracht. een belangrijk aandachtspunt van management van Stadsreiniging. 42
Tabel 2: risico’s en maatregelen toekomstbestendig afvalinzamelsysteem Almere Pagina
Bijlage 1: Relevante issues beleid en regelgeving
In dit onderzoeksrapport houden wij rekening met een aantal relevante issues in beleid en regelgeving.
Kaderrichtlijn Afvalstoffen en Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen Op 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (GIHA) in werking getreden. Het is de invoering van de Europese Kaderrichtlijn (KRA) dat uitgaat van het principe van ‘bronscheiding, tenzij’ voor afvalstoffen. Het GIHA verplicht gemeenten om voor een aantal afvalstoffen een systeem van gescheiden inzameling op te zetten. Voor papier, textiel, gevaarlijke huishoudelijke afvalstoffen en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur mag hiervan niet worden afgeweken. Het besluit verplicht gemeenten ook om metaal, kunststof, glas en gft gescheiden in te zamelen. De KRA noemt een aantal gronden om voor deze fracties (deels) af te zien van gescheiden inzameling. In het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) is voor pmd en gft het volgende daarover opgenomen wat belangrijk is voor dit onderzoek: • Pmd: van gescheiden inzamelen mag een gemeente afwijken als het opnieuw gebruiken of het recyclen van pmd niet in het geding komt en de alternatieve inzameling een vergelijkbare kwaliteit oplevert. • Gft: deze fractie hoeft de gemeente niet gescheiden in te zamelen als dat technisch niet haalbaar is (bijvoorbeeld als het gft niet opnieuw gebruikt wordt of gerecycled) of buitensporig duur zou zijn.
De inwerkingtreding van de GIHA maakt het noodzakelijk dat de Afvalstoffenverordening hierop wordt geactualiseerd. Bij deze actualisatie worden eventuele wijzigingen die voortvloeien uit de besluitvorming van de raad over het voorstel waarbij dit onderzoeksrapport een bijlage is gelijk meegenomen.
Producentenverantwoordelijkheid & Ketenovereenkomst verpakkingen 2020-2029 Producentenverantwoordelijkheid houdt in dat producenten verantwoordelijk zijn voor de organisatie en financiering van het afvalbeheer van de door hen op de markt gebrachte producten. Productenverantwoordelijkheid geldt voor een aantal afvalstromen in Nederland. Voor het gemeentelijke afvalbeleid zijn met name de verpakkingen en de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur van belang.